EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32020R1249

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1249 van de Commissie van 2 september 2020 tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1267 ingestelde definitieve antidumpingrecht op wolfraamelektroden van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot wolfraamelektroden verzonden vanuit Laos en Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Laos en Thailand, en tot beëindiging van het onderzoek betreffende de invoer van wolfraamelektroden verzonden vanuit India, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India

C/2020/5889

OJ L 290, 4.9.2020, p. 1–13 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/1249/oj

4.9.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 290/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1249 VAN DE COMMISSIE

van 2 september 2020

tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1267 ingestelde definitieve antidumpingrecht op wolfraamelektroden van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot wolfraamelektroden verzonden vanuit Laos en Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Laos en Thailand, en tot beëindiging van het onderzoek betreffende de invoer van wolfraamelektroden verzonden vanuit India, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de basisverordening”), en met name artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Bestaande maatregelen

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 260/2007 (2) (“de oorspronkelijke verordening”) heeft de Raad een definitief antidumpingrecht op wolfraamelektroden van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC”) ingesteld. De individuele antidumpingrechten die van toepassing zijn, variëren van 17 % tot 41 %. Alle andere producenten-exporteurs zijn onderworpen aan een definitief antidumpingrecht van 63,5 %. Deze maatregelen worden hierna “de oorspronkelijke maatregelen” genoemd en het onderzoek dat tot de bij de oorspronkelijke verordening ingestelde maatregelen heeft geleid, “het oorspronkelijke onderzoek”.

(2)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 508/2013 (3) heeft de Raad naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (“het eerste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen”) een definitief antidumpingrecht op wolfraamelektroden van oorsprong uit de VRC ingesteld.

(3)

In 2019 heeft de Commissie bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1267 (4) naar aanleiding van een ander nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (“het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen”) een definitief antidumpingrecht op wolfraamelektroden van oorsprong uit de VRC ingesteld, op hetzelfde niveau als de oorspronkelijke maatregelen. Deze maatregelen worden “de geldende maatregelen” genoemd.

1.2.   Ambtshalve opening van onderzoek

(4)

De Commissie beschikte over voldoende bewijs dat de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van wolfraamelektroden van oorsprong uit de VRC werden ontweken door de invoer van wolfraamelektroden verzonden vanuit India, Laos en Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India, Laos en Thailand.

(5)

Uit de door de lidstaten overeenkomstig artikel 14, lid 6, van de basisverordening gemelde gegevens bleek dat na het oorspronkelijke onderzoek een aanzienlijke verandering was opgetreden in de structuur van het handelsverkeer met betrekking tot de uitvoer uit de VRC, India, Laos en Thailand naar de Unie. De gegevens leken erop te wijzen dat genoemde verandering het gevolg zou kunnen zijn van het instellen van de maatregelen ten aanzien van de invoer van wolfraamelektroden. Voor de verandering leek, afgezien van de instelling van de maatregelen, onvoldoende reden of economische rechtvaardiging te bestaan. Zij was kennelijk het gevolg van de overlading van het betrokken product van oorsprong uit de VRC via India, Laos en Thailand naar de Unie, aangezien volgens de bevindingen van het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (5) in geen van de landen die beweerdelijk de antidumpingmaatregelen ontweken, faciliteiten voor de productie van wolfraamelektroden aanwezig waren.

(6)

Verder bleek uit gegevens waarover de Commissie de beschikking had, dat de corrigerende werking van de geldende maatregelen werd ondermijnd, zowel wat de hoeveelheden als wat de prijzen betreft.

(7)

Tot slot bleek uit de beschikbare gegevens dat wolfraamelektroden verzonden vanuit India, Laos en Thailand met dumping werden ingevoerd vergeleken met de normale waarde die bij het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen was vastgesteld.

(8)

Nadat de Commissie, na de lidstaten te hebben geïnformeerd, had vastgesteld dat er voldoende bewijsmateriaal was om op grond van artikel 13, lid 3, van de basisverordening een onderzoek te openen en de invoer van wolfraamelektroden verzonden vanuit India, Laos en Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India, Laos en Thailand, overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening aan registratie te onderwerpen, opende zij bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2171 (6) (“de openingsverordening”) een onderzoek.

1.3.   Onderzoek

(9)

De Commissie stelde de autoriteiten van de VRC, India, Laos en Thailand, de producenten-exporteurs en handelaren in die landen, de importeurs in de Unie en de bedrijfstak van de Unie in kennis van de opening van het onderzoek. Daarnaast vroeg zij de vertegenwoordigingen van India, Laos en Thailand bij de Europese Unie om bevestiging van haar bevinding dat in die landen geen wolfraamelektroden werden geproduceerd en haar de namen en adressen te doen toekomen van alle producenten-exporteurs en/of representatieve verenigingen die mogelijk geïnteresseerd waren in medewerking aan het onderzoek.

