EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 41978A1009(01)

78/884/EEG: Verdrag van 9 oktober 1978 inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord- Ierland tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie

OJ L 304, 30.10.1978, p. 1–102 (DA, DE, EN, FR, IT, NL)
Spanish special edition: Chapter 01 Volume 002 P. 131 - 232
Portuguese special edition: Chapter 01 Volume 002 P. 131 - 232
Special edition in Bulgarian: Chapter 19 Volume 010 P. 16 - 117
Special edition in Romanian: Chapter 19 Volume 010 P. 16 - 117
Special edition in Croatian: Chapter 19 Volume 013 P. 5 - 106

In force

41978A1009(01)

78/884/EEG: Verdrag van 9 oktober 1978 inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord- Ierland tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie

Publicatieblad Nr. L 304 van 30/10/1978 blz. 0001 - 0102
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 01 Deel 2 blz. 0131
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 01 Deel 2 blz. 0131


++++

VERDRAG

inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken , Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken , alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie

( ondertekend op 9 oktober 1978 (*) )

( 78/884/EEG )

PREAMBULE

DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN BIJ HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP ,

OVERWEGENDE dat het Koninkrijk Denemarken , Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland door lid te worden van de Gemeenschap zich verplicht hebben om toe te treden tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken en tot het Protocol betreffende de uitlegging van dat Verdrag door het Hof van Justitie en te dien einde onderhandelingen met de oorspronkelijke Lid-Staten van de Gemeenschap te beginnen om daarin de noodzakelijke aanpassingen aan te brengen ,

HEBBEN BESLOTEN om dit Verdrag te sluiten en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen :

ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN :

Renaat VAN ELSLANDE ,

Minister van Justitie ;

HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DENEMARKEN :

Nathalie LIND ,

Minister van Justitie ;

DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND :

Dr . Hans-Jochen VOGEL ,

Bondsminister van Justitie ;

DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK :

Alain PEYREFITTE ,

Zegelbewaarder ,

Minister van Justitie ;

DE PRESIDENT VAN IERLAND :

Gerard COLLINS ,

Minister van Justitie ;

DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK :

Paolo BONIFACIO ,

Minister van Justitie ;

ZIJNE KONINKRIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG :

Robert KRIEPS ,

Minister van Onderwijs ,

Minister van Justitie ;

HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN :

Prof . Mr . J . DE RUITER ,

Minister van Justitie ;

HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIE EN NOORD-IERLAND :

The Right Honourable the Lord ELWYN-JONES , C . H . ,

Lord High Chancellor of Great Britain ;

DIE , in het kader van de Raad bijeen , na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten ,

OMTRENT DE VOLGENDE BEPALINGEN OVEREENSTEMMING HEBBEN BEREIKT :

TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Het Koninkrijk Denemarken , Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland treden toe tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken , ondertekend te Brussel op 27 september 1968 , hierna te noemen " het Verdrag van 1968 " , en tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie , ondertekend te Luxemburg op 3 juni 1971 , hierna te noemen " het Protocol van 1971 " .

Artikel 2

De aanpassingen van het Verdrag van 1968 en van het Protocol van 1971 zijn opgenomen in de titels II tot en met IV van dit Verdrag .

TITEL II

AANPASSINGEN VAN HET VERDRAG VAN 1968

Artikel 3

Aan artikel 1 , eerste lid , van het Verdrag van 1968 wordt het volgende toegevoegd :

" Het omvat inzonderheid niet fiscale zaken , zaken van douane of administratiefrechtelijke zaken . " .

Artikel 4

Artikel 3 , tweede lid , van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" Tegen hen kunnen met name niet worden ingeroepen :

- in België : artikel 15 van het Burgerlijk Wetboek ( Code civil ) en artikel 638 van het Gerechtelijk Wetboek ( Code judiciaire ) ;

- in Denemarken : artikel 248 , lid 2 , van de Wet op de burgerlijke rechtsvordering ( Lov om rettens pleje ) en hoofdstuk 3 , artikel 3 , van de Wet op de burgerlijke rechtsvordering in Groenland ( Lov for Groenland om rettens pleje ) ;

- in de Bondsrepubliek Duitsland : artikel 23 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ( Zivilprozessordnung ) ;

- in Frankrijk : de artikelen 14 en 15 van het Burgerlijk Wetboek ( Code civil ) ;

- in Ierland : de bepalingen inzake de bevoegdheid welke berust op de omstandigheid dat een het geding inleidend stuk wordt betekend of medegedeeld aan de verweerder die tijdelijk in Ierland verblijft ;

- in Italië : artikel 2 en artikel 4 , nr . 1 en nr . 2 , van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ( Codice di procedura civile ) ;

- in Luxemburg : de artikelen 14 en 15 van het Burgerlijk Wetboek ( Code civil ) ;

- in Nederland : de artikelen 126 , lid 3 , en 127 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ;

- in het Verenigd Koninkrijk : de bepalingen inzake de bevoegdheid die berust op :

a ) de omstandigheid dat een het geding inleidend stuk wordt betekend of medegedeeld aan de verweerder die tijdelijk in het Verenigd Koninkrijk verblijft ;

b ) de aanwezigheid van goederen die toebehoren aan de verweerder in het Verenigd Koninkrijk ; of

c ) het beslag door de eiser gelegd op goederen die zich in het Verenigd Koninkrijk bevinden . " .

Artikel 5

1 . De Franse tekst van artikel 5 , nr . 1 , van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" 1 . en matière contractuelle , devant le tribunal du lieu où l'obligation qui sert de base à la demande a été ou doit être exécutée ; " .

2 . De Nederlandse tekst van artikel 5 , nr . 1 , van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" 1 . ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst : voor het gerecht van de plaats , waar de verbintenis , die aan de eis ten grondslag ligt , is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd ; " .

3 . Artikel 5 , nr . 2 , van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" 2 . ten aanzien van onderhoudsverplichtingen : voor het gerecht van de plaats , waar de tot onderhoud gerechtigde zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats heeft of , indien het een bijkomende eis is welke verbonden is met een vordering betreffende de staat van personen , voor het gerecht dat volgens zijn eigen wet bevoegd is daarvan kennis te nemen , behalve in het geval dat deze bevoegdheid uitsluitend berust op de nationaliteit van een der partijen ; " .

4 . Artikel 5 van het Verdrag van 1968 wordt aangevuld met de volgende bepalingen :

" 6 . als oprichter , trustee of begunstigde van een trust , die in het leven is geroepen op grond van de wet of bij geschrifte dan wel bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst : voor de gerechten van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de trust is gevestigd ;

7 . ten aanzien van een geschil betreffende de betaling van de beloning wegens de hulp en berging die aan een lading of vracht ten goede is gekomen : voor het gerecht in wiens rechtsgebied op deze lading of de daarop betrekking hebbende vracht :

a ) beslag is gelegd tot zekerheid van deze betaling , of

b ) daartoe beslag had kunnen worden gelegd , maar borgtocht of andere zekerheid is gesteld ;

deze bepaling is slechts van toepassing indien wordt beweerd dat de verweerder een recht heeft op de lading of de vracht , of dat hij daarop een zodanig recht had op het tijdstip van deze hulp of berging . " .

Artikel 6

Titel II , Afdeling 2 , van het Verdrag van 1968 wordt aangevuld met het volgende artikel :

" Artikel 6 bis

Wanneer een gerecht van een Verdragsluitende Staat uit hoofde van dit Verdrag bevoegd is kennis te nemen van vorderingen ter zake van aansprakelijkheid voortvloeiend uit het gebruik of de exploitatie van een schip , neemt dit gerecht , of elk ander gerecht dat volgens de interne wet van deze Staat in zijn plaats treedt , tevens kennis van de vorderingen tot beperking van deze aansprakelijkheid . " .

Artikel 7

Artikel 8 van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" Artikel 8

De verzekeraar met woonplaats op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat kan worden opgeroepen :

1 . voor de gerechten van de Staat waar hij zijn woonplaats heeft , of

2 . in een andere Verdragsluitende Staat , voor het gerecht van de plaats waar de verzekeringsnemer zijn woonplaats heeft , of

3 . indien het een medeverzekeraar betreft , voor het gerecht van een Verdragsluitende Staat waar de vordering tegen de eerste verzekeraar is ingesteld .

Wanneer de verzekeraar geen woonplaats heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat , maar in een Verdragsluitende Staat een filiaal , een agentschap of enige andere vestiging heeft , wordt hij voor de geschillen betreffende de exploitatie daarvan geacht woonplaats te hebben op het grondgebied van die Staat . " .

Artikel 8

Artikel 12 van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" Artikel 12

Van de bepalingen van deze afdeling kan slechts worden afgeweken door overeenkomsten :

1 . gesloten na het ontstaan van het geschil , of

2 . die aan de verzekeringsnemer , de verzekerde of de begunstigde de mogelijkheid geven de zaak bij andere gerechten dan de in deze afdeling genoemde aanhangig te maken , of

3 . waarbij een verzekeringsnemer en een verzekeraar , die op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst hun woonplaats of hun gewone verblijfplaats in dezelfde Verdragsluitende Staat hebben , zelfs als het schadebrengende feit zich in het buitenland heeft voorgedaan , de gerechten van die Staat bevoegd verklaren , tenzij de wetgeving van die Staat dergelijke overeenkomsten verbiedt , of

4 . gesloten door een verzekeringsnemer die zijn woonplaats niet in een Verdragsluitende Staat heeft , behoudens in geval van verplichte verzekering dan wel in geval van verzekering van een in een Verdragsluitende Staat gelegen onroerend goed , of

5 . die betrekking hebben op een verzekeringsovereenkomst , voor zover daarmee een of meer van de risico's bedoeld in artikel 12 bis worden gedekt . " .

Artikel 9

Titel II , Afdeling 3 , van het Verdrag van 1968 wordt aangevuld met het volgende artikel :

" Artikel 12 bis

De in artikel 12 , nr . 5 , bedoelde risico's zijn de volgende :

1 . elke schade

a ) aan zeeschepen , vaste installaties in de kustwateren of in volle zee , of luchtvaartuigen , die wordt veroorzaakt door gebeurtenissen in verband met het gebruik daarvan voor handelsdoeleinden ,

b ) aan andere goederen dan de bagage van passagiers , toegebracht tijdens het vervoer met deze schepen of luchtvaartuigen of tijdens gemengd vervoer waarbij mede met deze schepen of luchtvaartuigen wordt vervoerd ;

2 . elke aansprakelijkheid , met uitzondering van die voor lichamelijk letsel van passagiers of schade aan hun bagage

a ) voortvloeiend uit het gebruik of de exploitatie van de schepen , installaties of luchtvaartuigen overeenkomstig nr . 1 , sub a ) , voor zover bevoegdheid toekennende overeenkomsten ter zake niet zijn verboden bij de wet van de Verdragsluitende Staat waar de luchtvaartuigen zijn ingeschreven ,

b ) veroorzaakt door de goederen gedurende vervoer als bedoeld onder nr . 1 , sub b ) ;

3 . de geldelijke verliezen in verband met het gebruik of de exploitatie van de schepen , installaties of luchtvaartuigen overeenkomstig nr . 1 , sub a ) , inzonderheid verlies van vracht of verlies van opbrengst van vervrachting ;

4 . elk risico dat komt bij een van de onder nr . 1 tot en met nr . 3 genoemde risico's . " .

Artikel 10

Titel II , afdeling 4 , van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" Afdeling 4

Bevoegdheid inzake door consumenten gesloten overeenkomsten

Artikel 13

Ter zake van overeenkomsten gesloten door een persoon voor een gebruik dat als niet bedrijfs - of beroepsmatig kan worden beschouwd , hierna te noemen de consument , wordt de bevoegdheid geregeld door deze afdeling , onverminderd het bepaalde in de artikelen 4 en 5 , nr . 5 ,

1 . wanneer het gaat om koop en verkoop op afbetaling van roerende lichamelijke zaken ,

2 . wanneer het gaat om leningen op afbetaling of andere krediettransacties ter financiering van koopovereenkomsten van zodanige zaken ,

3 . voor elke andere overeenkomst die betrekking heeft op de verstrekking van diensten of op de levering van roerende lichamelijke zaken indien

a ) de sluiting van de overeenkomst in de Staat waar de consument woonplaats heeft , is voorafgegaan door een bijzonder voorstel of publiciteit en indien ,

b ) de consument in die Staat de voor de sluiting van die overeenkomst noodzakelijke handelingen heeft verricht .

Wanneer de wederpartij van de consument geen woonplaats heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat , maar in een Verdragsluitende Staat een filiaal , een agentschap of enige andere vestiging heeft , wordt hij voor de geschillen betreffende de exploitatie daarvan geacht woonplaats te hebben op het grondgebied van die Staat .

Deze afdeling is niet van toepassing op de vervoerovereenkomst .

Artikel 14

De rechtsvordering die door een consument wordt ingesteld tegen de wederpartij bij de overeenkomst kan worden gebracht hetzij voor de gerechten van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan die partij woonplaats heeft , hetzij voor de gerechten van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de consument woonplaats heeft .

De rechtsvordering die tegen de consument wordt ingesteld door de andere partij bij de overeenkomst kan slechts worden gebracht voor de gerechten van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de consument woonplaats heeft .

Deze bepalingen laten het recht om een tegeneis in te stellen bij het gerecht , voor hetwelk met inachtneming van deze afdeling de oorspronkelijke eis is gebracht , onverlet .

Artikel 15

Van de bepalingen van deze afdeling kan slechts worden afgeweken door overeenkomsten :

1 . gesloten na het ontstaan van het geschil , of

2 . die aan de consument de mogelijkheid geven de zaak bij andere gerechten dan de in deze afdeling genoemde aanhangig te maken , of

3 . waarbij een consument en zijn wederpartij , die op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst hun woonplaats of hun gewone verblijfplaats in dezelfde Verdragsluitende Staat hebben , de gerechten van die Staat bevoegd verklaren , tenzij de wetgeving van die Staat dergelijke overeenkomsten verbiedt . " .

Artikel 11

Artikel 17 van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" Artikel 17

Indien de partijen , waarvan ten minste één zijn woonplaats heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat , een gerecht of de gerechten van een Verdragsluitende Staat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen welke naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan , is dit gerecht of zijn de gerechten van die Staat bij uitsluiting bevoegd . Deze overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter dient hetzij bij een schriftelijke overeenkomst , hetzij bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst , hetzij , in de internationale handel , in een vorm die wordt toegelaten door de gebruiken op dit gebied en die de partijen kennen of geacht worden te kennen , te worden gesloten . Wanneer een dergelijke overeenkomst wordt gesloten door partijen die geen van allen woonplaats in het gebied van een Verdragsluitende Staat hebben , kunnen de gerechten van de andere Verdragsluitende Staten van het geschil geen kennis nemen zolang het aangewezen gerecht of de aangewezen gerechten zich niet onbevoegd hebben verklaard .

Het gerecht of de gerechten van een Verdragsluitende Staat waaraan in de oprichtingsakte van een trust bevoegdheid is toegekend , zijn bij uitsluiting bevoegd kennis te nemen van een vordering tegen een oprichter , een trustee of een begunstigde van een trust , als het gaat om de betrekkingen tussen deze personen of om hun rechten of verplichtingen in het kader van de trust .

Overeenkomsten tot aanwijzing van een bevoegde rechter en soortgelijke bedingen in akten tot oprichting van een trust hebben geen rechtsgevolg indien zij strijdig zijn met de bepalingen van de artikelen 12 en 15 , of indien de gerechten , op welker bevoegdheid inbreuk wordt gemaakt , krachtens artikel 16 bij uitsluiting bevoegd zijn .

