Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32026D0291

Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/291 van de Commissie van 9 februari 2026 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1730 wat betreft extra gebruiksgevallen in de gepaarde frequentiebanden 874,4-880 MHz en 919,4-925 MHz voor mobiele spoorwegradio (Kennisgeving geschied onder nummer C(2026) 674)

C/2026/674

PB L, 2026/291, 11.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2026/291/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2026/291/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/291

11.2.2026

UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2026/291 VAN DE COMMISSIE

van 9 februari 2026

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1730 wat betreft extra gebruiksgevallen in de gepaarde frequentiebanden 874,4-880 MHz en 919,4-925 MHz voor mobiele spoorwegradio

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2026) 674)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Beschikking nr. 676/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een regelgevingskader voor het radiospectrumbeleid in de Europese Gemeenschap (radiospectrumbeschikking) (1), en met name artikel 4, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1730 van de Commissie (2) maakt de doeltreffende migratie mogelijk van het oude wereldwijde systeem voor mobiele communicatie — spoor (GSM-R) naar het nieuwe toekomstige mobiele spoorwegcommunicatiesysteem (FRMCS) voor radiocommunicatie voor spoorwegactiviteiten.

(2)

Uit recente ontwikkelingen op het gebied van normalisatie is gebleken dat in de frequentiebanden 874,4-880 MHz en 919,4-925 MHz (de 900MHz-frequentieband) extra of nieuwe gebruiksgevallen ingevoerd kunnen worden op basis van frequentiekanalen groter dan 1,4 MHz en kleiner dan 5 MHz. Ook kan het gebruik van de 900MHz-frequentieband voor smalbandkanalen (NB-kanalen) voor het FRMCS worden uitgebreid tot andere NB-technologieën dan het internet der dingen op NB (NB-IoT). Voorts heeft de spoorweggemeenschap voorgesteld om de kanalisering van 1,4 MHz, die beperkt is tot Long Term Evolution-technologie, af te schaffen.

(3)

Door de uitrol van extra gebruiksgevallen in de 900MHz-frequentieband zullen de oude FRMCS- en GSM-R-systemen in de huidige infrastructuur tegelijkertijd binnen die band gebruikt kunnen worden, wat een kostenefficiënte uitrol vergemakkelijkt.

(4)

Het gebruik van frequentiekanalen kleiner dan 5 MHz met 5G-technologie zal een cruciale rol spelen bij de migratie van GSM-R naar FRMCS en naderhand, waardoor nieuwe apparaten op de markt kunnen worden gebracht.

(5)

Krachtens artikel 4, lid 2, van Beschikking nr. 676/2002/EG heeft de Europese Commissie de Europese Conferentie van post- en telecommunicatieadministraties (CEPT) op 30 juli 2024 een mandaat gegeven om geharmoniseerde technische en operationele voorwaarden te ontwikkelen om gebruiksgevallen met de recentste technologische ontwikkelingen voor het FRMCS in te voeren die gebruikmaken van de 900MHz-frequentieband.

(6)

Naar aanleiding van dat mandaat heeft de CEPT op 28 juni 2025 verslag 90 vastgesteld. Daarin zijn geharmoniseerde technische voorwaarden bepaald om dergelijke gebruiksgevallen in te voeren en is toelating gegeven voor alle NB-technologieën in andere NB-kanalen dan NB-IoT.

(7)

In CEPT-verslag 90 is geconcludeerd dat, op basis van de nieuwe opties voor bandbreedtes kleiner dan 5 MHz, het flexibele gebruik van 5G NR resource blocks en het gebruik van andere NB-toepassingen en -technologieën (momenteel beperkt tot NB-IoT) voor de 900MHz-frequentieband toegepast kunnen worden. Derhalve heeft de CEPT voorgesteld de technische voorwaarden van Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1730 van de Commissie alleen te wijzigen voor de 900MHz-frequentieband. Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1730 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Radiospectrumcomité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1730 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 9 februari 2026.

Voor de Commissie

Henna VIRKKUNEN

Uitvoerend vicevoorzitter


(1)   PB L 108 van 24.4.2002, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2002/676(1)/oj.

(2)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1730 van de Commissie van 28 september 2021 betreffende het geharmoniseerde gebruik van de gepaarde frequentiebanden 874,4-880,0 MHz en 919,4-925,0 MHz en van de ongepaarde frequentieband 1 900-1 910 MHz voor mobiele spoorwegradio (PB L 346 van 30.9.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2021/1730/oj).


