This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32026R0269
Commission Delegated Regulation (EU) 2026/269 of 29 October 2025 amending Delegated Regulation (EU) 2015/35 as regards technical provisions, long-term guarantee measures, own funds, equity risk, spread risk on securitisation positions, other standard formula capital requirements, reporting and disclosure, proportionality and group solvency
Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/269 van de Commissie van 29 oktober 2025 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wat betreft technische voorzieningen, langetermijngarantiemaatregelen, eigen vermogen, aandelenrisico, spreadrisico op securitisatieposities, andere kapitaalvereisten volgens de standaardformule, rapportage en openbaarmaking, evenredigheid en groepssolvabiliteit
Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/269 van de Commissie van 29 oktober 2025 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wat betreft technische voorzieningen, langetermijngarantiemaatregelen, eigen vermogen, aandelenrisico, spreadrisico op securitisatieposities, andere kapitaalvereisten volgens de standaardformule, rapportage en openbaarmaking, evenredigheid en groepssolvabiliteit
C/2025/7206
PB L, 2026/269, 18.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/269/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/269 |
18.2.2026 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/269 VAN DE COMMISSIE
van 29 oktober 2025
tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wat betreft technische voorzieningen, langetermijngarantiemaatregelen, eigen vermogen, aandelenrisico, spreadrisico op securitisatieposities, andere kapitaalvereisten volgens de standaardformule, rapportage en openbaarmaking, evenredigheid en groepssolvabiliteit
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (1), en met name artikel 29, lid 5, artikel 31, lid 4, artikel 35, lid 9, artikel 37, lid 6, artikel 50, lid 1, artikel 56, artikel 75, lid 2, artikel 75, lid 3, artikel 86, lid 1, artikel 92, lid 1 bis, artikel 97, lid 1, artikel 99, punt b), artikel 105 bis, lid 5, artikel 111, lid 1, artikel 127, artikel 130, artikel 213 bis, lid 6, artikel 233 ter, punt a), artikel 234, artikel 256, lid 4, en artikel 256 bis, lid 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Met ongeveer 10 biljoen EUR aan activa onder beheer zijn verzekerings- en herverzekeringsondernemingen een steunpilaar van het financiële stelsel. Gezien het langetermijnkarakter van hun activiteiten zijn zij bijzonder geschikt om stabiele financiering te verstrekken aan de reële economie, met inbegrip van het midden- en kleinbedrijf (mkb). Vanwege hun cruciale sociaal-economische rol zijn verzekerings- en herverzekeringsondernemingen onderworpen aan uitgebreide prudentiële regels, zoals uiteengezet in Richtlijn 2009/138/EG en Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie (2). |
|
(2) |
Om de sector beter in staat te stellen de reële economie, de groene en de digitale transities en andere prioriteiten van de Unie te ondersteunen, met behoud van de prudentiële soliditeit en de financiële stabiliteit, is Richtlijn 2009/138/EG gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2025/2 van het Europees Parlement en de Raad (3), die op 28 januari 2025 in werking is getreden. Met Richtlijn (EU) 2025/2 wordt de opzet van langetermijngarantiemaatregelen verbeterd en een preferentiële behandeling ingevoerd voor langetermijnbeleggingen in aandelen. Die wijzigingen zullen het beschikbare kapitaal van ondernemingen verhogen tot boven het solvabiliteitskapitaalvereiste, en zo hun capaciteit versterken om de doelstellingen van de spaar- en investeringsunie en de Europese Green Deal te ondersteunen. Met Richtlijn (EU) 2025/2 wordt ook de evenredigheid van prudentiële regels verbeterd door een nieuwe categorie “kleine en niet-complexe ondernemingen” in te voeren die automatisch kunnen profiteren van vastgestelde evenredigheidsmaatregelen inzake rapportage, openbaarmaking, governance, herziening van schriftelijk vastgelegde gedragslijnen, berekening van technische voorzieningen, beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit, en beheersplannen voor liquiditeitsrisico’s. Tegelijkertijd worden met Richtlijn (EU) 2025/2 de samenwerkingsvereisten tussen toezichthoudende autoriteiten versterkt, de coördinerende rol en de toezichthoudende bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) verstevigd, en de macroprudentiële toolkit uitgebreid waarover de nationale toezichthoudende autoriteiten beschikken. |
|
(3) |
Om volledig operationeel te worden, vereist het nieuwe regime nadere specificaties van belangrijke kwantitatieve parameters in gedelegeerde handelingen. Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 moet dan ook worden gewijzigd. De wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 moeten bijdragen tot de uitvoering van de beleidsagenda van de Unie voor de spaar- en investeringsunie en moeten verzekeraars helpen het concurrentievermogen van de economie in de Unie te versterken, zoals uiteengezet in het EU-kompas voor concurrentievermogen (4). Met name moet er erkenning komen voor het potentieel van verzekeraars om extra particulier kapitaal te mobiliseren ter ondersteuning van de belangrijkste doelstellingen van de Unie, onder meer wanneer zij samen met overheidsmiddelen in de reële economie investeren, met name door middel van aanzienlijke overheidsgaranties of -subsidies. |
|
(4) |
De huidige prudentiële kalibraties zorgen voor een hoog niveau van bescherming van verzekeringnemers en dragen aanzienlijk bij tot de financiële stabiliteit. Deze kalibraties kunnen echter ook te voorzichtig zijn, waardoor het vermogen van verzekeraars om langetermijninvesteringen te doen, wordt beperkt. Om dat probleem aan te pakken, moet het prudentiële kader worden herzien om ongerechtvaardigde voorzichtigheid weg te nemen. Hoewel dergelijke herzieningen kunnen leiden tot een eigen vermogen dat hoger uitvalt dan de solvabiliteitskapitaalvereisten, wordt van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen verwacht dat zij de bredere beleidsdoelstellingen van de Unie ondersteunen door extra kapitaal toe te leiden naar productieve investeringen in de reële economie. |
|
(5) |
De Unie wordt geconfronteerd met enorme financieringsbehoeften om haar reeds overeengekomen doelstellingen op het gebied van innovatie, duurzame groei en defensie te verwezenlijken (5). Bij Richtlijn (EU) 2025/2 is Richtlijn 2009/138/EG gewijzigd, onder meer om ervoor te zorgen dat het niveau van het beschikbare kapitaal hoger uitkomt dan het solvabiliteitskapitaalvereiste. Het is belangrijk dat de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Eiopa toezicht houden op het gebruik van dat nieuw beschikbare kapitaal, rekening houdende met de impact op de kapitaalpositie van verzekeraars in de loop van de tijd. De verwachting is dat verzekeraars overtollig kapitaal gaan gebruiken voor productieve investeringen, met inbegrip van securitisatieposities, die bijdragen aan de financiering van ondernemingen en de economie van de Unie. De Commissie zal monitoren of aan deze verwachtingen wordt voldaan en zal de doeltreffendheid van de hervormingen beoordelen, met name wat betreft het effect ervan op het vergroten van de deelname van de verzekeringssector aan productieve investeringen die bijdragen tot de financiering van ondernemingen en de economie van de Unie. In dit verband moet de Eiopa regelmatig verslag uitbrengen aan de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad over i) de allocatie van activa, uitgesplitst naar sector en geografisch gebied, en ii) toenames in de uitkeringen aan aandeelhouders, met inbegrip van de terugkoop van aandelen, alsmede variabele beloningen voor leden van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan, medewerkers met een sleutelfunctie of het senior management, rekening houdende met het vermogen dat nieuw beschikbaar komt boven op het solvabiliteitskapitaalvereiste resulterend uit Richtlijn (EU) 2025/2 en deze verordening. Het eerste verslag moet uiterlijk op 31 december 2028 worden ingediend. |
|
(6) |
De Commissie zal, samen met de Eiopa, beoordelen hoe duurzaamheidsrisico’s in verband met activa en activiteiten op het gebied van fossiele brandstoffen, met inbegrip van transitierisico’s die momenteel gepaard gaan met hoge emissies, maar die op een traject zitten richting afstemming op de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs, worden beheerd door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen. In voorkomend geval zal de Commissie mogelijke wijzigingen overwegen om ervoor te zorgen dat deze opkomende risico’s naar behoren tot uiting komen in het prudentiële kader, rekening houdende met de ontwikkelingen in het kader voor kredietinstellingen, en met het verslag van de Eiopa overeenkomstig artikel 304 quater, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG. De Commissie zal ook, als onderdeel van het komende Europees klimaatadaptatieplan, nagaan of prudentiële regels bevorderlijker kunnen zijn voor de uitgifte van of beleggingen in rampenobligaties en andere groene obligaties. |
|
(7) |
Het vereiste om twee kredietbeoordelingen te verkrijgen van aangewezen externe kredietbeoordelingsinstellingen (EKBI’s) wordt doorgaans verantwoord door het feit dat een betrouwbare beoordeling maken van het kredietrisico van securitisatieposities een complexe oefening is. Securitisaties die voldoen aan de criteria van eenvoud, transparantie en standaardisatie (STS), zijn echter onderworpen aan een specifiek regelgevingskader dat de vergelijkbaarheid moet bevorderen en informatieasymmetrie moet verminderen. Om die reden, en om de inspanningen van de Unie te ondersteunen om ongerechtvaardigde administratieve en compliancekosten tegen te gaan, is het passend om de verplichting van een dubbele rating voor STS-securitisaties op te heffen, maar deze wel te behouden voor andere securitisaties. |
|
(8) |
Klimaatrisico’s zijn langetermijnrisico’s, niet-lineair en systemisch, waardoor het voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen moeilijk is om uitsluitend op basis van data uit het verleden een schatting te maken. Bij Richtlijn (EU) 2025/2 zijn nieuwe vereisten ingevoerd voor het beheer van klimaatrisico’s en duurzaamheidsrisico’s meer in het algemeen. Met name artikel 45 bis van Richtlijn 2009/138/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2025/2, verplicht ondernemingen om materiële blootstellingen aan klimaatrisico’s te identificeren en, in voorkomend geval, het effect van langetermijnscenario’s inzake klimaatverandering op hun bedrijfsvoering te beoordelen. Wanneer het echter gaat om de waardering of berekening van kapitaalvereisten met een intern model, gebruiken verzekerings- en herverzekeringsondernemingen vaak data van gebeurtenissen uit het verleden om voorspellingen te doen over risico’s die zich in de toekomst voordoen. Data van gebeurtenissen in het verleden geven mogelijk onvoldoende inzicht in trends in verband met klimaatverandering. Toekomstgerichte beoordelingen, met inbegrip van plausibele klimaatscenario’s, kunnen daarom nodig zijn om te beoordelen hoe de risico’s evolueren en om mogelijke effecten te beperken. Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming te sterk afhankelijk is van data uit het verleden, kunnen de beste schatting wat betreft verplichtingen jegens verzekeringnemers of haar interne model, indien toegepast, verplichtingen of relevante risico’s onderschatten. Daarom moet van ondernemingen worden geëist dat zij over interne procedures beschikken om te voorkomen dat zij te veel vertrouwen op data van gebeurtenissen in het verleden met betrekking tot trends in verband met klimaatverandering. |
|
(9) |
De risicomarge is momenteel voorzichtig gekalibreerd. Met Richtlijn (EU) 2025/2 worden de kapitaalkosten verlaagd die aan de berekening van de risicomarge ten grondslag liggen, wat leidt tot een algemene verlaging van het niveau ervan met ongeveer 21 %. Ondanks die wijziging weerspiegelt de berekeningsformule van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 de natuurlijke afname van bepaalde risico’s in de loop van de tijd niet adequaat en kan deze leiden tot dubbeltelling van dergelijke risico’s, zoals het verval- en kortlevenrisico. Daarom moet een exponentiële en tijdsafhankelijke factor worden ingevoerd die zorgt voor een jaarlijkse vermindering van de risico’s met ten minste 3,5 %. Die aanpassing is bedoeld om de voorzichtige vertekening in de huidige kalibratie te corrigeren, waardoor de technische voorzieningen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen worden verminderd en bijgevolg het beschikbare kapitaal om het solvabiliteitskapitaalvereiste te dekken, wordt verhoogd. Om er echter voor te zorgen dat de risicomarge een passend niveau van voorzichtigheid blijft weerspiegelen en de bescherming van verzekeringnemers niet in gevaar brengt, moet de vermindering van de kwantificering van toekomstige risico’s als gevolg van die factor worden gemaximeerd op 50 %. |
|
(10) |
Met Richtlijn (EU) 2025/2 wordt de methode voor de extrapolatie van risicovrije rentevoeten gewijzigd. Met die richtlijn wordt met name de aanpak voor het bepalen van de beginlooptijd van de extrapolatie (“eerste afvlakkingspunt”) gewijzigd. In artikel 77 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG is bepaald dat het eerste afvlakkingspunt moet overeenstemmen met een looptijd waarvoor het volume uitstaande obligaties met deze of een langere looptijd hoog genoeg is. In artikel 77 bis, lid 3, van die richtlijn wordt voorts bepaald dat het eerste afvlakkingspunt voor de euro op 28 januari 2025 een looptijd van twintig jaar moet hebben. Momenteel is de procentuele drempel voor het bepalen van een toereikend volume obligaties vastgesteld op 6 % voor de euro. Als gevolg van de toename van de uitstaande langlopende obligaties in de afgelopen jaren kan die drempel echter niet langer wijzen op een eerste afvlakkingspunt over twintig jaar in de toekomst. Daarnaast zal de Eiopa moeten beslissen welke databron zij voor die beoordeling zal gebruiken, met inbegrip van de bekendmaking van informatie overeenkomstig artikel 77 sexies, lid 1 bis, van Richtlijn 2009/138/EG. Om marktverstoringen te voorkomen, is het belangrijk dat de procentuele drempel zodanig wordt vastgesteld dat deze ook resulteert in een eerste afvlakkingspunt van twintig jaar op de toepassingsdatum van Richtlijn (EU) 2025/2, ongeacht de door de Eiopa gebruikte databron. Daarom moet de valutagerelateerde drempel die voor de euro wordt gebruikt om te beoordelen of het percentage uitstaande obligaties met looptijden gelijk aan of groter dan het eerste afvlakkingspunt zoals bedoeld in artikel 77 bis van Richtlijn 2009/138/EG hoog genoeg is, als volgt worden berekend. Een “veiligheidsmarge” van 1,5 % moet worden toegepast op het minimumpercentage dat, op basis van de databron die de Eiopa zal gebruiken op de datum dat nieuwe regels van toepassing worden, op 28 januari 2025 resulteert in een eerste afvlakkingspunt van twintig jaar. Het aldus verkregen percentage moet worden afgerond naar het dichtstbijzijnde percentage van een half geheel getal of een geheel getal. |
|
(11) |
De geëxtrapoleerde forward rate moet gelijk zijn aan een gewogen gemiddelde tussen een liquide forward rate en de ultimate forward rate (“UFR”). In artikel 77 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG is bepaald dat voor looptijden van ten minste veertig jaar na het eerste afvlakkingspunt het gewicht van de UFR ten minste 77,5 % moet bedragen. Dit houdt in dat de parameter die de snelheid van de convergentie van de forward rates naar de UFR van de extrapolatie bepaalt, niet lager mag zijn dan 11 %. Daarom moet een dergelijke waarde worden gebruikt. Vanwege de specifieke kenmerken van de Zweedse obligatiemarkt en zoals uitgelegd door de Eiopa in haar advies over de herziening van Solvency II (6), zou het gebruik van een dergelijke waarde voor de Zweedse kroon echter leiden tot een aanzienlijke en onbedoelde verstoring van de risicovrije rentetermijnstructuur. Om de integriteit van de risicovrije rentetermijnstructuur te behouden, moet voor die valuta een convergentieparameter van 40 % gelden. |
|
(12) |
Richtlijn (EU) 2025/2 wijzigde regels inzake de volatiliteitsaanpassing door voor te schrijven dat de volatiliteitsaanpassing door de toezichthouder moet worden goedgekeurd en door voor te schrijven dat bij de berekening daarvan rekening moet worden gehouden met ondernemingsspecifieke kenmerken in verband met de spreadgevoeligheid van activa en de rentegevoeligheid van de beste schatting van technische voorzieningen. Bovendien mag de volatiliteitsaanpassing niet het deel van de spreads weerspiegelen dat toe te schrijven is aan een realistische inschatting van verwachte verliezen of onverwacht krediet- of ander risico. In artikel 77 quinquies, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2025/2, is bepaald dat een dergelijk deel moet worden berekend als percentage van de spreads en moet afnemen naarmate de spreads toenemen. Empirische economische studies bevestigen dat voor bedrijfsobligaties het grootste deel van de spreads het reële kredietrisico weerspiegelen, met name wanneer de spreads laag tot middelhoog zijn. Wanneer de spreads op bedrijfsobligaties en -leningen hun langetermijngemiddelde niet overschrijden, mag het percentage dat wordt toegepast om de risicocorrectie te bepalen derhalve niet lager zijn dan 50 %. |
|
(13) |
Om ervoor te zorgen dat de volatiliteitsaanpassing anticyclisch werkt, mag de risicocorrectie een passend aandeel van de gemiddelde spreads op lange termijn niet overschrijden. Wanneer dat percentage te laag is, zou de volatiliteitsaanpassing een toename van de spreads als gevolg van een werkelijke verslechtering van de kredietwaardigheid van obligatie-uitgevende instellingen ten onrechte kunnen neutraliseren, waardoor de solvabiliteitspositie van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen tijdens perioden van kortetermijnspanningen op de markt wordt overschat. Om ervoor te zorgen dat de volatiliteitsaanpassing de solvabiliteitspositie van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen daadwerkelijk stabiliseert zonder de risicogevoeligheid te verstoren, mag het maximumniveau van de risicocorrectie daarom niet te laag worden vastgesteld. |
|
(14) |
In artikel 70, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 is bepaald dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen bij de berekening van hun beschikbare eigen vermogen voorzienbare dividenden, uitkeringen en kosten in mindering moeten brengen op het verschil tussen activa en verplichtingen. In Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 is echter niet gespecificeerd hoe deze aftrekking moet worden toegepast. Terwijl bepaalde ondernemingen in de loop van het boekjaar stapsgewijs voorzienbare dividenden opbouwen, trekken andere ondernemingen onmiddellijk het volledige bedrag van de jaarlijks voorzienbare dividenden af. Om een gelijk speelveld te waarborgen, moeten verzekeraars een “accrual”-benadering hanteren bij het bepalen van het bedrag aan te verwachten dividenden dat moet worden afgetrokken bij de berekening van hun beschikbare eigen vermogen. |
|
(15) |
In artikel 69, punt a), i), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 is bepaald dat gestort gewoon aandelenkapitaal en het daarmee verbonden agio in aanmerking komen als Tier 1-kernvermogensbestanddelen indien de terugbetaling of aflossing ervan onderworpen is aan voorafgaande goedkeuring door de toezichthouder. Een dergelijk vereiste kan onnodige administratieve en regelgevende lasten met zich brengen wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een programma voor de terugkoop van aandelen uitvoert met als doel de gekochte aandelen onmiddellijk te gebruiken voor de uitoefening van aandelenopties. Daarom moet worden gespecificeerd dat wanneer de terugbetaling of aflossing van kernvermogensbestanddelen tot doel heeft aandelenoptierechten uit te oefenen binnen ten hoogste één maand na de datum van de terugkoop van aandelen, een dergelijke terugbetaling of aflossing niet afhankelijk mag worden gesteld van voorafgaande goedkeuring door de toezichthouder. |
|
(16) |
Op grond van artikel 77 ter, lid 1, punt b), van Richtlijn 2009/138/EG moeten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die de matchingopslag gebruiken, de toegewezen portefeuille van activa en verplichtingen gescheiden van andere delen van de bedrijfsactiviteiten aanmerken, organiseren en beheren en daarom is het hun niet toegestaan om risico’s elders in het bedrijf te dekken met de toegewezen activaportefeuille. Het gescheiden beheer van de portefeuille leidt echter niet tot een toename van de correlatie tussen de risico’s binnen die portefeuille en die binnen de rest van de onderneming. Daarom mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die gebruikmaken van de matchingopslag niet worden verplicht een afzonderlijk theoretisch solvabiliteitskapitaalvereiste te berekenen voor de portefeuille van activa en verplichtingen waarop de matchingopslag wordt toegepast, tenzij de activaportefeuilles die een overeenkomstige beste schatting van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen dekken, een afgezonderd fonds vormen. |
|
(17) |
In artikel 84, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 is bepaald dat de doorkijkbenadering van toepassing moet zijn op verbonden ondernemingen die voornamelijk namens de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming als beleggingsvehikel optreden. Deze formulering kan echter ten onrechte verbonden ondernemingen uitsluiten die activa beheren voor rekening van meerdere ondernemingen binnen dezelfde verzekerings- of herverzekeringsgroep. Hierdoor ontstaat een lacune in de regelgeving en bestaat het risico dat het doorkijkbeginsel niet consequent wordt toegepast. Artikel 84, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 moet daarom worden gewijzigd om te specificeren dat de doorkijkbenadering ook van toepassing is wanneer het verbonden beleggingsvehikel activa beheert namens meerdere ondernemingen binnen de groep — en niet alleen namens de deelnemende onderneming zelf. |
|
(18) |
De regels voor de berekening van de module tegenpartijrisico, met inbegrip van het risicolimiteringseffect van derivaten, herverzekeringsregelingen of verzekeringssecuritisatie, kunnen zeer complex blijken te zijn. Dergelijke complexe berekeningen hoeven niet altijd in verhouding te staan tot de aard, omvang en complexiteit van de risico’s van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming. Om de compliancekosten voor kleinere ondernemingen te verminderen, moet daarom een aanvullende vereenvoudigde berekening van het risicolimiteringseffect van derivaten, herverzekeringsregelingen of securitisatie worden ingevoerd. |
|
(19) |
Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen ervoor kiezen risico’s over te dragen door gebruik te maken van niet-proportionele herverzekeringsovereenkomsten. Wanneer echter de standaardformule wordt gebruikt, wordt een dergelijk type herverzekeringsregeling niet op passende wijze weerspiegeld als een risicolimiteringstechniek om de solvabiliteitskapitaalvereisten te verminderen. Daarom moet worden bepaald dat bepaalde vormen van herverzekering, met name dekkingen voor ongunstige ontwikkelingen die het mogelijk maken reserverisico over te dragen, op eenvoudige wijze in de standaardformule kunnen worden opgenomen. |
|
(20) |
In artikel 164, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 is bepaald dat de correlatie tussen het spreadrisico volgens de standaardformule en het renterisico in het neerwaartse rentescenario 50 % bedraagt. Uit een economische analyse van de Eiopa blijkt echter dat een dergelijke kalibratie te voorzichtig is (7). Uit empirische data blijkt met name dat de grootste rentedalingen niet tegelijkertijd plaatsvonden met de grootste toename van spreads op de obligatiemarkten. Daarom moet de correlatie tussen spreadrisico en renterisico in het neerwaartse rentescenario worden verlaagd tot 25 %. |
|
(21) |
De kapitaalvereisten voor renterisico volgens de standaardformule worden voor elke valuta afzonderlijk berekend. Voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarvan het hoofdkantoor zich bevindt in een lidstaat waarvan de lokale valuta aan de euro is gekoppeld, leidt deze benadering echter tot onevenredig hoge kapitaalvereisten die de werkelijke economische risico’s niet weerspiegelen. Daarom moet worden bepaald dat het kapitaalvereiste voor het renterisico volgens de standaardformule gezamenlijk kan worden berekend voor de euro en de gekoppelde valuta van de lidstaat waar verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hun hoofdkantoor hebben. |
|
(22) |
De extrapolatiemethode die wordt gebruikt om langlopende verplichtingen te waarderen, draagt bij tot het afvlakken van het effect van renteontwikkelingen op de beste schatting van verzekeringsverplichtingen. De huidige kapitaalvereisten volgens de standaardformule voor het renterisico weerspiegelen echter niet de extrapolatie van de rentevoeten op de lange termijn. Daarom moeten de aan een stressscenario onderworpen rentevoeten voor looptijden na het eerste afvlakkingspunt worden geëxtrapoleerd. |
|
(23) |
Volgens de huidige regels wordt er bij het renterisico volgens de standaardformule van uitgegaan dat positieve rentevoeten niet negatief kunnen worden en dat negatieve rentevoeten niet verder kunnen dalen. Uit historische ontwikkelingen op de financiële markten is echter gebleken dat bij een dergelijke aanname blootstellingen aan renterisico door verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aanzienlijk kunnen worden onderschat. Daarom moet de standaardformule worden gewijzigd om het risico van lage of negatieve rentes op passende wijze weer te geven. Dat moet worden gerealiseerd door een herkalibratie van de ondermodule renterisico, om rekening te houden met het bestaan van een omgeving met een negatief rendement. |
|
(24) |
Wijzigingen van de standaardformule voor renterisico mogen niet leiden tot een ongerechtvaardigde verhoging van de kapitaalvereisten wanneer de rente laag is. Bij de kalibratie van neerwaartse schokken mag er met name niet van worden uitgegaan dat het renteniveau aanzienlijk daalt onder de historisch waargenomen waarden in de belangrijkste valuta. Om evenredigheid en consistentie met marktgedrag in het verleden te waarborgen, moet daarom een looptijdafhankelijke ondergrens worden ingevoerd om de omvang van de aangenomen negatieve rentevoeten te beperken en met de looptijd te verhogen om rekening te houden met de lagere aannemelijkheid van extreme langetermijnrentevoeten. |
|
(25) |
Zoals benadrukt in de mededeling van de Commissie over een spaar- en investeringsunie (8), bevinden institutionele beleggers, zoals verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, zich in een unieke positie om met een langetermijnperspectief te beleggen en de “equitisation” van bedrijven in de Unie op prioritaire gebieden zoals defensie, onderzoek en innovatie of de groene en de digitale transities te ondersteunen. Het aanmoedigen van aandelenfinanciering is van cruciaal belang om de economische weerbaarheid en veerkracht en het concurrentievermogen van de Unie te versterken, met name omdat innovatieve bedrijven daardoor toegang kunnen krijgen tot stabiel en geduldig kapitaal. Artikel 105 bis van Richtlijn 2009/138/EG bevat een preferentieel kapitaalvereiste dat van toepassing is op langetermijnbeleggingen in aandelen. Meer specifiek wordt in lid 1, punt d), van dat artikel bepaald dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, om voor de preferentiële behandeling in aanmerking te komen, ten genoegen van de toezichthoudende autoriteiten moeten aantonen dat zij gedurende een periode van vijf jaar, doorlopend en onder stressomstandigheden, gedwongen verkoop van aandelenbeleggingen kunnen vermijden. Om ervoor te zorgen dat dit vereiste consequent wordt toegepast, moeten de benaderingen worden gespecificeerd waarmee kan worden aangetoond dat een onderneming gedwongen verkoop van deelnemingen kan voorkomen. Om ongerechtvaardigde regeldruk te voorkomen en rekening te houden met verschillen in de complexiteit van de risicoprofielen van ondernemingen, moet het verzekerings- en herverzekeringsondernemingen bovendien worden toegestaan de meest geschikte aanpak te kiezen uit verschillende methoden, afhankelijk van hun bedrijfsmodel en complexiteit. Dat kan de bruikbaarheid en doeltreffendheid van de preferentiële behandeling voor verschillende categorieën ondernemingen vergroten. Om arbitraire of opportunistische overschakeling tussen benaderingen in de loop van de tijd te voorkomen, moeten echter duidelijke waarborgen en vereisten inzake monitoring vanuit het toezicht worden vastgesteld, die consistentie, transparantie en convergentie in het toezicht waarborgen, met behoud evenwel van prudent risicobeheer en de bescherming van verzekeringnemers. |
|
(26) |
Standaard is het zo dat wanneer langetermijnbeleggingen in aandelen verlopen via instellingen voor collectieve belegging (icb’s), de criteria van artikel 105 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG op het niveau van elk onderliggend activum moeten worden getoetst. In artikel 105 bis, lid 2, van die richtlijn is echter bepaald dat voor bepaalde soorten instellingen voor collectieve belegging met een lager risicoprofiel die criteria van artikel 105 bis, lid 1, van die richtlijn kunnen worden getoetst op het niveau van het fonds — in plaats van op het niveau van de onderliggende activa die binnen dat fonds worden aangehouden. In artikel 168, lid 6, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 worden reeds bepaalde instellingen voor collectieve belegging geïdentificeerd als aandelen van type 1, die onderworpen zijn aan lagere risicofactoren voor aandelenrisico dan aandelen van type 2. Het gaat onder meer om Europese sociaalondernemerschapsfondsen, Europese durfkapitaalfondsen, Europese langetermijnbeleggingsfondsen en gesloten alternatieve beleggingsfondsen zonder hefboomwerking. Voor alternatieve beleggingsinstellingen van het closed-end-type zonder hefboomwerking, wordt dan weer het gebruik van afgeleide instrumenten voor hedgingdoeleinden, alsmede tijdelijke leningsregelingen die volledig worden gedekt door contractuele kapitaalverbintenissen van beleggers in het alternatieve beleggingsfonds, uitgesloten van de berekening van de hefboomfinanciering. Al deze fondsen van type 1 moeten ook worden beschouwd als fondsen met een lager risicoprofiel voor het identificeren van langetermijnbeleggingen in aandelen, ook wanneer zij worden belegd in aandelen in kwalificerende infrastructuur of aandelen in kwalificerende infrastructuurondernemingen. Wanneer de voorwaarden van artikel 105 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG vervuld zijn op het niveau van dergelijke fondsen met een lager risicoprofiel, mag de preferentiële risicofactor van 22 % waarvan sprake in artikel 105 bis, lid 4, van die richtlijn, standaard alleen worden toegepast op de binnen dergelijke fondsen aangehouden aandelenblootstellingen — en niet op andere financiële activa. |
|
(27) |
De huidige limieten voor de symmetrische aanpassing verminderen de doeltreffendheid ervan bij het verzachten van de potentiële procyclische effecten van het financiële stelsel. Zij kunnen er met name toe leiden dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen extra kapitaal aantrekken of activa verkopen als reactie op ongunstige marktbewegingen van korte duur, met inbegrip van die welke het gevolg zijn van geopolitieke instabiliteit. Overeenkomstig Richtlijn (EU) 2025/2 moet artikel 172 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 worden gewijzigd om de symmetrische aanpassing mogelijk te maken om grotere variaties in het standaardkapitaalvereiste te genereren, waardoor het vermogen ervan om de gevolgen van scherpe marktschommelingen te temperen, wordt vergroot. |
|
(28) |
In de banksector staat artikel 133, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (9) kredietinstellingen toe om, onder bepaalde voorwaarden en na voorafgaande goedkeuring door de toezichthouder, een preferentieel risicogewicht toe te passen op blootstellingen in aandelen die in het kader van specifieke wetgevingsprogramma’s zijn verworven. Die programma’s moeten aanzienlijke subsidies of garanties bieden, overheidstoezicht inhouden en een aantal beperkingen opleggen aan de soorten deelnemingen. Om een gelijk speelveld tussen sectoren te stimuleren en om de bijdrage van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen aan aandelenfinanciering van de reële economie te versterken, is het passend om de benadering uit de standaardformule voor het berekenen van solvabiliteitskapitaalvereisten uit Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 over te nemen. Deelnemingen die worden gedaan in het kader van vergelijkbare wetgevingsprogramma’s, met inbegrip van de programma’s ter ondersteuning van een of meer economische sectoren die zijn opgenomen in de mededeling over het EU-kompas voor concurrentievermogen of in het ReArm Europa-plan/Readiness 2030 (10), moeten worden erkend als mogelijk risicobeperkend en kunnen daarom een lager kapitaalvereiste rechtvaardigen, mits de toezichthoudende autoriteit daarvoor vooraf toestemming verleent. |
