Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32026R0269

Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/269 van de Commissie van 29 oktober 2025 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wat betreft technische voorzieningen, langetermijngarantiemaatregelen, eigen vermogen, aandelenrisico, spreadrisico op securitisatieposities, andere kapitaalvereisten volgens de standaardformule, rapportage en openbaarmaking, evenredigheid en groepssolvabiliteit

C/2025/7206

PB L, 2026/269, 18.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/269/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/269/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/269

18.2.2026

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/269 VAN DE COMMISSIE

van 29 oktober 2025

tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wat betreft technische voorzieningen, langetermijngarantiemaatregelen, eigen vermogen, aandelenrisico, spreadrisico op securitisatieposities, andere kapitaalvereisten volgens de standaardformule, rapportage en openbaarmaking, evenredigheid en groepssolvabiliteit

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (1), en met name artikel 29, lid 5, artikel 31, lid 4, artikel 35, lid 9, artikel 37, lid 6, artikel 50, lid 1, artikel 56, artikel 75, lid 2, artikel 75, lid 3, artikel 86, lid 1, artikel 92, lid 1 bis, artikel 97, lid 1, artikel 99, punt b), artikel 105 bis, lid 5, artikel 111, lid 1, artikel 127, artikel 130, artikel 213 bis, lid 6, artikel 233 ter, punt a), artikel 234, artikel 256, lid 4, en artikel 256 bis, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Met ongeveer 10 biljoen EUR aan activa onder beheer zijn verzekerings- en herverzekeringsondernemingen een steunpilaar van het financiële stelsel. Gezien het langetermijnkarakter van hun activiteiten zijn zij bijzonder geschikt om stabiele financiering te verstrekken aan de reële economie, met inbegrip van het midden- en kleinbedrijf (mkb). Vanwege hun cruciale sociaal-economische rol zijn verzekerings- en herverzekeringsondernemingen onderworpen aan uitgebreide prudentiële regels, zoals uiteengezet in Richtlijn 2009/138/EG en Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie (2).

(2)

Om de sector beter in staat te stellen de reële economie, de groene en de digitale transities en andere prioriteiten van de Unie te ondersteunen, met behoud van de prudentiële soliditeit en de financiële stabiliteit, is Richtlijn 2009/138/EG gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2025/2 van het Europees Parlement en de Raad (3), die op 28 januari 2025 in werking is getreden. Met Richtlijn (EU) 2025/2 wordt de opzet van langetermijngarantiemaatregelen verbeterd en een preferentiële behandeling ingevoerd voor langetermijnbeleggingen in aandelen. Die wijzigingen zullen het beschikbare kapitaal van ondernemingen verhogen tot boven het solvabiliteitskapitaalvereiste, en zo hun capaciteit versterken om de doelstellingen van de spaar- en investeringsunie en de Europese Green Deal te ondersteunen. Met Richtlijn (EU) 2025/2 wordt ook de evenredigheid van prudentiële regels verbeterd door een nieuwe categorie “kleine en niet-complexe ondernemingen” in te voeren die automatisch kunnen profiteren van vastgestelde evenredigheidsmaatregelen inzake rapportage, openbaarmaking, governance, herziening van schriftelijk vastgelegde gedragslijnen, berekening van technische voorzieningen, beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit, en beheersplannen voor liquiditeitsrisico’s. Tegelijkertijd worden met Richtlijn (EU) 2025/2 de samenwerkingsvereisten tussen toezichthoudende autoriteiten versterkt, de coördinerende rol en de toezichthoudende bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) verstevigd, en de macroprudentiële toolkit uitgebreid waarover de nationale toezichthoudende autoriteiten beschikken.

(3)

Om volledig operationeel te worden, vereist het nieuwe regime nadere specificaties van belangrijke kwantitatieve parameters in gedelegeerde handelingen. Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 moet dan ook worden gewijzigd. De wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 moeten bijdragen tot de uitvoering van de beleidsagenda van de Unie voor de spaar- en investeringsunie en moeten verzekeraars helpen het concurrentievermogen van de economie in de Unie te versterken, zoals uiteengezet in het EU-kompas voor concurrentievermogen (4). Met name moet er erkenning komen voor het potentieel van verzekeraars om extra particulier kapitaal te mobiliseren ter ondersteuning van de belangrijkste doelstellingen van de Unie, onder meer wanneer zij samen met overheidsmiddelen in de reële economie investeren, met name door middel van aanzienlijke overheidsgaranties of -subsidies.

(4)

De huidige prudentiële kalibraties zorgen voor een hoog niveau van bescherming van verzekeringnemers en dragen aanzienlijk bij tot de financiële stabiliteit. Deze kalibraties kunnen echter ook te voorzichtig zijn, waardoor het vermogen van verzekeraars om langetermijninvesteringen te doen, wordt beperkt. Om dat probleem aan te pakken, moet het prudentiële kader worden herzien om ongerechtvaardigde voorzichtigheid weg te nemen. Hoewel dergelijke herzieningen kunnen leiden tot een eigen vermogen dat hoger uitvalt dan de solvabiliteitskapitaalvereisten, wordt van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen verwacht dat zij de bredere beleidsdoelstellingen van de Unie ondersteunen door extra kapitaal toe te leiden naar productieve investeringen in de reële economie.

(5)

De Unie wordt geconfronteerd met enorme financieringsbehoeften om haar reeds overeengekomen doelstellingen op het gebied van innovatie, duurzame groei en defensie te verwezenlijken (5). Bij Richtlijn (EU) 2025/2 is Richtlijn 2009/138/EG gewijzigd, onder meer om ervoor te zorgen dat het niveau van het beschikbare kapitaal hoger uitkomt dan het solvabiliteitskapitaalvereiste. Het is belangrijk dat de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Eiopa toezicht houden op het gebruik van dat nieuw beschikbare kapitaal, rekening houdende met de impact op de kapitaalpositie van verzekeraars in de loop van de tijd. De verwachting is dat verzekeraars overtollig kapitaal gaan gebruiken voor productieve investeringen, met inbegrip van securitisatieposities, die bijdragen aan de financiering van ondernemingen en de economie van de Unie. De Commissie zal monitoren of aan deze verwachtingen wordt voldaan en zal de doeltreffendheid van de hervormingen beoordelen, met name wat betreft het effect ervan op het vergroten van de deelname van de verzekeringssector aan productieve investeringen die bijdragen tot de financiering van ondernemingen en de economie van de Unie. In dit verband moet de Eiopa regelmatig verslag uitbrengen aan de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad over i) de allocatie van activa, uitgesplitst naar sector en geografisch gebied, en ii) toenames in de uitkeringen aan aandeelhouders, met inbegrip van de terugkoop van aandelen, alsmede variabele beloningen voor leden van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan, medewerkers met een sleutelfunctie of het senior management, rekening houdende met het vermogen dat nieuw beschikbaar komt boven op het solvabiliteitskapitaalvereiste resulterend uit Richtlijn (EU) 2025/2 en deze verordening. Het eerste verslag moet uiterlijk op 31 december 2028 worden ingediend.

(6)

De Commissie zal, samen met de Eiopa, beoordelen hoe duurzaamheidsrisico’s in verband met activa en activiteiten op het gebied van fossiele brandstoffen, met inbegrip van transitierisico’s die momenteel gepaard gaan met hoge emissies, maar die op een traject zitten richting afstemming op de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs, worden beheerd door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen. In voorkomend geval zal de Commissie mogelijke wijzigingen overwegen om ervoor te zorgen dat deze opkomende risico’s naar behoren tot uiting komen in het prudentiële kader, rekening houdende met de ontwikkelingen in het kader voor kredietinstellingen, en met het verslag van de Eiopa overeenkomstig artikel 304 quater, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG. De Commissie zal ook, als onderdeel van het komende Europees klimaatadaptatieplan, nagaan of prudentiële regels bevorderlijker kunnen zijn voor de uitgifte van of beleggingen in rampenobligaties en andere groene obligaties.

(7)

Het vereiste om twee kredietbeoordelingen te verkrijgen van aangewezen externe kredietbeoordelingsinstellingen (EKBI’s) wordt doorgaans verantwoord door het feit dat een betrouwbare beoordeling maken van het kredietrisico van securitisatieposities een complexe oefening is. Securitisaties die voldoen aan de criteria van eenvoud, transparantie en standaardisatie (STS), zijn echter onderworpen aan een specifiek regelgevingskader dat de vergelijkbaarheid moet bevorderen en informatieasymmetrie moet verminderen. Om die reden, en om de inspanningen van de Unie te ondersteunen om ongerechtvaardigde administratieve en compliancekosten tegen te gaan, is het passend om de verplichting van een dubbele rating voor STS-securitisaties op te heffen, maar deze wel te behouden voor andere securitisaties.

(8)

Klimaatrisico’s zijn langetermijnrisico’s, niet-lineair en systemisch, waardoor het voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen moeilijk is om uitsluitend op basis van data uit het verleden een schatting te maken. Bij Richtlijn (EU) 2025/2 zijn nieuwe vereisten ingevoerd voor het beheer van klimaatrisico’s en duurzaamheidsrisico’s meer in het algemeen. Met name artikel 45 bis van Richtlijn 2009/138/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2025/2, verplicht ondernemingen om materiële blootstellingen aan klimaatrisico’s te identificeren en, in voorkomend geval, het effect van langetermijnscenario’s inzake klimaatverandering op hun bedrijfsvoering te beoordelen. Wanneer het echter gaat om de waardering of berekening van kapitaalvereisten met een intern model, gebruiken verzekerings- en herverzekeringsondernemingen vaak data van gebeurtenissen uit het verleden om voorspellingen te doen over risico’s die zich in de toekomst voordoen. Data van gebeurtenissen in het verleden geven mogelijk onvoldoende inzicht in trends in verband met klimaatverandering. Toekomstgerichte beoordelingen, met inbegrip van plausibele klimaatscenario’s, kunnen daarom nodig zijn om te beoordelen hoe de risico’s evolueren en om mogelijke effecten te beperken. Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming te sterk afhankelijk is van data uit het verleden, kunnen de beste schatting wat betreft verplichtingen jegens verzekeringnemers of haar interne model, indien toegepast, verplichtingen of relevante risico’s onderschatten. Daarom moet van ondernemingen worden geëist dat zij over interne procedures beschikken om te voorkomen dat zij te veel vertrouwen op data van gebeurtenissen in het verleden met betrekking tot trends in verband met klimaatverandering.

(9)

De risicomarge is momenteel voorzichtig gekalibreerd. Met Richtlijn (EU) 2025/2 worden de kapitaalkosten verlaagd die aan de berekening van de risicomarge ten grondslag liggen, wat leidt tot een algemene verlaging van het niveau ervan met ongeveer 21 %. Ondanks die wijziging weerspiegelt de berekeningsformule van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 de natuurlijke afname van bepaalde risico’s in de loop van de tijd niet adequaat en kan deze leiden tot dubbeltelling van dergelijke risico’s, zoals het verval- en kortlevenrisico. Daarom moet een exponentiële en tijdsafhankelijke factor worden ingevoerd die zorgt voor een jaarlijkse vermindering van de risico’s met ten minste 3,5 %. Die aanpassing is bedoeld om de voorzichtige vertekening in de huidige kalibratie te corrigeren, waardoor de technische voorzieningen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen worden verminderd en bijgevolg het beschikbare kapitaal om het solvabiliteitskapitaalvereiste te dekken, wordt verhoogd. Om er echter voor te zorgen dat de risicomarge een passend niveau van voorzichtigheid blijft weerspiegelen en de bescherming van verzekeringnemers niet in gevaar brengt, moet de vermindering van de kwantificering van toekomstige risico’s als gevolg van die factor worden gemaximeerd op 50 %.

(10)

Met Richtlijn (EU) 2025/2 wordt de methode voor de extrapolatie van risicovrije rentevoeten gewijzigd. Met die richtlijn wordt met name de aanpak voor het bepalen van de beginlooptijd van de extrapolatie (“eerste afvlakkingspunt”) gewijzigd. In artikel 77 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG is bepaald dat het eerste afvlakkingspunt moet overeenstemmen met een looptijd waarvoor het volume uitstaande obligaties met deze of een langere looptijd hoog genoeg is. In artikel 77 bis, lid 3, van die richtlijn wordt voorts bepaald dat het eerste afvlakkingspunt voor de euro op 28 januari 2025 een looptijd van twintig jaar moet hebben. Momenteel is de procentuele drempel voor het bepalen van een toereikend volume obligaties vastgesteld op 6 % voor de euro. Als gevolg van de toename van de uitstaande langlopende obligaties in de afgelopen jaren kan die drempel echter niet langer wijzen op een eerste afvlakkingspunt over twintig jaar in de toekomst. Daarnaast zal de Eiopa moeten beslissen welke databron zij voor die beoordeling zal gebruiken, met inbegrip van de bekendmaking van informatie overeenkomstig artikel 77 sexies, lid 1 bis, van Richtlijn 2009/138/EG. Om marktverstoringen te voorkomen, is het belangrijk dat de procentuele drempel zodanig wordt vastgesteld dat deze ook resulteert in een eerste afvlakkingspunt van twintig jaar op de toepassingsdatum van Richtlijn (EU) 2025/2, ongeacht de door de Eiopa gebruikte databron. Daarom moet de valutagerelateerde drempel die voor de euro wordt gebruikt om te beoordelen of het percentage uitstaande obligaties met looptijden gelijk aan of groter dan het eerste afvlakkingspunt zoals bedoeld in artikel 77 bis van Richtlijn 2009/138/EG hoog genoeg is, als volgt worden berekend. Een “veiligheidsmarge” van 1,5 % moet worden toegepast op het minimumpercentage dat, op basis van de databron die de Eiopa zal gebruiken op de datum dat nieuwe regels van toepassing worden, op 28 januari 2025 resulteert in een eerste afvlakkingspunt van twintig jaar. Het aldus verkregen percentage moet worden afgerond naar het dichtstbijzijnde percentage van een half geheel getal of een geheel getal.

(11)

De geëxtrapoleerde forward rate moet gelijk zijn aan een gewogen gemiddelde tussen een liquide forward rate en de ultimate forward rate (“UFR”). In artikel 77 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG is bepaald dat voor looptijden van ten minste veertig jaar na het eerste afvlakkingspunt het gewicht van de UFR ten minste 77,5 % moet bedragen. Dit houdt in dat de parameter die de snelheid van de convergentie van de forward rates naar de UFR van de extrapolatie bepaalt, niet lager mag zijn dan 11 %. Daarom moet een dergelijke waarde worden gebruikt. Vanwege de specifieke kenmerken van de Zweedse obligatiemarkt en zoals uitgelegd door de Eiopa in haar advies over de herziening van Solvency II (6), zou het gebruik van een dergelijke waarde voor de Zweedse kroon echter leiden tot een aanzienlijke en onbedoelde verstoring van de risicovrije rentetermijnstructuur. Om de integriteit van de risicovrije rentetermijnstructuur te behouden, moet voor die valuta een convergentieparameter van 40 % gelden.

(12)

Richtlijn (EU) 2025/2 wijzigde regels inzake de volatiliteitsaanpassing door voor te schrijven dat de volatiliteitsaanpassing door de toezichthouder moet worden goedgekeurd en door voor te schrijven dat bij de berekening daarvan rekening moet worden gehouden met ondernemingsspecifieke kenmerken in verband met de spreadgevoeligheid van activa en de rentegevoeligheid van de beste schatting van technische voorzieningen. Bovendien mag de volatiliteitsaanpassing niet het deel van de spreads weerspiegelen dat toe te schrijven is aan een realistische inschatting van verwachte verliezen of onverwacht krediet- of ander risico. In artikel 77 quinquies, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2025/2, is bepaald dat een dergelijk deel moet worden berekend als percentage van de spreads en moet afnemen naarmate de spreads toenemen. Empirische economische studies bevestigen dat voor bedrijfsobligaties het grootste deel van de spreads het reële kredietrisico weerspiegelen, met name wanneer de spreads laag tot middelhoog zijn. Wanneer de spreads op bedrijfsobligaties en -leningen hun langetermijngemiddelde niet overschrijden, mag het percentage dat wordt toegepast om de risicocorrectie te bepalen derhalve niet lager zijn dan 50 %.

(13)

Om ervoor te zorgen dat de volatiliteitsaanpassing anticyclisch werkt, mag de risicocorrectie een passend aandeel van de gemiddelde spreads op lange termijn niet overschrijden. Wanneer dat percentage te laag is, zou de volatiliteitsaanpassing een toename van de spreads als gevolg van een werkelijke verslechtering van de kredietwaardigheid van obligatie-uitgevende instellingen ten onrechte kunnen neutraliseren, waardoor de solvabiliteitspositie van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen tijdens perioden van kortetermijnspanningen op de markt wordt overschat. Om ervoor te zorgen dat de volatiliteitsaanpassing de solvabiliteitspositie van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen daadwerkelijk stabiliseert zonder de risicogevoeligheid te verstoren, mag het maximumniveau van de risicocorrectie daarom niet te laag worden vastgesteld.

(14)

In artikel 70, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 is bepaald dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen bij de berekening van hun beschikbare eigen vermogen voorzienbare dividenden, uitkeringen en kosten in mindering moeten brengen op het verschil tussen activa en verplichtingen. In Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 is echter niet gespecificeerd hoe deze aftrekking moet worden toegepast. Terwijl bepaalde ondernemingen in de loop van het boekjaar stapsgewijs voorzienbare dividenden opbouwen, trekken andere ondernemingen onmiddellijk het volledige bedrag van de jaarlijks voorzienbare dividenden af. Om een gelijk speelveld te waarborgen, moeten verzekeraars een “accrual”-benadering hanteren bij het bepalen van het bedrag aan te verwachten dividenden dat moet worden afgetrokken bij de berekening van hun beschikbare eigen vermogen.

(15)

In artikel 69, punt a), i), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 is bepaald dat gestort gewoon aandelenkapitaal en het daarmee verbonden agio in aanmerking komen als Tier 1-kernvermogensbestanddelen indien de terugbetaling of aflossing ervan onderworpen is aan voorafgaande goedkeuring door de toezichthouder. Een dergelijk vereiste kan onnodige administratieve en regelgevende lasten met zich brengen wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een programma voor de terugkoop van aandelen uitvoert met als doel de gekochte aandelen onmiddellijk te gebruiken voor de uitoefening van aandelenopties. Daarom moet worden gespecificeerd dat wanneer de terugbetaling of aflossing van kernvermogensbestanddelen tot doel heeft aandelenoptierechten uit te oefenen binnen ten hoogste één maand na de datum van de terugkoop van aandelen, een dergelijke terugbetaling of aflossing niet afhankelijk mag worden gesteld van voorafgaande goedkeuring door de toezichthouder.

(16)

Op grond van artikel 77 ter, lid 1, punt b), van Richtlijn 2009/138/EG moeten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die de matchingopslag gebruiken, de toegewezen portefeuille van activa en verplichtingen gescheiden van andere delen van de bedrijfsactiviteiten aanmerken, organiseren en beheren en daarom is het hun niet toegestaan om risico’s elders in het bedrijf te dekken met de toegewezen activaportefeuille. Het gescheiden beheer van de portefeuille leidt echter niet tot een toename van de correlatie tussen de risico’s binnen die portefeuille en die binnen de rest van de onderneming. Daarom mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die gebruikmaken van de matchingopslag niet worden verplicht een afzonderlijk theoretisch solvabiliteitskapitaalvereiste te berekenen voor de portefeuille van activa en verplichtingen waarop de matchingopslag wordt toegepast, tenzij de activaportefeuilles die een overeenkomstige beste schatting van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen dekken, een afgezonderd fonds vormen.

(17)

In artikel 84, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 is bepaald dat de doorkijkbenadering van toepassing moet zijn op verbonden ondernemingen die voornamelijk namens de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming als beleggingsvehikel optreden. Deze formulering kan echter ten onrechte verbonden ondernemingen uitsluiten die activa beheren voor rekening van meerdere ondernemingen binnen dezelfde verzekerings- of herverzekeringsgroep. Hierdoor ontstaat een lacune in de regelgeving en bestaat het risico dat het doorkijkbeginsel niet consequent wordt toegepast. Artikel 84, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 moet daarom worden gewijzigd om te specificeren dat de doorkijkbenadering ook van toepassing is wanneer het verbonden beleggingsvehikel activa beheert namens meerdere ondernemingen binnen de groep — en niet alleen namens de deelnemende onderneming zelf.

(18)

De regels voor de berekening van de module tegenpartijrisico, met inbegrip van het risicolimiteringseffect van derivaten, herverzekeringsregelingen of verzekeringssecuritisatie, kunnen zeer complex blijken te zijn. Dergelijke complexe berekeningen hoeven niet altijd in verhouding te staan tot de aard, omvang en complexiteit van de risico’s van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming. Om de compliancekosten voor kleinere ondernemingen te verminderen, moet daarom een aanvullende vereenvoudigde berekening van het risicolimiteringseffect van derivaten, herverzekeringsregelingen of securitisatie worden ingevoerd.

(19)

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen ervoor kiezen risico’s over te dragen door gebruik te maken van niet-proportionele herverzekeringsovereenkomsten. Wanneer echter de standaardformule wordt gebruikt, wordt een dergelijk type herverzekeringsregeling niet op passende wijze weerspiegeld als een risicolimiteringstechniek om de solvabiliteitskapitaalvereisten te verminderen. Daarom moet worden bepaald dat bepaalde vormen van herverzekering, met name dekkingen voor ongunstige ontwikkelingen die het mogelijk maken reserverisico over te dragen, op eenvoudige wijze in de standaardformule kunnen worden opgenomen.

(20)

In artikel 164, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 is bepaald dat de correlatie tussen het spreadrisico volgens de standaardformule en het renterisico in het neerwaartse rentescenario 50 % bedraagt. Uit een economische analyse van de Eiopa blijkt echter dat een dergelijke kalibratie te voorzichtig is (7). Uit empirische data blijkt met name dat de grootste rentedalingen niet tegelijkertijd plaatsvonden met de grootste toename van spreads op de obligatiemarkten. Daarom moet de correlatie tussen spreadrisico en renterisico in het neerwaartse rentescenario worden verlaagd tot 25 %.

(21)

De kapitaalvereisten voor renterisico volgens de standaardformule worden voor elke valuta afzonderlijk berekend. Voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarvan het hoofdkantoor zich bevindt in een lidstaat waarvan de lokale valuta aan de euro is gekoppeld, leidt deze benadering echter tot onevenredig hoge kapitaalvereisten die de werkelijke economische risico’s niet weerspiegelen. Daarom moet worden bepaald dat het kapitaalvereiste voor het renterisico volgens de standaardformule gezamenlijk kan worden berekend voor de euro en de gekoppelde valuta van de lidstaat waar verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hun hoofdkantoor hebben.

(22)

De extrapolatiemethode die wordt gebruikt om langlopende verplichtingen te waarderen, draagt bij tot het afvlakken van het effect van renteontwikkelingen op de beste schatting van verzekeringsverplichtingen. De huidige kapitaalvereisten volgens de standaardformule voor het renterisico weerspiegelen echter niet de extrapolatie van de rentevoeten op de lange termijn. Daarom moeten de aan een stressscenario onderworpen rentevoeten voor looptijden na het eerste afvlakkingspunt worden geëxtrapoleerd.

(23)

Volgens de huidige regels wordt er bij het renterisico volgens de standaardformule van uitgegaan dat positieve rentevoeten niet negatief kunnen worden en dat negatieve rentevoeten niet verder kunnen dalen. Uit historische ontwikkelingen op de financiële markten is echter gebleken dat bij een dergelijke aanname blootstellingen aan renterisico door verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aanzienlijk kunnen worden onderschat. Daarom moet de standaardformule worden gewijzigd om het risico van lage of negatieve rentes op passende wijze weer te geven. Dat moet worden gerealiseerd door een herkalibratie van de ondermodule renterisico, om rekening te houden met het bestaan van een omgeving met een negatief rendement.

(24)

Wijzigingen van de standaardformule voor renterisico mogen niet leiden tot een ongerechtvaardigde verhoging van de kapitaalvereisten wanneer de rente laag is. Bij de kalibratie van neerwaartse schokken mag er met name niet van worden uitgegaan dat het renteniveau aanzienlijk daalt onder de historisch waargenomen waarden in de belangrijkste valuta. Om evenredigheid en consistentie met marktgedrag in het verleden te waarborgen, moet daarom een looptijdafhankelijke ondergrens worden ingevoerd om de omvang van de aangenomen negatieve rentevoeten te beperken en met de looptijd te verhogen om rekening te houden met de lagere aannemelijkheid van extreme langetermijnrentevoeten.

(25)

Zoals benadrukt in de mededeling van de Commissie over een spaar- en investeringsunie (8), bevinden institutionele beleggers, zoals verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, zich in een unieke positie om met een langetermijnperspectief te beleggen en de “equitisation” van bedrijven in de Unie op prioritaire gebieden zoals defensie, onderzoek en innovatie of de groene en de digitale transities te ondersteunen. Het aanmoedigen van aandelenfinanciering is van cruciaal belang om de economische weerbaarheid en veerkracht en het concurrentievermogen van de Unie te versterken, met name omdat innovatieve bedrijven daardoor toegang kunnen krijgen tot stabiel en geduldig kapitaal. Artikel 105 bis van Richtlijn 2009/138/EG bevat een preferentieel kapitaalvereiste dat van toepassing is op langetermijnbeleggingen in aandelen. Meer specifiek wordt in lid 1, punt d), van dat artikel bepaald dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, om voor de preferentiële behandeling in aanmerking te komen, ten genoegen van de toezichthoudende autoriteiten moeten aantonen dat zij gedurende een periode van vijf jaar, doorlopend en onder stressomstandigheden, gedwongen verkoop van aandelenbeleggingen kunnen vermijden. Om ervoor te zorgen dat dit vereiste consequent wordt toegepast, moeten de benaderingen worden gespecificeerd waarmee kan worden aangetoond dat een onderneming gedwongen verkoop van deelnemingen kan voorkomen. Om ongerechtvaardigde regeldruk te voorkomen en rekening te houden met verschillen in de complexiteit van de risicoprofielen van ondernemingen, moet het verzekerings- en herverzekeringsondernemingen bovendien worden toegestaan de meest geschikte aanpak te kiezen uit verschillende methoden, afhankelijk van hun bedrijfsmodel en complexiteit. Dat kan de bruikbaarheid en doeltreffendheid van de preferentiële behandeling voor verschillende categorieën ondernemingen vergroten. Om arbitraire of opportunistische overschakeling tussen benaderingen in de loop van de tijd te voorkomen, moeten echter duidelijke waarborgen en vereisten inzake monitoring vanuit het toezicht worden vastgesteld, die consistentie, transparantie en convergentie in het toezicht waarborgen, met behoud evenwel van prudent risicobeheer en de bescherming van verzekeringnemers.

(26)

Standaard is het zo dat wanneer langetermijnbeleggingen in aandelen verlopen via instellingen voor collectieve belegging (icb’s), de criteria van artikel 105 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG op het niveau van elk onderliggend activum moeten worden getoetst. In artikel 105 bis, lid 2, van die richtlijn is echter bepaald dat voor bepaalde soorten instellingen voor collectieve belegging met een lager risicoprofiel die criteria van artikel 105 bis, lid 1, van die richtlijn kunnen worden getoetst op het niveau van het fonds — in plaats van op het niveau van de onderliggende activa die binnen dat fonds worden aangehouden. In artikel 168, lid 6, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 worden reeds bepaalde instellingen voor collectieve belegging geïdentificeerd als aandelen van type 1, die onderworpen zijn aan lagere risicofactoren voor aandelenrisico dan aandelen van type 2. Het gaat onder meer om Europese sociaalondernemerschapsfondsen, Europese durfkapitaalfondsen, Europese langetermijnbeleggingsfondsen en gesloten alternatieve beleggingsfondsen zonder hefboomwerking. Voor alternatieve beleggingsinstellingen van het closed-end-type zonder hefboomwerking, wordt dan weer het gebruik van afgeleide instrumenten voor hedgingdoeleinden, alsmede tijdelijke leningsregelingen die volledig worden gedekt door contractuele kapitaalverbintenissen van beleggers in het alternatieve beleggingsfonds, uitgesloten van de berekening van de hefboomfinanciering. Al deze fondsen van type 1 moeten ook worden beschouwd als fondsen met een lager risicoprofiel voor het identificeren van langetermijnbeleggingen in aandelen, ook wanneer zij worden belegd in aandelen in kwalificerende infrastructuur of aandelen in kwalificerende infrastructuurondernemingen. Wanneer de voorwaarden van artikel 105 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG vervuld zijn op het niveau van dergelijke fondsen met een lager risicoprofiel, mag de preferentiële risicofactor van 22 % waarvan sprake in artikel 105 bis, lid 4, van die richtlijn, standaard alleen worden toegepast op de binnen dergelijke fondsen aangehouden aandelenblootstellingen — en niet op andere financiële activa.

(27)

De huidige limieten voor de symmetrische aanpassing verminderen de doeltreffendheid ervan bij het verzachten van de potentiële procyclische effecten van het financiële stelsel. Zij kunnen er met name toe leiden dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen extra kapitaal aantrekken of activa verkopen als reactie op ongunstige marktbewegingen van korte duur, met inbegrip van die welke het gevolg zijn van geopolitieke instabiliteit. Overeenkomstig Richtlijn (EU) 2025/2 moet artikel 172 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 worden gewijzigd om de symmetrische aanpassing mogelijk te maken om grotere variaties in het standaardkapitaalvereiste te genereren, waardoor het vermogen ervan om de gevolgen van scherpe marktschommelingen te temperen, wordt vergroot.

(28)

In de banksector staat artikel 133, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (9) kredietinstellingen toe om, onder bepaalde voorwaarden en na voorafgaande goedkeuring door de toezichthouder, een preferentieel risicogewicht toe te passen op blootstellingen in aandelen die in het kader van specifieke wetgevingsprogramma’s zijn verworven. Die programma’s moeten aanzienlijke subsidies of garanties bieden, overheidstoezicht inhouden en een aantal beperkingen opleggen aan de soorten deelnemingen. Om een gelijk speelveld tussen sectoren te stimuleren en om de bijdrage van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen aan aandelenfinanciering van de reële economie te versterken, is het passend om de benadering uit de standaardformule voor het berekenen van solvabiliteitskapitaalvereisten uit Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 over te nemen. Deelnemingen die worden gedaan in het kader van vergelijkbare wetgevingsprogramma’s, met inbegrip van de programma’s ter ondersteuning van een of meer economische sectoren die zijn opgenomen in de mededeling over het EU-kompas voor concurrentievermogen of in het ReArm Europa-plan/Readiness 2030 (10), moeten worden erkend als mogelijk risicobeperkend en kunnen daarom een lager kapitaalvereiste rechtvaardigen, mits de toezichthoudende autoriteit daarvoor vooraf toestemming verleent.

(29)

Om te zorgen voor samenhang tussen de bank- en verzekeringsregelgeving en om convergentie in toezichtpraktijken te bevorderen, moeten wetgevingsprogramma’s die geacht worden te voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen uit hoofde van artikel 133, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 ook worden erkend als wetgevingsprogramma’s uit hoofde van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, op basis van dezelfde criteria. De Commissie kan een openbaar register van dergelijke programma’s bijhouden voor de toepassing van artikel 133, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013, waardoor de transparantie en voorspelbaarheid worden verbeterd. Indien een dergelijk register bestaat, moet de opname van een programma daarin een vermoeden vormen dat dit soort programma ook onder het verzekeringsraamwerk valt.

(30)

Investeringen in het kader van wetgevingsprogramma’s kunnen ook worden aangemerkt als langetermijnbeleggingen in aandelen. Daarom is het noodzakelijk dat bij de berekening van de solvabiliteitskapitaalvereisten rekening kan worden gehouden met de gecombineerde risicoverminderende kenmerken van beide soorten beleggingen.

(31)

Een goed functionerende securitisatiemarkt biedt de kapitaalmarkten extra financieringsbronnen, waardoor de financieringscapaciteit van de reële economie wordt verbeterd en wordt bijgedragen tot de verwezenlijking van de spaar- en investeringsunie. Het biedt ook alternatieve beleggingsmogelijkheden voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, die hun portefeuilles moeten diversifiëren om het rendement te verhogen en het idiosyncratische risico te verminderen. Als institutionele beleggers moeten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen derhalve volledig in de securitisatiemarkt van de Unie worden geïntegreerd.

(32)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1221 van de Commissie (11) zijn in Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 specifieke risicofactoren voor spreadrisico van STS-securitisaties opgenomen. De risicofactoren voor senior tranches van STS-securitisaties bleven echter hoger dan die welke van toepassing zijn op bedrijfsobligaties of gedekte obligaties van dezelfde kredietkwaliteitscategorie. In tegenstelling tot bedrijfsobligaties of gedekte obligaties zijn STS-securitisaties met een vergelijkbare kredietkwaliteit echter onderworpen aan specifieke zorgvuldigheids- en transparantievereisten uit hoofde van Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad (12). Deze vereisten zorgen ervoor dat verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de risico’s in verband met STS-securitisaties beter begrijpen en beheersen. Om de consistentie tussen activaklassen met vergelijkbare risicoprofielen te verbeteren, moeten risicofactoren voor senior tranches van STS-securitisaties derhalve verder worden afgestemd op die welke van toepassing zijn op bedrijfsobligaties of gedekte obligaties.

(33)

In Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt geen onderscheid gemaakt tussen senior tranches en niet-senior tranches van niet-STS-securitisaties. Dat gebrek aan risicogevoeligheid leidt tot een overschatting van de spreadrisico’s die ten grondslag liggen aan beleggingen in tranches van de hoogste kwaliteit van niet-STS-securitisaties. Bovendien is het verschil in kapitaalvereisten voor verzekerings- of herverzekeringsondernemingen tussen STS-securitisaties en niet-STS-securitisaties veel groter dan hetgeen van toepassing is op kredietinstellingen. Om dat verschil te behouden, moeten daarom lagere risicofactoren worden ingevoerd voor senior tranches van niet-STS-securitisaties.

(34)

De in euro uitgedrukte bedragen in Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 zijn niet herzien sinds de inwerkingtreding ervan in 2014. De cumulatieve inflatie sindsdien benadert 35 %. Daarom moeten de in euro uitgedrukte bedragen in die verordening worden herzien door het basisbedrag in euro te verhogen met de procentuele verandering in de geharmoniseerde indexcijfers van de consumptieprijzen van alle lidstaten, zoals gepubliceerd door de Commissie (Eurostat).

(35)

In artikel 192, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 is bepaald dat wanneer de loan-to-value (LTV) voor een hypothecaire lening niet meer dan 60 % bedraagt, het standaardformulekapitaalvereiste voor tegenpartijrisico nul is. Die behandeling onderschat ten onrechte de werkelijke risico’s van dergelijke blootstellingen en leidt tot een ongelijk speelveld met de banksector waar dergelijke blootstellingen risicogewogen zijn. Daarom moet een ondergrens voor het verlies bij wanbetaling van hypotheekleningen worden ingevoerd.

(36)

In artikel 176, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 worden de risicofactoren uiteengezet die van toepassing zijn op leningen waarvoor geen kredietbeoordeling door een aangewezen externe kredietbeoordelingsinstelling (EKBI) beschikbaar is en waarvoor debiteuren geen zekerheden hebben gesteld die voldoen aan de criteria van artikel 214 van die verordening. Die toepasselijke risicofactoren onderschatten echter aanzienlijk het niveau van potentiële verliezen bij wanbetaling van respijtleningen. Daarom moeten die risicofactoren worden aangepast om het niveau van potentiële verliezen bij wanbetaling van respijtleningen beter weer te geven.

(37)

Centrale clearingtegenpartijen (CTP’s) hebben nieuwe toegangsmodellen ontwikkeld waarmee verzekerings- of herverzekeringsondernemingen directe clearingleden kunnen worden terwijl een bijdragende onderneming verantwoordelijk is voor bijdragen aan wanbetalingsfondsen. Tot op heden heeft geen enkele verzekerings- of herverzekeringsonderneming besloten deze nieuwe toegangsmodellen te gebruiken. Dat is deels te wijten aan de prudentiële behandeling van directe blootstellingen met betrekking tot kwalificerende CTP’s, die hoger kunnen zijn dan de prudentiële behandeling die van toepassing is op een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die als indirect clearinglid optreedt. In Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt het risicoverminderende effect van centrale clearing voor verzekerings- of herverzekeringsondernemingen niet volledig weergegeven. Om die kwestie aan te pakken en belemmeringen voor de deelname van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen als directe clearingleden weg te nemen, moeten de kapitaalvereisten voor directe blootstellingen met betrekking tot in aanmerking komende CTP’s worden verlaagd en afgestemd op die van indirecte blootstellingen.

(38)

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen besluiten van retrocessietransacties of transacties inzake verstrekte of opgenomen effectenleningen gebruik te maken om de liquiditeit te beheren of het rendement van activa te verhogen. De kapitaalvereisten in verband met dergelijke transacties worden momenteel echter te voorzichtig behandeld, aangezien zij voor de berekening van kapitaalvereisten in het kader van de module tegenpartijrisico als blootstellingen van type 2 worden ingedeeld. Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 moet derhalve worden gewijzigd om deze transacties als blootstellingen van type 1 her in te delen. Daarnaast zal de Commissie, in coördinatie met de Eiopa, beoordelen of en hoe in de kapitaalvereisten voor tegenpartijrisico het risicobeperkende effect van centrale clearing via in aanmerking komende CTP’s tot uiting moet komen.

(39)

In sommige gevallen kunnen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen hun solvabiliteitskapitaalvereiste aanzienlijk verlagen door gebruik te maken van risicolimiteringstechnieken, met inbegrip van herverzekering, maar die risicolimiteringstechnieken leiden niet altijd tot een significante overdracht van risico. Sommige herverzekeringsovereenkomsten zijn met name ontworpen om alleen de extreme scenario’s te bestrijken die in de standaardformule zijn gemodelleerd, terwijl zij weinig of geen bescherming bieden tegen gematigder maar waarschijnlijker gebeurtenissen. Om ervoor te zorgen dat het risicoprofiel van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen nauwkeuriger wordt beoordeeld, moet daarom worden gespecificeerd dat de vermindering van het solvabiliteitskapitaalvereiste als gevolg van het gebruik van risicolimiteringstechnieken in verhouding moet staan tot het bedrag van de daadwerkelijk overgedragen risico’s.

(40)

Om ervoor te zorgen dat risicolimiterende technieken die in de standaardformule voor het berekenen van het solvabiliteitskapitaalvereiste worden erkend, geen materieel basisrisico omvatten, moeten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de effectieve prestaties van de risicolimitering beoordelen in een uitgebreide reeks risicoscenario’s die voor de betrokken risicolimiteringstechniek relevant zijn. Bij proportionele herverzekering moeten de effectieve prestaties worden aangetoond door een nauwkeurige afspiegeling in alle scenario’s. Bij niet-proportionele herverzekering moet in de beoordeling de klemtoon liggen op scenario’s met verliezen tussen attachment- en detachment points en moeten die verliezen daarin een nauwkeurige afspiegeling vinden.

(41)

In artikel 275, lid 2, punt c), van de gedelegeerde verordening is bepaald dat de betaling van een aanzienlijk deel van de variabele beloningscomponent aan personeelsleden van wie de beroepswerkzaamheden wezenlijke gevolgen hebben voor het risicoprofiel van de onderneming, moet worden uitgesteld. De kosten van de toepassing van een dergelijk vereiste kunnen echter hoger zijn dan de prudentiële voordelen ervan in gevallen waarin het gaat om een personeelslid uit die categorie met een laag niveau van variabele beloning, aangezien dergelijke beloningsniveaus waarschijnlijk geen stimulansen zullen creëren voor het nemen van buitensporige risico’s. Daarom moet in dergelijke gevallen de in artikel 275, lid 2, punt c), van de gedelegeerde verordening bepaalde verplichting inzake uitstel niet van toepassing zijn.

(42)

Volgens Richtlijn 2009/138/EG moet essentiële informatie regelmatig openbaar worden gemaakt via het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand. Dat verslag is gericht tot verzekeringnemers en begunstigden, enerzijds, en analisten en andere marktprofessionals, anderzijds. Om tegemoet te komen aan de behoeften en verwachtingen van die twee verschillende groepen, schrijft Richtlijn (EU) 2025/2 tot wijziging van Richtlijn 2009/138/EG voor dat de inhoud van het verslag in twee delen moet worden opgesplitst, die goed van elkaar zijn onderscheiden maar wel tegelijk worden uitgebracht. Het eerste deel, dat voornamelijk gericht is tot verzekeringnemers en begunstigden, moet de essentiële informatie bevatten over het bedrijf, de prestaties, het kapitaalbeheer en het risicoprofiel. Het tweede deel, dat gericht is tot marktprofessionals, moet gedetailleerde informatie bevatten over het bedrijf en het governancesysteem, specifieke informatie over technische voorzieningen en andere verplichtingen, de solvabiliteitspositie en andere data die relevant zijn voor gespecialiseerde analisten. Daarom moet Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 worden gewijzigd om rekening te houden met die nieuwe structuur en inhoud.

(43)

Bepaalde informatie die moet worden opgenomen in het deel van het verslag over de solvabiliteit en financiële toestand dat gericht is op marktprofessionals, kan reeds zijn openbaargemaakt in andere verslagen die door verzekerings- of herverzekeringsondernemingen worden gepubliceerd. In dat geval mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen niet worden verplicht die informatie in hun verslag over de solvabiliteit en financiële toestand te dupliceren, maar moeten zij in plaats daarvan rechtstreekse verwijzingen, onder meer via internetlinks, naar het desbetreffende deel of de desbetreffende pagina van het andere verslag kunnen verstrekken. Om de toegankelijkheid in de loop van de tijd te waarborgen, moeten verzekerings- of herverzekeringsondernemingen ervoor zorgen dat dergelijke links ten minste vijf jaar blijven werken, zelfs wanneer websitestructuren of documentlocaties veranderen.

(44)

Het deel van het verslag over de solvabiliteit en financiële toestand dat gericht is op verzekeringnemers en begunstigden, moet beknopt, toegankelijk en voor een leek gemakkelijk te begrijpen zijn. Om dat doel te bereiken, mag het slechts eenvoudige informatie bevatten die gericht is op de behoeften van de beoogde verzekeringnemers en begunstigden, en mag het niet langer zijn dan vijf bladzijden.

(45)

Om ervoor te zorgen dat verzekeringnemers en begunstigden het op hen gerichte deel van het verslag over de solvabiliteit en financiële toestand kunnen begrijpen, moet dat deel beschikbaar worden gesteld in de talen die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gebruikt bij haar activiteiten in het kader van de vrijheid van vestiging of de vrijheid van dienstverrichting. Om buitensporige administratieve en juridische kosten te voorkomen, mag van ondernemingen echter niet worden verlangd dat zij beëdigde vertalingen van dat deel laten maken.

(46)

Overeenkomstig Richtlijn 2009/138/EG hebben toezichthoudende autoriteiten het recht om van elke ondertoezichtstaande verzekerings- en herverzekeringsonderneming en hun groepen ten minste om de drie jaar een periodiek beschrijvend verslag te ontvangen met informatie over de bedrijfsactiviteiten en de prestaties, het governancesysteem, het risicoprofiel, het kapitaalbeheer en andere voor solvabiliteitsdoeleinden relevante informatie. De vereisten met betrekking tot de beschrijvende informatie die in het reguliere toezichtverslag moet worden opgenomen, kunnen echter overlappen met informatie die reeds is verstrekt in kwantitatieve rapportagemodellen of in het verslag over de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit (ORSA). Die duplicatie verhoogt de rapportagekosten zonder duidelijke toegevoegde waarde voor het toezicht. De vereisten voor de beschrijvende informatie die in het periodieke toezichtverslag moet worden opgenomen, moeten daarom worden beperkt tot wat nodig is voor prudentieel toezicht.

(47)

In het kader van haar inspanningen om de economie in de Unie concurrerender te maken, wil de Commissie een ongekende vereenvoudigingsinspanning leveren. Tegen die achtergrond moet de evaluatie van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 erop gericht zijn de doelstellingen van Richtlijn (EU) 2025/2 op de eenvoudigste, meest gerichte, meest doeltreffende en minst belastende manier te verwezenlijken. Met name wijzigingen van die verordening moeten bijdragen tot de streefcijfers voor lastenvermindering, met inbegrip van de rapportagelast.

(48)

In artikel 330, lid 4, van Gedelegeerde verordening (EU) 2015/35 wordt gesteld dat elk minderheidsbelang in een dochteronderneming dat groter is dan de bijdrage van die dochteronderneming aan het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep ingeval de dochteronderneming een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit een derde land, een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding is, als niet-beschikbaar moet worden beschouwd. In feite vormen minderheidsbelangen een van de belangrijkste bronnen van aftrekkingen van het eigen vermogen van de groep. In die gedelegeerde verordening is echter niet bepaald hoe dergelijke minderheidsbelangen moeten worden berekend. Dit leidt tot inconsistente benaderingen door groepen in de hele Unie en leidt tot problemen met een gelijk speelveld. Daarom moeten regels worden vastgesteld voor de berekening van minderheidsbelangen voor solvabiliteitsdoeleinden.

(49)

De prudentiële regels voor verzekeringen kunnen zeer complex blijken te zijn en kunnen aanzienlijke compliancekosten met zich meebrengen, met name voor kleinere ondernemingen. Hoewel Richtlijn 2009/138/EG een overkoepelend evenredigheidsbeginsel bevat, is de praktische uitvoering ervan ontoereikend om de regeldruk voor kleinere ondernemingen, voor wie bepaalde vereisten onevenredig duur en complex kunnen zijn gezien de aard, omvang en complexiteit van hun risico’s, doeltreffend te verminderen. Naast het nieuwe evenredigheidskader dat van toepassing is op ondernemingen die als klein en niet-complex zijn ingedeeld, is bij Richtlijn (EU) 2025/2 artikel 29 quinquies in Richtlijn 2009/138/EG opgenomen, waardoor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in aanmerking kunnen komen voor de toepassing van evenredigheidsmaatregelen, onder voorbehoud van voorafgaande goedkeuring door de toezichthouder en een analyse per geval. Om een gelijk speelveld en voorspelbaarheid voor de sector te waarborgen, moeten de voorwaarden op basis waarvan een toezichthoudende autoriteit kan weigeren die goedkeuring te verlenen, uitputtend worden gespecificeerd.

(50)

Bij Richtlijn (EU) 2025/2 zijn verschillende wijzigingen en verduidelijkingen aangebracht in de regels voor de berekening van de solvabiliteitspositie van verzekeringsgroepen, onder meer met betrekking tot eigen vermogen en solvabiliteitskapitaalvereisten. Met name wordt verduidelijkt dat verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings uitsluitend voor de berekening van de groepssolvabiliteit als verzekerings- of herverzekeringsondernemingen moeten worden behandeld. Dat omvat de berekening van notionele kapitaalvereisten voor dergelijke entiteiten volgens zowel methode 1 (bijvoorbeeld in het kader van de beoordeling van de beschikbaarheid van eigen vermogen) als methode 2. Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 moet daarom worden gewijzigd om rekening te houden met die wijzigingen in Richtlijn 2009/138/EG.

(51)

Voor eigenvermogensbestanddelen die door een verbonden onderneming worden uitgegeven om als eigen vermogen van de groep te worden aangemerkt, moeten zij voldoen aan de vereisten van de artikelen 71, 73 en 77 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, onder verwijzing naar het “solvabiliteitskapitaalvereiste” in die artikelen, uitgelegd als van toepassing op zowel het solvabiliteitskapitaalvereiste van de uitgevende verbonden onderneming als het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep. In het kader van fusies en overnames kan dit vereiste in de weg staan aan de erkenning van eigenvermogensinstrumenten die door een onderneming zijn uitgegeven voordat zij deel ging uitmaken van de overnemende groep, zelfs wanneer die instrumenten nog steeds voldoen aan alle relevante prudentiële normen op het niveau van de onderneming zelf. Een dergelijke beperking kan leiden tot onevenredige kapitaalkosten in verband met externe groei, waardoor uiteindelijk het internationale concurrentievermogen van verzekerings- en herverzekeringsgroepen in de Unie wordt aangetast. Om die kwestie aan te pakken, moet worden toegestaan dat dergelijke eigenvermogensbestanddelen als overgang en op tijdelijke basis worden opgenomen als niet-beschikbaar eigen vermogen van de groep na de verwerving van de uitgevende onderneming.

(52)

Hoewel prudentiële consolidatie andere doelstellingen dient dan boekhoudkundige consolidatie, kunnen buitensporige verschillen tussen de twee kaders onnodige regelgevingslasten voor verzekerings- en herverzekeringsgroepen met zich meebrengen. Met name wijkt de huidige behandeling van gezamenlijke bedrijfsactiviteiten en gemeenschappelijke ondernemingen uit hoofde van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 af van de internationale standaarden voor jaarrekeningen doordat proportionele consolidatie wordt geëist van ondernemingen die anders volgens de vermogensmutatiemethode zouden worden behandeld en, omgekeerd, doordat de toepassing van een vermogensmutatiemethode wordt geëist voor ondernemingen waarvoor anders proportionele consolidatie zou gelden. Die inconsistentie verhoogt de rapportagekosten, creëert operationele inefficiënties en kan legitieme bedrijfsstructuren ontmoedigen. Er moet derhalve worden gezorgd voor een grotere samenhang met de internationale regels voor de consolidatie van jaarrekeningen bij de behandeling van gezamenlijke overeenkomsten, op voorwaarde dat een dergelijke afstemming de bescherming van verzekeringnemers of de financiële stabiliteit niet in gevaar brengt.

(53)

Om een aandelenportefeuille als langetermijnaandelen te kunnen behandelen, moeten verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aantonen dat zij aan de voorwaarden van artikel 105 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG voldoen. Wanneer dit soort onderneming tot een groep behoort, zou het voor die groep te belastend zijn om de voorwaarden voor langetermijnaandelen op groepsniveau opnieuw te beoordelen. Daarom moeten beleggingen in aandelen die door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming als langetermijnaandelen worden behandeld, ook als zodanig worden behandeld bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep waartoe die onderneming behoort, tenzij er significante groepsbrede liquiditeitsrisico’s zijn die niet op het niveau van individuele ondernemingen of significante intragroepstransacties worden afgedekt.

(54)

Richtlijn 2009/138/EG biedt verzekerings- en herverzekeringsgroepen de mogelijkheid om hun solvabiliteitskapitaalvereiste te berekenen met een volledig of gedeeltelijk intern model dat vooraf door de toezichthouder moet worden goedgekeurd. Elke techniek om een gedeeltelijk intern model in de standaardformule voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep te integreren, maakt deel uit van het interne model in kwestie en dient, samen met de andere componenten van het gedeeltelijk interne model, aan de desbetreffende vereisten van Richtlijn 2009/138/EG te voldoen. De in bijlage XVIII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 beschreven integratietechnieken zijn in de eerste plaats bedoeld voor de integratie van risico’s en niet voor de integratie van volledige ondernemingen in een intern model op groepsniveau. Daarom moet worden gespecificeerd dat in gevallen waarin ondernemingen als geheel zijn geïntegreerd, artikel 239, lid 4, van die verordening van toepassing is.

(55)

In Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt niet gespecificeerd onder welke voorwaarden het gebruik van “methode 2” als bedoeld in artikel 233 van Richtlijn 2009/138/EG voorrang moet hebben op integratietechnieken. Om die lacune te dichten, moeten verzekerings- en herverzekeringsgroepen worden verplicht de geschiktheid van de door hen toegepaste integratietechnieken aan te tonen en ten genoegen van hun toezichthoudende autoriteit te verantwoorden waarom die integratietechnieken geschikter zijn dan de toepassing van methode 2.

(56)

Natuurrampen en extreme weersomstandigheden nemen over de hele wereld toe als gevolg van klimaatverandering, evenals de verliezen die daarmee verband houden. Om de verzekeringnemers en de algemene stabiliteit van de verzekeringssector in de Unie te blijven beschermen tegen grilligere en schadelijkere weerpatronen, is het belangrijk dat de kapitaalvereisten van verzekeraars voor het verzekeringstechnisch risico van natuurrampen een adequate weerspiegeling vormen van de gevolgen van natuurrampen. In het licht van de nieuw beschikbare data en modellen moeten risicofactoren voor verschillende regio’s in verband met natuurrampen zoals overstromingen, stormen, hagel, aardbevingen en bodemdaling worden gewijzigd.

