EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52001PC0703

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 86/609/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt

/* COM/2001/0703 def. - COD 2001/0277 */

OJ C 25E , 29.1.2002, p. 536–537 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

52001PC0703

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 86/609/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt /* COM/2001/0703 def. - COD 2001/0277 */

Publicatieblad Nr. 025 E van 29/01/2002 blz. 0536 - 0537


Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 86/609/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. Achtergrond

In 1986 heeft de Raad Richtlijn 86/609/EEG betreffende de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt, vastgesteld. Met deze richtlijn wordt getracht het toezicht op het gebruik van laboratoriumdieren te verbeteren en minimale normen vast te stellen voor de huisvesting en verzorging en voor de opleiding van het personeel dat met deze dieren omgaat en toezicht op de experimenten houdt. Tevens is het de bedoeling van deze richtlijn het aantal voor experimenten gebruikte dieren te verlagen door de ontwikkeling en validering van alternatieve methoden ter vervanging van dierproeven te bevorderen.

De richtlijn bevat twee bijlagen: bijlage 1 waarin de diersoorten worden vermeld die onder artikel 21 van de richtlijn vallen en bijlage 2 die de richtsnoeren voor de huisvesting en verzorging van laboratoriumdieren bevat. Deze bijlagen zijn van technische aard en berusten op wetenschappelijke kennis omtrent de fysiologische en ethologische behoeften van de dieren en omtrent de invloed van de omgeving op hun welzijn. De richtsnoeren moeten periodiek worden aangepast aan de meest recente wetenschappelijke en technische ontwikkelingen en resultaten bij het onderzoek op de bestreken gebieden.

De bestaande regelgevende comités zijn niet bevoegd inzake de bescherming van dieren die voor experimenten worden gebruikt. Daarom dient een regelgevend comité te worden opgericht, dat wel de vereiste bevoegdheid bezit.

2. Ontwikkelingen bij de Raad van Europa

In 1998 is de Gemeenschap partij geworden bij de Europese Overeenkomst voor de bescherming van gewervelde dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt van 31 maart 1986 van de Raad van Europa. Het instrument voor de uitvoering van de overeenkomst is Richtlijn 86/609/EEG.

Bijlage A van de overeenkomst bevat richtsnoeren voor de huisvesting en verzorging van laboratoriumdieren. Bijlage A van de overeenkomst is omgezet in bijlage 2 van de richtlijn. Bijlage B van de overeenkomst bevat statistische tabellen. Bij de sluiting van de overeenkomst heeft de Gemeenschap echter een voorbehoud gemaakt ten aanzien van artikel 28, lid 1, van de overeenkomst inzake de verstrekking van statistische gegevens. De Gemeenschap is derhalve niet door bijlage B gebonden.

De Raad van Europa heeft een "protocol tot wijziging" van de overeenkomst voor ondertekening en bekrachtiging opengesteld. Dit protocol zal ervoor zorgen dat de bijlagen van de overeenkomst via een vereenvoudigde procedure kunnen worden gewijzigd en dat er geen officiële wijziging van de overeenkomst voor nodig is, die door alle partijen moet worden bekrachtigd. De Commissie dient een voorstel in voor een besluit van de Raad inzake de sluiting namens de Europese Gemeenschap van dit protocol tot wijziging.

Onder auspiciën van de Raad van Europa is een werkgroep momenteel bezig met een herziening van bijlage A van de overeenkomst, die de richtsnoeren voor huisvesting en verzorging bevat. Het is de bedoeling dat deze herziening in 2002 wordt afgerond en kan worden goedgekeurd. De Raad van Europa is van plan voor de goedkeuring van deze wijzigingen van bijlage A voor het eerst de vereenvoudigde procedure van het protocol te volgen.

