Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32026R0261

Verordening (EU) 2026/261 van het Europees Parlement en de Raad van 26 januari 2026 inzake de uitfasering van de invoer van Russisch aardgas en de voorbereiding van de uitfasering van de invoer van Russische olie, de verbetering van de monitoring van potentiële energieafhankelijkheid, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1938

PE/63/2025/REV/1

PB L, 2026/261, 2.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/261/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/261/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/261

2.2.2026

VERORDENING (EU) 2026/261 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 26 januari 2026

inzake de uitfasering van de invoer van Russisch aardgas en de voorbereiding van de uitfasering van de invoer van Russische olie, de verbetering van de monitoring van potentiële energieafhankelijkheid, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1938

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 194, lid 2, en artikel 207,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De onwettige grootschalige invasie van Oekraïne door de Russische Federatie in februari 2022 heeft duidelijk gemaakt dat de afhankelijkheid van Russisch aardgas dramatische gevolgen heeft voor de markten en de veiligheid. In de Verklaring van Versailles van 11 maart 2022 zijn de staatshoofden en regeringsleiders dan ook overeengekomen de afhankelijkheid van Russische energie geleidelijk af te bouwen en uiteindelijk volledig te beëindigen. In zijn REPowerEU-mededeling van 8 maart 2022 getiteld “REPowerEU: een gemeenschappelijk Europees optreden voor betaalbaardere, veiligere en duurzamere energie” en in zijn mededeling van 18 mei 2022 inzake het REPowerEU-plan heeft de Commissie concrete maatregelen voorgesteld om onze energievoorziening op veilige, betaalbare en duurzame wijze te diversifiëren en volledig af te stappen van energie-invoer uit Rusland. Sindsdien is aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het vinden van alternatieven voor gasinvoer uit de Russische Federatie. Aangezien er nog steeds aanzienlijke volumes Russisch aardgas de Unie binnenkomen, heeft de Commissie in haar mededeling van 6 mei 2025 inzake de routekaart voor beëindiging van de invoer van Russische energie (REPowerEU-routekaart) een wetgevingsvoorstel aangekondigd om de invoer van gas uit Rusland volledig uit te faseren en het bestaande kader voor het aanpakken van energie-afhankelijkheid te verbeteren. Om de energiezekerheid en -veerkracht van de Unie te waarborgen, moeten alle resterende energieafhankelijkheden die in de REPowerEU-routekaart worden genoemd, dringend en strategisch worden aangepakt.

(2)

De vele voorbeelden van onaangekondigde en ongerechtvaardigde beperkingen en onderbrekingen van de leveringen die reeds vóór de grootschalige invasie van Oekraïne plaatsvonden, alsook de inzet van energie als wapen sinds de invasie, tonen aan dat de Russische Federatie de bestaande afhankelijkheid van Russische gasleveringen systematisch heeft misbruikt als politiek wapen om de economie van de Unie te schaden. Dit heeft geleid tot ernstige nadelige gevolgen voor de lidstaten en voor de economische veiligheid van de Unie, voor de stabiliteit van de eengemaakte markt, voor de consumenten in de Unie en voor het concurrentievermogen in het algemeen. De Unie kan dan ook niet langer de Russische Federatie en haar energiemaatschappijen als betrouwbare energiehandelspartners beschouwen.

(3)

In januari 2006 heeft de Russische Federatie zijn aardgasleveringen aan sommige landen in Zuidoost- en Midden-Europa stopgezet in het midden van een koudegolf, waardoor de prijzen de hoogte ingingen en burgers schade ondervonden of dreigden te ondervinden. Op 6 januari 2009 heeft de Russische Federatie de gasdoorvoer via Oekraïne opnieuw volledig afgesloten, waardoor 18 lidstaten werden getroffen, met name in Midden- en Oost-Europa. Deze onderbreking van de leveringen leidde tot ernstige verstoringen van de gasmarkten in de regio en in de hele Unie. In sommige lidstaten vielen de aardgasstromen bijna 14 dagen lang stil, waardoor de verwarming in scholen en fabrieken langdurig moest worden uitgezet en deze landen zich gedwongen zagen een noodtoestand uit te roepen. In 2014 viel de Russische Federatie de Krim binnen en annexeerde zij deze regio illegaal, nam zij de Oekraïense gasproductiefaciliteiten op de Krim in beslag en verminderde zij de gasleveringen aan diverse lidstaten die hadden aangekondigd Oekraïne van gas te voorzien, wat op zijn beurt heeft geleid tot marktverstoringen en prijsverhogingen en de economische veiligheid aantastte. De Commissie heeft al meermaals een onderzoek ingesteld naar Gazprom, de door de Russische Federatie gecontroleerde onderneming met een monopolie op de uitvoer van gas, wegens mogelijke schending van de mededingingsregels van de Unie. Sindsdien heeft Gazprom zijn marktgedrag gewijzigd om tegemoet te komen aan de bezorgdheid van de Commissie over de mededinging. In meerdere gevallen hadden de mededingingskwesties waarover de Commissie zich zorgen maakte, betrekking op zogenaamde “territoriale beperkingen” in de gasleveringscontracten van Gazprom, waarbij het verboden was gas door te verkopen buiten het land van bestemming, en op aanwijzingen dat Gazprom oneerlijke tariefpraktijken hanteerde en de energieleveringen afhankelijk stelde van politieke concessies, gaande van deelname aan Russische pijpleidingprojecten tot het verwerven van zeggenschap over energie-activa in de Unie.

(4)

De niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van de Russische Federatie tegen Oekraïne die sinds februari 2022 aan de gang is en de daaropvolgende verminderde gasleveringen, die als wapen worden gebruikt, in samenhang met marktmanipulatie via opzettelijke verstoringen van de gasstromen, hebben de kwetsbaarheid en afhankelijkheid van de Unie en haar lidstaten blootgelegd, hetgeen manifest directe en ernstige gevolgen kan hebben voor de werking van de gasmarkt, de economie en de essentiële veiligheidsbelangen van de Unie, en directe schade kan toebrengen aan de burgers van de Unie omdat verstoringen van de energievoorziening hun gezondheid of zelfs hun leven in gevaar kunnen brengen. Er zijn aanwijzingen dat het staatsbedrijf Gazprom de energiemarkten van de Unie opzettelijk heeft gemanipuleerd om de energieprijzen op te drijven. De door Gazprom gecontroleerde grote ondergrondse gasopslagplaatsen in de Unie waren leger dan ooit tevoren en Russische bedrijven beperkten hun verkoop aan gashubs in de Unie en zetten het gebruik van hun eigen verkoopplatform volledig stop vóór de invasie, hetgeen gevolgen had voor de kortetermijnmarkten en de reeds krappe voorzieningssituatie na de onwettige invasie van Oekraïne door de Russische Federatie nog verergerde. Sinds maart 2022 heeft de Russische Federatie de leveringen van aardgas aan lidstaten systematisch onderbroken of beperkt, met aanzienlijke verstoringen van de gasmarkt in de Unie tot gevolg. Het betrof met name leveringen aan de Unie via de Yamal-pijpleiding, leveringen aan Finland en de Nord Stream 1-pijpleiding; de gasleveringen via deze laatste pijpleiding werden eerst door Gazprom beperkt en uiteindelijk volledig stopgezet.

(5)

De inzet van gasleveringen als wapen door de Russische Federatie en de marktmanipulatie via opzettelijke verstoringen van de gasstromen hebben geleid tot een plotselinge en sterke stijging van de energieprijzen in de Unie met ongekende prijsniveaus in 2022, tot acht keer het gemiddelde van de vorige jaren. De daaruit voortvloeiende noodzaak om alternatieve bronnen van gasvoorziening te vinden, aanvoerroutes te wijzigen, opslagplaatsen te vullen voor de winter en oplossingen te vinden voor congestieproblemen in de gasinfrastructuur in de Unie, hebben verder bijgedragen tot de hoge prijsvolatiliteit en de nooit eerder geziene prijsstijgingen in 2022.

(6)

De uitzonderlijk hoge gasprijzen hebben geleid tot hoge elektriciteitsprijzen en prijsstijgingen voor andere energieproducten, met aanhoudend hoge inflatie tot gevolg. Een diepe economische crisis met negatieve groeicijfers in veel lidstaten, veroorzaakt door de hoge energieprijzen en de hoge prijsvolatiliteit, bracht de economie van de Unie in gevaar, ondermijnde de koopkracht van de consumenten en deed de productiekosten stijgen, wat leidde tot risico’s voor de sociale cohesie en de stabiliteit, en wat zelfs de gezondheid of het leven van de burgers in gevaar bracht. De verstoringen van de leveringen hebben ook geleid tot ernstige problemen met betrekking tot de energievoorzieningszekerheid in de Unie en hebben 11 lidstaten ertoe gedwongen een energienoodsituatie af te kondigen krachtens Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad (3). Door de afhankelijkheid van de Unie tijdens die crisis kon de Russische Federatie via marktmanipulatie recordwinsten halen uit de resterende energiehandel met Europa; in 2024 bedroegen de inkomsten uit gasinvoer nog steeds 15 miljard EUR. Die inkomsten kunnen worden gebruikt om verdere economische aanvallen tegen de Unie te financieren, waardoor de economische veiligheid in het gedrang komt. Zij kunnen ook worden gebruikt voor de financiering van de aanvalsoorlog tegen Oekraïne, een belangrijke bedreiging van de politieke en economische stabiliteit in Europa.

(7)

De recente crisis heeft aangetoond dat betrouwbare handelsbetrekkingen met partners die energieproducten leveren, van cruciaal belang zijn om de marktstabiliteit te behouden en de gezondheid en het leven van de burgers, alsook de essentiële veiligheidsbelangen van de Unie te beschermen, met name omdat de Unie in grote mate afhankelijk is van energie-invoer uit derde landen. De voortzetting van energieleveringen uit de Russische Federatie zou de Unie blootstellen aan aanhoudende economische en veiligheidsrisico’s; de energievoorzieningszekerheid zou daardoor afnemen in plaats van toenemen. Zelfs de invoer van kleinere hoeveelheden Russisch gas kan door de Russische Federatie worden misbruikt om de prijsdynamiek aanzienlijk te verstoren, al was het maar tijdelijk, en kan de energiemarkten ontregelen, met name in regio’s die nog steeds in aanzienlijke mate afhankelijk zijn van invoer uit de Russische Federatie. Gezien het reeds lang bestaande en constante patroon van marktmanipulatie en verstoring van de leveringen, alsook het feit dat de regering van de Russische Federatie de gashandel steevast heeft gebruikt als wapen om beleidsdoelstellingen te bereiken in plaats van handelsdoelstellingen, moeten juridisch bindende maatregelen worden genomen om alle resterende kwetsbaarheden van de Unie ten gevolge van de afhankelijkheid van invoer van aardgas uit de Russische Federatie, zowel via pijpleidingen (“pijpleidinggas”) als vloeibaar aardgas (lng), weg te nemen.

(8)

De in deze verordening vastgelegde beperkingen op internationale transacties zijn samenhangend met het externe optreden van de Unie op andere gebieden, zoals vereist bij artikel 21, lid 3, van het Verdrag betreffende Europese Unie (VEU). De betrekkingen tussen de Unie en de Russische Federatie zijn de afgelopen jaren, en met name sinds 2022, sterk verslechterd. Dit is te wijten aan de flagrante schending van het internationaal recht door de Russische Federatie en met name aan haar niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog tegen Oekraïne. Als reactie op de acties van de Russische Federatie tegen Oekraïne heeft de Unie sinds juli 2014 geleidelijk beperkende maatregelen ingesteld op de handel met de Russische Federatie. Vanwege de uitzonderingen die van toepassing zijn op grond van de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, en met name artikel XXI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 (uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen) en analoge uitzonderingen op grond van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met de Russische Federatie, staat het de Unie vrij de voordelen voor producten die worden ingevoerd uit andere derde landen (meestbegunstigingsbehandeling) niet toe te kennen aan soortgelijke producten die worden ingevoerd uit de Russische Federatie. Gezien de voortdurende ernstige internationale spanningen tussen de Unie en de Russische Federatie is er dan ook niets dat de Unie belet om invoerverboden of -beperkingen op te leggen aan goederen uit de Russische Federatie als zij van mening is dat dergelijke maatregelen noodzakelijk zijn voor de bescherming van de essentiële veiligheidsbelangen van de Unie.

