EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32023D0438

Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/438 van de Commissie van 24 februari 2023 tot verlening van een door bepaalde lidstaten op grond van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad gevraagde afwijking voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor release 2 van het invoercontrolesysteem 2 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2023) 1174) (Slechts de teksten in de Deense, de Duitse, de Estse, de Franse, de Griekse, de Kroatische, de Nederlandse, de Poolse, de Roemeense en de Zweedse taal zijn authentiek)

C/2023/1174

PB L 63 van 28.2.2023, p. 56–58 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 30/06/2023

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/438/oj

28.2.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 63/56


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2023/438 VAN DE COMMISSIE

van 24 februari 2023

tot verlening van een door bepaalde lidstaten op grond van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad gevraagde afwijking voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor release 2 van het invoercontrolesysteem 2

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2023) 1174)

(Slechts de teksten in de Deense, de Duitse, de Estse, de Franse, de Griekse, de Kroatische, de Nederlandse, de Poolse, de Roemeense en de Zweedse taal zijn authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 6, lid 4, in samenhang met artikel 8, lid 2,

Na raadpleging van het Comité douanewetboek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 vereist dat alle uitwisselingen van informatie tussen douaneautoriteiten onderling en tussen marktdeelnemers en douaneautoriteiten, alsmede de door de douanewetgeving vereiste opslag van die informatie, geschieden met behulp van elektronische gegevensverwerkingstechnieken. Met het oog daarop stelt de Commissie overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EU) nr. 952/2013 gemeenschappelijke gegevensvereisten op.

(2)

Artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 biedt de Commissie de mogelijkheid in uitzonderlijke gevallen besluiten vast te stellen om een of meer lidstaten toe te staan af te wijken van het gebruik van elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie indien een dergelijke afwijking gerechtvaardigd wordt door de specifieke situatie in de verzoekende lidstaat en wordt toegestaan voor een bepaalde periode.

(3)

In Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 van de Commissie (2) is het werkprogramma vastgesteld voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (hierna “het werkprogramma” genoemd). Het werkprogramma bevat een lijst van de te ontwikkelen elektronische systemen en de data waarop die systemen operationeel moeten worden. Dat programma specificeert onder meer de implementatie en de uitroltermijn van het invoercontrolesysteem 2 (“ICS2”) overeenkomstig artikel 6, lid 1, en de artikelen 16, 46, 47 en 127 tot en met 132 van Verordening (EU) nr. 952/2013.

(4)

Voorts is in artikel 278, lid 3, punt b), van Verordening (EU) nr. 952/2013 de uiterste datum bepaald tot wanneer bij wijze van overgangsmaatregel andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken mogen worden gebruikt om uitvoering te geven aan de bepalingen inzake summiere aangiften bij binnenbrengen en risicoanalyses met betrekking tot de binnenkomst van goederen in het douanegebied van de Unie.

(5)

Overeenkomstig het werkprogramma moeten de lidstaten vanaf 1 maart 2023 klaar zijn om het nationale systeem voor binnenbrengen als een nationale component van release 2 van ICS2 uit te rollen met het oog op de uitwisseling en de opslag van summiere aangiften bij binnenbrengen die van marktdeelnemers zijn ontvangen voor door de lucht vervoerde goederen, en moeten zij marktdeelnemers de mogelijkheid bieden om verbinding te leggen met het systeem binnen de uitroltermijn die loopt tot en met 2 oktober 2023 en, vanaf de datum van hun aansluiting, summiere aangiften bij binnenbrengen in te dienen met behulp van dat systeem.

(6)

Er hebben zich evenwel drie grote en deels onvoorziene gebeurtenissen voorgedaan, die elk een aanzienlijke impact hebben op en aanvullende uitdagingen met zich meebrengen voor de middelen waarover de lidstaten beschikken: de COVID-19-pandemie heeft geleid tot aanzienlijke vertragingen bij IT-ontwikkelingen in Frankrijk, Griekenland, Nederland en Oostenrijk; door de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie en de daaruit voortvloeiende toename van het aantal douaneaangiften moesten Frankrijk en Nederland middelen en prioriteiten herschikken; en de financiële gevolgen van de Russische invasie in Oekraïne voor de douaneactiviteiten in de buur- of nabijgelegen landen hebben de situatie nog verergerd waardoor extra middelen nodig waren in Oostenrijk. Met name moeilijkheden bij overheidsaankopen en -opdrachten en problemen op het gebied van begrotings- en personeelsmiddelen als gevolg van de bovengenoemde gebeurtenissen maakten het de lidstaten moeilijk om de termijnen na te leven, zoals is aangegeven door België, Denemarken, Estland, Frankrijk, Griekenland, Kroatië, Luxemburg, Oostenrijk, Polen, Roemenië en Zweden.

