Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32026D0067

Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/67 van de Commissie van 22 december 2025 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696 waarbij een door Ierland gevraagde afwijking krachtens Richtlijn 91/676/EEG van de Raad inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen wordt toegestaan (Kennisgeving geschied onder nummer C(2025) 9263)

C/2025/9263

PB L, 2026/67, 6.1.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2026/67/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2026/67/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/67

6.1.2026

UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2026/67 VAN DE COMMISSIE

van 22 december 2025

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696 waarbij een door Ierland gevraagde afwijking krachtens Richtlijn 91/676/EEG van de Raad inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen wordt toegestaan

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2025) 9263)

(Slechts de teksten in de Engelse en de Ierse taal zijn authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (1), en met name punt 2, derde alinea, van bijlage III,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696 van de Commissie (2) is aan Ierland een afwijking krachtens Richtlijn 91/676/EEG toegestaan, op grond waarvan Ierland dierlijke mest die tot 250 kg stikstof/ha bevat, op of in de bodem mag brengen op landbouwbedrijven met ten minste 80 % grasland. Overeenkomstig artikel 12, lid 3, van dat uitvoeringsbesluit bedraagt de hoeveelheid mest die met ingang van 1 januari 2024 op of in de bodem mag worden gebracht, 220 kg stikstof per hectare per jaar in gebieden die afwateren in wateren die verontreinigd zijn of het risico op verontreiniging lopen, of die verslechterende trends vertonen. Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696 is van toepassing tot en met 31 december 2025.

(2)

Op 25 september 2025 heeft Ierland bij de Commissie een verzoek om een nieuwe afwijking ingediend en haar in dat verband meegedeeld dat het verzoek was gemotiveerd aan de hand van de objectieve criteria van punt 2, derde alinea, van bijlage III bij Richtlijn 91/676/EEG.

(3)

Verzoeken om een afwijking op grond van Richtlijn 91/676/EEG moeten worden gemotiveerd aan de hand van de objectieve criteria van punt 2, derde alinea, van bijlage III bij die richtlijn en worden ondersteund door de nodige milieubeoordelingen op grond van andere wetgeving van de Unie, met name die welke vereist zijn uit hoofde van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad (3) en de Richtlijnen 2000/60/EG (4) en 2001/42/EG (5) van het Europees Parlement en de Raad.

(4)

De impact van een nieuwe afwijking en het nieuwe nitraatactieprogramma moet ook worden beoordeeld in het kader van Richtlijn 92/43/EEG. Volgens het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-293/17 (6), waarin uitlegging wordt gegeven aan artikel 6, lid 3, van die richtlijn, moet voor projecten die het op of in de bodem brengen van meststoffen en het weiden van vee omvatten, een passende beoordeling worden gemaakt van de gevolgen van die projecten voor de betrokken gebieden, tenzij op grond van objectieve omstandigheden met zekerheid kan worden uitgesloten dat die projecten afzonderlijk of in combinatie met andere projecten significante gevolgen kunnen hebben voor die gebieden.

(5)

Tegelijkertijd roept de aanhangige zaak C-531/24 (7), die op 1 augustus 2024 door de High Court van Ierland naar het Hof van Justitie is verwezen, vragen op over de uitlegging van Richtlijn 91/676/EEG met betrekking tot de vereisten waaraan krachtens de Richtlijnen 92/43/EEG, 2000/60/EG en 2001/42/EG moet worden voldaan in verband met het toestaan van afwijkingen krachtens Richtlijn 91/676/EEG. Deze vragen hebben met name betrekking op de toereikendheid en geschiktheid van de beoordelingen die in het kader van het Ierse nitraatactieprogramma 2022-2025 zijn uitgevoerd, en bijgevolg op de geldigheid van de nationale afwijkingen die in overeenstemming met dat programma zijn verleend om de milieueffecten ervan op beschermde habitats en soorten vast te stellen. De in die zaak opgeworpen vragen hebben ook betrekking op de toepassing van artikel 6, lid 3, van Richtlijn 92/43/EEG en op de vraag of de afwijkingen geen achteruitgang van de toestand van een oppervlaktewaterlichaam teweeg zullen brengen, noch het bereiken van een goede toestand van het oppervlaktewater of van een goed ecologisch potentieel en een goede chemische toestand van dat water overeenkomstig Richtlijn 2000/60/EG in gevaar zullen brengen.