BIJLAGE

DEEL A

TECHNISCHE VOORWAARDEN VOOR GSM-R IN DE 874,4-880,0MHz- EN 919,4-925,0MHz-BANDEN

Voor GSM-R gelden de volgende parameters:

de GSM-R Downlink-centrumfrequentie fDL = 921 MHz + n × 0,2 MHz (1) waarbij

Image 1

GSM-R Uplink-centrumfrequentie fUL = fDL – 45 MHz

de bandbreedte van het GSM-R-kanaal bedraagt 200 kHz

Tabel 1

In-blockeisen voor GSM-R-basisstations in 919,4-921 MHz ongecoördineerde uitrol

Bandbreedte van het GSM-R-kanaal

Maximaal EIRP

200 kHz

= 70,5 dBm + (fDL – 921) × 40/3 dB

fDL is de centrumfrequentie in MHz.

Er is geen EIRP-restrictie voor GSM-R-basisstations die uitzenden in de 921-925MHz-frequentieband. Formule van toepassing op fDL ≤ 921 MHz. Om een hoger EIRP toe te staan, moet een coördinatieprocedure of moeten andere risicobeperkende maatregelen worden toegepast.

DEEL B

TECHNISCHE VOORWAARDEN VOOR EEN ENKELE BREEDBAND-RMR-DRAGER IN DE 874,4-880,0MHz- EN 919,4-925,0MHz-BANDEN

Technische voorwaarden voor RMR-basisstations die gebruikmaken van breedbandtechnologieën

De in dit deel gedefinieerde technische voorwaarden hebben de vorm van een block-edge mask (BEM) die van toepassing is op breedband-RMR-basisstations. De in dit deel gedefinieerde technische voorwaarden gelden voor één enkele RMR-drager die gebruikmaakt van breedbandtechnologieën. De BEM is ontwikkeld zodat vóór de uitrol van het netwerk geen gedetailleerde coördinatie- en samenwerkingsovereenkomsten hoeven te worden gesloten. Om meerdere draaggolven of een hoger EIRP voor RMR-basisstations toe te staan dan in de geharmoniseerde technische voorwaarden is bepaald, moet een coördinatieprocedure of moeten andere risicobeperkende maatregelen worden toegepast. Basisstations met actieve antennesystemen zijn verboden.

Voor andere radiotoegangstechnologieën dan GSM-R gelden de volgende parameters:

de onderrand van het laagste resource block is ≥ 919,6 MHz.

Tabel 2

Algemene in-blockeis — niet verplicht

Bandbreedte van het RMR-kanaal

Maximaal EIRP

Voor alle kanaalbandbreedtes

Indien een bovengrens gewenst is, mag de volgende waarde worden gebruikt: = Min {65 dBm/kanaal, maximaal EIRP specifiek voor de kanaalbandbreedte}

Tabel 3

Specifieke in-blockeisen voor 5,6MHz- en 5MHz-kanalen verplicht voor ongecoördineerde uitrol

Bandbreedte van het RMR-kanaal

Maximaal EIRP

5,6 MHz

= 62 dBm/5,6 MHz

5 MHz

= 64,5 dBm/5 MHz + (fDL – 922,1) × 40/3 dB (Noot 1)

fDL is de centrumfrequentie in MHz.

NB-IoT werkingsmodus binnen de bandbreedte zonder vermogensversterker is toegestaan. NB-IoT met scheidingsband-werkingsmodus en werkingsmodus binnen de bandbreedte met vermogensversterker zijn niet toegestaan.

Noot 1:

De berekening is gebaseerd op 25 resource blocks. De formule is eveneens van toepassing op 20 resource blocks.

Tabel 4

Specifieke in-blockeisen voor frequentiekanalen van 3 MHz en kleiner dan of gelijk aan 200 kHz, die verplicht zijn voor ongecoördineerde uitrol

Bandbreedte van het RMR-kanaal

Maximaal EIRP

3 MHz

= 61 dBm/3 MHz + (fDL – 921,4) × 40/3 dB (Noot 1)

200 kHz (Noot 2)

= 70,5 dBm/200 kHz + (fDL – 921) × 40/3 dB (Noot 3)

fDL is de centrumfrequentie in MHz.