Indien een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter slechts is gemaakt ten behoeve van een der partijen , behoudt deze het recht zich te wenden tot elk ander gerecht dat op grond van dit Verdrag bevoegd is . " .

Artikel 12

Artikel 20 , tweede lid , van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" De rechter is verplicht zijn uitspraak aan te houden zolang niet vaststaat dat de verweerder in de gelegenheid is gesteld het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk , zo tijdig als met het oog op zijn verdediging nodig was , te ontvangen , of dat daartoe al het nodige is gedaan . " .

Artikel 13

1 . Artikel 27 , nr . 2 , van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" 2 . indien het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk , niet regelmatig en zo tijdig als met het oog op zijn verdediging nodig was aan de verweerder , tegen wie verstek werd verleend , is betekend of is medegedeeld ; " .

2 . Artikel 27 van het Verdrag van 1968 wordt aangevuld met de volgende bepaling :

" 5 . indien de beslissing onverenigbaar is met een beslissing die vroeger in een niet bij het Verdrag partij zijnde Staat tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust , mits deze laatste beslissing voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in de aangezochte Staat . " .

Artikel 14

Artikel 30 van het Verdrag van 1968 wordt aangevuld met het volgende lid :

" De rechterlijke autoriteit van een Verdragsluitende Staat , bij wie de erkenning van een in Ierland of het Verenigd Koninkrijk gegeven beslissing , waarvan de tenuitvoerlegging door een daartegen aangewend rechtsmiddel in de Staat van herkomst is geschorst , wordt ingeroepen , kan zijn uitspraak aanhouden . " .

Artikel 15

Artikel 31 van het Verdrag van 1968 wordt aangevuld met het volgende lid :

" In het Verenigd Koninkrijk worden deze beslissingen in Engeland en Wales , Schotland of in Noord-Ierland echter eerst ten uitvoer gelegd na op verzoek van elke belanghebbende partij in dat deel van het Verenigd Koninkrijk voor tenuitvoerlegging te zijn geregistreerd . " .

Artikel 16

Artikel 32 , eerste lid , van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" Het verzoek wordt gericht :

- in België , tot de rechtbank van eerste aanleg of het " tribunal de première instance " ;

- in Denemarken , tot de " underret " ;

- in de Bondsrepubliek Duitsland , tot de President van een kamer van het " Landgericht " ;

- in Frankrijk , tot de President van het " tribunal de grande instance " ;

- in Ierland , tot het " High Court " ;

- in Italië , tot de " corte d'appello " ;

- in Luxemburg , tot de President van het " tribunal d'arrondissement " ;

- in Nederland , tot de President van de arrondissementsrechtbank ;

- in het Verenigd Koninkrijk :

1 . in Engeland en Wales , tot het " High Court of Justice " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , door tussenkomst van de Secretary of State , tot het " Magistrates' Court " ;

2 . in Schotland , tot het " Court of Session " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , door tussenkomst van de Secretary of State , tot het " Sheriff Court " ;

3 . in Noord-Ierland , tot het " High Court of Justice " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , door tussenkomst van de Secretary of State , tot het " Magistrates' Court " . " .

Artikel 17

Artikel 37 van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" Artikel 37

Het verzet wordt volgens de regels van de procedure op tegenspraak gebracht :

- in België , voor de rechtbank van eerste aanleg of het " tribunal de première instance " ;

- in Denemarken , voor de " landsret " ;

- in de Bondsrepubliek Duitsland , voor het " Oberlandesgericht " ;

- in Frankrijk , voor de " cour d'appel " ;

- in Ierland , voor het " High Court " ;

- in Italië , voor de " corte d'appello " ;

- in Luxemburg , voor de " Cour supérieure de Justice siégeant en matière d'appel civil " ;

- in Nederland , voor de arrondissementsrechtbank ;

- in het Verenigd Koninkrijk :

1 . in Engeland en Wales , voor het " High Court of Justice " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , voor het " Magistrates' Court " ;

2 . in Schotland voor het " Court of Session " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , voor het " Sheriff Court " ;

3 . in Noord-Ierland , voor het " High Court of Justice " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , voor het " Magistrates' Court " .

Tegen de op het verzet gegeven beslissing kan

- in België , Frankrijk , Italië , Luxemburg en Nederland slechts een beroep in cassatie worden ingesteld ;

- in Denemarken slechts , met machtiging van de minister van Justitie , een beroep bij het hoejesteret worden ingesteld ;

- in de Bondsrepubliek Duitsland slechts het middel van " Rechtsbeschwerde " worden aangewend ;

- in Ierland slechts het rechtsmiddel van beroep over een rechtsvraag bij het " Supreme Court " worden aangewend ;

- in het Verenigd Koninkrijk slechts in één hogere instantie het rechtsmiddel van beroep over een rechtsvraag worden aangewend . " .

Artikel 18

Artikel 38 van het Verdrag van 1968 wordt na het eerste lid aangevuld met het volgende lid :

" Indien de beslissing in Ierland of het Verenigd Koninkrijk is gegeven , wordt elk rechtsmiddel dat in de Staat van herkomst kan worden ingesteld voor de toepassing van het eerste lid beschouwd als een gewoon rechtsmiddel . " .

Artikel 19

Artikel 40 , eerste lid , van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" Indien zijn verzoek is afgewezen kan de verzoeker daartegen beroep instellen :

- in België , bij het hof van beroep of de " cour d'appel " ;

- in Denemarken , bij de " landsret " ;

- in de Bondsrepubliek Duitsland , bij het " Oberlandesgericht " ;

- in Frankrijk , bij de " cour d'appel " ;

- in Ierland , bij het " High Court " ;

- in Italië , bij de " corte d'appello " ;

- in Luxemburg , bij de " Cour supérieure de Justice siégeant en matière d'appel civil " ;

- in Nederland , bij het gerechtshof ;

- in het Verenigd Koninkrijk :

1 . in Engeland en Wales , bij het " High Court of Justice " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , bij het " Magistrates' Court " ;

2 . in Schotland , bij het " Court of Session " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , bij het " Sheriff Court " ;

3 . in Noord-Ierland , bij het " High Court of Justice " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , bij het " Magistrates' Court " . " .

Artikel 20

Artikel 41 van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" Artikel 41

Tegen de beslissing waarbij over het beroep , bedoeld in artikel 40 , uitspraak wordt gedaan , kan

- in België , Frankrijk , Italië , Luxemburg en Nederland slechts een beroep in cassatie worden ingesteld ;

- in Denemarken slechts , met machtiging van de minister van Justitie , een beroep bij het " hoejesteret " worden ingesteld ;

- in de Bondsrepubliek Duitsland slechts het middel van " Rechtsbeschwerde " worden aangewend ;

- in Ierland slechts het rechtsmiddel van beroep over een rechtsvraag bij het " Supreme Court " worden aangewend ;

- in het Verenigd Koninkrijk slechts in één hogere instantie het rechtsmiddel van beroep over een rechtsvraag worden aangewend . " .

Artikel 21

Artikel 44 van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" Artikel 44

De verzoeker die in de Staat waar de beslissing is gegeven in aanmerking kwam voor gehele of gedeeltelijke kosteloze rechtsbijstand of vrijstelling van kosten en uitgaven , komt in de procedure vermeld in de artikelen 32 tot en met 35 in aanmerking voor de meest gunstige bijstand of voor de meest ruime vrijstelling voorzien in het recht van de aangezochte Staat .

De verzoeker die tenuitvoerlegging van een in Denemarken door een administratieve autoriteit gegeven beslissing inzake onderhoudsverplichtingen vraagt , kan in de aangezochte Staat een beroep doen op het in het eerste lid bedoelde voorrecht , indien hij een door het Deense Ministerie van Justitie afgegeven verklaring overlegt ten bewijze van het feit dat hij voldoet aan de economische voorwaarden om hem voor gehele of gedeeltelijke kosteloze rechtsbijstand of vrijstelling van kosten en uitgaven in aanmerking te doen komen . " .

Artikel 22

Artikel 46 , nr . 2 , van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" 2 . indien de beslissing bij verstek gewezen is , het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het document waaruit blijkt dat het stuk dat het geding heeft ingeleid of een gelijkwaardig stuk aan de niet verschenen partij is betekend of is medegedeeld . " .

Artikel 23

Aan artikel 53 van het Verdrag van 1968 wordt het volgende lid toegevoegd :

" Om vast te stellen of een trust is gevestigd in de Verdragsluitende Staat bij welks gerechten de zaak aanhanging is gemaakt , past het gerecht de regels van het voor hem geldende internationaal privaatrecht toe . " .

Artikel 24

Artikel 55 van het Verdrag van 1968 wordt aangevuld met de volgende Verdragen , die in chronologische volgorde in de lijst worden opgenomen :

- het Verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk betreffende de wederzijdse tenuitvoerlegging van vonnissen in burgelijke en handelszaken , met protocol , ondertekend te Parijs op 18 januari 1934 ;

- het Verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en België betreffende de wederzijdse tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken , met protocol , ondertekend te Brussel op 2 mei 1934 ;

- het Verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken , ondertekend te Bonn op 14 juli 1960 ;

- het Verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en de Italiaanse Republiek betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken , ondertekend te Rome op 7 februari 1964 , met protocol van wijziging , ondertekend te Rome op 14 juli 1970 ;

- het Verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de wederkerige erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke zaken , ondertekend te Den Haag op 17 november 1967 .

Artikel 25

1 . Artikel 57 van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" Artikel 57

Dit Verdrag laat onverlet de verdragen , waarbij de Verdragsluitende Staten partij zijn of zullen zijn en die , voor bijzondere onderwerpen , de rechterlijke bevoegdheid , de erkenning of de tenuitvoerlegging van beslissingen regelen .

Dit Verdrag laat onverlet de toepassing van de bepalingen die , voor bijzondere onderwerpen , de rechterlijke bevoegdheid , de erkenning of de tenuitvoerlegging van beslissingen regelen en die zijn vervat of zullen zijn vervat in de besluiten van de Instellingen van de Europese Gemeenschappen of in de nationale wetgevingen die ter uitvoering van deze besluiten zijn geharmoniseerd . " .

2 . Ten einde de eenvormige uitlegging van artikel 57 , eerste lid , te waarborgen wordt dit artikel als volgt toegepast :

a ) Het gewijzigde Verdrag van 1968 belet niet dat een gerecht van een Verdragsluitende Staat die partij is bij een verdrag over een bijzonder onderwerp , zijn bevoegdheid aan laatstgenoemd verdrag ontleent , ook al heeft de verweerder zijn woonplaats op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat die bij dat verdrag geen partij is . Het gerecht bij wie de zaak aanhangig is , past in ieder geval artikel 20 van het gewijzigde Verdrag van 1968 toe .

b ) De beslissingen die in een Verdragsluitende Staat zijn gegeven door een gerecht dat zijn bevoegdheid heeft ontleend aan een verdrag over een bijzonder onderwerp , worden in de andere Verdragsluitende Staten overeenkomstig het gewijzigde Verdrag van 1968 erkend en ten uitvoer gelegd .

Indien een verdrag over een bijzonder onderwerp , waarbij zowel de Staat van herkomst als de aangezochte Staat partij zijn , bepalingen bevat omtrent de voorwaarden voor erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen , worden deze bepalingen toegepast . Steeds kunnen de bepalingen van het gewijzigde Verdrag van 1968 die betrekking hebben op de procedure voor erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen worden toegepast .

Artikel 26

Artikel 59 van het Verdrag van 1968 wordt aangevuld met het volgende lid :

" Een Verdragsluitende Staat kan zich echter niet jegens een derde Staat verbinden om een beslissing niet te erkennen , die in een andere Verdragsluitende Staat is gegeven door een gerecht dat zijn bevoegdheid grondt op de aanwezigheid in laatstgenoemde Staat van goederen die aan de verweerder toebehoren , of op het beslag dat door de eiser is gelegd op daar aanwezige goederen ,

1 . indien de vordering betrekking heeft op eigendom of bezit van die goederen , strekt tot verkrijging van machtiging daarover te beschikken , dan wel verband houdt met een ander geschil omtrent deze goederen , of

2 . indien de goederen de zekerheid vormen die gesteld is voor een schuld die het onderwerp is van de vordering . " .

Artikel 27

Artikel 60 van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" Artikel 60

Dit Verdrag is van toepassing op het Europese grondgebied van de Verdragsluitende Staten , met inbegrip van Groenland , op de Franse overzeese departementen en gebieden alsmede op Mayotte .

Het Koninkrijk der Nederlanden kan op het tijdstip van de ondertekening of de bekrachtiging van dit Verdrag , of op elk tijdstip nadien , door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen verklaren dat dit Verdrag van toepassing is op de Nederlandse Antillen . Bij gebreke van een dergelijke verklaring worden de procedures welke binnen het Europese grondgebied van het Koninkrijk ten gevolge van het instellen van een beroep in cassatie tegen de beslissingen van gerechten van de Nederlandse Antillen gevoerd worden , beschouwd als procedures welke voor deze gerechten worden gevoerd .

In afwijking van het eerste lid is dit Verdrag niet van toepassing :

1 . op de Faeroer , tenzij het Koninkrijk Denemarken anders verklaart ,

2 . op de Europese gebieden buiten het Verenigd Koninkrijk , waarvan het Verenigd Koninkrijk de buitenlandse betrekkingen verzorgt , tenzij het Verenigd Koninkrijk anders verklaart ten aanzien van een zodanig gebied .

Deze verklaringen kunnen op elk tijdstip worden afgelegd door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen .

De beroepsprocedures die in het Verenigd Koninkrijk worden ingesteld tegen beslissingen van gerechten , gelegen in een van de in het derde lid , onder 2 , bedoelde gebieden , worden beschouwd als procedures die voor deze gerechten worden gevoerd .

Rechtszaken die in het Koninkrijk Denemarken worden behandeld volgens de wet op de burgerlijke rechtsvordering voor de Faeroer ( Lov for Faeroeerne om rettens pleje ) worden beschouwd als zaken die voor de gerechten van de Faeroer worden gevoerd . " .

Artikel 28

Artikel 64 , onder c ) , van het Verdrag van 1968 wordt als volgt gelezen :

" c ) de ingevolge artikel 60 ontvangen verklaringen ; " .

TITEL III

AANPASSINGEN VAN HET PROTOCOL BIJ HET VERDRAG VAN 1968

Artikel 29

Het Protocol bij het Verdrag van 1968 wordt aangevuld met de volgende artikelen :

" Artikel V bis

Ten aanzien van onderhoudsverplichtingen worden onder de termen " rechter " en " gerecht " mede begrepen de Deense administratieve autoriteiten .

Artikel V ter

Bij geschillen tussen de kapitein en een bemanningslid van een in Denemarken of Ierland geregistreerd zeeschip over de beloning of andere arbeidsvoorwaarden moet het gerecht van een Verdragsluitende Partij nagaan of de ten aanzien van het schip bevoegde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van het geschil in kennis is gesteld . Zolang deze vertegenwoordiger niet van het geschil in kennis is gesteld , moet het gerecht zijn uitspraak aanhouden . Het gerecht moet zich , zelfs ambtshalve , onbevoegd verklaren , indien deze vertegenwoordiger , na naar behoren van het geschil in kennis te zijn gesteld , gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheden die hij krachtens een consulaire overeenkomst bezit , dan wel , bij gebreke van een dergelijke overeenkomst , binnen de gestelde termijn bezwaren heeft gemaakt tegen de bevoegdheid .