(10)

Op de website van het directoraat-generaal Handel werden vrijstellingsaanvragen voor de producenten/exporteurs in India, Laos en Thailand, vragenlijsten voor de producenten/exporteurs in de VRC en vragenlijsten voor niet-verbonden importeurs in de Unie beschikbaar gesteld.

(11)

Belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om binnen de bij de openingsverordening vastgestelde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord. Alle partijen werden ervan in kennis gesteld dat het niet verstrekken van alle relevante informatie of het verstrekken van onvolledige, onjuiste of misleidende informatie kon leiden tot toepassing van artikel 18 van de basisverordening en tot bevindingen die op de beschikbare gegevens waren gebaseerd.

(12)

Eén niet-verbonden importeur in de Unie vroeg een hoorzitting aan, die op 2 juli 2020 werd gehouden.

(13)

Eén producent/exporteur uit Laos stuurde het aanvraagformulier voor vrijstelling ingevuld terug (“ingevulde vragenlijst”).

(14)

Een niet-verbonden importeur in de Unie stuurde eveneens een ingevulde vragenlijst terug, terwijl een andere niet-verbonden importeur in de Unie een schriftelijke opmerking maakte zonder een vragenlijst in te vullen.

1.4.   Onderzoektijdvak en verslagperiode

(15)

Het onderzoek had betrekking op de periode van 1 januari 2006 tot en met 30 september 2019 (“het onderzoektijdvak”). Er zijn onder meer gegevens verzameld voor een onderzoek naar de verandering in de structuur van het handelsverkeer die zich na het instellen van de maatregelen heeft voorgedaan. Voor de periode van 1 oktober 2018 tot en met 30 september 2019 (“de verslagperiode” of “VP”) zijn gedetailleerdere gegevens verzameld om te onderzoeken of de corrigerende werking van de geldende maatregelen mogelijk is ondermijnd en of er sprake is van dumping.

2.   RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

2.1.   Algemene overwegingen

(16)

Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de basisverordening is onderzocht of er sprake was van ontwijking door achtereenvolgens na te gaan:

of zich een verandering in de structuur van het handelsverkeer tussen derde landen (VRC, India, Laos en Thailand) en de Unie had voorgedaan;

of die verandering het gevolg was van praktijken, processen of werkzaamheden waarvoor, afgezien van de instelling van het recht, onvoldoende reden of economische rechtvaardiging bestond;

of was bewezen dat er sprake was van schade of dat de corrigerende werking van het recht, gezien de prijzen en/of de hoeveelheden van het soortgelijke product, werd ondermijnd;

en of er bewijs was van dumping ten aanzien van de normale waarden zoals die bij het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen voor het soortgelijke product waren vastgesteld, eventueel overeenkomstig artikel 2 van de basisverordening.

2.2.   Betrokken product en onderzocht product

(17)

Bij het betrokken product gaat het om laselektroden van wolfraam, met inbegrip van wolfraamstaven en -stiften voor laselektroden, met ten minste 94 gewichtspercenten wolfraam, andere dan enkel door sinteren verkregen, al dan niet op lengte gesneden, van oorsprong uit de VRC (“het betrokken product”), momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8101 99 10 en ex 8515 90 80 (Taric-codes 8101991011, 8101991012, 8101991013, 8101991020, 8515908011, 8515908012, 8515908013 en 8515908020). De geldende maatregelen zijn op dit product van toepassing.

(18)

Het onderzochte product is hetzelfde product als het betrokken product dat in de vorige overweging is gedefinieerd, maar wordt verzonden vanuit India, Laos en Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India, Laos en Thailand, en is momenteel ingedeeld onder dezelfde GN-codes als het betrokken product (“het onderzochte product”).

(19)

Uit het onderzoek is gebleken dat wolfraamelektroden die uit de VRC naar de Unie worden uitgevoerd en die welke vanuit India, Laos en Thailand naar de Unie worden verzonden, dezelfde fysieke en technische basiskenmerken en dezelfde toepassingen hebben, en derhalve worden beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

2.3.   Mate van medewerking

(20)

Geen van de Chinese, Indiase of Thaise producenten/exporteurs heeft een vragenlijst beantwoord.

