Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32022D1965

Besluit (GBVB) 2022/1965 van de Raad van 17 oktober 2022 ter ondersteuning van het actieprogramma van de Verenigde Naties ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten

ST/11709/2022/INIT

PB L 270 van 18.10.2022, pp. 67–81 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force: This act has been changed. Current consolidated version: 18/10/2022

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/1965/oj

18.10.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 270/67


BESLUIT (GBVB) 2022/1965 VAN DE RAAD

van 17 oktober 2022

ter ondersteuning van het actieprogramma van de Verenigde Naties ter voorkoming, estrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 31, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De landen die hebben deelgenomen aan de conferentie van de Verenigde Naties (VN) over de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten, hebben op 20 juli 2001 het actieprogramma van de VN ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten vastgesteld (“het actieprogramma van de VN”). De Algemene Vergadering van de VN heeft op 8 december 2005 het internationaal instrument vastgesteld waarmee staten tijdig en op betrouwbare wijze illegale handvuurwapens en lichte wapens kunnen identificeren en traceren (“het internationaal traceringsinstrument”). In beide internationale instrumenten wordt verklaard dat de staten in voorkomend geval zullen samenwerken met de VN om de effectieve uitvoering van deze instrumenten te ondersteunen.

(2)

De Raad heeft op 12 juli 2002 Gemeenschappelijk Optreden 2002/589/GBVB (1) inzake de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens (“small arms and light weapons — SALW”) vastgesteld.

(3)

Op 16 december 2005 heeft de Europese Raad de strategie van de EU ter bestrijding van de illegale accumulatie van en handel in SALW en van munitie daarvoor vastgesteld. In die strategie staat dat steun aan het VN-actieprogramma de eerste internationale actieprioriteit is, en wordt opgeroepen tot vaststelling van een juridisch bindend internationaal instrument over de tracering en markering van SALW en munitie daarvoor.

(4)

In het licht van de vaststelling van het internationaal traceringsinstrument heeft de Unie Gemeenschappelijk Optreden 2008/113/GBVB van de Raad vastgesteld en uitgevoerd, met de bedoeling de volledige uitvoering van het traceringsinstrument te steunen (2). De Raad heeft de uitvoering van het gemeenschappelijk optreden positief beoordeeld.

(5)

De Raad heeft op 18 juli 2011 Besluit 2011/428/GBVB (3) vastgesteld ter ondersteuning van de tweede Toetsingsconferentie van de Verenigde Naties over de uitvoering van het VN-actieprogramma in 2012.

(6)

In de op 25-27 september 2015 gelanceerde Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling wordt bevestigd dat de bestrijding van de illegale handel in SALW noodzakelijk is voor de verwezenlijking van vele duurzameontwikkelingsdoelen, waaronder die met betrekking tot vrede, justitie en sterke publieke diensten, armoedebestrijding, economische groei, gezondheid, gendergelijkheid en veilige steden. Daarom hebben alle staten met duurzameontwikkelingsdoel 16.4 toegezegd de illegale stromen van geldmiddelen en wapens aanzienlijk te verminderen.

(7)

De Raad heeft op 3 april 2017 Besluit 2017/633/GBVB (4) vastgesteld ter ondersteuning van de derde Toetsingsconferentie van de Verenigde Naties over de uitvoering van het VN-actieprogramma in 2018. De derde Toetsingsconferentie heeft op 30 juni 2018 een slotdocument aangenomen waarin de landen opnieuw hebben toegezegd de omleiding van SALW te voorkomen en te bestrijden. De landen verklaarden opnieuw bereid te zijn de internationale samenwerking voort te zetten en de regionale samenwerking te versterken, door verbetering van coördinatie, overleg, informatie-uitwisseling en operationele samenwerking, met de betrokkenheid van de bevoegde regionale en subregionale organisaties en de voor rechtshandhaving, grenscontrole en uitvoer- en invoervergunningen bevoegde autoriteiten.

(8)

In zijn op 24 mei 2018 voorgestelde agenda voor ontwapening, met als titel “Securing our Common Future” (Onze gemeenschappelijke toekomst veiligstellen), heeft de secretaris-generaal van de Verenigde Naties opgeroepen tot het aanpakken van de buitensporige accumulatie van en de illegale handel in conventionele wapens en tot het ondersteunen van nationale benaderingen ten aanzien van handvuurwapens, lichte wapens en munitie daarvoor die wapengeweld en gewapende conflicten in de hand werken.

(9)

De Raad heeft op 19 november 2018 de EU-strategie tegen illegale vuurwapens, handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, getiteld “Wapens beveiligen, burgers beschermen” (de “EU-SALW-strategie”) aangenomen. Deze strategie bevat de richtsnoeren voor het optreden van de Unie op het gebied van SALW. In de EU-SALW-strategie dient het VN-actieprogramma als mondiaal kader om de dreiging van illegale SALW tegen te gaan en wordt de volledige en effectieve uitvoering ervan op nationaal, regionaal en mondiaal niveau gesteund.

(10)

De Raad heeft op 17 december 2018 Besluit 2018/2011/GBVB vastgesteld (5). In de EU-SALW-strategie wordt gesteld dat de Unie genderaspecten stelselmatig zal integreren in de opzet van nieuwe projecten in verband met SALW-beheersing en de strijd tegen vuurwapengeweld in het algemeen en het delen van goede praktijken in dat opzicht.

(11)

In het slotdocument van de achtste tweejaarlijkse bijeenkomst in 2022 van staten die zich beraden op de uitvoering van het actieprogramma van de VN, wordt gewezen op:

het feit dat de volledige en effectieve uitvoering van het actieprogramma en het internationaal traceringsinstrument van essentieel belang is voor het bevorderen van de inspanningen voor duurzame vrede, veiligheid, sociaal-economische ontwikkeling, het genot van mensenrechten en de bescherming van levens, zoals ook uiteengezet in de relevante bepalingen inzake SALW in de ontwapeningsagenda van de secretaris-generaal van de VN;

de noodzaak van volledige, gelijke, betekenisvolle en effectieve participatie van vrouwen in alle besluitvormings- en uitvoeringsprocessen in verband met het actieprogramma en het internationaal traceringsinstrument, en de integratie van een genderperspectief in hun inspanningen om de verschillende gevolgen van de illegale handel in SALW voor vrouwen, mannen, meisjes en jongens aan te pakken;

de rol van maatschappelijke organisaties bij het ondersteunen van de inspanningen van de landen voor de volledige en doeltreffende uitvoering van het actieprogramma, waarbij wordt erkend dat jongeren in dit verband positieve bijdragen kunnen leveren;

de behoefte aan versterkte, doeltreffende en duurzame internationale samenwerking en bijstand;

het feit dat de recente ontwikkelingen op het gebied van de productie, de technologie en het ontwerp van SALW, met name polymeer- en modulaire wapens, en vuurwapens die met 3D-printers worden vervaardigd, gevolgen hebben voor de volledige en effectieve uitvoering van het actieprogramma en het internationaal traceringsinstrument. Alle landen moeten deze ontwikkelingen aanpakken en daarbij rekening houden met de kansen en uitdagingen, de rol van de industrie, de behoefte aan financiële en technische ondersteuning, de technologische kloven tussen landen en de noodzaak om internationale samenwerking te bevorderen;

het belang van doeltreffende tracering van SALW ter bestrijding van de illegale handel daarin in conflict- en postconflictsituaties;

het belang van het ontwikkelen of vaststellen van strikte nationale regelgevingskaders voor het markeren, registreren en traceren van SALW, in overeenstemming met het internationaal traceringsinstrument ter voorkoming en bestrijding van omleiding en illegale internationale overdracht van SALW naar afnemers zonder vergunning;

de noodzaak om uitvoering te geven aan de in het internationaal traceringsinstrument vervatte verbintenissen inzake markering, registratie en tracering, ongeacht de materialen of methoden die bij de vervaardiging van SALW worden gebruikt;

de oprichting van de werkgroep die voor onbepaalde tijd is ingesteld bij Resolutie 76/233 van de Algemene Vergadering om een reeks politieke toezeggingen uit te werken als nieuw mondiaal kader waarmee bestaande lacunes in het beheer van de levenscyclus van munitie worden aangepakt;

de respectieve rol van de betrokkenen bij de verschillende fasen van de gehele levenscyclus van SALW, met inbegrip van het belang om waar mogelijk samen te werken met de industrie en de particuliere sector om de illegale vervaardiging van en handel in SALW doeltreffend te voorkomen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Met het oog op de uitvoering van de EU-SALW-strategie heeft dit besluit tot doel de volledige en doeltreffende uitvoering van het VN-actieprogramma en het internationaal traceringsinstrument te ondersteunen, de internationale, regionale en nationale veiligheid te verbeteren, bij te dragen tot de menselijke veiligheid, en duurzame ontwikkeling te bevorderen door beheersing van SALW.