3. Betrokkenheid van de Gemeenschap bij de Raad van Europa

De Gemeenschap moet zorgen voor een volledige en tijdige uitvoering van de overeenkomst en het protocol. Wijzigingen in de bijlagen kunnen op dit moment alleen via de medebeslissingsprocedure worden vastgesteld. De medebeslissingsprocedure zal in de meeste gevallen niet kunnen worden afgerond binnen de periode van twaalf maanden voor de inwerkingtreding van wijzigingen in de bijlagen van de overeenkomst, zoals bepaald in artikel 2, lid 3, van het protocol. Voordat de Gemeenschap het protocol kan sluiten, moet er een uitvoeringsinstrument op communautair niveau bestaan. Dit betekent dat vooraf Richtlijn 86/609/EEG moet worden gewijzigd om daarin de procedure van het regelgevend comité op te nemen (van Besluit 1999/468/EG van de Raad tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden).

Via het regelgevend comité is een vereenvoudigde procedure mogelijk om ervoor te zorgen dat de bijlagen van de richtlijn in overeenstemming met de meest recente wetenschappelijke kennis en onderzoekresultaten op het gebied van het welzijn van laboratoriumdieren, met inbegrip van de wijzigingen in bijlage A van de overeenkomst van de Raad van Europa, actueel blijven.

Als het protocol door de Gemeenschap wordt bekrachtigd en er in de richtlijn geen vereenvoudigde procedure voor de aanpassing aan de vooruitgang van de techniek wordt opgenomen, waarbij in dit geval de procedure van het regelgevend comité wordt gevolgd, bestaat het risico dat er een situatie ontstaat waarin de uitvoeringswetgeving van de Gemeenschap (de bijlagen van de richtlijn) niet in overeenstemming is met de verplichtingen die uit het protocol voortvloeien.

4. De verdere herziening van de richtlijn

De Commissie erkent dat een volledige herziening van Richtlijn 86/609/EEG nodig is. Aangezien de wetenschappelijke basis van de richtlijn al minstens vijftien jaar oud is, zijn sommige bepalingen achterhaald. Bovendien is de werkingssfeer van de overeenkomst van de Raad van Europa ruimer dan die van Richtlijn 86/609/EEG en vallen hier ook dieren onder die voor onderwijs en opleiding worden gebruikt. De richtlijn moet hieraan worden aangepast. Tevens geeft dit de Commissie de gelegenheid haar toezeggingen na te komen dat zij het toezicht op en het welzijn van bepaalde soorten zoals andere primaten dan de mens zal verbeteren en dat zij een mogelijkheid zal bieden om sommige definities en bestaande bepalingen opnieuw te bezien.

5. Invoering van de nodige wijzigingen in twee fasen

Om de vorderingen op het gebied van het welzijn van laboratoriumdieren via de overeenkomst van de Raad van Europa te waarborgen teneinde zo spoedig mogelijk aan de internationale normen voor het welzijn van dieren te kunnen voldoen en om tevens een diepgaande discussie over de verdere herziening van de richtlijn mogelijk te maken zullen de wijzigingen in twee fasen worden ingevoerd.

De eerste wijziging van de richtlijn houdt in dat de procedure van het regelgevend comité wordt ingevoerd. Aangezien daarvoor geen technisch-wetenschappelijke discussie nodig is, kan deze wijziging heel snel worden vastgesteld zodat de sluiting van het wijzigingsprotocol niet in gevaar komt.

De tweede wijziging moet de betrokkenen de gelegenheid geven voor een diepgaande technisch-wetenschappelijke discussie om daarmee een bijdrage te leveren tot een volledige herziening van de richtlijn.

6. Conclusie

*Aangezien de bijlagen van de richtlijn zodanig van aard zijn dat ze geregeld moeten worden herzien om naar de hoogst mogelijke normen voor het welzijn van dieren in de Gemeenschap te streven,

*aangezien het welzijn van laboratoriumdieren in de Gemeenschap steeds meer een politiek gevoelig onderwerp wordt, met name in het licht van de uitbreiding van de taken van de Commissie met het oog op de bescherming van dieren, die zijn opgelegd door de recente wijziging van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, waarin een protocol is opgenomen dat de Europese Gemeenschap en de lidstaten ertoe verplicht bij het formuleren van beleid op het gebied van landbouw, vervoer, interne markt en onderzoek ten volle rekening te houden met het welzijn van dieren, en het onlangs vastgestelde Witboek over de strategie voor een toekomstig beleid voor chemische stoffen in de EU,

*aangezien er in de wetgeving van de Gemeenschap een uitvoeringsinstrument moet bestaan om de Gemeenschap in staat te stellen tot het wijzigingsprotocol toe te treden,

dienen de Raad en het Europees Parlement bijgaand voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 86/609/EEG vast te stellen teneinde daar met het oog op de aanpassing van de bijlagen van genoemde richtlijn de procedure van het regelgevend comité in op te nemen.

