Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52001DC0295

Mededeling van de Commissie aan de Raad en aan het Europees Parlement - Actieprogramma voor de horizontale integratie van het gendergelijkheidsaspect ("mainstraming of gender equality") in de ontwikkelingssamenwerking van de Gemeenschap

/* COM/2001/0295 def. */

52001DC0295

Mededeling van de Commissie aan de Raad en aan het Europees Parlement - Actieprogramma voor de horizontale integratie van het gendergelijkheidsaspect ("mainstraming of gender equality") in de ontwikkelingssamenwerking van de Gemeenschap /* COM/2001/0295 def. */


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN AAN HET EUROPEES PARLEMENT - Actieprogramma voor de horizontale integratie van het gendergelijkheidsaspect ("mainstraming of gender equality") in de ontwikkelingssamenwerking van de Gemeenschap

TOELICHTING

De gelijkheid tussen vrouwen en mannen is van vitaal belang voor de ontwikkeling in het algemeen en door het verband tussen de genderproblematiek en armoede is de horizontale integratie van het genderaspect in de ontwikkelingssamenwerking relevanter dan ooit. "Gendermainstreaming" is een oplopende aanpak op lange termijn van de integratie van gendervraagstukken in beleid en planning. De drie hoofdredenen voor de horizontale integratie van de genderproblematiek in de communautaire ontwikkelingssamenwerking zijn:

- Een onevenredig groot aantal arme mensen in de wereld bestaat uit vrouwen, die soms niet alleen geen toegang hebben tot belangrijke economische en sociale hulpbronnen, maar aan wie ook hun mensenrechten als individu worden ontzegd;

- Investeringen in een verbetering van de positie van de vrouw (door middel van onderwijs, betere gezondheidszorg en veiligstelling van hun rechten op land en arbeid) leiden tot meer productiviteit en minder kinder- en vrouwensterfte, voedselgebrek en armoede;

- De Europese Unie heeft zich er reeds lang geleden toe verbonden om de gelijkheid tussen vrouwen en mannen te bevorderen en een actieve rol gespeeld op internationale conferenties waar gepleit werd voor de rechten van de vrouw, met name op de vierde Wereldconferentie over vrouwen te Beijing in 1995. Thans is de tijd gekomen om voorrang te geven aan positieve acties en genderaspecten horizontaal in alle onderdelen van de ontwikkelingssamenwerking op te nemen.

De Europese Gemeenschap heeft een aantal beleidslijnen, richtsnoeren en verklaringen, waarin uitdrukkelijk wordt aangedrongen op de horizontale integratie van het genderaspect in de ontwikkelingssamenwerking. Hieraan wordt verder kracht bijgezet in het kader van het recente ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap (26 april 2000 COM (2000) 212 definitief), en in de parnerschapsovereenkomsten van de EU met ontwikkelingslanden.

In dit Actieprogramma wordt op deze resultaten voortgebouwd met voorstellen voor concrete acties in de toekomst. Het stelt voor het genderaspect rond drie hoofdlijnen te integreren:

I. Analyse en integratie van het genderaspect binnen de in het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap aangegeven voorrangsgebieden.

1. steun voor macro-economische beleidsmaatregelen en armoedebestrijdingsstrate-gieën en programma's voor sociale ontwikkeling op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs;

2. veiligstelling van de voedselvoorziening en duurzame plattelandsontwikkeling;

3. vervoer;

4. opbouw van institutionele capaciteit, een goed bestuur ("good governance") en de rechtsstaat;

5. handel en ontwikkeling, en

6. regionale integratie en samenwerking.

Het genderaspect loopt dwars door al deze zes beleidsterreinen heen.

De voor de horizontale integratie van het genderaspect in deze terreinen voorgestelde methoden zijn onder meer: een herziening van de bestaande beleidslijnen en richtsnoeren van de Commissie, een meer intensieve hantering van genderbewuste indicatoren en naar sekse opgesplitste gegevens bij de analyse, uitvoering en evaluatie van activiteiten en ontwikkeling van middelen voor terzake doende kwaliteitsverzekering en steun.

II. Kracht bijzetten aan de integratie van het genderaspect in projecten en programma's op regionaal en landelijk niveau. De voornaamste verantwoordelijkheid voor de bevordering van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen berust bij de nationale regeringen, en de Commissie zal een uiterst belangrijke rol moeten spelen bij de ondersteuning van de prioriteiten en initiatieven van de regeringen van de partnerlanden en van de civiele samenleving, in een poging om het gendersaspect horizontaal te ingegeren. Er worden voorstellen gedaan om het genderaspect in de huidige beleidsdialogen van de EG met de regeringen en de civiele samenleving op te nemen, en de lidstaten en de partnerlanden worden ertoe aangemoedigd partnerschappen op te bouwen om de uitwisseling van informatie en de bundeling van hulpmiddelen met andere internationale partners en organisaties te vergemakkelijken. Er wordt met klem op gewezen, hoe belangrijk het is om in alle stadia van de programmering en het projectcyclusbeheer na te gaan welke genderproblemen zich daarbij voordoen.

III. De opbouw van gendercapaciteit - een oplopend proces - zal een ondersteuning vormen voor de capaciteit van de Commissie om de genderproblematiek daadwerkelijk overal in te integreren. Ter vergemakkelijking van dit proces, wordt een aantal methoden aangegeven, zoals het verstrekken van "genderbewuste" opleiding aan al het personeel op de hoofdzetel en bij de delegaties.

Het Actieprogramma moet in vijf jaar worden uitgevoerd (2001-2006).Via een evaluatie halverwege en aan het slot worden de resultaten van de uitvoering van het actieprogramma op alle niveaus van de voorgestelde activiteiten beoordeeld.

Uit een grotere inzet van de EG, de ontwikkelingslanden, de lidstaten en andere donors zal blijken dat meer gelijkheid tussen vrouwen en mannen via een stelselmatige, samenhangende aanpak van de horizontale genderintegratie, te bereiken is.

INHOUDSOPGAVE

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN AAN HET EUROPEES PARLEMENT

Actieprogramma voor de horizontale integratie van het gendergelijkheidsaspect ("mainstraming of gender equality") in de ontwikkelingssamenwerking van de Gemeenschap

TOELICHTING

1. Inleiding

2. Genderaspecten in de ontwikkelingslanden

3. De behoefte aan een daadwerkelijke horizontale integratie van het genderaspect in de ontwikkelingssamenwerking van de EG

4. De specifieke rol van de Europese Gemeenschap bij de horizontale integratie van het genderaspect

4.1. Mondiaal en regionaal beleidskader

4.2. Beleidsmaatregelen, andere maatregelen en activiteiten van de EG

4.2.1. .Horizontale integratie van het genderaspect in de ontwikkelingssamenwerking van de EG

5. Terreinen en acties voor verandering in oplopende mate

5.1. Kader en doelstellingen

5.1.1. Analyse en integratie van het genderaspect in de zes voorrangsterreinen van de communautaire ontwikkelingssamenwerking

5.1.2. Horizontale integratie van het genderaspect in op landelijk of regionaal niveau opgezette projecten of programma's

5.1.3. Voortbouwen op de interne gendercapaciteit van de EG, instrumenten en methoden

6. Uitvoering

7. Concluderende opmerkingen

BIJLAGE I Gendermainstreaming: concept en definities

BIJLAGE II Genderaspecten in de ontwikkelingslanden

BIJLAGE III Voorbeelden van de beste genderpraktijken en -ervaringen bij de ontwikkelingssamenwerking van de EG

BIJLAGE IV Documenten, verordeningen en instrumenten inzake de genderproblematiek van de EG

BIJLAGE V Lijst van letterwoorden

BIJLAGE VI Indicatief tijdschema -Jaar

1. Inleiding

Met het Europese ontwikkelingsbeleid wordt hoofdzakelijk beoogd [1] om duurzame ontwikkeling te bevorderen, ter bestrijding van de armoede in de ontwikkelingslanden. De horizontale integratie van het genderaspect is een essentieel onderdeel daarvan. Bij de acties op dit gebied wordt gestreefd naar de stelselmatige integratie van de posities, prioriteiten en behoeften van vrouwen en mannen in alle beleids- en andere maatregelen, terwijl er ook rekening wordt gehouden met het effect dat deze maatregelen op de positie van beide geslachten hebben.

[1] COM (2000) 212 definitief van 26.4.2000.

