EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32021R1705

Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1705 van de Commissie van 14 juli 2021 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor de binnenkomst in de Unie en het na binnenkomst verplaatsen van en werken met zendingen van bepaalde dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong (Voor de EER relevante tekst)

C/2021/5121

OJ L 339, 24.9.2021, p. 40–55 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2021/1705/oj

24.9.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 339/40


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/1705 VAN DE COMMISSIE

van 14 juli 2021

tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor de binnenkomst in de Unie en het na binnenkomst verplaatsen van en werken met zendingen van bepaalde dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (1), en met name artikel 234, lid 2, artikel 237, lid 4, artikel 239, lid 2, en artikel 279, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 van de Commissie (2) vormt een aanvulling op de in Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde diergezondheidsregels wat betreft de binnenkomst in de Unie en het na binnenkomst verplaatsen van en werken met zendingen van bepaalde dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong.

(2)

Na de bekendmaking van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 in het Publicatieblad van de Europese Unie op 3 juni 2020 is een aantal kleine fouten en omissies in de bepalingen van die gedelegeerde verordening aan het licht gekomen. Die fouten en omissies moeten worden gecorrigeerd en Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(3)

Daarnaast moeten bepaalde in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 vastgestelde regels worden gewijzigd om ze in overeenstemming te brengen met regels die zijn vastgesteld in andere gedelegeerde handelingen die op grond van Verordening (EU) 2016/429 en Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (3) zijn vastgesteld.

(4)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet ook worden gewijzigd om bepaalde omstandigheden te bestrijken die aanvankelijk uit het toepassingsgebied van die handeling zijn weggelaten en om bepaalde mogelijkheden te bestrijken waarin wordt voorzien door handelingen van de Unie die vóór Verordening (EU) 2016/429 zijn vastgesteld en die moeten worden behouden in het kader van Verordening (EU) 2016/429. Dit is belangrijk om te zorgen voor een vlotte transitie van de voorschriften die in die eerdere handelingen van de Unie zijn vastgesteld betreffende de binnenkomst in de Unie van dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong en om te verduidelijken op welke soorten en categorieën dieren en producten van dierlijke oorsprong bepaalde voorschriften wel of niet van toepassing moeten zijn.

(5)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet ook zorgen voor een vlotte transitie van de voorschriften die in eerdere handelingen van de Unie zijn vastgesteld betreffende de binnenkomst in de Unie van waterdieren en producten van dierlijke oorsprong van waterdieren, aangezien die doeltreffend zijn gebleken. Derhalve moeten de doelstelling en essentie van die bestaande regels in die gedelegeerde verordening worden behouden, maar moeten de regels worden aangepast aan het nieuwe wetgevingskader dat bij Verordening (EU) 2016/429 is vastgesteld.

(6)

Daarnaast mogen de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 vastgestelde diergezondheidsvoorschriften niet van toepassing zijn op andere producten van dierlijke oorsprong van waterdieren dan levende waterdieren, met uitzondering van die welke voor verdere verwerking in de Unie bestemd zijn, aangezien er geen belangrijke diergezondheidsredenen zijn om dergelijke producten in het toepassingsgebied van die gedelegeerde verordening op te nemen. Artikel 1, lid 6, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692, waarin het toepassingsgebied van die handeling wordt vastgesteld, moet derhalve worden gewijzigd.

(7)

De definitie van “varken” zoals die momenteel in artikel 2, punt 8, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 is vastgesteld, is alleen geschikt voor de binnenkomst in de Unie van die dieren. Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 van de Commissie (4), die regels voor de verplaatsing van levende producten binnen de Unie bevat, voorziet in een andere definitie van “varkens”, die geschikt is voor donordieren van levende producten. De definitie van “varkens” in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet derhalve worden gewijzigd om de binnenkomst in de Unie van zowel varkens als levende producten van varkens te bestrijken.

(8)

De definitie van “schip met leeftank” in artikel 2, punt 48, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 is niet in overeenstemming met de definitie van “schip met leeftank” in artikel 2, punt 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/990 van de Commissie (5). Omwille van de consistentie van de regels van de Unie moet de definitie in artikel 2, punt 48, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 worden gewijzigd om ze in overeenstemming te brengen met de definitie in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/990.

(9)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 bevat voorschriften in verband met de inspectie van landdieren vóór de verzending ervan naar de Unie, die in het geval van pluimvee ook op het koppel van oorsprong van toepassing zijn. Er moet echter worden verduidelijkt dat die voorschriften niet van toepassing zijn op het koppel van oorsprong van eendagskuikens, overeenkomstig de voorschriften van Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie (6) die tot en met 21 april 2021 van toepassing waren. Artikel 13, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692, die sinds 21 april 2021 van toepassing is, moet zorgen voor een vlotte transitie van de voorschriften die in eerdere handelingen van de Unie zijn vastgesteld betreffende de binnenkomst in de Unie van landdieren en levende producten en producten van dierlijke oorsprong van landdieren, aangezien die doeltreffend zijn gebleken. Derhalve moeten de doelstelling en essentie van die regels in die gedelegeerde verordening worden behouden, maar moeten de regels worden aangepast aan het nieuwe wetgevingskader dat bij Verordening (EU) 2016/429 is vastgesteld. In artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) nr. 206/2010 van de Commissie (7) werd bepaald dat zendingen hoefdieren, met uitzondering van hoefdieren die voor geconsigneerde inrichtingen bestemd zijn, na binnenbrengen in de Unie ten minste dertig dagen op het bedrijf van bestemming moeten blijven, tenzij zij rechtstreeks naar een slachthuis worden verzonden. Verordening (EU) nr. 206/2010 is ingetrokken bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692. Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 voorziet echter niet in de mogelijkheid om hoefdieren in de periode van dertig dagen na hun binnenkomst in de Unie naar een slachthuis te verplaatsen. Artikel 26 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet derhalve worden gewijzigd om in die mogelijkheid te voorzien, aangezien verplaatsingen tijdens die periode geen aanleiding geven tot aanzienlijke zorgen wat de diergezondheid betreft.