(57)

Bij Richtlijn (EU) 2025/2 worden nieuwe prerogatieven en bevoegdheden voor toezichthoudende autoriteiten ingevoerd om evenredigheidsmaatregelen toe te kennen of af te zien van groepstoezicht als gevolg van de uitsluiting van een onderneming van groepstoezicht overeenkomstig artikel 214 van Richtlijn 2009/138/EG. Het is belangrijk dat de sector en het bredere publiek weten of en hoe deze nieuwe bevoegdheden en prerogatieven in de praktijk zijn gebruikt. Daarom moeten de geaggregeerde statistische data die de nationale toezichthoudende autoriteiten openbaar moeten maken over de belangrijkste aspecten van de toepassing van het prudentiële kader, worden uitgebreid tot die nieuwe gebieden.

(58)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 moet dan ook dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende punt 45 bis wordt ingevoegd:

“45 bis.

“toekomstige beheeractiviteit”: elke activiteit die het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming in specifieke toekomstige omstandigheden mag verwachten uit te voeren;”;

b)

het volgende punt 46 bis wordt ingevoegd:

“46 bis.

“in toekomstige vergoedingen vervatte verwachte winst voor servicing en beheer van fondsen”: de verwachte contante waarde van toekomstige kasstromen die voortvloeien uit de opneming in de technische voorzieningen van vergoedingen voor servicing en beheer van fondsen die met aan indexen of beleggingen gekoppelde bestaande verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten verband houden en die naar verwachting in de toekomst in rekening zullen worden gebracht, maar mogelijk om enigerlei reden niet in rekening worden gebracht, zij het niet omdat de verzekerde gebeurtenis niet heeft plaatsgevonden, ongeacht de wettelijke of contractuele rechten van de verzekeringnemer om de verzekeringsovereenkomst stop te zetten;”;

c)

de punten 55 quater en 55 quinquies worden geschrapt;

d)

de volgende punten 64 tot en met 67 worden toegevoegd:

“64.

“lening in wanbetaling”: een lening waarbij de debiteur in gebreke is gebleven als bedoeld in artikel 178, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

65.

“respijtlening”: een lening waarop respijtmaatregelen als bedoeld in artikel 47 ter, leden 1, 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn toegepast;

66.

“uitkeringen”: de uitbetaling van andere boekhoudkundige winsten dan dividenden aan aandeelhouders, leden of soortgelijke personen, met inbegrip van de terugkoop van aandelen;

67.

“voorzienbare lasten”: het bedrag aan belastingen en het bedrag aan verplichtingen of omstandigheden die zich tijdens de desbetreffende verslagperiode voordoen en die de winst van de onderneming waarschijnlijk zullen verminderen.”;

2)

artikel 6 wordt vervangen door:

“Artikel 6

Dubbele kredietrating voor securitisatieposities andere dan STS-securitisaties

In afwijking van artikel 4, lid 4, punt d), geldt dat, indien er voor een securitisatiepositie anders dan een STS-securitisatiepositie slechts één kredietbeoordeling van een aangewezen EKBI beschikbaar is, van die kredietbeoordeling geen gebruik mag worden gemaakt. De kapitaalvereisten voor die post worden bepaald alsof er geen kredietbeoordeling van een aangewezen EKBI beschikbaar is.”

;

3)

aan artikel 16, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“In afwijking van de eerste alinea mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die als kleine en niet-complexe ondernemingen zijn ingedeeld, kortlopende deposito’s met een looptijd van minder dan één jaar waarderen tegen kostprijs of geamortiseerde kostprijs, mits het gebruik van dergelijke waarderingsmethoden aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

a)

er worden geen feitelijke onjuistheden geïntroduceerd bij de waardering van dergelijke deposito’s;

b)

het leidt tot een waarde van kortlopende deposito’s die lager is dan de waarde die anders zou worden berekend zonder gebruikmaking van de kostprijs of de geamortiseerde kostprijs.”;

4)

in artikel 18, lid 3, wordt de derde alinea vervangen door:

“Ingeval het levensverzekeringsverplichtingen betreft waarbij bij de aanvang van de overeenkomst een individuele risicobeoordeling wordt uitgevoerd van de verplichtingen die met de uit hoofde van de overeenkomst verzekerde persoon verband houden, en de onderneming niet het recht heeft om de beoordeling te herhalen voordat de premies of uitkeringen worden gewijzigd, houden verzekerings- en herverzekeringsondernemingen evenwel uitsluitend rekening met het recht om voor de toepassing van punt c) op het niveau van de overeenkomst te beoordelen of de premies het risico volledig weerspiegelen.”;

5)

aan artikel 20 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen voeren interne procedures in om te voorkomen dat te veel wordt vertrouwd op data van gebeurtenissen in het verleden met betrekking tot trends in verband met klimaatverandering, onder meer, in voorkomend geval, door gebruik te maken van klimaatscenario’s.”;

6)

in artikel 31 wordt lid 4 vervangen door:

“4.   Bij de kostenprognose wordt rekening gehouden met de besluiten van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van de onderneming met betrekking tot het aangaan van nieuwe contracten.”

;

7)

het volgende artikel 34 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 34 bis

Gebruik van de prudente deterministische waardering van de beste schatting voor levensverzekeringsverplichtingen met opties en garanties die niet materieel worden geacht

1.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen maken alleen gebruik van de prudente deterministische waardering van de beste schatting voor levensverzekeringsverplichtingen met opties en garanties die niet materieel worden geacht, zoals bedoeld in artikel 77, lid 8, van Richtlijn 2009/138/EG, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de verzekerings- of herverzekeringsonderneming identificeert duidelijk de levensverzekeringsverplichtingen met opties en garanties die zij acht niet materieel te zijn en waarop zij voornemens is de prudente deterministische waardering van de beste schatting toe te passen;

b)

de tijdswaarde van opties en garanties van de in punt a) bedoelde levensverzekeringsverplichtingen vertegenwoordigt minder dan 5 % van het solvabiliteitskapitaalvereiste;

c)

de verzekerings- of herverzekeringsonderneming bevestigt schriftelijk dat zij voornemens is de in lid 2 bedoelde berekeningsmethode toe te passen op de in punt a) van dit lid bedoelde levensverzekeringsverplichtingen;

d)

de onderneming is ingedeeld als kleine en niet-complexe onderneming.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), maken verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gebruik van de meest recente reeks scenario’s die door de Eiopa zijn vastgesteld en gepubliceerd overeenkomstig artikel 77 sexies, lid 1, punt a ter), van Richtlijn 2009/138/EG.

2.   Indien verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gebruikmaken van de prudente deterministische waardering van de beste schatting voor duidelijk omschreven levensverzekeringsverplichtingen met opties en garanties die overeenkomstig lid 1 niet materieel worden geacht, waarderen zij de beste schatting van dergelijke verplichtingen als de som van:

a)

de deterministische beste schatting van de levensverzekeringsverplichtingen met opties en garanties die niet materieel worden geacht;

b)

het product van een stochastische opslagfactor en het solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), is de stochastische opslagfactor gelijk aan 5 %, tenzij de onderneming ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit aantoont dat een ander percentage haar risicoprofiel beter zou weerspiegelen. Om dat aan te tonen maakt de verzekerings- en herverzekeringsonderneming gebruik van de in lid 1, tweede alinea, bedoelde reeks scenario’s.

3.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die gebruikmaken van de prudente deterministische waardering van de beste schatting voor duidelijk omschreven levensverzekeringsverplichtingen met opties en garanties die niet materieel worden geacht, hanteren de aanname dat de in lid 2, eerste alinea, punt b), bedoelde stochastische opslagfactor constant is voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste, met inbegrip van het verliescompensatievermogen van technische voorzieningen als bedoeld in artikel 206.”

;

8)

in artikel 37, lid 1, wordt in de eerste alinea de formule vervangen door:

Formula
”;

9)

artikel 39 wordt vervangen door:

“Artikel 39

Kapitaalkostenpercentage

De aanname is dat het in artikel 77, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde kapitaalkostenpercentage gelijk is aan 4,75 %.”

;

10)

artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

“2.   De technieken, dataspecificaties en parameters die worden gebruikt voor het bepalen van de technische informatie over de relevante risicovrije rentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 77 sexies, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG, met inbegrip van de ultimate forward rate, zijn transparant, prudent, betrouwbaar, objectief en consistent in de tijd.”

;

b)

het volgende lid 6 wordt toegevoegd:

“6.   Onverminderd de leden 2 tot en met 5 van dit artikel stelt de Eiopa, voor de toepassing van artikel 43 bis, lid 2, de Commissie, het Europees Parlement en de Raad in kennis van het valutagerelateerde percentage dat, op basis van de nieuwe databron, het meest geschikt zou zijn om het eerste afvlakkingspunt op dezelfde vervaldag te houden als die welke vóór de wijziging van de databron van toepassing was, alvorens de databron te wijzigen.”

;

11)

het volgende artikel 43 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 43 bis

Valutagerelateerde percentages voor de bepaling van het eerste afvlakkingspunt

1.   Op de toepassingsdatum van Richtlijn (EU) 2025/2 wordt, voor de bepaling van het eerste afvlakkingspunt voor een valuta overeenkomstig artikel 77 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG, het valutagerelateerde percentage waarboven het aandeel uitstaande obligaties met een looptijd langer dan of gelijk aan een bepaalde looptijd van alle uitstaande obligaties als voldoende hoog wordt beschouwd in de zin van artikel 77 bis, lid 1, punt b), van die richtlijn, als volgt vastgesteld:

a)

voor de euro is het toepasselijke percentage het dichtstbijzijnde percentage van een half geheel getal of een geheel getal dat groter is dan of gelijk is aan de som van:

i)

1,5 procentpunt;

ii)

het laagste percentage uitstaande obligaties dat zou resulteren in de vaststelling van een eerste afvlakkingspunt van twintig jaar op 28 januari 2025;

b)

voor andere valuta dan de euro, indien op 29 januari 2027 de laatste looptijd waarvoor de relevante risicovrije rentetermijnstructuur niet is geëxtrapoleerd, ten minste twintig jaar bedroeg, is het toepasselijke percentage hetzelfde als het percentage dat van toepassing is op de euro;

c)

voor andere dan de in de punten a) en b) bedoelde valuta is het toepasselijke percentage de helft van het voor de euro geldende percentage.

2.   Wanneer de databron voor het bepalen van het eerste afvlakkingspunt voor de euro is gewijzigd, is het toepasselijke valutagerelateerde percentage voor die valuta het percentage van het dichtstbijzijnde halve geheel getal of geheel getal dat groter is dan of gelijk is aan de som van 1,5 procentpunt en het laagste percentage dat, op de eerste referentiedatum waarop de nieuwe databron wordt gebruikt, resulteert in een eerste afvlakkingspunt dat gelijk is aan dat van het voorgaande kalenderjaar.

In afwijking daarvan is, indien het overeenkomstig de eerste alinea bepaalde valutagerelateerde percentage op de eerste referentiedatum waarop de nieuwe databron wordt toegepast, niet resulteert in een eerste afvlakkingspunt dat gelijk is aan het in het voorgaande kalenderjaar toepasselijke percentage, het toepasselijke percentage de laagste waarde die het dichtst bij een dergelijk eerste afvlakkingspunt ligt.

Voor de toepassing van dit lid geldt het bepaalde in artikel 43, lid 5.”

;

12)

artikel 44 wordt vervangen door:

“Artikel 44

Relevante financiële instrumenten voor de bepaling van de risicovrije basisrentevoeten

1.   Voor elke valuta en elke looptijd worden de risicovrije basisrentevoeten bepaald op basis van de renteswaptarieven voor rentevoeten van die valuta. Renteswaptarieven die geen overnight indexed swaptarieven zijn, worden aangepast om rekening te houden met het kredietrisico.

2.   Voor valuta waarvoor geen renteswaptarieven op diepe, liquide en transparante financiële markten beschikbaar zijn, wordt voor de bepaling van de risicovrije basisrentevoeten gebruikgemaakt van de rentevoeten van in die valuta uitgegeven overheidsobligaties, aangepast voor het kredietrisico van de overheidsobligaties, op voorwaarde dat die rentevoeten van overheidsobligaties van diepe, liquide en transparante financiële markten afkomstig zijn.”

;

13)

in artikel 45 wordt de eerste zin vervangen door:

“Wanneer een aanpassing voor het kredietrisico wordt toegepast, in overeenstemming met artikel 44, lid 1, moet de aanpassing worden bepaald op een transparante, prudente, betrouwbare en objectieve manier die consistent is in de tijd.”;

14)

artikel 46 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de tweede zin geschrapt;

b)

de volgende leden 1 bis, 1 ter en 1 quater worden ingevoegd:

“1 bis.   De geëxtrapoleerde relevante risicovrije rentevoeten voor een valuta zijn gelijk aan:

Formula

waarbij:

a)

FSP staat voor het eerste afvlakkingspunt zoals bedoeld in artikel 77 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG;

b)

h staat voor het aantal jaren voorbij het eerste afvlakkingspunt;

c)

r FSP staat voor de discreet samengestelde relevante risicovrije rentevoet op jaarbasis met een looptijd die gelijk is aan het eerste afvlakkingspunt;

d)

Formula

staat voor de discreet samengestelde relevante risicovrije rentevoet op jaarbasis met een looptijd die gelijk is aan de som van het eerste afvlakkingspunt en h;

e)

f h staat voor de continu samengestelde forward rate op jaarbasis, berekend overeenkomstig lid 1 ter;

f)

exp( ) staat voor de exponentiële functie.

1 ter.   Voor de toepassing van lid 1 bis, punt e), is de forward rate fh gelijk aan:

Formula

waarbij:

a)

UFR staat voor de in artikel 47 bedoelde ultimate forward rate;

b)

LLFR staat voor de laatste liquide forward rate, bepaald overeenkomstig lid 1 quater;

c)

α staat voor de parameter die de snelheid van de convergentie naar de ultimate forward rate UFR bepaalt;

d)

ln( ) staat voor het natuurlijke logaritme;

e)

exp( ) staat voor de exponentiële functie.

De in de eerste alinea, punt c), bedoelde parameter α is gelijk aan 40 % voor de Zweedse kroon en 11 % voor andere valuta.

1 quater.   Voor de toepassing van lid 1 ter is de laatste liquide forward rate voor een valuta als bedoeld in punt b) van dat lid een gewogen gemiddelde van de volgende forward rates:

a)

de continu samengestelde forward rate op jaarbasis afgeleid van de risicovrije basisrentetermijnstructuur voor de periode tot het eerste afvlakkingspunt en beginnend bij de dichtstbijzijnde kortere looptijd indien de risicovrije basisrentetermijnstructuur wordt afgeleid op basis van renteswaptarieven of overheidsobligaties;

b)

de continu samengestelde forward rate op jaarbasis, afgeleid van de risicovrije basisrentetermijnstructuur en de risicogewogen renteswaptarieven of, in voorkomend geval, de rente op overheidsobligaties voor de perioden vanaf het eerste afvlakkingspunt tot de vervaldatums na het eerste afvlakkingspunt, wanneer renteswaptarieven of, in voorkomend geval, de rente op overheidsobligaties beschikbaar zijn vanuit diepe, liquide en transparante financiële markten.

Voor de berekening van het in de eerste alinea bedoelde gewogen gemiddelde worden de relevante continu samengestelde forward rates op jaarbasis gewogen met het gemiddelde notionele bedrag van de verhandelde contracten van de renteswaptarieven met de desbetreffende looptijd.

Voor valuta waarvoor vanuit diepe, liquide en transparante financiële markten geen renteswaptarieven beschikbaar zijn met looptijden na het eerste afvlakkingspunt, is de laatste liquide forward rate gelijk aan de continu samengestelde forward rate op jaarbasis, bepaald overeenkomstig de eerste alinea, punt a).

Niettegenstaande de eerste alinea wordt, indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming de volatiliteitsaanpassing toepast om het in de eerste alinea bedoelde gewogen gemiddelde te berekenen, de volatiliteitsaanpassing opgeteld bij de in punt a) van die alinea bedoelde continu samengestelde forward rate op jaarbasis.”

;

15)

het volgende artikel 46 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 46 bis

Geleidelijke invoering van de extrapolatie

1.   Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming het in artikel 77 bis, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde infaseringsmechanisme voor elke andere valuta dan de Zweedse kroon mag toepassen, wordt de in artikel 46, lid 1 ter, bedoelde parameter α aan het begin van elk kalenderjaar lineair verlaagd van 20 % in het jaar dat begint op 1 januari 2027 tot 11 % op 1 januari 2032.

2.   Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming het in artikel 77 bis, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde infaseringsmechanisme voor de Zweedse kroon mag toepassen, wordt de in artikel 46, lid 1 ter, bedoelde parameter α aan het begin van elk kalenderjaar lineair verlaagd van 70 % in het jaar dat begint op 1 januari 2027 tot 40 % op 1 januari 2032.”

;

16)

in artikel 47, lid 1, wordt de eerste zin vervangen door:

“Voor elke valuta is de in artikel 46, lid 1 ter, punt a), bedoelde ultimate forward rate stabiel in de tijd en verandert deze alleen als gevolg van veranderingen in de langetermijnverwachtingen.”;

17)

in artikel 49 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   De in artikel 77 quinquies, lid 4 bis, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde referentieportefeuilles worden bepaald op een transparante, prudente, betrouwbare en objectieve manier die consistent is in de tijd. De bij de bepaling van de referentieportefeuilles toegepaste methoden zijn gelijk voor alle valuta en landen.”

;

18)

de artikelen 50 en 51 worden vervangen door:

“Artikel 50

Formule voor de berekening van de aan de volatiliteitsaanpassing ten grondslag liggende spread

Voor elke valuta en elk land is de in artikel 77 quinquies, leden 2 en 4, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde spread gelijk aan:

S = wgov · Sgov + wcorp · Scorp

waarbij:

a)

wgov staat voor de verhouding tussen de waarde van de overheidsobligaties die in de referentieportefeuille van activa voor die valuta of dat land zijn opgenomen, en de waarde van alle obligaties, leningen en securitisaties die in die referentieportefeuille zijn opgenomen;

b)

Sgov staat voor de gemiddelde valutaspread voor overheidsobligaties die in de referentieportefeuille van activa voor die valuta of dat land zijn opgenomen;

c)

wcorp staat voor de verhouding tussen de waarde van de andere obligaties dan overheidsobligaties, leningen en securitisaties die in de referentieportefeuille van activa voor die valuta of dat land zijn opgenomen, en de waarde van alle obligaties, leningen en securitisaties die in die referentieportefeuille zijn opgenomen;

d)

Scorp staat voor de gemiddelde valutaspread voor de andere obligaties dan overheidsobligaties, leningen en securitisaties die in de referentieportefeuille van activa voor die valuta of dat land zijn opgenomen.

Voor de toepassing van dit artikel worden onder “overheidsobligaties” blootstellingen jegens centrale overheden en centrale banken verstaan.

Artikel 51

Voor risico’s gecorrigeerde spread

1.   Voor de toepassing van artikel 77 quinquies, leden 3 en 4, van Richtlijn 2009/138/EG wordt het deel van de gemiddelde valutaspread dat aan een realistische beoordeling van verwachte verliezen, onverwacht kredietrisico of enig ander risico (“risicocorrectie”) is toe te schrijven, berekend overeenkomstig de leden 2, 3 en 4 van dit artikel.

2.   De risicocorrectie op door lidstaten van de EER uitgegeven overheidsobligaties is gelijk aan:

RC = 30 %

Formula

min (S+ ; LTAS+) + 20 %

Formula

max {0; min(S+ – LTAS+ ; LTAS+)} + 15 % 

Formula

 max(0; S+ – 2 

Formula

 LTAS+)

waarbij:

a)

S+ staat voor de maximumwaarde tussen 0 en de gemiddelde spread van door lidstaten van de Europese Economische Ruimte uitgegeven overheidsobligaties met dezelfde duration, kredietkwaliteit en activaklasse in de representatieve portefeuille, zoals waargenomen op financiële markten;

b)

LTAS+ staat voor de maximumwaarde tussen 0 en de gemiddelde spread op lange termijn van door de lidstaten van de Europese Economische Ruimte uitgegeven overheidsobligaties met dezelfde duration, kredietkwaliteit en activaklasse in de representatieve portefeuille, zoals waargenomen op financiële markten.

Onverminderd de eerste alinea mag de risicocorrectie op door lidstaten van de Europese Economische Ruimte uitgegeven overheidsobligaties nooit meer bedragen dan de maximumwaarde tussen 0 en 65 % van de gemiddelde langetermijnspread van door lidstaten van de Europese Economische Ruimte uitgegeven overheidsobligaties met dezelfde duration, kredietkwaliteit en activaklasse in de representatieve portefeuille, zoals waargenomen op financiële markten.

3.   De risicocorrectie voor andere obligaties dan overheidsobligaties uitgegeven door lidstaten van de Europese Economische Ruimte, leningen en securitisaties in de representatieve portefeuille is gelijk aan:

RC = 50 %

Formula

min(S+; LTAS+) + 40 %

Formula

max {0; min(S+ – LTAS+, LTAS+)} + 30 % 

Formula

 max(0; S+ – 2 

Formula

 LTAS+)

waarbij:

a)

S+ staat voor de maximumwaarde tussen 0 en de gemiddelde spread van andere obligaties dan overheidsobligaties uitgegeven door lidstaten van de Europese Economische Ruimte, leningen en securitisaties met dezelfde duration, kredietkwaliteit en activaklasse in de representatieve portefeuille, zoals waargenomen op financiële markten;

b)

LTAS+ staat voor de maximumwaarde tussen 0 en de gemiddelde spread op lange termijn van andere obligaties dan overheidsobligaties uitgegeven door lidstaten van de Europese Economische Ruimte, leningen en securitisaties met dezelfde duration, kredietkwaliteit en activaklasse in de representatieve portefeuille, zoals waargenomen op financiële markten.

Onverminderd de eerste alinea mag de risicocorrectie op andere obligaties dan overheidsobligaties uitgegeven door lidstaten van de Europese Economische Ruimte, leningen en securitisaties met dezelfde duration, kredietkwaliteit en activaklasse nooit meer bedragen dan de maximumwaarde tussen 0 en 125 % van de gemiddelde langetermijnspread van andere obligaties dan overheidsobligaties uitgegeven door lidstaten van de Europese Economische Ruimte, leningen en securitisaties met dezelfde duration, kredietkwaliteit en activaklasse in de representatieve portefeuille, zoals waargenomen op financiële markten.

4.   De in lid 2, punt b), en lid 3, punt b), bedoelde langetermijnspreads zijn gebaseerd op data met betrekking tot de laatste dertig jaar. Wanneer een deel van die data niet beschikbaar is, wordt dit vervangen door gereconstrueerde data. De gereconstrueerde data zijn gebaseerd op de beschikbare en betrouwbare data met betrekking tot de laatste dertig jaar. Data die niet betrouwbaar zijn, worden vervangen door gereconstrueerde data waarvoor van dezelfde methodologie is gebruikgemaakt. De gereconstrueerde data zijn op prudente aannames gebaseerd.”

;

19)

de volgende artikelen 51 bis en 51 ter worden ingevoegd:

“Artikel 51 bis

Kredietspreadgevoeligheidsratio

1.   Voor elke valuta is de in artikel 77 quinquies, lid 3, punt b), en lid 4, punt b), bedoelde kredietspreadgevoeligheidsratio gelijk aan:

CSSR = max [min (

Formula
; 1); 0]

waarbij:

a)

CSSR staat voor de kredietspreadgevoeligheidsratio van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor een valuta;

b)

PVBP(MVFI) staat voor de koerswaarde van een basispunt van de waarde van de beleggingen in obligaties, leningen en securitisaties van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, berekend overeenkomstig lid 2;

c)

PVBP(BEL) staat voor de koerswaarde van een basispunt van de waarde van de beste schatting van de verplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, berekend overeenkomstig lid 3.

In afwijking van de eerste alinea is, wanneer PBVP(BEL) voor een bepaalde valuta gelijk is aan 0 of negatief is, de kredietspreadgevoeligheidsratio voor die valuta gelijk aan 1.

2.   Voor elke valuta is de koerswaarde van een basispunt van de beleggingen in obligaties, leningen en securitisaties van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelijk aan:

PVBP(MVFI) =

Formula

waarbij:

a)

MV FI staat voor de waarde van de beleggingen in obligaties, leningen en securitisaties van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de gegeven valuta;

b)

VA* staat voor de notionele volatiliteitsaanpassing, berekend overeenkomstig artikel 77 quinquies, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG, in de aanname dat de kredietspreadgevoeligheidsratio gelijk is aan 1;

c)

MVFI* staat voor de waarde van beleggingen in obligaties, leningen en securitisaties van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de gegeven valuta, in de aanname dat voor elk activum de spread toeneemt met een bedrag dat gelijk is aan de waarde van de notionele volatiliteitsaanpassing voor alle looptijden.

Voor de toepassing van de punten a) en c) sluit de verzekerings- of herverzekeringsonderneming met betrekking tot aan beleggingen gekoppelde overeenkomsten vastrentende beleggingen uit die voor de onderneming geen of een niet-materieel kredietspreadrisicoblootstelling inhouden.

3.   Voor elke valuta is de koerswaarde van een basispunt van de beste schatting van de verplichtingen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelijk aan:

PVBP(BEL) =

Formula

waarbij:

a)

BEL staat voor de waarde van de beste schatting van de verplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, uitgedrukt in de gegeven valuta zonder volatiliteitsaanpassing, waarbij de waarde wordt bepaald overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG;

b)

VA* staat voor de notionele volatiliteitsaanpassing, berekend overeenkomstig artikel 77 quinquies, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG, in de aanname dat de kredietspreadgevoeligheidsratio gelijk is aan 1;

c)

BEL* staat voor de waarde van de beste schatting van de verplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de gegeven valuta, waarbij de waarde wordt bepaald overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG, in de aanname dat de notionele volatiliteitsaanpassing wordt toegepast op de relevante risicovrije rentetermijnstructuur.

Voor de toepassing van punt c) wordt de beste schatting geherwaardeerd, rekening houdende met het effect van toekomstige discretionaire uitkeringen. Voor die herwaardering wordt echter geen rekening gehouden met het effect van een wijziging in kredietspreads op de waarde van de door de onderneming aangehouden activa.

4.   Wanneer de meest recente berekening van de kredietspreadgevoeligheidsratio voor een bepaalde valuta dateert van minder dan één jaar vóór de referentiedatum voor het waarderen van de beste schatting van verplichtingen, hoeven verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die ratio niet opnieuw te berekenen, op voorwaarde dat zij ten genoegen van hun toezichthoudende autoriteit kunnen aantonen dat die ratio niet materieel is veranderd.

Artikel 51 ter

Kredietspreadgevoeligheidsratio voor gekoppelde valuta

1.   In afwijking van artikel 51 bis mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, indien de nationale valuta van een lidstaat aan de euro is gekoppeld en de risicovrije basisrentetermijnstructuur voor de euro, gecorrigeerd voor valutarisico, wordt gebruikt om de beste schatting te berekenen met betrekking tot in die valuta genoteerde verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen overeenkomstig artikel 48, lid 1, één kredietspreadgevoeligheidsratio voor de euro en die valuta berekenen. In dat geval is de kredietspreadgevoeligheidsratio gelijk aan:

CSSReuro, pegged currency = max [min (

Formula
; 1); 0]

waarbij:

a)

CSSReuro, pegged currency , staat voor de kredietspreadgevoeligheidsratio van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor zowel de euro als de gekoppelde valuta;

b)

PVBP(MVFI) staat voor de koerswaarde van een basispunt van de waarde van de beleggingen in obligaties, leningen en securitisaties van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, uitgedrukt in zowel de euro als de gekoppelde valuta, berekend overeenkomstig lid 2;

c)

PVBP(BEL) staat voor de koerswaarde van een basispunt van de waarde van de beste schatting van de verplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, uitgedrukt in zowel de euro als de gekoppelde valuta, berekend overeenkomstig lid 3.

In afwijking van de eerste alinea is, wanneer PBVP(BEL) voor een bepaalde aan de euro gekoppelde valuta gelijk is aan 0 of negatief is, de kredietspreadgevoeligheidsratio voor die aan de euro gekoppelde valuta gelijk aan 1.

2.   Voor zowel de euro als de gekoppelde valuta samen is de koerswaarde van een basispunt van de beleggingen in obligaties, leningen en securitisaties van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelijk aan:

PVBP(MVFI) =

Formula

waarbij:

a)

MV FI staat voor de waarde van de beleggingen in obligaties, leningen en securitisaties van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, uitgedrukt in zowel de euro als de gekoppelde valuta, waarbij de waarde wordt bepaald overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG;

b)

VA* staat voor de maximumwaarde tussen de notionele volatiliteitsaanpassing voor de euro en de notionele volatiliteitsaanpassing voor de gekoppelde valuta, berekend overeenkomstig artikel 77 quinquies, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG, in de aanname dat de kredietspreadgevoeligheidsratio gelijk is aan 1;

c)

MVFI* staat voor de waarde van beleggingen in obligaties, leningen en securitisaties van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, uitgedrukt in zowel de euro als de gekoppelde valuta, indien de waarde wordt bepaald overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG, in de aanname dat de spread voor elk activum toeneemt met een bedrag dat gelijk is aan de waarde van de notionele volatiliteitsaanpassing voor alle looptijden.

Voor de toepassing van de punten a) en c) sluit de verzekerings- of herverzekeringsonderneming met betrekking tot aan beleggingen gekoppelde overeenkomsten vastrentende beleggingen uit die voor de onderneming geen of een niet-materieel kredietspreadrisicoblootstelling inhouden.

3.   Voor zowel de euro als de gekoppelde valuta samen is de koerswaarde van een basispunt van de beste schatting van de verplichtingen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelijk aan:

PVBP(BEL) =

Formula

waarbij:

a)

BEL staat voor de som van de waarde van de beste schatting van in euro uitgedrukte verplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zonder volatiliteitsaanpassing en de waarde van de beste schatting van in de gekoppelde valuta uitgedrukte verplichtingen zonder volatiliteitsaanpassing, waarvoor de risicovrije basisrentetermijnstructuur voor de euro, gecorrigeerd voor valutarisico, wordt gebruikt overeenkomstig artikel 48, lid 1, van deze verordening, waarbij beide waarden worden bepaald overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG;

b)

VA* staat voor de maximumwaarde tussen de notionele volatiliteitsaanpassing voor de euro en de notionele volatiliteitsaanpassing voor de gekoppelde valuta, berekend overeenkomstig artikel 77 quinquies, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG, in de aanname dat de kredietspreadgevoeligheidsratio gelijk is aan 1;

c)

BEL* staat voor de som van de waarde van de beste schatting van in euro uitgedrukte verplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en de waarde van de beste schatting van in de gekoppelde valuta uitgedrukte verplichtingen, waarvoor de risicovrije basisrentetermijnstructuur voor de euro, gecorrigeerd voor valutarisico, wordt gebruikt overeenkomstig artikel 48, lid 1, van deze verordening, waarbij beide waarden worden bepaald overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG, in de aanname dat de volatiliteitsaanpassing wordt toegepast voor de relevante risicovrije rentetermijnstructuren.

Voor de toepassing van punt c) wordt een herwaardering van de beste schatting uitgevoerd, rekening houdende met het effect van toekomstige discretionaire uitkeringen. Voor die herwaardering wordt echter geen rekening gehouden met het effect van een wijziging in de kredietspreads op de waarde van de door de onderneming aangehouden activa.

4.   Wanneer de meest recente berekening van de kredietspreadgevoeligheidsratio voor een bepaalde valuta dateert van minder dan één jaar vóór de referentiedatum voor het waarderen van de beste schatting van verplichtingen, hoeven verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die ratio niet opnieuw te berekenen, op voorwaarde dat zij ten genoegen van hun toezichthoudende autoriteit kunnen aantonen dat die ratio niet materieel is veranderd.”

;

20)

het volgende artikel 54 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 54 bis

Geherstructureerde activa

1.   Voor de toepassing van lid 2 worden onder “geherstructureerde activa” verstaan activa waarvan de kasstromen afhankelijk zijn van de prestaties van andere onderliggende financiële activa.

2.   Onverminderd artikel 77 ter van Richtlijn 2009/138/EG mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen geherstructureerde activa alleen in de in dat artikel bedoelde toegewezen activaportefeuille opnemen indien zij ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit kunnen aantonen dat:

a)

de onderliggende financiële activa van de geherstructureerde activa zorgen voor een voldoende vast inkomen, zodat de kasstromen van het geherstructureerde activum zelf voldoende vast zijn;

b)

de kasstromen van het geherstructureerde activum worden ondersteund door kenmerken voor verliesabsorptie die ervoor zorgen dat die kasstromen voldoende vast blijven wanneer de bedrijfsomstandigheden veranderen;

c)

indien de onderliggende financiële activa financiële garanties omvatten, die garanties de matchingopslag in de berekening overeenkomstig artikel 77 quater van Richtlijn 2009/138/EG en artikel 53 van deze verordening niet verhogen, en

d)

de onderneming in staat is de risico’s van de onderliggende financiële activa naar behoren te identificeren, te meten, te monitoren, te beheren, te beheersen en te rapporteren.”

;

21)

in artikel 68 wordt lid 3 vervangen door:

“3.   De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op strategische aandelenbeleggingen (ook “strategische deelnemingen” genoemd) zoals bedoeld in artikel 171 van deze verordening, indien de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming de in artikel 92, lid 1 bis, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde toestemming heeft verkregen.”

;

22)

in artikel 70, lid 1, punt e), wordt punt i) vervangen door:

“i)

zij overschrijden het notionele solvabiliteitskapitaalvereiste in het geval van afgezonderde fondsen zoals bepaald overeenkomstig artikel 81, lid 1;”;

23)

de volgende artikelen 70 bis en 70 ter worden ingevoegd:

“Artikel 70 bis

Te verwachten dividenden en uitkeringen

1.   Voor de toepassing van artikel 70, lid 1, punt b), wordt het bedrag van de te verwachten dividenden en uitkeringen bepaald volgens de in de leden 2 tot en met 6 van dit artikel beschreven accrual-benadering.

2.   Het bedrag van de dividenden en uitkeringen wordt als voorzienbaar beschouwd indien het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan of de andere personen die de onderneming feitelijk leiden, formeel een besluit hebben genomen of het betrokken orgaan een besluit hebben voorgesteld over het bedrag van de uit te keren dividenden of uitkeringen.

3.   Voordat het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan, of de andere personen die de onderneming feitelijk leiden, formeel een besluit hebben genomen of het betrokken orgaan een besluit hebben voorgesteld over het bedrag van de uit te betalen dividenden of uitkeringen, is het bedrag van de te verwachten dividenden of uitkeringen voor het betrokken boekjaar gelijk aan de som van:

a)

het volledige bedrag van het te verwachten dividend of de te betalen uitkeringen in de loop van het lopende boekjaar, dat overeenkomt met de winst van de voorgaande boekjaren;

b)

een van deze beide:

i)

het product van het dividend- of uitkeringsratio en de gerealiseerde of geschatte cumulatieve tussentijdse winsten, naargelang het geval, tussen het begin van het lopende boekjaar en de referentiedatum voor de berekening van de reconciliatiereserve;

ii)

het product van het geraamde bedrag aan dividenden of uitkeringen dat overeenkomt met de winst voor het gehele lopende boekjaar en het gedeelte van dat boekjaar dat is verstreken tot de referentiedatum voor de berekening van de reconciliatiereserve.

Voor de toepassing van de eerste alinea heeft “winst” dezelfde betekenis als in het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving.

4.   Voor de toepassing van lid 3, punt b), wordt de dividend- of uitkeringsratio bepaald op basis van het dividend- of uitkeringsbeleid dat door het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan is goedgekeurd. Indien het dividend- of uitkeringsbeleid een uitbetalingsbereik bevat in plaats van een vaste waarde, wordt de bovengrens van het bereik gebruikt.

5.   Bij gebreke van een goedgekeurd dividend- of uitkeringsbeleid als bedoeld in lid 4, of wanneer het naar het oordeel van de toezichthoudende autoriteit waarschijnlijk is dat de onderneming haar dividend- of uitkeringsbeleid niet zal toepassen, of wanneer dat beleid geen prudente grondslag is voor de bepaling van het bedrag van de aftrek, wordt de dividend- of uitkeringsratio of het uitbetalingsbedrag gebaseerd op de meest prudente van onderstaande benaderingen:

a)

de gemiddelde dividend- of uitkeringsratio of het gemiddelde bedrag over de drie boekjaren voorafgaand aan het lopende boekjaar;

b)

de dividend- of uitkeringsratio of het bedrag van het boekjaar voorafgaand aan het lopende boekjaar;

c)

de relevante publieke aankondigingen over de uitbetaling van dividenden of uitkeringen.

6.   De onderneming kan uitzonderlijke betaling of niet-betaling van dividenden of uitkeringen uitsluiten van de berekening van de dividend- of uitkeringsratio of het bedrag van de dividenden of uitkeringen als bedoeld in lid 4, punten a) en b), mits zij ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit kan aantonen dat die betaling of niet-betaling niet representatief is voor haar dividend- of uitkeringsbeleid of eerdere uitkeringspraktijken.

Artikel 70 ter

Terugbetalings- en aflossingsvereisten voor de indeling als eigen vermogen

1.   Voor de toepassing van deze afdeling wordt elke transactie of regeling die hetzelfde economische effect heeft als een terugbetaling of aflossing met betrekking tot het verliescompensatievermogen of het bedrag van in aanmerking komend eigen vermogen, behandeld als een terugbetaling of aflossing.

2.   Voor de toepassing van lid 1 wordt terugkoop van aandelen geacht hetzelfde economische effect te hebben als terugbetaling of aflossing, tenzij de teruggekochte aandelen worden gebruikt om aandelenopties uit te oefenen, hetzij onmiddellijk, hetzij binnen één maand na de datum van uitvoering van het programma voor de terugkoop van aandelen.”

;

24)

artikel 81 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

Aanpassing voor afgezonderde fondsen ”;

b)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in de eerste alinea worden de punten a) en b) vervangen door:

“a)

de beperkte eigenvermogensbestanddelen in het afgezonderd fonds;

b)

het notionele solvabiliteitskapitaalvereiste voor het afgezonderd fonds.”;

ii)

de derde alinea wordt vervangen door:

“Wanneer de onderneming het solvabiliteitskapitaalvereiste met behulp van een intern model berekent, wordt het notionele solvabiliteitskapitaalvereiste op basis van dat interne model berekend alsof de onderneming uitsluitend de in het afgezonderd fonds vervatte activiteiten uitoefende.”;

25)

in artikel 84, lid 4, wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:

a)

punt a) wordt vervangen door:

“a)

het hoofddoel van de verbonden onderneming is het aanhouden en beheren van activa namens de deelnemende onderneming of een andere onderneming van de groep waartoe de deelnemende onderneming behoort;”;

b)

punt c) wordt vervangen door:

“c)

de verbonden onderneming oefent geen andere belangrijke activiteiten uit dan beleggen ten behoeve van de deelnemende onderneming of van een andere onderneming van de groep waartoe de deelnemende onderneming behoort.”;

26)

het volgende artikel 89 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 89 bis

Vereenvoudigde berekening voor module of ondermodule immaterieel risico

1.   Om te beoordelen of een of meer risicomodules of -ondermodules voldoen aan de voorwaarden van artikel 109, leden 2 en 3, van Richtlijn 2009/138/EG, berekenen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen elk van deze modules of ondermodules afzonderlijk.

Voor de toepassing van de eerste alinea kunnen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gebruikmaken van een vereenvoudigde berekening, mits zij voldoen aan de artikelen 88 en 89 van deze verordening, maar niet voor de module marktrisico of een risico-ondermodule binnen die risicomodule.

2.   Indien een of meer risicomodules of -ondermodules anders dan de module marktrisico of een risico-ondermodule binnen de module marktrisico voldoen aan de voorwaarden van artikel 109, leden 2 en 3, van Richtlijn 2009/138/EG, kan de waarde van elk van die risicomodules of -ondermodules voor elke referentiedatum uiterlijk drie jaar na de referentiedatum van de in lid 1 van dit artikel bedoelde berekening als volgt worden berekend:

Formula

waarbij:

a)

Formula

staat voor het solvabiliteitskapitaalvereiste voor een bepaalde risicomodule of -ondermodule k die voldoet aan de voorwaarden van artikel 109, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG, op de referentiedatum t;

b)

Formula

staat voor het resultaat van de berekening van de in lid 1 bedoelde risicomodule of -ondermodule k;

c)

Formula

staat voor de ondernemingsspecifieke volumemaatstaf voor de risicomodule of -ondermodule k op de referentiedatum t;

d)

f k staat voor de risicofactor voor de risicomodule of -ondermodule k, berekend overeenkomstig lid 3.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt c), motiveert de verzekerings- of herverzekeringsonderneming ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit de geschiktheid van de gebruikte ondernemingsspecifieke volumemaatstaf.

3.   De in de lid 2, eerste alinea, punt d), bedoelde risicofactor wordt als volgt berekend:

Formula

waar

Formula

staat voor de ondernemingsspecifieke volumemaatstaf voor de risicomodule of -ondermodule k, op de referentiedatum van de berekening van lid 1.”
;

27)

aan artikel 90 ter wordt het volgende lid 6 toegevoegd:

“6.   Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 5 is artikel 120, lid 1 bis, van toepassing.”

;

28)

het volgende artikel 107 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 107bis

Vereenvoudigde berekening van het risicolimiteringseffect voor herverzekeringsregelingen, derivaten of securitisaties

1.   Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het risicolimiteringseffect op het verzekeringstechnisch risico en het marktrisico van een herverzekeringsregeling, een securitisatie of een derivaat als bedoeld in artikel 196, met een externe tegenpartij i als volgt berekenen:

Formula

waarbij:

a)

Formula

staat voor de som van de absolute waarden van de blootstellingen bij wanbetaling van de herverzekeringsovereenkomst, het special purpose vehicle, de securitisatie en het derivaat ten aanzien van elke externe tegenpartij CE;

b)

Formula

staat voor de absolute waarde van de blootstelling bij wanbetaling van de herverzekeringsovereenkomst, het special purpose vehicle, de securitisatie en het derivaat ten aanzien van elke externe tegenpartij i;

c)

RMtotal staat voor het overeenkomstig lid 3 berekende totale risicolimiteringseffect;

d)

de som alle tegenpartijblootstellingen omvat.

2.   Voor de toepassing van lid 1, punten a) en b), is de waarde van de blootstelling bij wanbetaling van een herverzekeringsovereenkomst en securitisatie ten aanzien van een tegenpartij de waarde van de beste schatting van de bedragen die op de herverzekeringsovereenkomst en securitisatie ten aanzien van die tegenpartij kunnen worden verhaald.

3.   Voor de toepassing van lid 1, punt c), is het totale risicolimiteringseffect gelijk aan het verschil tussen de volgende kapitaalvereisten:

a)

het hypothetische basissolvabiliteitskapitaalvereiste in de aannames dat de module tegenpartijrisico gelijk is aan 0 en dat de herverzekeringsregeling, het special purpose vehicle, de securitisatie of het derivaat die onder het toepassingsgebied van de in lid 1 bedoelde vereenvoudigde berekening vallen, niet bestond;

b)

het hypothetische basissolvabiliteitskapitaal in de aannames dat de module tegenpartijrisico gelijk is aan 0.”

;

29)

artikel 117 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 2 wordt punt b) vervangen door:

“b)

σ(res,s) staat voor de standaardafwijking voor reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf van segment s als vermeld in de leden 4 en 5;”;

b)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   Voor alle segmenten als vermeld in bijlage II is de standaardafwijking voor premierisico in het schadeverzekeringsbedrijf van een bepaald segment gelijk aan het product van de standaardafwijking voor brutopremierisico in het schadeverzekeringsbedrijf van het segment als vermeld in bijlage II en de correctiefactor voor niet-proportionele herverzekering, wanneer dit soort niet-proportionele herverzekering bestaat voor dat specifieke segment, of in andere gevallen een factor van 100 %. Voor de segmenten 1, 4 en 5 als vermeld in bijlage II, is de correctiefactor voor niet-proportionele herverzekering gelijk aan 80 %. Voor alle overige segmenten als vermeld in bijlage II is de correctiefactor voor niet-proportionele herverzekering gelijk aan 100 %.”

;

c)

de volgende leden 4 en 5 worden toegevoegd:

“4.   Voor alle segmenten als vermeld in bijlage II is de standaardafwijking voor reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf van een bepaald segment gelijk aan het product van de standaardafwijking voor brutoreserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf van het segment als vermeld in bijlage II en de correctiefactor voor niet-proportionele herverzekering, wanneer dit soort niet-proportionele herverzekering bestaat voor dat specifieke segment, of in andere gevallen een factor van 100 %.

Indien de niet-proportionele herverzekering een dekking voor ongunstige ontwikkelingen is die aan de voorwaarden van de derde alinea voldoet, is de in de eerste alinea bedoelde correctiefactor voor niet-proportionele herverzekering gelijk aan:

Adjust(NP,s) = max(0 ;

Formula
)

waarbij:

a)

V(net,res,s) staat voor de nominale beste schatting van de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen in het segment, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles van de dekking voor ongunstige ontwikkelingen kunnen worden verhaald;

b)

Formula

staat voor de standaardafwijking voor reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf van segment s als vermeld in bijlage II;

c)

ADC(rec,s) staat voor het verhaal van de dekking van ongunstige ontwikkelingen in het reserverisicoscenario;

d)

Par staat voor de maximumwaarde tussen de aanvullende herverzekeringspremie (of het equivalent daarvan) en 0;

e)

C staat voor de cessie aan de herverzekeraar, uitgedrukt als percentage van de schadebedragen tussen het attachment point en het detachment point die door de herverzekering wordt gedekt;

f)

Pr staat voor de voorzichtigheidsfactor, die gelijk is aan 100 %.

De in de tweede alinea bedoelde dekkingen voor ongunstige ontwikkelingen voldoen aan de volgende voorwaarden:

a)

elke dekking voor ongunstige ontwikkelingen wordt slechts toegepast op één specifieke groep polissen met dezelfde risicokenmerken binnen hetzelfde segment en heeft een afzonderlijk en onderscheiden attachment point en detachment point;

b)

het in punt a) bedoelde attachment point bedraagt niet meer dan het product van V(net,res,s) zoals bedoeld in punt a) van de tweede alinea en de som van 1 en σ(res,s, annex) zoals bedoeld in punt b) van die alinea.

Voor andere dan de in de tweede alinea bedoelde niet-proportionele herverzekeringen bedraagt de correctiefactor 100 %.

5.   De in lid 4, tweede alinea, punt c), bedoelde dekking voor ongunstige ontwikkelingen is gelijk aan:

ADC(rec,s) =min [

Formula
· (1+ 3 · σ(res,s,annex)) – R(ap); R(cs)]

waarbij:

a)

V(net,res,s) staat voor de nominale beste schatting van de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen in het segment, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles van de dekking voor ongunstige ontwikkelingen kunnen worden verhaald;

b)

σ(res,s,annex) staat voor de standaardafwijking voor reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf van segment s als vermeld in bijlage II;

c)

R(ap) staat voor het attachment point van de herverzekeringsstructuur;

d)

R(cs) staat voor de omvang van de dekking voor ongunstige ontwikkelingen die beschikbaar blijft voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.”

;

30)

in artikel 120 wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd:

“1 bis.   Voor de toepassing van lid 1 wordt verstaan onder:

a)

“storm”: een meteorologisch gevaar met stormgebeurtenissen die worden gekenmerkt door winden met een hoge snelheid die worden veroorzaakt door atmosferische verstoringen, met inbegrip van extratropische cyclonen en tropische cyclonen; storm omvat stormvloed, van een zekere omvang, en omvat geen convectief onweer;

b)

“aardbeving”: een geofysisch gevaar dat wordt gekenmerkt door een plotselinge beweging van een deel van de aardkorst langs een geologische breuklijn en het daarmee gepaard gaande schokken van de aarde; een aardbeving omvat geen tsunami of brand na de seismische gebeurtenis;

c)

“overstroming”: een hydrologisch gevaar waarbij land dat normaal gesproken droog is, tijdelijk wordt overspoeld doordat binnen- of oppervlaktewateren overstromen, met inbegrip van fluviale overstroming, pluviale overstroming veroorzaakt door regenval, of stortvloeden, ongeacht of deze het gevolg zijn van fluviale of pluviale overstromingen, of een combinatie van oorzaken; overstroming omvat geen stormvloed;

d)

“hagel”: een meteorologisch gevaar waarbij vaste ijsklompjes of ijsdeeltjes als neerslag vallen, met inbegrip van zwaar convectief onweer, tornado’s en bliksem;

e)

“bodemdaling”: een geofysisch gevaar waarbij de bodem daalt als gevolg van natuurlijke of door de mens veroorzaakte veranderingen in de ondergrond, met inbegrip van het krimpen of uitzetten van kleibodems.”

;

31)

in artikel 123, lid 7, wordt de formule vervangen door:

SI(flood,r,i) = SI(property,r,i) + SI(onshore-property, r,i) +1,5

Formula
SI(motor,r,i) ”;

32)

in artikel 124, lid 7, wordt de formule vervangen door:

SI(hail,r,i) = SI(property,r,i) + SI(onshore-property, r,i) +10

Formula
SI(motor,r,i) ”;

33)

artikel 125 wordt vervangen door:

“Artikel 125

Ondermodule bodemdalingsrisico

1.   Het kapitaalvereiste voor bodemdalingsrisico is gelijk aan:

Formula

waarbij:

a)

de som alle mogelijke combinaties (r,s) van de regio’s zoals vastgesteld in bijlage VIII bis omvat;

b)

CorrS(r,s) staat voor de correlatiecoëfficiënt voor bodemdalingsrisico voor regio r en regio s als vermeld in bijlage VIII bis;

c)

SCR(subsidence,r) en SCR(subsidence,s) staan voor de kapitaalvereisten voor bodemdalingsrisico in de respectievelijke regio’s r en s;

d)

SCR(subsidence,other) staat voor het kapitaalvereiste voor bodemdalingsrisico in andere regio’s dan die welke in bijlage XIII zijn vermeld.

2.   Voor alle regio’s als vermeld in bijlage VIII bis is het kapitaalvereiste voor bodemdalingsrisico in een bepaalde regio r gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan het volgende bedrag:

Formula

waarbij:

a)

de som alle mogelijke combinaties van risicozones (i,j) van regio r omvat zoals vastgesteld in bijlage IX;

b)

Corr(subsidence,r,i,j) staat voor de correlatiecoëfficiënt voor bodemdalingsrisico in risicozones i en j van regio r als vermeld in bijlage XXVI;

c)

WSI(subsidence,r,i) en WSI(subsidence,r,j) staan voor de gewogen verzekerde bedragen voor bodemdalingsrisico in risicozones i en j van regio r als vermeld in bijlage IX.

3.   Voor alle regio’s als vastgesteld in bijlage VIII bis en alle risicozones van die regio’s als vastgesteld in bijlage IX is het gewogen verzekerde bedrag voor bodemdalingsrisico in een bepaalde risicozone i van een bepaalde regio r gelijk aan:

WSI(subsidence,i) = Q(subsidence,r) · W(subsidence,r,i) · SI(subsidence,r,i)

waarbij:

a)

W(subsidence,r,i) staat voor het risicogewicht voor bodemdalingsrisico in risicozone i van regio r als vermeld in bijlage X;

b)

SI(subsidence,r,i) staat voor het verzekerde bedrag van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor de branches 7 en 19 als vastgesteld in bijlage I met betrekking tot overeenkomsten die bodemdalingsrisico van woongebouwen in bodemdalingszone i van regio r dekken;

c)

Q(subsidence,r) staat voor de bodemdalingsrisicofactor voor regio r als vermeld in bijlage VIII bis.

