EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32021R1902

Verordening (EU) 2021/1902 van de Commissie van 29 oktober 2021 tot wijziging van de bijlagen II, III en V bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het gebruik van bepaalde als kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting ingedeelde stoffen in cosmetische producten (Voor de EER relevante tekst)

C/2021/7688

OJ L 387, 3.11.2021, p. 120–125 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1902/oj

3.11.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 387/120


VERORDENING (EU) 2021/1902 VAN DE COMMISSIE

van 29 oktober 2021

tot wijziging van de bijlagen II, III en V bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het gebruik van bepaalde als kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting ingedeelde stoffen in cosmetische producten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten (1), en met name artikel 15, lid 1 en lid 2, vierde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (2) is voorzien in een geharmoniseerde indeling van stoffen als kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting (CMR, carcinogenic, mutagenic or toxic for reproduction) op basis van een wetenschappelijke beoordeling door het Comité risicobeoordeling van het Europees Agentschap voor chemische stoffen. De stoffen worden ingedeeld als CMR-stoffen van categorie 1A, CMR-stoffen van categorie 1B of CMR-stoffen van categorie 2, afhankelijk van het beschikbare bewijs voor de CMR-eigenschappen van de stoffen.

(2)

In artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1223/2009 is bepaald dat het gebruik in cosmetische producten van stoffen die bij bijlage VI, deel 3, bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 als CMR-stoffen van categorie 1A, categorie 1B of categorie 2 zijn ingedeeld (hierna “CMR-stoffen” genoemd) verboden moet worden. Een CMR-stof mag echter in cosmetische producten worden gebruikt, indien aan de in artikel 15, lid 1, tweede zin, of artikel 15, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1223/2009 genoemde voorwaarden wordt voldaan.

(3)

Om het verbod op CMR-stoffen binnen de interne markt op uniforme wijze uit te voeren, de rechtszekerheid te waarborgen, met name voor de marktdeelnemers en de nationale bevoegde instanties, en voor een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te zorgen, moeten alle CMR-stoffen worden opgenomen in de lijst van verboden stoffen in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 en, in voorkomend geval, worden geschrapt uit de lijsten van stoffen waarvan het gebruik aan beperkingen is onderworpen of is toegestaan in de bijlagen III tot en met VI bij die verordening. Indien aan de voorwaarden van artikel 15, lid 1, tweede zin, of artikel 15, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1223/2009 wordt voldaan, moeten de lijsten van stoffen waarvan het gebruik aan beperkingen is onderworpen of is toegestaan in de bijlagen III tot en met VI bij die verordening dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

Deze verordening heeft betrekking op de stoffen die krachtens Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1182 (3), die met ingang van 1 maart 2022 van toepassing zal zijn, als CMR zijn ingedeeld.

(5)

Voor de stof (T-4)-bis[1-(hydroxy-κ-O)pyridine-2(1H)-thionato-κ-S]zink”, met de INCI-naam (internationale nomenclatuur van cosmetische ingrediënten) “Zinc Pyrithione”, die als CMR-stof van categorie 1B (giftig voor de voortplanting) is ingedeeld, is op 11 april 2019 een verzoek om een uitzondering op grond van artikel 15, lid 2, tweede alinea, ingediend voor het gebruik als een antiroosingrediënt in haarproducten die worden uitgespoeld, met een maximumconcentratie van 1 %. Er is geen verzoek om een uitzondering ingediend voor ander gebruik van Zinc Pyrithione.

(6)

Zinc Pyrithione is momenteel opgenomen in vermelding 8 van bijlage V bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 als toegestaan conserveermiddel in haarproducten die worden uitgespoeld met een maximumconcentratie van 1 % en in andere producten die worden uitgespoeld en geen producten voor mondverzorging zijn met een maximumconcentratie van 0,5 %. Zinc Pyrithione is daarnaast onder vermelding 101 opgenomen in de lijst in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 als aan beperkingen onderworpen stof die, bij gebruik voor andere doeleinden dan als conserveermiddel, in een maximumconcentratie van 0,1 % in haarproducten die niet worden uitgespoeld.