|
(29) |
Om te zorgen voor samenhang tussen de bank- en verzekeringsregelgeving en om convergentie in toezichtpraktijken te bevorderen, moeten wetgevingsprogramma’s die geacht worden te voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen uit hoofde van artikel 133, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 ook worden erkend als wetgevingsprogramma’s uit hoofde van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, op basis van dezelfde criteria. De Commissie kan een openbaar register van dergelijke programma’s bijhouden voor de toepassing van artikel 133, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013, waardoor de transparantie en voorspelbaarheid worden verbeterd. Indien een dergelijk register bestaat, moet de opname van een programma daarin een vermoeden vormen dat dit soort programma ook onder het verzekeringsraamwerk valt. |
|
(30) |
Investeringen in het kader van wetgevingsprogramma’s kunnen ook worden aangemerkt als langetermijnbeleggingen in aandelen. Daarom is het noodzakelijk dat bij de berekening van de solvabiliteitskapitaalvereisten rekening kan worden gehouden met de gecombineerde risicoverminderende kenmerken van beide soorten beleggingen. |
|
(31) |
Een goed functionerende securitisatiemarkt biedt de kapitaalmarkten extra financieringsbronnen, waardoor de financieringscapaciteit van de reële economie wordt verbeterd en wordt bijgedragen tot de verwezenlijking van de spaar- en investeringsunie. Het biedt ook alternatieve beleggingsmogelijkheden voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, die hun portefeuilles moeten diversifiëren om het rendement te verhogen en het idiosyncratische risico te verminderen. Als institutionele beleggers moeten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen derhalve volledig in de securitisatiemarkt van de Unie worden geïntegreerd. |
|
(32) |
Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1221 van de Commissie (11) zijn in Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 specifieke risicofactoren voor spreadrisico van STS-securitisaties opgenomen. De risicofactoren voor senior tranches van STS-securitisaties bleven echter hoger dan die welke van toepassing zijn op bedrijfsobligaties of gedekte obligaties van dezelfde kredietkwaliteitscategorie. In tegenstelling tot bedrijfsobligaties of gedekte obligaties zijn STS-securitisaties met een vergelijkbare kredietkwaliteit echter onderworpen aan specifieke zorgvuldigheids- en transparantievereisten uit hoofde van Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad (12). Deze vereisten zorgen ervoor dat verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de risico’s in verband met STS-securitisaties beter begrijpen en beheersen. Om de consistentie tussen activaklassen met vergelijkbare risicoprofielen te verbeteren, moeten risicofactoren voor senior tranches van STS-securitisaties derhalve verder worden afgestemd op die welke van toepassing zijn op bedrijfsobligaties of gedekte obligaties. |
|
(33) |
In Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt geen onderscheid gemaakt tussen senior tranches en niet-senior tranches van niet-STS-securitisaties. Dat gebrek aan risicogevoeligheid leidt tot een overschatting van de spreadrisico’s die ten grondslag liggen aan beleggingen in tranches van de hoogste kwaliteit van niet-STS-securitisaties. Bovendien is het verschil in kapitaalvereisten voor verzekerings- of herverzekeringsondernemingen tussen STS-securitisaties en niet-STS-securitisaties veel groter dan hetgeen van toepassing is op kredietinstellingen. Om dat verschil te behouden, moeten daarom lagere risicofactoren worden ingevoerd voor senior tranches van niet-STS-securitisaties. |
|
(34) |
De in euro uitgedrukte bedragen in Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 zijn niet herzien sinds de inwerkingtreding ervan in 2014. De cumulatieve inflatie sindsdien benadert 35 %. Daarom moeten de in euro uitgedrukte bedragen in die verordening worden herzien door het basisbedrag in euro te verhogen met de procentuele verandering in de geharmoniseerde indexcijfers van de consumptieprijzen van alle lidstaten, zoals gepubliceerd door de Commissie (Eurostat). |
|
(35) |
In artikel 192, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 is bepaald dat wanneer de loan-to-value (LTV) voor een hypothecaire lening niet meer dan 60 % bedraagt, het standaardformulekapitaalvereiste voor tegenpartijrisico nul is. Die behandeling onderschat ten onrechte de werkelijke risico’s van dergelijke blootstellingen en leidt tot een ongelijk speelveld met de banksector waar dergelijke blootstellingen risicogewogen zijn. Daarom moet een ondergrens voor het verlies bij wanbetaling van hypotheekleningen worden ingevoerd. |
|
(36) |
In artikel 176, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 worden de risicofactoren uiteengezet die van toepassing zijn op leningen waarvoor geen kredietbeoordeling door een aangewezen externe kredietbeoordelingsinstelling (EKBI) beschikbaar is en waarvoor debiteuren geen zekerheden hebben gesteld die voldoen aan de criteria van artikel 214 van die verordening. Die toepasselijke risicofactoren onderschatten echter aanzienlijk het niveau van potentiële verliezen bij wanbetaling van respijtleningen. Daarom moeten die risicofactoren worden aangepast om het niveau van potentiële verliezen bij wanbetaling van respijtleningen beter weer te geven. |
|
(37) |
Centrale clearingtegenpartijen (CTP’s) hebben nieuwe toegangsmodellen ontwikkeld waarmee verzekerings- of herverzekeringsondernemingen directe clearingleden kunnen worden terwijl een bijdragende onderneming verantwoordelijk is voor bijdragen aan wanbetalingsfondsen. Tot op heden heeft geen enkele verzekerings- of herverzekeringsonderneming besloten deze nieuwe toegangsmodellen te gebruiken. Dat is deels te wijten aan de prudentiële behandeling van directe blootstellingen met betrekking tot kwalificerende CTP’s, die hoger kunnen zijn dan de prudentiële behandeling die van toepassing is op een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die als indirect clearinglid optreedt. In Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt het risicoverminderende effect van centrale clearing voor verzekerings- of herverzekeringsondernemingen niet volledig weergegeven. Om die kwestie aan te pakken en belemmeringen voor de deelname van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen als directe clearingleden weg te nemen, moeten de kapitaalvereisten voor directe blootstellingen met betrekking tot in aanmerking komende CTP’s worden verlaagd en afgestemd op die van indirecte blootstellingen. |
|
(38) |
Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen besluiten van retrocessietransacties of transacties inzake verstrekte of opgenomen effectenleningen gebruik te maken om de liquiditeit te beheren of het rendement van activa te verhogen. De kapitaalvereisten in verband met dergelijke transacties worden momenteel echter te voorzichtig behandeld, aangezien zij voor de berekening van kapitaalvereisten in het kader van de module tegenpartijrisico als blootstellingen van type 2 worden ingedeeld. Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 moet derhalve worden gewijzigd om deze transacties als blootstellingen van type 1 her in te delen. Daarnaast zal de Commissie, in coördinatie met de Eiopa, beoordelen of en hoe in de kapitaalvereisten voor tegenpartijrisico het risicobeperkende effect van centrale clearing via in aanmerking komende CTP’s tot uiting moet komen. |
|
(39) |
In sommige gevallen kunnen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen hun solvabiliteitskapitaalvereiste aanzienlijk verlagen door gebruik te maken van risicolimiteringstechnieken, met inbegrip van herverzekering, maar die risicolimiteringstechnieken leiden niet altijd tot een significante overdracht van risico. Sommige herverzekeringsovereenkomsten zijn met name ontworpen om alleen de extreme scenario’s te bestrijken die in de standaardformule zijn gemodelleerd, terwijl zij weinig of geen bescherming bieden tegen gematigder maar waarschijnlijker gebeurtenissen. Om ervoor te zorgen dat het risicoprofiel van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen nauwkeuriger wordt beoordeeld, moet daarom worden gespecificeerd dat de vermindering van het solvabiliteitskapitaalvereiste als gevolg van het gebruik van risicolimiteringstechnieken in verhouding moet staan tot het bedrag van de daadwerkelijk overgedragen risico’s. |
|
(40) |
Om ervoor te zorgen dat risicolimiterende technieken die in de standaardformule voor het berekenen van het solvabiliteitskapitaalvereiste worden erkend, geen materieel basisrisico omvatten, moeten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de effectieve prestaties van de risicolimitering beoordelen in een uitgebreide reeks risicoscenario’s die voor de betrokken risicolimiteringstechniek relevant zijn. Bij proportionele herverzekering moeten de effectieve prestaties worden aangetoond door een nauwkeurige afspiegeling in alle scenario’s. Bij niet-proportionele herverzekering moet in de beoordeling de klemtoon liggen op scenario’s met verliezen tussen attachment- en detachment points en moeten die verliezen daarin een nauwkeurige afspiegeling vinden. |
|
(41) |
In artikel 275, lid 2, punt c), van de gedelegeerde verordening is bepaald dat de betaling van een aanzienlijk deel van de variabele beloningscomponent aan personeelsleden van wie de beroepswerkzaamheden wezenlijke gevolgen hebben voor het risicoprofiel van de onderneming, moet worden uitgesteld. De kosten van de toepassing van een dergelijk vereiste kunnen echter hoger zijn dan de prudentiële voordelen ervan in gevallen waarin het gaat om een personeelslid uit die categorie met een laag niveau van variabele beloning, aangezien dergelijke beloningsniveaus waarschijnlijk geen stimulansen zullen creëren voor het nemen van buitensporige risico’s. Daarom moet in dergelijke gevallen de in artikel 275, lid 2, punt c), van de gedelegeerde verordening bepaalde verplichting inzake uitstel niet van toepassing zijn. |
|
(42) |
Volgens Richtlijn 2009/138/EG moet essentiële informatie regelmatig openbaar worden gemaakt via het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand. Dat verslag is gericht tot verzekeringnemers en begunstigden, enerzijds, en analisten en andere marktprofessionals, anderzijds. Om tegemoet te komen aan de behoeften en verwachtingen van die twee verschillende groepen, schrijft Richtlijn (EU) 2025/2 tot wijziging van Richtlijn 2009/138/EG voor dat de inhoud van het verslag in twee delen moet worden opgesplitst, die goed van elkaar zijn onderscheiden maar wel tegelijk worden uitgebracht. Het eerste deel, dat voornamelijk gericht is tot verzekeringnemers en begunstigden, moet de essentiële informatie bevatten over het bedrijf, de prestaties, het kapitaalbeheer en het risicoprofiel. Het tweede deel, dat gericht is tot marktprofessionals, moet gedetailleerde informatie bevatten over het bedrijf en het governancesysteem, specifieke informatie over technische voorzieningen en andere verplichtingen, de solvabiliteitspositie en andere data die relevant zijn voor gespecialiseerde analisten. Daarom moet Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 worden gewijzigd om rekening te houden met die nieuwe structuur en inhoud. |
|
(43) |
Bepaalde informatie die moet worden opgenomen in het deel van het verslag over de solvabiliteit en financiële toestand dat gericht is op marktprofessionals, kan reeds zijn openbaargemaakt in andere verslagen die door verzekerings- of herverzekeringsondernemingen worden gepubliceerd. In dat geval mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen niet worden verplicht die informatie in hun verslag over de solvabiliteit en financiële toestand te dupliceren, maar moeten zij in plaats daarvan rechtstreekse verwijzingen, onder meer via internetlinks, naar het desbetreffende deel of de desbetreffende pagina van het andere verslag kunnen verstrekken. Om de toegankelijkheid in de loop van de tijd te waarborgen, moeten verzekerings- of herverzekeringsondernemingen ervoor zorgen dat dergelijke links ten minste vijf jaar blijven werken, zelfs wanneer websitestructuren of documentlocaties veranderen. |
|
(44) |
Het deel van het verslag over de solvabiliteit en financiële toestand dat gericht is op verzekeringnemers en begunstigden, moet beknopt, toegankelijk en voor een leek gemakkelijk te begrijpen zijn. Om dat doel te bereiken, mag het slechts eenvoudige informatie bevatten die gericht is op de behoeften van de beoogde verzekeringnemers en begunstigden, en mag het niet langer zijn dan vijf bladzijden. |
|
(45) |
Om ervoor te zorgen dat verzekeringnemers en begunstigden het op hen gerichte deel van het verslag over de solvabiliteit en financiële toestand kunnen begrijpen, moet dat deel beschikbaar worden gesteld in de talen die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gebruikt bij haar activiteiten in het kader van de vrijheid van vestiging of de vrijheid van dienstverrichting. Om buitensporige administratieve en juridische kosten te voorkomen, mag van ondernemingen echter niet worden verlangd dat zij beëdigde vertalingen van dat deel laten maken. |
|
(46) |
Overeenkomstig Richtlijn 2009/138/EG hebben toezichthoudende autoriteiten het recht om van elke ondertoezichtstaande verzekerings- en herverzekeringsonderneming en hun groepen ten minste om de drie jaar een periodiek beschrijvend verslag te ontvangen met informatie over de bedrijfsactiviteiten en de prestaties, het governancesysteem, het risicoprofiel, het kapitaalbeheer en andere voor solvabiliteitsdoeleinden relevante informatie. De vereisten met betrekking tot de beschrijvende informatie die in het reguliere toezichtverslag moet worden opgenomen, kunnen echter overlappen met informatie die reeds is verstrekt in kwantitatieve rapportagemodellen of in het verslag over de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit (ORSA). Die duplicatie verhoogt de rapportagekosten zonder duidelijke toegevoegde waarde voor het toezicht. De vereisten voor de beschrijvende informatie die in het periodieke toezichtverslag moet worden opgenomen, moeten daarom worden beperkt tot wat nodig is voor prudentieel toezicht. |
|
(47) |
In het kader van haar inspanningen om de economie in de Unie concurrerender te maken, wil de Commissie een ongekende vereenvoudigingsinspanning leveren. Tegen die achtergrond moet de evaluatie van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 erop gericht zijn de doelstellingen van Richtlijn (EU) 2025/2 op de eenvoudigste, meest gerichte, meest doeltreffende en minst belastende manier te verwezenlijken. Met name wijzigingen van die verordening moeten bijdragen tot de streefcijfers voor lastenvermindering, met inbegrip van de rapportagelast. |
|
(48) |
In artikel 330, lid 4, van Gedelegeerde verordening (EU) 2015/35 wordt gesteld dat elk minderheidsbelang in een dochteronderneming dat groter is dan de bijdrage van die dochteronderneming aan het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep ingeval de dochteronderneming een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit een derde land, een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding is, als niet-beschikbaar moet worden beschouwd. In feite vormen minderheidsbelangen een van de belangrijkste bronnen van aftrekkingen van het eigen vermogen van de groep. In die gedelegeerde verordening is echter niet bepaald hoe dergelijke minderheidsbelangen moeten worden berekend. Dit leidt tot inconsistente benaderingen door groepen in de hele Unie en leidt tot problemen met een gelijk speelveld. Daarom moeten regels worden vastgesteld voor de berekening van minderheidsbelangen voor solvabiliteitsdoeleinden. |
|
(49) |
De prudentiële regels voor verzekeringen kunnen zeer complex blijken te zijn en kunnen aanzienlijke compliancekosten met zich meebrengen, met name voor kleinere ondernemingen. Hoewel Richtlijn 2009/138/EG een overkoepelend evenredigheidsbeginsel bevat, is de praktische uitvoering ervan ontoereikend om de regeldruk voor kleinere ondernemingen, voor wie bepaalde vereisten onevenredig duur en complex kunnen zijn gezien de aard, omvang en complexiteit van hun risico’s, doeltreffend te verminderen. Naast het nieuwe evenredigheidskader dat van toepassing is op ondernemingen die als klein en niet-complex zijn ingedeeld, is bij Richtlijn (EU) 2025/2 artikel 29 quinquies in Richtlijn 2009/138/EG opgenomen, waardoor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in aanmerking kunnen komen voor de toepassing van evenredigheidsmaatregelen, onder voorbehoud van voorafgaande goedkeuring door de toezichthouder en een analyse per geval. Om een gelijk speelveld en voorspelbaarheid voor de sector te waarborgen, moeten de voorwaarden op basis waarvan een toezichthoudende autoriteit kan weigeren die goedkeuring te verlenen, uitputtend worden gespecificeerd. |
|
(50) |
Bij Richtlijn (EU) 2025/2 zijn verschillende wijzigingen en verduidelijkingen aangebracht in de regels voor de berekening van de solvabiliteitspositie van verzekeringsgroepen, onder meer met betrekking tot eigen vermogen en solvabiliteitskapitaalvereisten. Met name wordt verduidelijkt dat verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings uitsluitend voor de berekening van de groepssolvabiliteit als verzekerings- of herverzekeringsondernemingen moeten worden behandeld. Dat omvat de berekening van notionele kapitaalvereisten voor dergelijke entiteiten volgens zowel methode 1 (bijvoorbeeld in het kader van de beoordeling van de beschikbaarheid van eigen vermogen) als methode 2. Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 moet daarom worden gewijzigd om rekening te houden met die wijzigingen in Richtlijn 2009/138/EG. |
|
(51) |
Voor eigenvermogensbestanddelen die door een verbonden onderneming worden uitgegeven om als eigen vermogen van de groep te worden aangemerkt, moeten zij voldoen aan de vereisten van de artikelen 71, 73 en 77 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, onder verwijzing naar het “solvabiliteitskapitaalvereiste” in die artikelen, uitgelegd als van toepassing op zowel het solvabiliteitskapitaalvereiste van de uitgevende verbonden onderneming als het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep. In het kader van fusies en overnames kan dit vereiste in de weg staan aan de erkenning van eigenvermogensinstrumenten die door een onderneming zijn uitgegeven voordat zij deel ging uitmaken van de overnemende groep, zelfs wanneer die instrumenten nog steeds voldoen aan alle relevante prudentiële normen op het niveau van de onderneming zelf. Een dergelijke beperking kan leiden tot onevenredige kapitaalkosten in verband met externe groei, waardoor uiteindelijk het internationale concurrentievermogen van verzekerings- en herverzekeringsgroepen in de Unie wordt aangetast. Om die kwestie aan te pakken, moet worden toegestaan dat dergelijke eigenvermogensbestanddelen als overgang en op tijdelijke basis worden opgenomen als niet-beschikbaar eigen vermogen van de groep na de verwerving van de uitgevende onderneming. |
|
(52) |
Hoewel prudentiële consolidatie andere doelstellingen dient dan boekhoudkundige consolidatie, kunnen buitensporige verschillen tussen de twee kaders onnodige regelgevingslasten voor verzekerings- en herverzekeringsgroepen met zich meebrengen. Met name wijkt de huidige behandeling van gezamenlijke bedrijfsactiviteiten en gemeenschappelijke ondernemingen uit hoofde van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 af van de internationale standaarden voor jaarrekeningen doordat proportionele consolidatie wordt geëist van ondernemingen die anders volgens de vermogensmutatiemethode zouden worden behandeld en, omgekeerd, doordat de toepassing van een vermogensmutatiemethode wordt geëist voor ondernemingen waarvoor anders proportionele consolidatie zou gelden. Die inconsistentie verhoogt de rapportagekosten, creëert operationele inefficiënties en kan legitieme bedrijfsstructuren ontmoedigen. Er moet derhalve worden gezorgd voor een grotere samenhang met de internationale regels voor de consolidatie van jaarrekeningen bij de behandeling van gezamenlijke overeenkomsten, op voorwaarde dat een dergelijke afstemming de bescherming van verzekeringnemers of de financiële stabiliteit niet in gevaar brengt. |
|
(53) |
Om een aandelenportefeuille als langetermijnaandelen te kunnen behandelen, moeten verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aantonen dat zij aan de voorwaarden van artikel 105 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG voldoen. Wanneer dit soort onderneming tot een groep behoort, zou het voor die groep te belastend zijn om de voorwaarden voor langetermijnaandelen op groepsniveau opnieuw te beoordelen. Daarom moeten beleggingen in aandelen die door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming als langetermijnaandelen worden behandeld, ook als zodanig worden behandeld bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep waartoe die onderneming behoort, tenzij er significante groepsbrede liquiditeitsrisico’s zijn die niet op het niveau van individuele ondernemingen of significante intragroepstransacties worden afgedekt. |
|
(54) |
Richtlijn 2009/138/EG biedt verzekerings- en herverzekeringsgroepen de mogelijkheid om hun solvabiliteitskapitaalvereiste te berekenen met een volledig of gedeeltelijk intern model dat vooraf door de toezichthouder moet worden goedgekeurd. Elke techniek om een gedeeltelijk intern model in de standaardformule voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep te integreren, maakt deel uit van het interne model in kwestie en dient, samen met de andere componenten van het gedeeltelijk interne model, aan de desbetreffende vereisten van Richtlijn 2009/138/EG te voldoen. De in bijlage XVIII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 beschreven integratietechnieken zijn in de eerste plaats bedoeld voor de integratie van risico’s en niet voor de integratie van volledige ondernemingen in een intern model op groepsniveau. Daarom moet worden gespecificeerd dat in gevallen waarin ondernemingen als geheel zijn geïntegreerd, artikel 239, lid 4, van die verordening van toepassing is. |
|
(55) |
In Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt niet gespecificeerd onder welke voorwaarden het gebruik van “methode 2” als bedoeld in artikel 233 van Richtlijn 2009/138/EG voorrang moet hebben op integratietechnieken. Om die lacune te dichten, moeten verzekerings- en herverzekeringsgroepen worden verplicht de geschiktheid van de door hen toegepaste integratietechnieken aan te tonen en ten genoegen van hun toezichthoudende autoriteit te verantwoorden waarom die integratietechnieken geschikter zijn dan de toepassing van methode 2. |
|
(56) |
Natuurrampen en extreme weersomstandigheden nemen over de hele wereld toe als gevolg van klimaatverandering, evenals de verliezen die daarmee verband houden. Om de verzekeringnemers en de algemene stabiliteit van de verzekeringssector in de Unie te blijven beschermen tegen grilligere en schadelijkere weerpatronen, is het belangrijk dat de kapitaalvereisten van verzekeraars voor het verzekeringstechnisch risico van natuurrampen een adequate weerspiegeling vormen van de gevolgen van natuurrampen. In het licht van de nieuw beschikbare data en modellen moeten risicofactoren voor verschillende regio’s in verband met natuurrampen zoals overstromingen, stormen, hagel, aardbevingen en bodemdaling worden gewijzigd. |
|
(57) |
Bij Richtlijn (EU) 2025/2 worden nieuwe prerogatieven en bevoegdheden voor toezichthoudende autoriteiten ingevoerd om evenredigheidsmaatregelen toe te kennen of af te zien van groepstoezicht als gevolg van de uitsluiting van een onderneming van groepstoezicht overeenkomstig artikel 214 van Richtlijn 2009/138/EG. Het is belangrijk dat de sector en het bredere publiek weten of en hoe deze nieuwe bevoegdheden en prerogatieven in de praktijk zijn gebruikt. Daarom moeten de geaggregeerde statistische data die de nationale toezichthoudende autoriteiten openbaar moeten maken over de belangrijkste aspecten van de toepassing van het prudentiële kader, worden uitgebreid tot die nieuwe gebieden. |
|
(58) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 moet dan ook dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
artikel 6 wordt vervangen door: “Artikel 6 Dubbele kredietrating voor securitisatieposities andere dan STS-securitisaties In afwijking van artikel 4, lid 4, punt d), geldt dat, indien er voor een securitisatiepositie anders dan een STS-securitisatiepositie slechts één kredietbeoordeling van een aangewezen EKBI beschikbaar is, van die kredietbeoordeling geen gebruik mag worden gemaakt. De kapitaalvereisten voor die post worden bepaald alsof er geen kredietbeoordeling van een aangewezen EKBI beschikbaar is.” |
|
3) |
aan artikel 16, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd: “In afwijking van de eerste alinea mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die als kleine en niet-complexe ondernemingen zijn ingedeeld, kortlopende deposito’s met een looptijd van minder dan één jaar waarderen tegen kostprijs of geamortiseerde kostprijs, mits het gebruik van dergelijke waarderingsmethoden aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
|
|
4) |
in artikel 18, lid 3, wordt de derde alinea vervangen door: “Ingeval het levensverzekeringsverplichtingen betreft waarbij bij de aanvang van de overeenkomst een individuele risicobeoordeling wordt uitgevoerd van de verplichtingen die met de uit hoofde van de overeenkomst verzekerde persoon verband houden, en de onderneming niet het recht heeft om de beoordeling te herhalen voordat de premies of uitkeringen worden gewijzigd, houden verzekerings- en herverzekeringsondernemingen evenwel uitsluitend rekening met het recht om voor de toepassing van punt c) op het niveau van de overeenkomst te beoordelen of de premies het risico volledig weerspiegelen.”; |
|
5) |
aan artikel 20 wordt de volgende alinea toegevoegd: “Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen voeren interne procedures in om te voorkomen dat te veel wordt vertrouwd op data van gebeurtenissen in het verleden met betrekking tot trends in verband met klimaatverandering, onder meer, in voorkomend geval, door gebruik te maken van klimaatscenario’s.”; |
|
6) |
in artikel 31 wordt lid 4 vervangen door: “4. Bij de kostenprognose wordt rekening gehouden met de besluiten van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van de onderneming met betrekking tot het aangaan van nieuwe contracten.” |
|
7) |
het volgende artikel 34 bis wordt ingevoegd: “Artikel 34 bis Gebruik van de prudente deterministische waardering van de beste schatting voor levensverzekeringsverplichtingen met opties en garanties die niet materieel worden geacht 1. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen maken alleen gebruik van de prudente deterministische waardering van de beste schatting voor levensverzekeringsverplichtingen met opties en garanties die niet materieel worden geacht, zoals bedoeld in artikel 77, lid 8, van Richtlijn 2009/138/EG, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), maken verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gebruik van de meest recente reeks scenario’s die door de Eiopa zijn vastgesteld en gepubliceerd overeenkomstig artikel 77 sexies, lid 1, punt a ter), van Richtlijn 2009/138/EG. 2. Indien verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gebruikmaken van de prudente deterministische waardering van de beste schatting voor duidelijk omschreven levensverzekeringsverplichtingen met opties en garanties die overeenkomstig lid 1 niet materieel worden geacht, waarderen zij de beste schatting van dergelijke verplichtingen als de som van:
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), is de stochastische opslagfactor gelijk aan 5 %, tenzij de onderneming ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit aantoont dat een ander percentage haar risicoprofiel beter zou weerspiegelen. Om dat aan te tonen maakt de verzekerings- en herverzekeringsonderneming gebruik van de in lid 1, tweede alinea, bedoelde reeks scenario’s. 3. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die gebruikmaken van de prudente deterministische waardering van de beste schatting voor duidelijk omschreven levensverzekeringsverplichtingen met opties en garanties die niet materieel worden geacht, hanteren de aanname dat de in lid 2, eerste alinea, punt b), bedoelde stochastische opslagfactor constant is voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste, met inbegrip van het verliescompensatievermogen van technische voorzieningen als bedoeld in artikel 206.” |
|
8) |
in artikel 37, lid 1, wordt in de eerste alinea de formule vervangen door:
“
|
|
9) |
artikel 39 wordt vervangen door: “Artikel 39 Kapitaalkostenpercentage De aanname is dat het in artikel 77, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde kapitaalkostenpercentage gelijk is aan 4,75 %.” |
|
10) |
artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
11) |
het volgende artikel 43 bis wordt ingevoegd: “Artikel 43 bis Valutagerelateerde percentages voor de bepaling van het eerste afvlakkingspunt 1. Op de toepassingsdatum van Richtlijn (EU) 2025/2 wordt, voor de bepaling van het eerste afvlakkingspunt voor een valuta overeenkomstig artikel 77 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG, het valutagerelateerde percentage waarboven het aandeel uitstaande obligaties met een looptijd langer dan of gelijk aan een bepaalde looptijd van alle uitstaande obligaties als voldoende hoog wordt beschouwd in de zin van artikel 77 bis, lid 1, punt b), van die richtlijn, als volgt vastgesteld:
2. Wanneer de databron voor het bepalen van het eerste afvlakkingspunt voor de euro is gewijzigd, is het toepasselijke valutagerelateerde percentage voor die valuta het percentage van het dichtstbijzijnde halve geheel getal of geheel getal dat groter is dan of gelijk is aan de som van 1,5 procentpunt en het laagste percentage dat, op de eerste referentiedatum waarop de nieuwe databron wordt gebruikt, resulteert in een eerste afvlakkingspunt dat gelijk is aan dat van het voorgaande kalenderjaar. In afwijking daarvan is, indien het overeenkomstig de eerste alinea bepaalde valutagerelateerde percentage op de eerste referentiedatum waarop de nieuwe databron wordt toegepast, niet resulteert in een eerste afvlakkingspunt dat gelijk is aan het in het voorgaande kalenderjaar toepasselijke percentage, het toepasselijke percentage de laagste waarde die het dichtst bij een dergelijk eerste afvlakkingspunt ligt. Voor de toepassing van dit lid geldt het bepaalde in artikel 43, lid 5.” |
|
12) |
artikel 44 wordt vervangen door: “Artikel 44 Relevante financiële instrumenten voor de bepaling van de risicovrije basisrentevoeten 1. Voor elke valuta en elke looptijd worden de risicovrije basisrentevoeten bepaald op basis van de renteswaptarieven voor rentevoeten van die valuta. Renteswaptarieven die geen overnight indexed swaptarieven zijn, worden aangepast om rekening te houden met het kredietrisico. 2. Voor valuta waarvoor geen renteswaptarieven op diepe, liquide en transparante financiële markten beschikbaar zijn, wordt voor de bepaling van de risicovrije basisrentevoeten gebruikgemaakt van de rentevoeten van in die valuta uitgegeven overheidsobligaties, aangepast voor het kredietrisico van de overheidsobligaties, op voorwaarde dat die rentevoeten van overheidsobligaties van diepe, liquide en transparante financiële markten afkomstig zijn.” |
|
13) |
in artikel 45 wordt de eerste zin vervangen door: “Wanneer een aanpassing voor het kredietrisico wordt toegepast, in overeenstemming met artikel 44, lid 1, moet de aanpassing worden bepaald op een transparante, prudente, betrouwbare en objectieve manier die consistent is in de tijd.”; |
|
14) |
artikel 46 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
15) |
het volgende artikel 46 bis wordt ingevoegd: “Artikel 46 bis Geleidelijke invoering van de extrapolatie 1. Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming het in artikel 77 bis, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde infaseringsmechanisme voor elke andere valuta dan de Zweedse kroon mag toepassen, wordt de in artikel 46, lid 1 ter, bedoelde parameter α aan het begin van elk kalenderjaar lineair verlaagd van 20 % in het jaar dat begint op 1 januari 2027 tot 11 % op 1 januari 2032. 2. Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming het in artikel 77 bis, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde infaseringsmechanisme voor de Zweedse kroon mag toepassen, wordt de in artikel 46, lid 1 ter, bedoelde parameter α aan het begin van elk kalenderjaar lineair verlaagd van 70 % in het jaar dat begint op 1 januari 2027 tot 40 % op 1 januari 2032.” |