Indien het bedrag dat overeenkomstig de eerste alinea voor een bepaalde risicozone is bepaald, hoger is dan een bedrag (in deze alinea “het lagere bedrag” genoemd) gelijk aan de som van de potentiële verliezen zonder aftrek van de op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles verhaalbare bedragen, die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in die risicozone door bodemdalingsrisico kan lijden, rekening houdende met de voorwaarden van haar specifieke verzekeringsovereenkomsten, met inbegrip van contractuele betalingslimieten, mag de verzekerings- of herverzekeringsonderneming als alternatief voor de berekening het gewogen verzekerde bedrag voor bodemdalingsrisico in die risicozone bepalen als het lagere bedrag.”

;

34)

in artikel 129 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:

a)

de formule wordt vervangen door:

Lmotor = max (8 100 000; 67 500

Formula
”;

b)

de punten a) en b) worden vervangen door:

“a)

Na het aantal voertuigen is dat door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de branches 4 en 16 als vastgesteld in bijlage I verzekerd is met een aangenomen verzekeringsovereenkomstlimiet boven 32 400 000 EUR;

b)

Nb het aantal voertuigen is dat door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de branches 4 en 16 als vastgesteld in bijlage I verzekerd is met een aangenomen verzekeringsovereenkomstlimiet onder of gelijk aan 32 400 000 EUR.”;

35)

artikel 130 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 2 wordt in punt a) “250 000 EUR” vervangen door “337 500 EUR”;

b)

het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

“4.   Voor de berekening van het hypothetische kapitaalvereiste als bedoeld in artikel 196, punt a), wordt bij de identificatie van de reeks zee-, meer-, rivier- en kanaalvaartuigen die overeenkomt met het maximale verzekerde bedrag overeenkomstig lid 2 van dit artikel, en van de reeks offshore olie- en gasplatforms die overeenkomt met het maximale verzekerde bedrag overeenkomstig lid 3 van dit artikel, rekening gehouden met het bestaan van herverzekeringsregelingen, special purpose vehicles en securitisaties.”

;

36)

aan artikel 131 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Voor de berekening van het hypothetische kapitaalvereiste als bedoeld in artikel 196, punt a), wordt bij de identificatie van de reeks luchtvaartuigen die overeenkomt met het grootste verzekerde bedrag overeenkomstig dit artikel, rekening gehouden met het bestaan van herverzekeringsregelingen, special purpose vehicles en securitisaties.”;

37)

aan artikel 132 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:

“4.   Voor de berekening van het hypothetische kapitaalvereiste als bedoeld in artikel 196, punt a), wordt bij de vaststelling van de reeks gebouwen die overeenstemt met de grootste brandrisicoconcentratie overeenkomstig dit artikel, rekening gehouden met het bestaan van herverzekeringsregelingen, special purpose vehicles en securitisaties.”

;

38)

in artikel 142, lid 6, wordt de tweede alinea vervangen door:

“De gebeurtenissen als bedoeld in de eerste alinea gelden op uniforme wijze voor alle betrokken verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten. Ten aanzien van herverzekeringsovereenkomsten zijn de gebeurtenissen als bedoeld in de punten a) en b) van de eerste alinea op de onderliggende verzekeringsovereenkomsten van toepassing.”;

39)

artikel 148 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 2 wordt punt b) vervangen door:

“b)

σ(res,s) staat voor de standaardafwijking voor reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van segment s als vastgesteld in de leden 4 en 5;”;

b)

in lid 3 wordt de eerste zin vervangen door:

“Voor alle segmenten als vastgesteld in bijlage XIV is de standaardafwijking voor premierisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van een bepaald segment gelijk aan het product van de standaardafwijking voor brutopremierisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van het segment als vastgesteld in bijlage XIV en de correctiefactor voor niet-proportionele herverzekering, wanneer voor dat specifieke segment dit soort niet-proportionele herverzekering bestaat, of in andere gevallen een factor van 100 %.”;

c)

de volgende leden 4 en 5 worden toegevoegd:

“4.   Voor alle segmenten als vastgesteld in bijlage XIV is de standaardafwijking voor reserverisico in het NSLT-verzekeringsbedrijf van een bepaald segment gelijk aan het product van de standaardafwijking voor brutoreserverisico in het NSLT-verzekeringsbedrijf van het segment als vastgesteld in bijlage XIV en de correctiefactor voor niet-proportionele herverzekering, wanneer voor dat specifieke segment dit soort niet-proportionele herverzekering bestaat, of in andere gevallen een factor van 100 %.

Indien de niet-proportionele herverzekering een dekking voor ongunstige ontwikkelingen is die aan de voorwaarden van de vierde alinea voldoet, is de in de eerste alinea bedoelde correctiefactor voor niet-proportionele herverzekering gelijk aan:

Adjust(NP,s) = max (0;

Formula
)

waarbij:

a)

V(net,res,s) staat voor de nominale beste schatting van de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen in het segment, ongerekend de bedragen van de dekking voor ongunstige ontwikkelingen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

b)

Formula

staat voor de standaardafwijking voor reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van segment s als vastgesteld in bijlage XIV;

c)

ADC(rec,s) staat voor het verhaal van de dekking van ongunstige ontwikkelingen in het reserverisicoscenario;

d)

Par staat voor de maximumwaarde tussen de aanvullende herverzekeringspremie (of het equivalent daarvan) en 0;

e)

C staat voor de cessie aan de herverzekeraar, uitgedrukt als percentage van de schadebedragen tussen het attachment point en het detachment point die door de herverzekering wordt gedekt;

f)

Pr staat voor de voorzichtigheidsfactor, die gelijk is aan 100 %.

De in de tweede alinea bedoelde dekkingen voor ongunstige ontwikkelingen voldoen aan de volgende voorwaarden:

a)

elke dekking voor ongunstige ontwikkelingen wordt slechts toegepast op één specifieke groep polissen met dezelfde risicokenmerken binnen hetzelfde segment en heeft een afzonderlijk en onderscheiden attachment point en detachment point;

b)

het in punt a) bedoelde attachment point bedraagt niet meer dan het product van V(net,res,s) als bedoeld in punt a) van de tweede alinea en de som van 1 en σ(res,s, annex) als bedoeld in punt b) van die alinea.

Voor andere dan de in de tweede alinea bedoelde niet-proportionele herverzekeringen bedraagt de correctiefactor 100 %.

5.   De in lid 4, tweede alinea, punt c), bedoelde dekking voor ongunstige ontwikkelingen is gelijk aan:

ADC(rec,s) = min[

Formula
· (1+ 3 · σ(res,s,annex)) – R(ap) ; R(cs)]

waarbij:

a)

V(net,res,s) staat voor de nominale beste schatting van de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen in het segment, ongerekend de bedragen van de dekking voor ongunstige ontwikkelingen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

b)

R(ap) staat voor het attachment point van de herverzekeringsstructuur;

c)

R(cs) staat voor de omvang van de dekking voor ongunstige ontwikkelingen die voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming beschikbaar blijft;

d)

Formula

staat voor de standaardafwijking voor reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van segment s als vastgesteld in bijlage XIV.”
;

40)

artikel 157 wordt vervangen door:

“Artikel 157

Ondermodule kostenrisico in het ziekteverzekeringsbedrijf

Het kapitaalvereiste voor kostenrisico in het ziekteverzekeringsbedrijf is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van de combinatie van de volgende onmiddellijke permanente wijzigingen:

a)

een stijging met 10 % van het bedrag van de kosten waarmee bij de berekening van de technische voorzieningen rekening wordt gehouden;

b)

een stijging met 1 procentpunt van het kosteninflatiepercentage dat gebruikt worden voor de berekening van de technische voorzieningen.

Voor herverzekeringsverplichtingen passen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die wijzigingen op hun eigen kosten en, in voorkomend geval, op de kosten van de cederende ondernemingen toe.”

;

41)

in artikel 164 wordt lid 3 vervangen door:

“3.   De correlatieparameter Corr(i,j) als bedoeld in lid 2 is gelijk aan de waarde als vastgesteld in rij i en in kolom j van de volgende correlatiematrix:

j

i

Rente

Aandelen

Vastgoed

Spread

Concentratie

Valuta

Rente

1

A

A

B

0

0,25

Aandelen

A

1

0,75

0,75

0

0,25

Vastgoed

A

0,75

1

0,5

0

0,25

Spread

B

0,75

0,5

1

0

0,25

Concentratie

0

0

0

0

1

0

Valuta

0,25

0,25

0,25

0,25

0

1

De parameter A is gelijk aan 0 indien het kapitaalvereiste voor renterisico als vastgesteld in artikel 165 het kapitaalvereiste is als bedoeld in punt a) van dat artikel. In alle overige gevallen is de parameter gelijk aan 0,5.

De parameter B is gelijk aan 0 indien het kapitaalvereiste voor renterisico als vastgesteld in artikel 165 het kapitaalvereiste is als bedoeld in punt a) van dat artikel. In alle overige gevallen is de parameter B gelijk aan 0,25.”

;

42)

in artikel 165 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Het kapitaalvereiste voor renterisico als bedoeld in artikel 105, lid 5, tweede alinea, punt a), van Richtlijn 2009/138/EG is gelijk aan het grootste van de volgende bedragen:

 a)

de som, voor alle valuta, van de kapitaalvereisten voor het risico van een stijging van de rentetermijnstructuur als vastgesteld in artikel 166 van deze verordening;

 b)

de som, voor alle valuta, van de kapitaalvereisten voor het risico van een daling van de rentetermijnstructuur als vastgesteld in artikel 167 van deze verordening.

In afwijking van de eerste alinea mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, indien de nationale valuta van een lidstaat aan de euro is gekoppeld en de risicovrije basisrentetermijnstructuur voor de euro, gecorrigeerd voor valutarisico, wordt gebruikt om de beste schatting te berekenen met betrekking tot in die valuta genoteerde verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen overeenkomstig artikel 48, lid 1, één kapitaalvereiste voor het risico van een gezamenlijke stijging of, in voorkomend geval, daling van de rentetermijnstructuur uitgedrukt in euro en die valuta berekenen.”

;

43)

artikel 166 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de leden 1 en 2 worden vervangen door:

“1.   Het kapitaalvereiste voor het risico van een stijging van de rentetermijnstructuur voor een gegeven valuta is gelijk aan het verlies aan kernvermogen dat zou voortvloeien uit een onmiddellijke stijging van de risicovrije basisrente voor die valuta bij verschillende looptijden. De verhoogde risicovrije basisrente voor een bepaalde looptijd wordt overeenkomstig de leden 2 en 2 bis berekend.

2.   Voor een gegeven valuta en voor looptijden tot en met het eerste afvlakkingspunt is de verhoogde risicovrije basisrente gelijk aan:

Formula
Formula
Formula
Formula

waarbij:

a)

m staat voor de looptijd in jaren;

b)

Formula

staat voor de verhoogde risicovrije rente voor looptijd m;

c)

rm staat voor de huidige risicovrije rente voor looptijd m;

d)

Formula

moet als volgt worden berekend:

i)

voor looptijden m van minder dan één jaar is

Formula

gelijk aan 61 % en

Formula

gelijk aan 2,14 %;

ii)

voor looptijden m, uitgedrukt in jaren die een geheel getal zijn tussen 1 en 50 jaar, worden voor

Formula

waarden genomen overeenkomstig de volgende tabel:

Looptijd m

(in jaren)

Formula

Formula

1

61  %

2,14  %

2

53  %

1,86  %

3

49  %

1,72  %

4

46  %

1,61  %

5

45  %

1,58  %

6

41  %

1,44  %

7

37  %

1,30  %

8

34  %

1,19  %

9

32  %

1,12  %

10

30  %

1,05  %

11

30  %

1,05  %

12

30  %

1,05  %

13

30  %

1,05  %

14

29  %

1,02  %

15

28  %

0,98  %

16

28  %

0,98  %

17

27  %

0,95  %

18

26  %

0,91  %

19

26  %

0,91  %

20

25  %

0,88  %

21

25  %

0,87  %

22

24  %

0,85  %

23

24  %

0,82  %

24

23  %

0,80  %

25

22  %

0,78  %

26

22  %

0,76  %

27

21  %

0,74  %

28

21  %

0,72  %

29

20  %

0,70  %

30

20  %

0,69  %

31

20  %

0,70  %

32

20  %

0,71  %

33

20  %

0,71  %

34

20  %

0,71  %

35

20  %

0,71  %

36

20  %

0,72  %

37

21  %

0,72  %

38

21  %

0,72  %

39

21  %

0,73  %

40

21  %

0,73  %

41

21  %

0,74  %

42

21  %

0,74  %

43

21  %

0,75  %

44

21  %

0,75  %

45

21  %

0,75  %

46

21  %

0,75  %

47

21  %

0,75  %

48

21  %

0,74  %

49

21  %

0,74  %

50

21  %

0,73  %

iii)

voor looptijden m van ten minste 60 jaar, is

Formula

gelijk aan 0 %; voor looptijden van ten minste 90 jaar, is

Formula

gelijk aan 20 %;

iv)

voor andere looptijden m die niet in de punten i), ii) en iii) zijn gespecificeerd, worden de waarden van

Formula

en

Formula

lineair geïnterpoleerd.”
;

b)

het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

“2 bis.   Voor een gegeven valuta en voor looptijden die langer zijn dan het eerste afvlakkingspunt, worden de verhoogde risicovrije basisrentetarieven afgeleid door de in artikel 77 bis van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde extrapolatiemethode toe te passen op een aan een stressscenario onderworpen relevante risicovrije rentetermijnstructuur, waarbij die aan een stressscenario onderworpen relevante risicovrije rentetermijnstructuur wordt bepaald door de volgende aannames te hanteren:

a)

de aan een stressscenario onderworpen ultimate forward rate is gelijk aan de som van 15 basispunten en de huidige ultimate forward rate;

b)

het stressscenario voor de laatste liquide forward rate wordt bepaald door de gewichten die worden gebruikt voor de bepaling van de huidige laatste liquide forward rate als bedoeld in artikel 46, lid 1 quater, toe te passen op het stressscenario dat wordt toegepast op de rentetarieven die overeenstemmen met de in de punten a) en b) van dat artikel bedoelde looptijden, in de aanname dat lid 2 van dit artikel op die looptijden van toepassing is.”

;

44)

artikel 167 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de leden 1 en 2 worden vervangen door:

“1.   Het kapitaalvereiste voor het risico van een daling van de rentetermijnstructuur voor een gegeven valuta is gelijk aan het verlies aan kernvermogen als gevolg van een onmiddellijke daling van de risicovrije basisrente voor die valuta bij verschillende looptijden indien de gedaalde risicovrije basisrente voor een gegeven looptijd wordt berekend overeenkomstig de leden 2 en 2 bis.

In geen geval mag de verlaagde risicovrije basisrente lager zijn dan een termijnafhankelijke ondergrens. De ondergrens wordt op de volgende wijze vastgesteld:

a)

voor looptijden tussen 1 en 7 jaar is de ondergrens gelijk aan – 1,25 %;

b)

voor looptijden langer dan 20 jaar is de ondergrens gelijk aan – 0,893 %;

c)

voor looptijden tussen 7 en 20 jaar wordt de ondergrens lineair geïnterpoleerd.

2.   Voor een gegeven valuta en voor looptijden tot en met het eerste afvlakkingspunt is de verlaagde risicovrije basisrente gelijk aan:

Formula
Formula
Formula
Formula

waarbij:

a)

m staat voor de looptijd in jaren;

b)

Formula

staat voor de gedaalde risicovrije rente voor looptijd m;

c)

rm staat voor de huidige risicovrije rente voor looptijd m;

d)

Formula

en

Formula

wordt berekend als volgt:

i)

voor looptijden m van minder dan één jaar is

Formula

gelijk aan 58 % en

Formula

gelijk aan 1,16 %;

ii)

voor looptijden m, uitgedrukt in jaren die een geheel getal zijn tussen 1 en 50 jaar, worden voor

Formula

en

Formula

waarden genomen overeenkomstig de volgende tabel:

Looptijd m

(in jaren)

Formula

Formula

1

58  %

1,16  %

2

51  %

0,99  %

3

44  %

0,83  %

4

40  %

0,74  %

5

40  %

0,71  %

6

38  %

0,67  %

7

37  %

0,63  %

8

38  %

0,62  %

9

39  %

0,61  %

10

40  %

0,61  %

11

41  %

0,60  %

12

42  %

0,60  %

13

43  %

0,59  %

14

44  %

0,58  %

15

45  %

0,57  %

16

47  %

0,56  %

17

48  %

0,55  %

18

49  %

0,54  %

19

49  %

0,52  %

20

50  %

0,50  %

21

49  %

0,49  %

22

50  %

0,49  %

23

51  %

0,48  %

24

51  %

0,48  %

25

52  %

0,47  %

26

52  %

0,46  %

27

53  %

0,45  %

28

53  %

0,44  %

29

53  %

0,42  %

30

53  %

0,41  %

31

53  %

0,40  %

32

53  %

0,39  %

33

54  %

0,37  %

34

54  %

0,36  %

35

54  %

0,35  %

36

54  %

0,34  %

37

55  %

0,33  %

38

55  %

0,32  %

39

56  %

0,31  %

40

57  %

0,30  %

41

57  %

0,29  %

42

58  %

0,28  %

43

59  %

0,27  %

44

61  %

0,26  %

45

62  %

0,25  %

46

62  %

0,23  %

47

63  %

0,22  %

48

64  %

0,21  %

49

64  %

0,19  %

50

65  %

0,18  %

iii)

voor looptijden m van ten minste 60 jaar, is

Formula

gelijk aan 0 %; voor looptijden van ten minste 90 jaar, is

Formula

gelijk aan 20 %;

iv)

voor andere looptijden m die niet in de punten i), ii) en iii) zijn gespecificeerd, worden de waarden van

Formula

en

Formula

lineair geïnterpoleerd.”
;

b)

het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

“2 bis.   Voor een gegeven valuta en voor looptijden die langer zijn dan het eerste afvlakkingspunt, worden de verlaagde risicovrije basisrentetarieven afgeleid door de in artikel 77 bis van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde extrapolatiemethode toe te passen op een aan een stressscenario onderworpen relevante risicovrije rentetermijnstructuur, waarbij de aan een stressscenario onderworpen relevante risicovrije rentetermijnstructuur wordt bepaald door de volgende aannames te hanteren:

a)

de aan een stressscenario onderworpen ultimate forward rate is gelijk aan het verschil tussen de huidige ultimate forward rate en 15 basispunten;

b)

het stressscenario voor de laatste liquide forward rate wordt bepaald door de gewichten die worden gebruikt voor de bepaling van de huidige laatste liquide forward rate als bedoeld in artikel 46, lid 1 quater, toe te passen op het stressscenario dat wordt toegepast op de rentetarieven die overeenstemmen met de in de punten a) en b) van dat artikel bedoelde looptijden, in de aanname dat lid 2 van dit artikel op die looptijden van toepassing is.”

;

45)

in artikel 168 bis, lid 1, wordt punt f) vervangen door:

“f)

elke onderneming vervult ten minste een van de volgende voorwaarden voor elk van de laatste drie boekjaren die eindigen vóór de datum waarop het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt berekend:

i)

de jaarlijkse omzet van de onderneming bedraagt meer dan 12 800 000 EUR;

ii)

het balanstotaal van de onderneming bedraagt meer dan 12 800 000 EUR;

iii)

de onderneming heeft meer dan vijftig personeelsleden;”;

46)

artikel 169 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt punt b) vervangen door:

“b)

een onmiddellijke daling gelijk aan 22 % van de waarde van beleggingen in aandelen van type 1 die overeenkomstig artikel 105 bis van Richtlijn 2009/138/EG als langetermijnbeleggingen in aandelen worden behandeld;”;

b)

in lid 2 wordt punt b) vervangen door:

“b)

een onmiddellijke daling gelijk aan 22 % van de waarde van beleggingen in aandelen van type 2 die overeenkomstig artikel 105 bis van Richtlijn 2009/138/EG als langetermijnbeleggingen in aandelen worden behandeld;”;

c)

in lid 3 wordt punt b) vervangen door:

“b)

een onmiddellijke daling gelijk aan 22 % van de waarde van beleggingen in aandelen in kwalificerende infrastructuur die overeenkomstig artikel 105 bis van Richtlijn 2009/138/EG als langetermijnbeleggingen in aandelen worden behandeld;”;

d)

in lid 4 wordt punt b) vervangen door:

“b)

een onmiddellijke daling gelijk aan 22 % van de waarde van beleggingen in aandelen in kwalificerende infrastructuurondernemingen die overeenkomstig artikel 105 bis van Richtlijn 2009/138/EG als langetermijnbeleggingen in aandelen worden behandeld;”;

e)

het volgende lid 5 wordt toegevoegd:

“5.   Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 4 geldt, indien de waarde van een belegging in aandelen negatief is en indien de verliezen die op de belegging kunnen worden geleden hoger kunnen zijn dan het door de verzekerings- en herverzekeringsonderneming belegde bedrag, het volgende:

a)

onder “waarde van beleggingen in aandelen van type 1” wordt verstaan “de absolute waarde van beleggingen in aandelen van type 1”;

b)

onder “waarde van beleggingen in aandelen van type 2” wordt verstaan “de absolute waarde van beleggingen in aandelen van type 2”;

c)

onder “waarde van beleggingen in aandelen in kwalificerende infrastructuur” wordt verstaan “de absolute waarde van beleggingen in aandelen in kwalificerende infrastructuur”, en

d)

onder “waarde van beleggingen in aandelen in kwalificerende infrastructuurondernemingen” wordt verstaan “de absolute waarde van beleggingen in aandelen in kwalificerende infrastructuurondernemingen”.

De eerste alinea is niet van toepassing op shortposities in aandelen.

Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 4 hanteren verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de aanname dat beleggingen in aandelen met andere dan de in de eerste alinea bedoelde negatieve waarden een waarde van 0 hebben.”

;

47)

artikel 170 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de aanhef vervangen door:

“Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van de toezichthouder goedkeuring heeft ontvangen om de bepalingen als vastgesteld in artikel 304, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG vóór 29 januari 2027 toe te passen, is het kapitaalvereiste voor aandelen van type 1 gelijk aan het verlies aan kernvermogen als gevolg van de volgende onmiddellijke dalingen:”;

b)

in lid 2 wordt de aanhef vervangen door:

“Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van de toezichthouder goedkeuring heeft ontvangen om de bepalingen als vastgesteld in artikel 304, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG vóór 29 januari 2027 toe te passen, is het kapitaalvereiste voor aandelen van type 2 gelijk aan het verlies aan kernvermogen als gevolg van de volgende onmiddellijke dalingen:”;

c)

in lid 3 wordt de aanhef vervangen door:

“Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van de toezichthouder goedkeuring heeft ontvangen om de bepalingen als vastgesteld in artikel 304, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG vóór 29 januari 2027 toe te passen, is het kapitaalvereiste voor aandelen in kwalificerende infrastructuur gelijk aan het verlies aan kernvermogen als gevolg van de volgende onmiddellijke dalingen:”;

d)

in lid 4 wordt de aanhef vervangen door:

“Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van de toezichthouder goedkeuring heeft ontvangen om de bepalingen als vastgesteld in artikel 304, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG vóór 29 januari 2027 toe te passen, is het kapitaalvereiste voor aandelen in kwalificerende infrastructuurondernemingen gelijk aan het verlies aan kernvermogen als gevolg van de volgende onmiddellijke dalingen:”;

48)

in artikel 171 wordt de aanhef vervangen door:

“Voor de toepassing van artikel 169, lid 1, punt a), artikel 169, lid 2, punt a), artikel 169, lid 3, punt a), en artikel 169, lid 4, punt a), en van artikel 170, lid 1, punt b), artikel 170, lid 2, punt b), artikel 170, lid 3, punt b), en artikel 170, lid 4, punt b), wordt onder aandelenbeleggingen van strategische aard verstaan aandelenbeleggingen waarop de doorkijkbenadering niet van toepassing is en waarvoor de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming het volgende aantoont:”;

49)

artikel 171 bis wordt vervangen door:

“Artikel 171 bis

Langetermijnbeleggingen in aandelen: aantonen van het vermogen om gedwongen verkoop te voorkomen

1.   Om aan te tonen dat zij gedwongen verkoop van aandelenbeleggingen doorlopend en onder stressomstandigheden als bedoeld in artikel 105 bis, lid 1, tweede alinea, punt d), van Richtlijn 2009/138/EG kunnen vermijden, gebruiken verzekerings- of herverzekeringsondernemingen een van deze beide benaderingen:

a)

de in artikel 171 ter van deze verordening bedoelde methoden om te beoordelen of zij gedwongen verkoop kunnen voorkomen, of

b)

de in artikel 171 quater van deze verordening beschreven toets betreffende gedwongen verkoop.

2.   Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen passen consequent de gekozen benadering toe om de naleving van artikel 105 bis, lid 1, tweede alinea, punt d), van Richtlijn 2009/138/EG aan te tonen.

Niettegenstaande de eerste alinea kunnen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de gekozen benadering wijzigen indien zij vooraf ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit aantonen dat een dergelijke wijziging gerechtvaardigd is, rekening houdende met het risicoprofiel van de onderneming, het bedrag aan beleggingen in aandelen dat als langetermijnbeleggingen moet worden ingedeeld, en de aard, schaal en complexiteit van de risico’s van de onderneming.”

;

50)

de volgende artikelen 171 ter, 171 quater en 171 quinquies worden ingevoegd:

“Artikel 171 ter

Langetermijnbeleggingen in aandelen: methoden om gedwongen verkoop te voorkomen

1.   Voor de toepassing van artikel 171 bis, lid 1, punt a), is de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in staat ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit aan te tonen dat zij aan een van deze beide voorwaarden voldoet:

a)

een voldoende aantal specifieke homogene risicogroepen van de levensverzekerings- en herverzekeringsverplichtingen met een Macaulay duration van meer dan 9,5 jaar zijn niet-liquide in de zin van lid 2, of

b)

er is een toereikende liquiditeitsbuffer voor schadeverzekerings- en schadeherverzekeringsverplichtingen, berekend overeenkomstig de leden 3, 4 en 5.

2.   Aan de in lid 1, punt a), bedoelde voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan wanneer de verzekerings- en herverzekeringsonderneming aan deze beide voorwaarden voldoet:

a)

de waarde overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG van de in lid 1, punt a), bedoelde niet-liquide verplichtingen is hoger dan het totale bedrag van de langetermijnbeleggingen in aandelen in de activaportefeuille in verband met levensverzekerings- of herverzekeringsverplichtingen;

b)

het deel van de aandelenbeleggingen waarop artikel 105 bis, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG van toepassing moet zijn, is niet hoger dan nul en de verhouding tussen de waarde overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG van de in punt a) van dit lid bedoelde niet-liquide verplichtingen en de totale beste schatting van de technische voorzieningen voor levensverzekeringen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

Voor de toepassing van de eerste alinea wordt een homogene risicogroep van levensverzekerings- en herverzekeringsverplichtingen als niet-liquide beschouwd wanneer het kapitaalvereiste voor elk van de volgende risico’s lager is dan 5 % van de beste schatting van de verplichtingen die tot die homogene risicogroep behoren:

a)

het kortlevenrisico als bedoeld in artikel 137;

b)

het risico van een permanente stijging van de vervalpercentages als bedoeld in artikel 142, lid 1, punt a);

c)

het kortlevenrisico in het levensverzekeringsbedrijf als bedoeld in artikel 152;

d)

het risico van een permanente stijging van de vervalpercentages in het SLT-ziekteverzekeringsbedrijf als bedoeld in artikel 159, lid 1, punt a).

3.   Aan de in lid 1, punt b), bedoelde voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan wanneer de overeenkomstig de leden 4 tot en met 6 berekende liquiditeitsbuffer hoger is dan 100 %.

Voor de toepassing van de eerste alinea wordt de liquiditeitsbuffer berekend als de verhouding tussen de waarde van de portefeuille van liquide activa die overeenstemt met schadeverzekeringsactiviteiten, en de beste schatting van de technische voorzieningen schadeverzekeringsbedrijf, na aftrek van herverzekering, berekend overeenkomstig de leden 4 en 5.

4.   Voor de toepassing van lid 3 omvat de portefeuille van liquide activa die betrekking heeft op schadeverzekeringsactiviteiten, activa van niveau 1, activa van niveau 2A en activa van niveau 2B in de zin van dit lid.

De som van de waarden voor solvabiliteitsdoeleinden van activa van niveau 2A en niveau 2B bedraagt niet meer dan 40 % van de totale waarde voor solvabiliteitsdoeleinden van de in de eerste alinea bedoelde portefeuille van liquide activa. De waarde voor solvabiliteitsdoeleinden van activa van niveau 2B bedraagt niet meer dan 15 % van de totale waarde voor solvabiliteitsdoeleinden van de in de eerste alinea bedoelde portefeuille van liquide activa.

Liquide activa aangehouden via instellingen voor collectieve belegging en via andere beleggingen verpakt als fondsen waarin verzekerings- of herverzekeringsondernemingen rechten van deelneming of aandelen bezitten, kunnen in aanmerking worden genomen tot een absoluut bedrag van 500 miljoen EUR.

Activa van niveau 1 omvatten uitsluitend activa die onder een of meer van de volgende categorieën vallen:

a)

geldmiddelen en kasequivalenten;

b)

activa die vorderingen vertegenwoordigen op een van de in artikel 180, lid 2, bedoelde tegenpartijen;

c)

activa die volledig, onvoorwaardelijk en onherroepelijk worden gegarandeerd door een van de tegenpartijen bedoeld in artikel 180, lid 2, indien de garantie voldoet aan de vereisten van artikel 215.

Activa van niveau 2A omvatten uitsluitend activa die onder een of meer van de volgende categorieën vallen:

a)

obligaties en leningen die zijn ingedeeld in kredietkwaliteitscategorie 0 of 1, met uitzondering van obligaties en leningen die zijn uitgegeven door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen of entiteiten uit de financiële sector in de zin van artikel 4, punt 27), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

b)

gedekte obligaties als bedoeld in artikel 180, lid 1, die zijn ingedeeld in kredietkwaliteitscategorie 0 of 1, met uitzondering van obligaties die zijn uitgegeven door een entiteit uit de financiële sector die deel uitmaakt van dezelfde groep.

Activa van niveau 2B omvatten uitsluitend activa die onder een of meer van de volgende categorieën vallen:

a)

STS-securitisatie waaraan door een aangewezen EKBI een kredietbeoordeling van kredietkwaliteitscategorie 0 of 1 is toegekend, of die een senior tranche is, en die niet is gecreëerd door entiteiten die tot dezelfde groep behoren als de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;

b)

obligaties en leningen die zijn ingedeeld in kredietkwaliteitscategorie 2 of 3, met uitzondering van obligaties en leningen die zijn uitgegeven door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen of entiteiten uit de financiële sector in de zin van artikel 4, punt 27), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

c)

beleggingen in aandelen, met uitzondering van langetermijnbeleggingen in aandelen of strategische aandelen, en met uitzondering van beleggingen in verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, krediet- of financiële instellingen en beleggingsondernemingen, die ofwel genoteerd zijn op gereglementeerde markten in de landen die lid zijn van de EER of de OESO, ofwel worden verhandeld op multilaterale handelsfaciliteiten, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 22, van Richtlijn 2014/65/EU, waarvan de statutaire zetel of het hoofdkantoor zich in een lidstaat van de Europese Unie bevindt.

5.   Voor de berekening van de in lid 3, eerste alinea, bedoelde liquiditeitsbuffer geldt het volgende:

a)

de waarde van de in lid 4, eerste alinea, bedoelde portefeuille van liquide activa is gelijk aan de som van:

de waarde voor solvabiliteitsdoeleinden van activa van niveau 1, waarop een reductiefactor van 0 % wordt toegepast;

de waarde voor solvabiliteitsdoeleinden van activa van niveau 2A, waarop een reductiefactor van 15 % wordt toegepast;

de waarde voor solvabiliteitsdoeleinden van securitisaties die onder activa van niveau 2B vallen, waarop een reductiefactor van 25 % wordt toegepast;

de waarde voor solvabiliteitsdoeleinden van activa van niveau 2B, met uitzondering van securitisaties, waarop een reductiefactor van 50 % wordt toegepast;

b)

voor de berekening van de beste schatting van de in lid 4 bedoelde technische voorzieningen schadeverzekeringsbedrijf, wordt op kasstromen uit herverzekeringsovereenkomsten of special purpose vehicles die voldoen aan de vereisten als vastgesteld in de artikelen 209, 211 en 213, een reductiefactor van 15 % toegepast. Op kasstromen uit herverzekeringsovereenkomsten of special purpose vehicles die niet voldoen aan de vereisten als vastgesteld in de artikelen 209, 211 en 213, wordt een reductiefactor van 50 % toegepast.

6.   In afwijking van lid 5, punt a), passen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de volgende reductiefactoren toe op beleggingen in liquide activa die zij aanhouden via instellingen voor collectieve beleggingen en via andere beleggingen verpakt als fondsen waarin ondernemingen rechten van deelneming of aandelen bezitten;

a)

0 % voor geldmiddelen en kasequivalenten;

b)

5 % voor activa van niveau 1 andere dan geldmiddelen en kasequivalenten;

c)

20 % voor activa van niveau 2A;

d)

30 % voor securitisaties die onder activa van niveau 2B vallen;

e)

55 % voor activa van niveau 2B andere dan securitisaties.

Artikel 171 quater

Langetermijnbeleggingen in aandelen: toets betreffende gedwongen verkoop

1.   Voor de toepassing van artikel 171 bis, lid 1, punt b), is de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in staat ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit al het volgende aan te tonen:

a)

de onderneming voldoet aan haar risicotolerantielimieten;

b)

het solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming, beoordeeld zonder gebruik te maken van de overgangsmaatregelen als bedoeld in artikel 77 bis, lid 2, artikel 308 quater, artikel 308 quinquies of, indien van toepassing, artikel 111, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG, wordt met een passende marge overschreden, rekening houdende met de solvabiliteitspositie van de onderneming, met inbegrip van het kapitaalbeheerplan van de onderneming op middellange termijn;

c)

op basis van projecties over een periode van vijf jaar is de onderneming in staat om zowel doorlopend als in stressomstandigheden gedurende elk van de komende vijf boekjaren (toets betreffende gedwongen verkoop) over de tijdshorizon van de toets meer kasinstromen dan kasuitstromen te genereren.

2.   Wat de toets betreffende gedwongen verkoop als bedoeld in lid 1, punt c), betreft, geldt het volgende:

a)

bij het doorlopend beoordelen van de kasinstromen en -uitstromen hanteren de aanname verzekerings- en herverzekeringsondernemingen dat de situatie op de financiële markten gedurende de tijdshorizon van de toets dezelfde blijft als op de referentiedatum van de toets;

b)

bij het beoordelen van kasinstromen en -uitstromen onder stressomstandigheden passen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de in lid 5 genoemde stressaannames toe en hoeven zij geen rekening te houden met aanvullende secundaire of marktbrede effecten;

c)

bij het beoordelen van kasinstromen en -uitstromen, zowel doorlopend als onder stressomstandigheden, zijn de verwachte beslissingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming inzake beleggingen of desinvesteringen in overeenstemming met de bedrijfsstrategie van de onderneming, haar schriftelijke beleid inzake beleggings-, liquiditeits- en activa-passivabeheer, en de toekomstige beheeractiviteiten als bedoeld in artikel 23.

3.   Wat de toets betreffende gedwongen verkoop als bedoeld in lid 1, punt c), betreft, omvatten de kasinstromen alleen de waarde van geldmiddelen en kasequivalenten op de referentiedatum en instromen uit de volgende bronnen gedurende de tijdshorizon van de projecties:

a)

inkomsten uit de verkoop van de volgende activa, die hetzij rechtstreeks worden aangehouden, hetzij via een instelling voor collectieve beleggingen of een andere belegging verpakt als fonds waarin de onderneming rechten van deelneming of aandelen bezit:

i)

activa die vorderingen vertegenwoordigen op een van de in artikel 180, lid 2, bedoelde tegenpartijen;

ii)

activa die volledig, onvoorwaardelijk en onherroepelijk worden gegarandeerd door een van de tegenpartijen als bedoeld in artikel 180, lid 2, indien de garantie voldoet aan de vereisten van artikel 215;

iii)

obligaties en leningen die zijn ingedeeld in kredietkwaliteitscategorie 0, 1, 2 of 3, met uitzondering van obligaties en leningen die zijn uitgegeven door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen of entiteiten uit de financiële sector in de zin van artikel 4, punt 27), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

iv)

gedekte obligaties als bedoeld in artikel 180, lid 1, die zijn ingedeeld in kredietkwaliteitscategorie 0 of 1, met uitzondering van obligaties die zijn uitgegeven door een entiteit uit de financiële sector die deel uitmaakt van dezelfde groep;

v)

STS-securitisatie waaraan door een aangewezen EKBI een kredietbeoordeling van kredietkwaliteitscategorie 0 of 1 is toegekend, of die een senior tranche is, en die niet is gecreëerd door entiteiten die tot dezelfde groep behoren als de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;

vi)

aandelen, met uitzondering van langetermijnbeleggingen in aandelen of strategische aandelen, en met uitzondering van beleggingen in entiteiten uit de financiële sector, die ofwel genoteerd zijn op gereglementeerde markten in de landen die lid zijn van de EER of de OESO, ofwel worden verhandeld op multilaterale handelsfaciliteiten, zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 22, van Richtlijn 2014/65/EU, en waarvan de statutaire zetel of het hoofdkantoor zich in een EU-lidstaat bevindt;

b)

inkomsten op de vervaldatum uit hoofde van in punt a) bedoelde activa met een vaste looptijd, en regelmatige inkomsten uit hoofde van in dat punt bedoelde activa en uit vastgoedbeleggingen en langetermijnbeleggingen in aandelen, met inbegrip van zorgvuldig geraamde toekomstige niet-contractuele inkomsten zoals dividenduitkeringen, mits de geraamde niet-contractuele inkomsten voor een bepaald jaar niet hoger zijn dan het historische gemiddelde over drie jaar;

c)

premies en andere kasstromen die zijn opgenomen in de contractgrens van de beste schatting van de technische voorzieningen voor levensverzekeringen, zorgvuldig geraamde levensverzekeringspremies en andere kasinstromen die de onderneming gedurende de tijdshorizon van de toets zal ontvangen en die niet zijn opgenomen in de contractgrens, op voorwaarde dat de aanname is dat dergelijke zorgvuldig geraamde premies en andere kasinstromen tijdens een bepaald jaar nooit hoger zijn dan hun historische gemiddelde over drie jaar of, wanneer er minder dan drie jaar aan data beschikbaar is, niet hoger worden geacht te zijn dan die van het meest recente jaar, alsmede kasinstromen uit geaccepteerde herverzekering van levensverzekeringsverplichtingen;

d)

premies en andere kasstromen die zijn opgenomen in de contractgrens van de beste schatting van de technische voorzieningen schadeverzekeringsbedrijf, zorgvuldig geraamde schadeverzekeringspremies en andere kasinstromen die de onderneming gedurende de tijdshorizon van de toets zal ontvangen en die niet zijn opgenomen in de contractgrens, op voorwaarde dat de aanname is dat dergelijke zorgvuldig geraamde premies en andere kasinstromen tijdens een bepaald jaar niet hoger zijn dan hun historische gemiddelde over drie jaar of, wanneer er minder dan drie jaar aan data beschikbaar is, niet hoger worden geacht te zijn dan die van het meest recente jaar, alsmede kasinstromen uit geaccepteerde herverzekering van schadeverzekeringsverplichtingen;

e)

inkomsten uit de herinvestering van de in de punten a) tot en met d) genoemde kasinstromen die hoger zijn dan de in lid 4 bedoelde kasuitstromen, waarbij het rendement van de investering wordt afgeleid uit de risicovrije rentetermijnstructuur, rekening houdende met de volatiliteitsaanpassing.

De in de eerste alinea, punt a), bedoelde activa die hetzij rechtstreeks worden aangehouden, hetzij via een beleggingsvehikel waarover de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zeggenschap uitoefent, hetzij, voor zover het de rechten van de onderneming betreft, via een beleggingsvehikel waarover een andere entiteit binnen dezelfde groep zeggenschap uitoefent en waarin de onderneming rechten van deelneming of aandelen bezit, mogen volledig in aanmerking worden genomen. De in de eerste alinea, punt a), bedoelde activa die worden aangehouden via instellingen voor collectieve belegging of via andere beleggingen verpakt als fondsen niet zijnde die bedoeld in de vorige zin, kunnen in aanmerking worden genomen tot een absoluut bedrag van 500 miljoen EUR.

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen besluiten geen rekening te houden met de in de eerste alinea, punt b) of punt e), bedoelde kasinstromen.

Voor het schatten van de in de eerste alinea, punten c) en d), bedoelde kasinstromen die niet in de contractgrens zijn opgenomen, is de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in staat ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit aan te tonen dat op passende wijze rekening is gehouden met plausibele negatieve vooruitzichten op basis van historische data.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), houden verzekerings- en herverzekeringsondernemingen geen rekening met activa ter dekking van de beste schatting van verzekeringsverplichtingen waarop de matchingopslag wordt toegepast.

Wanneer de onderneming uitgaat van inkomsten uit de verkoop van obligaties, leningen en securitisaties ter dekking van de beste schatting van de verzekeringsverplichtingen waarop de volatiliteitsaanpassing gedurende de tijdshorizon van de toets wordt toegepast, is zij in staat ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit aan te tonen dat haar risicoprofiel niet significant afwijkt van de volgende aannames die ten grondslag liggen aan de volatiliteitsaanpassing, zelfs niet als gevolg van dergelijke verkopen, ook niet onder stressomstandigheden:

a)

de onderneming houdt activa aan die gevoelig zijn voor spreads en is blootgesteld aan veranderingen in creditspreads;

b)

de toepassing van de volatiliteitsaanpassing leidt niet tot situaties waarin het effect van een overdreven creditspread op de door de onderneming aangehouden activa wordt overgecompenseerd door het effect van de volatiliteitsaanpassing op de beste schatting van de technische voorzieningen;

c)

de kasstromen die voortvloeien uit de verzekeringsverplichtingen van de onderneming waarop de volatiliteitsaanpassing wordt toegepast, zijn voldoende stabiel en voorspelbaar om te garanderen dat de onderneming niet wordt blootgesteld aan het risico van een gedwongen verkoop van haar spreadgevoelige activa, en dat zij deze activa kan aanhouden, ook tijdens marktturbulentie.

4.   Voor de in lid 1, punt c), bedoelde toets betreffende gedwongen verkoop omvatten de kasuitstromen al het volgende:

a)

kasuitstromen in verband met vorderingen, afkoopclausules, andere technische uitstromen, waaronder bedrijfskosten en belastingen, binnen de contractuele grenzen van de beste schatting van de technische voorzieningen voor levensverzekeringen, kasuitstromen die overeenkomen met verplichtingen in verband met levensverzekeringspremies die niet zijn opgenomen in de in lid 3, eerste alinea, punt c), bedoelde contractuele grenzen, alsmede kasuitstromen uit geaccepteerde herverzekering van levensverzekeringsverplichtingen;

b)

kasuitstromen in verband met vorderingen, afkoopclausules, andere technische uitstromen, waaronder bedrijfskosten, belastingen, binnen de contractuele grenzen van de beste schatting van de technische voorzieningen schadeverzekeringsbedrijf, kasuitstromen die overeenkomen met verplichtingen in verband met schadeverzekeringspremies die niet zijn opgenomen in de in lid 3, eerste alinea, punt d), bedoelde contractuele grenzen, alsmede kasuitstromen uit geaccepteerde herverzekering van schadeverzekeringsverplichtingen;

c)

kasuitstromen die voortvloeien uit retrocessieovereenkomsten, omgekeerde retrocessieovereenkomsten en soortgelijke regelingen, margevereisten en andere financiële uitstromen;

d)

kasuitstromen die voortvloeien uit bijdragen aan de pensioenregeling met betrekking tot de werknemers van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;

e)

kasuitstromen die voortvloeien uit andere kosten die niet zijn opgenomen in de berekening van de beste schatting van de technische voorzieningen, en andere kasuitstromen, waaronder alle volgende:

i)

dividenduitkeringen en andere betalingen aan aandeelhouders en andere achtergestelde schuldeisers;

ii)

terugkoop van aandelen en terugbetaling of aflossing van eigenvermogensbestanddelen;

iii)

andere kasuitstromen, ook binnen de groep, die niet onder de voorgaande punten vallen, waaronder voorwaardelijke verplichtingen, bonussen en andere variabele beloningen en buitenbalansverplichtingen.

5.   Voor de in lid 1, punt c), bedoelde toets betreffende gedwongen verkoop onder stressomstandigheden gaat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming ervan uit dat zij aan de volgende stressomstandigheden wordt blootgesteld:

a)

in het eerste boekjaar van de projecties is er een extra kasuitstroom die gelijk is aan de som van de kapitaalvereisten die voortvloeien uit de in titel I, hoofdstuk V, bedoelde risicomodules, na aftrek van de correctie voor het verliescompensatievermogen van technische voorzieningen en uitgestelde belastingen als bedoeld in artikel 205, waarbij de aggregatie is gebaseerd op de correlatieparameters als vermeld in bijlage IV bij Richtlijn 2009/138/EG;

b)

in elk van de volgende vier boekjaren van de projecties is er een extra kasuitstroom die gelijk is aan de aggregatie van de kapitaalvereisten die voortvloeien uit de in titel I, hoofdstuk V, bedoelde risicomodules, verminderd met de correctie voor het verliescompensatievermogen van technische voorzieningen en uitgestelde belastingen als bedoeld in artikel 205, zonder rekening te houden met de in de tweede alinea van dit lid bedoelde ondermodules, waarbij de aggregatie is gebaseerd op de correlatieparameters die zijn vastgesteld in bijlage IV bij Richtlijn 2009/138/EG.

De in de eerste alinea, punt b), bedoelde ondermodules zijn de volgende:

a)

de som van de kapitaalvereisten voor rampenrisico’s in het schade-, levens- en ziekteverzekeringsbedrijf, berekend overeenkomstig respectievelijk de artikelen 119, 143 en 160;

b)

de som van de kapitaalvereisten voor vervalrisico’s in het schadeverzekerings-, levensverzekerings-, NSLT-ziekteverzekerings- en SLT-ziekteverzekeringsbedrijf, berekend overeenkomstig, respectievelijk, de artikelen 118, 142, 150 en 159.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), worden de volgende aannames gehanteerd:

a)

de kapitaalvereisten voor de modules marktrisico en tegenpartijkredietrisico nemen elk jaar van de test af; het percentage van de vermindering voor een bepaald jaar is gelijk aan de daling van de totale verwachte waarde van de activa die aan het einde van het voorgaande jaar door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming worden aangehouden;

b)

met betrekking tot de in artikel 115 bedoelde ondermodule premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf, worden de in lid 4, punt b), bedoelde kasuitstromen geraamd door de relevante kasuitstromen in elk segment s, zoals uiteengezet in bijlage II, als volgt te verhogen:

i)

de kasuitstromen die plaatsvinden tijdens het eerste jaar na de datum waarop de verzekerings- of herverzekeringsdekking ingaat of wordt verlengd, worden verhoogd met een percentage dat gelijk is aan de standaardafwijkingen voor premierisico in het schadeverzekeringsbedrijf van de segmenten s zoals uiteengezet in bijlage II, vermenigvuldigd met drie;

ii)

de kasuitstromen die plaatsvinden na het eerste jaar na de datum waarop de verzekerings- of herverzekeringsdekking ingaat of wordt verlengd, worden verhoogd met een percentage dat gelijk is aan de standaardafwijking voor reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf van de segmenten s zoals uiteengezet in bijlage II, vermenigvuldigd met drie;

c)

met betrekking tot de in artikel 146 bedoelde ondermodule premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf worden de in lid 4, punt b), bedoelde kasuitstromen geraamd door de relevante kasuitstromen in elk segment s, zoals uiteengezet in bijlage XIV, als volgt te verhogen:

i)

de kasuitstromen die plaatsvinden tijdens het eerste jaar na de datum waarop de verzekerings- of herverzekeringsdekking ingaat of wordt verlengd, worden verhoogd met een percentage dat gelijk is aan de standaardafwijking voor premierisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van het segment s zoals uiteengezet in bijlage XIV, vermenigvuldigd met drie;

ii)

de kasuitstromen die plaatsvinden na het eerste jaar na de datum waarop de verzekerings- of herverzekeringsdekking ingaat of wordt verlengd, worden verhoogd met een percentage dat gelijk is aan de standaardafwijking voor reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van het segment s zoals uiteengezet in bijlage XIV, vermenigvuldigd met drie.

6.   Voor de in lid 1, punt c), bedoelde toets betreffende gedwongen verkoop onder stressomstandigheden hanteert de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de volgende aanvullende aannames met betrekking tot bepaalde kasstromen:

a)

gedurende de tijdshorizon van de toets zijn de waarden onder stressomstandigheden van de kasstromen bedoeld in lid 3, eerste alinea, punt c), en lid 4, punt a), in overeenstemming met het scenario van de in artikel 142 bedoelde ondermodule vervalrisico in het levensverzekeringsbedrijf en, indien van toepassing, de in artikel 159 bedoelde ondermodule vervalrisico in het SLT-ziekteverzekeringsbedrijf;

b)

gedurende de tijdshorizon van de toets zijn de waarden onder stressomstandigheden van de kasstromen bedoeld in lid 3, eerste alinea, punt d), en lid 4, punt b), in overeenstemming met het scenario van de in artikel 118 bedoelde ondermodule vervalrisico in het schadeverzekeringsbedrijf en, indien van toepassing, de in artikel 150 bedoelde ondermodule vervalrisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf;

c)

de in lid 4, punten c), d) en e), bedoelde waarden onder stressomstandigheden van kasuitstromen zijn in overeenstemming met lid 2, punt c), en met de eerdere uitkeringspraktijken van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, met name in stressvolle marktomstandigheden; bovendien hanteert de verzekerings- en herverzekeringsonderneming de aanname dat de in lid 4, punt e), iii), bedoelde voorwaardelijke verplichtingen en buitenbalansverplichtingen worden geactiveerd;

d)

voor het bepalen van de in lid 3, eerste alinea, punt e), bedoelde herbeleggingsopbrengsten is de aanname dat de rentetermijnstructuur verandert overeenkomstig het scenario dat ten grondslag ligt aan de berekening van de ondermodule renterisico die is opgenomen in de berekening van de in lid 5 bedoelde kasuitstroom.

Artikel 171 quinquies

Langetermijnbeleggingen in aandelen: instellingen voor collectieve beleggingen met een lager risicoprofiel

1.   De in artikel 105 bis, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde fondsen behoren tot een van de soorten instellingen voor collectieve belegging of alternatieve beleggingsinstellingen als bedoeld in lid 2 van dit artikel.

2.   De in lid 1 bedoelde soorten instellingen voor collectieve belegging en alternatieve beleggingsinstellingen zijn de volgende:

a)

Europese langetermijnbeleggingsinstellingen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/760;

b)

kwalificerende sociaalondernemerschapsfondsen als bedoeld in artikel 3, punt b), van Verordening (EU) nr. 346/2013;

c)

kwalificerende durfkapitaalfondsen als bedoeld in artikel 3, punt b), van Verordening (EU) nr. 345/2013;

d)

alternatieve beleggingsinstellingen van het closed-end-type die worden beheerd door erkende EU-abi’s en die geen hefboom hebben die is berekend overeenkomstig de methode van gedane toezeggingen die in artikel 8 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 231/2013 is vastgesteld.

3.   Wanneer aan de voorwaarden van artikel 105 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG is voldaan op het niveau van een instelling voor collectieve belegging als bedoeld in lid 2 van dit artikel, is artikel 105 bis, lid 4, van die richtlijn van toepassing op:

a)

aandelen die worden aangehouden binnen de instelling voor collectieve belegging, wanneer de in artikel 84 van deze verordening beschreven doorkijkbenadering op alle blootstellingen kan worden toegepast;

b)

eenheden of aandelen van de instelling voor collectieve belegging, wanneer de in artikel 84 van deze verordening beschreven doorkijkbenadering niet op alle blootstellingen kan worden toegepast.”

;

51)

in artikel 172 wordt lid 4 vervangen door:

“4.   De symmetrische aanpassing is niet kleiner dan – 13 % of groter dan 13 %.”