(6)

Het arrest in zaak C-531/24 zal waarschijnlijk niet vóór het laatste kwartaal van 2025 worden gewezen.

(7)

De uitlegging van de specifieke aspecten van de relevante instrumenten van het milieurecht van de Unie waarom het Hof van Justitie in zaak C-531/24 wordt verzocht, is van cruciaal belang om Ierland in staat te stellen de nodige beoordelingen vast te stellen en uit te voeren en uiteindelijk een volledig en gedetailleerd verzoek om een afwijking in te dienen, met een motivering aan de hand van de objectieve criteria van punt 2, derde alinea, van bijlage III bij Richtlijn 91/676/EEG, en om de naleving van andere Uniewetgeving te waarborgen. De aanwijzingen van het Hof van Justitie kunnen ook rechtstreekse gevolgen hebben voor de parameters die de Commissie moet beoordelen en waarmee zij rekening moet houden bij de uitlegging en toepassing van die instrumenten.

(8)

Op 31 juli 2025 heeft Ierland toegezegd de wettelijk vereiste beoordelingen van de milieueffecten van een mogelijke nieuwe afwijking af te ronden, zoals vereist door het Unierecht. Daarbij zal Ierland rekening moeten houden met de uitlegging van het Hof van Justitie in zaak C-531/24.

(9)

Ierland zal de milieueffectbeoordelingen van een mogelijke nieuwe afwijking overeenkomstig het Unierecht uiterlijk op 31 december 2028 moeten voltooien, zodat de conclusies daarvan worden weerspiegeld in de toepassing van Richtlijn 91/676/EEG en de nationale omzettingswetgeving, onder meer om een volledige en gedetailleerde aanvraag voor toekomstige afwijkingen in te dienen op basis van alle nodige beoordelingen in overeenstemming met de juridische aanwijzingen van het Hof van Justitie.

(10)

In afwachting daarvan moeten in dit besluit tot verlenging van de huidige afwijking bepaalde aanvullende voorwaarden worden vastgesteld die van toepassing moeten zijn op landbouwbedrijven waaraan een afwijking is toegestaan en die gelegen zijn in stroomgebieden met aanhoudende en aanzienlijke uitdagingen, als onderdeel van een voorzorgsbenadering. Deze aanvullende voorwaarden kunnen op basis van de conclusies van de beoordelingen van Ierland worden herzien.

(11)

Uit de gegevens die Ierland in het kader van de verslagleggingsverplichting van artikel 10 van Richtlijn 91/676/EEG heeft verstrekt, blijkt dat, voor de periode 2020-2023, het water over het algemeen van goede kwaliteit was. In dit verband had 99 % van alle meetstations voor grondwater in Ierland gemiddelde nitraatconcentraties van minder dan 50 mg/l en had 78,5 % van die meetstations gemiddelde nitraatconcentraties van minder dan 25 mg/l. Alle meetstations voor oppervlaktewater in Ierland hadden gemiddelde nitraatconcentraties van minder dan 50 mg/l en 99,1 % van die meetstations had gemiddelde nitraatconcentraties van minder dan 25 mg/l. Bovendien rapporteerde 27,5 % van de meetstations voor oppervlaktewater eutrofiëring of een eutrofiëringsrisico. Wat de trends voor grondwater betreft, rapporteerde 29,7 % van de grondwatermeetstations een stijging van de nitraatconcentraties, 56,4 % een stabiele trend en 13,8 % een dalende trend. Wat de trends voor oppervlaktewater betreft, rapporteerde 14,5 % van de meetstations voor oppervlaktewater een stijging van de nitraatconcentraties, 74,9 % een stabiele trend en 10,6 % een dalende trend.

(12)

Uit de gegevens die in augustus 2025 door het Ierse bureau voor milieubescherming zijn gepubliceerd voor de periode 2022-2024 over de vermindering van de stikstofbelasting die nodig is om de milieudoelstellingen voor de grote Ierse rivieren te verwezenlijken, blijkt dat de doelstelling nog steeds ver weg is voor de Barrow (38 %), de Slaney (31 %) en de Nore (16 %) en is toegenomen voor de Blackwater (van 6 % naar 11 %) ten opzichte van de periode 2017-2019.

