This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32025R1106
Council Regulation (EU) 2025/1106 of 27 May 2025 establishing the Security Action for Europe (SAFE) through the Reinforcement of the European Defence Industry Instrument (Text with EEA relevance)
Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad van 27 mei 2025 tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie” (Voor de EER relevante tekst)
Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad van 27 mei 2025 tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie” (Voor de EER relevante tekst)
ST/7926/2025/INIT
PB L, 2025/1106, 28.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/1106/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/1106 |
28.5.2025 |
VERORDENING (EU) 2025/1106 VAN DE RAAD
van 27 mei 2025
tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie”
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 122,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de gevolgen daarvan voor de Europese en de mondiale veiligheid zijn een existentiële uitdaging voor de Europese Unie. |
|
(2) |
In antwoord op die uitdaging heeft de Europese Raad in zijn conclusies van 6 maart 2025, verwijzend naar de Verklaring van Versailles van 11 maart 2022 en het op 21 maart 2022 goedgekeurde strategisch kompas voor veiligheid en defensie, benadrukt dat Europa soevereiner moet worden, meer verantwoordelijkheid voor zijn eigen defensie moet nemen en beter toegerust moet zijn om autonoom te handelen en het hoofd te bieden aan onmiddellijke en toekomstige uitdagingen en dreigingen. Tijdens die Europese Raad hebben alle lidstaten zich ertoe verbonden hun algehele defensiegereedheid te versterken, strategische afhankelijkheden te verminderen, kritieke vermogenslacunes aan te pakken en de Europese technologische en industriële defensiebasis (European defence technological and industrial base — EDTIB) in de hele Unie dienovereenkomstig te versterken, zodat de Unie beter in staat is uitrusting te leveren in de hoeveelheden en in het versnelde tempo die nodig zijn. |
|
(3) |
De Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid presenteerden op 18 mei 2022 een gezamenlijke mededeling over “de analyse van de lacunes op het gebied van defensie-investeringen en de te volgen koers”, waarin wordt gewezen op het bestaan, binnen de Unie, van financiële, industriële en vermogensgerelateerde lacunes op het gebied van defensie. |
|
(4) |
Op 20 juli 2023 hebben het Europees Parlement en de Raad Verordening (EU) 2023/1525 (1) vastgesteld, met als doel het opvoeren van de productiecapaciteit van de Europese defensie-industrie onverwijld te ondersteunen, toeleveringsketens veilig te stellen, efficiënte aankoopprocedures te faciliteren, tekortkomingen in productiecapaciteiten aan te pakken en investeringen te bevorderen. |
|
(5) |
Op 18 oktober 2023 hebben het Europees Parlement en de Raad Verordening (EU) 2023/2418 (2) vastgesteld, met als doel de samenwerking tussen de lidstaten in de fase van aanbestedingen op defensiegebied te intensiveren om op een coöperatieve manier de meest dringende en kritieke lacunes in de voorraden van de lidstaten op te vullen, met name de lacunes die zijn ontstaan als gevolg van de reactie op de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne. |
|
(6) |
In zijn conclusies van 14 en 15 december 2023 heeft de Europese Raad, na de balans te hebben opgemaakt van de werkzaamheden ter uitvoering van de Verklaring van Versailles en het strategisch kompas voor veiligheid en defensie, onderstreept dat er meer moet worden gedaan om de doelstellingen van de Unie inzake het vergroten van de gereedheid op defensiegebied te verwezenlijken. Om een dergelijke staat van gereedheid te bereiken en de Unie te verdedigen, werd een sterke defensie-industrie als een eerste vereiste beschouwd; de Europese defensie-industrie moet weerbaarder, innovatiever en concurrerender worden. |
|
(7) |
Op 5 maart 2024 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma voor de Europese defensie-industrie en van een kader van maatregelen ter waarborging van de tijdige beschikbaarheid en levering van defensieproducten (“EDIP-verordening”), teneinde voort te bouwen op de ervaring die is opgedaan in het kader van Verordeningen (EU) 2023/2418 en (EU) 2023/1525 en de logica ervan door te trekken in een meer op de lange termijn gericht en meer gestructureerd perspectief. |
|
(8) |
Sinds begin 2025 is de veiligheidscontext van de Unie echter sterk verslechterd, niet alleen in verband met de aanhoudende dreiging van Rusland en het feit dat dat land steeds sterker opschuift naar een oorlogseconomie, en met de ontwikkelingen in de oorlog in Oekraïne, maar ook met de onzekerheden die voortvloeien uit de opkomst van een geopolitieke situatie waarin de Unie haar inspanningen om autonoom haar defensie te waarborgen, aanzienlijk moet opvoeren. Die recente verslechtering heeft het dreigingsniveau voor de Unie verhoogd en vereist dat de lidstaten met spoed grootschalige overheidsuitgaven doen om de EDTIB op te schalen. Als gevolg hiervan neemt ook de noodzaak toe om, in een geest van solidariteit, snel steun van de Unie te voorzien voor de lidstaten die waarschijnlijk met ernstige moeilijkheden te kampen zullen krijgen als gevolg van de benodigde grootschalige overheidsinvesteringen, die gevolgen kunnen hebben voor hun economische situatie. Gezien de bedreigingen voor de land-, lucht- en zeegrenzen van de Unie en, als gevolg daarvan, de noodzaak om massale overheidsinvesteringen te doen, is deze solidariteit met name van essentieel belang voor de lidstaten die het meest worden blootgesteld aan militaire dreigingen. In dit opzicht zijn de bedreigingen die uitgaan van Rusland en Belarus bijzonder urgent en relevant. Gezien de tijd die nodig is om producten te ontwikkelen en de overeenkomstige industriële productiecapaciteit in de hele Unie op te voeren, is het van essentieel belang geworden dat de Unie zo snel mogelijk een begin maakt met de ondersteuning van deze lidstaten, zodat zij zeer snel orders kunnen plaatsen, waardoor de voorspelbaarheid voor de defensie-industrie wordt vergroot en de sector aldus wordt gestimuleerd om op zeer korte termijn te investeren met het oog op de versterking van de productiecapaciteit. |
|
(9) |
De omvang en het tempo waarmee de lidstaten hun investeringen in de industriële productiecapaciteit op defensiegebied moeten opdrijven, zullen waarschijnlijk grote gevolgen hebben voor de overheidsfinanciën van de lidstaten op een moment dat de begrotingen van verschillende lidstaten onder druk blijven staan. |
|
(10) |
Deze uitzonderlijke situatie, die niet door de lidstaten is veroorzaakt en waarop zij geen invloed hebben, rechtvaardigt dat de Unie dringende maatregelen neemt om een tijdelijk instrument vast te stellen, dat tot doel heeft om financiële bijstand te verlenen in de vorm van een instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa” (het “SAFE-instrument”) aan de lidstaten die in de industriële productie op defensiegebied willen investeren. |
|
(11) |
Het SAFE-instrument moet dringende en grote overheidsinvesteringen in de Europese defensie-industrie mogelijk maken, met als doel haar productiecapaciteit snel te verhogen, de tijdige beschikbaarheid van defensieproducten te verbeteren en haar aanpassing aan structurele veranderingen te versnellen. Aangezien deze verordening een uitzonderlijke en tijdelijke reactie is op een dringende en existentiële uitdaging, mag de in het kader ervan verleende financiële bijstand alleen beschikbaar worden gesteld voor het aanpakken van de negatieve economische gevolgen van de verslechterende veiligheidssituatie en de onmiddellijke aanbestedingsbehoeften van de lidstaten die bijdragen tot een grotere industriële gereedheid van de EDTIB op defensiegebied. Het SAFE-instrument moet deel uitmaken van een algemene inspanning, op het niveau van de Unie en op nationaal niveau, om meer middelen uit te trekken voor industriële defensie-investeringen om de crisissituatie als gevolg van de huidige veiligheidsdreigingen aan te pakken. Daarnaast moeten zowel op het niveau van de Unie als op nationaal niveau bijkomende maatregelen worden nagestreefd om die inspanning te ondersteunen, waaronder de activering van de bestaande flexibiliteit in het kader van het stabiliteits- en groeipact. |
|
(12) |
De financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument moet door de lidstaten worden uitgevoerd in overeenstemming met de prioriteiten inzake defensievermogens die de lidstaten gezamenlijk zijn overeengekomen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), de samenwerking tussen de lidstaten in het kader van de permanente gestructureerde samenwerking die is ingesteld bij Besluit (GBVB) 2017/2315 van de Raad (3), de initiatieven en projecten van het Europees Defensieagentschap (EDA) en de civiele en militaire bijstand van de Unie aan Oekraïne. Bij de uitvoering van deze verordening moeten de lidstaten terdege rekening houden met relevante activiteiten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), met name de vermogensdoelstellingen van de NAVO, en van andere partners, indien die activiteiten de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie dienen. |
|
(13) |
De lidstaten moeten de financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument kunnen gebruiken in synergie met andere bestaande en toekomstige programma’s van de Unie, met name voor de medefinanciering van specifieke acties. Tegelijkertijd kunnen programma’s van de Unie die de samenwerking op het gebied van overheidsopdrachten op defensiegebied ondersteunen of die meer in het algemeen tot doel hebben om het concurrentievermogen van de EDTIB te ondersteunen, specifiek voorzien in aanvullende steun van de Unie. Die soort aanvullende steun kan van toepassing zijn op gemeenschappelijke aanbestedingen waarvoor financiële bijstand wordt verstrekt in het kader van het SAFE-instrument of op marktdeelnemers die bij dergelijke aanbestedingen betrokken zijn, om de overeenkomstige industriële opschaling te stimuleren en de effecten van het SAFE-instrument op de EDTIB verder te versterken. |
|
(14) |
Om de administratieve lasten voor de lidstaten te verminderen, moet de Commissie in het kader van relevante programma’s, en met name programma’s die de samenwerking op het gebied van gemeenschappelijke aanbestedingen ondersteunen, rekening kunnen houden met de in het kader van deze verordening verstrekte informatie, met name voor de verslaglegging over de uitvoering van de financiële bijstand. Dit zou helpen om de voorwaarden voor het aanvragen van financiële steun te vereenvoudigen. |
|
(15) |
Gebrek aan samenwerking tussen de lidstaten heeft geleid tot inefficiënties en een veelvoud van gelijksoortige defensiesystemen binnen de Unie, waardoor de doelstelling van bescherming van het grondgebied van de Unie die met de desbetreffende nationale investeringen wordt nagestreefd, wordt ondermijnd en er tegelijkertijd sprake is van versnippering van aanzienlijke delen van de EDTIB en te kleinschalige operaties. Om die situatie aan te pakken, moeten de begunstigde lidstaten de uit hoofde van deze verordening verleende financiële bijstand gebruiken om gemeenschappelijke aanbestedingen uit te voeren. De in aanmerking komende activiteiten, uitgaven en maatregelen die via gemeenschappelijke aanbestedingen op defensiegebied worden gefinancierd, moeten betrekking hebben op de eerste lijst van prioritaire gebieden die door de Europese Raad zijn vastgesteld, rekening houdend met de lessen die zijn getrokken uit de oorlog in Oekraïne en in overeenstemming met het werk dat reeds is verricht in het kader van het EDA en in volledige samenhang met de NAVO: munitie en raketten; artilleriesystemen, met inbegrip van vermogens voor diepe precisieaanvallen; grondgevechtsvermogen en de bijbehorende ondersteuningssystemen, met inbegrip van militaire uitrusting en infanteriewapens; de bescherming van kritieke infrastructuur; cyber; militaire mobiliteit, met inbegrip van antimobiliteitsmaatregelen; lucht- en raketafweersystemen; maritieme oppervlakte- en onderwatervermogens; drones en droneafweersystemen; strategische hulpmiddelen zoals, maar niet beperkt tot, strategisch luchttransport, bijtanken in de lucht en C4ISTAR-systemen, alsook ruimtevaartactiva en -diensten; artificiële intelligentie en elektronische oorlogvoering. Die gemeenschappelijke aanbestedingen moeten gericht zijn op het versnellen van de aanpassing aan structurele veranderingen in de productiecapaciteit van defensieproducten, waarbij interoperabiliteit en onderlinge uitwisselbaarheid in de hele Unie worden gewaarborgd, het stimuleren van samenwerking in de aanbestedingsfase, het ondersteunen van de verhoging van de productiecapaciteit en het ontwikkelen en verwerven van de bijbehorende infrastructuur, uitrusting en logistieke diensten. |
|
(16) |
Om met het oog op de recente ontwikkeling van de geopolitieke situatie en de uitzonderlijke bedreiging van de veiligheid van de Unie en haar lidstaten de industriële basis van de Unie zo snel mogelijk op efficiënte en autonome wijze te versterken, en aldus de efficiëntie en de toegevoegde waarde van de in het kader van het SAFE-instrument verleende financiële bijstand te vergroten, moeten in deze verordening subsidiabiliteitsvoorwaarden worden vastgelegd voor het gebruik van de financiële bijstand door de lidstaten. Aannemers en onderaannemers die bij de gemeenschappelijke aanbesteding in het kader van het SAFE-instrument betrokken zijn, moeten daarom in de Unie, in leden van de Europese Vrijhandelsassociatie die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (“EER-EVA-staten”) of in Oekraïne zijn gevestigd en aldaar hun uitvoerende bestuursstructuren hebben, en voor de gemeenschappelijke aanbesteding infrastructuur, faciliteiten, activa of middelen gebruiken die zich op het grondgebied van een lidstaat, een EER-EVA-staat of Oekraïne bevinden. Om ervoor te zorgen dat aannemers en onderaannemers die betrokken zijn bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken, de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten niet schenden, mogen zij niet onder zeggenschap staan van derde landen of entiteiten uit derde landen. In die context moet onder “zeggenschap” het vermogen worden verstaan om beslissende invloed op een juridische entiteit uit te oefenen, hetzij direct, hetzij indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten. De lidstaten die deelnemen aan de door het SAFE-instrument ondersteunde aanbestedingen zijn er verantwoordelijk voor dat aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden wordt voldaan. |
|
(17) |
In bepaalde omstandigheden moet het mogelijk zijn af te wijken van het beginsel dat aannemers en onderaannemers die betrokken zijn bij een gemeenschappelijke aanbesteding gebruikmaken van infrastructuur, faciliteiten, activa of middelen die zich op het grondgebied van een lidstaat, een EER-EVA-staat of Oekraïne bevinden en niet onder zeggenschap van derde landen of entiteiten uit derde landen staan. In die omstandigheden moet een in de Unie, in een EER-EVA-staat of in Oekraïne gevestigde juridische entiteit die gebruikmaakt van infrastructuur, faciliteiten, activa of middelen die zich buiten het grondgebied van een lidstaat, een EER-EVA-staat of Oekraïne bevinden en/of onder zeggenschap staan van een derde land of een entiteit uit een derde land, kunnen deelnemen indien aan strikte voorwaarden is voldaan met betrekking tot de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, zoals vastgesteld in het kader van het GBVB uit hoofde van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). |
|
(18) |
In de Unie, in een EER-EVA-staten of in Oekraïne gevestigde juridische entiteiten die onder zeggenschap staan van een derde land, waarbij het niet gaat om Oekraïne of een EER-EVA-staat (“ander derde land”), of een andere entiteit uit een derde land, indien toegestaan, moeten in aanmerking komen voor deelname aan de gemeenschappelijke aanbesteding indien zij onderworpen zijn geweest aan screening in de zin van Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad (4) en, indien nodig, aan passende mitigatiemaatregelen, of indien garanties, als bedoeld in deze verordening, die, al naargelang de vestigingsplaats van de juridische entiteit, zijn goedgekeurd overeenkomstig de nationale procedures van de lidstaat, de EER-EVA-staat of Oekraïne, ter beschikking worden gesteld van de Commissie. Om de administratieve lasten te verminderen, moet de Commissie een eenvoudig gestandaardiseerd model voor de garanties voorstellen. Dergelijke garanties mogen alleen worden verleend indien aan strikte voorwaarden is voldaan met betrekking tot de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, zoals vastgesteld in het kader van het GBVB uit hoofde van titel V van het VEU. |
|
(19) |
Om de tijdige beschikbaarheid en levering van defensieproducten van de EDTIB te waarborgen en de aanpassing ervan aan structurele veranderingen te versnellen en aldus de efficiëntie van de verleende financiële bijstand te vergroten, is het belangrijk minimumeisen vast te stellen met betrekking tot de waarde die binnen de Unie wordt gegenereerd. Daarom moeten opdrachten in het kader van gemeenschappelijke aanbestedingen een vereiste bevatten dat de kosten van de onderdelen van oorsprong van buiten de Unie, de EER-EVA-staten of Oekraïne niet meer dan 35 % van de geschatte kosten van de onderdelen van het eindproduct bedragen. Voor de berekening van dat percentage zou de Commissie richtsnoeren kunnen opstellen. |
