Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32022R0805

Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/805 van de Commissie van 16 februari 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad door specificatie van vergoedingen die van toepassing zijn op het toezicht door de Europese Autoriteit voor effecten en markten op bepaalde benchmarkbeheerders (Voor de EER relevante tekst)

C/2022/851

PB L 145 van 24.5.2022, pp. 14–19 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force: This act has been changed. Current consolidated version: 12/02/2026

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2022/805/oj

24.5.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 145/14


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2022/805 VAN DE COMMISSIE

van 16 februari 2022

tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad door specificatie van vergoedingen die van toepassing zijn op het toezicht door de Europese Autoriteit voor effecten en markten op bepaalde benchmarkbeheerders

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (1), en met name artikel 48 terdecies, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens artikel 48 terdecies van Verordening (EU) 2016/1011 moet de ESMA beheerders van cruciale benchmarks en benchmarkbeheerders uit derde landen, krachtens artikel 34 en voor erkenning op grond van artikel 32 van die verordening, vergoedingen aanrekenen in verband met vergunningsaanvragen en jaarlijkse vergoedingen in verband met de uitvoering van haar taken overeenkomstig die verordening met betrekking tot beheerders van cruciale benchmarks en erkende benchmarkbeheerders uit derde landen. Volgens artikel 48 terdecies, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1011 moeten dergelijke vergoedingen evenredig zijn aan de omzet van de betrokken benchmarkbeheerder en alle kosten dekken die de ESMA maakt voor de vergunningverlening of erkenning en de uitvoering van haar taken met betrekking tot beheerders van cruciale benchmarks en benchmarkbeheerders uit derde landen overeenkomstig die verordening.

(2)

De vergoedingen die voor activiteiten van de ESMA met betrekking tot beheerders van cruciale benchmarks en benchmarks van derde landen worden aangerekend, moeten zodanig worden vastgesteld dat aanzienlijke tekorten of overschotten worden vermeden. Indien er herhaaldelijk sprake is van een aanzienlijk overschot of tekort, moet de hoogte van de vergoedingen worden herzien.

(3)

Vergoedingen in verband met vergunnings- (“vergunningsvergoedingen”) en erkenningsaanvragen (“erkenningsvergoedingen”) moeten worden aangerekend aan beheerders van cruciale benchmarks en benchmarks van derde landen ter dekking van de kosten van de ESMA voor de verwerking van vergunnings- en erkenningsaanvragen, inclusief kosten om na te gaan of aanvragen volledig zijn, om aanvullende informatie te vragen, om besluiten op te stellen en kosten met betrekking tot de beoordeling van de systeemrelevantie van cruciale benchmarks en de naleving door benchmarkbeheerders uit derde landen.

(4)

Aangezien de beoordeling van aanvragen van kleine en grote beheerders even veel middelen vergt, moet de erkenningsvergoeding een vast bedrag zijn dat voor alle beheerders uit derde landen hetzelfde is.

(5)

Op basis van de verwachte werklast en de daarmee gemoeide kosten voor de ESMA, moet de eenmalige erkenningsvergoeding, om volledig kostendekkend te zijn, worden vastgesteld op 40 000 EUR.

(6)

Cruciale benchmarks worden op grond van Verordening (EU) 2016/1011 aan een grondiger onderzoek onderworpen, en de beheerders ervan moeten aan strengere organisatorische vereisten voldoen. Als gevolg daarvan brengt het vergunningsproces een hogere werklast voor de ESMA mee. De vergunningsvergoeding voor de beheerder van een cruciale benchmark moet dus aanzienlijk hoger zijn dan de vergoeding voor de beoordeling van een erkenningsaanvraag.

(7)

Om de kwaliteit en de volledigheid van de ontvangen aanvragen te bevorderen, moet de erkenningsvergoeding, in lijn met de aanpak van de ESMA ten aanzien van de registratie van de entiteiten waarop zij toezicht houdt, verschuldigd zijn op het tijdstip van de indiening van de aanvraag.

(8)

Aan beheerders van cruciale benchmarks en van erkende benchmarks van derde landen moeten ook jaarlijkse vergoedingen in rekening worden gebracht om de kosten van de ESMA te dekken voor de uitvoering van haar taken uit hoofde van Verordening (EU) 2016/1011 wat betreft het doorlopend toezicht op dergelijke beheerders. Voor benchmarks van derde landen moeten dergelijke vergoedingen de uitvoering en instandhouding van samenwerkingsregelingen met autoriteiten van derde landen en de monitoring van ontwikkelingen in derde landen op het gebied van regelgeving en toezicht dekken. Voor cruciale benchmarks moeten de vergoedingen ook de kosten dekken die de ESMA maakt voor het doorlopend toezicht op de naleving van de vereisten van artikel 48 terdecies en titel VI van Verordening (EU) 2016/1011 door die beheerders, met inbegrip van vergelijkbare conformiteit, wanneer die status is toegekend.