;

52)

artikel 173 wordt vervangen door:

“Artikel 173

Investeringen in aandelen in het kader van wetgevingsprogramma’s

1.   Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming rechtstreeks in aandelen belegt – hetzij rechtstreeks worden aangehouden, hetzij via een instelling voor collectieve beleggingen — in het kader van een wetgevingsprogramma dat voldoet aan de in artikel 133, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgestelde voorwaarden, wordt de ondermodule standaard aandelenrisico die overeenkomt met het deel van die aandelenbelegging dat in totaal niet meer dan 10 % van het in aanmerking komend eigen vermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming bedraagt, berekend overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel, na goedkeuring van de toezichthoudende autoriteit.

2.   De in artikel 169 van deze verordening vastgestelde percentages worden verlaagd naar rato van de in het kader van het wetgevingsprogramma verwezenlijkte gekwantificeerde vermindering van kredietrisico.

3.   Wanneer de Commissie een openbaar register bijhoudt van wetgevingsprogramma’s die geacht worden de voorwaarden van artikel 133, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 te vervullen, worden in dat register opgenomen programma’s geacht een vermindering van het totale kredietrisico van ten minste 5 % te behalen.”

;

53)

in artikel 176 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Het kapitaalvereiste voor spreadrisico van obligaties en leningen SCRbonds is gelijk aan het verlies aan kernvermogen als gevolg van een onmiddellijke relatieve daling van stressi in de waarde van elke obligatie of lening i behalve noodlijdende en respijtleningen, en behalve hypotheekleningen die aan de vereisten in artikel 191 voldoen, inclusief bankdeposito’s behalve kasmiddelen als bedoeld in artikel 189, lid 2, punt b).”

;

54)

in artikel 176 bis, lid 3, punt g), wordt punt v) vervangen door:

“v)

ten minste één van de volgende voorwaarden is vervuld voor elk van de laatste drie boekjaren die eindigen vóór de datum waarop het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt berekend:

de jaarlijkse omzet van de onderneming bedraagt meer dan 12 800 000 EUR;

het balanstotaal van de onderneming bedraagt meer dan 12 800 000 EUR;

de onderneming heeft meer dan vijftig personeelsleden;”;

55)

in artikel 176 quater, lid 3, wordt punt e) vervangen door:

“e)

er is voldaan aan ten minste één van de volgende voorwaarden voor elk van de laatste drie boekjaren die eindigen vóór de datum waarop het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt berekend:

i)

de jaarlijkse omzet van de emittent bedraagt meer dan 12 800 000 EUR;

ii)

het balanstotaal van de emittent bedraagt meer dan 12 800 000 EUR;

iii)

het aantal personeelsleden van de emittent bedraagt meer dan vijftig.”;

56)

artikel 178 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 3 wordt de tabel vervangen door:

“Kredietkwaliteitscategorie

0

1

2

3

4

5 en 6

Duration

stress i

ai

bi

ai

bi

ai

bi

ai

bi

ai

bi

ai

bi

(duri )

tot 5

min [bi

Formula

duri ; 1]

0,7 %

0,9 %

1,4 %

2,5 %

4,5 %

7,5 %

Meer dan 5 en niet meer dan 10

min [ai +bi

Formula

(duri – 5); 1]

3,5 %

0,5 %

4,5 %

0,6 %

7,0 %

0,7 %

12,5 %

1,5 %

22,5 %

2,5 %

37,5 %

4,2 %

Meer dan 10 en niet meer dan 15

min [ai +bi

Formula

(duri – 10); 1]

6,0 %

0,5 %

7,5 %

0,5 %

10,5 %

0,5 %

20,0 %

1,0 %

35,0 %

1,8 %

58,5 %

0,5 %

Meer dan 15 en niet meer dan 20

min [ai +bi

Formula

(duri – 15); 1]

8,5 %

0,5 %

10,0 %

0,5 %

13,0 %

0,5 %

25,0 %

1,0 %

44,0 %

0,5 %

61,0 %

0,5 %

Meer dan 20

min [ai +bi

Formula

(duri – 20); 1]

11,0 %

0,5 %

12,5 %

0,5 %

15,5 %

0,5 %

30,0 %

0,5 %

46,5 %

0,5 %

63,5 %

0,5 %”

b)

in lid 4 wordt de tabel vervangen door:

“Kredietkwaliteitscategorie

0

1

2

3

4

5 en 6

Duration

stress i

ai

bi

ai

bi

ai

bi

ai

bi

ai

bi

ai

bi

(duri )

tot 5

min [bi

Formula

duri ; 1]

2,0 %

2,6 %

4,0 %

7,1 %

12,7 %

21,3 %

Meer dan 5 en niet meer dan 10

min [ai +bi

Formula

(duri – 5); 1]

9,8 %

1,1 %

12,8 %

1,4 %

20,2 %

2,0 %

35,3 %

4,2 %

63,5 %

7,3 %

100,0 %

0,0 %

Meer dan 10 en niet meer dan 15

min [ai +bi

Formula

(duri – 10); 1]

15,3 %

1,1 %

19,8 %

1,1 %

30,2 %

1,4 %

56,3 %

2,9 %

100,0 %

0,0 %

100,0 %

0,0 %

Meer dan 15 en niet meer dan 20

min [ai +bi

Formula

(duri – 15); 1]

20,8 %

1,1 %

25,3 %

1,1 %

37,2 %

1,4 %

70,8 %

2,9 %

100,0 %

0,0 %

100,0 %

0,0 %

Meer dan 20

min [ai +bi

Formula

(duri – 20); 1]

26,3 %

1,1 %

30,8 %

1,1 %

44,2 %

1,4 %

85,3 %

1,5 %

100,0 %

0,0 %

100,0 %

0,0 %”

c)

lid 8 wordt vervangen door:

“8.   Aan niet onder de leden 3 tot en met 7 vallende senior securitisatieposities waarvoor een kredietbeoordeling door een aangewezen EKBI beschikbaar is, wordt een risicofactor stressi toegekend die gelijk is aan de volgende formule:

stressi = min(bi · duri;1)

waarbij bi wordt toegekend afhankelijk van de kredietkwaliteitscategorie van securitisatiepositie i, als vastgesteld in de volgende tabel:

Kredietkwaliteitscategorie

0

1

2

3

4

5

6

bi

2,7 %

3,3 %

4,4 %

7,5 %

14,3 %

23,5 %

100,0 %”

d)

het volgende lid 8 bis wordt ingevoegd:

“8 bis.   Aan niet onder de leden 3 tot en met 8 vallende niet-senior securitisatieposities waarvoor een kredietbeoordeling door een aangewezen EKBI beschikbaar is, wordt een risicofactor stressi toegekend die gelijk is aan de volgende formule:

stressi = min(bi · duri ;1)

waarbij bi wordt toegekend afhankelijk van de kredietkwaliteitscategorie van securitisatiepositie i, als vastgesteld in de volgende tabel:

Kredietkwaliteitscategorie

0

1

2

3

4

5

6

bi

7,4 %

9,0 %

12,0 %

18,8 %

38,9 %

63,8 %

100,0 %”

e)

lid 9 wordt vervangen door:

“9.   Aan niet onder de leden 3 tot en met 8 bis vallende securitisatieposities wordt een risicofactor stressi van 100 % toegekend.”

;

57)

artikel 180 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Aan blootstellingen in de vorm van obligaties in de zin van artikel 3, punt 1), van Richtlijn (EU) 2019/2162 (gedekte obligaties) waaraan kredietkwaliteitscategorie 0 of 1 is toegekend, wordt een risicofactor stressi toegekend overeenkomstig de volgende tabel.”

;

b)

in lid 2 worden na de tweede alinea de volgende alinea’s ingevoegd:

“Wanneer een blootstelling de vorm heeft van een individuele obligatie of lening die gedeeltelijk, onvoorwaardelijk en onherroepelijk wordt gegarandeerd door een van de in de punten a) tot en met d) genoemde tegenpartijen, en wanneer de garantie voldoet aan de in artikel 215 vastgestelde vereisten en een garantie voor eerste verliezen biedt van ten minste 5 % van de nominale waarde van de blootstelling, wordt aan het deel van de waarde van de blootstelling dat door de garantie wordt gedekt, eveneens een risicofactor stressi van 0 % toegekend.

Wanneer een blootstelling de vorm heeft van een pool van obligaties en leningen die gedeeltelijk, onvoorwaardelijk en onherroepelijk wordt gegarandeerd door een van de in de punten a) tot en met d) genoemde tegenpartijen en wanneer de garantie voldoet aan de in artikel 215 vastgestelde vereisten en een garantie voor eerste verliezen biedt van ten minste 5 % van de nominale totale blootstelling, mag de verzekerings- en herverzekeringsonderneming voor de berekening van het spreadrisico een risicofactor stressi van 0 % toekennen aan een bedrag aan obligaties en leningen binnen de pool waarvan de cumulatieve waarde gelijk is aan de totale waarde van de garantie.

Voor de toepassing van de derde en vierde alinea worden de vereisten uit artikel 215, punt f), geacht te zijn vervuld wanneer de gedeeltelijke garantie alle types van regelmatige betalingen die de debiteur uit hoofde van de vordering geacht wordt te verrichten, proportioneel dekt.”;

c)

lid 10 wordt vervangen door:

“10.   Securitisatieposities die voldoen aan de criteria vastgesteld in artikel 243 van Verordening (EU) nr. 575/2013, die volledig, onvoorwaardelijk en onherroepelijk worden gegarandeerd door het Europees Investeringsfonds of de Europese Investeringsbank en waarvan de garantie voldoet aan de vereisten als vastgesteld in artikel 215, wordt een risicofactor stressi van 0 % toegekend.”

;

58)

artikel 182 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 5 wordt vervangen door:

“5.   Voor de toepassing van lid 4 wordt aan blootstellingen waarvoor een kredietbeoordeling door een aangewezen EKBI beschikbaar is, een kredietkwaliteitscategorie toegekend overeenkomstig hoofdstuk 1, afdeling 2, van deze titel. De kredietkwaliteitscategorie voor blootstellingen jegens centrale overheden en centrale banken wordt met één verlaagd wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

die blootstellingen zijn andere dan die bedoeld in artikel 187, lid 3, punt b);

b)

die blootstellingen luiden in en worden gefinancierd in de nationale valuta van die centrale overheid en centrale bank;

c)

de kredietkwaliteitscategorie voor dergelijke blootstellingen is twee of hoger.”

;

b)

de volgende leden 5 bis en 5 ter worden ingevoegd:

“5 bis.   Vorderingen op regionale overheden en lokale autoriteiten van de lidstaten die niet in artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2011 zijn vermeld, krijgen kredietkwaliteitscategorie 1 toegekend.

5 ter.   Blootstellingen die volledig, onvoorwaardelijk en onherroepelijk worden gegarandeerd door een regionale overheid of lokale autoriteit van een lidstaat die niet in artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2011 is vermeld, krijgen kredietkwaliteitscategorie 1 toegekend indien de garantie voldoet aan de vereisten als vastgesteld in artikel 215 van deze verordening.”

;

59)

aan artikel 184, lid 2, wordt het volgende punt g) toegevoegd:

“g)

de waarde van een aandelenbelegging, wanneer deze waarde negatief is.”;

60)

artikel 187 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Aan blootstellingen in de vorm van obligaties in de zin van artikel 3, punt 1), van Richtlijn (EU) 2019/2162 (gedekte obligaties) wordt een relatieve excedentblootstellingsdrempel CTi van 15 % toegekend, mits aan de overeenkomstige blootstellingen in de vorm van gedekte obligaties kredietkwaliteitscategorie 0 of 1 is toegekend. Blootstellingen in de vorm van gedekte obligaties worden als singlenameblootstellingen beschouwd, ongeacht andere blootstellingen aan dezelfde tegenpartij als de emittent van de gedekte obligaties die een afzonderlijke singlenameblootstelling vormen.”

;

b)

de leden 4 bis en 4 ter worden geschrapt;

61)

artikel 189 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 2 wordt de volgende punten g) en h) toegevoegd:

“g)

retrocessietransacties, omgekeerde retrocessietransacties en verstrekte of opgenomen effectenleningen;

h)

vooraf gefinancierde bijdragen en niet-gefinancierde bijdragen aan het wanbetalingsfonds van een CTP, in de zin van artikel 4, lid 1, punt 90), en artikel 300, punt 10), van Verordening (EU) nr. 575/2013, wanneer de CTP een gekwalificeerde centrale tegenpartij is.”;

b)

in lid 3 wordt het volgende punt c bis) ingevoegd:

“c bis)

noodlijdende leningen en respijtleningen;”;

62)

artikel 191 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 4 wordt “1 miljoen EUR” vervangen door “1,35 miljoen EUR”;

b)

lid 7 wordt vervangen door:

“7.   Aan een van deze beide voorwaarden wordt voldaan:

a)

het risico van de kredietnemer hangt niet materieel af van het rendement van het onderliggend onroerend goed, maar veeleer van de onderliggende capaciteit van de kredietnemer om de schuld uit andere bronnen terug te betalen, en de terugbetaling van de faciliteit hangt bijgevolg niet materieel af van enige kasstroom die wordt gegenereerd door het onderliggend goed dat tot zekerheid dient. Voor die andere bronnen bepaalt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in het kader van haar kredietverleningsbeleid de maximale loan-to-income-ratio en verkrijgt zij bij het verstrekken van de lening passend bewijs van het betrokken inkomen, of

b)

de blootstelling voldoet aan artikel 124, lid 2, punt a), ii), en artikel 124, lid 3, punten a), b) en d), van Verordening (EU) nr. 575/2013.”

;

63)

artikel 192 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:

“Indien de herverzekeringsregeling is afgesloten met een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of een verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit een derde land en 60 % of meer van de activa van die tegenpartij aan zekerheidsovereenkomsten zijn onderworpen, is het verlies bij wanbetaling gelijk aan het volgende:

LGD = max[90 %

Formula
(Recoverables + 50 % * RMre) – F’’’ . Collateral; 0]

waarbij F’’’ staat voor een factor om rekening te houden met het economisch effect van de zekerheidsovereenkomst met betrekking tot de herverzekeringsregeling of de verzekeringssecuritisatie bij een kredietgebeurtenis in verband met de tegenpartij.”;

b)

in lid 3 wordt de aanhef vervangen door:

“Het verlies bij wanbetaling op een derivaat dat onder artikel 192 bis, lid 1, of artikel 192 ter valt, is gelijk aan het volgende:”;

c)

de volgende leden 3 sexies en 3 septies worden ingevoegd:

“3 sexies.   Het verlies bij wanbetaling op retrocessietransacties, omgekeerde retrocessietransacties of verstrekte of opgenomen effectenleningen is gelijk aan:

LGD = max(Exposure – Collateral; 0)

waarbij:

a)

Exposure staat voor de waarde van effecten of geldmiddelen die in het kader van de transactie aan de tegenpartij in lening zijn gegeven, bepaald overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG;

b)

Collateral staat voor de voor risico aangepaste waarde van effecten of geldmiddelen ontvangen van de tegenpartij.

3 septies.   Wanneer verzekerings- en herverzekeringsondernemingen contractuele salderingsovereenkomsten hebben gesloten die meerdere retrocessietransacties, omgekeerde retrocessietransacties of verstrekte of opgenomen effectenleningen bestrijken die een kredietblootstelling aan dezelfde tegenpartij vertegenwoordigen, mogen zij het verlies bij wanbetaling op die retrocessietransacties, omgekeerde retrocessietransacties of verstrekte of opgenomen effectenleningen, als beschreven in lid 3 sexies, berekenen op grond van het gecombineerde economische effect van alle retrocessietransacties, omgekeerde retrocessietransacties of verstrekte of opgenomen effectenleningen die onder dezelfde contractuele salderingsovereenkomst vallen, mits met betrekking tot de saldering de artikelen 209 en 210 in acht worden genomen.

Wanneer het verlies bij wanbetaling op retrocessietransacties, omgekeerde retrocessietransacties of verstrekte of opgenomen effectenleningen moet worden berekend op basis van de in de eerste alinea genoemde grondslagen, gelden de volgende regels voor de toepassing van lid 3 sexies:

a)

de waarde van de aan de tegenpartij in lening gegeven effecten of geldmiddelen is de totale waarde voor solvabiliteitsdoeleinden van de effecten of geldmiddelen die aan de tegenpartij in lening zijn gegeven voor de transacties die onder de contractuele salderingsovereenkomst vallen;

b)

de voor risico aangepaste waarde van effecten of geldmiddelen die van de tegenpartij zijn ontvangen, wordt bepaald op het niveau van de combinatie van retrocessietransacties, omgekeerde retrocessietransacties of verstrekte of opgenomen effectenleningen die onder de contractuele salderingsovereenkomst vallen.”

;

d)

lid 4 wordt vervangen door:

“4.   Het verlies bij wanbetaling op een hypotheeklening is gelijk aan:

LGD = max[Loan – (80 % × Mortgage + Guarantee); 5 % × max[0 ; (Loan – Guarantee)]]

waarbij:

a)

Loan staat voor de waarde van de hypotheeklening bepaald overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG;

b)

Mortgage staat voor de voor risico aangepaste waarde van de hypotheek;

c)

Guarantee staat voor het bedrag dat de garantiegever aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zou moeten betalen in geval van wanbetaling door de debiteur van de hypotheeklening op een tijdstip dat de waarde van het als hypotheek aangehouden onroerend goed gelijk is aan 80 % van de voor risico aangepaste waarde van de hypotheek.

Voor de toepassing van punt c) wordt een garantie alleen erkend wanneer aan deze beide voorwaarden is voldaan:

a)

zij wordt verstrekt door een tegenpartij als bedoeld in artikel 180, lid 2, eerste alinea, punten a) tot en met d), of door een tegenpartij die zelf volledig door een van de in de eerste alinea, punten a) tot en met d), van dat artikel bedoelde tegenpartijen wordt gegarandeerd;

b)

zij voldoet aan de vereisten van de artikelen 209 en 210, en artikel 215, punten a) tot en met e).

Wanneer de garantie wordt verstrekt door een tegenpartij die volledig door een of meer van de in artikel 180, lid 2, eerste alinea, punten a) tot en met d), bedoelde tegenpartijen wordt gegarandeerd, worden de vereisten van artikel 215, punt c), iii), en punt d) geacht te zijn vervuld wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming het recht heeft om tijdig een voorlopige betaling van de eerste garantiegever te verkrijgen die aan deze beide voorwaarden voldoet:

a)

zij vormt een robuuste schatting van de omvang van het verlies, met inbegrip van de verliezen die voortvloeien uit de niet-betaling van rente en van andere soorten betalingen die de kredietnemer verplicht is te verrichten, dat vermoedelijk door de leningverstrekkende verzekerings- of herverzekeringsonderneming zal worden geleden;

b)

zij is evenredig aan de dekking van de garantie.”

;

e)

het volgende lid 4 bis wordt ingevoegd:

“4 bis.   Het verlies bij wanbetaling op een noodlijdende en respijtlening is gelijk aan:

LGD = max (Loan – Recoverables; 36 % * Loan)

waarbij:

a)

Loan staat voor de waarde van de hypotheeklening bepaald overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG;

b)

Recoverables staat voor de huidige waarde van de invorderingen van de schulden, berekend overeenkomstig de richtsnoeren die zijn vastgesteld op grond van artikel 181, lid 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013.”

;

f)

de volgende leden 7 en 8 worden toegevoegd:

“7.   Het verlies bij wanbetaling op een vooraf gefinancierde bijdrage aan het wanbetalingsfonds van een gekwalificeerde centrale tegenpartij is gelijk aan 18 % van de bijdrage.

8.   Het verlies bij wanbetaling op een niet-gefinancierde bijdrage aan het wanbetalingsfonds van een gekwalificeerde centrale tegenpartij is gelijk aan 0 % van de bijdrage.”

;

64)

in artikel 192 bis wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Voor de toepassing van artikel 192, lid 3, valt een derivaat onder dit lid indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

het derivaat is een CTP-gerelateerde transactie waarbij de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de cliënt is;

b)

de posities en activa van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die betrekking hebben op die transactie worden, zowel op het niveau van het clearinglid als op het niveau van de CTP, onderscheiden en gescheiden van de posities en activa van zowel het clearinglid als de andere cliënten van dat clearinglid en, als gevolg van dat onderscheid en die scheiding, vallen die posities en activa buiten het faillissement in geval van wanbetaling door of insolventie van het clearinglid of een of meer van zijn andere cliënten;

c)

de wetten, voorschriften, regels en contractuele regelingen die van toepassing zijn op of bindend zijn voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of voor de CTP faciliteren de overboeking van de posities van de cliënt met betrekking tot dat contract en die transactie en van de bijbehorende zekerheden naar een ander clearinglid binnen de toepasselijke margerisicoperiode in geval van wanbetaling door of insolventie van het oorspronkelijke clearinglid, in welk geval de posities van de cliënt en de zekerheden tegen marktwaarde worden overgeboekt, tenzij de cliënt om afwikkeling van de positie tegen marktwaarde verzoekt;

d)

de verzekering- en herverzekeringsonderneming heeft voldoende grondig juridisch onderzoek gedaan, dat zij actueel heeft gehouden en dat aantoont dat de regelingen die ervoor zorgen dat de voorwaarde van punt c) is vervuld, wettig, geldig, bindend en afdwingbaar zijn krachtens de desbetreffende wetten van het rechtsgebied of de rechtsgebieden in kwestie;

e)

de CTP is een gekwalificeerde centrale tegenpartij.

Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen bij de beoordeling van hun naleving van de voorwaarde van de eerste alinea, punt c), rekening houden met duidelijke precedenten van overboekingen van posities van cliënten en van de bijbehorende zekerheden bij een CTP, alsmede met een eventueel voornemen van de sector om deze praktijk voort te zetten.”

;

65)

het volgende artikel 192 ter wordt ingevoegd:

“Artikel 192 ter

Rechtstreekse blootstelling aan een gekwalificeerde centrale tegenpartij

Onverminderd artikel 192 bis valt een financieringstransactie met derivaten voor de toepassing van artikel 192, lid 3, onder dit artikel wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor eigen rekening als clearinglid van een CTP optreedt met betrekking tot de financieringstransactie met derivaten en de CTP een gekwalificeerde centrale tegenpartij is.”

;

66)

in artikel 197, lid 7, wordt de eerste zin vervangen door:

“Wanneer, in geval van insolventie van de tegenpartij, bij de bepaling van het proportionele aandeel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de insolvente boedel van de tegenpartij geen rekening wordt gehouden met het feit dat de onderneming de zekerheid ontvangt, bedragen de factoren F, F′, F′′ en F′′′ als bedoeld in artikel 192, leden 2 tot en met 3 quater, en de artikelen 194, 195 en 196, telkens 100 %.”;

67)

in artikel 199 wordt lid 12 vervangen door:

“12.   Onverminderd de leden 2 tot en met 11 wordt aan blootstellingen als bedoeld in artikel 192, leden 3, 7 en 8, een kans op wanbetaling van 0,002 % toegekend.”

;

68)

in artikel 201, lid 2, wordt punt a) vervangen door:

“a)

de som omvat alle mogelijke combinaties (j,k) van wanbetalingskansen op singlenameblootstellingen als bedoeld in artikel 199, behalve in het geval waarin PDj = PDk = 0;”;

69)

artikel 202 wordt vervangen door:

“Artikel 202

Blootstellingen van type 2

Het kapitaalvereiste voor tegenpartijkredietrisico van blootstellingen van type 2 is gelijk aan het verlies aan kernvermogen als gevolg van een onmiddellijke daling in waarde van blootstellingen van type 2 met het volgende bedrag:

90 %

Formula
LGDreceivables>3months + 100 %
Formula
LGDdefaulted/forborne +
Formula

waarbij:

a)

LGDreceivables>3months staat voor de totale verliezen bij wanbetaling (LGD) op alle vorderingen op intermediairs die al meer dan drie maanden verschuldigd zijn;

b)

LGDdefaulted/forborne staat voor het totale verlies bij wanbetaling op alle noodlijdende en respijtleningen;

c)

de som alle blootstellingen van type 2 omvat behalve vorderingen op intermediairs die al meer dan drie maanden verschuldigd zijn, en andere dan noodlijdende en respijtleningen;

d)

LGDi staat voor het verlies bij wanbetaling op de blootstelling van type 2 i.”

;

70)

artikel 210 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

“3 bis.   Een risicolimiteringstechniek wordt alleen geacht geen materieel basisrisico met zich mee te brengen wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming kan aantonen dat aan deze beide voorwaarden is voldaan:

a)

de blootstelling die door de risicolimiteringstechniek wordt gedekt, is voldoende vergelijkbaar met de risicoblootstelling van de onderneming, en

b)

de veranderingen in de waarde van de blootstelling die door de risicolimiteringstechniek wordt gedekt, zijn een nauwkeurige afspiegeling van de veranderingen in de waarde van de risicoblootstelling van de onderneming in een uitgebreide reeks relevante risicoscenario’s, met inbegrip van scenario’s die in overeenstemming zijn met het in artikel 101, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG vastgestelde betrouwbaarheidsniveau.”

;

b)

het volgende lid 6 wordt toegevoegd:

“6.   De onderneming kan aantonen dat de overdracht van risico effectief is en dat elke vermindering van het solvabiliteitskapitaalvereiste of elke toename van het beschikbare kernvermogen als gevolg van de regelingen voor de overdracht van risico in verhouding staat tot de werkelijke verandering in de risico’s waaraan de onderneming is blootgesteld.

Het solvabiliteitskapitaalvereiste en het beschikbare kernvermogen weerspiegelen de economische substantie van de contractuele regelingen inzake risicolimiteringstechnieken. Bij het berekenen van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste houden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen alleen rekening met risicolimiteringstechnieken als bedoeld in artikel 101, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG, indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming kan aantonen dat aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de contractuele regelingen die gelden voor de risicolimiteringstechniek leiden tot een effectieve overdracht van risico;

b)

de vermindering van het solvabiliteitskapitaalvereiste staat in verhouding tot de omvang van de overdracht van risico’s uit hoofde van de contractuele regelingen, en

c)

het solvabiliteitskapitaalvereiste weerspiegelt op passende wijze alle risico’s die voortvloeien uit de overdracht van risico.”

;

71)

artikel 211 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Indien verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verzekeringstechnische risico’s cederen door middel van herverzekeringsovereenkomsten of special purpose vehicles, wordt, opdat zij in het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste met de risicolimiteringstechniek rekening zouden houden, voldaan aan de kwalitatieve criteria als vastgesteld in de artikelen 209 en 210 en die als vastgesteld in de leden 2 tot en met 7.”

;

b)

het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

“2 bis.   Wanneer verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verzekeringstechnische risico’s cederen aan een regeling die is gebaseerd op herverzekeringsactiviteiten die de regering van een lidstaat om belangrijke redenen van openbaar belang uitoefent of volledig garandeert in de hoedanigheid van herverzekeraar in laatste instantie, wordt de regeling beschouwd als een herverzekeringstegenpartij in de zin van lid 2 van dit artikel.”

;

c)

het volgende lid 7 wordt toegevoegd:

“7.   Voor de toepassing van artikel 86 en artikel 210, lid 3, beschouwen ondernemingen het basisrisico dat voortvloeit uit een valutamismatch als materieel wanneer de door de herverzekeringsovereenkomsten of special purpose vehicles gedekte blootstelling in een andere valuta is uitgedrukt dan de risicoblootstelling van de onderneming, tenzij de betrokken valuta binnen een voldoende smalle bandbreedte zijn gekoppeld of de vaste wisselkoers in de herverzekeringsovereenkomst is vastgelegd.”

;

72)

in artikel 212 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Wanneer verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, in andere gevallen dan de in artikel 211, lid 1, bedoelde gevallen, risico cederen zodat de risicolimiteringstechniek in aanmerking zou worden genomen in het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste, met inbegrip van cessies door de aankoop of de uitgifte van financiële instrumenten, wordt niet alleen aan de kwalitatieve criteria van de artikelen 209 en 210, maar ook aan de kwalitatieve criteria van de leden 2 tot en met 5 voldaan.”

;

73)

het volgende artikel 212 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 212 bis

Voorwaardelijke kapitaalinstrumenten en converteerbare obligaties

De volgende contractuele regelingen worden nooit beschouwd als zijnde in overeenstemming met de vereisten voor een effectieve overdracht van risico zoals bedoeld in artikel 210:

a)

contractuele regelingen tussen een verzekerings- of herverzekeringsonderneming en een andere tegenpartij, op grond waarvan deze tegenpartij bij het zich voordoen van vooraf vastgelegde specifieke gebeurtenissen verplicht is om door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming uitgegeven nieuwe aandelen of achtergestelde schulden te kopen overeenkomstig een vooraf vastgesteld prijsbepalingsmechanisme;

b)

contractuele regelingen tussen een verzekerings- of herverzekeringsonderneming en een andere tegenpartij, waarbij deze tegenpartij bij het zich voordoen van vooraf vastgestelde specifieke gebeurtenissen verplicht is om door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming uitgegeven schuldinstrumenten te verwerven die later kunnen worden omgezet in nieuwe aandelen van deze onderneming, overeenkomstig een vooraf vastgesteld prijsbepalingsmechanisme.”

;

74)

artikel 215 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de aanhef wordt vervangen door:

“Met inachtneming van artikel 215 bis, lid 1, worden bij de berekening van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste garanties alleen opgenomen indien er expliciet sprake van is in dit hoofdstuk en indien behalve aan de kwalitatieve criteria vastgesteld in de artikelen 209 en 210 aan de volgende criteria is voldaan:”;

b)

punt b) wordt vervangen door:

“b)

de omvang van de kredietprotectie is duidelijk omschreven en onbetwistbaar;”;

c)

in punt c) wordt punt i) vervangen door:

“i)

de protectiegever in staat zou stellen de protectie unilateraal op te zeggen of aan te passen;”;

d)

de volgende alinea’s worden toegevoegd:

“In het geval van een garantie met betrekking tot hypotheekleningen op niet-zakelijk onroerend goed, hoeft slechts binnen 24 maanden te zijn voldaan aan de in de eerste alinea, punt c), iii), en punt d) gestelde vereisten.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt c), betekent een clausule in de garantieovereenkomst die bepaalt dat bij een gebrekkig boekenonderzoek of bij fraude door de kredietinstelling de door de garantiegever afgegeven kredietprotectie vervalt of de omvang daarvan afneemt, niet dat die garantie voldoet aan de vereisten van de eerste alinea, punt c).

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt c), mag de garantiegever een eenmalige betaling doen van alle uit hoofde van de vordering verschuldigde gelden, of mag hij de door de kredietprotectieovereenkomst bestreken toekomstige betalingsverplichtingen van de debiteur op zich nemen.

Voor de toepassing van de eerste alinea is een verzekerings- of herverzekeringsonderneming in staat ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit aan te tonen dat zij over systemen beschikt om de potentiële concentratie van uit haar gebruik van garanties voortvloeiende risico’s te beheren. Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is in staat ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit aan te tonen welke interactie er bestaat tussen, enerzijds, haar strategie ten aanzien van het gebruik van garanties en, anderzijds, het beheer van haar algemene risicoprofiel.”;

75)

het volgende artikel 215 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 215 bis

Tegengaranties van de centrale overheid en andere overheidslichamen

1.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen de in lid 2 bedoelde blootstellingen behandelen als beschermd door een garantie die door de in dat lid vermelde entiteiten wordt verstrekt mits er aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de tegengarantie dekt alle kredietrisico-aspecten van de vordering;

b)

zowel de oorspronkelijke garantie als de tegengarantie voldoen aan de in artikel 215 gestelde vereisten, behalve dat de tegengarantie niet rechtstreeks behoeft te zijn;

c)

de dekking is robuust en niets in het historische bewijsmateriaal wijst erop dat de dekking van de tegengarantie niet daadwerkelijk gelijkwaardig is aan die van een rechtstreekse garantie door de betrokken entiteit.

2.   De in lid 1 vervatte behandeling is van toepassing op blootstellingen die worden beschermd door een garantie met een tegengarantie van een van de in artikel 180, lid 2, eerste alinea, bedoelde tegenpartijen.”

;

76)

de artikelen 216 en 217 worden vervangen door:

“Artikel 216

Berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste in het geval van afgezonderde fondsen

1.   In geval van afgezonderde fondsen als bepaald overeenkomstig artikel 81, lid 1, brengen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen een aanpassing aan in de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste volgens de methode als vastgesteld in artikel 217.

2.   Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die vóór 29 januari 2027 goedkeuring van de toezichthouder heeft ontvangen om artikel 304 van Richtlijn 2009/138/EG toe te passen op een afgezonderd fonds, past de berekening echter niet aan overeenkomstig artikel 217 van deze verordening, maar baseert de berekening op de aanname van een volledige diversificatie tussen de activa en passiva van de afgezonderde fondsen en de rest van de onderneming.

Artikel 217

Methode voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste voor afgezonderde fondsen

1.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen berekenen een theoretisch solvabiliteitskapitaalvereiste voor elk afgezonderd fonds en voor het resterende deel van de onderneming op dezelfde wijze alsof die afgezonderde fondsen en het resterende deel van de onderneming afzonderlijke ondernemingen zijn.

2.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen berekenen hun solvabiliteitskapitaalvereiste als de som van de notionele solvabiliteitskapitaalvereisten voor elk van de afgezonderde fondsen en voor het resterende deel van de onderneming.

3.   Indien de berekening van het kapitaalvereiste voor een risicomodule of ondermodule van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste gebaseerd is op de impact van een scenario op het kernvermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, wordt de impact van het scenario op het kernvermogen op het niveau van het afgezonderd fonds en het resterende deel van de onderneming berekend.

4.   Het kernvermogen op het niveau van het afgezonderd fonds zijn de beperkte eigenvermogensbestanddelen die voldoen aan de definitie van kernvermogen als vastgesteld in artikel 88 van Richtlijn 2009/138/EG.

5.   Indien in het afgezonderd fonds winstdelingsregelingen bestaan, passen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen bij het aanpassen van het solvabiliteitskapitaalvereiste de volgende benadering toe:

a)

indien de berekening als bedoeld in lid 3 in een stijging van het kernvermogen op het niveau van het afgezonderd fonds zou resulteren, wordt de geschatte wijziging van dat kernvermogen aangepast om het bestaan van winstdelingsregelingen in het afgezonderd fonds weer te geven; in dat geval is de aanpassing van de wijziging van het kernvermogen van het afgezonderd fonds het bedrag waarmee de technische voorzieningen zouden stijgen door de verwachte toekomstige uitkering aan verzekeringsnemers of begunstigden van dat afgezonderd fonds;

b)

indien de berekening als bedoeld in lid 3 in een daling van het kernvermogen op het niveau van het afgezonderd fonds zou resulteren, wordt de geschatte wijziging van dat kernvermogen voor de berekening van het netto kernsolvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in artikel 206, lid 2, aangepast om de daling van de toekomstige discretionaire uitkeringen van dat afgezonderd fonds ten gunste van verzekeringsnemers of begunstigden weer te geven; de aanpassing is echter niet groter dan het bedrag van de toekomstige discretionaire uitkeringen binnen het afgezonderd fonds.

6.   Niettegenstaande lid 1 wordt het notionele solvabiliteitskapitaalvereiste voor elk afgezonderd fonds berekend aan de hand van de scenariogebaseerde berekeningen waarbij het kernvermogen voor de onderneming als geheel het negatiefst wordt beïnvloed.

7.   Bij het bepalen van het scenario waarbij het kernvermogen voor de onderneming als geheel het negatiefst wordt beïnvloed, berekent de onderneming eerst de som van de resultaten van de effecten van de scenario’s op het kernvermogen op het niveau van elk afgezonderd fonds, overeenkomstig de leden 3 en 5. De sommen op het niveau van elk afgezonderd fonds worden bij elkaar en bij de resultaten van het effect van de scenario’s op het kernvermogen in het resterende deel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming opgeteld.

8.   Het notionele solvabiliteitskapitaalvereiste voor elk afgezonderd fonds wordt bepaald door aggregatie van de kapitaalvereisten voor elke ondermodule en risicomodule van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste.

9.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen hanteren de aanname dat er geen sprake is van diversificatie van risico’s tussen elk van de afgezonderde fondsen en het resterende deel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.”

;

77)

aan artikel 231 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:

“4.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen voeren interne procedures in om te voorkomen dat zij te veel vertrouwen op data uit het verleden met betrekking tot trends op het gebied van klimaatverandering, onder meer door, in voorkomend geval, gebruik te maken van klimaatscenario’s.”

;

78)

in artikel 234, punt b), wordt punt ii) vervangen door:

“ii)

alle diversificatiebeperkingen die uit het bestaan van een afgezonderd fonds voortvloeien;”;

79)

artikel 235 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

Risicolimiteringstechnieken en andere technieken om het solvabiliteitskapitaalvereiste te verlagen ”;

b)

het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

“4.   Het gebruik van de in artikel 212 bis bedoelde regelingen wordt nooit erkend als risicolimiteringstechniek. Het mag nooit leiden tot een verlaging van de solvabiliteitskapitaalvereisten.”

;

80)

aan artikel 258, lid 6, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“De in de eerste alinea bedoelde evaluatie omvat een beoordeling van de adequaatheid van de samenstelling, onder meer wat betreft genderevenwicht en diversiteit, de doeltreffendheid en de interne governance van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan. De evaluatie staat ook in verhouding tot de aard, omvang en complexiteit van de risico’s die inherent zijn aan de activiteiten van de ondernemingen.”;

81)

artikel 260 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

“2 bis.   De verwachte winst uit toekomstige vergoedingen voor servicing en beheer van fondsen voor geïndexeerde en unit-linked verzekeringen wordt berekend als het verschil tussen de technische voorzieningen zonder een risicomarge, zoals berekend overeenkomstig artikel 77 van Richtlijn 2009/138/EG, en de technische voorzieningen zonder een risicomarge, in de aanname dat de toekomstige vergoedingen voor servicing en beheer van fondsen die naar verwachting in de toekomst zullen worden ontvangen, niet worden ontvangen om een andere reden dan dat een verzekerde gebeurtenis zich heeft voorgedaan, ongeacht de contractuele rechten van de verzekeringnemer om de verzekeringsovereenkomst stop te zetten.”

;

b)

lid 4 wordt vervangen door:

“4.   Verliesgevende verzekeringsovereenkomsten worden gecompenseerd door winstgevende verzekeringsovereenkomsten binnen een homogene risicogroep. Verliesgevende homogene risicogroepen worden ook gesaldeerd met winstgevende homogene risicogroepen.”

;

82)

in artikel 271 wordt lid 2 geschrapt;

83)

artikel 275 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

het volgende punt e bis) wordt ingevoegd:

“e bis)

de variabele beloning, inclusief het uitgestelde gedeelte, wordt slechts uitbetaald of verworven wanneer dit met de financiële toestand van de onderneming in haar geheel te verenigen is en door de prestaties van de onderneming, de bedrijfseenheid en het betrokken individu te rechtvaardigen is;”;

ii)

de volgende alinea’s worden toegevoegd:

“Voor de toepassing van punt c) wordt de uitgestelde beloning niet sneller dan op pro-rata basis verworven.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt e bis), wordt, onverminderd de algemene beginselen van het nationale verbintenissen- en arbeidsrecht, de totale variabele beloning in het algemeen aanzienlijk verlaagd indien de onderneming geringere of negatieve financiële prestaties levert, daarbij rekening houdende met zowel de huidige beloning als met de verlaging van uitbetalingen van eerder verdiende bedragen, onder meer door middel van malus- of terugvorderingsregelingen.

Tot 100 % van de totale variabele beloning is onderworpen aan malus- of terugvorderingsregelingen. De ondernemingen stellen specifieke criteria voor de toepassing van malus- en verrekeningsregelingen vast. De criteria betreffen situaties waarin het personeelslid:

i)

zich op een dusdanige manier heeft gedragen, of verantwoordelijk was voor gedragingen die ertoe hebben geleid, dat de onderneming aanmerkelijke verliezen heeft geleden;

ii)

niet langer wordt geacht te voldoen aan passende normen inzake geschiktheid en correct gedrag.”;

b)

de volgende leden 2 bis en 2 ter worden ingevoegd:

“2 bis.   Het uitstel van een aanzienlijk deel van de in lid 2, punt c), bedoelde variabele beloningscomponent is niet van toepassing wanneer de jaarlijkse variabele beloning van een lid van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan, een persoon die de onderneming daadwerkelijk leidt of andere belangrijke functies vervult, of een persoon die behoort tot andere categorieën van personeel waarvan de beroepsactiviteiten een wezenlijke invloed hebben op het risicoprofiel van de onderneming, niet meer dan 50 000 EUR bedraagt en niet meer dan een derde van de totale jaarlijkse beloning van dat personeelslid vertegenwoordigt.

2 ter.   In afwijking van lid 2 bis kan een toezichthoudende autoriteit besluiten dat personeelsleden die recht hebben op een jaarlijkse variabele beloning onder de in dat lid bedoelde drempel, niet onder de daarin vastgestelde vrijstelling vallen wegens specifieke kenmerken van de nationale markt op het gebied van beloningspraktijken, wegens de aard van de taken en het beroepsprofiel van deze personeelsleden of wegens het specifieke risicoprofiel van de onderneming.”

;

84)

het volgende artikel 275 ter wordt ingevoegd:

“Artikel 275 ter

Transparantie over het beleggings- en kapitaalbeheer

Rekening houdende met de informatie uit de in artikel 304 bedoelde regelmatige toezichtsrapportage rapporteert de Eiopa aan de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad regelmatig kwantitatieve en kwalitatieve informatie over:

a)

de geaggregeerde allocatie van beleggingen, uitgesplitst naar sector en geografisch gebied;

b)

uitkeringen aan aandeelhouders, met inbegrip van de terugkoop van aandelen, en variabele beloningen voor leden van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan, medewerkers met een sleutelfunctie of het senior management.”

;

85)

in artikel 278 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   Met betrekking tot de matchingopslag en de overgangsmaatregelen en met betrekking tot de volatiliteitsaanpassing kunnen toezichthoudende autoriteiten die een verzekerings- of herverzekeringsonderneming hebben toegestaan een van deze aanpassingen of overgangsmaatregelen toe te passen, een opslagfactor van het kapitaalvereiste uit hoofde van artikel 37, lid 1, punt d), van Richtlijn 2009/138/EG alleen opleggen in omstandigheden waarin de afwijking van de aannames die aan de aanpassingen of overgangsmaatregelen ten grondslag liggen, van tijdelijke aard is en er geen reden is voor intrekking van de door de toezichthoudende autoriteiten verleende goedkeuring om van de aanpassing of de overgangsmaatregel gebruik te maken.”

;

86)

de artikelen 290 tot en met 294 worden vervangen door:

“Artikel 290

Structuur

1.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand heeft de in bijlage XX, afdeling A, beschreven structuur en bevat de in de artikelen 292 tot en met 298 van de deze verordening bedoelde informatie.

2.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat beschrijvende informatie in kwantitatieve en kwalitatieve vorm, die, voor het deel dat gericht is tot marktprofessionals, waar zulks passend is, met kwantitatieve templates is aangevuld.

3.   Wanneer in andere openbare verslagen informatie wordt verstrekt die ten minste even uitgebreid en gedetailleerd is als die voor de rapportageperiode, kan de onderneming de vereiste informatie verstrekken in het deel dat gericht is tot marktprofessionals door de internetlink naar het desbetreffende deel van de openbare verslagen te vermelden. Bij gebruik van internetlinks vermelden verzekerings- en herverzekeringsondernemingen met name de relevante afdelingen en pagina’s. Zij zorgen ervoor dat deze links gedurende ten minste vijf jaar na de publicatiedatum geldig blijven.

Artikel 291

Materialiteit

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de in het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand te verstrekken informatie, of de wijzigingen in die informatie, als materieel aangemerkt indien de weglating of onjuiste weergave ervan de besluitvorming of het oordeel van de gebruikers van het document in kwestie, met inbegrip van de toezichthoudende autoriteiten, zou kunnen beïnvloeden.

Artikel 292

Tot verzekeringnemers en begunstigden gerichte informatie

1.   Het deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand dat tot verzekeringnemers en begunstigden gericht is, begint met een vermelding dat verzekeringnemers en begunstigden recht hebben op een versie van dat deel in de officiële taal van de lidstaat waar zij woonachtig zijn, mits de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in die lidstaat actief is op grond van het recht van vestiging of de vrijheid van dienstverrichting. Wanneer er versies in andere talen online beschikbaar zijn, verstrekt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan het begin van dat deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand ook de internetlinks naar elke van die versies.

2.   Het deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand met tot verzekeringnemers en begunstigden gerichte informatie bevat een afdeling over de activiteiten en prestaties van de onderneming, die alle volgende informatie omvat:

a)

de naam en de rechtsvorm van de onderneming;

b)

de naam en contactgegevens van de toezichthoudende autoriteit die verantwoordelijk is voor het financiële toezicht op de onderneming;

c)

een lijst van de aandeelhouders van gekwalificeerde deelnemingen in de onderneming;

d)

wanneer de verzekeringsonderneming deel uitmaakt van een groep: de naam van de groep, haar rechtsvorm, het rechtsgebied waar de groep onder ressorteert en, indien van toepassing, de toezichthoudende autoriteit die verantwoordelijk is voor het financieel toezicht op de groep;

e)

alle belangrijke zakelijke ontwikkelingen of andere belangrijke gebeurtenissen die zich tijdens de rapportageperiode hebben voorgedaan en die een materieel effect op het risicoprofiel van de onderneming hebben gesorteerd;

f)

duidelijke en eenvoudige informatie over de verzekeringstechnische en beleggingsresultaten van de verzekeringsonderneming op geaggregeerd niveau tijdens de rapportageperiode.

3.   Het deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand met tot verzekeringnemers en begunstigden gerichte informatie bevat een afdeling over het kapitaalbeheer en het risicoprofiel van de onderneming, die alle volgende informatie omvat:

a)

een korte definitie van het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste;

b)

het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste, het in aanmerking komende eigen vermogen en de dekkingsgraad aan zowel het einde van de rapportageperiode als het einde van de vorige rapportageperiode;

c)

bij een eventuele niet-naleving van het minimumkapitaalvereiste of het solvabiliteitskapitaalvereiste tijdens de rapportageperiode of op het moment van openbaarmaking: de periode van elke niet-naleving, een toelichting bij de oorzaak en gevolgen ervan, alle getroffen corrigerende maatregelen, alsmede een beschrijving van de gevolgen van deze corrigerende maatregelen;

d)

een beschrijving van de materiële risico’s waaraan de onderneming is blootgesteld, met vermelding van alle in de loop van de rapportageperiode opgetreden materiële wijzigingen in die materiële risico’s, alsmede een beschrijving van de toegepaste risicolimiteringstechnieken.

De in de eerste alinea, punt a), bedoelde beschrijving bevat de volgende tekst:

“Twee kapitaalvereisten zijn bedoeld om de financiële soliditeit van de onderneming te meten: het solvabiliteitskapitaalvereiste (SCR) en het minimumkapitaalvereiste (MCR). Het SCR moet een kapitaalniveau opleveren waarmee een onderneming grote onvoorziene verliezen over een periode van één jaar kan opvangen en moet verzekeringnemers een redelijke mate van zekerheid bieden dat betalingen zullen worden gedaan wanneer deze verschuldigd zijn. Het MCR is bedoeld om een minimumveiligheidsniveau te bieden dat de onderneming te allen tijde moet aanhouden en waaronder het bedrag van de financiële middelen (eigen vermogen) niet mag dalen.

De kapitaalvereisten zullen moeten worden gedekt door kapitaal (eigen vermogen) van voldoende kwaliteit om ervoor te zorgen dat verliezen zowel bij voortzetting van de activiteiten als bij liquidatie kunnen worden gedekt.”.

4.   Het deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand gericht tot verzekeringnemers en begunstigden bevat een afdeling met alle andere materiële informatie voor verzekeringnemers. In die afdeling wordt met name vermeld of de onderneming de in artikel 19 bis of artikel 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU bedoelde plannen openbaar maakt en, in voorkomend geval, wordt de internetlink naar deze plannen opgenomen.

5.   Het deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand dat gericht is tot verzekeringnemers en begunstigden mag niet meer dan vijf pagina’s beslaan.

De naleving van de eerste alinea mag niet leiden tot het weglaten of inkorten van de relevante informatie als bedoeld in de leden 1 tot en met 4.

Artikel 293

Tot marktprofessionals gerichte informatie: bedrijf en resultaten

1.   Het deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand gericht tot marktprofessionals bevat alle volgende informatie over het bedrijf van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:

a)

de naam en rechtsvorm van de onderneming en, indien beschikbaar, de specifieke identificatiecode voor juridische entiteiten als bedoeld in artikel 7, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad (*1);

b)

de naam en contactgegevens van de toezichthoudende autoriteit die verantwoordelijk is voor het financiële toezicht op de onderneming, en, in voorkomend geval, de naam en contactgegevens van de groepstoezichthouder van de groep waartoe de onderneming behoort;

c)

de naam en contactgegevens van de externe auditor van de onderneming en de scope van de in artikel 51 bis van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde audit;

d)

een beschrijving van de houders van gekwalificeerde deelnemingen in de onderneming, met vermelding van hun namen;

e)

ingeval de onderneming tot een groep behoort: gegevens over de positie van de onderneming binnen de juridische structuur van de groep, met inbegrip van een volledig organigram en, in voorkomend geval, een vereenvoudigd organigram van de groep;

f)

de materiële branches van de onderneming en de wezenlijke geografische gebieden waar zij haar bedrijf uitoefent;

g)

alle belangrijke zakelijke of andere gebeurtenissen die zich tijdens de rapportageperiode hebben voorgedaan en die een materieel effect op de onderneming hebben gesorteerd.

2.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat informatie over het verzekeringstechnisch resultaat van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming op geaggregeerd niveau tijdens de rapportageperiode, samen met een vergelijking ervan met de over de vorige rapportageperiode bekendgemaakte informatie zoals die in de jaarrekening van de onderneming is opgenomen.

3.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over het rendement van de beleggingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming tijdens de rapportageperiode, samen met een vergelijking ervan met de over de vorige rapportageperiode bekendgemaakte informatie zoals die in de jaarrekening van die onderneming is opgenomen:

a)

informatie over de inkomsten en kosten die uit de beleggingen voortvloeien, en, indien zulks voor een goed inzicht in de inkomsten en kosten noodzakelijk is, de componenten van deze inkomsten en kosten;

b)

informatie over de aard en omvang van alle rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkte winsten en verliezen;

c)

informatie over de aard en omvang van eventuele beleggingen in securitisatie.

4.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat een beschrijving van de aard en het bedrag van andere materiële inkomsten en kosten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming tijdens de rapportageperiode, samen met een vergelijking ervan met de over de vorige rapportageperiode bekendgemaakte informatie zoals die in de jaarrekening van die onderneming is opgenomen.

5.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat in een afzonderlijke afdeling alle andere materiële informatie over het bedrijf en de resultaten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

Artikel 294

Tot marktprofessionals gerichte informatie: governancesysteem

1.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:

a)

een beschrijving van de structuur van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van de onderneming, van de belangrijkste taken en verantwoordelijkheden ervan en van de scheiding van verantwoordelijkheden binnen die organen, en met name of er binnen die organen relevante commissies bestaan, alsmede een beschrijving van de belangrijkste taken en verantwoordelijkheden van de sleutelfuncties of, indien reeds een verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand is ingediend, van alle materiële wijzigingen in het governancesysteem die zich ten opzichte van de vorige rapportageperiode hebben voorgedaan;

b)

informatie over het beloningsbeleid en de beloningspraktijken wat betreft het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan, en, tenzij anders vermeld, de werknemers, met inbegrip van het volgende:

i)

beginselen van het beloningsbeleid, met een toelichting op ten minste het relatieve gewicht van de vaste en variabele beloningscomponenten en het uitstel van de variabele component, en hoe het beloningsbeleid consistent is met de integratie van duurzaamheidsrisico’s;

ii)

informatie over de individuele en collectieve prestatiecriteria op basis waarvan rechten op aandelenopties, aandelen of variabele beloningscomponenten worden toegekend;

iii)

een beschrijving van de voornaamste kenmerken van aanvullende pensioen- en vervroegde-uittredingsregelingen voor de leden van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan en voor andere personen die sleutelfuncties vervullen;

c)

informatie over tijdens de rapportageperiode verrichte materiële transacties met aandeelhouders, met personen die invloed van betekenis op de onderneming uitoefenen, en met leden van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan.