Noot 1:

Formule van toepassing op fDL ≤ 922,5 MHz. Geen specifieke EIRP-beperking boven 922,5 MHz. De berekening is gebaseerd op 15 resource blocks. Ze is eveneens van toepassing op 12 resource blocks.

Noot 2:

Toepasbaar op NB-technologieën.

Noot 3:

Formule van toepassing op fDL ≤ 921,0 MHz. Geen specifieke EIRP-beperking boven 921 MHz.

Tabel 5

Eisen buiten de bandbreedte

MHz van de block-edge (919,4-925 MHz)

Grens van EIRP

0 ≤ Δf < 0,2

32,5 dBm/200 kHz

0,2 ≤ Δf < 1

14 dBm/800 kHz

1 ≤ Δf < 10

5 dBm/MHz

Per geval kunnen op nationaal niveau hogere grenswaarden buiten de bandbreedte worden toegepast.

Tabel 6

Basisvereiste

Frequentiebereik

Grens van EIRP

880-915 MHz

– 49 dBm/5 MHz

Deze eis prevaleert boven de eisen buiten de bandbreedte.

Technische voorwaarden voor RMR-cabineradio die gebruikmaakt van breedbandtechnologieën

Voor andere radiotoegangstechnologieën dan GSM-R gelden de volgende parameters:

maximaal uitgangsvermogen: meer dan 23 dBm tot 31 dBm;

ACLR (2): minimaal 37 dB;

uplink-vermogensregeling is verplicht en moet worden geactiveerd.

Technische voorwaarden voor andere RMR-terminals dan cabineradio’s die gebruikmaken van breedbandtechnologieën

Voor andere radiotoegangstechnologieën dan GSM-R gelden de volgende parameters:

maximaal uitgangsvermogen: 23 dBm;

ACLR: minimaal 30 dB;

uplink-vermogensregeling is verplicht en moet worden geactiveerd.

Technische voorwaarden voor RMR-ontvangers die gebruikmaken van breedbandtechnologieën

De band is toegankelijk als technieken worden gebruikt die bedoeld zijn om toegang te krijgen tot spectrum en om interferentie te beperken die een passend niveau van prestaties van ontvangers bieden om te voldoen aan de essentiële eisen van Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad (3). Indien relevante technieken worden beschreven in geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt overeenkomstig Richtlijn 2014/53/EU, moet ervoor worden gezorgd dat de prestaties ten minste gelijkwaardig zijn aan het prestatieniveau van deze technieken.

Tabel 7

Eisen inzake kenmerken van ontvangers van breedband-RMR-basisstations

Parameter

Waarde

Niveau van het gewenste signaal

RefSens + 3 dB

Maximaal interfererend signaal in 870-874,4 MHz (Noot 1)

– 34 dBm

De antenneconnector van de radiomodule is het referentiepunt. De referentiegevoeligheid (RefSens) is het minimale gemiddelde vermogen dat wordt ontvangen op de antenneconnector waarbij aan een gespecificeerde minimumprestatie moet worden voldaan.

Deze eisen hebben betrekking op zowel blokkering als intermodulatie van de derde orde.

Noot 1:

Voor het storende signaal wordt uitgegaan van een bandbreedte van 200 kHz.


Tabel 8

Eisen voor kenmerken van ontvangers van breedband-RMR-cabineradio’s (4)

Parameter

Waarde

Niveau van het gewenste signaal

RefSens + 3 dB

Maximaal interfererend signaal in 880-918,9 MHz (Noot 1)

– 26 dBm

Maximaal continu met de 925,6-927MHz-golf interfererend signaal

– 13 dBm

Maximaal continu met de 927-960MHz-golf interfererend signaal

– 10 dBm

Maximaal 5 MHz LTE interfererend signaal (laagste draaggolf bij 927,6 MHz)

– 13 dBm

De antenneconnector van de radiomodule is het referentiepunt. De referentiegevoeligheid (RefSens) is het minimale gemiddelde vermogen dat wordt ontvangen op de antenneconnector waarbij aan een gespecificeerde minimumprestatie moet worden voldaan.

Deze eisen hebben betrekking op zowel blokkering als intermodulatie van de derde orde.

Noot 1:

Voor het storende signaal wordt uitgegaan van een bandbreedte van 400 kHz voor de RFID.