(9)

De kosten van het doorlopend toezicht op een cruciale benchmark hangen af van de vraag of de ESMA verplicht is om een college van toezichthouders voor die benchmark in te stellen en voor te zitten, wat een aanzienlijke extra werklast meebrengt. Bij de vaststelling van toezichtsvergoedingen moet dan ook een onderscheid worden gemaakt tussen beide gevallen. Binnen de categorie van cruciale benchmarks hoeven de toezichtsvergoedingen daarentegen niet te worden gedifferentieerd naargelang van de jaarlijkse omzet van de beheerder, aangezien cruciale benchmarks per definitie systemische gevolgen hebben in de Unie.

(10)

Het aanvragen van erkenning in de Unie is een besluit dat benchmarkbeheerders uit derde landen uit commerciële overwegingen nemen, aangezien het aanbieden van hun benchmarks in de Unie naar verwachting inkomsten zal genereren. Voor erkende benchmarkbeheerders uit derde landen moeten de toezichtsvergoedingen daarom worden gedifferentieerd naargelang van de inkomsten die zij uit het gebruik van deze benchmarks in de Unie halen. Wanneer geen inkomsten worden gegenereerd, moet een minimumvergoeding voor toezicht worden vastgesteld van 20 000 EUR.

(11)

Om herhaalde of ongegronde aanvragen te ontmoedigen, mogen erkennings- en vergunningsvergoedingen niet worden terugbetaald ingeval een aanvrager zijn aanvraag intrekt. Aangezien het administratieve werk dat nodig is bij een erkennings- of vergunningsaanvraag die wordt afgewezen, hetzelfde is als bij een aanvraag die wordt ingewilligd, mogen de erkennings- en vergunningsvergoedingen niet worden terugbetaald indien de erkenning of vergunning wordt geweigerd.

(12)

Overeenkomstig Verordening (EU) 2021/168 van het Europees Parlement en de Raad (2) kunnen benchmarks van derde landen in de Unie worden gebruikt zonder dat de betrokken beheerders tijdens een tot 2023 verlengde overgangsperiode gelijkwaardigheid, erkenning of bekrachtiging hoeven aan te vragen. Tijdens deze overgangsperiode is erkenning in de Unie een opt-inregeling voor in derde landen gevestigde benchmarkbeheerders, wat aangeeft dat hun benchmarks na afloop van de overgangsperiode beschikbaar zullen blijven voor gebruik in de Unie. Als gevolg hiervan moeten tijdens deze periode de bepalingen inzake erkennings- en toezichtsvergoedingen alleen van toepassing zijn op in derde landen gevestigde beheerders die vóór het verstrijken van de bij Verordening (EU) 2021/168 ingevoerde overgangsperiode vrijwillig erkenning hebben aangevraagd en wanneer de relevante nationale bevoegde autoriteit of de ESMA erkenning heeft verleend.

(13)

Met het oog op een soepele toepassing van de nieuwe toezichtsbevoegdheden die aan de ESMA zijn toegekend, moet deze verordening met spoed in werking treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Bij deze verordening worden regels vastgesteld inzake vergoedingen die de ESMA aan benchmarkbeheerders voor vergunningverlening, erkenning en toezicht kan aanrekenen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)

“cruciale benchmark”: een cruciale benchmark overeenkomstig artikel 20, lid 1, punten a) en c), van Verordening (EU) 2016/1011;

2)

“benchmark van een derde land”: een benchmark waarvan de beheerder buiten de Unie is gevestigd.

Artikel 3

Erkennings- en vergunningsvergoedingen

1.   Een in een derde land gevestigde benchmarkbeheerder die overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) 2016/1011 erkenning aanvraagt, is een erkenningsvergoeding van 40 000 EUR verschuldigd.

2.   Een in een derde land gevestigde beheerder van een cruciale benchmark die overeenkomstig artikel 34 van Verordening (EU) 2016/1011 een vergunning aanvraagt, is een vergunningsvergoeding van 250 000 EUR verschuldigd.

3.   De vergunningsvergoeding en de erkenningsvergoeding worden bij de indiening van de aanvraag betaald, na ontvangst van de debetnota van de ESMA.