(11)

Daarnaast moet de in artikel 26 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 vastgestelde afwijking van het voorschrift betreffende het verblijf van dertig dagen in de inrichting van bestemming na binnenkomst in de Unie, dat momenteel alleen van toepassing is op paardachtigen die binnenkomen voor wedstrijden, wedrennen en culturele evenementen, worden uitgebreid tot alle paardachtigen en moet dat artikel dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 voorziet in een afwijking van de in die handeling vastgestelde voorschriften voor de binnenkomst in de Unie van zendingen pluimvee en broedeieren van pluimvee in het geval van zendingen van minder dan twintig stuks ander pluimvee dan loopvogels en zendingen van minder dan twintig broedeieren van ander pluimvee dan loopvogels. Bepaalde voorschriften met betrekking tot de vervoermiddelen, de laadkisten waarin zij naar de Unie worden vervoerd, vaccinatie tegen hoogpathogene aviaire influenza en ontsmetting die op pluimvee en broedeieren van toepassing zijn, moeten echter ook van toepassing zijn op de binnenkomst in de Unie van zendingen van minder dan twintig stuks ander pluimvee dan loopvogels en van minder dan twintig broedeieren van ander pluimvee dan loopvogels. De artikelen 49 en 101 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(13)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 is bepaald dat alle in gevangenschap levende vogels die naar de Unie worden verzonden, gevaccineerd moeten zijn tegen infectie met het virus van de ziekte van Newcastle. Dit is echter praktisch niet haalbaar en is niet in overeenstemming met de voorschriften voor de binnenkomst in lidstaten met de status vrij van infectie met het virus van de ziekte van Newcastle zonder vaccinatie. Artikel 57 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet derhalve worden gewijzigd om te verduidelijken dat de voorschriften betreffende de vaccins die tegen infectie met het virus van de ziekte van Newcastle worden gebruikt, van toepassing zijn als in gevangenschap levende vogels tegen die ziekte zijn gevaccineerd.

(14)

Wedstrijdduiven vallen onder de definitie van “in gevangenschap levende vogels” in artikel 4, punt 10, van Verordening (EU) 2016/429. De in deel II, titel 3, hoofdstuk 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 vastgestelde specifieke diergezondheidsvoorschriften voor in gevangenschap levende vogels zijn derhalve ook op die dieren van toepassing. Die voorschriften beperken echter de mogelijkheid om wedstrijdduiven vanuit een derde land of gebied of een zone daarvan in de Unie binnen te brengen met als doel dat zij terug naar dat derde land of gebied of die zone vliegen. Bovendien vormen wedstrijdduiven die in de Unie worden binnengebracht met als doel dat zij terug naar het derde land of gebied van oorsprong of de zone daarvan vliegen, niet hetzelfde diergezondheidsrisico als andere in gevangenschap levende vogels. Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet derhalve worden gewijzigd om te voorzien in een afwijking van de specifieke diergezondheidsvoorschriften voor in gevangenschap levende vogels voor de binnenkomst in de Unie van wedstrijdduiven vanuit een derde land of gebied of een zone daarvan waar zij gewoonlijk worden gehouden om ze onmiddellijk te lossen in de verwachting dat zij terug naar dat derde land of gebied of de zone daarvan zullen vliegen.

(15)

Artikel 74 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 bevat de identificatievoorschriften voor de binnenkomst in de Unie van honden, katten en fretten. Wat de voorschriften voor de identificatiemiddelen betreft, wordt in dat artikel verwezen naar uitvoeringshandelingen die door de Commissie krachtens artikel 120 van Verordening (EU) 2016/429 zijn vastgesteld. Die uitvoeringshandelingen zijn echter nog niet vastgesteld, aangezien in artikel 277 van Verordening (EU) 2016/429 is bepaald dat Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad (8) tot en met 21 april 2026 van toepassing moet blijven voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van die soorten. Artikel 74 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet derhalve worden gewijzigd om te verwijzen naar de voorschriften van Verordening (EU) nr. 576/2013.

(16)

Wegens een omissie bevat Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 geen bepalingen betreffende de inspectie van zendingen levende producten vóór hun verzending naar de Unie. Om ervoor te zorgen dat zendingen levende producten aan de voorschriften van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 voldoen voor zij in de Unie mogen worden binnengebracht, moet die gedelegeerde verordening worden gewijzigd zodat zij regels bevat betreffende de vereiste onderzoeken en controles van die zendingen.

(17)

In artikel 86 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 wordt bepaald dat de binnenkomst in de Unie van zendingen oöcyten en embryo’s van runderen moet worden toegestaan als het donordier afkomstig is van een inrichting die vrij is van enzoötische boviene leukose. Artikel 87, lid 2, van die gedelegeerde verordening voorziet in een afwijking voor inrichtingen die niet vrij zijn van enzoötische boviene leukose op voorwaarde dat de donordieren minder dan twee jaar oud zijn en dat er gedurende een periode van ten minste de voorafgaande drie jaar geen klinische gevallen van enzoötische boviene leukose zijn geweest. Die afwijking moet van toepassing zijn op alle donorrunderen, ongeacht hun leeftijd. Artikel 87, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(18)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 is bepaald dat broedeieren van pluimvee afkomstig moeten zijn van koppels die binnen een periode van 24 uur voor het tijdstip van het laden van de zendingen broedeieren voor verzending naar de Unie zijn onderworpen aan een klinische inspectie. Derde landen en belanghebbenden hebben echter aangegeven dat die vereiste een onredelijke verhoging van de administratieve lasten voor de bevoegde autoriteiten en exploitanten inhoudt en een risico voor de biobeveiliging van de inrichtingen vormt. Aangezien die eieren afkomstig zijn uit erkende inrichtingen waar strenge biobeveiligingsregels worden toegepast, moet worden voorzien in een langere termijn voor de klinische inspectie van het koppel van oorsprong van de broedeieren, naar analogie van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie (9) vastgestelde voorschriften voor de verplaatsing van die producten tussen lidstaten. Artikel 107 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(19)

Deel III, titel 2, hoofdstuk 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 bevat voorschriften voor de binnenkomst in de Unie van eieren die vrij zijn van specifieke pathogenen, waaronder voorschriften met betrekking tot de inrichting van oorsprong van die eieren. Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet worden gewijzigd om te bepalen dat die inrichtingen in derde landen worden erkend overeenkomstig de regels die voor die inrichtingen in de Unie gelden.

(20)

“Waterdieren” zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 3, van Verordening (EU) 2016/429, omvat gehouden dieren en wilde dieren. Waterdieren mogen derhalve in de Unie binnenkomen vanuit aquacultuurinrichtingen en vanuit wilde habitats. Zij mogen dus vanuit een “plaats van oorsprong” of vanuit een “inrichting van oorsprong” worden verzonden. Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet in die mogelijkheid voorzien en artikel 167, punten a) en d), van die gedelegeerde verordening moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(21)

Artikel 172 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 voorziet voor bepaalde categorieën waterdieren en producten daarvan in afwijkingen van de vereiste dat zij uit een ziektevrij(e) derde land, gebied, zone of compartiment afkomstig moeten zijn. In alle gevallen moeten aquacultuurdieren en producten daarvan die binnen het toepassingsgebied van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 vallen, echter afkomstig zijn van inrichtingen die geregistreerd of erkend zijn overeenkomstig deel IV, titel II, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) 2016/429. Artikel 172 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet derhalve bij deze verordening worden gewijzigd om te verduidelijken dat de afwijking waarin dat artikel voorziet, niet van toepassing is op artikel 170 maar specifiek op artikel 170, lid 1, van die gedelegeerde verordening.