|
16) |
in artikel 47, lid 1, wordt de eerste zin vervangen door: “Voor elke valuta is de in artikel 46, lid 1 ter, punt a), bedoelde ultimate forward rate stabiel in de tijd en verandert deze alleen als gevolg van veranderingen in de langetermijnverwachtingen.”; |
|
17) |
in artikel 49 wordt lid 1 vervangen door: “1. De in artikel 77 quinquies, lid 4 bis, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde referentieportefeuilles worden bepaald op een transparante, prudente, betrouwbare en objectieve manier die consistent is in de tijd. De bij de bepaling van de referentieportefeuilles toegepaste methoden zijn gelijk voor alle valuta en landen.” |
|
18) |
de artikelen 50 en 51 worden vervangen door: “Artikel 50 Formule voor de berekening van de aan de volatiliteitsaanpassing ten grondslag liggende spread Voor elke valuta en elk land is de in artikel 77 quinquies, leden 2 en 4, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde spread gelijk aan: S = wgov · Sgov + wcorp · Scorp waarbij:
Voor de toepassing van dit artikel worden onder “overheidsobligaties” blootstellingen jegens centrale overheden en centrale banken verstaan. Artikel 51 Voor risico’s gecorrigeerde spread 1. Voor de toepassing van artikel 77 quinquies, leden 3 en 4, van Richtlijn 2009/138/EG wordt het deel van de gemiddelde valutaspread dat aan een realistische beoordeling van verwachte verliezen, onverwacht kredietrisico of enig ander risico (“risicocorrectie”) is toe te schrijven, berekend overeenkomstig de leden 2, 3 en 4 van dit artikel. 2. De risicocorrectie op door lidstaten van de EER uitgegeven overheidsobligaties is gelijk aan: RC = 30 %
waarbij:
Onverminderd de eerste alinea mag de risicocorrectie op door lidstaten van de Europese Economische Ruimte uitgegeven overheidsobligaties nooit meer bedragen dan de maximumwaarde tussen 0 en 65 % van de gemiddelde langetermijnspread van door lidstaten van de Europese Economische Ruimte uitgegeven overheidsobligaties met dezelfde duration, kredietkwaliteit en activaklasse in de representatieve portefeuille, zoals waargenomen op financiële markten. 3. De risicocorrectie voor andere obligaties dan overheidsobligaties uitgegeven door lidstaten van de Europese Economische Ruimte, leningen en securitisaties in de representatieve portefeuille is gelijk aan: RC = 50 %
waarbij:
Onverminderd de eerste alinea mag de risicocorrectie op andere obligaties dan overheidsobligaties uitgegeven door lidstaten van de Europese Economische Ruimte, leningen en securitisaties met dezelfde duration, kredietkwaliteit en activaklasse nooit meer bedragen dan de maximumwaarde tussen 0 en 125 % van de gemiddelde langetermijnspread van andere obligaties dan overheidsobligaties uitgegeven door lidstaten van de Europese Economische Ruimte, leningen en securitisaties met dezelfde duration, kredietkwaliteit en activaklasse in de representatieve portefeuille, zoals waargenomen op financiële markten. 4. De in lid 2, punt b), en lid 3, punt b), bedoelde langetermijnspreads zijn gebaseerd op data met betrekking tot de laatste dertig jaar. Wanneer een deel van die data niet beschikbaar is, wordt dit vervangen door gereconstrueerde data. De gereconstrueerde data zijn gebaseerd op de beschikbare en betrouwbare data met betrekking tot de laatste dertig jaar. Data die niet betrouwbaar zijn, worden vervangen door gereconstrueerde data waarvoor van dezelfde methodologie is gebruikgemaakt. De gereconstrueerde data zijn op prudente aannames gebaseerd.” |
|
19) |
de volgende artikelen 51 bis en 51 ter worden ingevoegd: “Artikel 51 bis Kredietspreadgevoeligheidsratio 1. Voor elke valuta is de in artikel 77 quinquies, lid 3, punt b), en lid 4, punt b), bedoelde kredietspreadgevoeligheidsratio gelijk aan:
CSSR = max [min (
waarbij:
In afwijking van de eerste alinea is, wanneer PBVP(BEL) voor een bepaalde valuta gelijk is aan 0 of negatief is, de kredietspreadgevoeligheidsratio voor die valuta gelijk aan 1. 2. Voor elke valuta is de koerswaarde van een basispunt van de beleggingen in obligaties, leningen en securitisaties van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelijk aan:
PVBP(MVFI) =
waarbij:
Voor de toepassing van de punten a) en c) sluit de verzekerings- of herverzekeringsonderneming met betrekking tot aan beleggingen gekoppelde overeenkomsten vastrentende beleggingen uit die voor de onderneming geen of een niet-materieel kredietspreadrisicoblootstelling inhouden. 3. Voor elke valuta is de koerswaarde van een basispunt van de beste schatting van de verplichtingen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelijk aan:
PVBP(BEL) =
waarbij:
Voor de toepassing van punt c) wordt de beste schatting geherwaardeerd, rekening houdende met het effect van toekomstige discretionaire uitkeringen. Voor die herwaardering wordt echter geen rekening gehouden met het effect van een wijziging in kredietspreads op de waarde van de door de onderneming aangehouden activa. 4. Wanneer de meest recente berekening van de kredietspreadgevoeligheidsratio voor een bepaalde valuta dateert van minder dan één jaar vóór de referentiedatum voor het waarderen van de beste schatting van verplichtingen, hoeven verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die ratio niet opnieuw te berekenen, op voorwaarde dat zij ten genoegen van hun toezichthoudende autoriteit kunnen aantonen dat die ratio niet materieel is veranderd. Artikel 51 ter Kredietspreadgevoeligheidsratio voor gekoppelde valuta 1. In afwijking van artikel 51 bis mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, indien de nationale valuta van een lidstaat aan de euro is gekoppeld en de risicovrije basisrentetermijnstructuur voor de euro, gecorrigeerd voor valutarisico, wordt gebruikt om de beste schatting te berekenen met betrekking tot in die valuta genoteerde verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen overeenkomstig artikel 48, lid 1, één kredietspreadgevoeligheidsratio voor de euro en die valuta berekenen. In dat geval is de kredietspreadgevoeligheidsratio gelijk aan:
CSSReuro, pegged currency = max [min (
waarbij:
In afwijking van de eerste alinea is, wanneer PBVP(BEL) voor een bepaalde aan de euro gekoppelde valuta gelijk is aan 0 of negatief is, de kredietspreadgevoeligheidsratio voor die aan de euro gekoppelde valuta gelijk aan 1. 2. Voor zowel de euro als de gekoppelde valuta samen is de koerswaarde van een basispunt van de beleggingen in obligaties, leningen en securitisaties van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelijk aan:
PVBP(MVFI) =
waarbij:
Voor de toepassing van de punten a) en c) sluit de verzekerings- of herverzekeringsonderneming met betrekking tot aan beleggingen gekoppelde overeenkomsten vastrentende beleggingen uit die voor de onderneming geen of een niet-materieel kredietspreadrisicoblootstelling inhouden. 3. Voor zowel de euro als de gekoppelde valuta samen is de koerswaarde van een basispunt van de beste schatting van de verplichtingen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelijk aan:
PVBP(BEL) =
waarbij:
Voor de toepassing van punt c) wordt een herwaardering van de beste schatting uitgevoerd, rekening houdende met het effect van toekomstige discretionaire uitkeringen. Voor die herwaardering wordt echter geen rekening gehouden met het effect van een wijziging in de kredietspreads op de waarde van de door de onderneming aangehouden activa. 4. Wanneer de meest recente berekening van de kredietspreadgevoeligheidsratio voor een bepaalde valuta dateert van minder dan één jaar vóór de referentiedatum voor het waarderen van de beste schatting van verplichtingen, hoeven verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die ratio niet opnieuw te berekenen, op voorwaarde dat zij ten genoegen van hun toezichthoudende autoriteit kunnen aantonen dat die ratio niet materieel is veranderd.” |
|
20) |
het volgende artikel 54 bis wordt ingevoegd: “Artikel 54 bis Geherstructureerde activa 1. Voor de toepassing van lid 2 worden onder “geherstructureerde activa” verstaan activa waarvan de kasstromen afhankelijk zijn van de prestaties van andere onderliggende financiële activa. 2. Onverminderd artikel 77 ter van Richtlijn 2009/138/EG mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen geherstructureerde activa alleen in de in dat artikel bedoelde toegewezen activaportefeuille opnemen indien zij ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit kunnen aantonen dat:
|
|
21) |
in artikel 68 wordt lid 3 vervangen door: “3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op strategische aandelenbeleggingen (ook “strategische deelnemingen” genoemd) zoals bedoeld in artikel 171 van deze verordening, indien de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming de in artikel 92, lid 1 bis, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde toestemming heeft verkregen.” |
|
22) |
in artikel 70, lid 1, punt e), wordt punt i) vervangen door:
|
|
23) |
de volgende artikelen 70 bis en 70 ter worden ingevoegd: “Artikel 70 bis Te verwachten dividenden en uitkeringen 1. Voor de toepassing van artikel 70, lid 1, punt b), wordt het bedrag van de te verwachten dividenden en uitkeringen bepaald volgens de in de leden 2 tot en met 6 van dit artikel beschreven accrual-benadering. 2. Het bedrag van de dividenden en uitkeringen wordt als voorzienbaar beschouwd indien het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan of de andere personen die de onderneming feitelijk leiden, formeel een besluit hebben genomen of het betrokken orgaan een besluit hebben voorgesteld over het bedrag van de uit te keren dividenden of uitkeringen. 3. Voordat het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan, of de andere personen die de onderneming feitelijk leiden, formeel een besluit hebben genomen of het betrokken orgaan een besluit hebben voorgesteld over het bedrag van de uit te betalen dividenden of uitkeringen, is het bedrag van de te verwachten dividenden of uitkeringen voor het betrokken boekjaar gelijk aan de som van:
Voor de toepassing van de eerste alinea heeft “winst” dezelfde betekenis als in het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving. 4. Voor de toepassing van lid 3, punt b), wordt de dividend- of uitkeringsratio bepaald op basis van het dividend- of uitkeringsbeleid dat door het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan is goedgekeurd. Indien het dividend- of uitkeringsbeleid een uitbetalingsbereik bevat in plaats van een vaste waarde, wordt de bovengrens van het bereik gebruikt. 5. Bij gebreke van een goedgekeurd dividend- of uitkeringsbeleid als bedoeld in lid 4, of wanneer het naar het oordeel van de toezichthoudende autoriteit waarschijnlijk is dat de onderneming haar dividend- of uitkeringsbeleid niet zal toepassen, of wanneer dat beleid geen prudente grondslag is voor de bepaling van het bedrag van de aftrek, wordt de dividend- of uitkeringsratio of het uitbetalingsbedrag gebaseerd op de meest prudente van onderstaande benaderingen:
6. De onderneming kan uitzonderlijke betaling of niet-betaling van dividenden of uitkeringen uitsluiten van de berekening van de dividend- of uitkeringsratio of het bedrag van de dividenden of uitkeringen als bedoeld in lid 4, punten a) en b), mits zij ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit kan aantonen dat die betaling of niet-betaling niet representatief is voor haar dividend- of uitkeringsbeleid of eerdere uitkeringspraktijken. Artikel 70 ter Terugbetalings- en aflossingsvereisten voor de indeling als eigen vermogen 1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt elke transactie of regeling die hetzelfde economische effect heeft als een terugbetaling of aflossing met betrekking tot het verliescompensatievermogen of het bedrag van in aanmerking komend eigen vermogen, behandeld als een terugbetaling of aflossing. 2. Voor de toepassing van lid 1 wordt terugkoop van aandelen geacht hetzelfde economische effect te hebben als terugbetaling of aflossing, tenzij de teruggekochte aandelen worden gebruikt om aandelenopties uit te oefenen, hetzij onmiddellijk, hetzij binnen één maand na de datum van uitvoering van het programma voor de terugkoop van aandelen.” |
|
24) |
artikel 81 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
25) |
in artikel 84, lid 4, wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:
|
|
26) |
het volgende artikel 89 bis wordt ingevoegd: “Artikel 89 bis Vereenvoudigde berekening voor module of ondermodule immaterieel risico 1. Om te beoordelen of een of meer risicomodules of -ondermodules voldoen aan de voorwaarden van artikel 109, leden 2 en 3, van Richtlijn 2009/138/EG, berekenen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen elk van deze modules of ondermodules afzonderlijk. Voor de toepassing van de eerste alinea kunnen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gebruikmaken van een vereenvoudigde berekening, mits zij voldoen aan de artikelen 88 en 89 van deze verordening, maar niet voor de module marktrisico of een risico-ondermodule binnen die risicomodule. 2. Indien een of meer risicomodules of -ondermodules anders dan de module marktrisico of een risico-ondermodule binnen de module marktrisico voldoen aan de voorwaarden van artikel 109, leden 2 en 3, van Richtlijn 2009/138/EG, kan de waarde van elk van die risicomodules of -ondermodules voor elke referentiedatum uiterlijk drie jaar na de referentiedatum van de in lid 1 van dit artikel bedoelde berekening als volgt worden berekend:
waarbij:
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt c), motiveert de verzekerings- of herverzekeringsonderneming ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit de geschiktheid van de gebruikte ondernemingsspecifieke volumemaatstaf. 3. De in de lid 2, eerste alinea, punt d), bedoelde risicofactor wordt als volgt berekend:
|
|
27) |
aan artikel 90 ter wordt het volgende lid 6 toegevoegd: “6. Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 5 is artikel 120, lid 1 bis, van toepassing.” |
|
28) |
het volgende artikel 107 bis wordt ingevoegd: “Artikel 107bis Vereenvoudigde berekening van het risicolimiteringseffect voor herverzekeringsregelingen, derivaten of securitisaties 1. Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het risicolimiteringseffect op het verzekeringstechnisch risico en het marktrisico van een herverzekeringsregeling, een securitisatie of een derivaat als bedoeld in artikel 196, met een externe tegenpartij i als volgt berekenen:
waarbij:
2. Voor de toepassing van lid 1, punten a) en b), is de waarde van de blootstelling bij wanbetaling van een herverzekeringsovereenkomst en securitisatie ten aanzien van een tegenpartij de waarde van de beste schatting van de bedragen die op de herverzekeringsovereenkomst en securitisatie ten aanzien van die tegenpartij kunnen worden verhaald. 3. Voor de toepassing van lid 1, punt c), is het totale risicolimiteringseffect gelijk aan het verschil tussen de volgende kapitaalvereisten:
|
|
29) |
artikel 117 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
30) |
in artikel 120 wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd: “1 bis. Voor de toepassing van lid 1 wordt verstaan onder:
|
|
31) |
in artikel 123, lid 7, wordt de formule vervangen door:
“
SI(flood,r,i) = SI(property,r,i) + SI(onshore-property, r,i) +1,5
|
|
32) |
in artikel 124, lid 7, wordt de formule vervangen door:
“
SI(hail,r,i) = SI(property,r,i) + SI(onshore-property, r,i) +10
|
|
33) |
artikel 125 wordt vervangen door: “Artikel 125 Ondermodule bodemdalingsrisico 1. Het kapitaalvereiste voor bodemdalingsrisico is gelijk aan:
waarbij:
2. Voor alle regio’s als vermeld in bijlage VIII bis is het kapitaalvereiste voor bodemdalingsrisico in een bepaalde regio r gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan het volgende bedrag:
waarbij:
3. Voor alle regio’s als vastgesteld in bijlage VIII bis en alle risicozones van die regio’s als vastgesteld in bijlage IX is het gewogen verzekerde bedrag voor bodemdalingsrisico in een bepaalde risicozone i van een bepaalde regio r gelijk aan: WSI(subsidence,i) = Q(subsidence,r) · W(subsidence,r,i) · SI(subsidence,r,i) waarbij:
Indien het bedrag dat overeenkomstig de eerste alinea voor een bepaalde risicozone is bepaald, hoger is dan een bedrag (in deze alinea “het lagere bedrag” genoemd) gelijk aan de som van de potentiële verliezen zonder aftrek van de op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles verhaalbare bedragen, die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in die risicozone door bodemdalingsrisico kan lijden, rekening houdende met de voorwaarden van haar specifieke verzekeringsovereenkomsten, met inbegrip van contractuele betalingslimieten, mag de verzekerings- of herverzekeringsonderneming als alternatief voor de berekening het gewogen verzekerde bedrag voor bodemdalingsrisico in die risicozone bepalen als het lagere bedrag.” |
|
34) |
in artikel 129 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:
|
|
35) |
artikel 130 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
36) |
aan artikel 131 wordt de volgende alinea toegevoegd: “Voor de berekening van het hypothetische kapitaalvereiste als bedoeld in artikel 196, punt a), wordt bij de identificatie van de reeks luchtvaartuigen die overeenkomt met het grootste verzekerde bedrag overeenkomstig dit artikel, rekening gehouden met het bestaan van herverzekeringsregelingen, special purpose vehicles en securitisaties.”; |
|
37) |
aan artikel 132 wordt het volgende lid 4 toegevoegd: “4. Voor de berekening van het hypothetische kapitaalvereiste als bedoeld in artikel 196, punt a), wordt bij de vaststelling van de reeks gebouwen die overeenstemt met de grootste brandrisicoconcentratie overeenkomstig dit artikel, rekening gehouden met het bestaan van herverzekeringsregelingen, special purpose vehicles en securitisaties.” |
|
38) |
in artikel 142, lid 6, wordt de tweede alinea vervangen door: “De gebeurtenissen als bedoeld in de eerste alinea gelden op uniforme wijze voor alle betrokken verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten. Ten aanzien van herverzekeringsovereenkomsten zijn de gebeurtenissen als bedoeld in de punten a) en b) van de eerste alinea op de onderliggende verzekeringsovereenkomsten van toepassing.”; |
|
39) |
artikel 148 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
40) |
artikel 157 wordt vervangen door: “Artikel 157 Ondermodule kostenrisico in het ziekteverzekeringsbedrijf Het kapitaalvereiste voor kostenrisico in het ziekteverzekeringsbedrijf is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van de combinatie van de volgende onmiddellijke permanente wijzigingen:
Voor herverzekeringsverplichtingen passen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die wijzigingen op hun eigen kosten en, in voorkomend geval, op de kosten van de cederende ondernemingen toe.” |
|
41) |
in artikel 164 wordt lid 3 vervangen door: “3. De correlatieparameter Corr(i,j) als bedoeld in lid 2 is gelijk aan de waarde als vastgesteld in rij i en in kolom j van de volgende correlatiematrix:
De parameter A is gelijk aan 0 indien het kapitaalvereiste voor renterisico als vastgesteld in artikel 165 het kapitaalvereiste is als bedoeld in punt a) van dat artikel. In alle overige gevallen is de parameter gelijk aan 0,5. De parameter B is gelijk aan 0 indien het kapitaalvereiste voor renterisico als vastgesteld in artikel 165 het kapitaalvereiste is als bedoeld in punt a) van dat artikel. In alle overige gevallen is de parameter B gelijk aan 0,25.” |
|
42) |
in artikel 165 wordt lid 1 vervangen door: “1. Het kapitaalvereiste voor renterisico als bedoeld in artikel 105, lid 5, tweede alinea, punt a), van Richtlijn 2009/138/EG is gelijk aan het grootste van de volgende bedragen:
In afwijking van de eerste alinea mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, indien de nationale valuta van een lidstaat aan de euro is gekoppeld en de risicovrije basisrentetermijnstructuur voor de euro, gecorrigeerd voor valutarisico, wordt gebruikt om de beste schatting te berekenen met betrekking tot in die valuta genoteerde verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen overeenkomstig artikel 48, lid 1, één kapitaalvereiste voor het risico van een gezamenlijke stijging of, in voorkomend geval, daling van de rentetermijnstructuur uitgedrukt in euro en die valuta berekenen.” |
|
43) |
artikel 166 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
44) |
artikel 167 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
45) |
in artikel 168 bis, lid 1, wordt punt f) vervangen door:
|
|
46) |
artikel 169 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
47) |
artikel 170 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
48) |
in artikel 171 wordt de aanhef vervangen door: “Voor de toepassing van artikel 169, lid 1, punt a), artikel 169, lid 2, punt a), artikel 169, lid 3, punt a), en artikel 169, lid 4, punt a), en van artikel 170, lid 1, punt b), artikel 170, lid 2, punt b), artikel 170, lid 3, punt b), en artikel 170, lid 4, punt b), wordt onder aandelenbeleggingen van strategische aard verstaan aandelenbeleggingen waarop de doorkijkbenadering niet van toepassing is en waarvoor de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming het volgende aantoont:”; |
|
49) |
artikel 171 bis wordt vervangen door: “Artikel 171 bis Langetermijnbeleggingen in aandelen: aantonen van het vermogen om gedwongen verkoop te voorkomen 1. Om aan te tonen dat zij gedwongen verkoop van aandelenbeleggingen doorlopend en onder stressomstandigheden als bedoeld in artikel 105 bis, lid 1, tweede alinea, punt d), van Richtlijn 2009/138/EG kunnen vermijden, gebruiken verzekerings- of herverzekeringsondernemingen een van deze beide benaderingen:
2. Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen passen consequent de gekozen benadering toe om de naleving van artikel 105 bis, lid 1, tweede alinea, punt d), van Richtlijn 2009/138/EG aan te tonen. Niettegenstaande de eerste alinea kunnen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de gekozen benadering wijzigen indien zij vooraf ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit aantonen dat een dergelijke wijziging gerechtvaardigd is, rekening houdende met het risicoprofiel van de onderneming, het bedrag aan beleggingen in aandelen dat als langetermijnbeleggingen moet worden ingedeeld, en de aard, schaal en complexiteit van de risico’s van de onderneming.” |
|
50) |
de volgende artikelen 171 ter, 171 quater en 171 quinquies worden ingevoegd: “Artikel 171 ter Langetermijnbeleggingen in aandelen: methoden om gedwongen verkoop te voorkomen 1. Voor de toepassing van artikel 171 bis, lid 1, punt a), is de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in staat ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit aan te tonen dat zij aan een van deze beide voorwaarden voldoet:
2. Aan de in lid 1, punt a), bedoelde voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan wanneer de verzekerings- en herverzekeringsonderneming aan deze beide voorwaarden voldoet:
Voor de toepassing van de eerste alinea wordt een homogene risicogroep van levensverzekerings- en herverzekeringsverplichtingen als niet-liquide beschouwd wanneer het kapitaalvereiste voor elk van de volgende risico’s lager is dan 5 % van de beste schatting van de verplichtingen die tot die homogene risicogroep behoren:
3. Aan de in lid 1, punt b), bedoelde voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan wanneer de overeenkomstig de leden 4 tot en met 6 berekende liquiditeitsbuffer hoger is dan 100 %. Voor de toepassing van de eerste alinea wordt de liquiditeitsbuffer berekend als de verhouding tussen de waarde van de portefeuille van liquide activa die overeenstemt met schadeverzekeringsactiviteiten, en de beste schatting van de technische voorzieningen schadeverzekeringsbedrijf, na aftrek van herverzekering, berekend overeenkomstig de leden 4 en 5. 4. Voor de toepassing van lid 3 omvat de portefeuille van liquide activa die betrekking heeft op schadeverzekeringsactiviteiten, activa van niveau 1, activa van niveau 2A en activa van niveau 2B in de zin van dit lid. De som van de waarden voor solvabiliteitsdoeleinden van activa van niveau 2A en niveau 2B bedraagt niet meer dan 40 % van de totale waarde voor solvabiliteitsdoeleinden van de in de eerste alinea bedoelde portefeuille van liquide activa. De waarde voor solvabiliteitsdoeleinden van activa van niveau 2B bedraagt niet meer dan 15 % van de totale waarde voor solvabiliteitsdoeleinden van de in de eerste alinea bedoelde portefeuille van liquide activa. Liquide activa aangehouden via instellingen voor collectieve belegging en via andere beleggingen verpakt als fondsen waarin verzekerings- of herverzekeringsondernemingen rechten van deelneming of aandelen bezitten, kunnen in aanmerking worden genomen tot een absoluut bedrag van 500 miljoen EUR. Activa van niveau 1 omvatten uitsluitend activa die onder een of meer van de volgende categorieën vallen:
Activa van niveau 2A omvatten uitsluitend activa die onder een of meer van de volgende categorieën vallen:
Activa van niveau 2B omvatten uitsluitend activa die onder een of meer van de volgende categorieën vallen:
5. Voor de berekening van de in lid 3, eerste alinea, bedoelde liquiditeitsbuffer geldt het volgende:
6. In afwijking van lid 5, punt a), passen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de volgende reductiefactoren toe op beleggingen in liquide activa die zij aanhouden via instellingen voor collectieve beleggingen en via andere beleggingen verpakt als fondsen waarin ondernemingen rechten van deelneming of aandelen bezitten;
Artikel 171 quater Langetermijnbeleggingen in aandelen: toets betreffende gedwongen verkoop 1. Voor de toepassing van artikel 171 bis, lid 1, punt b), is de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in staat ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit al het volgende aan te tonen:
2. Wat de toets betreffende gedwongen verkoop als bedoeld in lid 1, punt c), betreft, geldt het volgende:
3. Wat de toets betreffende gedwongen verkoop als bedoeld in lid 1, punt c), betreft, omvatten de kasinstromen alleen de waarde van geldmiddelen en kasequivalenten op de referentiedatum en instromen uit de volgende bronnen gedurende de tijdshorizon van de projecties:
De in de eerste alinea, punt a), bedoelde activa die hetzij rechtstreeks worden aangehouden, hetzij via een beleggingsvehikel waarover de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zeggenschap uitoefent, hetzij, voor zover het de rechten van de onderneming betreft, via een beleggingsvehikel waarover een andere entiteit binnen dezelfde groep zeggenschap uitoefent en waarin de onderneming rechten van deelneming of aandelen bezit, mogen volledig in aanmerking worden genomen. De in de eerste alinea, punt a), bedoelde activa die worden aangehouden via instellingen voor collectieve belegging of via andere beleggingen verpakt als fondsen niet zijnde die bedoeld in de vorige zin, kunnen in aanmerking worden genomen tot een absoluut bedrag van 500 miljoen EUR. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen besluiten geen rekening te houden met de in de eerste alinea, punt b) of punt e), bedoelde kasinstromen. Voor het schatten van de in de eerste alinea, punten c) en d), bedoelde kasinstromen die niet in de contractgrens zijn opgenomen, is de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in staat ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit aan te tonen dat op passende wijze rekening is gehouden met plausibele negatieve vooruitzichten op basis van historische data. Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), houden verzekerings- en herverzekeringsondernemingen geen rekening met activa ter dekking van de beste schatting van verzekeringsverplichtingen waarop de matchingopslag wordt toegepast. Wanneer de onderneming uitgaat van inkomsten uit de verkoop van obligaties, leningen en securitisaties ter dekking van de beste schatting van de verzekeringsverplichtingen waarop de volatiliteitsaanpassing gedurende de tijdshorizon van de toets wordt toegepast, is zij in staat ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit aan te tonen dat haar risicoprofiel niet significant afwijkt van de volgende aannames die ten grondslag liggen aan de volatiliteitsaanpassing, zelfs niet als gevolg van dergelijke verkopen, ook niet onder stressomstandigheden:
4. Voor de in lid 1, punt c), bedoelde toets betreffende gedwongen verkoop omvatten de kasuitstromen al het volgende:
5. Voor de in lid 1, punt c), bedoelde toets betreffende gedwongen verkoop onder stressomstandigheden gaat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming ervan uit dat zij aan de volgende stressomstandigheden wordt blootgesteld:
De in de eerste alinea, punt b), bedoelde ondermodules zijn de volgende:
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), worden de volgende aannames gehanteerd:
6. Voor de in lid 1, punt c), bedoelde toets betreffende gedwongen verkoop onder stressomstandigheden hanteert de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de volgende aanvullende aannames met betrekking tot bepaalde kasstromen:
Artikel 171 quinquies Langetermijnbeleggingen in aandelen: instellingen voor collectieve beleggingen met een lager risicoprofiel 1. De in artikel 105 bis, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde fondsen behoren tot een van de soorten instellingen voor collectieve belegging of alternatieve beleggingsinstellingen als bedoeld in lid 2 van dit artikel. 2. De in lid 1 bedoelde soorten instellingen voor collectieve belegging en alternatieve beleggingsinstellingen zijn de volgende:
3. Wanneer aan de voorwaarden van artikel 105 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG is voldaan op het niveau van een instelling voor collectieve belegging als bedoeld in lid 2 van dit artikel, is artikel 105 bis, lid 4, van die richtlijn van toepassing op:
|
|
51) |
in artikel 172 wordt lid 4 vervangen door: “4. De symmetrische aanpassing is niet kleiner dan – 13 % of groter dan 13 %.” |
|
52) |
artikel 173 wordt vervangen door: “Artikel 173 Investeringen in aandelen in het kader van wetgevingsprogramma’s 1. Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming rechtstreeks in aandelen belegt – hetzij rechtstreeks worden aangehouden, hetzij via een instelling voor collectieve beleggingen — in het kader van een wetgevingsprogramma dat voldoet aan de in artikel 133, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgestelde voorwaarden, wordt de ondermodule standaard aandelenrisico die overeenkomt met het deel van die aandelenbelegging dat in totaal niet meer dan 10 % van het in aanmerking komend eigen vermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming bedraagt, berekend overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel, na goedkeuring van de toezichthoudende autoriteit. 2. De in artikel 169 van deze verordening vastgestelde percentages worden verlaagd naar rato van de in het kader van het wetgevingsprogramma verwezenlijkte gekwantificeerde vermindering van kredietrisico. 3. Wanneer de Commissie een openbaar register bijhoudt van wetgevingsprogramma’s die geacht worden de voorwaarden van artikel 133, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 te vervullen, worden in dat register opgenomen programma’s geacht een vermindering van het totale kredietrisico van ten minste 5 % te behalen.” |
|
53) |
in artikel 176 wordt lid 1 vervangen door: “1. Het kapitaalvereiste voor spreadrisico van obligaties en leningen SCRbonds is gelijk aan het verlies aan kernvermogen als gevolg van een onmiddellijke relatieve daling van stressi in de waarde van elke obligatie of lening i behalve noodlijdende en respijtleningen, en behalve hypotheekleningen die aan de vereisten in artikel 191 voldoen, inclusief bankdeposito’s behalve kasmiddelen als bedoeld in artikel 189, lid 2, punt b).” |
|
54) |
in artikel 176 bis, lid 3, punt g), wordt punt v) vervangen door:
|
|
55) |
in artikel 176 quater, lid 3, wordt punt e) vervangen door:
|
|
56) |
artikel 178 wordt als volgt gewijzigd:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
57) |
artikel 180 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
58) |
artikel 182 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
59) |
aan artikel 184, lid 2, wordt het volgende punt g) toegevoegd:
|
|
60) |
artikel 187 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
61) |
artikel 189 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
62) |
artikel 191 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
63) |
artikel 192 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
