Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 51998PC0468

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de Richtlijnen 90/619/EEG van de Raad en 97/7/EG en 98/27/EG

/* COM/98/0468 def. - COD 98/0245 */

OJ C 385, 11.12.1998, p. 10 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

51998PC0468

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de Richtlijnen 90/619/EEG van de Raad en 97/7/EG en 98/27/EG /* COM/98/0468 def. - COD 98/0245 */

Publicatieblad Nr. C 385 van 11/12/1998 blz. 0010


Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de Richtlijnen 90/619/EEG van de Raad en 97/7/EG en 98/27/EG (98/C 385/10) (Voor de EER relevante tekst) COM(1998) 468 def. - 98/0245(COD)

(Door de Commissie ingediend op 19 november 1998)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrtag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 57, lid 2, artikel 66 en artikel 100 A,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,

Overeenkomstig de procedure van artikel 189 B van het Verdrag,

(1) Overwegende dat in het raam van de verwezenlijking van de doelstellingen van de interne markt maatregelen dienen te worden genomen om deze interne markt geleidelijk te versterken en dat deze maatregelen dienen bij te dragen tot de verwezenlijking van een hoog niveau van consumentenbescherming overeenkomstig artikel 129 A van het Verdrag;

(2) Overwegende dat de verkoop op afstand van financiële diensten voor de consumenten zowel als voor de leveranciers van financiële diensten een van de voornaamste tastbare resultaten van de voltooiing van interne markt zal zijn;

(3) Overwegende dat het in het raam van de interne markt van belang is dat de consumenten zonder discriminatie toegang hebben tot een zo breed mogelijke verscheidenheid van in de Gemeenschap beschikbare financiële diensten, zodat zij de dienst kunnen kiezen die het best in hun behoeften voorziet; dat om de keuzevrijheid - een essentieel recht voor de consument - te garanderen een zekere mate van consumentenbescherming nodig is teneinde het vertrouwen van de consument in de verkoop op afstand te versterken;

(4) Overwegende dat het voor de goede werking van de interne markt essentieel is dat de consumenten kunnen onderhandelen en overeenkomsten kunnen sluiten met een buiten hun land gevestigde leverancier, ongeacht of deze leverancier al dan niet een vestiging heeft in het land waar de consument woont;

(5) Overwegende dat de invoering van een wettelijke regeling voor de verkoop op afstand van financiële diensten mede dient bij te dragen tot de komst van de informatiemaatschappij en de ontwikkeling van elektronische handel;

(6) Overwegende dat Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten (1) de voornaamste bepalingen van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten inzake goederen en diensten tussen een leverancier en een consument bevat; dat deze richtlijn echter geen betrekking heeft op financiële diensten;

(7) Overwegende dat de Commissie in de door haar verrichte beoordeling, die erop gericht was te bepalen of specifieke maatregelen op dit gebied noodzakelijk zijn, alle belanghebbende partijen heeft uitgenodigd hun mening kenbaar te maken, met name in haar Groenboek "Financiële diensten: voldoen aan de verwachtingen van de consument" (2); dat uit het in dit verband gevoerde overleg de noodzaak is gebleken de consumentenbescherming op dit gebied te versterken; dat de Commissie derhalve besloten heeft een specifiek voorstel inzake de verkoop op afstand van financiële diensten te doen;

(8) Overwegende dat indien de lidstaten afwijkende of uiteenlopende regelingen zouden vaststellen om de consumenten bij de verkoop op afstand van financiële diensten te beschermen, dit een negatief effect zou hebben op de werking van de interne markt en op de concurrentie tussen ondernemingen in deze markt; dat het derhalve noodzakelijk is ter zake op communautair vlak gemeenschappelijke regels in te voeren;

(9) Overwegende dat gezien het hoge beschermingsniveau dat deze richtlijn de consumenten biedt, de lidstaten, teneinde het vrije verkeer van financiële diensten te waarborgen, geen andere bepalingen mogen vaststellen dan die welke in deze richtlijn voor de door haar geharmoniseerde gebieden zijn vastgesteld;