(22)

Wegens een omissie moet artikel 174, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 worden gewijzigd zodat erin wordt verwezen naar artikel 170, lid 1, punt a), iii), in plaats van naar artikel 170, punt a), iii).

(23)

Artikel 226, lid 3, van Verordening (EU) 2016/429 voorziet in de mogelijkheid voor lidstaten om goedgekeurde nationale maatregelen te hebben voor andere ziekten dan in de lijst opgenomen ziekten zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, punt d), van die verordening. Artikel 175 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 en bijlage XXIX bij die gedelegeerde verordening moeten worden gewijzigd om te verduidelijken dat de lidstaten dergelijke maatregelen niet alleen voor niet in de lijst opgenomen ziekten mogen treffen maar ook voor ziekten die zijn opgenomen in de lijst in artikel 9, lid 1, punt e), van Verordening (EU) 2016/429.

(24)

Sperma, oöcyten en embryo’s kunnen gedurende lange tijd worden opgeslagen. In deel IV van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moeten daarom overgangsmaatregelen worden vastgesteld voor levende producten die overeenkomstig de Richtlijnen 88/407/EEG (10), 89/556/EEG (11), 90/429/EEG (12) en 92/65/EEG (13) van de Raad zijn gewonnen, geproduceerd, verwerkt en opgeslagen. Die maatregelen moeten betrekking hebben op de erkenning van spermawinningscentra, spermaopslagcentra, embryowinningsteams en embryoproductieteams op grond van die richtlijnen alsook op het merken van de rietjes en andere verpakkingen waarin sperma, oöcyten en embryo’s worden geplaatst, opgeslagen en vervoerd. Die maatregelen moeten ook betrekking hebben op de voorschriften inzake de winning, productie, verwerking en opslag van levende producten, de gezondheid van de donordieren en de laboratoriumtests en andere tests op donordieren en levende producten krachtens die richtlijnen. Gezien het belang van levende producten voor de fokkerijsector, moet ervoor worden gezorgd dat de handel in levende producten niet wordt verstoord. Om de continuïteit te waarborgen van de binnenkomst in de Unie van zendingen levende producten die voor 21 april 2021 zijn gewonnen of geproduceerd en die aan de voorschriften van de Richtlijnen 88/407/EEG, 89/556/EEG, 90/429/EEG en 92/65/EEG voldoen, moeten in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 derhalve bepaalde overgangsbepalingen worden vastgesteld. Die gedelegeerde verordening moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(25)

In tabel 1 van bijlage III bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 zijn onder andere de voorschriften vastgesteld betreffende de verblijfsduur voor paardachtigen vóór hun binnenkomst in de Unie. Er is met name een specifieke verblijfsduur vastgesteld voor andere paardachtigen dan geregistreerde paardachtigen, geregistreerde paardachtigen en het opnieuw binnenbrengen na tijdelijke uitvoer van geregistreerde paarden. Met het oog op de risico’s die voortvloeien uit de binnenkomst van niet voor de slacht bestemde paardachtigen, geregistreerde paarden en voor de slacht bestemde paardachtigen alsook uit het opnieuw binnenbrengen na tijdelijke uitvoer van geregistreerde paarden, moet die verblijfsduur gedetailleerder zijn. Die bijlage moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(26)

In tabel 2 van bijlage III bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 zijn de voorschriften vastgesteld betreffende de verblijfsduur voor pluimvee vóór de binnenkomst in de Unie. Er is met name een specifieke verblijfsduur vastgesteld voor gebruikspluimvee voor de productie van vlees of consumptie-eieren en voor gebruikspluimvee dat bestemd is om in het wild te worden uitgezet, maar niet voor gebruikspluimvee voor de productie van andere producten. Derhalve moet ook een specifieke verblijfsduur worden vastgesteld voor de categorie gebruikspluimvee voor de productie van andere producten. Die bijlage moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(27)

Punt 2 van bijlage XV bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 bevat de diergezondheidsvoorschriften voor pluimvee en broedeieren afkomstig uit een derde land of gebied of een zone daarvan waar vaccins die tegen infectie met het virus van de ziekte van Newcastle worden gebruikt, niet aan de in punt 1 van die bijlage vastgestelde specifieke criteria voldoen. Er moet echter worden verduidelijkt welke voorschriften van toepassing zijn op pluimvee, broedeieren en de koppels van oorsprong. Die bijlage moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(28)

De in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 vastgestelde regels vormen een aanvulling op de in Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde regels. Aangezien die regels met elkaar verband houden, zijn zij samen in één handeling vastgesteld. Omwille van de duidelijkheid en met het oog op de doeltreffende toepassing ervan, moeten de regels die een wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 inhouden, ook worden vastgesteld in één enkele gedelegeerde handeling die een uitgebreide reeks voorschriften voor de binnenkomst in de Unie van dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong bevat.

(29)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(30)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 is van toepassing met ingang van 21 april 2021. Omwille van de rechtszekerheid moet deze verordening met spoed in werking treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 6 wordt de inleidende zin vervangen door:

“6.   Deel V bevat de diergezondheidsvoorschriften voor de binnenkomst in de Unie en het na binnenkomst verplaatsen van en werken met, alsmede afwijkingen van die voorschriften voor, de volgende soorten waterdieren in alle levensfasen, alsmede de daarvan afgeleide producten van dierlijke oorsprong, met uitzondering van voor directe menselijke consumptie bestemde andere producten van dierlijke oorsprong dan levende waterdieren en voor directe menselijke consumptie bestemde in het wild levende waterdieren en producten van dierlijke oorsprong van die in het wild levende waterdieren die uit vissersvaartuigen worden aangeland:”;

b)

lid 8 wordt vervangen door:

“8.   Deel VII bevat de overgangs- en slotbepalingen.”.

2)

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 8 wordt vervangen door:

“8.

“varken”: een tot de hoefdiersoorten in de familie Suidae behorend dier dat in de lijst in bijlage III bij Verordening (EU) 2016/429 is opgenomen, voor de binnenkomst in de Unie van een dier, of een dier van de soort Sus scrofa, voor de binnenkomst in de Unie van levende producten;”;

b)

punt 48 wordt vervangen door:

“48.

“schip met leeftank”: een schip met leeftank zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/990 van de Commissie (*1);

(*1)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/990 van de Commissie van 28 april 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheids- en certificeringsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van waterdieren en producten van dierlijke oorsprong van waterdieren (PB L 221 van 10.7.2020, blz. 42).”."