(13)

De totale productie van dierlijke mest in Ierland is de afgelopen jaren toegenomen. De productie van rundvee-, varkens- en schapenmest is van de periode 2016-2019 tot de periode 2020-2023 met respectievelijk 2 %, 2 % en 8 % gestegen. De benutte oppervlakte landbouwgrond daalde in de periode 2020-2023 met 3,4 % ten opzichte van de periode 2016-2019, en de gemiddelde stikstofbelasting uit dierlijke mest bedroeg in de periode 2020-2023 120 kg stikstof/ha, tegenover 113 kg stikstof/ha in de periode 2016-2019. Het op of in de bodem brengen van minerale stikstofhoudende meststoffen per hectare benutte landbouwgrond daalde in de periode 2020-2023 met 2,2 % ten opzichte van de periode 2016-2019.

(14)

Op 6 september 2024 heeft Ierland de Commissie overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn 2000/60/EG in kennis gesteld van de publicatie van zijn derde stroomgebiedsbeheersplan. Dat plan bevat een routekaart om de Ierse waterlichamen te herstellen, zodat deze in een “goede” of betere toestand verkeren, en om deze beschermen. De Commissie is momenteel bezig met een analyse van dat plan.

(15)

Op 8 augustus 2025 heeft Ierland overeenkomstig artikel 17 van Richtlijn 92/43/EEG zijn verslag over de uitvoering van de maatregelen die overeenkomstig die richtlijn zijn genomen, aan de Commissie toegezonden. Dat verslag bevatte informatie over de in artikel 6, lid 1, bedoelde instandhoudingsmaatregelen, alsmede een beoordeling van het effect van die maatregelen op de staat van instandhouding van de typen natuurlijke habitats van bijlage I en de soorten van bijlage II en de voornaamste resultaten van het in artikel 11 van die richtlijn bedoelde toezicht.

(16)

Naar aanleiding van de tussentijdse evaluatie die in 2023 overeenkomstig artikel 12 van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696 is uitgevoerd, heeft Ierland in 2025 zijn nitraatactieprogramma versterkt overeenkomstig de European Union (Good Agricultural Practice for Protection of Waters) (Amendment) Regulations 2025 (8), onder meer door de toegestane hoeveelheid meststoffen te verminderen. Die aanvullende aangescherpte regelgevingsmaatregelen moeten worden weerspiegeld in de artikelen 6 tot en met 9 van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696. Daarnaast heeft Ierland een steunregeling van 60 miljoen EUR voor landbouwers, “Farming for Water”, ingevoerd om watergerelateerde uitdagingen in de landbouw aan te pakken. Met deze regeling worden maatregelen op landbouwbedrijven gefinancierd om nitraatuitspoeling en bodemerosie te verminderen.

(17)

Op 8 december 2025 heeft Ierland een nieuw nitraatactieprogramma (9) vastgesteld dat de vereisten van de artikelen 4 tot en met 12 van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696 weerspiegelt en ook voorziet in aanvullende en verscherpte maatregelen om aan de doelstellingen van Richtlijn 91/676/EEG te voldoen.

(18)

Met het nieuwe nitraatactieprogramma is Ierland van plan de vereiste opslagcapaciteit voor drijfmest en vervuild water op veehouderijen vanaf 2028 te vergroten. Dit heeft tot doel het risico op verliezen door puntbronnen en het risico op nutriëntenverlies uit de bodem te verminderen en een gerichte toepassing van nutriënten mogelijk te maken wanneer dat nodig is voor de teelt van gewassen. Die maatregelen weerspiegelen de huidige kennis van de vooruitgang die is geboekt op het gebied van de melkveehouderij en de bijbehorende landbouwsystemen, waaruit blijkt dat melkkoeien in Ierland gemiddeld 21 % meer drijfmest en 43 % meer vervuild water produceren dan volgens de geldende wettelijke normen is toegestaan.

(19)

Ierland voert ook aanvullende maatregelen in om de verdeling van nutriënten op versnipperde melkveehouderijen met versnipperde grond te verbeteren door een lagere toegestane hoeveelheid nitraten toe te passen wanneer niet kan worden aangetoond dat dierlijke mest over alle grond van een landbouwbedrijf wordt verspreid en niet alleen op bepaalde percelen. Op landbouwbedrijven met versnipperde grond grazen de melkkoeien voornamelijk op de grond die toegankelijk is vanuit de melkstal. Omdat deze grond dicht bij het erf ligt, kan de stikstofbelasting door mest van deze bedrijven groter zijn. Hoewel de toegestane hoeveelheid nutriënten voor een landbouwbedrijf gebaseerd is op het totale landbouwareaal dat wordt bebouwd, is het om praktische en economische redenen mogelijk dat de nutriënten van landbouwbedrijven met versnipperde grond niet worden verdeeld over percelen die verder van het erf liggen.