DEEL C

TECHNISCHE VOORWAARDEN VOOR BREEDBAND-RMR IN DE 1 900-1 910 MHz-BAND (TDD)

Technische voorwaarden voor RMR-basisstations die gebruikmaken van breedbandtechnologieën

De in dit deel gedefinieerde technische voorwaarden hebben de vorm van een block-edge mask (BEM) die van toepassing is op breedband-RMR-basisstations. De BEM is ontwikkeld zodat vóór de uitrol van het netwerk geen gedetailleerde coördinatie- en samenwerkingsovereenkomsten hoeven te worden gesloten. Basisstations met actieve antennesystemen zijn verboden.

De volgende parameters zijn van toepassing:

Tabel 9

Algemene in-block eis die verplicht is voor ongecoördineerde uitrol

Bandbreedte van het RMR-kanaal

Maximaal EIRP

10 MHz

= 65 dBm/10 MHz (Noot 1)

Noot 1:

De lidstaten kunnen een hoger EIRP-niveau toestaan, afhankelijk van nationale coördinatie of andere risicobeperkende maatregelen.


Tabel 10

Basisvereiste

Frequentiebereik

Grens van EIRP

1 920 -1 980  MHz

– 43 dBm/5 MHz

Technische voorwaarden voor RMR-cabineradio die gebruikmaakt van breedbandtechnologieën

De volgende parameters zijn van toepassing:

maximaal uitgangsvermogen: 31 dBm;

ACLR: minimaal 37 dB;

ongewenst uitgangsvermogen in 1 920-1 980 MHz:

maximaal – 25 dBm/MHz in 1 920-1 925 MHz,

maximaal – 30 dBm/MHz in 1 925-1 980 MHz;

uplink-vermogensregeling is verplicht en moet worden geactiveerd.

Technische voorwaarden voor andere RMR-terminals dan cabineradio’s die gebruikmaken van breedbandtechnologieën

De volgende parameters zijn van toepassing:

maximaal uitgangsvermogen: 23 dBm;

ACLR: minimaal 30 dB;

uplink-vermogensregeling is verplicht en moet worden geactiveerd.

Technische voorwaarden voor RMR-ontvangers die gebruikmaken van breedbandtechnologieën

De band is toegankelijk als technieken worden gebruikt die bedoeld zijn om toegang te krijgen tot spectrum en om interferentie te beperken die een passend niveau van prestaties van ontvangers bieden om te voldoen aan de essentiële eisen van Richtlijn 2014/53/EU. Indien relevante technieken worden beschreven in geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt overeenkomstig Richtlijn 2014/53/EU, moet ervoor worden gezorgd dat de prestaties ten minste gelijkwaardig zijn aan het prestatieniveau van deze technieken.

Tabel 11

Eisen inzake kenmerken van ontvangers van breedband-RMR-basisstations

Parameter

Waarde

Niveau van het gewenste signaal

RefSens + 3 dB

Maximaal 5 MHz LTE met de 1 805 -1 880  MHz-golf interfererend signaal

– 20 dBm

De antenneconnector van de basisstation-ontvanger is het referentiepunt. De referentiegevoeligheid (RefSens) is het minimale gemiddelde vermogen dat wordt ontvangen op de antenneconnector waarbij aan een gespecificeerde minimumprestatie moet worden voldaan.

Deze eisen hebben betrekking op zowel blokkering als intermodulatie van de derde orde.


Tabel 12

Eisen voor kenmerken van ontvangers van breedband-RMR-cabineradio’s (4)

Parameter

Waarde

Niveau van het gewenste signaal

RefSens + 3 dB

Maximaal 5 MHz LTE met de 1 805 -1 880  MHz-golf interfererend signaal

– 13 dBm

Maximaal 5 MHz LTE met de 1 920 -1 980 MHz-golf interfererend signaal

– 39 dBm

De antenneconnector van de basisstation-ontvanger is het referentiepunt. De referentiegevoeligheid (RefSens) is het minimale gemiddelde vermogen dat wordt ontvangen op de antenneconnector waarbij aan een gespecificeerde minimumprestatie moet worden voldaan.

Deze eisen hebben betrekking op zowel blokkering als intermodulatie van de derde orde.

(1)

GSM-R-kanaalindeling van 200 kHz.

(2)

ACLR: Adjacent Channel Leakage power Ratio (vermogensverhouding van de lekkage naar het aangrenzende kanaal).

(3)

Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG ( PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62).

(4)

Eisen voor andere RMR-terminalontvangers dan cabineradio vallen niet onder deze tabel.

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2026/291/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top