64) |
in artikel 192 bis wordt lid 1 vervangen door: “1. Voor de toepassing van artikel 192, lid 3, valt een derivaat onder dit lid indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen bij de beoordeling van hun naleving van de voorwaarde van de eerste alinea, punt c), rekening houden met duidelijke precedenten van overboekingen van posities van cliënten en van de bijbehorende zekerheden bij een CTP, alsmede met een eventueel voornemen van de sector om deze praktijk voort te zetten.” |
|
65) |
het volgende artikel 192 ter wordt ingevoegd: “Artikel 192 ter Rechtstreekse blootstelling aan een gekwalificeerde centrale tegenpartij Onverminderd artikel 192 bis valt een financieringstransactie met derivaten voor de toepassing van artikel 192, lid 3, onder dit artikel wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor eigen rekening als clearinglid van een CTP optreedt met betrekking tot de financieringstransactie met derivaten en de CTP een gekwalificeerde centrale tegenpartij is.” |
|
66) |
in artikel 197, lid 7, wordt de eerste zin vervangen door: “Wanneer, in geval van insolventie van de tegenpartij, bij de bepaling van het proportionele aandeel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de insolvente boedel van de tegenpartij geen rekening wordt gehouden met het feit dat de onderneming de zekerheid ontvangt, bedragen de factoren F, F′, F′′ en F′′′ als bedoeld in artikel 192, leden 2 tot en met 3 quater, en de artikelen 194, 195 en 196, telkens 100 %.”; |
|
67) |
in artikel 199 wordt lid 12 vervangen door: “12. Onverminderd de leden 2 tot en met 11 wordt aan blootstellingen als bedoeld in artikel 192, leden 3, 7 en 8, een kans op wanbetaling van 0,002 % toegekend.” |
|
68) |
in artikel 201, lid 2, wordt punt a) vervangen door:
|
|
69) |
artikel 202 wordt vervangen door: “Artikel 202 Blootstellingen van type 2 Het kapitaalvereiste voor tegenpartijkredietrisico van blootstellingen van type 2 is gelijk aan het verlies aan kernvermogen als gevolg van een onmiddellijke daling in waarde van blootstellingen van type 2 met het volgende bedrag:
90 %
waarbij:
|
|
70) |
artikel 210 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
71) |
artikel 211 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
72) |
in artikel 212 wordt lid 1 vervangen door: “1. Wanneer verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, in andere gevallen dan de in artikel 211, lid 1, bedoelde gevallen, risico cederen zodat de risicolimiteringstechniek in aanmerking zou worden genomen in het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste, met inbegrip van cessies door de aankoop of de uitgifte van financiële instrumenten, wordt niet alleen aan de kwalitatieve criteria van de artikelen 209 en 210, maar ook aan de kwalitatieve criteria van de leden 2 tot en met 5 voldaan.” |
|
73) |
het volgende artikel 212 bis wordt ingevoegd: “Artikel 212 bis Voorwaardelijke kapitaalinstrumenten en converteerbare obligaties De volgende contractuele regelingen worden nooit beschouwd als zijnde in overeenstemming met de vereisten voor een effectieve overdracht van risico zoals bedoeld in artikel 210:
|
|
74) |
artikel 215 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
75) |
het volgende artikel 215 bis wordt ingevoegd: “Artikel 215 bis Tegengaranties van de centrale overheid en andere overheidslichamen 1. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen de in lid 2 bedoelde blootstellingen behandelen als beschermd door een garantie die door de in dat lid vermelde entiteiten wordt verstrekt mits er aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
2. De in lid 1 vervatte behandeling is van toepassing op blootstellingen die worden beschermd door een garantie met een tegengarantie van een van de in artikel 180, lid 2, eerste alinea, bedoelde tegenpartijen.” |
|
76) |
de artikelen 216 en 217 worden vervangen door: “Artikel 216 Berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste in het geval van afgezonderde fondsen 1. In geval van afgezonderde fondsen als bepaald overeenkomstig artikel 81, lid 1, brengen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen een aanpassing aan in de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste volgens de methode als vastgesteld in artikel 217. 2. Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die vóór 29 januari 2027 goedkeuring van de toezichthouder heeft ontvangen om artikel 304 van Richtlijn 2009/138/EG toe te passen op een afgezonderd fonds, past de berekening echter niet aan overeenkomstig artikel 217 van deze verordening, maar baseert de berekening op de aanname van een volledige diversificatie tussen de activa en passiva van de afgezonderde fondsen en de rest van de onderneming. Artikel 217 Methode voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste voor afgezonderde fondsen 1. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen berekenen een theoretisch solvabiliteitskapitaalvereiste voor elk afgezonderd fonds en voor het resterende deel van de onderneming op dezelfde wijze alsof die afgezonderde fondsen en het resterende deel van de onderneming afzonderlijke ondernemingen zijn. 2. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen berekenen hun solvabiliteitskapitaalvereiste als de som van de notionele solvabiliteitskapitaalvereisten voor elk van de afgezonderde fondsen en voor het resterende deel van de onderneming. 3. Indien de berekening van het kapitaalvereiste voor een risicomodule of ondermodule van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste gebaseerd is op de impact van een scenario op het kernvermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, wordt de impact van het scenario op het kernvermogen op het niveau van het afgezonderd fonds en het resterende deel van de onderneming berekend. 4. Het kernvermogen op het niveau van het afgezonderd fonds zijn de beperkte eigenvermogensbestanddelen die voldoen aan de definitie van kernvermogen als vastgesteld in artikel 88 van Richtlijn 2009/138/EG. 5. Indien in het afgezonderd fonds winstdelingsregelingen bestaan, passen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen bij het aanpassen van het solvabiliteitskapitaalvereiste de volgende benadering toe:
6. Niettegenstaande lid 1 wordt het notionele solvabiliteitskapitaalvereiste voor elk afgezonderd fonds berekend aan de hand van de scenariogebaseerde berekeningen waarbij het kernvermogen voor de onderneming als geheel het negatiefst wordt beïnvloed. 7. Bij het bepalen van het scenario waarbij het kernvermogen voor de onderneming als geheel het negatiefst wordt beïnvloed, berekent de onderneming eerst de som van de resultaten van de effecten van de scenario’s op het kernvermogen op het niveau van elk afgezonderd fonds, overeenkomstig de leden 3 en 5. De sommen op het niveau van elk afgezonderd fonds worden bij elkaar en bij de resultaten van het effect van de scenario’s op het kernvermogen in het resterende deel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming opgeteld. 8. Het notionele solvabiliteitskapitaalvereiste voor elk afgezonderd fonds wordt bepaald door aggregatie van de kapitaalvereisten voor elke ondermodule en risicomodule van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste. 9. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen hanteren de aanname dat er geen sprake is van diversificatie van risico’s tussen elk van de afgezonderde fondsen en het resterende deel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.” |
|
77) |
aan artikel 231 wordt het volgende lid 4 toegevoegd: “4. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen voeren interne procedures in om te voorkomen dat zij te veel vertrouwen op data uit het verleden met betrekking tot trends op het gebied van klimaatverandering, onder meer door, in voorkomend geval, gebruik te maken van klimaatscenario’s.” |
|
78) |
in artikel 234, punt b), wordt punt ii) vervangen door:
|
|
79) |
artikel 235 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
80) |
aan artikel 258, lid 6, wordt de volgende alinea toegevoegd: “De in de eerste alinea bedoelde evaluatie omvat een beoordeling van de adequaatheid van de samenstelling, onder meer wat betreft genderevenwicht en diversiteit, de doeltreffendheid en de interne governance van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan. De evaluatie staat ook in verhouding tot de aard, omvang en complexiteit van de risico’s die inherent zijn aan de activiteiten van de ondernemingen.”; |
|
81) |
artikel 260 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
82) |
in artikel 271 wordt lid 2 geschrapt; |
|
83) |
artikel 275 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
84) |
het volgende artikel 275 ter wordt ingevoegd: “Artikel 275 ter Transparantie over het beleggings- en kapitaalbeheer Rekening houdende met de informatie uit de in artikel 304 bedoelde regelmatige toezichtsrapportage rapporteert de Eiopa aan de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad regelmatig kwantitatieve en kwalitatieve informatie over:
|
|
85) |
in artikel 278 wordt lid 2 vervangen door: “2. Met betrekking tot de matchingopslag en de overgangsmaatregelen en met betrekking tot de volatiliteitsaanpassing kunnen toezichthoudende autoriteiten die een verzekerings- of herverzekeringsonderneming hebben toegestaan een van deze aanpassingen of overgangsmaatregelen toe te passen, een opslagfactor van het kapitaalvereiste uit hoofde van artikel 37, lid 1, punt d), van Richtlijn 2009/138/EG alleen opleggen in omstandigheden waarin de afwijking van de aannames die aan de aanpassingen of overgangsmaatregelen ten grondslag liggen, van tijdelijke aard is en er geen reden is voor intrekking van de door de toezichthoudende autoriteiten verleende goedkeuring om van de aanpassing of de overgangsmaatregel gebruik te maken.” |
|
86) |
de artikelen 290 tot en met 294 worden vervangen door: “Artikel 290 Structuur 1. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand heeft de in bijlage XX, afdeling A, beschreven structuur en bevat de in de artikelen 292 tot en met 298 van de deze verordening bedoelde informatie. 2. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat beschrijvende informatie in kwantitatieve en kwalitatieve vorm, die, voor het deel dat gericht is tot marktprofessionals, waar zulks passend is, met kwantitatieve templates is aangevuld. 3. Wanneer in andere openbare verslagen informatie wordt verstrekt die ten minste even uitgebreid en gedetailleerd is als die voor de rapportageperiode, kan de onderneming de vereiste informatie verstrekken in het deel dat gericht is tot marktprofessionals door de internetlink naar het desbetreffende deel van de openbare verslagen te vermelden. Bij gebruik van internetlinks vermelden verzekerings- en herverzekeringsondernemingen met name de relevante afdelingen en pagina’s. Zij zorgen ervoor dat deze links gedurende ten minste vijf jaar na de publicatiedatum geldig blijven. Artikel 291 Materialiteit Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de in het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand te verstrekken informatie, of de wijzigingen in die informatie, als materieel aangemerkt indien de weglating of onjuiste weergave ervan de besluitvorming of het oordeel van de gebruikers van het document in kwestie, met inbegrip van de toezichthoudende autoriteiten, zou kunnen beïnvloeden. Artikel 292 Tot verzekeringnemers en begunstigden gerichte informatie 1. Het deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand dat tot verzekeringnemers en begunstigden gericht is, begint met een vermelding dat verzekeringnemers en begunstigden recht hebben op een versie van dat deel in de officiële taal van de lidstaat waar zij woonachtig zijn, mits de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in die lidstaat actief is op grond van het recht van vestiging of de vrijheid van dienstverrichting. Wanneer er versies in andere talen online beschikbaar zijn, verstrekt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan het begin van dat deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand ook de internetlinks naar elke van die versies. 2. Het deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand met tot verzekeringnemers en begunstigden gerichte informatie bevat een afdeling over de activiteiten en prestaties van de onderneming, die alle volgende informatie omvat:
3. Het deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand met tot verzekeringnemers en begunstigden gerichte informatie bevat een afdeling over het kapitaalbeheer en het risicoprofiel van de onderneming, die alle volgende informatie omvat:
De in de eerste alinea, punt a), bedoelde beschrijving bevat de volgende tekst: “Twee kapitaalvereisten zijn bedoeld om de financiële soliditeit van de onderneming te meten: het solvabiliteitskapitaalvereiste (SCR) en het minimumkapitaalvereiste (MCR). Het SCR moet een kapitaalniveau opleveren waarmee een onderneming grote onvoorziene verliezen over een periode van één jaar kan opvangen en moet verzekeringnemers een redelijke mate van zekerheid bieden dat betalingen zullen worden gedaan wanneer deze verschuldigd zijn. Het MCR is bedoeld om een minimumveiligheidsniveau te bieden dat de onderneming te allen tijde moet aanhouden en waaronder het bedrag van de financiële middelen (eigen vermogen) niet mag dalen. De kapitaalvereisten zullen moeten worden gedekt door kapitaal (eigen vermogen) van voldoende kwaliteit om ervoor te zorgen dat verliezen zowel bij voortzetting van de activiteiten als bij liquidatie kunnen worden gedekt.”. 4. Het deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand gericht tot verzekeringnemers en begunstigden bevat een afdeling met alle andere materiële informatie voor verzekeringnemers. In die afdeling wordt met name vermeld of de onderneming de in artikel 19 bis of artikel 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU bedoelde plannen openbaar maakt en, in voorkomend geval, wordt de internetlink naar deze plannen opgenomen. 5. Het deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand dat gericht is tot verzekeringnemers en begunstigden mag niet meer dan vijf pagina’s beslaan. De naleving van de eerste alinea mag niet leiden tot het weglaten of inkorten van de relevante informatie als bedoeld in de leden 1 tot en met 4. Artikel 293 Tot marktprofessionals gerichte informatie: bedrijf en resultaten 1. Het deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand gericht tot marktprofessionals bevat alle volgende informatie over het bedrijf van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:
2. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat informatie over het verzekeringstechnisch resultaat van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming op geaggregeerd niveau tijdens de rapportageperiode, samen met een vergelijking ervan met de over de vorige rapportageperiode bekendgemaakte informatie zoals die in de jaarrekening van de onderneming is opgenomen. 3. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over het rendement van de beleggingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming tijdens de rapportageperiode, samen met een vergelijking ervan met de over de vorige rapportageperiode bekendgemaakte informatie zoals die in de jaarrekening van die onderneming is opgenomen:
4. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat een beschrijving van de aard en het bedrag van andere materiële inkomsten en kosten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming tijdens de rapportageperiode, samen met een vergelijking ervan met de over de vorige rapportageperiode bekendgemaakte informatie zoals die in de jaarrekening van die onderneming is opgenomen. 5. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat in een afzonderlijke afdeling alle andere materiële informatie over het bedrijf en de resultaten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming. Artikel 294 Tot marktprofessionals gerichte informatie: governancesysteem 1. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:
2. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand vermeldt alle uitbestede kritieke of belangrijke operationele functies of activiteiten en bevat de namen van de dienstverleners aan wie kritieke of belangrijke operationele functies of activiteiten zijn uitbesteed, alsmede het rechtsgebied waar de dienstverleners van die functies of activiteiten zijn gevestigd. 3. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat in een afzonderlijke afdeling alle andere materiële informatie over het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming. (*1) Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot oprichting van een Europees centraal toegangspunt dat gecentraliseerde toegang biedt tot voor financiële diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid relevante publiek beschikbare informatie (PB L, 2023/2859, 20.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2859/oj).”;" |
|
87) |
artikel 295 wordt geschrapt; |
|
88) |
de artikelen 296 en 297 worden vervangen door: “Artikel 296 Tot marktprofessionals gerichte informatie: waardering voor solvabiliteitsdoeleinden 1. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over de waardering van de activa van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor solvabiliteitsdoeleinden:
2. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over de waardering van de technische voorzieningen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor solvabiliteitsdoeleinden:
3. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over de waardering van de andere verplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor solvabiliteitsdoeleinden:
4. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat voor de naleving van de in de leden 1 en 3 van het onderhavige artikel vastgelegde openbaarmakingsvereisten waaraan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming moet voldoen, informatie over de in artikel 263 beschreven gebieden. 5. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat in een afzonderlijke afdeling alle andere materiële informatie over de waardering van activa en passiva voor solvabiliteitsdoeleinden. Artikel 297 Tot marktprofessionals gerichte informatie: kapitaalbeheer en risicoprofiel 1. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over het eigen vermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt l), worden de namen van de tegenpartijen niet openbaar gemaakt wanneer een dergelijke openbaarmaking wettelijk onmogelijk of ondoenbaar is of wanneer de betrokken tegenpartijen niet materieel zijn. 2. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:
3. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over de bij artikel 304 van Richtlijn 2009/138/EG geboden mogelijkheid:
Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over de toepassing van artikel 105 bis van Richtlijn 2009/138/EG:
Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die overeenkomstig artikel 105 bis, lid 3, vierde alinea, van die richtlijn verplicht is om een belegging in aandelen niet langer als langetermijnbelegging in aandelen in te delen, maakt die informatie en de resterende duur van het verbod om de in artikel 105 bis, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde risicofactor toe te passen, openbaar. 4. Ingeval voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste een intern model wordt gebruikt, bevat het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand ook alle volgende informatie:
5. Wat risicoconcentratie en liquiditeitsrisico betreft, bevat het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand alle volgende elementen:
6. Wat risicolimitering betreft, bevat het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand een beschrijving van de gebruikte risicolimiteringstechnieken. 7. Het verslag over de solvabiliteit en financiële toestand bevat zowel kwantitatieve informatie over de rapportageperiode als informatie over de risicoblootstelling die voortvloeit uit buitenbalansposities en de overdracht van risico aan special purpose vehicles. 8. In het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand wordt beschreven hoe de onderneming haar totale solvabiliteitsbehoeften heeft bepaald, rekening houdende met haar risicoprofiel en met de onderlinge wisselwerking tussen haar activiteiten op het gebied van kapitaalbeheer en haar risicomanagementsysteem. 9. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over een eventuele niet-naleving van het minimumkapitaalvereiste of duidelijke niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:
10. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat in een afzonderlijke afdeling alle andere materiële informatie over het risicoprofiel en het kapitaalbeheer van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.” |
|
89) |
het volgende artikel 297 bis wordt ingevoegd: “Artikel 297 bis Tot marktprofessionals gerichte informatie: duurzaamheidsinformatie 1. Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat de elementen van de plannen die overeenkomstig artikel 44 van Richtlijn 2009/138/EG moeten worden bekendgemaakt, met inbegrip van relevante kwantificeerbare doelstellingen. 2. In het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand wordt vermeld of de onderneming de in artikel 19 bis of artikel 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU bedoelde plannen openbaar maakt en, in voorkomend geval, wordt de internetlink naar die plannen opgenomen. 3. In het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand wordt vermeld of de onderneming na de in artikel 45 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde materialiteitsbeoordeling blootstaat aan materiële risico’s in verband met klimaatverandering en, in voorkomend geval, of zij maatregelen heeft genomen om deze blootstelling te beheersen. 4. Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die voornemens is het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand te gebruiken om te voldoen aan de informatieverschaffingsverplichting vastgelegd in Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad (*2) en Verordening (EU) 2020/852, verschaft de op grond van die verordeningen vereiste desbetreffende informatie, samen met de op grond van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel vereiste informatie. (*2) Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PB L 317 van 9.12.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/2088/oj).”;" |
|
90) |
het volgende artikel 298 bis wordt ingevoegd: “Artikel 298 bis Talen 1. Indien de verzekeringsovereenkomst is gesloten met een verzekeringnemer uit een andere lidstaat op grond van het recht van vestiging of de vrijheid van dienstverrichting, wordt het in artikel 51, lid 1 bis, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand op verzoek van de verzekeringnemer verstrekt in de officiële taal of een van de officiële talen van die lidstaat, naar keuze van de verzekeringnemer. Wanneer de vertaling door een automatisch vertaalsysteem is gegenereerd, delen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan die verzekeringnemer mee dat dat deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand een machinevertaling is. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gaan binnen een termijn van tien werkdagen na dat verzoek over tot verzending van het vertaalde deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand. 2. Lid 1 is niet van toepassing wanneer de vertaling in de gevraagde taal online beschikbaar is.” |
|
91) |
in artikel 299 wordt de volgende titel ingevoegd: “ Niet-bekendmaking van informatie ”; |
|
92) |
in artikel 300 wordt lid 1 vervangen door: “1. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen maken beide delen van hun verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bekend overeenkomstig artikel 51, lid 7, van Richtlijn 2009/138/EG.” |
|
93) |
artikel 301 wordt vervangen door: “Artikel 301 Bekendmakingswijze 1. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die een met hun bedrijf verband houdende website bezitten en onderhouden, maken beide delen van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bekend op die website. 2. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die geen eigen website bezitten en onderhouden, maar lid zijn van een brancheorganisatie die wel een website bezit en onderhoudt, maken, indien deze brancheorganisatie dat toestaat, beide delen van het verslag over de solvabiliteit en financiële toestand bekend op de website van die organisatie. 3. Indien verzekerings- en herverzekeringsondernemingen beide delen van hun verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand overeenkomstig lid 1 of lid 2 op een website bekendmaken, blijven beide delen gedurende ten minste vijf jaar na de in artikel 300, lid 1, bedoelde bekendmakingsdatum eenvoudig toegankelijk en beschikbaar op deze website. 4. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die beide delen van hun verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand overeenkomstig lid 1 of lid 2 niet op een website bekendmaken, zenden een elektronische kopie van die delen toe aan elke persoon die binnen een termijn van vijf jaar na de in artikel 300, lid 1, bedoelde bekendmakingsdatum om die delen verzoekt. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gaan binnen een termijn van tien werkdagen na het verzoek over tot de verzending van dat verslag. 5. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zenden beide delen van hun verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand, alsmede elke geactualiseerde versie daarvan, in elektronische vorm toe aan de toezichthoudende autoriteiten, waarbij de mogelijkheid moet bestaan om met behulp van een zoekfunctie naar relevante tekst en cijfers te zoeken. 6. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen verstrekken toezichthoudende autoriteiten, samen met de in artikel 304, lid 1, punt d), bedoelde informatie, de exacte locatie op de website waar beide delen van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand beschikbaar zijn of zullen zijn. Wanneer die locatie in de daaropvolgende drie jaar verandert, stellen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de toezichthoudende autoriteiten in kennis van de gewijzigde locatie.” |
|
94) |
in artikel 302 wordt lid 2 vervangen door: “2. Onverminderd elke bekendmaking waartoe verzekerings- en herverzekeringsondernemingen onmiddellijk overeenkomstig artikel 54, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG overgaan, wordt elke geactualiseerde versie van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand zo spoedig mogelijk nadat de in lid 1 van het onderhavige artikel bedoelde belangrijke ontwikkeling heeft plaatsgevonden, overeenkomstig artikel 301 van deze verordening aangemerkt als een geactualiseerde versie en bekendgemaakt met vermelding van de datum van actualisering, ter vervanging van de vorige bekendgemaakte versie.” |
|
95) |
artikel 303 wordt geschrapt; |
|
96) |
de artikelen 304 en 305 worden vervangen door: “Artikel 304 Elementen van de periodieke toezichtrapportage 1. De informatie die verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in overeenstemming met artikel 35, lid 2, punt a), i), van Richtlijn 2009/138/EG in van tevoren bepaalde perioden aan de toezichthoudende autoriteiten moeten mededelen, omvat het volgende:
Voor de toepassing van punt d) moeten ondernemingen, voor zover zij overeenkomstig artikel 35, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG van driemaandelijkse rapportageverplichtingen zijn vrijgesteld, uitsluitend jaarlijkse kwantitatieve templates in te dienen. De jaarlijkse rapportageverplichtingen bevatten geen rapportage per post in wanneer ondernemingen op grond van artikel 35 bis, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG van dit soort rapportage zijn vrijgesteld. 2. De scope van de driemaandelijkse kwantitatieve templates is beperkter dan die van de jaarlijkse kwantitatieve templates. 3. Lid 1 laat de bevoegdheid van toezichthoudende autoriteiten onverlet om van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen te verlangen dat zij periodiek alle andere onder de verantwoordelijkheid van of op verzoek van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van die ondernemingen opgestelde informatie mededelen. Artikel 305 Materialiteit Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de aan de toezichthouders medegedeelde informatie of de wijzigingen in die informatie als materieel aangemerkt wanneer de weglating of onjuiste weergave ervan de besluitvorming of het oordeel van de toezichthoudende autoriteiten zou kunnen beïnvloeden.” |
|
97) |
de artikelen 307 en 308 worden vervangen door: “Artikel 307 Bedrijf en resultaten 1. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over het bedrijf van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:
2. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende kwalitatieve en kwantitatieve informatie over het verzekeringstechnische resultaat van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, zoals opgenomen in de jaarrekening van de onderneming:
3. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende kwalitatieve en kwantitatieve informatie over het rendement van de beleggingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, zoals opgenomen in de jaarrekening van de onderneming:
4. Het periodieke toezichtverslag bevat informatie over alle andere materiële inkomsten en kosten dan inkomsten en kosten die met verzekeringsactiviteiten of beleggingen verband houden, over de tijdsperiode van de bedrijfsplanning van de onderneming. 5. Het periodieke toezichtverslag bevat alle andere materiële informatie over haar bedrijf en resultaten. Artikel 308 Governancesysteem 1. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:
2. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over de inachtneming door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming van de vereisten op het gebied van deskundigheid en betrouwbaarheid:
3. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over het risicomanagementsysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:
4. In het periodieke toezichtverslag wordt een beschrijving gegeven van de procedure die door de onderneming wordt gevolgd om te voldoen aan haar verplichting om in het kader van haar risicomanagementsysteem een beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit te verrichten, en hoe de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit in de organisatiestructuur en het besluitvormingsproces van de onderneming is geïntegreerd. 5. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over het interne-controlesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:
6. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over de interne-auditfunctie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:
7. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over de actuariële functie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:
8. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende aanvullende informatie over uitbestedingen:
9. Het periodieke toezichtverslag bevat alle andere materiële informatie over het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.” |
|
98) |
artikel 309 wordt geschrapt; |
|
99) |
in artikel 310 worden de leden 2 en 3 vervangen door: “2. In het periodieke toezichtverslag worden de meest relevante aannames die bij de berekening van de beste schatting zijn gebruikt, de gevoeligheid van de beste schatting voor veranderingen en de resultaten van eventuele back-testing gedetailleerd beschreven. 3. Het periodieke toezichtverslag bevat de volgende informatie met betrekking tot de verplichtingen van artikel 263 van deze verordening:
|
|
100) |
artikel 311 wordt vervangen door: “Artikel 311 Kapitaalbeheer en risicoprofiel 1. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over het eigen vermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:
2. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:
3. Ingeval voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste een intern model wordt gebruikt, bevat het periodieke toezichtverslag ook:
4. Wanneer voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste ondernemingsspecifieke parameters worden gebruikt of wanneer een matchingopslag op de relevante risicovrije rentetermijnstructuur wordt toegepast, bevat het periodieke toezichtverslag ook informatie over eventuele wijzigingen in de informatie in de aanvraag tot goedkeuring van de ondernemingsspecifieke parameters of de matchingopslag. 5. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie met betrekking tot het aanhouden van langetermijnbeleggingen in aandelen zoals bedoeld in artikel 105 bis van Richtlijn 2009/138/EG:
Het periodieke toezichtverslag bevat ook de in de derde alinea bedoelde informatie wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
De informatie als bedoeld in de tweede alinea is de volgende:
