Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32026R1139

Verordening (EU) 2026/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2026 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/691 wat betreft steun voor werknemers die dreigen ontslagen te worden bij ondernemingen die worden geherstructureerd

PE/15/2026/REV/1

PB L, 2026/1139, 20.5.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1139/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1139/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/1139

20.5.2026

VERORDENING (EU) 2026/1139 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 20 mei 2026

tot wijziging van Verordening (EU) 2021/691 wat betreft steun voor werknemers die dreigen ontslagen te worden bij ondernemingen die worden geherstructureerd

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 175, derde alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad (4) is het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) opgericht voor de looptijd van het meerjarig financieel kader 2007-2013. Het EFG is opgericht om de Unie in staat te stellen solidariteit te tonen met werknemers die zijn ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelsstromen.

(2)

Het toepassingsgebied van het EFG is in 2009 in het kader van het Europees economisch herstelplan, zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 26 november 2008, uitgebreid tot steun voor werknemers die zijn ontslagen als rechtstreeks gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis.

(3)

Bij Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) is het EFG opgericht voor de looptijd van het meerjarig financieel kader 2014-2020. Ook is het toepassingsgebied van het EFG uitgebreid tot ontslagen die voortvloeien uit een eventuele nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis. Die verordening is gewijzigd bij Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad (6) om het EFG in staat te stellen om bij wijze van uitzondering collectieve aanvragen door kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) die gelegen zijn in dezelfde regio en actief zijn in verschillende op het niveau van de NACE Rev. 2-afdelingen vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad (7) gedefinieerde economische sectoren, in behandeling te nemen, indien de aanvragende lidstaat aantoont dat kmo’s in die regio het voornaamste of enige type onderneming vormen.

(4)

Bij Verordening (EU) 2021/691 is het EFG opgericht voor de looptijd van het meerjarig financieel kader 2021-2027. Om het EFG beter te kunnen laten inspelen op de snel veranderende economische uitdagingen in een geglobaliseerde economie, werd het toepassingsgebied van het EFG verder uitgebreid tot alle soorten grootschalige herstructureringen, ongeacht de oorzaak ervan. Een lagere drempel voor steun dan die is vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 werd ingevoerd om beter aan te sluiten op de realiteit in minder bevolkte regio’s. In het licht van de dubbele, digitale en groene, transitie werden maatregelen die begunstigden voorbereiden op de die transitie beschouwd als verplichte elementen van elk gecoördineerd pakket gepersonaliseerde diensten (het “gecoördineerd pakket”) dat aan begunstigden wordt aangeboden. Voorts werden de medefinancieringspercentages afgestemd op het hoogste medefinancieringspercentage van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad (8) in de betrokken lidstaat. Daarnaast werd een verplichte enquête onder begunstigden ingevoerd.

(5)

Het belangrijkste instrument van de Unie om steun te verlenen aan werknemers die door economische aanpassing en herstructurering zijn getroffen, is het ESF+, dat is opgezet om proactief bijstand te bieden. Het EFG is bedoeld om reactief bijstand te bieden als respons op onverwachte grote herstructureringen. Het uitstippelen van hoogwaardige bijstand voor werknemers die door herstructurering zijn getroffen, doet echter geen recht aan het feit dat grootschalige herstructureringen over het algemeen over een lange periode plaatsvinden. De lidstaten kunnen het ESF+ gebruiken om werknemers bij en om te scholen, maar het ESF+ biedt geen steun voor de bij- en omscholing van werknemers in noodsituaties, zoals die waarin de werknemers die dreigen ontslagen te worden zich bevinden. De ondernemingen waarin de betrokken werknemers werkzaam zijn, verkeren vaak in economische moeilijkheden en kunnen dergelijke bijstand daarom zelf niet bieden.

(6)

De Unie krijgt steeds vaker te maken met ongelijke concurrentie van derde landen die niet even strenge voorschriften op het gebied van arbeidsrechten hebben, of die niet aan hetzelfde niveau van veiligheid en milieubescherming voldoen. Het is nodig dat ondernemingen uit de Unie worden gesteund in de strijd tegen oneerlijke concurrentie en werknemers moeten worden beschermd tegen de negatieve gevolgen daarvan.

(7)

De rol van het EFG blijft belangrijk als een flexibel instrument om werknemers die bij grootschalige herstructureringen hun baan verliezen, te ondersteunen en zo snel mogelijk aan een andere baan te helpen. Het is belangrijk dat de Unie specifieke, eenmalige steun blijft verlenen om ontslagen werknemers in regio’s, bedrijfstakken, gebieden of arbeidsmarkten die door een ernstige economische ontwrichting worden getroffen, te helpen een fatsoenlijke en duurzame baan te vinden. Het is van essentieel belang dat de Unie haar duurzame welvaart, strategische autonomie en concurrentievermogen waarborgt, en daarbij tegelijkertijd haar unieke sociale markteconomie in stand houdt en werknemers en ondernemingen ondersteunt om te zorgen voor een rechtvaardige dubbele, digitale en groene transitie, banen in de Unie behoudt en haar democratie, economische veiligheid en geopolitieke positie veiligstelt. Om de toekomst van de Unie als economische macht en de vooruitgang die is geboekt met haar dubbele, digitale en de groene transitie te waarborgen, is het van essentieel belang om werknemers te ondersteunen die dreigen ontslagen te worden bij ondernemingen die worden geherstructureerd, zodat zij de vaardigheden kunnen verwerven die hen zullen helpen om naar een andere functie over te stappen binnen hun huidige onderneming of bij een andere onderneming.