(10) Overwegende dat deze richtlijn alle financiële diensten bestrijkt die op afstand kunnen worden verleend; dat sommige financiële diensten evenwel onder specifieke communautaire wetgeving vallen; dat deze specifieke wetgeving op deze financiële diensten van toepassing blijft; dat dit met name het geval is voor de bepalingen inzake voorafgaande verstrekking van informatie aan de consument; dat het niettemin wenselijk is beginselen vast te stellen aangaande de verkoop op afstand van dergelijke diensten;

(11) Overwegende dat overeenkomstig het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel zoals vervat in artikel 3 B van het Verdrag de doelstellingen van deze richtlijn niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt; dat het noodzakelijk en tegelijk voldoende is te voorzien in maatregelen die de consument in staat stellen inlichtingen in te winnen en zich te beraden over de voorgestelde contractvoorwaarden, alsmede maatregelen die verzekeren dat deze rechten worden geeerbiedigd; dat tevens dient te worden voorzien in maatregelen die de consument beschermen tegen de ongevraagde verlening van financiële diensten en tegen bepaalde ongevraagde toepassingen van technieken voor communicatie op afstand; dat de consumenten pas volledig gebruik kunnen maken van de door deze richtlijn verleende rechten indien in een passende beslechting van geschillen is voorzien;

(12) Overwegende dat een overeenkomst op afstand wordt gekenmerkt door het gebruik van een of meer technieken voor communicatie op afstand; dat die verschillende technieken worden gebruikt in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder dat de leverancier en de consument gelijktijdig aanwezig zijn; dat de voortdurende ontwikkeling van deze technieken ertoe noopt beginselen vast te stellen die ook voor nog maar weinig gebruikte technieken gelden; dat derhalve overeenkomsten waarbij het aanbod, de onderhandeling en de sluiting op afstand gebeuren, overeenkomsten op afstand zijn;

(13) Overwegende dat eenzelfde overeenkomst bestaande uit opeenvolgende verrichtingen in de onderscheiden lidstaten uiteenlopende juridische kwalificaties kan krijgen; dat het echter van belang is dat de richtlijn in alle lidstaten op dezelfde wijze wordt toegepast; dat met het oog hierop ervan moet worden uitgegaan dat de onderhavige richtlijn van toepassing is op de eerste van een reeks opeenvolgende verrichtingen of de eerste van een reeks over een bepaalde tijdduur gespreide aparte verrichtingen die kunnen worden geacht een geheel te vormen, zulks ongeacht de vraag of die verrichting of reeksen verrichtingen in slechts één overeenkomst of in opeenvolgende aparte overeenkomsten is of zijn geregeld;

(14) Overwegende dat de richtlijn betrekking heeft op een door de financiële dienstverrichter georganiseerd dienstverleningsstelsel en daardoor de strikt occasionele verlening van diensten die plaatsvindt buiten een commerciële structuur die tot doel heeft overeenkomsten op afstand te sluiten, van haar toepassingsgebied uitsluit;

(15) Overwegende dat de leverancier de persoon is die de diensten op afstand verleent; dat deze richtlijn echter ook van toepassing dient te zijn indien bij een of meer fases van de verkoop een tussenpersoon betrokken is; dat, gelet op de aard en de mate van deze betrokkenheid, de desbetreffende bepalingen van deze richtlijn ook op een dergelijke tussenpersoon van toepassing dienen te zijn, ongeacht diens juridische status;

