EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32021R0716

Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/716 van de Commissie van 9 februari 2021 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de biologische-productievoorschriften inzake gekiemde zaden en witloofkroppen, inzake voeder voor bepaalde aquacultuurdieren en inzake parasietenbehandelingen in de aquacultuur (Voor de EER relevante tekst)

C/2021/667

OJ L 151, 3.5.2021, p. 5–7 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2021/716/oj

3.5.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 151/5


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/716 VAN DE COMMISSIE

van 9 februari 2021

tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de biologische-productievoorschriften inzake gekiemde zaden en witloofkroppen, inzake voeder voor bepaalde aquacultuurdieren en inzake parasietenbehandelingen in de aquacultuur

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (1), en met name artikel 12, lid 2, onder a), en artikel 15, lid 2, punten b) en c),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/427 van de Commissie (2) is onlangs bijlage II, deel I, punt 1.3, bij Verordening (EU) 2018/848 gewijzigd wat betreft biologische gekiemde zaden om de productie ervan uit biologische zaden te waarborgen. Aangezien gekiemde zaden kiemgroenten, scheuten en kers (3) omvatten, die uitsluitend de reserves in de zaden kunnen gebruiken om te kiemen, mag voor de biologische productie uitsluitend water worden gebruikt. Daarom moet worden verduidelijkt dat de afwijking voor bodemgebonden teelt voor gekiemde zaden beperkt is tot het bevochtigen van zaden en moet uitdrukkelijk worden vermeld dat het gebruik van een groeimedium niet is toegestaan, behalve het gebruik van een inert medium om de zaden vochtig te houden wanneer de bestanddelen van dat inerte medium overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2018/848 zijn toegestaan.

(2)

De specifieke productiecyclus van witloofkroppen kan uit twee fasen bestaan, waarvan een in de grond, en een zogeheten “forceriefase”, die in de grond kan plaatsvinden, maar ook op water of substraten. Daarom moet worden verduidelijkt dat de afwijking van bodemgebonden teelt voor witloofkroppen onderdompeling in helder water omvat en dat het gebruik van een groeimedium enkel is toegestaan indien de bestanddelen ervan zijn toegestaan overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2018/848.

(3)

Bij artikel 25 terdecies, lid 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie (4) werd het gebruik van biologische cholesterol toegestaan als aanvulling op natuurlijk voeder in de opkweekfase en eerdere levensstadia van peneïdegarnalen en zoetwatergarnalen (Macrobrachium spp.). Daarom moet in bijlage II, deel III, punt 3.1.3.4, bij Verordening (EU) 2018/848 worden voorzien in de aanvulling van voeder met biologische cholesterol voor die garnalen.

(4)

In 2019 hebben sommige lidstaten bij de bespreking van het ontwerp van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/427 om de herziening van andere voorschriften met betrekking tot biologische aquacultuur verzocht. De bij Besluit 2017/C 287/03 van de Commissie (5) opgerichte deskundigengroep voor technisch advies inzake de biologische productie (Egtop) heeft die verzoeken beoordeeld. Rekening houdend met de in januari 2020 gepubliceerde conclusies van Egtop (6)heeft de Commissie vastgesteld dat de bestaande productievoorschriften voor aquacultuurdieren moeten worden geactualiseerd, met name wat diergeneeskundige behandelingen betreft.

(5)

Niettegenstaande de voorschriften in verband met de preventie van ziekten, zoals de aanbeveling voor biologische bestrijding van parasieten, waarbij de voorkeur moet worden gegeven aan het gebruik van poetsvis en van zoet water, zeewater en natriumchlorideoplossingen, is momenteel op algemene basis een beperkt aantal behandelingen toegestaan in geval van een ernstige aanwezigheid van parasieten. Op basis van de bovengenoemde Egtop-conclusies is het passend de huidige bepalingen inzake parasietenbehandelingen in bijlage II, deel III, punt 3.1.4.2, bij Verordening (EU) 2018/848 te wijzigen door een meer soortspecifieke aanpak in te voeren om beter in te spelen op de behoeften van aquacultuurdieren zonder de biologische aard van de productie in het gedrang te brengen.