(8)

Een grootschalige herstructurering bij een onderneming leidt vaak ook tot herstructureringen bij haar directe leveranciers of downstreamproducenten, of bij beide. In dergelijke gevallen moeten de werknemers die dreigen ontslagen te worden bij deze directe leveranciers of downstreamproducenten ook in aanmerking kunnen komen voor EFG-steun, op voorwaarde dat de verzoekende onderneming ermee instemt hen op te nemen in het bij de lidstaat ingediende verzoek voor EFG-steun. Elk voorgenomen collectief ontslag bij de directe leveranciers of de downstreamproducenten van de verzoekende onderneming waarop het verzoek om EFG-steun betrekking heeft, moet plaatsvinden in dezelfde lidstaat als het voorgenomen collectief ontslag bij de verzoekende onderneming en er moet een duidelijk oorzakelijk verband tussen beide worden vastgesteld. De verzoekende onderneming moet zelfstandig aan de criteria voor steunverlening voldoen, zonder verwijzing naar de directe leveranciers of downstreamproducenten die in haar verzoek zijn opgenomen. De verzoekende onderneming moet volledig en als enige verantwoordelijk zijn voor de indiening van het verzoek, de verstrekking van alle benodigde informatie aan de lidstaten, de verstrekking van de nationale medefinanciering en de uitvoering van het gecoördineerd pakket.

(9)

Het EFG moet werknemers ondersteunen bij het ontwikkelen van transversale vaardigheden om ontslagen te voorkomen en een soepele overgang naar een nieuwe baan mogelijk te maken. Derhalve is het nodig dat Verordening (EU) 2021/691 wordt gewijzigd zodat het EFG ook bijstand kan bieden aan werknemers die dreigen ontslagen te worden bij ondernemingen die worden geherstructureerd, met inbegrip van, indien van toepassing, bij hun directe leveranciers en hun downstreamproducenten. Aangezien die werknemers nog steeds in actieve dienst zijn, moet hun werkgever om bijstand kunnen verzoeken via de autoriteiten van de betrokken lidstaten. Aangezien het EFG onder gedeeld beheer valt, moeten de autoriteiten van de lidstaten na ontvangst van een verzoek om steun van een onderneming medefinanciering uit het EFG kunnen aanvragen, mits de onderneming ermee instemt nationale medefinanciering te verstrekken. Indien de financiële bijdrage uit het EFG wordt toegekend, moet de betrokken lidstaat de gevraagde middelen binnen tien werkdagen na ontvangst ervan ter beschikking van de onderneming stellen. De onderneming moet de lidstaat uiterlijk zes maanden na het einde van de uitvoering van de bijstand alle informatie ter beschikking stellen die nodig is om het eindverslag over de uitvoering van de betrokken financiële bijdrage op te stellen. De Commissie moet een enquête voor begunstigden opstellen en de verzoekende onderneming moet alle werknemers die aan de door het EFG medegefinancierde maatregelen hebben deelgenomen en, indien van toepassing, hun vertegenwoordigers, toegang geven tot de enquête.

(10)

Om de lidstaten in staat te stellen de financiële risico’s en aansprakelijkheden in verband met de uitvoering van het gecoördineerd pakket te beperken, kunnen de lidstaten besluiten om vóór de indiening van de aanvraag bij de Commissie, doeltreffende en evenredige financiële en administratieve controles (“controles vooraf”) uit te voeren.

(11)

De Commissie en de lidstaten moeten hun verantwoordelijkheden uitoefenen op een manier die rekening houdt met de administratieve kosten die de ondernemingen maken bij de voorbereiding van de aanvraag en door de nationale autoriteiten bij de behandeling ervan, en die in verhouding staat tot de geraamde financiële risico’s in verband met de aanvraag.

(12)

Herstructureringsprocessen moeten onder meer de economische duurzaamheid van een onderneming en de stabiliteit van de werkgelegenheid op lange termijn ondersteunen en daarbij het concurrentievermogen van de Unie versterken. Daarom moeten herstructureringsplannen zo vroeg mogelijk anticiperen op veranderingen en deze in goede banen leiden om insolventie en ontslagen te voorkomen, waarbij werknemersvertegenwoordigers en, indien van toepassing, vakbonden in een vroeg stadium bij de zaken worden betrokken. Het besluit van de onderneming om een verzoek om EFG-steun in te dienen moet worden genomen, en het gecoördineerde pakket van gepersonaliseerde maatregelen moet worden ontworpen, in overleg met de beoogde begunstigden, hun vertegenwoordigers en de sociale partners, naargelang het geval, om ervoor te zorgen dat het recht van werknemers op informatie en raadpleging wordt geëerbiedigd overeenkomstig Unie- en nationale wetgeving en de kwaliteit en relevantie van de maatregelen worden gewaarborgd.

(13)

Aanvragen voor financiële steun waarbij ondernemingen betrokken zijn die worden geherstructureerd en die zich in kleine arbeidsmarkten bevinden of waarbij alleen kmo’s betrokken zijn, moeten zelfs als niet volledig aan alle subsidiabiliteitscriteria is voldaan, in aanmerking kunnen komen voor steun. In dergelijke gevallen moeten de redenen waarom niet aan alle criteria is voldaan, in de aanvraag naar behoren worden onderbouwd.

(14)

De verlening van steun aan werknemers die dreigen ontslagen te worden bij ondernemingen die worden geherstructureerd, moet een aanvulling vormen op bestaande vormen van steun die in het kader van nationale maatregelen of collectieve overeenkomsten beschikbaar zijn. De om- en bijscholing van werknemers moet onder meer bijdragen aan het scheppen van hoogwaardige banen, fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en de dubbele, digitale en de groene transitie. Regelingen voor werktijdverkorting mogen niet in aanmerking komen voor EFG-steun, aangezien deze geen ontslagen betreffen, maar een tijdelijke schorsing van de arbeidsovereenkomst. Indien de nationale maatregelen dit toelaten, moeten de verzoekende onderneming de uitvoering van het gecoördineerde pakket gepersonaliseerde maatregelen of delen daarvan kunnen uitbesteden.