(9)

De diversificatie van de lng-invoer is van essentieel belang voor de versterking en het behoud van de energiezekerheid in de Unie. Om te voorkomen dat langetermijnreserveringen van lng-terminalcapaciteit in handen van Russische ondernemingen kunnen worden gebruikt om de invoer uit alternatieve bronnen te belemmeren door capaciteit te hamsteren, zoals praktijken om liquefactie- of opslagcapaciteit te reserveren zonder deze daadwerkelijk te gebruiken of praktijken met als doel concurrenten te beletten de infrastructuur te gebruiken, moeten de regulerende instanties en mededingingsautoriteiten, waar nodig, ten volle gebruikmaken van de krachtige rechtsinstrumenten die beschikbaar zijn in het kader van het energie- en mededingingsrecht van de Unie en het nationale energie- en mededingingsrecht. Indien de douaneautoriteiten veiligheids- of beveiligingsrisico’s als gevolg van Russisch gas vaststellen voordat het het douanegebied van de Unie binnenkomt, moeten zij gebruikmaken van de bepalingen inzake risicobeheer in Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad (4) (het “douanewetboek van de Unie”) om dergelijke risico’s te voorkomen.

(10)

De Commissie heeft zorgvuldig beoordeeld welke gevolgen een eventueel verbod op de invoer aardgas uit de Russische Federatie zou hebben voor de Unie en haar lidstaten. Sinds 2022 zijn voorbereidende werkzaamheden en diverse gedetailleerde analyses van de gevolgen van een totale uitfasering van Russisch gas uitgevoerd en gepubliceerd; voorts kon de Commissie ook gebruikmaken van tal van raadplegingen van belanghebbenden, externe deskundigen en agentschappen, en studies over de gevolgen van de uitfasering van Russisch gas. Uit de analyse van de Commissie bleek dat een uitfasering van de aardgasinvoer uit Rusland, mits deze stapsgewijs, gecoördineerd, goed voorbereid en in een geest van solidariteit wordt uitgevoerd, waarschijnlijk weinig invloed zal hebben op de energieprijzen in de Unie, en dat dit de zekerheid van de energievoorziening van de Unie niet in gevaar zal brengen maar eerder zal versterken, omdat een onbetrouwbare handelspartner van de markt verdwijnt in de Unie. Zoals uiteengezet in de REPowerEU-routekaart heeft de uitvoering van het REPowerEU-plan de afhankelijkheid van de Unie van leveringen uit de Russische Federatie reeds beperkt, bijvoorbeeld door maatregelen in te voeren om de vraag naar gas te beperken of om de uitrol van hernieuwbare energiebronnen te versnellen, door actief steun te verlenen aan de diversificatie van de energievoorziening en door het vergroten van de onderhandelingsmacht van de Unie via gezamenlijke gasaankopen. Uit de effectbeoordeling bleek ook dat schadelijke effecten op de prijzen of leveringen kunnen worden vermeden door voorafgaande coördinatie van het diversificatiebeleid.

(11)

Deze verordening is volledig verenigbaar met de strategie van de Unie om haar afhankelijkheid van ingevoerde fossiele energie te beperken door de decarbonisatie te versterken en de productie van schone energie in de Unie snel uit te breiden. Zoals uiteengezet in de REPowerEU-routekaart heeft de toepassing van het REPowerEU-plan al geleid tot een aanzienlijke besparing van meer dan 60 miljard kubieke meter ingevoerd gas per jaar tussen 2022 en 2024, waardoor de Unie haar afhankelijkheid van leveringen uit de Russische Federatie kon afbouwen. Een verdere vermindering van de afhankelijkheid zou verder kunnen worden bereikt door maatregelen om de vraag naar gas te beperken, de energie-efficiëntie te verhogen of de groene transitie te versnellen door een snellere uitrol van de opwekkingscapaciteit van wind- en zonne-energie, hetgeen het aandeel van hernieuwbare energie in de energiemix aanzienlijk zou vergroten, alsook door actieve steun voor de diversificatie van de energievoorziening en het vergroten van de onderhandelingsmacht van de Unie via gezamenlijke gasaankopen. Bovendien zullen de volledige uitvoering van de energietransitie, het recente actieplan voor betaalbare energie en andere maatregelen, met name investeringen in de productie van koolstofarme alternatieven voor energie-intensieve producten, zoals meststoffen, naar verwachting uiterlijk in 2030 tot 100 miljard kubieke meter aardgas vervangen. Deze gecombineerde inspanningen zullen de veerkracht, het concurrentievermogen en de open strategische autonomie van de Unie versterken, de Europese industrie, kmo’s en burgers ondersteunen en de uitfasering van de gasinvoer uit de Russische Federatie vergemakkelijken.

(12)

Overeenkomstig de verklaring van Versailles en de REPowerEU-mededeling hebben een groot aantal gasimporteurs hun gasleveringen uit de Russische Federatie reeds stopgezet of aanzienlijk teruggeschroefd. Zoals uiteengezet in de effectbeoordeling kunnen de resterende gasvolumes op basis van bestaande leveringscontracten worden uitgefaseerd zonder significante economische gevolgen of risico’s voor de voorzieningszekerheid, omdat er voldoende alternatieve leveranciers zijn op de wereldmarkt voor gas, de gasmarkt van de Unie goed onderling verbonden is en er voldoende invoerinfrastructuur beschikbaar is. De desbetreffende maatregelen moeten in overeenstemming zijn met het huidige energiekader van de Unie.

(13)

In sommige gevallen bevatten lng-ladingen gas dat in verschillende landen is geproduceerd en gemengd. Het verbod op aardgasinvoer uit de Russische Federatie moet ook gelden voor de hoeveelheden gas in dergelijke ladingen die in de Russische Federatie zijn geproduceerd. Wanneer importeurs ondubbelzinnig kunnen aantonen welk relevant deel van de lng buiten de Russische Federatie is geproduceerd, moet het mogelijk zijn de niet-Russische lng-hoeveelheden in een lng-lading in te voeren.

(14)

Kortlopende leveringscontracten hebben betrekking op kleinere volumes dan de grote langlopende leveringscontracten die importeurs hebben gesloten met Russische bedrijven en bestaande kortlopende leveringscontracten zullen hoe dan ook bijna aflopen op het moment dat deze verordening in werking treedt. Het risico van deze bestaande kortlopende leveringscontracten voor de economische veiligheid lijkt dan ook klein te zijn. Daarom is het passend bestaande kortlopende leveringscontracten vrij te stellen van de onmiddellijke toepassing van het invoerverbod, zodat een overgangsperiode tot en met 25 april 2026 mogelijk is voor de invoer van lng, rekening houdend met artikel 3 novodecies bis van Verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad (5), en tot en met 17 juni 2026 voor pijpleidinggas.

(15)

Importeurs met langlopende leveringscontracten zullen waarschijnlijk meer tijd nodig hebben om alternatieve aanvoerroutes en leveringsbronnen te vinden dan houders van kortlopende contracten omdat dergelijke leveringscontracten, gezien hun lange tijdsduur, gewoonlijk betrekking hebben op aanzienlijk grotere volumes dan kortlopende leveringscontracten. Derhalve moet worden voorzien in een overgangsperiode voor het verbod op gasinvoer voor bestaande langlopende leveringscontracten om houders van langlopende leveringscontracten voldoende tijd te geven om hun leveringen op ordelijke wijze te diversifiëren. Hoewel lng wereldwijd kan worden verkregen en lng-afnemers doorgaans geen fysieke belemmeringen ondervinden om over te stappen op alternatieve leveranciers op de mondiale lng-markt, kan diversificatie voor afnemers van pijpleidinggas, met name in landen zonder lng-infrastructuur, complexer zijn. Daarom moet een langere overgangsperiode worden toegekend voor gasleveringen in het kader van bestaande langlopende leveringscontracten voor pijpleidinggas.

(16)

Er hebben zich specifieke situaties voorgedaan waarin een land dat momenteel nog steeds in het kader van bestaande langlopende leveringscontracten voor Russisch pijpleidinggas wordt bevoorraad, specifiek wordt getroffen door de recente wijzigingen van de aanvoerroutes vanuit de Russische Federatie, waardoor gas niet langer via deze aanvoerroutes kan worden ingevoerd, als gevolg van beperkte of geen alternatieve routes voor het vervoer van gas waarvoor een leveringscontract is gesloten. Om dit probleem te verhelpen, leveren leveranciers uit andere lidstaten nu het pijpleidinggas op basis van kortlopende contracten met leveranciers uit de Russische Federatie, via niet-verzadigde interconnectiepunten. Gezien deze zeer specifieke situatie en om hen voldoende tijd te geven om nieuwe leveranciers te vinden, moet een langere overgangsperiode ook gelden voor die kortlopende leveringscontracten met leveranciers uit de Russische Federatie die worden gebruikt voor leveringen aan niet aan zee grenzende landen die worden getroffen door de wijzigingen van de aanvoerroutes voor Russisch gas.

(17)

Hoewel het gerechtvaardigd lijkt om bestaande oude leveringscontracten vrij te stellen van de onmiddellijke toepassing van het invoerverbod op Russisch gas, mogen niet alle contracten die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn gesloten in aanmerking komen voor deze tijdelijke vrijstelling. Een tijdelijke vrijstelling van het verbod voor alle bestaande leveringscontracten zou Russische leveranciers er immers toe hebben kunnen aanzetten de tijdspanne tussen de bekendmaking van het Commissievoorstel voor deze verordening en de inwerkingtreding van het verbod te gebruiken om de huidige leveringen te vergroten door nieuwe contracten te sluiten of de volumes te vergroten door bestaande leveringscontracten te wijzigen of gebruik te maken van flexibiliteitsmechanismen in die contracten. Om te garanderen dat de invoer uit de Russische Federatie afneemt in plaats van toeneemt als gevolg van het verbod, mag deze verordening ondernemingen die nieuwe invoercontracten voor Russisch gas hebben afgesloten in de tijdspanne tussen de bekendmaking van het Commissievoorstel voor deze verordening en de inwerkingtreding van het verbod niet belonen door hun ook een overgangsperiode toe te kennen. De toezegging van de staatshoofden en regeringsleiders om de Russische gasleveringen uit te faseren, dateert namelijk al uit maart 2022 en de Commissie heeft op deze toezegging voortgebouwd met de voorstellen voor de REPowerEU-strategie, het REPowerEU-plan en de REPowerEU-routekaart. Ten laatste vanaf de bekendmaking van het voorstel voor deze verordening mochten contracten die na die datum zijn gesloten niet meer worden beschouwd als oude contracten. Contracten die na 17 juni 2025 zijn gesloten, mogen dan ook niet in aanmerking komen voor de uitzonderlijke overgangsbepalingen voor kort- en langlopende leveringscontracten.

(18)

Om te vermijden dat de invoervolumes in bestaande leveringscontracten worden verhoogd, moeten, met het oog op de toepassing van deze verordening, wijzigingen van bestaande contracten als nieuwe contracten worden beschouwd en mogen verhogingen van invoervolumes door gebruik te maken van contractuele flexibiliteitsmechanismen niet in aanmerking komen voor de overgangsperiode. Er moet worden voorzien in uitzonderingen voor bepaalde gevallen waarin de wijziging van een bestaand leveringscontract noodzakelijk was, op voorwaarde dat deze niet leiden tot hogere overeengekomen hoeveelheden of een langere leveringstermijn. Prijsschommelingen die het gevolg zijn van prijsindexering waarin bestaande leveringscontracten reeds voorzien, vormen geen wijziging van bestaande leveringscontracten.

(19)

Deze verordening creëert een duidelijk wettelijk verbod op de invoer van Russisch aardgas; zij vormt een soevereine handeling van de Unie waarover gasimporteurs geen zeggenschap kunnen uitoefenen en waarbij de invoer van aardgas uit de Russische Federatie onwettig wordt, met rechtstreekse rechtsgevolgen en zonder onderscheid tussen de lidstaten wat de toepassing ervan betreft.