|
(20) |
De subsidiabiliteitscriteria moeten rekening houden met bestaande toeleveringsketens en de industriële samenwerking met partners van buiten de EU, en moeten het mogelijk maken aan de vermogensvereisten te voldoen. Daarom moeten gemeenschappelijke aanbestedingen waarbij onderaannemers betrokken zijn aan wie tussen 15 % en 35 % van de waarde van de opdracht is toegewezen en die niet gevestigd zijn of hun uitvoerende bestuursstructuren niet in de Unie, een EER-EVA-staat of Oekraïne hebben, in aanmerking komen. |
|
(21) |
Voor bepaalde defensieproducten, waarvan de onderliggende technologie niet op grote schaal beschikbaar is in de Unie en die moeilijk op grote schaal kunnen worden vervangen, moeten aanvullende voorwaarden worden gesteld om te waarborgen dat de strijdkrachten van de lidstaten met betrekking tot die producten niet worden gebonden door door derde landen opgelegde beperkingen. De aannemer of het consortium van aannemers moet derhalve voor die defensieproducten de mogelijkheid hebben om, zonder door derde landen of entiteiten uit derde landen opgelegde beperkingen, te beslissen over de definitie, aanpassing of ontwikkeling van het ontwerp van de aangekochte defensieproducten, en daarbij ook wettelijk bevoegd zijn om onderdelen die onderworpen zijn aan door derde landen of entiteiten uit derde landen opgelegde beperkingen te vervangen of te demonteren. |
|
(22) |
De subsidiabiliteitsvoorwaarden van het SAFE-instrument hebben tot doel de productiecapaciteit van de defensie-industrie van de Unie onmiddellijk op te voeren en tegelijkertijd de nodige flexibiliteit mogelijk te maken, rekening houdend met de internationalisering van toeleveringsketens voor relevante producten en technologieën. Behalve aan de EER-EVA-EER-staten en Oekraïne moet het SAFE-instrument ook aan toetredende staten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten, alsook aan derde landen waarmee de Unie een veiligheids- en defensiepartnerschap (niet-bindend instrument — NBI) is aangegaan, de mogelijkheid bieden deel te nemen aan gemeenschappelijke aanbestedingen in het kader van het instrument. |
|
(23) |
Via bilaterale of multilaterale overeenkomsten tot uitvoering van economische, financiële of technische samenwerkingsmaatregelen, met inbegrip van bijstand, tussen de Unie en een of meer van die gelijkgestemde derde landen, andere dan Oekraïne en de EER-EVA-staten, moeten in die landen gevestigde aannemers en onderaannemers kunnen deelnemen aan gemeenschappelijke aanbestedingen in het kader van het SAFE-instrument, overeenkomstig de in die overeenkomsten vast te stellen voorwaarden. Dergelijke overeenkomsten mogen geen afbreuk doen aan de subsidiabiliteit van producten die voldoen aan de voorwaarde dat de kosten van de onderdelen van oorsprong van buiten de Unie, de EER-EVA-staten en Oekraïne niet meer mogen bedragen dan 35 % van de geschatte kosten van de onderdelen van het eindproduct. |
|
(24) |
Een sterkere en slagvaardigere Unie op het gebied van veiligheid en defensie zal een positieve bijdrage leveren aan de wereldwijde en trans-Atlantische veiligheid en is complementair met de NAVO, die, voor de staten die er lid van zijn, de grondslag van hun collectieve defensie blijft. De Unie is vastbesloten de trans-Atlantische samenwerking en inzet op het gebied van veiligheid en defensie verder te versterken en te verdiepen, teneinde de interoperabiliteit te verbeteren, de industriële samenwerking voort te zetten en te zorgen voor wederzijdse toegang tot geavanceerde technologieën met betrouwbare partners, ook ter versterking van de EDTIB. Deze verordening moet aan die doelstellingen bijdragen. |
|
(25) |
Lidstaten die financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument wensen te verkrijgen, moeten bij de Commissie een verzoek indienen, vergezeld van een investeringsplan voor de Europese defensie-industrie (het “plan”). Om de voorbereiding van plannen te vergemakkelijken, moeten de Commissie en de lidstaten uitwisselingen aangaan om voorlopige toewijzingen van de bedragen voor leningen vast te stellen. De Commissie moet alle door de lidstaten ingediende verzoeken beoordelen. Bij de verificatie of de plannen de in deze verordening vastgelegde criteria naleven, moet de Commissie in voorkomend geval een beroep doen op de deskundigheid van het EDA of de militaire staf van de EU. Tijdens de voorbereiding van de plannen moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om met de Commissie van gedachten te wisselen zodat zij hun ontwerpplannen voor indiening nog kunnen aanpassen. Wanneer de Commissie tijdens de uitvoering van de plannen van oordeel is dat de plannen niet aan de voorwaarden van deze verordening voldoen, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om die plannen te wijzigen. De Commissie moet de bedragen voor leningen toewijzen aan de betrokken lidstaten door toepassing van de beginselen van gelijke behandeling, solidariteit, evenredigheid en transparantie, met name indien de som van de gevraagde leningbedragen hoger is dan het totale maximumbedrag aan financiële bijstand dat in het kader van het SAFE-instrument beschikbaar is. De leningen moeten worden verdeeld over de aanvragende lidstaten overeenkomstig de beginselen van gelijke behandeling, solidariteit, evenredigheid en transparantie. In de plannen moeten maatregelen worden beschreven om de veerkracht van de Europese defensie-industrie te versterken, met name door de toegang tot de defensiemarkt voor kleine en middelgrote ondernemingen, midcaps en nieuwe spelers op defensiegebied te vergemakkelijken. |
|
(26) |
Gezien het belang van de financiële gevolgen van het ondersteunen van de lidstaten in het kader van deze verordening en van de noodzaak om voor samenhang te zorgen tussen de verschillende gebieden van het externe optreden en het economisch beleid van de Unie, rekening houdend met de specifieke rol die de Raad wordt verzocht daarbij op zich te nemen, moeten in de bij deze verordening vastgestelde gevallen aan de Raad uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. |
|
(27) |
Om de uitvoering van het plan te vergemakkelijken, moeten de Commissie en elke betrokken lidstaat een operationele regeling sluiten met details over de uitbetaling van de financiële bijstand, met inbegrip van een voorlopig uitbetalingsschema, en een leningsovereenkomst ondertekenen met de gedetailleerde voorwaarden van de steun via leningen in het kader van het SAFE-instrument. Een voorfinanciering van 15 % moet worden verstrekt om een snelle start van de uitvoering van de activiteiten, uitgaven en maatregelen in het kader van het SAFE-instrument mogelijk te maken. |
|
(28) |
Het is passend financiële bijstand te organiseren in het kader van de gediversifieerde financieringsstrategie van artikel 224 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (5) (het “Financieel Reglement”), die als één enkele financieringsmethode is vastgelegd en waarvan wordt verwacht dat zij zal zorgen voor een grotere liquiditeit van obligaties van de Unie en de uitgiften van de Unie aantrekkelijker en kostenefficiënter zal maken. De leningen moeten worden verstrekt met een voldoende lange looptijd voor terugbetaling, tot maximaal 45 jaar. Voor de hoofdsom kan een aflossingsvrije periode van in beginsel 10 jaar worden toegepast. Om prudentiële redenen die verband houden met het beheer van de leningenportefeuille mag het aandeel van de leningen dat wordt verstrekt aan de drie lidstaten die het grootste aandeel van de verstrekte leningen vertegenwoordigen, niet meer bedragen dan 60 % van de maximale financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument. |
|
(29) |
Teneinde de beschikbare financiële bijstand optimaal te benutten, is het in gevallen waarin financiële bedragen na de vaststelling krachtens deze verordening van een uitvoeringsbesluit van de Raad beschikbaar blijven, passend dat de Commissie een nieuwe oproep tot het indienen van blijken van belangstelling publiceert. In dat geval moeten de procedures voor het verzoek om financiële bijstand van toepassing zijn, eventueel met de nodige aanpassingen, met name wat betreft de desbetreffende termijnen en het feit dat een gewijzigd plan moet worden ingediend. |
|
(30) |