(15)

Het medefinancieringspercentage voor maatregelen die gericht zijn op werknemers die dreigen ontslagen te worden bij ondernemingen die worden geherstructureerd, moet gelijk zijn aan het medefinancieringspercentage voor EFG-bijstand voor ontslagen werknemers. Ondernemingen die om EFG-steun verzoeken, moeten de nationale medefinanciering verstrekken. Indien de verzoekende onderneming ermee akkoord gaat werknemers van haar directe leveranciers of downstreamproducenten in het verzoek om EFG-steun op te nemen, moet zij dat akkoord afhankelijk kunnen stellen van bijdragen van die directe leveranciers of downstreamproducenten die in verhouding staan tot de door hun werknemers ontvangen steun.

(16)

Het medefinancieringspercentage voor de uitgaven van de lidstaat in verband met aanvragen voor EFG-steun en de verwerking van die aanvragen, met inbegrip van administratieve en personeelskosten in verband met controles vooraf, en activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, en controle en rapportage, moet 100 % bedragen.

(17)

Aangezien de werknemers die dreigen ontslagen te worden nog steeds in actieve dienst zijn, mogen alleen maatregelen voor actief arbeidsmarktbeleid die hen helpen zich om of bij te scholen of die begeleiding of mentorschap bieden, met inbegrip van maatregelen gericht op werknemers die ooit hun eigen bedrijf zouden kunnen starten, in aanmerking komen. Toelagen of starterspremies mogen derhalve niet in aanmerking komen.

(18)

Werknemers die dreigen ontslagen te worden en EFG-bijstand ontvangen, moeten in aanmerking blijven komen als deel van de werknemers “die dreigen ontslagen te worden”, zelfs als hun arbeidsovereenkomst of arbeidsbetrekking eindigt. Zij moeten ook in aanmerking blijven komen voor mogelijke nieuwe aanvragen van de respectieve lidstaten ter ondersteuning van ontslagen werknemers van dezelfde onderneming.

(19)

Gezien het toenemende aantal taken van de Commissie betreffende de uitvoering van Verordening (EU) 2021/691 moet de Commissie de mogelijkheid krijgen om te verzoeken om technische bijstand ten belope van maximaal 1,5 % van het totale jaarlijkse maximumbedrag van het EFG. Dat verhoogde maximumpercentage is ook gerechtvaardigd omdat het jaarlijkse maximumbedrag van het EFG bij de tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader 2021-2027 is verlaagd.

(20)

Gezien de ongelijke benutting van EFG-steun door de lidstaten moet de Commissie het gebruik ervan aanmoedigen door de beschikbare financieringsmogelijkheden onder de aandacht te brengen. De Commissie moet de lidstaten bovendien bijstaan door middel van technische richtsnoeren en de verspreiding van goede werkmethoden.

(21)

Gezien de omvang en de frequentie van de herstructureringen in de afgelopen jaren bestaat er bezorgdheid over het feit dat de bestaande EFG-begroting ontoereikend zou kunnen zijn om te voldoen aan alle aanvragen in verband met ontslagen werknemers en werknemers die dreigen te worden ontslagen. Daarom moet, om een evenwichtig gebruik van het EFG te waarborgen, ten minste 40 % van het jaarlijkse maximumbedrag van het EFG worden gereserveerd voor aanvragen met betrekking tot de beëindiging van de werkzaamheden van ontslagen werknemers of zelfstandigen. Bovendien moet voor financiële bijdragen aan werknemers die dreigen ontslagen te worden, een plafond worden vastgesteld per onderneming, voor een bepaalde lidstaat en voor elk boekjaar.

(22)

Om snel hulp te verlenen aan de werknemers die dreigen te worden ontslagen, en gelet op het feit dat Verordening (EU) 2021/691 eind 2027 niet langer van toepassing zal zijn, moet deze verordening met spoed in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) 2021/691 wordt als volgt gewijzigd:

1)

in artikel 1 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   Overeenkomstig artikel 4 verleent het EFG steun aan ontslagen werknemers en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van grote herstructureringen en aan werknemers die dreigen ontslagen te worden bij ondernemingen die worden geherstructureerd.”

;

2)

artikel 2 wordt vervangen door:

“Artikel 2

Taken en doelstellingen

1.   Het EFG ondersteunt sociaal-economische veranderingen die het gevolg zijn van de globalisering en technologische en milieuveranderingen, door ontslagen werknemers en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd, te helpen zich aan te passen aan structurele veranderingen. Het EFG ondersteunt ook werknemers die dreigen ontslagen te worden. Het EFG vormt een noodfonds met een reactieve werking. Zodoende draagt het EFG bij tot de uitvoering van de in de Europese pijler van sociale rechten neergelegde beginselen, bevordert het duurzame werkgelegenheid en verbetert het de sociale en economische samenhang tussen de regio’s en de lidstaten.

2.   De doelstellingen van het EFG zijn solidariteit te betonen en fatsoenlijke en duurzame werkgelegenheid in de Unie te stimuleren door bijstand te bieden bij grote herstructureringen, met name wanneer die zijn veroorzaakt door uitdagingen die te maken hebben met de globalisering, zoals verschuivingen in de wereldhandelsstromen, handelsgeschillen, significante verschuivingen in de handelsbetrekkingen van de Unie of de samenstelling van de interne markt en financiële of economische crises, alsook de transitie naar een koolstofarme economie als onderdeel van de dubbele, groene en rechtvaardige transitie of als gevolg van de digitalisering of automatisering. Het EFG ondersteunt begunstigden om zo snel mogelijk opnieuw fatsoenlijke en duurzame werkgelegenheid te vinden. Bijzondere nadruk wordt gelegd op maatregelen die de meest kansarme groepen helpen. Het EFG steunt ook werknemers die dreigen ontslagen te worden bij het verwerven van de vaardigheden die nodig zijn om hen te helpen om in een andere rol te worden aangesteld, binnen hun huidige onderneming of bij een andere onderneming.”