(16) Overwegende dat het gebruik van technieken voor communicatie op afstand niet tot een ongerechtvaardigde vermindering van de aan de consument verstrekte informatie mag leiden; dat deze richtlijn met het oog op doorzichtigheid minimumvereisten bevat om ervoor te zorgen dat de consument voldoende wordt ingelicht, zowel voorafgaand aan de sluiting van de overeenkomst als daarna; dat de consument vóór de sluiting van de overeenkomst de contractvoorwaarden moet ontvangen om het aanbod op zijn waarde te kunnen schatten en een beter geïnformeerde keuze te kunnen maken; dat, teneinde de consument bedenktijd te geven, deze contractsvoorwaarden veertien dagen lang niet eenzijdig mogen worden gewijzigd;

(17) Overwegende dat moet worden voorzien in een herroepingsrecht, zonder betaling van een boete en zonder verplichte opgave van redenen, enerzijds wanneer de consument een overeenkomst heeft gesloten zonder op dat ogenblik op de hoogte te zijn van de desbetreffende contractvoorwaarden en anderzijds wanneer hij op oneerlijke manier ertoe gebracht is de overeenkomst gedurende de hem krachtens deze richtlijn toegekende bedenktijd te sluiten;

(18) Overwegende dat het herroepingsrecht van de consumenten voor overeenkomsten betreffende hypothecair krediet, levensverzekeringen en individuele pernsioenregelingen dient te worden versterkt;

(19) Overwegende dat de consument tegen ongevraagde verkoop moet worden beschermd; dat de consument bij ongevraagde levering van elke verplichting moet worden vrijgesteld, waarbij het feit dat de consument niet reageert niet betekent dat hij met de levering instemt; dat deze regel echter geen afbreuk doet aan de stilzwijgende hernieuwing van tussen partijen op geldige wijze gesloten overeenkomsten;

(20) Overwegende dat de lidstaten passende maatregelen dienen te nemen om consumenten die niet via bepaalde communicatiemiddelen wensen te worden benaderd op doeltreffende wijze tegen dergelijke contacten te beschermen; dat deze richtlijn geen afbreuk doet aan de specifieke waarborgen die de consument geboden worden door de communautaire wetgeving op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer;

(21) Overwegende dat het voor de bescherming van de consument van belang is het vraagstuk van geschillen te behandelen; dat de lidstaten ter beslechting van eventuele geschillen tussen klanten en leveranciers in passende en doelmatige procedures voor klachten en verhaal dienen te voorzien, eventueel gebruik makend van bestaande procedures;

(22) Overwegende dat met betrekking tot de toegang van de consumenten tot de justitie, met name tot de rechterlijke instanties bij grensoverschrijdende geschillen, moet worden rekening gehouden met de Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europese Parlement "Naar meer doelmatigheid bij het verkrijgen en uitvoeren van rechterlijke beslissingen binnen de Europese Unie" (3);

(23) Overwegende dat het wenselijk is dat de lidstaten de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instanties die voor de buitengerechtelijke schikking van geschillen zijn opgericht aanmoedigen samen te werken teneinde grensoverschrijdende geschillen op te lossen; dat deze samenwerking met name zou kunnen beogen de consument in staat te stellen zich met klachten over in andere lidstaten gevestigde leveranciers te richten tot de buitengerechtelijke organen in de lidstaat waar hij woont;

(24) Overwegende dat de Gemeenschappen en de lidstaten in het kader van de GATS verbintenissen zijn aangegaan betreffende de mogelijkheid voor de consumenten om in het buitenland bank- en investeringsdiensten aan te kopen; dat de GATS (WTO-Overeenkomst over de verkoop van diensten) de lidstaten toestaat op bedrijfseconomische gronden maatregelen te nemen, onder andere ter bescherming van investeerders, depositohouders, polishouders of personen jegens wie een verrichter van financiële diensten een fiduciaire verplichting heeft; dat dergelijke maatregelen geen verdergaande beperkingen mogen opleggen dan die welke voor de bescherming van de consumenten noodzakelijk is;

(25) Overwegende dat Richtlijn 90/619/EEG van de Raad van 8 november 1990 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf, tot vaststelling van de bepalingen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het vrij verrichten van diensten en houdende wijziging van Richtlijn 79/267/EEG (4), gewijzigd bij Richtlijn 92/96/EG (5), dient te worden aangepast;

(26) Overwegende dat ten gevolge van de vaststelling van de onderhavige richtlijn het toepassingsgebied van Richtlijnen 97/7/EG en 98/27/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) moet worden aangepast,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Toepassingsgebied

1. Deze richtlijn heeft tot doel de wettelijke en bestuursrechtlijke bepalingen van de lidstaten inzake de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten nader tot elkaar te brengen.