(21)

Eén onderneming uit Laos, die volgens de gegevens van de databank overeenkomstig artikel 14, lid 6, in de verslagperiode goed was voor ongeveer 100 % van de totale invoer uit Laos in de Unie, heeft overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening een aanvraag tot vrijstelling ingediend. Deze onderneming is verbonden met een Chinese producent-exporteur van wolfraamelektroden. De medewerking van deze onderneming is om de volgende redenen als onvoldoende aangemerkt:

a)

de onderneming heeft verzuimd om in het aanvraagformulier voor vrijstelling de vereiste informatie te verstrekken. Zij werd twee keer schriftelijk verzocht om de ontbrekende gegevens aan te leveren. Meer in het bijzonder heeft de onderneming verzuimd om de vereiste gecontroleerde jaarrekeningen te verstrekken, dan wel de jaarrekeningen die bij de bevoegde belastingautoriteiten of het handelsregister zijn ingediend. De onderneming heeft feitelijk helemaal geen jaarrekeningen verstrekt, waardoor het onmogelijk is om de in het aanvraagformulier voor vrijstelling verstrekte informatie aan een kruiscontrole te onderwerpen. Andere belangrijke gegevens die niet zijn verstrekt, zijn onder meer de omvang van de voorraden en een lijst van de vaste activa;

b)

de moederonderneming in de VRC heeft niet, zoals vereist, de vragenlijst voor exporteurs of een aanvraagformulier voor vrijstelling ingediend;

c)

zij heeft incoherente of tegenstrijdige informatie verstrekt. Ten eerste zijn in de producties onderling afwijkende cijfers opgegeven over de kosten van de in de verslagperiode bij de moederonderneming gekochte wolfraamstiften. Ten tweede zijn in de producties onderling afwijkende cijfers opgegeven over de hoeveelheden in de verslagperiode gekochte en verkochte wolfraamstiften. Ten derde is geen gedetailleerde informatie verstrekt over opgegeven afschrijvings- en loonkosten. Uit het onderzoek is gebleken dat de hoogte van de aan de fabricage van wolfraamelektroden toegerekende afschrijvingskosten niet strookt met de gegevens over de productiecapaciteit voor wolfraamelektroden en dat de waarde van de vervaardigde wolfraamelektroden hierdoor kunstmatig werd verhoogd. Gevraagd naar de criteria waarop de berekening van de afschrijvingskosten was gebaseerd, antwoordde de onderneming slechts dat zij de afschrijvingskosten van de moederonderneming had opgegeven. Zoals hierboven vermeld, heeft de moederonderneming echter geen vragenlijst of aanvraagformulier voor vrijstelling ingediend. De exporteur in Laos heeft verder niets overgelegd ter staving van zijn stelling;

d)

de informatie die de onderneming verstrekte over de verrichtingen die waren uitgevoerd met betrekking tot de wolfraamstiften die van de Chinese moederonderneming/leverancier waren gekocht, was onvoldoende gedetailleerd;

e)

de onderneming gaf aan geen boekhouding te voeren;

f)

de onderneming verzuimde de ter zake dienende werkbladen en andere bewijsstukken te verstrekken die nodig waren om de in het aanvraagformulier voor vrijstelling vermelde informatie te verifiëren.

(22)

Bijgevolg werd op 11 mei 2020 overeenkomstig artikel 18, lid 4, van de basisverordening een termijn vastgesteld waarbinnen de onderneming een aantal in een lijst vermelde stukken alsnog kon verstrekken en werd zij in kennis gesteld van het voornemen van de Commissie om haar bevindingen bij het uitblijven van die stukken op de beschikbare gegevens te baseren.

(23)

In lijn met de mededeling over de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 voor antidumping- en antisubsidieonderzoeken, heeft de Commissie besloten om wegens de uitbraak van COVID-19 geen controlebezoek uit te voeren bij ondernemingen die om vrijstelling hebben verzocht. Aangezien de onderneming verzuimde de bedoelde essentiële stukken te verstrekken en niet inging op de aanzienlijke tegenstrijdigheden waarop de Commissie had gewezen, besloot de Commissie af te zien van de aanvankelijk overwogen kruiscontrole op afstand.

(24)

Gezien al het bovenstaande acht de Commissie de door de onderneming verstrekte informatie onvolledig en onbetrouwbaar. Overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening is de door de onderneming ingediende informatie dan ook buiten beschouwing gelaten en zijn de bevindingen op de beschikbare gegevens gebaseerd.

(25)

In haar opmerkingen na de mededeling van feiten en overwegingen heeft de onderneming toegelicht dat zij tijdens het onderzoektijdvak bezig was geweest productiefaciliteiten van de VRC naar Laos over te brengen, en dat zij dit vanwege de lockdown in verband met het coronavirus gedeeltelijk had moeten stopzetten. Voorts voert zij deze lockdown als verklaring voor de lacunes in haar informatieverstrekking aan. Zij voegt hieraan toe dat zodra de situatie is genormaliseerd, “[…] elke fase van de productie in Laos zal plaatsvinden […]”. De Commissie merkt op dat de onderneming en haar moederonderneming in de VRC, ondanks de lockdown in verband met het coronavirus, binnen de voor het onderzoek geldende wettelijke termijnen voldoende tijd en gelegenheid hebben gehad om de ontbrekende informatie te verstrekken, zoals wordt uiteengezet in de overwegingen 21 en 22. Wat in het bijzonder de moederonderneming betreft, er is nooit een ingevulde vragenlijst ingediend, hoewel de Commissie in het aanvraagformulier voor vrijstelling en in beide schriftelijke verzoeken om de ontbrekende gegevens aan te leveren, uitdrukkelijk hierom heeft gevraagd.

