EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 42000X1212

Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regering der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen van 4 december 2000 betreffende dopingbestrijding

OJ C 356, 12.12.2000, p. 1–1 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

In force

42000X1212

Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regering der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen van 4 december 2000 betreffende dopingbestrijding

Publicatieblad Nr. C 356 van 12/12/2000 blz. 0001 - 0001


Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regering der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen

van 4 december 2000

betreffende dopingbestrijding

(2000/C 356/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE EN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN, IN OVEREENSTEMMING MET DE COMMISSIE,

(1) WIJZEN OP het belang van dopingbestrijding in de sport, welk belang door de Europese Unie is erkend in de conclusies van de Europese Raad van Wenen van 11 en 12 december 1998. In zijn conclusies onderstreepte de Europese Raad "dat hij zich zorgen maakt over de omvang en de ernst van het dopinggebruik in de sport, dat de sportethiek ondermijnt en de volksgezondheid in gevaar brengt. Hij benadrukt de noodzaak van mobilisatie op het niveau van de Europese Unie en verzoekt de lidstaten om samen met de Commissie en internationale sportorganen mogelijke maatregelen te bestuderen om de strijd tegen dit gevaar op te voeren ...".

(2) NEMEN NOTA van de recente ontwikkelingen op dit gebied en van de oprichting van het mondiaal antidopingagentschap, en van het voornemen van dit agentschap een op het internationaal publiekrecht gebaseerde internationale organisatie te worden, en zijn van oordeel dat regelingen moeten worden getroffen met betrekking tot de rol van de lidstaten en van de Europese Unie in deze organisatie, om te zorgen voor een passende vertegenwoordiger in de oprichtingsraad van het agentschap.

(3) KOMEN OVEREEN dat de deelneming van de Europese Gemeenschap en haar lidstaten verzekerd wordt door de fungerend voorzitter van de Raad en door een lid van de Commissie. Binnen een redelijke termijn voor elke vergadering, vindt er onder verantwoordelijkheid van het voorzitterschap coördinatie plaats. Het Commissielid mag het woord voeren over aangelegenheden die tot de communautaire bevoegdheden behoren overeenkomstig het verdrag en de jurisprudentie van het Hof van Justitie (overwegende dat de Gemeenschap niet rechtstreeks bevoegd is voor sportaangelegenheden). In dit verband worden de uiteenzettingen van het lid van de Commissie goedgekeurd volgens de bovengenoemde beginselen en overeenkomstig de gebruikelijke procedures. Voor aangelegenheden die niet tot de communautaire bevoegdheid behoren zal het Commissielid zich in voorkomend geval, en als aanvulling op het voorzitterschap, uitspreken overeenkomstig richtsnoeren die bij consensus door de lidstaten zijn overeengekomen.

(4) NEMEN ER NOTA VAN dat voor elke communautaire uitgave met betrekking tot de activiteiten van het agentschap voor acties die tot de bevoegdheid van de Gemeenschap behoren, een besluit wordt genomen overeenkomstig het interinstitutioneel akkoord over de begrotingsdiscipline. Meer bepaald moet voor elke aanzienlijke communautaire uitgave op voorstel van de Commissie een op een passende rechtsgrondslag gebaseerde maatregel worden aangenomen.

(5) ZIJN VAN OORDEEL dat de lidstaten de samenwerking moeten aanmoedigen tussen de op nationaal niveau bevoegde autoriteiten voor wat betreft de inspanningen inzake dopingbestrijding in de sport.

Top