2. Voor overeenkomsten betreffende financiële diensten die opeenvolgende verrichtingen omvatten dan wel een reeks van in de tijd gespreide aparte verrichtingen zijn de bepalingen van de onderhavige richtlijn slechts van toepassing op de eerste verrichting, zulks ongeacht de vraag of die verrichtingen krachtens de nationale wetgeving als onderdeel van slechts één overeenkomst dan wel van aparte overeenkomsten beschouwd worden.

Artikel 2

Difinities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

a) "overeenkomst op afstand": elke overeenkomst inzake financiële diensten tussen een leverancier en een consument die wordt gesloten in het kader van een door de leverancier georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand waarbij voor deze overeenkomst tot en met de sluiting ervan gebruik gemaakt wordt van een of meer technieken voor communicatie op afstand;

b) "financiële diensten": alle bancaire, verzekerings- en investeringsdiensten bedoeld in de Richtlijnen van de Raad 89/646/EEG (7), 93/22/EEG (8), 73/239/EEG (9) en 79/267/EEG (10); een indicatieve opsomming van deze diensten is vervat in de bijlage;

c) "leverancier": iedere natuurlijke of rechtspersoon die, in het raam van zijn beroeps- of bedrijfsactiviteit, optreedt als daadwerkelijke verlener van diensten die het voorwerp vormen van overeenkomsten in de zin van deze richtlijn dan wel als tussenpersoon bij de levering van deze diensten of de sluiting op afstand van een overeenkomst tussen de partijen;

d) "consument": iedere op het grondgebied van de Gemeenschap woonachtige natuurlijke persoon die bij overeenkomsten in de zin van deze richtlijn handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen;

e) "techniek voor communicatie op afstand": ieder middel dat, zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van leverancier en consument, kan worden gebruikt voor de verkoop op afstand van een dienst tussen deze partijen;

f) "duurzame drager": een hulpmiddel dat de consument in staat stelt informatie op te slaan zonder dat daarvoor enige handeling zijnerzijds vereist is en met name computerdiskettes, CD-ROM's en de harde schijf van de computer van de consument voor de opslag van elektronische boodschappen;

g) "exploitant of leverancier van een comunicatietechniek": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, publiekrechtelijk of privaatrechtelijk, wiens beroepsactiviteit erin bestaat een of meer technieken voor communicatie op afstand aan leveranciers ter beschikking te stellen.

HOOFDSTUK II RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN DE PARTIJEN

Artikel 3

Bedenktijd voor de sluiting van de overeenkomst

1. Voorafgaand aan de sluiting van een overeenkomst op afstand verstrekt de leverancier de consument schriftelijk of op een voor de consument toegankelijke en leesbare duurzame drager alle contractvoorwaarden. De leverancier mag deze contractvoorwaarden binnen een termijn van veertien dagen niet eenzijdig wijzigen.

De partijen kunnen onderling een langere termijn overeenkomen.

De consument kan de overeenkomst voor de afloop van de in de eerste alinea bedoelde of de overeengekomen termijn sluiten.

Stilzwijgen van de consument bij afloop van de bedenktijd mag niet als instemming worden geschouwd.

2. De in lid 1 bedoelde termijn gaat in op de dag waarop de consument de contractvoorwaarden schriftelijk of op een voor hem toegankelijke en leesbare duurzame drager ontvangt.