4.   In het geval van aanvragen die na 1 oktober 2021 door de nationale bevoegde autoriteiten worden ontvangen en aan de ESMA worden overgedragen, worden de erkenningsvergoedingen begin 2022 betaald.

5.   Erkennings- en vergunningsvergoedingen worden niet terugbetaald.

Artikel 4

Jaarlijkse toezichtsvergoedingen

1.   De beheerder van een of meer cruciale benchmarks betaalt een jaarlijkse toezichtsvergoeding:

a)

van 250 000 EUR in gevallen waarin de ESMA krachtens artikel 46 van Verordening (EU) 2016/1011 een college van toezichthouders moet voorzitten;

b)

van 200 000 EUR in gevallen waarin de ESMA krachtens artikel 46 van Verordening (EU) 2016/1011 geen college van toezichthouders moet voorzitten.

2.   Een door de ESMA erkende in een derde land gevestigde benchmarkbeheerder betaalt een jaarlijkse toezichtsvergoeding die als volgt wordt berekend:

a)

de jaarlijkse toezichtsvergoeding voor een bepaald jaar (n) is de totale jaarlijkse vergoeding voor erkende beheerders uit een derde land aangepast aan de hand van de omzetcoëfficiënt;

b)

de totale jaarlijkse vergoeding voor erkende beheerders uit een derde land voor een bepaald jaar (n) is gelijk aan de toezichtbegroting van de ESMA voor Verordening (EU) 2016/1011 voor dat jaar (n) minus de jaarlijkse toezichtsvergoedingen die de beheerders van cruciale benchmarks voor het jaar (n) aan de ESMA moeten betalen;

c)

voor elke beheerder uit een derde land is de omzetcoëfficiënt zijn aandeel van de toepasselijke omzet in de totale door alle erkende beheerders uit derde landen gegenereerde omzet.

Image 1

d)

de minimale jaarlijkse toezichtsvergoeding voor erkende beheerders uit een derde land is 20 000 EUR, ook wanneer de toepasselijke omzet van de erkende beheerder uit een derde land gelijk is aan nul.

3.   Benchmarkbeheerders betalen hun relevante jaarlijkse toezichtsvergoedingen uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar waarin zij verschuldigd zijn, aan de ESMA. Indien geen informatie over de voorgaande kalenderjaren beschikbaar is, worden de vergoedingen berekend op basis van de meest recente beschikbare informatie voor jaarlijkse vergoedingen. De betaalde jaarlijkse vergoedingen worden niet terugbetaald.

Artikel 5

Jaarlijkse toezichtsvergoedingen in het jaar van erkenning of vergunningsverlening

In afwijking van artikel 4 wordt de toezichtsvergoeding voor erkende beheerders uit derde landen en voor vergunninghoudende beheerders van cruciale benchmarkts in het eerste jaar, d.w.z. het jaar waarin zij zijn erkend of de vergunning hebben verkregen, berekend door de toezichtsvergoeding aan de hand van de volgende coëfficiënt te reduceren:

Image 2

De toezichtsvergoeding voor het eerste jaar wordt betaald nadat de ESMA de beheerder ervan in kennis heeft gesteld dat zijn aanvraag succesvol is geweest en binnen dertig dagen na de datum van afgifte van de desbetreffende debetnota van de ESMA.

In afwijking hiervan betaalt een benchmarkbeheerder die in december een vergunning heeft verkregen, geen toezichtsvergoeding voor het eerste jaar.

Artikel 6

Toepasselijke omzet

De omzet van een erkende benchmarkbeheerder uit een derde land bestaat uit zijn inkomsten in verband met het gebruik van zijn benchmarks door onder toezicht staande entiteiten in de Unie tijdens het meest recente afgesloten boekjaar van de benchmarkbeheerder.

Een erkende benchmarkbeheerder uit een derde land verstrekt de ESMA jaarlijks gecontroleerde cijfers ter bevestiging van zijn inkomsten in verband met het gebruik van zijn benchmarks in de Unie. De cijfers worden gecertificeerd door middel van een externe audit en worden vóór 30 september van elk jaar langs elektronische weg bij de ESMA ingediend. Indien een beheerder uit een derde land na 30 september van een kalenderjaar wordt erkend, verstrekt hij de cijfers onmiddellijk na de erkenning en vóór het einde van het kalenderjaar van erkenning. De documenten met de gecontroleerde cijfers worden verschaft in een bij financiële diensten gangbare taal.

Indien de verstrekte cijfers in een andere valuta dan de euro luiden, zet de ESMA ze om in euro aan de hand van de gemiddelde wisselkoers van de euro die van toepassing was in de periode waarin de inkomsten werden geboekt. Daartoe wordt gebruikgemaakt van de referentiewisselkoers van de euro die de Europese Centrale Bank bekendmaakt.