Het feitenmateriaal over de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen in de ontwikkelingslanden geeft nog altijd aanleiding tot grote bezorgdheid. Ondanks de verschillende maatregelen die er op mondiaal, regionaal en nationaal niveau zijn getroffen, moet het genderevenwicht dat in de ontwikkelingslanden nog steeds is verstoord, dringend worden hersteld. De gelijkheid tussen vrouwen en mannen dient daadwerkelijker en efficiënter te worden bevorderd.

Ook al heeft de Europese Gemeenschap (EG) een zekere vooruitgang geboekt bij de uitwerking en naleving van beleidsbeginselen voor de bestrijding van de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen in de ontwikkelingssamenwerking, dienen de beste praktijken en de getrokken lering in meer specifieke, krachtdadige acties te worden omgezet om meer succes te verzekeren. Evenals veel andere donors, ziet de EG zich gesteld voor het probleem van het zogenaamde "verloren gaan van het genderbeleid" [2], waarbij goede beleidsvoornemens niet in de praktijk worden uitgevoerd. Klaarblijkelijk moet de EG voorrang geven aan positieve acties en genderaspecten in alle onderdelen van de ontwikkelingssamenwerking opnemen.

[2] Ontwikkeling in de praktijk, deel 7, nr. 2, 1997.

In deze mededeling worden drie zéér belangrijke actieterreinen aangegeven, om te verzekeren dat genderaspecten horizontaal in alle ontwikkelingssamenwerkingsinitiatieven van de EG worden geïntegreerd. Ook wordt hierin een beknopt overzicht gegeven van de redenen voor een meer doeltreffende, efficiënte "gendermainstreaming", terwijl er tevens aandacht wordt geschonken aan de tot dusver door de Gemeenschap getroffen maatregelen en de zeer specifieke steunmaatregelen die vereist zijn om binnen de komende vijf jaar (2001-2006) drie algemene doelstellingen te bereiken.

2. Genderaspecten in de ontwikkelingslanden

Uiteraard houden genderaspecten en armoede met elkaar verband, maar dat verband is uiterst complex. Volgens het Rapport over menselijke ontwikkeling van 1995 bestaat naar schatting 70% van de 1,5 miljard mensen die in armoedige omstandigheden leven, uit vrouwen. Dit onevenredig hoge percentage vrouwen binnen de groep armen in de wereld heeft ongelijke toegang tot politieke meningsuiting en ontwikkelingshulpmiddelen.

Er zijn bewijzen dat er in alle landen een verband bestaat tussen genderongelijkheid en het algemene armoedepeil. Landen waar de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen groot is, zoals Sierra Leone, Niger, Burkina Faso of Mali, staan ook het laagst op de lijst van menselijke armoede. Landen waar veel gelijkheid tussen vrouwen en mannen bestaat, zoals bijvoorbeeld in Costa Rica, Singapore, Trinidad en Tobago, hebben betrekkelijk weinig van armoede te lijden.

Ontwikkelingslanden met bewuste beleidsmaatregelen en -praktijken vertonen betere resultaten op gebieden als gezondheidszorg, alfabetisering, economische productie en consensuele besluitvormingsprocessen. Op dit gebied bestaan nog veel mogelijkheden, waarvan nog geen gebruik is gemaakt. Een UNICEF-studie van 1998 is toegespitst op tien "goed presterende" ontwikkelingslanden, die bijzonder hoge alfabetiserings- en schoolbezoekspercentages vertonen. Zo hebben bijvoorbeeld Sri Lanka en de staat Kerala, in India, indrukwekkende schoolbezoeksniveaus, hetgeen opvallend is daar Zuid-Azië laag scoort op het gebied van onderwijs, in het bijzonder voor vrouwen. Een belangrijk aspect van deze "goed presterende landen" is de vrij grote mate van zelfstandigheid die daar aan vrouwen wordt gegeven en de hoge mate van gelijkheid tussen vrouwen en mannen. [3]

[3] Education for all: Policy Lessons from High-Achieving Countries, S. Mehrotra, UNICEF Working Paper EPP EVL-98-05, UNICEF, 1998.

In Kenia werd het bewijs geleverd dat, daar waar vrouwen hetzelfde onderwijs en gelijke toegang tot landbouwproductiemiddelen kregen als mannen, hun oogsten met wel 22% stegen. De Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara, die meisjes geen toegang tot onderwijs gaven, zagen hun economische groei tijdens de afgelopen 30 jaar ieder jaar met 0,7% teruglopen.

Ook de positieve verhouding tussen de opleiding van vrouwen, hun inkomenspeil en hun activiteiten in verband met het ter wereld brengen en opvoeden van kinderen, is duidelijk bewezen. In landen waar vrouwen meer toegang hebben tot onderwijs en een grote mate van financiële zelfstandigheid genieten, profiteren de kinderen van een beter voedingspeil en een betere lichamelijke ontwikkeling. Een beperkte zelfstandigheid van vrouwen in het huishouden daarentegen, leidt tot hoge percentages zuigelingen- en kindersterfte. De cijfers in bijlage II vestigen de aandacht op sommige bijkomende aspecten van de genderdimensie in de ontwikkelingslanden.

In sommige Europese landen met een hogere levensstandaard en meer investeringen in sociale ontwikkeling, mogen mensen die de gelijkheid tussen de vrouwen en mannen willen bevorderen zich richten op andere ingewikkelde punten van bezorgdheid (politieke vertegenwoordiging, institutionele mainstreaming en de naleving van quota). In de ontwikkelingslanden is de aandacht, wegens het extreem hoge armoedepeil, echter gevestigd gebleven op de meest dringende problemen, zoals het geven van gelijke toegang tot en controle op essentiële hulpmiddelen en rechten. Het is dringend nodig om de aandacht weer op de genderproblematiek in de ontwikkelingslanden te vestigen en sommige van de ernstigste wanverhoudingen te herstellen.

3. De behoefte aan een daadwerkelijke horizontale integratie van het genderaspect in de ontwikkelingssamenwerking van de EG

In het verleden vertoonden de ontwikkelingsprogramma's de neiging om zich uitsluitend op vrouwen toe te spitsen, en hadden zij weinig succes bij de verbetering van de positie van de vrouwen in de maatschappij, van hun levensstandaard of van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen. De verschuiving van het internationale discours van "vrouwen in ontwikkeling" (women in development = WID naar "gender en ontwikkeling" (gender and development = GAD) is van vitaal belang geweest voor de manier waarop de ontwikkelingsmaatregelen worden gepland, uitgevoerd en bewaakt (zie deel 4.1.).

Thans wordt erkend dat de positie van vrouwen en mannen naar sekse opgesplitst moet worden geanalyseerd, en dat zowel vrouwen als mannen op gelijke voet bij het stellen van doeleinden en het uitwerken van strategieën en plannen moeten worden betrokken, zodat ontwikkelingsdoelstellingen genderbewust worden. Op die manier wordt er rekening gehouden met de prioriteiten en behoeften van beide geslachten en worden de daarmee samenhangende problemen aangepakt. Dit maakt een meer doeltreffende, langdurige en duurzame, rechtvaardige ontwikkelingssamenwerking mogelijk, met een gunstig effect op de mate waarin de armoedebestrijdingsdoelstellingen worden bereikt.

Het stelselmatig opnemen van het begrip "gender" in alle aspecten van een instelling of entiteit is een proces op lange termijn, dat telkens herhaald moet worden. Uiteraard bestaat er niet één enkele blauwdruk voor de aanpak van de "gendermainstreaming", die op alle situaties van toepassing is. Iedere aanpak moet op een bepaalde situatie worden toegesneden, om te passen bij de context waarin de mainstreaming moet plaatsvinden. Dit proces voltrekt zich over een langer periode, in oplopende mate.

Voor de horiontale integratie van het genderascpect in de ontwikkelingssamenwerking worden hoofdzakelijk 2 methoden gehanteerd, met een onderling versterkende wisselwerking:

1. Ondersteuning van speciale projecten of programma's, die er op gericht zijn de positie van de vrouw rechtstreeks te verbeteren (op het gebied van onderwijs, inkomensvorming, politieke macht, wettelijke rechten, enz.). Deze methode blijft nuttig om de bestaande wanverhoudingen recht te trekken en aan te tonen over welk potentieel vrouwen beschikken, en daardoor discriminerende praktijken en stereotiepe opvattingen corrigeren.

2. De integratie van genderaspecten in de beleidsmaatregelen en -strategieën van de ontwikkelingssamenwerking via onderhandelingen met de partners in alle fases van het project of de programmacyclus: voorbereiding, uitvoering, bewaking en evaluatie.

In dit actieprogramma wordt met de tweede aanpak gewerkt, waarbij de verschillende acties en instrumenten om tot een volledige integratie van het genderaspect in de ontwikkelingssamenwerking van de EG te komen, nader worden aangegeven.