3. Zonder afbreuk te doen aan lid 1 wordt, voor overeenkomsten die betrekking hebben op financiële diensten als genoemd in de punten 5 en 7 van de bijlage en wanneer de leverancier de contractvoorwaarden vóór de sluiting van de overeenkomst aan de consument meedeelt, de prijs indien deze gebonden is aan schommelingen op de financiële markt waarop de leverancier geen vat heeft, met uitdrukkelijke instemming van de consument vastgesteld bij de sluiting van de overeenkomst.

4. Het bepaalde in de leden 1 en 2 doen geen afbreuk aan de regels van de lidstaten inzake de totstandkoming van overeenkomsten, met name de regels over de wijze waarop de partijen hun instemming met de overeenkomst kenbaar maken.

Artikel 4

Recht van herroeping na sluiting van de overeenkomst

1. Ingeval de overeenkomst op verzoek van de consument is gesloten voordat de leverancier hem de contractvoorwaarden heeft meegedeeld, verstrekt de leverancier de consument schriftelijk of op een voor de consument toegankelijke en leesbare duurzame drager de overeenkomst zodra deze is gesloten.

De consument beschikt over een herroepingsrecht van veertien dagen, zonder betaling van een boete en zonder opgave van redenen. Deze termijn bedraagt dertig dagen voor overeenkomsten betreffende hypothecair krediet, levensverzekeringen en individuele pensioenregelingen.

De herroepingstermijn gaat in op de dag waarop de consument de contractvoorwaarden ontvangt.

Het herroepingsrecht geldt niet voor overeenkomsten die betrekking hebben:

a) op financiële diensten als genoemd in de punten 5 en 7 van de bijlage waarvan de prijs gebonden is aan schommelingen op de financiële markt waarop de leverancier geen vat heeft;

b) op andere dan levensverzekeringen voor een duur van minder dan 1 maand.

2. Wanneer de consument er door de leverancier op oneerlijke manier toe is aangezet de overeenkomst gedurende de in artikel 3 bedoelde bedenktijd te sluiten, beschikt de consument over een herroepingsrecht van veertin dagen zonder kosten noch betaling van een boete, zulks zonder afbreuk te doen aan zijn recht op vergoeding voor eventuele schade die hij zou hebben geleden.

De mededeling door de leverancier aan de consument van objectieve informatie betreffende de prijs van de financiële dienst die afhankelijk is van schommelingen op de markt geldt niet als oneerlijk aanzetten in de zin van deze bepaling.

De herroepingstermijn gaat in op de datum waarop de overeenkomst wordt gesloten.

3. De consument oefent zijn herroepingsrecht uit door de herroeping schriftelijk of op een voor de leverancier toegankelijke en leesbare duurzame drager mee te delen.

4. De lidstaten bepalen in hun wetgeving dat, wanneer de prijs van financiële diensten geheel of gedeeltelijk gedekt is door een lening die verstrekt is door de leverancier of door een derde partij op grond van een overeenkomst tussen de derde en de leverancier, de leningsovereenkomst zonder boete voor de consument wordt ontbonden zodra het in lid 1 vermelde recht wordt uitgeoefend.

5. De overige rechtsgevolgen en de voorwaarden voor herroeping worden geregeld overeenkomstig het recht dat op de overeenkomst van toepassing is.

Artikel 5

Betaling van de voorafgaand aan de herroeping geleverde diensten

1. Wanneer de consument gebruik maakt van het herroepingsrecht waarover hij krachtens artikel 4, lid 1, beschikt, is hij slechts verplicht tot zo spoedig mogelijke betaling van:

a) de prijs van de daadwerkelijk door de leverancier geleverde diensten, indien deze prijs door de leverancier vóór de sluiting van de overeenkomst kan worden vastgesteld;

b) indien de leverancier de prijs vóór de sluiting van de overeenkomst niet kan vaststellen: het deel van de totale prijs van de onder de overeenkomst vallende financiële dienst naar evenredigheid van de tijd verlopen tussen de dag waarop de overeenkomst is ondertekend en de dag waarop de consument van zijn herroepingsrecht gebruik heeft gemaakt.