(26)

Na de mededeling van feiten en overwegingen heeft de vertegenwoordiging van de Democratische Volksrepubliek Laos bij de Unie haar teleurstelling uitgesproken over de bevindingen van het onderzoek, dat volgens haar zonder toereikende informatie en controles is uitgevoerd. De Commissie merkt op dat, ondanks de uitbraak van COVID-19 en de gevolgen daarvan voor antidumping- en antisubsidieonderzoeken, alle belanghebbenden, met name de onderneming in Laos, voldoende tijd en gelegenheid hebben gekregen om binnen de wettelijk voorgeschreven termijnen informatie te verstrekken.

(27)

De vertegenwoordiging van India bij de Unie heeft de namen en adressen verstrekt van zeven producenten-exporteurs in het land. De vertegenwoordiging van de Democratische Volksrepubliek Laos bij de Unie heeft dezelfde naam en hetzelfde adres verstrekt als de onderneming die het aanvraagformulier voor vrijstelling heeft ingediend en stelde de Commissie er verder van in kennis dat de Laotiaanse overheid in samenwerking met de Duitse douaneautoriteiten gegevens verzamelde over de uitvoer van wolfraamelektroden uit Laos. De vertegenwoordiging van Thailand bij de Unie heeft de Commissie meegedeeld dat in dat land officieel geen fabriek staat geregistreerd als producent van wolfraamelektroden, maar dat de Thaise douaneautoriteiten toch drie ondernemingen hebben geïdentificeerd die vanaf 2017 tot oktober 2019 (einde van de verslagperiode) wolfraamelektroden naar de Unie hebben uitgevoerd.

(28)

De bevindingen met betrekking tot de invoer van wolfraamelektroden uit de VRC, India, Laos en Thailand in de Unie, respectievelijk de uitvoer van wolfraamelektroden uit de VRC naar India, Laos en Thailand, zijn derhalve op de beschikbare gegevens gebaseerd overeenkomstig artikel 18, lid 1, van de basisverordening. Voor de invoer in de Unie zijn de gegevens van de databank overeenkomstig artikel 14, lid 6, gebruikt. De hoeveelheden van de uitvoer uit de VRC naar India, Laos en Thailand zijn bepaald aan de hand van cijfers uit de Global Trade Atlas (GTA).

(29)

De in de GTA vermelde hoeveelheden hebben betrekking op een grotere productgroep (achtcijferige code, gebaseerd op de codes van de Chinese douanenomenclatuur) dan het betrokken product. De in de GTA geregistreerde cijfers over de hoeveelheden van de uitvoer uit de VRC naar India, Laos en Thailand kunnen derhalve ook de uitvoer van andere producten dan het betrokken product omvatten. De hoeveelheden van de invoer uit India, Laos en Thailand in de Unie zoals geregistreerd in de databank overeenkomstig artikel 14, lid 6, hebben uitsluitend betrekking op het onderzochte product.

2.4.   Verandering in de structuur van het handelsverkeer

2.4.1.   Invoer uit de VRC, India, Laos en Thailand in de Unie

(30)

Tabel 1 toont de ontwikkeling van de invoer van wolfraamelektroden uit de VRC, India, Laos en Thailand in de Unie in het onderzoektijdvak.

Tabel 1

Invoer van wolfraamelektroden in de EU in het onderzoektijdvak (in kilogrammen)  (7)

Invoer (kg)

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

VRC

138 202  (8)

46 128

51 771

36 188

39 953

56 619

48 188

Aandeel in totale invoer

44 %

48 %

56 %

53 %

60 %

49 %

India

0 (9)

15 312

3

3 253

2 491

615

2 123

Aandeel in totale invoer

14 %

0 %

5 %

3 %

1 %

2 %

Laos

0 (10)

 

 

 

 

 

6 000 -8 000

Aandeel in totale invoer

 

 

 

 

 

7 %

Thailand

0 (11)

 

29

 

 

 

29

Aandeel in totale invoer

 

0 %

 

 

 

0 %

Totale invoer

105 857

108 589

64 793

75 732

94 958

98 450

Invoer (kg)

2013

2014

2015

2016

2017

2018

VP

VRC

46 640

49 343

50 621

53 777

43 086

61 870

57 874

Aandeel in totale invoer

45 %

44 %

48 %

50 %

47 %

60 %

65 %

India

9 411

10 730

6 939

5 854

4 633

2 382

1 677

Aandeel in totale invoer

9 %

9 %

7 %

5 %

5 %

2 %

2 %

Laos

25 000 -28 000

21 000 -23 000

21 000 -23 000

23 000 -25 000

13 000 -15 000

15 000 -17 000

6 000 -8 000

Aandeel in totale invoer

25 %

19 %

21 %

22 %

15 %

16 %

8 %

Thailand

1 040

793

5 771

12 271

13 311

10 504

13 018

Aandeel in totale invoer

1 %

1 %

5 %

11 %

15 %

10 %

15 %

Totale invoer

104 458

112 997

106 440

107 611

91 260

102 563

88 575

Bron: databank overeenkomstig artikel 14, lid 6.