Artikel V quater

Wanneer , op grond van artikel 69 , lid 5 , van het Verdrag betreffende het Europees octrooi voor de gemeenschappelijke markt , ondertekend te Luxemburg op 15 december 1975 , de artikelen 52 en 53 van dit Verdrag worden toegepast op de bepalingen inzake de " residence " volgens de Engelse tekst van eerstgenoemd Verdrag , wordt de uitdrukking " residence " die in die tekst wordt gebruikt , geacht dezelfde betekenis te hebben als de uitdrukking " domicile " in de voornoemde artikelen 52 en 53 .

Artikel V quinquies

Onverminderd de bevoegdheid van het Europees Octrooibureau volgens het op 5 oktober 1973 te Muenchen ondertekende Europees Octrooiverdrag , zijn de gerechten van elke Verdragsluitende Staat , zonder acht te slaan op de woonplaats , bij uitsluiting bevoegd ter zake van inschrijving of geldigheid van een Europees octrooi dat voor die Staat is verleend en dat geen Gemeenschapsoctrooi is krachtens artikel 86 van het op 15 december 1975 te Luxemburg ondertekende Verdrag betreffende het Europees octrooi voor de gemeenschappelijke markt . " .

TITEL IV

AANPASSINGEN VAN HET PROTOCOL VAN 1971

Artikel 30

Aan artikel 1 van het Protocol van 1971 wordt de volgende alinea toegevoegd :

" Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is ook bevoegd om uitspraak te doen over de uitlegging van het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken , Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het Verdrag van 27 september 1968 en tot dit Protocol . " .

Artikel 31

Artikel 2 , nr . 1 , van het Protocol van 1971 wordt als volgt gelezen :

" 1 . - in België : het Hof van Cassatie - " la Cour de Cassation " en de Raad van State - " le Conseil d'Etat " ,

- in Denemarken : " hoejesteret " ,

- in de Bondsrepubliek Duitsland : " die obersten Gerichtshofe des Bundes " ,

- in Frankrijk : " la Cour de Cassation " alsmede " le Conseil d'Etat " ,

- in Ierland : " the Supreme Court " ,

- in Italië : " la Corte Suprema di Cassazione " ,

- in Luxemburg : " la Cour supérieure de Justice siégeant comme Cour de cassation " ,

- in Nederland : de Hoge Raad ,

- in het Verenigd Koninkrijk : " the House of Lords " en de rechterlijke instanties die op grond van artikel 37 , tweede lid , of artikel 41 van het Verdrag zijn aangeroepen ; " .

Artikel 32

Artikel 6 van het Protocol van 1971 wordt als volgt gelezen :

" Artikel 6

Dit Protocol is van toepassing op het Europese grondgebied van de Verdragsluitende Staten , met inbegrip van Groenland , op de Franse overzeese departementen en gebieden alsmede op Mayotte .

Het Koninkrijk der Nederlanden kan op het tijdstip van de ondertekening of de bekrachtiging van dit Protocol , of op elk tijdstip nadien , door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen verklaren dat dit Protocol van toepassing is op de Nederlandse Antillen .

In afwijking van het eerste lid is dit Protocol niet van toepassing :

1 . op de Faeroer , tenzij het Koninkrijk Denemarken anders verklaart ,

2 . op de Europese gebieden buiten het Verenigd Koninkrijk , waarvan het Verenigd Koninkrijk de buitenlandse betrekkingen verzorgt , tenzij het Verenigd Koninkrijk anders verklaart ten aanzien van een zodanig gebied .

Deze verklaringen kunnen op elk tijdstip worden afgelegd door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen . " .

Artikel 33

Artikel 10 , onder d ) , van het Protocol van 1971 wordt als volgt gelezen :

" d ) de ingevolge artikel 6 ontvangen verklaringen . " .

TITEL V

OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 34

1 . Het Verdrag van 1968 en het Protocol van 1971 als gewijzigd bij dit Verdrag zijn slechts van toepassing op rechtsvorderingen ingesteld en op authentieke akten verleden na de inwerkingtreding van dit Verdrag in de Staat van herkomst en , wanneer wordt verzocht om erkenning of tenuitvoerlegging van een beslissing of een authentieke akte , in de aangezochte Staat .

2 . Evenwel worden in de betrekkingen tussen de zes Staten die partij zijn bij het Verdrag van 1968 de beslissingen gegeven na de dag van inwerkingtreding van dit Verdrag naar aanleiding van voor deze dag ingestelde vorderingen , erkend en ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van titel III van het gewijzigde Verdrag van 1968 .

3 . Bovendien worden in de betrekkingen tussen de zes Staten die partij zijn bij het Verdrag van 1968 en de drie Staten genoemd in artikel 1 van dit Verdrag , evenals in de betrekkingen tussen de drie laatstgenoemde Staten , de beslissingen gegeven na de dag van inwerkingtreding van dit Verdrag in de betrekkingen tussen de Staat van herkomst en de aangezochte Staat naar aanleiding van voor deze dag ingestelde vorderingen , erkend en ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van titel III van het gewijzigde Verdrag van 1968 , indien de bevoegdheid berustte op regels die overeenkomen met de bepalingen van de gewijzigde titel II of met de bepalingen neergelegd in een Verdrag dat tussen de Staat van herkomst en de aangezochte Staat van kracht was toen de vordering werd ingesteld .

Artikel 35

Indien de partijen in een geschil over een overeenkomst voor de inwerkingtreding van dit Verdrag schriftelijk waren overeengekomen op deze overeenkomst Iers recht of het recht van een deel van het Verenigd Koninkrijk toe te passen , blijven de gerechten van Ierland of van dit deel van het Verenigd Koninkrijk bevoegd om van dit geschil kennis te nemen .

Artikel 36

Gedurende drie jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van 1968 voor het Koninkrijk Denemarken of voor Ierland wordt in elk van deze Staten de bevoegdheid in zaken van zeerecht niet alleen bepaald overeenkomstig dat Verdrag , maar ook overeenkomstig de bepalingen van nr . 1 tot en met nr . 6 hierna . Deze bepalingen zijn in elk van deze Staten evenwel niet langer van toepassing zodra het op 10 mei 1952 te Brussel ondertekende internationale Verdrag tot eenmaking van enkele bepalingen inzake conservatoir beslag op zeeschepen voor die Staat in werking is getreden .

1 . Hij die zijn woonplaats heeft in een Verdragsluitende Staat kan in de volgende gevallen voor de gerechten van één van de hierboven genoemde Staten worden gedaagd ter zake van een zeerechtelijke vordering , wanneer op het schip waarop de vordering betrekking heeft of op enig ander schip waarvan hij eigenaar is , op het grondgebied van laatstgenoemde Staat gerechtelijk beslag is gelegd als zekerheid voor de vordering , of wanneer aldaar beslag had kunnen worden gelegd , maar er borgtocht dan wel enige andere zekerheid is gesteld :

a ) indien de eiser zijn woonplaats in die Staat heeft ;

b ) indien de vordering in die Staat is ontstaan ;

c ) indien de vordering is ontstaan op een reis tijdens welke het beslag is gelegd of had kunnen worden gelegd ;

d ) indien de vordering voortspruit uit een aanvaring of schade die , hetzij door het uitvoeren of nalaten van een manoeuvre , hetzij door niet-naleving der reglementen , een schip heeft toegebracht aan een ander schip dan wel aan de zich aan boord van een van deze schepen bevindende zaken of personen ;

e ) indien de vordering is ontstaan uit hulp of berging ;

f ) indien voor de vordering zekerheid is gesteld in de vorm van een scheepshypotheek of andere onderzetting die rust op het schip waarop beslag is gelegd .

2 . Beslag kan worden gelegd op elk schip waarop de zeerechtelijke vordering betrekking heeft of op elk ander schip dat toebehoort aan degene die op het tijdstip van het ontstaan van de vordering eigenaar was van het schip waarop deze vordering betrekking heeft . Ter zake van de in nr . 5 , onder o ) , p ) of q ) , bedoelde vorderingen kan evenwel alleen beslag worden gelegd op het schip waarop de vordering betrekking heeft .

3 . Schepen worden geacht dezelfde eigenaar te hebben wanneer alle aandelen in handen zijn van dezelfde persoon of personen .

4 . In geval van bevrachting waarbij de zeggenschap over het schip is overgedragen kan , wanneer alleen de bevrachter aansprakelijk is voor een zeerechtelijke vordering ter zake van het schip , op dit schip of op enig ander schip van deze bevrachter beslag worden gelegd , doch kan ter zake van deze vordering geen beslag worden gelegd op enig ander schip van de eigenaar . Dit geldt ook in alle gevallen waarin een ander dan de eigenaar aansprakelijk is voor een zeerechtelijke vordering .

5 . Onder " zeerechtelijke vordering " wordt verstaan een vordering voortvloeiend uit :

a ) schade veroorzaakt door een schip door aanvaring of anderszins ;

b ) dood of persoonlijk letsel veroorzaakt door een schip of voortspruitend uit de exploitatie van een schip ;

c ) hulp en berging ;

d ) overeenkomsten betreffende het gebruik of de huur van een schip bij wijze van bevrachting of anderszins ;

e ) overeenkomsten betreffende goederenvervoer per schip bij wijze van bevrachting , cognossement of anderszins ;

f ) verlies van of schade aan goederen , met inbegrip van de bagage , vervoerd per schip ;

g ) avarij-grosse ;

h ) bodemerij ;

i ) slepen ;

j ) loodsen ;

k ) aan een schip geleverde goedren of materiaal ten behoeve van de exploitatie of het onderhoud van het schip , ongeacht de plaats van de levering ;

l ) bouw , herstelling of uitrusting van een schip , of havengelden ;

m ) de lonen van kapitein , officieren of bemanning ;

n ) uitgaven van de kapitein , met inbegrip van uitgaven gedaan door verschepers , bevrachters , of agenten voor rekening van het schip of zijn eigenaar ;

o ) geschillen over de eigendom van een schip ;

p ) geschillen tussen medeëigenaars van een schip over eigendom , bezit , exploitatie of opbrengsten van dat schip ;

q ) elke scheepshypotheek of andere onderzetting die op een schip rust .

6 . In Denemarken dekt de uitdrukking " beslag " , voor wat de onder o ) en p ) bedoelde zeerechtelijke vorderingen betreft , ook de " forbud " , voor zover ingevolge de artikelen 646 tot en met 653 van de Wet op de burgerlijke rechtsvordering ( Lov om rettens pleje ) alleen deze procedure ter zake is toegelaten .

TITEL VI

SLOTBEPALINGEN

Artikel 37

De Secretaris-generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen zendt aan de Regeringen van het Koninkrijk Denemarken , Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift in de Duitse , de Franse , de Italiaanse en de Nederlandse taal toe van het Verdrag van 1968 en van het Protocol van 1971 .

De teksten van het Verdrag van 1968 en van het Protocol van 1971 die zijn opgesteld in de Deense , de Engelse en de Ierse taal , worden aan dit Verdrag gehecht ( 1 ) . De teksten die zijn opgesteld in de Deense , de Engelse en de Ierse taal , zijn op gelijke wijze authentiek als de oorspronkelijke teksten van het Verdrag van 1968 en van het Protocol van 1971 .

Artikel 38

Dit Verdrag wordt door de ondertekenende Staten bekrachtigd . De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen .

Artikel 39

Dit Verdrag treedt tussen de Staten die het hebben bekrachtigd , in werking op de eerste dag van de derde maand volgende op het nederleggen van de laatste akte van bekrachtiging door de oorspronkelijke Lid-Staten van de Gemeenschap en een nieuwe Lid-Staat .

Voor elke nieuwe Lid-Staat die het Verdrag later bekrachtigt , treedt het in werking op de eerste dag van de derde maand volgende op het nederleggen van zijn akte van bekrachtiging .

Artikel 40

De Secretaris-generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen stelt de ondertekenende Staat in kennis van :

a ) het nederleggen van iedere akte van bekrachtiging ;

b ) de data van inwerkingtreding van dit Verdrag voor de Verdragsluitende Staten .

Artikel 41

Dit Verdrag , opgesteld in één exemplaar , in de Deense , de Duitse , de Engelse , de Franse , de Ierse , de Italiaanse en de Nederlandse taal , welke zeven teksten gelijkelijk authentiek zijn , zal worden nedergelegd in het archief van het Secretariaat van de Raad der Europese Gemeenschappen . De Secretaris-generaal zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elke ondertekenende Staat .

Til bekraeftelse heraf har undertegnede befuldmaegtigede underskrevet denne konvention .

Zu Urkund dessen haben die unterzeichneten Bevollmaechtigten ihre Unterschriften unter dieses Uebereinkommen gesetzt .

In witness whereof , the undersigned Plenipotentiaries have affixed their signatures below this Convention .

En foi de quoi , les plénipotentiaires soussignés ont apposé leurs signatures au bas de la présente convention .

Da fhianu sin , chuir na Lanchumhachtaigh thios-sinithe a lamh leis an gCoinbhinsiun seo .

In fede di che , i plenipotenziari sottoscritti hanno apposto le loro firme in calce alla presente convenzione .

Ten blijke waarvan de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit Verdrag hebben gesteld .

Udfaerdiget i Luxembourg , den niende oktober nitten hundrede og otteoghalvfjerds .

Geschehen zu Luxemburg am neunten Oktober neunzehnhundertachtundsiebzig .

Done at Luxembourg on the ninth day of October in the year one thousand nine hundred and seventy-eight .

Fait à Luxembourg , le neuf octobre mil neuf cent soixante-dix-huit .

Arna dhéanamh i Lucsamburg , an naou la de Dheireadh Fomhair sa bhliain mile naoi gcéad seachto a hocht .

Fatto a Lussemburgo , addì nove ottobre millenovecentosettantotto .

Gedaan te Luxemburg , de negende oktober negentienhonderd achtenzeventig .

Pour Sa Majesté le roi des Belges

Voor Zijne Majesteit de Koning der Belgen

For Hendes Majestaet Danmarks Dronning

Fuer den Praesidenten der Bundesrepublik Deutschland

Pour le président de la République française

Thar ceann Uachtaran na hEireann

Per il presidente della Repubblica italiana

Pour Son Altesse Royale le grand-duc de Luxembourg

Voor Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden

For Her Majesty the Queen of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland

(*) De datum van inwerkingtreding van het Verdrag zal door het Secretariaat-generaal van de Raad in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen worden bekendgemaakt .

( 1 ) Zie blz . 17 , 36 en 55 van dit Publikatieblad .

KONVENTION : zie P.b .

VERDRAG

betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (*)

PREAMBULE

DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN BIJ HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP ,

Geleid door de wens uitvoering te geven aan artikel 220 van dit Verdrag , krachtens hetwelk zij zich ertoe hebben verbonden de vereenvoudiging van de formaliteiten waarvan de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen onderworpen zijn , te verzekeren ,

Verlangende binnen de Gemeenschap de rechtsbescherming van degenen die er gevestigd zijn te vergroten ,

Overwegende dat het daartoe noodzakelijk is de bevoegdheid van hun gerechten in internationaal verband vast te stellen , de erkenning van beslissingen te vergemakkelijken en , ter verzekering van de tenuitvoerlegging hiervan , alsmede van de tenuitvoerlegging van authentieke akten en gerechtelijke schikkingen , een vlotte rechtsgang in te voeren ,

Hebben besloten het onderhavige Verdrag te sluiten , en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen :

ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN :

De heer Pierre HARMEL ,

minister van Buitenlandse Zaken ;

DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND :

De heer Willy BRANDT ,

Vice-Kanselier , minister van Buitenlandse Zaken ;

DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK :

De heer Michel DEBRE ,

minister van Buitenlandse Zaken ;

DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK :

De heer Giuseppe MEDICI ,

minister van Buitenlandse Zaken ;

ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG :

De heer Pierre GREGOIRE ,

minister van Buitenlandse Zaken ;

HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN :

De heer J.M.A.H . LUNS ,

minister van Buitenlandse Zaken ;

DIE , in het kader van de Raad bijeen , na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten ,

OMTRENT DE VOLGENDE BEPALINGEN OVEREENSTEMMING HEBBEN BEREIKT :

TITEL I

TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1

Dit Verdrag wordt toegepast in burgelijke en handelszaken , ongeacht de aard van het gerecht waarvoor deze zaken zich afspelen . Het omvat inzonderheid niet fiscale zaken , zaken van douane of administratiefrechtelijke zaken ( 1 ) .