2. De consument wordt vóór de sluiting van de overeenkomst door de leverancier met behulp van een middel dat passend is voor de gebruikte techniek voor communicatie op afstand, in kennis gesteld van de prijs of van het bedrag dat wordt gebruikt als basis voor de berekening van de prijs die de consument krachtens lid 1 aan de leverancier moet betalen ingeval hij van zijn herroepingsrecht gebruik maakt.

Zo de leverancier niet kan bewijzen dat de consument daadwerkelijk van deze prijs in kennis is gesteld, kan de leverancier geen enkel bedrag van de consument vorderen wanneer deze gebruik maakt van zijn herroepingsrecht.

3. De leverancier moet aan de consument zo spoedig mogelijk alle bedragen vergoeden die hij bij de sluiting van de overeenkomst op afstand van hem heeft ontvangen, met uitzondering van de in lid 1 bedoelde bedragen.

Artikel 6

Aan de consument te verstrekken informatie

De leverancier stelt de consument bij de sluiting van de overeenkomst, met behulp van een middel dat passend is voor de gebruikte techniek voor communicatie op afstand, op duidelijke en begrijpelijke wijze in kennis van de rechten waarover deze krachtens de artikelen 3 en 4 beschikt.

Artikel 7

Mededeling op een duurzame drager

De in de artikelen 3 en 4 bedoelde contractvoorwaarden kunnen schriftelijk worden meegedeeld dan wel op een duurzame drager die voor de consument toegankelijk en leesbaar is, in weerwil van eventuele andere bepalingen die voorschrijven dat deze mededeling uitsluitend schriftelijk mag geschieden.

Artikel 8

Niet beschikbaar zijn van de dienst

1. Indien de financiële dienst waarop de overeenkomst betrekking heeft in zijn geheel of gedeeltelijk niet beschikbaar is, moet de leverancier de consument daarvan zo spoedig mogelijk in kennis stellen.

2. Is de financiële dienst helemaal niet beschikbaar, dan moet de leverancier zo snel mogelijk alle door de consument betaalde bedragen terugbetalen.

3. Is de financiële dienst gedeeltelijk niet beschikbaar, dan mag de overeenkomst alleen met uitdrukkelijke instemming van de consument en de leverancier worden uitgevoerd.

Anders moet de leverancier de door de consument betaalde bedragen terugstorten.

Indien de dienstverlening slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd, betaalt de leverancier aan de consument alle bedragen terug, die op het niet-uitgevoerde deel betrekking hebben.

Artikel 9

Ongevraagde diensten

1. Zonder afbreuk te doen aan de wetgeving van de lidstaten betreffende de stilzwijgende verlenging van overeenkomsten is de levering op afstand van financiële diensten aan een consument zonder voorafgaand verzoek van deze laatste verboden.

2. De consument is vrijgesteld van elke tegenprestatie in geval van niet gevraagde levering, waarbij het feit dat de consument niet reageert niet betekent dat hij met de levering instemt.

Artikel 10

Ongevraagde mededelingen

1. Het gebruik van geautomatiseerde oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst of van telefaxsystemen voor de verkoop op afstand van financiële diensten is uitsluitend met voorargaande toestemming van de betrokken consument toegestaan.

2. De lidstaten zien erop toe dat, zonder door de consumenten ongevraagde mededelingen met het oog op de verkoop op afstand van financiële diensten met behulp van andere dan de in lid 1 bedoelde technieken:

a) niet toegestaan zijn behalve met toestemming van de betrokken consumenten,

of

b) slechts mogen worden gebruikt indien de consument daar kennelijk geen bezwaar tegen heeft.