2.   Overeenkomstig lid 1 heeft dit besluit de volgende doelstellingen:

a)

steun verlenen aan toekomstgerichte mondiale beleidsontwikkelingen in het kader van de vierde Toetsingsconferentie van de Verenigde Naties over de uitvoering van het VN-actieprogramma in 2024;

b)

de effectieve nationale en regionale uitvoering van het actieprogramma en het internationaal traceringsinstrument versterken;

c)

genderresponsieve beleidsmaatregelen en programma's voor de beheersing van SALW ondersteunen.

3.   In de bijlage bij dit besluit wordt het project nader beschreven.

Artikel 2

1.   De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (“de hoge vertegenwoordiger”) is belast met de uitvoering van dit besluit.

2.   De technische uitvoering van het in artikel 1 bedoelde project wordt verricht door het Bureau van de Verenigde Naties voor ontwapeningszaken (Unoda).

3.   Unoda voert zijn taken uit onder verantwoordelijkheid van de hoge vertegenwoordiger. De hoge vertegenwoordiger treft daartoe de nodige regelingen met Unoda.

Artikel 3

1.   Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van het door de Unie gefinancierde project bedraagt 4 524 465,05 EUR.

2.   Voor het beheer van de met het in lid 1 bedoelde referentiebedrag gefinancierde uitgaven gelden de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie.

3.   De Commissie houdt toezicht op het correcte beheer van de in lid 1 bedoelde uitgaven. Daartoe sluit zij de nodige financieringsovereenkomst met Unoda. In de financieringsovereenkomst wordt bepaald dat Unoda er zorg voor moet dragen dat de bijdrage van de Unie zichtbaar is in een mate die overeenstemt met de omvang ervan.

4.   De Commissie streeft ernaar de in lid 3 bedoelde financieringsovereenkomst zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit besluit te sluiten. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden in dit proces en van de datum van sluiting van de financieringsovereenkomst.

Artikel 4

1.   De hoge vertegenwoordiger brengt verslag uit aan de Raad over de uitvoering van dit besluit, op basis van regelmatige inhoudelijke verslagen van Unoda. Die verslagen vormen de basis voor de evaluatie door de Raad.

2.   De Commissie brengt verslag uit over de financiële aspecten van het in artikel 1 bedoelde project.

Artikel 5

1.   Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

2.   Dit besluit verstrijkt 36 maanden na de datum van sluiting van de in artikel 3, lid 3, bedoelde financieringsovereenkomst. Het verstrijkt echter zes maanden na de datum van inwerkingtreding indien er binnen die termijn nog geen financieringsovereenkomst is gesloten.

Gedaan te Luxemburg, 17 oktober 2022.

Voor de Raad

De voorzitter

J. BORRELL FONTELLES


(1)  Gemeenschappelijk Optreden 2002/589/GBVB van 12 juli 2002 inzake de bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens en tot intrekking van Gemeenschappelijk Optreden 1999/34/GBVB (PB L 191 van 19.7.2002, blz. 1).

(2)  Gemeenschappelijk Optreden 2008/113/GBVB van de Raad van 12 februari 2008 ter ondersteuning van het internationaal instrument waarmee staten tijdig en op betrouwbare wijze illegale handvuurwapens en lichte wapens kunnen identificeren en traceren (SALW) in het kader van de strategie van de Europese Unie ter bestrijding van de illegale accumulatie van en handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor (PB L 40 van 14.2.2008, blz. 16).

(3)  Besluit 2011/428/GBVB van de Raad van 18 juli 2011 betreffende de ondersteuning van de werkzaamheden van het VN-Bureau voor ontwapeningszaken ter uitvoering van het actieprogramma van de Verenigde Naties ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten (PB L 188 van 19.7.2011, blz. 37).

(4)  Besluit (GBVB) 2017/633 van de Raad van 3 april 2017 ter ondersteuning van het actieprogramma van de Verenigde Naties ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten (PB L 90 van 4.4.2017, blz. 12).

(5)  Besluit (GBVB) 2018/2011 van de Raad van 17 december 2018 ter ondersteuning van gendermainstreaming in beleid, programma's en acties in de strijd tegen handel in en misbruik van handvuurwapens, in overeenstemming met de agenda inzake vrouwen, vrede en veiligheid (PB L 322 van 18.12.2018, blz. 38).


BIJLAGE

PROJECTDOCUMENT TER ONDERSTEUNING VAN HET ACTIEPROGRAMMA VAN DE VERENIGDE NATIES TER VOORKOMING, BESTRIJDING EN UITBANNING VAN DE ILLEGALE HANDEL IN HANDVUURWAPENS EN LICHTE WAPENS IN AL ZIJN ASPECTEN

1.   Achtergrond

De aanneming van het actieprogramma van de Verenigde Naties ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten (het actieprogramma) in 2001 vormde een keerpunt in de internationale inspanningen om de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens tegen te gaan. Sindsdien is aanzienlijke vooruitgang geboekt met de uitvoering van de bepalingen van het actieprogramma en het bijbehorende traceringsinstrument, het internationaal instrument van 2005 waarmee staten tijdig en op betrouwbare wijze illegale handvuurwapens en lichte wapens kunnen identificeren en traceren (ITI). Bepaalde uitdagingen en obstakels staan de volledige en effectieve uitvoering van beide instrumenten echter nog in de weg.

Effectieve beheersing van handvuurwapens draagt niet enkel bij tot betere nationale en menselijke veiligheid, maar is ook bevorderlijk voor duurzame ontwikkeling, zoals erkend door de staten in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, die het kader vormt voor een alomvattende mondiale beleidsvorming en programmering. Illegale wapenstromen spelen een centrale rol bij het ontketenen, verergeren en in stand houden van gewapende conflicten, alomtegenwoordig geweld, misdrijven en terrorisme. Deze stromen hebben met name in conflictsituaties negatieve gevolgen voor het werk van het personeel van humanitaire en vredesoperaties en bemoeilijken het sluiten van vredesakkoorden.

Het actieprogramma en het ITI blijven het universele kader om het handvuurwapenprobleem aan te pakken. Alle VN-lidstaten hebben over dat kader overeenstemming bereikt en hebben zich daarbij verbonden tot het verbeteren van hun nationale wetgeving en beleidsmaatregelen inzake hand-vuurwapens, in- en uitvoercontroles, voorraadbeheer, markering en tracering en tot samenwerking en het bieden van hulp. De afgelopen decennia hebben zich echter nieuwe uitdagingen in verband met de beheersing van handvuurwapens en lichte wapens voorgedaan, onder meer ontwikkelingen in de productie, de technologie en het ontwerp ervan, waardoor de doeltreffendheid van sommige bepalingen van het actieprogramma en het ITI zou kunnen worden ondermijnd.

De achtste tweejaarlijkse bijeenkomst van staten (BMS8) van juni 2022 en de in 2024 geplande vierde toetsingsconferentie (RevCon4) bieden de staten de gelegenheid om de balans op te maken van resterende lacunes, nieuwe uitdagingen aan te pakken en remediërende en corrigerende beleids- en operationele maatregelen te nemen zodat zij de mondiale beleidsagenda en de doeltreffendheid van het actieprogramma en het ITI kunnen versterken.