6. Met betrekking tot het liquiditeitsrisico bevat het periodieke toezichtverslag:
Het periodieke toezichtverslag bevat ook informatie over eventuele blootstellingen aan materiële liquiditeitsrisico’s in verband met financieringstransacties of -overeenkomsten, met inbegrip van factoring, waarbij de verzekerings- of herverzekeringsonderneming direct of indirect betrokken is. 7. Met betrekking tot risicoconcentratie bevat het periodieke toezichtverslag:
8. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over de risicoblootstelling van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met inbegrip van de blootstelling die voortvloeit uit buitenbalansposities en de overdracht van risico aan een special purpose vehicle:
9. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over de risicolimiteringstechnieken van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:
10. Het periodieke toezichtverslag bevat kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de materiële risico’s die niet in de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste zijn meegenomen en niet in de voorgaande leden zijn opgenomen, voor zover deze informatie niet in het ORSA-toezichtverslag is opgenomen. 11. Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over de risicogevoeligheid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, voor zover deze informatie niet in het ORSA-toezichtverslag is opgenomen:
12. Het periodieke toezichtverslag bevat informatie over elk redelijkerwijze te voorzien risico dat niet aan het minimumkapitaalvereiste of solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming wordt voldaan, alsmede over de plannen van de onderneming om te waarborgen dat voortdurend aan elk van beide vereisten wordt voldaan, wanneer deze informatie niet in het ORSA-toezichtverslag is opgenomen. 13. Het periodieke toezichtverslag bevat alle andere materiële informatie over het kapitaalbeheer en het risicoprofiel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming. 14. Voor de toepassing van de leden 6 en 8 betekent “factoring” een contractuele overeenkomst tussen een onderneming (“cedent”) en een financiële entiteit (“factor”) waarbij de cedent zijn vorderingen cedeert of verkoopt aan de factor in ruil waarvoor de factor de cedent met betrekking tot de gecedeerde vorderingen een of meer van de volgende diensten levert:
|
|
101) |
in titel I, hoofdstuk XIII, afdeling 2, wordt de titel vervangen door: “ AFDELING 2 Informatie over materiële wijzigingen en mededelingswijzen”; |
|
102) |
de artikelen 312 en 313 worden vervangen door: “Artikel 312 Informatie over materiële wijzigingen Ingeval het niet vereist is dat een periodiek toezichtverslag in verband met een bepaald boekjaar wordt ingediend, dienen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen niettemin bij hun toezichthoudende autoriteit informatie in over alle materiële wijzigingen die zich tijdens het boekjaar hebben voorgedaan ten opzichte van de laatste informatie die overeenkomstig dit hoofdstuk bij die toezichthoudende autoriteit is ingediend. Zij verstrekken tevens een beknopte toelichting over de oorzaken en gevolgen van dergelijke wijzigingen. Het indienen van informatie over materiële wijzigingen wordt niet beschouwd als een wijziging in de frequentie van het periodieke toezichtverslag als bedoeld in artikel 35 bis van Richtlijn 2009/138/EG. Artikel 313 Communicatiemiddelen Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zenden de in artikel 304, lid 1, bedoelde informatie in een machinaal leesbare elektronische vorm die de mogelijkheid biedt om met behulp van een zoekfunctie naar relevante tekst en cijfers te zoeken.” |
|
103) |
artikel 314 wordt geschrapt; |
|
104) |
in titel I wordt het volgende hoofdstuk XVI toegevoegd: “HOOFDSTUK XVI EVENREDIGHEIDSMAATREGELEN Artikel 327 bis Beleggingen in immateriële activa, kapitaalvereisten voor het identificeren van kleine en niet-complexe ondernemingen Voor de toepassing van artikel 29 bis, lid 1, punt a), iv), 3), artikel 29 bis, lid 1, punt b), v), 3), en artikel 29 bis, lid 1, punt c), vii), 3), van Richtlijn 2009/138/EG is het kapitaalvereiste dat van toepassing is op beleggingen in immateriële activa die niet onder de modules voor marktrisico en tegenpartijkredietrisico vallen, het kapitaalvereiste voor het risico van immateriële activa als bedoeld in artikel 203 van deze verordening. Artikel 327 ter Vermindering van de frequentie van het periodieke toezichtverslag 1. De toezichthoudende autoriteit verleent toestemming voor het gebruik van de in artikel 35, lid 5 bis, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel door een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
De toezichthoudende autoriteit herroept de aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, verleende goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 35, lid 5 bis, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel wanneer niet langer aan een van de in de eerste alinea genoemde voorwaarden is voldaan. 2. Lid 1, eerste alinea, punt c), i), is alleen van toepassing voor levensverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen ten minste 20 % van de totale technische voorzieningen vertegenwoordigen, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG. 3. Lid 1, eerste alinea, punt c), ii), is alleen van toepassing op schadeverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met schadeverzekeringsactiviteiten verband houdende jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten ten minste 40 % van hun totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten vertegenwoordigen. 4. Onverminderd lid 1, eerste alinea, kunnen toezichthoudende autoriteiten toch goedkeuring verlenen voor het gebruik van de in artikel 35, lid 5 bis, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel voor een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet aan de in punt c) van dat lid genoemde voorwaarde voldoet, wanneer zij op basis van de voor deze evenredigheidsmaatregel relevante elementen van het prudentieel toezichtsproces tot de conclusie komen dat het risicoprofiel van de onderneming voldoende laag is. Artikel 327 quater Combinatie van sleutelfuncties 1. De toezichthoudende autoriteit verleent goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 41, lid 2 bis, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
De toezichthoudende autoriteit herroept de aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, verleende goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 41, lid 2 bis, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel, wanneer niet langer aan een van de in de eerste alinea genoemde voorwaarden is voldaan. 2. Lid 1, eerste alinea, punt c), i), is alleen van toepassing voor levensverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen ten minste 20 % van de totale technische voorzieningen vertegenwoordigen, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG. 3. Lid 1, eerste alinea, punt c), ii), is alleen van toepassing op schadeverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met schadeverzekeringsactiviteiten verband houdende jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten ten minste 40 % van hun totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten vertegenwoordigen. 4. Onverminderd lid 1, eerste alinea, kunnen toezichthoudende autoriteiten toch goedkeuring verlenen voor het gebruik van de in artikel 41 bis, lid 2 bis, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel voor een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet voldoet aan de in lid 1, eerste alinea, punt c), van dit artikel genoemde voorwaarde, wanneer zij op basis van de voor deze evenredigheidsmaatregel relevante elementen van het prudentieel toezichtsproces tot de conclusie komen dat het risicoprofiel van de onderneming voldoende laag is. Artikel 327 quinquies Vermindering van de frequentie van de herziening van schriftelijke beleidslijnen 1. De toezichthoudende autoriteit verleent goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 41, lid 3, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
De toezichthoudende autoriteit herroept de aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, verleende goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 41, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel, wanneer niet langer aan een van de in de eerste alinea genoemde voorwaarden is voldaan. 2. Lid 1, eerste alinea, punt c), i), is alleen van toepassing voor levensverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen ten minste 20 % van de totale technische voorzieningen vertegenwoordigen, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG. 3. Lid 1, eerste alinea, punt c), ii), is alleen van toepassing op schadeverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met schadeverzekeringsactiviteiten verband houdende jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten ten minste 40 % van hun totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten vertegenwoordigen. 4. Onverminderd lid 1, eerste alinea, kunnen toezichthoudende autoriteiten toch goedkeuring verlenen voor het gebruik van de in artikel 41, lid 3, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel voor een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet voldoet aan de in lid 1, eerste alinea, punt c), van dit artikel genoemde voorwaarde, wanneer zij op basis van de voor deze evenredigheidsmaatregel relevante elementen van het prudentieel toezichtsproces tot de conclusie komen dat het risicoprofiel van de onderneming voldoende laag is. Artikel 327 sexies Vermindering van de frequentie van de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit 1. De toezichthoudende autoriteit verleent goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 45, lid 5, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
De toezichthoudende autoriteit herroept de aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, verleende goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 45, lid 5, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel, wanneer niet langer aan een van de in de eerste alinea genoemde voorwaarden is voldaan. 2. Lid 1, eerste alinea, punt c), i), is alleen van toepassing voor levensverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen ten minste 20 % van de totale technische voorzieningen vertegenwoordigen, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG. 3. Lid 1, eerste alinea, punt c), ii), is alleen van toepassing op schadeverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met schadeverzekeringsactiviteiten verband houdende jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten ten minste 40 % van hun totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten vertegenwoordigen. 4. Onverminderd lid 1, eerste alinea, kunnen toezichthoudende autoriteiten toch goedkeuring verlenen voor het gebruik van de in artikel 45, lid 5, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel voor een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet voldoet aan de in lid 1, eerste alinea, punt c), van dit artikel genoemde voorwaarde, wanneer zij op basis van de voor deze evenredigheidsmaatregel relevante elementen van het prudentieel toezichtsproces tot de conclusie komen dat het risicoprofiel van de onderneming voldoende laag is. Artikel 327 septies Gebruik van de prudente deterministische waardering van de beste schatting voor levensverzekeringsverplichtingen met opties en garanties die niet materieel worden geacht 1. De toezichthoudende autoriteit verleent goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 77, lid 8, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel door een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Wanneer aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming de in de eerste alinea bedoelde goedkeuring wordt verleend, is artikel 34 bis, leden 2 en 3, van toepassing. De toezichthoudende autoriteit herroept de aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, verleende goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 77, lid 8, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel, wanneer gedurende ten minste één jaar niet langer aan een van de in de eerste alinea genoemde voorwaarden is voldaan. 2. Lid 1, eerste alinea, punt c), i), is alleen van toepassing voor levensverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen ten minste 20 % van de totale technische voorzieningen vertegenwoordigen, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG. 3. Onverminderd lid 1, eerste alinea, kunnen toezichthoudende autoriteiten toch goedkeuring verlenen voor het gebruik van de in artikel 77, lid 8, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel voor een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet voldoet aan de in punt c) van dat lid genoemde voorwaarde, wanneer zij op basis van de voor deze evenredigheidsmaatregel relevante elementen van het prudentieel toezichtsproces tot de conclusie komen dat het risicoprofiel van de onderneming voldoende laag is. Artikel 327 octies Vrijstelling van het plan voor het beheer van het liquiditeitsrisico met daarin een liquiditeitsanalyse voor de korte termijn 1. De toezichthoudende autoriteit verleent goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 144 bis, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, waarbij de toezichthoudende autoriteit rekening houdt met de volgende voorwaarden:
De toezichthoudende autoriteit herroept de aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, verleende goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 144 bis, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel, wanneer niet langer aan een van de in de eerste alinea genoemde voorwaarden is voldaan. 2. Lid 1, eerste alinea, punt c), i), is alleen van toepassing voor levensverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen ten minste 20 % van de totale technische voorzieningen vertegenwoordigen, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG. 3. Lid 1, eerste alinea, punt c), ii), is alleen van toepassing op schadeverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met schadeverzekeringsactiviteiten verband houdende jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten ten minste 40 % van hun totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten vertegenwoordigen. 4. Onverminderd lid 1, eerste alinea, kunnen toezichthoudende autoriteiten toch goedkeuring verlenen voor het gebruik van de in artikel 144 bis, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel voor een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet voldoet aan de in lid 1, eerste alinea, punt c), van dit artikel genoemde voorwaarde, wanneer zij op basis van de voor deze evenredigheidsmaatregel relevante elementen van het prudentieel toezichtsproces tot de conclusie komen dat het risicoprofiel van de onderneming voldoende laag is.”; |
|
105) |
in artikel 328 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:
|
|
106) |
artikel 329 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
107) |
artikel 330 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
108) |
artikel 331 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
109) |
artikel 332 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
110) |
artikel 333 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
111) |
artikel 335 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
112) |
artikel 336 wordt vervangen door: “Artikel 336 Berekening van het op basis van geconsolideerde data berekende solvabiliteitskapitaalvereiste op groepsniveau Voor de toepassing van artikel 230, lid 1, tweede alinea, punt b), en artikel 233 bis, lid 1, punt b), i), van Richtlijn 2009/138/EG wordt het solvabiliteitskapitaalvereiste op groepsniveau op basis van geconsolideerde data berekend als de som van het volgende:
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), zijn de artikelen 168 tot en met 171 quinquies niet van toepassing op deelnemingen in verbonden ondernemingen als bedoeld in artikel 220, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG. Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), wordt voor een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit een derde land die geen dochteronderneming is, het solvabiliteitskapitaalvereiste berekend alsof die onderneming haar hoofdkantoor in de Unie heeft.” |
|
113) |
de volgende artikelen 336 bis en 336 ter worden ingevoegd: “Artikel 336 bis Langetermijnbeleggingen in aandelen op groepsniveau 1. Voor de toepassing van artikel 336, punt a), mag het bedrag van de aandelen die als langetermijnbeleggingen in aandelen worden aangemerkt, niet hoger zijn dan de som van het volgende:
2. Onverminderd lid 1 kan de groepstoezichthouder, wanneer een groep wordt blootgesteld aan een aanzienlijk liquiditeitsrisico dat niet op het niveau van individuele verzekerings- of herverzekeringsondernemingen wordt opgevangen, of wanneer er aanzienlijke transacties binnen de groep plaatsvinden die ertoe kunnen leiden dat de berekening van de eerste alinea niet adequaat is, van de deelnemende onderneming verlangen dat zij het bedrag van de aandelen dat op groepsniveau voor de toepassing van lid 1, punt a), van dit artikel als langetermijnbeleggingen in aandelen kan worden behandeld, op basis van de in artikel 335 bedoelde geconsolideerde data herberekent, in plaats van de aanname te hanteren dat aandelen die door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming als langetermijnbeleggingen in aandelen zijn ingedeeld, automatisch als langetermijnbeleggingen in aandelen op groepsniveau kunnen worden aangemerkt. Artikel 336 ter Vereenvoudigde berekening voor deelnemingen in niet-materiële verbonden ondernemingen 1. De leden 2 en 3 van dit artikel zijn van toepassing op deelnemingen in niet-materiële verbonden ondernemingen als bedoeld in artikel 229 bis van Richtlijn 2009/138/EG, niet zijnde ondernemingen als bedoeld in artikel 228 van die richtlijn. 2. In afwijking van artikel 335, lid 1, worden, wanneer de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding een vereenvoudigde benadering mag toepassen op deelnemingen in verbonden ondernemingen die niet materieel zijn, deze verbonden ondernemingen opgenomen in de geconsolideerde data overeenkomstig artikel 13 van deze verordening. 3. In afwijking van artikel 336 worden, wanneer de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding een vereenvoudigde benadering mag toepassen op deelnemingen in verbonden ondernemingen die niet materieel zijn, deze ondernemingen niet opgenomen in de punten a) tot en met e) van dat artikel. Wanneer de niet-materiële verbonden onderneming een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is, bestaat de vereenvoudigde benadering erin, het maximum van het volgende bij het in artikel 336 bedoelde bedrag op te tellen:
Wanneer de niet-materiële verbonden onderneming een verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit een derde land is, bestaat de vereenvoudigde benadering erin, het maximum van het volgende bij het in artikel 336 bedoelde bedrag op te tellen:
Voor niet-materiële verbonden ondernemingen, andere dan die bedoeld in de tweede en derde alinea, bestaat de vereenvoudigde benadering erin, het in artikel 336 bedoelde bedrag te vermeerderen met het overeenkomstig artikel 13, de artikelen 168 tot en met 171 quinquies, de artikelen 182 tot en met 187 en artikel 188 bepaalde bedrag.” |
|
114) |
artikel 341 wordt geschrapt; |
|
115) |
in artikel 343, lid 5, punt a), iii), wordt de volgende tekst toegevoegd: “, en de aanvraag bevat een beschrijving van de technieken die worden gebruikt om als geheel ondernemingen te integreren die buiten de scope van het model vallen, en toont aan dat deze technieken geschikt zijn overeenkomstig artikel 239, lid 4, van deze verordening, ook in gevallen waarin de in bijlage XVIII bij deze verordening beschreven technieken worden toegepast op ondernemingen als geheel en niet op specifieke risico’s. Wanneer het de bedoeling is om de in afdeling B van bijlage XVIII bij deze verordening bedoelde integratietechniek 1 toe te passen op een of meer van de ondernemingen die zijn uitgesloten van de scope van het gedeeltelijke interne model, wordt in de aanvraag ook toegelicht waarom die integratietechniek geschikter zou zijn dan de toepassing van een combinatie van de in artikel 233 bis van Richtlijn 2009/138/EG vastgestelde methoden 1 en 2, wanneer methode 2 op dergelijke ondernemingen zou worden toegepast;”; |
|
116) |
artikel 359 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
117) |
in artikel 360 wordt lid 3 geschrapt; |
|
118) |
artikel 362 wordt geschrapt; |
|
119) |
in artikel 363 wordt lid 2 vervangen door: “2. Onverminderd de vereisten van artikel 54, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG inzake onmiddellijke bekendmaking wordt elke geactualiseerde versie van het dubbelverslag over de solvabiliteit en de financiële toestand duidelijk als zodanig aangegeven, met vermelding van de datum van de actualisering. Deze geactualiseerde versie wordt zo spoedig mogelijk na de in lid 1 van dit artikel bedoelde belangrijke ontwikkelingen openbaar gemaakt en vervangt de vorige openbaar gemaakte versie.” |
|
120) |
artikel 364 wordt geschrapt; |
|
121) |
in artikel 365 wordt lid 3 vervangen door: “3. De informatie op groepsniveau volgt de structuur die is beschreven in bijlage XX, afdeling A.2. De informatie voor elke door dat verslag bestreken dochteronderneming bevat de informatie die vereist is krachtens artikel 51 van Richtlijn 2009/138/EG, en volgt de structuur van bijlage XX, afdeling A. Bij de verstrekking van enigerlei onderdeel van de informatie die over een bestreken dochteronderneming openbaar moet worden gemaakt, anders dan de informatie die is opgenomen in het voor verzekeringnemers en begunstigden bestemde deel, kunnen deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings besluiten te verwijzen naar de desbetreffende informatie op groepsniveau, mits deze informatie zowel qua aard als qua reikwijdte gelijkwaardig is aan de informatie die anders op het niveau van de dochteronderneming zou worden verstrekt.” |
|
122) |
artikel 366 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
123) |
artikel 368 wordt geschrapt; |
|
124) |
in artikel 369 wordt lid 2 vervangen door: “2. Onverminderd de vereisten van artikel 54, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG inzake onmiddellijke bekendmaking wordt elke geactualiseerde versie van het dubbelverslag over de solvabiliteit en de financiële toestand duidelijk als zodanig aangeduid, met vermelding van de datum van de actualisering. Deze geactualiseerde versie wordt zo spoedig mogelijk na de in lid 1 van dit artikel bedoelde belangrijke ontwikkelingen openbaar gemaakt en vervangt de vorige openbaar gemaakte versie.” |
|
125) |
artikel 371 wordt geschrapt; |
|
126) |
artikel 372 wordt vervangen door: “Artikel 372 Elementen en inhoud 1. De artikelen 304 tot en met 311 van deze verordening zijn van toepassing op de informatie die deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings bij de groepstoezichthouder moeten indienen. Wanneer alle verzekerings- en herverzekeringsondernemingen binnen de groep op grond van artikel 35 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG van driemaandelijkse rapportageverplichtingen zijn vrijgesteld, bevat het periodieke toezichtverslag van de groep uitsluitend jaarlijkse kwantitatieve templates. De jaarlijkse rapportageverplichtingen houden geen rapportage per post in wanneer alle ondernemingen binnen de groep overeenkomstig artikel 35 bis, lid 2, van die richtlijn zijn vrijgesteld van een dergelijke rapportage per post. 2. Het periodieke toezichtverslag van de groep bevat alle volgende aanvullende informatie:
|
|
127) |
het volgende artikel 372 bis wordt ingevoegd: “Artikel 372 bis Single Regular Supervisory Report: structuur en inhoud 1. Wanneer deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings een Single Regular Supervisory Report (single RSR) indienen, is deze afdeling van toepassing. 2. In het Single Regular Supervisory Report wordt de overeenkomstig artikel 372 op groepsniveau te rapporteren informatie en de overeenkomstig de artikelen 307 tot en met 312 voor elke in dat verslag aan bod komende dochteronderneming te rapporteren informatie afzonderlijk gepresenteerd. 3. De informatie op groepsniveau en de informatie voor elke dochteronderneming die door het Single Regular Supervisory Report wordt bestreken, volgen de structuur die is beschreven in bijlage XX, afdeling B. Bij de verstrekking van enigerlei onderdeel van de informatie die over een bestreken dochteronderneming moet worden gerapporteerd, kunnen deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings besluiten te verwijzen naar informatie op groepsniveau, mits deze informatie zowel qua aard als qua reikwijdte gelijkwaardig is.” |
|
128) |
de artikelen 373 en 374 worden vervangen door: “Artikel 373 Informatie over materiële wijzigingen Artikel 312 van deze verordening is van toepassing op het periodieke toezichtverslag van de groep of het Single Regular Supervisory Report. Artikel 374 Talen 1. Deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings stellen hun periodieke toezichtverslag van de groep op in de taal of talen die door de groepstoezichthouder zijn bepaald. 2. Voor de toepassing van lid 1 geldt dat, wanneer er een college van toezichthouders is en de groepstoezichthouder voornemens is om, na overleg met de andere toezichthoudende autoriteiten en de groep zelf, te verzoeken dat het periodieke toezichtverslag van de groep in meerdere talen wordt opgesteld, de te gebruiken talen ten minste één taal omvatten die door de betrokken toezichthoudende autoriteiten algemeen wordt begrepen, zoals overeengekomen in het college van toezichthouders. 3. Ingeval een van de dochterondernemingen die door het Single Regular Supervisory Report wordt bestreken, haar hoofdkantoor heeft in een lidstaat waarvan de officiële taal of talen verschillen van de taal of talen waarin dat verslag overeenkomstig de leden 1 en 2 wordt opgesteld, verlangt de groepstoezichthouder op verzoek van de betrokken toezichthoudende autoriteit dat de deelnemende verzekerings- en herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding in dat verslag een vertaling van de informatie over die dochteronderneming in een officiële taal van die lidstaat opneemt.” |
|
129) |
artikel 375 wordt geschrapt; |
|
130) |
in titel II wordt het volgende hoofdstuk VII toegevoegd: “HOOFDSTUK VII EVENREDIGHEIDSMAATREGELEN OP GROEPSNIVEAU Artikel 377 bis Beleggingen in immateriële activa, kapitaalvereisten voor het identificeren van kleine en niet-complexe groepen De kapitaalvereisten als bedoeld in artikel 213 bis, lid 1, punt e), iii), van Richtlijn 2009/138/EG zijn de kapitaalvereisten voor het risico van immateriële activa bedoeld in artikel 203 van deze verordening. Artikel 377 ter Evenredigheidsmaatregelen voor groepen die niet als klein en niet-complex zijn ingedeeld 1. Bij de beoordeling van de vraag of het gebruik van een evenredigheidsmaatregel als bedoeld in artikel 29 quinquies, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG mag worden goedgekeurd voor een moederverzekerings- of -herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding van een groep als bedoeld in artikel 213 van die richtlijn, is titel I, hoofdstuk XVI, van deze verordening van toepassing op het niveau van de groep. 2. Bij de beoordeling van de vraag of de groep geen complex bedrijfsmodel heeft, houdt de groepstoezichthouder ook rekening met het volgende:
|
|
131) |
bijlage III wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening; |
|
132) |
bijlage V wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening; |
|
133) |
bijlage VI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening; |
|
134) |
bijlage VII wordt vervangen door de tekst in bijlage IV bij deze verordening; |
|
135) |
bijlage VIII wordt vervangen door de tekst in bijlage V bij deze verordening; |
|
136) |
de tekst in bijlage VI bij deze verordening wordt ingevoegd als bijlage VIII bis; |
|
137) |
bijlage IX wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage VII bij deze verordening; |
|
138) |
bijlage X wordt vervangen door de tekst in bijlage VIII bij deze verordening; |
|
139) |
bijlage XIII wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage IX bij deze verordening; |
|
140) |
bijlage XVI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage X bij deze verordening; |
|
141) |
bijlage XIX wordt vervangen door de tekst in bijlage XI bij deze verordening; |
|
142) |
bijlage XX wordt vervangen door de tekst in bijlage XII bij deze verordening; |
|
143) |
bijlage XXI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XIII bij deze verordening; |
|
144) |
bijlage XXIV wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XIV bij deze verordening; |
|
145) |
bijlage XXIII wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XV bij deze verordening; |
|
146) |
bijlage XXIV wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XVI bij deze verordening; |
|
147) |
bijlage XXI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XVII bij deze verordening; |
|
148) |
bijlage XXVI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XVIII bij deze verordening. |
Artikel 2
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 30 januari 2027.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 oktober 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/138/oj.
(2) Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 12 van 17.1.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2015/35/oj).
(3) Richtlijn (EU) 2025/2 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van Richtlijn 2009/138/EG wat betreft evenredigheid, kwaliteit van het toezicht, rapportage, langetermijngarantiemaatregelen, macroprudentiële instrumenten, duurzaamheidsrisico’s, groepstoezicht en grensoverschrijdend toezicht, en tot wijziging van de Richtlijnen 2002/87/EG en 2013/34/EU (PB L, 2025/2, 8.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2025/2/oj).
(4) Zie Europese Commissie, “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025) 30 final).
(5) Zie Europese Commissie, “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025) 30 final).
(8) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 19 maart 2025 — “Spaar- en investeringsunie. Een strategie om in de EU de welvaart van burgers en het economische concurrentievermogen te stimuleren”.
(9) Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1, http://data.europa.eu/eli/reg/2013/575/oj).
(10) Zie het witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030.
(11) Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1221 van de Commissie van 1 juni 2018 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wat betreft de berekening van wettelijke kapitaalvereisten voor securitisaties en eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisaties die door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen worden aangehouden (PB L 227 van 10.9.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2018/1221/oj).
(12) Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot instelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EG en 2011/61/EU en de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 648/2012 (PB L 347 van 28.12.2017, blz. 35, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/2402/oj).
BIJLAGE I
Bijlage III bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
punt 5 wordt vervangen door:
|
|
2) |
in punt 8 wordt in de lijst van gebieden die regio 4 (Zuid-Europa) omvat, “de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië” vervangen door “Noord-Macedonië”. |
BIJLAGE II
In bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt de tabel voor regio’s en stormrisicofactoren vervangen door:
“ Regio’s en stormrisicofactoren
|
Afkorting van de regio r |
Regio r |
Stormrisicofactor Q(windstorm,r) |
|
AT |
Republiek Oostenrijk |
0,06 % |
|
BE |
Koninkrijk België |
0,16 % |
|
CZ |
Tsjechische Republiek |
0,04 % |
|
CH |
Zwitserse Bondsstaat; Vorstendom Liechtenstein |
0,09 % |
|
DK |
Koninkrijk Denemarken |
0,25 % |
|
FI |
Republiek Finland |
0,04 % |
|
FR |
Franse Republiek (1); Vorstendom Monaco; Vorstendom Andorra |
0,12 % |
|
DE |
Bondsrepubliek Duitsland |
0,07 % |
|
HU |
Hongarije |
0,02 % |
|
IS |
Republiek IJsland |
0,06 % |
|
IE |
Ierland |
0,22 % |
|
LU |
Groothertogdom Luxemburg |
0,12 % |
|
NL |
Koninkrijk der Nederlanden |
0,18 % |
|
NO |
Koninkrijk Noorwegen |
0,08 % |
|
PL |
Republiek Polen |
0,03 % |
|
SI |
Republiek Slovenië |
0,04 % |
|
ES |
Koninkrijk Spanje |
0,01 % |
|
SE |
Koninkrijk Zweden |
0,085 % |
|
UK |
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland |
0,17 % |
|
GU |
Guadeloupe |
6,00 % |
|
MA |
Martinique |
5,00 % |
|
SM |
Gemeenschap Saint-Martin |
10,00 % |
|
RE |
Réunion |
2,50 % |
(1) Met uitzondering van Guadeloupe, Martinique, Gemeenschap Saint-Martin en Réunion.”.