(6)

Met name vanwege de variabele duur van de productiecyclus van andere soorten dan zalm en de mogelijke aanwezigheid van parasieten in de juveniele fase, in combinatie met de neiging van exploitanten om behandelingen zo veel mogelijk uit te stellen vanwege de frequentielimiet, wordt in het eerste jaar van de levenscyclus een hoog sterftecijfer voor broed en juvenielen gerapporteerd. Daarom is het passend om, voor andere soorten dan zalm, de frequentie en het maximale aantal van parasietenbehandelingen in overeenstemming te brengen met de frequentielimieten die voor andere chemisch gesynthetiseerde, allopathische diergeneesmiddelen zijn vastgesteld om toe te staan dat wordt geïntervenieerd wanneer het echt nodig is en om hoge sterfte in de eerste stadia van de levenscyclus te voorkomen.

(7)

Wat zalm betreft, moeten, gezien de duur van de productiecyclus en de noodzaak om te waarborgen dat tijdens de periode in zoet water geen zeeluis voorkomt, de huidige limieten inzake de frequentie en het maximale aantal van de kuren voor parasietenbehandelingen worden gehandhaafd.

(8)

Bovendien is het belangrijk de huidige bepalingen te verduidelijken door een duidelijke algemene limiet vast te stellen voor het maximale aantal parasietenbehandelingen dat mag worden toegediend, ongeacht de soort in kwestie.

(9)

Bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

Omwille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van de datum van toepassing van Verordening (EU) 2018/848,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 februari 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/427 van de Commissie van 13 januari 2020 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft bepaalde gedetailleerde productievoorschriften voor biologische producten (PB L 87 van 23.3.2020, blz. 1).

(3)  Beschrijving van de productiecycli in EFSA Scientific Opinion on the risk posed by Shiga toxin-producing Escherichia coli (STEC) and other pathogenic bacteria in seeds and sprouted seeds — EFSA Journal 2011;9 (11): 2424.[101 blz.] doi:10.2903/j.efsa.2011,2424.

(4)  Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft (PB L 250 van 18.9.2008, blz. 1).

(5)  Besluit van de Commissie van 30 augustus 2017 tot benoeming van de leden van de groep voor technisch advies inzake de biologische productie, en tot opstelling van de reservelijst (PB C 287 van 30.8.2017, blz. 3).

(6)  Eindverslag van Egtop inzake aquacultuur IV — 13 december 2019.


BIJLAGE

Bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel I wordt punt 1.3 vervangen door:

“1.3.

In afwijking van punt 1.1 wordt het volgende toegestaan:

a)

de productie van gekiemde zaden, waaronder kiemgroenten, scheuten en kers, die uitsluitend op de in de zaden aanwezige voedingsreserves leven, door ze in helder water te bevochtigen, mits de zaden biologisch zijn. Het gebruik van een groeimedium is verboden, behalve het gebruik van een inert medium dat uitsluitend bestemd is om de zaden vochtig te houden indien de bestanddelen van dat inerte medium zijn toegestaan overeenkomstig artikel 24;

b)

het verkrijgen van witloofkroppen, onder meer door ze in helder water onder te dompelen, mits het teeltmateriaal biologisch is. Het gebruik van een groeimedium is alleen toegestaan indien de bestanddelen ervan zijn toegestaan overeenkomstig artikel 24.”.

2)

Deel III wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan punt 3.1.3.4 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“In de opkweekfase en in de vroegere levensstadia in kweekkamers en broedkamers mag biologische cholesterol worden gebruikt ter aanvulling van het dieet van peneïdegarnalen en zoetwatergarnalen (Macrobrachium spp.), om in hun kwantitatieve voedingsbehoefte te voorzien.”;

b)

in punt 3.1.4.2 wordt punt e) vervangen door:

“e)

het gebruik van andere parasietenbehandelingen dan verplichte, door de lidstaten uitgevoerde bestrijdingsregelingen, moet als volgt worden beperkt:

i)

voor zalm, tot maximaal twee behandelingskuren per jaar, of tot één behandelingskuur per jaar indien de productiecyclus korter is dan 18 maanden;

ii)

voor alle andere soorten dan zalm, tot maximaal twee behandelingskuren per jaar, of tot één behandelingskuur per jaar indien de productiecyclus korter is dan 12 maanden;

iii)

voor alle soorten, tot in totaal niet meer dan vier behandelingskuren, ongeacht de duur van de productiecyclus van de soort;”.


Top