(7)

Overeenkomstig artikel 15, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1223/2009 mogen CMR-stoffen van categorie 1A of 1B uitzonderlijkerwijs in cosmetische producten worden gebruikt indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, onder meer de voorwaarden dat er geen geschikte alternatieve stoffen voorhanden zijn, zoals gedocumenteerd is een analyse van de alternatieven, en dat de stof door het Wetenschappelijk Comité voor consumentenveiligheid (WCCV) is beoordeeld en veilig is bevonden.

(8)

Het WCCV concludeerde in zijn advies van 3 en 4 maart 2020 (4) dat Zinc Pyrithione veilig kan worden geacht als het als antiroosingrediënt met een maximumconcentratie van 1 % wordt gebruikt in haarproducten die worden uitgespoeld. Omdat echter niet is aangetoond dat er geen geschikte alternatieve stoffen voorhanden zijn voor antiroosingrediënten in haarproducten die worden uitgespoeld, moet Zinc Pyrithione uit de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 opgenomen lijst van aan beperkingen onderworpen stoffen en uit de in bijlage V bij die verordening opgenomen lijst van conserveermiddelen die in cosmetische producten zijn toegestaan, worden geschrapt. Ook moet Zinc Pyrithione worden toegevoegd aan de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 opgenomen lijst van stoffen die in cosmetische producten verboden zijn.

(9)

Voor alle andere stoffen dan Zinc Pyrithione die bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1182 zijn ingedeeld als CMR in de zin van Verordening (EG) nr. 1272/2008, is geen verzoek voor gebruik bij wijze van uitzondering in cosmetische producten ingediend. Daarom moeten de CMR-stoffen die nog niet in de lijst in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 zijn opgenomen, in die bijlage worden toegevoegd aan de lijst van stoffen die in cosmetische producten verboden zijn.

(10)

Verordening (EG) nr. 1223/2009 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

De wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1223/2009 zijn gebaseerd op de indeling van de betrokken stoffen als CMR bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1182 en moeten daarom op dezelfde datum als die indelingen van toepassing worden.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor cosmetische producten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen II, III en V bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 maart 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 342 van 22.12.2009, blz. 59.

(2)  Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1182 van de Commissie van 19 mei 2020 tot wijziging van bijlage VI, deel 3, bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, met het oog op de aanpassing ervan aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang (PB L 261 van 11.8.2020, blz. 2).

(4)  SCCS Opinion on Zinc Pyrithione (ZPT) (CAS No 13463-41-7) — Submission III — SCCS/1614/19.


BIJLAGE

De bijlagen II, III en V bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 worden als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage II worden de volgende vermeldingen toegevoegd:

Ref. nr.

Identiteit van de stof

Chemische benaming/INN

CAS-nummer

EG-nummer

a

b

c

d

“1658

Vezels bestaande uit siliciumcarbide (met diameter < 3 μm, lengte > 5 μm en dimensieverhouding ≥ 3:1)

409-21-2

308076-74-6

206-991-8

1659

Tris(2-methoxyethoxy)vinylsilaan; 6-(2-methoxyethoxy)-6-vinyl-2,5,7,10-tetraoxa-6-silaündecaan

1067-53-4

213-934-0

1660

Dioctyltindilauraat; [1]

stannaan, dioctyl-, bis(kokos-acyloxy)derivaten [2]

3648-18-8 [1]

91648- 39-4 [2]

222-883-3 [1]

293-901-5 [2]

1661

Dibenzo[def,p]chryseen dibenzo[a,l]pyreen

191-30-0

205-886-4

1662

Ipconazool (ISO); (1RS,2SR,5RS;1RS,2SR,5SR)-2-(4-chloorbenzyl)-5-isopropyl-1-(1H-1,2,4-triazool-1-ylmethyl)cyclopentanol

125225-28-7

115850-69-6

115937-89-8

1663

Bis(2-(2-methoxyethoxy)ethyl)ether; tetraglyme

143-24-8

205-594-7

1664

Paclobutrazol (ISO); (2RS,3RS)-1-(4-chloorfenyl)-4,4-dimethyl-2-(1H-1,2,4-triazool-1-yl)pentaan-3-ol