(20)

In tegenstelling tot andere goederen is aardgas een homogeen basisproduct dat in grote volumes wordt verhandeld en vaak meerdere keren wordt doorverkocht tussen handelaars op groothandelsniveau. Aangezien het bijzonder complex is om de oorsprong van aardgas na te gaan, en rekening houdend met het feit dat Russische leveranciers wellicht zullen proberen deze verordening te omzeilen, bijvoorbeeld door verkoop via tussenpersonen, overslag of vervoer via andere landen, moet deze verordening een doeltreffend kader bieden om omzeiling van het verbod te vermijden. De relevante autoriteiten moeten daarom de nodige maatregelen kunnen nemen om vast te stellen of aardgasleveringen uit de Russische Federatie het douanegebied van de Unie worden binnengebracht via constructies die zijn opgezet om deze verordening te omzeilen. Bij het bepalen of aardgas al dan niet in het vrije verkeer in de Unie wordt gebracht, mogen douaneautoriteiten niet alleen afhankelijk zijn van de informatie in de douaneaangifte, maar moet het hun toegestaan zijn om op basis van andere relevante informatie te beoordelen, indien zij dat relevant achten, of een goed dat de Unie wordt binnengebracht daadwerkelijk voor het vrije verkeer is bestemd. In deze verordening moet ook worden voorgeschreven dat het land van productie en de toeleveringsketen van aardgas dat in de Unie wordt ingevoerd, moeten worden bepaald.

(21)

Importeurs van aardgas moeten worden verplicht om de autoriteiten alle nodige informatie te verstrekken om het land van productie van in de Unie ingevoerd aardgas te bepalen en om vast te stellen of het ingevoerde gas onder het algemene verbod of onder een van de vrijstellingen valt. Het begrip “oorsprong” in de zin van het douanerecht van de Unie volstaat wellicht niet altijd om het land van productie van het ingevoerde gas te bepalen, bijvoorbeeld als het gas na het verlaten van de Russische Federatie nog verwerking onderging (zoals liquefactie of hervergassing). Daarom moet deze verordening ook van toepassing zijn op gevallen waarin het land van “oorsprong” volgens het douanerecht van de Unie verschilt van het land van productie van het gas, en voorzien in een mechanisme om na te gaan of het aardgas in de Russische Federatie is gewonnen of vloeibaar is gemaakt. Het verbod moet, behalve in het geval van doorvoer, gelden voor elk gas dat, voordat het in de Unie werd ingevoerd, uit de Russische Federatie werd uitgevoerd, hetzij via directe uitvoer uit Rusland naar de Unie, hetzij via indirecte uitvoer via een derde land.

(22)

Gezien de specifieke kenmerken van pijpleidinggas en lng en om een vlotte verificatie van het land van productie en van de voorwaarden voor een eventuele tijdelijke vrijstelling vóór het gas het douanegebied van de Unie binnenkomt, mogelijk te maken, moet een procedure voor voorafgaande toestemming worden ingevoerd. Bij ontstentenis van een toestemming moet de invoer worden geweigerd. De toestemmingverlenende autoriteiten, en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten, moeten van tevoren in kennis worden gesteld van voorgenomen invoer in de Unie en moeten de informatie ontvangen die nodig is om het land van productie te verifiëren en om na te gaan of aan de voorwaarden voor een tijdelijke vrijstelling uit hoofde van deze verordening is voldaan. Hoewel de toestemmingverlenende autoriteiten ernaar moeten streven toestemming te verlenen binnen de periode tussen de verstrekking van informatie door de importeur en de geplande binnenkomst in het douanegebied van de Unie om de invoer van gas in de Unie te vergemakkelijken, moeten zij ook op een later moment een besluit kunnen nemen, met name wanneer er twijfel bestaat over de verstrekte informatie. De voorafgaande toestemming moet de bestaande handhavingsbevoegdheden van de douaneautoriteiten onverlet laten. De invoer van aardgas uit gasproducerende landen moet van die verplichting worden vrijgesteld indien de Unie in het verleden grote volumes uit die landen heeft ingevoerd en indien die landen door een verbod op de invoer van Russisch gas of door beperkende maatregelen tegen Russische gasinfrastructuur, Russische gasbedrijven of personen die dergelijke bedrijven beheren, hebben aangetoond dat zij de Russische gassector niet willen steunen, of indien die landen niet over de nodige infrastructuur beschikken om aardgas via pijpleidingen of in de vorm van lng in te voeren. De Commissie moet een lijst van die landen opstellen en dienovereenkomstig bijwerken.

(23)

De toestemmingverlenende autoriteiten en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten moeten alle informatie kunnen opvragen die nodig is om de wettigheid van de invoer te beoordelen. Zij moeten zich ook kunnen beroepen op informatie uit andere bronnen. Gezien het vaak complexe karakter van de contractuele voorwaarden die de voor de beoordeling relevante elementen bevatten, moeten de autoriteiten de bevoegdheid krijgen om aan de importeurs gedetailleerde informatie over contracten te vragen, met inbegrip van volledige leveringscontracten, als dat noodzakelijk is om de context van bepaalde clausules of verwijzingen naar andere contractbepalingen te begrijpen. Deze verordening moet regels bevatten om voor een doeltreffende bescherming van de bedrijfsgeheimen van de betrokken ondernemingen te zorgen.

(24)

In het kader van de uitoefening van hun bevoegdheden moeten de toestemmingverlenende autoriteiten en de douaneautoriteiten bij hun handhavingsactiviteiten aandacht besteden aan interconnectiepunten, lng-installaties of doorvoerpijpleidingen waar het risico op omzeiling groot is. Er is vastgesteld dat zogenaamde schaduwvloten worden gebruikt om olie te vervoeren en de beperkende maatregelen te omzeilen. Het risico bestaat dat die praktijken ook worden gebruikt voor de invoer van lng, hetgeen de doelstellingen van deze verordening zou ondermijnen. De autoriteiten moeten nauw samenwerken en hun handhavingsprioriteiten waar nodig aanpassen om op te treden tegen eventuele omzeilingspraktijken die tijdens de uitvoering van deze verordening worden vastgesteld. De Commissie moet ook voortdurend toezicht houden op de doorvoer van Russisch aardgas via derde landen.

(25)

Bepaalde delen van de Russische gastransmissie-infrastructuur staan rechtstreeks in verbinding met de Unie en sommige doorvoerpijpleidingen die de Russische Federatie met de Unie verbinden, lopen door derde landen, maar hebben momenteel geen entrypunten tussen de Russische Federatie en de Unie. Er moet daarom van worden uitgegaan dat aardgas dat in de Unie wordt ingevoerd via grenzen, interconnectoren of interconnectiepunten tussen de Russische Federatie en de Unie of Belarus en de Unie, alsook aardgas dat de Unie bereikt via pijpleidingen zoals de TurkStream-pijpleiding bij het interconnectiepunt Strandzha 2/Malkoclar binnenkomt, van oorsprong is uit of direct of indirect is uitgevoerd uit de Russische Federatie. Er moeten strenge controles worden toegepast op aardgas dat aan deze grenzen, interconnectoren of interconnectiepunten binnenkomt en waarvan wordt beweerd dat het onder een douanevervoerregeling via de Russische Federatie valt. De Russische Federatie is een grote gasexporteur en heeft in het verleden nooit een belangrijke rol gespeeld als doorvoerland voor gas. Hier zijn meerdere redenen voor, zoals het ontbreken van hervergassingsinfrastructuur, de organisatie van de gashandel in de Russische Federatie via een monopolie op de uitvoer via pijpleidingen, de bedrijfsmodellen van Russische gasmaatschappijen, die niet op de organisatie van doorvoer zijn gericht, en de geografische ligging van de Russische Federatie. Derhalve moeten de douaneautoriteiten, rekening houdend met het feit dat Russische leveranciers wellicht geneigd zullen zijn om het invoerverbod te omzeilen, de invoer van aardgas waarvan wordt beweerd dat het in doorvoer is weigeren, tenzij ondubbelzinnig bewijs kan worden geleverd dat het relevante gas is doorgevoerd via de Russische Federatie en dat het in een ander land dan de Russische Federatie is geproduceerd. Dat bewijsmateriaal moet ruim van tevoren aan de toestemmingverlenende autoriteiten worden verstrekt, zodat het ingevoerde gas terug kan worden getraceerd tot de plaats van productie en uiterlijk één maand vóór de binnenkomst in het douanegebied van de Unie.

(26)

Het interconnectiepunt Strandzha 1 vormt de verbinding tussen de Unie en een pijpleidingsysteem dat niet alleen gas uit de Republiek Azerbeidzjan of de Republiek Turkije, maar ook aanzienlijke hoeveelheden gas uit de Russische Federatie vervoert. Daarom moet worden vereist dat ondubbelzinnig bewijs wordt verstrekt om vast te stellen dat het gas niet in de Russische Federatie is geproduceerd, en moeten de autoriteiten voldoende controletijd krijgen om ervoor te zorgen dat via het interconnectiepunt Strandzha 1 ingevoerd gas niet van oorsprong is uit of niet, direct of indirect, is uitgevoerd uit de Russische Federatie. Indien in de toekomst andere interconnectiepunten moeten worden gekoppeld aan leidingsystemen die aanzienlijke hoeveelheden Russisch gas vervoeren, moet dezelfde controlenorm van toepassing zijn.

(27)

Daarnaast kunnen aanzienlijke volumes aardgas ook de Unie binnenkomen in het kader van een douanevervoerregeling. Aangezien de strikte toezichtsregels voor de invoer van gas, zoals de voorafgaande toestemming, niet van toepassing zijn op gas dat in het kader van een douanevervoerregeling door de Unie wordt vervoerd of in het kader van een regeling douane-entrepot wordt opgeslagen, is het passend te voorzien in specifieke waarborgen in de vorm van een toezichtsregeling voor doorvoer, die de douaneautoriteiten in staat stelt toezicht te houden op gasstromen onder een douanevervoerregeling om ervoor te zorgen dat dusdanig door de Unie vervoerd aardgas niet uiteindelijk in het vrije verkeer in de Unie terecht komt. Indien exploitanten gas opslaan in het kader van tijdelijke opslag of een regeling voor douanedoorvoer of douane-entrepot uit hoofde van het douanewetboek van de Unie, moeten de lidstaten over adequate monitoring- en handhavingsmechanismen beschikken om ervoor te zorgen dat het gebruik van opslag in de Unie door derde landen geen risico vormt voor de nationale of regionale leveringszekerheid en de naleving van de opslagverplichtingen, en moeten zij relevante informatie verstrekken aan de Commissie.

(28)

Overeenkomstig het beginsel van loyale samenwerking moeten toestemmingverlenende autoriteiten, douaneautoriteiten, regulerende instanties, bevoegde autoriteiten, het Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) en de Commissie samenwerken om de bepalingen van deze verordening uit te voeren en relevante informatie uit te wisselen, met name met betrekking tot de beoordeling van tijdelijke vrijstellingen op grond waarvan bepaalde invoer van Russisch aardgas na de inwerkingtreding van deze verordening is toegestaan. Douaneautoriteiten, regulerende instanties, bevoegde autoriteiten en het ACER moeten over de nodige instrumenten en gegevensbanken beschikken om, indien nodig, te garanderen dat relevante informatie kan worden uitgewisseld tussen nationale autoriteiten en tussen autoriteiten in verschillende lidstaten. Het ACER moet zijn deskundigheid ter beschikking stellen voor het toezicht op de uitvoering van deze verordening. Om het opzetten van de nodige interoperabele gezamenlijke informatiesystemen te vergemakkelijken, moeten de Commissie en de lidstaten de mogelijkheden kunnen onderzoeken om gebruik te maken van de beschikbare begrotingsmiddelen uit het Fonds voor interne veiligheid dat is opgericht bij Verordening (EU) 2021/1149 van het Europees Parlement en de Raad (6). De douaneautoriteiten moeten de regulerende instanties, de bevoegde autoriteiten en de Commissie maandelijks op de hoogte houden van belangrijke elementen met betrekking tot de ontwikkelingen inzake de invoer van Russisch gas, zoals ingevoerde hoeveelheden in het kader van langlopende of kortlopende leveringscontracten, entrypunten of contractuele partners. De Commissie moet die informatie in voorkomend geval opnemen in het verslag over de uitvoering van deze verordening. De Commissie moet in dat verslag ook de doeltreffendheid van de informatie-uitwisseling en de samenwerking tussen de betrokken autoriteiten evalueren en, indien passend, aanbevelingen voor de verbetering van dergelijke informatie-uitwisseling en samenwerking in dat verslag opnemen.