BIJLAGE III
In bijlage VI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt de tabel voor regio’s en aardbevingsrisicofactoren vervangen door:
“ Regio’s en aardbevingsrisicofactoren
|
Afkorting van de regio r |
Regio r |
Aardbevingsrisicofactor Q(earthquake,r) |
|
AT |
Republiek Oostenrijk |
0,10 % |
|
BE |
Koninkrijk België |
0,02 % |
|
BG |
Republiek Bulgarije |
1,60 % |
|
CR |
Republiek Kroatië |
1,60 % |
|
CY |
Republiek Cyprus |
2,12 % |
|
CZ |
Tsjechische Republiek |
0,10 % |
|
CH |
Zwitserse Bondsstaat; Vorstendom Liechtenstein |
0,25 % |
|
FR |
Franse Republiek (1); Vorstendom Monaco; Vorstendom Andorra |
0,06 % |
|
DE |
Bondsrepubliek Duitsland |
0,10 % |
|
HE |
Helleense Republiek |
1,75 % |
|
HU |
Hongarije |
0,20 % |
|
IT |
Italiaanse Republiek; Republiek San Marino; Vaticaanstad |
0,77 % |
|
MT |
Republiek Malta |
1,00 % |
|
PT |
Portugese Republiek |
1,20 % |
|
RO |
Roemenië |
1,00 % |
|
SK |
Slowaakse Republiek |
0,16 % |
|
SI |
Republiek Slovenië |
1,00 % |
|
GU |
Guadeloupe |
4,09 % |
|
MA |
Martinique |
4,71 % |
|
SM |
Gemeenschap Saint-Martin |
5,00 % |
(1) Met uitzondering van Guadeloupe, Martinique, Gemeenschap Saint-Martin en Réunion.”.
BIJLAGE IV
“BIJLAGE VII
PARAMETERS VOOR DE ONDERMODULE OVERSTROMINGSRISICO
Regio’s en overstromingsrisicofactoren
|
Afkorting van de regio r |
Regio r |
Overstromingsrisicofactor Q(flood,r) |
|
AT |
Republiek Oostenrijk |
0,13 % |
|
BE |
Koninkrijk België |
0,12 % |
|
BG |
Republiek Bulgarije |
0,15 % |
|
CZ |
Tsjechische Republiek |
0,25 % |
|
CH |
Zwitserse Bondsstaat; Vorstendom Liechtenstein |
0,30 % |
|
DE |
Bondsrepubliek Duitsland |
0,20 % |
|
FR |
Franse Republiek (1); Vorstendom Monaco; Vorstendom Andorra |
0,12 % |
|
HU |
Hongarije |
0,25 % |
|
IT |
Italiaanse Republiek; Republiek San Marino; Vaticaanstad |
0,15 % |
|
PL |
Republiek Polen |
0,16 % |
|
RO |
Roemenië |
0,13 % |
|
SI |
Republiek Slovenië |
0,30 % |
|
SK |
Slowaakse Republiek |
0,35 % |
|
UK |
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland |
0,12 % |
|
LU |
Groothertogdom Luxemburg |
0,13 % |
|
IE |
Ierland |
0,17 % |
|
NL |
Koninkrijk der Nederlanden |
0,035 % |
|
NO |
Koninkrijk Noorwegen |
0,05 % |
|
SE |
Koninkrijk Zweden |
0,045 % |
|
FI |
Republiek Finland |
0,04 % |
|
DK |
Koninkrijk Denemarken |
0,04 % |
Correlatiecoëfficiënten voor overstromingsrisico voor regio’s
|
|
AT |
BE |
BG |
CH |
CZ |
DE |
FR |
HU |
IT |
PL |
RO |
SI |
SK |
UK |
LU |
IE |
NL |
NO |
SE |
FI |
DK |
|
AT |
1,00 |
0,00 |
0,25 |
0,25 |
0,50 |
0,75 |
0,00 |
0,50 |
0,00 |
0,25 |
0,25 |
0,00 |
0,50 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
BE |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,25 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
BG |
0,25 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,50 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
CH |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,25 |
0,25 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
CZ |
0,50 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,50 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,75 |
0,25 |
0,00 |
0,75 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
DE |
0,75 |
0,25 |
0,00 |
0,25 |
0,50 |
1,00 |
0,25 |
0,25 |
0,00 |
0,75 |
0,25 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
FR |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,25 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
HU |
0,50 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,25 |
0,25 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,25 |
0,50 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
IT |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
PL |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,75 |
0,75 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
1,00 |
0,25 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
RO |
0,25 |
0,00 |
0,50 |
0,00 |
0,25 |
0,25 |
0,00 |
0,50 |
0,00 |
0,25 |
1,00 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
SI |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
SK |
0,50 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,75 |
0,25 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,25 |
0,25 |
0,25 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
UK |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
LU |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,25 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
IE |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
NL |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
NO |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
SE |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
|
FI |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
|
DK |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
(1) Met uitzondering van Guadeloupe, Martinique, Gemeenschap Saint-Martin en Réunion.
BIJLAGE V
“BIJLAGE VIII
PARAMETERS VOOR DE ONDERMODULE HAGELRISICO
Regio’s en hagelrisicofactoren
|
Afkorting van de regio r |
Regio r |
Hagelrisicofactor Q(hail,r) |
|
AT |
Republiek Oostenrijk |
0,08 % |
|
BE |
Koninkrijk België |
0,035 % |
|
CZ |
Tsjechische Republiek |
0,045 % |
|
CH |
Zwitserse Bondsstaat; Vorstendom Liechtenstein |
0,06 % |
|
FR |
Franse Republiek (1); Vorstendom Monaco; Vorstendom Andorra |
0,02 % |
|
DE |
Bondsrepubliek Duitsland |
0,03 % |
|
IT |
Italiaanse Republiek; Republiek San Marino; Vaticaanstad |
0,05 % |
|
LU |
Groothertogdom Luxemburg |
0,10 % |
|
NL |
Koninkrijk der Nederlanden |
0,03 % |
|
ES |
Koninkrijk Spanje |
0,01 % |
|
SI |
Republiek Slovenië |
0,08 % |
|
PL |
Republiek Polen |
0,02 % |
Correlatiecoëfficiënten voor hagelrisico voor regio’s
|
|
AT |
BE |
CZ |
FR |
DE |
IT |
LU |
NL |
CH |
SI |
ES |
PL |
|
AT |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
BE |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,25 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
CZ |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
FR |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
DE |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
IT |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
LU |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
NL |
0,00 |
0,25 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,25 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
CH |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
SI |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
0,00 |
|
ES |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
0,00 |
|
PL |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
1,00 |
(1) Met uitzondering van Guadeloupe, Martinique, Gemeenschap Saint-Martin en Réunion.
BIJLAGE VI
“BIJLAGE VIII BIS
PARAMETERS VOOR DE ONDERMODULE BODEMDALINGSRISICO
Regio’s en bodemdalingsrisicofactoren
|
Afkorting van de regio r |
Regio r |
Bodemdalingsrisicofactor Q(subsidence,r) |
|
FR |
Franse Republiek (1); Vorstendom Monaco; Vorstendom Andorra |
0,06 % |
|
BE |
Koninkrijk België |
0,02 % |
Correlatiecoëfficiënten voor bodemdalingsrisico voor regio’s
|
|
FR |
BE |
|
FR |
100 % |
0 % |
|
BE |
0 % |
100 % |
(1) Met uitzondering van Guadeloupe, Martinique, Gemeenschap Saint-Martin en Réunion.
BIJLAGE VII
Bijlage IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
de titel wordt vervangen door: “ DE GEOGRAFISCHE VERDELING IN RISICOZONES VAN DE IN DE BIJLAGEN V-VIII BIS VERMELDE REGIO’S ”; |
|
2) |
de eerste zin wordt vervangen door: “De risicozones van regio’s vermeld in de bijlagen V-VIII bis als bedoeld in de bijlagen X-XIII zijn gelijk aan de postcodegebieden of bestuurlijke eenheden in de onderstaande tabellen.”; |
|
3) |
in de afdeling “Toewijzingen van de risicozones aan regio’s waarin de zonering is gebaseerd op de postcodes” wordt de tabel vervangen door:
|
|
4) |
in de afdeling “Toewijzingen van risicozones aan regio’s waarin de zonering is gebaseerd op bestuurlijke eenheden — deel 1” wordt de tabel vervangen door:
|
|
5) |
(heeft geen betrekking op het Nederlands)
|
|
6) |
de titel “Toewijzing van risicozones voor de Republiek Frankrijk” wordt vervangen door “Toewijzing van risicozones voor de Franse Republiek”. |
BIJLAGE VIII
“BIJLAGE X
RISICOGEWICHTEN VOOR RAMPENRISICOGEBIEDEN
Risicogewichten voor stormrisico
|
Zone/Regio |
AT |
BE |
CH |
CZ |
DE |
DK |
ES |
FI |
FR |
HU |
IE |
NL |
NO |
PL |
SE |
SI |
UK |
|
1 |
0,6 |
0,9 |
1,4 |
1,2 |
0,9 |
1,1 |
2,3 |
0,8 |
1,0 |
0,5 |
1,4 |
0,9 |
1,4 |
0,6 |
0,2 |
0,9 |
0,9 |
|
2 |
0,7 |
1,0 |
1,1 |
1,0 |
0,8 |
1,6 |
0,8 |
1,2 |
2,0 |
2,0 |
1,1 |
1,0 |
0,7 |
0,6 |
0,3 |
0,9 |
1,1 |
|
3 |
0,9 |
0,9 |
1,5 |
1,0 |
0,8 |
0,9 |
0,6 |
3,6 |
1,7 |
0,6 |
1,5 |
1,0 |
0,5 |
0,6 |
0,3 |
1,4 |
0,7 |
|
4 |
1,5 |
0,9 |
1,3 |
1,0 |
1,2 |
2,0 |
0,6 |
1,1 |
0,8 |
1,7 |
1,3 |
1,1 |
0,8 |
0,6 |
0,8 |
1,4 |
1,5 |
|
5 |
1,6 |
1,0 |
1,5 |
1,2 |
1,3 |
1,3 |
1,5 |
1,4 |
1,5 |
1,6 |
1,5 |
1,5 |
1,2 |
0,6 |
0,5 |
0,9 |
1,1 |
|
6 |
1,4 |
1,0 |
0,7 |
1,2 |
1,1 |
1,4 |
1,1 |
0,8 |
0,6 |
1,8 |
0,7 |
1,2 |
0,8 |
0,6 |
0,7 |
1,4 |
0,9 |
|
7 |
1,5 |
1,2 |
1,5 |
1,2 |
1,0 |
1,4 |
0,2 |
0,3 |
0,7 |
2,2 |
1,5 |
1,6 |
1,0 |
0,8 |
0,8 |
1,4 |
1,5 |
|
8 |
1,1 |
1,6 |
1,1 |
1,0 |
1,1 |
1,6 |
1,3 |
0,5 |
1,7 |
1,5 |
1,1 |
1,9 |
0,9 |
0,7 |
2,2 |
0,7 |
0,9 |
|
9 |
1,4 |
1,1 |
1,1 |
1,2 |
0,5 |
0,9 |
2,3 |
0,8 |
1,2 |
2,2 |
1,1 |
1,4 |
1,0 |
0,6 |
1,6 |
0,9 |
1,9 |
|
10 |
1,1 |
|
1,6 |
1,2 |
0,7 |
0,6 |
1,5 |
1,2 |
1,7 |
2,1 |
1,6 |
1,4 |
1,5 |
0,9 |
3,5 |
0,9 |
0,7 |
|
11 |
1,1 |
|
1,8 |
1,4 |
0,7 |
1,8 |
1,5 |
0,8 |
0,9 |
1,5 |
1,8 |
0,9 |
2,8 |
1,0 |
5,2 |
0,7 |
1,3 |
|
12 |
1,1 |
|
0,9 |
1,5 |
1,0 |
|
1,1 |
1,0 |
1,2 |
1,4 |
0,9 |
1,4 |
2,6 |
0,9 |
2,4 |
|
1,2 |
|
13 |
1,2 |
|
1,1 |
1,5 |
1,1 |
|
0,8 |
2,9 |
0,8 |
1,3 |
1,1 |
1,7 |
3,6 |
0,8 |
0,6 |
|
1,6 |
|
14 |
1,1 |
|
2,0 |
1,3 |
1,3 |
|
1,1 |
3,7 |
3,3 |
1,4 |
2,0 |
1,3 |
2,9 |
1,0 |
0,4 |
|
1,5 |
|
15 |
1,2 |
|
1,2 |
1,4 |
1,6 |
|
2,5 |
7,9 |
1,6 |
2,0 |
1,2 |
1,4 |
1,4 |
1,2 |
0,3 |
|
1,5 |
|
16 |
1,5 |
|
1,2 |
1,6 |
2,1 |
|
1,3 |
7,0 |
1,6 |
1,2 |
1,2 |
1,2 |
1,7 |
0,5 |
0,4 |
|
1,3 |
|
17 |
1,6 |
|
1,3 |
1,6 |
1,9 |
|
1,7 |
2,7 |
3,0 |
0,3 |
1,3 |
1,5 |
1,3 |
0,6 |
0,5 |
|
2,4 |
|
18 |
1,3 |
|
1,4 |
1,6 |
1,4 |
|
0,8 |
1,2 |
1,8 |
1,9 |
1,4 |
1,3 |
0,7 |
0,5 |
0,4 |
|
3,2 |
|
19 |
1,5 |
|
1,3 |
1,6 |
1,7 |
|
1,5 |
3,8 |
1,2 |
2,0 |
1,3 |
1,1 |
0,2 |
0,6 |
1,0 |
|
0,7 |
|
20 |
1,5 |
|
1,4 |
1,7 |
1,1 |
|
2,5 |
|
1,3 |
2,1 |
1,4 |
1,0 |
|
0,7 |
0,6 |
|
2,0 |
|
21 |
1,8 |
|
1,5 |
1,9 |
2,0 |
|
1,3 |
|
1,1 |
1,1 |
1,5 |
0,9 |
|
0,5 |
0,6 |
|
1,2 |
|
22 |
2,0 |
|
1,1 |
1,8 |
1,9 |
|
2,1 |
|
2,9 |
2,0 |
1,1 |
1,5 |
|
0,5 |
|
|
1,3 |
|
23 |
2,0 |
|
1,2 |
1,2 |
2,9 |
|
0,8 |
|
1,8 |
0,3 |
1,2 |
1,7 |
|
0,4 |
|
|
2,3 |
|
24 |
1,3 |
|
1,2 |
1,4 |
2,7 |
|
2,3 |
|
1,3 |
2,2 |
1,2 |
1,2 |
|
0,4 |
|
|
1,2 |
|
25 |
2,1 |
|
0,9 |
1,3 |
2,2 |
|
1,9 |
|
0,8 |
|
0,9 |
1,1 |
|
0,5 |
|
|
1,3 |
|
26 |
1,8 |
|
1,3 |
1,6 |
1,5 |
|
1,5 |
|
0,8 |
|
1,3 |
0,9 |
|
0,6 |
|
|
1,6 |
|
27 |
1,8 |
|
|
1,6 |
1,6 |
|
2,5 |
|
2,2 |
|
|
1,3 |
|
0,6 |
|
|
0,9 |
|
28 |
1,5 |
|
|
1,7 |
1,6 |
|
1,1 |
|
2,3 |
|
|
0,9 |
|
0,5 |
|
|
1,1 |
|
29 |
1,5 |
|
|
1,7 |
1,8 |
|
1,3 |
|
3,4 |
|
|
0,9 |
|
0,5 |
|
|
3,8 |
|
30 |
1,7 |
|
|
1,4 |
1,8 |
|
0,6 |
|
0,6 |
|
|
0,9 |
|
0,7 |
|
|
2,2 |
|
31 |
3,2 |
|
|
1,5 |
1,7 |
|
2,3 |
|
1,0 |
|
|
1,0 |
|
0,6 |
|
|
0,8 |
|
32 |
1,6 |
|
|
1,2 |
1,3 |
|
2,5 |
|
1,6 |
|
|
1,1 |
|
0,5 |
|
|
0,6 |
|
33 |
3,1 |
|
|
1,1 |
1,1 |
|
2,5 |
|
1,3 |
|
|
1,4 |
|
0,5 |
|
|
0,4 |
|
34 |
1,4 |
|
|
1,1 |
1,2 |
|
2,3 |
|
0,7 |
|
|
2,0 |
|
0,4 |
|
|
0,8 |
|
35 |
2,4 |
|
|
1,1 |
1,4 |
|
0,0 |
|
2,5 |
|
|
1,7 |
|
0,5 |
|
|
0,8 |
|
36 |
2,3 |
|
|
1,1 |
1,5 |
|
2,5 |
|
1,7 |
|
|
1,3 |
|
0,4 |
|
|
1,9 |
|
37 |
1,8 |
|
|
0,9 |
1,7 |
|
1,7 |
|
1,8 |
|
|
1,6 |
|
0,4 |
|
|
1,1 |
|
38 |
1,6 |
|
|
0,9 |
1,5 |
|
0,0 |
|
0,8 |
|
|
1,1 |
|
0,4 |
|
|
2,4 |
|
39 |
2,2 |
|
|
1,1 |
1,8 |
|
2,5 |
|
1,0 |
|
|
0,8 |
|
0,4 |
|
|
0,8 |
|
40 |
2,0 |
|
|
1,0 |
1,2 |
|
1,7 |
|
1,5 |
|
|
1,1 |
|
0,4 |
|
|
1,4 |
|
41 |
1,9 |
|
|
0,8 |
1,1 |
|
1,3 |
|
1,7 |
|
|
0,7 |
|
0,6 |
|
|
1,0 |
|
42 |
1,6 |
|
|
0,8 |
1,2 |
|
1,9 |
|
1,0 |
|
|
1,0 |
|
0,7 |
|
|
3,1 |
|
43 |
2,0 |
|
|
0,8 |
1,8 |
|
1,5 |
|
1,3 |
|
|
0,9 |
|
0,7 |
|
|
0,6 |
|
44 |
2,1 |
|
|
0,9 |
1,7 |
|
1,3 |
|
2,7 |
|
|
1,0 |
|
0,7 |
|
|
1,0 |
|
45 |
2,0 |
|
|
0,8 |
2,1 |
|
1,3 |
|
1,7 |
|
|
0,7 |
|
0,7 |
|
|
1,2 |
|
46 |
2,2 |
|
|
0,9 |
2,0 |
|
0,8 |
|
1,0 |
|
|
0,7 |
|
0,9 |
|
|
1,2 |
|
47 |
2,4 |
|
|
0,9 |
1,3 |
|
1,9 |
|
1,3 |
|
|
0,6 |
|
1,0 |
|
|
1,4 |
|
48 |
2,6 |
|
|
0,7 |
1,2 |
|
2,5 |
|
1,3 |
|
|
0,7 |
|
0,8 |
|
|
1,6 |
|
49 |
2,2 |
|
|
0,7 |
1,5 |
|
2,1 |
|
2,3 |
|
|
0,8 |
|
0,9 |
|
|
1,9 |
|
50 |
2,1 |
|
|
0,5 |
1,3 |
|
1,9 |
|
4,8 |
|
|
1,0 |
|
1,0 |
|
|
1,0 |
|
51 |
2,7 |
|
|
0,5 |
1,3 |
|
|
|
1,6 |
|
|
0,9 |
|
1,2 |
|
|
0,7 |
|
52 |
1,6 |
|
|
0,5 |
1,2 |
|
|
|
1,4 |
|
|
0,7 |
|
1,2 |
|
|
1,8 |
|
53 |
1,9 |
|
|
0,4 |
1,2 |
|
|
|
3,1 |
|
|
0,8 |
|
1,2 |
|
|
1,9 |
|
54 |
1,2 |
|
|
0,6 |
1,0 |
|
|
|
1,1 |
|
|
0,7 |
|
1,2 |
|
|
1,0 |
|
55 |
1,3 |
|
|
0,6 |
1,1 |
|
|
|
1,4 |
|
|
0,7 |
|
1,2 |
|
|
2,5 |
|
56 |
1,3 |
|
|
0,6 |
1,7 |
|
|
|
3,3 |
|
|
0,8 |
|
1,2 |
|
|
1,6 |
|
57 |
1,6 |
|
|
0,7 |
0,8 |
|
|
|
1,1 |
|
|
1,1 |
|
1,3 |
|
|
0,7 |
|
58 |
1,1 |
|
|
0,8 |
1,3 |
|
|
|
1,7 |
|
|
0,8 |
|
1,1 |
|
|
1,4 |
|
59 |
1,4 |
|
|
0,8 |
0,9 |
|
|
|
1,6 |
|
|
0,8 |
|
1,3 |
|
|
1,2 |
|
60 |
1,5 |
|
|
|
1,1 |
|
|
|
1,9 |
|
|
0,9 |
|
1,7 |
|
|
1,1 |
|
61 |
1,6 |
|
|
|
1,1 |
|
|
|
3,2 |
|
|
0,8 |
|
1,7 |
|
|
1,7 |
|
62 |
1,7 |
|
|
|
1,1 |
|
|
|
2,2 |
|
|
0,9 |
|
1,6 |
|
|
2,2 |
|
63 |
1,6 |
|
|
|
1,1 |
|
|
|
1,2 |
|
|
0,8 |
|
1,4 |
|
|
1,3 |
|
64 |
1,1 |
|
|
|
1,0 |
|
|
|
1,3 |
|
|
0,6 |
|
1,3 |
|
|
1,9 |
|
65 |
1,4 |
|
|
|
0,9 |
|
|
|
1,5 |
|
|
0,8 |
|
2,0 |
|
|
3,2 |
|
66 |
2,3 |
|
|
|
0,7 |
|
|
|
0,8 |
|
|
0,7 |
|
1,8 |
|
|
0,7 |
|
67 |
1,7 |
|
|
|
0,9 |
|
|
|
0,9 |
|
|
0,9 |
|
2,3 |
|
|
1,2 |
|
68 |
1,9 |
|
|
|
0,8 |
|
|
|
0,7 |
|
|
1,0 |
|
1,6 |
|
|
0,6 |
|
69 |
2,1 |
|
|
|
0,8 |
|
|
|
0,7 |
|
|
1,2 |
|
1,7 |
|
|
6,1 |
|
70 |
2,2 |
|
|
|
1,0 |
|
|
|
1,0 |
|
|
1,1 |
|
2,3 |
|
|
1,3 |
|
71 |
1,9 |
|
|
|
0,8 |
|
|
|
1,3 |
|
|
1,1 |
|
3,4 |
|
|
1,1 |
|
72 |
1,9 |
|
|
|
0,9 |
|
|
|
2,4 |
|
|
0,9 |
|
3,6 |
|
|
0,5 |
|
73 |
1,9 |
|
|
|
0,9 |
|
|
|
1,1 |
|
|
1,3 |
|
3,6 |
|
|
0,7 |
|
74 |
1,8 |
|
|
|
0,9 |
|
|
|
0,9 |
|
|
1,8 |
|
2,9 |
|
|
1,2 |
|
75 |
1,7 |
|
|
|
0,9 |
|
|
|
0,6 |
|
|
1,2 |
|
3,0 |
|
|
1,4 |
|
76 |
1,8 |
|
|
|
0,9 |
|
|
|
2,5 |
|
|
1,6 |
|
3,3 |
|
|
1,4 |
|
77 |
2,1 |
|
|
|
0,8 |
|
|
|
1,3 |
|
|
1,5 |
|
3,2 |
|
|
1,5 |
|
78 |
|
|
|
|
0,9 |
|
|
|
1,3 |
|
|
1,8 |
|
2,6 |
|
|
0,5 |
|
79 |
|
|
|
|
0,9 |
|
|
|
2,2 |
|
|
1,8 |
|
3,0 |
|
|
0,8 |
|
80 |
|
|
|
|
0,8 |
|
|
|
2,4 |
|
|
1,1 |
|
1,9 |
|
|
1,6 |
|
81 |
|
|
|
|
0,8 |
|
|
|
1,1 |
|
|
1,4 |
|
2,7 |
|
|
1,3 |
|
82 |
|
|
|
|
0,8 |
|
|
|
1,2 |
|
|
1,4 |
|
1,4 |
|
|
3,2 |
|
83 |
|
|
|
|
1,0 |
|
|
|
0,8 |
|
|
1,2 |
|
1,8 |
|
|
1,4 |
|
84 |
|
|
|
|
1,0 |
|
|
|
0,5 |
|
|
1,2 |
|
2,9 |
|
|
2,1 |
|
85 |
|
|
|
|
0,8 |
|
|
|
3,4 |
|
|
0,8 |
|
1,5 |
|
|
1,7 |
|
86 |
|
|
|
|
0,8 |
|
|
|
1,8 |
|
|
1,0 |
|
1,5 |
|
|
1,5 |
|
87 |
|
|
|
|
0,9 |
|
|
|
1,5 |
|
|
1,0 |
|
1,2 |
|
|
1,2 |
|
88 |
|
|
|
|
0,7 |
|
|
|
1,0 |
|
|
1,0 |
|
1,4 |
|
|
1,0 |
|
89 |
|
|
|
|
0,8 |
|
|
|
1,7 |
|
|
1,4 |
|
1,9 |
|
|
1,1 |
|
90 |
|
|
|
|
0,8 |
|
|
|
0,6 |
|
|
1,4 |
|
0,8 |
|
|
0,9 |
|
91 |
|
|
|
|
0,9 |
|
|
|
1,1 |
|
|
|
|
0,8 |
|
|
2,1 |
|
92 |
|
|
|
|
0,9 |
|
|
|
0,6 |
|
|
|
|
0,8 |
|
|
0,6 |
|
93 |
|
|
|
|
1,1 |
|
|
|
0,6 |
|
|
|
|
0,8 |
|
|
1,4 |
|
94 |
|
|
|
|
1,0 |
|
|
|
0,7 |
|
|
|
|
0,8 |
|
|
0,9 |
|
95 |
|
|
|
|
1,4 |
|
|
|
1,0 |
|
|
|
|
0,8 |
|
|
1,0 |
|
96 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,7 |
|
|
0,6 |
|
97 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,7 |
|
|
1,5 |
|
98 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,9 |
|
|
1,1 |
|
99 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,9 |
|
|
1,6 |
|
100 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,8 |
|
101 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4,8 |
|
102 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,2 |
