EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32021R0642

Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/642 van de Commissie van 30 oktober 2020 tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft bepaalde informatie die moet worden verstrekt op het etiket van biologische producten (Voor de EER relevante tekst)

C/2020/7397

OJ L 133, 20.4.2021, p. 1–4 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2021/642/oj

20.4.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 133/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/642 VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2020

tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft bepaalde informatie die moet worden verstrekt op het etiket van biologische producten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (1), en met name artikel 23, lid 2, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In hoofdstuk III van Verordening (EU) 2018/848 zijn productievoorschriften vastgesteld die van toepassing zijn op de biologische productie en bijlage III bij die verordening bevat onder meer voorschriften inzake de verpakking en het vervoer van biologische producten en omschakelingsproducten. Met name is in punt 2.1 van die bijlage bepaald dat bepaalde informatie op het etiket of in een begeleidend document moet worden vermeld.

(2)

Het voederen van landdieren en aquatische dieren met biologische diervoeders is een van de beginselen van de biologische productie. De productievoorschriften staan onder bepaalde voorwaarden echter het gebruik van bepaalde niet-biologische voedermiddelen en omschakelingsvoedermiddelen toe.

(3)

Om te kunnen voldoen aan de voorschriften voor de biologische productie moeten de exploitanten naar behoren worden geïnformeerd over het voeder dat zij gebruiken. Zij moeten met name weten of het voeder in de biologische productie is toegestaan, wat de precieze samenstelling ervan is en wat het aandeel biologische, omschakelings- en niet-biologische elementen van het voeder is.

(4)

Overeenkomstig punt 1.8.1 van deel I van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 mag voor de biologische productie van planten en plantaardige producten uitsluitend biologisch plantaardig teeltmateriaal, met inbegrip van zaad, worden gebruikt. Aangezien voor bepaalde soorten, ondersoorten of rassen geen biologisch plantaardig teeltmateriaal beschikbaarheid is, is het op grond van punt 1.8.5 van deel I van die bijlage evenwel toegestaan om plantaardig omschakelingsteeltmateriaal te gebruiken en kan onder bepaalde voorwaarden een vergunning worden verleend voor het gebruik van niet-biologisch plantaardig teeltmateriaal.

(5)

Krachtens Richtlijn 66/401/EEG van de Raad (2) mag zaad in mengsels van verschillende geslachten, soorten of rassen van groenvoedergewassen in de handel worden gebracht op voorwaarde dat onder meer de gewichtsverhouding van de verschillende opgegeven bestanddelen naar soort en, in voorkomend geval, naar ras wordt vermeld op het officiële etiket.

(6)

Gezien het belang van het gebruik van mengsels van zaad van groenvoedergewassen om voeder met een hoge voedingskwaliteit te garanderen en om, ook al zijn deze mengsels niet bestemd voor gebruik als groenvoedergewas, het aanpassingsvermogen van de gewassen aan de plaatselijke agronomische omstandigheden te verbeteren en de vruchtbaarheid van de bodem en de biodiversiteit te verhogen — met name wanneer de zaadmengsels worden gebruikt bij agronomische methoden voor bodem- en waterbehoud, zoals bodembedekkers — en rekening houdend met de niet-beschikbaarheid van biologisch of omschakelingszaad, is het mogelijk zaadmengsels overeenkomstig de voorschriften voor de biologische productie te gebruiken, zelfs wanneer die mengsels biologische zaden, omschakelingszaden en toegestane niet-biologische zaden van verschillende soorten gewassen bevatten. Daartoe dient precieze informatie over de aanwezigheid van biologische en omschakelingsbestanddelen in de mengsels en over de hoeveelheid ervan beschikbaar te zijn voor de gebruiker, onverminderd de vereisten van Richtlijn 66/401/EEG en de bij die richtlijn vereiste informatie.

(7)

Op het etiket van de verpakking van dergelijke mengsels moet echter ook worden vermeld dat het gebruik ervan enkel is toegestaan binnen het toepassingsgebied van de vergunning die is afgegeven overeenkomstig punt 1.8.5 van deel I van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 en derhalve alleen op het grondgebied van de lidstaat van de bevoegde autoriteit die de vergunning heeft verleend.

(8)

Om het gebruik van biologisch en omschakelingzaad te bevorderen en een geharmoniseerde kwantitatieve minimumdrempelwaarde te garanderen, is het voorts passend een minimaal totaal gewichtspercentage aan biologisch en omschakelingszaad vast te stellen dat het mengsel moet bevatten wanneer op het etiket naar biologische en omschakelingsbestanddelen wordt verwezen.