4. De specifieke rol van de Europese Gemeenschap bij de horizontale integratie van het genderaspect

De Europese Unie is één van de belangrijkste spelers op het toneel van de internationale samenwerking en ontwikkelingshulp. In totaal verstrekken de Europese Gemeenschap (EG) en de lidstaten ongeveer 55% van de totale internationale officiële ontwikkelingshulp (Official Development Assistance = ODA) en meer dan twee derde van de hulp in de vorm van giften.

Het aandeel van de Europese hulp dat door de Commissie en de Europese Investeringsbank (EIB) wordt beheerd, is allengs gestegen van 7% dertig jaar geleden tot 17% in 2000. De Europese Gemeenschap draagt de politieke en financiële verantwoordelijkheid voor meer dan 10% van de totale ODA overal ter wereld, terwijl dat in 1985 nog maar 5% bedroeg. Ook is zij de grootste donor van humanitaire hulp. [4]

[4] COM (2000) 212 definitief van 26.4.2000.

Bij hun taak om via ontwikkelingsmaatregelen tot meer gelijkheid tussen vrouwen en mannen bij te dragen worden de Europese Commissie en de lidstaten geleid door concrete verbintenissen en resoluties op mondiaal, regionaal en nationaal niveau. Deze worden in het hiernavolgende geschetst.

Toch zijn de resultaten van het in de praktijk brengen van beleidsmaatregelen tot nu toe nog niet volledig "gemeten", noch door de Commissie, noch door de lidstaten. De instrumenten voor de ontwikkeling van statistieken en andere gegevens in verband met de daadwerkelijke besteding van de communautaire ontwikkelingshulp voor gender en ontwikkeling, zullen onder dit Actieprogramma verder worden uitgewerkt. De arbeid in verband met input-, output- en prestatie-indicatoren wordt in de daartoe geëigende fora - zoals het DAC (Ontwikkelingshulpcomité) van de OESO - voortgezet.

4.1. Mondiaal en regionaal beleidskader

Op de hiernavolgende internationale bijeenkomsten werd overeenstemming bereikt over belangrijke doelstellingen om tot meer gelijkheid tussen vrouwen en mannen te komen: de Internationale conferentie over bevolking en ontwikkeling (ICPD) te Cairo, in 1994, de Wereldtopconferentie voor sociale ontwikkeling (WSSD) te Kopenhagen, in 1995, en de vierde Wereldconferentie over vrouwen (FWCW) te Beijing, in 1995.

De conferentie in Beijing was in zoverre doorslaggevend, dat daarbij het accent van "vrouwen in ontwikkeling" naar "gender en ontwikkeling" werd verlegd. Op grond van de in het Actieprogramma en de Verklaring van Beijing neergelegde beginselen wil men de vrouwenproblematiek niet meer afzonderlijk aanpakken, maar op een meer complexe manier, die er in bestaat dat, wil men de grondoorzaken van deongelijkheid tussen vrouwen en mannen bestrijden, zowel mannen als vrouwen bij dat proces moeten worden betrokken. Deze beginselen werden andermaal bevestigd in de eindresultaten van de bijzondere zitting van de Algemene Vergadering van de VN over vrouwen (Beijing +5 Review), in juni 2000.

In 1996 gaf het Ontwikkelingshulpcomité van de OESO een aantal gekwantificeerde doelstellingen voor de uitroeiing van de armoede aan, waaronder een vermindering van de grote verschillen tussen vrouwen en mannen. [5] Een van de internationale ontwikkelingsdoelstellingen is om het gendergelijkheidsaspect overal in op te nemen, om vrouwen meer macht en invloed te geven en de verschillen tussen jongens en meisjes bij het lager en middelbaar onderwijs tegen 2005 te hebben weggewerkt.

[5] Shaping the 21st Century: The contribution of Development Cooperation, May 1996.

4.2. Beleidsmaatregelen, andere maatregelen en activiteiten van de EG

In het Verdrag van Amsterdam (1998, artikel 3, lid 2) wordt de gelijkheid tussen vrouwen en mannen uitdrukkelijk als één van de doelstellingen van de Europese Unie genoemd, terwijl ook wordt aangegeven dat positieve actie een rechtmatig instrument is om dat doel te bereiken.

In het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie [6] wordt het beginsel van gelijkheid tussen vrouwen en mannen op alle gebieden aangegeven, evenals een aantal bepalingen ter bevordering van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen.

[6] Afgekondigd door de voorzitters van de Raad, het Parlement en de Commissie aan het begin van de vergadering van de Europese Raad te Nice, op 7 december 2000, PB C 364 van 18.12.2000, blz. 1.

Met betrekking tot ontwikkelingssamenwerking heeft de Europese Gemeenschap overeenstemming bereikt over een breed beleidskader, dat in de hiernavolgende sleuteldocumenten wordt aangegeven: mededeling aan de Raad en het Europees Parlement inzake het integreren van de genderproblematiek in de ontwikkelingssamenwerking, 18 september 1995 - COM (95) 423 def.; Resolutie van de Raad van 20 december 1995 over de integratie van de genderproblematiek in de ontwikkelingssamenwerking; en Verordening nr. 2836/98 van de Raad van 22 december 1998 betreffende de integratie van de genderproblematiek in de ontwikkelingssamenwerking. In het kader van deze laatste verordening is de Commissie de verbintenis aangegaan om regelmatig een evaluatie te maken van de financiële transacties in verband met gendergelijkheidskwesties in de ontwikkelingssamenwerking.

De Communautaire raamstrategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen (2001-2005) [7] biedt een kader voor actie, waarbinnen alle communautaire activiteiten ertoe bijdragen om het doel van de opheffing van ongelijke behandeling en de bevordering van gelijkheid tussen vrouwen en mannen te bereiken. Alle diensten van de Commissie moeten hun beleidsmaatregelen daaraan aanpassen ("gendermainstreaming") en/of concrete acties uitvoeren, die op vrouwen gericht zijn (specifieke acties). Met het oog daarop, heeft de uit verschillende diensten bestaande groep voor gendergelijkheid, die door het DG Werkgelegenheid en sociale zaken wordt geleid, versterking gekregen. Op grond van deze communautaire raamstrategie worden er jaarlijkse werkprogramma's uitgestippeld door de verschillende diensten. De verstrekte informatie zal voor bewakingsdoeleinden worden gebruikt en in het door de communautaire raamstrategie vereiste jaarverslag worden opgenomen.

[7] COM (2000) 335 definitief van juni 2000.

4.2.1. Horizontale integratie van het genderaspect in de ontwikkelingssamenwerking van de EG

"Gendermainstreaming" is thans een grondbeginsel van het ontwikkelingsbeleid van de EG, volgens hetwelk genderaspecten als intersectorale dwarsverbindingen zijn te beschouwen en in de planning van alle ontwikkelingsinitiatieven moeten worden opgenomen [8]. In de belangrijkste verordeningen en overeenkomsten voor ontwikkelingssamenwerking (de MEDA-verordening 2000, de ALA-verordening 1992, de ACS-EU partnersschapsovereenkomst, Cotonou 2000) is het aspect "gendermainstreaming" opgenomen. In artikel 31 van de Overeenkomst van Cotonou wordt uitdrukkelijk gepleit voor positieve acties en de integratie van gendervraagstukken, en een genderbewuste benadering "op alle niveaus van de ontwikkelingssamenwerking, inclusief macro-economische beleidslijnen, strategieën en maatregelen". Bij de ontwikkelingssamenwerking heeft reeds enige "sectorale mainstreaming" plaatsgehad. Zo omvatten bijvoorbeeld, op het terrein van onderwijs, de doelstellingen voor het komende jaar dat er gestreefd wordt naar evenwicht bij burgerschapseducatie en naar opheffing van de van oudsher bij het onderwijs bestaande genderdiscriminatie.

[8] COM (2000) 212 definitief van 26.4.2000.

Bij zijn huidige acties voor 2001 zal het Bureau van de Europese Commissie voor humanitaire hulp (ECHO) zich blijven richten op actievoering en bewustmaking in relatie tot met gender verband houdende schendingen van de mensenrechten bij gewapende conflicten, en zal het de verlening van doelgerichte humanitaire hulp om aan de speciale behoeften van vrouwen tegemoet te komen, blijven steunen. Het initiatief "Armoede en milieubescherming", dat in 1998 in samenwerking met het UNDP werd gelanceerd, omvat gender als intersectoraal thema, op grond van de redenering dat de veiligstelling van landrechten en landeigendomstitels voor vrouwen onvermijdelijk van gunstige invloed zal zijn op de bescherming van het milieu. In bijlage III zijn nog meer voorbeelden aangegeven van de beste genderpraktijken bij de ontwikkelingssamenwerking van de EG.