De in de eerste alinea bedoelde maatregelen leiden niet tot kosten voor de consument.

Artikel 11

Dwingend karakter van de bepalingen van de richtlijn

1. De consument kan geen afstand doen van de rechten die hem krachtens deze richtlijn zijn toegekend.

2. De lidstaten voorzien in passende sancties voor inbreuken door de leverancier op de bepalingen van de artikelen 6 en 10.

Voor dergelijke gevallen voorzien zij in de mogelijkheid voor de consument om de overeenkomst op elk ogenblik zonder kosten of betaling van een boete op te zeggen en in een zo snel mogelijke vergoeding van door de consument eventueel geleden schaden. Deze schadevergoeding kan met name terugbetaling omvatten van de bedragen die de consument ter uitvoering van de overeenkomst aan de leverancier heeft betaald.

3. De consument kan de door deze richtlijn geboden bescherming niet worden ontzegd indien op de overeenkomst het recht van een derde land van toepassing is, mits enerzijds de consument op het grondgebied van een van de lidstaten van de Gemeenschap woonachtig is en er anderzijds een nauwe band tussen de overeenkomst en de Gemeenschap bestaat.

HOOFDSTUK III GESCHILLEN

Artikel 12

Beslechting van geschillen

1. De lidstaten zorgen met het oog op de beslechting van geschillen tussen een consument en een leverancier voor passende en doeltreffende klacht- en verhaalsprocedures, waarbij, indien passend, van bestaande procedures gebruik wordt gemaakt.

2. De in lid 1 bedoelde procedures omvatten bepalingen volgens welke een of meer van onderstaande, naar nationaal recht bepaalde, instanties zich overeenkomstig het nationale recht tot de bevoegde rechterlijke of administratieve instanties kunnen wenden om de nationale bepalingen ter uitvoering van deze richtlijn te doen toepassen:

a) overheidsinstanties of hun vertegenwoordigers;

b) consumentenorganisaties die een gewettigd belang hebben bij de bescherming van de consument;

c) beroepsorganisaties die een gewettigd belang hebben bij een optreden in rechte.

3. De lidstaten moedigen de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instanties die voor de buitengerechtelijke schikking van geschillen zijn opgericht aan, samen te werken teneinde grensoverschrijdende geschillen op te lossen.

4. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de exploitanten en leveranciers van technieken voor communicatie op afstand, zo dit technisch mogelijk is en op basis van een aan hen betekende rechterlijke beslissing, een administratiefrechtelijk besluit of een besluit van een controleinstantie, een einde maken aan praktijken die niet stroken met de bepalingen van deze richtlijn.

Artikel 13

Bewijslast

De bewijslast met betrekking tot de naleving van de verplichtingen inzake voorlichting van de consument door de leverancier en met betrekking tot de instemming van de consument bij de sluiting van de overeenkomst rust op de leverancier.

Een contractvoorwaarde die de bewijslast voor de naleving door de leverancier van een deel van dan wel alle verplichtingen die krachtens deze richtlijn op de leverancier rusten, bij de consument legt, geldt als een oneerlijk beding in de zin van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad (11).

HOFFDSTUK IV WIJZIGING VAN RICHTLIJNEN

Artikel 14

Richtlijn 90/619/EEG

Artikel 15 van Richtlijn 90/619/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1. In lid 1 komt de eerste alinea als volgt te luiden:

"Elke lidstaat schrijft voor dat de verzekeringnemer die een individuele levensverzekering aangaat, beschikt over een termijn van 14 tot 30 dagen, te rekenen vanaf het tijdstip waarop hij ervan in kennis wordt gesteld dat de overeenkomst is gesloten, om deze overeenkomst te herroepen. Deze termijn bedraagt 30 degen in de onder artikel 4, leden 1 en 2, van Richtlijn . . . /. . ./EG van het Europees Parlement en de Raad (*) bedoelde gevallen betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten.