3)

In artikel 3 wordt punt a), i), vervangen door:

“i)

in het geval van landdieren, levende producten van landdieren en producten van dierlijke oorsprong van landdieren, een voor de specifieke soort en categorie dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong in de lijst opgenomen derde land of gebied, of zone daarvan;”.

4)

In artikel 13, lid 1, wordt de tweede alinea vervangen door:

“In het geval van pluimvee, met uitzondering van eendagskuikens, en in gevangenschap levende vogels heeft die inspectie ook betrekking op het koppel van oorsprong van de voor verzending naar de Unie bestemde dieren.”.

5)

Artikel 26 wordt vervangen door:

“Artikel 26

Verplaatsen van en werken met hoefdieren na hun binnenkomst in de Unie

Na binnenkomst in de Unie blijven hoefdieren, met uitzondering van paardachtigen, in de inrichting van bestemming gedurende een periode van ten minste dertig dagen vanaf de datum van hun aankomst in die inrichting, tenzij zij voor de slacht worden verplaatst.”.

6)

Artikel 49 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de inleidende zin wordt vervangen door:

“In afwijking van artikel 14, lid 3, en de artikelen 40 en 43 tot en met 48 wordt de binnenkomst in de Unie van zendingen die minder dan twintig stuks ander pluimvee dan loopvogels bevatten, toegestaan mits dergelijke zendingen aan de volgende voorschriften voldoen:”;

b)

punt c) wordt vervangen door:

“c)

wat vaccinatie tegen hoogpathogene aviaire influenza betreft:

i)

is het pluimvee niet gevaccineerd tegen hoogpathogene aviaire influenza;

ii)

is het koppel van oorsprong van het pluimvee, met uitzondering van eendagskuikens, niet gevaccineerd tegen hoogpathogene aviaire influenza;

iii)

indien de ouderkoppels van de eendagskuikens zijn gevaccineerd tegen hoogpathogene aviaire influenza, zijn door het derde land of gebied van oorsprong garanties geboden voor de naleving van de minimumvoorschriften voor vaccinatieprogramma’s en aanvullende bewaking zoals vastgesteld in bijlage XIII;”;

c)

punt e), iii), wordt vervangen door:

“iii)

Salmonella Pullorum en Salmonella Gallinarum in het geval van Numida meleagris, Coturnix coturnix, Phasianus colchicus, Perdix perdix, Anas spp.;”;

d)

het volgende punt f) wordt toegevoegd:

“f)

de eendagskuikens zijn verkregen uit broedeieren die voor het uitbroeden zijn ontsmet volgens de instructies van de bevoegde autoriteit van het derde land of gebied van oorsprong.”.

7)

Artikel 57 wordt vervangen door:

“Artikel 57

Specifieke diergezondheidsvoorschriften voor in gevangenschap levende vogels

De binnenkomst in de Unie van zendingen in gevangenschap levende vogels wordt alleen toegestaan indien de dieren van de zending aan de volgende voorschriften voldoen:

a)

zij zijn niet gevaccineerd tegen hoogpathogene aviaire influenza;

b)

als zij zijn gevaccineerd tegen infectie met het virus van de ziekte van Newcastle, heeft de bevoegde autoriteit van het derde land of gebied van oorsprong garanties geboden dat de gebruikte vaccins aan de in bijlage XV, punt 1, vastgestelde algemene en specifieke criteria voor vaccins tegen infectie met het virus van de ziekte van Newcastle voldoen;

c)

zij zijn binnen de periode van 7 tot 14 dagen voor de datum van het laden voor verzending naar de Unie met negatief resultaat onderworpen aan een test voor de opsporing van hoogpathogene aviaire influenza en infectie met het virus van de ziekte van Newcastle.”.

8)

In artikel 60 wordt punt b), vi), als volgt vernummerd als punt c):

“c)

geven de in gevangenschap levende vogels slechts vrij uit quarantaine na schriftelijke toestemming van een officiële dierenarts.”.

9)

Artikel 62 wordt vervangen door:

“Artikel 62

Afwijkingen van de diergezondheidsvoorschriften voor de binnenkomst in de Unie van in gevangenschap levende vogels

1.   In afwijking van de voorschriften van de artikelen 3 tot en met 10, met uitzondering van artikel 3, punt a), i), de artikelen 11 tot en met 19 en de artikelen 53 tot en met 61, wordt de binnenkomst in de Unie van zendingen van in gevangenschap levende vogels die niet aan die voorschriften voldoen, toegestaan indien zij afkomstig zijn uit derde landen of gebieden die specifiek in de lijst zijn opgenomen voor de binnenkomst in de Unie van in gevangenschap levende vogels op basis van gelijkwaardige garanties.

2.   In afwijking van de voorschriften van de artikelen 11 en 54 tot en met 58 wordt de binnenkomst in de Unie van zendingen wedstrijdduiven die in de Unie worden binnengebracht vanuit een derde land of gebied of een zone daarvan waar zij gewoonlijk worden gehouden, om ze onmiddellijk te lossen in de verwachting dat zij terug naar dat derde land of gebied of de zone daarvan zullen vliegen, en die niet aan die voorschriften voldoen, toegestaan mits zij aan de volgende voorschriften voldoen:

a)

de lidstaat van bestemming heeft overeenkomstig artikel 230, lid 2, van Verordening (EU) 2016/429 bepaald dat de wedstrijdduiven vanuit dat derde land of gebied of de zone daarvan op zijn grondgebied mogen worden binnengebracht;

b)

zij zijn afkomstig van een geregistreerde inrichting waarrond zich in een straal van 10 km, in voorkomend geval met inbegrip van het grondgebied van een buurland, gedurende een periode van ten minste de dertig dagen voorafgaande aan de datum van het laden voor verzending naar de Unie geen uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza of infectie met het virus van de ziekte van Newcastle hebben voorgedaan;

c)

zij zijn niet gevaccineerd tegen hoogpathogene aviaire influenza;

d)

zij zijn gevaccineerd tegen infectie met het virus van de ziekte van Newcastle en de bevoegde autoriteit van het derde land of gebied van oorsprong heeft garanties geboden dat de gebruikte vaccins aan de in bijlage XV, punt 1, vastgestelde algemene en specifieke criteria voor vaccins tegen infectie met het virus van de ziekte van Newcastle voldoen;

e)

zij zijn afkomstig van een inrichting waar wordt gevaccineerd tegen infectie met het virus van de ziekte van Newcastle.

3.   In afwijking van de in de artikelen 59, 60 en 61 vastgestelde voorschriften mag de bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst in de Unie de binnenkomst in de Unie toestaan van wedstrijdduiven die niet rechtstreeks naar een overeenkomstig artikel 14 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 erkende quarantaine-inrichting zullen worden vervoerd, mist zij:

a)

wedstrijdduiven zijn die in de Unie zijn binnengebracht vanuit een derde land of gebied of een zone daarvan waar zij gewoonlijk verblijven, overeenkomstig lid 2;

b)

onmiddellijk onder toezicht van de bevoegde autoriteit worden gelost ervan uitgaand dat zij terug naar het derde land of gebied van oorsprong of de zone daarvan zullen vliegen.”.