Voor een gemeenschappelijke aanbesteding moet het om ten minste twee deelnemende landen gaan die lidstaten of EER-EVA-staten zijn, of om Oekraïne, waarbij ten minste één land een lidstaat moet zijn die in het kader van het SAFE-instrument steun via leningen ontvangt. Daarnaast moeten toetredende staten, andere kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten, en andere derde landen waarmee de Unie een veiligheids- en defensiepartnerschap (NBI) is aangegaan, kunnen deelnemen aan gemeenschappelijke aanbestedingen die worden uitgevoerd met een lidstaat die in het kader van het SAFE-instrument financiële bijstand ontvangt. Gemeenschappelijke aanbestedingen kunnen bestaande aanbestedingsopdrachten omvatten die aan dezelfde voorwaarden voldoen. Aanbestedingen die door één lidstaat worden uitgevoerd, moeten ook in aanmerking komen voor steun wanneer een contract uiterlijk op 30 mei 2026, mits die lidstaat alle nodige stappen onderneemt, die worden overeengekomen in de operationele regeling, om het voordeel van de opdracht uit te breiden tot andere lidstaten, EER-EVA-staten en Oekraïne, alsook tot toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, of andere derde landen waarmee de Unie een veiligheids- en defensiepartnerschap is aangegaan, door er actief contact mee te zoeken. De opname van EER-EVA-staten en Oekraïne als landen die het vereiste minimumaantal voor gemeenschappelijke aanbestedingen kunnen uitmaken, wordt gerechtvaardigd door respectievelijk het nauwe partnerschap van die landen met de Unie op het gebied van industriële productie op defensiegebied, en het feit dat Oekraïne rechtstreeks wordt geconfronteerd met de aanhoudende aanvalsoorlog van Rusland. De lidstaten worden ook aangemoedigd Oekraïne verder te ondersteunen met de uitrusting die wordt aangekocht met financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument. Door de deelname van deze derde landen aan gemeenschappelijke aanbestedingen die aan de EDTIB of de technologische en industriële defensiebasis van Oekraïne of van EER-EVA-staten worden gegund, zou de bundeling van de vraag op het niveau gebracht kunnen worden dat nodig is om de industriële capaciteit op te schalen. Ook zou hierdoor bijgedragen worden aan de interoperabiliteit van systemen en producten die door de naaste partners van de Unie op dit gebied worden ingezet en zouden de deelnemende lidstaten tegelijkertijd mogelijk betere prijzen veilig kunnen stellen. |
|
(31) |
Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) stelt een regelgevingskader vast voor de coördinatie van procedures voor het plaatsen van opdrachten op defensie- en veiligheidsgebied, rekening houdend met de veiligheidsvereisten van de lidstaten en de uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voortvloeiende verplichtingen. Die richtlijn bevat specifieke regels die gelden voor dringende situaties als gevolg van een crisis, zoals het bepalingen over het verkorten van termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen en de mogelijkheid om gebruik te maken van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van een opdracht. Om de doeltreffendheid van het SAFE-instrument te vergroten bij het aanpakken, in een geest van solidariteit, van de noodsituatie als gevolg van de ontwikkeling van de geopolitieke situatie, is het noodzakelijk dat zo spoedig mogelijk grootschalige investeringen in de EDTIB worden gedaan. |
|
(32) |
Daartoe moet de gunning van opdrachten op basis van aanbestedingen waarbij ten minste één lidstaat betrokken is die financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument ontvangt, worden vergemakkelijkt. De termijnen van Richtlijn 2009/81/EG, met inbegrip van de verkorte termijnen van artikel 33, lid 7, van die richtlijn, bieden onvoldoende flexibiliteit om een antwoord te bieden op de urgentie van de huidige crisissituatie. Daarom moeten lidstaten die aanbestedingen uitvoeren met gebruikmaking van de in het kader van het SAFE-instrument verleende bijstand, worden geacht zich in een dringende situatie als gevolg van een crisis te bevinden, die het gebruik van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder bekendmaking van een aankondiging van een opdracht als bedoeld in Richtlijn 2009/81/EG rechtvaardigt. Gezien de urgentie als gevolg van de huidige crisissituatie, waardoor onmiddellijke en massale investeringen in de EDTIB noodzakelijk zijn, en ter bescherming van de veiligheidsbelangen van de lidstaten die deelnemen aan aanbestedingen die door het SAFE-instrument worden ondersteund, moet bovendien ook de mogelijkheid worden geboden om een bestaande raamovereenkomst of opdracht open te stellen voor aanbestedende diensten van lidstaten die oorspronkelijk geen partij waren bij die raamovereenkomst of opdracht, zelfs als deze niet in een dergelijke mogelijkheid voorzag, mits de voorafgaande toestemming wordt verkregen van de onderneming die de raamovereenkomst of opdracht heeft gesloten. |
|
(33) |
Het SAFE- instrument is erop gericht een hoger belang in verband met de openbare veiligheid te ondersteunen, door het begeleiden van de financiële inspanningen van de lidstaten om, door middel van een opschaling van de EDTIB, te zorgen voor de tijdige beschikbaarheid en levering van defensieproducten om de lidstaten in staat te stellen zich op elke vorm van agressie voor te bereiden. Door gebruik te maken van subsidiabiliteitsvoorwaarden, beoogt het het concurrentievermogen en de industriële gereedheid van de EDTIB te ondersteunen, die benodigd zijn om de lidstaten beter in staat te stellen het grondgebied van de Unie en haar lidstaten op efficiënte en autonome wijze te verdedigen. Met het instrument wordt ook een bijkomende doelstelling nagestreefd, namelijk om, door het gebruik van gemeenschappelijke aanbestedingen, het niveau van interoperabiliteit van defensieproducten te verhogen. Om die inspanningen te begeleiden, is het, in een geest van solidariteit en om de financiële duurzaamheid te waarborgen van de inspanningen die nodig zijn om de ernstige moeilijkheden op het gebied van de beschikbaarheid van defensieproducten aan te pakken, passend maatregelen te nemen om te voorkomen dat belastingen op die uitgaven vooraf moeten worden gefinancierd. Defensieproducten die worden aangekocht in het kader van aanbestedingen die worden ondersteund door het SAFE-instrument wordt geleverd, moeten daarom worden vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) door de invoering van een op grond van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad (7) toegepaste btw-vrijstelling. Deze vrijstelling moet gericht zijn en alleen gelden voor de leveringen die worden gedaan ten behoeve van opdrachten die voortvloeien uit aanbestedingen in het kader van het SAFE-instrument. |
|
(34) |
De Unie blijft zich ten volle inzetten voor internationale solidariteit. Alle noodzakelijk geachte maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden genomen, met inbegrip van maatregelen die nodig worden geacht om kritieke tekorten te voorkomen of te verhelpen, moeten gericht, transparant, evenredig, tijdelijk en in overeenstemming met de WTO-verplichtingen worden toegepast. |
|
(35) |
Deze verordening moet worden uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende voorschriften als vastgesteld op grond van artikel 322 van het VWEU, met name het Financieel Reglement en Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad (8). |
|
(36) |
Deze verordening doet geen afbreuk aan het toepasselijke internationale recht waarbij het gebruik, de ontwikkeling of de productie van bepaalde defensieproducten en -technologieën wordt verboden. |
|
(37) |
De Commissie en de lidstaten moeten communicatieactiviteiten kunnen ontplooien om te zorgen voor de zichtbaarheid van de Uniefinanciering en, in voorkomend geval, om ervoor te zorgen dat door middel van een financieringsverklaring naar behoren wordt meegedeeld en erkend dat sprake is van steun verleend in het kader van het SAFE-instrument. |
|
(38) |
Deze verordening doet geen afbreuk aan de uitsluitende verantwoordelijkheid die elke lidstaat heeft voor zijn nationale veiligheid, als bepaald in artikel 4, lid 2, VEU, noch aan het recht van elke lidstaat om zijn wezenlijke veiligheidsbelangen te verdedigen overeenkomstig artikel 346 van het VWEU. |
|
(39) |
Deze verordening moet van toepassing zijn onverminderd het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten. |
|
(40) |
Opdat zo snel mogelijk met de uitvoering van deze verordening kan worden begonnen, om de doelstellingen ervan te bereiken, moet deze met spoed in werking treden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Bij deze verordening wordt het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa door middel van versterking van de Europese defensie-industrie” (het “SAFE-instrument”) vastgesteld, waarmee financiële bijstand aan de lidstaten wordt verleend om hen in staat te stellen dringende en grote overheidsinvesteringen ter ondersteuning van de Europese defensie-industrie te doen in reactie op de huidige crisissituatie.