Van toezeggingen naar actie

Ondanks de lovenswaardige vooruitgang op mondiaal beleidsniveau zijn er nog krachtige nationale en regionale maatregelen nodig voor het uitvoeren van de mondiale toezeggingen en regionale instrumenten waarover de staten overeenstemming hebben bereikt. Aangezien er wereldwijd naar schatting één miljard vuurwapens in omloop zijn (1), blijft de beheersing van handvuurwapens en lichte wapens een dringende taak.

Er wordt nog steeds veel om internationale bijstand (2) verzocht. Er is behoefte aan betere, duurzame en voorspelbare bijstandsmechanismen om aan de eisen te voldoen en te zorgen voor een betere beheersing en regulering van handvuurwapens en lichte wapens. Om ervoor te zorgen dat veel staten hun politieke toezeggingen inzake de beheersing van handvuurwapens, waaronder die in het kader van de Agenda 2030 voor ontwikkeling, volledig nakomen, is internationale bijstand nodig.

In veel staten ontbreekt het nog steeds aan nationale coördinatiemechanismen en in veel landen waar ze wel bestaan, zijn ze maar zwak. Deze mechanismen zijn essentieel voor de harmonisatie van nationale beleidsmaatregelen en programma’s, de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van en het toezicht op alomvattende nationale beleidsmaatregelen, strategieën en programma’s om de problemen met handvuurwapens aan te pakken. Het aantal nationale actieplannen met betrekking tot handvuurwapens en lichte wapens blijft klein en waar er wel bestaan, worden er geen middelen voor toegewezen of zijn ze niet in bredere nationale ontwikkelings- en veiligheidskaders geïntegreerd. Het verzamelen van gegevens blijft in veel staten een grote uitdaging, wat het traceren en kwantitatief monitoren van de uitvoeringsinspanningen ondermijnt. Waar gegevens wel beschikbaar zijn, blijft het moeilijk nationale gegevens te harmoniseren en uit te splitsen. Hoewel er relatief gezien vooruitgang is geboekt op het gebied van markering, worden er voortdurend veel verzoeken om bijstand ontvangen voor voorraadbeheer, registratie, overdrachtscontroles en tracering (3). Tracering maakt deel uit van het kader van de duurzameontwikkelingsdoelen (SDG’s) en dus belemmeren lage succespercentages in dit kader met name de verwezenlijking van de Agenda 2030 (4).

Sinds de zesde tweejaarlijkse bijeenkomst van staten in 2016 is er wereldwijd aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het versterken van de verbanden tussen de beheersing van handvuurwapens en gendergelijkheid. Het unieke, diepmaatschappelijke karakter van de kwestie van handvuurwapens noodzaakt tot een alomvattende integratie van genderperspectieven in alle dimensies van de beheersing van handvuurwapens. Uit de nationale verslagen die de lidstaten bij het Unoda hebben ingediend, blijkt dat er aanzienlijke vooruitgang is geboekt met de uitvoering van gendergerelateerde bepalingen: het aandeel staten die nu gender in overweging nemen bij de beheersing van handvuurwapens is tussen 2018 en 2022 van 40 % naar 63 % gestegen (5).

Besluit (GBVB) 2018/2011 van de Raad van 17 december 2018 ter ondersteuning van gendermainstreaming in beleid, programma’s en acties in de strijd tegen handel in en misbruik van handvuurwapens, in overeenstemming met de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid (VVV), waarbij de activiteiten van de EU werden ontplooid in Afrika, Azië en de Stille Oceaan, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. De intensiteit en de geografische uitvoering van dergelijke inspanningen lopen echter sterk uiteen en slechts 24 % van de staten zou naar geslacht en leeftijd uitgesplitste gegevens verzamelen met betrekking tot handvuurwapens (6). Zonder de voordelen van nauwkeurige, gedetailleerde en empirisch onderbouwde informatie over de verschillende risico’s die handvuurwapens inhouden voor vrouwen, mannen, meisjes en jongens en hun specifieke veiligheidsbehoeften, zullen interventies op het gebied van de beheersing van handvuurwapens waarschijnlijk genderblind blijven, wat de doeltreffende beleids- en programmaontwikkelingen en de verwezenlijking van SDG 5 belemmert. Verdere vooruitgang op dit gebied zal ook ten goede komen aan de uitvoering van de VVV-agenda, aangezien het nieuwe VVV-monitoringkader een indicator bevat voor het aantal landen dat gender in overweging neemt bij de uitvoering van het actieprogramma inzake handvuurwapens en lichte wapens, waartoe dit project zal bijdragen.

De sterk verschillende gedaanten van het handvuurwapenprobleem overal ter wereld en de uitdagingen op nationaal niveau met betrekking tot de verspreiding van illegale handvuurwapens en lichte wapens zijn een weerspiegeling van unieke combinaties van omstandigheden en contexten. Vooruitgang bij de uitvoering kan derhalve slechts in beperkte mate een gezamenlijke, wereldwijd gecoördineerde inspanning zijn en moet veeleer gebaseerd zijn op nationale en regionale verantwoordelijkheid en prioriteiten. De staten zijn op de zevende tweejaarlijkse bijeenkomst van staten over het actieprogramma (BMS7) dan ook overeengekomen te overwegen vrijwillige nationale en regionale streefdoelen vast te stellen in overeenstemming met de bepalingen van het actieprogramma en daarbij rekening te houden met de verschillende nationale en regionale contexten met het oog op grotere nationale en regionale verantwoordelijkheid en de meetbaarheid van het uitvoeringsproces (7). Die streefdoelen moeten betrekking hebben op maatregelen van nationale actieplannen of strategieën inzake handvuurwapens en lichte wapens, waaronder regionale routekaarten, en moeten meetbaar zijn en afgestemd worden op het actieprogramma, het ITI en de in de Agenda 2030 overeengekomen doelstellingen en streefdoelen. Bovendien moeten de nationale inspanningen op het gebied van de beheersing van handvuurwapens en lichte wapens worden afgestemd op eventuele andere nationale kaders die betrekking hebben op veiligheid, gender-gelijkheid en ontwikkeling.

De staten zullen zich tot het VN-secretariaat richten voor sturing en bijstand bij de uitvoering van deze nieuwe op streefdoelen gebaseerde aanpak, wat uiteindelijk ook een unieke kans biedt voor meer op maat gesneden verzoeken om internationale bijstand en toewijzing van middelen (8). De recente trends bij de uitwerking van regionale routekaarten/actieplannen en -programma’s zijn een uitstekend voorbeeld van hoe het bepalen van streefdoelen kan helpen vooruitgang te boeken bij de uitvoering en waarborgt dat die inspanningen gecoördineerd worden ondersteund.

Voortbouwen op eerdere projecten en successen om de weg te effenen

De Europese Unie en haar lidstaten hebben de afgelopen jaren ter ondersteuning van het actieprogramma waardevolle financiële bijdragen geleverd aan het Bureau van de Verenigde Naties voor ontwapeningszaken (Unoda) en zijn regionale centra, en hebben zo de voorbereiding van toetsingsconferenties in het kader van het actieprogramma gesteund (9); operationele aspecten zoals een verbeterd voorraadbeheer in Afrika gefinancierd (10); en onlangs ook gendermainstreaming in beleid, programma’s en acties in de strijd tegen handel in en misbruik van handvuurwapens, in overeenstemming met de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid gesteund (11).

Een van de tastbare resultaten van die projecten was de goedkeuring van een toekomstgericht slotdocument tijdens de derde toetsingsconferentie (12), mogelijk gemaakt door deskundigen-besprekingen, regionaal overleg en een sponsoringprogramma dat een bredere en billijkere deelname van vertegenwoordigers van staten en het maatschappelijk middenveld aan de conferentie garandeerde. In Afrika werden de operationele en technische capaciteiten opgedreven, wat concreet een versterking van de fysieke beveiliging en het voorraadbeheer in Burkina Faso, Mali, Mauritanië, Niger, Nigeria en Tsjaad inhield. In het kader van het lopende project inzake gender en handvuurwapensbeheersing zijn in landen over de hele wereld nationale capaciteiten opgebouwd ter ondersteuning van genderresponsieve beheersing van handvuurwapens, zijn vertegenwoordigers van regionale en subregionale organisaties op dit gebied opgeleid en zijn de synergieën tussen de inspanningen op het gebied van handvuurwapensbeheersing en de uitvoering van de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid aanzienlijk verbeterd.

