EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 41999X0205

Resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de Lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 25 januari 1999 betreffende de publieke omroep

OJ C 30, 5.2.1999, p. 1–1 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

In force

41999X0205

Resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de Lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 25 januari 1999 betreffende de publieke omroep

Publicatieblad Nr. C 030 van 05/02/1999 blz. 0001 - 0001


RESOLUTIE VAN DE RAAD EN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN van 25 januari 1999 betreffende de publieke omroep (1999/C 30/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE EN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN,

A. verwijzend naar de bespreking in de Raad over de publieke omroep;

B. overwegende dat de publieke omroep, gelet op de culturele, sociale en democratische functies die hij voor het gemeenschappelijk welzijn vervult, van vitaal belang is voor het waarborgen van democratie, pluralisme, sociale cohesie, culturele en taalkundige diversiteit;

C. erop wijzend dat de toegenomen diversifiëring van de programma's die in het nieuwe medialandschap worden aangeboden het belang van de algemene opdracht van publieke-omroeporganisaties nog doet toenemen;

D. eraan herinnerend dat het Protocol betreffende het publieke-omroepstelsel in de lidstaten bij het Verdrag van Amsterdam de bevoegdheid van de lidstaten ten aanzien van de opdracht en de financiering van de publieke omroep bevestigt;

STELLEN OPNIEUW HET VOLGENDE VAST:

1. het Protocol van Amsterdam bevestigt de unanieme wil van de lidstaten om de rol van de publieke omroep te benadrukken;

2. de bepalingen in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap doen dus geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om te voorzien in de financiering van de publieke omroep, voorzover deze financiering wordt verleend aan omroep-organisaties voor het vervullen van de publieke opdracht zoals toegekend, bepaald en georganiseerd door iedere lidstaat en voorzover deze financiering de voorwaarden inzake het handelsverkeer en de mededingingsvoorwaarden in de Gemeenschap niet zodanig verandert dat het gemeenschappelijk belang zou worden geschaad, waarbij rekening wordt gehouden met de verwezenlijking van de opdracht van deze publieke dienst;

3. de publieke omroep moet bij het vervullen van zijn opdracht blijven profiteren van de technologische vooruitgang;

4. de ruime toegang van het publiek, zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen, tot diverse kanalen en diensten is een noodzakelijke voorwaarde voor het voldoen aan de bijzondere verplichting van de publieke omroep;

5. overeenkomstig de door de lidstaten bepaalde opdracht van de publieke omroep, speelt de publieke omroep een belangrijke rol bij het verspreiden van de voordelen van de nieuwe audiovisuele en informatiediensten en de nieuwe technologieën onder het publiek;

6. het vermogen van de publieke omroep om programma's en diensten van goede kwaliteit aan het publiek aan te bieden, moet worden gehandhaafd en opgevoerd, inclusief de ontwikkeling en diversificatie van activiteiten in het digitale tijdperk;

7. de publieke omroep moet, overeenkomstig zijn door de lidstaten bepaalde opdracht, een breed scala van programma's kunnen blijven aanbieden, wil hij de samenleving in haar geheel aanspreken; in dit verband is het legitiem voor de publieke omroep om naar een breed publiek te streven.

Top