Het is niet van toepassing op :

1 . de staat en de bevoegdheid van natuurlijke personen , het huwelijksgoederenrecht , testamenten en erfenissen ;

2 . het faillissement , akkoorden en andere soortgelijke procedures ;

3 . de sociale zekerheid ;

4 . de arbitrage .

TITEL II

BEVOEGDHEID

Afdeling 1

Algemene bepalingen

Artikel 2

Onverminderd de bepalingen van dit Verdrag worden zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat , ongeacht hun nationaliteit , opgeroepen voor de gerechten van die Staat .

Voor hen , die niet de nationaliteit bezitten van de Staat waar zij woonplaats hebben , gelden de regels van rechterlijke bevoegdheid , die op de eigen onderdanen van die Staat van toepassing zijn .

Artikel 3

Zij , die op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat woonplaats hebben , kunnen niet voor de rechter van een andere Verdragsluitende Staat worden opgeroepen dan krachtens de in de afdelingen 2 tot en met 6 van deze titel gegeven regels .

Tegen hen kunnen met name niet worden ingeroepen :

- in België : artikel 15 van het Burgerlijk Wetboek ( Code civil ) en artikel 638 van het Gerechtelijk Wetboek ( Code judiciaire ) ;

- in Denemarken : artikel 248 , lid 2 , van de Wet op de burgerlijke rechtsvordering ( Lov om rettens pleje ) en hoofdstuk 3 , artikel 3 , van de Wet op de burgerlijke rechtsvordering in Groenland ( Lod for Groenland om rettens pleje ) ;

- in de Bondsrepubliek Duitsland : artikel 23 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ( Zivilprozessordnung ) ;

- in Frankrijk : de artikelen 14 en 15 van het Burgerlijk Wetboek ( Code civil ) ;

- in Ierland : de bepalingen inzake de bevoegdheid welke berust op de omstandigheid dat een het geding inleiden stuk wordt betekend of medegedeeld aan de verweerder die tijdelijk in Ierland verblijft ;

- in Italië : artikel 2 en artikel 4 , nr . 1 en nr . 2 , van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ( Codice di procedura civile ) ;

- in Luxemburg : de artikelen 14 en 15 van het Burgerlijk Wetboek ( Code civil ) ;

- in Nederland : de artikelen 126 , lid 3 , en 127 , van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ;

- in het Verenigd Koninkrijk : de bepalingen inzake de bevoegdheid die berust op :

a ) de omstandigheid dat een het geding inleidend stuk wordt betekend of medegedeeld aan de verweerder die tijdelijk in het Verenigd Koninkrijk verblijft ;

b ) de aanwezigheid van goederen die toebehoren aan de verweerder in het Verenigd Koninkrijk ;

of

c ) het beslag door de eiser gelegd op goederen die zich in het Verenigd Koninkrijk bevinden . ( 2 )

Artikel 4

Indien de verweerder geen woonplaats heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat , wordt de bevoegdheid in elke Verdragsluitende Staat geregeld door de wetgeving van die Staat , onverminderd de toepassing van het bepaalde in artikel 16 .

Tegen deze verweerder kan ieder , ongeacht zijn nationaliteit , die op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat woonplaats heeft , aldaar op dezelfde voet als de eigen onderdanen van die Staat de bevoegdheidsregels inroepen die er van kracht zijn , met name de regels , bedoeld in artikel 3 , tweede lid .

Afdeling 2

Bijzondere bevoegdheid

Artikel 5

De verweerder die woonplaats heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat , kan in een andere Verdragsluitende Staat voor de navolgende gerechten worden opgeroepen :

1 . ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst : voor het gerecht van de plaats , waar de verbintenis , die aan de eis ten grondslag ligt , is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd ; ( 3 )

2 . ten aanzien van onderhoudsverplichtingen : voor het gerecht van de plaats , waar de tot onderhoud gerechtigde zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats heeft of , indien het een bijkomende eis is welke verbonden is met een vordering betreffende de staat van personen , voor het gerecht dat volgens zijn eigen wet bevoegd is daarvan kennis te nemen , behalve in het geval dat deze bevoegdheid uitsluitend berust op de nationaliteit van een der partijen ; ( 4 )

3 . ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad : voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan ;

4 . ten aanzien van een op een strafbaar feit gegronde rechtsvordering tot schadevergoeding of tot teruggave : voor het gerecht waarbij de strafvervolging is ingesteld , zulks voor zover volgens de interne wetgeving dit gerecht van de burgerlijke vordering kennis kan nemen ;

5 . ten aanzien van een geschil betreffende de exploitatie van een filiaal , van een agentschap of enige andere vestiging : voor het gerecht van de plaats waar zij gelegen zijn ;

6 . als oprichter , trustee of begunstigde van een trust , die in het leven is geroepen op grond van de wet of bij geschrifte dan wel bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst : voor de gerechten van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de trust is gevestigd ; ( 5 )

7 . ten aanzien van een geschil betreffende de betaling van de beloning wegens de hulp en berging die aan een lading of vracht ten goede is gekomen : voor het gerecht in wiens rechtsgebied op deze lading of de daarop betrekking hebbende vracht :

a ) beslag is gelegd tot zekerheid van deze betaling ,

of

b ) daartoe beslag had kunnen worden gelegd , maar borgtocht of andere zekerheid is gesteld ;

deze bepaling is slechts van toepassing indien wordt beweerd dat de verweerder een recht heeft op de lading of de vracht , of dat hij daarop een zodanig recht had op het tijdstip van deze hulp of berging . ( 6 )

Artikel 6

Deze verweerder kan ook worden opgeroepen :

1 . indien er meer dan één verweerder is : voor het gerecht van de woonplaats van een hunner ;

2 . bij een vordering tot vrijwaring of bij een vordering tot voeging of tussenkomst : voor het gerecht waarvoor de oorspronkelijke vordering aanhangig is , tenzij de vordering slechts is ingesteld om de afgeroepene af te trekken van de rechter die de wet hem toekent ;

3 . ten aanzien van een tegeneis die voortspruit uit de overeenkomst of uit het rechtsfeit waarop de oorspronkelijke eis is gegrond : voor het gerecht waar deze laatste aanhangig is .

Artikel 6 bis ( 7 )

Wanneer een gerecht van een Verdragsluitende Staat uit hoofde van dit Verdrag bevoegd is kennis te nemen van vorderingen ter zake van aansprakelijkheid voortvloeiend uit het gebruik of de exploitatie van een schip , neemt dit gerecht , of elk ander gerecht dat volgens de interne wet van deze Staat in zijn plaats treedt , tevens kennis van de vorderingen tot beperking van deze aansprakelijkheid .

Afdeling 3

Bevoegdheid bij geschillen inzake verzekeringen

Artikel 7

De bevoegdheid in verzekeringszaken is in deze afdeling geregeld , onverminderd het bepaalde in de artikelen 4 en 5 , nr . 5 .

Artikel 8 ( 8 )

De verzekeraar met woonplaats op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat kan worden opgeroepen :

1 . voor de gerechten van de Staat waar hij zijn woonplaats heeft , of

2 . in een andere Verdragsluitende Staat , voor het gerecht van de plaats waar de verzekeringsnemer zijn woonplaats heeft , of

3 . indien het een medeverzekeraar betreft , voor het gerecht van een Verdragsluitende Staat waar de vordering tegen de eerste verzekeraar is ingesteld .

Wanneer de verzekeraar geen woonplaats heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat , maar in een Verdragsluitende Staat een filiaal , een agentschap of enige andere vestiging heeft , wordt hij voor de geschillen betreffende de exploitatie daarvan geacht woonplaats te hebben op het grondgebied van die Staat .

Artikel 9

De verzekeraar kan bovendien worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan , indien het geschil een aansprakelijkheidsverzekering of een verzekering welke betrekking heeft op onroerende goederen betreft . Hetzelfde geldt voor het geval dat de verzekering zowel betrekking heeft op onroerende als op roerende goederen welke door een zelfde polis zijn gedekt en door hetzelfde onheil zijn getroffen .

Artikel 10

Ter zake van aansprakelijkheidsverzekering kan de verzekeraar eveneens in vrijwaring worden opgeroepen voor het gerecht waar de rechtsvordering van de getroffene tegen de verzekerde aanhangig is , indien de voor dit gerecht geldende wetgeving het toelaat .

De artikelen 7 , 8 en 9 zijn van toepassing op de vordering welke door de getroffene rechtstreeks tegen de verzekeraar wordt ingesteld , indien de rechtstreekse vordering mogelijk is .

Indien de wettelijke bepalingen betreffende deze rechtstreekse vordering het in het geding roepen van de verzekeringsnemer of de verzekerde regelen , is hetzelfde gerecht ook te hunnen opzichte bevoegd .

Artikel 11

Onverminderd het bepaalde in artikel 10 , lid 3 , kan de vordering van de verzekeraar slechts worden gebracht voor de gerechten van de Verdragsluitende Staat , op welks grondgebied de verweerder woonplaats heeft , ongeacht of deze laatste verzekeringsnemer , verzekerde of begunstigde is .

De bepalingen van deze afdeling laten het recht om een tegeneis in te stellen bij het gerecht , voor hetwelk met inachtneming van deze afdeling de oorspronkelijke eis is gebracht , onverlet .

Artikel 12 ( 9 )

Van de bepalingen van deze afdeling kan slechts worden afgeweken door overeenkomsten :

1 . gesloten na het ontstaan van het geschil , of

2 . die aan de verzekeringsnemer , de verzekerde of de begunstigde de mogelijkheid geven de zaak bij andere gerechten dan de in deze afdeling genoemde aanhangig te maken , of

3 . waarbij een verzekeringsnemer en een verzekeraar , die op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst hun woonplaats of hun gewone verblijfplaats in dezelfde Verdragsluitende Staat hebben , zelfs als het schadebrengende feit zich in het buitenland heeft voorgedaan , de gerechten van die Staat bevoegd verklaren , tenzij de wetgeving van die Staat dergelijke overeenkomsten verbiedt , of

4 . gesloten door een verzekeringsnemer die zijn woonplaats niet in een Verdragsluitende Staat heeft , behoudens in geval van verplichte verzekering dan wel in geval van verzekering van een in een Verdragsluitende Staat gelegen onroerend goed , of

5 . die betrekking hebben op een verzekeringsovereenkomst , voor zover daarmee een of meer van de risico's bedoeld in artikel 12 bis worden gedekt .

Artikel 12 bis ( 10 )

De in artikel 12 , nr . 5 , bedoelde risico's zijn de volgende :

1 . elke schade

a ) aan zeeschepen , vaste installaties in de kustwateren of in volle zee , of luchtvaartuigen , die wordt veroorzaakt door gebeurtenissen in verband met het gebruik daarvan voor handelsdoeleinden ,

b ) aan andere goederen dan de bagage van passagiers , toegebracht tijdens het vervoer met deze schepen of luchtvaartuigen of tijdens gemengd vervoer waarbij mede met deze schepen of luchtvaartuigen wordt vervoerd ;

2 . elke aansprakelijkheid , met uitzondering van die voor lichamelijk letsel van passagiers of schade aan hun bagage

a ) voortvloeiend uit het gebruik of de exploitatie van de schepen , installaties of luchtvaartuigen overeenkomstig nr . 1 , sub a ) , voor zover bevoegdheid toekennende overeenkomsten ter zake niet zijn verboden bij de wet van de Verdragsluitende Staat waar de luchtvaartuigen zijn ingeschreven ,

b ) veroorzaakt door de goederen gedurende vervoer als bedoeld onder nr . 1 , sub b ) ;

3 . de geldelijke verliezen in verband met het gebruik of de exploitatie van de schepen , installaties of luchtvaartuigen overeenkomstig nr . 1 , sub a ) , inzonderheid verlies van vracht of verlies van opbrengst van vervrachting ;

4 . elk risico dat komt bij een van de onder nr . 1 tot en met nr . 3 genoemde risico's .

Afdeling 4 ( 11 )

Bevoegdheid inzake door consumenten gesloten overeenkomsten

Artikel 13

Ter zake van overeenkomsten gesloten door een persoon voor een gebruik dat als niet bedrijfs - of beroepsmatig kan worden beschouwd , hierna te noemen de consument , wordt de bevoegdheid geregeld door deze afdeling , onverminderd het bepaalde in de artikelen 4 en 5 , nr . 5 ,

1 . wanneer het gaat om koop en verkoop op afbetaling van roerende lichamelijke zaken ,

2 . wanneer het gaat om leningen op afbetaling of andere krediettransacties ter financiering van koopovereenkomsten van zodanige zaken ,

3 . voor elke andere overeenkomst die betrekking heeft op de verstrekking van diensten of op de levering van roerende lichamelijke zaken indien

a ) de sluiting van de overeenkomst in de Staat waar de consument woonplaats heeft , is voorafgegaan door een bijzonder voorstel of publiciteit en indien ,

b ) de consument in die Staat de voor de sluiting van die overeenkomst noodzakelijke handelingen heeft verricht .

Wanneer de wederpartij van de consument geen woonplaats heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat , maar in een Verdragsluitende Staat een filiaal , een agentschap of enige andere vestiging heeft , wordt hij voor de geschillen betreffende de exploitatie daarvan geacht woonplaats te hebben op het grondgebied van die Staat .

Deze afdeling is niet van toepassing op de vervoerovereenkomst .

Artikel 14

De rechtsvordering die door een consument wordt ingesteld tegen de wederpartij bij de overeenkomst kan worden gebracht hetzij voor de gerechten van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan die partij woonplaats heeft , hetzij voor de gerechten van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de consument woonplaats heeft .

De rechtsvordering die tegen de consument wordt ingesteld door de andere partij bij de overeenkomst kan slechts worden gebracht voor de gerechten van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de consument woonplaats heeft .

Deze bepalingen laten het recht om een tegeneis in te stellen bij het gerecht , voor hetwelk met inachtneming van deze afdeling de oorspronkelijke eis is gebracht , onverlet .

Artikel 15

Van de bepalingen van deze afdeling kan slechts worden afgeweken door overeenkomsten :

1 . gesloten na het ontstaan van het geschil , of

2 . die aan de consument de mogelijkheid geven de zaak bij andere gerechten dan de in deze afdeling genoemde aanhangig te maken , of

3 . waarbij een consument en zijn wederpartij , die op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst hun woonplaats of hun gewone verblijfplaats in dezelfde Verdragsluitende Staat hebben , de gerechten van die Staat bevoegd verklaren , tenzij de wetgeving van die Staat dergelijke overeenkomsten verbiedt .