(20)

De aanvullende maatregelen inzake opslagcapaciteit en verbetering van de verdeling van nutriënten op landbouwbedrijven met versnipperde grond moeten worden weerspiegeld in de voorwaarden van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696.

(21)

Daarom wordt dit besluit vastgesteld in het kader van het nitraatactieprogramma overeenkomstig de European Union (Good Agricultural Practice for Protection of Waters) Regulations 2022 (10), zoals gewijzigd in 2025, en in de context van het Ierse actieprogramma zoals uitgevoerd in Statutory Instrument No 588 van 2025.

(22)

Het in 2022 vastgestelde nitraatactieprogramma heeft geleid tot een verlaging met 10 % van de toegestane hoeveelheden chemische stikstof voor landbouwbedrijven waaraan een afwijking is toegestaan in 2022 en met nog eens 5 % in 2025. De toegestane hoeveelheid chemische stikstof blijft echter hoger voor landbouwbedrijven waaraan een afwijking is toegestaan dan voor andere landbouwbedrijven. In een recent Iers onderzoek dat in september 2025 door Teagasc is gepubliceerd, werd geconcludeerd dat de verlaging met 5 % van de maximaal toegestane hoeveelheid chemische stikstof voor landbouwbedrijven waaraan een afwijking is toegestaan, leidde tot een daling van 2,4 tot 3,3 % van de gemodelleerde nitraatuitspoeling. De daling was het grootst voor de landbouwbedrijven met de hoogste toegestane hoeveelheden chemische stikstof. In stroomgebieden met aanhoudende en aanzienlijke uitdagingen bij het bereiken van de doelstellingen voor de vermindering van de stikstofbelasting is het daarom passend om voor 2028 als voorzorgsmaatregel de toegestane hoeveelheden chemische stikstof voor landbouwbedrijven waaraan een afwijking is toegestaan, verder te verlagen.

(23)

Het beperken van het gebruik van chemische en organische meststoffen in de buurt van open oppervlaktewateren is een van de belangrijkste maatregelen uit hoofde van Richtlijn 91/676/EEG. Onbemeste bufferstroken verhogen de totale verblijftijd van nutriënten in het hele veld. Dit vergroot de kans dat de bodem fosfor vasthoudt en dat nitraten worden gedenitrificeerd. In het nieuwe nitraatactieprogramma wordt het op of in de bodem brengen van chemische meststoffen binnen een straal van 3 m van oppervlaktewateren verboden, terwijl de beperking van het op of in de bodem brengen van organische meststoffen of vervuild water binnen een straal van 5 m van oppervlaktewateren en 10 m als de grond een gemiddelde helling van meer dan 10 % in de richting van het water heeft, gehandhaafd blijft. Op landbouwbedrijven waaraan een afwijking is toegestaan, wordt meer mest en kunstmest gebruikt dan op andere landbouwbedrijven. In stroomgebieden met aanhoudende en aanzienlijke uitdagingen bij het bereiken van de doelstellingen voor de vermindering van de stikstofbelasting is het daarom passend om in 2028 als voorzorgsmaatregel bredere bufferzones vast te stellen voor landbouwbedrijven waaraan een afwijking is toegestaan.

(24)

De aanvullende voorwaarden inzake de toegestane hoeveelheid chemische stikstof en bufferzones langs oppervlaktewateren voor landbouwbedrijven waaraan een afwijking is toegestaan, weerspiegelen een risicogebaseerde en gerichte aanpak voor de stroomgebieden met aanhoudende en aanzienlijke uitdagingen op het gebied van stikstofemissies en moeten ook worden weerspiegeld in Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696.

(25)

De voorwaarden voor de vermindering van kunstmest en bufferzones voor landbouwbedrijven waaraan een afwijking is toegestaan en die gelegen zijn in stroomgebieden met aanhoudende en aanzienlijke uitdagingen op het gebied van stikstofemissies, moeten van toepassing zijn naast de in Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696 vastgestelde voorwaarden die van toepassing zijn op landbouwbedrijven waaraan een afwijking is toegestaan, met inbegrip van de voorwaarden die bij dit besluit worden ingevoerd. Van bijzonder belang zijn de eisen inzake kalkbemesting, registratie in het Ierse meststoffenregister, de veebezetting buiten een straal van 30 km, berekening van de nutriëntenbalans, verplichte opleiding, specifieke regels inzake het behoud van hagen die de biodiversiteit bevorderen, en het eiwitgehalte in krachtvoer.