Deze verordening stelt de voorwaarden en procedures vast die bepalen hoe de financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument wordt verstrekt aan de lidstaten en door hen wordt gebruikt, en bevat de regels voor vereenvoudigde en versnelde procedures voor gemeenschappelijke aanbesteding voor de aanschaf van defensieproducten en andere producten voor defensiedoeleinden die tot de volgende categorieën behoren:
|
a) |
categorie één: munitie en raketten; artilleriesystemen, met inbegrip van vermogens voor diepe precisieaanvallen; grondgevechtsvermogen en de bijbehorende ondersteuningssystemen, met inbegrip van militaire uitrusting en infanteriewapens; kleine drones (NAVO-klasse 1) en bijbehorende droneafweersystemen; de bescherming van kritieke infrastructuur; cyber, en militaire mobiliteit, met inbegrip van antimobiliteitsmaatregelen; |
|
b) |
categorie twee: lucht- en raketafweersystemen; maritieme oppervlakte- en onderwatervermogens; andere dan kleine drones (NAVO-klassen 2 en 3) en bijbehorende droneafweersystemen; strategische hulpmiddelen zoals, maar niet beperkt tot, strategisch luchttransport, bijtanken in de lucht, C4 ISTAR-systemen, alsook ruimtevaartactiva en -diensten; bescherming van ruimteactiva; artificiële intelligentie en elektronische oorlogvoering. |
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1) |
“defensieproduct”: goederen, diensten en werken die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/81/EG vallen, zoals bepaald in artikel 2 van die richtlijn; |
|
2) |
“andere producten voor defensiedoeleinden”: alle goederen, diensten en werken die niet onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/81/EG vallen, zoals bepaald in artikel 2 van die richtlijn, en die noodzakelijk zijn voor of gericht zijn op defensiedoeleinden; |
|
3) |
“gemeenschappelijke aanbesteding”: de aanbestedingsprocedure voor defensieproducten of andere producten voor defensiedoeleinden en de daaruit voortvloeiende opdrachten, die worden uitgevoerd door ten minste één lidstaat die financiële bijstand ontvangt in het kader van het SAFE-instrument en één andere lidstaat of één van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (“EER-EVA-staten”) of Oekraïne. Daarnaast kunnen toetredende staten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten en andere derde landen waarmee de Unie een veiligheids- en defensiepartnerschap (niet-bindend instrument — NBI) is aangegaan, bij de gemeenschappelijke aanbesteding worden betrokken. Gemeenschappelijke aanbestedingen kunnen bestaande aanbestedingsopdrachten omvatten die aan dezelfde voorwaarden voldoen. |
Artikel 3
Aanvullende aard van het SAFE-instrument
Het SAFE-instrument vormt een aanvulling op de maatregelen die de Unie en de lidstaten hebben genomen om dringende en grote overheidsinvesteringen ter ondersteuning van de Europese defensie-industrie te doen.
Artikel 4
Voorwaarden voor het gebruik van het SAFE-instrument
1. Een lidstaat kan om financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument (“financiële bijstand”) verzoeken voor activiteiten, uitgaven en maatregelen die gericht zijn op het aanpakken van de in artikel 1 bedoelde crisissituatie. Die activiteiten, uitgaven en maatregelen houden verband met defensieproducten of andere producten voor defensiedoeleinden en worden uitgevoerd door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen die worden uitgevoerd overeenkomstig de in artikel 16 vastgelegde subsidiabiliteitsregels, en hebben de volgende doelstellingen:
|
a) |
de aanpassing van de defensie-industrie aan structurele veranderingen versnellen, onder meer door productiecapaciteit te creëren en op te voeren en via daarmee samenhangende ondersteunende activiteiten; |
|
b) |
de tijdige beschikbaarheid van defensieproducten verbeteren, onder meer door hun leveringstermijn te verkorten, productieslots te reserveren of voorraden van defensieproducten, tussenproducten of grondstoffen aan te leggen, of |
|
c) |
interoperabiliteit en onderlinge uitwisselbaarheid in de hele Unie te waarborgen. |
2. Een lidstaat kan financiële bijstand uit hoofde van het SAFE-instrument gebruiken in synergie met programma’s van de Unie, overeenkomstig de regels van die programma’s. Financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument kan ook worden gebruikt voor de financiering van activiteiten die een bijdrage van de Unie hebben ontvangen in het kader van een programma van de Unie.
3. In afwijking van lid 1 van dit artikel komen aanbestedingen die door één lidstaat worden verricht, in aanmerking voor steun in het kader van het SAFE-instrument, indien uiterlijk op 30 mei 2026 een aanbestedingsopdracht is ondertekend. Wanneer een lidstaat een dergelijke aanbesteding in het in artikel 7, lid 2, bedoelde plan opneemt, neemt hij actief alle nodige stappen om ervoor te zorgen dat ten minste één andere lidstaat, één EER-EVA-staat, of Oekraïne, naast eventuele geïnteresseerde toetredende staten, kandidaat-lidstaten, potentiële kandidaten of andere derde landen waarmee de Unie een veiligheids- en defensiepartnerschap is aangegaan, ook voordeel heeft van de desbetreffende opdracht. De in artikel 16, leden 2 tot en met 14, vastgelegde subsidiabiliteitsvoorwaarden zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5
Vorm van de financiële bijstand
De financiële bijstand neemt de vorm aan van een lening die door de Unie aan de betrokken lidstaat wordt verstrekt.
Artikel 6
Maximumbedrag van de financiële bijstand
Het maximumbedrag van de financiële bijstand in de vorm van in het kader van het SAFE-instrument verstrekte leningen bedraagt 150 000 000 000 EUR.
Artikel 7
Verzoek om financiële bijstand en investeringsplannen voor de Europese defensie-industrie
1. Een lidstaat die financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument wenst te ontvangen, dient daartoe een verzoek in bij de Commissie uiterlijk op 30 november 2025. Het verzoek gaat vergezeld van een investeringsplan voor de Europese defensie-industrie (het “plan”).
2. Het plan wordt naar behoren gemotiveerd en onderbouwd. Het omvat de volgende elementen:
|
a) |
een beschrijving van het defensieproduct en van de andere producten voor defensiedoeleinden; |
|
b) |
een beschrijving van de geplande activiteiten, geraamde uitgaven en maatregelen overeenkomstig artikel 4; |
|
c) |
in voorkomend geval, een beschrijving van de voorziene betrokkenheid van Oekraïne bij de geplande activiteiten, uitgaven en maatregelen, of van geplande acties ten behoeve van Oekraïne; |
|
d) |
een beschrijving van de geplande maatregelen om de naleving van artikel 16 en de aanbestedingsregels te waarborgen, met inbegrip van een beschrijving van de wijze waarop de naleving ervan zal worden gewaarborgd. |
3. In voorkomend geval nemen de lidstaten een beschrijving op van activiteiten om de voorzieningszekerheid en veerkracht te versterken, met name door de toegang tot de defensiemarkt te vergemakkelijken voor kleine en middelgrote ondernemingen, midcaps en nieuwe spelers op defensiegebied.
4. Bij het opstellen van hun plannen kunnen de lidstaten de Commissie verzoeken een uitwisseling van goede praktijken te organiseren en in voorkomend geval op zoek te gaan naar synergieën met de investeringsplannen voor de defensie-industrie van andere lidstaten, zodat de verzoekende lidstaten kunnen profiteren van de ervaringen van andere lidstaten.
5. De lidstaten kunnen bij de Commissie een gewijzigd verzoek om financiële bijstand indienen, vergezeld van een gewijzigd plan, indien dit naar behoren wordt gerechtvaardigd door een wijziging van de geplande uitgaven of maatregelen en op voorwaarde dat de leningbedragen beschikbaar zijn.
Artikel 8
Besluit over het verzoek om financiële bijstand
1. De Commissie beoordeelt onverwijld het door het plan vergezelde verzoek om financiële bijstand.
2. Indien de Commissie vaststelt dat het verzoek voldoet aan de voorwaarden van deze verordening, met name die van artikel 4, artikel 7, lid 2, en artikel 16, dient zij een voorstel in voor een uitvoeringsbesluit van de Raad waarbij de financiële bijstand beschikbaar wordt gesteld.
3. Het in lid 2 bedoelde uitvoeringsbesluit van de Raad bevat:
|
a) |
de bevestiging dat het in artikel 7, lid 1, bedoelde verzoek, in overeenstemming is met de in deze verordening vastgelegde voorwaarden, en |
|
b) |
het bedrag van de lening en het bedrag van de steun via leningen die zal worden betaald in de vorm van voorfinanciering overeenkomstig artikel 11. |
4. De Commissie deelt haar beoordeling van het verzoek in alle gevallen mee aan de betrokken lidstaat, met opgave van de redenen voor haar beoordeling.
5. Wanneer de Commissie bij de Raad het voorstel indient overeenkomstig lid 2, houdt zij rekening met de bestaande en verwachte financieringsbehoeften van de verzoekende lidstaat en met verzoeken om financiële bijstand op grond van deze verordening die reeds door andere lidstaten zijn ingediend of gepland, met toepassing van de beginselen van gelijke behandeling, solidariteit, evenredigheid en transparantie. Dat voorstel wordt onverwijld ingediend.
6. De Raad stelt het in lid 2 bedoelde uitvoeringsbesluit in de regel binnen vier weken na vaststelling van het voorstel van de Commissie vast.
7. Indien na de vaststelling van het uitvoeringsbesluit krachtens lid 2 bedragen beschikbaar blijven voor financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument, kan de Commissie uiterlijk op 31 december 2026 een nieuwe oproep tot het indienen van blijken van belangstelling publiceren. In dat geval is de in artikel 7 en in de leden 1 tot en met 5 van dit artikel uiteengezette procedure van overeenkomstige toepassing.