Afdeling 5

Exclusieve bevoegdheid

Artikel 16

Ongeacht de woonplaats zijn bij uitsluiting bevoegd :

1 . ten aanzien van zakelijke rechten op en huur en verhuur , pacht en verpachting van onroerende goederen : de gerechten van de Verdragsluitende Staat waar het onroerend goed gelegen is ;

2 . ten aanzien van de geldigheid , de nietigheid of de ontbinding van vennootschappen of rechtspersonen met plaats van vestiging in een Verdragsluitende Staat , dan wel ten aanzien van de besluiten van hun organen : de gerechten van die Staat ;

3 . ten aanzien van de geldigheid van inschrijvingen in openbare registers : de gerechten van de Verdragsluitende Staat , waar deze registers worden gehouden ;

4 . ten aanzien van de registratie of de geldigheid van octrooien , merken , tekeningen en modellen van nijverheid , en andere soortgelijke rechten welke aanleiding geven tot deponering of registratie : de gerechten van de Verdragsluitende Staat , op welks grondgebied de deponering of registratie is verzocht , heeft plaatsgehad of geacht wordt te hebben plaatsgehad in de zin van een internationale overeenkomst ;

5 . ten aanzien van de tenuitvoerlegging van beslissingen : de gerechten van de Verdragsluitende Staat van de plaats van tenuitvoerlegging .

Afdeling 6

Door partijen aangewezen bevoegde rechter

Artikel 17 ( 12 )

Indien de partijen , waarvan ten minste één zijn woonplaats heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat , een gerecht of de gerechten van een Verdragsluitende Staat hebben aangewezen voor de kenisneming van geschillen welke naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan , is dit gerecht of zijn de gerechten van die Staat bij uitsluiting bevoegd . Deze overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter dient hetzij bij een schriftelijke overeenkomst , hetzij bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst , hetzij , in de internationale handel , in een vorm die wordt toegelaten door de gebruiken op dit gebied en die de partijen kennen of geacht worden te kennen , te worden gesloten . Wanneer een dergelijke overeenkomst wordt gesloten door partijen die geen van allen woonplaats in het gebied van een Verdragsluitende Staat hebben , kunnen de gerechten van de andere Verdragsluitende Staten van het geschil geen kennis nemen zolang het aangewezen gerecht of de aangewezen gerechten zich niet onbevoegd hebben verklaard .

Het gerecht of de gerechten van een Verdragsluitende Staat waaraan in de oprichtingsakte van een trust bevoegdheid is toegekend , zijn bij uitsluiting bevoegd kennis te nemen van een vordering tegen een oprichter , een trustee of een begunstigde van een trust , als het gaat om de betrekkingen tussen deze personen of om hun rechten of verplichtingen in het kader van de trust .

Overeenkomsten tot aanwijzing van een bevoegde rechter en soortgelijke bedingen in akten tot oprichting van een trust hebben geen rechtsgevolg indien zij strijdig zijn met de bepalingen van de artikelen 12 en 15 , of indien de gerechten , op welker bevoegdheid inbreuk wordt gemaakt , krachtens artikel 16 bij uitsluiting bevoegd zijn .

Indien een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter slechts is gemaakt ten behoeve van een der partijen , behoudt deze het recht zich te wenden tot elk ander gerecht dat op grond van dit Verdrag bevoegd is .

Artikel 18

Buiten de gevallen dat zijn bevoegdheid voortspruit uit andere bepalingen van dit Verdrag , is de rechter van een Verdragsluitende Staat , voor wie de verweerder verschijnt , bevoegd . Dit voorschrift is niet van toepassing indien de verschijning uitsluitend ten doel heeft de bevoegdheid te betwisten , of indien er een ander gerecht bestaat dat krachtens artikel 16 bij uitsluiting bevoegd is .

Afdeling 7

Toetsing van de bevoegdheid en de ontvankelijkheid

Artikel 19

De rechter van een Verdragsluitende Staat bij wie een geschil aanhangig is gemaakt met als inzet een vordering waarvoor krachtens artikel 16 een gerecht van een andere Verdragsluitende Staat bij uitsluiting bevoegd is , verklaart zich ambtshalve onbevoegd .

Artikel 20

Wanneer de verweerder met woonplaats op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat voor een gerecht van een andere Verdragsluitende Staat wordt opgeroepen en niet verschijnt , verklaart de rechter zich ambtshalve onbevoegd indien zijn bevoegdheid niet berust op de bepalingen van dit Verdrag .

De rechter is verplicht zijn uitspraak aan te houden zolang niet vaststaat dat de verweerder in de gelegenheid is gesteld het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk , zo tijdig als met het oog op zijn verdediging nodig was , te ontvangen , of dat daartoe al het nodige is gedaan . ( 13 )

Het bepaalde in het voorgaande lid wordt vervangen door de bepalingen van artikel 15 van het Verdrag van 's-Gravenhage van 15 november 1965 inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of handelszaken , indien de toezending van het stuk dat het geding inleidt , strekt ter uitvoering van dat verdrag .

Afdeling 8

Aanhangigheid en samenhang

Artikel 21

Wanneer voor gerechten van verschillende Verdragsluitende Staten tussen dezelfde partijen vorderingen aanhangig zijn , welke hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten , moet het gerecht , waarbij de zaak het laatst is aangebracht , zelfs ambtshalve , de partijen verwijzen naar het gerecht bij hetwelk de zaak het eerst aanhangig is gemaakt .

Het gerecht dat tot verwijzing zou moeten overgaan kan zijn uitspraak aanhouden indien de bevoegdheid van het andere gerecht wordt betwist .

Artikel 22

Wanneer samenhangende vorderingen bij gerechten van verschillende Verdragsluitende Staten zijn aangebracht en in eerste aanleg aanhangig zijn , kan het gerecht bij hetwelk de zaak het laatst is aangebracht , zijn uitspraak aanhouden .

Dit gerecht kan , op verzoek van een der partijen , ook tot verwijzing overgaan mits zijn wetgeving de voeging van samenhangende zaken toestaat en het gerecht bij hetwelk de zaak het eerst is aangebracht bevoegd is van de beide vorderingen kennis te nemen .

Samenhangend in de zin van dit artikel zijn vorderingen waartussen een zodanig nauwe band bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om haar gelijktijdige behandeling en berechting , ten einde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare uitspraken worden gegeven .

Artikel 23

Wanneer ten aanzien van de vorderingen meer dan één gerecht bij uitsluiting bevoegd is , worden partijen verwezen naar het gerecht bij hetwelk de zaak het eerst aanhangig is gemaakt .

Afdeling 9

Voorlopige maatregelen en maatregelen tot bewaring van recht

Artikel 24

In de wetgeving van een Verdragsluitende Staat voorziene voorlopige of bewarende maatregelen kunnen bij de rechterlijke autoriteiten van die Staat worden aangevraagd , zelfs indien een gerecht van een andere Verdragsluitende Staat krachtens dit Verdrag bevoegd is van het bodemgeschil kennis te nemen .

TITEL III

ERKENNING EN TENUITVOERLEGGING

Artikel 25

Onder beslissing in de zin van dit Verdrag wordt verstaan , elke door een gerecht van een Verdragsluitende Staat gegeven beslissing , ongeacht de daaraan gegeven benaming , zoals arrest , vonnis , beschikking of rechterlijk dwangbevel , alsmede de vaststelling door de griffier van het bedrag der proceskosten .

Afdeling 1

Erkenning

Artikel 26

De in een Verdragsluitende Staat gegeven beslissingen worden in de overige Verdragsluitende Staten erkend zonder vorm van proces .

Indien tegen de erkenning van een beslissing bezwaar wordt gemaakt , kan iedere partij die er belang bij heeft ten principale te zien vastgesteld , dat de beslissing erkend dient te worden , gebruik maken van de procedure , geregeld in de afdelingen 2 en 3 van deze titel .

Wordt ten overstaan van een gerecht van een Verdragsluitende Staat de erkenning bij wege van tussenvordering gevraagd , dan is dit gerecht bevoegd om van de vordering kennis te nemen .

Artikel 27

Beslissingen worden niet erkend :

1 . indien de erkenning strijdig is met de openbare orde van de aangezochte Staat ;

2 . indien het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk , niet regelmatig en zo tijdig als met het oog op zijn verdediging nodig was aan de verweerder , tegen wie verstek werd verleend , is betekend of is medegedeeld ; ( 14 )

3 . indien de beslissing onverenigbaar is met een tussen dezelfde partijen in de aangezochte Staat gegeven beslissing ;

4 . indien de rechter van de Staat van herkomst , om tot zijn beslissing te komen , zich heeft uitgesproken over een vraag betreffende de staat of de bevoegdheid van natuurlijke personen , het huwelijksgoederenrecht , testamenten en erfenissen en daarbij een regel van internationaal privaatrecht van de aangezochte Staat heeft geschonden , tenzij de beslissing tot hetzelfde resultaat voert als wanneer de regels van internationaal privaatrecht van de aangezochte Staat zouden zijn toegepast ;

5 . indien de beslissing onverenigbaar is met een beslissing die vroeger in een niet bij het Verdrag partij zijnde Staat tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust , mits deze laatste beslissing voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in de aangezochte Staat . ( 15 )

Artikel 28

De beslissingen worden eveneens niet erkend , indien de bepalingen van de afdelingen 3 , 4 en 5 van de tweede titel zijn geschonden , alsook indien het in artikel 59 bedoelde geval zich voordoet .

Bij de toetsing of de in het vorige lid genoemde bevoegdheidsregels niet zijn geschonden , is de aangezochte autoriteit gebonden aan de feitelijke overwegingen op grond waarvan het gerecht van de Staat van herkomst zijn bevoegdheid heeft aangenomen .

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid , mag de bevoegdheid van de gerechten van de Staat van herkomst niet worden getoestst ; de bevoegdheidsregels betreffen niet de openbare orde als bedoeld in artikel 27 , nr . 1 .

Artikel 29

In geen geval wordt overgegaan tot een onderzoek van de juistheid van de in den vreemde gegeven beslissing .

Artikel 30

De rechterlijke autoriteit van een Verdragsluitende Staat , bij wie de erkenning van een in een andere Verdragsluitende Staat gegeven beslissing wordt ingeroepen , kan zijn uitspraak aanhouden , indien tegen deze beslissing een gewoon rechtsmiddel is aangewend .

De rechterlijke autoriteit van een Verdragsluitende Staat , bij wie de erkenning van een in Ierland of het Verenigd Koninkrijk gegeven beslissing , waarvan de tenuitvoerlegging door een daartegen aangewend rechtsmiddel in de Staat van herkomst is geschorst , wordt ingeroepen , kan zijn uitspraak aanhouden . ( 16 )

Afdeling 2

Tenuitvoerlegging

Artikel 31

De beslissingen welke in een Verdragsluitende Staat zijn gegeven en aldaar uitvoerbaar zijn , kunnen in een andere Verdragsluitende Staat ten uitvoer worden gelegd , nadat zij aldaar , ten verzoeke van iedere belanghebbende partij , van het verlof tot tenuitvoerlegging zijn voorzien .

In het Verenigd Koninkrijk worden deze beslissingen in Engeland en Wales , in Schotland of in Noord-Ierland echter eerst ten uitvoer gelegd na op verzoek van elke belanghebbende partij in dat deel van het Verenigd Koninkrijk voor tenuitvoerlegging te zijn geregistreerd . ( 17 )

Artikel 32

Het verzoek wordt gericht :

- in België , tot de rechtbank van eerste aanleg of het " tribunal de première instance " ;

- in Denemarken , tot de " underret " ;

- in de Bondsrepubliek Duitsland , tot de President van een kamer van het " Landgericht " ;

- in Frankrijk , tot de President van het " tribunal de grande instance " ;

- in Ierland , tot het " High Court " ;

- in Italië , tot de " corte d'appello " ;

- in Luxemburg , tot de President van het " tribunal d'arrondissement " ;

- in Nederland , tot de President van de arrondissementsrechtbank ;

- in het Verenigd Koninkrijk :

1 . in Engeland en Wales , tot het " High Court of Justice " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , door tussenkomst van de Secretary of State , tot het " Magistrates' Court " ;

2 . in Schotland , tot het " Court of Session " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , door tussenkomst van de Secretary of State , tot het " Sheriff Court " ;

3 . in Noord-Ierland , tot het " High Court of Justice " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , door tussenkomst van de Secretary of State , tot het " Magistrates' Court " . ( 18 )

Het betrekkelijk bevoegde gerecht is dat van de woonplaats van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd . Indien deze partij geen woonplaats heeft in de aangezochte Staat , wordt de bevoegdheid bepaald door de plaats van tenuitvoerlegging .

Artikel 33

De vereisten waaraan het verzoek moet voldoen , worden vastgesteld door de wet van de aangezochte Staat .

De verzoeker moet , binnen het rechtsgebied van het gerecht dat van het verzoek kennis neemt , woonplaats kiezen . Kent echter de wetgeving van de aangezochte Staat geen woonplaatskeuze , dan kan de verzoeker een procesgemachtigde aanwijzen .

Bij het verzoek worden gevoegd de in de artikelen 46 en 47 genoemde documenten .

Artikel 34

Het gerecht , tot hetwelk het verzoek is gericht , doet onverwijld uitspraak ; de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd , wordt in deze stand van de procedure niet gehoord .

Het verzoek kan slechts om een van de in de artikelen 27 en 28 genoemde redenen worden afgewezen .

In geen geval wordt overgegaan tot een onderzoek van de juistheid van de in den vreemde gegeven beslissing .

Artikel 35

De op het verzoek gegeven beslissing wordt door bemiddeling van de griffier onverwijld ter kennis van de verzoeker gebracht op de wijze als is bepaald in de wetgeving van de aangezochte Staat .

Artikel 36

Indien de tenuitvoerlegging wordt toegestaan kan de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd binnen één maand na de betekening van de beslissing daartegen verzet doen .

Indien deze partij woonplaats heeft in een andere Verdragsluitende Staat dan die waar de beslissing houdende verlof tot tenuitvoerlegging is gegeven , beloopt de termijn twee maanden en vangt aan op de dag dat de beslissing aan de partij in persoon of aan haar woonplaats is betekend . Deze termijn mag niet met het oog op de afstand worden verlengd .

Artikel 37 ( 19 )

Het verzet wordt volgens de regels van de procedure op tegenspraak gebracht :

- in België , voor de rechtbank van eerste aanleg of het " tribunal de première instance " ;

- in Denemarken , voor de " landsret " ;

- in de Bondsrepubliek Duitsland , voor het " Oberlandesgericht " ;

- in Frankrijk , voor de " cour d'appel " ;

- in Ierland , voor het " High Court " ;

- in Italië , voor de " corte d'appello " ;

- in Luxemburg , voor de " Cour supérieure de Justice siégeant en matière d'appel civil " ;

- in Nederland , voor de arrondissementsrechtbank ;

- in het Verenigd Koninkrijk :

1 . in Engeland en Wales , voor het " High Court of Justice " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , voor het " Magistrates' Court " ;

2 . in Schotland voor het " Court of Session " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , voor het " Scheriff Court " ;

3 . in Noord-Ierland , voor het " High Court of Justice " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , voor het " Magistrates' Court " .

Tegen de op het verzet gegeven beslissing kan

- in België , Frankrijk , Italië , Luxemburg en Nederland slechts een beroep in cassatie worden ingesteld ;

- in Denemarken slechts , met machtiging van de minister van Justitie , een beroep bij het " hoejesteret " worden ingesteld ;

- in de Bondsrepubliek Duitsland slechts het middel van " Rechtsbeschwerde " worden aangewend ;

- in Ierland slechts het rechtsmiddel van beroep over een rechtsvraag bij het " Supreme Court " worden aangewend ;

- in het Verenigd Koninkrijk slechts in één hogere instantie het rechtsmiddel van beroep over een rechtsvraag worden aangewend .

Artikel 38

Het gerecht dat over het verzet oordeelt kan op verzoek van de partij die het verzet heeft gedaan , zijn uitspraak aanhouden indien tegen de in den vreemde gegeven beslissing in de Staat van herkomst een gewoon rechtsmiddel is aangewend of indien de termijn daarvoor nog niet is verstreken ; in dit laatste geval kan het gerecht een termijn stellen binnen welke het rechtsmiddel moet worden aangewend .