(29)

Uit ervaring met de uitfasering van Russische gasleveringen via Oekraïne is gebleken dat een goede voorbereiding en coördinatie, in een geest van solidariteit, kunnen voorkomen dat zich marktverstoringen of eventuele leveringsproblemen ten gevolge van verandering van aardgasleverancier voordoen. Om zich op gecoördineerde wijze voor te bereiden op de volledige uitfasering van Russisch gas en de markt voldoende tijd te geven om te anticiperen op de daaruit voortvloeiende wijzigingen, zonder risico’s voor de gasleveringszekerheid of significante gevolgen voor de energieprijzen, moeten de lidstaten nationale diversificatieplannen voor aardgas opstellen en deze uiterlijk op 1 maart 2026 bij de Commissie indienen. Deze plannen moeten onder de regels van het beroepsgeheim vallen en mogen niet worden bekendgemaakt zonder de instemming van de betrokken lidstaat. In de plannen moeten de maatregelen worden beschreven die op nationaal of regionaal niveau zijn gepland om de vraag te beperken, de productie van hernieuwbare energie aan te moedigen en alternatieve leveringen te waarborgen, alsook de mogelijke belemmeringen vast te stellen van technische, contractuele of regulerende aard die het diversificatieproces kunnen bemoeilijken. Aangezien het diversificatieproces coördinatie van de maatregelen op nationaal, regionaal of Unieniveau kan vereisen, moet de Commissie de nationale diversificatieplannen voor aardgas beoordelen en, indien nodig, aanbevelingen voor aanpassingen kunnen doen.

(30)

Bij het opstellen van de nationale diversificatieplannen moet de Commissie op gecoördineerde wijze en in een geest van solidariteit samenwerken met de lidstaten, met name in Midden- en Zuidoost-Europa, om alternatieve leveringen van aardgas in kaart te brengen. Naast het verbeteren van de voorzieningszekerheid kunnen nieuwe leveringen ook de inkomstenverliezen compenseren door gebruik te maken van de bestaande infrastructuur die voorheen werd gebruikt voor het transport van Russisch gas.

(31)

In de Verklaring van Versailles hebben de staatshoofden en regeringsleiders zich ertoe verbonden niet alleen de leveringen van aardgas uit de Russische Federatie, maar ook andere energieleveringen, met name olieleveringen, uit te faseren. De Russische Federatie heeft ook bij de oliehandel met de Unie soortgelijke praktijken gehanteerd als die met betrekking tot gas, waar het een verleden heeft wat betreft het gebruik van gas als dwang- en manipulatiemiddel, wat onder meer is aangetoond door eerdere onderbrekingen van de olievoorziening. De bestaande betrekkingen met de Russische Federatie op het gebied van olievoorziening leiden tot afhankelijkheden en veiligheidsrisico’s in de Unie. Om te voorkomen dat de Russische Federatie de uitvoer van zijn olie naar de Unie als dwangmiddel gebruikt, is het van essentieel belang de tijdige uitfasering van de olie-invoer uit de Russische Federatie voor te bereiden. Er gelden reeds beperkende maatregelen om de uitfasering van olie-invoer uit de Russische Federatie te garanderen, waardoor de olie-invoer aanzienlijk is afgenomen, maar voor een verdere uitfasering van Russische olie kunnen specifieke voorbereidende stappen en coördinatie met buurlanden nodig zijn.

(32)

De lidstaten moeten daarom ook nationale diversificatieplannen voor ruwe aardolie en aardolieproducten opstellen, die op nationaal niveau bestaande en geplande maatregelen moeten omvatten om de transparantie en traceerbaarheid van de olie-invoer uit de Russische Federatie te waarborgen. De Commissie moet aanbevelingen doen over die plannen. Zij moeten onder de regels van het beroepsgeheim vallen en mogen niet worden bekendgemaakt zonder de instemming van de betrokken lidstaat. De Commissie moet de omzeiling van het gebruik van zogenaamde “schaduwvloten” om de beperkende maatregelen van de Unie voor olie blijven aanpakken, met name door de acties voort te zetten die zijn uiteengezet in de REPowerEU-routekaart.

(33)

Tijdens de gascrisis van 2022 en 2023 is aangetoond dat uitgebreide informatie over de leveringssituatie en mogelijke leveringsafhankelijkheid cruciaal is om toezicht te houden op de gaslevering in de Unie. Importeurs van Russisch gas die gebruikmaken van de in deze verordening vastgelegde overgangsperioden moeten de Commissie dan ook in kennis stellen van alle informatie die nodig is om de mogelijke risico’s voor de gashandel te beoordelen. Die informatie moet belangrijke parameters of zelfs volledige tekstfragmenten van de relevante gasleveringscontracten bevatten, met uitzondering van informatie over de prijs, voor zover dat noodzakelijk is om de context van bepaalde clausules of verwijzingen naar andere bepalingen in het contract te begrijpen. Bij het toezicht op de gasvoorziening in de Unie moet de Commissie ook rekening houden met informatie over invoer die door douaneautoriteiten wordt verstrekt en met de informatie die is opgenomen in nationale diversificatieplannen. De Commissie moet de bij Verordening (EU) 2017/1938 opgerichte Groep coördinatie gas regelmatig informeren over het uitfaseringsproces op het niveau van de Unie en jaarlijks een verslag over de uitfasering van Russisch gas indienen, dat vergezeld kan gaan van specifieke aanbevelingen en acties van de Unie om het uitfaseringsproces te versnellen.

(34)

De lidstaten en de Unie moeten nauw samenwerken bij de toepassing van deze verordening, onder meer met betrekking tot eventuele geschillenbeslechtingsprocedures. In voorkomend geval bevatten Verordeningen (EU) nr. 1219/2012 (7) en (EU) nr. 912/2014 (8) van het Europees Parlement en de Raad nadere bijzonderheden over samenwerking en de toewijzing van de financiële verantwoordelijkheid tussen de lidstaten en de Unie met betrekking tot de beslechting van eventuele geschillen tussen investeerders en staten in verband met deze verordening.

(35)

Gezien de recente praktijk van de Russische Federatie om overeengekomen gerechtelijke en arbitrageprocedures unilateraal te wijzigen en te belemmeren, kunnen noch de getroffen personen noch de Unie en de lidstaten aansprakelijk worden gesteld voor rechterlijke uitspraken, scheidsrechterlijke uitspraken of andere rechterlijke beslissingen die op basis van onwettige procedures zijn vastgesteld en waartegen geen verweer mogelijk is omdat de rechtsmiddelen in het desbetreffende rechtsgebied ontoegankelijk zijn.

(36)

De Unie heeft een robuust rechtskader gecreëerd om de gasleveringszekerheid te allen tijde te garanderen, en om op gecoördineerde wijze om te gaan met eventuele leveringscrisissen, met inbegrip van verplichtingen voor de lidstaten om effectieve en operationele solidariteit te betonen met buurlanden die gas nodig hebben. De Commissie moet constant toezicht houden op de ontwikkeling van de marktrisico’s voor de gaslevering die voortvloeien uit de gashandel met de Russische Federatie, op nationaal, regionaal en Unieniveau. In het geval van plotselinge en significante ontwikkelingen die de leveringszekerheid van een of meer lidstaten ernstig bedreigen, en na de afkondiging van een noodsituatie overeenkomstig artikel 11 of artikel 12 van Verordening (EU) 2017/1938, is het passend de Commissie te machtigen de nodige noodmaatregelen te treffen door een besluit vast te stellen met betrekking tot de bij deze verordening opgelegde invoerverboden op aardgas of lng in een of meer lidstaten. In een dergelijke situatie moet de Commissie ook de verplichting van voorafgaande toestemming voor de binnenkomst van gasinvoer in het douanegebied van de Unie, kunnen opschorten, teneinde extra invoer op korte termijn te faciliteren. Een dergelijke opschorting door de Commissie moet beperkt zijn in de tijd en mag niet worden verleend voor meer dan vier weken tegelijk en mag alleen worden verlengd indien de voorwaarden voor de noodsituatie overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU) 2017/1938 nog steeds van toepassing zijn. Het uitvoeringsbesluit van de Commissie moet de nodige aanvullende voorwaarden opleggen om te garanderen dat elke dergelijke opschorting strikt beperkt blijft tot het aanpakken van de dreiging en mag alleen kortlopende contracten toestaan. De Commissie moet de Groep coördinatie gas op de hoogte brengen en bij het Europees Parlement en de Raad een verslag indienen waarin de opschorting en elke verlenging daarvan wordt gerechtvaardigd, en nauwlettend toezien op de toepassing van dergelijke tijdelijke opschortingen.

(37)

Om wat betreft sancties “forumshoppen” te voorkomen en om te zorgen voor een consistente toepassing van deze verordening, moeten de lidstaten geharmoniseerde regels inzake sancties voor inbreuken op deze verordening vaststellen. Aangezien inbreuken op deze verordening echter ook inbreuken kunnen vormen op andere Uniewetgeving die nauw verband houdt met de verbodsbepalingen en verplichtingen waarin deze verordening voorziet, zoals de douanewetgeving, beperkende maatregelen of Verordening (EU) 2017/1938, mag het opleggen van sancties niet leiden tot een schending van het ne bis in idem-beginsel, in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de desbetreffende jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Deze verordening laat het opleggen van strafrechtelijke sancties uit hoofde van het nationale recht onverlet.

(38)

De bij deze verordening ingevoerde maatregelen weerspiegelen volledig het beginsel van energiesolidariteit. Het niveau van blootstelling aan de invoer van Russisch gas varieert immers van lidstaat tot lidstaat, en veel lidstaten hebben al maatregelen genomen om Russisch gas uit te faseren. Deze verordening garandeert dat de uitfasering van Russisch gas in de hele Unie op gecoördineerde wijze wordt aangepakt, waarbij de solidariteit tussen de lidstaten behouden blijft.

(39)

Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten op een gecoördineerde wijze en zonder risico op marktversnippering kunnen worden verwezenlijkt, maar beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.

(40)

Gezien het belang voor de Unie om de verdere economische afhankelijkheid van uit de Russische Federatie ingevoerd gas onverwijld uit te faseren, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Na de Verklaring van Versailles van maart 2022 en de aanneming van het voorstel voor deze verordening op 17 juni 2025 hebben marktdeelnemers ruimschoots tijd gehad om hun leveringsportefeuille aan te passen. Niettemin lijkt het passend te voorzien in een overgangsperiode zodat gasleveranciers die hun leveringsstrategieën nog niet hebben aangepast de nodige regelingen kunnen treffen om aan deze verordening te voldoen. Het verbod op de invoer van gas uit de Russische Federatie mag daarom pas van toepassing zijn vanaf 18 maart 2026. Om importeurs met bestaande leveringscontracten en importeurs die nieuwe contracten sluiten, in staat te stellen om tijdig en zonder verstoringen van de geplande gasinvoer de nodige voorafgaande toestemming te verkrijgen, moeten de verschillende toestemmingsprocedures waarin deze verordening voorziet van toepassing zijn vóór het verbod op invoer van gas uit de Russische Federatie van toepassing wordt,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening wordt het kader vastgesteld om een einde te maken aan de resterende blootstelling van de Unie aan de aanzienlijke risico's wat de handel en de leveringszekerheid betreft ten gevolge van de handel in aardgas met de Russische Federatie en om de effectieve en tijdige uitfasering van de olie-invoer uit de Russische Federatie voor te bereiden, door de invoering van:

a)

een stapsgewijs verbod op de invoer van aardgas uit de Russische Federatie;

b)

regels om dat verbod en de uitfasering van olie-invoer uit de Russische Federatie toe te passen en te monitoren, en

c)

bepalingen om de energievoorzieningszekerheid in de Unie beter te beoordelen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)

“aardgas”: gas in de zin van de codes 2711 11 00 en 2711 21 00 van de gecombineerde nomenclatuur (GN);

2)

“lng”: vloeibaar aardgas in de zin van GN-code 2711 11 00;

3)

“aardgas in gasvormige toestand”: aardgas in de zin van GN-code 2711 21 00;

4)

“mengsels”: mengsels van lng-volumes uit verschillende landen van oorsprong;

5)

“langlopend leveringscontract”: een contract voor de levering van aardgas, met uitzondering van aardgasderivaten, met een looptijd van meer dan één jaar;

6)

“kortlopend leveringscontract”: een contract voor de levering van aardgas, met uitzondering van aardgasderivaten, met een looptijd van hoogstens één jaar;

7)

“niet aan zee grenzend land”: een land dat volledig omgeven is door land en geen rechtstreekse toegang tot de zee heeft;