|
103 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,5 |
|
104 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,8 |
|
105 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,6 |
|
106 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,3 |
|
107 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,2 |
|
108 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,3 |
|
109 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,7 |
|
110 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2,4 |
|
111 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,8 |
|
112 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,8 |
|
113 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,8 |
|
114 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,4 |
|
115 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,1 |
|
116 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,4 |
|
117 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,9 |
|
118 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,0 |
|
119 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,1 |
|
120 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,4 |
|
121 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,8 |
|
122 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,8 |
|
123 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2,0 |
|
124 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,5 |
Risicogewichten voor aardbevingsrisico
|
Zone/Regio |
AT |
BE |
BG |
CZ |
CH |
CR |
CY |
DE |
FR |
HE |
HU |
IT |
PT |
RO |
SI |
SK |
|
1 |
3,5 |
0,8 |
1,5 |
0,1 |
1,1 |
0,8 |
0,6 |
0,1 |
1,4 |
2,2 |
2,6 |
4,3 |
1,7 |
3,4 |
1,4 |
1,8 |
|
2 |
3,1 |
0,4 |
0,3 |
0,1 |
1,3 |
1,3 |
1,9 |
0,2 |
0,1 |
1,8 |
0,4 |
2,0 |
2,3 |
2,7 |
0,8 |
0,8 |
|
3 |
3,2 |
1,7 |
0,5 |
0,1 |
1,8 |
0,1 |
1,3 |
0,2 |
0,3 |
2,5 |
0,0 |
6,8 |
1,9 |
1,6 |
0,7 |
1,3 |
|
4 |
4,0 |
1,8 |
0,3 |
0,1 |
3,1 |
0,7 |
2,0 |
1,1 |
3,1 |
2,7 |
0,8 |
6,0 |
1,2 |
1,4 |
1,4 |
0,6 |
|
5 |
0,9 |
1,1 |
0,6 |
0,1 |
3,8 |
1,0 |
0,4 |
0,7 |
1,0 |
2,0 |
1,6 |
3,2 |
1,4 |
2,9 |
0,7 |
0,6 |
|
6 |
1,6 |
2,4 |
0,4 |
0,1 |
1,4 |
0,5 |
0,2 |
1,5 |
4,1 |
2,1 |
1,0 |
5,0 |
3,6 |
2,5 |
0,4 |
0,6 |
|
7 |
2,4 |
3,3 |
0,1 |
0,1 |
1,5 |
0,3 |
|
2,7 |
1,1 |
1,8 |
0,6 |
4,7 |
2,4 |
2,1 |
0,2 |
0,6 |
|
8 |
3,4 |
0,7 |
0,7 |
0,1 |
1,0 |
0,8 |
|
0,6 |
0,1 |
2,2 |
1,0 |
0,0 |
2,1 |
0,9 |
0,2 |
1,1 |
|
9 |
3,2 |
0,5 |
0,1 |
0,1 |
2,1 |
0,4 |
|
0,1 |
4,9 |
2,1 |
0,6 |
0,0 |
3,4 |
2,1 |
1,7 |
1,0 |
|
10 |
3,8 |
|
0,3 |
0,1 |
1,2 |
0,2 |
|
0,1 |
0,1 |
2,9 |
0,0 |
0,0 |
2,0 |
0,8 |
1,3 |
3,2 |
|
11 |
3,6 |
|
0,1 |
0,1 |
1,7 |
0,3 |
|
0,1 |
2,9 |
3,5 |
0,4 |
1,9 |
1,6 |
4,0 |
1,0 |
2,9 |
|
12 |
3,8 |
|
0,1 |
0,1 |
1,5 |
0,3 |
|
0,2 |
0,1 |
3,2 |
0,0 |
1,8 |
1,5 |
1,3 |
|
3,2 |
|
13 |
2,5 |
|
0,2 |
0,1 |
0,7 |
0,6 |
|
0,2 |
2,7 |
3,1 |
0,5 |
1,4 |
0,6 |
0,4 |
|
3,2 |
|
14 |
1,9 |
|
0,1 |
0,1 |
2,5 |
0,3 |
|
0,2 |
0,2 |
3,2 |
1,7 |
1,3 |
1,3 |
0,2 |
|
2,6 |
|
15 |
1,2 |
|
0,5 |
0,1 |
2,3 |
1,8 |
|
0,1 |
0,2 |
2,6 |
0,1 |
0,8 |
0,6 |
0,3 |
|
1,6 |
|
16 |
0,6 |
|
0,6 |
0,1 |
0,6 |
0,3 |
|
0,1 |
0,6 |
2,6 |
0,0 |
1,6 |
0,8 |
0,3 |
|
2,2 |
|
17 |
0,2 |
|
0,5 |
0,1 |
1,7 |
0,6 |
|
0,2 |
0,7 |
3,8 |
0,0 |
1,2 |
2,0 |
0,4 |
|
1,9 |
|
18 |
1,7 |
|
0,7 |
0,1 |
1,7 |
0,6 |
|
0,1 |
0,1 |
3,1 |
1,8 |
1,8 |
1,6 |
0,6 |
|
1,1 |
|
19 |
0,2 |
|
0,5 |
0,6 |
1,4 |
0,8 |
|
0,2 |
0,1 |
7,2 |
0,7 |
3,2 |
2,6 |
0,2 |
|
1,8 |
|
20 |
0,1 |
|
0,3 |
0,6 |
0,5 |
0,3 |
|
0,1 |
0,2 |
2,8 |
0,0 |
4,0 |
1,8 |
0,1 |
|
1,9 |
|
21 |
0,4 |
|
0,4 |
2,5 |
0,9 |
1,3 |
|
0,1 |
0,3 |
4,8 |
0,2 |
1,5 |
0,4 |
0,1 |
|
0,6 |
|
22 |
0,0 |
|
0,2 |
1,5 |
2,1 |
|
|
0,1 |
0,2 |
6,8 |
0,0 |
0,8 |
0,6 |
0,0 |
|
2,2 |
|
23 |
0,0 |
|
0,1 |
0,1 |
1,4 |
|
|
0,1 |
0,2 |
2,7 |
0,0 |
1,4 |
0,3 |
0,0 |
|
0,2 |
|
24 |
0,0 |
|
0,1 |
0,1 |
2,6 |
|
|
0,1 |
0,1 |
2,6 |
0,1 |
1,8 |
0,2 |
0,0 |
|
1,6 |
|
25 |
0,0 |
|
0,1 |
0,1 |
0,8 |
|
|
0,1 |
2,0 |
1,6 |
|
4,3 |
0,1 |
0,0 |
|
|
|
26 |
0,0 |
|
0,2 |
0,1 |
1,3 |
|
|
0,2 |
2,5 |
3,1 |
|
4,5 |
0,1 |
0,1 |
|
|
|
27 |
0,0 |
|
0,1 |
0,1 |
|
|
|
0,2 |
0,1 |
3,4 |
|
3,1 |
0,1 |
0,2 |
|
|
|
28 |
0,0 |
|
0,0 |
1,1 |
|
|
|
0,1 |
0,1 |
3,3 |
|
1,9 |
0,1 |
0,0 |
|
|
|
29 |
0,0 |
|
|
0,9 |
|
|
|
0,1 |
0,2 |
3,6 |
|
1,1 |
0,3 |
0,2 |
|
|
|
30 |
0,0 |
|
|
0,1 |
|
|
|
0,1 |
1,4 |
1,9 |
|
3,2 |
0,3 |
0,0 |
|
|
|
31 |
0,0 |
|
|
0,1 |
|
|
|
0,1 |
1,4 |
3,1 |
|
3,0 |
0,3 |
1,5 |
|
|
|
32 |
0,1 |
|
|
0,7 |
|
|
|
0,2 |
2,6 |
2,0 |
|
8,0 |
0,2 |
0,0 |
|
|
|
33 |
0,0 |
|
|
1,3 |
|
|
|
0,4 |
0,1 |
4,8 |
|
5,3 |
0,2 |
0,0 |
|
|
|
34 |
0,4 |
|
|
0,1 |
|
|
|
0,9 |
0,6 |
1,7 |
|
4,3 |
0,2 |
0,1 |
|
|
|
35 |
0,1 |
|
|
1,5 |
|
|
|
0,2 |
0,2 |
1,9 |
|
3,4 |
0,1 |
2,0 |
|
|
|
36 |
0,1 |
|
|
1,5 |
|
|
|
0,1 |
0,5 |
2,2 |
|
3,0 |
0,2 |
0,5 |
|
|
|
37 |
0,2 |
|
|
0,1 |
|
|
|
0,3 |
0,5 |
1,8 |
|
6,5 |
0,2 |
5,2 |
|
|
|
38 |
0,4 |
|
|
0,1 |
|
|
|
1,9 |
3,0 |
4,1 |
|
5,0 |
0,1 |
0,3 |
|
|
|
39 |
0,5 |
|
|
0,1 |
|
|
|
6,4 |
0,8 |
1,9 |
|
2,5 |
0,3 |
0,0 |
|
|
|
40 |
0,5 |
|
|
0,1 |
|
|
|
0,2 |
5,5 |
0,5 |
|
1,2 |
0,2 |
0,0 |
|
|
|
41 |
1,0 |
|
|
0,1 |
|
|
|
0,1 |
0,2 |
1,1 |
|
5,9 |
0,1 |
1,0 |
|
|
|
42 |
2,4 |
|
|
0,1 |
|
|
|
0,2 |
0,3 |
1,3 |
|
6,1 |
0,2 |
1,3 |
|
|
|
43 |
1,8 |
|
|
0,1 |
|
|
|
0,3 |
0,2 |
1,0 |
|
6,0 |
0,1 |
0,9 |
|
|
|
44 |
1,7 |
|
|
0,1 |
|
|
|
1,6 |
0,5 |
0,6 |
|
5,1 |
0,1 |
0,1 |
|
|
|
45 |
1,1 |
|
|
0,1 |
|
|
|
0,1 |
0,1 |
0,5 |
|
5,5 |
0,1 |
0,0 |
|
|
|
46 |
1,8 |
|
|
0,1 |
|
|
|
0,1 |
0,1 |
0,6 |
|
2,3 |
0,3 |
2,2 |
|
|
|
47 |
1,0 |
|
|
0,1 |
|
|
|
5,8 |
0,1 |
0,6 |
|
3,6 |
0,1 |
2,0 |
|
|
|
48 |
2,0 |
|
|
7,6 |
|
|
|
2,1 |
0,2 |
0,6 |
|
6,4 |
0,1 |
|
|
|
|
49 |
1,4 |
|
|
8,8 |
|
|
|
8,1 |
0,5 |
0,5 |
|
6,4 |
0,1 |
|
|
|
|
50 |
1,8 |
|
|
10,5 |
|
|
|
3,4 |
0,4 |
0,6 |
|
5,5 |
0,8 |
|
|
|
|
51 |
1,2 |
|
|
11,0 |
|
|
|
0,2 |
0,1 |
0,4 |
|
6,3 |
0,4 |
|
|
|
|
52 |
3,1 |
|
|
10,5 |
|
|
|
1,9 |
0,1 |
1,0 |
|
4,2 |
0,5 |
|
|
|
|
53 |
1,7 |
|
|
11,3 |
|
|
|
2,0 |
0,2 |
0,7 |
|
3,2 |
0,1 |
|
|
|
|
54 |
3,4 |
|
|
9,5 |
|
|
|
0,2 |
0,1 |
1,1 |
|
5,9 |
0,5 |
|
|
|
|
55 |
1,4 |
|
|
0,1 |
|
|
|
0,1 |
0,1 |
0,9 |
|
5,1 |
1,3 |
|
|
|
|
56 |
0,9 |
|
|
0,1 |
|
|
|
0,1 |
0,3 |
1,0 |
|
4,2 |
0,9 |
|
|
|
|
57 |
0,4 |
|
|
0,1 |
|
|
|
2,2 |
0,1 |
0,6 |
|
3,0 |
0,6 |
|
|
|
|
58 |
0,7 |
|
|
0,1 |
|
|
|
1,4 |
0,1 |
1,0 |
|
1,9 |
0,3 |
|
|
|
|
59 |
1,1 |
|
|
6,6 |
|
|
|
1,1 |
1,8 |
0,6 |
|
6,7 |
0,7 |
|
|
|
|
60 |
1,0 |
|
|
|
|
|
|
2,0 |
0,1 |
3,1 |
|
5,3 |
2,9 |
|
|
|
|
61 |
0,3 |
|
|
|
|
|
|
2,2 |
0,2 |
3,1 |
|
5,0 |
1,4 |
|
|
|
|
62 |
0,3 |
|
|
|
|
|
|
0,1 |
0,9 |
2,5 |
|
5,7 |
3,1 |
|
|
|
|
63 |
0,6 |
|
|
|
|
|
|
2,5 |
0,4 |
2,6 |
|
6,0 |
1,9 |
|
|
|
|
64 |
2,2 |
|
|
|
|
|
|
2,7 |
16,5 |
2,5 |
|
5,9 |
1,9 |
|
|
|
|
65 |
1,1 |
|
|
|
|
|
|
2,0 |
23,4 |
0,9 |
|
5,4 |
1,3 |
|
|
|
|
66 |
0,8 |
|
|
|
|
|
|
3,1 |
13,5 |
1,5 |
|
3,7 |
1,4 |
|
|
|
|
67 |
0,2 |
|
|
|
|
|
|
3,4 |
5,0 |
2,6 |
|
10,9 |
4,6 |
|
|
|
|
68 |
0,7 |
|
|
|
|
|
|
6,4 |
10,4 |
0,9 |
|
1,4 |
1,2 |
|
|
|
|
69 |
0,7 |
|
|
|
|
|
|
2,3 |
0,5 |
1,2 |
|
5,5 |
1,3 |
|
|
|
|
70 |
0,5 |
|
|
|
|
|
|
1,7 |
0,8 |
2,3 |
|
0,5 |
0,2 |
|
|
|
|
71 |
0,6 |
|
|
|
|
|
|
2,8 |
0,4 |
|
|
1,0 |
0,3 |
|
|
|
|
72 |
0,6 |
|
|
|
|
|
|
5,0 |
0,3 |
|
|
1,4 |
0,1 |
|
|
|
|
73 |
0,9 |
|
|
|
|
|
|
6,1 |
4,5 |
|
|
3,1 |
0,1 |
|
|
|
|
74 |
1,6 |
|
|
|
|
|
|
3,4 |
7,2 |
|
|
3,7 |
0,3 |
|
|
|
|
75 |
1,2 |
|
|
|
|
|
|
7,1 |
0,2 |
|
|
3,1 |
0,8 |
|
|
|
|
76 |
1,0 |
|
|
|
|
|
|
0,2 |
0,1 |
|
|
7,0 |
1,0 |
|
|
|
|
77 |
0,8 |
|
|
|
|
|
|
0,2 |
0,1 |
|
|
6,3 |
1,4 |
|
|
|
|
78 |
|
|
|
|
|
|
|
1,1 |
0,1 |
|
|
2,8 |
2,1 |
|
|
|
|
79 |
|
|
|
|
|
|
|
2,3 |
0,7 |
|
|
5,3 |
1,7 |
|
|
|
|
80 |
|
|
|
|
|
|
|
0,2 |
0,1 |
|
|
6,6 |
|
|
|
|
|
81 |
|
|
|
|
|
|
|
0,4 |
0,2 |
|
|
9,1 |
|
|
|
|
|
82 |
|
|
|
|
|
|
|
0,7 |
0,1 |
|
|
7,9 |
|
|
|
|
|
83 |
|
|
|
|
|
|
|
4,0 |
0,5 |
|
|
10,5 |
|
|
|
|
|
84 |
|
|
|
|
|
|
|
3,6 |
3,5 |
|
|
6,3 |
|
|
|
|
|
85 |
|
|
|
|
|
|
|
2,2 |
0,6 |
|
|
2,5 |
|
|
|
|
|
86 |
|
|
|
|
|
|
|
0,1 |
0,7 |
|
|
2,1 |
|
|
|
|
|
87 |
|
|
|
|
|
|
|
0,1 |
0,2 |
|
|
3,6 |
|
|
|
|
|
88 |
|
|
|
|
|
|
|
0,2 |
0,5 |
|
|
5,3 |
|
|
|
|
|
89 |
|
|
|
|
|
|
|
0,2 |
0,1 |
|
|
8,4 |
|
|
|
|
|
90 |
|
|
|
|
|
|
|
0,1 |
4,1 |
|
|
7,7 |
|
|
|
|
|
91 |
|
|
|
|
|
|
|
0,4 |
0,1 |
|
|
6,3 |
|
|
|
|
|
92 |
|
|
|
|
|
|
|
0,2 |
0,2 |
|
|
10,1 |
|
|
|
|
|
93 |
|
|
|
|
|
|
|
0,1 |
0,1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
94 |
|
|
|
|
|
|
|
0,3 |
0,2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
95 |
|
|
|
|
|
|
|
0,3 |
0,1 |
|
|
|
|
|
|
|
Risicogewichten voor overstromingsrisico
|
Zone/ Regio |
AT |
BE |
BG |
CH |
CZ |
DE |
FR |
IT |
HU |
PL |
RO |
SI |
SK |
UK |
|
1 |
0,1 |
0,3 |
1,3 |
2,0 |
0,6 |
1,5 |
1,9 |
8,0 |
0,6 |
0,4 |
1,8 |
1,3 |
1,5 |
1,3 |
|
2 |
0,1 |
1,0 |
2,8 |
1,8 |
1,6 |
0,8 |
1,1 |
2,4 |
4,2 |
0,1 |
0,9 |
1,2 |
1,0 |
0,5 |
|
3 |
0,5 |
0,5 |
0,0 |
1,8 |
0,5 |
0,5 |
1,1 |
1,2 |
4,9 |
0,1 |
0,9 |
0,8 |
0,8 |
1,5 |
|
4 |
0,0 |
3,5 |
2,6 |
1,8 |
0,4 |
1,5 |
0,5 |
0,8 |
0,5 |
1,7 |
1,2 |
2,7 |
3,8 |
7,8 |
|
5 |
0,9 |
3,8 |
0,2 |
1,8 |
0,9 |
2,5 |
0,3 |
1,6 |
0,3 |
0,8 |
1,1 |
0,6 |
0,2 |
10,5 |
|
6 |
4,0 |
0,5 |
0,1 |
3,3 |
1,5 |
1,3 |
0,2 |
2,0 |
0,1 |
0,7 |
0,4 |
1,1 |
0,3 |
5,8 |
|
7 |
0,4 |
0,5 |
0,1 |
1,3 |
1,4 |
0,5 |
0,7 |
4,8 |
0,3 |
2,4 |
1,7 |
1,8 |
1,5 |
1,3 |
|
8 |
0,2 |
1,0 |
0,5 |
1,3 |
1,6 |
0,3 |
1,3 |
0,0 |
1,0 |
1,0 |
3,3 |
1,5 |
1,5 |
3,3 |
|
9 |
0,5 |
2,8 |
0,3 |
4,2 |
1,7 |
1,0 |
0,6 |
0,0 |
1,2 |
0,8 |
0,7 |
0,9 |
1,5 |
1,3 |
|
10 |
1,0 |
|
0,8 |
3,0 |
0,5 |
1,3 |
1,3 |
0,0 |
3,4 |
2,5 |
1,3 |
0,1 |
0,0 |
2,3 |
|
11 |
0,2 |
|
0,1 |
3,0 |
1,1 |
1,8 |
1,4 |
4,8 |
0,8 |
1,0 |
0,7 |
1,7 |
0,0 |
6,0 |
|
12 |
0,3 |
|
0,7 |
3,0 |
1,6 |
2,0 |
0,4 |
0,0 |
0,1 |
2,0 |
2,0 |
|
0,0 |
0,0 |
|
13 |
0,3 |
|
0,4 |
1,5 |
1,6 |
0,8 |
6,1 |
2,4 |
0,2 |
2,6 |
4,6 |
|
0,5 |
4,3 |
|
14 |
0,5 |
|
0,2 |
3,8 |
1,5 |
0,8 |
1,1 |
0,4 |
1,4 |
2,2 |
3,3 |
|
0,0 |
2,8 |
|
15 |
0,9 |
|
0,2 |
4,5 |
2,7 |
0,3 |
0,3 |
2,0 |
3,2 |
1,2 |
0,7 |
|
0,2 |
7,0 |
|
16 |
0,4 |
|
0,0 |
1,3 |
2,5 |
0,3 |
1,1 |
2,4 |
2,3 |
0,0 |
2,0 |
|
2,1 |
2,0 |
|
17 |
1,4 |
|
0,1 |
2,8 |
4,5 |
1,3 |
2,2 |
0,0 |
0,4 |
1,8 |
4,0 |
|
1,1 |
1,5 |
|
18 |
2,6 |
|
2,5 |
1,8 |
1,1 |
2,3 |
1,3 |
0,8 |
0,6 |
1,3 |
1,3 |
|
1,3 |
1,5 |
|
19 |
3,6 |
|
0,8 |
2,5 |
1,8 |
4,5 |
0,4 |
0,8 |
4,9 |
1,4 |
2,0 |
|
0,9 |
2,0 |
|
20 |
2,2 |
|
0,9 |
2,0 |
2,3 |
2,0 |
0,0 |
0,0 |
4,8 |
1,8 |
2,0 |
|
0,3 |
2,8 |
|
21 |
0,5 |
|
7,5 |
2,0 |
1,7 |
0,8 |
1,6 |
3,2 |
3,1 |
0,0 |
2,0 |
|
2,8 |
3,0 |
|
22 |
1,6 |
|
4,2 |
5,0 |
1,5 |
0,3 |
0,3 |
0,0 |
2,8 |
1,3 |
3,3 |
|
2,7 |
2,5 |
|
23 |
1,0 |
|
0,8 |
1,5 |
1,6 |
0,5 |
0,3 |
1,6 |
0,3 |
0,7 |
2,0 |
|
0,1 |
3,3 |
|
24 |
3,6 |
|
0,8 |
3,3 |
2,1 |
2,0 |
1,0 |
1,6 |
4,0 |
1,4 |
2,0 |
|
0,0 |
1,3 |
|
25 |
1,8 |
|
7,5 |
1,5 |
2,0 |
2,3 |
0,7 |
3,2 |
|
3,1 |
0,7 |
|
|
4,0 |
|
26 |
0,8 |
|
5,8 |
1,8 |
2,2 |
2,5 |
1,1 |
1,6 |
|
0,2 |
3,3 |
|
|
5,5 |
|
27 |
2,0 |
|
3,3 |
|
3,1 |
4,3 |
1,2 |
3,2 |
|
0,8 |
2,6 |
|
|
8,5 |
|
28 |
2,4 |
|
2,5 |
|
1,1 |
2,8 |
0,5 |
3,2 |
|
3,6 |
3,3 |
|
|
3,0 |
|
29 |
0,7 |
|
|
|
2,9 |
2,3 |
0,3 |
0,0 |
|
5,9 |
0,7 |
|
|
1,3 |
|
30 |
4,4 |
|
|
|
1,7 |
0,8 |
3,0 |
0,8 |
|
0,8 |
1,3 |
|
|
1,3 |
|
31 |
2,0 |
|
|
|
1,3 |
0,3 |
1,6 |
4,8 |
|
0,6 |
1,3 |
|
|
2,0 |
|
32 |
3,3 |
|
|
|
1,1 |
1,8 |
1,3 |
4,8 |
|
0,1 |
0,7 |
|
|
2,5 |
|
33 |
0,9 |
|
|
|
2,0 |
1,0 |
2,8 |
1,6 |
|
5,9 |
1,3 |
|
|
0,3 |
|
34 |
4,6 |
|
|
|
2,2 |
0,3 |
1,7 |
2,4 |
|
9,8 |
1,3 |
|
|
3,5 |
|
35 |
1,5 |
|
|
|
1,4 |
3,0 |
0,7 |
0,0 |
|
7,3 |
2,6 |
|
|
3,0 |
|
36 |
0,3 |
|
|
|
1,8 |
2,3 |
0,7 |
2,4 |
|
0,5 |
2,0 |
|
|
2,8 |
|
37 |
0,4 |
|
|
|
2,6 |
2,5 |
2,0 |
1,2 |
|
2,2 |
2,6 |
|
|
2,8 |
|
38 |
4,4 |
|
|
|
2,6 |
3,3 |
1,4 |
6,4 |
|
7,3 |
2,0 |
|
|
3,3 |
|
39 |
1,2 |
|
|
|
0,8 |
1,0 |
1,7 |
2,4 |
|
10,6 |
0,7 |
|
|
3,5 |
|
40 |
0,4 |
|
|
|
1,0 |
0,8 |
1,7 |
1,2 |
|
5,4 |
1,3 |
|
|
1,8 |
|
41 |
0,2 |
|
|
|
3,9 |
0,3 |
1,4 |
6,4 |
|
0,0 |
2,0 |
|
|
2,5 |
|
42 |
0,3 |
|
|
|
4,2 |
0,3 |
0,7 |
1,2 |
|
0,7 |
4,0 |
|
|
0,0 |
|
43 |
0,1 |
|
|
|
1,2 |
2,0 |
0,4 |
0,8 |
|
1,7 |
11,9 |
|
|
3,0 |
|
44 |
0,2 |
|
|
|
1,5 |
3,8 |
1,9 |
0,8 |
|
3,1 |
7,9 |
|
|
7,5 |
|
45 |
0,6 |
|
|
|
0,8 |
3,5 |
1,7 |
1,6 |
|
0,3 |
2,0 |
|
|
2,8 |
|
46 |
0,1 |
|
|
|
1,1 |
2,0 |
0,8 |
4,8 |
|
2,8 |
3,3 |
|
|
1,0 |
|
47 |
0,1 |
|
|
|
0,7 |
4,5 |
2,3 |
3,2 |
|
1,1 |
4,6 |
|
|
19,5 |
|
48 |
1,5 |
|
|
|
3,6 |
2,5 |
0,2 |
0,4 |
|
5,6 |
|
|
|
0,5 |
|
49 |
0,1 |
|
|
|
2,1 |
0,3 |
2,5 |
1,6 |
|
2,2 |
|
|
|
3,0 |
|
50 |
2,4 |
|
|
|
1,9 |
3,3 |
0,9 |
3,6 |
|
3,0 |
|
|
|
5,8 |
|
51 |
2,8 |
|
|
|
1,0 |
2,0 |
1,1 |
0,8 |
|
1,1 |
|
|
|
3,3 |
|
52 |
0,4 |
|
|
|
2,2 |
4,3 |
0,6 |
3,2 |
|
2,1 |
|
|
|
0,0 |
|
53 |
0,3 |
|
|
|
1,2 |
6,0 |
0,4 |
0,4 |
|
0,3 |
|
|
|
2,0 |
|
54 |
0,0 |
|
|
|
2,8 |
0,3 |
1,0 |
0,0 |
|
0,1 |
|
|
|
2,5 |
|
55 |
0,1 |
|
|
|
3,5 |
1,0 |
1,2 |
0,8 |
|
0,2 |
|
|
|
0,0 |
|
56 |
0,1 |
|
|
|
1,9 |
0,8 |
0,7 |
4,8 |
|
4,9 |
|
|
|
4,0 |
|
57 |
0,1 |
|
|
|
4,8 |
1,5 |
1,0 |
0,0 |
|
4,9 |
|
|
|
3,8 |
|
58 |
0,3 |
|
|
|
3,3 |
0,3 |
1,3 |
0,0 |
|
2,3 |
|
|
|
1,0 |
|
59 |
0,9 |
|
|
|
2,4 |
3,8 |
0,9 |
0,8 |
|
4,6 |
|
|
|
1,8 |
|
60 |
0,1 |
|
|
|
|
1,3 |
1,0 |
0,0 |
|
7,0 |
|
|
|
2,0 |
|
61 |
0,1 |
|
|
|
|
3,3 |
0,5 |
0,4 |
|
0,1 |
|
|
|
10,0 |
|
62 |
0,1 |
|
|
|
|
2,3 |
0,8 |
0,8 |
|
0,9 |
|
|
|
13,3 |
|
63 |
0,1 |
|
|
|
|
4,0 |
0,7 |
0,0 |
|
0,9 |
|
|
|
2,8 |
|
64 |
0,4 |
|
|
|
|
3,0 |
0,9 |
0,8 |
|
1,7 |
|
|
|
2,8 |
|
65 |
1,1 |
|
|
|
|
1,5 |
1,2 |
4,0 |
|
3,0 |
|
|
|
0,8 |
|
66 |
0,5 |
|
|
|
|
0,5 |
0,8 |
1,6 |
|
0,1 |
|
|
|
8,5 |
|
67 |
0,9 |
|
|
|
|
0,3 |
4,3 |
2,4 |
|
2,9 |
|
|
|
1,0 |
|
68 |
0,0 |
|
|
|
|
1,5 |
2,9 |
3,2 |
|
4,6 |
|
|
|
6,0 |
|
69 |
0,0 |
|
|
|
|
0,5 |
1,6 |
1,2 |
|
4,6 |
|
|
|
4,3 |
|
70 |
0,0 |
|
|
|
|
1,3 |
1,5 |
0,8 |
|
8,8 |
|
|
|
3,3 |
|
71 |
0,0 |
|
|
|
|
0,8 |
1,9 |
0,0 |
|
1,9 |
|
|
|
2,0 |
|
72 |
0,0 |
|
|
|
|
3,5 |
1,4 |
1,6 |
|
1,2 |
|
|
|
2,0 |
|
73 |
0,0 |
|
|
|
|
1,0 |
0,9 |
1,2 |
|
2,2 |
|
|
|
2,0 |
|
74 |
0,0 |
|
|
|
|
0,5 |
0,5 |
3,2 |
|
1,6 |
|
|
|
6,8 |
|
75 |
0,0 |
|
|
|
|
1,0 |
6,2 |
6,4 |
|
8,8 |
|
|
|
1,5 |
|
76 |
0,0 |
|
|
|
|
0,8 |
1,1 |
1,2 |
|
0,1 |
|
|
|
4,5 |
|
77 |
0,1 |
|
|
|
|
0,5 |
1,3 |
2,4 |
|
0,3 |
|
|
|
1,3 |
|
78 |
|
|
|
|
|
1,0 |
1,2 |
1,6 |
|
0,6 |
|
|
|
2,0 |
|
79 |
|
|
|
|
|
3,0 |
0,7 |
1,6 |
|
1,6 |
|
|
|
3,8 |
|
80 |
|
|
|
|
|
2,3 |
0,8 |
0,8 |
|
1,5 |
|
|
|
2,5 |
|
81 |
|
|
|
|
|
2,3 |
0,5 |
1,2 |
|
0,1 |
|
|
|
2,8 |
|
82 |
|
|
|
|
|
3,0 |
2,5 |
0,0 |
|
12,6 |
|
|
|
2,0 |
|
83 |
|
|
|
|
|
1,3 |
0,7 |
0,0 |
|
3,9 |
|
|
|
5,5 |
|
84 |
|
|
|
|
|
0,5 |
2,7 |
3,2 |
|
0,1 |
|
|
|
0,8 |
|
85 |
|
|
|
|
|
1,3 |
2,0 |
0,0 |
|
0,8 |
|
|
|
1,3 |
|
86 |
|
|
|
|
|
0,3 |
0,8 |
0,8 |
|
2,1 |
|
|
|
2,5 |
|
87 |
|
|
|
|
|
1,0 |
0,3 |
1,2 |
|
0,9 |
|
|
|
2,0 |
|
88 |
|
|
|
|
|
0,8 |
0,6 |
0,8 |
|
2,4 |
|
|
|
2,8 |
|
89 |
|
|
|
|
|
1,5 |
0,9 |
1,6 |
|
1,9 |
|
|
|
1,5 |
|
90 |
|
|
|
|
|
2,3 |
0,8 |
0,0 |
|
0,1 |
|
|
|
4,5 |
|
91 |
|
|
|
|
|
0,5 |
1,0 |
0,0 |
|
0,2 |
|
|
|
6,5 |
|
92 |
|
|
|
|
|
2,5 |
6,1 |
1,2 |
|
0,1 |
|
|
|
1,5 |
|
93 |
|
|
|
|
|
5,0 |
1,4 |
|
|
0,2 |
|
|
|
1,5 |
|
94 |
|
|
|
|
|
0,8 |
5,0 |
|
|
0,1 |
|
|
|
3,5 |
|
95 |
|
|
|
|
|
2,0 |
1,1 |
|
|
1,2 |
|
|
|
2,8 |
|
96 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,8 |
|
|
|
1,0 |
|
97 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,8 |
|
|
|
2,5 |
|
98 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,3 |
|
|
|
1,8 |
|
99 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2,1 |
|
|
|
2,0 |
|
100 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,0 |
|
101 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,5 |
|
102 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,0 |
|
103 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,5 |
|
104 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3,5 |
|
105 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3,0 |
|
106 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
13,3 |
|
107 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,0 |
|
108 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3,0 |
|
109 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3,8 |
|
110 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,8 |
|