10)

In artikel 74 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   De binnenkomst in de Unie van zendingen honden, katten en fretten wordt alleen toegestaan indien elk dier in de zending individueel is geïdentificeerd door middel van een injecteerbare transponder, zoals vermeld in punt e) van bijlage III bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035, die door een dierenarts is geïmplanteerd en die aan de technische voorschriften in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 576/2013 voldoet.”.

11)

In artikel 80 wordt punt a) vervangen door:

“a)

vóór de datum van de winning hebben verbleven in een derde land of gebied dat of een zone daarvan die in de lijst is opgenomen voor de binnenkomst in de Unie van de specifieke soort en categorie levende producten:

i)

in het geval van runderen, schapen en geiten, gedurende een periode van ten minste zes maanden;

ii)

in het geval van varkens en paardachtigen, gedurende een periode van ten minste drie maanden;”.

12)

In artikel 83 wordt punt a), iii), vervangen door:

“iii)

het unieke erkenningsnummer van de inrichting voor levende producten waar de levende producten zijn gewonnen of geproduceerd, verwerkt en opgeslagen;”.

13)

Na artikel 85 wordt het volgende artikel 85 bis ingevoegd:

“Artikel 85 bis

Inspectie van zendingen levende producten vóór verzending naar de Unie

De binnenkomst in de Unie van zendingen sperma, oöcyten en embryo’s van runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen wordt alleen toegestaan als die zendingen in de periode van 72 uur voor het tijdstip van verzending naar de Unie door een officiële dierenarts in het derde land of gebied van oorsprong of een zone daarvan als volgt zijn onderworpen aan een visuele inspectie en een documentencontrole:

a)

een visuele inspectie van het vervoersrecipiënt om na te gaan of aan de voorschriften van artikel 84 is voldaan;

b)

een documentencontrole van de door de dierenarts van het centrum of de teamdierenarts ingediende gegevens om ervoor te zorgen dat:

i)

de te certificeren informatie overeenstemt met de documentatie die is bewaard overeenkomstig:

artikel 8, lid 1, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686, en

artikel 8, punt d), van deze verordening;

ii)

het overeenkomstig artikel 83, punt a), aangebrachte merkteken op de rietjes of andere verpakkingen overeenstemt met het nummer in het diergezondheidscertificaat en op het recipiënt waarin de levende producten worden vervoerd;

iii)

is voldaan aan de diergezondheidsvoorschriften van deel III, titel 1.”.

14)

In artikel 87 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   In afwijking van artikel 86, punt b), iii), wordt toegestaan dat zendingen van oöcyten en embryo’s van runderen de Unie binnenkomen indien een donordier afkomstig is uit een inrichting die niet vrij is van enzoötische boviene leukose, mits de voor de inrichting van oorsprong verantwoordelijke officiële dierenarts heeft gecertificeerd dat er in die inrichting gedurende een periode van ten minste de voorafgaande drie jaar geen klinische gevallen van enzoötische boviene leukose zijn geweest.”.

15)

Artikel 91 wordt vervangen door:

“Artikel 91

De inrichting van oorsprong van donorschapen en -geiten

De binnenkomst in de Unie van zendingen sperma, oöcyten en embryo’s van schapen en geiten wordt alleen toegestaan indien zij zijn gewonnen van donordieren die afkomstig zijn van een inrichting die vrij van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis was en indien die dieren voordien nooit in een inrichting met een lagere status hebben verbleven.”.

16)

In artikel 100 wordt punt b), ii), vervangen door:

“ii)

de broedeieren rechtstreeks en zo snel mogelijk naar het voor het verdere vervoer te gebruiken schip of luchtvaartuig dat aan de voorschriften van artikel 102, punt a), voldoet, zijn overgebracht om verder naar de Unie te worden vervoerd, zonder daarbij buiten het terrein van de haven of luchthaven te zijn gekomen;”.

17)

In artikel 102, punt a), wordt de inleidende zin vervangen door:

“a)

de broedeieren moeten zijn vervoerd in vervoermiddelen die:”.

18)

In artikel 107 wordt punt f) vervangen door:

“f)

zij:

i)

zijn in een periode van 72 uur vóór het tijdstip van het laden van de zending broedeieren voor verzending naar de Unie onderworpen aan een klinische inspectie die is uitgevoerd door een officiële dierenarts in het derde land of gebied van oorsprong of een zone daarvan met het oog op het opsporen van tekenen die wijzen op de aanwezigheid van ziekten, met inbegrip van de relevante in de lijst opgenomen ziekten, zoals vermeld in bijlage I, en nieuwe ziekten, en zij vertoonden geen ziektesymptomen en niets deed de aanwezigheid van een van die ziekten vermoeden,

of

ii)

zijn

onderworpen aan maandelijkse klinische inspecties die zijn uitgevoerd door een officiële dierenarts in het derde land of gebied van oorsprong of een zone daarvan, en de recentste klinische inspectie is in een periode van 31 dagen voor het tijdstip van het laden van de zending broedeieren voor verzending naar de Unie verricht met het oog op het opsporen van tekenen die wijzen op de aanwezigheid van ziekten, met inbegrip van de relevante in de lijst opgenomen ziekten, zoals vermeld in bijlage I, en nieuwe ziekten, en zij vertoonden geen ziektesymptomen en niets deed de aanwezigheid van een van die ziekten vermoeden;

in een periode van 72 uur voor het tijdstip van het laden van de zending broedeieren voor verzending naar de Unie onderworpen aan een evaluatie van hun huidige gezondheidsstatus die is uitgevoerd door een officiële dierenarts in het derde land of gebied van oorsprong of een zone daarvan op basis van door de exploitant verstrekte actuele informatie en van documentencontroles van de in de inrichting bewaarde gezondheids- en productiegegevens met het oog op het opsporen van tekenen die wijzen op de aanwezigheid van ziekten, met inbegrip van nieuwe ziekten en de relevante in de lijst opgenomen ziekten zoals vermeld in bijlage I.”.