(*) PB L . . ."

2. Lid 2 komt als volgt te luiden:

"2. De lidstaten behoeven lid 1 niet toe te passen op overeenkomsten met een looptijd van ten hoogste zes maanden, noch indien op grond van de situatie van de verzekeringnemer of de voorwaarden waarop de overeenkomst is gesloten de verzekeringsnemer geen behoefte heeft aan deze speciale bescherming. De lidstaten geven in hun wetgeving aan in welke gevallen lid 1 niet van toepassing is. Indien deze overeenkomsten evenwel zijn gesloten in de onder artikel 4, leden 1 en 2, van Richtlijn . . ./. . ./EG van het Europese Parlement en de Raad (*) bedoelde omstandigheden, beschikt de verzekeringnemer over een herroepingstermijn van 14 dagen.

(*) PB L . . ."

Artikel 15

Richtlijn 97/7/EG

Richtlijn 97/7/EG wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 3, lid 1, wordt het eerste streepje vervangen door:

"- betreffende de financiële diensten waarop Richtlijn . . ./. . ./EG van het Europees Parlement en de Raad (*) van toepassing is.

(*) PB L . . ."

2. Bijlage II wordt ingetrokken.

Artikel 16

Richtlijn 98/27/EG

Aan de bijlage bij Richtlijn 98/27/EG wordt het volgende punt 10 toegevoegd:

"10. Richtlijn . . ./. . ./EG van het Europees Parlement en de Raad (*) betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten.

(*) PB L . . .".

HOOFDSTUK V SLOTBEPALINGEN

Artikel 17

Tenuitvoerlegging

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 30 juni 2002 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

In de bepalingen die de lidstaten aannemen, dan wel bij de officiële bekendmaking ervan, wordt naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden door de lidstaten vastgesteld.

2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. Zij laten deze mededeling vergezeld gaan van een tabel waarin de met betrekking tot elk artikel van deze richtlijn bestaande of ingevoerde nationale bepalingen zijn weergegeven.

Artikel 18

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 19

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

(1) PB L 144 van 4.6.1997, blz. 19.

(2) COM(96) 209 def.

(3) PB C 33 van 31.1.1998, blz. 3.

(4) PB L 330 van 29.11.1990, blz. 50.

(5) PB L 360 van 19.12.1992, blz. 1.

(6) PB L 166 van 11.6.1998, blz. 51.

(7) PB L 386 van 30.12.1989, blz. 1.

(8) PB L 141 van 11.6.1993, blz. 27.

(9) PB L 228 van 16.8.1973, blz. 3.

(10) PB L 63 van 13.3.1979, blz. 1.

(11) PB L 95 vam 21.4.1993, blz. 29.

BIJLAGE

INDICATIEVE LIJST VAN FINANCIËLE DIENSTEN

1. In ontvangstneming van deposito's en andere terugbetaalbare gelden

2. Verstrekking van leningen, met name consumentenkrediet en hypothecair krediet

3. Financiële leasing

4. Betalingsverrichtingen en uitgifte en beheer van betaalmiddelen

5. Valutadiensten

6. Verlening van garanties en borgstellingen

7. Ontvangst, overbrenging en/of uitvoering van opdrachten en van diensten op het gebied van of verband houdend met de volgende financiële producten:

a) geldmarktinstrumenten

b) overdraagbare effecten

c) icbe's en andere collectieve beleggingsregelingen

d) financiële futures en opties

e) wisselkoers- en rentevoetinstrumenten

8. Vermogensbeheer en investeringsadvies ten aanzien van de onder 7 opgesomde producten

9. Bewaarneming en beheer van effecten

10. Verhuur van kluisjes

11. Niet-levensverzekering

12. Levensverzekering

13. Aan investeringsfondsen gekoppelde levensverzekering

14. Permanente ziekteverzekering

15. Kapitalisatieverrichtingen

16. Individuele pensioenregelingen

Top