2001/0277 (COD)

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 86/609/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie [1],

[1] PB C ...

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité [2],

[2] PB C ...

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Op 23 maart 1998 heeft de Raad Besluit 1999/575/EG [3] betreffende de sluiting door de Gemeenschap van de Europese Overeenkomst van 18 maart 1986 voor de bescherming van gewervelde dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt (hierna "de overeenkomst" te noemen) vastgesteld.

[3] PB L 222 van 24.8.1999, blz. 22.

(2) Richtlijn 86/609/EEG [4] van de Raad is het uitvoeringsinstrument voor de overeenkomst, waarin dezelfde doelstellingen zijn opgenomen als in de overeenkomst.

[4] PB L 358 van 18.12.1986, blz. 1.

(3) Bijlage A van de overeenkomst is omgezet in bijlage 2 van Richtlijn 86/609/EEG met richtsnoeren voor huisvesting en verzorging. De bepalingen in bijlage A van de overeenkomst en de bijlagen van genoemde richtlijn zijn van technische aard.

(4) Er moet voor worden gezorgd dat de bijlagen van Richtlijn 86/609/EEG in overeenstemming zijn met de meest recente wetenschappelijke en technische ontwikkelingen en resultaten bij het onderzoek op de bestreken gebieden. Momenteel kunnen wijzigingen in de bijlagen alleen via de langdurige medebeslissingsprocedure worden vastgesteld, hetgeen betekent dat de inhoud achterloopt op de meest recente ontwikkelingen op dit gebied.

(5) Aangezien de maatregelen die voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn nodig zijn, maatregelen van algemene strekking in de zin van artikel 2 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [5] zijn, dienen ze via de in artikel 5 van dat besluit bedoelde regelgevingsprocedure te worden vastgesteld.

[5] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(6) Richtlijn 86/609/EEG dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

In Richtlijn 86/609/EEG worden de volgende artikelen 24 bis en 24 ter ingevoegd:

"Artikel 24 bis

De wijzigingen die nodig zijn om de bijlagen van deze richtlijn aan te passen, worden volgens de procedure van artikel 24 ter vastgesteld.

Artikel 24 ter

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

2. In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, is de regelgevingsprocedure van artikel 5 van Besluit 1999/468/EG met inachtneming van artikel 7 en artikel 8 van dat besluit van toepassing.

3. De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt op drie maanden vastgesteld."

Artikel 2

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op ... aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van de bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, op

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitster De Voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM BIJ HET BESLUIT

Beleidsgebied(en): Milieu

Activiteit(en): Tenuitvoerlegging van milieubeleid

Benaming van de actie: Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 86/609/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt.

1. BEGROTINGSPLAATS(EN) EN OMSCHRIJVING(EN): A-7031

2. ALGEMENE CIJFERS

2.1. Totale toewijzing voor de actie (Deel B): 0 miljoen EUR aan VK

2.2. Duur: Begint in 2002, zonder sluitingsdatum

2.3. Meerjarenraming van de uitgaven:

(a) Tijdschema vastleggingskredieten/betalingskredieten (financiering uit de begroting) (zie punt 6.1.1)

niet van toepassing

(b) Technische en administratieve bijstand en ondersteuningsuitgaven (zie punt 6.1.2)

niet van toepassing

(c) Financiële gevolgen in verband met de personele middelen en andere huishoudelijke uitgaven(zie punt 7.2 en 7.3)

in miljoen EUR (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.4. Verenigbaarheid met de financiële programmering en de financiële vooruitzichten

Voorstel verenigbaar met de bestaande financiële programmering.