(31)

De invoer van wolfraamelektroden uit de VRC in de Unie is gedurende het onderzoektijdvak aanzienlijk afgenomen, met een scherpe daling van meer dan 67 % na de instelling van de oorspronkelijke maatregelen in maart 2007. Hoewel in de jaren vlak voor de nieuwe onderzoeken in verband met het vervallen van de maatregelen (2011 en 2018) sprake was van enige stijging, zette de neerwaartse trend tussen 2007 en de verslagperiode door, waarbij de invoer in de Unie voortdurend ongeveer 55 % onder het niveau van 2006 bleef.

(32)

Deze daling van de invoer uit de VRC werd in aanzienlijke mate geabsorbeerd door de stijging van de invoer uit India, Laos en Thailand in de daaropvolgende jaren, en met name vanaf 2012, toen de invoer uit die landen grotendeels in de plaats kwam van de invoer uit de VRC.

(33)

De invoer van het onderzochte product uit India in de Unie begon in 2007 en vond meteen in aanzienlijke hoeveelheden plaats. De invoer uit India was dat jaar goed voor 14 % van de totale invoer van het betrokken product. Deze invoer vertoonde vanaf 2008 echter een scherpe daling en fluctueerde gedurende het hele onderzoektijdvak tot aan de verslagperiode, toen de invoer uit India een marktaandeel van 1,5 % in de Unie vertegenwoordigde (en minder dan 2 % van de totale invoer van wolfraamelektroden in de Unie).

(34)

De invoer van het onderzochte product uit Laos in de Unie begon in 2012. In 2013 namen de invoerhoeveelheden scherp toe: vergeleken met het jaar daarvoor bijna een verviervoudiging. Die twee jaren vallen ook samen met een daling van de invoer uit de VRC. In 2013 bedroeg de invoer uit Laos in de Unie meer dan 50 % van de invoer uit de VRC. Hoewel de hoeveelheden van de invoer uit Laos vanaf 2017 in absolute cijfers scherp zijn gedaald, was in de verslagperiode vergeleken met 2012 nog steeds sprake van een stijging van 3 % en was de invoer uit Laos nog steeds goed voor 8 % van de totale invoer van wolfraamelektroden in de Unie (of meer dan 6 % van het verbruik).

(35)

De daling van de uitvoer in de verslagperiode moet worden gezien in samenhang met onderzoeken onder leiding van de Duitse douaneautoriteiten betreffende meerdere zendingen van wolfraamelektroden die in 2018 en 2019 vanuit Laos in de Unie werden ingevoerd. De Duitse douaneautoriteiten concludeerden dat deze zendingen een niet-preferentiële Chinese oorsprong hadden en gingen over tot de inning van de daaruit voortvloeiende antidumpingrechten. Een niet-verbonden importeur was het weliswaar niet eens met het standpunt van de Duitse douaneautoriteiten, maar bevestigde in zijn opmerkingen dat de daaropvolgende scherpe daling van de invoer uit Laos een gevolg was van het besluit van de douane.

(36)

Tot slot vertoonde de invoer van het onderzochte product uit Thailand in de Unie een scherpe stijging tussen 2012 en 2013. Deze opwaartse trend houdt sinds 2015 aan, met een afvlakking in 2018. Vóór 2013 was de invoer uit Thailand in de EU niet significant. De invoer uit Thailand is sinds 2015 voortdurend gestegen en had in de verslagperiode een marktaandeel van 12 % in de Unie en vertegenwoordigde 15 % van de totale invoer van wolfraamelektroden in de EU.

2.4.2.   Uitvoer uit de VRC naar India, Laos en Thailand

(37)

Tabel 2 toont de uitvoer van wolfraamelektroden uit de VRC naar India, Laos en Thailand in het onderzoektijdvak.

Tabel 2

Uitvoer uit de VRC (in kilogrammen)  (12)

(kg)

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

India

271 921

202 205

216 648

241 071

438 259

599 228

575 357

Laos

 

2 415

816

390

1 665

5 452

22 714

Thailand

66 884

106 907

143 409

137 872

334 519

655 966

567 601

(kg)

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

India

507 566

582 890

679 305

923 432

976 625

1 510 844

1 215 967

Laos

18 470

19 488

29 354

26 269

18 158

24 054

8 076

Thailand

762 681

718 377

550 901

735 516

664 661

714 948

795 232

Bron: GTA —© 2020 IHS Markit (gegevensbron: Chinese douane).