;

3)

artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende punt wordt ingevoegd:

“1 bis)

“werknemer die dreigt ontslagen te worden”: een werknemer, in een onderneming die wordt geherstructureerd van wie de arbeidsovereenkomst of arbeidsbetrekking, ongeacht de aard of de duur ervan, naar verwachting zal worden beëindigd door ontslag na een schriftelijke mededeling van de werkgever aan de werknemersvertegenwoordigers, in het kader van overleg waarin zij onder meer worden geïnformeerd over het aantal en de categorieën werknemers die zullen worden ontslagen overeenkomstig artikel 2, lid 3, punt b), van Richtlijn 98/59/EG;”

;

b)

het volgende punt wordt toegevoegd:

“6)

“onderneming die wordt geherstructureerd”: een onderneming die een proces ondergaat dat collectief ontslag, als gedefinieerd in artikel 1, lid 1, punt a), van Richtlijn 98/59/EG, met zich meebrengt;”

;

4)

artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   De lidstaten kunnen financiële steun uit het EFG aanvragen voor maatregelen die gericht zijn op ontslagen werknemers en zelfstandigen, in overeenstemming met de in dit artikel vastgelegde bepalingen. In geval van verzoeken van ondernemingen die een herstructurering ondergaan met betrekking tot maatregelen die gericht zijn op werknemers die dreigen ontslagen te worden, vragen de lidstaten financiële bijdragen uit het EFG aan.”

;

b)

aan lid 2 wordt het volgende punt toegevoegd:

“d)

het bestaan van voorgenomen collectief ontslag betreffende ten minste 200 werknemers die dreigen ontslagen te worden bij één enkele onderneming die wordt geherstructureerd in één lidstaat.”

;

c)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   Op kleine arbeidsmarkten wordt, in naar behoren gemotiveerde gevallen en met name ten aanzien van aanvragen met betrekking tot kmo’s, een aanvraag voor een financiële bijdrage op grond van dit artikel als ontvankelijk beschouwd, zelfs als niet volledig aan sommige van de criteria als beschreven in de in lid 2 vermelde omstandigheden wordt voldaan, indien de gedwongen ontslagen of het voorgenomen collectieve ontslag ernstige gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en de lokale, regionale of nationale economie.

Voor aanvragen uit hoofde van artikel 8 motiveert de lidstaat de aanvraag naar behoren en geeft hij aan aan welke van de criteria als beschreven in de in lid 2 van dit artikel vermelde omstandigheden niet volledig wordt voldaan.

Voor aanvragen op grond van artikel 8 bis dient de lidstaat de aanvraag in na een naar behoren gemotiveerd verzoek van de onderneming, dat de vermelding van de criteria als beschreven in de in lid 2 van dit artikel vermelde omstandigheden waaraan niet volledig wordt voldaan, bevat.”

;

d)

lid 4 wordt vervangen door:

“4.   In uitzonderlijke omstandigheden, en met name bij aanvragen waarbij kmo’s betrokken zijn, is lid 3 ook op andere dan de kleine arbeidsmarkten van toepassing. Het totaalbedrag van de financiële bijdragen bedraagt in dergelijke gevallen niet meer dan 15 % van het jaarlijkse maximumbedrag van het EFG.”

;

5)

in artikel 5, eerste alinea, wordt de inleidende zin vervangen door:

“De aanvragende lidstaat specificeert de methode die gebruikt wordt om, voor de toepassing van artikel 4, het aantal ontslagen werknemers en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd te berekenen, op een of meer van de onderstaande data:”

;

6)

het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 5 bis

Mededeling van het aantal werknemers dat dreigt ontslagen te worden

Voor de toepassing van artikel 4 van deze verordening deelt de aanvragende lidstaat aan de Commissie het aantal werknemers dat dreigt ontslagen te worden mee die vermeld staan in een of meer schriftelijke mededelingen van de werkgever aan de werknemersvertegenwoordigers overeenkomstig artikel 2, lid 3, tweede alinea, van Richtlijn 98/59/EG.”

;

7)

artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan de eerste alinea wordt het volgende punt toegevoegd:

“c)

werknemers die dreigen ontslagen te worden bij een onderneming die wordt geherstructureerd, met inbegrip van, in voorkomend geval, de directe leveranciers of de downstreamproducenten van die onderneming;”

;

b)

de volgende alinea’s worden ingevoegd:

“De in de eerste alinea, punt c), bedoelde werknemers blijven in aanmerking komen als deel van de werknemers die dreigen ontslagen te worden, zelfs indien hun arbeidsovereenkomst of arbeidsbetrekking is geëindigd. Alleen herstructureringen, ook, in voorkomend geval, herstructurering bij de directe leveranciers en downstreamproducenten van een onderneming die een herstructurering ondergaat, die als collectief ontslag in de zin van Richtlijn 98/59/EG kunnen worden aangemerkt, komen in aanmerking.

Werknemers die zijn bedoeld in de eerste alinea, punt c), komen in aanmerking ongeacht de steunmaatregelen van de betrokken lidstaat die uitsluitend uit zijn staatsmiddelen worden gefinancierd, op voorwaarde dat die maatregelen geen deel uitmaken van het gecoördineerd pakket.

De werknemers als bedoeld in de eerste alinea, punt c), worden als in aanmerking komende begunstigden beschouwd indien zij zijn geïdentificeerd in de in artikel 5 bis bedoelde schriftelijke mededelingen over dreigende ontslagen of in latere schriftelijke mededelingen van het aanvullende voorgenomen collectieve ontslag, in de verzoekende onderneming, ofwel bij haar directe leveranciers of bij downstreamproducenten, indien van toepassing, op voorwaarde dat de relevante informatie uiterlijk op de laatste dag vóór de datum van voltooiing van de beoordeling door de Commissie wordt meegedeeld.

De werknemers van in de eerste alinea, punt c), bedoelde directe leveranciers en van downstreamproducenten worden als in aanmerking komende begunstigden beschouwd, mits:

a)

zij deel uitmaken van het voorgenomen collectieve ontslag dat plaatsvindt in dezelfde lidstaat als het voorgenomen collectieve ontslag door de verzoekende onderneming, en

b)

er een duidelijk oorzakelijk verband wordt vastgesteld tussen het voorgenomen collectieve ontslag door de verzoekende onderneming en het voorgenomen collectieve ontslag bij haar directe leveranciers of haar downstreamproducenten.”