8)

“invoer”: het plaatsen van goederen onder de regeling in het vrije verkeer brengen, in de zin van artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (9) (het “douanewetboek van de Unie”);

9)

“importeur”: de natuurlijke of rechtspersoon die aangever is zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 15), van het douanewetboek van de Unie, in de desbetreffende douaneaangifte of een natuurlijke of rechtspersoon, met inbegrip van verbonden ondernemingen, die goederen in het douanegebied van de Unie binnenbrengt of anderszins goederen in de Unie op de markt brengt;

10)

“verbonden ondernemingen”: verbonden ondernemingen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 12), van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (10);

11)

“douaneautoriteit”: douaneautoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 1), van het douanewetboek van de Unie;

12)

“toestemmingverlenende autoriteit”: de autoriteit die bevoegd is voor het beoordelen van krachtens artikel 5 ingediende toestemmingsverzoeken;

13)

“bevoegde autoriteit”: een bevoegde instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 7, van Verordening (EU) 2017/1938;

14)

“regulerende instantie”: een regulerende instantie die is aangewezen krachtens artikel 76, lid 1, van Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad (11);

15)

“zeggenschap”: zeggenschap zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 55), van Richtlijn (EU) 2024/1788;

16)

“interconnectiepunt”: een interconnectiepunt zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 63), van Richtlijn (EU) 2024/1788;

17)

“interconnector”: een interconnector zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 39), van Richtlijn (EU) 2024/1788;

18)

“entrypunt”: een entrypunt zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 61), van Richtlijn (EU) 2024/1788;

19)

“exitpunt”: een exitpunt zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 62), van Richtlijn (EU) 2024/1788;

20)

“plaats van levering”: de in een gasleveringscontract vermelde fysieke of virtuele plaats waar aardgas door een verkoper wordt geleverd en door een koper wordt ontvangen;

21)

“overeengekomen hoeveelheden”: de hoeveelheden aardgas die een koper moet kopen en een verkoper moet leveren, zoals gespecificeerd in het oorspronkelijke leveringscontract, doch met uitzondering van hoeveelheden die voortvloeien uit contractuele bepalingen strekkende tot wijziging van basishoeveelheden, zoals naar boven afgeronde hoeveelheden, fractionele hoeveelheden, extra hoeveelheden of andere volumetrische aanpassingen volgens de bepalingen van het contract, met uitzondering van vóór 17 juni 2025 betaalde navulhoeveelheden;

22)

“naar boven afgeronde hoeveelheden”: hoeveelheden aardgas die worden toegevoegd aan de overeengekomen jaarlijkse hoeveelheid in een bepaald jaar, om ervoor te zorgen dat de laatste lading naar boven kan worden afgerond naar een gehele lading;

23)

“fractionele hoeveelheden”: hoeveelheden aardgas die naar volgende contractjaren worden doorgeschoven indien de hoeveelheid die in een jaar is geleverd meer of minder bedraagt dan de aangepaste overeengekomen jaarlijkse hoeveelheid na de aanpassingen; die volumes kunnen positief of negatief zijn;

24)

“extra hoeveelheden”: hoeveelheden aardgas die kunnen worden toegevoegd aan de overeengekomen jaarlijkse hoeveelheid op basis van leveringscontracten, naar keuze van een partij bij een leveringscontract;

25)

“betaalde navulhoeveelheden”: de hoeveelheden aardgas die een koper mag of moet afnemen en betalen in daaropvolgende perioden, overeenkomstig minimale “take-or-pay”-vereisten en ter compensatie van hoeveelheden die in voorgaande perioden zijn overeengekomen maar niet zijn afgenomen, zoals bepaald in een langlopend leveringscontract;

26)

“leveringsschema”: het tussen de partijen bij een gasleveringscontract overeengekomen tijdschema of plan waarin de hoeveelheden aardgas zijn gespecificeerd die in bepaalde tijdsintervallen door een verkoper moeten worden geleverd en door een koper moeten worden afgenomen, met inbegrip van het tijdstip, de plaats en de voorwaarden van de levering, zoals uiteengezet in een leveringscontract of bijbehorende operationele procedures;

27)

“nominatie”: een nominatie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8), van Verordening (EU) 2024/1789 van het Europees Parlement en de Raad (12);

28)

“olie”: ruwe olie, aardgascondensaten, raffinagegrondstoffen, additieven en oxygenaten, en andere koolwaterstofproducten en olieproducten die onder de GN-codes 2709 en 2710 vallen;

29)

“land van productie”: het land waar het aardgas wordt gewonnen, ongeacht of dat aardgas vervolgens in een ander land vloeibaar of opnieuw gasvormig is gemaakt; indien aardgas dat in andere landen dan de Russische Federatie wordt gewonnen, in de Russische Federatie vloeibaar of opnieuw gasvormig wordt gemaakt, wordt de Russische Federatie als het land van productie beschouwd.

HOOFDSTUK II

STAPSGEWIJS VERBOD OP DE INVOER VAN AARDGAS UIT DE RUSSISCHE FEDERATIE

Artikel 3

Verbod op de invoer van aardgas uit de Russische Federatie

1.   De invoer via pijpleidingen van aardgas in gasvormige toestand (“pijpleidinggas”) dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, is verboden, tenzij een van de bij artikel 4 ingestelde tijdelijke vrijstellingen van toepassing is.

2.   De invoer van lng dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, of dat is verkregen uit aardgas in gasvormige toestand dat in de Russische Federatie is gewonnen, is verboden, tenzij een van de bij artikel 4 ingestelde tijdelijke vrijstellingen van toepassing is. Dit verbod is ook van toepassing op lng dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, of dat is verkregen uit aardgas in gasvormige toestand dat in de Russische Federatie is gewonnen en dat is vervat in mengsels.

Artikel 4

Tijdelijke vrijstelling voor bestaande leveringscontracten

1.   Het verbod op grond van artikel 3, lid 1, is van toepassing met ingang van 17 juni 2026, en het verbod op grond van artikel 3, lid 2, is van toepassing met ingang van 25 april 2026, indien ten genoegen van de toestemmingverlenende autoriteiten kan worden aangetoond dat de relevante invoer plaatsvindt op basis van een kortlopend leveringscontract dat is gesloten vóór 17 juni 2025 en daarna niet is gewijzigd, tenzij de wijziging onder lid 5 van dit artikel valt.

2.   Het verbod op grond van artikel 3, lid 1, van deze verordening is van toepassing met ingang van 30 september 2027 indien ten genoegen van de toestemmingverlenende autoriteiten kan worden aangetoond dat de relevante invoer wordt verricht op basis van een langlopend leveringscontract dat is gesloten vóór 17 juni 2025 en daarna niet is gewijzigd, tenzij de wijziging onder lid 5 van dit artikel valt.

Indien de Commissie een risico vaststelt dat een lidstaat de vuldoelstelling voor 2027 voor ondergrondse opslag overeenkomstig artikel 6 bis van Verordening (EU) 2017/1938 mogelijk niet haalt, rekening houdend met de omstandigheden waarin het risico dat de doelstelling niet wordt gehaald, zich voordoet, bevestigt zij dat risico uiterlijk op 15 september 2027 door middel van een uitvoeringsbesluit.

Indien de Commissie op grond van de tweede alinea van dit lid een uitvoeringsbesluit vaststelt, is het verbod op grond van artikel 3, lid 1, van deze verordening pas met ingang van 1 november 2027 in die lidstaat van toepassing, wanneer ten genoegen van de toestemmingverlenende autoriteiten kan worden aangetoond dat de relevante invoer wordt verricht in het kader van een langlopend leveringscontract dat vóór 17 juni 2025 is gesloten en daarna niet wordt gewijzigd, tenzij de wijziging onder lid 5 van dit artikel valt. De Commissie stelt de het Europees Parlement, de Raad en de bij artikel 4 van Verordening (EU) 2017/1938 opgerichte Groep coördinatie gas onverwijld in kennis van haar uitvoeringsbesluit.

3.   Het verbod op grond van artikel 3, lid 2, is van toepassing met ingang van 1 januari 2027, indien ten genoegen van de toestemmingverlenende autoriteiten kan worden aangetoond dat de relevante invoer van aardgas wordt verricht op basis van een langlopend leveringscontract dat is gesloten vóór 17 juni 2025 en daarna niet is gewijzigd, tenzij de wijziging onder lid 5 van dit artikel valt.

4.   Het verbod op grond van artikel 3 is van toepassing met ingang van 30 september 2027 of, indien de Commissie overeenkomstig lid 2, van dit artikel een uitvoeringsbesluit heeft vastgesteld, met ingang van 1 november 2027, indien ten genoegen van de toestemmingverlenende autoriteiten kan worden aangetoond dat:

a)

de relevante invoer wordt verricht op basis van een kortlopend leveringscontract met levering aan een niet aan zee grenzend land die noodzakelijk is ter uitvoering van het in punt b) bedoelde langlopende leveringscontract, en

b)

de relevante invoer wordt verricht in het kader van een langlopend leveringscontract, met levering aan een niet aan zee grenzend land voor de invoer van pijpleidinggas:

i)

dat is gesloten vóór 17 juni 2025 en daarna niet is gewijzigd, tenzij de wijziging onder lid 5 van dit artikel valt;

ii)

dat betrekking heeft op de levering van gas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, en

iii)

waarbij de levering op de oorspronkelijke plaats van levering aan een grens tussen de Unie en een derde land niet langer kan worden uitgevoerd.

5.   De bij de leden 1, 2, 3 en 4 ingestelde tijdelijke vrijstellingen zijn tevens van toepassing op bestaande leveringscontracten met de volgende wijzigingen:

a)

verlaging van de overeengekomen hoeveelheden;

b)

verlaging van de prijzen en de vergoedingen;

c)

wijziging van de vertrouwelijkheidsclausules;

d)

wijziging van operationele procedures, zoals communicatieprocedures;

e)

adreswijzigingen van contractpartijen;

f)

overdrachten van contractuele verplichtingen tussen verbonden ondernemingen;

g)

noodzakelijke wijzigingen als gevolg van gerechtelijke of arbitrageprocedures, of

h)

voor niet aan zee grenzende landen, veranderingen van nationale plaatsen van levering.

6.   De overeenkomstig de leden 1, 2, 3 en 4 ingevoerde hoeveelheden mogen de overeengekomen hoeveelheden niet overschrijden.

HOOFDSTUK III

VOORAFGAANDE TOESTEMMING VOOR IMPORT EN VERSTREKKING EN UITWISSELING VAN RELEVANTE INFORMATIE

Artikel 5

Voorafgaande toestemming voor invoer en verstrekking van relevante informatie

1.   Indien om een tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 4 wordt verzocht, is die invoer onderworpen aan voorafgaande toestemming. De toestemmingverlenende autoriteiten ontvangen alle informatie die zij nodig hebben om te beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 4 wordt voldaan.

2.   De in lid 1 bedoelde informatie betreft ten minste:

a)

de datum waarop het gasleveringscontract gesloten is;

b)

de duur van het gasleveringscontract;

c)

de overeengekomen hoeveelheden, met inbegrip van alle opwaartse of neerwaartse flexibiliteitsrechten;

d)

de identiteit van de partijen bij het gasleveringscontract, met inbegrip van, voor partijen die in de Uniezijn geregistreerd, hun registratie- en identificatienummer van marktdeelnemer (EORI);

e)

voor de invoer van lng, de plaats van liquefactie en de haven van eerste lading;

f)

voor mengsels, documentatie die de hoeveelheden aardgas die van oorsprong zijn uit of direct of indirect worden uitgevoerd uit de Russische Federatie en die niet van oorsprong zijn uit of direct of indirect worden uitgevoerd uit de Russische Federatie in het mengsel, alsook informatie ter staving van het mengprocedé;

g)

de plaatsen van levering, met inbegrip van mogelijke flexibiliteitsbepalingen met betrekking tot plaatsen van levering, en

h)

alle wijzigingen in het gasleveringscontract, met vermelding van de inhoud en de datum van elke wijziging, met uitzondering van wijzigingen die uitsluitend betrekking hebben op de prijs van het gas.

Indien om een tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 4 wordt verzocht en de prijs van het aardgas op of na 17 juni 2025 is gewijzigd, bevat de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie over de prijswijziging.