Vóór 1 januari 2022 erkende beheerders uit een derde land verstrekken de ESMA uiterlijk op 31 januari 2022 hun omzet van 2020.

Artikel 7

Algemene betalingsvoorwaarden

1.   Alle vergoedingen zijn betaalbaar in euro.

2.   Alle late betalingen geven aanleiding tot een dagelijkse boete van 0,1 % van het verschuldigde bedrag.

Artikel 8

Betaling van aanvraag- en vergunningsvergoedingen

1.   De vergoedingen voor het aanvragen, de toekenning of verlenging van een vergunning zijn verschuldigd op het tijdstip van de aanvraag door de benchmarkbeheerder en worden volledig voldaan binnen dertig dagen na de datum van uitgifte van de factuur van de ESMA.

2.   De ESMA betaalt geen vergoedingen terug aan benchmarkbeheerders die besluiten hun vergunningsaanvraag in te trekken.

Artikel 9

Betaling van jaarlijkse toezichtsvergoedingen

1.   De in artikel 4 bedoelde jaarlijkse toezichtsvergoeding voor een boekjaar wordt aan de ESMA betaald vóór 31 maart van het kalenderjaar waarvoor zij verschuldigd is. De vergoedingen worden berekend op basis van de meest recente beschikbare informatie voor jaarlijkse vergoedingen.

2.   De ESMA betaalt geen jaarlijkse toezichtsvergoedingen terug.

3.   De ESMA zendt de factuur ten minste dertig dagen voordat de betaling verschuldigd is, aan de benchmarkbeheerder.

Artikel 10

Vergoeding van de kosten van bevoegde nationale autoriteiten

1.   Wanneer de ESMA taken aan nationale bevoegde autoriteiten delegeert, brengt alleen de ESMA de erkenningsvergoeding en de jaarlijkse toezichtsvergoedingen voor beheerders uit derde landen en beheerders van cruciale benchmarks in rekening.

2.   De ESMA vergoedt de werkelijke kosten die een nationale bevoegde autoriteit heeft gemaakt als gevolg van overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1011 verrichte werkzaamheden, waarbij het bedrag aan de volgende voorwaarden voldoet:

a)

het bedrag wordt door de ESMA en de bevoegde autoriteit overeengekomen voordat de delegatie van taken plaatsvindt;

b)

het bedrag is lager dan het totale bedrag aan toezichtsvergoedingen dat door de betrokken benchmarkbeheerders aan de ESMA is betaald.

Artikel 11

Overgangsbepalingen

1.   Artikel 3 is niet van toepassing op beheerders van cruciale benchmarks en beheerders van benchmarks van derde landen die al vóór de inwerkingtreding van deze verordening door nationale bevoegde autoriteiten waren erkend of van hen een vergunning hadden verkregen.

2.   Indien deze verordening na de derde maand van 2022 in werking treedt, zijn de jaarlijkse toezichtsvergoedingen over 2022 voor onder toezicht van de ESMA staande benchmarkbeheerders in afwijking van artikel 12, lid 1, verschuldigd binnen dertig dagen na de datum van afgifte van de factuur van de ESMA.

3.   Voor de in artikel 4, lid 2, opgenomen berekening van de jaarlijkse toezichtsvergoedingen voor onder toezicht van de ESMA staande benchmarkbeheerders voor het jaar 2022 wordt de toepasselijke omzet in afwijking van artikel 4, lid 2, punten a) tot en met d), voorlopig gebaseerd op de in 2021 gegenereerde inkomsten. Wanneer de gecontroleerde rekeningen over 2021 beschikbaar komen, dienen de benchmarkbeheerders deze onverwijld bij de ESMA in. De ESMA zal de jaarlijkse toezichtsvergoedingen voor 2021 opnieuw berekenen op basis van de gecontroleerde rekeningen, en elke benchmarkbeheerder voor het verschil een definitieve factuur toezenden.

Artikel 12

Inwerkingtreding en datum van toepassing

Deze verordening treedt in werking op en is van toepassing met ingang van de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 februari 2022.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 171 van 29.6.2016, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2021/168 van het Europees Parlement en de Raad van 10 februari 2021 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1011 wat betreft de vrijstelling van bepaalde benchmarks voor contante wisselkoersen van valuta’s van derde landen en de aanwijzing van vervangingen voor bepaalde benchmarks die worden stopgezet, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 49 van 12.2.2021, blz. 6).


Top