Met dit projectvoorstel wordt voortgebouwd op die eerdere projecten en hun successen en wordt een nieuwe, drieledige aanpak geïntroduceerd om de doeltreffende uitvoering van het actie-programma en het ITI te bevorderen.

Met dit nieuwe project zullen het Unoda en zijn regionale centra ervoor kunnen zorgen dat de mondiale beleidsvorming en de nationale en regionale uitvoering op elkaar worden afgestemd en dat er verder transregionaal wordt geleerd.

2.   Doelstellingen, activiteiten en resultaten van het project

Het hoofddoel van het project is de internationale, regionale en nationale veiligheid te verbeteren, bij te dragen tot de verwezenlijking van de menselijke veiligheid en duurzame ontwikkeling door de beheersing van handvuurwapens en lichte wapens te bevorderen.

Dit zal worden bereikt door middel van een transversale aanpak, ter ondersteuning van de werkzaamheden met betrekking tot 1) toekomstgerichte mondiale beleidsontwikkelingen in het kader van de vierde toetsingsconferentie; 2) effectieve nationale en regionale uitvoering van het actieprogramma en het ITI, en bijzondere aandacht voor 3) genderresponsieve beleidslijnen en programma’s inzake de beheersing van handvuurwapens.

Tegelijkertijd zullen de drie pijlers het actieprogramma en het ITI versterken als universele mondiale kaders voor de beheersing van handvuurwapens en ervoor zorgen dat ze relevant en doeltreffend blijven.

Resultaten voor alle drie de pijlers:

De samenwerking met regionale en subregionale organisaties wordt opgevoerd, waardoor een meer gestroomlijnde aanpak van beleids- en uitvoeringsinspanningen op subregionaal, regionaal en mondiaal niveau mogelijk wordt.

Op alle niveaus is er meer betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld, met name vrouwenorganisaties en actoren op het gebied van jeugdzaken.

3.   Beschrijving van de strategieën van de projectpijlers

3.1   Vorderingen maken met mondiale beleidsmaatregelen en toezeggingen in het kader van de vierde VN-toetsingsconferentie (RevCon4) van het actieprogramma inzake hand-vuurwapens van 2024.

3.1.1   Resultaten

De relevantie en doeltreffendheid van het actieprogramma/ITI worden gewaarborgd en vergroot.

De RevCon4 over het actieprogramma wordt goed ondersteund en omvat een breed scala aan belanghebbenden.

De nationale verslaglegging door de staten in het kader van het actieprogramma en het ITI wordt versterkt, onder meer als kader voor gegevensverzameling voor SDG-subdoel 16.4 (13) en indicator 16.4.2 (14).

3.1.2   Activiteiten

Virtuele rondetafelgesprekken met deskundigen over de ontwikkeling van actiegerichte aanbevelingen in verband met de beheersing van handvuurwapens en lichte wapens ter ondersteuning van RevCon4.

Tijdens een reeks virtuele rondetafelgesprekken met deskundigen worden verschillende onderwerpen besproken en onderzocht om de relevantie en doeltreffendheid van het actie-programma en het ITI te waarborgen. De thema’s van de rondetafelgesprekken worden bepaald op basis van de resultaten van BMS8 (d.w.z. geselecteerd uit de prioritaire gebieden van het BMS8-slotdocument voor verdere actie en behandeling tijdens RevCon4). De voorgedragen voorzitter van RevCon4 wordt uitgenodigd voor alle rondetafelgesprekken met deskundigen. Deze activiteit wordt uitgevoerd in samenwerking met UNIDIR. Alle rondetafelbijeenkomsten met deskundigen worden virtueel gehouden. De belangrijkste bevindingen en aanbevelingen van elk rondetafelgesprek worden ter bespreking voorgelegd op alle regionale bijeenkomsten.

Inhoudelijke en inclusieve voorbereidingen voor RevCon4

Regionale bijeenkomsten zullen de deelnemende staten en de respectieve regionale organisaties een forum bieden om regiospecifieke uitdagingen in verband met handvuurwapens en lichte wapens in kaart te brengen en regionale prioriteiten voor RevCon4 te bespreken. De voorgedragen voorzitter van RevCon4 wordt uitgenodigd voor alle regionale bijeenkomsten.

Andere regio’s en regionale organisaties organiseren doorgaans een voorbereidende vergadering voor RevCon4, zoals de Europese Unie, de Arabische Liga, het Stille Oceaangebied en de OVSE. Het project hoeft dan ook geen betrekking op deze regio’s te hebben. Op verzoek kan het Unoda deelnemen aan/betrokken zijn bij elk van die regionale bijeenkomsten om de bevindingen van de rondetafelgesprekken met deskundigen te presenteren. Deze activiteit wordt eind 2023 / begin 2024 uitgevoerd door het Unoda en zijn regionale centra, met substantiële steun van UNIDIR. Alle activiteiten vinden fysiek plaats.

De volgende vijf regionale bijeenkomsten worden voorgesteld:

Landen uit subregio’s

Regionale organisaties

Regionaal centrum

Plaats

West-Afrika en Centraal-Afrika

AU, CEEAC, Ecowas, RECSA, Uemoa, G5-Sahel

Unrec

Lomé, Togo

Oost-Afrika en Zuidelijk Afrika

AU, EAC, SADC, IGAD, RECSA, Sarcom

Unrec

Lomé, Togo

Caribisch gebied

Caricom

UN-LiREC

Virtueel

Latijns-Amerika

Mercosur, OAS, SICA

UN-LiREC

Virtueel

Asean en Zuid-Aziatische Staten

Asean, SAARC

UNRCPD

Bangkok, Thailand

Sponsorprogramma voor deelnemers uit ontwikkelingslanden of zwaar getroffen landen om RevCon4 bij te wonen

Vanwege een gebrek aan middelen is het voor veel ontwikkelingslanden moeilijk om zich op de toetsingsconferenties van het actieprogramma te laten vertegenwoordigen door hun hoge ambtenaren die zich hoofdzakelijk met de problematiek van handvuurwapens en lichte wapens bezighouden. Door middel van een sponsoringprogramma zou een geselecteerde groep van meest getroffen landen ook kunnen deelnemen, wat een verrijking zou zijn voor de beraadslagingen in RevCon4. Dit zou tevens een uitgelezen kans bieden om te netwerken en kan synergieën creëren met nevenevenementen en andere activiteiten in de marge van RevCon4.

De EDEO keurt de deelnemers goed op aanbeveling van het Unoda en zijn regionale centra. In principe moeten geselecteerde ambtenaren van nationale autoriteiten worden aangewezen als nationale contactpunten voor het actieprogramma. Andere selectiecriteria zijn onder meer genderoverwegingen, tijdige indiening van een nationaal verslag, actieve deelname aan regionale bijeenkomsten en/of aan rondetafeldiscussies.

Acties om het maatschappelijk middenveld meer te betrekken bij de beheersing van handvuurwapens

De activiteiten omvatten onderzoek en pleitbezorging, mediacampagnes, sponsorprogramma’s en workshops. De activiteiten worden uitgevoerd door het International Action Network on Small Arms (IANSA), in samenwerking met het Unoda en zijn regionale centra, om de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij RevCon4 te ondersteunen.

3.1.3   Resultaten

—   In 2023 werden vier (4) virtuele rondetafelgesprekken met deskundigen gehouden

De rondetafelgesprekken bevatten actiegerichte aanbevelingen die de staten in het slotdocument van RevCon4 in 2024 zouden kunnen opnemen. De belangrijkste bevindingen en aanbevelingen van de rondetafelgesprekken werden gebundeld in één kort document dat in aanloop naar RevCon4 werd gepubliceerd. Het document werd beschikbaar gesteld in het Engels en vertaald in het Arabisch, het Frans en het Spaans.