2.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand vermeldt alle uitbestede kritieke of belangrijke operationele functies of activiteiten en bevat de namen van de dienstverleners aan wie kritieke of belangrijke operationele functies of activiteiten zijn uitbesteed, alsmede het rechtsgebied waar de dienstverleners van die functies of activiteiten zijn gevestigd.

3.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat in een afzonderlijke afdeling alle andere materiële informatie over het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

(*1)  Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot oprichting van een Europees centraal toegangspunt dat gecentraliseerde toegang biedt tot voor financiële diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid relevante publiek beschikbare informatie (PB L, 2023/2859, 20.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2859/oj).”;"

87)

artikel 295 wordt geschrapt;

88)

de artikelen 296 en 297 worden vervangen door:

“Artikel 296

Tot marktprofessionals gerichte informatie: waardering voor solvabiliteitsdoeleinden

1.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over de waardering van de activa van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor solvabiliteitsdoeleinden:

a)

voor elke materiële categorie activa afzonderlijk, volgens de indeling zoals weergegeven in de solvabiliteitsbalans: de waarde van de activa en een beschrijving van de grondslagen, methoden en belangrijkste aannames die voor de waardering ervan voor solvabiliteitsdoeleinden zijn gehanteerd, met inbegrip van, indien relevant, het in aanmerking nemen van duurzaamheidsrisico’s en -factoren in de waarderingsmethoden;

b)

voor materiële activaklassen: een toelichting bij alle materiële verschillen tussen de grondslagen, methoden en belangrijkste aannames die deze onderneming voor de waardering voor solvabiliteitsdoeleinden heeft gehanteerd en die welke zij voor de waardering ervan in de jaarrekening heeft gehanteerd.

2.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over de waardering van de technische voorzieningen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor solvabiliteitsdoeleinden:

a)

voor elke materiële branche afzonderlijk: de waarde van de technische voorzieningen, met inbegrip van het bedrag van de beste schatting en de risicomarge, en een beschrijving van de grondslagen, methoden en belangrijkste aannames die voor de waardering ervan voor solvabiliteitsdoeleinden zijn gehanteerd, met inbegrip van, indien relevant, het in aanmerking nemen van duurzaamheidsrisico’s en -factoren in de waarderingsmethoden;

b)

een beschrijving van de mate van onzekerheid waarmee de waarde van de technische voorzieningen is omgeven;

c)

voor materiële branches van de onderneming: een toelichting bij alle materiële verschillen tussen de grondslagen, methoden en belangrijkste aannames die deze onderneming voor de waardering voor solvabiliteitsdoeleinden heeft gehanteerd en die welke zij voor de waardering ervan in de jaarrekening heeft gehanteerd;

d)

een verklaring waarin wordt aangegeven of het in artikel 77 bis, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG vastgestelde infaseringsmechanisme voor extrapolatie wordt toegepast, en een kwantificering van de gevolgen van het niet toepassen van het infaseringsmechanisme;

e)

wanneer de in artikel 77 ter van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde matchingopslag wordt toegepast, een beschrijving van de matchingopslag en van de portefeuille verplichtingen en toegewezen activa waarop de matchingopslag wordt toegepast, en een kwantificering van de gevolgen van een wijziging van de matchingopslag in nul voor het bedrag van de technische voorzieningen;

f)

een verklaring waarin wordt aangegeven of de onderneming gebruikmaakt van de in artikel 77 quinquies van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde volatiliteitsaanpassing, een beschrijving per valuta van de toegepaste volatiliteitsaanpassing en het bedrag waarop de beste schatting wordt toegepast, en een kwantificering van de gevolgen die een wijziging van de volatiliteitsaanpassing in nul op het bedrag aan technische voorzieningen;

g)

een verklaring waarin wordt aangegeven of de in artikel 308 quater van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde risicovrije overgangsrentetermijnstructuur voor de overgangsperiode wordt toegepast, de reden voor de toepassing van die risicovrije overgangsrentetermijnstructuur, een kwantificering van de gevolgen van het niet toepassen van die risicovrije rentevoetstructuur voor het bedrag van de technische voorzieningen, en het vooruitzicht om tegen het einde van de overgangsperiode de afhankelijkheid van de risicovrije overgangsrentetermijnstructuur te verminderen;

h)

een verklaring waarin wordt aangegeven of de in artikel 308 quinquies van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde overgangsaftrek wordt toegepast, de reden voor de toepassing van die overgangsaftrek, een kwantificering van de gevolgen van het niet toepassen van de overgangsaftrek voor het bedrag van de technische voorzieningen en het vooruitzicht om de afhankelijkheid van de overgangsaftrek tegen het einde van de overgangsperiode te verminderen;

i)

een beschrijving van de volgende elementen:

i)

de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en afzonderlijk op special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

ii)

materiële wijzigingen in de relevante aannames die in vergelijking met de vorige rapportageperiode bij de berekening van technische voorzieningen zijn gedaan.

3.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over de waardering van de andere verplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor solvabiliteitsdoeleinden:

a)

voor elke materiële klasse van andere verplichtingen afzonderlijk: zowel de waarde van de andere verplichtingen als een beschrijving van de grondslagen, methoden en belangrijkste aannames die voor de waardering ervan voor solvabiliteitsdoeleinden zijn gehanteerd;

b)

voor elke materiële klasse van andere verplichtingen afzonderlijk: een toelichting bij alle materiële verschillen tussen de grondslagen, methoden en belangrijkste aannames die de onderneming voor de waardering voor solvabiliteitsdoeleinden heeft gehanteerd en die welke zij voor de waardering ervan in de jaarrekening heeft gehanteerd.

4.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat voor de naleving van de in de leden 1 en 3 van het onderhavige artikel vastgelegde openbaarmakingsvereisten waaraan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming moet voldoen, informatie over de in artikel 263 beschreven gebieden.

5.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat in een afzonderlijke afdeling alle andere materiële informatie over de waardering van activa en passiva voor solvabiliteitsdoeleinden.

Artikel 297

Tot marktprofessionals gerichte informatie: kapitaalbeheer en risicoprofiel

1.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over het eigen vermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:

a)

informatie over de doelstellingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming bij het beheer van haar eigen vermogen, met inbegrip van informatie over de voor de bedrijfsplanning gehanteerde tijdshorizon en toelichting op alle materiële wijzigingen in die doelstellingen in de loop van de rapportageperiode;

b)

het bedrag van het eigen vermogen dat voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komt, ingedeeld per tier, aan het einde van de rapportageperiode en aan het einde van de vorige rapportageperiode, met inbegrip van een analyse van de materiële wijzigingen die zich in de loop van de rapportageperiode in elk tier hebben voltrokken;

c)

het bedrag van het kernvermogen dat voor de dekking van het minimumkapitaalvereiste in aanmerking komt, ingedeeld per tier;

d)

wanneer het in artikel 77 bis, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde infaseringsmechanisme voor extrapolatie wordt toegepast: een kwantificering van de gevolgen van het niet toepassen van het infaseringsmechanisme voor:

i)

het kernvermogen;

ii)

het bedrag van het eigen vermogen dat voor de dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komt;

e)

wanneer de in artikel 77 ter van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde matchingopslag wordt toegepast: een kwantificering van de gevolgen van een wijziging van de matchingopslag in nul voor:

i)

het kernvermogen;

ii)

het bedrag van het eigen vermogen dat voor de dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komt;

f)

wanneer de onderneming gebruikmaakt van de in artikel 77 quinquies van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde volatiliteitsaanpassing: een kwantificering van de gevolgen van een wijziging van de volatiliteitsaanpassing in nul voor:

i)

het kernvermogen;

ii)

het bedrag van het eigen vermogen dat voor de dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komt;

g)

wanneer de risicovrije overgangsrentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 308 quater van Richtlijn 2009/138/EG wordt toegepast: een kwantificering van de gevolgen van het niet toepassen van de overgangsmaatregel voor:

i)

het kernvermogen;

ii)

het bedrag van het eigen vermogen dat voor de dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komt;

h)

wanneer de overgangsaftrek als bedoeld in artikel 308 quinquies van Richtlijn 2009/138/EG wordt toegepast: een kwantificering van de gevolgen van het niet toepassen van de aftrekmaatregel voor:

i)

het kernvermogen;

ii)

het bedrag van het eigen vermogen dat voor de dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komt;

i)

een kwantificering van de gecombineerde gevolgen voor de financiële positie van de onderneming van het niet toepassen van de overgangsmaatregelen als bedoeld in artikel 77 bis, lid 2, artikel 308 quater en artikel 308 quinquies en, indien van toepassing, artikel 111, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG;

j)

een analyse van significante veranderingen in het eigen vermogen tijdens de rapportageperiode, waaronder:

i)

de waarde van de tijdens het jaar uitgegeven eigenvermogensbestanddelen;

ii)

de mate waarin een uitgifte als bedoeld in punt i) is gebruikt om de aflossing te financieren;

iii)

de waarde van de tijdens het jaar afgeloste instrumenten;

iv)

wijzigingen met betrekking tot de sleutelelementen van de reconciliatiereserve;

k)

een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting bij alle materiële verschillen tussen het in de jaarrekening van de onderneming opgenomen aandelenkapitaal en het positieve verschil van activa ten opzichte van verplichtingen zoals berekend voor solvabiliteitsdoeleinden;

l)

voor elk materieel aanvullendvermogensbestanddeel:

i)

een beschrijving van het betrokken bestanddeel;

ii)

het bedrag van het aanvullendvermogensbestanddeel;

iii)

ingeval een methode voor de bepaling van het bedrag van het aanvullendvermogensbestanddeel is goedgekeurd:

1)

die methode;

2)

de aard en de naam van de tegenpartij of groep van tegenpartijen voor de in artikel 89, lid 1, punten a), b) en c), van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde bestanddelen;

m)

een beschrijving van elke op het eigen vermogen in mindering gebrachte post en een beknopte beschrijving van elke significante beperking die afbreuk doet aan de beschikbaarheid en overdraagbaarheid van eigen vermogen binnen de onderneming.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt l), worden de namen van de tegenpartijen niet openbaar gemaakt wanneer een dergelijke openbaarmaking wettelijk onmogelijk of ondoenbaar is of wanneer de betrokken tegenpartijen niet materieel zijn.

2.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:

a)

het bedrag van het solvabiliteitskapitaalvereiste en van het minimumkapitaalvereiste van de onderneming, alsmede het in aanmerking komende eigen vermogen en de dekkingsgraad voor zowel het solvabiliteitskapitaalvereiste als het minimumkapitaalvereiste aan het einde van de rapportageperiode, in voorkomend geval vergezeld van de mededeling dat het definitieve bedrag van het solvabiliteitskapitaalvereiste nog door de toezichthouder moet worden beoordeeld;

b)

wat risicogevoeligheid betreft, een beschrijving van de gebruikte methoden, de gehanteerde aannames en de uitkomst van gevoeligheidsanalyses met betrekking tot materiële risico’s en gebeurtenissen;

c)

wanneer het in artikel 77 bis, lid 2, van Richtlijn 2009/139/EG vastgestelde infaseringsmechanisme voor extrapolatie wordt toegepast: een kwantificering van de gevolgen van het niet toepassen van dat infaseringsmechanisme voor het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste;

d)

wanneer de in artikel 77 ter van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde matchingopslag wordt toegepast: een kwantificering van de gevolgen van een wijziging van die matchingopslag in nul voor het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste;

e)

wanneer de in artikel 77 quinquies van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde volatiliteitsaanpassing wordt toegepast: een kwantificering van de gevolgen van een wijziging van die volatiliteitsaanpassing in nul voor het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste;

f)

wanneer de risicovrije overgangsrentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 308 quater van Richtlijn 2009/138/EG wordt toegepast: een kwantificering van de gevolgen van het niet toepassen van die risicovrije overgangsrentetermijnstructuur voor het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste;

g)

wanneer de overgangsaftrek als bedoeld in artikel 308 quinquies van Richtlijn 2009/138/EG wordt toegepast: een kwantificering van de gevolgen van het niet toepassen van die overgangsaftrek op het solvabiliteitskapitaalvereiste en op het minimumkapitaalvereiste;

h)

het bedrag van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming, uitgesplitst per risicomodule (indien die onderneming de standaardformule toepast) en per risicocategorie (indien de onderneming een intern model gebruikt) en een kwalitatieve beschrijving van de materiële risico’s die in de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste zijn meegenomen;

i)

informatie over de vraag of de onderneming gebruikmaakt van vereenvoudigde berekeningen, en voor welke risicomodules en ondermodules van de standaardformule;

j)

informatie over de vraag of en voor welke parameters van de standaardformule die onderneming overeenkomstig artikel 104, lid 7, van Richtlijn 2009/138/EG ondernemingsspecifieke parameters hanteert;

k)

informatie over de door de onderneming gebruikte inputs om het minimumkapitaalvereiste te berekenen;

l)

alle materiële wijzigingen die zich tijdens de rapportageperiode in het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste hebben voorgedaan, en de redenen voor deze eventuele wijzigingen.

3.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over de bij artikel 304 van Richtlijn 2009/138/EG geboden mogelijkheid:

a)

een verklaring dat de onderneming, na goedkeuring van haar toezichthoudende autoriteit, voor de berekening van haar solvabiliteitskapitaalvereiste gebruikmaakt van de ondermodule aandelenrisico op basis van looptijd;

b)

het uit het gebruik van de ondermodule aandelenrisico op basis van looptijd resulterende bedrag van het kapitaalvereiste.

Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over de toepassing van artikel 105 bis van Richtlijn 2009/138/EG:

a)

een verklaring over de vraag of de verzekerings- en herverzekeringsonderneming voor de berekening van haar solvabiliteitskapitaalvereiste de prudentiële behandeling toepast die is vastgelegd in artikel 105 bis van die richtlijn, en, in voorkomend geval, het bedrag van de aandelenbeleggingen die als langetermijnbeleggingen zijn ingedeeld, en het aandeel van dergelijke beleggingen in de aandelenportefeuille;

b)

informatie over eventuele niet-naleving van de voorwaarden van artikel 105 bis, lid 1, tweede alinea, van die richtlijn tijdens het boekjaar waarop het verslag betrekking heeft, met inbegrip van alle volgende gegevens:

i)

informatie over de voorwaarden waaraan al dan niet is voldaan en de redenen voor niet-naleving;

ii)

de duur van de niet-naleving;

iii)

de vraag of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming weer aan de voorwaarden voldoet.

Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die overeenkomstig artikel 105 bis, lid 3, vierde alinea, van die richtlijn verplicht is om een belegging in aandelen niet langer als langetermijnbelegging in aandelen in te delen, maakt die informatie en de resterende duur van het verbod om de in artikel 105 bis, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde risicofactor toe te passen, openbaar.

4.   Ingeval voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste een intern model wordt gebruikt, bevat het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand ook alle volgende informatie:

a)

een beschrijving van de diverse doeleinden waarvoor die onderneming van haar interne model gebruikmaakt;

b)

een beschrijving van het toepassingsgebied van het interne model in termen van bedrijfsonderdelen en risicocategorieën;

c)

ingeval een gedeeltelijk intern model wordt gebruikt: een beschrijving van de techniek die is gehanteerd om een gedeeltelijk intern model in de standaardformule te integreren, in voorkomend geval met inbegrip van een beschrijving van gehanteerde alternatieve technieken;

d)

een beschrijving van de in het interne model gebruikte methoden voor de berekening van de kansverdelingsprognose en het solvabiliteitskapitaalvereiste;

e)

een toelichting, per risicomodule, op de belangrijkste verschillen tussen de methodologieën en onderliggende aannames die in, respectievelijk, de standaardformule en het interne model worden gehanteerd;

f)

de in het interne model gehanteerde risicomaatstaf en periode en, indien deze verschillen van die welke in artikel 101, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG zijn beschreven, een verklaring waarom het op basis van het interne model berekende solvabiliteitskapitaalvereiste verzekeringnemers en begunstigden een niveau van bescherming biedt dat gelijkwaardig is aan het niveau van bescherming dat door artikel 101 van die richtlijn wordt geboden;

g)

een verklaring waarin wordt aangegeven of in het interne model een dynamische volatiliteitsaanpassing wordt gebruikt.

5.   Wat risicoconcentratie en liquiditeitsrisico betreft, bevat het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand alle volgende elementen:

a)

een beschrijving van de materiële risicoconcentraties waaraan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming is blootgesteld;

b)

het totaalbedrag van de in toekomstige premies vervatte verwachte winst, zoals berekend overeenkomstig artikel 260, lid 2;

c)

het totaalbedrag van de verwachte winst dat is opgenomen in toekomstige vergoedingen voor servicing en beheer van fondsen, berekend overeenkomstig artikel 260, lid 2 bis.

6.   Wat risicolimitering betreft, bevat het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand een beschrijving van de gebruikte risicolimiteringstechnieken.

7.   Het verslag over de solvabiliteit en financiële toestand bevat zowel kwantitatieve informatie over de rapportageperiode als informatie over de risicoblootstelling die voortvloeit uit buitenbalansposities en de overdracht van risico aan special purpose vehicles.

8.   In het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand wordt beschreven hoe de onderneming haar totale solvabiliteitsbehoeften heeft bepaald, rekening houdende met haar risicoprofiel en met de onderlinge wisselwerking tussen haar activiteiten op het gebied van kapitaalbeheer en haar risicomanagementsysteem.

9.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat alle volgende informatie over een eventuele niet-naleving van het minimumkapitaalvereiste of duidelijke niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:

a)

bij een eventuele niet-naleving van het minimumkapitaalvereiste van die onderneming:

i)

de periode en het maximumbedrag van elk tekort tijdens de rapportageperiode;

ii)

een toelichting bij de oorzaak en gevolgen daarvan;

iii)

alle corrigerende maatregelen die zijn getroffen overeenkomstig artikel 51, lid 1 ter, punt d), vi), van Richtlijn 2009/138/EG;

iv)

een toelichting bij de gevolgen van de in punt iii) bedoelde corrigerende maatregelen;

b)

ingeval de niet-naleving van het minimumkapitaalvereiste van de onderneming daarmee niet is verholpen: het bedrag en de gevolgen van de niet-naleving op de rapportagedatum;

c)

bij een eventuele niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming tijdens de rapportageperiode:

i)

de periode en het maximumbedrag van elk duidelijk tekort;

ii)

de toelichting bij de oorzaak en de gevolgen ervan en de genomen corrigerende maatregelen, zoals bepaald in artikel 51, lid 1 ter, punt d), vi), van Richtlijn 2009/138/EG;

iii)

een toelichting bij de effecten van de in punt ii) bedoelde corrigerende maatregelen;

d)

ingeval een niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming daarmee niet is verholpen: het bedrag en de gevolgen van het tekort op de rapportagedatum.

10.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat in een afzonderlijke afdeling alle andere materiële informatie over het risicoprofiel en het kapitaalbeheer van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.”

;

89)

het volgende artikel 297 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 297 bis

Tot marktprofessionals gerichte informatie: duurzaamheidsinformatie

1.   Het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bevat de elementen van de plannen die overeenkomstig artikel 44 van Richtlijn 2009/138/EG moeten worden bekendgemaakt, met inbegrip van relevante kwantificeerbare doelstellingen.

2.   In het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand wordt vermeld of de onderneming de in artikel 19 bis of artikel 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU bedoelde plannen openbaar maakt en, in voorkomend geval, wordt de internetlink naar die plannen opgenomen.

3.   In het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand wordt vermeld of de onderneming na de in artikel 45 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde materialiteitsbeoordeling blootstaat aan materiële risico’s in verband met klimaatverandering en, in voorkomend geval, of zij maatregelen heeft genomen om deze blootstelling te beheersen.

4.   Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die voornemens is het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand te gebruiken om te voldoen aan de informatieverschaffingsverplichting vastgelegd in Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad (*2) en Verordening (EU) 2020/852, verschaft de op grond van die verordeningen vereiste desbetreffende informatie, samen met de op grond van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel vereiste informatie.

(*2)  Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PB L 317 van 9.12.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/2088/oj).”;"

90)

het volgende artikel 298 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 298 bis

Talen

1.   Indien de verzekeringsovereenkomst is gesloten met een verzekeringnemer uit een andere lidstaat op grond van het recht van vestiging of de vrijheid van dienstverrichting, wordt het in artikel 51, lid 1 bis, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand op verzoek van de verzekeringnemer verstrekt in de officiële taal of een van de officiële talen van die lidstaat, naar keuze van de verzekeringnemer. Wanneer de vertaling door een automatisch vertaalsysteem is gegenereerd, delen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan die verzekeringnemer mee dat dat deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand een machinevertaling is. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gaan binnen een termijn van tien werkdagen na dat verzoek over tot verzending van het vertaalde deel van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand.

2.   Lid 1 is niet van toepassing wanneer de vertaling in de gevraagde taal online beschikbaar is.”

;

91)

in artikel 299 wordt de volgende titel ingevoegd:

Niet-bekendmaking van informatie ”;

92)

in artikel 300 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen maken beide delen van hun verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bekend overeenkomstig artikel 51, lid 7, van Richtlijn 2009/138/EG.”

;

93)

artikel 301 wordt vervangen door:

“Artikel 301

Bekendmakingswijze

1.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die een met hun bedrijf verband houdende website bezitten en onderhouden, maken beide delen van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bekend op die website.

2.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die geen eigen website bezitten en onderhouden, maar lid zijn van een brancheorganisatie die wel een website bezit en onderhoudt, maken, indien deze brancheorganisatie dat toestaat, beide delen van het verslag over de solvabiliteit en financiële toestand bekend op de website van die organisatie.

3.   Indien verzekerings- en herverzekeringsondernemingen beide delen van hun verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand overeenkomstig lid 1 of lid 2 op een website bekendmaken, blijven beide delen gedurende ten minste vijf jaar na de in artikel 300, lid 1, bedoelde bekendmakingsdatum eenvoudig toegankelijk en beschikbaar op deze website.

4.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die beide delen van hun verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand overeenkomstig lid 1 of lid 2 niet op een website bekendmaken, zenden een elektronische kopie van die delen toe aan elke persoon die binnen een termijn van vijf jaar na de in artikel 300, lid 1, bedoelde bekendmakingsdatum om die delen verzoekt. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gaan binnen een termijn van tien werkdagen na het verzoek over tot de verzending van dat verslag.

5.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zenden beide delen van hun verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand, alsmede elke geactualiseerde versie daarvan, in elektronische vorm toe aan de toezichthoudende autoriteiten, waarbij de mogelijkheid moet bestaan om met behulp van een zoekfunctie naar relevante tekst en cijfers te zoeken.

6.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen verstrekken toezichthoudende autoriteiten, samen met de in artikel 304, lid 1, punt d), bedoelde informatie, de exacte locatie op de website waar beide delen van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand beschikbaar zijn of zullen zijn. Wanneer die locatie in de daaropvolgende drie jaar verandert, stellen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de toezichthoudende autoriteiten in kennis van de gewijzigde locatie.”

;

94)

in artikel 302 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   Onverminderd elke bekendmaking waartoe verzekerings- en herverzekeringsondernemingen onmiddellijk overeenkomstig artikel 54, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG overgaan, wordt elke geactualiseerde versie van het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand zo spoedig mogelijk nadat de in lid 1 van het onderhavige artikel bedoelde belangrijke ontwikkeling heeft plaatsgevonden, overeenkomstig artikel 301 van deze verordening aangemerkt als een geactualiseerde versie en bekendgemaakt met vermelding van de datum van actualisering, ter vervanging van de vorige bekendgemaakte versie.”

;

95)

artikel 303 wordt geschrapt;

96)

de artikelen 304 en 305 worden vervangen door:

“Artikel 304

Elementen van de periodieke toezichtrapportage

1.   De informatie die verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in overeenstemming met artikel 35, lid 2, punt a), i), van Richtlijn 2009/138/EG in van tevoren bepaalde perioden aan de toezichthoudende autoriteiten moeten mededelen, omvat het volgende:

a)

beide delen van het in overeenstemming met artikel 300 van deze verordening door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming bekendgemaakte verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand, samen met uit hoofde van andere wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften bekendgemaakte gelijkwaardige informatie waarnaar in het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand wordt verwezen, alsmede elke in overeenstemming met artikel 302 van deze verordening bekendgemaakte geactualiseerde versie van dat verslag;

b)

het periodieke toezichtverslag (Regular Supervisory Report — RSR) met de in de artikelen 307 tot en met 311 van deze verordening bedoelde informatie. In het periodieke toezichtverslag wordt ook alle in de artikelen 293 tot en met 297 van deze verordening bedoelde informatie gepresenteerd waarvoor toezichthoudende autoriteiten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen overeenkomstig artikel 53, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG toestemming hebben verleend om deze niet in hun verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand bekend te maken. Het periodieke toezichtverslag heeft dezelfde structuur als die welke in bijlage XX, afdeling B is beschreven;

c)

in overeenstemming met artikel 45, lid 6, van Richtlijn 2009/138/EG, het toezichtverslag over de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit (own risk and solvency assessment supervisory report — “ORSA-toezichtverslag”) met de resultaten van elke door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen verrichte beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit, telkens wanneer in overeenstemming met artikel 45, lid 5, van genoemde richtlijn een beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit wordt verricht;

d)

jaarlijkse en driemaandelijkse kwantitatieve templates waarin de informatie die in het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand en in het periodieke toezichtverslag is gepresenteerd, nader wordt gespecificeerd en wordt aangevuld, waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijke beperkingen en vrijstellingen als bedoeld in artikel 35 bis van Richtlijn 2009/138/EG.

Voor de toepassing van punt d) moeten ondernemingen, voor zover zij overeenkomstig artikel 35, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG van driemaandelijkse rapportageverplichtingen zijn vrijgesteld, uitsluitend jaarlijkse kwantitatieve templates in te dienen. De jaarlijkse rapportageverplichtingen bevatten geen rapportage per post in wanneer ondernemingen op grond van artikel 35 bis, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG van dit soort rapportage zijn vrijgesteld.

2.   De scope van de driemaandelijkse kwantitatieve templates is beperkter dan die van de jaarlijkse kwantitatieve templates.

3.   Lid 1 laat de bevoegdheid van toezichthoudende autoriteiten onverlet om van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen te verlangen dat zij periodiek alle andere onder de verantwoordelijkheid van of op verzoek van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van die ondernemingen opgestelde informatie mededelen.

Artikel 305

Materialiteit

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de aan de toezichthouders medegedeelde informatie of de wijzigingen in die informatie als materieel aangemerkt wanneer de weglating of onjuiste weergave ervan de besluitvorming of het oordeel van de toezichthoudende autoriteiten zou kunnen beïnvloeden.”

;

97)

de artikelen 307 en 308 worden vervangen door:

“Artikel 307

Bedrijf en resultaten

1.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over het bedrijf van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:

a)

de naam en de rechtsvorm van de onderneming;

b)

indien beschikbaar, de identificatiecode voor juridische entiteiten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, zoals gespecificeerd op grond van artikel 7, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2023/2859;

c)

de voornaamste trends en factoren die over de tijdsperiode van de bedrijfsplanning van de onderneming op haar ontwikkeling, resultaten en positie van invloed zijn, met inbegrip van de concurrentiepositie van de onderneming en eventuele significante juridische of toezichtkwesties;

d)

een beschrijving van de bedrijfsdoelstellingen van de onderneming, met inbegrip van de relevante strategieën en tijdskaders.

2.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende kwalitatieve en kwantitatieve informatie over het verzekeringstechnische resultaat van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, zoals opgenomen in de jaarrekening van de onderneming:

a)

een analyse van het algehele verzekeringstechnische resultaat van de onderneming tijdens de rapportageperiode en de redenen voor eventuele materiële wijzigingen ten opzichte van de vorige rapportageperiode;

b)

projecties van het verzekeringstechnische resultaat van de onderneming, met inbegrip van informatie over significante factoren die op dit verzekeringstechnische resultaat van invloed kunnen zijn, gedurende de tijdsperiode van haar bedrijfsplanning.

3.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende kwalitatieve en kwantitatieve informatie over het rendement van de beleggingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, zoals opgenomen in de jaarrekening van de onderneming:

a)

een analyse, per relevante activaklasse, van het algehele beleggingsrendement van de onderneming tijdens de rapportageperiode en, indien van toepassing, de redenen voor eventuele materiële wijzigingen in dat rendement ten opzichte van de vorige rapportageperiode;

b)

projecties van het verwachte beleggingsrendement van de onderneming, met inbegrip van informatie over significante factoren die op dit beleggingsrendement van invloed kunnen zijn, gedurende de tijdsperiode van haar bedrijfsplanning;

c)

de voornaamste aannames die de onderneming bij haar beleggingsbeslissingen hanteert met betrekking tot de ontwikkeling van de rentetarieven, wisselkoersen en andere relevante marktparameters, gedurende de tijdsperiode van haar bedrijfsplanning;

d)

informatie over beleggingen in securitisatie, en de risicomanagementprocedures van de onderneming met betrekking tot dergelijke effecten en instrumenten.

4.   Het periodieke toezichtverslag bevat informatie over alle andere materiële inkomsten en kosten dan inkomsten en kosten die met verzekeringsactiviteiten of beleggingen verband houden, over de tijdsperiode van de bedrijfsplanning van de onderneming.

5.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle andere materiële informatie over haar bedrijf en resultaten.

Artikel 308

Governancesysteem

1.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:

a)

een beschrijving van de structuur van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van de onderneming, van de belangrijkste taken en verantwoordelijkheden ervan en van de scheiding van verantwoordelijkheden binnen deze organen, en met name of er binnen de organen relevante commissies bestaan, alsmede een beschrijving van de belangrijkste taken en verantwoordelijkheden van sleutelfuncties;

b)

de beloningsrechten van de leden van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan en andere sleutelfuncties gedurende de rapportageperiode en de redenen voor eventuele materiële wijzigingen in die rechten ten opzichte van de vorige rapportageperiode, met inbegrip van een toelichting op het relatieve belang van de vaste en variabele componenten van de beloning.

2.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over de inachtneming door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming van de vereisten op het gebied van deskundigheid en betrouwbaarheid:

a)

een lijst van personen binnen de onderneming die voor sleutelfuncties verantwoordelijk zijn;

b)

een beschrijving van de specifieke vereisten op het gebied van vakbekwaamheid, kennis en deskundigheid die de onderneming stelt aan personen die de onderneming daadwerkelijk besturen of andere sleutelfuncties vervullen.

3.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over het risicomanagementsysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:

a)

een beschrijving van de wijze waarop het risicomanagementsysteem, met inbegrip van de risicomanagementfunctie, wordt toegepast en in de organisatiestructuur en het besluitvormingsproces van de onderneming is geïntegreerd;

b)

informatie over de risicomanagementstrategieën, -doelstellingen en -processen en de voor elke risicocategorie gevolgde rapportageprocedures van de onderneming;

c)

informatie over de wijze waarop de onderneming verifieert of kredietbeoordelingen van externe kredietbeoordelingsinstellingen adequaat zijn, met inbegrip van informatie over de wijze waarop en de mate waarin de onderneming kredietbeoordelingen van externe kredietbeoordelingsinstellingen gebruikt;

d)

de resultaten van de beoordelingen inzake de extrapolatie van de risicovrije rente, de matchingopslag en de volatiliteitsaanpassing als bedoeld in artikel 44, lid 2 bis, van Richtlijn 2009/138/EG.

4.   In het periodieke toezichtverslag wordt een beschrijving gegeven van de procedure die door de onderneming wordt gevolgd om te voldoen aan haar verplichting om in het kader van haar risicomanagementsysteem een beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit te verrichten, en hoe de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit in de organisatiestructuur en het besluitvormingsproces van de onderneming is geïntegreerd.

5.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over het interne-controlesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:

a)

een beschrijving van de elementen van het interne-controlesysteem van de onderneming en, in voorkomend geval, eventuele materiële tekortkomingen van dat interne-controlesysteem;

b)

informatie over het gegeven advies en de uitgevoerde beoordelingen, zoals bedoeld in artikel 46, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG, tijdens de rapportageperiode, met inbegrip van eventuele geplande activiteiten die niet zijn uitgevoerd en de reden daarvoor;

c)

informatie over het compliancebeleid van de onderneming, alle belangrijke activiteiten die in het kader van het complianceplan zijn ondernomen en alle materiële complianceproblemen die tijdens de rapportageperiode zijn vastgesteld.

6.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over de interne-auditfunctie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:

a)

een beschrijving van de interne audits die tijdens de rapportageperiode zijn uitgevoerd, met:

i)

een samenvatting van de aan het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van de onderneming gerapporteerde materiële bevindingen en aanbevelingen;

ii)

een samenvatting van en eventuele maatregelen die zijn genomen met betrekking tot die materiële bevindingen en aanbevelingen;

iii)

alle informatie over uitstaande materiële kwesties;

b)

een beschrijving van het interne-auditbeleid van de onderneming en de evaluatiefrequentie ervan;

c)

een beschrijving van het auditplan van de onderneming, met inbegrip van toekomstige interne audits en de redenen achter deze toekomstige interne audits.

7.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over de actuariële functie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:

a)

een beschrijving van de wijze waarop de actuariële functie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt toegepast;

b)

een overzicht van de activiteiten die tijdens de rapportageperiode door de actuariële functie op elk van haar terreinen van verantwoordelijkheid zijn verricht, met een beschrijving van de wijze waarop de actuariële functie tot de doeltreffende implementatie van het risicomanagementsysteem van de onderneming bijdraagt, en een beschrijving van de belangrijkste bevindingen van de actuariële functie.

8.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende aanvullende informatie over uitbestedingen:

a)

een beschrijving van het uitbestedingsbeleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;

b)

een overzicht van de personen die bij de dienstverlener verantwoordelijk zijn voor de uitbestede sleutelfuncties.

9.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle andere materiële informatie over het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.”

;

98)

artikel 309 wordt geschrapt;

99)

in artikel 310 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

“2.   In het periodieke toezichtverslag worden de meest relevante aannames die bij de berekening van de beste schatting zijn gebruikt, de gevoeligheid van de beste schatting voor veranderingen en de resultaten van eventuele back-testing gedetailleerd beschreven.

3.   Het periodieke toezichtverslag bevat de volgende informatie met betrekking tot de verplichtingen van artikel 263 van deze verordening:

a)

een motivering van de reden waarom alternatieve waarderingsmethoden worden gebruikt, uitgesplitst naar categorie activa en passiva;

b)

de aannames van elke alternatieve waarderingsmethode die voor activa en passiva wordt gebruikt;

c)

de waarderingsonzekerheid voor elke klasse van activa en passiva;

d)

informatie over de adequaatheid van de waardering van de activa en passiva waarvoor de alternatieve waardering wordt gebruikt, beoordeeld aan de hand van praktijkervaring.”

;

100)

artikel 311 wordt vervangen door:

“Artikel 311

Kapitaalbeheer en risicoprofiel

1.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over het eigen vermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:

a)

informatie over de gedragslijnen en processen van de onderneming bij het beheer van haar eigen vermogen;

b)

informatie over de materiële voorwaarden die verbonden zijn aan de voornaamste bestanddelen van het eigen vermogen van de onderneming;

c)

de verwachte ontwikkelingen van het eigen vermogen van de onderneming gedurende de tijdsperiode van haar bedrijfsplanning, rekening houdende met de bedrijfsstrategie van de onderneming en op passende wijze rekening houdende met kapitaalplannen in stresssituaties;

d)

de vraag of er een voornemen bestaat om bestanddelen van het eigen vermogen terug te betalen of om aanvullend eigen vermogen aan te trekken;

e)

informatie over uitgestelde belastingen, waaronder:

i)

een beschrijving van het berekende bedrag aan uitgestelde belastingvorderingen zonder een beoordeling van het waarschijnlijke gebruik daarvan, en de mate waarin die uitgestelde belastingvorderingen zijn opgenomen;

ii)

voor de uitgestelde belastingvorderingen die zijn opgenomen, een beschrijving van de bedragen die worden opgenomen als waarschijnlijk te gebruiken vorderingen, aan de hand van de waarschijnlijke toekomstige belastbare winst en aan de hand van de afwikkeling van uitgestelde belastingverplichtingen met betrekking tot winstbelastingen die door dezelfde belastingautoriteit worden geheven;

iii)

een nadere beschrijving van de onderliggende aannames die voor de toepassing van artikel 15 worden gebruikt ten behoeve van de projectie van waarschijnlijke toekomstige belastbare winst;

iv)

een analyse van de gevoeligheid van de netto uitgestelde belastingvorderingen voor veranderingen in de in punt iii) bedoelde onderliggende aannames, waarbij de netto uitgestelde belastingvorderingen worden berekend als het verschil tussen:

1)

het bedrag aan uitgestelde belastingvorderingen berekend overeenkomstig artikel 15;

2)

het bedrag aan uitgestelde belastingverplichtingen waarmee de uitgestelde belastingvorderingen kunnen worden verrekend, rekening houdende met een gedetailleerde planning.

2.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:

a)

de gezien de bedrijfsstrategie van de onderneming over de tijdsperiode van de bedrijfsplanning verwachte ontwikkelingen van het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste van de onderneming, indien deze informatie niet in het ORSA-toezichtverslag is opgenomen;

b)

een schatting van het volgens de standaardformule bepaalde solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming ingeval de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 112, lid 7, van Richtlijn 2009/138/EG eist dat de onderneming een dergelijke schatting verstrekt of, wanneer dit soort schatting niet vereist was in het jaar waarin het periodieke toezichtverslag werd vastgesteld, de recentst beschikbare berekening vergezeld van een vermelding van het referentiejaar van die berekening;

c)

een beschrijving van de benadering die is gehanteerd voor de berekening van de kapitaalvereisten voor immateriële risico’s van de standaardformule voor het SCR, met inbegrip van een korte beschrijving van de modules of ondermodules die onder deze benadering vallen en van de volumemaatstaven die zijn gebruikt om de immateriële risico’s te berekenen;

d)

voor de projectie van de toekomstige winst ten behoeve van het verliescompensatievermogen van uitgestelde belastingen overeenkomstig artikel 207 van deze verordening:

i)

een beschrijving en het desbetreffende bedrag van elk van de componenten gebruikt om een positieve waarde van de stijging van de uitgestelde belastingvorderingen aan te tonen;

ii)

een nadere beschrijving van de onderliggende aannames die voor de toepassing van artikel 207 worden gebruikt ten behoeve van de projectie van waarschijnlijke toekomstige belastbare winst;

iii)

een analyse van de gevoeligheid van de waarde van de aanpassingen aan veranderingen in de in punt ii) bedoelde onderliggende aannames;

e)

het volume en de aard van de kredietportefeuille van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

3.   Ingeval voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste een intern model wordt gebruikt, bevat het periodieke toezichtverslag ook:

a)

de resultaten van de bij artikel 123 van Richtlijn 2009/138/EG voorgeschreven evaluatie van de bronnen van winsten en de oorzaken van verliezen voor elk belangrijk bedrijfsonderdeel;

b)

een beschrijving van hoe de in het interne model gekozen categorisatie van risico’s deze bronnen van winst en oorzaken van verlies verklaart.

4.   Wanneer voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste ondernemingsspecifieke parameters worden gebruikt of wanneer een matchingopslag op de relevante risicovrije rentetermijnstructuur wordt toegepast, bevat het periodieke toezichtverslag ook informatie over eventuele wijzigingen in de informatie in de aanvraag tot goedkeuring van de ondernemingsspecifieke parameters of de matchingopslag.

5.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie met betrekking tot het aanhouden van langetermijnbeleggingen in aandelen zoals bedoeld in artikel 105 bis van Richtlijn 2009/138/EG:

a)

een verklaring waaruit blijkt of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de prudentiële behandeling toepast die is vastgelegd in artikel 105 bis van die richtlijn, en indien dat het geval is, het bedrag en de kenmerken van de aandelenbeleggingen die zijn ingedeeld als langetermijnbeleggingen, met inbegrip van:

i)

de geografische locatie van die aandelenbeleggingen;

ii)

het aandeel van dergelijke aandelenbeleggingen binnen de aandelenportefeuille;

b)

een beschrijving van de wijze waarop de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voldoet aan de voorwaarden van artikel 105 bis, 2lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG;

c)

een beschrijving van de methoden die worden gebruikt om aan te tonen dat gedwongen verkopen kunnen worden voorkomen overeenkomstig artikel 171 bis van deze verordening.

Het periodieke toezichtverslag bevat ook de in de derde alinea bedoelde informatie wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

langetermijnbeleggingen in aandelen vertegenwoordigen meer dan 4 % van de totale activa die door verzekerings- of herverzekeringsondernemingen worden aangehouden;

b)

de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zou zonder toepassing van artikel 105 bis van Richtlijn 2009/138/EG niet voldoen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste.

De informatie als bedoeld in de tweede alinea is de volgende:

a)

een kwantificering van de gevolgen voor de waarde van de marktrisicomodule van het niet toepassen van artikel 105 bis van Richtlijn 2009/138/EG op aandelenbeleggingen;

b)

informatie over de maatregelen die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zou nemen in geval van schending of aanhoudende niet-naleving van de voorwaarden van artikel 105 bis, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG.

6.   Met betrekking tot het liquiditeitsrisico bevat het periodieke toezichtverslag:

a)

informatie over de verwachte winst die is opgenomen in toekomstige premies en de verwachte winst die is opgenomen in toekomstige vergoedingen voor servicing en beheer van fondsen, zoals berekend overeenkomstig, respectievelijk, artikel 260, lid 2, en artikel 260, lid 2 bis, van deze verordening voor elke branche;

b)

het resultaat van de kwalitatieve beoordeling als bedoeld in artikel 260, lid 1, punt d), ii);

c)

een beschrijving van de methoden en de belangrijkste aannames die bij de berekening van de in toekomstige premies vervatte verwachte winst zijn gehanteerd.

Het periodieke toezichtverslag bevat ook informatie over eventuele blootstellingen aan materiële liquiditeitsrisico’s in verband met financieringstransacties of -overeenkomsten, met inbegrip van factoring, waarbij de verzekerings- of herverzekeringsonderneming direct of indirect betrokken is.

7.   Met betrekking tot risicoconcentratie bevat het periodieke toezichtverslag:

a)

informatie over de materiële risicoconcentraties waaraan de onderneming is blootgesteld;

b)

een overzicht van alle verwachte toekomstige risicoconcentraties waaraan de onderneming, gezien haar bedrijfsstrategie, over de tijdsperiode van de bedrijfsplanning naar verwachting zal zijn blootgesteld;

c)

een toelichting over hoe de in de punten a) en b) bedoelde risicoconcentraties zullen worden beheerd.

8.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over de risicoblootstelling van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met inbegrip van de blootstelling die voortvloeit uit buitenbalansposities en de overdracht van risico aan een special purpose vehicle:

a)

ingeval de onderneming zekerheden in de zin van artikel 214 van deze verordening verkoopt of herverpandt: het bedrag van die zekerheden, gewaardeerd in overeenstemming met artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG;

b)

ingeval de onderneming zekerheden in de zin van artikel 214 heeft verstrekt:

i)

de aard van de zekerheden;

ii)

de aard en de waarde van de als zekerheden verstrekte activa;

iii)

de overeenkomstige feitelijke en voorwaardelijke verplichtingen die uit de betrokken zekerheidsovereenkomst voortvloeien;

c)

informatie over de materiële voorwaarden die aan de zekerheidsovereenkomst verbonden zijn;

d)

ingeval de onderneming variabele lijfrenteverzekeringen verkoopt: informatie over garantieclausules en afdekking van de garanties;

e)

een beschrijving van de financieringstransacties, met inbegrip van factoring, die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming direct of indirect is aangegaan, en de overeenkomstige bedragen van de buitenbalansverplichtingen.

9.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over de risicolimiteringstechnieken van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming:

a)

een beschrijving van de gebruikte risicolimiteringstechnieken;

b)

een beschrijving van alle materiële risicolimiteringstechnieken die de onderneming, gezien haar bedrijfsstrategie, over de tijdsperiode van de bedrijfsplanning overweegt te hanteren, alsmede van de redenen achter en de gevolgen van deze risicolimiteringstechnieken;

c)

ingeval de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zekerheden in de zin van artikel 214 van deze verordening aanhoudt: informatie over de materiële voorwaarden die aan de zekerheidsovereenkomst verbonden zijn.

10.   Het periodieke toezichtverslag bevat kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de materiële risico’s die niet in de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste zijn meegenomen en niet in de voorgaande leden zijn opgenomen, voor zover deze informatie niet in het ORSA-toezichtverslag is opgenomen.

11.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle volgende informatie over de risicogevoeligheid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, voor zover deze informatie niet in het ORSA-toezichtverslag is opgenomen:

a)

een beschrijving van de in artikel 259, lid 3, bedoelde stresstests en scenarioanalyses die door de onderneming zijn uitgevoerd, en van het resultaat ervan;

b)

een beschrijving van de gehanteerde methoden en belangrijkste aannames die aan de in artikel 259, lid 3, bedoelde stresstests en scenarioanalyses ten grondslag liggen.

12.   Het periodieke toezichtverslag bevat informatie over elk redelijkerwijze te voorzien risico dat niet aan het minimumkapitaalvereiste of solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming wordt voldaan, alsmede over de plannen van de onderneming om te waarborgen dat voortdurend aan elk van beide vereisten wordt voldaan, wanneer deze informatie niet in het ORSA-toezichtverslag is opgenomen.

13.   Het periodieke toezichtverslag bevat alle andere materiële informatie over het kapitaalbeheer en het risicoprofiel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

14.   Voor de toepassing van de leden 6 en 8 betekent “factoring” een contractuele overeenkomst tussen een onderneming (“cedent”) en een financiële entiteit (“factor”) waarbij de cedent zijn vorderingen cedeert of verkoopt aan de factor in ruil waarvoor de factor de cedent met betrekking tot de gecedeerde vorderingen een of meer van de volgende diensten levert:

a)

een voorschot van een percentage op het bedrag aan gecedeerde vorderingen, welke over het algemeen uit niet-gebonden vorderingen met een korte looptijd en zonder automatische doorrol bestaan;

b)

beheer, inning en kredietprotectie van vorderingen, waarbij de factor over het algemeen het verkoopboek van de cedent beheert en de vorderingen uit eigen naam van de factor int.”

;

101)

in titel I, hoofdstuk XIII, afdeling 2, wordt de titel vervangen door:

AFDELING 2

Informatie over materiële wijzigingen en mededelingswijzen”;

102)

de artikelen 312 en 313 worden vervangen door:

“Artikel 312

Informatie over materiële wijzigingen

Ingeval het niet vereist is dat een periodiek toezichtverslag in verband met een bepaald boekjaar wordt ingediend, dienen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen niettemin bij hun toezichthoudende autoriteit informatie in over alle materiële wijzigingen die zich tijdens het boekjaar hebben voorgedaan ten opzichte van de laatste informatie die overeenkomstig dit hoofdstuk bij die toezichthoudende autoriteit is ingediend. Zij verstrekken tevens een beknopte toelichting over de oorzaken en gevolgen van dergelijke wijzigingen. Het indienen van informatie over materiële wijzigingen wordt niet beschouwd als een wijziging in de frequentie van het periodieke toezichtverslag als bedoeld in artikel 35 bis van Richtlijn 2009/138/EG.

Artikel 313

Communicatiemiddelen

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zenden de in artikel 304, lid 1, bedoelde informatie in een machinaal leesbare elektronische vorm die de mogelijkheid biedt om met behulp van een zoekfunctie naar relevante tekst en cijfers te zoeken.”

;

103)

artikel 314 wordt geschrapt;

104)

in titel I wordt het volgende hoofdstuk XVI toegevoegd:

“HOOFDSTUK XVI

EVENREDIGHEIDSMAATREGELEN

Artikel 327 bis

Beleggingen in immateriële activa, kapitaalvereisten voor het identificeren van kleine en niet-complexe ondernemingen

Voor de toepassing van artikel 29 bis, lid 1, punt a), iv), 3), artikel 29 bis, lid 1, punt b), v), 3), en artikel 29 bis, lid 1, punt c), vii), 3), van Richtlijn 2009/138/EG is het kapitaalvereiste dat van toepassing is op beleggingen in immateriële activa die niet onder de modules voor marktrisico en tegenpartijkredietrisico vallen, het kapitaalvereiste voor het risico van immateriële activa als bedoeld in artikel 203 van deze verordening.

Artikel 327 ter

Vermindering van de frequentie van het periodieke toezichtverslag

1.   De toezichthoudende autoriteit verleent toestemming voor het gebruik van de in artikel 35, lid 5 bis, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel door een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de toezichthoudende autoriteit concludeert op basis van het prudentieel toezichtsproces dat de onderneming:

i)

in staat is om alle huidige of toekomstige risico’s te ondervangen;

ii)

niet vaker door de toezichthoudende autoriteit hoeft te worden beoordeeld dan door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt gevraagd;

iii)

niet onderworpen is aan lopende toezichtmaatregelen om materiële niet-naleving van Richtlijn 2009/138/EG te verhelpen;

b)

de toezichthoudende autoriteit concludeert dat de onderneming geen complex bedrijfsmodel heeft, rekening houdende met haar bedrijfsstrategie en bedrijfsplan, de complexiteit van de aangeboden verzekeringsproducten en haar beleggingsportefeuille;

c)

de onderneming voldoet aan alle volgende voorwaarden, met inachtneming van de leden 2, 3 en 4:

i)

de technische voorzieningen voor levensverzekeringsactiviteiten, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG, bedragen niet meer dan 12 000 000 000 EUR;

ii)

de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten uit schadeverzekeringsactiviteiten bedragen niet meer dan 2 000 000 000 EUR;

iii)

de onderneming vertegenwoordigt niet meer dan 5 % van de levensverzekeringsmarkt of de schadeverzekeringsmarkt van de lidstaat van herkomst van de onderneming, waarbij het marktaandeel voor levensverzekeringen is gebaseerd op de bruto technische voorzieningen en het marktaandeel voor schadeverzekeringen is gebaseerd op de bruto geboekte premies;

d)

de toezichthoudende autoriteit heeft geen onopgeloste materiële bezwaren geconstateerd die voortvloeien uit het governancesysteem van de onderneming;

e)

het solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming wordt met een passende marge overschreden, waarbij ook rekening wordt gehouden met de intern nagestreefde solvabiliteitspositie van de onderneming zoals gespecificeerd in het kapitaalbeheersplan van de onderneming op middellange termijn;

f)

de toezichthoudende autoriteit heeft in het laatste periodieke toezichtverslag geen onopgeloste materiële punten van zorg vastgesteld en is tevreden met de informatie in het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand en de jaarlijkse en, indien van toepassing, driemaandelijkse kwantitatieve rapportagetemplates.

De toezichthoudende autoriteit herroept de aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, verleende goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 35, lid 5 bis, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel wanneer niet langer aan een van de in de eerste alinea genoemde voorwaarden is voldaan.

2.   Lid 1, eerste alinea, punt c), i), is alleen van toepassing voor levensverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen ten minste 20 % van de totale technische voorzieningen vertegenwoordigen, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG.

3.   Lid 1, eerste alinea, punt c), ii), is alleen van toepassing op schadeverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met schadeverzekeringsactiviteiten verband houdende jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten ten minste 40 % van hun totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten vertegenwoordigen.

4.   Onverminderd lid 1, eerste alinea, kunnen toezichthoudende autoriteiten toch goedkeuring verlenen voor het gebruik van de in artikel 35, lid 5 bis, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel voor een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet aan de in punt c) van dat lid genoemde voorwaarde voldoet, wanneer zij op basis van de voor deze evenredigheidsmaatregel relevante elementen van het prudentieel toezichtsproces tot de conclusie komen dat het risicoprofiel van de onderneming voldoende laag is.

