EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32021H0089

Aanbeveling (EU) 2021/89 van de Raad van 28 januari 2021 tot wijziging van Aanbeveling (EU) 2020/912 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking

OJ L 33, 29.1.2021, p. 1–3 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2021/89/oj

29.1.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 33/1


AANBEVELING (EU) 2021/89 VAN DE RAAD

van 28 januari 2021

tot wijziging van Aanbeveling (EU) 2020/912 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, onder b) en e), en artikel 292, eerste en tweede zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 30 juni 2020 een aanbeveling aangenomen over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking (1) (“de aanbeveling van de Raad”). Op 16 juli 2020 heeft de Raad Aanbeveling (EU) 2020/1052 tot wijziging van Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking aangenomen (2). Op 30 juli 2020 heeft de Raad Aanbeveling (EU) 2020/1144 tot wijziging van Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking aangenomen (3). Op 7 augustus 2020 heeft de Raad Aanbeveling (EU) 2020/1186 tot wijziging van Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking aangenomen (4). Op 22 oktober 2020 heeft de Raad Aanbeveling (EU) 2020/1551 tot wijziging van Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking aangenomen (5).

Op 17 december 2020 heeft de Raad Aanbeveling (EU) 2020/2169 tot wijziging van Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking aangenomen (6).

(2)

De aanbeveling van de Raad stelt dat de lidstaten voor de ingezetenen van de in bijlage I bij de aanbeveling van de Raad genoemde derde landen de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU vanaf 1 juli 2020 op gecoördineerde wijze geleidelijk zouden moeten opheffen. Voorts zou de Raad de lijst van derde landen in bijlage I om de twee weken na nauw overleg met de Commissie en de ter zake bevoegde EU-agentschappen en -diensten moeten evalueren — en zo nodig actualiseren — aan de hand van een algehele beoordeling op basis van de in de aanbeveling van de Raad bedoelde methodiek, criteria en informatie.

(3)

Sindsdien heeft de Raad, in nauw overleg met de Commissie en de ter zake bevoegde EU-agentschappen en -diensten, besprekingen gehouden over de evaluatie van de lijst van derde landen in bijlage I bij de aanbeveling van de Raad, met toepassing van de in de aanbeveling van de Raad vastgelegde criteria en methodiek. De lijst van derde landen in bijlage I zou derhalve moeten worden gewijzigd. Met name zou Japan van de lijst moeten worden geschrapt.

(4)

Grenstoezicht is niet alleen in het belang van de lidstaat aan de buitengrenzen waarvan het wordt uitgeoefend, maar ook in het belang van alle lidstaten die het grenstoezicht aan hun binnengrenzen hebben afgeschaft. De lidstaten zouden er derhalve voor moeten zorgen dat de aan de buitengrenzen genomen maatregelen worden gecoördineerd om de goede werking van het Schengengebied te garanderen. Daartoe zouden de lidstaten vanaf 28 januari 2021 voor de ingezetenen van de derde landen die worden genoemd in bijlage I bij de aanbeveling van de Raad, als gewijzigd bij deze aanbeveling, de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU op gecoördineerde wijze moeten blijven opheffen.

(5)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van deze aanbeveling; deze is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. Aangezien deze aanbeveling voortbouwt op het Schengenacquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van het bovengenoemde protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad heeft beslist over deze aanbeveling of het deze zal opvolgen.

(6)

Deze aanbeveling vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad (7). Ierland neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze aanbeveling en deze is niet bindend voor, noch van toepassing in Ierland.

(7)

Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze aanbeveling een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad (8).

(8)

Wat Zwitserland betreft, vormt deze aanbeveling een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG (9), juncto artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad (10).

(9)

Wat Liechtenstein betreft, vormt deze aanbeveling een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG (11), in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU (12),

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad, zoals gewijzigd bij Aanbeveling (EU) 2020/1052, bij Aanbeveling (EU) 2020/1144, bij Aanbeveling (EU) 2020/1186, bij Aanbeveling (EU) 2020/1551 en bij Aanbeveling (EU) 2020/2169, over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking wordt als volgt gewijzigd:

1)

In punt 1 van de aanbeveling van de Raad wordt de eerste alinea vervangen door:

“1.

Vanaf 28 januari 2021 zouden de lidstaten voor de ingezetenen van de in bijlage I genoemde derde landen de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU op gecoördineerde wijze geleidelijk moeten opheffen.”.

2)

Bijlage I bij de aanbeveling van de Raad wordt vervangen door:

“BIJLAGE I

Derde landen en speciale administratieve regio’s waarvan de ingezetenen niet zouden mogen vallen onder de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU aan de buitengrenzen:

I.   STATEN

1.

AUSTRALIË

2.

NIEUW-ZEELAND

3.

RWANDA

4.

SINGAPORE

5.

ZUID-KOREA

6.

THAILAND

7.

CHINA (*)

II.   SPECIALE ADMINISTRATEVE REGIO’S VAN DE VOLKSREPUBLIEK CHINA

Speciale Administratieve Regio Hongkong (*)

Speciale Administratieve Regio Macau (*)

(*) Onder voorbehoud van bevestiging van wederkerigheid

”.

Gedaan te Brussel, 28 januari 2021

Voor de Raad

De voorzitter

A.P. ZACARIAS


(1)  PB L 208 I van 1.7.2020, blz. 1.

(2)  PB L 230 van 17.7.2020, blz. 26.

(3)  PB L 248 van 31.7.2020, blz. 26.

(4)  PB L 261 van 11.8.2020, blz. 83.

(5)  PB L 354 van 26.10.2020, blz. 19.

(6)  PB L 431 van 21.12.2020, blz. 75.

(7)  Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).

(8)  PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

(9)  PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.

(10)  Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1).

(11)  PB L 160 van 18.6.2011, blz. 21.

(12)  Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19).


Top