;

8)

artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Er kan een financiële bijdrage uit het EFG beschikbaar worden gesteld voor maatregelen voor actief arbeidsmarktbeleid die deel uitmaken van een gecoördineerd pakket, om de beoogde begunstigden, in het bijzonder de meest kansarmen onder hen, opnieuw aan het werk te helpen, in dienstverband of als zelfstandige, of om de in artikel 6, eerste alinea, punt c), bedoelde werknemers te helpen de vaardigheden bij te werken of te verwerven die zij nodig hebben om in een andere functie bij hun huidige onderneming te worden aangesteld of naar een andere onderneming over te stappen.”

;

b)

lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in de tweede alinea wordt het volgende punt toegevoegd:

“c)

voor de in artikel 6, eerste alinea, punt c), bedoelde begunstigden kan het gecoördineerde pakket opleidingen en omscholing omvatten die bestaande vormen van steun die beschikbaar zijn in het kader van nationale maatregelen of vereisten die voortvloeien uit collectieve overeenkomsten, aanvullen en zijn toegesneden op de behoeften van de individuele werknemer, onder meer op het gebied van de vaardigheden die nodig zijn voor de totstandbrenging van een hulpbronnenefficiënte en duurzame economie, informatie- en communicatietechnologie en andere vaardigheden die in het digitale tijdperk vereist zijn, certificering van opgedane kennis en vaardigheden, individuele bijstand bij het zoeken naar een baan en gerichte groepsactiviteiten, loopbaanbegeleiding, adviesverlening, begeleiding door een mentor, outplacementbegeleiding, bevordering van ondernemerschap en samenwerkingsactiviteiten.”

;

ii)

de volgende alinea wordt na de derde alinea ingevoegd:

“Het gecoördineerde pakket omvat geen regelingen voor werktijdverkorting, toelagen of starterssubsidies.”

;

9)

artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

“Artikel 8

Aanvragen voor EFG-bijstand voor ontslagen werknemers en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd”

;

b)

in lid 7 wordt punt l) vervangen door:

“l)

een verklaring waarin wordt toegelicht waarom het gecoördineerde pakket niet in de plaats komt van maatregelen waarvoor de werkgever op grond van het nationale recht of collectieve overeenkomsten verantwoordelijk is;”

;

10)

het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 8 bis

Aanvragen voor EFG-bijstand voor werknemers die dreigen ontslagen te worden

1.   Ondernemingen die geherstructureerd worden, kunnen de betrokken lidstaat verzoeken een aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG in te dienen indien aan de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 2, punt d), is voldaan en indien de onderneming gedurende de volledige uitvoeringsperiode door het EFG overeenkomstig artikel 6, eerste alinea, punt c), medegefinancierde bijstand wil verlenen aan werknemers die dreigen ontslagen te worden. Ondernemingen kunnen een dergelijk verzoek indienen binnen 14 weken vanaf de datum waarop zij de bevoegde overheidsinstantie in kennis hebben gesteld, overeenkomstig artikel 2, lid 3, tweede alinea, van Richtlijn 98/59/EG, van de eerste schriftelijke mededeling aan de werknemersvertegenwoordigers, waarin onder meer het aantal en de categorieën van werknemers die voor gedwongen ontslag in aanmerking komen, zijn vermeld.

2.   Een verzoekende onderneming kan ermee instemmen in haar verzoek werknemers op te nemen die dreigen ontslagen te worden bij haar directe leveranciers en haar downstreamproducenten die in aanmerking komen overeenkomstig artikel 6, eerste alinea, punt c), op voorwaarde dat alle collectieve ontslagen waarop het verzoek betrekking heeft, ongeacht of deze betrekking hebben op de verzoekende onderneming of haar directe leveranciers of de downstreamproducenten, plaatsvinden in dezelfde lidstaat.

Een verzoekende onderneming die ermee instemt om in haar verzoek werknemers op te nemen die getroffen zijn door een dreigend ontslag bij haar directe leveranciers of downstreamproducenten overeenkomstig de eerste alinea, blijft uit hoofde van deze verordening volledig verantwoordelijk voor het verzoek. Zij blijft met name volledig verantwoordelijk voor:

a)

de indiening van het verzoek;

b)

de verstrekking van alle nodige informatie aan de lidstaten;

c)

de verstrekking van de nationale medefinanciering, en

d)

de uitvoering van het gecoördineerde pakket.

De verzoekende onderneming kan regelingen treffen om financiële bijdragen te ontvangen van haar directe leveranciers en haar downstreamproducenten in verhouding tot de steun die hun werknemers ontvangen.

3.   Voor de toepassing van dit artikel verstrekt de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, niet-bindende richtsnoeren, checklists en modellen voor verzoekformulieren. De lidstaten kunnen besluiten dat verzoeken moeten worden ingediend aan de hand van die modellen.

De lidstaten publiceren online richtsnoeren en modellen om de ondernemingen te ondersteunen bij het opstellen van hun verzoeken.

De door de onderneming aan de hand van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde modellen te verstrekken informatie omvat alle gegevens die nodig zijn voor een aanvraag van een financiële bijdrage uit het EFG, overeenkomstig lid 12.

4.   De lidstaten dienen hun aanvragen in op basis van de in lid 1 bedoelde verzoeken. Onverminderd de onafhankelijke beoordeling door de Commissie van de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig lid 11, kan de aanvragende lidstaat vooraf het volgende controleren:

a)

de financiële en administratieve capaciteit van de verzoekende onderneming om de financiële bijdrage uit het EFG aan de werknemers die worden getroffen door dreigende ontslagen, uit te voeren;

b)

de overeenkomstig lid 12, punten g), k) en o), verstrekte informatie;

c)

of het gecoördineerde pakket naar verwachting zal worden uitgevoerd overeenkomstig het nationale recht, en

d)

of er financiële risico’s zijn voor de aanvragende lidstaat, waaronder mogelijk frauduleuze activiteiten en het risico van dubbele financiering.