Artikel 327 quater

Combinatie van sleutelfuncties

1.   De toezichthoudende autoriteit verleent goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 41, lid 2 bis, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de toezichthoudende autoriteit concludeert op basis van het prudentieel toezichtsproces dat de onderneming:

i)

in staat is om alle huidige of toekomstige risico’s te ondervangen;

ii)

niet onderworpen is aan lopende toezichtmaatregelen om materiële niet-naleving van Richtlijn 2009/138/EG te verhelpen;

b)

de toezichthoudende autoriteit concludeert dat de onderneming geen complex bedrijfsmodel heeft, rekening houdende met haar bedrijfsstrategie, haar bedrijfsplan, de complexiteit van de aangeboden verzekeringsproducten en haar beleggingsportefeuille;

c)

de onderneming voldoet aan alle volgende voorwaarden, met inachtneming van de leden 2, 3 en 4:

i)

de technische voorzieningen voor levensverzekeringsactiviteiten, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG, bedragen niet meer dan 12 000 000 000 EUR;

ii)

de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten uit schadeverzekeringsactiviteiten bedragen niet meer dan 2 000 000 000 EUR;

iii)

de onderneming vertegenwoordigt niet meer dan 5 % van de levensverzekeringsmarkt of de schadeverzekeringsmarkt van de lidstaat van herkomst van de onderneming, waarbij het marktaandeel voor levensverzekeringen is gebaseerd op de bruto technische voorzieningen en het marktaandeel voor schadeverzekeringen is gebaseerd op de bruto geboekte premies;

d)

de toezichthoudende autoriteit heeft geen onopgeloste materiële bezwaren geconstateerd die voortvloeien uit het governancesysteem van de onderneming;

e)

de personen die belast zijn met de risicobeheerfunctie, de actuariële functie en de compliancefunctie, beschikken te allen tijde over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring om hun taken uit te voeren, en de combinatie van functies of de combinatie van een functie met het lidmaatschap van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan doet geen afbreuk aan het vermogen en de beschikbaarheid van de betrokkene om zijn of haar taken uit te oefenen;

f)

de toezichthoudende autoriteit is ervan overtuigd dat de kosten voor het gescheiden houden van functies onevenredig hoog zouden zijn voor de onderneming.

De toezichthoudende autoriteit herroept de aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, verleende goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 41, lid 2 bis, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel, wanneer niet langer aan een van de in de eerste alinea genoemde voorwaarden is voldaan.

2.   Lid 1, eerste alinea, punt c), i), is alleen van toepassing voor levensverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen ten minste 20 % van de totale technische voorzieningen vertegenwoordigen, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG.

3.   Lid 1, eerste alinea, punt c), ii), is alleen van toepassing op schadeverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met schadeverzekeringsactiviteiten verband houdende jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten ten minste 40 % van hun totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten vertegenwoordigen.

4.   Onverminderd lid 1, eerste alinea, kunnen toezichthoudende autoriteiten toch goedkeuring verlenen voor het gebruik van de in artikel 41 bis, lid 2 bis, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel voor een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet voldoet aan de in lid 1, eerste alinea, punt c), van dit artikel genoemde voorwaarde, wanneer zij op basis van de voor deze evenredigheidsmaatregel relevante elementen van het prudentieel toezichtsproces tot de conclusie komen dat het risicoprofiel van de onderneming voldoende laag is.

Artikel 327 quinquies

Vermindering van de frequentie van de herziening van schriftelijke beleidslijnen

1.   De toezichthoudende autoriteit verleent goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 41, lid 3, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de toezichthoudende autoriteit concludeert op basis van het prudentieel toezichtsproces dat de onderneming:

i)

in staat is om alle huidige of toekomstige risico’s te ondervangen;

ii)

niet vaker door de toezichthoudende autoriteit hoeft te worden beoordeeld dan door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt gevraagd;

iii)

niet onderworpen is aan lopende toezichtmaatregelen om materiële niet-naleving van Richtlijn 2009/138/EG te verhelpen;

b)

de toezichthoudende autoriteit concludeert dat de onderneming geen complex bedrijfsmodel heeft, rekening houdende met haar bedrijfsstrategie, haar bedrijfsplan, de complexiteit van de aangeboden verzekeringsproducten en haar beleggingsportefeuille;

c)

de onderneming voldoet aan alle volgende voorwaarden, met inachtneming van de leden 2, 3 en 4:

i)

de technische voorzieningen voor levensverzekeringsactiviteiten, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG, bedragen niet meer dan 12 000 000 000 EUR;

ii)

de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten uit schadeverzekeringsactiviteiten bedragen niet meer dan 2 000 000 000 EUR;

iii)

de onderneming vertegenwoordigt niet meer dan 5 % van de levensverzekeringsmarkt of de schadeverzekeringsmarkt van de lidstaat van herkomst van de onderneming, waarbij het marktaandeel voor levensverzekeringen is gebaseerd op de bruto technische voorzieningen en het marktaandeel voor schadeverzekeringen is gebaseerd op de bruto geboekte premies;

d)

de toezichthoudende autoriteit heeft geen onopgeloste materiële bezwaren geconstateerd die voortvloeien uit het governancesysteem van de onderneming.

De toezichthoudende autoriteit herroept de aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, verleende goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 41, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel, wanneer niet langer aan een van de in de eerste alinea genoemde voorwaarden is voldaan.

2.   Lid 1, eerste alinea, punt c), i), is alleen van toepassing voor levensverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen ten minste 20 % van de totale technische voorzieningen vertegenwoordigen, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG.

3.   Lid 1, eerste alinea, punt c), ii), is alleen van toepassing op schadeverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met schadeverzekeringsactiviteiten verband houdende jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten ten minste 40 % van hun totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten vertegenwoordigen.

4.   Onverminderd lid 1, eerste alinea, kunnen toezichthoudende autoriteiten toch goedkeuring verlenen voor het gebruik van de in artikel 41, lid 3, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel voor een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet voldoet aan de in lid 1, eerste alinea, punt c), van dit artikel genoemde voorwaarde, wanneer zij op basis van de voor deze evenredigheidsmaatregel relevante elementen van het prudentieel toezichtsproces tot de conclusie komen dat het risicoprofiel van de onderneming voldoende laag is.

Artikel 327 sexies

Vermindering van de frequentie van de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit

1.   De toezichthoudende autoriteit verleent goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 45, lid 5, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de toezichthoudende autoriteit concludeert op basis van het prudentieel toezichtsproces dat de onderneming:

i)

in staat is om alle huidige of toekomstige risico’s te ondervangen;

ii)

niet vaker door de toezichthoudende autoriteit hoeft te worden beoordeeld dan door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt gevraagd;

iii)

niet onderworpen is aan lopende toezichtmaatregelen om materiële niet-naleving van Richtlijn 2009/138/EG te verhelpen;

b)

de toezichthoudende autoriteit concludeert dat de onderneming geen complex bedrijfsmodel heeft, rekening houdende met haar bedrijfsstrategie, haar bedrijfsplan, de complexiteit van de aangeboden verzekeringsproducten en haar beleggingsportefeuille;

c)

de onderneming voldoet aan alle volgende voorwaarden, met inachtneming van de leden 2, 3 en 4:

i)

de technische voorzieningen voor levensverzekeringsactiviteiten, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG, bedragen niet meer dan 12 000 000 000 EUR;

ii)

de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten uit schadeverzekeringsactiviteiten bedragen niet meer dan 2 000 000 000 EUR;

iii)

de onderneming vertegenwoordigt niet meer dan 5 % van de levensverzekeringsmarkt of de schadeverzekeringsmarkt van de lidstaat van herkomst van de onderneming, waarbij het marktaandeel voor levensverzekeringen is gebaseerd op de bruto technische voorzieningen en het marktaandeel voor schadeverzekeringen is gebaseerd op de bruto geboekte premies;

d)

de toezichthoudende autoriteit heeft geen onopgeloste materiële bezwaren geconstateerd die voortvloeien uit het governancesysteem van de onderneming;

e)

het solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming wordt met een passende marge overschreden, rekening houdende met de interne nagestreefde solvabiliteitspositie van de onderneming zoals gespecificeerd in het kapitaalbeheersplan van de onderneming op middellange termijn;

f)

de toezichthoudende autoriteit is tevreden met de informatie die is verstrekt in de laatste beoordeling door de onderneming van haar eigen risico en solvabiliteit overeenkomstig artikel 45, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG en artikel 306 van deze verordening, rekening houdende met het risicoprofiel van de onderneming;

g)

de onderneming kan ten genoegen van de toezichthoudende autoriteit aantonen dat de verminderde frequentie van het verslag inzake de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit geen negatieve gevolgen heeft voor het risicomanagementsysteem van de onderneming als bedoeld in artikel 44 van Richtlijn 2009/138/EG;

h)

de onderneming beschikt over een doeltreffend proces om omstandigheden te monitoren die een ad-hocverslag van de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit vereisen, en beschikt over voldoende middelen om in voorkomend geval dit soort ad-hocverslag op te stellen.

De toezichthoudende autoriteit herroept de aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, verleende goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 45, lid 5, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel, wanneer niet langer aan een van de in de eerste alinea genoemde voorwaarden is voldaan.

2.   Lid 1, eerste alinea, punt c), i), is alleen van toepassing voor levensverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen ten minste 20 % van de totale technische voorzieningen vertegenwoordigen, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG.

3.   Lid 1, eerste alinea, punt c), ii), is alleen van toepassing op schadeverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met schadeverzekeringsactiviteiten verband houdende jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten ten minste 40 % van hun totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten vertegenwoordigen.

4.   Onverminderd lid 1, eerste alinea, kunnen toezichthoudende autoriteiten toch goedkeuring verlenen voor het gebruik van de in artikel 45, lid 5, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel voor een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet voldoet aan de in lid 1, eerste alinea, punt c), van dit artikel genoemde voorwaarde, wanneer zij op basis van de voor deze evenredigheidsmaatregel relevante elementen van het prudentieel toezichtsproces tot de conclusie komen dat het risicoprofiel van de onderneming voldoende laag is.

Artikel 327 septies

Gebruik van de prudente deterministische waardering van de beste schatting voor levensverzekeringsverplichtingen met opties en garanties die niet materieel worden geacht

1.   De toezichthoudende autoriteit verleent goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 77, lid 8, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel door een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de toezichthoudende autoriteit concludeert op basis van het prudentieel toezichtsproces dat de onderneming:

i)

in staat is om alle huidige of toekomstige risico’s te ondervangen;

ii)

niet onderworpen is aan lopende toezichtmaatregelen om materiële niet-naleving van Richtlijn 2009/138/EG te verhelpen;

b)

de toezichthoudende autoriteit concludeert dat de onderneming geen complex bedrijfsmodel heeft, rekening houdende met haar bedrijfsstrategie, haar bedrijfsplan, de complexiteit van de aangeboden verzekeringsproducten en haar beleggingsportefeuille;

c)

de onderneming voldoet aan alle volgende voorwaarden, met inachtneming van de leden 2 en 3:

i)

de technische voorzieningen voor levensverzekeringsactiviteiten, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG, bedragen niet meer dan 12 000 000 000 EUR;

ii)

de onderneming vertegenwoordigt niet meer dan 5 % van de levensverzekeringsmarkt of de schadeverzekeringsmarkt van de lidstaat van herkomst van de onderneming, waarbij het marktaandeel voor levensverzekeringen is gebaseerd op de bruto technische voorzieningen en het marktaandeel voor schadeverzekeringen is gebaseerd op de bruto geboekte premies;

d)

de toezichthoudende autoriteit heeft geen onopgeloste materiële bezwaren geconstateerd die voortvloeien uit het governancesysteem van de onderneming;

e)

de onderneming kan aantonen dat het gebruik van een prudente deterministische waardering evenredig is aan de aard, omvang en complexiteit van de risico’s die voortvloeien uit de verplichtingen waarvoor de onderneming die waardering wil toepassen;

f)

de tijdswaarde van opties en garanties, gemeten op basis van de prudente geharmoniseerde beperkte reeks scenario’s, van de contracten waarop de prudente deterministische waardering wordt toegepast, vertegenwoordigt minder dan 5 % van het solvabiliteitskapitaalvereiste.

Wanneer aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming de in de eerste alinea bedoelde goedkeuring wordt verleend, is artikel 34 bis, leden 2 en 3, van toepassing.

De toezichthoudende autoriteit herroept de aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, verleende goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 77, lid 8, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel, wanneer gedurende ten minste één jaar niet langer aan een van de in de eerste alinea genoemde voorwaarden is voldaan.

2.   Lid 1, eerste alinea, punt c), i), is alleen van toepassing voor levensverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen ten minste 20 % van de totale technische voorzieningen vertegenwoordigen, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG.

3.   Onverminderd lid 1, eerste alinea, kunnen toezichthoudende autoriteiten toch goedkeuring verlenen voor het gebruik van de in artikel 77, lid 8, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel voor een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet voldoet aan de in punt c) van dat lid genoemde voorwaarde, wanneer zij op basis van de voor deze evenredigheidsmaatregel relevante elementen van het prudentieel toezichtsproces tot de conclusie komen dat het risicoprofiel van de onderneming voldoende laag is.

Artikel 327 octies

Vrijstelling van het plan voor het beheer van het liquiditeitsrisico met daarin een liquiditeitsanalyse voor de korte termijn

1.   De toezichthoudende autoriteit verleent goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 144 bis, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, waarbij de toezichthoudende autoriteit rekening houdt met de volgende voorwaarden:

a)

de toezichthoudende autoriteit concludeert op basis van het prudentieel toezichtsproces dat de onderneming:

i)

in staat is om alle huidige of toekomstige risico’s te ondervangen;

ii)

niet onderworpen is aan lopende toezichtmaatregelen om materiële niet-naleving van Richtlijn 2009/138/EG te verhelpen;

b)

de toezichthoudende autoriteit concludeert dat de onderneming geen complex bedrijfsmodel heeft, rekening houdende met haar bedrijfsstrategie, haar bedrijfsplan, de complexiteit van de aangeboden verzekeringsproducten en haar beleggingsportefeuille;

c)

de onderneming voldoet aan alle volgende voorwaarden, met inachtneming van de leden 2, 3 en 4:

i)

de technische voorzieningen voor levensverzekeringsactiviteiten, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG, bedragen niet meer dan 12 000 000 000 EUR;

ii)

de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten uit schadeverzekeringsactiviteiten bedragen niet meer dan 2 000 000 000 EUR;

iii)

de onderneming vertegenwoordigt niet meer dan 5 % van de levensverzekeringsmarkt of de schadeverzekeringsmarkt van de lidstaat van herkomst van de onderneming, waarbij het marktaandeel voor levensverzekeringen is gebaseerd op de bruto technische voorzieningen en het marktaandeel voor schadeverzekeringen is gebaseerd op de bruto geboekte premies;

d)

het solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming wordt met een passende marge overschreden, rekening houdende met de interne nagestreefde solvabiliteitspositie van de onderneming zoals gespecificeerd in het kapitaalbeheersplan van de onderneming voor de middellange termijn;

e)

de toezichthoudende autoriteit heeft geen onopgeloste materiële bezwaren geconstateerd die voortvloeien uit het governancesysteem van de onderneming;

f)

de onderneming is niet blootgesteld aan een materieel liquiditeitsrisico van zowel de actiefzijde als de passiefzijde van de balans, rekening houdende met:

i)

de beschikbaarheid van liquide middelen en andere liquiditeitsbronnen;

ii)

het liquiditeitsniveau van verzekeringscontracten;

iii)

de liquiditeitsbehoeften die voortvloeien uit verzekerbare gebeurtenissen;

iv)

de mogelijke impact van het gedrag van verzekeringnemers op de liquiditeitspositie van de onderneming;

v)

de blootstelling aan buitenbalansposten;

vi)

de concentratie van tegenpartijrisicoposities bij herverzekeringsondernemingen;

vii)

wanneer de onderneming deel uitmaakt van een groep: de fungibiliteit, beschikbaarheid en overdraagbaarheid van liquide activa binnen de groep;

g)

de toezichthoudende autoriteit heeft met betrekking tot de liquiditeitspositie van de onderneming geen materiële bezwaren geconstateerd die voortvloeien uit economische of macro-economische markttrends of het bedrag en de kwaliteit van de eigenvermogensbestanddelen.

De toezichthoudende autoriteit herroept de aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die niet als kleine en niet-complexe onderneming is ingedeeld, verleende goedkeuring voor het gebruik van de in artikel 144 bis, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel, wanneer niet langer aan een van de in de eerste alinea genoemde voorwaarden is voldaan.

2.   Lid 1, eerste alinea, punt c), i), is alleen van toepassing voor levensverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen ten minste 20 % van de totale technische voorzieningen vertegenwoordigen, vóór aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2009/138/EG.

3.   Lid 1, eerste alinea, punt c), ii), is alleen van toepassing op schadeverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met schadeverzekeringsactiviteiten verband houdende jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten ten minste 40 % van hun totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten vertegenwoordigen.

4.   Onverminderd lid 1, eerste alinea, kunnen toezichthoudende autoriteiten toch goedkeuring verlenen voor het gebruik van de in artikel 144 bis, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde evenredigheidsmaatregel voor een verzekerings- en herverzekeringsonderneming die niet voldoet aan de in lid 1, eerste alinea, punt c), van dit artikel genoemde voorwaarde, wanneer zij op basis van de voor deze evenredigheidsmaatregel relevante elementen van het prudentieel toezichtsproces tot de conclusie komen dat het risicoprofiel van de onderneming voldoende laag is.”;

105)

in artikel 328 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:

a)

de aanhef wordt vervangen door:

“Bij de beoordeling van de vraag of de uitsluitende toepassing van methode 1 als ongepast moet worden aangemerkt — waardoor de groepssolvabiliteit kan worden berekend volgens methode 2 of een combinatie van de methoden 1 en 2 die in de artikelen 230 tot en met 233 bis van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd —, neemt de groepstoezichthouder, na overleg met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, dan wel de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding, alle volgende elementen in aanmerking:”;

b)

het volgende punt c bis) wordt ingevoegd:

“c bis)

of, voor de toepassing van punt b), de groep overeenkomstig artikel 343, lid 5, punt a), iii), aangeeft dat hij voornemens is de in bijlage XVIII, afdeling B, bedoelde integratietechniek 1 toe te passen op de verbonden onderneming die niet onder de scope van het interne model valt;”;

106)

artikel 329 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Voor de toepassing van deze titel is artikel 228, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG van toepassing.”

;

b)

lid 2 wordt vervangen door:

“2.   Voor de toepassing van deze titel is artikel 226, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG van toepassing.

Voor de toepassing van artikel 235 van Richtlijn 2009/138/EG is artikel 226, lid 2, van genoemde richtlijn van toepassing indien de moederverzekeringsholding of gemengde financiële holding achtergestelde schuld heeft uitgegeven of andere in aanmerking komende eigenvermogensbestanddelen bezit waarvoor de in artikel 98 van genoemde richtlijn vastgestelde grenzen gelden.”

;

107)

artikel 330 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Bij de beoordeling van de vraag of bepaalde eigenvermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de dekking van het in de artikelen 69, 72, 74, 76, 78 en 79 bedoelde solvabiliteitskapitaalvereiste van een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit een derde land, een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding, niet daadwerkelijk voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep beschikbaar kunnen worden gesteld, nemen de toezichthoudende autoriteiten alle volgende elementen in aanmerking:

a)

of het eigenvermogensbestanddeel aan wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften is onderworpen die het vermogen van dat bestanddeel beperken om alle soorten verliezen op te vangen, ongeacht waar deze binnen de groep ontstaan;

b)

of er wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften bestaan die de overdraagbaarheid van activa aan een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming beperken;

c)

of die eigenvermogensbestanddelen niet binnen een maximumtermijn van negen maanden voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep beschikbaar kunnen worden gesteld.”

;

b)

in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

“In het kader van de in lid 1 bedoelde beoordeling houden de toezichthoudende autoriteiten rekening met de beperkingen die eventueel uit het continuïteitsbeginsel voortvloeien.”;

c)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   De volgende bestanddelen worden geacht niet daadwerkelijk beschikbaar te zijn voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep:

a)

aanvullend vermogen;

b)

preferente aandelen, achtergestelde ledenrekeningen en achtergestelde verplichtingen;

c)

een bedrag gelijk aan de waarde van netto uitgestelde belastingvorderingen;

d)

bestanddelen als bedoeld in artikel 222, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG.

Voor de toepassing van punt c) van de eerste alinea mag het bedrag van de uitgestelde belastingvordering worden verminderd met het bedrag van de gerelateerde uitgestelde belastingverplichting, op voorwaarde dat deze uitgestelde belastingvorderingen en gerelateerde uitgestelde belastingverplichtingen beide voortvloeien uit de fiscale wetgeving van een en dezelfde lidstaat of een en hetzelfde derde land, en dat de belastingautoriteit van de betrokken lidstaat of het betrokken derde land een dergelijke verrekening toestaat.

Wanneer de deelnemende onderneming ten genoegen van de groepstoezichthouder kan aantonen dat de in de punten a), b) en c) van de eerste alinea bedoelde aanname voor een van de bestanddelen ongepast is in de specifieke omstandigheden waardoor de groep wordt gekenmerkt, kan de deelnemende onderneming dit bestanddeel opnemen in het eigen vermogen dat voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep beschikbaar is.”

;

d)

het volgende lid 4 bis wordt ingevoegd:

“4 bis.   Het bedrag van het minderheidsbelang in een dochteronderneming dat de bijdrage van die dochteronderneming aan de solvabiliteit van de groep als bedoeld in lid 4, punt a), overschrijdt, wordt berekend door het in punt a) van dit lid bedoelde bedrag te vermenigvuldigen met de in punt b) van dit lid bedoelde factor:

a)

het verschil tussen het totale in aanmerking komend eigen vermogen van de dochteronderneming, na aftrek van de achtergestelde schuld en het aanvullend vermogen binnen de groep, en het hoogste van de volgende bedragen:

i)

de bijdrage van de dochteronderneming aan het in lid 6 bedoelde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep;

ii)

het totale bedrag aan niet-beschikbare eigenvermogensbestanddelen andere dan die bedoeld in lid 4 van de dochteronderneming, na aftrek van de achtergestelde schuld en het aanvullend vermogen binnen de groep;

b)

het verschil tussen 1 en het aandeel van het geplaatste kapitaal dat direct of indirect wordt aangehouden door de moederonderneming die behoort tot de groep waarvoor de groepssolvabiliteit wordt berekend.”

;

e)

aan lid 6 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Het in de eerste alinea, punt a), bedoelde percentage bedraagt niet meer dan 100 %.”;

108)

artikel 331 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

“Artikel 331

Indeling op groepsniveau van eigenvermogensbestanddelen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen”;

b)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die bij de berekening van de groepssolvabiliteit in aanmerking is genomen, een eigenvermogensbestanddeel op basis van de criteria van titel I, hoofdstuk IV, afdeling 2, in een van de drie tiers heeft ingedeeld, wordt het eigenvermogensbestanddeel op groepsniveau in hetzelfde tier ingedeeld, op voorwaarde dat aan alle volgende aanvullende vereisten is voldaan:

a)

de betrokken onderneming voldoet aan de artikelen 71, 73 en 77 van deze verordening;

b)

het eigenvermogensbestanddeel is niet bezwaard, ook niet in de zin van artikel 222, lid 6, van Richtlijn 2009/138/EG, en is niet dusdanig aan een andere transactie gekoppeld dat, ingeval deze transactie samen met het eigenvermogensbestanddeel wordt beschouwd, zulks ertoe kan leiden dat het eigenvermogensbestanddeel in kwestie op groepsniveau niet aan de vereisten van artikel 94 van die richtlijn voldoet.”

;

c)

in lid 2 wordt punt a) vervangen door:

“a)

wordt in de artikelen 71, 73 en 77 van deze verordening onder “solvabiliteitskapitaalvereiste” zowel het solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming die het eigenvermogensbestanddeel heeft uitgegeven, als het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep verstaan;”;

d)

lid 4 wordt vervangen door:

“4.   Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een eigenvermogensbestanddeel dat overeenkomstig artikel 73, lid 1, punt j), voor opneming in Tier 1 in aanmerking komt, in Tier 2 heeft ingedeeld, belet die indeling, in afwijking van lid 1, niet dat datzelfde eigenvermogensbestanddeel op groepsniveau in Tier 1 wordt ingedeeld, op voorwaarde dat op groepsniveau aan de grens van artikel 82, lid 3, wordt voldaan.”

;

e)

het volgende lid 5 wordt toegevoegd:

“5.   Onverminderd lid 2, punt a), wordt voor eigenvermogensbestanddelen die door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn uitgegeven voordat deze deel ging uitmaken van de groep, wordt met de term “solvabiliteitskapitaalvereiste” in de artikelen 71, 73 en 77 van deze verordening uitsluitend het solvabiliteitskapitaalvereiste van die verbonden onderneming bedoeld, wanneer de onderneming minder dan twee boekjaren een verbonden onderneming van de groep is geweest en wordt meegeteld bij de berekening van de groepssolvabiliteit.

De eerste alinea is alleen van toepassing wanneer de groep ten minste drie jaar aan groepstoezicht is onderworpen en de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding in de eigen risicobeoordeling en solvabiliteitsbeoordeling aantoont dat zij in staat is zonder dergelijke eigenvermogensbestanddelen aan haar solvabiliteitskapitaalvereiste voor de groep te voldoen, zodra de verbonden onderneming langer dan twee boekjaren deel uitmaakt van de groep.”

;

109)

artikel 332 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

“Artikel 332

Indeling op groepsniveau van eigenvermogensbestanddelen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen uit derde landen”;

b)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Wanneer een eigenvermogensbestanddeel door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit een derde land is uitgegeven, deelt de deelnemende onderneming het eigenvermogensbestanddeel in op basis van de indelingscriteria van titel I, hoofdstuk IV, afdeling 2, op voorwaarde dat aan alle volgende aanvullende vereisten is voldaan:

a)

de betrokken onderneming voldoet aan de artikelen 71, 73 en 77 van deze verordening;

b)

het eigenvermogensbestanddeel is niet bezwaard, ook niet in de zin van artikel 222, lid 6, van Richtlijn 2009/138/EG, en is niet dusdanig aan een andere transactie gekoppeld dat, ingeval deze transactie samen met het eigenvermogensbestanddeel wordt beschouwd, zulks ertoe kan leiden dat het eigenvermogensbestanddeel in kwestie op groepsniveau niet aan de vereisten van artikel 94 van die richtlijn voldoet.”

;

c)

het volgende lid 3 wordt toegevoegd:

“3.   Lid 2, punt a), is niet van toepassing op eigenvermogensbestanddelen die zijn uitgegeven door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit een derde land voordat deze deel ging uitmaken van de groep, wanneer die onderneming minder dan twee boekjaren een verbonden onderneming van die groep is geweest en wordt meegeteld bij de berekening van de solvabiliteit van de groep.

De eerste alinea is alleen van toepassing wanneer de groep ten minste drie jaar aan groepstoezicht is onderworpen en de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding in de eigen risicobeoordeling en solvabiliteitsbeoordeling aantoont dat zij in staat is zonder dergelijke eigenvermogensbestanddelen aan haar solvabiliteitskapitaalvereiste voor de groep te voldoen, zodra de verbonden onderneming langer dan twee boekjaren deel uitmaakt van de groep.”

;

110)

artikel 333 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt punt b) vervangen door:

“b)

het eigenvermogensbestanddeel is niet bezwaard, ook niet in de zin van artikel 222, lid 6, van Richtlijn 2009/138/EG, en is niet dusdanig aan een andere transactie gekoppeld dat, ingeval deze transactie samen met het eigenvermogensbestanddeel wordt beschouwd, zulks ertoe kan leiden dat het eigenvermogensbestanddeel in kwestie op groepsniveau niet aan de vereisten van artikel 94 van die richtlijn voldoet.”;

b)

het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

“4.   Lid 2, punt a), is niet van toepassing op eigenvermogensbestanddelen die zijn uitgegeven door verzekeringstussenholdings, gemengde financiële tussenholdings of dochterondernemingen die nevendiensten verrichten voordat zij deel gingen uitmaken van de groep, wanneer deze ondernemingen minder dan twee boekjaren verbonden ondernemingen van de groep zijn geweest en worden meegeteld bij de berekening van de solvabiliteit van de groep.

De eerste alinea is alleen van toepassing wanneer de groep ten minste drie jaar aan groepstoezicht is onderworpen en de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding in de eigen risicobeoordeling en solvabiliteitsbeoordeling aantoont dat zij in staat is zonder dergelijke eigenvermogensbestanddelen aan haar solvabiliteitskapitaalvereiste voor de groep te voldoen, zodra de verbonden onderneming langer dan twee boekjaren deel uitmaakt van de groep.”

;

111)

artikel 335 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

“Artikel 335

Bepaling van de geconsolideerde data”;

b)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   De geconsolideerde data voor de berekening van de solvabiliteit van de groep overeenkomstig methode 1 of een combinatie van methoden als bedoeld in, respectievelijk, artikel 230 en artikel 233 bis van Richtlijn 2009/138/EG, bestaan uit alle volgende data:

a)

de volledige consolidatie van data van alle verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, verzekerings- of herverzekeringsondernemingen uit derde landen, verzekeringsholdings, gemengde financiële holdings, holdings van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen uit derde landen en ondernemingen die nevendiensten verrichten, welke dochterondernemingen van de moederonderneming zijn;

b)

de volledige consolidatie van data van special purpose vehicles waaraan de deelnemende onderneming of een of meer van haar dochterondernemingen risico heeft overgedragen en die overeenkomstig artikel 329, lid 3, niet van de scope van de berekening van de groepssolvabiliteit zijn uitgesloten;

c)

de evenredige consolidatie van de data van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, verzekerings- of herverzekeringsondernemingen uit derde landen, verzekeringsholdings, gemengde financiële holdings, holdings van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen uit derde landen en ondernemingen die nevendiensten verrichten, die worden beheerd door een onderneming als bedoeld in punt a) of door de deelnemende onderneming van de groep waarvoor de groepssolvabiliteit wordt berekend, samen met een of meer ondernemingen die niet zijn opgenomen in punt a) en die niet dezelfde zijn als de deelnemende onderneming, wanneer de aansprakelijkheid van die ondernemingen beperkt is tot het door hen aangehouden kapitaaldeel en die ondernemingen rechten hebben op de activa en verplichtingen voor de passiva met betrekking tot de verbonden ondernemingen;

d)

op basis van de aangepaste vermogensmutatiemethode als bedoeld in artikel 13, lid 3, data van alle deelnemingen in verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, verzekerings- of herverzekeringsondernemingen uit derde landen, verzekeringsholdings, gemengde financiële holdings en holdings van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen uit derde landen, die geen dochterondernemingen van de moederonderneming zijn en die niet onder de punten a) en c) vallen;

e)

uitsluitend voor de toepassing van artikel 233 bis, lid 1, punt b), van Richtlijn 2009/138/EG, het verschil tussen:

i)

de waarde van deelnemingen in de in artikel 220, lid 3, van die richtlijn bedoelde verbonden ondernemingen waarop methode 2 wordt toegepast, berekend overeenkomstig artikel 13 van deze verordening;

ii)

het proportionele deel van het solvabiliteitskapitaalvereiste van die verbonden ondernemingen;

f)

overeenkomstig artikel 13 van deze verordening, data van alle verbonden ondernemingen, met inbegrip van ondernemingen die nevendiensten verrichten, instellingen voor collectieve beleggingen en als fondsen verpakte beleggingen, andere dan de in punten a) tot en met e) van dit lid bedoelde ondernemingen.”

;

c)

het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

“4.   Voor de toepassing van lid 1, punt e), van dit artikel wordt onder “deelnemingen in verbonden ondernemingen” verstaan het rechtstreekse of door middel van zeggenschap uitgeoefende eigendom van in aanmerking komend eigen vermogen van dergelijke verbonden ondernemingen.”

;

112)

artikel 336 wordt vervangen door:

“Artikel 336

Berekening van het op basis van geconsolideerde data berekende solvabiliteitskapitaalvereiste op groepsniveau

Voor de toepassing van artikel 230, lid 1, tweede alinea, punt b), en artikel 233 bis, lid 1, punt b), i), van Richtlijn 2009/138/EG wordt het solvabiliteitskapitaalvereiste op groepsniveau op basis van geconsolideerde data berekend als de som van het volgende:

a)

een solvabiliteitskapitaalvereiste berekend op basis van de in artikel 335, lid 1, punten a), b), c) en e), van deze verordening bedoelde geconsolideerde data, data van instellingen voor collectieve beleggingen en als fondsen verpakte beleggingen die dochterondernemingen van de moederonderneming zijn, volgens de in titel I, hoofdstuk VI, afdeling 4, van Richtlijn 2009/138/EG vastgelegde voorschriften;

b)

het proportionele deel van het solvabiliteitskapitaalvereiste van elke in artikel 335, lid 1, punt d), van deze verordening bedoelde onderneming;

c)

voor in artikel 335, lid 1, punt f), van deze verordening bedoelde ondernemingen, niet zijnde ondernemingen die onder de punten a) en d) van dit lid vallen: het overeenkomstig artikel 13, de artikelen 168 tot en met 171 quinquies, de artikelen 182 tot en met 187 en artikel 188 van deze verordening bepaalde bedrag;

d)

voor verbonden instellingen voor collectieve beleggingen of voor als fondsen verpakte beleggingen als bedoeld in artikel 335, lid 1, punt f), van deze verordening die geen dochterondernemingen zijn van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, en waarop individueel artikel 84, lid 1, van deze verordening wordt toegepast: het in overeenstemming met titel I, hoofdstuk V, en artikel 84, lid 1, van deze verordening vastgestelde bedrag.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), zijn de artikelen 168 tot en met 171 quinquies niet van toepassing op deelnemingen in verbonden ondernemingen als bedoeld in artikel 220, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), wordt voor een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit een derde land die geen dochteronderneming is, het solvabiliteitskapitaalvereiste berekend alsof die onderneming haar hoofdkantoor in de Unie heeft.”

;

113)

de volgende artikelen 336 bis en 336 ter worden ingevoegd:

“Artikel 336 bis

Langetermijnbeleggingen in aandelen op groepsniveau

1.   Voor de toepassing van artikel 336, punt a), mag het bedrag van de aandelen die als langetermijnbeleggingen in aandelen worden aangemerkt, niet hoger zijn dan de som van het volgende:

a)

de bedragen aan aandelen die door de in artikel 335, lid 1, punt a), bedoelde ondernemingen als langetermijnbeleggingen in aandelen zijn ingedeeld;

b)

het proportionele deel van aandelen die door de in artikel 335, lid 1, punt a), bedoelde ondernemingen als langetermijnbeleggingen in aandelen zijn ingedeeld.

2.   Onverminderd lid 1 kan de groepstoezichthouder, wanneer een groep wordt blootgesteld aan een aanzienlijk liquiditeitsrisico dat niet op het niveau van individuele verzekerings- of herverzekeringsondernemingen wordt opgevangen, of wanneer er aanzienlijke transacties binnen de groep plaatsvinden die ertoe kunnen leiden dat de berekening van de eerste alinea niet adequaat is, van de deelnemende onderneming verlangen dat zij het bedrag van de aandelen dat op groepsniveau voor de toepassing van lid 1, punt a), van dit artikel als langetermijnbeleggingen in aandelen kan worden behandeld, op basis van de in artikel 335 bedoelde geconsolideerde data herberekent, in plaats van de aanname te hanteren dat aandelen die door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming als langetermijnbeleggingen in aandelen zijn ingedeeld, automatisch als langetermijnbeleggingen in aandelen op groepsniveau kunnen worden aangemerkt.

Artikel 336 ter

Vereenvoudigde berekening voor deelnemingen in niet-materiële verbonden ondernemingen

1.   De leden 2 en 3 van dit artikel zijn van toepassing op deelnemingen in niet-materiële verbonden ondernemingen als bedoeld in artikel 229 bis van Richtlijn 2009/138/EG, niet zijnde ondernemingen als bedoeld in artikel 228 van die richtlijn.

2.   In afwijking van artikel 335, lid 1, worden, wanneer de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding een vereenvoudigde benadering mag toepassen op deelnemingen in verbonden ondernemingen die niet materieel zijn, deze verbonden ondernemingen opgenomen in de geconsolideerde data overeenkomstig artikel 13 van deze verordening.

3.   In afwijking van artikel 336 worden, wanneer de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding een vereenvoudigde benadering mag toepassen op deelnemingen in verbonden ondernemingen die niet materieel zijn, deze ondernemingen niet opgenomen in de punten a) tot en met e) van dat artikel.

Wanneer de niet-materiële verbonden onderneming een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is, bestaat de vereenvoudigde benadering erin, het maximum van het volgende bij het in artikel 336 bedoelde bedrag op te tellen:

a)

het bedrag dat is vastgesteld overeenkomstig artikel 13, de artikelen 168 tot en met 171 quinquies, de artikelen 182 tot en met 187 en artikel 188 van deze verordening;

b)

het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verbonden onderneming.

Wanneer de niet-materiële verbonden onderneming een verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit een derde land is, bestaat de vereenvoudigde benadering erin, het maximum van het volgende bij het in artikel 336 bedoelde bedrag op te tellen:

a)

het bedrag dat is vastgesteld overeenkomstig artikel 13, de artikelen 168 tot en met 171 quinquies, de artikelen 182 tot en met 187 en artikel 188 van deze verordening;

b)

het kapitaalvereiste, zoals vastgesteld in het betrokken derde land.

Voor niet-materiële verbonden ondernemingen, andere dan die bedoeld in de tweede en derde alinea, bestaat de vereenvoudigde benadering erin, het in artikel 336 bedoelde bedrag te vermeerderen met het overeenkomstig artikel 13, de artikelen 168 tot en met 171 quinquies, de artikelen 182 tot en met 187 en artikel 188 bepaalde bedrag.”

;

114)

artikel 341 wordt geschrapt;

115)

in artikel 343, lid 5, punt a), iii), wordt de volgende tekst toegevoegd:

“, en de aanvraag bevat een beschrijving van de technieken die worden gebruikt om als geheel ondernemingen te integreren die buiten de scope van het model vallen, en toont aan dat deze technieken geschikt zijn overeenkomstig artikel 239, lid 4, van deze verordening, ook in gevallen waarin de in bijlage XVIII bij deze verordening beschreven technieken worden toegepast op ondernemingen als geheel en niet op specifieke risico’s. Wanneer het de bedoeling is om de in afdeling B van bijlage XVIII bij deze verordening bedoelde integratietechniek 1 toe te passen op een of meer van de ondernemingen die zijn uitgesloten van de scope van het gedeeltelijke interne model, wordt in de aanvraag ook toegelicht waarom die integratietechniek geschikter zou zijn dan de toepassing van een combinatie van de in artikel 233 bis van Richtlijn 2009/138/EG vastgestelde methoden 1 en 2, wanneer methode 2 op dergelijke ondernemingen zou worden toegepast;”;

116)

artikel 359 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de aanhef wordt vervangen door:

“Artikel 290, artikel 291 en de artikelen 293 tot en met 298 van deze verordening zijn van toepassing op het verslag over de solvabiliteit en financiële toestand van de groep dat deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings verplicht zijn openbaar te maken. Daarnaast bevat het verslag over de solvabiliteit en financiële toestand van de groep alle volgende informatie:”;

b)

punt b) wordt vervangen door:

“b)

met betrekking tot het governancesysteem van de groep: informatie over eventuele materiële uitbestedingsovereenkomsten binnen de groep;”;

c)

in punt e) wordt punt ii) vervangen door:

“ii)

kwalitatieve en kwantitatieve informatie over elke significante beperking van de fungibiliteit en overdraagbaarheid van eigen vermogen dat voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep in aanmerking komt, met inbegrip van de kwantificering bedoeld in artikel 308 ter, lid 17, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG;”;

117)

in artikel 360 wordt lid 3 geschrapt;

118)

artikel 362 wordt geschrapt;

119)

in artikel 363 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   Onverminderd de vereisten van artikel 54, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG inzake onmiddellijke bekendmaking wordt elke geactualiseerde versie van het dubbelverslag over de solvabiliteit en de financiële toestand duidelijk als zodanig aangegeven, met vermelding van de datum van de actualisering. Deze geactualiseerde versie wordt zo spoedig mogelijk na de in lid 1 van dit artikel bedoelde belangrijke ontwikkelingen openbaar gemaakt en vervangt de vorige openbaar gemaakte versie.”

;

120)

artikel 364 wordt geschrapt;

121)

in artikel 365 wordt lid 3 vervangen door:

“3.   De informatie op groepsniveau volgt de structuur die is beschreven in bijlage XX, afdeling A.2. De informatie voor elke door dat verslag bestreken dochteronderneming bevat de informatie die vereist is krachtens artikel 51 van Richtlijn 2009/138/EG, en volgt de structuur van bijlage XX, afdeling A. Bij de verstrekking van enigerlei onderdeel van de informatie die over een bestreken dochteronderneming openbaar moet worden gemaakt, anders dan de informatie die is opgenomen in het voor verzekeringnemers en begunstigden bestemde deel, kunnen deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings besluiten te verwijzen naar de desbetreffende informatie op groepsniveau, mits deze informatie zowel qua aard als qua reikwijdte gelijkwaardig is aan de informatie die anders op het niveau van de dochteronderneming zou worden verstrekt.”

;

122)

artikel 366 wordt als volgt gewijzigd:

a)

(heeft geen betrekking op het Nederlands)

b)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   Ingeval een door het dubbelverslag over de solvabiliteit en de financiële toestand (single SFCR) bestreken dochteronderneming haar hoofdkantoor heeft in een lidstaat waarvan de officiële taal of talen verschillen van de taal of talen waarin het verslag overeenkomstig de leden 1 en 2 openbaar is gemaakt, kan de betrokken toezichthoudende autoriteit, na raadpleging van de groepstoezichthouder en de groep zelf, verlangen dat de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding in dat verslag een vertaling in een officiële taal van de betrokken lidstaat opneemt van de informatie die op de dochteronderneming in kwestie betrekking heeft. De deelnemende verzekerings- en herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding maakt een vertaling openbaar van de informatie uit dat verslag die betrekking heeft op die dochteronderneming, tenzij de betrokken toezichthoudende autoriteit een vrijstelling heeft verleend.”

;

123)

artikel 368 wordt geschrapt;

124)

in artikel 369 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   Onverminderd de vereisten van artikel 54, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG inzake onmiddellijke bekendmaking wordt elke geactualiseerde versie van het dubbelverslag over de solvabiliteit en de financiële toestand duidelijk als zodanig aangeduid, met vermelding van de datum van de actualisering. Deze geactualiseerde versie wordt zo spoedig mogelijk na de in lid 1 van dit artikel bedoelde belangrijke ontwikkelingen openbaar gemaakt en vervangt de vorige openbaar gemaakte versie.”

;

125)

artikel 371 wordt geschrapt;

126)

artikel 372 wordt vervangen door:

“Artikel 372

Elementen en inhoud

1.   De artikelen 304 tot en met 311 van deze verordening zijn van toepassing op de informatie die deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings bij de groepstoezichthouder moeten indienen. Wanneer alle verzekerings- en herverzekeringsondernemingen binnen de groep op grond van artikel 35 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG van driemaandelijkse rapportageverplichtingen zijn vrijgesteld, bevat het periodieke toezichtverslag van de groep uitsluitend jaarlijkse kwantitatieve templates. De jaarlijkse rapportageverplichtingen houden geen rapportage per post in wanneer alle ondernemingen binnen de groep overeenkomstig artikel 35 bis, lid 2, van die richtlijn zijn vrijgesteld van een dergelijke rapportage per post.

2.   Het periodieke toezichtverslag van de groep bevat alle volgende aanvullende informatie:

a)

met betrekking tot het bedrijf en de resultaten van de groep:

i)

een beschrijving van de activiteiten en bronnen van winsten en verliezen voor elke materiële verbonden onderneming als bedoeld in artikel 256 bis van Richtlijn 2009/138/EG en voor elk belangrijk bijkantoor als bedoeld in artikel 354, lid 1, van deze verordening;

ii)

kwalitatieve en kwantitatieve informatie over significante intragroepstransacties van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen met de groep, het bedrag van dergelijke transacties over de rapportageperiode en de uitstaande saldi aan het einde van de rapportageperiode;

b)

met betrekking tot het governancesysteem van de groep:

i)

een beschrijving van de wijze waarop het risicomanagement- en interne-controlesysteem en de rapportageprocedures in alle onder de scope van het groepstoezicht vallende ondernemingen consequent worden toegepast, zoals bij artikel 246 van Richtlijn 2009/138/EG wordt voorgeschreven;

ii)

kwalitatieve en kwantitatieve informatie over materiële specifieke risico’s op groepsniveau die niet worden meegenomen in de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep en die nog niet in het ORSA-toezichtverslag waren opgenomen;

iii)

informatie over eventuele materiële uitbestedingsovereenkomsten binnen de groep;

c)

met betrekking tot het kapitaalbeheer van de groep:

i)

kwalitatieve en kwantitatieve informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste en het eigen vermogen, in een formaat dat het mogelijk maakt de beschikbaarheid van eigen vermogen op groepsniveau te beoordelen, voor elk van de volgende verbonden ondernemingen, voor zover de onderneming is opgenomen in de berekening van de groepssolvabiliteit:

1)

elke verzekerings- of herverzekeringsonderneming binnen de groep;

2)

elke verzekeringstussenholding, verzekeringsholding, gemengde financiële tussenholding, gemengde financiële holding en onderneming die nevendiensten verricht binnen de groep, in welk geval de notionele solvabiliteitskapitaalvereisten worden berekend overeenkomstig artikel 226, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG;

3)

elke verbonden onderneming die een kredietinstelling, een beleggingsonderneming, een financiële instelling, een icbe-beheermaatschappij, een beheerder van alternatieve beleggingsinstellingen of een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening is;

4)

elke verbonden onderneming die een niet-gereglementeerde onderneming is die financiële activiteiten uitoefent, in welk geval het notionele solvabiliteitskapitaalvereiste wordt berekend;

5)

elke verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen uit een derde land;

6)

elke andere verbonden onderneming;

ii)

een beschrijving van de special purpose vehicles binnen de groep die aan artikel 211 van Richtlijn 2009/138/EG voldoen;

iii)

een beschrijving van de special purpose vehicles binnen de groep die onder toezicht staan van een toezichthoudende autoriteit van een derde land en voldoen aan vereisten die gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 211, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd, samen met een beschrijving van de verificatie die de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding heeft uitgevoerd om te beoordelen of de vereisten die in het derde land voor deze special purpose vehicles gelden, gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 211, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd;

iv)

een beschrijving van elk ander special purpose vehicle binnen de groep dan de in de punten iii) en vii) bedoelde special purpose vehicles, samen met kwalitatieve en kwantitatieve informatie over het solvabiliteitsvereiste en het eigen vermogen van die entiteiten, wanneer die bij de berekening van de groepssolvabiliteit in aanmerking zijn genomen;

v)

wanneer zulks relevant is, voor alle verbonden verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die bij de berekening van de groepssolvabiliteit in aanmerking zijn genomen: kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de wijze waarop die ondernemingen aan artikel 222, leden 2 tot en met 5, van Richtlijn 2009/138/EG voldoen;

vi)

wanneer zulks relevant is, kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de in artikel 222, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde eigenvermogensbestanddelen die niet daadwerkelijk beschikbaar kunnen worden gesteld ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding waarvoor de groepssolvabiliteit wordt berekend, met inbegrip van een beschrijving van de wijze waarop de aanpassing aan het eigen vermogen van de groep is uitgevoerd;

vii)

wanneer zulks relevant is, kwalitatieve informatie over de redenen voor de indeling van de in de artikelen 332 en 333 van deze verordening bedoelde eigenvermogensbestanddelen.

Voor de toepassing van punt c), i), 5), worden wanneer voor ondernemingen waarvan het hoofdkantoor is gevestigd in een derde land waarvan de solvabiliteitsregeling overeenkomstig artikel 227 van Richtlijn 2009/138/EG als gelijkwaardig wordt beschouwd, methode 2 in de zin van artikel 233 van die richtlijn wordt gebruikt, het solvabiliteitskapitaalvereiste en het eigen vermogen dat in aanmerking komt om aan dat vereiste te voldoen, zoals vastgesteld door het betrokken derde land, afzonderlijk vermeld.”

;

127)

het volgende artikel 372 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 372 bis

Single Regular Supervisory Report: structuur en inhoud

1.   Wanneer deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings een Single Regular Supervisory Report (single RSR) indienen, is deze afdeling van toepassing.

2.   In het Single Regular Supervisory Report wordt de overeenkomstig artikel 372 op groepsniveau te rapporteren informatie en de overeenkomstig de artikelen 307 tot en met 312 voor elke in dat verslag aan bod komende dochteronderneming te rapporteren informatie afzonderlijk gepresenteerd.

3.   De informatie op groepsniveau en de informatie voor elke dochteronderneming die door het Single Regular Supervisory Report wordt bestreken, volgen de structuur die is beschreven in bijlage XX, afdeling B. Bij de verstrekking van enigerlei onderdeel van de informatie die over een bestreken dochteronderneming moet worden gerapporteerd, kunnen deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings besluiten te verwijzen naar informatie op groepsniveau, mits deze informatie zowel qua aard als qua reikwijdte gelijkwaardig is.”

;

128)

de artikelen 373 en 374 worden vervangen door:

“Artikel 373

Informatie over materiële wijzigingen

Artikel 312 van deze verordening is van toepassing op het periodieke toezichtverslag van de groep of het Single Regular Supervisory Report.

Artikel 374

Talen

1.   Deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings stellen hun periodieke toezichtverslag van de groep op in de taal of talen die door de groepstoezichthouder zijn bepaald.

2.   Voor de toepassing van lid 1 geldt dat, wanneer er een college van toezichthouders is en de groepstoezichthouder voornemens is om, na overleg met de andere toezichthoudende autoriteiten en de groep zelf, te verzoeken dat het periodieke toezichtverslag van de groep in meerdere talen wordt opgesteld, de te gebruiken talen ten minste één taal omvatten die door de betrokken toezichthoudende autoriteiten algemeen wordt begrepen, zoals overeengekomen in het college van toezichthouders.

3.   Ingeval een van de dochterondernemingen die door het Single Regular Supervisory Report wordt bestreken, haar hoofdkantoor heeft in een lidstaat waarvan de officiële taal of talen verschillen van de taal of talen waarin dat verslag overeenkomstig de leden 1 en 2 wordt opgesteld, verlangt de groepstoezichthouder op verzoek van de betrokken toezichthoudende autoriteit dat de deelnemende verzekerings- en herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding in dat verslag een vertaling van de informatie over die dochteronderneming in een officiële taal van die lidstaat opneemt.”

;

129)

artikel 375 wordt geschrapt;

130)

in titel II wordt het volgende hoofdstuk VII toegevoegd:

“HOOFDSTUK VII

EVENREDIGHEIDSMAATREGELEN OP GROEPSNIVEAU

Artikel 377 bis

Beleggingen in immateriële activa, kapitaalvereisten voor het identificeren van kleine en niet-complexe groepen

De kapitaalvereisten als bedoeld in artikel 213 bis, lid 1, punt e), iii), van Richtlijn 2009/138/EG zijn de kapitaalvereisten voor het risico van immateriële activa bedoeld in artikel 203 van deze verordening.

Artikel 377 ter

Evenredigheidsmaatregelen voor groepen die niet als klein en niet-complex zijn ingedeeld

1.   Bij de beoordeling van de vraag of het gebruik van een evenredigheidsmaatregel als bedoeld in artikel 29 quinquies, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG mag worden goedgekeurd voor een moederverzekerings- of -herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding van een groep als bedoeld in artikel 213 van die richtlijn, is titel I, hoofdstuk XVI, van deze verordening van toepassing op het niveau van de groep.