(38)

De uitvoer uit de VRC naar India is gedurende het hele onderzoektijdvak gestegen en tussen 2008 en 2015 meer dan verdubbeld. In het laatste jaar van het onderzoektijdvak nam de uitvoer vergeleken met 2017 met nog eens 24 % toe.

(39)

De uitvoer uit de VRC naar Laos daalde tussen 2008 en 2010 vergeleken met 2007, maar in 2012 verviervoudigde de uitvoer ten opzichte van het jaar daarvoor. Met uitzondering van 2013 en 2014, toen de uitvoer uit de VRC naar Laos iets lager was dan de uitvoer uit Laos naar de Unie, was de invoer uit de VRC in alle overige jaren hoger dan de uitvoer van Laos naar de Unie. De scherpe daling in 2019 ten opzichte van 2018 (33,3 %) vormt een afspiegeling van een vergelijkbare daling van de uitvoer uit Laos naar de Unie in dezelfde periode (42 %). Deze scherpe daling viel samen met de inning van antidumpingrechten door de Duitse douane naar aanleiding van het in overweging 35 genoemde onderzoek.

(40)

De uitvoer uit de VRC naar Thailand, tot slot, steeg, van 2006 naar 2007, eerst met 60 % en verviervoudigde van 2009 tot 2011. In 2012, 2015 en 2017 nam de invoer licht af, maar in 2019 steeg hij vergeleken met 2012 met 40 %. In het onderzoektijdvak is de uitvoer uit de VRC naar Thailand in totaal met 189 % gestegen.

2.4.3.   Conclusie over de verandering in de structuur van het handelsverkeer

(41)

De daling van de uitvoer uit de VRC naar de Unie, de gelijktijdige stijging van de uitvoer uit Laos en Thailand naar de Unie, in het bijzonder vanaf 2012, en de stijging van de uitvoer uit de VRC naar Laos en Thailand vormen een verandering in de structuur van het handelsverkeer tussen bovengenoemde landen en de Unie in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening.

(42)

In het geval van India laat de invoer in de Unie gedurende het hele onderzoektijdvak aanzienlijke fluctuaties zien. Na een aanzienlijke stijging tussen 2013 en 2016 zette in 2018 en de verslagperiode een neerwaartse trend in, ondanks het feit dat de invoer uit de VRC in India in dezelfde periode sterk steeg. De Commissie heeft derhalve niet kunnen vaststellen of er sprake is geweest van een verandering in de structuur van het handelsverkeer tussen India en de Unie.

2.5.   Aard van de ontwijking waarvoor, afgezien van de instelling van het antidumpingrecht, onvoldoende reden of economische rechtvaardiging bestaat

(43)

Artikel 13, lid 1, van de basisverordening bepaalt dat de verandering in de structuur van het handelsverkeer het gevolg moet zijn van praktijken, processen of werkzaamheden waarvoor, afgezien van de instelling van het recht, onvoldoende reden of economische rechtvaardiging bestaat. Bedoelde praktijken, processen of werkzaamheden omvatten onder andere het via derde landen verzenden van het product waarop de bestaande maatregelen van toepassing zijn alsmede assemblage-/voltooiingswerkzaamheden in een derde land als bedoeld in artikel 13, lid 2, van de basisverordening.

(44)

Aangezien geen enkele producent-exporteur zijn medewerking verleende, moesten de bevindingen betreffende het bestaan en de aard van ontwijkingspraktijken in India, Laos en Thailand overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd.

2.5.1.   India

(45)

Volgens de informatie die tijdens het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is verzameld, in het bijzonder de informatie die in het kader van dat onderzoek door de bedrijfstak van de Unie is verstrekt en door geen van de belanghebbenden is betwist, bevinden zich buiten de VRC en de Unie geen faciliteiten voor de productie van wolfraamelektroden. Zoals uiteengezet in overweging 27, heeft de vertegenwoordiging van India bij de Unie echter de namen en adressen verstrekt van zeven producenten-exporteurs in dat land. Geen van die ondernemingen heeft meegewerkt aan het onderzoek.

(46)

Bij ontstentenis van enig ander bewijs voor het bestaan van bedoelde praktijken, heeft de Commissie niet kunnen vaststellen of de uitvoer uit India naar de Unie als overlading dan wel als echte uitvoer moet worden aangemerkt.

(47)

Daarom heeft de Commissie ook niet kunnen vaststellen of de verandering in de structuur van het handelsverkeer met betrekking tot India het gevolg was van praktijken, processen of werkzaamheden waarvoor, afgezien van de instelling van het recht, onvoldoende reden of economische rechtvaardiging bestond.