De in lid 1 bedoelde informatie wordt uiterlijk één maand vóór de binnenkomst van het aardgas in het douanegebied van de Unie aan de toestemmingverlenende autoriteit verstrekt. Dezelfde termijn is van toepassing op mengsels die aardgas bevatten dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie.

3.   Invoer van aardgas waarvan het land van productie niet de Russische Federatie is, is onderworpen aan voorafgaande toestemming, tenzij die invoer onder lid 4 valt. De toestemmingverlenende autoriteiten in de lidstaat waar het aardgas in het vrije verkeer wordt gebracht, ontvangen uiterlijk vijf werkdagen voordat het in het douanegebied van de Unie wordt binnengebracht alle informatie die nodig is, tot vaststelling van het land van productie van dat aardgas.

4.   Een vrijstelling van de in lid 3 bedoelde voorafgaande toestemming is van toepassing indien er aardgas wordt ingevoerd uit een land dat aardgas produceert en in 2024 meer dan 5 miljard kubieke meter aardgas naar de Unie heeft uitgevoerd dat:

a)

de invoer van aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, heeft verboden of andere beperkende maatregelen met betrekking tot dergelijk gas toepast, of

b)

over geen gasinfrastructuur voor de invoer van lng of pijpleidinggas beschikt.

Uiterlijk vijf werkdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening stelt de Commissie door middel van een uitvoeringsbesluit de lijst op van landen die aan de voorwaarden van de eerste alinea voldoen.

De Commissie controleert of de voorwaarden van de eerste alinea van dit lid vervuld blijven, en werkt de lijst dienovereenkomstig en zonder onnodige vertraging bij op basis van de informatie die door de toestemmingverlenende autoriteiten of, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten en door organen van de Unie op grond van artikel 7, lid 2, wordt verstrekt.

De Commissie kan, door middel van een uitvoeringsbesluit, de in de eerste alinea van dit lid vastgestelde vrijstelling van voorafgaande toestemming intrekken indien de toestemmingverlenende autoriteiten of, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten, een of meer gevallen van omzeiling van de verbodsbepalingen van artikel 3 door exporteurs uit een land als bedoeld in de eerste alinea van dit lid vaststellen of indien de Commissie redenen heeft om aan te nemen dat autoriteiten van landen van uitvoer niet op passende wijze optreden tegen omzeilingspraktijken.

5.   De toestemmingverlenende autoriteiten, de douaneautoriteiten en andere autoriteiten die betrokken zijn bij de in de artikelen 6 en 7 bedoelde monitoring, kunnen, indien zij van oordeel zijn dat de in het kader van de procedure van voorafgaande toestemming verstrekte informatie ontoereikend is om te beoordelen of de toestemming moet worden verleend, om meer gedetailleerde informatie verzoeken. Zij kunnen zich ook beroepen op informatie uit andere bronnen. De toestemmingverlenende autoriteiten kunnen met name vereisen dat de gehele tekst van sommige bepalingen van het gasleveringscontract of de volledige tekst van het gasleveringscontract, wordt ingediend, met uitzondering van informatie over de prijs, met name wanneer bepaalde contractbepalingen met elkaar in verband staan of wanneer volledige kennis van de formulering van de contractbepalingen van cruciaal belang is voor de beoordeling.

Indien de verstrekte informatie niet volstaat, weigeren de douaneautoriteiten toestemming te geven om de relevante goederen in het vrije verkeer te brengen.

De Commissie publiceert, in nauwe samenwerking met de toestemmingverlenende autoriteiten en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten, richtsnoeren over nadere bijzonderheden met betrekking tot de procedure voor voorafgaande toestemming en de passende soorten documenten en bewijsstukken die moeten worden ingediend.

6.   De toestemmingverlenende autoriteiten en de douaneautoriteiten verifiëren het ingediende bewijsmateriaal om het land van productie vast te stellen, en verzoeken, in voorkomend geval, om nadere informatie, waaronder, maar niet beperkt tot, documentatie met betrekking tot de upstreamlevering, zoals openbaar beschikbare informatie van satellietvolgsystemen voor lng-ladingen of traceringsinformatie van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid.

7.   Aardgas dat in de Unie wordt ingevoerd via grenzen, interconnectoren of interconnectiepunten tussen de Unie en de Russische Federatie of Belarus, of via pijpleidingen die de Russische Federatie met de Unie verbinden, door derde landen lopen en tussen de Russische Federatie en de Unie geen entrypunten hebben, wordt geacht direct of indirect uit de Russische Federatie te zijn uitgevoerd.

8.   Aardgas dat via het interconnectiepunt Strandzha 1 in de Unie wordt ingevoerd, wordt geacht direct of indirect uit de Russische Federatie te zijn uitgevoerd, tenzij uiterlijk zeven werkdagen vóór binnenkomst van dat gas in het douanegebied van de Unie ondubbelzinnig bewijsmateriaal aan de toestemmingverlenende autoriteiten wordt verstrekt waaruit blijkt dat het land van productie van het aardgas niet de Russische Federatie is.

9.   Indien veranderingen met betrekking tot de gasinfrastructuur of handelspatronen leiden tot een situatie waarin andere interconnectiepunten dan Strandzha 1 de Unie verbinden met pijpleidingsystemen die aanzienlijke hoeveelheden aardgas vervoeren die van oorsprong zijn uit of direct of indirect worden uitgevoerd uit de Russische Federatie, is lid 8 van overeenkomstige toepassing op aardgas dat via die interconnectiepunten moet worden ingevoerd. De Commissie wijst de relevante interconnectiepunten aan door middel van een uitvoeringsbesluit van de Commissie.

10.   Indien aardgas door de Unie uit een derde land naar een ander derde land wordt vervoerd volgens een douanevervoerregeling overeenkomstig het douanewetboek van de Unie, onder meer voor opslag in het kader van een regeling douane-entrepot, worden de toestemmingverlenende autoriteiten en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten, uiterlijk vijf werkdagen vóór de geplande doorvoer in kennis gesteld van:

a)

het land van productie van het aardgas dat onder een douanevervoerregeling zal worden vervoerd, tenzij daarover geen informatie beschikbaar is;

b)

de geplande of feitelijke nominatieschema’s waarin volume, tijden en entry- en exitpunten van de gasdoorvoer worden vermeld, indien van toepassing gespecificeerd per dag;

c)

de volumes en de plaatsen van levering in de gasleveringscontracten, en

d)

het contract tussen de verkoper, de koper of een intermediaire entiteit en de betrokken transmissiesysteembeheerders in de Unie, indien van toepassing.

De toestemmingverlenende autoriteiten controleren de consistentie van de gegevens en delen, in voorkomend geval, de ontvangen informatie onverwijld met de douaneautoriteiten.

11.   Indien exploitanten in het kader van tijdelijke opslag of een regeling voor douanedoorvoer of douane-entrepot uit hoofde van het douanewetboek van de Unie, aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, opslaan op het grondgebied van de Unie, voorzien de lidstaten in adequate monitoring- en handhavingsmechanismen om ervoor te zorgen dat het gebruik van opslag in de Unie door derde landen geen risico vormt voor de nationale of regionale voorzieningszekerheid of de naleving van de opslagverplichtingen van de artikelen 6 bis tot en met 6 quinquies van Verordening (EU) 2017/1938, en verstrekken zij relevante informatie aan de Commissie.

Artikel 6

Effectieve monitoring en verslaglegging

1.   De douaneautoriteiten en, voor zover relevant, de bevoegde autoriteiten en de regelgevende instanties, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en het Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER), zorgen voor de effectieve monitoring van de bepalingen van hoofdstuk II, maken indien nodig gebruik van hun volledige handhavingsbevoegdheden, en werken nauw samen met andere relevante nationale autoriteiten, autoriteiten van andere lidstaten, autoriteiten van de Unie en de Commissie.

2.   Bij de uitoefening van hun bevoegdheden concentreren de toestemmingverlenende autoriteiten en de douaneautoriteiten in het kader van hun handhavingsactiviteiten hun aandacht op interconnectiepunten, lng-installaties of doorvoerpijpleidingen waar het risico op omzeiling groot is, bijvoorbeeld wanneer invoer aankomt uit derde landen die ook aardgas verhandelen dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, of die aardgas uitvoeren uit productiefaciliteiten die gedeeltelijk eigendom zijn van bedrijven uit de Russische Federatie. De autoriteiten moeten hun handhavingsprioriteiten waar nodig aanpassen om op te treden tegen eventuele omzeilingspraktijken die tijdens de uitvoering van deze verordening zijn vastgesteld, gebruikmakend van het mechanisme voor samenwerking tussen autoriteiten in overeenstemming met artikel 7. De Commissie monitort, in samenwerking met de lidstaten, de totale volumes aardgas die via derde landen worden ingevoerd om potentiële risico’s op omzeiling van de artikelen 3 en 4 te beoordelen.

Artikel 7

Samenwerking en uitwisseling van informatie

1.   De toestemmingverlenende autoriteit is de douaneautoriteit, tenzij een lidstaat daartoe een andere autoriteit aanwijst. Wanneer een lidstaat een andere autoriteit dan de douaneautoriteit als toestemmingverlenende autoriteit aanwijst, stelt die lidstaat de Commissie daarvan in kennis.

2.   De toestemmingverlenende autoriteiten werken samen en wisselen de ontvangen informatie over de invoer van aardgas uit met regulerende instanties, bevoegde autoriteiten en, in voorkomend geval, douaneautoriteiten, alsmede met OLAF, het EOM, ACER en de Commissie, in overeenstemming met hun respectieve taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden en voor zover mogelijk om effectief te kunnen beoordelen of de artikelen 3 en 4 worden nageleefd. Zij wisselen met name informatie uit over mogelijke omzeilingspraktijken die tijdens de uitvoering van deze verordening zijn vastgesteld.

3.   De toestemmingverlenende autoriteiten en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten verstrekken de Commissie relevante informatie aan de hand waarvan zij kan controleren of de specifieke voorwaarden van artikel 4, leden 1 tot en met 5, vervuld blijven. Daarbij controleert de Commissie met name of die bepalingen niet worden gebruikt voor omzeiling.

4.   Naast de overeenkomstig lid 3 verstrekte informatie stellen de toestemmingverlenende autoriteiten en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten regulerende instanties, bevoegde autoriteiten, ACER en de Commissie maandelijks in kennis van de voornaamste elementen van de ontwikkeling inzake de invoer van aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, zoals hoeveelheden die worden ingevoerd op basis van langlopende of kortlopende leveringscontracten, entrypunten of contractuele partners. Die informatie heeft ook betrekking op belangrijke ontwikkelingen met betrekking tot aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie dat de Unie binnenkomt op grond van een douanevervoerregeling als bedoeld in artikel 5, lid 10.

5.   De toestemmingverlenende autoriteiten en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van verschillende lidstaten wisselen voor zover nodig ontvangen informatie over de invoer van aardgas uit en werken met elkaar samen om een efficiënte handhaving van deze verordening te waarborgen en omzeiling te voorkomen. Zij maken gebruik van bestaande instrumenten en gegevensbanken die het mogelijk maken relevante informatie effectief uit te wisselen tussen nationale autoriteiten in hun lidstaat en autoriteiten in andere lidstaten, of zetten dergelijke instrumenten waar nodig op.

6.   Op basis van de gegevens die ACER in het kader van deze verordening heeft ontvangen en van eigen informatie publiceert het uiterlijk op 1 juli 2026 en 1 juli 2027 een verslag met een overzicht van de contracten voor de levering van aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, alsook een beoordeling van de gevolgen van de diversificatie voor de energiemarkten. In voorkomend geval bevat het verslag ook gegevens over aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie dat de Unie binnenkomt op basis van een douanevervoerregeling als bedoeld in artikel 5, lid 10.

7.   De Commissie en ACER delen voor zover nodig relevante informatie waarover zij beschikken over contracten met betrekking tot de invoer van aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie met de toestemmingverlenende autoriteiten en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten om de handhaving van deze verordening te vergemakkelijken.

8.   Indien dit relevant is voor de nakoming van de verplichting inzake de uitwisseling van informatie overeenkomstig dit artikel, is Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad (13) van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8

Sancties

1.   De lidstaten stellen doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties vast voor niet-naleving van artikel 3, 4 of 5.

2.   De maximumstraf voor rechtspersonen bedraagt ten minste:

a)

3,5 % van de totale wereldwijde jaaromzet van de onderneming in het voorgaande boekjaar;

b)

40 miljoen EUR, of

c)

300 % van de geraamde transactieomzet, die wordt berekend op basis van het volume van het betrokken aardgas en de day-aheadcontractprijzen op de TTF-markt.