8. Alle uitvoeringsbesluiten uit hoofde van lid 2 worden uiterlijk op 30 juni 2027 vastgesteld.
Artikel 9
Opgenomen en verstrekte leningen
1. Voor de financiering van steun in het kader van het SAFE-instrument in de vorm van leningen wordt de Commissie gemachtigd om, namens de Unie, de nodige financiële middelen op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen te lenen overeenkomstig artikel 224 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 (het “Financieel Reglement”).
2. De in het kader van het SAFE-instrument opgenomen en verstrekte leningen worden verricht in euro’s.
Artikel 10
Leningsovereenkomst en operationele regelingen
1. Na de vaststelling van een in artikel 8, lid 2, bedoeld uitvoeringsbesluit van de Raad sluit de Commissie een leningsovereenkomst en operationele regelingen met de verzoekende lidstaat.
2. In de leningsovereenkomst worden de beschikbaarheidsperiode en de gedetailleerde voorwaarden van de steun in het kader van het SAFE-instrument in de vorm van leningen vastgelegd. De leningsovereenkomst heeft een maximale looptijd van 45 jaar. Naast de in artikel 223, lid 4, van het Financieel Reglement vastgelegde elementen bevat de leningsovereenkomst het bedrag van de voorfinanciering en regels voor de verrekening van voorfinanciering.
3. In de operationele regelingen wordt het verband vastgelegd tussen de uitvoering van een plan en de overeenkomstige financiële bijstand, met inbegrip van een voorlopig tijdschema voor de uitbetaling van de leningtranches, in voorkomend geval met een jaarlijks plafond. Daarnaast worden in deze operationele regelingen de soorten bewijsstukken en de controlevoorschriften met betrekking tot de naleving van de specifieke subsidiabiliteitsregels die door de lidstaten overeenkomstig artikel 16 worden toegepast, alsook de in artikel 14 bedoelde gedetailleerde elementen, vastgelegd.
Artikel 11
Voorfinanciering
1. De lidstaten kunnen in het kader van hun plan verzoeken om een voorfinanciering van maximaal 15 % van de steun via leningen.
2. De voorfinanciering wordt uitbetaald onder voorbehoud van de inwerkingtreding van de in artikel 10, lid 2, bedoelde leningsovereenkomst. In de leningsovereenkomst kan worden bepaald dat de betaling van voorfinanciering afhankelijk is van de sluiting van de in artikel 10, lid 3, bedoelde operationele regelingen.
3. De betalingen worden verricht onder voorbehoud van de beschikbaarheid van financiering. De voorfinanciering kan in één of meer deeltranches worden uitbetaald.
Artikel 12
Regels voor de betaling van tranches en de opschorting van leningen
1. De beschikbaarheidsperiode van de lening, die overeenkomt met de periode waarin betalingen aan de betrokken lidstaat op grond van dit artikel kunnen worden goedgekeurd, eindigt op 31 december 2030. De betalingen worden verricht in tranches, onder voorbehoud van de beschikbaarheid van financiering. Een tranche kan in een of meer deeltranches worden uitbetaald.
2. De betrokken lidstaat kan bij de Commissie een naar behoren gemotiveerd betalingsverzoek indienen. Een dergelijk betalingsverzoek kan door de lidstaten tweemaal per jaar bij de Commissie worden ingediend. De lidstaat motiveert het betalingsverzoek met bewijzen van de vooruitgang bij de uitvoering van het plan.
3. De Commissie beoordeelt onverwijld, en uiterlijk binnen twee maanden na de ontvangst van het in lid 2 bedoelde betalingsverzoek, de volledigheid, juistheid en samenhang van het verzoek. Indien de Commissie een positieve beoordeling geeft dat voldaan is aan de in deze verordening vastgelegde voorwaarden, stelt zij onverwijld een besluit vast waarbij de uitbetaling van de leningtranche wordt goedgekeurd.
4. Indien de Commissie op grond van de in lid 3 bedoelde beoordeling concludeert dat het in lid 2 bedoelde betalingsverzoek onbevredigend is, wordt de betaling van de lening geheel of gedeeltelijk opgeschort. De betrokken lidstaat kan binnen één maand na de mededeling van de beoordeling van de Commissie opmerkingen maken.
5. De Commissie beoordeelt de in lid 4 bedoelde opmerkingen onverwijld. Zij heft de opschorting op indien de betrokken lidstaat heeft aangetoond dat hij de nodige maatregelen heeft genomen om ervoor te zorgen dat op bevredigende wijze wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in deze verordening.
Artikel 13
Op de leningenportefeuille toepasselijke prudentiële regels
Het aandeel van de leningen die worden verstrekt aan de drie lidstaten die het grootste aandeel van de verstrekte leningen vertegenwoordigen, bedraagt niet meer dan 60 % van het in artikel 6 genoemde maximumbedrag.
Artikel 14
Controle en audit
De leningsovereenkomst bevat de nodige bepalingen betreffende controles en audits, zoals op grond van artikel 223, lid 4, van het Financieel Reglement vereist.
Artikel 15
Verslaglegging
1. De Commissie brengt jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over het gebruik dat van de financiële bijstand wordt gemaakt.
2. In voorkomend geval gaat dat verslag vergezeld van een voorstel tot verlenging van de beschikbaarheidsperiode van het SAFE-instrument.
Artikel 16
Subsidiabiliteitsregels voor gemeenschappelijke aanbestedingen ter ondersteuning van investeringen in de defensie-industrie
1. Gemeenschappelijke aanbestedingen komen alleen in aanmerking voor steun in het kader van het SAFE-instrument indien zij voldoen aan de in dit artikel vastgelegde subsidiabiliteitsvoorwaarden.
2. Gemeenschappelijke aanbestedingsprocedures en de overeenkomstige opdrachten voor defensieproducten omvatten de in de leden 3 tot en met 13 en in lid 15 van dit artikel bedoelde deelnamevereisten voor aannemers en onderaannemers die betrokken zijn bij de gemeenschappelijke aanbesteding, onverminderd de eventuele voorwaarden die zijn opgenomen in de in artikel 17 bedoelde overeenkomsten.
3. Aannemers en onderaannemers die bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken zijn, zijn gevestigd en hebben hun uitvoerende bestuursstructuren in de Unie, in een EER-EVA-staat of in Oekraïne. Zij mogen niet onder zeggenschap staan van een derde land, waarbij het niet gaat om een EER-EVA-staat of Oekraïne, noch van een andere entiteit uit een derde land die niet in de Unie, in een EER-EVA-staat of in Oekraïne is gevestigd.
4. In verband met de industriële samenwerking met partners van buiten de EU, kunnen, in afwijking van lid 3, gemeenschappelijke aanbestedingen waarbij een onderaannemer betrokken is aan wie tussen 15 % en 35 % van de waarde van de opdracht is toegewezen, en die niet gevestigd is in of zijn uitvoerende bestuursstructuren niet in de Unie, een EER-EVA-staat of Oekraïne heeft, in aanmerking komen voor steun in het kader van het SAFE-instrument, mits aan ten minste een van de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
er is vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening een rechtstreekse contractuele relatie met betrekking tot het defensieproduct tot stand gebracht tussen de aannemer en die onderaannemer; |
|
b) |
de aannemer verbindt zich ertoe om binnen twee jaar na te gaan of het haalbaar is de productiemiddelen van die onderaannemer te vervangen door alternatieve, restrictievrije productiemiddelen van oorsprong uit de Unie, EER-EVA-staten of Oekraïne, die aan de technische en tijdseisen voldoen. |
5. In afwijking van lid 3 kan een in de Unie gevestigde juridische entiteit die onder zeggenschap staat van een ander derde land of een andere entiteit uit een derde land, deelnemen aan de gemeenschappelijke aanbesteding indien zij is onderworpen aan screening in de zin van Verordening (EU) 2019/452 en, indien nodig, aan passende mitigatiemaatregelen, of indien zij garanties biedt die zijn geverifieerd door de lidstaat waar de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken aannemer of onderaannemer is gevestigd. De garanties waarborgen dat de betrokkenheid van de aannemer of onderaannemer bij de gemeenschappelijke aanbesteding niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten zoals vastgelegd in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid op grond van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
6. De in lid 5 vermelde garanties kunnen gebaseerd zijn op een door de Commissie verstrekt gestandaardiseerd model, en maken deel uit van het bestek ter waarborging van een geharmoniseerde aanpak in de hele Unie. De garanties moeten met name aantonen dat er voor de gemeenschappelijke aanbestedingen maatregelen zijn getroffen die garanderen dat:
|
a) |
de zeggenschap over de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken aannemer of onderaannemer niet zodanig wordt uitgeoefend dat diens vermogen om de bestelling uit te voeren en resultaten te leveren, wordt belemmerd of beperkt, en |
|
b) |
de toegang van een derde land of een entiteit uit een derde land tot gerubriceerde informatie met betrekking tot de gemeenschappelijke aanbesteding wordt verhinderd, en de werknemers of andere personen die bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken zijn, beschikken over een door een lidstaat afgegeven nationale veiligheidsmachtiging, overeenkomstig de nationale wet- en regelgeving. |
7. De aanbestedende dienst die de gemeenschappelijke aanbesteding uitvoert, verstrekt de Commissie een kennisgeving over de toegepaste mitigatiemaatregelen in de zin van Verordening (EU) 2019/452 of de in lid 5 bedoelde garanties. Verdere informatie over de toegepaste mitigatiemaatregelen of de garanties wordt ter beschikking van de Commissie gesteld indien zij daarom verzoekt.