Tot dusver heeft de EG waardevolle institutionele resultaten geboekt met "gendermainstreaming" in de ontwikkelingssamenwerking. Eén daarvan is een goed opgezette strategie voor de tenuitvoerlegging daarvan. Een ander is een goed begin met de integratie van gendervraagstukken in algemeen overkoepelende beleidsmaatregelen en procedures, zoals projectcyclusbeheer en opleiding - zowel in modellanden en -sectoren als in projecten en programma's. Op landelijk niveau hebben de beambten van de technische bijstand en de ondersteuningsteams naar bewustmaking gestreefd door acties te voeren en onderzoek in te stellen, na te gaan wat de beste insteek voor "gendermainstreaming" zou kunnen zijn en door opleidingsprogramma's in genderbewustmaking en capaciteitsopbouw te bieden. Door deze bijstand kregen de partnerlanden advies over de manier om genderbehoeften te beoordelen en strategieën uit te werken om de gendermainstreamingsagenda's van de verschillende landen uit te voeren.

De groep van genderdeskundigen uit de lidstaten van de EU werkt met het specifieke doel om het communautaire ontwikkelingsbeleid in relatie tot gendervraagstukken te bespreken. Deze groep bestaat uit ambtenaren van de Commissie en vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, en komt ieder jaar bijeen. Eén van de terreinen waarop deze groep haar werkzaamheden toespitst houdt verband met de ontwikkeling en de hantering van prestatie-indicatoren.

In het verleden heeft de Gemeenschap de middelen van het EOF en de begroting (nationale indicatieve programma's, regionale indicatieve programma's, speciale begrotingslijnen) voor "vrouwenspecifieke" projecten of voor programma's in ontwikkelingslanden gebruikt. Zo heeft de Commissie bijvoorbeeld, naar aanleiding van de Internationale conferentie over bevolking en ontwikkeling in 1994, meer dan 780 miljoen euro vastgelegd voor acties in overeenstemming met het Actieprogramma van Caïro. Momenteel richt de Gemeenschap zich op zes terreinen van reproductieve gezondheidszorg, één waarvan betrekking heeft op met gender verband houdend geweld en seksueel misbruik [9].

[9] De andere terreinen dekken het volgende: toegang tot gezinsplanningsdiensten, hulp bij zwangerschap en bevalling, gezondheidszorg voor jonge mensen op het gebied van seksuele betrekkingen en voortplanting, ter beperking van het effect van HIV/aids en seksueel overdraagbare ziekten, en de opbouw van partnerschappen met de civiele samenleving.

Qua "gendermainstreaming" beschikt de Commissie slechts over een speciaal instrument met een uitgesproken katalysatorfunctie. De speciale begrotingslijn B7-6220 "Integratie van de genderproblematiek in de ontwikkelingssamenwerking" is aangewend om technische bijstand te verlenen voor een betere opneming van gendervraagstukken in het communautaire ontwikkelingsbeleid. Sinds 1998 is een bedrag van 10,2 miljoen euro van deze begrotingslijn uitgegeven. Voor 2001 bedraagt het budget 2,02 miljoen euro. De verordening - de rechtsgrondslag voor deze begrotingslijn - verstrijkt eind 2003. In 2002 zal er een algemene evaluatie van de financiële steunmaatregelen op het gebied van gendergelijkheid op gang worden gebracht, om een eventueel voorstel voor een nieuwe verordening voor deze speciale begrotingslijn mogelijk te maken.

De Commissiediensten moeten moeite blijven doen om een goed beleid daadwerkelijk in de praktijk te brengen. Dit Actieprogramma is een stap vooruit in dezen.

5. Terreinen en acties voor verandering in oplopende mate

5.1. Kader en doelstellingen

Om de "gendermainstreaming" ten volle in de ontwikkelingssamenwerking van de EG te institutionaliseren, moeten de volgende drie doelstellingen worden nagestreefd:

1. Analyse en integratie van het genderaspect in de zes voorrangsterreinen van de communautaire ontwikkelingssamenwerking;

2. Horiontale integratie van het genderaspect in projecten of programma's die op landelijk of regionaal niveau worden opgezet;

3. Opbouw van de interne gendercapaciteit van de EG.

Met de hier aangegeven, zeer specifieke doelstellingen, wordt voortgebouwd op brede beleidskaders, waarbij grondbeginselen worden uiteengezet en algemeen aanvaard (zie deel 4). In het bijzonder de doelstellingen in verband met de opbouw van interne capaciteit zou veeleer als een middel of een methode kunnen worden gezien, dan als een afzonderlijke doelstelling. De ervaring leert echter dat geen van de brede beleidselementen volledig in een goede praktijk kan worden omgezet, zonder dat de interne capaciteit wordt versterkt. Derhalve besluit de Commissie zich op duidelijke doelstellingen voor haar eigen institutionele capaciteitsopbouw toe te spitsen.

5.1.1. Analyse en integratie van het genderaspect in de zes voorrangsterreinen van de communautaire ontwikkelingssamenwerking

In het ontwikkelingsbeleid van de Europese Gemeenschap [10] worden zes voorrangsterreinen aangegeven, waarop de communautaire ontwikkelingssamenwerking wordt geconcentreerd. Die verschillende terreinen worden in het hiernavolgende toegelicht. In de volgorde komt de voorrang tot uiting die in termen van "gendermainstreaming" (scherpstelling, effect en timing) aan de verschillende terreinen wordt gegeven in verband met dit Actieprogramma. Aangezien "gendermainstreaming" verder gevorderd is op terreinen als sociale ontwikkeling, veiligstelling van de voedselvoorziening en plattelandsontwikkeling, zal men zich op deze terreinen blijven concentreren om niets aan stootkracht in te boeten. Daar de vervoerssector dikwijls wordt voorgesteld als een sector waaraan voorrang moet worden gegeven bij de programmering per land, dient ook dit terrein verder te worden verkend. Op elk gebied wordt een algemeen perspcectief voor "gendermainstreaming" aangegeven. Dit zal worden gevolgd door vijf specifieke acties, die voor alle zes gebieden moeten worden ondernomen.

[10] COM (2000) 212 definitief van 26.4.2000.

1. Ondersteuning van macro-economische beleidsmaatregelen, armoedebestrijdingsstrategieën en programma's in de sociale sector op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs: Er bestaat een nauwe samenhang tussen economische groei en investeringen in armoedebestrijdingsstrategieën. Dit doet onvermijdelijk genderproblemen rijzen, daar de meeste arme vrouwen dikwijls in een dubbele ongunstige positie verkeren: ten eerste op grond van hun geslacht en ten tweede wegens hun achtergestelde sociale status. Het is een bekend feit dat vrouwen op korte termijn te lijden hebben gehad van de structurele aanpassingsbeleidsmaatregelen (structural adjustment policies = SAP's) in de jaren 1980, waarbij de nationale begrotingen voor sociaal welzijn, gezondheidszorg en onderwijs werden ingekrompen ("Engendering adjustment for the 1990s" [11]). In de toekomst zou met de genderanalyses moeten worden beoordeeld of macro-economische beleidsmaatregelen (waaronder ook begrotingsprioriteiten van de regering en fiscale regelingen) de armoede kunnen bestrijden en de levensstandaard kunnen veiligstellen, en/danwel of er steun is voor eerstelijns gezondheidszorg, onderwijs, openbare gezondheidszorg, bevordering van de volksgezondheid, zuiver water en brandstof; al deze zaken zijn namelijk rechtstreeks van invloed op de reproductieve arbeid van vrouwen en bijgevolg op hun vermogen om geld te verdienen en hun rol in de maatschappij ten volle te spelen.

[11] " Report of the Commonwealth Expert Group on women and Structural Adjustment", 1991

Op het gebied van onderwijs bestaat veel ongelijkheid tussen de seksen en zijn meisjes vaak in het nadeel qua aantal inschrijvingen op de lagere school, schoolbezoek en, wanneer zij van school af komen, werkgelegenheid. In het algemeen zijn vrouwen onvoldoende vertegenwoordigd bij de besluitvormingsstructuren van ministeries en onderwijsinstellingen. Culturele factoren (waardoor jongens meer onderwijskansen krijgen dan meisjes), ongeschikte voorzieningen en slecht leermateriaal remmen hun vooruitgang nog verder af. Als reactie daarop kan de ontwikkelingssamenwerking een uiterst belangrijke rol spelen door de positie van de vrouw te bevorderen, betere voorzieningen en leermateriaal te verstrekken en analytische en statistische instrumenten uit te werken, om de positie van meisjes te beoordelen. Bij haar onderwijs- en ontwikkelingsbeleid legt de EG sterk de nadruk op de bevordering van lagere schoolonderwijs, in het bijzonder voor meisjes.