19)

Artikel 110 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de inleidende zin wordt vervangen door:

“In afwijking van de artikelen 101, 106, 107 en 108 wordt de binnenkomst in de Unie van zendingen van minder dan twintig broedeieren van ander pluimvee dan loopvogels toegestaan indien zij aan de volgende voorschriften voldoen:”;

b)

punt d) wordt vervangen door:

“d)

zij zijn afkomstig van koppels die binnen een periode van 24 uur voor het tijdstip van het laden van de zendingen broedeieren voor verzending naar de Unie zijn onderworpen aan een klinische inspectie die is uitgevoerd door een officiële dierenarts in het derde land of gebied van oorsprong, of de zone daarvan, met het oog op het opsporen van tekenen die wijzen op de aanwezigheid van ziekten, met inbegrip van de relevante in de lijst opgenomen ziekten, zoals vermeld in bijlage I, en nieuwe ziekten, en de koppels vertoonden geen ziektesymptomen en niets deed de aanwezigheid van een van die ziekten vermoeden;”;

c)

in punt e), ii), wordt het derde streepje vervangen door:

“—

Salmonella Pullorum en Salmonella Gallinarum in het geval van Numida meleagris, Coturnix coturnix, Phasianus colchicus, Perdix perdix, Anas spp.;”;

d)

het volgende punt f) wordt toegevoegd:

“f)

de broedeieren moeten zijn ontsmet volgens de instructies van de bevoegde autoriteit van het derde land of gebied van oorsprong.”.

20)

In artikel 111 wordt punt a), iii), vervangen door:

“iii)

gedurende een onafgebroken periode van ten minste zes weken voor de datum van de verzameling van de eieren voor verzending naar de Unie zijn gehouden in inrichtingen die:

voldoen aan de voorwaarden die zijn beschreven in de Europese Farmacopee;

door de bevoegde autoriteit van het derde land of gebied van oorsprong zijn erkend overeenkomstig voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgesteld in artikel 8 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035, en waarvan de erkenning niet was opgeschort of ingetrokken;”.

21)

Na artikel 119 wordt het volgende artikel 119 bis ingevoegd:

“Artikel 119 bis

Inspectie van zendingen levende producten vóór verzending naar de Unie

De binnenkomst in de Unie van zendingen sperma, oöcyten en embryo’s zoals bedoeld in artikel 117 wordt alleen toegestaan als die zendingen in de periode van 72 uur voor het tijdstip van verzending naar de Unie door een officiële dierenarts in het derde land of gebied van oorsprong of een zone daarvan als volgt zijn onderworpen aan een visuele inspectie en een documentencontrole:

a)

een visuele inspectie van het vervoersrecipiënt om na te gaan of aan de voorschriften van artikel 119 is voldaan;

b)

een documentencontrole van de gegevens die zijn ingediend door de voor de activiteiten van de geconsigneerde inrichting verantwoordelijke dierenarts, om ervoor te zorgen dat:

i)

de te certificeren informatie overeenstemt met de in de geconsigneerde inrichting bewaarde documentatie;

ii)

het overeenkomstig artikel 119, punt a), aangebrachte merkteken op de rietjes of andere verpakkingen overeenstemt met het nummer in het diergezondheidscertificaat en op het recipiënt waarin de levende producten worden vervoerd;

iii)

is voldaan aan de diergezondheidsvoorschriften van deel III, titel 3.”.

22)

In artikel 125 wordt punt c), i), vervangen door:

“i)

zij zijn vóór het laden van de karkassen voor verzending naar de wildbewerkingsinrichting gereinigd en ontsmet met een door de bevoegde autoriteit van het derde land of gebied van oorsprong toegelaten ontsmettingsmiddel;”.

23)

Aan artikel 154 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:

“3.   De dieren waarvan de rauwe melk, het colostrum of de producten op basis van colostrum bestemd voor binnenkomst in de Unie afkomstig is/zijn, hoeven niet te voldoen aan de in lid 2 bedoelde verblijfsduur mits zij in het derde land of gebied, of de zone daarvan, zijn binnengebracht uit:

a)

een ander derde land of gebied, of zone daarvan, dat in de lijst is opgenomen voor binnenkomst in de Unie van rauwe melk, colostrum of producten op basis van colostrum en de dieren daar gedurende ten minste drie maanden vóór het melken zijn gebleven, of

b)

een lidstaat.”.

24)

Artikel 167 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de punten a) en b) worden vervangen door:

“a)

zij zijn rechtstreeks vanuit de plaats van oorsprong naar de Unie verzonden;

b)

zij zijn niet zijn uit hun laadkist gehaald bij het vervoer door de lucht, over zee, per spoor of over de weg, en het water waarin zij worden vervoerd, is niet vervangen, in een derde land of gebied, zone of compartiment, dat/die niet in de lijst is opgenomen voor de binnenkomst in de Unie van de specifieke soort en categorie waterdieren;”;

b)

punt d) wordt vervangen door:

“d)

zij zijn vanaf het tijdstip van het laden in de plaats van oorsprong tot dat van aankomst in de Unie niet gelijktijdig met waterdieren die een lagere gezondheidsstatus hadden of die niet voor binnenkomst in de Unie bestemd waren, in hetzelfde water of dezelfde laadkist of in hetzelfde schip met leeftank vervoerd;”.

25)

In artikel 169, lid 3, wordt punt b) vervangen door:

“b)

het in punt a) bedoelde leesbare etiket bevat daarnaast ook de volgende vermeldingen, naargelang het geval:

i)

“vis bestemd voor menselijke consumptie na verdere verwerking in de Europese Unie”;

ii)

“weekdieren bestemd voor menselijke consumptie na verdere verwerking in de Europese Unie”;

iii)

“schaaldieren bestemd voor menselijke consumptie na verdere verwerking in de Europese Unie”.”.

26)

In artikel 172 wordt de inleidende zin vervangen door:

“In afwijking van artikel 170, lid 1, zijn de voorschriften van dat artikel niet van toepassing op de volgende categorieën waterdieren:”.

27)

In artikel 173 wordt punt b) vervangen door:

“b)

voor menselijke consumptie bestemde vis die vóór verzending naar de Unie wordt geslacht en van ingewanden wordt ontdaan en in de Unie verder wordt verwerkt.”.

28)

In artikel 174 wordt lid 3 vervangen door:

“3.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat mag de in lid 2 bedoelde toestemming alleen verlenen indien de vrijlating of de onderdompeling in natuurlijke wateren de gezondheidsstatus van de waterdieren op de plaats van het vrijlaten of onderdompelen niet in gevaar brengt, en het vrijlaten in het wild moet in alle gevallen voldoen aan het voorschrift van artikel 170, lid 1, punt a), iii).”.