76738-62-0

1665

2,2-bis(broommethyl)propaan-1,3-diol

3296-90-0

221-967-7

1666

2-(4-tert-butylbenzyl)propionaldehyde

80-54-6

201-289-8

1667

Diisoöctylftalaat

27554-26-3

248-523-5

1668

2-methoxyethylacrylaat

3121-61-7

221-499-3

1669

Natrium-N-(hydroxymethyl)glycinaat; [formaldehyde dat vrijkomt uit natrium-N-(hydroxymethyl)glycinaat]

als de theoretische maximumconcentratie van formaldehyde die kan vrijkomen uit het mengsel zoals het in de handel wordt gebracht, ongeacht de bron, gelijk is aan of hoger is dan 0,1 gewichtspercent

70161-44-3

274-357-8

1670

Zinkpyrithion (T-4)-bis[1-(hydroxy-κ-O)pyridine-2(1H)-thionato-κ-S]zink

13463-41-7

236-671-3

1671

Flurochloridon (ISO); 3-chloor-4-(chloormethyl)-1-[3-(trifluormethyl)fenyl]pyrrolidine-2-on

61213-25-0

262-661-3

1672

3-(difluormethyl)-1-methyl-N-(3”,4”,5'-trifluorbifenyl-2-yl)pyrazool-4-carboxamide; fluxapyroxad

907204-31-3

1673

N-(hydroxymethyl)acrylamide; methylolacrylamide; [NMA]

924-42-5

213-103-2

1674

5-Fluor-1,3-dimethyl-N-[2-(4-methylpentaan-2-yl)fenyl]-1H-pyrazool-4-carboxamide; 2'-[(RS)-1,3-dimethylbutyl]-5-fluor-1,3-dimethylpyrazool-4-carboxanilide; penflufen

494793-67-8

1675

Iprovalicarb (ISO); isopropyl[(2S)-3- methyl-1-{[1-(4- methylfenyl)ethyl]amino}-1-oxobutan-2-yl]carbamaat

140923-17-7

1676

Dichloordioctylstannaan

3542-36-7

222-583-2

1677

Mesotrione (ISO); 2-[4-(methylsulfonyl)-2-nitrobenzoyl]-1,3-cyclohexaandion

104206-82-8

1678

Hymexazol (ISO); 3-hydroxy-5-methylisoxazool

10004-44-1

233-000-6

1679

Imiprothrin (ISO); reactiemassa van: [2,4-dioxo-(2-propyn-1-yl)imidazolidine-3-yl]methyl(1R)-cis-chrysanthemaat; [2,4-dioxo-(2-propyn-1-yl)imidazolidine-3-yl]methyl(1R)-trans-chrysanthemaat

72963-72-5

428-790-6

1680

Bis(α,α-dimethylbenzyl)peroxide

80-43-3

201-279-3”

2)

Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:

a)

vermelding 24 wordt vervangen door:

Ref. nr.

Identiteit van de stof

Beperkingen

Te vermelden gebruiksvoorwaarden en waarschuwingen

Chemische benaming/INN

Naam volgens de woordenlijst van gemeenschappelijke benamingen van ingrediënten

CAS-nummer

EG-nummer

Producttype, lichaamsdelen

Maximumconcentratie in het gebruiksklare product

Andere

a

b

c

d

e

f

g

h

i

“24

In water oplosbare zinkzouten met uitzondering van zinkfenolsulfonaat (nummer 25) en van zinkpyrithion (bijlage II, nummer X)

Zinc acetate,

zinc chloride, zinc gluconate, zinc glutamate

 

 

 

1 % als zink”

 

 

b)

de vermeldingen 83 en 101 worden geschrapt.

3)

Bijlage V wordt als volgt gewijzigd:

a)

vermelding 8 wordt geschrapt;

b)

vermelding 51 wordt vervangen door:

Ref .nr.

Identiteit van de stof

Voorwaarden

Te vermelden gebruiksvoorwaarden en waarschuwingen

Chemische benaming/INN

Naam volgens de woordenlijst van gemeenschappelijke benamingen van ingrediënten

CAS-nummer

EG-nummer

Producttype, lichaamsdelen

Maximumconcentratie in het gebruiksklare product

Andere

a

b

c

d

e

f

g

h

i

“51

Natriumhydroxymethylaminoacetaat

Sodium Hydroxymethylglycinate

70161-44-3

274-357-8

 

0,5  %

Niet te gebruiken als de theoretische maximumconcentratie van formaldehyde die kan vrijkomen uit het mengsel zoals het in de handel wordt gebracht, ongeacht de bron, gelijk is aan of hoger is dan 0,1 gewichtspercent”

 


Top