De maximumstraf voor natuurlijke personen bedraagt ten minste 2,5 miljoen EUR.

3.   Indien het rechtsstelsel van een lidstaat de bevoegde autoriteiten niet de bevoegdheid verleent om onafhankelijk bestuursrechtelijke geldboeten op te leggen, kan dit artikel zodanig worden toegepast dat de boeteprocedure wordt geïnitieerd door de bevoegde autoriteit en de geldboete wordt opgelegd door de bevoegde nationale rechterlijke instantie, waarbij wordt gewaarborgd dat die rechtsmiddelen doeltreffend zijn en eenzelfde effect hebben als de door de toezichthoudende autoriteiten opgelegde bestuursrechtelijke geldboeten. De opgelegde boeten zijn in elk geval doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

4.   De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 4 februari 2028 in kennis van de geldende nationale bepalingen ter uitvoering van dit artikel en stellen haar tevens onverwijld in kennis van alle latere wijzigingen die van invloed zijn op die bepalingen.

HOOFDSTUK IV

NATIONALE DIVERSIFICATIEPLANNEN

Artikel 9

Nationale diversificatieplannen voor aardgas

1.   Elke lidstaat stelt een plan op met maatregelen voor, mijlpalen in en potentiële belemmeringen voor de diversificatie van zijn gasvoorziening (een “nationaal diversificatieplan voor aardgas”), teneinde binnen de termijn op grond van de artikelen 3 en 4, een einde te maken aan alle invoer van aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect is uitgevoerd uit de Russische Federatie.

2.   Nationale diversificatieplannen voor aardgas omvatten al de volgende elementen:

a)

de beschikbare informatie over het volume ingevoerd aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect is uitgevoerd uit de Russische Federatie in het kader van bestaande leveringscontracten;

b)

een duidelijke beschrijving van de ondersteunende maatregelen die zijn genomen en van de ondersteunende maatregelen die gepland zijn op nationaal niveau met het oog op de vervanging van aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, met inbegrip van de hoeveelheden die naar verwachting zullen worden uitgefaseerd, de mijlpalen en een tijdlijn voor de uitvoering en, indien beschikbaar, de geplande opties voor alternatieve leveringen en aanvoerroutes. Die maatregelen kunnen betrekking hebben op het gebruik van het AggregateEU-platform dat is opgericht op grond van artikel 42 van Verordening (EU) 2024/1789, steunmaatregelen voor diversificatie-inspanningen van energiemaatschappijen, samenwerking binnen regionale groepen zoals de Groep op hoog niveau voor energieconnectiviteit voor Centraal- en Zuidoost-Europa, het in kaart brengen van alternatieven voor de invoer van aardgas via elektrificatie, energietoereikendheid, energie-efficiëntiemaatregelen, stimulansen voor de productie van biogas, biomethaan en schone waterstof, de uitrol van hernieuwbare energie, maatregelen ter vrijwillige vraagreductie, of door andere lidstaten geboden mogelijkheden om diversificatie van de voorziening te vergemakkelijken;

c)

een overzicht van de potentiële belemmeringen van technische, contractuele of regulerende aard voor het vervangen van aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, en opties om die belemmeringen uit de weg te ruimen.

3.   Uiterlijk op 1 maart 2026 leggen de lidstaten hun nationale diversificatieplannen voor aardgas aan de hand van de template in bijlage I voor aan de Commissie.

4.   De Commissie faciliteert voor zover nodig de opstelling en uitvoering van de nationale diversificatieplannen voor aardgas, onder meer door beste praktijken aan te reiken en technische bijstand te bieden. Tijdens de overgangsperiode voor bestaande leveringscontracten in het kader van artikel 4 van deze verordening werkt de Commissie samen met de lidstaten bij hun inspanningen om te diversifiëren en alternatieve leveringsbronnen te vinden. Nieuwe leveringen zouden ook de gederfde inkomsten kunnen compenseren door gebruik te maken van bestaande infrastructuur die voorheen werd gebruikt voor aardgas in doorvoer dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie. De lidstaten brengen regelmatig aan de Groep coördinatie gas verslag uit over de vooruitgang die geboekt is bij de opstelling, vaststelling en uitvoering van hun nationale diversificatieplannen voor aardgas. De Commissie beoordeelt, op basis van de nationale diversificatieplannen voor aardgas, de implementatie van de uitfasering van aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, en zij brengt daarover verslag uit aan de Groep coördinatie gas, zoals bepaald in artikel 17 van Verordening (EU) 2017/1938.

Artikel 10

Nationale diversificatieplannen voor olie (ruwe aardolie en aardolieproducten)

1.   Een lidstaat die olie invoert die van oorsprong is uit of direct of indirect is uitgevoerd uit de Russische Federatie, stelt een plan op met maatregelen voor, mijlpalen in en potentiële belemmeringen voor de diversificatie van zijn olievoorziening (een “nationaal diversificatieplan voor olie”), teneinde uiterlijk eind 2027 een einde te maken aan de invoer van olie die van oorsprong is uit of direct of indirect is uitgevoerd uit de Russische Federatie.

2.   Nationale diversificatieplannen voor olie omvatten alle volgende elementen:

a)

de beschikbare informatie over het volume ingevoerde olie dat van oorsprong is uit of direct of indirect is uitgevoerd uit de Russische Federatie op basis van bestaande leveringscontracten;

b)

maatregelen die op nationaal niveau zijn gepland om olie te vervangen die van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, met inbegrip van de hoeveelheden die naar verwachting zullen worden uitgefaseerd, de mijlpalen en een tijdlijn voor de uitvoering, en opties voor alternatieve leveringen, aanvoerroutes en energiebronnen, alsmede door andere lidstaten geboden mogelijkheden om diversificatie van de voorziening te vergemakkelijken;

c)

de maatregelen die op nationaal niveau zijn genomen en gepland om, voor zover mogelijk, te zorgen voor transparantie en traceerbaarheid van olie die van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, met inbegrip van maatregelen om te controleren of er mogelijk olie met een nieuw etiket is ingevoerd;

d)

mogelijke verboden op nationaal niveau op de invoer van olie die van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie;

e)

potentiële belemmeringen van technische, contractuele of regulerende aard voor het vervangen van olie die van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, en opties om die belemmeringen uit de weg te ruimen.

3.   Uiterlijk op 1 maart 2026 dienen de lidstaten bij de Commissie hun nationale diversificatieplannen voor olie in aan de hand van de template in bijlage II. De Commissie publiceert uiterlijk één maand na de indiening van de van de lidstaten ontvangen plannen een niet-vertrouwelijke versie van de plannen.

4.   De Commissie faciliteert voor zover nodig de opstelling en uitvoering van de nationale diversificatieplannen voor olie, onder meer door beste praktijken aan te reiken en technische bijstand te bieden. De Commissie ondersteunt de samenwerking tussen de lidstaten bij de uitvoering van hun nationale diversificatieplannen voor olie. De Commissie beoordeelt de gevolgen van een mogelijke versnelde beëindiging van de olie-invoer voor de lidstaten die het zwaarst worden getroffen door een volledige uitfasering van de Russische olieleveringen. Zij werkt actief met de rechtstreeks betrokken lidstaten en andere relevante lidstaten samen aan oplossingen om de bij de beoordeling vastgestelde mogelijke risico’s tot een minimum te beperken. De lidstaten brengen regelmatig aan de bij artikel 17 van Richtlijn 2009/119/EG van de Raad (14) opgerichte Groep coördinatie olie verslag uit over de vooruitgang die geboekt is bij de opstelling, vaststelling en uitvoering van hun nationale diversificatieplannen voor olie.

5.   Indien volgens een nationaal diversificatieplan voor olie het risico bestaat dat de uitfasering van olie die van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, niet uiterlijk eind 2027 wordt verwezenlijkt, richt de Commissie, na beoordeling van het relevante nationale diversificatieplan en binnen drie maanden na de indiening ervan, aan de betrokken lidstaat een aanbeveling over de wijze waarop de uitfasering tijdig kan worden verwezenlijkt en publiceert zij die aanbeveling. Naar aanleiding van die aanbeveling actualiseert de betrokken lidstaat zijn nationaal diversificatieplan voor olie binnen drie maanden, rekening houdend met de aanbeveling van de Commissie.

HOOFDSTUK V

TOEZICHT OP DE GASVOORZIENINGSZEKERHEID

Artikel 11

Wijziging van Verordening (EU) 2017/1938

Verordening (EU) 2017/1938 wordt als volgt gewijzigd:

1)

aan artikel 2 worden de volgende punten toegevoegd:

“33)

“take-or-pay-bepaling”: een contractbepaling waarbij de koper wordt verplicht om een gespecificeerde minimumhoeveelheid gas af te nemen in een bepaalde periode, ofwel voor die hoeveelheid te betalen, ongeacht of het gas daadwerkelijk wordt ontvangen;

34)

“deliver-or-pay-bepaling”: een contractbepaling waarbij de verkoper wordt verplicht een contractueel overeengekomen boete te betalen indien het gas niet wordt geleverd.”

;

2)

artikel 14, lid 6, wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan de eerste alinea wordt het volgende punt toegevoegd:

“c)

aan de Commissie en de betrokken bevoegde autoriteiten, de volgende informatie met betrekking tot gasleveringscontracten voor gas dat van oorsprong is uit of direct of indirect is uitgevoerd uit de Russische Federatie:

i)

de informatie bedoeld in artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) 2026/261 van het Europees Parlement en de Raad (*1);

ii)

informatie over de hoeveelheden die moeten worden geleverd en afgenomen, met inbegrip van mogelijke flexibiliteitsmechanismen krachtens take-or-pay- of deliver-or-pay-bepalingen;

iii)

leveringsschema’s (lng) of nominaties (pijpleidinggas);

iv)

mogelijke contractuele flexibiliteitsmechanismen met betrekking tot de jaarlijks overeengekomen hoeveelheden, met inbegrip van navulhoeveelheden;

v)

voorwaarden voor de opschorting of stopzetting van gasleveringen, met inbegrip van overmachtsbepalingen;

vi)

informatie over de wetten die van toepassing zijn op het contract en het gekozen arbitragemechanisme;

vii)

belangrijke elementen van andere commerciële overeenkomsten die relevant zijn voor de uitvoering van het gasleveringscontract, met uitzondering van prijsinformatie.

(*1)  Verordening (EU) 2026/261 van het Europees Parlement en de Raad van 26 januari 2026 inzake de uitfasering van de invoer van Russisch aardgas en de voorbereiding van de uitfasering van de invoer van Russische olie, de verbetering van de monitoring van potentiële energieafhankelijkheid en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1938 (PB L, 2026/261, 2.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/261/oj).”;"

b)

de volgende alinea’s worden toegevoegd:

“De in punt c) van de eerste alinea bedoelde informatie wordt uiterlijk op 4 maart 2026 en voor elk contract in uitgesplitst formaat verstrekt, met inbegrip van de volledige relevante tekstgedeelten, met uitzondering van prijsinformatie, met name indien volledige kennis van de formulering van de contractbepalingen van cruciaal belang is voor de beoordeling van de gasvoorzieningszekerheid of indien bepaalde contractbepalingen met elkaar in verband staan.

Verleners van lng-terminaldiensten verstrekken de Commissie informatie over diensten die geboekt zijn door klanten uit de Russische Federatie of door klanten die onder de zeggenschap staan van ondernemingen uit de Russische Federatie, met inbegrip van informatie over de overeengekomen diensten en hoeveelheden en de looptijd van het contract.”

;

3)

in artikel 17 wordt de tweede alinea vervangen door:

“De Commissie monitort permanent de blootstelling van het energiesysteem van de Unie aan leveringen, ook via derde landen, van gas dat van oorsprong is uit of direct of indirect is uitgevoerd uit de Russische Federatie, met name op basis van de informatie die overeenkomstig artikel 14, lid 6, punt c), aan de Commissie en de bevoegde autoriteiten is meegedeeld.

De Commissie beoordeelt de implementatie van de uitfasering van gas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, uit hoofde van Verordening (EU) 2026/261 op nationaal, regionaal en Unieniveau op basis van de in artikel 9 van die verordening bedoelde nationale diversificatieplannen voor gas en brengt over deze beoordeling verslag uit aan de Groep coördinatie gas.