29)

Artikel 175 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

“Artikel 175

Aanvullende diergezondheidsvoorschriften ter beperking van de gevolgen van ziekten waarvoor de lidstaten beschikken over nationale maatregelen die overeenkomstig artikel 226, lid 3, van Verordening (EU) 2016/429 zijn goedgekeurd”;

b)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   De bevoegde autoriteiten van lidstaten die overeenkomstig artikel 226, lid 3, van Verordening (EU) 2016/429 goedgekeurde nationale maatregelen hebben getroffen tegen andere ziekten dan de in de lijst opgenomen ziekten zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, punt d), van die verordening, treffen maatregelen om de insleep van die ziekten te voorkomen door de toepassing van aanvullende diergezondheidsvoorschriften voor de binnenkomst in die lidstaten van zendingen waterdieren en andere producten van dierlijke oorsprong van waterdieren dan levende waterdieren, van soorten die worden vermeld in de tweede kolom van de tabel in bijlage XXIX bij deze verordening.”.

30)

Deel VII wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel van deel VII wordt vervangen door:

“DEEL VII

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN”;

b)

het volgende artikel 182 bis wordt ingevoegd na de titel van deel VII en voor artikel 183:

“Artikel 182 bis

Overgangsmaatregelen

1.   Spermawinningscentra, spermaopslagcentra, embryowinningsteams en embryoproductieteams die voor 21 april 2021 zijn erkend overeenkomstig de Richtlijnen 88/407/EEG (*2), 89/556/EEG (*3), 90/429/EEG (*4) en 92/65/EEG (*5) van de Raad, die in artikel 270, lid 2, zesde, zevende, achtste en twaalfde streepje, van Verordening (EU) 2016/429 worden genoemd, worden beschouwd als erkende inrichtingen voor levende producten zoals bedoeld in artikel 82, lid 1, van deze verordening.

In elk ander opzicht zijn zij onderworpen aan de regels van artikel 82, lid 2, van deze verordening en aan die van artikel 233 van Verordening (EU) 2016/429.

2.   De binnenkomst in de Unie van zendingen sperma, oöcyten en embryo’s dat/die vóór 21 april 2021 is/zijn gewonnen, geproduceerd, verwerkt en opgeslagen, wordt toegestaan mits zij, afhankelijk van de soort waartoe de donordieren behoren, voldoen aan de voorschriften van de Richtlijnen 88/407/EEG, 89/556/EEG, 90/429/EEG en 92/65/EEG wat betreft de winning, productie, verwerking en opslag van levende producten, de diergezondheidsvoorschriften voor donordieren en de laboratoriumtests en andere tests op donordieren en levende producten.

3.   Rietjes en andere verpakkingen waarin sperma, oöcyten of embryo’s al dan niet in individuele doses zijn geplaatst en worden opgeslagen en vervoerd, en die vóór 21 april 2021 overeenkomstig de Richtlijnen 88/407/EEG, 89/556/EEG, 90/429/EEG en 92/65/EEG, afhankelijk van de soort van de donordieren, zijn gemerkt, worden geacht overeenkomstig artikel 83, punt a), van deze verordening te zijn gemerkt.

(*2)  Richtlijn 88/407/EEG van de Raad van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van runderen en de invoer daarvan (PB L 194 van 22.7.1988, blz. 10)."

(*3)  Richtlijn 89/556/EEG van de Raad van 25 september 1989 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in embryo’s van als huisdier gehouden runderen en de invoer daarvan uit derde landen (PB L 302 van 19.10.1989, blz. 1)."

(*4)  Richtlijn 90/429/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan (PB L 224 van 18.8.1990, blz. 62)."

(*5)  Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo’s waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54).”;"

c)

aan artikel 184 wordt de volgende titel toegevoegd:

Inwerkingtreding en toepassing”.

31)

De bijlagen III, VIII, XV, XXVIII en XXIX worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 van de Commissie van 30 januari 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor de binnenkomst in de Unie en het na binnenkomst verplaatsen van en werken met zendingen van bepaalde dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 379).

(3)  Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de erkenning van inrichtingen voor levende producten en de traceerbaarheids- en diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van levende producten van bepaalde gehouden landdieren (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 1).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/990 van de Commissie van 28 april 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheids- en certificeringsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van waterdieren en producten van dierlijke oorsprong van waterdieren (PB L 221 van 10.7.2020, blz. 42).

(6)  Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie van 8 augustus 2008 tot vaststelling van een lijst van derde landen, gebieden, zones of compartimenten waaruit pluimvee en pluimveeproducten mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Gemeenschap, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (PB L 226 van 23.8.2008, blz. 1).

(7)  Verordening (EU) nr. 206/2010 van de Commissie van 12 maart 2010 tot vaststelling van lijsten van derde landen en gebieden, of delen daarvan, waaruit bepaalde dieren en vers vlees in de Europese Unie mogen worden binnengebracht, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (PB L 73 van 20.3.2010, blz. 1).

(8)  Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 998/2003 (PB L 178 van 28.6.2013, blz. 1).

(9)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van landdieren en broedeieren (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 140).

(10)  Richtlijn 88/407/EEG van de Raad van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van runderen en de invoer daarvan (PB L 194 van 22.7.1988, blz. 10).

(11)  Richtlijn 89/556/EEG van de Raad van 25 september 1989 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in embryo’s van als huisdier gehouden runderen en de invoer daarvan uit derde landen (PB L 302 van 19.10.1989, blz. 1).

(12)  Richtlijn 90/429/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan (PB L 224 van 18.8.1990, blz. 62).

(13)  Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo’s waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54).


BIJLAGE

De bijlagen III, VIII, XV, XXVIII en XXIX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 worden als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:

a)

in tabel 1, derde, vierde en vijfde rij, worden de vermeldingen voor andere paardachtigen dan geregistreerde paardachtigen, geregistreerde paardachtigen en geregistreerde paarden die opnieuw worden binnengebracht na tijdelijke uitvoer voor wedstrijden, wedrennen of culturele paardenevenementen vervangen door:

Diersoort en categorie dieren

Minimale duur van het verblijf in het derde land of gebied van oorsprong of een zone daarvan, zoals bedoeld in artikel 11, onder b), i)

Minimale duur van het verblijf in de inrichting van oorsprong, zoals bedoeld in artikel 11, onder b), ii)

Minimale duur van de periode zonder contact met dieren met een lagere gezondheidsstatus, zoals bedoeld in artikel 11, onder b), iii)

“Niet voor de slacht bestemde paardachtigen

40 dagen of, als de dieren jonger dan 40 dagen zijn, sinds de geboorte, of sinds de binnenkomst vanuit de Unie

30 dagen (40 dagen vanuit risicogebieden voor Afrikaanse paardenpest) of, als de dieren jonger dan 30 dagen (40 dagen) zijn, sinds de geboorte, of sinds de binnenkomst vanuit de Unie

15 dagen

Geregistreerde paarden

40 dagen of, als de dieren jonger dan 40 dagen zijn, sinds de geboorte, of sinds de binnenkomst vanuit de Unie of bepaalde in de lijst opgenomen derde landen