(26)

Het nationale programma voor administratieve controles, inspecties en sancties met betrekking tot de naleving van de voorwaarden van de artikelen 5 tot en met 9 van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696 door graslandbedrijven waarvoor een vergunning is verleend, moet worden uitgebreid tot de aanvullende voorwaarden van artikel 9 bis van dit besluit.

(27)

Gezien de aanhangige zaak C-531/24, die door de High Court van Ierland naar het Hof van Justitie is verwezen en die meer duidelijkheid zal verschaffen over de vereisten waaraan de Ierse autoriteiten krachtens de Richtlijnen 92/43/EEG en 2000/60/EG moeten voldoen in verband met een aanvraag voor een afwijking overeenkomstig bijlage III bij Richtlijn 91/676/EEG, kan het passend zijn de in dit besluit vastgestelde voorwaarden te herzien naar aanleiding van de prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie in die zaak.

(28)

Rekening houdend met de specifieke omstandigheden van de zaak en de noodzaak om rechtszekerheid en stabiliteit in de volgende fasen te waarborgen, is het passend en verstandig om de toepassing van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696 bij wijze van uitzondering voor een beperkte periode van drie jaar te verlengen, onder aanvullende voorwaarden, om het rechtskader voor het toestaan van een nieuwe afwijking aan Ierland te verduidelijken en Ierland daarmee in staat te stellen zijn beoordelingen en zijn rechtskader aan te passen aan de door het Hof van Justitie te verstrekken aanwijzingen.

(29)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(30)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het door het comité van artikel 9 van Richtlijn 91/676/EEG uitgebrachte advies,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696 wordt als volgt gewijzigd:

1)

het volgende artikel 3 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 3 bis

Algemene voorwaarden voor Ierland van 2026 tot en met 2028

1.   Ierland moet zo spoedig mogelijk en uiterlijk eind 2028 de milieubeoordelingen voltooien overeenkomstig artikel 6, leden 2 en 3, van Richtlijn 92/43/EEG en artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2000/60/EG, rekening houdend met het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-531/24, en, indien mogelijk binnen hetzelfde tijdsbestek, risicobeperkende maatregelen nemen, onder meer via het Ierse actieprogramma, om ervoor te zorgen dat de vergunningen de verwezenlijking van de doelstellingen van deze richtlijnen niet in gevaar brengen.

2.   In voorkomend geval herziet Ierland de voorwaarden van het Ierse nitraatactieprogramma zo spoedig mogelijk en uiterlijk eind 2028, na de uitspraak van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-531/24.

3.   Met ingang van 2026 voert Ierland maatregelen uit om ervoor te zorgen dat op alle melkveehouderijen waarvan de grond over een groter gebied is verspreid en die een zeer hoge veebezetting hebben op de grond die het dichtst bij het erf ligt, oftewel het melkplatform, de op het bedrijf geproduceerde rundveedrijfmest buiten het melkplatform en over alle grond van het landbouwbedrijf wordt verspreid, of dat anders een lagere toegestane hoeveelheid kunstmest wordt toegepast.

4.   Uiterlijk met ingang van 1 oktober 2028 verhoogt Ierland de vereiste opslagcapaciteit voor dierlijke mest en vervuild water op alle melkveehouderijen in overeenstemming met de huidige kennis die de ontwikkelingen op het gebied van de melkveehouderij en de bijbehorende landbouwsystemen weerspiegelt.”

;

2)

aan artikel 5 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Met ingang van 1 januari 2028 worden, naast de in de eerste alinea vastgestelde vereisten, de vergunningen voor gebieden die afwateren in de rivieren Barrow, Slaney, Nore and Blackwater en zijrivieren daarvan, verleend overeenkomstig de in artikel 9 bis vastgestelde voorwaarden.”;

3)

artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 3 worden de derde en de vierde alinea vervangen door:

“Er wordt een kalkbemestingsprogramma voor het landbouwbedrijf vastgesteld dat gebaseerd is op een nutriëntenbeheersplan en de resultaten van een bodemanalyse. Als de in het bodemanalysrapport vermelde kalkbehoefte niet meer dan 5 ton per hectare bedraagt, moet de volledige kalkbehoefte binnen twee jaar na de datum van afgifte van dat rapport worden verspreid. Als de in het bodemanalysrapport vermelde kalkbehoefte meer dan 5 ton per hectare bedraagt, moet er binnen twee jaar na de datum van uitgifte van het rapport ten minste 5 ton kalk per hectare worden verspreid.