—   Er werden vijf (5) tweedaagse regionale conferenties gehouden om regeringen en organisaties van welbepaalde regio’s bij te staan bij de voorbereidingen voor RevCon4

De nationale verslagen werden op de agenda van de regionale bijeenkomsten geplaatst en er werd bijstand verleend aan de delegaties die tijdens de bijeenkomsten hun nationale verslagen wensten op te stellen en/of in te dienen. Wegens lage rapportagepercentages in de regio’s van Azië en de Stille Oceaan werd na de regionale bijeenkomst een speciale eendaagse nationale rapportageworkshop gehouden om de rapportagepercentages in de regio voor RevCon4 te verhogen. De bevindingen en aanbevelingen van de rondetafelgesprekken met deskundigen (activiteit 1.3.1) werden tijdens de bijeenkomsten gepresenteerd en besproken.

—   Er namen vijftien (15) gesponsorde deelnemers deel aan RevCon4

De reis naar en het verblijf tijdens RevCon4 (niet voor de Voorbereidende Commissie eerder in 2024) werd voor maximaal 15 deelnemers gesponsord. Daarnaast werd ook een deelnemer uit elk regionaal centrum (Unrec, UN-LiREC, UNRCPD) gesponsord om RevCon4 in New York bij te wonen.

3.1.4   De betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld werd versterkt door het volgende:

i.

Er werd voor maatschappelijke organisaties een verslag over de resultaten van BMS8 opgesteld en verspreid als input voor de voorbereidingen voor RevCon4.

ii.

Voor de Mondiale Actieweek tegen Vuurwapengeweld werd een campagne opgezet met RevCon4 als centraal thema.

iii.

In de aanloop naar de conferentie werd een gids voor het maatschappelijk middenveld over RevCon4 opgesteld en verspreid, waarin wordt uiteengezet hoe het maatschappelijk middenveld kan bijdragen aan de voorbereidingen en de eigenlijke RevCon4.

iv.

Tot tien (10) vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld woonden RevCon4 bij en namen actief deel aan evenementen die in de marge van RevCon4 werden georganiseerd door middel van een sponsoringprogramma.

v.

Er werd een voorbereidende workshop over RevCon4 gehouden voor deelnemende maatschappelijke organisaties. Voor deze tweedaagse activiteit kwamen IANSA-leden in het weekend voor de conferentie fysiek bijeen in New York.

vi.

Er werden tot drie (3) briefingdocumenten over pleitbezorging voor IANSA-leden opgesteld en verspreid inzake thematische onderwerpen in verband met kwesties die in het actieprogramma/ITI onvoldoende aan bod komen. De documenten werden online beschikbaar gesteld in het Engels met vertalingen in het Frans en het Spaans. Papieren exemplaren werden beschikbaar gesteld op RevCon4.

3.2   Zorgen voor de volledige en doeltreffende uitvoering van het actieprogramma/ITI op basis van nationale en regionale prioriteiten, streefdoelen, strategieën en actieplannen

3.2.1   Resultaten

De volledige en doeltreffende uitvoering van de toezeggingen die de staten in het kader van het actieprogramma en het ITI hebben gedaan, wordt versterkt.

De door de staten op BMS7 overeengekomen vaststelling van nationale en regionale streefdoelen is aan de gang.

3.2.2   Activiteiten

Upgrade van het Mosaic-beoordelingsinstrument (online en papieren versie) om staten in staat te stellen zichzelf te beoordelen op het gebied van de uitvoering van het actieprogramma/ITI

Het Mosaic-beoordelingsinstrument stelt staten in staat om (zelf)beoordelingen uit te voeren over de mate waarin het actieprogramma/ITI en andere kaders voor de beheersing van handvuurwapens op nationaal niveau worden uitgevoerd. Het zal staten helpen lacunes in hun nationale systemen voor de beheersing van handvuurwapens in kaart te brengen en te bepalen aan welke gebieden er prioritair moet worden gewerkt om de nationale vermogens te versterken en ervoor te zorgen dat het actieprogramma/ITI volledig en doeltreffend wordt uitgevoerd.

De bevindingen van de beoordelingen kunnen de basis vormen voor de ontwikkeling van nationale en regionale actieplannen, strategieën, routekaarten en/of streefdoelen en ervoor zorgen dat die gebaseerd zijn op de bepalingen die zijn overeengekomen in belangrijke mondiale overeenkomsten inzake handvuurwapens en lichte wapens. Het Mosaic-beoordelingsinstrument kan ook helpen bij het verzamelen en opmaken van informatie die moet worden opgenomen in nationale verslagen over de uitvoering van het actieprogramma/ITI en kan de ontwikkeling van projectvoorstellen voor fondsenwerving vergemakkelijken.

Het Mosaic-beoordelingsinstrument maakt het gemakkelijker de nationale systemen voor de beheersing van handvuurwapens af te wegen tegen de gebieden die onder de Mosaic-modules van de reeksen 2, 3, 4, 5 en 6 vallen, en bestrijkt derhalve de volledige levenscyclus van handvuurwapens, met inbegrip van horizontale kwesties zoals gender en jeugd. (15) Het is de bedoeling dat een dergelijk instrument niet alleen door de nationale autoriteiten wordt gebruikt, maar ook door een breder scala aan belanghebbenden, waaronder regionale en maatschappelijke organisaties. Het zal het werk van de regionale centra van het Unoda rechtstreeks ten goede komen en kan worden gebruikt tijdens verkennende missies in het kader van de Saving Lives Entity (SALIENT) (16). Om ervoor te zorgen dat deze entiteiten de nationale inspanningen voor het gebruik van het Mosaic-beoordelingsinstrument kunnen ondersteunen, wordt een gebruikershandleiding uitgewerkt en beschikbaar gesteld.

Deze activiteiten worden uitgevoerd in samenwerking met UNIDIR.

Staten ondersteunen bij het opvoeren van hun inspanningen voor de uitvoering van het actieprogramma/ITI

In Latijns-Amerika en het Caribisch gebied uitgevoerd door UN-LiREC

Consolidatie van een routekaart inzake handvuurwapens en lichte wapens voor Centraal-Amerikaanse staten (2022-2024), waarbij alle geïnteresseerde lidstaten van het Sistema de la Integración Centroamericana (SICA) (Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Panama) worden betrokken om de uitvoering van internationale, regionale en subregionale instrumenten met betrekking tot handvuurwapens en lichte wapens te versterken en de illegale verspreiding van wapens en munitie in de subregio terug te dringen (17).

De activiteiten omvatten subregionale seminars, workshops, werksessies (redactie- en thematische vergaderingen). Centraal-Amerikaanse staten zullen in de aanloop naar RevCon4 het politieke momentum kunnen creëren om vooruitgang te boeken met een nieuw subregionaal initiatief met duidelijke doelstellingen en indicatoren.

Het consolidatieproces van het routekaartinitiatief wordt uitgevoerd in samenwerking met de afdeling Openbare Veiligheid van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en zal een aanvulling vormen op de activiteiten die zijn omschreven in Besluit (GBVB) 2022/847 van de Raad van 30 mei 2022. UN-LiREC zal het proces samen met de OAS kunnen sturen en kunnen voortbouwen op haar deskundigheid in het kader van de Caribische routekaart inzake vuurwapens. Alle activiteiten worden gecoördineerd met de subregionale organisatie SICA.

Er worden cursussen georganiseerd over de bestrijding van wapen- en munitiehandel (CTAM) en over het onderscheppen van handvuurwapens, munitie en onderdelen en componenten (ISAAPC) in de Zuid- en Centraal-Amerikaanse staten.

In Azië-Stille Oceaan uitgevoerd door UNRCPD.

Ondersteuning bij de oprichting en opleiding van nationale contactpunten voor het actieprogramma. Tot op heden hebben slechts 17 landen een nationaal contactpunt voor de uitvoering van het actieprogramma/ITI in de regio Azië-Stille Oceaan aangewezen en gemeld. In het kader van deze activiteit zal UNRCPD de oprichting van nationale contactpunten, waar deze nog niet bestaan, ondersteunen en de capaciteit van bestaande contactpunten en nationale coördinatiemechanismen versterken door middel van een speciale regionale workshop. Deze activiteit wordt in 2023 uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de nationale contactpunten tijdig voor RevCon4 worden aangewezen. Deze activiteit vindt virtueel plaats.