In de sector gezondheidszorg wordt het, naast de behoefte aan versterking van de algemeen overkoepelende volksgezondheidsstelsels, als uiterst dringend en van vitaal belang beschouwd om zich speciaal te richten op de reproductieve gezondheidszorg en de belangrijkste overdraagbare ziekten, zoals HIV/aids, malaria en tuberculose. Het is een erkend feit dat vooral HIV/aids niet alleen maar een gezondheidsprobleem is, maar ook effect heeft op andere terreinen. Wanneer HIV veel voorkomt op het platteland, dan is dat van invloed op het steeds grotere aantal huishoudingen, waar een vrouw aan het hoofd staat en de voornaamste inkomensverdiener is. Gaat hun gezondheid achteruit of overlijden zij als gevolg daarvan, dan worden daardoor de overlevingsstrategieën van de rest van de huishouding onherroepelijk in gevaar gebracht.

2. Veiligstelling van de voedselvoorziening en duurzame plattelandsontwikkeling: Ondanks dat vrouwen een overheersende rol spelen bij de landbouwproductie, hebben zij nog steeds geen gelijke toegang tot en controle op productiemiddelen en gewaarborgde landeigendomsrechten. Voor hun voedselproductie moeten zij dikwijls genoegen nemen met kleinere, marginale en minder vruchtbare stukjes bouwland, waardoor de oogsten lager en de landbouwtechnieken slecht zijn. Bovendien beperkt het feit dat er geen bindende landeigendomsrechten zijn hun mogelijkheden om in hun levensonderhoud te voorzien en krijgen zij geen toegang tot belangrijke landbouwdiensten en landbouwproductiemiddelen die nodig zijn voor een verbetering van de voedselproductie, zowel voor eigen gebruik als voor commerciële doeleinden. Bij haar ontwikkelingssamenwerkingsbeleid heeft de Commissie uitdrukkelijk gepleit voor een multidisciplinaire aanpak op dit gebied, waarvan gender een fundamenteel onderdeel is.

3. Vervoer: Ook al lijken vervoersbeleidsmaatregelen genderneutraal, dan leiden zij toch dikwijls tot een herhaling van de in een bepaalde maatschappij bestaande ongelijkheid tussen vrouwen en mannen, bijvoorbeeld door geen rekening te houden met de verschillende mate van mobiliteit waarover elk van beide geslachten beschikt. Als daaraan geen aandacht wordt geschonken, dan worden de vrouwen in hun bewegingsvrijheid belemmerd en hebben zij slechts beperkt toegang tot sociale diensten.

4. Opbouw van institutionele capaciteit, een goed bestuur ("good governance") en de rechtsstaat: Bij besluitvormingsprocessen worden vrouwen dikwijls op een zijspoor gezet op politiek, economisch, nationaal en lokaal niveau. Dit leidt tot beleidsmaatregelen die geen oog hebben voor het genderaspect en vrouwen beletten om actief mee te spelen, terwijl daardoor ook de ongelijke machtverhoudingen in de samenleving als geheel daardoor nog meer worden versterkt. Een belangrijke stap voor de ontwikkelingslanden is de goedkeuring en/of hervorming en daadkrachtige toepassing van een veelomvattend wettelijk kader, dat de gelijkheid tussen vrouwen en mannen bevestigt en voorrang geeft aan gelijke rechten en beginselen om niet te discrimineren tussen vrouwen en mannen. De opneming van het begrip "gendergelijkheid" in een wettelijk kader is een essentiële stap voor de totstandbrenging of bestendiging van een stand van zaken, waarbij beginselen als gelijke rechten, democratie en een goed bestuur worden vastgelegd en hooggehouden.

Het geven van meer macht en zelfstandigheid aan vrouwen en de verbetering van de politieke status van de vrouw is van wezenlijk belang voor het bereiken van een goed bestuur en de rechtsstaat voor vrouwen en mannen. Vrouwen zijn zeer onvoldoende vertegenwoordigd op de meeste regeringsniveaus en hebben weinig vorderingen gemaakt met het bereiken van politieke macht bij wetgevingsinstanties. Deze onvoldoende vertegenwoordiging van vrouwen dient te worden aangepakt bij de opbouw van democratie en de verbetering van de institutionale capaciteit in de ontwikkelingslanden.

5. Handel en ontwikkeling: In het vooruitzicht van de sociale gevolgen van de mondialisering is genderanalyse van vitaal belang om na te gaan met welke regelingen handel en investeringen de gelijkheid tussen vrouwen en mannen kunnen verzekeren. Vrouwen hebben niet evenveel van de handelsuitbreiding geprofiteerd als mannen, hetgeen grotendeels een uiting is van de maatschappij- en gezinsstructuur in de verschillende landen. De EG is voornemens handelsbeleidshervormingen in de ontwikkelingslanden te steunen, die strategieën omvatten om ervoor te zorgen dat handels- en investeringsbeleid in economisch, sociaal en milieuopzicht duurzaam is. Ter voorbereiding van de komende WTO-ronde te Qatar in november 2001, zal de EG pogen om internationale dialoog en aansporingsmaatregelen inzake handel en sociale ontwikkeling te bevorderen, om tot meer onderling begrip te komen en voor een positieve interactie te zorgen. Zo zal er bijvoorbeeld in de context van de Partnerschapsovereenkomst ACS-EU, bij de komende handelsbesprekingen rekening worden gehouden met het sociaal- economische effect - waaronder ook genderaspecten - van handelsmaatregelen op ACS-landen.

6. Regionale integratie en samenwerking: Regionale integratie en samenwerking dragen tot de integratie van de ontwikkelingslanden in de wereldeconomie bij en spelen een doorslaggevende rol bij de bestendiging van vrede en de preventie van conflicten. Alleen hierdoor kunnen de betrokken landen op grensoverschrijdende uitdagingen ingaan, vooral op het gebied van milieubescherming en de gebruikmaking en het beheer van natuurlijke hulpbronnen - dit is dus rechtstreeks van invloed op de levensstandaard van mannen en vrouwen die in grensgebieden wonen. Dat acties op deze terreinen een gunstig effect hebben wordt bewezen door de opbouw van instellingen en capaciteit en door de voorkoming en oplossing van conflicten. De genderproblematiek loopt dwars door al deze terreinen heen en is dus intersectoraal.

Voor alle zes voorangsgebieden zal de Commissie haar steunmaatregelen in de door de specifieke behoeften, beste praktijken en getrokken lering vereiste prioriteitsrangorde uitvoeren, en daarnaast de volgende acties ondernemen:

* herziening en analysering van de beleidsrichtsnoeren naar gelang van de positie waarin vrouwen en mannen in elk van de communautaire voorrangsgebieden verkeren;

* meer gebruikmaking van genderbewuste outputindicatoren voor sectorale beleidsmaatregelen en strategieën, die ook zullen worden gehanteerd voor de afbakening, uitstippeling, uitvoering en bewaking van specifieke ontwikkelingssamenwerkings-projecten of -programma's in deze sector;

* verdere versterking van de capaciteit bij de delegaties om bij hun sectorale beleidsdialoog met de regering en de civiele samenleving de gender- en vrouwenproblematiek steeds meer op de voorgrond te plaatsen;

* kracht bijzetten aan de methoden voor doelgerichte kwaliteitsverzekering van genderbewuste sectorale beleidsmaatregelen. De uit ambtenaren van verschillende diensten bestaande kwaliteitsondersteuningsgroep, die alle nationale strategiedocumenten moet bespreken alvorens deze worden goedgekeurd, zal het genderaspect stelselmatig beoordelen.

5.1.2. Horizontale integratie van het genderaspect in op landelijk of regionaal niveau opgezette projecten of programma's

De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het stellen van prioriteiten en de toepassing van onderling overeengekomen genderbeleidsmaatregelen berust bij de ontwikkelingslanden. De EG wil zich ervoor inzetten om haar partnerlanden, de regeringen, de civiele samenleving en de particuliere sector bij de versnelde tenuitvoerlegging van onderling overeengekomen ontwikkelingsbeleidsmaatregelen te helpen. Bovendien wil de EG zich ervoor inzetten om gendergelijkheidsdoelstellingen horizontaal in de beleidsmaatregelen, programma's en projecten voor de ontwikkelingssamenwerking van de EG te integreren. Om kracht bij te zetten aan deze processen, zijn er specifieke acties uitgestippeld.