Het graslandbedrijf wordt geregistreerd in het meststoffenregister van Ierland en voldoet volledig aan Statutory Instrument No. 378 of 2023, National Fertilizer Database Regulations 2023. Het graslandbedrijf meldt elk jaar ook de eindvoorraden van kunstmest en kalk op zijn bedrijf op 14 september om 23.59 uur, in voorkomend geval door het indienen van de verklaring “Nil Closing Stock” (geen eindvoorraad).”;

b)

het volgende lid 7 wordt toegevoegd:

“7.   De toegestane veebezetting op grond buiten een straal van 30 km van het centrum van het graslandbedrijf is zodanig dat de stikstofbelasting door dierlijke mest niet meer dan 170 kg per hectare per jaar bedraagt, tenzij de bevoegde autoriteit vaststelt dat er aantoonbaar bewijs is dat die grond wordt geëxploiteerd met een veebezetting die leidt tot een stikstofbelasting door dierlijke mest van meer dan 170 kg per hectare per jaar.”

;

4)

in artikel 8 worden de volgende leden 6, 7 en 8 toegevoegd:

“6.   Uiterlijk aan het einde van het tweede jaar waarin het graslandbedrijf gebruikmaakt van de vergunning uit hoofde van dit besluit, zorgt het bedrijf ervoor dat:

a)

zijn nutriëntenbalans is berekend met behulp van geschikte, door de bevoegde autoriteit aanvaarde softwaretechnologie;

b)

het door de bevoegde autoriteit voorgeschreven opleidingsprogramma op het gebied van graslandbeheer is voltooid.

7.   Het gras dat jaarlijks op het graslandbedrijf wordt geproduceerd, wordt ten minste twintig keer per jaar gemeten met behulp van geschikte, door de bevoegde autoriteit aanvaarde softwaretechnologie. Er moeten minstens vijf dagen tussen de grasmetingen zitten.

8.   Het graslandbedrijf neemt ten minste een van de volgende maatregelen:

a)

bij het snoeien van hagen wordt in elke haag ten minste één witte meidoorn of sleedoorn behouden, die tot zijn volledige hoogte moet kunnen groeien;

b)

hagen worden ten minste om de drie jaar onderhouden en worden om beurten gesnoeid, zodat er elk jaar ergens op het landbouwbedrijf hagen bloeien en bessen produceren.”

;

5)

artikel 9 wordt vervangen door:

“Artikel 9

Voorwaarde voor het voederen van vee

Krachtvoer dat tussen 15 april en 30 september aan melkkoeien en andere runderen van twee jaar of ouder wordt vervoederd, mag maximaal 14 % ruw eiwit bevatten. Gegevens over het gehalte aan ruw eiwit in krachtvoer worden bijgehouden en op verzoek ter beschikking gesteld van de bevoegde autoriteit.”

;

6)

het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 9 bis

Aanvullende voorwaarden voor het verlenen van vergunningen in 2028

1.   Met ingang van 1 januari 2028 wordt de jaarlijkse maximale mestgift op grasland op landbouwbedrijven waarvoor een vergunning is afgegeven, zodanig verlaagd dat deze vanaf 2028 5 % lager is dan de gift die is bekendgemaakt in het Ierse actieprogramma zoals uitgevoerd in Statutory Instrument No 42 of 2025, European Union (Good Agricultural Practice for Protection of Waters) Regulation 2022, zoals gewijzigd. Indien bij een herziening van de bemestingsnormen lagere waarden worden vastgesteld, zijn die lagere waarden van toepassing.

2.   Met ingang van 1 januari 2028 mag op landbouwbedrijven met een vergunning geen kunstmest meer op of in de bodem worden gebracht op grasland binnen een straal van 4 meter van oppervlaktewateren, tenzij in het Ierse actieprogramma strengere vereisten zijn vastgesteld, in welk geval die strengere vereisten van toepassing zijn. Met ingang van 1 januari 2028 mogen organische meststoffen, met inbegrip van mest en vervuild water, niet op of in de bodem worden gebracht in dezelfde gebieden binnen een straal van 8 meter langs oppervlaktewateren en binnen een straal van 20 meter van oppervlaktewateren als de grond een gemiddelde helling van meer dan 20 % in de richting van het water heeft, tenzij in het Ierse actieprogramma strengere vereisten zijn vastgesteld, in welk geval die strengere vereisten van toepassing zijn.”