Mosaic-beoordelingen in geselecteerde staten om lacunes en mogelijkheden voor een versterkte uitvoering en de vaststelling van nationale en regionale prioriteiten, streefdoelen en actieplannen in kaart te brengen. Deze activiteit vindt plaats met fysieke aanwezigheid.

Bijstand aan de staten in de regio Azië-Stille Oceaan bij de uitvoering van het actieprogramma/ITI. Er kan bijstand worden verleend voor verschillende aspecten van de beheersing van handvuurwapens en lichte wapens, waaronder wet- en regelgevingsaspecten, ontwerp en beheer van de beheersing van handvuurwapens en/of operationele ondersteuning. Subregionale benaderingen kunnen hier ook onder vallen (bv. op het gebied van grensbeveiliging). Alle activiteiten zijn genderresponsief en inclusief. Het kan gaan om operationele ondersteuning, opleidingen, workshops, vergaderingen, gegevensverzameling of onderzoeksactiviteiten. De belangrijkste begunstigden zijn nationale autoriteiten en/of veiligheidsdiensten en strijdkrachten.

Zolang de uitvoering van het project loopt, beantwoordt UNRCPD verzoeken om bijstand van landen. Voorrang wordt gegeven aan verzoeken om bijstand die voortvloeien uit de andere activiteiten in het kader van dit project, met name de Mosaic-beoordeling, of die via nationale verslagen zijn meegedeeld. Bijstand kan fysiek en/of virtueel worden verleend.

In Afrika uitgevoerd door Unrec.

Mosaic-beoordelingen in geselecteerde staten om lacunes en mogelijkheden voor een versterkte uitvoering en de vaststelling van nationale en regionale prioriteiten, streefdoelen en actieplannen in kaart te brengen. Deze activiteit vindt plaats met fysieke aanwezigheid.

Bijstand aan staten in Afrika bij de uitvoering van het actieprogramma/ITI. Er kan bijstand worden verleend voor verschillende aspecten van de beheersing van handvuurwapens en lichte wapens, waaronder wet- en regelgevingsaspecten, ontwerp en beheer van de beheersing van handvuurwapens en/of operationele ondersteuning. Subregionale benaderingen kunnen hier ook onder vallen (bv. op het gebied van grensbeveiliging). Alle activiteiten zijn genderresponsief en inclusief. Het kan gaan om operationele ondersteuning, opleidingen, workshops, vergaderingen, gegevensverzameling of onderzoeksactiviteiten. De belangrijkste begunstigden zijn nationale autoriteiten en/of veiligheidsdiensten en strijdkrachten.

Zolang de uitvoering van het project loopt, beantwoordt Unrec verzoeken om bijstand van landen. Voorrang wordt gegeven aan verzoeken om bijstand die voortvloeien uit de andere activiteiten in het kader van dit project, met name de Mosaic-beoordeling, of die via nationale verslagen zijn meegedeeld. Bijstand kan fysiek en/of virtueel worden verleend.

Acties om het maatschappelijk middenveld meer te betrekken bij de beheersing van handvuurwapens, waaronder:

Jaarlijkse campagnes - het IANSA en de ertoe behorende organisaties organiseren jaarlijkse campagneactiviteiten voor evenementen zoals de Mondiale Actieweek tegen Vuurwapen-geweld, de Internationale Jongerendag, de Afrika-amnestiemaand, de Internationale Dag van de Vrede, de Dag van het Afrikaanse Kind, de Internationale Wapenvernietigingsdag, “Wear Orange”, de Internationale Vrouwendag, en de 16 Dagen van Activisme tegen Gendergeweld.

Capaciteitsopbouw van het maatschappelijk middenveld op het gebied van beheersing van handvuurwapens en lichte wapens - ontwikkelen van beleidsmateriaal en organiseren van leermogelijkheden voor IANSA-leden, waaronder webinars en presentaties, om de kennis van het actieprogramma/ITI en andere internationale/regionale/subregionale instrumenten die relevant zijn voor de beheersing van handvuurwapens en lichte wapens bij het maatschappelijk middenveld te beoordelen en te verbeteren, teneinde het in staat te stellen de beheersing van handvuurwapens te bepleiten en te bevorderen.

Betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld, pleitbezorging en outreach-programma voor het vaststellen van nationale en regionale doelen, actieplannen en/of routekaarten - in overleg en samenwerking met het Unoda en zijn regionale centra ondersteunt het IANSA de leden van zijn netwerk bij besprekingen met ambtenaren en bevordert het de ontwikkeling door staten van nationale en regionale streefdoelen en prioriteiten voor de uitvoering van het actieprogramma/ITI.

Subsidieprogramma voor de duurzame betrokkenheid van geselecteerde IANSA-leden - het IANSA zet een subsidieprogramma voor IANSA-leden op om lokale organisaties in staat te stellen programmawerkzaamheden uit te voeren. Het IANSA zet een proces op om het subsidieprogramma te faciliteren op basis van duidelijk omschreven selectiecriteria, die door het Unoda worden goedgekeurd.

Pleitbezorging voor nationale verslaglegging - het IANSA en zijn leden, in overleg met het Unoda, pleiten consequent voor regelmatige en alomvattende verslaglegging over het actieprogramma/ITI door middel van een constructieve dialoog met nationale autoriteiten en parlementsleden.

Deze activiteiten worden uitgevoerd door het International Action Network on Small Arms (IANSA), in samenwerking met het Unoda en zijn regionale centra en ondersteunen de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de volledige en doeltreffende uitvoering van het actieprogramma/ITI.

3.2.3   Resultaten

Het Mosaic-beoordelingsinstrument werd als volgt verbeterd:

De ontwikkeling van een Mosaic-beoordelingsinstrument, waarmee de nationale controle op handvuurwapens werd versterkt, de uitvoering van het actieprogramma werd ondersteund, en de vaststelling van streefdoelen, evenals de ontwikkeling van actieplannen en routekaarten werd onderbouwd, en verzoeken om internationale bijstand werden gefaciliteerd. Het Mosaic-beoordelingsinstrument bouwt voort op de eerder ontwikkelde bètaversie van het ISACS-beoordelingsinstrument, dat beperkt was tot reeks 5 van de internationale normen voor controle op handvuurwapens (ISACS).

Een papieren versie van het instrument werd beschikbaar gesteld in het Arabisch, het Engels, het Frans, het Portugees en het Spaans. Er werd ook een onlineversie in het Engels beschikbaar gesteld.

Ontwikkeling en publicatie van een gebruikershandleiding voor het Mosaic-beoordelings-instrument in het Engels, met vertalingen in het Arabisch, het Frans, het Portugees en het Spaans.

In de marge van de regionale bijeenkomsten ter voorbereiding van RevCon4 werden gecombineerde valideringsoefeningen/opleidingssessies met betrekking tot het Mosaic-beoordelingsinstrument uitgevoerd met regionale en subregionale organisaties en mechanismen.

In Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied

Er werden tot acht (8) seminars/workshops/werksessies/vergaderingen gehouden, fysiek en virtueel, ter ondersteuning van de consolidatie van een routekaart inzake handvuurwapens en lichte wapens voor Centraal-Amerikaanse staten (2022-2024). In het eerste jaar van de activiteiten werd het document van de ONTWERP-routekaart geconsolideerd, terwijl de klemtoon in het tweede jaar lag op de aanvang van de ontwikkeling van nationale strategieën (nationale actieplannen (NAP’s) of soortgelijke initiatieven) en de uitvoering van in het subregionale initiatief/de routekaart vastgestelde activiteiten.

UN-LiREC gaf twee (2) ISAAPC-cursussen en vier (4) CTAM-cursussen in geselecteerde Centraal-Amerikaanse en Zuid-Amerikaanse staten.

In Azië en de Stille Oceaan

Er werd een speciale regionale workshop gehouden. De regionale workshop was toegespitst op de rol en taken van een nationaal contactpunt, met name de coördinatie met nationale entiteiten, het indienen van nationale verslagen en het bieden van sturing bij beleid en programmatie in verband met de beheersing van handvuurwapens en lichte wapens. De workshop was gebaseerd op Mosaic-module 03.40 inzake nationale coördinatiemechanismen voor de beheersing van handvuurwapens en lichte wapens.