Indien de beslissing in Ierland of het Verenigd Koninkrijk is gegeven , wordt elk rechtsmiddel dat in de Staat van herkomst kan worden ingesteld voor de toepassing van het eerste lid beschouwd als een gewoon rechtsmiddel . ( 20 )

Dit gerecht kan het verlof tot tenuitvoerlegging ook geven op voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld ; de zekerheid wordt door het gerecht omschreven .

Artikel 39

Gedurende de termijn van verzet , bedoeld in artikel 36 , en tot het tijdstip dat daarvoor uitspraak is gedaan , kunnen slechts bewarende maatregelen worden genomen ten aanzien van de goederen van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging is gevraagd .

De beslissing waarbij de tenuitvoerlegging wordt toegestaan houdt tevens het verlof in deze maatregelen te treffen .

Artikel 40

Indien zijn verzoek is afgewezen kan de verzoeker daartegen beroep instellen :

- in België , bij het hof van beroep of de " cour d'appel " ;

- in Denemarken , bij de " landsret " ;

- in de Bondsrepubliek Duitsland , bij het " Oberlandesgericht " ;

- in Frankrijk , bij de " cour d'appel " ;

- in Ierland , bij het " High Court " ;

- in Italië , bij de " corte d'appello " ;

- in Luxemburg , bij de " Cour supérieure de Justice siégeant en matière d'appel civil " ;

- in Nederland , bij het gerechtshof ;

- in het Verenigd Koninkrijk :

1 . in Engeland en Wales , bij het " High Court of Justice " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , bij het " Magistrates' Court " ;

2 . in Schotland , bij het " Court of Session " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , bij het " Sheriff Court " ;

3 . in Noord-Ierland , bij het " High Court of Justice " of , in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen , bij het " Magistrates' Court " . ( 21 )

De partij tegen wie de tenuitvoerlegging is gevraagd wordt opgeroepen te verschijnen voor het gerecht bij hetwelk het beroep is ingesteld . In geval van verstek zijn de bepalingen van artikel 20 , tweede en derde lid , van toepassing , ook wanneer deze partij geen woonplaats heeft op het grondgebied van een der Verdragsluitende Staten .

Artikel 41 ( 22 )

Tegen de beslissing waarbij over het beroep , bedoeld in artikel 40 , uitspraak wordt gedaan , kan

- in België , Frankrijk , Italië , Luxemburg en Nederland slechts een beroep in cassatie worden ingesteld ;

- in Denemarken slechts , met machtiging van de minister van Justitie , een beroep bij het " hoejesteret " worden ingesteld ;

- in de Bondsrepubliek Duitsland slechts het middel van " Rechtsbeschwerde " worden aangewend ;

- in Ierland slechts het rechtsmiddel van beroep over een rechtsvraag bij een " Supreme Court " worden aangewend ;

- in het Verenigd Koninkrijk slechts in één hogere instantie het rechtsmiddel van beroep over een rechtsvraag worden aangewend .

Artikel 42

Wanneer in de in den vreemde gegeven beslissing uitspraak is gedaan over meer dan een punt van de eis , en de tenuitvoerlegging niet voor het geheel kan worden toegestaan , staat de rechterlijke autoriteit de tenuitvoerlegging toe voor één of meer onderdelen daarvan .

De verzoeker kan vorderen dat het verlof tot tenuitvoerlegging een gedeelte van de uitspraak betreft .

Artikel 43

In den vreemde gegeven beslissingen die een veroordeling tot een dwangsom inhouden , kunnen in de aangezochte Staat slechts ten uitvoer worden gelegd indien het bedrag ervan door de gerechten van de Staat van herkomst definitief is bepaald .

Artikel 44 ( 23 )

De verzoeker die in de Staat waar de beslissing is gegeven in aanmerking kwam voor gehele of gedeeltelijke kosteloze rechtsbijstand of vrijstelling van kosten en uitgaven , komt in de procedure vermeld in de artikelen 32 tot en met 35 in aanmerking voor de meest gunstige bijstand of voor de meest ruime vrijstelling voorzien in het recht van de aangezochte Staat .

De verzoeker die tenuitvoerlegging van een in Denemarken door een administratieve autoriteit gegeven beslissing inzake onderhoudsverplichtingen vraagt , kan in de aangezochte Staat een beroep doen op het in het eerste lid bedoelde voorrecht , indien hij een door het Deense Ministerie van Justitie afgegeven verklaring overlegt ten bewijze van het feit dat hij voldoet aan de economische voorwaarden om hem voor gehele of gedeeltelijke kosteloze rechtsbijstand of vrijstelling van kosten en uitgaven in aanmerking te doen komen .

Artikel 45

De partij , die een Verdragsluitende Staat de tenuitvoerlegging vraagt van een in een andere Verdragsluitende Staat gegeven beslissing , kan geen enkele zekerheid of depot , onder welke benaming ook , worden opgelegd wegens de hoedanigheid van vreemdeling dan wel wegens het ontbreken van een woonplaats of verblijfplaats in eerstgenoemde Staat .

Afdeling 3

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 46

De partij die de erkenning inroept of de tenuitvoerlegging verzoekt van een beslissing moet overleggen :

1 . een expeditie ervan die voldoet aan de voorwaarden nodig voor haar echtheid ;

2 . indien de beslissing bij verstek gewezen is , het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het document waaruit blijkt dat het stuk dat het geding heeft ingeleid of een gelijkwaardig stuk aan de niet verschenen partij is betekend of is medegedeeld . ( 24 )

Artikel 47

De partij die de tenuitvoerlegging verzoekt moet bovendien overleggen :

1 . enig document waaruit kan worden vastgesteld dat de beslissing volgens de wet van de Staat van herkomst uitvoerbaar is en betekend is geworden ;

2 . voor zover nodig , een document waaruit blijkt dat de verzoeker in de Staat van herkomst vergunning heeft verkregen om kosteloos of tegen verminderd tarief te procederen .

Artikel 48

Bij gebreke van overlegging van de in de artikelen 46 , nr . 2 , en 47 , nr . 2 , bedoelde documenten kan de rechterlijke autoriteit voor de overlegging een termijn bepalen of gelijkwaardige documenten aanvaarden , dan wel , indien zij zich voldoende voorgelicht acht , van de overlegging vrijstelling verlenen .

Indien de rechterlijke autoriteit zulks verlangt wordt van de documenten een vertaling overgelegd ; de vertaling wordt gewaarmerkt door degene die in een van de Verdragsluitende Staten daartoe gemachtigd is .

Artikel 49

Geen enkele legalisatie of soortgelijke formaliteit mag worden geëist met betrekking tot de documenten genoemd in de artikelen 46 , 47 en 48 , tweede lid , alsook , in voorkomend geval , met betrekking tot de procesvolmacht .

TITEL IV

AUTHENTIEKE AKTEN EN GERECHTELIJKE SCHIKKINGEN

Artikel 50

Authentieke akten , verleden en uitvoerbaar in een Verdragsluitende Staat , worden op verzoek , overeenkomstig de in de artikelen 31 en volgende bedoelde procedure , in een andere Verdragsluitende Staat voorzien van het verlof tot tenuitvoerlegging . Het verzoek kan slechts worden afgewezen indien de tenuitvoerlegging van de authentieke akte strijdig is met de openbare orde van de aangezochte Staat .

De overgelegde akte moet voldoen aan de voorwaarden , nodig voor haar echtheid in de Staat van herkomst .

De bepalingen van de derde afdeling van titel III zijn , voor zover nodig , van toepassing .

Artikel 51

Gerechtelijke schikkingen , welke in de loop van een geding tot stand zijn gekomen , en die uitvoerbaar zijn in de Staat van herkomst , zijn op dezelfde voet als authentieke akten uitvoerbaar in de aangezochte Staat .

TITEL V

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 52

Om vast te stellen of een partij woonplaats heeft op het grondgebied van de Verdragsluitende Staat , bij een van welks gerechten een zaak aanhangig is , past de rechter zijn interne wet toe .

Indien een partij geen woonplaats heeft in de Staat , bij een van welks gerechten een zaak aanhangig is , past de rechter ter vaststelling of zij een woonplaats heeft in een andere Verdragsluitende Staat , de wet van die Staat toe .

Evenwel wordt , om de woonplaats van een partij vast te stellen , de nationale wet van die partij toegepast indien volgens deze wet de woonplaats afhankelijk is van de woonplaats van een andere persoon of van de zetel van een autoriteit .

Artikel 53

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt de plaats van vestiging van vennootschappen en rechtspersonen gelijkgesteld met de woonplaats . Om deze plaats van vestiging vast te stellen , past de rechter evenwel de regels van het voor hem geldende internationaal privaatrecht toe .

Om vast te stellen of een trust is gevestigd in de Verdragsluitende Staat bij welks gerechten de zaak aanhangig is gemaakt , past het gerecht de regels van het voor hem geldende internationaal privaatrecht toe . ( 25 )

TITEL VI

OVERGANGSBEPALINGEN ( 26 )

Artikel 54

De bepalingen van dit Verdrag zijn slechts van toepassing op na zijn inwerkingtreding ingestelde rechtsvorderingen en verleden authentieke akten .

Evenwel worden beslissingen , gegeven na de dag van inwerkingtreding van dit Verdrag naar aanleiding van voor deze dag ingestelde vorderingen , erkend en ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van titel III , indien de toegepaste bevoegdheidsregels overeenkomen met de regels , voorzien in titel II , of neergelegd in een verdrag dat tussen de Staat van herkomst en de aangezochte Staat van kracht was toen de vordering werd ingesteld .

TITEL VII

VERHOUDING TOT ANDERE VERDRAGEN

Artikel 55

Onverminderd de bepalingen van de artikelen 54 , tweede lid , en 56 , vervangt dit Verdrag tussen de Staten die daarbij partij zijn , de tussen twee of meer van deze Staten gesloten verdragen en overeenkomsten , te weten : - de overeenkomst tussen België en Frankrijk betreffende de rechterlijke bevoegdheid , het gezag en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen , van scheidsrechterlijke uitspraken en van authentieke akten , gesloten te Parijs op 8 juli 1899 ;

- het verdrag tussen Nederland en België betreffende de territoriale rechterlijke bevoegdheid , betreffende het faillissement en betreffende het gezag en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen , van scheidsrechterlijke uitspraken en van authentieke akten , gesloten te Brussel op 28 maart 1925 ;

- het verdrag tussen Frankrijk en Italië betreffende de tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken , gesloten te Rome op 3 juni 1930 ;

- het verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk betreffende de wederzijdse tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken , met protocol , ondertekend te Parijs op 18 januari 1934 ; ( 27 )

- het verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en België betreffende de wederzijdse tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken , met protocol , ondertekend te Brussel op 2 mei 1934 ; ( 27 )

- het verdrag tussen Duitsland en Italië betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken , gesloten te Rome op 9 maart 1936 ;

- de overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de erkenning en de wederzijdse tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen , scheidsrechterlijke uitspraken en authentieke akten in burgerlijke zaken of handelszaken , gesloten te Bonn op 30 juni 1958 ;

- het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Italiaanse Republiek betreffende de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in burgerlijke en handelszaken , gesloten te Rome op 17 april 1959 ;

- het verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken , ondertekend te Bonn op 14 juli 1960 ; ( 28 )

- de overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Italiaanse Republiek betreffende de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere uitvoerbare titels in burgerlijke en handelszaken , gesloten te Rome op 6 april 1962 ;

- het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke en handelszaken , gesloten te 's-Gravenhage op 30 augustus 1962 ;

- het verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en de Italiaanse Republiek betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken , ondertekend te Rome op 7 februari 1964 , met protocol van wijziging , ondertekend te Rome op 14 juli 1970 ; ( 28 )

- het verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de wederkerige erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke zaken , ondertekend te Den Haag op 17 november 1967 ; ( 28 )

en voor zover het van kracht is :

- het verdrag tussen België , Nederland en Luxemburg betreffende de rechterlijke bevoegdheid , betreffende het faillissement en betreffende het gezag en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen , van scheidsrechterlijke uitspraken en van authentieke akten , gesloten te Brussel op 24 november 1961 .

Artikel 56

De in artikel 55 vermelde verdragen en overeenkomsten blijven van kracht ten aanzien van onderwerpen waarop dit Verdrag niet van toepassing is .

Zij blijven voorts van kracht met betrekking tot voor de inwerkingtreding van dit Verdrag gegeven beslissingen en verleden akten .

Artikel 57 ( 29 )

Dit Verdrag laat onverlet de verdragen , waarbij de Verdragsluitende Staten partij zijn of zullen zijn en die , voor bijzondere onderwerpen , de rechterlijke bevoegdheid , de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen regelen . ( 30 )

Dit Verdrag laat onverlet de toepassing van de bepalingen die , voor bijzondere onderwerpen , de rechterlijke bevoegdheid , de erkenning of de tenuitvoerlegging van beslissingen regelen en die zijn vervat of zullen zijn vervat in de besluiten van de Instellingen van de Europese Gemeenschappen of in de nationale wetgevingen die ter uitvoering van deze besluiten zijn geharmoniseerd .

Artikel 58

De bepalingen van dit Verdrag maken geen inbreuk op de rechten , welke aan Zwitsers zijn toegekend bij het op 15 juni 1869 tussen Frankrijk en de Zwitserse Confederatie gesloten verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke zaken .

Artikel 59

Dit Verdrag belet niet , dat een Verdragsluitende Staat zich tegenover een derde Staat , bij een verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen , verbindt om een beslissing niet te erkennen , welke , met name in een andere Verdragsluitende Staat , gegeven is tegen een verweerder , die zijn woonplaats of zijn gewone verblijf had in het gebied van die derde Staat , indien in een door artikel 4 voorzien geval de beslissing slechts gegrond kon worden op een bevoegdheid als bedoeld in artikel 3 , tweede lid .

Een Verdragsluitende Staat kan zich echter niet jegens een derde Staat verbinden om een beslissing niet te erkennen , die in een andere Verdragsluitende Staat is gegeven door een gerecht dat zijn bevoegdheid grondt op de aanwezigheid in laatstgenoemde Staat van goederen die aan de verweerder toebehoren , of op het beslag dat door de eiser is gelegd op daar aanwezige goederen ,

1 . indien de vordering betrekking heeft op eigendom of bezit van die goederen , strekt tot verkrijging van machtiging daarover te beschikken , dan wel verband houdt met een ander geschil omtrent deze goederen , of

2 . indien de goederen de zekerheid vormen die gesteld is voor een schuld die het onderwerp is van de vordering ( 31 ) .

TITEL VIII

SLOTBEPALINGEN ( 32 )

Artikel 60 ( 33 )

Dit Verdrag is van toepassing op het Europese grondgebied van de Verdragsluitende Staten , met inbegrip van Groenland , op de Franse overzeese departementen en gebieden alsmede op Mayotte .

Het Koninkrijk der Nederlanden kan op het tijdstip van de ondertekening of de bekrachtiging van dit Verdrag , of op elk tijdstip nadien , door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen verklaren dat dit Verdrag van toepassing is op de Nederlandse Antillen . Bij gebreke van een dergelijke verklaring worden de procedures welke binnen het Europese grondgebied van het Koninkrijk ten gevolge van het instellen van een beroep in cassatie tegen de beslissingen van gerechten van de Nederlandse Antillen gevoerd worden , beschouwd als procedures welke voor deze gerechten worden gevoerd .