;

7)

artikel 11 wordt vervangen door:

“Artikel 11

Controles

1.   De bevoegde autoriteiten voeren administratieve controles uit op alle vergunningsaanvragen om na te gaan of aan de voorwaarden van de artikelen 6 tot en met 9 bis wordt voldaan. Indien daarbij blijkt dat niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, wordt de aanvraag afgewezen en wordt de aanvrager van de redenen voor de afwijzing in kennis gesteld. De bevoegde autoriteiten voeren elk jaar voor ten minste 10 % van de graslandbedrijven waarvoor een vergunning is verleend, administratieve controles uit van het bodemgebruik, de omvang en aard van de veestapel, en de productie en uitvoer van dierlijke mest.

2.   De bevoegde autoriteiten stellen een programma vast voor inspecties ter plaatse, op basis van een risicobeoordeling en met een passende frequentie, op graslandbedrijven waarvoor een vergunning is verleend, waarbij rekening wordt gehouden met de resultaten van de controles in voorgaande jaren, de resultaten van de algemene aselecte controles van de wetgeving ter omzetting van Richtlijn 91/676/EEG en eventuele overige informatie die erop kan wijzen dat niet aan de voorwaarden van de artikelen 6 tot en met 9 bis wordt voldaan. Elk jaar worden bij ten minste 10 % van de graslandbedrijven waarvoor een vergunning is verleend, inspecties ter plaatse verricht om te beoordelen of aan de voorwaarden van de artikelen 6 tot en met 9 bis wordt voldaan.

3.   Indien in een bepaald jaar wordt vastgesteld dat een graslandbedrijf waarvoor een vergunning is verleend, niet aan de voorwaarden van de artikelen 6 tot en met 9 bis voldoet, wordt overeenkomstig de nationale regels een sanctie opgelegd aan de houder van de vergunning, die dan ook niet meer voor een vergunning voor het daaropvolgende jaar in aanmerking komt.

4.   Aan de bevoegde autoriteiten worden de nodige bevoegdheden en middelen toegekend om naleving van de voorwaarden voor een krachtens dit besluit verleende vergunning te verifiëren, om na te gaan of aan de voorwaarden van de artikelen 6 tot en met 9 bis is voldaan vóór en na de verlening van een vergunning uit hoofde van dit besluit.”

;

8)

aan artikel 13, eerste alinea, wordt het volgende punt j) toegevoegd:

“j)

de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van de in artikel 3 bis, lid 1, bedoelde milieubeoordelingen.”;

9)

artikel 14 wordt vervangen door:

“Dit besluit is van toepassing in de context van het Ierse actieprogramma zoals uitgevoerd in Statutory Instrument No. 113 van 2022, de European Union (Good Agricultural Practice for Protection of Waters) Regulations 2022, zoals gewijzigd, en in de context van het Ierse actieprogramma zoals uitgevoerd in Statutory Instrument No 588 van 2025.

Dit besluit is van toepassing tot en met 31 december 2028.”.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot Ierland.

Gedaan te Brussel, 22 december 2025.

Voor de Commissie

Jessika ROSWALL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1991/676/oj.

(2)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/696 van de Commissie van 29 april 2022 waarbij een door Ierland gevraagde afwijking krachtens Richtlijn 91/676/EEG van de Raad inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen wordt toegestaan (PB L 129 van 3.5.2022, blz. 37, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2022/696/oj).

(3)  Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1992/43/oj).

(4)  Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2000/60/oj).

(5)  Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s (PB L 197 van 21.7.2001, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2001/42/oj).

(6)  Arrest van het Hof van Justitie van 7 november 2018, Coöperatie Mobilisation for the Environment e.a., C-293/17 en C-294/17, ECLI:EU:C:2018:882.

(7)  Verzoek om een prejudiciële beslissing, An Taisce, C-531/24 (PB C, C/2024/6412, 4.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6412/oj).

(8)  Statutory Instrument No 42 van 2025.

(9)  Statutory Instrument No 588 van 2025.

(10)  Statutory Instrument No 113 van 2022.


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2026/67/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top