30 dagen (40 dagen vanuit risicogebieden voor Afrikaanse paardenpest) of, als de dieren jonger dan 30 dagen (40 dagen) zijn, sinds de geboorte, of sinds de binnenkomst vanuit de Unie of bepaalde in de lijst opgenomen derde landen

15 dagen

Geregistreerde paarden die opnieuw worden binnengebracht na tijdelijke uitvoer voor wedstrijden, wedrennen of culturele paardenevenementen

Maximaal 30 dagen of maximaal 90 dagen in het geval van specifieke wedstrijden, wedrennen of culturele paardenevenementen

Niet vastgesteld

Gedurende de volledige periode van tijdelijke uitvoer

Voor de slacht bestemde paardachtigen

90 dagen

30 dagen (40 dagen vanuit risicogebieden voor Afrikaanse paardenpest)

30 dagen (40 dagen vanuit risicogebieden voor Afrikaanse paardenpest)”

b)

tabel 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in de tweede rij wordt de vermelding voor gebruikspluimvee voor de productie van vlees en eieren voor consumptie vervangen door:

Categorie vogels

De verblijfsduur geldt voor

Minimale duur van het verblijf in het derde land of gebied van oorsprong of een zone daarvan, zoals bedoeld in artikel 11, onder b), i)

Minimale duur van het verblijf in de inrichting van oorsprong, zoals bedoeld in artikel 11, onder b), ii)

Minimale duur van de periode zonder contact met dieren met een lagere gezondheidsstatus, zoals bedoeld in artikel 11, onder b), iii)

“Gebruikspluimvee voor de productie van vlees, consumptie-eieren en andere producten

DZ

drie maanden of, als de dieren jonger dan drie maanden zijn, sinds het uitkomen

zes weken of, als de dieren jonger dan zes weken zijn, sinds het uitkomen

zes weken of, als de dieren jonger dan zes weken zijn, sinds het uitkomen”

ii)

in de vijfde rij wordt de vermelding voor eendagskuikens vervangen door:

Categorie vogels

De verblijfsduur geldt voor

Minimale duur van het verblijf in het derde land of gebied van oorsprong of een zone daarvan, zoals bedoeld in artikel 11, onder b), i)

Minimale duur van het verblijf in de inrichting van oorsprong, zoals bedoeld in artikel 11, onder b), ii)

Minimale duur van de periode zonder contact met dieren met een lagere gezondheidsstatus, zoals bedoeld in artikel 11, onder b), iii)

“Eendagskuikens

DZ

Sinds het uitkomen

Sinds het uitkomen

Sinds het uitkomen

KO

drie maanden vóór de datum van verzameling van de eieren waaruit de eendagskuikens zijn gekomen

zes weken vóór de datum van verzameling van de eieren waaruit de eendagskuikens zijn gekomen

—”

2)

In bijlage VIII, punt 1, wordt voetnoot (**) vervangen door:

“(**)

Niet van toepassing indien de dieren afkomstig zijn uit een derde land of gebied dat of een zone daarvan die is erkend als vrij of seizoensgebonden vrij van de ziekte en is opgenomen in de lijst van derde landen of gebieden of zones daarvan waaruit de binnenkomst in de Unie van zendingen hoefdieren is toegestaan.”.

3)

In bijlage XV wordt punt 2 vervangen door:

“2.   DIERGEZONDHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR PLUIMVEE EN BROEDEIEREN AFKOMSTIG UIT EEN DERDE LAND OF GEBIED OF EEN ZONE DAARVAN WAAR VACCINS DIE TEGEN INFECTIE MET HET VIRUS VAN DE ZIEKTE VAN NEWCASTLE WORDEN GEBRUIKT, NIET AAN DE IN PUNT 1 VASTGESTELDE SPECIFIEKE CRITERIA VOLDOEN

Pluimvee en broedeieren afkomstig uit een derde land of gebied of een zone daarvan waar vaccins die tegen infectie met het virus van de ziekte van Newcastle worden gebruikt, niet aan de in punt 1.2 vastgestelde specifieke criteria voldoen, moeten aan onderstaande voorschriften voldoen:

a)

pluimvee, het koppel van oorsprong van eendagskuikens en het koppel van oorsprong van broedeieren mogen gedurende een periode van ten minste twaalf maanden vóór de datum waarop de zending voor verzending naar de Unie is geladen, niet met dergelijke vaccins zijn gevaccineerd;

b)

het koppel van oorsprong van pluimvee en van broedeieren moet niet eerder dan twee weken vóór de datum waarop de zending voor verzending naar de Unie is geladen of, in het geval van broedeieren, niet eerder dan twee weken vóór de datum waarop de eieren zijn verzameld, zijn onderworpen aan een virusisolatietest op infectie met het virus van de ziekte van Newcastle. De test moet in een officieel laboratorium zijn uitgevoerd op een aselecte steekproef van cloacaswabs van ten minste zestig vogels uit elk koppel en er mogen geen aviaire paramyxovirussen met een ICPI van meer dan 0,4 zijn gevonden;

c)

pluimvee, met uitzondering van eendagskuikens, het koppel van oorsprong van eendagskuikens en het koppel van oorsprong van broedeieren moeten gedurende de in punt b) bedoelde periode van twee weken onder officiële bewaking in isolatie zijn gehouden in de inrichting van oorsprong;

d)

pluimvee, met uitzondering van eendagskuikens, het koppel van oorsprong van eendagskuikens en het koppel van oorsprong van broedeieren mogen geen contact hebben gehad met pluimvee dat niet aan de voorschriften van de punten a) en b) voldoet:

i)

in het geval van pluimvee, gedurende de periode van zestig dagen vóór de datum waarop de zending voor verzending naar de Unie is geladen;

ii)

in het geval van broedeieren, gedurende de periode van zestig dagen vóór de datum waarop de eieren zijn verzameld;

e)

de broedeieren waaruit de eendagskuikens zijn gekomen, mogen in de broederij of tijdens het vervoer naar de broederij niet in contact zijn gekomen met pluimvee dat of broedeieren die niet aan de voorschriften van de punten a) tot en met d) voldoet/voldoen.”.

4)

In de derde rij van de tabel in punt 1 van bijlage XXVIII wordt de vermelding voor gedroogd eiwit vervangen door:

Eiproduct

Behandeling

 

Kerntemperatuur (in graden Celsius (°C))

Duur van de behandeling (in seconden (s) of uren (u))

“Gedroogd eiwit

67 °C

20 u

54,4 °C

50,4 u”

5)

In bijlage XXIX wordt de tabel gewijzigd door onderstaande tekst in te voegen vlak boven de regel waarin naar de ziekte voorjaarsviremie van de karper (SVC) en de daarvoor vatbare soorten wordt verwezen:

“Koiherpesvirusziekte

Zoals vermeld in de derde kolom van de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van de Commissie”


Top