In afwijking van het eerste lid is dit Verdrag niet van toepassing :

1 . op de Faeroer , tenzij het Koninkrijk Denemarken anders verklaart ,

2 . op de Europese gebieden buiten het Verenigd Koninkrijk , waarvan het Verenigd Koninkrijk de buitenlandse betrekkingen verzorgt , tenzij het Verenigd Koninkrijk anders verklaart ten aanzien van een zodanig gebied .

Deze verklaringen kunnen op elk tijdstip worden afgelegd door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen .

De beroepsprocedures die in het Verenigd Koninkrijk worden ingesteld tegen beslissingen van gerechten , gelegen in een van de in het derde lid , nr . 2 , bedoelde gebieden , worden beschouwd als procedures die voor deze gerechten worden gevoerd .

Rechtszaken die in het Koninkrijk Denemarken worden behandeld volgens de wet op de burgerlijke rechtsvordering voor de Faeroer ( Lov for Faeroeerne om rettens pleje ) worden beschouwd als zaken die voor de gerechten van de Faeroer worden gevoerd .

Artikel 61

Dit Verdrag wordt door de ondertekenende Staten bekrachtigd . De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen .

Artikel 62 ( 34 )

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op het nederleggen van de akte van bekrachtiging door de ondertekenende Staat , die als laatste deze handeling verricht .

Artikel 63

De Verdragsluitende Staten erkennen dat elke Staat die lid wordt van de Europese Economische Gemeenschap , verplicht zal zijn te aanvaarden dat het onderhavige Verdrag de grondslag zal vormen bij de onderhandelingen welke noodzakelijk zijn om , in de betrekkingen tussen de Verdragsluitende Staten en die Staat , de uitvoering van artikel 220 , laatste alinea , van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap te verzekeren .

Omtrent de noodzakelijke aanpassingen zal een bijzonder verdrag tussen de Verdragsluitende Staten enerzijds en die Staat anderzijds kunnen worden gesloten .

Artikel 64

De Secretaris-generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen stelt de ondertekenende Staten in kennis van :

a ) het nederleggen van iedere akte van bekrachtiging ;

b ) de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag ;

c ) de ingevolge artikel 60 ontvangen verklaringen ( 35 ) ;

d ) de ingevolge artikel IV van het Protocol ontvangen verklaringen ;

e ) de ingevolge artikel VI van het Protocol gedane mededelingen .

Artikel 65

Het met instemming van alle Verdragsluitende Staten aan dit Verdrag toegevoegde Protocol maakt een wezenlijk onderdeel van het Verdrag uit .

Artikel 66

Dit Verdrag wordt voor onbeperkte tijd gesloten .

Artikel 67

Iedere Verdragsluitende Staat kan verzoeken om herziening van dit Verdrag . In dat geval roept de Voorzitter van de Raad der Europese Gemeenschappen een conferentie voor de herziening bijeen .

Artikel 68 ( 36 )

Dit Verdrag , opgesteld in één exemplaar , in de Duitse , de Franse , de Italiaanse en de Nederlandse taal , welke vier teksten gelijkelijk authentiek zijn , zal worden nedergelegd in het archief van het Secretariaat van de Raad der Europese Gemeenschappen . De Secretaris-generaal zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elke ondertekenende Staat .

Zu Urkund dessen haben die unterzeichneten Bevollmaechtigten ihre Unterschrift unter dieses Uebereinkommen gesetzt .

En foi de quoi les plénipotentiaires soussignés ont apposé leur signature au bas de la présente convention .

In fede di che i plenipotenziari sottoscritti hanno apposto le loro firme in calce alla presente convenzione .

Ten blijke waarvan de onderscheiden gevolmachtigden hun handtekening onder dit Verdrag hebben gesteld .

Geschehen zu Bruessel am siebenundzwanzigsten September neunzehnhundertachtundsechzig .

Fait à Bruxelles , le vingt-sept septembre mil neuf cent soixante-huit .

Fatto a Bruxelles , addì ventisette settembre millenovercentosessantotto .

Gedaan te Brussel , op zevenentwintig september negentienhonderd achtenzestig .

Pour Sa Majesté le roi des Belges

Voor Zijne Majesteit de Koning der Belgen

Pierre HARMEL

Fuer den Praesidenten der Bundesrepublik Deutschland

Willy BRANDT

Pour le président de la République française

Michel DEBRE

Per il presidente della Repubblica italiana

Guiseppe MEDICI

Pour Son Altesse Royale le grand-duc de Luxembourg

Pierre GREGOIRE

Voor Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden

J.M.A.H . LUNS

(*) Tekst zoals deze is gewijzigd door het Toetredingsverdrag .

( 1 ) Tweede zin toegevoegd bij artikel 3 van het Toetredingsverdrag .

( 2 ) Tweede alinea zoals deze is gewijzigd bij artikel 4 van het Toetreding verdrag .

( 3 ) Nr . 1 zoals gewijzigd , in de Nederlandse versie , bij artikel 5 , tweede lid , van het Toetredingsverdrag .

( 4 ) Nr . 2 zoals gewijzigd bij artikel 5 , derde lid , van het Toetredingsverdrag .

( 5 ) Nr . 6 toegevoegd bij artikel 5 , vierde lid , van het Toetredingsverdrag .

( 6 ) Nr . 7 toegevoegd bij artikel 5 , vierde lid , van het Toetredingsverdrag .

( 7 ) Artikel toegevoegd bij artikel 6 van het Toetredingsverdrag .

( 8 ) Tekst zoals deze is gewijzigd bij artikel 7 van het Toetredingsverdrag .

( 9 ) Tekst zoals deze is gewijzigd bij artikel 8 van het Toetredingsverdrag .

( 10 ) Artikel toegevoegd bij artikel 9 van het Toetredingsverdrag .

( 11 ) Tekst zoals die is gewijzigd bij artikel 10 van het Toetredingsverdrag .

( 12 ) Tekst zoals deze is gewijzigd bij artikel 11 van het Toetredingsverdrag .

( 13 ) Tweede alinea zoals deze is gewijzigd bij artikel 12 van het Toetredingsverdrag .

( 14 ) Nr . 2 zoals dit is gewijzigd bij artikel 13 , eerste lid , van het Toetredingsverdrag .

( 15 ) Nr . 5 toegevoegd bij artikel 13 , tweede lid , van het Toetredingsverdrag .

( 16 ) Tweede alinea toegevoegd bij artikel 14 van het Toetredingsverdrag .

( 17 ) Tweede alinea toegevoegd bij artikel 15 van het Toetredingsverdrag .

( 18 ) Eerste alinea zoals deze is gewijzigd bij artikel 16 van het Toetredingsverdrag .

( 19 ) Tekst zoals deze is gewijzigd bij artikel 17 van het Toetredingsverdrag .

( 20 ) Tweede alinea toegevoegd bij artikel 18 van het Toetredingsverdrag .

( 21 ) Eerste alinea zoals deze is gewijzigd bij artikel 19 van het Toetredingsverdrag .

( 22 ) Tekst zoals deze is gewijzigd bij artikel 20 van het Toetredingsverdrag .

( 23 ) Tekst zoals deze is gewijzigd bij artikel 21 van het Toetredingsverdrag .

( 24 ) Nr . 2 zoals dit is gewijzigd bij artikel 22 van het Toetredingsverdrag .

( 25 ) Tweede alinea toegevoegd bij artikel 23 van het Toetredingsverdrag .

( 26 ) Overgangsbepalingen die eigen zijn aan het Toetredingsverdrag zijn opgenomen in titel V van dat Verdrag .

( 27 ) Vierde , vijfde en negende gedachtenstreepje toegevoegd bij artikel 24 van het Toetredingsverdrag .

( 28 ) Twaalfde en dertiende gedachtenstreepje toegevoegd bij artikel 24 van het Toetredingsverdrag .

( 29 ) Tekst zoals deze is gewijzigd bij artikel 25 , eerste lid , van het Toetredingsverdrag .

( 30 ) Bepalingen ter uitvoering van deze alinea zijn neergelegd in artikel 25 , tweede lid , van het Toetredingsverdrag .

( 31 ) Tweede alinea toegevoegd bij artikel 26 van het Toetredingsverdrag .

( 32 ) Slotbepalingen die eigen zijn aan het Toetredingsverdrag zijn opgenomen in titel VI van dat Verdrag .

( 33 ) Tekst zoals deze is gewijzigd bij artikel 27 van het Toetredingsverdrag .

( 34 ) Voor inwerkingtreding van het Toetredingsverdrag zie artikel 39 van dat Verdrag .

( 35 ) Letter c ) zoals deze is gewijzigd bij artikel 28 van het Toetredingsverdrag .

( 36 ) Zie ook artikel 37 , tweede alinea , van het Toetredingsverdrag , waarin wordt bepaald dat ook de Deense , de Engelse en de Ierse tekst authentiek zijn .

PROTOCOL (*)

De Hoge Verdragsluitende Partijen hebben over de volgende bepalingen die als bijlage aan het Verdrag worden toegevoegd overeenstemming bereikt :

Artikel I

Ieder die in Luxemburg woonplaats heeft en met toepassing van artikel 5 , nr . 1 , voor een gerecht van een andere Verdragsluitende Staat is opgeroepen kan de bevoegdheid van dit gerecht afwijzen . Dit gerecht verklaart zich ambtshalve onbevoegd indien de verweerder niet verschijnt .

Een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter in de zin van artikel 17 heeft , ten opzichte van een persoon die in Luxemburg woonplaats heeft , slechts rechtsgevolg indien deze de overeenkomst uitdrukkelijk en in het bijzonder heeft aanvaard .

Artikel II

Degenen die in een Verdragsluitende Staat woonplaats hebben en wegens een onopzettelijk gepleegd strafbaar feit vervolgd worden voor de gerechten van een andere Verdragsluitende Staat , welks onderdaan zij niet zijn , zijn , onverminderd aldaar geldende gunstigere bepalingen , bevoegd zich te doen verdedigen door daartoe bevoegde personen , zelfs indien zij niet persoonlijk verschijnen .

Het gerecht dat de zaak berecht kan echter de persoonlijke verschijning bevelen ; indien deze niet heeft plaatsgevonden behoeft de beslissing , op de burgerlijke rechtsvordering gewezen zonder dat de betrokkene de gelegenheid heeft gehad zich te doen verdedigen , in de overige Verdragsluitende Staten niet te worden erkend , noch te worden ten uitvoer gelegd .

Artikel III

Ter zake van de procedure tot verlening van het verlof tot tenuitvoerlegging , wordt in de aangezochte Staat geen belasting , recht of heffing , evenredig aan het geldelijke belang der zaak , geheven .

Artikel IV

De gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken , opgemaakt op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat , die medegedeeld of betekend moeten worden aan personen die zich op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Staat bevinden , worden toegezonden op de wijze als is voorzien in tussen de Verdragsluitende Staten gesloten verdragen of overeenkomsten .

Tenzij de Staat van bestemming zich daartegen verzet bij een verklaring gedaan aan de Secretaris-generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen , kunnen deze stukken ook rechtstreeks door de deurwaarders van de Staat waar de stukken zijn opgesteld , worden toegezonden aan de deurwaarders van de Staat op welks grondgebied degene , voor wie het stuk bestemd is , zich bevindt . In dat geval zendt de deurwaarder van de Staat van herkomst een afschrift van het stuk aan de deurwaarder , die in de aangezochte Staat bevoegd is het stuk aan degene , voor wie het bestemd is uit te reiken . Deze uitreiking geschiedt volgens de door de wet van de aangezochte Staat voorgeschreven formaliteiten . De daarvan opgemaakte verklaring wordt rechtstreeks aan de deurwaarder van de Staat van herkomst toegezonden .

Artikel V

De rechterlijke bevoegdheid , voorzien in de artikelen 6 , nr . 2 , en 10 , ten aanzien van de vordering tot vrijwaring of de vordering tot voeging of tussenkomst , kan in de Bondsrepubliek Duitsland niet worden ingeroepen . In deze Staat kan ieder die woonplaats heeft in een andere Verdragsluitende Staat met toepassing van de artikelen 68 en 72 tot en met 74 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering betreffende de litis denunciatio voor de gerechten worden opgeroepen .

De in de overige Verdragsluitende Staten krachtens de artikelen 6 , nr . 2 , en 10 gegeven beslissingen worden in de Bondsrepubliek Duitsland overeenkomstig titel III erkend en ten uitvoer gelegd . De gevolgen voor derden van de in deze Staat met toepassing van de artikelen 68 en 72 tot en met 74 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gegeven beslissingen worden eveneens in de overige Verdragsluitende Staten erkend .

Artikel V bis ( 1 )

Ten aanzien van onderhoudsverplichtingen worden onder de termen " rechter " en " gerecht " mede begrepen de Deense administratieve autoriteiten .

Artikel V ter ( 2 )

Bij geschillen tussen de kapitein en een bemanningslid van een in Denemarken of Ierland geregistreerd zeeschip over de beloning of andere arbeidsvoorwaarden moet het gerecht van een Verdragsluitende Partij nagaan of de ten aanzien van het schip bevoegde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van het geschil in kennis is gesteld . Zolang deze vertegenwoordiger niet van het geschil in kennis is gesteld , moet het gerecht zijn uitspraak aanhouden . Het gerecht moet zich , zelfs ambtshalve , onbevoegd verklaren , indien deze vertegenwoordiger , na naar behoren van het geschil in kennis te zijn gesteld , gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheden die hij krachtens een consulaire overeenkomst bezit , dan wel , bij gebreke van een dergelijke overeenkomst , binnen de gestelde termijn bezwaren heeft gemaakt tegen de bevoegdheid .

Artikel V quater ( 2 )

Wanneer , op grond van artikel 69 , lid 5 , van het Verdrag betreffende het Europees octrooi voor de gemeenschappelijke markt , ondertekend te Luxemburg op 15 december 1975 , de artikelen 52 en 53 van dit Verdrag worden toegepast op de bepalingen inzake de " residence " volgens de Engelse tekst van eerstgenoemd Verdrag , wordt de uitdrukking " residence " die in die tekst wordt gebruikt , geacht dezelfde betekenis te hebben als de uitdrukking " domicile " in de voornoemde artikelen 52 en 53 .

Artikel V quinquies ( 2 )

Onverminderd de bevoegdheid van het Europees Octrooibureau volgens het op 5 oktober 1973 te Muenchen ondertekende Europees Octrooiverdrag , zijn de gerechten van elke Verdragsluitende Staat , zonder acht te slaan op de woonplaats , bij uitsluiting bevoegd ter zake van inschrijving of geldigheid van een Europees octrooi dat voor die Staat is verleend en dat geen Gemeenschapsoctrooi is krachtens artikel 86 van het op 15 december 1975 te Luxemburg ondertekende Verdrag betreffende het Europees octrooi voor de gemeenschappelijke markt .

Artikel VI

De Verdragsluitende Staten zullen aan de Secretaris-generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen mededeling doen van de teksten van hun wettelijke bepalingen , die verandering brengen hetzij in de in het Verdrag vermelde artikelen uit hun wetgeving , hetzij in de aanwijzing van de gerechten in titel III , tweede afdeling , van het Verdrag .

Zu Urkund dessen haben die unterzeichneten Bevollmaechtigten ihre Unterschrift unter dieses Protokoll gesetzt .

En foi de quoi les plénipotentiaires soussignés ont apposé leur signature au bas du présent protocole .

In fede di che i plenipotenziari sottoscritti hanno apposto le loro firme in calce al presente protocollo .

Ten blijke waarvan de onderscheiden gevolmachtigden hun handtekening onder dit Protocol hebben gesteld .