2.   Bij de beoordeling van de vraag of de groep geen complex bedrijfsmodel heeft, houdt de groepstoezichthouder ook rekening met het volgende:

a)

de groepsstructuur;

b)

het aantal rechtsgebieden waarin de groep actief is;

c)

het aandeel van de totale inkomsten van de groep dat voortkomt uit activiteiten die worden verricht buiten de lidstaat van herkomst van de moederonderneming;

d)

het belang, zowel qua aantallen als qua inkomsten, van ondernemingen binnen de groep die geen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zijn;

e)

de materialiteit van de transacties binnen de groep.”;

131)

bijlage III wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening;

132)

bijlage V wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening;

133)

bijlage VI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening;

134)

bijlage VII wordt vervangen door de tekst in bijlage IV bij deze verordening;

135)

bijlage VIII wordt vervangen door de tekst in bijlage V bij deze verordening;

136)

de tekst in bijlage VI bij deze verordening wordt ingevoegd als bijlage VIII bis;

137)

bijlage IX wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage VII bij deze verordening;

138)

bijlage X wordt vervangen door de tekst in bijlage VIII bij deze verordening;

139)

bijlage XIII wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage IX bij deze verordening;

140)

bijlage XVI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage X bij deze verordening;

141)

bijlage XIX wordt vervangen door de tekst in bijlage XI bij deze verordening;

142)

bijlage XX wordt vervangen door de tekst in bijlage XII bij deze verordening;

143)

bijlage XXI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XIII bij deze verordening;

144)

bijlage XXIV wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XIV bij deze verordening;

145)

bijlage XXIII wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XV bij deze verordening;

146)

bijlage XXIV wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XVI bij deze verordening;

147)

bijlage XXI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XVII bij deze verordening;

148)

bijlage XXVI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XVIII bij deze verordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 30 januari 2027.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/138/oj.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 12 van 17.1.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2015/35/oj).

(3)  Richtlijn (EU) 2025/2 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van Richtlijn 2009/138/EG wat betreft evenredigheid, kwaliteit van het toezicht, rapportage, langetermijngarantiemaatregelen, macroprudentiële instrumenten, duurzaamheidsrisico’s, groepstoezicht en grensoverschrijdend toezicht, en tot wijziging van de Richtlijnen 2002/87/EG en 2013/34/EU (PB L, 2025/2, 8.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2025/2/oj).

(4)  Zie Europese Commissie, “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025) 30 final).

(5)  Zie Europese Commissie, “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025) 30 final).

(6)   Ref. EIOPA-BoS-20-749.

(7)   Zie EIOPA-BoS-20-749.

(8)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 19 maart 2025 — “Spaar- en investeringsunie. Een strategie om in de EU de welvaart van burgers en het economische concurrentievermogen te stimuleren”.

(9)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1, http://data.europa.eu/eli/reg/2013/575/oj).

(10)   Zie het witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030.

(11)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1221 van de Commissie van 1 juni 2018 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wat betreft de berekening van wettelijke kapitaalvereisten voor securitisaties en eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisaties die door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen worden aangehouden (PB L 227 van 10.9.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2018/1221/oj).

(12)  Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot instelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EG en 2011/61/EU en de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 648/2012 (PB L 347 van 28.12.2017, blz. 35, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/2402/oj).


BIJLAGE I

Bijlage III bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:

1)

punt 5 wordt vervangen door:

“5.

Niettegenstaande punt 1 is de factor voor geografische diversificatie voor de segmenten 6, 10 en 11 als vastgesteld in bijlage II en segment 4 als vastgesteld in bijlage XIV, gelijk aan 1.”;

2)

in punt 8 wordt in de lijst van gebieden die regio 4 (Zuid-Europa) omvat, “de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië” vervangen door “Noord-Macedonië”.


BIJLAGE II

In bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt de tabel voor regio’s en stormrisicofactoren vervangen door:

Regio’s en stormrisicofactoren

Afkorting van de regio r

Regio r

Stormrisicofactor Q(windstorm,r)

AT

Republiek Oostenrijk

0,06  %

BE

Koninkrijk België

0,16  %

CZ

Tsjechische Republiek

0,04  %

CH

Zwitserse Bondsstaat; Vorstendom Liechtenstein

0,09  %

DK

Koninkrijk Denemarken

0,25  %

FI

Republiek Finland

0,04  %

FR

Franse Republiek (1); Vorstendom Monaco; Vorstendom Andorra

0,12  %

DE

Bondsrepubliek Duitsland

0,07  %

HU

Hongarije

0,02  %

IS

Republiek IJsland

0,06  %

IE

Ierland

0,22  %

LU

Groothertogdom Luxemburg

0,12  %

NL

Koninkrijk der Nederlanden

0,18  %

NO

Koninkrijk Noorwegen

0,08  %

PL

Republiek Polen

0,03  %

SI

Republiek Slovenië

0,04  %

ES

Koninkrijk Spanje

0,01  %

SE

Koninkrijk Zweden

0,085  %

UK

Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

0,17  %

GU

Guadeloupe

6,00  %

MA

Martinique

5,00  %

SM

Gemeenschap Saint-Martin

10,00  %

RE

Réunion

2,50  %


(1)  Met uitzondering van Guadeloupe, Martinique, Gemeenschap Saint-Martin en Réunion.”.


BIJLAGE III

In bijlage VI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt de tabel voor regio’s en aardbevingsrisicofactoren vervangen door:

Regio’s en aardbevingsrisicofactoren

Afkorting van de regio r

Regio r

Aardbevingsrisicofactor Q(earthquake,r)

AT

Republiek Oostenrijk

0,10  %

BE

Koninkrijk België

0,02  %

BG

Republiek Bulgarije

1,60  %

CR

Republiek Kroatië

1,60  %

CY

Republiek Cyprus

2,12  %

CZ

Tsjechische Republiek

0,10  %

CH

Zwitserse Bondsstaat; Vorstendom Liechtenstein

0,25  %

FR

Franse Republiek (1); Vorstendom Monaco; Vorstendom Andorra

0,06  %

DE

Bondsrepubliek Duitsland

0,10  %

HE

Helleense Republiek

1,75  %

HU

Hongarije

0,20  %

IT

Italiaanse Republiek; Republiek San Marino; Vaticaanstad

0,77  %

MT

Republiek Malta

1,00  %

PT

Portugese Republiek

1,20  %

RO

Roemenië

1,00  %

SK

Slowaakse Republiek

0,16  %

SI

Republiek Slovenië

1,00  %

GU

Guadeloupe

4,09  %

MA

Martinique

4,71  %

SM

Gemeenschap Saint-Martin

5,00  %


(1)  Met uitzondering van Guadeloupe, Martinique, Gemeenschap Saint-Martin en Réunion.”.


BIJLAGE IV

“BIJLAGE VII

PARAMETERS VOOR DE ONDERMODULE OVERSTROMINGSRISICO

Regio’s en overstromingsrisicofactoren

Afkorting van de regio r

Regio r

Overstromingsrisicofactor Q(flood,r)

AT

Republiek Oostenrijk

0,13  %

BE

Koninkrijk België

0,12  %

BG

Republiek Bulgarije

0,15  %

CZ

Tsjechische Republiek

0,25  %

CH

Zwitserse Bondsstaat; Vorstendom Liechtenstein

0,30  %

DE

Bondsrepubliek Duitsland

0,20  %

FR

Franse Republiek (1); Vorstendom Monaco; Vorstendom Andorra

0,12  %

HU

Hongarije

0,25  %

IT

Italiaanse Republiek; Republiek San Marino; Vaticaanstad

0,15  %

PL

Republiek Polen

0,16  %

RO

Roemenië

0,13  %

SI

Republiek Slovenië

0,30  %

SK

Slowaakse Republiek

0,35  %

UK

Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

0,12  %

LU

Groothertogdom Luxemburg

0,13  %

IE

Ierland

0,17  %

NL

Koninkrijk der Nederlanden

0,035  %

NO

Koninkrijk Noorwegen

0,05  %

SE

Koninkrijk Zweden

0,045  %

FI

Republiek Finland

0,04  %

DK

Koninkrijk Denemarken

0,04  %

Correlatiecoëfficiënten voor overstromingsrisico voor regio’s

 

AT

BE

BG

CH

CZ

DE

FR

HU

IT

PL

RO

SI

SK

UK

LU

IE

NL

NO

SE

FI

DK

AT

1,00

0,00

0,25

0,25

0,50

0,75

0,00

0,50

0,00

0,25

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

BE

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

BG

0,25

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

CH

0,25

0,00

0,00

1,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

CZ

0,50

0,00

0,00

0,00

1,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,75

0,25

0,00

0,75

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

DE

0,75

0,25

0,00

0,25

0,50

1,00

0,25

0,25

0,00

0,75

0,25

0,00

0,25

0,00

0,25

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

FR

0,00

0,25

0,00

0,25

0,00

0,25

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

HU

0,50

0,00

0,25

0,00

0,25

0,25

0,00

1,00

0,00

0,25

0,50

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

IT

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

PL

0,25

0,00

0,00

0,00

0,75

0,75

0,00

0,25

0,00

1,00

0,25

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

RO

0,25

0,00

0,50

0,00

0,25

0,25

0,00

0,50

0,00

0,25

1,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

SI

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

1,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

SK

0,50

0,00

0,00

0,00

0,75

0,25

0,00

0,25

0,00

0,25

0,25

0,25

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

UK

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

LU

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

IE

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

NL

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

NO

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

SE

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,00

FI

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

DK

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00


(1)  Met uitzondering van Guadeloupe, Martinique, Gemeenschap Saint-Martin en Réunion.


BIJLAGE V

“BIJLAGE VIII

PARAMETERS VOOR DE ONDERMODULE HAGELRISICO

Regio’s en hagelrisicofactoren

Afkorting van de regio r

Regio r

Hagelrisicofactor Q(hail,r)

AT

Republiek Oostenrijk

0,08  %

BE

Koninkrijk België

0,035  %

CZ

Tsjechische Republiek

0,045  %

CH

Zwitserse Bondsstaat; Vorstendom Liechtenstein

0,06  %

FR

Franse Republiek (1); Vorstendom Monaco; Vorstendom Andorra

0,02  %

DE

Bondsrepubliek Duitsland

0,03  %

IT

Italiaanse Republiek; Republiek San Marino; Vaticaanstad

0,05  %

LU

Groothertogdom Luxemburg

0,10  %

NL

Koninkrijk der Nederlanden

0,03  %

ES

Koninkrijk Spanje

0,01  %

SI

Republiek Slovenië

0,08  %

PL

Republiek Polen

0,02  %

Correlatiecoëfficiënten voor hagelrisico voor regio’s

 

AT

BE

CZ

FR

DE

IT

LU

NL

CH

SI

ES

PL

AT

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

BE

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

CZ

0,00

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

FR

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

DE

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

IT

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

LU

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

NL

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

CH

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

SI

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,00

ES

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

PL

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00


(1)  Met uitzondering van Guadeloupe, Martinique, Gemeenschap Saint-Martin en Réunion.


BIJLAGE VI

“BIJLAGE VIII BIS

PARAMETERS VOOR DE ONDERMODULE BODEMDALINGSRISICO

Regio’s en bodemdalingsrisicofactoren

Afkorting van de regio r

Regio r

Bodemdalingsrisicofactor Q(subsidence,r)

FR

Franse Republiek (1); Vorstendom Monaco; Vorstendom Andorra

0,06  %

BE

Koninkrijk België

0,02  %

Correlatiecoëfficiënten voor bodemdalingsrisico voor regio’s

 

FR

BE

FR

100  %

0  %

BE

0  %

100  %


(1)  Met uitzondering van Guadeloupe, Martinique, Gemeenschap Saint-Martin en Réunion.


BIJLAGE VII

Bijlage IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:

1)

de titel wordt vervangen door:

DE GEOGRAFISCHE VERDELING IN RISICOZONES VAN DE IN DE BIJLAGEN V-VIII BIS VERMELDE REGIO’S ”;

2)

de eerste zin wordt vervangen door:

“De risicozones van regio’s vermeld in de bijlagen V-VIII bis als bedoeld in de bijlagen X-XIII zijn gelijk aan de postcodegebieden of bestuurlijke eenheden in de onderstaande tabellen.”;

3)

in de afdeling “Toewijzingen van de risicozones aan regio’s waarin de zonering is gebaseerd op de postcodes” wordt de tabel vervangen door:

“Regio/Risicozone

AT

BE

CZ

DE

HE

IT

NL

PL

SK

ES

UK

PT

RO

1

10

1

10

1

10

0

10

0

1

1

AB

10

01

2

11

2

11

2

11

1

11

1

2

2

AL

11

02

3

12

3

12

3

12

2

12

2

3

3

B

12

03

4

13

4

13

4

13

3

13

3

4

4

BA

13

04

5

20

5

14

6

14

4

14

4

5

5

BB

14

05

6

21

6

15

7

15

5

15

5

6

6

BD

15

06

7

22

7

16

8

16

6

16

6

7

7

BH

16

07

8

23

8

17

9

17

7

17

7

8

8

BL

17

08

9

24

9

18

10

18

8

18

8

9

9

BN

18

10

10

25

 

19

12

19

9

19

9

81

10

BR

19

11

11

26

 

25

13

20

10

20

10

82

11

BS

20

12

12

27

 

26

14

21

11

21

11

83

12

BT

21

13

13

28

 

27

15

22

12

22

12

84

13

CA

22

14

14

30

 

28

16

23

13

23

13

85

14

CB

23

20

15

31

 

29

17

24

14

24

14

90

15

CF

24

21

16

32

 

30

18

25

15

25

15

91

16

CH

25

22

17

33

 

31

19

26

16

26

16

92

17

CM

26

23

18

34

 

32

20

27

17

27

17

93

18

CO

27

24

19

35

 

33

21

28

18

28

18

94

19

CR

28

30

20

36

 

34

22

29

19

29

19

95

20

CT

29

31

21

37

 

35

23

30

20

30

20

96

21

CV

30

32

22

38

 

36

24

31

21

31

21

97

22

CW

31

33

23

39

 

37

25

32

22

32

22

98

23

DA

32

40

24

40

 

38

26

33

23

33

23

99

24

DD

33

41

25

41

 

39

27

34

24

34

24

 

25

DE

34

42

26

42

 

40

28

35

25

35

25

 

26

DG

35

43

27

43

 

41

29

36

26

36

26

 

27

DH

36

44

28

44

 

43

30

37

27

37

27

 

28

DL

37

45

29

45

 

44

31

38

28

38

28

 

29

DN

38

50

30

46

 

46

32

40

29

39

29

 

30

DT

40

51

31

47

 

47

33

41

30

40

30

 

31

DY

41

52

32

48

 

50

34

42

31

41

31

 

32

E

42

53

33

49

 

51

35

43

32

42

32

 

33

EC

43

54

34

50

 

53

36

44

33

43

33

 

34

EH

44

55

35

51

 

54

37

45

34

44

34

 

35

EN

45

60

36

52

 

55

38

46

35

45

35

 

36

EX

46

61

37

53

 

56

39

47

36

46

36

 

37

FK

47

62

38

54

 

57

40

48

37

47

37

 

38

FY

48

70

39

55

 

58

41

49

38

48

38

 

39

G

49

71

40

56

 

59

42

50

39

49

39

 

40

GL

50

72

41

57

 

60

44

51

40

50

40

 

41

GU

51

73

42

60

 

61

45

52

41

51

41

 

42

GY

52

80

43

61

 

62

46

53

42

52

42

 

43

HA

53

81

44

62

 

63

47

54

43

53

43

 

44

HD

54

82

45

63

 

64

48

55

44

54

44

 

45

HG

60

90

46

64

 

66

49

56

45

55

45

 

46

HP

61

91

47

65

 

67

50

57

46

56

46

 

47

HR

62

92 ”

48

66

 

68

51

58

47

57

47

 

48

HS

63

 

49

67

 

69

52

59

48

58

48

 

49

HU

64

 

50

68

 

70

53

60

50

59

49

 

50

HX

70

 

51

69

 

71

54

61

51

60

50

 

 

IG

71

 

52

70

 

72

55

62

52

61

51

 

 

IM

72

 

53

71

 

73

56

63

53

62

52

 

 

IP

73

 

54

72

 

74

57

64

54

63

53

 

 

IV

74

 

55

73

 

75

58

65

55

64

54

 

 

JE

75

 

56

74

 

76

59

66

56

65

55

 

 

KA

76

 

57

75

 

77

60

67

57

66

56

 

 

KT

77

 

58

80

 

78

61

68

58

67

57

 

 

KW

78

 

59

81

 

79

63

69

59

68

58

 

 

KY

79

 

60

82

 

 

64

70

60

69

59

 

 

L

80

 

61

83

 

 

65

71

61

70

60

 

 

LA

81

 

62

84

 

 

66

72

62

71

61

 

 

LD

82

 

63

85

 

 

67

73

63

72

62

 

 

LE

83

 

64

86

 

 

68

74

64

73

63

 

 

LL

84

 

65

87

 

 

69

80

65

74

64

 

 

LN

85

 

66

88

 

 

70

81

66

75

65

 

 

LS

86

 

67

89

 

 

71

82

67

76

66

 

 

LU

87

 

68

90

 

 

72

83

70

77

67

 

 

M

88

 

69

91

 

 

73

84

71

78

68

 

 

ME

89

 

70

92

 

 

74

85

72

79

69

 

 

MK

90

 

71

93

 

 

75

 

73

80

70

 

 

ML

91

 

72

94

 

 

76

 

74

81

71

 

 

N

92

 

73

95

 

 

77

 

75

82

72

 

 

NE

93

 

74

96

 

 

78

 

80

83

73

 

 

NG

94

 

75

97

 

 

79

 

81

84

74

 

 

NN

95

 

76

98

 

 

80

 

82

85

75

 

 

NP

96

 

77

99

 

 

81

 

83

86

76

 

 

NR

97

 

78

 

 

 

82

 

84

87

77

 

 

NW

98

 

79

 

 

 

83

 

85

88

78

 

 

OL

99

 

80

 

 

 

84

 

86

89

80

 

 

OX

 

 

81

 

 

 

85

 

87

90

81

 

 

PA

 

 

82

 

 

 

86

 

88

91

82

 

 

PE

 

 

83

 

 

 

87

 

89

92

83

 

 

PH

 

 

84

 

 

 

88

 

90

93

84

 

 

PL

 

 

85

 

 

 

89

 

91

94

85

 

 

PO

 

 

86

 

 

 

90

 

92

95

86

 

 

PR

 

 

87

 

 

 

91

 

93

96

87

 

 

RG

 

 

88

 

 

 

92

 

94

97

88

 

 

RH

 

 

89

 

 

 

93

 

95

98

89

 

 

RM

 

 

90

 

 

 

94

 

96

99

90

 

 

S

 

 

91

 

 

 

95

 

97

 

91

 

 

SA

 

 

92

 

 

 

96

 

98

 

92

 

 

SE

 

 

93

 

 

 

97

 

 

 

93

 

 

SG

 

 

94

 

 

 

98

 

 

 

94

 

 

SK

 

 

95

 

 

 

99

 

 

 

95

 

 

SL

 

 

96

 

 

 

 

 

 

 

96

 

 

SM

 

 

97

 

 

 

 

 

 

 

97

 

 

SN

 

 

98

 

 

 

 

 

 

 

98

 

 

SO

 

 

99

 

 

 

 

 

 

 

99

 

 

SP

 

 

100

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SR

 

 

101

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SS

 

 

102

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ST

 

 

103

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SW

 

 

104

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SY

 

 

105

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TA

 

 

106

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TD

 

 

107

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TF

 

 

108

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TN

 

 

109

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TQ

 

 

110

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TR

 

 

111

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TS

 

 

112

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TW

 

 

113

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

UB

 

 

114

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

W

 

 

115

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WA

 

 

116

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WC

 

 

117

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WD

 

 

118

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WF

 

 

119

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WN

 

 

120

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WR

 

 

121

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WS

 

 

122

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WV

 

 

123

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

YO

 

 

124

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ZE

 

 

4)

in de afdeling “Toewijzingen van risicozones aan regio’s waarin de zonering is gebaseerd op bestuurlijke eenheden — deel 1” wordt de tabel vervangen door:

„Regio/Risicogebied

BG

CR

HU

1

Sofia-Grad (incl. gemeente Sofia)

Zagrebacka

Gemeente Boedapest

2

Sofia

Krapinsko-zagorska

Gyor-Sopron

3

Pernik

Sisacko-moslavacka

Gemeente Gyor

4

Kyustendil

Karlovacka

Vas

5

Blagoevgrad

Varazdinska

Zala

6

Pazardzhik

Koprivnicko-krizevac

Veszprem

7

Smolyan

Bjelovarsko-bilogors

Somogy

8

Plovdiv

Primorsko-goranska

Komarom

9

Kurdzahli

Licko-senjska

Fejer

10

Khaskovo

Viroviticko-podravsk

Tolna

11

Stara Zagora

Pozesko-slavonska

Baranya

12

Sliven

Brodsko-posavska

Gemeente Pecs

13

Yambol

Zadarska

Nograd

14

Burgas

Osjecko-baranjska

Pest

15

Varna

Sibensko-kninska

Bacs-Kiskun

16

Dobrich

Vukovarsko-srijemska

Borsod-Abauj-Zemplen

17

Shumen

Splitsko-dalmatinska

Gemeente Miskolc

18

Silistra

Istarska

Heves

19

Razgrad

Dubrovacko-neretvanska

Szolnok

20

Turgovishte

Medimurska

Csongrád-Csanád

21

Ruse

Grad Zagreb

Szabolcs-Szatmar

22

Veliko Turnovo

 

Hadju-Bihar

23

Gabrovo

 

Gemeente Debrecen

24

Lovech

 

Bekes”

25

Pleven

 

 

26

Vrasta

 

 

27

Montana

 

 

28

Vidin”

 

 

5)

(heeft geen betrekking op het Nederlands)

a)

(heeft geen betrekking op het Nederlands)

b)

(heeft geen betrekking op het Nederlands)

6)

de titel “Toewijzing van risicozones voor de Republiek Frankrijk” wordt vervangen door “Toewijzing van risicozones voor de Franse Republiek”.


BIJLAGE VIII

“BIJLAGE X

RISICOGEWICHTEN VOOR RAMPENRISICOGEBIEDEN

Risicogewichten voor stormrisico

Zone/Regio

AT

BE

CH

CZ

DE

DK

ES

FI

FR

HU

IE

NL

NO

PL

SE

SI

UK

1

0,6

0,9

1,4

1,2

0,9

1,1

2,3

0,8

1,0

0,5

1,4

0,9

1,4

0,6

0,2

0,9

0,9

2

0,7

1,0

1,1

1,0

0,8

1,6

0,8

1,2

2,0

2,0

1,1

1,0

0,7

0,6

0,3

0,9

1,1

3

0,9

0,9

1,5

1,0

0,8

0,9

0,6

3,6

1,7

0,6

1,5

1,0

0,5

0,6

0,3

1,4

0,7

4

1,5

0,9

1,3

1,0

1,2

2,0

0,6

1,1

0,8

1,7

1,3

1,1

0,8

0,6

0,8

1,4

1,5

5

1,6

1,0

1,5

1,2

1,3

1,3

1,5

1,4

1,5

1,6

1,5

1,5

1,2

0,6

0,5

0,9

1,1

6

1,4

1,0

0,7

1,2

1,1

1,4

1,1

0,8

0,6

1,8

0,7

1,2

0,8

0,6

0,7

1,4

0,9

7

1,5

1,2

1,5

1,2

1,0

1,4

0,2

0,3

0,7

2,2

1,5

1,6

1,0

0,8

0,8

1,4

1,5

8

1,1

1,6

1,1

1,0

1,1

1,6

1,3

0,5

1,7

1,5

1,1

1,9

0,9

0,7

2,2

0,7

0,9

9

1,4

1,1

1,1

1,2

0,5

0,9

2,3

0,8

1,2

2,2

1,1

1,4

1,0

0,6

1,6

0,9

1,9

10

1,1

 

1,6

1,2

0,7

0,6

1,5

1,2

1,7

2,1

1,6

1,4

1,5

0,9

3,5

0,9

0,7

11

1,1

 

1,8

1,4

0,7

1,8

1,5

0,8

0,9

1,5

1,8

0,9

2,8

1,0

5,2

0,7

1,3

12

1,1

 

0,9

1,5

1,0

 

1,1

1,0

1,2

1,4

0,9

1,4

2,6

0,9

2,4

 

1,2

13

1,2

 

1,1

1,5

1,1

 

0,8

2,9

0,8

1,3

1,1

1,7

3,6

0,8

0,6

 

1,6

14

1,1

 

2,0

1,3

1,3

 

1,1

3,7

3,3

1,4

2,0

1,3

2,9

1,0

0,4

 

1,5

15

1,2

 

1,2

1,4

1,6

 

2,5

7,9

1,6

2,0

1,2

1,4

1,4

1,2

0,3

 

1,5

16

1,5

 

1,2

1,6

2,1

 

1,3

7,0

1,6

1,2

1,2

1,2

1,7

0,5

0,4

 

1,3

17

1,6

 

1,3

1,6

1,9

 

1,7

2,7

3,0

0,3

1,3

1,5

1,3

0,6

0,5

 

2,4

18

1,3

 

1,4

1,6

1,4

 

0,8

1,2

1,8

1,9

1,4

1,3

0,7

0,5

0,4

 

3,2

19

1,5

 

1,3

1,6

1,7

 

1,5

3,8

1,2

2,0

1,3

1,1

0,2

0,6

1,0

 

0,7

20

1,5

 

1,4

1,7

1,1

 

2,5

 

1,3

2,1

1,4

1,0

 

0,7

0,6

 

2,0

21

1,8

 

1,5

1,9

2,0

 

1,3

 

1,1

1,1

1,5

0,9

 

0,5

0,6

 

1,2

22

2,0

 

1,1

1,8

1,9

 

2,1

 

2,9

2,0

1,1

1,5

 

0,5

 

 

1,3

23

2,0

 

1,2

1,2

2,9

 

0,8

 

1,8

0,3

1,2

1,7

 

0,4

 

 

2,3

24

1,3

 

1,2

1,4

2,7

 

2,3

 

1,3

2,2

1,2

1,2

 

0,4

 

 

1,2

25

2,1

 

0,9

1,3

2,2

 

1,9

 

0,8

 

0,9

1,1

 

0,5

 

 

1,3

26

1,8

 

1,3

1,6

1,5

 

1,5

 

0,8

 

1,3

0,9

 

0,6

 

 

1,6

27

1,8

 

 

1,6

1,6

 

2,5

 

2,2

 

 

1,3

 

0,6

 

 

0,9

28

1,5

 

 

1,7

1,6

 

1,1

 

2,3

 

 

0,9

 

0,5

 

 

1,1

29

1,5

 

 

1,7

1,8

 

1,3

 

3,4

 

 

0,9

 

0,5

 

 

3,8

30

1,7

 

 

1,4

1,8

 

0,6

 

0,6

 

 

0,9

 

0,7

 

 

2,2

31

3,2

 

 

1,5

1,7

 

2,3

 

1,0

 

 

1,0

 

0,6

 

 

0,8

32

1,6

 

 

1,2

1,3

 

2,5

 

1,6

 

 

1,1

 

0,5

 

 

0,6

33

3,1

 

 

1,1

1,1

 

2,5

 

1,3

 

 

1,4

 

0,5

 

 

0,4

34

1,4

 

 

1,1

1,2

 

2,3

 

0,7

 

 

2,0

 

0,4

 

 

0,8

35

2,4

 

 

1,1

1,4

 

0,0

 

2,5

 

 

1,7

 

0,5

 

 

0,8

36

2,3

 

 

1,1

1,5

 

2,5

 

1,7

 

 

1,3

 

0,4

 

 

1,9

37

1,8

 

 

0,9

1,7

 

1,7

 

1,8

 

 

1,6

 

0,4

 

 

1,1

38

1,6

 

 

0,9

1,5

 

0,0

 

0,8

 

 

1,1

 

0,4

 

 

2,4

39

2,2

 

 

1,1

1,8

 

2,5

 

1,0

 

 

0,8

 

0,4

 

 

0,8

40

2,0

 

 

1,0

1,2

 

1,7

 

1,5

 

 

1,1

 

0,4

 

 

1,4

41

1,9

 

 

0,8

1,1

 

1,3

 

1,7

 

 

0,7

 

0,6

 

 

1,0

42

1,6

 

 

0,8

1,2

 

1,9

 

1,0

 

 

1,0

 

0,7

 

 

3,1

43

2,0

 

 

0,8

1,8

 

1,5

 

1,3

 

 

0,9

 

0,7

 

 

0,6

44

2,1

 

 

0,9

1,7

 

1,3

 

2,7

 

 

1,0

 

0,7

 

 

1,0

45

2,0

 

 

0,8

2,1

 

1,3

 

1,7

 

 

0,7

 

0,7

 

 

1,2

46

2,2

 

 

0,9

2,0

 

0,8

 

1,0

 

 

0,7

 

0,9

 

 

1,2

47

2,4

 

 

0,9

1,3

 

1,9

 

1,3

 

 

0,6

 

1,0

 

 

1,4

48

2,6

 

 

0,7

1,2

 

2,5

 

1,3

 

 

0,7

 

0,8

 

 

1,6

49

2,2

 

 

0,7

1,5

 

2,1

 

2,3

 

 

0,8

 

0,9

 

 

1,9

50

2,1

 

 

0,5

1,3

 

1,9

 

4,8

 

 

1,0

 

1,0

 

 

1,0

51

2,7

 

 

0,5

1,3

 

 

 

1,6

 

 

0,9

 

1,2

 

 

0,7

52

1,6

 

 

0,5

1,2

 

 

 

1,4

 

 

0,7

 

1,2

 

 

1,8

53

1,9

 

 

0,4

1,2

 

 

 

3,1

 

 

0,8

 

1,2

 

 

1,9

54

1,2

 

 

0,6

1,0

 

 

 

1,1

 

 

0,7

 

1,2

 

 

1,0

55

1,3

 

 

0,6

1,1

 

 

 

1,4

 

 

0,7

 

1,2

 

 

2,5

56

1,3

 

 

0,6

1,7

 

 

 

3,3

 

 

0,8

 

1,2

 

 

1,6

57

1,6

 

 

0,7

0,8

 

 

 

1,1

 

 

1,1

 

1,3

 

 

0,7

58

1,1

 

 

0,8

1,3

 

 

 

1,7

 

 

0,8

 

1,1

 

 

1,4

59

1,4

 

 

0,8

0,9

 

 

 

1,6

 

 

0,8

 

1,3

 

 

1,2

60

1,5

 

 

 

1,1

 

 

 

1,9

 

 

0,9

 

1,7

 

 

1,1

61

1,6

 

 

 

1,1

 

 

 

3,2

 

 

0,8

 

1,7

 

 

1,7

62

1,7

 

 

 

1,1

 

 

 

2,2

 

 

0,9

 

1,6

 

 

2,2

63

1,6

 

 

 

1,1

 

 

 

1,2

 

 

0,8

 

1,4

 

 

1,3

64

1,1

 

 

 

1,0

 

 

 

1,3

 

 

0,6

 

1,3

 

 

1,9

65

1,4

 

 

 

0,9

 

 

 

1,5

 

 

0,8

 

2,0

 

 

3,2

66

2,3

 

 

 

0,7

 

 

 

0,8

 

 

0,7

 

1,8

 

 

0,7

67

1,7

 

 

 

0,9

 

 

 

0,9

 

 

0,9

 

2,3

 

 

1,2

68

1,9

 

 

 

0,8

 

 

 

0,7

 

 

1,0

 

1,6

 

 

0,6

69

2,1

 

 

 

0,8

 

 

 

0,7

 

 

1,2

 

1,7

 

 

6,1

70

2,2

 

 

 

1,0

 

 

 

1,0

 

 

1,1

 

2,3

 

 

1,3

71

1,9

 

 

 

0,8

 

 

 

1,3

 

 

1,1

 

3,4

 

 

1,1

72

1,9

 

 

 

0,9

 

 

 

2,4

 

 

0,9

 

3,6

 

 

0,5

73

1,9

 

 

 

0,9

 

 

 

1,1

 

 

1,3

 

3,6

 

 

0,7

74

1,8

 

 

 

0,9

 

 

 

0,9

 

 

1,8

 

2,9

 

 

1,2

75

1,7

 

 

 

0,9

 

 

 

0,6

 

 

1,2

 

3,0

 

 

1,4

76

1,8

 

 

 

0,9

 

 

 

2,5

 

 

1,6

 

3,3

 

 

1,4

77

2,1

 

 

 

0,8

 

 

 

1,3

 

 

1,5

 

3,2

 

 

1,5

78

 

 

 

 

0,9

 

 

 

1,3

 

 

1,8

 

2,6

 

 

0,5

79

 

 

 

 

0,9

 

 

 

2,2

 

 

1,8

 

3,0

 

 

0,8

80

 

 

 

 

0,8

 

 

 

2,4

 

 

1,1

 

1,9

 

 

1,6

81

 

 

 

 

0,8

 

 

 

1,1

 

 

1,4

 

2,7

 

 

1,3

82

 

 

 

 

0,8

 

 

 

1,2

 

 

1,4

 

1,4

 

 

3,2

83

 

 

 

 

1,0

 

 

 

0,8

 

 

1,2

 

1,8

 

 

1,4

84

 

 

 

 

1,0

 

 

 

0,5

 

 

1,2

 

2,9

 

 

2,1

85

 

 

 

 

0,8

 

 

 

3,4

 

 

0,8

 

1,5

 

 

1,7

86

 

 

 

 

0,8

 

 

 

1,8

 

 

1,0

 

1,5

 

 

1,5

87

 

 

 

 

0,9

 

 

 

1,5

 

 

1,0

 

1,2

 

 

1,2

88

 

 

 

 

0,7

 

 

 

1,0

 

 

1,0

 

1,4

 

 

1,0

89

 

 

 

 

0,8

 

 

 

1,7

 

 

1,4

 

1,9

 

 

1,1

90

 

 

 

 

0,8

 

 

 

0,6

 

 

1,4

 

0,8

 

 

0,9

91

 

 

 

 

0,9

 

 

 

1,1

 

 

 

 

0,8

 

 

2,1

92

 

 

 

 

0,9

 

 

 

0,6

 

 

 

 

0,8

 

 

0,6

93

 

 

 

 

1,1

 

 

 

0,6

 

 

 

 

0,8

 

 

1,4

94

 

 

 

 

1,0

 

 

 

0,7

 

 

 

 

0,8

 

 

0,9

95

 

 

 

 

1,4

 

 

 

1,0

 

 

 

 

0,8

 

 

1,0

96

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,7

 

 

0,6

97

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,7

 

 

1,5

98

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,9

 

 

1,1

99

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,9

 

 

1,6

100

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,8

101

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4,8

102

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,2

103

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,5

104

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,8

105

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,6

106

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,3

107

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,2

108

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,3

109

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,7

110

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2,4

111

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,8

112

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,8

113

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,8

114

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,4

115

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,1

116

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,4

117

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,9

118

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,0

119

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,1

120

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,4

121

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,8

122

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,8

123

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2,0

124

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,5

Risicogewichten voor aardbevingsrisico

Zone/Regio

AT

BE

BG

CZ

CH

CR

CY

DE

FR

HE

HU

IT

PT

RO

SI

SK

1

3,5

0,8

1,5

0,1

1,1

0,8

0,6

0,1

1,4

2,2

2,6

4,3

1,7

3,4

1,4

1,8

2

3,1

0,4

0,3

0,1

1,3

1,3

1,9

0,2

0,1

1,8

0,4

2,0

2,3

2,7

0,8

0,8

3

3,2

1,7

0,5

0,1

1,8

0,1

1,3

0,2

0,3

2,5

0,0

6,8

1,9

1,6

0,7

1,3

4

4,0

1,8

0,3

0,1

3,1

0,7

2,0

1,1

3,1

2,7

0,8

6,0

1,2

1,4

1,4

0,6

5

0,9

1,1

0,6

0,1

3,8

1,0

0,4

0,7

1,0

2,0

1,6

3,2

1,4

2,9

0,7

0,6

6

1,6

2,4

0,4

0,1

1,4

0,5

0,2

1,5

4,1

2,1

1,0

5,0

3,6

2,5

0,4

0,6

7

2,4

3,3

0,1

0,1

1,5

0,3

 

2,7

1,1

1,8

0,6

4,7

2,4

2,1

0,2

0,6

8

3,4

0,7

0,7

0,1

1,0

0,8

 

0,6

0,1

2,2

1,0

0,0

2,1

0,9

0,2

1,1

9

3,2

0,5

0,1

0,1

2,1

0,4

 

0,1

4,9

2,1

0,6

0,0

3,4

2,1

1,7

1,0

10

3,8

 

0,3

0,1

1,2

0,2

 

0,1

0,1

2,9

0,0

0,0

2,0

0,8

1,3

3,2

11

3,6

 

0,1

0,1

1,7

0,3

 

0,1

2,9

3,5

0,4

1,9

1,6

4,0

1,0

2,9

12

3,8

 

0,1

0,1

1,5

0,3

 

0,2

0,1

3,2

0,0

1,8

1,5

1,3

 

3,2

13

2,5

 

0,2

0,1

0,7

0,6

 

0,2

2,7

3,1

0,5

1,4

0,6

0,4

 

3,2

14

1,9

 

0,1

0,1

2,5

0,3

 

0,2

0,2

3,2

1,7

1,3

1,3

0,2

 

2,6

15

1,2

 

0,5

0,1

2,3

1,8

 

0,1

0,2

2,6

0,1

0,8

0,6

0,3

 

1,6

16

0,6

 

0,6

0,1

0,6

0,3

 

0,1

0,6

2,6

0,0

1,6

0,8

0,3

 

2,2

17

0,2

 

0,5

0,1

1,7

0,6

 

0,2

0,7

3,8

0,0

1,2

2,0

0,4

 

1,9

18

1,7

 

0,7

0,1

1,7

0,6

 

0,1

0,1

3,1

1,8

1,8

1,6

0,6

 

1,1

19

0,2

 

0,5

0,6

1,4

0,8

 

0,2

0,1

7,2

0,7

3,2

2,6

0,2

 

1,8

20

0,1

 

0,3

0,6

0,5

0,3

 

0,1

0,2

2,8

0,0

4,0

1,8

0,1

 

1,9

21

0,4

 

0,4

2,5

0,9

1,3

 

0,1

0,3

4,8

0,2

1,5

0,4

0,1

 

0,6

22

0,0

 

0,2

1,5

2,1

 

 

0,1

0,2

6,8

0,0

0,8

0,6

0,0

 

2,2

23

0,0

 

0,1

0,1

1,4

 

 

0,1

0,2

2,7

0,0

1,4

0,3

0,0

 

0,2

24

0,0

 

0,1

0,1

2,6

 

 

0,1

0,1

2,6

0,1

1,8

0,2

0,0

 

1,6

25

0,0

 

0,1

0,1

0,8

 

 

0,1

2,0

1,6

 

4,3

0,1

0,0

 

 

26

0,0

 

0,2

0,1

1,3

 

 

0,2

2,5

3,1

 

4,5

0,1

0,1

 

 

27

0,0

 

0,1

0,1

 

 

 

0,2

0,1

3,4

 

3,1

0,1

0,2

 

 

28

0,0

 

0,0

1,1

 

 

 

0,1

0,1

3,3

 

1,9

0,1

0,0

 

 

29

0,0

 

 

0,9

 

 

 

0,1

0,2

3,6

 

1,1

0,3

0,2

 

 

30

0,0

 

 

0,1

 

 

 

0,1

1,4

1,9

 

3,2

0,3

0,0

 

 

31

0,0

 

 

0,1

 

 

 

0,1

1,4

3,1

 

3,0

0,3

1,5

 

 

32

0,1

 

 

0,7

 

 

 

0,2

2,6

2,0

 

8,0

0,2

0,0

 

 

33

0,0

 

 

1,3

 

 

 

0,4

0,1

4,8

 

5,3

0,2

0,0

 

 

34

0,4

 

 

0,1

 

 

 

0,9

0,6

1,7

 

4,3

0,2

0,1

 

 

35

0,1

 

 

1,5

 

 

 

0,2

0,2

1,9

 

3,4

0,1

2,0

 

 

36

0,1

 

 

1,5

 

 

 

0,1

0,5

2,2

 

3,0

0,2

0,5

 

 

37

0,2

 

 

0,1

 

 

 

0,3

0,5

1,8

 

6,5

0,2

5,2

 

 

38

0,4

 

 

0,1

 

 

 

1,9

3,0

4,1

 

5,0

0,1

0,3

 

 

39

0,5

 

 

0,1

 

 

 

6,4

0,8

1,9

 

2,5

0,3

0,0

 

 

40

0,5

 

 

0,1

 

 

 

0,2

5,5

0,5

 

1,2

0,2

0,0

 

 

41

1,0

 

 

0,1

 

 

 

0,1

0,2

1,1

 

5,9

0,1

1,0

 

 

42

2,4

 

 

0,1

 

 

 

0,2

0,3

1,3

 

6,1

0,2

1,3

 

 

43

1,8

 

 

0,1

 

 

 

0,3

0,2

1,0

 

6,0

0,1

0,9

 

 

44

1,7

 

 

0,1

 

 

 

1,6

0,5

0,6

 

5,1

0,1

0,1

 

 

45

1,1

 

 

0,1

 

 

 

0,1

0,1

0,5

 

5,5

0,1

0,0

 

 

46

1,8

 

 

0,1

 

 

 

0,1

0,1

0,6

 

2,3

0,3

2,2

 

 

47

1,0

 

 

0,1

 

 

 

5,8

0,1

0,6

 

3,6

0,1

2,0

 

 

48

2,0

 

 

7,6

 

 

 

2,1

0,2

0,6

 

6,4

0,1

 

 

 

49

1,4

 

 

8,8

 

 

 

8,1

0,5

0,5

 

6,4

0,1

 

 

 

50

1,8

 

 

10,5

 

 

 

3,4

0,4

0,6

 

5,5

0,8

 

 

 

51

1,2

 

 

11,0

 

 

 

0,2

0,1

0,4

 

6,3

0,4

 

 

 

52

3,1

 

 

10,5

 

 

 

1,9

0,1

1,0

 

4,2

0,5

 

 

 

53

1,7

 

 

11,3

 

 

 

2,0

0,2

0,7

 

3,2

0,1

 

 

 

54

3,4

 

 

9,5

 

 

 

0,2

0,1

1,1

 

5,9

0,5

 

 

 

55

1,4

 

 

0,1

 

 

 

0,1

0,1

0,9

 

5,1

1,3

 

 

 

56

0,9

 

 

0,1

 

 

 

0,1

0,3

1,0

 

4,2

0,9

 

 

 

57

0,4

 

 

0,1

 

 

 

2,2

0,1

0,6

 

3,0

0,6

 

 

 

58

0,7

 

 

0,1

 

 

 

1,4

0,1

1,0

 

1,9

0,3

 

 

 

59

1,1

 

 

6,6

 

 

 

1,1

1,8

0,6

 

6,7

0,7

 

 

 

60

1,0

 

 

 

 

 

 

2,0

0,1

3,1

 

5,3

2,9

 

 

 

61

0,3

 

 

 

 

 

 

2,2

0,2

3,1

 

5,0

1,4

 

 

 

62

0,3

 

 

 

 

 

 

0,1

0,9

2,5

 

5,7

3,1

 

 

 

63

0,6

 

 

 

 

 

 

2,5

0,4

2,6

 

6,0

1,9

 

 

 

64

2,2

 

 

 

 

 

 

2,7

16,5

2,5

 

5,9

1,9

 

 

 

65

1,1

 

 

 

 

 

 

2,0

23,4

0,9

 

5,4

1,3

 

 

 

66

0,8

 

 

 

 

 

 

3,1

13,5

1,5

 

3,7

1,4

 

 

 

67

0,2

 

 

 

 

 

 

3,4

5,0

2,6

 

10,9

4,6

 

 

 

68

0,7

 

 

 

 

 

 

6,4

10,4

0,9

 

1,4

1,2

 

 

 

69

0,7

 

 

 

 

 

 

2,3

0,5

1,2

 

5,5

1,3

 

 

 

70

0,5

 

 

 

 

 

 

1,7

0,8

2,3

 

0,5

0,2

 

 

 

71

0,6

 

 

 

 

 

 

2,8

0,4

 

 

1,0

0,3

 

 

 

72

0,6

 

 

 

 

 

 

5,0

0,3

 

 

1,4

0,1

 

 

 

73

0,9

 

 

 

 

 

 

6,1

4,5

 

 

3,1

0,1

 

 

 

74

1,6

 

 

 

 

 

 

3,4

7,2

 

 

3,7

0,3

 

 

 

75

1,2

 

 

 

 

 

 

7,1

0,2

 

 

3,1

0,8

 

 

 

76

1,0

 

 

 

 

 

 

0,2

0,1

 

 

7,0

1,0

 

 

 

77

0,8

 

 

 

 

 

 

0,2

0,1

 

 

6,3

1,4

 

 

 

78

 

 

 

 

 

 

 

1,1

0,1

 

 

2,8

2,1

 

 

 

79

 

 

 

 

 

 

 

2,3

0,7

 

 

5,3

1,7

 

 

 

80

 

 

 

 

 

 

 

0,2

0,1

 

 

6,6

 

 

 

 

81

 

 

 

 

 

 

 

0,4

0,2

 

 

9,1

 

 

 

 

82

 

 

 

 

 

 

 

0,7

0,1

 

 

7,9

 

 

 

 

83

 

 

 

 

 

 

 

4,0

0,5

 

 

10,5

 

 

 

 

84

 

 

 

 

 

 

 

3,6

3,5

 

 

6,3

 

 

 

 

85

 

 

 

 

 

 

 

2,2

0,6

 

 

2,5

 

 

 

 

86

 

 

 

 

 

 

 

0,1

0,7

 

 

2,1

 

 

 

 

87

 

 

 

 

 

 

 

0,1

0,2

 

 

3,6

 

 

 

 

88

 

 

 

 

 

 

 

0,2

0,5

 

 

5,3

 

 

 

 

89

 

 

 

 

 

 

 

0,2

0,1

 

 

8,4

 

 

 

 

90

 

 

 

 

 

 

 

0,1

4,1

 

 

7,7

 

 

 

 

91

 

 

 

 

 

 

 

0,4

0,1

 

 

6,3

 

 

 

 

92

 

 

 

 

 

 

 

0,2

0,2

 

 

10,1

 

 

 

 

93

 

 

 

 

 

 

 

0,1

0,1

 

 

 

 

 

 

 

94

 

 

 

 

 

 

 

0,3

0,2

 

 

 

 

 

 

 

95

 

 

 

 

 

 

 

0,3

0,1

 

 

 

 

 

 

 

Risicogewichten voor overstromingsrisico

Zone/

Regio

AT

BE

BG

CH

CZ

DE

FR

IT

HU

PL

RO

SI

SK

UK

1

0,1

0,3

1,3

2,0

0,6

1,5

1,9

8,0

0,6

0,4

1,8

1,3

1,5

1,3

2

0,1

1,0

2,8

1,8

1,6

0,8

1,1

2,4

4,2

0,1

0,9

1,2

1,0

0,5

3

0,5

0,5

0,0

1,8

0,5

0,5

1,1

1,2

4,9

0,1

0,9

0,8

0,8

1,5

4

0,0

3,5

2,6

1,8

0,4

1,5

0,5

0,8

0,5

1,7

1,2

2,7

3,8

7,8

5

0,9

3,8

0,2

1,8

0,9

2,5

0,3

1,6

0,3

0,8

1,1

0,6

0,2

10,5

6

4,0

0,5

0,1

3,3

1,5

1,3

0,2

2,0

0,1

0,7

0,4

1,1

0,3

5,8

7

0,4

0,5

0,1

1,3

1,4

0,5

0,7

4,8

0,3

2,4

1,7

1,8

1,5

1,3

8

0,2

1,0

0,5

1,3

1,6

0,3

1,3

0,0

1,0

1,0

3,3

1,5

1,5

3,3

9

0,5

2,8

0,3

4,2

1,7

1,0

0,6

0,0

1,2

0,8

0,7

0,9

1,5

1,3

10

1,0

 

0,8

3,0

0,5

1,3

1,3

0,0

3,4

2,5

1,3

0,1

0,0

2,3

11

0,2

 

0,1

3,0

1,1

1,8

1,4

4,8

0,8

1,0

0,7

1,7

0,0

6,0

12

0,3

 

0,7

3,0

1,6

2,0

0,4

0,0

0,1

2,0

2,0

 

0,0

0,0

13

0,3

 

0,4

1,5

1,6

0,8

6,1

2,4

0,2

2,6

4,6

 

0,5

4,3

14

0,5

 

0,2

3,8

1,5

0,8

1,1

0,4

1,4

2,2

3,3

 

0,0

2,8

15

0,9

 

0,2

4,5

2,7

0,3

0,3

2,0

3,2

1,2

0,7

 

0,2

7,0

16

0,4

 

0,0

1,3

2,5

0,3

1,1

2,4

2,3

0,0

2,0

 

2,1

2,0

17

1,4

 

0,1

2,8

4,5

1,3

2,2

0,0

0,4

1,8

4,0

 

1,1

1,5

18

2,6

 

2,5

1,8

1,1

2,3

1,3

0,8

0,6

1,3

1,3

 

1,3

1,5

19

3,6

 

0,8

2,5

1,8

4,5

0,4

0,8

4,9

1,4

2,0

 

0,9

2,0

20

2,2

 

0,9

2,0

2,3

2,0

0,0

0,0

4,8

1,8

2,0

 

0,3

2,8

21

0,5

 

7,5

2,0

1,7

0,8

1,6

3,2

3,1

0,0

2,0

 

2,8

3,0

22

1,6

 

4,2

5,0

1,5

0,3

0,3

0,0

2,8

1,3

3,3

 

2,7

2,5

23

1,0

 

0,8

1,5

1,6

0,5

0,3

1,6

0,3

0,7

2,0

 

0,1

3,3

24

3,6

 

0,8

3,3

2,1

2,0

1,0

1,6

4,0

1,4

2,0

 

0,0

1,3

25

1,8

 

7,5

1,5

2,0

2,3

0,7

3,2

 

3,1

0,7

 

 

4,0

26

0,8

 

5,8

1,8

2,2

2,5

1,1

1,6

 

0,2

3,3

 

 

5,5

27

2,0

 

3,3

 

3,1

4,3

1,2

3,2

 

0,8

2,6

 

 

8,5

28

2,4

 

2,5

 

1,1

2,8

0,5

3,2

 

3,6

3,3

 

 

3,0

29

0,7

 

 

 

2,9

2,3

0,3

0,0

 

5,9

0,7

 

 

1,3

30

4,4

 

 

 

1,7

0,8

3,0

0,8

 

0,8

1,3

 

 

1,3

31

2,0

 

 

 

1,3

0,3

1,6

4,8

 

0,6

1,3

 

 

2,0

32

3,3

 

 

 

1,1

1,8

1,3

4,8

 

0,1

0,7

 

 

2,5

33

0,9

 

 

 

2,0

1,0

2,8

1,6

 

5,9

1,3

 

 

0,3

34

4,6

 

 

 

2,2

0,3

1,7

2,4

 

9,8

1,3

 

 

3,5

35

1,5

 

 

 

1,4

3,0

0,7

0,0

 

7,3

2,6

 

 

3,0

36

0,3

 

 

 

1,8

2,3

0,7

2,4

 

0,5

2,0

 

 

2,8

37

0,4

 

 

 

2,6

2,5

2,0

1,2

 

2,2

2,6

 

 

2,8

38

4,4

 

 

 

2,6

3,3

1,4

6,4

 

7,3

2,0

 

 

3,3

39

1,2

 

 

 

0,8

1,0

1,7

2,4

 

10,6

0,7

 

 

3,5

40

0,4

 

 

 

1,0

0,8

1,7

1,2

 

5,4

1,3

 

 

1,8

41

0,2

 

 

 

3,9

0,3

1,4

6,4

 

0,0

2,0

 

 

2,5

42

0,3

 

 

 

4,2

0,3

0,7

1,2

 

0,7

4,0

 

 

0,0

43

0,1

 

 

 

1,2

2,0

0,4

0,8

 

1,7

11,9

 

 

3,0

44

0,2

 

 

 

1,5

3,8

1,9

0,8

 

3,1

7,9

 

 

7,5

45

0,6

 

 

 

0,8

3,5

1,7

1,6

 

0,3

2,0

 

 

2,8

46

0,1

 

 

 

1,1

2,0

0,8

4,8

 

2,8

3,3

 

 

1,0

47

0,1

 

 

 

0,7

4,5

2,3

3,2

 

1,1

4,6

 

 

19,5

48

1,5

 

