EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 51995PC0425

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD tot eerste wijziging van Richtlijn 90/394/EEG betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico' s van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk

/* COM/95/425 def. - SYN 95/0229 */

OJ C 317, 28.11.1995, p. 16–18 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

51995PC0425

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD tot eerste wijziging van Richtlijn 90/394/EEG betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico' s van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk /* COM/95/425 DEF - SYN 95/0229 */

Publicatieblad Nr. C 317 van 28/11/1995 blz. 0016


Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot eerste wijziging van Richtlijn 90/394/EEG betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (95/C 317/06) (Voor de EER relevante tekst) COM(95) 425 def. - 95/0229(SYN)

(Door de Commissie ingediend op 14 september 1995)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 118 A,

Gelet op Richtlijn 90/394/EEG van de Raad van 28 juni 1990 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (1), inzonderheid op artikel 16,

Gezien het voorstel van de Commissie, opgesteld na raadpleging van het Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats,

In samenwerking met het Europees Parlement,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,

Overwegende dat in artikel 118 A van het Verdrag wordt bepaald dat de Raad, door middel van richtlijnen, de minimumvoorschriften vaststelt voor het stimuleren van de verbetering van met name het arbeidsmilieu, teneinde de veiligheid en de gezondheid van de werknemers beter te beschermen;

Overwegende dat, krachtens dat artikel, in deze richtlijnen wordt vermeden zodanige administratieve, financiële en juridische verplichtingen op te leggen dat zij oprichting en ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen zouden kunnen hinderen;

Overwegende dat in Richtlijn 91/325/EEG van de Commissie van 1 maart 1991 tot twaalfde aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (2) nieuwe waarschuwingszinnen worden opgenomen die gevaren voor de gezondheid bij langdurige blootstelling en het gevaar voor kanker bij inademing aanduiden;

Overwegende dat de werknemers in alle arbeidssituaties dienen te worden beschermd met betrekking tot preparaten die een of meer carcinogene agentia bevatten;

Overwegende dat voor sommige agentia alle absorptiemogelijkheden, waaronder huidpenetratie, dienen te worden nagegaan, teneinde een optimaal beschermingsniveau te waarborgen;

Overwegende dat de formulering van bijlage I, punt 2, van Richtlijn 90/394/EEG betreffende polycyclische aromatische koolwaterstoffen in vele Lid-Staten geleid heeft tot moeilijkheden in verband met de interpretatie; dat derhalve een nieuwe, nauwkeurigere formulering wenselijk is;

Overwegende dat in artikel 16 van Richtlijn 90/394/EEG is voorzien in de vaststelling van grenswaarden voor blootstelling op grond van de beschikbare gegevens, wetenschappelijke en technische gegevens daarbij inbegrepen, ten aanzien van alle carcinogene agentia waarvan dit mogelijk is;

Overwegende dat grenswaarden voor beroepsblootstelling dienen te worden beschouwd als een belangrijk bestanddeel van de algemene maatregelen ter bescherming van werknemers; dat dergelijke grenswaarden het voortdurende voorwerp van onderzoek dienen te zijn en dienen te worden herzien wanneer dit op grond van wetenschappelijke gegevens van recentere datum noodzakelijk wordt;

Overwegende dat benzeen een carcinogeen agens is dat aanwezig is in talrijke arbeidssituaties; dat derhalve een groot aantal werknemers is blootgesteld aan een mogelijk risico voor de gezondheid; dat, hoewel de huidige wetenschappelijke kennis het niet mogelijk maakt een niveau vast te leggen waarbeneden er geen sprake meer is van risico's voor de gezondheid, een verminderde blootstelling aan benzeen deze risico's niettemin zal verkleinen;

Overwegende dat de naleving van de minimumvoorschriften inzake de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers tegen bijzondere risico's in verband met carcinogene agentia niet slechts de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van iedere afzonderlijke werknemer waarborgt, maar tevens een niveau van minimale bescherming van alle werknemers in de Gemeenschap mogelijk maakt, dat iedere mogelijke verstoring van de concurrentievoorwaarden tegengaat;