111 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3,8 |
|
112 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2,8 |
|
113 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,5 |
|
114 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,3 |
|
115 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6,8 |
|
116 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,3 |
|
117 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,3 |
|
118 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5,0 |
|
119 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3,8 |
|
120 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3,5 |
|
121 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2,0 |
|
122 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2,3 |
|
123 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2,3 |
|
124 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,5 |
|
Zone/Regio |
IE |
DK |
FI |
SE |
NL |
NO |
|
1 |
1,9 |
1,4 |
0,5 |
1,4 |
2,10 |
3,2 |
|
2 |
2,6 |
1,7 |
0,7 |
1,0 |
1,57 |
1,2 |
|
3 |
1,5 |
1,7 |
7,7 |
2,6 |
2,40 |
1,2 |
|
4 |
2,1 |
1 |
1,5 |
1,7 |
1,67 |
4,6 |
|
5 |
3,2 |
1,6 |
1,3 |
1,1 |
4,21 |
1,1 |
|
6 |
1,4 |
1,9 |
0,9 |
1,0 |
2,31 |
6,6 |
|
7 |
0,5 |
1,6 |
5,9 |
0,7 |
1,02 |
1,1 |
|
8 |
1,5 |
0,7 |
1,9 |
0,6 |
2,57 |
4,6 |
|
9 |
3,2 |
2,3 |
2,8 |
0,9 |
3,75 |
1,4 |
|
10 |
4,1 |
2 |
2 |
0,8 |
2,14 |
1,4 |
|
11 |
0,4 |
2,2 |
5,5 |
0,6 |
2,14 |
1,0 |
|
12 |
1,3 |
|
2,4 |
2,7 |
0,98 |
1,8 |
|
13 |
2,9 |
|
3,5 |
3,1 |
1,31 |
2,7 |
|
14 |
0,8 |
|
1,9 |
2,1 |
3,11 |
0,8 |
|
15 |
0,8 |
|
2,5 |
1,8 |
2,07 |
1,5 |
|
16 |
1,0 |
|
1,9 |
3,3 |
2,04 |
1,1 |
|
17 |
1,5 |
|
2,7 |
1,9 |
1,73 |
0,9 |
|
18 |
0,7 |
|
8,9 |
1,5 |
1,46 |
0,9 |
|
19 |
1,4 |
|
0,3 |
0,7 |
1,84 |
1,8 |
|
20 |
0,6 |
|
|
1,5 |
0,71 |
|
|
21 |
0,2 |
|
|
1,7 |
1,77 |
|
|
22 |
1,9 |
|
|
|
1,52 |
|
|
23 |
0,9 |
|
|
|
1,33 |
|
|
24 |
0,2 |
|
|
|
1,51 |
|
|
25 |
1,9 |
|
|
|
1,26 |
|
|
26 |
1,3 |
|
|
|
1,74 |
|
|
27 |
|
|
|
|
6,90 |
|
|
28 |
|
|
|
|
1,05 |
|
|
29 |
|
|
|
|
1,10 |
|
|
30 |
|
|
|
|
1,27 |
|
|
31 |
|
|
|
|
0,93 |
|
|
32 |
|
|
|
|
1,42 |
|
|
33 |
|
|
|
|
2,05 |
|
|
34 |
|
|
|
|
2,07 |
|
|
35 |
|
|
|
|
1,44 |
|
|
36 |
|
|
|
|
1,85 |
|
|
37 |
|
|
|
|
2,16 |
|
|
38 |
|
|
|
|
2,07 |
|
|
39 |
|
|
|
|
1,22 |
|
|
40 |
|
|
|
|
1,61 |
|
|
41 |
|
|
|
|
0,90 |
|
|
42 |
|
|
|
|
1,13 |
|
|
43 |
|
|
|
|
1,35 |
|
|
44 |
|
|
|
|
1,27 |
|
|
45 |
|
|
|
|
0,93 |
|
|
46 |
|
|
|
|
0,87 |
|
|
47 |
|
|
|
|
1,04 |
|
|
48 |
|
|
|
|
0,97 |
|
|
49 |
|
|
|
|
1,59 |
|
|
50 |
|
|
|
|
1,76 |
|
|
51 |
|
|
|
|
1,57 |
|
|
52 |
|
|
|
|
4,47 |
|
|
53 |
|
|
|
|
3,86 |
|
|
54 |
|
|
|
|
4,03 |
|
|
55 |
|
|
|
|
2,97 |
|
|
56 |
|
|
|
|
1,95 |
|
|
57 |
|
|
|
|
1,15 |
|
|
58 |
|
|
|
|
1,53 |
|
|
59 |
|
|
|
|
1,36 |
|
|
60 |
|
|
|
|
1,45 |
|
|
61 |
|
|
|
|
1,20 |
|
|
62 |
|
|
|
|
0,85 |
|
|
63 |
|
|
|
|
1,15 |
|
|
64 |
|
|
|
|
1,36 |
|
|
65 |
|
|
|
|
1,05 |
|
|
66 |
|
|
|
|
1,05 |
|
|
67 |
|
|
|
|
0,74 |
|
|
68 |
|
|
|
|
0,86 |
|
|
69 |
|
|
|
|
0,98 |
|
|
70 |
|
|
|
|
0,77 |
|
|
71 |
|
|
|
|
1,39 |
|
|
72 |
|
|
|
|
0,99 |
|
|
73 |
|
|
|
|
0,85 |
|
|
74 |
|
|
|
|
0,64 |
|
|
75 |
|
|
|
|
0,81 |
|
|
76 |
|
|
|
|
2,13 |
|
|
77 |
|
|
|
|
2,54 |
|
|
78 |
|
|
|
|
1,29 |
|
|
79 |
|
|
|
|
0,98 |
|
|
80 |
|
|
|
|
1,01 |
|
|
81 |
|
|
|
|
1,41 |
|
|
82 |
|
|
|
|
0,72 |
|
|
83 |
|
|
|
|
0,54 |
|
|
84 |
|
|
|
|
0,69 |
|
|
85 |
|
|
|
|
0,64 |
|
|
86 |
|
|
|
|
0,57 |
|
|
87 |
|
|
|
|
4,83 |
|
|
88 |
|
|
|
|
2,20 |
|
|
89 |
|
|
|
|
3,95 |
|
|
90 |
|
|
|
|
1,38 |
|
|
91 |
|
|
|
|
|
|
|
92 |
|
|
|
|
|
|
|
93 |
|
|
|
|
|
|
|
94 |
|
|
|
|
|
|
|
95 |
|
|
|
|
|
|
|
96 |
|
|
|
|
|
|
|
97 |
|
|
|
|
|
|
|
98 |
|
|
|
|
|
|
|
99 |
|
|
|
|
|
|
|
100 |
|
|
|
|
|
|
|
101 |
|
|
|
|
|
|
|
102 |
|
|
|
|
|
|
|
103 |
|
|
|
|
|
|
|
104 |
|
|
|
|
|
|
|
105 |
|
|
|
|
|
|
|
106 |
|
|
|
|
|
|
|
107 |
|
|
|
|
|
|
|
108 |
|
|
|
|
|
|
|
109 |
|
|
|
|
|
|
|
110 |
|
|
|
|
|
|
|
111 |
|
|
|
|
|
|
|
112 |
|
|
|
|
|
|
|
113 |
|
|
|
|
|
|
|
114 |
|
|
|
|
|
|
|
115 |
|
|
|
|
|
|
|
116 |
|
|
|
|
|
|
|
117 |
|
|
|
|
|
|
|
118 |
|
|
|
|
|
|
|
119 |
|
|
|
|
|
|
|
120 |
|
|
|
|
|
|
|
121 |
|
|
|
|
|
|
|
122 |
|
|
|
|
|
|
|
123 |
|
|
|
|
|
|
|
124 |
|
|
|
|
|
|
Risicogewichten voor hagelrisico
|
Zone/Regio |
AT |
BE |
CH |
CZ |
ES |
DE |
FR |
IT |
NL |
SI |
PL |
|
1 |
3,1 |
2,8 |
2,8 |
4,1 |
7,5 |
0,5 |
12,6 |
3,7 |
4,0 |
3,7 |
1,6 |
|
2 |
3,4 |
2,7 |
1,6 |
4,7 |
1,7 |
0,0 |
1,9 |
3,7 |
5,8 |
2,7 |
1,6 |
|
3 |
1,8 |
2,0 |
0,3 |
5,1 |
6,7 |
0,0 |
5,7 |
3,7 |
5,3 |
2,1 |
1,7 |
|
4 |
23,6 |
3,1 |
2,1 |
5,7 |
0,0 |
0,8 |
8,7 |
0,0 |
1,4 |
3,6 |
1,8 |
|
5 |
0,2 |
2,0 |
6,7 |
4,6 |
1,7 |
0,4 |
5,4 |
0,0 |
6,6 |
2,8 |
1,7 |
|
6 |
1,9 |
3,9 |
4,0 |
4,5 |
3,3 |
2,7 |
3,9 |
0,8 |
0,1 |
2,1 |
1,2 |
|
7 |
8,3 |
2,0 |
0,1 |
5,1 |
16,7 |
0,4 |
12,3 |
0,8 |
0,3 |
3,5 |
1,7 |
|
8 |
0,3 |
2,8 |
0,2 |
5,2 |
2,5 |
0,8 |
2,7 |
0,0 |
2,9 |
3,0 |
1,5 |
|
9 |
1,4 |
2,4 |
1,5 |
5,0 |
1,7 |
0,2 |
27,6 |
0,0 |
9,6 |
3,6 |
1,4 |
|
10 |
0,8 |
|
0,3 |
3,8 |
0,0 |
0,1 |
1,7 |
0,0 |
0,1 |
3,1 |
1,2 |
|
11 |
3,1 |
|
6,1 |
2,7 |
7,5 |
0,9 |
6,8 |
10,8 |
6,1 |
2,6 |
0,9 |
|
12 |
2,8 |
|
3,0 |
3,2 |
0,0 |
0,1 |
8,7 |
10,8 |
2,8 |
|
1,1 |
|
13 |
1,0 |
|
0,1 |
3,0 |
0,0 |
0,0 |
2,8 |
10,8 |
2,0 |
|
1,7 |
|
14 |
17,4 |
|
2,7 |
2,7 |
6,7 |
0,1 |
0,3 |
10,8 |
0,6 |
|
1,5 |
|
15 |
0,2 |
|
4,4 |
4,1 |
1,7 |
0,0 |
3,7 |
10,8 |
0,2 |
|
1,3 |
|
16 |
0,9 |
|
0,3 |
4,5 |
10,0 |
0,0 |
8,5 |
10,8 |
2,0 |
|
0,8 |
|
17 |
1,7 |
|
1,4 |
4,3 |
5,0 |
0,2 |
0,6 |
10,8 |
0,1 |
|
1,2 |
|
18 |
1,4 |
|
1,9 |
4,9 |
2,5 |
0,0 |
7,2 |
10,8 |
0,1 |
|
1,5 |
|
19 |
0,3 |
|
5,9 |
3,0 |
10,0 |
0,1 |
12,4 |
10,8 |
3,4 |
|
1,9 |
|
20 |
0,3 |
|
0,5 |
2,8 |
0,0 |
0,0 |
2,5 |
10,8 |
1,5 |
|
1,4 |
|
21 |
0,4 |
|
1,3 |
3,4 |
3,3 |
0,0 |
8,1 |
7,5 |
5,6 |
|
1,5 |
|
22 |
1,1 |
|
1,3 |
4,2 |
3,3 |
0,0 |
0,1 |
7,5 |
0,5 |
|
1,4 |
|
23 |
0,2 |
|
1,4 |
2,7 |
3,3 |
0,0 |
10,2 |
7,5 |
0,5 |
|
1,4 |
|
24 |
5,3 |
|
1,2 |
2,3 |
6,7 |
5,5 |
2,0 |
7,5 |
4,2 |
|
2,0 |
|
25 |
15,9 |
|
1,3 |
2,6 |
5,0 |
0,5 |
8,3 |
7,5 |
1,4 |
|
1,8 |
|
26 |
5,8 |
|
4,9 |
3,2 |
3,3 |
0,1 |
25,3 |
7,5 |
11,6 |
|
2,6 |
|
27 |
1,6 |
|
|
2,9 |
8,4 |
0,1 |
1,0 |
7,5 |
12,0 |
|
1,3 |
|
28 |
3,8 |
|
|
3,2 |
0,0 |
3,3 |
4,7 |
7,5 |
1,3 |
|
2,0 |
|
29 |
5,4 |
|
|
4,6 |
5,0 |
1,7 |
0,0 |
10,8 |
4,3 |
|
1,5 |
|
30 |
7,9 |
|
|
3,4 |
6,7 |
3,1 |
3,6 |
7,5 |
2,6 |
|
2,7 |
|
31 |
16,5 |
|
|
3,9 |
3,3 |
17,4 |
14,0 |
3,3 |
0,4 |
|
2,8 |
|
32 |
5,6 |
|
|
2,8 |
6,7 |
1,8 |
7,7 |
3,3 |
13,4 |
|
3,0 |
|
33 |
5,9 |
|
|
3,2 |
2,5 |
2,0 |
5,8 |
3,3 |
12,0 |
|
1,6 |
|
34 |
2,4 |
|
|
2,8 |
6,7 |
1,7 |
0,3 |
3,3 |
0,3 |
|
2,0 |
|
35 |
2,7 |
|
|
2,8 |
1,7 |
2,1 |
0,2 |
3,3 |
3,2 |
|
2,1 |
|
36 |
14,1 |
|
|
4,3 |
10,0 |
2,2 |
1,3 |
3,3 |
0,2 |
|
2,3 |
|
37 |
0,4 |
|
|
2,9 |
2,5 |
6,1 |
7,6 |
3,3 |
10,6 |
|
2,2 |
|
38 |
3,5 |
|
|
4,1 |
0,0 |
19,7 |
10,6 |
3,3 |
3,4 |
|
1,6 |
|
39 |
6,1 |
|
|
3,0 |
2,5 |
5,4 |
11,6 |
3,3 |
3,1 |
|
2,1 |
|
40 |
3,1 |
|
|
3,7 |
7,5 |
7,9 |
2,8 |
3,3 |
0,2 |
|
2,1 |
|
41 |
10,4 |
|
|
4,8 |
2,5 |
3,7 |
2,3 |
7,5 |
5,9 |
|
1,7 |
|
42 |
5,4 |
|
|
4,6 |
3,3 |
3,5 |
10,4 |
7,5 |
7,2 |
|
1,9 |
|
43 |
1,1 |
|
|
4,2 |
6,7 |
3,0 |
4,8 |
7,5 |
3,8 |
|
1,8 |
|
44 |
5,9 |
|
|
3,8 |
3,3 |
9,8 |
0,1 |
7,5 |
3,5 |
|
2,0 |
|
45 |
11,3 |
|
|
5,0 |
12,5 |
3,4 |
3,4 |
7,5 |
3,9 |
|
2,0 |
|
46 |
4,5 |
|
|
3,2 |
1,7 |
2,7 |
12,2 |
3,3 |
3,2 |
|
1,6 |
|
47 |
0,3 |
|
|
2,3 |
6,7 |
13,2 |
18,1 |
7,5 |
1,2 |
|
1,9 |
|
48 |
3,3 |
|
|
2,8 |
0,1 |
11,9 |
13,7 |
7,5 |
2,5 |
|
2,1 |
|
49 |
1,3 |
|
|
2,7 |
0,5 |
8,7 |
2,1 |
7,5 |
0,6 |
|
2,3 |
|
50 |
2,1 |
|
|
4,0 |
1,2 |
13,9 |
1,9 |
3,7 |
4,7 |
|
2,6 |
|
51 |
11,4 |
|
|
4,5 |
|
11,2 |
6,4 |
3,7 |
2,9 |
|
2,0 |
|
52 |
2,7 |
|
|
5,0 |
|
2,1 |
10,9 |
3,7 |
4,6 |
|
2,1 |
|
53 |
0,2 |
|
|
3,0 |
|
6,0 |
4,7 |
3,7 |
0,3 |
|
2,1 |
|
54 |
0,4 |
|
|
3,2 |
|
5,0 |
2,0 |
3,7 |
2,4 |
|
1,8 |
|
55 |
7,9 |
|
|
3,0 |
|
3,3 |
0,8 |
3,7 |
5,8 |
|
2,5 |
|
56 |
0,4 |
|
|
3,0 |
|
11,2 |
0,1 |
3,7 |
2,4 |
|
1,3 |
|
57 |
0,2 |
|
|
4,1 |
|
0,3 |
2,7 |
3,7 |
5,2 |
|
2,0 |
|
58 |
8,2 |
|
|
2,8 |
|
4,3 |
19,9 |
3,7 |
2,1 |
|
2,6 |
|
59 |
3,6 |
|
|
2,7 |
|
2,4 |
1,9 |
3,7 |
8,5 |
|
2,1 |
|
60 |
4,7 |
|
|
|
|
3,0 |
1,9 |
0,8 |
9,7 |
|
1,4 |
|
61 |
1,5 |
|
|
|
|
0,7 |
16,1 |
0,8 |
8,9 |
|
1,7 |
|
62 |
3,9 |
|
|
|
|
18,2 |
1,4 |
0,8 |
0,1 |
|
1,6 |
|
63 |
2,6 |
|
|
|
|
5,3 |
2,6 |
0,8 |
0,1 |
|
1,1 |
|
64 |
2,4 |
|
|
|
|
4,9 |
15,3 |
0,8 |
7,4 |
|
1,5 |
|
65 |
4,8 |
|
|
|
|
0,3 |
20,0 |
0,8 |
4,1 |
|
1,2 |
|
66 |
0,8 |
|
|
|
|
8,0 |
2,0 |
0,8 |
0,8 |
|
1,1 |
|
67 |
1,2 |
|
|
|
|
15,3 |
4,6 |
0,8 |
0,3 |
|
1,6 |
|
68 |
0,4 |
|
|
|
|
11,7 |
12,1 |
0,0 |
3,2 |
|
2,3 |
|
69 |
10,7 |
|
|
|
|
7,7 |
17,1 |
0,0 |
1,5 |
|
2,1 |
|
70 |
1,3 |
|
|
|
|
1,7 |
13,6 |
0,0 |
1,6 |
|
2,3 |
|
71 |
4,5 |
|
|
|
|
6,4 |
12,1 |
0,0 |
2,9 |
|
0,7 |
|
72 |
15,0 |
|
|
|
|
5,6 |
0,7 |
0,0 |
7,1 |
|
0,9 |
|
73 |
0,3 |
|
|
|
|
5,0 |
15,3 |
0,0 |
4,1 |
|
1,2 |
|
74 |
1,2 |
|
|
|
|
7,8 |
9,5 |
0,0 |
1,6 |
|
1,6 |
|
75 |
1,3 |
|
|
|
|
8,0 |
6,2 |
0,0 |
1,4 |
|
1,7 |
|
76 |
0,2 |
|
|
|
|
55,9 |
0,7 |
0,0 |
0,1 |
|
0,4 |
|
77 |
4,2 |
|
|
|
|
41,6 |
1,9 |
0,0 |
0,4 |
|
1,2 |
|
78 |
|
|
|
|
|
7,9 |
1,7 |
0,0 |
0,3 |
|
1,4 |
|
79 |
|
|
|
|
|
10,7 |
1,1 |
0,0 |
0,0 |
|
1,6 |
|
80 |
|
|
|
|
|
8,7 |
4,6 |
0,8 |
5,1 |
|
0,9 |
|
81 |
|
|
|
|
|
7,8 |
3,7 |
0,0 |
0,7 |
|
0,9 |
|
82 |
|
|
|
|
|
15,8 |
20,4 |
0,0 |
0,3 |
|
1,3 |
|
83 |
|
|
|
|
|
5,2 |
0,6 |
0,0 |
1,0 |
|
1,0 |
|
84 |
|
|
|
|
|
3,2 |
0,6 |
0,0 |
1,1 |
|
1,1 |
|
85 |
|
|
|
|
|
12,4 |
1,3 |
0,0 |
5,1 |
|
1,0 |
|
86 |
|
|
|
|
|
9,1 |
1,3 |
0,0 |
2,5 |
|
1,6 |
|
87 |
|
|
|
|
|
4,2 |
1,7 |
0,0 |
1,8 |
|
1,2 |
|
88 |
|
|
|
|
|
8,5 |
3,2 |
0,0 |
0,3 |
|
1,6 |
|
89 |
|
|
|
|
|
3,9 |
3,3 |
0,0 |
4,4 |
|
1,6 |
|
90 |
|
|
|
|
|
6,4 |
6,0 |
0,0 |
3,0 |
|
0,3 |
|
91 |
|
|
|
|
|
2,7 |
2,3 |
0,0 |
|
|
1,0 |
|
92 |
|
|
|
|
|
3,0 |
1,0 |
0,0 |
|
|
2,1 |
|
93 |
|
|
|
|
|
2,5 |
4,0 |
|
|
|
1,9 |
|
94 |
|
|
|
|
|
2,5 |
0,7 |
|
|
|
1,2 |
|
95 |
|
|
|
|
|
1,4 |
2,3 |
|
|
|
1,9 |
|
96 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,9 |
|
97 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,3 |
|
98 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,7 |
|
99 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1,9 |
Risicogewichten voor bodemdalingsrisico
|
Gebied |
FR |
BE |
Gebied |
FR |
BE |
Gebied |
FR |
BE |
Gebied |
FR |
BE |
Gebied |
FR |
BE |
|
1 |
0,5 |
0,4 |
20 |
0,3 |
|
39 |
0,5 |
|
58 |
0,3 |
|
77 |
2,5 |
|
|
2 |
0,3 |
0,6 |
21 |
0,5 |
|
40 |
0,3 |
|
59 |
6,0 |
|
78 |
2,0 |
|
|
3 |
0,5 |
1,7 |
22 |
0,3 |
|
41 |
0,5 |
|
60 |
0,3 |
|
79 |
0,8 |
|
|
4 |
0,3 |
0,9 |
23 |
0,3 |
|
42 |
0,3 |
|
61 |
0,3 |
|
80 |
0,3 |
|
|
5 |
0,3 |
1,1 |
24 |
1,8 |
|
43 |
0,3 |
|
62 |
1,0 |
|
81 |
0,8 |
|
|
6 |
0,5 |
0,9 |
25 |
0,3 |
|
44 |
0,5 |
|
63 |
0,8 |
|
82 |
0,8 |
|
|
7 |
0,3 |
1,5 |
26 |
0,3 |
|
45 |
1,5 |
|
64 |
0,5 |
|
83 |
0,5 |
|
|
8 |
0,3 |
1,8 |
27 |
0,3 |
|
46 |
0,3 |
|
65 |
0,5 |
|
84 |
0,5 |
|
|
9 |
0,3 |
1,2 |
28 |
0,5 |
|
47 |
1,0 |
|
66 |
0,3 |
|
85 |
0,5 |
|
|
10 |
0,3 |
|
29 |
0,3 |
|
48 |
0,3 |
|
67 |
0,3 |
|
86 |
1,0 |
|
|
11 |
0,5 |
|
30 |
0,3 |
|
49 |
1,3 |
|
68 |
0,3 |
|
87 |
0,3 |
|
|
12 |
0,3 |
|
31 |
6,3 |
|
50 |
0,3 |
|
69 |
0,5 |
|
88 |
0,3 |
|
|
13 |
2,5 |
|
32 |
1,0 |
|
51 |
0,3 |
|
70 |
0,3 |
|
89 |
0,5 |
|
|
14 |
0,3 |
|
33 |
4,8 |
|
52 |
0,3 |
|
71 |
0,5 |
|
90 |
0,3 |
|
|
15 |
0,3 |
|
34 |
0,5 |
|
53 |
0,3 |
|
72 |
0,8 |
|
91 |
1,5 |
|
|
16 |
0,5 |
|
35 |
0,3 |
|
54 |
0,5 |
|
73 |
0,3 |
|
92 |
0,5 |
|
|
17 |
2,3 |
|
36 |
0,5 |
|
55 |
0,3 |
|
74 |
0,3 |
|
93 |
0,8 |
|
|
18 |
0,5 |
|
37 |
1,5 |
|
56 |
0,3 |
|
75 |
0,3 |
|
94 |
1,0 |
|
|
19 |
0,3 |
|
38 |
0,3 |
|
57 |
1,0 |
|
76 |
0,3 |
|
95 |
0,8 |
|
BIJLAGE IX
(heeft geen betrekking op het Nederlands)
BIJLAGE X
Bijlage XVI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
“Republiek Hongarije” wordt vervangen door “Hongarije”; |
|
2) |
(heeft geen betrekking op het Nederlands) |
BIJLAGE XI
“BIJLAGE XIX
MCR-RISICOFACTOREN VOOR VERZEKERINGS- OF HERVERZEKERINGSVERPLICHTINGEN IN HET SCHADE- EN ZIEKTEVERZEKERINGSBEDRIJF
|
|
Segment |
Verzekeringsbranches, als vastgesteld in bijlage I, die het segment omvat |
Factor voor de technische voorzieningen voor het segment s (αs ) |
Factor voor premies geboekt voor s (βs ) |
|
1 |
Ziektekostenverzekering |
1 en 13 |
5,4 % |
4,7 % |
|
2 |
Inkomensbeschermingverzekering |
2 en 14 |
13,1 % |
8,0 % |
|
3 |
Verzekering tegen arbeidsongevallen |
3 en 15 |
10,3 % |
9,0 % |
|
4 |
Aansprakelijkheidsverzekering voor motorrijtuigen en proportionele herverzekering |
4 en 16 |
8,5 % |
9,4 % |
|
5 |
Andere motorrijtuigenverzekering en proportionele herverzekering |
5 en 17 |
7,5 % |
7,5 % |
|
6 |
Scheepvaart-, luchtvaart- en transportverzekering en proportionele herverzekering |
6 en 18 |
10,3 % |
14 % |
|
7 |
Verzekering tegen brand en andere schade aan goederen en proportionele herverzekering |
7 en 19 |
9,4 % |
7,5 % |
|
8 |
Algemene aansprakelijkheidsverzekering en proportionele herverzekering |
8 en 20 |
10,3 % |
13,1 % |
|
9 |
Krediet- en borgtochtverzekering en proportionele herverzekering |
9 en 21 |
16,0 % |
17,7 % |
|
10 |
Rechtsbijstandverzekering en proportionele herverzekering |
10 en 22 |
5,2 % |
7,8 % |
|
11 |
Hulpverleningsverzekering en bijbehorende proportionele herverzekering |
11 en 23 |
20,3 % |
6,0 % |
|
12 |
Verzekering tegen diverse geldelijke verliezen en proportionele herverzekeringen |
12 en 24 |
18,6 % |
12,2 % |
|
13 |
Niet-proportionele ongevallenherverzekering |
26 |
18,6 % |
15,9 % |
|
14 |
Niet-proportionele scheepvaart-, luchtvaart- en transportherverzekering |
27 |
18,6 % |
15,9 % |
|
15 |
Niet-proportionele zaakherverzekering |
28 |
18,6 % |
15,9 % |
|
16 |
Niet-proportionele ziekteherverzekering |
25 |
15,9 % |
15,9 % |
BIJLAGE XII
“BIJLAGE XX
STRUCTUUR VAN DE RAPPORTAGE OVER DE SOLVABILITEIT EN FINANCIËLE TOESTAND EN DE PERIODIEKE TOEZICHTRAPPORTAGE
A. Structuur van de rapportage over de solvabiliteit en financiële toestand
1. Structuur van het gedeelte gericht tot verzekeringnemers en begunstigden
|
A. |
Talen waarin dit gedeelte beschikbaar is |
|
B. |
Activiteiten en prestaties |
|
C. |
Kapitaalbeheer en risicoprofiel |
|
D. |
Overige informatie |
2. Structuur van het gedeelte gericht tot marktprofessionals
|
A. |
Activiteiten en prestaties
|
|
B. |
Governancesysteem
|
|
C. |
Waardering voor solvabiliteitsdoeleinden
|
|
D. |
Kapitaalbeheer en risicoprofiel
|
|
E. |
Duurzaamheidsinformatie |
B. Structuur van de periodieke toezichtrapportage
|
A. |
Activiteiten en prestaties
|
|
B. |
Governancesysteem
|
|
C. |
Waardering voor solvabiliteitsdoeleinden
|
|
D. |
Kapitaalbeheer en risicoprofiel
|
BIJLAGE XIII
Deel B van bijlage XXI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
de volgende punten worden toegevoegd:
|
|
2) |
de laatste zin van deel B wordt vervangen door: “De in de punten 2) tot en met 24) vastgestelde informatie wordt verstrekt met betrekking tot het laatste kalenderjaar.”. |
BIJLAGE XIV
Bijlage XXII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
“Republiek Ierland” wordt vervangen door “Ierland”; |
|
2) |
“Republiek Hongarije” wordt vervangen door “Hongarije”. |
BIJLAGE XV
Bijlage XXIII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
de titel “Correlatiecoëfficiënten voor aardbevingsrisico’s in de Republiek Hongarije” wordt vervangen door “Correlatiecoëfficiënten voor aardbevingsrisico’s in Hongarije”; |
|
2) |
de afdeling “Correlatiecoëfficiënten voor aardbevingsrisico in de Republiek Roemenië” wordt vervangen door: “ Correlatiecoëfficiënten voor aardbevingsrisico in Roemenië
|
BIJLAGE XVI
Bijlage XXIV bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
de titel “Correlatiecoëfficiënten voor overstromingsrisico’s in de Republiek Hongarije” wordt vervangen door “Correlatiecoëfficiënten voor overstromingsrisico’s in Hongarije”; |
|
2) |
de afdeling “Correlatiecoëfficiënten voor overstromingsrisico in de Republiek Roemenië” wordt vervangen door: “ Correlatiecoëfficiënten voor overstromingsrisico in Roemenië
|
|
3) |
de volgende afdelingen worden toegevoegd: “ Correlatiecoëfficiënten voor overstromingsrisico in Ierland
|