 

 

3,6

2,5

0,2

0,4

 

5,6

 

 

 

0,5

49

0,1

 

 

 

2,1

0,3

2,5

1,6

 

2,2

 

 

 

3,0

50

2,4

 

 

 

1,9

3,3

0,9

3,6

 

3,0

 

 

 

5,8

51

2,8

 

 

 

1,0

2,0

1,1

0,8

 

1,1

 

 

 

3,3

52

0,4

 

 

 

2,2

4,3

0,6

3,2

 

2,1

 

 

 

0,0

53

0,3

 

 

 

1,2

6,0

0,4

0,4

 

0,3

 

 

 

2,0

54

0,0

 

 

 

2,8

0,3

1,0

0,0

 

0,1

 

 

 

2,5

55

0,1

 

 

 

3,5

1,0

1,2

0,8

 

0,2

 

 

 

0,0

56

0,1

 

 

 

1,9

0,8

0,7

4,8

 

4,9

 

 

 

4,0

57

0,1

 

 

 

4,8

1,5

1,0

0,0

 

4,9

 

 

 

3,8

58

0,3

 

 

 

3,3

0,3

1,3

0,0

 

2,3

 

 

 

1,0

59

0,9

 

 

 

2,4

3,8

0,9

0,8

 

4,6

 

 

 

1,8

60

0,1

 

 

 

 

1,3

1,0

0,0

 

7,0

 

 

 

2,0

61

0,1

 

 

 

 

3,3

0,5

0,4

 

0,1

 

 

 

10,0

62

0,1

 

 

 

 

2,3

0,8

0,8

 

0,9

 

 

 

13,3

63

0,1

 

 

 

 

4,0

0,7

0,0

 

0,9

 

 

 

2,8

64

0,4

 

 

 

 

3,0

0,9

0,8

 

1,7

 

 

 

2,8

65

1,1

 

 

 

 

1,5

1,2

4,0

 

3,0

 

 

 

0,8

66

0,5

 

 

 

 

0,5

0,8

1,6

 

0,1

 

 

 

8,5

67

0,9

 

 

 

 

0,3

4,3

2,4

 

2,9

 

 

 

1,0

68

0,0

 

 

 

 

1,5

2,9

3,2

 

4,6

 

 

 

6,0

69

0,0

 

 

 

 

0,5

1,6

1,2

 

4,6

 

 

 

4,3

70

0,0

 

 

 

 

1,3

1,5

0,8

 

8,8

 

 

 

3,3

71

0,0

 

 

 

 

0,8

1,9

0,0

 

1,9

 

 

 

2,0

72

0,0

 

 

 

 

3,5

1,4

1,6

 

1,2

 

 

 

2,0

73

0,0

 

 

 

 

1,0

0,9

1,2

 

2,2

 

 

 

2,0

74

0,0

 

 

 

 

0,5

0,5

3,2

 

1,6

 

 

 

6,8

75

0,0

 

 

 

 

1,0

6,2

6,4

 

8,8

 

 

 

1,5

76

0,0

 

 

 

 

0,8

1,1

1,2

 

0,1

 

 

 

4,5

77

0,1

 

 

 

 

0,5

1,3

2,4

 

0,3

 

 

 

1,3

78

 

 

 

 

 

1,0

1,2

1,6

 

0,6

 

 

 

2,0

79

 

 

 

 

 

3,0

0,7

1,6

 

1,6

 

 

 

3,8

80

 

 

 

 

 

2,3

0,8

0,8

 

1,5

 

 

 

2,5

81

 

 

 

 

 

2,3

0,5

1,2

 

0,1

 

 

 

2,8

82

 

 

 

 

 

3,0

2,5

0,0

 

12,6

 

 

 

2,0

83

 

 

 

 

 

1,3

0,7

0,0

 

3,9

 

 

 

5,5

84

 

 

 

 

 

0,5

2,7

3,2

 

0,1

 

 

 

0,8

85

 

 

 

 

 

1,3

2,0

0,0

 

0,8

 

 

 

1,3

86

 

 

 

 

 

0,3

0,8

0,8

 

2,1

 

 

 

2,5

87

 

 

 

 

 

1,0

0,3

1,2

 

0,9

 

 

 

2,0

88

 

 

 

 

 

0,8

0,6

0,8

 

2,4

 

 

 

2,8

89

 

 

 

 

 

1,5

0,9

1,6

 

1,9

 

 

 

1,5

90

 

 

 

 

 

2,3

0,8

0,0

 

0,1

 

 

 

4,5

91

 

 

 

 

 

0,5

1,0

0,0

 

0,2

 

 

 

6,5

92

 

 

 

 

 

2,5

6,1

1,2

 

0,1

 

 

 

1,5

93

 

 

 

 

 

5,0

1,4

 

 

0,2

 

 

 

1,5

94

 

 

 

 

 

0,8

5,0

 

 

0,1

 

 

 

3,5

95

 

 

 

 

 

2,0

1,1

 

 

1,2

 

 

 

2,8

96

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,8

 

 

 

1,0

97

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,8

 

 

 

2,5

98

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,3

 

 

 

1,8

99

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2,1

 

 

 

2,0

100

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,0

101

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,5

102

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,0

103

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,5

104

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3,5

105

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3,0

106

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13,3

107

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,0

108

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3,0

109

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3,8

110

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,8

111

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3,8

112

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2,8

113

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,5

114

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,3

115

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6,8

116

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,3

117

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,3

118

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5,0

119

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3,8

120

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3,5

121

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2,0

122

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2,3

123

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2,3

124

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,5


Zone/Regio

IE

DK

FI

SE

NL

NO

1

1,9

1,4

0,5

1,4

2,10

3,2

2

2,6

1,7

0,7

1,0

1,57

1,2

3

1,5

1,7

7,7

2,6

2,40

1,2

4

2,1

1

1,5

1,7

1,67

4,6

5

3,2

1,6

1,3

1,1

4,21

1,1

6

1,4

1,9

0,9

1,0

2,31

6,6

7

0,5

1,6

5,9

0,7

1,02

1,1

8

1,5

0,7

1,9

0,6

2,57

4,6

9

3,2

2,3

2,8

0,9

3,75

1,4

10

4,1

2

2

0,8

2,14

1,4

11

0,4

2,2

5,5

0,6

2,14

1,0

12

1,3

 

2,4

2,7

0,98

1,8

13

2,9

 

3,5

3,1

1,31

2,7

14

0,8

 

1,9

2,1

3,11

0,8

15

0,8

 

2,5

1,8

2,07

1,5

16

1,0

 

1,9

3,3

2,04

1,1

17

1,5

 

2,7

1,9

1,73

0,9

18

0,7

 

8,9

1,5

1,46

0,9

19

1,4

 

0,3

0,7

1,84

1,8

20

0,6

 

 

1,5

0,71

 

21

0,2

 

 

1,7

1,77

 

22

1,9

 

 

 

1,52

 

23

0,9

 

 

 

1,33

 

24

0,2

 

 

 

1,51

 

25

1,9

 

 

 

1,26

 

26

1,3

 

 

 

1,74

 

27

 

 

 

 

6,90

 

28

 

 

 

 

1,05

 

29

 

 

 

 

1,10

 

30

 

 

 

 

1,27

 

31

 

 

 

 

0,93

 

32

 

 

 

 

1,42

 

33

 

 

 

 

2,05

 

34

 

 

 

 

2,07

 

35

 

 

 

 

1,44

 

36

 

 

 

 

1,85

 

37

 

 

 

 

2,16

 

38

 

 

 

 

2,07

 

39

 

 

 

 

1,22

 

40

 

 

 

 

1,61

 

41

 

 

 

 

0,90

 

42

 

 

 

 

1,13

 

43

 

 

 

 

1,35

 

44

 

 

 

 

1,27

 

45

 

 

 

 

0,93

 

46

 

 

 

 

0,87

 

47

 

 

 

 

1,04

 

48

 

 

 

 

0,97

 

49

 

 

 

 

1,59

 

50

 

 

 

 

1,76

 

51

 

 

 

 

1,57

 

52

 

 

 

 

4,47

 

53

 

 

 

 

3,86

 

54

 

 

 

 

4,03

 

55

 

 

 

 

2,97

 

56

 

 

 

 

1,95

 

57

 

 

 

 

1,15

 

58

 

 

 

 

1,53

 

59

 

 

 

 

1,36

 

60

 

 

 

 

1,45

 

61

 

 

 

 

1,20

 

62

 

 

 

 

0,85

 

63

 

 

 

 

1,15

 

64

 

 

 

 

1,36

 

65

 

 

 

 

1,05

 

66

 

 

 

 

1,05

 

67

 

 

 

 

0,74

 

68

 

 

 

 

0,86

 

69

 

 

 

 

0,98

 

70

 

 

 

 

0,77

 

71

 

 

 

 

1,39

 

72

 

 

 

 

0,99

 

73

 

 

 

 

0,85

 

74

 

 

 

 

0,64

 

75

 

 

 

 

0,81

 

76

 

 

 

 

2,13

 

77

 

 

 

 

2,54

 

78

 

 

 

 

1,29

 

79

 

 

 

 

0,98

 

80

 

 

 

 

1,01

 

81

 

 

 

 

1,41

 

82

 

 

 

 

0,72

 

83

 

 

 

 

0,54

 

84

 

 

 

 

0,69

 

85

 

 

 

 

0,64

 

86

 

 

 

 

0,57

 

87

 

 

 

 

4,83

 

88

 

 

 

 

2,20

 

89

 

 

 

 

3,95

 

90

 

 

 

 

1,38

 

91

 

 

 

 

 

 

92

 

 

 

 

 

 

93

 

 

 

 

 

 

94

 

 

 

 

 

 

95

 

 

 

 

 

 

96

 

 

 

 

 

 

97

 

 

 

 

 

 

98

 

 

 

 

 

 

99

 

 

 

 

 

 

100

 

 

 

 

 

 

101

 

 

 

 

 

 

102

 

 

 

 

 

 

103

 

 

 

 

 

 

104

 

 

 

 

 

 

105

 

 

 

 

 

 

106

 

 

 

 

 

 

107

 

 

 

 

 

 

108

 

 

 

 

 

 

109

 

 

 

 

 

 

110

 

 

 

 

 

 

111

 

 

 

 

 

 

112

 

 

 

 

 

 

113

 

 

 

 

 

 

114

 

 

 

 

 

 

115

 

 

 

 

 

 

116

 

 

 

 

 

 

117

 

 

 

 

 

 

118

 

 

 

 

 

 

119

 

 

 

 

 

 

120

 

 

 

 

 

 

121

 

 

 

 

 

 

122

 

 

 

 

 

 

123

 

 

 

 

 

 

124

 

 

 

 

 

 

Risicogewichten voor hagelrisico

Zone/Regio

AT

BE

CH

CZ

ES

DE

FR

IT

NL

SI

PL

1

3,1

2,8

2,8

4,1

7,5

0,5

12,6

3,7

4,0

3,7

1,6

2

3,4

2,7

1,6

4,7

1,7

0,0

1,9

3,7

5,8

2,7

1,6

3

1,8

2,0

0,3

5,1

6,7

0,0

5,7

3,7

5,3

2,1

1,7

4

23,6

3,1

2,1

5,7

0,0

0,8

8,7

0,0

1,4

3,6

1,8

5

0,2

2,0

6,7

4,6

1,7

0,4

5,4

0,0

6,6

2,8

1,7

6

1,9

3,9

4,0

4,5

3,3

2,7

3,9

0,8

0,1

2,1

1,2

7

8,3

2,0

0,1

5,1

16,7

0,4

12,3

0,8

0,3

3,5

1,7

8

0,3

2,8

0,2

5,2

2,5

0,8

2,7

0,0

2,9

3,0

1,5

9

1,4

2,4

1,5

5,0

1,7

0,2

27,6

0,0

9,6

3,6

1,4

10

0,8

 

0,3

3,8

0,0

0,1

1,7

0,0

0,1

3,1

1,2

11

3,1

 

6,1

2,7

7,5

0,9

6,8

10,8

6,1

2,6

0,9

12

2,8

 

3,0

3,2

0,0

0,1

8,7

10,8

2,8

 

1,1

13

1,0

 

0,1

3,0

0,0

0,0

2,8

10,8

2,0

 

1,7

14

17,4

 

2,7

2,7

6,7

0,1

0,3

10,8

0,6

 

1,5

15

0,2

 

4,4

4,1

1,7

0,0

3,7

10,8

0,2

 

1,3

16

0,9

 

0,3

4,5

10,0

0,0

8,5

10,8

2,0

 

0,8

17

1,7

 

1,4

4,3

5,0

0,2

0,6

10,8

0,1

 

1,2

18

1,4

 

1,9

4,9

2,5

0,0

7,2

10,8

0,1

 

1,5

19

0,3

 

5,9

3,0

10,0

0,1

12,4

10,8

3,4

 

1,9

20

0,3

 

0,5

2,8

0,0

0,0

2,5

10,8

1,5

 

1,4

21

0,4

 

1,3

3,4

3,3

0,0

8,1

7,5

5,6

 

1,5

22

1,1

 

1,3

4,2

3,3

0,0

0,1

7,5

0,5

 

1,4

23

0,2

 

1,4

2,7

3,3

0,0

10,2

7,5

0,5

 

1,4

24

5,3

 

1,2

2,3

6,7

5,5

2,0

7,5

4,2

 

2,0

25

15,9

 

1,3

2,6

5,0

0,5

8,3

7,5

1,4

 

1,8

26

5,8

 

4,9

3,2

3,3

0,1

25,3

7,5

11,6

 

2,6

27

1,6

 

 

2,9

8,4

0,1

1,0

7,5

12,0

 

1,3

28

3,8

 

 

3,2

0,0

3,3

4,7

7,5

1,3

 

2,0

29

5,4

 

 

4,6

5,0

1,7

0,0

10,8

4,3

 

1,5

30

7,9

 

 

3,4

6,7

3,1

3,6

7,5

2,6

 

2,7

31

16,5

 

 

3,9

3,3

17,4

14,0

3,3

0,4

 

2,8

32

5,6

 

 

2,8

6,7

1,8

7,7

3,3

13,4

 

3,0

33

5,9

 

 

3,2

2,5

2,0

5,8

3,3

12,0

 

1,6

34

2,4

 

 

2,8

6,7

1,7

0,3

3,3

0,3

 

2,0

35

2,7

 

 

2,8

1,7

2,1

0,2

3,3

3,2

 

2,1

36

14,1

 

 

4,3

10,0

2,2

1,3

3,3

0,2

 

2,3

37

0,4

 

 

2,9

2,5

6,1

7,6

3,3

10,6

 

2,2

38

3,5

 

 

4,1

0,0

19,7

10,6

3,3

3,4

 

1,6

39

6,1

 

 

3,0

2,5

5,4

11,6

3,3

3,1

 

2,1

40

3,1

 

 

3,7

7,5

7,9

2,8

3,3

0,2

 

2,1

41

10,4

 

 

4,8

2,5

3,7

2,3

7,5

5,9

 

1,7

42

5,4

 

 

4,6

3,3

3,5

10,4

7,5

7,2

 

1,9

43

1,1

 

 

4,2

6,7

3,0

4,8

7,5

3,8

 

1,8

44

5,9

 

 

3,8

3,3

9,8

0,1

7,5

3,5

 

2,0

45

11,3

 

 

5,0

12,5

3,4

3,4

7,5

3,9

 

2,0

46

4,5

 

 

3,2

1,7

2,7

12,2

3,3

3,2

 

1,6

47

0,3

 

 

2,3

6,7

13,2

18,1

7,5

1,2

 

1,9

48

3,3

 

 

2,8

0,1

11,9

13,7

7,5

2,5

 

2,1

49

1,3

 

 

2,7

0,5

8,7

2,1

7,5

0,6

 

2,3

50

2,1

 

 

4,0

1,2

13,9

1,9

3,7

4,7

 

2,6

51

11,4

 

 

4,5

 

11,2

6,4

3,7

2,9

 

2,0

52

2,7

 

 

5,0

 

2,1

10,9

3,7

4,6

 

2,1

53

0,2

 

 

3,0

 

6,0

4,7

3,7

0,3

 

2,1

54

0,4

 

 

3,2

 

5,0

2,0

3,7

2,4

 

1,8

55

7,9

 

 

3,0

 

3,3

0,8

3,7

5,8

 

2,5

56

0,4

 

 

3,0

 

11,2

0,1

3,7

2,4

 

1,3

57

0,2

 

 

4,1

 

0,3

2,7

3,7

5,2

 

2,0

58

8,2

 

 

2,8

 

4,3

19,9

3,7

2,1

 

2,6

59

3,6

 

 

2,7

 

2,4

1,9

3,7

8,5

 

2,1

60

4,7

 

 

 

 

3,0

1,9

0,8

9,7

 

1,4

61

1,5

 

 

 

 

0,7

16,1

0,8

8,9

 

1,7

62

3,9

 

 

 

 

18,2

1,4

0,8

0,1

 

1,6

63

2,6

 

 

 

 

5,3

2,6

0,8

0,1

 

1,1

64

2,4

 

 

 

 

4,9

15,3

0,8

7,4

 

1,5

65

4,8

 

 

 

 

0,3

20,0

0,8

4,1

 

1,2

66

0,8

 

 

 

 

8,0

2,0

0,8

0,8

 

1,1

67

1,2

 

 

 

 

15,3

4,6

0,8

0,3

 

1,6

68

0,4

 

 

 

 

11,7

12,1

0,0

3,2

 

2,3

69

10,7

 

 

 

 

7,7

17,1

0,0

1,5

 

2,1

70

1,3

 

 

 

 

1,7

13,6

0,0

1,6

 

2,3

71

4,5

 

 

 

 

6,4

12,1

0,0

2,9

 

0,7

72

15,0

 

 

 

 

5,6

0,7

0,0

7,1

 

0,9

73

0,3

 

 

 

 

5,0

15,3

0,0

4,1

 

1,2

74

1,2

 

 

 

 

7,8

9,5

0,0

1,6

 

1,6

75

1,3

 

 

 

 

8,0

6,2

0,0

1,4

 

1,7

76

0,2

 

 

 

 

55,9

0,7

0,0

0,1

 

0,4

77

4,2

 

 

 

 

41,6

1,9

0,0

0,4

 

1,2

78

 

 

 

 

 

7,9

1,7

0,0

0,3

 

1,4

79

 

 

 

 

 

10,7

1,1

0,0

0,0

 

1,6

80

 

 

 

 

 

8,7

4,6

0,8

5,1

 

0,9

81

 

 

 

 

 

7,8

3,7

0,0

0,7

 

0,9

82

 

 

 

 

 

15,8

20,4

0,0

0,3

 

1,3

83

 

 

 

 

 

5,2

0,6

0,0

1,0

 

1,0

84

 

 

 

 

 

3,2

0,6

0,0

1,1

 

1,1

85

 

 

 

 

 

12,4

1,3

0,0

5,1

 

1,0

86

 

 

 

 

 

9,1

1,3

0,0

2,5

 

1,6

87

 

 

 

 

 

4,2

1,7

0,0

1,8

 

1,2

88

 

 

 

 

 

8,5

3,2

0,0

0,3

 

1,6

89

 

 

 

 

 

3,9

3,3

0,0

4,4

 

1,6

90

 

 

 

 

 

6,4

6,0

0,0

3,0

 

0,3

91

 

 

 

 

 

2,7

2,3

0,0

 

 

1,0

92

 

 

 

 

 

3,0

1,0

0,0

 

 

2,1

93

 

 

 

 

 

2,5

4,0

 

 

 

1,9

94

 

 

 

 

 

2,5

0,7

 

 

 

1,2

95

 

 

 

 

 

1,4

2,3

 

 

 

1,9

96

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,9

97

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,3

98

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,7

99

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,9

Risicogewichten voor bodemdalingsrisico

Gebied

FR

BE

Gebied

FR

BE

Gebied

FR

BE

Gebied

FR

BE

Gebied

FR

BE

1

0,5

0,4

20

0,3

 

39

0,5

 

58

0,3

 

77

2,5

 

2

0,3

0,6

21

0,5

 

40

0,3

 

59

6,0

 

78

2,0

 

3

0,5

1,7

22

0,3

 

41

0,5

 

60

0,3

 

79

0,8

 

4

0,3

0,9

23

0,3

 

42

0,3

 

61

0,3

 

80

0,3

 

5

0,3

1,1

24

1,8

 

43

0,3

 

62

1,0

 

81

0,8

 

6

0,5

0,9

25

0,3

 

44

0,5

 

63

0,8

 

82

0,8

 

7

0,3

1,5

26

0,3

 

45

1,5

 

64

0,5

 

83

0,5

 

8

0,3

1,8

27

0,3

 

46

0,3

 

65

0,5

 

84

0,5

 

9

0,3

1,2

28

0,5

 

47

1,0

 

66

0,3

 

85

0,5

 

10

0,3

 

29

0,3

 

48

0,3

 

67

0,3

 

86

1,0

 

11

0,5

 

30

0,3

 

49

1,3

 

68

0,3

 

87

0,3

 

12

0,3

 

31

6,3

 

50

0,3

 

69

0,5

 

88

0,3

 

13

2,5

 

32

1,0

 

51

0,3

 

70

0,3

 

89

0,5

 

14

0,3

 

33

4,8

 

52

0,3

 

71

0,5

 

90

0,3

 

15

0,3

 

34

0,5

 

53

0,3

 

72

0,8

 

91

1,5

 

16

0,5

 

35

0,3

 

54

0,5

 

73

0,3

 

92

0,5

 

17

2,3

 

36

0,5

 

55

0,3

 

74

0,3

 

93

0,8

 

18

0,5

 

37

1,5

 

56

0,3

 

75

0,3

 

94

1,0

 

19

0,3

 

38

0,3

 

57

1,0

 

76

0,3

 

95

0,8

 


BIJLAGE IX

(heeft geen betrekking op het Nederlands)


BIJLAGE X

Bijlage XVI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:

1)

“Republiek Hongarije” wordt vervangen door “Hongarije”;

2)

(heeft geen betrekking op het Nederlands)


BIJLAGE XI

“BIJLAGE XIX

MCR-RISICOFACTOREN VOOR VERZEKERINGS- OF HERVERZEKERINGSVERPLICHTINGEN IN HET SCHADE- EN ZIEKTEVERZEKERINGSBEDRIJF

 

Segment

Verzekeringsbranches, als vastgesteld in bijlage I, die het segment omvat

Factor voor de technische voorzieningen voor het segment s (αs )

Factor voor premies geboekt voor s (βs )

1

Ziektekostenverzekering

1 en 13

5,4  %

4,7  %

2

Inkomensbeschermingverzekering

2 en 14

13,1  %

8,0  %

3

Verzekering tegen arbeidsongevallen

3 en 15

10,3  %

9,0  %

4

Aansprakelijkheidsverzekering voor motorrijtuigen en proportionele herverzekering

4 en 16

8,5  %

9,4  %

5

Andere motorrijtuigenverzekering en proportionele herverzekering

5 en 17

7,5  %

7,5  %

6

Scheepvaart-, luchtvaart- en transportverzekering en proportionele herverzekering

6 en 18

10,3  %

14  %

7

Verzekering tegen brand en andere schade aan goederen en proportionele herverzekering

7 en 19

9,4  %

7,5  %

8

Algemene aansprakelijkheidsverzekering en proportionele herverzekering

8 en 20

10,3  %

13,1  %

9

Krediet- en borgtochtverzekering en proportionele herverzekering

9 en 21

16,0  %

17,7  %

10

Rechtsbijstandverzekering en proportionele herverzekering

10 en 22

5,2  %

7,8  %

11

Hulpverleningsverzekering en bijbehorende proportionele herverzekering

11 en 23

20,3  %

6,0  %

12

Verzekering tegen diverse geldelijke verliezen en proportionele herverzekeringen

12 en 24

18,6  %

12,2  %

13

Niet-proportionele ongevallenherverzekering

26

18,6  %

15,9  %

14

Niet-proportionele scheepvaart-, luchtvaart- en transportherverzekering

27

18,6  %

15,9  %

15

Niet-proportionele zaakherverzekering

28

18,6  %

15,9  %

16

Niet-proportionele ziekteherverzekering

25

15,9  %

15,9  %


BIJLAGE XII

“BIJLAGE XX

STRUCTUUR VAN DE RAPPORTAGE OVER DE SOLVABILITEIT EN FINANCIËLE TOESTAND EN DE PERIODIEKE TOEZICHTRAPPORTAGE

A.   Structuur van de rapportage over de solvabiliteit en financiële toestand

1.   Structuur van het gedeelte gericht tot verzekeringnemers en begunstigden

A.

Talen waarin dit gedeelte beschikbaar is

B.

Activiteiten en prestaties

C.

Kapitaalbeheer en risicoprofiel

D.

Overige informatie

2.   Structuur van het gedeelte gericht tot marktprofessionals

A.

Activiteiten en prestaties

A.1

Activiteiten

A.2

Prestaties op het gebied van verzekering

A.3

Prestaties op het gebied van belegging

A.4

Prestaties op overig gebied

A.5

Overige informatie

B.

Governancesysteem

B.1

Algemene informatie over het governancesysteem

B.2

Uitbesteding

B.3

Overige informatie

C.

Waardering voor solvabiliteitsdoeleinden

C.1

Activa

C.2

Technische voorzieningen

C.3

Overige schulden

C.4

Alternatieve waarderingsmethoden

C.5

Overige informatie

D.

Kapitaalbeheer en risicoprofiel

D.1

Eigen vermogen

D.2

Solvabiliteitskapitaalvereiste (SCR) en minimumkapitaalvereiste (SCR)

D.3

Gebruik van de ondermodule aandelenrisico op basis van duration en van de bepaling inzake langetermijnbeleggingen in aandelen bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste (SCR)

D.4

Verschillen tussen de standaardformule en ieder gebruikt intern model

D.5

Materiële liquiditeitsrisico’s en materiële risicoconcentraties

D.6

Risicolimiteringstechnieken

D.7

Materiële risico’s niet afgedekt door het solvabiliteitskapitaalvereiste (SCR)

D.8

Algehele solvabiliteitsbehoeften

D.9

Niet-naleving van het minimumkapitaalvereiste (MCR) en niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste (SCR)

D.10

Overige informatie

E.

Duurzaamheidsinformatie

B.   Structuur van de periodieke toezichtrapportage

A.

Activiteiten en prestaties

A.1

Activiteiten

A.2

Prestaties op het gebied van verzekering

A.3

Prestaties op het gebied van belegging

A.4

Prestaties op overig gebied

A.5

Overige informatie

B.

Governancesysteem

B.1

Algemene informatie over het governancesysteem

B.2

Deskundigheids- en betrouwbaarheidsvereisten

B.3

Risicomanagementsystemen inclusief beoordeling eigen risico en solvabiliteit

B.4

Internecontrolesysteem

B.5

Interneauditfunctie

B.6

Actuariële functie

B.7

Uitbesteding

B.8

Overige informatie

C.

Waardering voor solvabiliteitsdoeleinden

C.1

Activa

C.2

Technische voorzieningen

C.3

Overige schulden

C.4

Alternatieve waarderingsmethoden

C.5

Overige informatie

D.

Kapitaalbeheer en risicoprofiel

D.1

Eigen vermogen

D.2

Solvabiliteitskapitaalvereiste (SCR) en minimumkapitaalvereiste (SCR)

D.3

Gebruik van de ondermodule aandelenrisico op basis van duration en van de bepaling inzake langetermijnbeleggingen in aandelen bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste (SCR)

D.4

Materiële liquiditeitsrisico’s en materiële risicoconcentraties

D.5

Blootstellingen buiten balanstelling

D.6

Risicolimiteringstechnieken

D.7

Materiële risico’s niet afgedekt door het solvabiliteitskapitaalvereiste (SCR)

D.8

Risicogevoeligheden

D.9

Niet-naleving van het minimumkapitaalvereiste (MCR) en niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste (SCR)

D.10

Overige informatie


BIJLAGE XIII

Deel B van bijlage XXI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:

1)

de volgende punten worden toegevoegd:

“(20)

Het aantal ondernemingen dat als klein en niet-complex is ingedeeld, hoeveel daarvan het verzoek kregen om af te zien van het gebruik van een of meer evenredigheidsmaatregelen overeenkomstig artikel 29 quater, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG.

(21)

Het aantal ondernemingen dat een of meer evenredigheidsmaatregelen mag toepassen overeenkomstig artikel 29 quater van Richtlijn 2009/138/EG, alsmede artikel 327 octies van deze verordening, uitgesplitst naar evenredigheidsmaatregel.

(22)

Het aantal groepen dat als klein en niet-complex is ingedeeld, hoeveel daarvan het verzoek kregen om af te zien van het gebruik van een of meer evenredigheidsmaatregelen overeenkomstig artikel 29 quater, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG.

(23)

Het aantal groepen dat een of meer evenredigheidsmaatregelen mag toepassen overeenkomstig artikel 29 quater van Richtlijn 2009/138/EG, alsmede artikel 327 octies van deze verordening, uitgesplitst naar evenredigheidsmaatregel.

(24)

Het aantal groepen waarvoor het groepstoezicht niet van toepassing is, op grond van een besluit om een of meer ondernemingen overeenkomstig artikel 214 van Richtlijn 2009/138/EG niet in het groepstoezicht op te nemen, en het aantal groepen waarvoor het groepstoezicht alleen van toepassing is op het niveau van een intermediaire deelnemende onderneming, op grond van een besluit om een of meer ondernemingen overeenkomstig artikel 214 van die richtlijn niet in het groepstoezicht op te nemen.”;

2)

de laatste zin van deel B wordt vervangen door:

“De in de punten 2) tot en met 24) vastgestelde informatie wordt verstrekt met betrekking tot het laatste kalenderjaar.”.


BIJLAGE XIV

Bijlage XXII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:

1)

“Republiek Ierland” wordt vervangen door “Ierland”;

2)

“Republiek Hongarije” wordt vervangen door “Hongarije”.


BIJLAGE XV

Bijlage XXIII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:

1)

de titel “Correlatiecoëfficiënten voor aardbevingsrisico’s in de Republiek Hongarije” wordt vervangen door “Correlatiecoëfficiënten voor aardbevingsrisico’s in Hongarije”;

2)

de afdeling “Correlatiecoëfficiënten voor aardbevingsrisico in de Republiek Roemenië” wordt vervangen door:

Correlatiecoëfficiënten voor aardbevingsrisico in Roemenië

i/j

01

02

03

04

05

06

07

08

10

11

12

13

14

20

21

22

01

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

0,75

0,75

1,00

0,75

0,75

0,25

0,25

02

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

0,75

0,75

1,00

0,75

0,75

0,25

0,25

03

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

0,75

0,75

1,00

0,75

0,75

0,25

0,25

04

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

0,75

0,75

1,00

0,75

0,75

0,25

0,25

05

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

0,75

0,75

1,00

0,75

0,75

0,25

0,25

06

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

0,75

0,75

1,00

0,75

0,75

0,25

0,25

07

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

0,75

0,75

1,00

0,75

0,75

0,25

0,25

08

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

0,75

0,75

0,75

1,00

0,75

0,50

0,25

10

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

1,00

0,75

1,00

1,00

0,75

0,50

0,25

0,00

11

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

1,00

0,50

0,75

0,75

0,75

0,50

0,25

12

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

1,00

0,50

1,00

0,75

0,75

0,50

0,25

0,00

13

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

1,00

0,75

0,75

1,00

1,00

0,75

0,50

0,25

14

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

1,00

0,75

0,75

0,75

1,00

1,00

0,75

0,50

0,25

20

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

1,00

0,75

0,50

21

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,50

0,25

0,50

0,25

0,50

0,50

0,75

1,00

0,75

22

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,00

0,25

0,00

0,25

0,25

0,50

0,75

1,00


i/j

23

24

30

31

32

33

40

41

42

43

44

45

50

51

52

53

01

0,75

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,75

0,50

02

0,75

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,75

0,50

03

0,75

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,75

0,50

04

0,75

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,75

0,50

05

0,75

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,75

0,50

06

0,75

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,75

0,50

07

0,75

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,75

0,50

08

0,75

0,50

0,00

0,00

0,00

0,25

0,50

0,00

0,50

0,25

0,00

0,25

0,50

0,50

0,50

0,75

10

0,50

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,75

0,50

11

0,75

0,75

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

0,50

0,25

0,75

0,50

12

0,50

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,75

0,50

13

1,00

0,75

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,50

0,25

0,75

0,50

14

1,00

0,75

0,00

0,00

0,00

0,25

0,50

0,00

0,50

0,25

0,00

0,25

0,50

0,50

0,50

0,75

20

1,00

0,75

0,00

0,00

0,00

0,25

0,50

0,25

0,50

0,25

0,00

0,25

0,50

0,50

0,50

0,75

21

0,75

0,50

0,00

0,25

0,00

0,25

0,50

0,25

0,50

0,25

0,00

0,25

0,25

0,50

0,25

0,75

22

0,50

0,25

0,00

0,25

0,25

0,25

0,75

0,25

0,75

0,50

0,25

0,50

0,25

0,50

0,25

0,50


i/j

54

55

60

61

62

70

71

72

73

80

81

82

90

91

92

01

0,00

0,00

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

1,00

0,50

0,50

0,75

1,00

02

0,00

0,00

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

1,00

0,50

0,50

0,75

1,00

03

0,00

0,00

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

1,00

0,50

0,50

0,75

1,00

04

0,00

0,00

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

1,00

0,50

0,50

0,75

1,00

05

0,00

0,00

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

1,00

0,50

0,50

0,75

1,00

06

0,00

0,00

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

1,00

0,50

0,50

0,75

1,00

07

0,00

0,00

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

1,00

0,50

0,50

0,75

1,00

08

0,50

0,25

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

10

0,00

0,00

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

0,50

0,25

0,50

0,75

11

0,50

0,50

0,75

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,25

0,25

0,50

12

0,25

0,00

0,75

0,75

0,75

0,50

0,50

0,50

0,75

0,75

1,00

0,50

0,25

0,25

0,75

13

0,25

0,25

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

1,00

0,75

0,25

0,50

0,50

14

0,50

0,25

0,75

0,75

0,50

0,75

1,00

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,50

0,50

0,50

20

0,50

0,25

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,50

0,25

0,50

21

0,50

0,50

0,25

0,50

0,25

0,50

0,75

0,75

0,50

0,25

0,25

0,50

0,50

0,25

0,25

22

0,50

0,50

0,25

0,25

0,00

0,25

0,50

0,50

0,25

0,25

0,25

0,25

0,50

0,25

0,25


i/j

01

02

03

04

05

06

07

08

10

11

12

13

14

20

21

22

23

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

1,00

1,00

1,00

0,75

0,50

24

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

0,50

0,25

30

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

31

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

32

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

33

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

40

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,50

0,25

0,25

0,50

0,50

0,50

0,75

41

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

42

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,25

0,50

0,50

0,50

0,75

43

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,50

44

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

45

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,50

50

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,50

0,50

0,50

0,25

0,50

0,50

0,50

0,25

0,25

51

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,25

0,50

0,50

0,50

0,50

52

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,50

0,25

0,25

53

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,75

0,50

0,50

0,50

0,50

0,75

0,75

0,75

0,50


i/j

23

24

30

31

32

33

40

41

42

43

44

45

50

51

52

53

23

1,00

0,75

0,00

0,00

0,00

0,50

0,50

0,00

0,50

0,25

0,00

0,25

0,50

0,50

0,50

0,75

24

0,75

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,50

0,25

0,00

0,25

0,50

0,50

0,50

0,75

30

0,00

0,00

1,00

0,25

0,00

0,00

0,50

0,00

0,50

0,25

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

31

0,00

0,00

0,25

1,00

0,25

0,50

0,75

0,25

0,75

0,50

0,25

0,50

0,00

0,50

0,00

0,50

32

0,00

0,00

0,00

0,25

1,00

0,50

0,50

0,25

0,75

0,25

0,00

0,50

0,00

0,50

0,00

0,25

33

0,50

0,00

0,00

0,50

0,50

1,00

1,00

0,75

1,00

0,75

0,25

1,00

0,00

0,00

0,00

0,75

40

0,50

0,50

0,50

0,75

0,50

1,00

1,00

0,75

1,00

0,75

0,50

1,00

0,50

1,00

0,50

0,75

41

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,75

0,75

1,00

0,75

0,50

0,25

0,75

0,00

0,75

0,00

0,50

42

0,50

0,50

0,50

0,75

0,75

1,00

1,00

0,75

1,00

1,00

0,50

1,00

0,50

1,00

0,25

0,75

43

0,25

0,25

0,25

0,50

0,25

0,75

0,75

0,50

1,00

1,00

0,50

0,75

0,25

0,75

0,25

0,50

44

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,50

0,25

0,50

0,50

1,00

0,50

0,25

0,50

0,00

0,25

45

0,25

0,25

0,00

0,50

0,50

1,00

1,00

0,75

1,00

0,75

0,50

1,00

0,25

1,00

0,25

0,75

50

0,50

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,50

0,25

0,25

0,25

1,00

0,50

0,50

0,75

51

0,50

0,50

0,25

0,50

0,50

0,00

1,00

0,75

1,00

0,75

0,50

1,00

0,50

1,00

0,25

0,75

52

0,50

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

0,50

0,25

1,00

0,75

53

0,75

0,75

0,00

0,50

0,25

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,25

0,75

0,75

0,75

0,75

1,00


i/j

54

55

60

61

62

70

71

72

73

80

81

82

90

91

92

23

0,50

0,25

0,75

0,75

0,50

1,00

1,00

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,50

0,50

0,50

24

0,50

0,50

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

0,50

0,50

0,50

0,50

0,25

0,25

0,25

30

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

31

0,50

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

32

0,50

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

33

0,75

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,75

0,75

0,00

0,00

0,00

0,50

0,50

0,00

0,00

40

1,00

0,75

0,25

0,50

0,25

0,50

0,50

0,50

0,50

0,25

0,50

0,50

0,75

0,50

0,50

41

0,50

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

42

1,00

0,75

0,25

0,50

0,00

0,50

0,75

0,75

0,50

0,25

0,25

0,75

0,75

0,25

0,50

43

0,75

0,50

0,00

0,25

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,50

0,25

0,25

44

0,50

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

45

0,75

0,50

0,00

0,25

0,00

0,25

0,50

0,50

0,25

0,00

0,25

0,50

0,50

0,25

0,25

50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,75

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,25

0,25

0,50

51

1,00

0,75

0,00

0,25

0,00

0,25

0,75

0,75

0,25

0,25

0,25

0,50

0,75

0,25

0,25

52

0,25

0,25

1,00

0,75

1,00

0,75

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

0,50

0,25

0,25

0,50

53

0,75

0,50

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,50

0,50

0,75

0,50

0,50


i/j

01

02

03

04

05

06

07

08

10

11

12

13

14

20

21

22

54

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,50

0,25

0,25

0,50

0,50

0,50

0,50

55

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

0,25

0,25

0,25

0,50

0,50

60

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,25

0,25

61

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,25

62

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,50

0,50

0,25

0,00

70

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

0,50

0,25

71

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,75

0,75

0,75

0,50

0,75

1,00

0,75

0,75

0,50

72

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

73

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,25

80

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,75

0,50

0,25

0,25

81

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

0,75

0,75

1,00

1,00

0,75

0,75

0,25

0,25

82

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,75

0,50

0,50

0,50

0,25

90

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,75

0,25

0,25

0,25

0,25

0,50

0,50

0,50

0,50

91

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,50

0,25

0,25

0,50

0,50

0,25

0,25

0,25

92

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,50

0,50

0,25

0,25


i/j

23

24

30

31

32

33

40

41

42

43

44

45

50

51

52

53

54

0,50

0,50

0,25

0,50

0,50

0,75

1,00

0,50

1,00

0,75

0,50

0,75

0,50

1,00

0,25

0,75

55

0,25

0,50

0,25

0,25

0,25

0,50

0,75

0,25

0,75

0,50

0,25

0,50

0,50

0,75

0,25

0,50

60

0,75

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

1,00

0,50

61

0,75

0,75

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,50

0,25

0,00

0,25

0,50

0,25

0,75

0,75

62

0,50

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

1,00

0,50

70

1,00

0,75

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,50

0,25

0,00

0,25

0,50

0,25

0,75

0,75

71

1,00

0,75

0,00

0,00

0,00

0,75

0,50

0,25

0,75

0,25

0,00

0,50

0,75

0,75

0,75

0,75

72

0,75

0,75

0,00

0,00

0,00

0,75

0,50

0,25

0,75

0,25

0,00

0,50

0,50

0,75

0,50

0,75

73

0,75

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,50

0,25

0,00

0,25

0,50

0,25

0,75

0,75

80

0,75

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,50

0,25

0,75

0,50

81

0,75

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

0,50

0,25

0,75

0,50

82

0,50

0,50

0,00

0,00

0,00

0,50

0,50

0,00

0,75

0,25

0,00

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

90

0,50

0,25

0,25

0,25

0,25

0,50

0,75

0,25

0,75

0,50

0,25

0,50

0,25

0,75

0,25

0,75

91

0,50

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,50

92

0,50

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,50

0,25

0,00

0,25

0,50

0,25

0,50

0,50


i/j

54

55

60

61

62

70

71

72

73

80

81

82

90

91

92

54

1,00

0,75

0,25

0,50

0,25

0,50

0,50

0,50

0,50

0,25

0,25

0,50

0,75

0,25

0,50

55

0,75

1,00

0,25

0,25

0,00

0,25

0,50

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,50

0,25

0,25

60

0,25

0,25

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

1,00

1,00

0,75

0,50

0,00

0,25

0,25

61

0,50

0,25

1,00

1,00

0,75

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

0,75

0,75

0,25

0,25

0,50

62

0,25

0,00

1,00

0,75

1,00

0,75

0,75

0,50

1,00

1,00

0,75

0,50

0,00

0,25

0,25

70

0,50

0,25

1,00

1,00

0,75

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

0,75

0,75

0,25

0,25

0,50

71

0,50

0,50

1,00

1,00

0,75

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

0,75

0,75

0,50

0,50

0,50

72

0,50

0,25

0,75

1,00

0,50

1,00

1,00

1,00

0,75

0,50

0,75

0,50

0,50

0,25

0,25

73

0,50

0,25

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,75

1,00

1,00

0,75

0,75

0,25

0,25

0,50

80

0,25

0,25

1,00

0,75

1,00

0,75

0,75

0,50

1,00

1,00

1,00

0,50

0,25

0,25

0,50

81

0,25

0,25

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

0,75

1,00

1,00

0,75

0,50

0,50

0,75

82

0,50

0,25

0,50

0,75

0,50

0,75

0,75

0,50

0,75

0,50

0,75

1,00

0,50

0,25

0,50

90

0,75

0,50

0,00

0,25

0,00

0,25

0,50

0,50

0,25

0,25

0,50

0,50

1,00

0,75

0,50

91

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,50

0,25

0,25

0,25

0,50

0,25

0,75

1,00

0,75

92

0,50

0,25

0,25

0,50

0,25

0,50

0,50

0,25

0,50

0,50

0,75

0,50

0,50

0,75

1,00 ”


BIJLAGE XVI

Bijlage XXIV bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gewijzigd:

1)

de titel “Correlatiecoëfficiënten voor overstromingsrisico’s in de Republiek Hongarije” wordt vervangen door “Correlatiecoëfficiënten voor overstromingsrisico’s in Hongarije”;

2)

de afdeling “Correlatiecoëfficiënten voor overstromingsrisico in de Republiek Roemenië” wordt vervangen door:

Correlatiecoëfficiënten voor overstromingsrisico in Roemenië

i/j

01

02

03

04

05

06

07

08

10

11

12

13

14

20

21

22

01

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

02

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

03

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

04

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

05

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

06

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

07

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

08

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

1,00

0,00

0,25

0,00

0,50

0,50

0,25

0,00

0,25

10

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

11

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,00

1,00

0,00

0,50

0,25

0,00

0,00

0,00

12

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

13

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,00

0,50

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

14

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,00

1,00

0,25

0,00

0,25

20

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

1,00

0,50

0,50

21

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

1,00

0,00

22

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,50

0,00

1,00


i/j

23

24

30

31

32

33

40

41

42

43

44

45

50

51

52

53

01

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

02

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

03

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

04

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

05

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

06

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

07

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

08

0,25

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,00

10

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

11

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

12

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

13

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

14

0,50

0,25

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

20

0,50

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

21

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

22

0,25

0,00

0,00

0,25

0,50

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25


i/j

54

55

60

61

62

70

71

72

73

80

81

82

90

91

92

01

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

02

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

03

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

04

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

05

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

06

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

07

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

08

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,50

0,25

10

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

11

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

12

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,50

0,25

0,00

0,00

0,00

13

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,50

14

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,00

20

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

21

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

22

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,00


i/j

01

02

03

04

05

06

07

08

10

11

12

13

14

20

21

22

23

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,00

0,00

0,50

0,50

0,00

0,25

24

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

30

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

31

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

32

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,50

33

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,50

0,25

40

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

41

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

42

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

43

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,25

44

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

45

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

51

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

52

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

53

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,25


i/j

23

24

30

31

32

33

40

41

42

43

44

45

50

51

52

53

23

1,00

0,50

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

24

0,50

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,25

30

0,00

0,00

1,00

0,25

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

31

0,25

0,00

0,25

1,00

0,25

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

32

0,25

0,00

0,50

0,25

1,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

33

0,25

0,00

0,00

0,50

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,25

40

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,50

0,50

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

41

0,25

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,50

1,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

42

0,25

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

1,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

43

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

1,00

0,50

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

44

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

45

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,50

0,00

0,50

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

50

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,50

0,25

51

0,25

0,00

0,00

0,25

0,25

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1,00

0,00

0,25

52

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

1,00

0,50

53

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,50

1,00


i/j

54

55

60

61

62

70

71

72

73

80

81

82

90

91

92

23

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,00

24

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

30

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

31

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

32

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

33

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

40

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

41

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

42

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

43

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

44

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

45

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

50

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

51

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

52

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,25

53

0,50

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,25


i/j

01

02

03

04

05

06

07

08

10

11

12

13

14

20

21

22

54

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

55

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

60

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

61

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

62

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

70

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

71

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

72

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

73

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

80

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

0,00

0,00

0,25

81

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,50

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

82

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,00

0,25

90

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

91

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,00

0,25

0,00

0,25

0,25

0,25

0,00

0,25

92

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,00


i/j

23

24

30

31

32

33

40

41

42

43

44

45

50

51

52

53

54

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,50

55

0,25

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,00

0,25

0,25

60

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

61

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

62

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

70

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

71

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

72

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

73

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

80

0,25

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

81

0,25

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

82

0,25

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

90

0,25

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

91

0,25

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

92

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25


i/j

54

55

60

61

62

70

71

72

73

80

81

82

90

91

92

54

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

55

0,00

1,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

60

0,00

0,00

1,00

0,50

0,25

0,25

0,25

0,25

0,00

0,50

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

61

0,00

0,00

0,50

1,00

0,25

0,00

0,25

0,50

0,00

0,25

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

62

0,00

0,00

0,25

0,25

1,00

0,25

0,25

0,25

0,00

0,75

0,50

0,00

0,00

0,00

0,00

70

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

1,00

0,50

0,50

0,50

0,25

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

71

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,50

1,00

0,75

0,25

0,25

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

72

0,00

0,00

0,25

0,50

0,25

0,50

0,75

1,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

73

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,25

0,00

1,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

80

0,00

0,00

0,50

0,25

0,75

0,25

0,25

0,25

0,50

1,00

0,50

0,50

0,00

0,00

0,25

81

0,00

0,00

0,25

0,25

0,50

0,25

0,25

0,25

0,00

0,50

1,00

0,50

0,50

0,25

0,50

82

0,25

0,25

0,25

0,25

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,50

0,50

1,00

0,50

0,25

0,25

90

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,50

0,50

1,00

0,50

0,50

91

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,50

1,00

0,50

92

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,50

0,25

0,50

0,50

1,00 ”

3)

de volgende afdelingen worden toegevoegd:

Correlatiecoëfficiënten voor overstromingsrisico in Ierland

i/j

CE

CK

CN

CW

DL

DN

GY

KE

KK

KY

LD

LH

LK

LM

CE

1,00

0,00

0,75

0,50

0,25

0,00

1,00

0,75

0,50

0,25

0,25

0,50

0,75

0,75

CK

0,00

1,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,00

0,25

0,25

0,25

0,50

0,00

0,50

0,00

CN

0,75

0,00

1,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,00

0,00

0,50

0,25

0,50

0,50

CW

0,50

0,25

0,25

1,00

0,00

0,25

0,25

0,75

0,75

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

DL

0,25

0,00

0,25

0,00

1,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,00

0,25

0,00

0,75

0,50

DN

0,00

0,25

0,25

0,25

0,00

1,00

0,00

0,75

0,25

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

GY

1,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,00

1,00

0,50

0,25

0,25

0,25

0,00

1,00

0,50

KE

0,75

0,25

0,25

0,75

0,25

0,75

0,50

1,00

0,75

0,25

0,00

0,50

1,00

0,00

KK

0,50

0,25

0,00

0,75

0,00

0,25

0,25

0,75

1,00

0,00

0,25

0,00

1,00

0,00

KY

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

1,00

0,00

0,00

1,00

0,25

LD

0,25

0,50

0,50

0,25

0,25

0,00

0,25

0,00

0,25

0,00

1,00

0,25

0,25

0,25

LH

0,50

0,00

0,25

0,00

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,25

1,00

0,50

0,25

LK

0,75

0,50

0,50

0,50

0,75

0,25

1,00

1,00

1,00

1,00

0,25

0,50

1,00

0,75

LM

0,75

0,00

0,50

0,00

0,50

0,25

0,50

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,75

1,00


i/j

LS

MH

MN

MO

OY

RN

SO

TY

WD

WH

WW

WX

WX

CE

0,50

0,75

0,75

0,75

0,75

1,00

0,50

0,75

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

CK

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,25

0,50

0,25

0,25

0,25

0,25

CN

0,25

0,25

0,75

0,00

0,25

0,25

0,25

0,50

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

CW

0,75

0,25

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,50

0,50

0,25

0,50

0,75

0,75

DL

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

0,50

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

DN

0,25

0,25

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,50

0,25

0,25

GY

0,25

0,25

0,00

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

KE

0,75

0,75

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,75

0,25

0,50

0,75

0,50

0,50

KK

0,50

0,25

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,50

0,75

0,25

0,25

0,75

0,75

KY

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

LD

0,25

0,50

0,25

0,25

0,50

0,50

0,25

0,50

0,25

0,50

0,25

0,25

0,25

LH

0,25

0,50

0,50

0,00

0,25

0,25

0,25

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

LK

0,75

0,75

0,25

0,50

0,50

0,75

0,75

1,00

0,50

0,50

0,25

0,50

0,50

LM

0,25

0,25

0,50

0,25

0,25

0,50

0,50

0,25

0,00

0,25

0,00

0,00

0,00


i/j

CE

CK

CN

CW

DL

DN

GY

KE

KK

KY

LD

LH

LK

LM

LS

0,50

0,25

0,25

0,75

0,00

0,25

0,25

0,75

0,50

0,00

0,25

0,25

0,75

0,25

MH

0,75

0,00

0,25

0,25

0,00

0,25

0,25

0,75

0,25

0,00

0,50

0,50

0,75

0,25

MN

0,75

0,00

0,75

0,25

0,25

0,25

0,00

0,25

0,00

0,00

0,25

0,50

0,25

0,50

MO

0,75

0,00

0,00

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,25

0,25

0,00

0,50

0,25

OY

0,75

0,00

0,25

0,50

0,00

0,00

0,50

0,50

0,25

0,00

0,50

0,25

0,50

0,25

RN

1,00

0,25

0,25

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

0,00

0,00

0,50

0,25

0,75

0,50

SO

0,50

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

0,50

0,00

0,00

0,25

0,25

0,25

0,75

0,50

TY

0,75

0,25

0,50

0,50

0,25

0,25

0,50

0,75

0,50

0,00

0,50

0,25

1,00

0,25

WD

0,50

0,50

0,00

0,50

0,00

0,25

0,00

0,25

0,75

0,00

0,25

0,00

0,50

0,00

WH

0,50

0,25

0,50

0,25

0,00

0,25

0,25