2.5. Financiële gevolgen voor de ontvangsten:

Geen enkele financiële implicatie (betreft technische aspecten in verband met de tenuitvoerlegging van een maatregel)

3. BEGROTINGSKENMERKEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4. RECHTSGRONDSLAG

Artikel 95 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap

5. BESCHRIJVING EN MOTIVERING

5.1. Doel van het communautaire optreden [6]

[6] Zie het afzonderlijke oriënterend document voor meer informatie.

5.1.1. Doelstellingen

De Gemeenschap is partij bij Overeenkomst ETS 123 van de Raad van Europa voor de bescherming van gewervelde dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt. Het instrument voor de uitvoering van de overeenkomst is Richtlijn 86/609/EEG. Bijlage A van de overeenkomst bevat richtsnoeren voor de huisvesting en verzorging van laboratoriumdieren. Bijlage A van de overeenkomst is omgezet in bijlage 2 van de richtlijn.

De bijlagen bij de overeenkomst zijn van technische aard. Zij berusten op wetenschappelijke kennis omtrent de fysiologische en ethologische behoeften van de dieren en omtrent de invloed van de omgeving op hun welzijn. De bijlagen moeten periodiek worden aangepast aan de meest recente wetenschappelijke en technische ontwikkelingen en resultaten bij het onderzoek op de bestreken gebieden. Aangezien de Gemeenschap moet zorgen voor een volledige en tijdige uitvoering van de overeenkomst en het protocol, moeten ook de bijlagen bij de richtlijn periodiek worden aangepast.

Om de wijzigingen van de bijlagen te vereenvoudigen, heeft de Raad van Europa een "wijzigingsprotocol" bij de overeenkomst ter ondertekening en bekrachtiging geopend. Bijgevolg moet ook Richtlijn 86/609/EEG voorzien in een vereenvoudigde procedure inzake de aanpassing van de bijlagen ervan aan de technische vooruitgang. Deze vereenvoudigde procedure kan een procedure van het regelgevend comité zijn. Zonder procedure van het regelgevend comité bestaat het risico dat er een situatie ontstaat waarin de uitvoeringswetgeving van de Gemeenschap (de bijlagen bij de richtlijn) niet in overeenstemming is met de bijlagen bij de overeenkomst. De Gemeenschap zou dan niet aan haar internationale verplichtingen op dit gebied voldoen.

De bestaande regelgevende comités zijn niet bevoegd inzake de bescherming van dieren die voor experimenten worden gebruikt. Daarom dient een regelgevend comité te worden opgericht, dat wel de vereiste bevoegdheid bezit.

5.1.2. Naar aanleiding van de ex ante evaluatie genomen maatregelen

niet van toepassing

5.2. Voorgenomen acties en wijze van financiering uit de begroting

Organisatie van één vergadering per jaar om de bijlagen aan te passen aan de meest recente vooruitgang van wetenschap en techniek.

5.3. Tenuitvoerlegging

Tenuitvoerlegging overeenkomstig artikel 5 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden.

6. FINANCIËLE GEVOLGEN

6.1. Totale financiële gevolgen voor deel B - (voor de gehele programmeringsperiode)

niet van toepassing

6.2. Berekening van de kosten per overwogen maatregel in deel B (voor de gehele programmeringsperiode)

niet van toepassing

7. GEVOLGEN VOOR HET PERSONEELSBESTAND EN DE ADMINISTRATIEVE UITGAVEN

7.1. Gevolgen voor de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7.2. Algemene financiële gevolgen in verband met de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven gedurende twaalf maanden.

7.3. Andere huishoudelijke uitgaven die uit de actie voortvloeien

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven gedurende twaalf maanden.

1 De aard van het comité en de groep waar het deel van uitmaakt, vermelden.

I. Jaartotaal (7,2 + 7,3)

II. Duur van de actie

III. Totale kosten van de actie (I x II) // EUR 26.700

open

EUR 26.700

8. TOEZICHT EN EVALUATIE

8.1. Follow-upsysteem

niet van toepassing

8.2. Procedure en periodiciteit van de voorgeschreven evaluatie

niet van toepassing

9. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN

niet van toepassing

Top