EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32023R1101

Verordening (EU) 2023/1101 van de Commissie van 6 juni 2023 tot weigering van een toelating voor een gezondheidsclaim voor voedingsmiddelen die over de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen gaat (Voor de EER relevante tekst)

C/2023/3544

OJ L 147, 7.6.2023, p. 2–4 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1101/oj

7.6.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/2


VERORDENING (EU) 2023/1101 VAN DE COMMISSIE

van 6 juni 2023

tot weigering van een toelating voor een gezondheidsclaim voor voedingsmiddelen die over de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen gaat

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (1), en met name artikel 17, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Verordening (EG) nr. 1924/2006 zijn gezondheidsclaims voor levensmiddelen verboden, tenzij de Commissie daarvoor overeenkomstig die verordening een vergunning heeft verleend en zij zijn opgenomen in de lijst van toegestane claims van de Unie.

(2)

Verordening (EG) nr. 1924/2006 bepaalt tevens dat aanvragen om verlening van een vergunning voor een gezondheidsclaim door exploitanten van levensmiddelenbedrijven aan de bevoegde nationale autoriteit van een lidstaat kunnen worden toegezonden. De bevoegde nationale autoriteit moet geldige aanvragen doorsturen naar de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA).

(3)

Na ontvangst moet de EFSA de andere lidstaten en de Commissie onverwijld van een aanvraag in kennis stellen en een advies over de desbetreffende gezondheidsclaim uitbrengen.

(4)

De Commissie moet bij haar besluit over de verlening van een vergunning voor de gezondheidsclaim rekening houden met het advies van de EFSA.

(5)

Naar aanleiding van een aanvraag van het internationaal instituut voor het milieu en de volksgezondheid van de Technische Universiteit van Cyprus, die werd ingediend overeenkomstig artikel 14, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over de wetenschappelijke onderbouwing van een gezondheidsclaim met betrekking tot biologische levensmiddelen en de bijdrage daarvan aan de bescherming van lichaamscellen en -moleculen (lipiden en DNA) tegen oxidatieschade, waarvan de doelpopulatie bestaat uit gezonde kinderen van 3 tot 15 jaar (Vraag nr. EFSA-Q-2021-00055). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde als volgt: “Biologische levensmiddelen (lagere gehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen dan in conventionele levensmiddelen) dragen bij aan de bescherming van lichaamscellen en -moleculen (lipiden en DNA) tegen oxidatieschade.”

(6)

Op 20 oktober 2021 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA (2) over die claim ontvangen. In dat advies merkte de EFSA op dat het gehalte aan bestrijdingsmiddelenresiduen dat nodig is om levensmiddelen als “biologisch” aan te merken, noch in de aanvraag noch in de studies bij mensen die zijn ingediend ter onderbouwing van de gezondheidsclaim, is gespecificeerd en dat op basis van de overgelegde gegevens het levensmiddel/bestanddeel “biologische levensmiddelen” waarop de gezondheidsclaim betrekking heeft, niet voldoende gekarakteriseerd is en er derhalve geen oorzakelijk verband kan worden vastgesteld tussen de consumptie van biologische levensmiddelen en de bescherming van lichaamscellen en moleculen (lipiden en DNA) tegen oxidatieschade. Aangezien de gezondheidsclaim niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006 voor opname in de EU-lijst van toegestane gezondheidsclaims, mag deze niet worden toegestaan.

(7)

Na de bekendmaking van dat advies heeft de Commissie geen opmerkingen ontvangen overeenkomstig artikel 16, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage bij deze verordening opgenomen gezondheidsclaim wordt niet in de lijst van toegestane gezondheidsclaims van de Unie zoals bedoeld in artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1924/2006 opgenomen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 6 juni 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 404 van 30.12.2006, blz. 9.

(2)  EFSA Journal 2021;19(10):6847


BIJLAGE

Afgewezen gezondheidsclaim

Aanvraag — Toepasselijke bepalingen van Verordening (EG) nr. 1924/2006

Nutriënt, stof, levensmiddel of levensmiddelencategorie

Claim

Referentie EFSA-advies

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 14, lid 1, punt b), inzake de ontwikkeling en gezondheid van kinderen

Biologische levensmiddelen

Biologische levensmiddelen (lagere gehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen dan in conventionele levensmiddelen) dragen bij aan de bescherming van lichaamscellen en -moleculen (lipiden en DNA) tegen oxidatieschade

Q-2021-00055


Top