2.5.2.   Laos

(48)

Uit het onderzoek is gebleken dat slechts één onderneming in Laos zich bezighoudt met de verkoop van wolfraamelektroden aan de Unie. Deze onderneming is volledig eigendom van een onderneming in de VRC waarop de geldende maatregelen van toepassing zijn (“de moederonderneming”).

(49)

De onderneming in Laos werd op 25 december 2012 opgericht en begon in februari 2013 met de productie van wolfraamelektroden. Deze periode markeert het begin van de verandering in de structuur van het handelsverkeer zoals beschreven in overweging 32. Zoals reeds vermeld, was er vóór 2012 geen uitvoer uit Laos naar de Unie. Verder komen de uitvoerhoeveelheden die de onderneming in het aanvraagformulier voor vrijstelling heeft opgegeven, overeen met de hoeveelheden die in de databank overeenkomstig artikel 14, lid 6, zijn geregistreerd, wat bevestigt dat deze onderneming de enige producent-exporteur in Laos is en dus goed is voor 100 % van de uitvoer uit Laos naar de EU. Op basis hiervan concludeert de Commissie dat de betrokken werkzaamheden sinds de opening van het antidumpingonderzoek zijn aangevangen of aanmerkelijk zijn toegenomen, zoals vereist op grond van artikel 13, lid 2, onder a).

(50)

De onderneming in Laos heeft gedurende het hele onderzoektijdvak alle in haar productiefaciliteit gebruikte wolfraamstiften gekocht van de moederonderneming in de VRC, die zelf wolfraamelektroden produceert en verkoopt. Aldus zijn de delen afkomstig uit het land waarop de maatregelen van toepassing zijn, zoals voorgeschreven in artikel 13, lid 2, onder a), van de basisverordening, en maken zij 100 % uit van de totale waarde van de delen van het geassembleerde/afgewerkte product in de zin van artikel 13, lid 2, onder b), van de basisverordening. Deze aankopen vormen al het betrokken product uit, namelijk wolfraamstaven en -stiften voor laselektroden.

(51)

De onderneming in Laos stelt dat zij van de moederonderneming wolfraamstiften koopt, die het betrokken product vormen, en daaraan door kleinere verrichtingen (slijpen, uitgloeien, kleuren en verpakken) meer dan 30 % waarde toevoegt.

(52)

Om de redenen genoemd in de overwegingen 21 tot en met 24 wordt de door de onderneming verstrekte informatie onvolledig en onbetrouwbaar geacht. Overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening is deze informatie dan ook buiten beschouwing gelaten en zijn de bevindingen op de beschikbare gegevens gebaseerd.

(53)

Gelet op het materieel dat de onderneming beweerdelijk in haar fabriek gebruikt en de werkzaamheden die beweerdelijk met betrekking tot de wolfraamstiften worden uitgevoerd, hebben de voltooiingswerkzaamheden hoofdzakelijk betrekking op de presentatie van het product en zijn ze niet gericht op een verandering van de basiskenmerken ervan.

(54)

Volgens de bedrijfstak van de Unie, die in het kader van het onderhavige onderzoek is geraadpleegd, leveren de werkzaamheden die de onderneming in Laos zegt uit te voeren, een toegevoegde waarde op van maximaal 16 % van de fabricagekosten van de input voor wolfraamelektroden. Op basis hiervan concludeert de Commissie dat de waarde die tijdens de assemblage- of voltooiingswerkzaamheden aan de ingevoerde delen wordt toegevoegd, minder dan 25 % van de fabricagekosten bedraagt, zoals artikel 13, lid 2, onder b), van de basisverordening vereist om te kunnen spreken van werkzaamheden die ontwijking inhouden.

(55)

Afgaande op de beschrijving van het fabricageproces die de bedrijfstak van de Unie bij eerdere onderzoeken heeft gegeven, hebben wolfraamstaven/-stiften zoals die welke door de onderneming van de moederonderneming worden gekocht, en die al geacht worden het betrokken product te zijn, en het eindproduct dat door de onderneming naar de Unie wordt uitgevoerd, dezelfde basiskenmerken. De werkzaamheden die de onderneming in Laos met betrekking tot het betrokken product zegt uit te voeren, resulteren bijgevolg niet in een significante verandering van de kenmerken ervan.

(56)

In haar opmerkingen na de mededeling van feiten en overwegingen heeft de onderneming in Laos de beste beschikbare gegevens betwist die de Commissie heeft gebruikt om de toegevoegde waarde van 16 % in Laos vast te stellen, en is volgens haar een totale toegevoegde waarde van 35 % “[…] een realistischere raming van de werkelijke kosten […]”die in Laos zijn gemaakt. Er is geen bewijs ter onderbouwing van dit argument aangevoerd. De Commissie acht dit argument derhalve ongegrond.