Wanneer zij deze controles vooraf verrichten, delen de lidstaten de resultaten daarvan, samen met hun beoordeling van het door de onderneming ingediende verzoek mee bij de indiening van de aanvraag bij de Commissie. De Commissie houdt bij haar beoordeling van de aanvraag rekening met die informatie. Indien de beoordeling van de Commissie afwijkt van de resultaten van de verrichte controles vooraf, verstrekt de Commissie desbetreffende toelichtingen in de in artikel 15, lid 3, punt a), bedoelde samenvatting van gegevens.

5.   De lidstaten behandelen alle verzoeken gelijk en behandelen ze in volgorde van ontvangst, zonder enige discretionaire bevoegdheid uit te oefenen met betrekking tot hun ontvankelijkheid of subsidiabiliteit, en dienen aanvragen ten aanzien van die verzoeken in bij de Commissie. De lidstaten mogen geen aanvullende voorschriften invoeren noch de voorschriften van deze verordening wijzigen.

6.   De aanvragende lidstaat dient binnen 15 werkdagen na de datum waarop hij het volledige verzoek heeft ontvangen, bij de Commissie de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG in.

7.   Op verzoek van de onderneming verstrekt de betrokken lidstaat gedurende de hele procedure voor een in lid 1 bedoeld verzoek richtsnoeren, rekening houdend met de omvang en de administratieve capaciteit van de onderneming.

8.   Op verzoek van de aanvragende lidstaat verstrekt de Commissie gedurende de gehele aanvraagprocedure richtsnoeren.

9.   Binnen tien werkdagen vanaf de datum van indiening van de aanvraag of, in voorkomend geval, binnen tien werkdagen vanaf de datum waarop de Commissie de vertaling van de aanvraag heeft ontvangen, naargelang welke datum het laatst is, bevestigt de Commissie de ontvangst van de aanvraag en verzoekt zij de aanvragende lidstaat om de aanvullende gegevens die zij nodig heeft om de aanvraag te kunnen beoordelen. Indien die aanvullende gegevens informatie omvat die door de onderneming kan worden verstrekt, verstrekt de onderneming die informatie aan de lidstaat.

10.   Indien de Commissie op grond van lid 9 om aanvullende gegevens verzoekt, antwoordt de lidstaat binnen 15 werkdagen vanaf de datum van het verzoek. Op verzoek van de aanvragende lidstaat verlengt de Commissie die termijn met tien werkdagen. Ieder verzoek om termijnverlenging wordt naar behoren gemotiveerd.

11.   Aan de hand van de in de aanvraag verstrekte gegevens beoordeelt de Commissie binnen vijftig werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag of, indien van toepassing, de vertaling daarvan, definitief of de aanvraag aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage voldoet. De Commissie verricht een evaluatie van de overeenkomstig lid 12 verstrekte informatie. In haar evaluatie beoordeelt de Commissie ook de toereikendheid van de in artikel 7, lid 4, bedoelde overlegproces alsook van het gecoördineerde pakket.

Indien de Commissie die termijn niet kan naleven, deelt ze dit vóór die datum aan de aanvragende lidstaat mee onder vermelding van de redenen voor de vertraging en van de nieuwe datum waarop de beoordeling voltooid zal zijn. Die nieuwe datum valt niet later dan twintig werkdagen na het verstrijken van de in de eerste alinea vastgestelde termijn.

12.   Een aanvraag bevat de volgende gegevens:

a)

de identificatie van de verzoekende ondernemingen, met inbegrip van, in voorkomend geval, de getroffen directe leveranciers en downstreamproducenten;

b)

het aantal werknemers dat dreigt ontslagen te worden bij de verzoekende onderneming die wordt geherstructureerd, overeenkomstig artikel 5 bis;

c)

het aantal in artikel 6, eerste alinea, punt c), bedoelde in aanmerking komende begunstigden en het aantal begunstigden onder hen van wie beoogd wordt dat zij, overeenkomstig de intenties van de verzoekende onderneming begunstigd zullen worden door maatregelen uit het gecoördineerde pakket;

d)

in voorkomend geval, en zodra deze beschikbaar is, elke schriftelijke overeenkomst tussen de verzoekende onderneming en haar directe leveranciers of haar downstreamproducenten;

e)

een korte beschrijving van de gebeurtenissen die tot de herstructurering hebben geleid;

f)

indien de aanvraag betrekking heeft op werknemers die dreigen ontslagen te worden bij de directe leveranciers of de downstreamproducenten van de verzoekende onderneming, een beargumenteerde analyse van de verzoekende onderneming waarin een duidelijk oorzakelijk verband wordt vastgesteld tussen het voorgenomen collectieve ontslag bij de directe leveranciers of de downstreamproducenten en dat bij de verzoekende onderneming;

g)

een bevestiging, op basis van door de onderneming verstrekte informatie, dat de onderneming heeft voldaan en blijft voldoen aan haar wettelijke verplichtingen, met inbegrip van die welke zijn vastgelegd in artikel 2 van Richtlijn 98/59/EG, en collectieve overeenkomsten met betrekking tot dat voorgenomen gedwongen collectieve ontslag, en dat zij passende maatregelen voor haar werknemers treft;

h)

een beschrijving van de procedures die de onderneming heeft gevolgd om de beoogde begunstigden of hun vertegenwoordigers, naargelang het geval, te raadplegen over het ontwerp van het gecoördineerde pakket, alsook een beschrijving van de procedures die zijn gevolgd voor de raadpleging over de maatregelen in het gecoördineerde pakket van de lokale en regionale autoriteiten of andere relevante belanghebbenden, naargelang het geval;

i)

een uitleg over de mate waarin rekening is gehouden met de aanbevelingen in het EU-kwaliteitskader voor anticipatie op veranderingen en herstructurering en, indien van toepassing, over de manier waarop het gecoördineerde pakket een aanvulling vormt op acties die uit andere Unie- of nationale fondsen worden gefinancierd;