Overwegende dat de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de betrokken werknemers dient te worden gegarandeerd ingeval afwijkingen zijn toegestaan voor bepaalde werkzaamheden of sectoren van bedrijvigheid waar het moeilijk kan zijn de toepassing van de grenswaarde die voor benzeen is vastgesteld, binnen de voorgestelde termijn te verwezenlijken;

Overwegende dat in de meeste kleine en middelgrote ondernemingen waar benzeen hoofdzakelijk als oplosmiddel wordt gebruikt, geen bepalingen inzake geringere blootstelling noodzakelijk zijn aangezien in vrijwel alle Lid-Staten reeds bepalingen aanwezig zijn om het gebruik ervan te beperken of te verbieden;

Overwegende dat een consistent niveau van bescherming tegen de risico's in verband met carcinogene agentia voor de Gemeenschap als geheel wordt verwezenlijkt en dat dat beschermingsniveau niet door uitgebreide voorschriften maar door een kader van algemene principes wordt bereikt teneinde de Lid-Staten in staat te stellen de minimumvoorschriften op consistente wijze toe te passen;

Overwegende dat deze wijziging een concreet element vormt in het kader van de verwezenlijking van de sociale dimensie van de interne markt;

Overwegende dat het Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezonderheidsbescherming op de arbeidsplaats krachtens Besluit 74/325/EEG (3), laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1985, door de Commissie wordt geraadpleegd voor het uitwerken van voorstellen op dit gebied,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 90/394/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 2 wordt vervangen door:

"Artikel 2

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

a) 'carcinogeen agens`:

i) een stof die op grond van de criteria van bijlage VI van Richtlijn 67/548/EEG dient te worden ingedeeld als carcinogeen agens van categorie 1 of 2;

ii) een uit een of meer van de onder i) bedoelde stoffen samengesteld preparaat, waarbij de concentratie van de afzonderlijke stoffen voldoet aan de eisen voor concentratiegrenzen voor de indeling van een preparaat als carcinogene stoffen van categorie 1 of 2 zoals vermeld in

- hetzij bijlage I van Richtlijn 67/548/EEG,

- hetzij bijlage I van Richtlijn 88/379/EEG voor zover de stof of stoffen niet voorkomt of voorkomen in bijlage I van Richtlijn 67/548/EEG, ofwel erin voorkomt of voorkomen zonder vermelding van concentratiegrenzen;

iii) een stof, preparaat of procédé, zoals bedoeld in bijlage I, alsmede een stof of preparaat die of dat vrijkomt bij een in bijlage I bedoeld procédé;

b) 'grenswaarde`: tenzij anders omschreven, de limiet van de concentratie voor een 'carcinogeen agens` in de lucht in de ademhalingszone van een werknemer.".

2. Artikel 3, lid 3, wordt vervangen door:

"3. Voorts moet bij de beoordeling van het risico rekening worden gehouden met alle andere manieren van blootstelling, zoals absorptie in en/of via de huid.".

3. Aan artikel 16 wordt het volgende lid toegevoegd:

"3. Voor de in bijlage III bepaalde afwijkingen zijn de Lid-Staten gehouden te bewerkstelligen dat de werkgevers de procedures en maatregelen ter bescherming van de gezondheid en veiligheid van de betrokken werknemers nakomen.".

4. Punt 2 van bijlage I wordt vervangen door:

"2. Werkzaamheden die blootstelling aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen, aanwezig in roet, teer of pek van steenkool, met zich brengen.".

5. A, Bijlage III, deel A, wordt vervangen door:

">RUIMTE VOOR DE TABEL>".

Artikel 2

1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 1998 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van de bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

2. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van nationaal recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

(1) PB nr. L 196 van 26. 7. 1990, blz. 1.

(2) PB nr. L 180 van 8. 7. 1991, blz. 1.

(3) PB nr. L 185 van 9. 7. 1974, blz. 5.

Top