Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32026R0348

Uitvoeringsverordening (EU) 2026/348 van de Commissie van 17 februari 2026 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Lacticaseibacillus huelsenbergensis DSM 115424 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

C/2026/877

PB L, 2026/348, 18.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/348/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/348/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/348

18.2.2026

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/348 VAN DE COMMISSIE

van 17 februari 2026

tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Lacticaseibacillus huelsenbergensis DSM 115424 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlening van een vergunning voor een preparaat van Lacticaseibacillus huelsenbergensis DSM 115424. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor een preparaat van Lacticaseibacillus huelsenbergensis DSM 115424 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten, waarbij is verzocht dat toevoegingsmiddel in te delen in de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en in de functionele groep “inkuiltoevoegingsmiddelen”.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 6 mei 2025 (2) geconcludeerd dat het gebruik van Lacticaseibacillus huelsenbergensis DSM 115424 als inkuiltoevoegingsmiddel veilig is voor alle diersoorten, de consument en het milieu. Wat de veiligheid van de gebruiker betreft, heeft de EFSA geconcludeerd dat het toevoegingsmiddel als mogelijk huid- en inhalatieallergeen moet worden beschouwd en dat inademing en blootstelling via de huid als een risico worden beschouwd. Zij heeft voorts geconcludeerd dat door Lacticaseibacillus huelsenbergensis DSM 115424 bij een minimumgehalte van 1 × 108 kve/kg vers plantaardig materiaal toe te voegen, de productie van kuilvoer uit alle soorten vers plantaardig materiaal zou kunnen worden verbeterd doordat nutriënten beter worden behouden. De EFSA heeft ook het verslag over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Gezien het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat het preparaat van Lacticaseibacillus huelsenbergensis DSM 115424 voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003. Het gebruik van dat preparaat moet daarom worden toegestaan. Daarnaast is de Commissie van oordeel dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel te voorkomen.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van een vergunning

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “inkuiltoevoegingsmiddelen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 februari 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/1831/oj.

(2)   EFSA Journal, 23(6), e9458, https://doi.org/10.2903/j.efsa.2025.9458.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van het toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Kve/kg vers materiaal

Categorie: technologische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: inkuiltoevoegingsmiddelen

1k21702

Lacticaseibacillus huelsenbergensis DSM 115424

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Lacticaseibacillus huelsenbergensis DSM 115424 met ten minste 4 × 1011 kve/g toevoegingsmiddel.

Vaste vorm

---------------------------------

Karakterisering van de werkzame stof

Levensvatbare cellen van Lacticaseibacillus huelsenbergensis DSM 115424

----------------------------------

Analysemethode  (1)

Identificatie van Lacticaseibacillus huelsenbergensis DSM 115424 in het toevoegingsmiddel voor diervoeding:

pulsed-field-gelelektroforese (PFGE) — CEN/TS 17697 of DNA-sequentiemethoden.

Kwantificering van Lacticaseibacillus huelsenbergensis DSM 115424 in het toevoegingsmiddel voor diervoeding:

spreidplaat- (of gietplaat)methode op MRS-agar (EN 15787).

Alle diersoorten

-

-

-

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslagomstandigheden worden vermeld.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gebruikt in combinatie met andere micro-organismen als inkuiltoevoegingsmiddelen: 1 × 108 kve/kg vers plantaardige materiaal.

3.

Als polyethyleenglycol (PEG 4000) als beschermstof bij invriezing (cryoprotectant) wordt toegepast, moet het bij een maximale concentratie van 0,025 mg/kg kuilvoer worden gebruikt.

4.

Cryoprotectanten die worden gebruikt in het preparaat van Lacticaseibacillus huelsenbergensis DSM 115424 kunnen onder andere omvatten:

natriumcitraat,

mannitol,

natriumglutamaat-monohydraat.

5.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen om de mogelijke risico’s bij het gebruik ervan te ondervangen. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de luchtwegen en de huid worden gebruikt.

10 maart 2036


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/348/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top