Op landelijk en regionaal niveau:

* De bestaande en toekomstige programmeringsrichtsnoeren voor de ontwikkelingssamenwerking worden "genderbewust" gemaakt;

* De "genderbewuste" programmeringsrichtsnoeren worden aan de delegaties en de partnerlanden doorgegeven, om hen ertoe aan te moedigen in de voorbereidings- en beoordelingsfase van de armoedebestrijdingsdocumenten, de nationale strategiedocumenten en de jaarlijkse voortgangsverslagen rekening te houden met het aspect "gendermainstreaming";

* De capaciteit van het personeel van de Commissie bij de delegaties wordt versterkt. Dit personeel zal als katalysator fungeren door de horiontale integratie van het genderaspect op nationaal of regionaal niveau te steunen en bij de voorbereiding en de toepassing van nationale strategieën tegen de specifiek plaatselijke achtergrond te helpen;

* De capaciteit van de nationale genderdeskundigen die binnen diverse nationale ministeries aan de genderdesks verbonden zijn, wordt versterkt en in verband gebracht met de interne capaciteitsopbouwactiviteiten voor ambtenaren van de Commissie (zie 5.1.3.);

* De technische bijstand in de landen zelf wordt op de volgende manier versterkt: beter participatief en op acties gebaseerd onderzoek en ontwikkeling van kennis, ondersteuning van de voorlichting en ontwikkeling van vaardigheden. Naar verwachting zullen consultants en onderzoekers een waardevolle inbreng hebben bij de beleidsdialoog en de uitvoering van de maatregelen;

* De Commissie zal zaken als samenwerking op het terrein zelf en coördinatie voor het bereiken van gendergelijkheidsdoelstellingen ten zeerste bij andere donors - zoals de lidstaten, VN-suborganisaties, de Wereldbank, USAID en andere - bepleiten. Met het oog daarop zullen "genderdonorcoördinatiegroepen in de betrokken landen zelf" een actieve rol spelen. Wanneer een dergelijke regeling niet bestaat, zal er naar oprichting van een coördinatielichaam worden gestreefd.

Project- en programmeringsniveau:

* Een in het actieprogramma van Beijing aangegeven, elementaire methodologische vereiste is dat er bij alle ontwikkelingsmaatregelen op project- en programmaniveau een analyse van de postitie van vrouwen en mannen wordt gemaakt (aan de projecten voorafgaande grondlijnstudies). Dit vergemakkelijkt de beoordeling van het potentiële effect van steunmaatregelen op vrouwen en mannen, en van de meest doeltreffende middelen om ervoor te zorgen dat zowel vrouwen als mannen invloed kunnen uitoefenen en aan het ontwikkelingsproces kunnen deelnemen en daarvan profiteren;

* Voor de analyse van problemen, de omschrijving van doelgroepen en begunstigden, het stellen van doeleinden, de uitwerking van indicatoren en de bewaking zal de Commissie de gehele projectcyclus door kracht bijzetten aan het genderaspect;

* De Commissie zal de herziene evaluatierichtsnoeren, waarbij alle projecten en programma's vanuit genderoogpunt moeten worden bewaakt en geëvalueerd, stelselmatig verspreiden en hanteren. Met het oog daarop dienen de evaluatieteams voorzover mogelijk personeel met ervaring of bevoegdheid op het gebied van de genderproblematiek te omvatten;

* Voorts zal de Commissie voor specifieke projecten en programma's "genderbewuste" indicatoren en naar sekse opgesplitste gegevens uitwerken voor plannings-, uitvoerings-, bewakings-, evaluatie- en followupdoeleinden. Daarmee wordt beoogd om indicatoren te vinden voor de vaststelling van de mate waarin het genderaspect in de diverse beheerstaken (analyses, projectuitwerking, beoordeling, selectie van deskundigen, bewaking, evaluatie, enz.) is opgenomen, en om te voorkomen dat er wordt gewerkt met indicatoren die aleen maar "woorden tellen" (vrouwen, gender) in documenten. Met behulp van naar sekse opgesplitste gegevens kan de aandacht worden gevestigd op genderverschillen en kunnen deze worden geanalyseerd, teneinde meer vernieuwende oplossingen en/of strategieën uit te werken om de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen te verminderen.

5.1.3. Voortbouwen op de interne gendercapaciteit van de EG, instrumenten en methoden

Ondanks een beperkt personeelsbestand, is er in de loop der jaren een aantal gendermainstreamingsinstrumenten uitgewerkt of is men daarmee bezig. Voorbeelden daarvan zijn onder meer een blauwdruk voor een "Gender Source Publication", opleidingsmateriaal dat op allerlei situaties is afgestemd, en programmeringsrichtsnoeren voor het 9e EOF. Waar zulks van toepassing was, zijn deze laatste geharmoniseerd met de OESO/DAC richtsnoeren inzake gendergelijkheid bij de ontwikkelingssamenwerking. De herziening, ontwikkeling, aanpassing en aanscherping van deze instrumenten dient ononderbroken te worden voortgezet. Veel van deze instrumenten zijn echter nog niet geheel en al afgewerkt en andere moeten nog worden verfijnd.

* Er zal een "Gender Source Publication" (GSP) worden opgesteld, die als voorlichtings- en referentiemateriaal voor het gehele personeel moet dienen en zowel de beste praktijken als relevante theorieën voor het streven naar gelijkheid tussen vrouwen en mannen, en desbetreffende beleidsrichtsnoeren moet behelzen. Deze publicatie zal regelmatig worden bijgewerkt. De herziene versie van de handleiding voor het projectcyclusbeheer (Project Cycle Management = PCM) en de opleidingscursus zijn bedoeld als leidraad voor de opneming van de beste genderpraktijken in de normale arbeidsprocedures. Er zullen genderbewuste, standaardreferentietermen worden gehanteerd voor de voorafgaande uitvoerbaarheidsstudies en evaluaties.

* De Intranetsite over gender en ontwikkeling wordt bijgewerkt en in stand gehouden. Deze site zal zowel de "Gender Source Publication", als de links met Commissiedocumenten over gender omvatten;

* Op de hoofdzetel en bij de delegaties zal opleiding worden gegeven in "genderbewustzijn". Daarmee wordt beoogd het personeel inzicht te geven in de genderproblematiek en daardoor de kwaliteit van de ontwikkelingsmaatregelen in zoverre te verbeteren, dat daarmee aan de verschillende behoeften en belangen van vrouwen en mannen in de partnerlanden wordt voldaan. Deze opleiding maakt een zekere samenhang tussen het taalgebruik van de verschillende mainstreamingsinitiatieven en van de verschillende GAD-consultants mogelijk. Het opleidingsmateriaal wordt op de specifieke context afgestemd;

* Zowel op de hoofdzetel als bij de delegaties wordt de genderexpertise van het EG-personeel op de daartoe geëigende niveaus versterkt;

* In de betrokken landen en regio's en bij de hoofdzetel zal de op aanvraag te verlenen technische bijstand met genderexpertise worden versterkt. Een pool van gekwalificeerde externe consultants zal op verzoek steun verlenen en de dialoog aanknopen met sectorale en geografische desks, regionale beambten en delegaties;

* Door het partnerschap met de lidstaten, suborganisaties van de VN, de civiele samenleving en andere betrokken instanties kan de uitwisseling van informatie worden versterkt, in het bijzonder over goede praktijken en methoden.

6. Uitvoering

Dit Actieprogramma legt de Commissie de verantwoordelijkheid op om ervoor te zorgen dat de nodige kwaliteiten - bewustzijn, inzet en capaciteit - worden aangekweekt. Als belangrijkste resultaat hiervan valt te verwachten dat tegen 2006 al het personeel van de Commissie dat bij de ontwikkelingssamenwerking betrokken is, over de vakbekwaamheid zal beschikken om - in dialoog met de ontwikkelingslanden - de gelijkheid tussen vrouwen en mannen te bevorderen.

Het uitbrengen van verslag over de uitvoering van dit Actieprogramma zal een wezenlijk onderdeel zijn van het jaarlijkse verslag van de Commissie aan de Raad en aan het Eurpees Parlement over de tenuitvoerlegging van het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap [12]. Dit Actieprogramma zal van nabij worden gecontroleerd, overeenkomstig het in Bijlage VI aangegeven werkplan, en halverwege en aan het slot worden geëvalueerd. Bij die evaluaties worden de efficiency, de doeltreffendheid, het effect en de relevantie van de gendermainstreamingsmaatregelen onder de loep genomen, terwijl er ook aanbevelingen voor een verbetering van de acties zullen worden gedaan.