(7)

Deze specifieke gebeurtenissen hebben tot aanzienlijke vertragingen bij de lopende IT-ontwikkelingen geleid en bepaalde lidstaten verhinderd om de uitrol van de IT-middelen voor de nationale component van het systeem voor binnenbrengen van release 2 van ICS2 uiterlijk op 1 maart 2023 te voltooien. Daarom hebben Estland op 16 mei 2022, Nederland op 19 mei 2022, Roemenië op 25 mei 2022, Griekenland op 3 juni 2022, Frankrijk op 7 juni 2022, Denemarken op 23 september 2022, Oostenrijk op 28 oktober 2022, Zweden op 15 december 2022, België op 19 december 2022, Luxemburg op 22 december 2022, Kroatië op 23 december 2022 en Polen op 23 januari 2023 verzocht om voor de uitwisseling en de opslag van informatie andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken te mogen gebruiken overeenkomstig artikel 6, lid 4, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 952/2013.

(8)

Overeenkomstig artikel 6, lid 4, derde alinea, van bovengenoemde verordening zouden deze afwijkingen geen afbreuk doen aan de uitwisseling van informatie tussen de geadresseerde lidstaat en de overige lidstaten, en ook niet aan de uitwisseling met en opslag van informatie in andere lidstaten ten behoeve van de toepassing van de douanewetgeving. België, Denemarken, Estland, Frankrijk, Griekenland, Kroatië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Polen, Roemenië en Zweden moeten de Commissie in kennis stellen van de vooruitgang die is geboekt bij de uitrol van het nationale systeem voor binnenbrengen van release 2 van ICS2 met betrekking tot goederen die door de lucht worden vervoerd, als onderdeel van het in artikel 278 bis van Verordening (EU) nr. 952/2013 vastgestelde proces van voortgangsrapportage. De communicatie en de uitwisseling van informatie over de nationale planning als bedoeld in artikel 4 van Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 moeten worden gewaarborgd.

(9)

Gezien het belang van het ICS2-systeem voor het bewerkstelligen van een geïntegreerde EU-aanpak om het douanerisicobeheer te versterken en om de veiligheid vóór aankomst te waarborgen, en tegelijkertijd het vrije verkeer van legitieme handel te vergemakkelijken, en gezien de aard en de complexiteit van het ICS2-systeem, hebben de wijzigingen die nodig zijn voor de aanpassing aan de vereisten van het douanewetboek van de Unie ook gevolgen voor andere verbonden of afhankelijke IT-systemen. Daarom moet de duur van de afwijking tot een strikt minimum worden beperkt. In dat licht en gezien de gevolgen van de uitzonderlijke gebeurtenissen die hebben geleid tot vertragingen in de lopende IT-ontwikkelingen van release 2 van ICS2 in de lidstaten en de huidige stand van zaken van die ontwikkelingen, mag de afwijking niet langer gelden dan tot en met 30 juni 2023,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De lidstaten mogen voor de uitwisseling en de opslag van informatie tot en met 30 juni 2023 andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken gebruiken in het kader van de gemeenschappelijke component van release 2 van het in artikel 182 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (3) bedoelde elektronische systeem (“ICS2”), mits het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken geen gevolgen heeft voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaat en andere lidstaten of de uitwisseling met en de opslag van informatie in andere lidstaten ten behoeve van de toepassing van de douanewetgeving.

2.   Om te voldoen aan de voorwaarde van lid 1 gebruiken de lidstaten het in artikel 36, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2015/2447 bedoelde elektronische systeem (“CRMS”) voor de uitwisseling van informatie als volgt:

a)

de douaneautoriteiten van de lidstaten waaraan de gegevens van de summiere aangifte bij binnenbrengen zijn meegedeeld via ICS2, als bedoeld in artikel 186, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2015/2447, delen de resultaten van hun risicoanalyse mee aan het douanekantoor van eerste binnenkomst in de lidstaat waaraan een in lid 1 bedoelde afwijking is toegestaan;

b)

het in artikel 186, lid 7, eerste alinea, van Verordening (EU) 2015/2447 bedoelde douanekantoor van eerste binnenkomst deelt de aanbeveling om de goederen te controleren mee aan een douanekantoor, als bedoeld in artikel 186, lid 7, tweede alinea, van Verordening (EU) 2015/2447, van een lidstaat waaraan de in lid 1 bedoelde afwijking is toegestaan;

c)

het in artikel 186, lid 7, tweede alinea, van Verordening (EU) 2015/2447 bedoelde douanekantoor van een lidstaat waaraan een in lid 1 bedoelde afwijking is toegestaan, deelt het besluit inzake de controle van de in punt b) bedoelde goederen mee aan alle douanekantoren die mogelijk bij de overbrenging van goederen zijn betrokken;

d)

het douanekantoor van een lidstaat waaraan een in lid 1 bedoelde afwijking is toegestaan, deelt de resultaten van de door dat douanekantoor verrichte controles mee aan de andere douaneautoriteiten van de lidstaten, overeenkomstig artikel 186, lid 7 bis, van Verordening (EU) 2015/2447.

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing van 1 maart 2023 tot en met 30 juni 2023.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, Roemenië en het Koninkrijk Zweden.

Gedaan te Brussel, 24 februari 2023.

Voor de Commissie

Paolo GENTILONI

Lid van de Commissie


(1)  PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 van de Commissie van 13 december 2019 tot vaststelling van het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PB L 325 van 16.12.2019, blz. 168).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).


Top