8. De infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken aannemers en onderaannemers die voor de gemeenschappelijke aanbesteding worden gebruikt, bevinden zich op het grondgebied van een lidstaat, een EER-EVA-staat, of Oekraïne. Indien de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken aannemers of onderaannemers niet over direct beschikbare alternatieven of relevante infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen op het grondgebied van een lidstaat, een EER-EVA-staat, of Oekraïne beschikken, kunnen zij hun infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen gebruiken die zich buiten dergelijk grondgebied bevinden of aldaar worden gehouden, mits dat gebruik niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten.
9. De bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken aannemers en onderaannemers kunnen worden geacht aan de in de leden 3 tot en met 7 bedoelde subsidiabiliteitsvoorwaarden te voldoen indien zij hebben voldaan aan gelijkwaardige voorwaarden uit hoofde van Verordeningen (EU) 2018/1092 (9), (EU) 2021/697 (10), (EU) 2023/1525 of (EU) 2023/2418 van het Europees Parlement en de Raad en mits geen latere veranderingen de vervulling van die voorwaarden in twijfel trekken.
10. De kosten van onderdelen van oorsprong van buiten de Unie, de EER-EVA-staten en Oekraïne bedragen niet meer dan 35 % van de geschatte kosten van de onderdelen van het eindproduct. Geen enkel onderdeel van door het SAFE-instrument ondersteunde aanbestedingen mag afkomstig zijn van een ander derde land dat de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie of haar lidstaten schendt.
11. Voor defensieproducten die verband houden met categorie twee als bedoeld in artikel 1, tweede alinea, punt b), hebben aannemers de mogelijkheid om, zonder door derde landen of entiteiten uit derde landen opgelegde beperkingen, te beslissen over de definitie, aanpassing en ontwikkeling van het ontwerp van het aangekochte defensieproduct, en zijn zij daarbij ook wettelijk bevoegd om onderdelen die onderworpen zijn aan door derde landen of entiteiten uit derde landen opgelegde beperkingen te vervangen of te demonteren.
12. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder “bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken onderaannemers” verstaan: elke juridische entiteit die kritieke productiemiddelen levert met unieke kenmerken die essentieel zijn voor de werking van een product, waaraan ten minste 15 % van de waarde van de opdracht wordt toegewezen, en die voor het uitvoeren van de opdracht toegang tot gerubriceerde informatie behoeft.
13. De lidstaten zorgen ervoor dat de aanbestedingsprocedures en de opdrachten voor andere producten voor defensiedoeleinden die voortvloeien uit de in het kader van het SAFE-instrument ondersteunde gemeenschappelijke aanbesteding, passende subsidiabiliteitsvoorwaarden omvatten ter bescherming van de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten.
14. De lidstaten specificeren in het in artikel 7 bedoelde plan de in de leden 3 tot en met 11 en 13, 14 en 15 van dit artikel bedoelde subsidiabiliteitsvoorwaarden, onverminderd de eventuele voorwaarden die zijn opgenomen in de in artikel 17 bedoelde overeenkomsten. De financiële bijstand wordt verleend op voorwaarde dat bij het betalingsverzoek de in de in artikel 10 bedoelde operationele regelingen genoemde informatie wordt verstrekt.
15. De lidstaten kunnen de financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument gebruiken voor de financiering van hun deelname aan aanbestedingsprocedures die worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 168, lid 2 of lid 3, van het Financieel Reglement. In dat geval kunnen derde landen die deelnemen aan de gemeenschappelijke aanbesteding, in afwijking van artikel 168, leden 2 en 3, van het Financieel Reglement, ook deelnemen aan en profiteren van alle aanbestedingsmechanismen als bedoeld in artikel 168, leden 2 en 3, van het Financieel Reglement.
Artikel 17
Voorwaarden voor de deelname van entiteiten en producten uit andere derde landen
1. De Unie kan bilaterale of multilaterale overeenkomsten sluiten met landen, toetredende staten, andere mogelijke kandidaat-lidstaten en kandidaat-lidstaten dan Oekraïne, en andere derde landen waarmee de Unie een veiligheids- en defensiepartnerschap (NBI) is aangegaan, om de in artikel 16 bedoelde subsidiabiliteitsvoorwaarden voor die landen en hun grondgebied overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel open te stellen.
2. In de in lid 1 bedoelde bilaterale of multilaterale overeenkomst wordt gespecificeerd hoe aan de in artikel 16 bedoelde subsidiabiliteitsvoorwaarden moet worden voldaan. De overeenkomst stelt met name het volgende vast:
|
a) |
de voorwaarden en modaliteiten voor de deelname van in het derde land gevestigde aannemers en onderaannemers aan de gemeenschappelijke aanbesteding in het kader van het SAFE-instrument, met inbegrip van de voorwaarden inzake de locatie van de uitvoerende bestuursstructuren en inzake zeggenschap van derde landen of entiteiten uit derde landen; |
|
b) |
de regels met betrekking tot de locatie van de infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken aannemers of onderaannemers die worden gebruikt voor de productie van defensieproducten of andere producten voor defensiedoeleinden die worden geleverd in het kader van de opdrachten die voortvloeien uit gemeenschappelijke aanbestedingen in het kader van het SAFE-instrument; |
|
c) |
de regels met betrekking tot de kosten van onderdelen van oorsprong uit het derde land, met inbegrip van een minimumaandeel onderdelen van oorsprong uit ofwel de Unie, ofwel een EER-EVA-land, ofwel Oekraïne en een maximumaandeel onderdelen van oorsprong uit noch de Unie, noch een EER-EVA-land, noch Oekraïne of een derde land dat partij is bij de overeenkomst; |
|
d) |
de regels met betrekking tot door derde landen die geen partij zijn bij de overeenkomst of door op hun grondgebied gevestigde entiteiten opgelegde beperkingen inzake de definitie, aanpassing en ontwikkeling van het ontwerp van het defensieproduct dat met steun van het SAFE-instrument is aangekocht. |
3. De bilaterale of multilaterale overeenkomst:
|
a) |
zorgt voor een billijk evenwicht tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land; |
|
b) |
legt de voorwaarden vast voor een eventuele financiële bijdrage die het derde land aan de Unie moet leveren; |
|
c) |
legt alle andere passende maatregelen vast die betrekking hebben op de voorzieningszekerheid van het aangekochte product; |
|
d) |
draagt bij tot een hogere mate van standaardisering van defensiesystemen en tot een grotere interoperabiliteit tussen de vermogens van de lidstaten en die andere derde landen. |
4. De in lid 3, punt b), bedoelde bijdragen vormen externe bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 5, van het Financieel Reglement en worden gebruikt voor programma’s ter ondersteuning van de defensie-industrie van de Unie, de Oekraïense defensie-industrie en Oekraïne, overeenkomstig de regels van die programma’s.
Artikel 18
Wijziging van raamovereenkomsten of opdrachten
1. Wanneer een aanbesteding door het SAFE-instrument wordt ondersteund, zijn de in de leden 2, 3 en 4 vastgelegde regels van toepassing op een bestaande raamovereenkomst of opdracht die betrekking heeft op de aankoop van defensieproducten, die door ten minste één van de deelnemende lidstaten geheel of gedeeltelijk wordt gefinancierd met de lening die in het kader van het SAFE-instrument is toegekend, en die niet in de mogelijkheid voorziet om deze ingrijpend te wijzigen. Bij de toepassing van de leden 2 en 3 verkrijgt de aanbestedende dienst die de raamovereenkomst heeft gesloten of de opdracht is overeengekomen, de voorafgaande toestemming van de onderneming waarmee hij die raamovereenkomst heeft gesloten of die opdracht is overeengekomen.
2. Een aanbestedende dienst van een lidstaat kan een bestaande raamovereenkomst of opdracht voor defensieproducten wijzigen wanneer die raamovereenkomst of opdracht is gesloten met een onderneming die voldoet aan criteria die gelijkwaardig zijn aan die van artikel 16, leden 3 tot en met 13, van deze verordening, teneinde nieuwe aanbestedende diensten uit landen die deelnemen aan de aanbesteding toe te voegen als partij bij die raamovereenkomst of opdracht. Artikel 29, lid 2, eerste alinea, van Richtlijn 2009/81/EG is niet van toepassing op aanbestedende diensten die oorspronkelijk geen partij waren bij de raamovereenkomst of opdracht.