j)

een geraamde uitsplitsing van de samenstelling van de beoogde begunstigden naar geslacht, leeftijdscategorie en onderwijsniveau, die gebruikt wordt in het ontwerp van het gecoördineerde pakket;

k)

een gedetailleerde beschrijving van het gecoördineerde pakket en de daarmee verband houdende uitgaven, waaronder maatregelen ter ondersteuning van werkgelegenheidsinitiatieven voor kansarme, jonge en oudere begunstigden;

l)

de geraamde begroting voor de afzonderlijke onderdelen van het gecoördineerde pakket ter ondersteuning van de beoogde begunstigden;

m)

de data waarop met de aanbieding van het gecoördineerde pakket aan de beoogde begunstigden en de activiteiten tot uitvoering van het EFG, zoals vermeld in artikel 7, is begonnen of moet worden begonnen;

n)

de geraamde begroting voor voorbereidende activiteiten, met inbegrip van controles vooraf, en voor activiteiten op het vlak van beheer, voorlichting en publiciteit, controle en rapportage door de aanvragende lidstaat met betrekking tot de aanvraag;

o)

een verklaring waarin wordt toegelicht waarom het gecoördineerde pakket niet in de plaats komt van maatregelen waarvoor de werkgever op grond van het nationale recht of collectieve overeenkomsten verantwoordelijk is;

p)

de bevestiging van de betrokken onderneming dat zij de maatregelen van het gecoördineerde pakket zal medefinancieren en dat haar medefinanciering de enige bron voor de nationale medefinanciering is, met uitzondering van eventuele bijdragen van de directe leveranciers of de downstreamproducenten van die onderneming;

q)

een bevestiging van de aanvragende lidstaat dat hij geen financiering heeft verstrekt voor het gecoördineerde pakket.

Indien de in de punten c) en l) van de eerste alinea bedoelde aantallen veranderen voordat de beoordeling door de Commissie is afgerond, worden de wijzigingen aan de Commissie meegedeeld.

De informatie uiteengezet in de punten a) tot en met f), j) tot en met m), o) en p) van de eerste alinea wordt door de verzoekende onderneming aan de aanvragende lidstaat verstrekt.”

;

11)

artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Op initiatief van de Commissie kan maximaal 1,5 % van het jaarlijkse maximumbedrag van het EFG worden gebruikt voor technische en administratieve uitgaven voor de uitvoering ervan, zoals werkzaamheden op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, alsmede gegevensverzameling, onder meer met betrekking tot institutionele IT-systemen, communicatiemaatregelen en maatregelen die de zichtbaarheid van het EFG als fonds of voor specifieke projecten vergroten, alsook andere maatregelen voor technische bijstand. Dergelijke maatregelen kunnen betrekking hebben op toekomstige en eerdere programmeringsperioden.”

;

b)

lid 4 wordt vervangen door:

“4.   De technische bijstand van de Commissie omvat het verstrekken van informatie en richtsnoeren aan de lidstaten over het gebruik van, het toezicht op en de evaluatie van het EFG, alsook het gericht benaderen van lidstaten die geen of slechts weinig gebruik hebben gemaakt van EFG-steun. De Commissie verstrekt de sociale partners op Unie- en nationaal niveau ook informatie en duidelijke richtsnoeren over het gebruik van het EFG. De richtsnoeren kunnen ook betrekking hebben op de oprichting van taskforces bij ernstige economische ontwrichtingen in een lidstaat.”

;

12)

artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Op basis van de overeenkomstig artikel 8 of artikel 8 bis verrichte beoordeling verricht de Commissie met name aan de hand van het aantal beoogde begunstigden, de voorgestelde maatregelen en de geraamde kosten, een evaluatie en bepaalt zij de omvang van een eventuele financiële bijdrage uit het EFG die kan worden verstrekt binnen de grenzen van de beschikbare middelen.”

;

b)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“2 bis.   Het medefinancieringspercentage voor uitgaven van de lidstaat voor de in artikel 6, eerste alinea, punt c), bedoelde begunstigden en met betrekking tot de in artikel 7, lid 5, bepaalde maatregelen bedraagt 100 %.”

;

c)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   Indien de Commissie op basis van de overeenkomstig artikel 8 of artikel 8 bis uitgevoerde beoordeling concludeert dat aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage krachtens deze verordening is voldaan, zet zij onmiddellijk de in artikel 15 bedoelde procedure in gang.”

;

d)

het volgende lid wordt toegevoegd:

“5.   Ten minste 40 % van het jaarlijkse maximumbedrag van het EFG wordt gereserveerd voor in artikel 8 bedoelde aanvragen met betrekking tot de beëindiging van de werkzaamheden van ontslagen werknemers of zelfstandigen. Delen van dat bedrag die op 30 juni van ieder jaar niet zijn gebruikt of gereserveerd, kunnen ook worden gebruikt voor in artikel 8 bis bedoelde aanvragen met betrekking tot werknemers die dreigen ontslagen te worden. Financiële bijdragen aan de in artikel 4, lid 2, punt d), bedoelde werknemers die dreigen ontslagen te worden, bedragen voor elk begrotingsjaar maximaal 4 000 000 EUR per onderneming per lidstaat.”

;

13)

in artikel 14 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

“1.   Uitgaven komen in aanmerking voor een financiële bijdrage uit het EFG vanaf de in de aanvraag overeenkomstig artikel 8, lid 7, punt j), of artikel 8 bis, lid 12, punt m), bedoelde data waarop de betrokken lidstaat of de onderneming begint of geacht wordt te beginnen met het aanbieden van het gecoördineerde pakket aan de beoogde begunstigden of waarop de lidstaat administratieve uitgaven maakt voor de uitvoering van het EFG overeenkomstig artikel 7, leden 1 en 5.