(9)

Punt 2.1 van bijlage III bij Verordening (EU) 2018/848 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

Omwille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van de datum van toepassing van Verordening (EU) 2018/848,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Punt 2.1 van bijlage III bij Verordening (EU) 2018/848 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1.

(2)  Richtlijn 66/401/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (PB 125 van 11.7.1966, blz. 2298).


BIJLAGE

In bijlage III bij Verordening (EU) 2018/848 wordt punt 2.1 vervangen door:

“2.1.   Te verstrekken informatie

2.1.1.

De exploitanten zorgen ervoor dat biologische producten en omschakelingsproducten slechts naar andere exploitanten of eenheden, met inbegrip van groot- en detailhandelaren, worden vervoerd in daartoe geschikte verpakkingen, containers of voertuigen die zodanig zijn afgesloten dat wijziging, met inbegrip van vervanging, van de inhoud niet mogelijk is zonder met de verzegeling te knoeien of deze te beschadigen, en die zijn voorzien van een etiket waarop, naast alle andere bij het recht van de Unie voorgeschreven aanduidingen, de volgende gegevens zijn vermeld:

a)

de naam en het adres van de exploitant en, wanneer dat iemand anders is, van de eigenaar of verkoper van het product;

b)

de naam van het product;

c)

de naam of het codenummer van de controleautoriteit of het controleorgaan waaronder de exploitant valt, en

d)

in voorkomend geval, het identificatiemerk van de partij dat in overeenstemming is met een op nationaal niveau goedgekeurd of met de controleautoriteit of het controleorgaan overeengekomen merkingssysteem en dat het mogelijk maakt de partij te koppelen aan het in artikel 34, lid 5, bedoelde register.

2.1.2.

De exploitanten zorgen ervoor dat in de biologische productie toegestane mengvoeders die naar andere exploitanten of eenheden, met inbegrip van groot- en detailhandelaren, worden vervoerd, zijn voorzien van een etiket waarop, naast alle andere bij het recht van de Unie voorgeschreven aanduidingen, de volgende gegevens zijn vermeld:

a)

de in punt 2.1.1 bedoelde informatie;

b)

in voorkomend geval, in gewicht droge stof:

i)

het totale percentage biologische voedermiddelen;

ii)

het totale percentage omschakelingsvoedermiddelen;

iii)

het totale percentage niet onder i) of ii) vallende voedermiddelen;

iv)

het totale percentage diervoeders van agrarische oorsprong;

c)

in voorkomend geval, de naam van de biologische voedermiddelen;

d)

in voorkomend geval, de naam van de omschakelingsvoedermiddelen, en

e)

voor mengvoeders die niet overeenkomstig artikel 30, lid 6, kunnen worden geëtiketteerd, de vermelding dat die diervoeders overeenkomstig deze verordening in de biologische productie mogen worden gebruikt.

2.1.3.

Onverminderd Richtlijn 66/401/EEG zorgen de exploitanten ervoor dat op het etiket van de verpakking van mengsels van zaad van groenvoedergewassen die biologisch en omschakelingszaad of niet-biologisch zaad van een aantal verschillende soorten gewassen waarvoor onder de desbetreffende voorwaarden van punt 1.8.5 van deel I van bijlage II bij deze verordening een vergunning is afgegeven, bevatten, informatie over de precieze samenstelling van het mengsel wordt verstrekt aan de hand van het gewichtspercentage van elke soort en, indien van toepassing, elk ras waaruit het mengsel is samengesteld.

Boven op de desbetreffende vereisten van bijlage IV bij Richtlijn 66/401/EEG moet die informatie, naast de in de eerste alinea van dit punt bedoelde vermeldingen, ook de lijst van samenstellende soorten van het mengsel die als biologische of omschakelingsproducten zijn geëtiketteerd, omvatten. Het minimale totale gewichtspercentage aan biologisch en omschakelingszaad in het mengsel bedraagt ten minste 70 %.

Indien het mengsel niet-biologisch zaad bevat, bevat het etiket ook de volgende vermelding: “Het gebruik van dit mengsel is enkel toegestaan binnen het toepassingsgebied van de vergunning en op het grondgebied van de lidstaat van de bevoegde autoriteit die een vergunning heeft verleend voor het gebruik van dit mengsel overeenkomstig punt 1.8.5 van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten.”

De in de punten 2.1.1 en 2.1.2 bedoelde informatie mag enkel in een begeleidend document worden verstrekt indien dat document onbetwistbaar in verband kan worden gebracht met de verpakking, de container of het voertuig waarin het product zich bevindt. Dit begeleidende document bevat informatie over de leverancier of de vervoerder.”.


Top