[12] Conclusie van de Raad van 10 november 2000, Het ontwikkelingsbeleid van de Europese Gemeenschap, art. 43.

Aangezien de speciale begrotingslijn voor gender de belangrijkste katalysator is voor gendermainstreaming, zal deze evenals in het verleden voor extra technische bijstand op aanvraag worden gebruikt. Om te verzekeren dat er aanzienlijke resultaten worden bereikt met de ontwikkeling van methoden, toegepast onderzoek, specifieke studies, opleiding en bewustmaking, blijven de onder de speciale genderbegrotingslijn beschikbare bedragen ook voor 2001 en 2002 gehandhaafd.

Er zullen operationele en vernieuwende partnerschappen met de lidstaten en andere donors nodig zijn, om voor dit doel extra technische middelen en expertise aan te trekken.

7. Concluderende opmerkingen

Wil men de internationale ontwikkelingsdoelstellingen voor de armoedebestrijding bereiken, dan zal dat in hoge mate afhangen van de horizontale integratie van het gendergelijkheidsaspect in de ontwikkelingssamenwerking. In deze mededeling wordt de aandacht gevestigd op de voordelen en mogelijkheden die gendermainstreaming de ontwikkelingssamenwerking van de EG te bieden heeft, en hoe dit proces het ontwikkelingssamenwerkingsstreven vooruit kan brengen.

Hiermee wordt beoogd het streven van de partnerlanden en de EG te steunen om gendergelijkheids- en mainstreamingsprocessen op landelijk niveau te bevorderen, de genderproblematiek in ontwikkelingsbeleidsmaatregelen op te nemen en de Commissies eigen capaciteit op dit gebied te vergroten. De mededeling onderstreept dat de verantwoordelijkheid voor de bevordering van gelijkheid tussen vrouwen en mannen uiteindelijk bij de nationale regeringen berust.

Het werkplan van dit Actieprogramma in Bijlage VI is bedoeld als doeltreffende leidraad voor de bewaking van het ontwikkelingssamenwerkingsstreven van de EG om de gelijkheid tussen vrouwen en mannen in haar partnerlanden te bevorderen. Hiermee zal steun worden verleend voor de prioriteiten en initiatieven van nationale partners, regeringen, NGO's en andere groeperingen uit de civiele samenleving. Daarnaast maakt dit een samenhangende aanpak van de EG's eigen maatregelen om de gendermainstreaming te institutionaliseren en die van haar partnerlanden mogelijk.

Als de EG, de ontwikkelingslanden, de lidstaten en andere donors zich hiervoor echt inzetten, dan zal daaruit blijken dat er meer gelijkheid tussen vrouwen en mannen kan worden bereikt via een stelselmatige, samenhangende aanpak van het mainstreamingsproces.

BIJLAGE I Gendermainstreaming: concept en definities

GENDER

Dit is een concept dat verwijst naar de sociale verschillen - en niet naar de biologische - tussen vrouwen en mannen die - zoals de ervaring heeft uitgewezen - in de loop der tijden veranderen en sterk variëren binnen en tussen de culturen.

GENDERANALYSE

De bestudering van de verschillen in de omstandigheden, behoeften, mate van participatie, toegang tot hulpbronnen en ontwikkeling, beheersing van bedrijfsmiddelen, besluitvormingsmacht enz., tussen vrouwen en mannen in het vaste sekserollenpatroon waarvan zij deel uitmaken.

NAAR GENDER OPGESPLITSTE GEGEVENS

De verzameling en opsplitsing van gegevens en statistische informatie naar sekse, om een vergelijkende analyse/genderanalyse mogelijk te maken.

BEOORDELING VAN HET GENDEREFFECT

Beleidsvoorstellen onder de loep nemen om te zien of zij van verschillende invloed zijn op vrouwen en mannen, om deze voorstellen zodanig te kunnen aanpassen dat daarmee wordt verzekerd dat discrimerende effecten worden geneutraliseerd en dat gendergelijkheid wordt bevorderd.

GENDERMAINSTREAMING

De stelselmatige integratie van de respectieve posities, prioriteiten en behoeften van vrouwen en mannen in alle beleidsmaatregelen, om de gelijkheid tussen vrouwen en mannen te bevorderen en zowel van alle algemene beleidsmaatregelen, als van de maatregelen die specifiek op het bereiken van het gelijkheidsdoel zijn gericht gebruik te maken, door in het planningsstadium actief en openlijk rekening te houden met het effect daarvan op de respectieve positie van vrouwen en mannen bij de tenuitvoerlegging en bewaking van die maatregelen. [13]

[13] COM (1996) 67 def. van 21.2.1996.

GENDERPLANNING

Een actieve aanpak van de planning, waarbij gender als voornaamste variabele factor of criterium wordt gehanteerd en ernaar wordt gestreefd om een uitgesproken genderaspect in beleidsmaatregelen of acties op te nemen.

BIJLAGE II Genderaspecten in de ontwikkelingslanden

Politieke vertegenwoordiging:

* In 1999 werd slechts 12,7% van de parlementszetels in de wereld en slechts 8,7% van die in de minst ontwikkelde landen door vrouwen bekleed.

Productieve sectoren:

* Vrouwen zijn goed voor 53% van alle economische bedrijvigheid in de ontwikkelingslanden, maar slechts ongeveer 1/3 van hun werk wordt momenteel in de nationale rekeningen gemeten en erkend, tegenover 3/4 van het werk van mannen

* In Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied bestaat 7-11% van de cliënten van de officiële kredietinstellingen uit vrouwen. In veel Afrikaanse landen krijgen vrouwen, ondanks dat zij meer dan 60% van de arbeidskrachten uitmaken en voor wel 80% tot de totale voedselproductie bijdragen, minder dan 10% van het krediet aan kleine boeren en slechts 1% van het totale landbouwkrediet

Volksgezondheid/aids/Bevolking:

* Sinds 1992 is de proportie van met HIV besmette vrouwen in vergelijking met die van mannen verdubbeld - tot bijna 50% - en in de armste landen is het aantal jonge vrouwen dat aan aids lijdt sterk gestegen, vooral in de leeftijdsgroep van 14-20 jaar

* 130 miljoen vrouwen hebben de een of andere vorm van genitale verminking ondergaan, en dit aantal stijgt met 2 miljoen per jaar

Onderwijs:

* Wereldwijd bezien, gaat 24% van de meisjes van lagere schoolleeftijd nog steeds niet naar school, tegenover 16% van de jongens

* In de minstontwikkelde landen kan 61% van de mannen lezen en schrijven, maar slechts 41% van de vrouwen

* Ondanks het gebrek aan politieke stabiliteit in Sri Lanka, was netto 97% van de meisjes op een lagere school ingeschreven, tegenover 70% voor de gehele regio. Ook kon slechts 7% van de jonge meisjes in dit land niet lezen en schrijven, tegenover 42% voor geheel Zuid-Azië

Milieubescherming:

* De steeds verdergaande verwoestijning en achteruitgang van het milieu betekenen meer werk voor de vrouwen, die dikwijls verantwoordelijk zijn voor de teelt van voedingsgewassen voor eigen gebruik en het halen van brandstof en water

Geweld tegen vrouwen:

* Over het geheel genomen heeft een op de drie vrouwen te maken gehad met geweld bij een intieme relatie.

BIJLAGE III Voorbeelden van de beste genderpraktijken en -ervaringen bij de ontwikkelingssamenwerking van de EG [14]

[14] Meer documentatiemateriaal over het bij de EG-samenwerking met de verschillende landen verrichte werk is te vinden in "A Review of Mainstreaming Gender at Country Level, Volume I, Main Report, Royal Tropical Institute (Koninklijk Instituut voor de Tropen = KIT), maart 1999.

Opbouw van een onderling versterkende wisselwerking met de lidstaten

In Zuid-Afrika is de donorcoördinatie tussen de lidstaten van de EU onderling doeltreffend genoeg geweest om het genderaspect beter in de ontwikkelingssamenwerking van de EU op te nemen. Op gang gebracht door de Zweedse internationale ontwikkelingsorganisatie ("Swedish International Development Agency"), heeft er regelmatig coördinatie plaatsgehad in verband met gendervraagstukken. De EG-delegatie heeft een actieve rol gespeeld door donorcoördinatievergaderingen te beleggen en aan een door donors op gang gebrachte genderstudie deel te nemen op verschillende terreinen van de ontwikkelingssamenwerking in Zuid-Afrika.