2.   De lidstaat of de onderneming begint onmiddellijk met de uitvoering van de in artikel 7 bedoelde subsidiabele maatregelen en zorgt ervoor dat die maatregelen zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval 24 maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van het besluit over de financiële bijdrage, volledig zijn uitgevoerd.”

;

14)

in artikel 15 wordt lid 3 vervangen door:

“3.   Een voorstel van de Commissie voor een besluit tot beschikbaarstelling van middelen uit het EFG krachtens lid 1 omvat onder andere:

a)

de overeenkomstig artikel 8, lid 6, of artikel 8 bis, lid 11, uitgevoerde beoordeling en een samenvatting van de gegevens waarop de beoordeling is gebaseerd, en

b)

de redenen voor de overeenkomstig artikel 13, lid 1, voorgestelde bedragen.”

;

15)

artikel 16 wordt vervangen door:

“Artikel 16

Ontoereikende middelen

In afwijking van de in de artikelen 8, 8 bis en 15 vastgelegde termijnen en mits de resterende vastleggingskredieten van het EFG niet toereikend zijn om het bedrag van de bijstand te dekken dat volgens het Commissievoorstel noodzakelijk is, kan de Commissie, in uitzonderlijke gevallen, het voorstel om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen, alsook het daaropvolgende overschrijvingsverzoek, uitstellen totdat de vastleggingskredieten in het jaar dat volgt op de aanvraag, beschikbaar zijn. Het jaarlijkse begrotingsmaximum van het EFG mag in geen geval worden overschreden.”

;

16)

aan artikel 17 wordt het volgende lid toegevoegd:

“6.   Met betrekking tot aanvragen uit hoofde van artikel 8 bis stelt de betrokken lidstaat, zonder onnodige vertraging en uiterlijk tien werkdagen na ontvangst van de voorfinancieringsbetaling van de Commissie, het deel van de voorfinancieringsbetaling dat betrekking heeft op het gecoördineerde pakket dat door de onderneming wordt uitgevoerd, ter beschikking van de betrokken onderneming. De lidstaten kunnen de voorfinanciering in tranches beschikbaar stellen, in welk geval de eerste tranche zonder onnodige vertragingen in elk geval uiterlijk binnen tien werkdagen beschikbaar wordt gesteld. De nadere regelingen inzake betaling worden vastgelegd in het document betreffende de financiële bijdrage van de lidstaat aan de onderneming. De lidstaten kunnen in voorkomend geval de middelen via de betrokken regionale autoriteit of een andere overheidsinstantie aan de onderneming overmaken, voor zover dit de betaling niet vertraagt. De lidstaat behoudt het deel van de voorfinanciering dat betrekking heeft op in artikel 7, lid 5, bedoelde maatregelen of maakt dit deel over aan de betrokken regionale autoriteit of een andere overheidsinstantie.”

;

17)

aan artikel 20 wordt het volgende lid toegevoegd:

“3.   Wanneer een onderneming een financiële bijdrage uit het EFG uitvoert voor werknemers die dreigen ontslagen te worden, verstrekt de onderneming de betrokken lidstaat uiterlijk aan het einde van de zesde maand na het verstrijken van de uitvoeringsperiode alle in lid 1 bedoelde relevante informatie.”

;

18)

in artikel 22 worden de leden 4 en 5 vervangen door:

“4.   In de zesde maand na het einde van elke uitvoeringsperiode houdt de Commissie een enquête onder begunstigden. De enquête onder begunstigden is ten minste vier weken lang open voor deelname. De lidstaten verspreiden deze enquête onder de begunstigden, zenden hun ten minste één herinnering toe, en stellen de Commissie in kennis van de verspreiding en de toegezonden herinnering.

Wanneer een onderneming aan begunstigden bijstand verleent op grond van artikel 6, eerste alinea, punt c), is zij verantwoordelijk voor de verspreiding van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde enquête onder de begunstigden die aan de maatregelen hebben deelgenomen en onder de werknemersvertegenwoordigers ter informatie, voor het verzenden van ten minste één herinnering en het in kennis stellen van de lidstaat van de verspreiding en de verzonden herinnering. De Commissie verzamelt en analyseert de antwoorden op de enquêtes onder begunstigden voor gebruik bij toekomstige evaluaties.

5.   Enquêtes onder begunstigden worden gebruikt om gegevens te verzamelen over de waargenomen verandering in de inzetbaarheid van begunstigden, of, voor degenen die reeds werk hebben gevonden, over de kwaliteit van het gevonden werk, zoals wijziging van werktijden, het soort arbeidsovereenkomst of arbeidsbetrekking (voltijds of deeltijds, bepaalde of onbepaalde duur), het verantwoordelijkheidsniveau, of verandering in salarisniveau in vergelijking met eerdere werkzaamheden, en de sector waarin de betrokkene werk heeft gevonden. Voor de in artikel 6, eerste alinea, punt c), bedoelde gevallen omvat dit in voorkomend geval ook informatie over een mogelijke nieuwe rol in dezelfde onderneming. Die informatie wordt uitgesplitst naar geslacht, leeftijdscategorie, opleidingsniveau en niveau van beroepservaring.”

;

19)

In bijlage II, punt 2, wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd:

“voor de in artikel 6, eerste alinea, punt c), bedoelde gevallen moet de indicator onder de eerste alinea, punt a), van dit punt worden uitgesplitst naar de volgende banen:

a)

in een andere onderneming;

b)

in dezelfde onderneming:

i)

in dezelfde rol,

ii)

in een andere rol.”.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 20 mei 2026.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

N. IOANNIDES


(1)   PB C, C/2025/4217, 20.8.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4217/oj.

(2)   PB C, C/2025/4419, 29.8.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4419/oj.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 28 april 2026 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 11 mei 2026.

(4)  Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1927/oj).

(5)  Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1309/oj).

(6)  Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (PB L 153 van 3.5.2021, blz. 48, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/691/oj).

(7)  Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden (PB L 393 van 30.12.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1893/oj).

(8)  Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1296/2013 (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1057/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1139/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top