Mosaic-beoordelingen werden in maximaal twee (2) geselecteerde staten fysiek uitgevoerd.

Tot vier (4) staten in de regio Azië-Stille Oceaan kregen bijstand bij de uitvoering van het actieprogramma/ITI.

In Afrika

Mosaic-beoordelingen werden in maximaal twee (2) geselecteerde staten fysiek uitgevoerd.

Tot vier (4) staten in Afrika kregen bijstand bij de uitvoering van het actieprogramma/ITI.

3.2.4   De betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld werd versterkt door het volgende:

i.

Er werden campagneactiviteiten en -materiaal ontwikkeld, en kleine beurzen werden verstrekt aan lokale en nationale organisaties van IANSA-leden voor activiteiten die tijdens die campagnes werden uitgevoerd.

ii.

Er werd beleidsmateriaal ontwikkeld en er werden leermogelijkheden voor IANSA-leden georganiseerd.

iii.

Er werd een programma voor betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en pleitbezorging opgesteld met betrekking tot het vaststellen van nationale en regionale streefdoelen, actieplannen en/of routekaarten.

iv.

Er werd een subsidieprogramma voor de duurzame betrokkenheid van geselecteerde IANSA-leden opgezet.

v.

Er werd bij nationale autoriteiten en parlementsleden gepleit voor verbetering van de nationale verslaglegging.

3.3   Voldoen aan de aanhoudende vraag naar versterking en verdieping van gender-mainstreaming in beleid en -programma’s voor de beheersing van handvuurwapens, in overeenstemming met de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid

3.3.1   Resultaten

De duurzame strategische en operationele capaciteit om gender bij een breed scala van belangrijke stakeholders in de beheersing van handvuurwapens te integreren, wordt verder uitgebreid en verdiept.

De synergieën en uitvoerbare verbanden met aanvullende beleidskaders en -agenda’s, met name de Agenda 2030, de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid, Our Common Agenda (onze gemeenschappelijke agenda) en resoluties van de Algemene Vergadering over vrouwen en ontwapening, worden verder versterkt.

3.3.2   Activiteiten

Alle activiteiten bouwen voort op de resultaten van de het vorige door de EU gefinancierde project, zijnde Besluit (GBVB) 2018/2011 van de Raad van 17 december 2018 ter ondersteuning van gendermainstreaming in beleid, programma’s en acties in de strijd tegen handel in en misbruik van handvuurwapens, in overeenstemming met de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid.

Versterking van de component beheersing van handvuurwapens in de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid

Dit houdt onder meer in dat het Unoda zich blijft inzetten voor het netwerk van contactpunten voor vrouwen, vrede en veiligheid om de beheersing van handvuurwapens in nationale actieplannen, strategieën en uitvoeringsinspanningen inzake vrouwen, vrede en veiligheid te bevorderen. Hier wordt verder op ingezet tijdens de uitvoering van het project, in een fysiek en/of virtueel formaat.

Steun aan staten ter versterking van genderresponsieve beleidsmaatregelen en programma’s inzake de beheersing van handvuurwapens

In Latijns-Amerika en het Caribisch gebied uitgevoerd door UN-LiREC

Opleiding over gendermainstreaming in de beheersing van handvuurwapens in Midden- en Zuid-Amerikaanse staten - de cursussen zijn bedoeld voor nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de beheersing en regulering van handvuurwapens, burgerveiligheid en het voorkomen en verminderen van geweld tegen vrouwen/gendergerelateerd geweld.

Reeks webinars over de beheersing van handvuurwapens en lichte wapens en gender in de aanloop naar RevCon4 - de onderwerpen variëren en worden vastgesteld in coördinatie met Centraal- en Zuid-Amerikaanse staten en in overeenstemming met de voorbereidingen en resultaten van RevCon4.

In Azië-Stille Oceaan uitgevoerd door UNRCPD.

Harmonisatie van de uitvoering van convergerende agenda’s inzake beheersing van handvuurwapens en gendergelijkheid - dit houdt in dat landen in Azië en de Stille Oceaan met verstreken, bestaande of geplande nationale actieplannen inzake vrouwen, vrede en veiligheid worden aangesproken om de uitvoering van convergerende agenda’s met initiatieven op het gebied van beheersing van handvuurwapens te verbeteren. Het initiatief onderzoekt ook synergieën met andere kaders voor gendergelijkheid, met name het Spotlight-initiatief.

Regionaal seminar over de universalisering van het WHV in de regio Azië-Stille Oceaan en de convergentie met de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid - in 2013 hebben de staten het WHV aangenomen, een multilateraal verdrag dat specifiek de internationale handel in conventionele wapens regelt. Het WHV is ook het eerste juridisch bindende wapenverdrag waarin het verband tussen wapenhandel en gendergerelateerd geweld wordt erkend. De uitvoering van het WHV stelt de staten ook in staat hun toezeggingen inzake wapenuitvoer in het actieprogramma van 2001 na te komen. Het aantal staten van de regio Azië-Stille Oceaan dat tot het WHV is toegetreden, blijft laag, maar dankzij de recente toetreding van China en de Filipijnen is in die regio een gunstig politiek momentum ontstaan dat de universalisering van het verdrag bevordert. De workshop bouwt voort op de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en parlementsleden in het kader van het vorige project, waarin het WHV als een belangrijk prioritair gebied werd aangemerkt. De workshop wordt uitgevoerd in samenwerking met belangrijke partners, waaronder VN-agentschappen, regionale en internationale organisaties en het maatschappelijk middenveld. De workshop wordt virtueel gehouden.

In Afrika uitgevoerd door Unrec.

Regionale workshops over gendermainstreaming in de beheersing van handvuurwapens om van gedachten te wisselen over gendergerelateerde uitdagingen en prioriteiten - er worden regionale workshops gehouden voor West-Afrika, Centraal-Afrika, Oost-Afrika en Zuidelijk Afrika. Deze workshops worden uitgevoerd in samenwerking met regionale organisaties en belangrijke partners en vinden plaats met fysieke aanwezigheid.

Integratie van de beheersing van handvuurwapens in bredere inspanningen op het gebied van gendergelijkheid, ontwikkeling en veiligheid door middel van een reeks webinars met deskundigen op het gebied van gendergerelateerd geweld (GBV), conflictgerelateerd seksueel geweld (CRSV), betrokkenheid van jongeren, humanitaire kwesties en bijstand aan intern ontheemden en vluchtelingen, om meer de aandacht te vestigen op de onderliggende oorzaken en gevolgen van de verspreiding van, de handel in en het misbruik van handvuurwapens en op de noodzaak om wapenbeheersing te koppelen aan en/of op te nemen in andere agenda’s. Het doel van de webinarreeks is een multidimensionale aanpak te ontwikkelen om gewapend geweld te voorkomen en terug te dringen en concrete banden tot stand te brengen tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de beheersing van handvuurwapens en andere stakeholders. De webinarreeks wordt in samenwerking met belangrijke partners verwezenlijkt en wordt virtueel georganiseerd.

Acties om het maatschappelijk middenveld meer te betrekken bij de beheersing van handvuurwapens, waaronder:

Verslag inzake gendermainstreaming en handvuurwapens en lichte wapens over resultaten en geleerde lessen in het kader van het door de EU gefinancierde project (GBVB) 2018/2011, met inbegrip van een overzicht en beoordeling van de door het IANSA en zijn leden uitgevoerde activiteiten en aanbevelingen voor verdere betrokkenheid. Dit verslag dient als input voor andere gendergerelateerde activiteiten in het kader van dit project.

Virtuele workshops, opleidingen en evenementen over gendermainstreaming in de beheersing van handvuurwapens voor het maatschappelijk middenveld - in samenwerking met het Unoda en zijn regionale centra organiseert het IANSA gedurende de hele uitvoerings-periode van het project virtuele workshops, opleidingen en evenementen over gender en beheersing van handvuurwapens voor een breed, mondiaal publiek.