Milieubescherming

In de bosbouwector op de Salomonseilanden heeft genderonderzoek, dat in overleg met plaatselijke ambtenaren werd verricht, de aandacht gevestigd op de moeite die vrouwen hebben omgezaagd timmerhout op hun hoofd te laden. De onmiddellijke reactie van de specialisten in deze sector en het projectpersoneel was om die taak dan maar aan mannen toe te vertrouwen. Uit de besprekingen bleek echter dat bosbouwarbeid de belangrijkste bron van inkomsten voor vrouwen was. Als gevolg daarvan heeft de EG-delegatie overwogen om betere technieken in te voeren, die door vrouwen konden worden gebruikt: een trek- en takelinstallatie, waardoor deze taak bij de vrouwen zou blijven berusten.

Onderwijs

Afzonderlijke overlegvergaderingen met mannelijke en vrouwelijke studenten op de universiteit voor technologie te Lae (UNITECH) in Papoea New Guinea hebben zeer verschillende behoeften aan het licht gebracht, hetgeen gevolgen heeft voor de door de EU gefinancierde plannen voor de infrastructuurontwikkeling ter plaatse. De mannelijke studenten verklaarden behoefte te hebben aan algemene voorzieningen: gymnastiek- en computeruitrusting. De vrouwelijke studenten hadden hoofdzakelijk behoefte aan alleen voor vrouwen bestemde voorzieningen, gezien de veel voorkomende gevallen van geweld tegen en verkrachting van vrouwen. Daarom vroegen zij om veilige omheiningen rond de slaapzalen en de verschaffing van de belangrijkste voorzieningen - zoals computers - binnen die omheiningen, om 's avonds te kunnen werken. Ook de rol van de vrouwen bij de voortplanting leidde tot verschillende behoeften. Beiden geslachten vroegen om voorzieningen voor echtparen, maar vooral de vrouwen verklaarden met klem behoefte te hebben aan ruimtes voor moeders en kinderen.

Volksgezondheid/aids/Bevolking

De begrotingslijn van de EG voor HIV/aids is een van de weinige begrotingslijnen met integratie van de genderproblematiek als vereiste voor EG-financiering. Indien er niet aan deze vereiste wordt voldaan, wordt het projectvoorstel niet voor financiering goedgekeurd. Er wordt ook financiering toegekend voor specifiek op vrouwen gerichte projecten, zoals bijvoorbeeld de bestrijding van de genitale verminking van vrouwen.

Institutionalisering en integratie van de genderproblematiek in de plattelandsontwikkeling

In Guinee Conakry heeft de EG het GIGED (Gender and Development Inter-projects group) - netwerk opgericht, dat een permanent team van twee tot drie nationale consultants (GIGED-desk) en een wisselend aantal contactpersonen omvat, die in het kader van de ACS-EU-Overeenkomst op verschillende niveaus en in verschillende sectoren (programma's en projecten, nationaal ordonnateur en delegatie) werkzaam zijn. Met het GIGED-project werd beoogd om de genderproblematiek in de ontwikkelingssamenwerking met het gesteunde ACS-land te integreren, overeenkomstig de resolutie van de Raad, de Overeenkomst van Lomé en het nationale beleid. Na een eerste experimenteel jaar werd het GIGED 2-project op gang gebracht. Dit werd gefinancierd krachtens het NIP (Nationaal Indicatief Programma) en stond onder toezicht van een nationale NGO om de instanties die bij de samenwerking EU-Guinee waren betrokken (de nationaal ordonnateur, de delegatie, de programma's en het project) te helpen bij de opneming van het genderaspect in hun activiteiten. Het GIGED-netwerk is alleen bedoeld bij wijze van overgang en wordt geleidelijk opgeheven, wanneer de vereiste capactiteit geheel en al is opgebouwd en zichzelf in stand kan houden. Gezien het succes in Guinee-Conakry, wordt dit experiment in Mali en in Madagascar nagebootst.

BIJLAGE IV Documenten, verordeningen en instrumenten inzake de genderproblematiek van de EG

Lijst van bestaande EG-documenten inzake gender

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement inzake het integreren van de genderproblematiek in de ontwikkelingssamenwerking, 18 september 1995 - COM (95) 423 def.

Resolutie van de Raad van 20 december 1995 inzake het integreren van de genderproblematiek in de ontwikkelingssamenwerking.

Voortgangsrapport van de Europese Commissie 1997 inzake de integratie van de genderproblematiek in de ontwikkelingssamenwerking.

Verordening (EG) nr. 2836/98 van de Raad van 22 december 1998 betreffende integratie van de genderproblematiek in de ontwikkelingssamenwerking.

Het ontwikkelingsbeleid van de Europese Gemeenschap, 26 april 2000- COM (2000) 212. definitief

De EU-ACS-Overeenkomst van Cotonou, 2000.

Gemeenschappelijke verklaring van de Raad en de Commissie van 10 november 2000 over het ontwikkelingsbeleid van de Europese Gemeenschap.

Mededeling aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's betreffende het programma in verband met de communautaire raamstrategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen, COM (2000) 335 definitief.

Instrumenten voor de gendermainstreaming binnen de Commissie

Ontwerp-blauwdruk voor de "Gender Source Publication".

Een wijziging van de Handleiding voor het projectcyclusbeheer en een standaardmodel voor de indiening van financiële voorstellen: opneming van het genderaspect ("Engendered" PCM Manual).

Bladen met projectgegevens.

De intranetsite bij de Commissie over gender en ontwikkeling.

Op allerlei situaties afgestemd opleidingsmateriaal.

Programmeringsrichtsnoeren voor het 9e EOF (Europees Ontwikkelingsfonds).

Landenprofielen in relatie tot gender.

Formulier voor de beoordeling van het gendereffect en richtsnoeren.

De algemene opdrachten of taakomschrijvingen voor evaluaties en uitvoerbaarheidsstudies.

BIJLAGE V Lijst van letterwoorden

ACS // Landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan

AIDCO // Samenwerkingsbureau EuropeAid

AIDS // Acquired Immune Deficiency Syndrome

ALA // Programma voor de ontwikkelingssamenwerking met de landen in Azië en Latijns-Amerika

DAC // Development Assistance Committee (Comité voor ontwikkelingshulp)

DFID // United Kingdom Department for International Development (Departement voor internationale ontwikkeling van het Verenigd Koninkrijk)

DG // Directoraat Generaal

DNE/GND // Detached National Expert/Gedetacheerd nationaal deskundige

EG // Europese Gemeenschap

ECHO // Bureau voor humanitaire hulp van de Europese Gemeenschap

EOF // Europees ontwikkelingsfonds

EU // Europese Unie

FAO // Voedsel en landbouworganisatie van de Verenigde Naties

VWCW // Vierde wereldconferentie over vrouwen, Beijing 1995.

GAD/GNO // Gender and Development/Gender en ontwikkeling

GIGED // Gender and Development Inter-projects Group Network (netwerk van contactgroepen tussen de projecten inzake gender en ontwikkeling)

GSP // Gender Source Publication

HAP // Health, AIDS and Population (gezondheidszorg, aids en bevolking)

HIV // Human Immune Deficiency Virus

ICPD // Internationale conferentie over bevolking en ontwikkeling, Caïro 1994.

IDS // Institute of Development Studies, University of Sussex, UK (instituut voor ontwikkelingsstudies, universiteit van Sussex, VK)

MEDA // Programma voor de ontwikkelingssamenwerking met de mediterrane landen

NAO // National Authorising Officer (Nationaal ordonnateur)

NGO // Niet-gouvernementele organisatie

NIP // Nationaal indicatief programma

OESO // Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling

PCM // Project Cycle Management Manual (handleiding voor het projectcyclusbeheer)

RELEX // Directoraat-generaal buitenlandse betrekkingen

RIP // Regionaal indicatief programma

SPP // Strategische planning en programmering

STD // Sexually Transmitted Diseases (seksueel overdraagbare ziekten)

UNDP // Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties

UNESCO // United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation/Organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur

UNICEF // Kinderfonds van de Verenigde Naties

WID // Women in Development (vrouwen in ontwikkeling)

WSSD // World Summit for Social Development, (Wereldtop voor sociale ontwikkeling), Kopenhagen 1995

BIJLAGE VI Indicatief tijdschema -Jaar

Werkplan voor toekomstige mainstreaming: doelstellingen, acties, tijdschema en een aantal interne prestatie-indicatoren

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top