3. In afwijking van artikel 29, lid 2, derde alinea, van Richtlijn 2009/81/EG kan een aanbestedende dienst van een lidstaat de in een raamovereenkomst of opdracht vastgelegde hoeveelheden substantieel wijzigen, met een geraamde waarde die de in artikel 8 van Richtlijn 2009/81/EG vastgelegde drempelbedragen overschrijdt, indien die raamovereenkomst is gesloten of die opdracht is overeengekomen met een onderneming die voldoet aan criteria die gelijkwaardig zijn aan die van artikel 16, leden 3 tot en met 13, van deze verordening, en voor zover die wijziging strikt noodzakelijk is voor de toepassing van lid 2 van dit artikel.
4. Voor de berekening van de in lid 3 vermelde waarde wordt — voor zover de opdracht in een indexeringsclausule voorziet — de geactualiseerde waarde als referentiepunt gehanteerd.
5. Een aanbestedende dienst die in de in lid 2 of lid 3 van dit artikel bedoelde gevallen een raamovereenkomst of opdracht heeft aangepast, vermeldt dit in een aankondiging die zij in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendmaakt overeenkomstig artikel 32 van Richtlijn 2009/81/EG.
6. In de in de leden 2 en 3 bedoelde gevallen is het beginsel van gelijke rechten en verplichtingen van toepassing op de betrekkingen tussen de aanbestedende diensten die partij zijn bij de raamovereenkomst of opdracht, met name wat betreft de kosten van extra aangekochte hoeveelheden.
Artikel 19
Gevallen waarin het gebruik van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder de bekendmaking van een aankondiging van een opdracht gerechtvaardigd is in het kader van een aanbesteding die door het SAFE-instrument wordt ondersteund
Aanbestedingen waarbij ten minste één lidstaat betrokken is die financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument ontvangt, worden geacht te voldoen aan de voorwaarde van urgentie als gevolg van een crisis voor de toepassing van artikel 28, lid 1, punt c), van Richtlijn 2009/81/EG.
Artikel 20
Btw-vrijstelling bij invoer en levering van defensieproducten
1. Voor de toepassing van deze verordening worden de leveringen, de intracommunautaire verwervingen en de invoer van defensieproducten of andere producten voor defensiedoeleinden die worden verricht in het kader van contracten die voortvloeien uit door het SAFE-instrument ondersteunde aanbestedingen, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) die van toepassing is op grond van Richtlijn 2006/112/EG. De vrijstelling geldt met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde btw.
2. Het certificaat van btw-vrijstelling in de bijlage dient als bevestiging dat de transactie in aanmerking komt voor de btw-vrijstelling uit hoofde van deze verordening. Dat certificaat wordt afgestempeld door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van de entiteit die defensieproducten of andere producten voor defensiedoeleinden verwerft in het kader van opdrachten die voortvloeien uit aanbestedingen die worden ondersteund door het SAFE-instrument, en wordt bewaard door de leverancier van die producten als onderdeel van hun administratie.
Artikel 21
Toepassing van de regels voor gerubriceerde informatie en gevoelige informatie
1. De Commissie gebruikt een beveiligd uitwisselingssysteem voor de uitwisseling van gerubriceerde informatie en gevoelige informatie tussen de Commissie en de lidstaten en, waar passend, met de aannemers of andere eindontvangers.
2. De Commissie heeft toegang tot informatie, met inbegrip van gerubriceerde informatie, die strikt noodzakelijk is voor de verificatie van de voorwaarden voor de uitbetaling van betalingen en voor de uitvoering van controles, evaluaties, audits, onderzoeken, rapporten alsook voor de controles en audits, als bedoeld in artikel 14.
Artikel 22
Informatie, communicatie en publiciteit
1. De Commissie en de lidstaten kunnen communicatieactiviteiten ontplooien om te zorgen voor de zichtbaarheid van de Unie met betrekking tot de in de desbetreffende investeringsplannen voor de Europese defensie-industrie beoogde financiële bijstand, onder meer door middel van gezamenlijke communicatieactiviteiten met de betrokken nationale autoriteiten, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de veiligheidsvereisten. In voorkomend geval kan de Commissie ervoor zorgen dat door middel van een financieringsverklaring wordt meegedeeld en erkend dat er sprake is van steun in het kader van het SAFE-instrument.
2. De lidstaten die financiële bijstand ontvangen in het kader van het SAFE-instrument geven, terwijl zij daarbij terdege rekening houden met de veiligheidsvereisten, zichtbaarheid aan die financiële bijstand door de Unie, onder meer door waar nodig het embleem van Unie af te beelden en een passende financieringsverklaring weer te geven die luidt “ondersteund door de Europese Unie — SAFE”, met name wanneer zij de gemeenschappelijke aanbestedingen en de resultaten ervan promoten, door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren.
3. De Commissie onderneemt informatie- en communicatieacties in verband met het SAFE-instrument, de acties die op grond daarvan worden ondernomen en de daardoor behaalde resultaten. De Commissie zorgt ervoor dat de vertegenwoordigingen van het Europees Parlement zo nodig van haar werkzaamheden in kennis worden gesteld en bij die maatregelen worden betrokken.
Artikel 23
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 mei 2025.
Voor de Raad
De voorzitter
A. SZŁAPKA
(1) Verordening (EU) 2023/1525 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 2023 betreffende de ondersteuning van de productie van munitie (ASAP) (PB L 185 van 24.7.2023, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1525/oj).
(2) Verordening (EU) 2023/2418 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot vaststelling van een instrument voor de versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen (Edirpa) (PB L, 2023/2418, 26.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2418/oj).
(3) Besluit (GBVB) 2017/2315 van de Raad van 11 december 2017 tot instelling van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en tot opstelling van de lijst van deelnemende lidstaten (PB L 331 van 14.12.2017, blz. 57, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/2315/oj).
(4) Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie (PB L 79 I van 21.3.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/452/oj).
(5) Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).
(6) Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/81/oj).
(7) Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2006/112/oj).
(8) Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting (PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2092/oj).
(9) Verordening (EU) 2018/1092 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot instelling van het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie ter ondersteuning van het concurrentievermogen en de innovatieve capaciteit van de defensie-industrie van de Unie (PB L 200 van 7.8.2018, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1092/oj).
(10) Verordening (EU) 2021/697 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het Europees Defensiefonds en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1092 (PB L 170 van 12.5.2021, blz. 149, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/697/oj).
BIJLAGE
CERTIFICAAT VAN BTW-VRIJSTELLING IN HET KADER VAN HET SAFE-INSTRUMENT
|
Volgnummer (facultatief): |
|||||||||
|
|||||||||
|
Naam |
|||||||||
|
Straat en huisnummer |
|||||||||
|
Postcode, plaats |
|||||||||
|
Lidstaat van de entiteit |
|||||||||
|
|||||||||
De in aanmerking komende entiteit verklaart hierbij dat de in vak 4 vermelde producten financiering ontvangen in het kader van het SAFE-instrument. |
|||||||||
|
|
|||||||||
|
De in aanmerking komende entiteit verbindt zich ertoe aan de lidstaat waar de plaats van levering van de verworven defensieproducten of andere defensieproducten zich bevindt, de btw te betalen die verschuldigd zou zijn indien deze producten niet aan de voorwaarden voor vrijstelling zouden voldoen. |
|||||||||
|
|
|||||||||
|
Plaats, datum |
Naam en hoedanigheid van de ondergetekende |
||||||||
|
|
|||||||||
|
Handtekening |
|||||||||
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|||||||||
|
Aantal |
Gedetailleerde beschrijving van de producten (of verwijzing naar de bijgevoegde bestelbon) |
Hoeveelheid of aantal |
Waarde exclusief btw |
Valuta |
|||||
|
|
|
|
Waarde per eenheid |
Totale waarde |
|
||||
|
|
|
|
|
|
|
||||
|
|
|
|
|
|
|
||||
|
|
|
|
|
|
|
||||
|
|
|
|
|
|
|
||||
|
|
|
|
|
|
|
||||
|
|
|
Totaal bedrag |
|
||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
De zending/levering van de in vak 4 omschreven producten voldoet aan de voorwaarden voor btw-vrijstelling. |
|||||||||
|
|
|||||||||
|
Plaats, datum |
Stempel |
Naam en hoedanigheid van de ondergetekende |
|||||||
|
|
|||||||||
|
Handtekening |
|||||||||
|
|
|||||||||
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/1106/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)