Op basis van de in de derde alinea bedoelde beoordeling publiceert de Commissie een jaarverslag met een uitgebreid overzicht van de vooruitgang die de lidstaten hebben geboekt bij de uitvoering van hun nationale diversificatieplannen voor gas.

In voorkomend geval kan de Commissie, binnen drie maanden na de indiening van een nationaal diversificatieplan voor gas, een aanbeveling doen waarin mogelijke acties en maatregelen worden aangegeven met het oog op een beveiligde diversificatie van de gasvoorziening en een tijdige uitfasering van gas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie.

Naar aanleiding van die aanbeveling actualiseert de betrokken lidstaat zijn nationaal diversificatieplan voor gas binnen drie maanden, rekening houdend met de aanbeveling van de Commissie.”.

HOOFDSTUK VI

SLOTBEPALINGEN

Artikel 12

Beroepsgeheim

1.   Alle overeenkomstig deze verordening ontvangen, uitgewisselde of doorgegeven vertrouwelijke informatie is onderworpen aan de bij dit artikel vastgestelde vereisten betreffende het beroepsgeheim.

2.   De geheimhoudingsplicht geldt voor alle personen die werken of hebben gewerkt voor autoriteiten die betrokken zijn bij de toepassing van deze verordening, en voor alle natuurlijke of rechtspersonen aan wie de betrokken autoriteiten bevoegdheden hebben gedelegeerd, met inbegrip van auditors en deskundigen met wie die autoriteiten een contract hebben gesloten.

3.   Informatie die onder het beroepsgeheim valt, wordt niet bekendgemaakt, behalve krachtens bepalingen die zijn vastgesteld bij het recht van de Unie of nationaal recht.

4.   Alle informatie die in overeenstemming met deze verordening wordt uitgewisseld tussen de bevoegde autoriteiten of de lidstaten en die betrekking heeft op zakelijke of operationele omstandigheden of andere economische of persoonlijke kwesties, wordt als vertrouwelijk beschouwd en is onderworpen aan de geheimhoudingsplicht, behalve als de betrokken autoriteit ten tijde van de mededeling ervan verklaart dat die informatie openbaar mag worden gemaakt, wanneer de openbaarmaking ervan vereist is op grond van bepalingen die zijn vastgelegd uit hoofde van het recht van de Unie of nationaal recht of noodzakelijk is in het kader van juridische procedures.

Artikel 13

Toezicht

1.   De Commissie monitort voortdurend de ontwikkeling van de energiemarkt van de Unie, met name met betrekking tot de potentiële gasleveringsafhankelijkheid of andere risico’s voor de energievoorzieningszekerheid in verband met de invoer van energie uit de Russische Federatie. Uiterlijk op 4 februari 2028 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering van deze verordening.

Dat verslag bevat een beoordeling van de doeltreffendheid van de procedure voor voorafgaande toestemming overeenkomstig artikel 5. Het verslag bevat ook informatie over mogelijke problemen met de voorzieningszekerheid in verband met aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie in opslagfaciliteiten van de Unie. Voorts bevat het verslag een evaluatie van de doeltreffendheid van de informatie-uitwisseling en de samenwerking tussen de betrokken autoriteiten overeenkomstig artikel 6 en artikel 7, leden 2 en 5, en, indien passend, aanbevelingen voor de verbetering van dergelijke informatie-uitwisseling en samenwerking.

2.   In het geval van plotselinge en significante ontwikkelingen die de energievoorzieningszekerheid van een of meer lidstaten ernstig bedreigen, en na de afkondiging van een noodsituatie overeenkomstig artikel 11 of artikel 12 van Verordening (EU) 2017/1938, kan de Commissie, door middel van een besluit, de toepassing van hoofdstuk II van deze verordening in een of meer lidstaten tijdelijk geheel of gedeeltelijk opschorten. In een dergelijk geval kan de Commissie ook de eis van voorafgaande toestemming van artikel 5, lid 2, van deze verordening opschorten. Het besluit van de Commissie bevat bepaalde voorwaarden, met name om te garanderen dat elke opschorting strikt beperkt blijft tot het aanpakken van de dreiging. De opschorting is beperkt tot een looptijd die strikt noodzakelijk is om de tijd te overbruggen tot er voldoende leveringen uit andere landen dan de Russische Federatie zijn om aan de vraag in de Unie te voldoen. De looptijd mag maximaal vier weken per keer bedragen en alleen worden verlengd indien de voorwaarden voor de noodsituatie overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU) 2017/1938 van toepassing blijven. In het kader van een tijdelijke opschorting op grond van dit lid worden alleen kortlopende leveringscontracten toegestaan. De Commissie stelt de lidstaten en de Groep coördinatie gas in kennis van al die opschortingen en dient bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in waarin de opschorting en eventuele verlengingen ervan worden gerechtvaardigd. De Commissie legt het verslag desgevraagd voor aan het Europees Parlement.

Artikel 14

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3 is van toepassing met ingang van 18 maart 2026, tenzij anders bepaald in artikel 4.

Artikel 5 is van toepassing vanaf met ingang van 18 februari 2026.

Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van het in Verordening (EU) nr. 833/2014 neergelegde verbod inzake lng, dat moet worden toegepast en nageleefd ongeacht de bepalingen van deze verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 januari 2026.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

M. RAOUNA


(1)  Advies van 18 september 2025 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 17 december 2025 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 26 januari 2026.

(3)  Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010 (PB L 280 van 28.10.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/1938/oj).

(4)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/952/oj).

(5)  Verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 229 van 31.7.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/833/oj).

(6)  Verordening (EU) 2021/1149 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Fonds voor interne veiligheid (PB L 251 van 15.7.2021, blz. 94, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1149/oj).

(7)  Verordening (EU) nr. 1219/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 tot vaststelling van overgangsregelingen voor bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 40, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/1219/oj).

(8)  Verordening (EU) nr. 912/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 tot vaststelling van een kader voor het regelen van de financiële verantwoordelijkheid in verband met scheidsgerechten voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten die zijn ingesteld bij internationale overeenkomsten waarbij de Europese Unie partij is (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 121, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/912/oj).

(9)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/952/oj).

(10)  Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2013/34/oj).

(11)  Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2023/1791 en tot intrekking van Richtlijn 2009/73/EG (PB L, 2024/1788, 15.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1788/oj).

(12)  Verordening (EU) 2024/1789 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011, (EU) 2017/1938, (EU) 2019/942 en (EU) 2022/869 en Besluit (EU) 2017/684, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 715/2009 (PB L, 2024/1789, 15.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1789/oj).

(13)  Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften (PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1997/515/oj).

(14)  Richtlijn 2009/119/EG van de Raad van 14 september 2009 houdende verplichting voor de lidstaten om minimumvoorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten in opslag te houden (PB L 265 van 9.10.2009, blz. 9, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/119/oj).


BIJLAGE I

Template voor nationale diversificatieplannen voor aardgas

Deze template is ontworpen voor nationale autoriteiten die een nationaal diversificatieplan opstellen, zoals bepaald in artikel 9. In dit plan wordt het volgende opgenomen:

Algemene informatie

Naam van de autoriteit die bevoegd is voor de opstelling van het plan

 

Beschrijving van het gassysteem. Hieronder valt een beschrijving van:

i)

de vraag naar gas;

ii)

de aanbodmix, rekening houdend met de afhankelijkheid van Russische leveringen.

 

Belangrijkste informatie over de invoer van aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect naar de lidstaat is uitgevoerd uit de Russische Federatie

Referentie van de individuele contracten die door de importeurs aan de bevoegde autoriteiten en de Commissie zijn meegedeeld

 

Indien van toepassing, lng-terminaldiensten die zijn geboekt door ondernemingen of verbonden ondernemingen uit de Russische Federatie

 

Totale overeengekomen hoeveelheden aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie voor levering in de lidstaat

Contractuele flexibiliteitsmechanismen en leveringspunten (interconnectiepunt, invoerpunt, lng-terminal enz.)

 

Beschrijving van de maatregelen ter vervanging van aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie

De beschrijving omvat de volgende elementen:

Diversificatiemogelijkheden:

i)

alternatieve leveringen;

ii)

alternatieve aanvoerroutes;

iii)

vraagbundeling.

 

Beschrijving van de maatregel en de doelstellingen ervan, met inbegrip van de hoeveelheden die naar verwachting zullen worden uitgefaseerd en tussenstappen in het geval van een maatregel in meerdere fasen

 

Tijdschema voor de uitvoering

 

Effect van de maatregelen op het energiesysteem, met inbegrip van stroompatronen, infrastructuurcapaciteit, tarieven enz.

 

Gevolgen voor naburige lidstaten

 

Belemmeringen van technische, contractuele of regulerende aard voor de vervanging van aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie

Belemmeringen van technische, contractuele of regulerende aard

 

Opties om belemmeringen weg te nemen en tijdschema

 

Categorie

Vervanging van volumes voor de uitfasering (1)

Vereiste informatie

Beschrijving van de maatregelen die op nationaal niveau zijn genomen en gepland ter vervanging van de resterende volumes aardgas dat van oorsprong is uit of direct of indirect is uitgevoerd uit de Russische Federatie:

i)

per maatregel de hoeveelheden die naar verwachting zullen worden uitgefaseerd;

ii)

tijdschema voor de uitvoering (begin-einde);

iii)

opties voor alternatieve leveringen en aanvoerroutes

Pijpleidinggas

 

Lng

 


(1)  Dergelijke maatregelen kunnen betrekking hebben op het gebruik van het AggregateEU-platform krachtens artikel 42 van Verordening (EU) 2024/1789, steunmaatregelen voor diversificatie-inspanningen van energiemaatschappijen, samenwerking binnen regionale groepen zoals de Groep op hoog niveau voor energieconnectiviteit voor Centraal- en Zuidoost-Europa (Cesec), het in kaart brengen van alternatieven voor de invoer van aardgas via elektrificatie, energie-efficiëntiemaatregelen, stimulansen voor de productie van biogas, biomethaan en schone waterstof, de uitrol van hernieuwbare energie of maatregelen ter vrijwillige vraagreductie.


BIJLAGE II

Template voor nationale diversificatieplannen voor olie

Deze template is ontworpen voor nationale autoriteiten die een gedetailleerd nationaal diversificatieplan opstellen, zoals bepaald in artikel 10. In dit plan wordt het volgende opgenomen:

Algemene informatie

Naam van de autoriteit die bevoegd is voor de opstelling van het plan

 

Beschrijving van het oliesysteem. Hieronder valt een beschrijving van:

i)

de vraag naar olie;

ii)

de aanbodmix, rekening houdend met de afhankelijkheid van Russische leveringen.

 

Belangrijkste informatie over de invoer van olie (ruwe aardolie en aardolieproducten) die van oorsprong is uit of direct of indirect naar de lidstaat is uitgevoerd uit de Russische Federatie

Totale overeengekomen hoeveelheden olie die van oorsprong is uit of direct of indirect vanuit de Russische Federatie is uitgevoerd voor levering in de lidstaat

Vervaldatum van de contractuele verplichtingen

 

Informatie over de identiteit van de verschillende belanghebbenden (verkoper, importeur en koper)

 

Beschrijving van de maatregelen ter vervanging van olie die van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie

De beschrijving omvat de volgende elementen:

Diversificatiemogelijkheden:

i)

alternatieve leveringen;

ii)

alternatieve aanvoerroutes.

 

Beschrijving van de maatregel en de doelstellingen ervan, met inbegrip van de hoeveelheden die naar verwachting zullen worden uitgefaseerd en tussenstappen in het geval van een maatregel in meerdere fasen

De maatregelen die op nationaal niveau zijn genomen en gepland om, voor zover mogelijk, te zorgen voor transparantie en traceerbaarheid van olie die van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, met inbegrip van maatregelen voor de verificatie van mogelijk met een nieuw etiket ingevoerde olie

 

Tijdschema voor de uitvoering

 

Effect van de maatregelen op het energiesysteem, met inbegrip van stroompatronen, infrastructuurcapaciteit, tarieven enz.

 

Gevolgen voor naburige lidstaten

 

Belemmeringen van technische, contractuele of regulerende aard voor de vervanging van olie die van oorsprong is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie

Belemmeringen van technische, contractuele of regulerende aard

 

Opties om belemmeringen weg te nemen en tijdschema

 


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/261/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top