Geschehen zu Bruessel am siebenundzwanzigsten September neunzehnhundertachtundsechzig .

Fait à Bruxelles , le vingt-sept septembre mil neuf cent soixante-huit .

Fatto a Bruxelles , addì ventisetti settembre millenovecentosessantotto .

Gedaan te Brussel , op zevenentwintig september negentienhonderd achtenzestig .

Pour Sa Majesté le roi des Belges

Voor Zijne Majesteit de Koning der Belgen

Pierre HARMEL

Fuer den Praesidenten der Bundesrepublik Deutschland

Willy BRANDT

Pour le président de la République française

Michel DEBRE

Per il presidente della Repubblica italiana

Giuseppe MEDICI

Pour Son Altesse Royale le grand-duc de Luxembourg

Pierre GREGOIRE

Voor Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden

J.M.A.H . LUNS

(*) Tekst zoals deze is gewijzigd door het Toetredingsverdrag .

( 1 ) Artikel toegevoegd bij artikel 29 van het Toetredingsverdrag .

( 2 ) Artikelen toegevoegd bij artikel 29 van het Toetredingsverdrag .

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING

De Regeringen van het Koninkrijk België , van de Bondsrepubliek Duitsland , van de Franse Republiek , van de Italiaanse Republiek , van het Groothertogdom Luxemburg en van het Koninkrijk der Nederlanden ,

Op het ogenblik van de ondertekening van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken ,

Geleid door de wens een zo doeltreffend mogelijke toepassing van de bepalingen van dit Verdrag te verzekeren ,

Verlangende te voorkomen dat verschillen in uitlegging van het Verdrag afbreuk doen aan de eenheid van dit Verdrag ,

Zich ervan bewust dat zich bij de toepassing van het Verdrag eventueel positieve of negatieve bevoegdheidsgeschillen kunnen voordoen ,

Verklaren zich bereid :

1 . deze vraagstukken te bestuderen en met name de mogelijkheid te onderzoeken om bepaalde bevoegdheden toe te kennen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en , voor zover nodig , over een daartoe strekkende overeenkomst te onderhandelen ;

2 . periodiek overleg tussen hun vertegenwoordigers te doen plaatsvinden .

Zu Urkund dessen haben die unterzeichneten Bevollmaechtigten ihre Unterschrift unter diese Gemeinsame Erklaerung gesetzt .

En foi de quoi les plénipotentiaires ont apposé leur signature au bas de la présente Déclaration commune .

In fede di che i plenipotenziari sottoscritti hanno apposto le loro firme in calce alla presente Dichiarazione comune .

Ten blijke waarvan de onderscheiden gevolmachtigden hun handtekening onder deze Gemeenschappelijke Verklaring hebben gesteld .

Geschehen zu Bruessel am siebenundzwanzigsten September neunzehnhundertachtundsechzig .

Fait à Bruxelles , le vingt-sept septembre mil neuf cent soixante-huit .

Fatto a Bruxelles , addì ventisette settembre millenovecentosessantotto .

Gedaan te Brussel , op zevenentwintig september negentienhonderd achtenzestig .

Pierre HARMEL

Giuseppe MEDICI

Willy BRANDT

Pierre GREGOIRE

Michel DEBRE

J.M.A.H . LUNS

PROTOCOL

betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (*)

DE HOGE PARTIJEN BIJ HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP ,

Verwijzende naar de Verklaring gehecht aan het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken , ondertekend te Brussel op 27 september 1968 ,

Hebben besloten een Protocol te sluiten waarbij aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen bepaalde bevoegdheden worden toegekend om genoemd Verdrag uit te leggen en hebben te dien einde als hun Gevolmachtigden aangewezen :

ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN :

de heer Alfons VRANCKX ,

minister van Justitie ;

DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND :

de heer Gerhard JAHN ,

Bondsminister van Justitie ;

DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK :

de heer René PLEVEN ,

Grootzegelbewaarder , minister van Justitie ;

DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK :

de heer Erminio PENNACCHINI ,

Staatssecretaris van Justitie ;

ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG :

de heer Eugène SCHAUS ,

minister van Justitie ,

Vice-Minister-President ;

HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN :

de heer C.H.F . POLAK ,

minister van Justitie ;

DIE , in het kader van de Raad bijeen , na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten ,

OVEREENSTEMMING HEBBEN BEREIKT OVER DE VOLGENDE BEPALINGEN :

Artikel 1

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is bevoegd om uitspraak te doen over de uitlegging van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken en van het aan het Verdrag gehechte Protocol , beide ondertekend te Brussel op 27 september 1968 , alsmede van het onderhavige Protocol .

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is ook bevoegd om uitspraak te doen over de uitlegging van het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken , Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het Verdrag van 27 september 1968 en tot dit Protocol ( 1 ) .

Artikel 2

De volgende rechterlijke instanties kunnen het Hof van Justitie verzoeken , bij wijze van prejudiciële beslissing , een uitspraak te doen over een vraagstuk van uitlegging :

1 . - in België : het Hof van Cassatie - la Cour de Cassation en de Raad van State - le Conseil d'Etat ,

- in Denemarken : Hoejesteret ,

- in de Bondsrepubliek Duitsland : die obersten Gerichtshoefe des Bundes ,

- in Frankrijk : la Cour de Cassation alsmede le Conseil d'Etat ,

- in Ierland : the Supreme Court ,

- in Italië : la Corte Suprema di Cassazione ,

- in Luxemburg : la Cour supérieure de Justice siégeant comme Cour de Cassation ,

- in Nederland : de Hoge Raad ,

- in het Verenigd Koninkrijk : the House of Lords en de rechterlijke instanties die op grond van artikel 37 , tweede lid , of artikel 41 van het Verdrag zijn aangeroepen ( 2 ) ;

2 . - de rechterlijke instanties van de Verdragsluitende Staten , wanneer zij recht spreken in hoger beroep ;

3 . - in de gevallen , bedoeld in artikel 37 van het Verdrag , de in dat artikel genoemde rechterlijke instanties .

Artikel 3

1 . Indien een vraag betreffende de uitlegging van het Verdrag en van de andere in artikel 1 genoemde teksten wordt opgeworpen in een zaak aanhangig bij een rechterlijke instantie genoemd onder punt 1 van artikel 2 , is deze instantie , indien zij een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van haar vonnis , gehouden het Hof van Justitie te verzoeken over deze vraag een uitspraak te doen .

2 . Indien een vraag te dien aanzien wordt opgeworpen voor een onder de punten 2 en 3 van artikel 2 genoemde rechterlijke instantie , kan deze instantie , onder de in lid 1 bepaalde voorwaarden , het Hof van Justitie verzoeken uitspraak te doen .

Artikel 4

1 . De bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat kan aan het Hof van Justitie verzoeken zich uit te spreken over een vraagstuk betreffende de uitlegging van het Verdrag en van de andere in artikel 1 genoemde teksten , indien de door de rechterlijke instanties van deze Staat gegeven beslissingen in strijd zijn met de door het Hof van Justitie of in een uitspraak van een rechterlijke instantie van een andere Verdragsluitende Staat , genoemd onder de punten 1 en 2 van artikel 2 , gegeven uitlegging . De bepalingen van dit lid zijn slechts van toepassing op uitspraken die kracht van gewijsde hebben verkregen .

2 . De door het Hof van Justitie naar aanleiding van een dergelijk verzoek gegeven uitlegging heeft geen gevolg ten aanzien van de uitspraken ter gelegenheid waarvan het Hof om uitlegging is verzocht .

3 . De Procureurs-generaal bij de Hoven van Cassatie van de Verdragsluitende Staten of elke andere door een Verdragsluitende Staat aangewezen autoriteit zijn bevoegd , zich met een verzoek om uitlegging als bedoeld in lid 1 tot het Hof van Justitie te wenden .

4 . De Griffier van het Hof van Justitie geeft kennis van het verzoek aan de Verdragsluitende Staten , aan de Commissie en aan de Raad van de Europese Gemeenschappen , die het recht hebben binnen twee maanden , te rekenen vanaf deze kennisgeving , bij het Hof memories of schriftelijke opmerkingen in te dienen .

5 . De in het onderhavige artikel omschreven procedure geeft geen aanleiding tot inning noch tot vergoeding van kosten of uitgaven .

Artikel 5

1 . Voor zover dit Protocol niet anders bepaalt , zijn de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en die van het daaraan gehechte Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie , die van toepassing zijn wanneer het Hof bij wijze van prejudiciële beslissing een uitspraak dient te doen , tevens van toepassing op de procedure inzake de uitlegging van het Verdrag en van de andere in artikel 1 genoemde teksten .

2 . Het Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie zal zo nodig worden aangepast en aangevuld overeenkomstig artikel 188 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap .

Artikel 6 ( 3 )

Dit Protocol is van toepassing op het Europese grondgebied van de Verdragsluitende Staten , met inbegrip van Groenland , op de Franse overzeese departementen en gebieden alsmede op Mayotte .

Het Koninkrijk der Nederlanden kan op het tijdstip van de ondertekening of de bekrachtiging van dit Protocol , of op elk tijdstip nadien , door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen verklaren dat dit Protocol van toepassing is op de Nederlandse Antillen .

In afwijking van het eerste lid is dit Protocol niet van toepassing :

1 . op de Faeroer , tenzij het Koninkrijk Denemarken anders verklaart ,

2 . op de Europese gebieden buiten het Verenigd Koninkrijk , waarvan het Verenigd Koninkrijk de buitenlandse betrekkingen verzorgt , tenzij het Verenigd Koninkrijk anders verklaart ten aanzien van een zodanig gebied .

Deze verklaringen kunnen op elk tijdstip worden afgelegd door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen .

Artikel 7

Dit Protocol wordt door de ondertekenende Staten bekrachtigd . De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen .

Artikel 8 ( 4 )

Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op het nederleggen van de akte van bekrachtiging door de ondertekenende Staat , die als laatste deze handeling verricht . Het Protocol treedt evenwel niet eerder in werking dan het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken .

Artikel 9

De Verdragsluitende Partijen erkennen dat elke Staat die lid wordt van de Europese Economische Gemeenschap en waarop artikel 63 van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van toepassing is , de bepalingen van het onderhavige Protocol dient te aanvaarden onder voorbehoud van de noodzakelijke aanpassingen .

Artikel 10

De Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen stelt de ondertekenende Staten in kennis van :

a ) het nederleggen van iedere akte van bekrachtiging ;

b ) de datum van inwerkingtreding van dit Protocol ;

c ) de ingevolge artikel 4 , lid 3 , ontvangen verklaringen ;

d ) de ingevolge artikel 6 ontvangen verklaringen ( 5 ) .

Artikel 11

De Verdragsluitende Staten doen aan de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen mededeling van de teksten van hun wettelijke bepalingen die een wijziging van de lijst van de in artikel 2 , punt 1 , genoemde rechterlijke instanties met zich medebrengen .

Artikel 12

Dit Protocol wordt voor onbeperkte tijd gesloten .

Artikel 13

Iedere Verdragsluitende Staat kan verzoeken om herziening van dit Protocol . In dat geval roept de Voorzitter van de Raad van de Europese Gemeenschappen een conferentie voor de herziening bijeen .

Artikel 14 ( 6 )

Dit Protocol , opgesteld in één exemplaar , in de Duitse , de Franse , de Italiaanse en de Nederlandse taal , welke vier teksten gelijkelijk authentiek zijn , zal worden nedergelegd in het archief van het Secretariaat van de Raad van de Europese Gemeenschappen . De Secretaris-generaal zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elke ondertekenende Staat .

Zu Urkund dessen haben die unterzeichneten Bevollmaechtigten ihre Unterschrift unter dieses Protokoll gesetzt .

En foi de quoi les plénipotentiaires soussignés ont apposé leur signature au bas du présent protocole .

In fede di che i plenipotenziari sottoscritti hanno apposto le loro firme in calce al presente protocollo .

Ten blijke waarvan de onderscheiden gevolmachtigden hun handtekening onder dit Protocol hebben gesteld .

Geschehen zu Luxemburg am dritten Juni neunzehnhunderteinundsiebzig .

Fait à Luxembourg , le trois juin mil neuf cent soixante et onze .

Fatto a Lussemburgo , addì tre giugno millenovecentosettantuno .

Gedaan te Luxemburg , de derde juni negentienhonderd eenenzeventig .

Pour Sa Majesté le roi des Belges

Voor Zijne Majesteit de Koning der Belgen

Alfons VRANCKX

Fuer den Praesidenten der Bundesrepubliek Deutschland

Gerhard JAHN

Pour le président de la République française

René PLEVEN

Per il presidente della Repubblica italiana

Erminio PENNACCHINI

Pour Son Altesse Royale le grand-duc de Luxembourg

Eugène SCHAUS

Voor Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden

C.H.F . POLAK

(*) Tekst zoals deze is gewijzigd door het Toetredingsverdrag .

( 1 ) Tweede alinea toegevoegd bij artikel 30 van het Toetredingsverdrag .

( 2 ) Punt 1 zoals dit is gewijzigd bij artikel 31 van het Toetredingsverdrag .

( 3 ) Tekst zoals deze is gewijzigd bij artikel 32 van het Toetredingsverdrag .

( 4 ) Voor de inwerkingtreding van het Toetredingsverdrag , zie artikel 39 van dat Verdrag .

( 5 ) Letter d ) zoals deze is gewijzigd bij artikel 33 van het Toetredingsverdrag .

( 6 ) Zie ook artikel 37 , tweede alinea , van het Toetredingsverdrag , waarin wordt bepaald dat ook de Deense , de Engelse en de Ierse tekst authentiek zijn .

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING

De Regeringen van het Koninkrijk België , van de Bondsrepubliek Duitsland , van de Franse Republiek , van de Italiaanse Republiek , van het Groothertogdom Luxemburg en van het Koninkrijk der Nederlanden ,

Op het ogenblik van de ondertekening van het Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken ,

Geleid door de wens een zo doeltreffend en uniform mogelijke toepassing van de bepalingen van dit Protocol te verzekeren ,

Verklaren zich bereid om in verbinding met het Hof van Justitie een uitwisseling van inlichtingen te bewerkstellingen betreffende de uitspraken van de rechterlijke instanties genoemd onder punt 1 van artikel 2 van voornoemd Protocol ter uitvoering van het Verdrag en van het Protocol van 27 september 1968 .

Zu Urkund dessen haben die unterzeichneten Bevollmaechtigen ihre Unterschrift unter diese Gemeinsame Erklaerung gesetzt .

En foi de quoi les plénipotentiaires soussignés ont apposé leur signature au bas de la présente Déclaration commune .

In fede di che i plenipotenziari sottoscritti hanno apposto le loro firme in calce alla presente Dichiarazione comune .

Ten blijke waarvan de onderscheiden gevolmachtigden hun handtekening onder deze Gemeenschappelijke Verklaring hebben gesteld .

Geschehen zu Luxemburg am dritten Juni neunzehnhunderteinundsiebzig .

Fait à Luxembourg , le trois juin mil neuf cent soixante et onze .

Fatto a Lussemburgo , addì tre giugno millenovecentosettantuno .

Gedaan te Luxemburg , de derde juni negentienhonderd eenenzeventig .

Pour Sa Majesté le roi des Belges

Voor Zijne Majesteit de Koning der Belgen

Alfons VRANCKX

Fuer den Praesidenten der Bundesrepublik Deutschland

Gerhard JAHN

Pour le président de la République française

René PLEVEN

Per il presidente della Repubblica italiana

Erminio PENNACCHINI

Pour Son Altesse Royale le grand-duc de Luxembourg

Eugène SCHAUS

Voor Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden

C.H.F . POLAK

Top