Voorstellen van het maatschappelijk middenveld voor meer synergieën met de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid. Een toolkit opstellen met voorstellen van IANSA-leden voor betere synergieën tussen de agenda inzake beheersing van handvuurwapens en de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid, waarbij de nadruk wordt gelegd op pleitbezorgings-technieken, regio-overschrijdende berichtenuitwisseling en beleidsuitvoering die in alle regio’s kunnen worden toegepast. De toolkit wordt op grote schaal verspreid, onder meer tijdens activiteiten die worden georganiseerd door het IANSA en/of het Unoda en zijn regionale centra.

De bovengenoemde activiteiten worden uitgevoerd door het IANSA, in verbinding/ samenwerking met het Unoda en zijn regionale centra, ter ondersteuning van de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij het gendermainstreamen van beleid en programma’s voor de beheersing van handvuurwapens, in overeenstemming met de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid.

3.3.3   Resultaten

Wapenbeheersing en ontwapening, ook wat handvuurwapens betreft, werden bevorderd in de werkzaamheden en netwerken van de Verenigde Naties inzake vrouwen, vrede en veiligheid, onder meer op het gebied van conflictgerelateerd seksueel geweld.  (18)

De capaciteit van staten voor genderresponsieve beleidsmaatregelen en -programma’s inzake handvuurwapens werd als volgt versterkt:

 

In Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied

Er werden drie (3) cursussen over gendermainstreaming in de beheersing van handvuurwapens in Midden- en Zuid-Amerikaanse staten georganiseerd en uitgevoerd.

Er werden tot vier (4) webinars gehouden over de beheersing van handvuurwapens en lichte wapens en gender in de aanloop naar en/of als follow-up van RevCon4.

 

In Azië en de Stille Oceaan

In 2023 wordt één (1) regionale workshop gehouden in samenwerking met belangrijke regionale partners zoals de Asean, het Pacific Islands Forum en partners uit het maatschappelijk middenveld.

Er werd een regionaal seminar gehouden over de universalisering van het WHV in de regio Azië-Stille Oceaan en de convergentie met de VVV-agenda.

 

In Afrika

Er werden vier (4) driedaagse regionale workshops over gendermainstreaming in de beheersing van handvuurwapens gehouden voor de nationale commissies/contactpunten voor het actieprogramma en belangrijke stakeholders. Tijdens de workshops werd de vooruitgang in het kader van het vorige door de EU gefinancierde project gepresenteerd en werd een platform geboden waar landen in de regio beste praktijken konden uitwisselen. Ook werden lacunes en mogelijkheden voor betere gendermainstreaming in de beheersing van handvuurwapens in kaart gebracht. De derde dag van de workshop was gewijd aan een ontmoeting met regionale organisaties om prioriteiten en een strategie vast te stellen om de resultaten van de workshop in de nationale praktijk om te zetten.

Er werd een reeks webinars gehouden over de verspreiding van, de handel in en het misbruik van handvuurwapens en de noodzaak om wapenbeheersing te koppelen aan en/of op te nemen in andere agenda’s.

3.3.4   De betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de beheersing van handvuurwapens wordt versterkt door het volgende:

i.

Opstelling en verspreiding van een verslag over de resultaten en de geleerde lessen in het kader van het door de EU gefinancierde project (GBVB) 2018/2011.

ii.

Er werden virtuele workshops, opleidingen en evenementen over gendermainstreaming in de beheersing van handvuurwapens voor het maatschappelijk middenveld georganiseerd.

iii.

Er werd een toolkit opgesteld en verspreid, waarin de voorstellen van IANSA-leden voor betere synergieën tussen de agenda inzake beheersing van handvuurwapens en de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid waren gebundeld.

4.   Bewustmaking, pleitbezorging, contacten en partnerschappen

Het Unoda en zijn uitvoerende partners zullen een blijvend effect sorteren door middel van doeltreffende bewustmaking, pleitbezorging, contacten en partnerschappen.

Het Unoda zal zich beijveren voor de verspreiding van informatie en de resultaten van de voorgestelde activiteiten onder een zo breed mogelijk publiek. In het kader van alle relevante acties zal voorts via contacten met de media, nevenevenementen en webinstrumenten worden gezorgd voor outreach. Het Unoda en het IANSA zullen het hele jaar door socialemediacampagnes ontwikkelen en eraan deelnemen.

Het Unoda en het IANSA zullen gebruikmaken van een zo breed mogelijke waaier aan communicatie-instrumenten, waaronder een webpagina, persmededelingen, bepaalde sociale media-instrumenten, nevenevenementen en informele briefings. De uitvoering van alle acties zal worden gevolgd via monitoring- en evaluatie-instrumenten, waaronder deelnemersenquêtes en regelmatige vergaderingen van de ter zake bevoegde werkgroep.

Het Unoda zal de nodige maatregelen treffen opdat de Uniebijdrage aan de actie voldoende zichtbaar is. Die maatregelen worden getroffen aan de hand van de Handleiding communicatie en zichtbaarheid van de Commissie voor het externe optreden van de Europese Unie (Commission’s Communications and Visibility Manual for European Union External Actions).

Tijdens de uitvoering van het project wordt de coördinatie met een breed scala van partners, met inbegrip van de partners die worden gesteund door andere besluiten van de Raad van de EU, gewaarborgd.

Het Unoda blijft zich actief inzetten voor het informele coördinatiemechanisme inzake gender en handvuurwapens en lichte wapens, dat in 2019 in het kader van het lopende project is ingesteld.

5.   Looptijd

De totale duur van het project, met inbegrip van alle activiteiten in het kader van de drie pijlers ervan, wordt geraamd op 36 maanden.

6.   Verslaglegging

Het Unoda stelt regelmatig verslagen op, in overeenstemming met de na onderhandelingen tot stand gekomen overeenkomst.

7.   Totale kosten

De totale van de EU gevraagde financiering voor de uitvoering van fase II bedraagt XXX EUR.


(1)  https://www.smallarmssurvey.org/database/global-firearms-holdings

(2)  https://smallarms.un-arm.org/international-assistance

(3)  Presentatie van het Unoda tijdens de BMS7 met als titel “Programme of Action on SALW. International Tracing Instrument. Trends, Challenges and Opportunities. Data from 2020 National Reports”, https://documents.unoda.org/wp-content/uploads/2021/07/BMS7-UNODA-Trends-challenges-opportunities.pdf

(4)  SDG-indicator 16.4.2: Aandeel van in beslag genomen, aangetroffen of afgegeven wapens waarvan de illegale herkomst of context in overeenstemming met internationale instrumenten is getraceerd of vastgesteld door een bevoegde autoriteit.

(5)  Presentatie van het Unoda tijdens de BMS7 met als titel “Programme of Action on SALW. International Tracing Instrument. Trends, Challenges and Opportunities. Data from 2020 National Reports”.

(6)  https://smallarms.un-arm.org/statistics

(7)  https://undocs.org/A/CONF.192/BMS/2021/1, punt 50. Zie ook punten 51, 52, 57 en 58.

(8)  https://www.undocs.org/A/74/187

(9)  Besluit 2011/428/GBVB van de Raad van 18 juli 2011 en Besluit (GBVB) 2017/633 van de Raad van 3 april 2017.

(10)  Besluit 2014/912/GBVB van de Raad van 15 december 2014.

(11)  Besluit (GBVB) 2018/2011 van de Raad van 17 december 2018.

(12)  https://meetings.unoda.org/section/poa-revcon3-2018_documents

(13)  1.1.1.1.1.SDG-subdoel 16.4: Tussen nu en 2030 ongewettigde financiële en wapenstromen aanzienlijk indijken, het herstel en de teruggave van gestolen goederen versterken en alle vormen van georganiseerde misdaad bestrijden.

(14)  SDG-indicator 16.4.2: Aandeel van in beslag genomen, aangetroffen of afgegeven wapens waarvan de illegale herkomst of context in overeenstemming met internationale instrumenten is getraceerd of vastgesteld door een bevoegde autoriteit.

(15)  www.un.org/disarmament/mosaic

(16)  www.un.org/disarmament/salient

(17)  De SICA-staten Belize en de Dominicaanse Republiek maken beide deel uit van de Caribische routekaart inzake vuurwapens; de deelname van Nicaragua moet nog worden bevestigd.

(18)  Participatie, conflictpreventie, bescherming en hulpverlening en herstel.


Top