(57)

Op basis van de conclusies van de Duitse douane in het kader van het in overweging 35 genoemde onderzoek voert een niet-verbonden importeur in de Unie aan dat de in Laos uitgevoerde verwerkingswerkzaamheden tot gevolg hebben gehad dat de prijs van de in de VRC gekochte staven met 45 % is gestegen. De Commissie merkt op dat prijsstijgingen niet tot de criteria behoren waaraan moet zijn voldaan om te kunnen spreken van assemblage- of voltooiingswerkzaamheden die ontwijking inhouden in de zin van artikel 13, lid 2, van de basisverordening. Het argument is dan ook als irrelevant afgewezen.

(58)

Dezelfde niet-verbonden importeur voegt hier voorts aan toe dat het hem niet duidelijk is hoe de corrigerende werking van het recht wordt ondermijnd in de zin van artikel 13, lid 2, onder c), van de basisverordening, aangezien de invoer uit Laos in de loop der jaren is teruggelopen. De verandering in de structuur van het handelsverkeer wordt toegelicht in de overwegingen 34 en 35, en de ondermijning van de corrigerende werking van het recht in de overwegingen 74 tot en met 76. De Commissie heeft het argument dan ook afgewezen.

(59)

De moederonderneming heeft de capaciteit voor de productie van het betrokken product, tot en met de laatste bewerking en inclusief de werkzaamheden waarvan de onderneming in Laos stelt dat die door haar worden uitgevoerd. Bijgevolg lijkt er geen andere reden of economische rechtvaardiging voor de voltooiingswerkzaamheden in Laos te bestaan dan het ontwijken van de geldende maatregelen.

(60)

De niet-verbonden importeur in de Unie heeft gewezen op het significante effect dat het slijpen en het uitgloeien op de kwaliteit en de bruikbaarheid van de goederen hebben, en heeft aangevoerd dat deze twee stappen resulteren in een hoog energieverbruik en sterke benutting van de factor arbeid, wat de belangrijkste redenen zijn waarom de voltooiingswerkzaamheden plaatsvinden in Laos, waar de kosten van elektriciteit en arbeid lager zijn dan in de VRC. Met betrekking tot de economische grondgedachte achter het besluit om de voltooiingswerkzaamheden naar Laos te verplaatsen, merkt de Commissie op dat dit geen vereiste is om te kunnen spreken van voltooiingswerkzaamheden die ontwijking inhouden in de zin van artikel 13, lid 2, van de basisverordening. Derhalve is het argument afgewezen.

(61)

Op basis van al het bovenstaande stelt de Commissie vast dat de onderneming betrokken is geweest bij voltooiingswerkzaamheden die ontwijking van de geldende maatregelen in de zin van artikel 13, lid 2, van de basisverordening vormen. Aangezien de door deze onderneming uitgevoerde hoeveelheden de totale invoer uit Laos in de Unie in de verslagperiode bestreken, geldt deze vaststelling voor het hele land.

(62)

Na de mededeling van feiten en overwegingen heeft een niet-verbonden importeur in de Unie aangevoerd dat de Commissie niet heeft aangetoond dat er sprake was van assemblage-/voltooiingswerkzaamheden als ontwijkingspraktijk in de zin van artikel 13, lid 2, van de basisverordening; hij heeft evenwel geen bewijsmateriaal ter onderbouwing hiervan verstrekt. De Commissie heeft dit argument derhalve afgewezen, omdat op basis van de haar beschikbare gegevens en zoals uiteengezet in de overwegingen 48 tot en met 61, aan alle voorwaarden van artikel 13, lid 2, van de basisverordening is voldaan.

(63)

Bovendien hebben de Duitse douaneautoriteiten in het kader van het in overweging 35 genoemde onderzoek, op basis van de uitkomst van een gezamenlijk met de Laotiaanse autoriteiten uitgevoerde controle ter plaatse, voor de vaststelling van het antidumpingrecht geconcludeerd dat van januari 2018 tot april 2019 beweerdelijk in Laos gefabriceerde wolfraamelektroden feitelijk van oorsprong uit de VRC waren.

2.5.3.   Thailand

(64)

Volgens de informatie die tijdens het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is verzameld, in het bijzonder de informatie die in het kader van dat onderzoek door de bedrijfstak van de Unie is verstrekt en door geen van de belanghebbenden is betwist, bevinden zich buiten de VRC en de Unie geen faciliteiten voor de productie van wolfraamelektroden. Wat Thailand betreft, is dat in het kader van dit onderzoek bevestigd. Zoals uiteengezet in overweging 27, heeft de vertegenwoordiging van Thailand bij de Unie verklaard dat in dat land officieel geen fabrieken voor wolfraamelektroden staan geregistreerd.

(65)

Cijfers uit de GTA laten zien dat in 2018 en 2019, 95 % van de wereldwijde uitvoer uit Thailand bestemd was voor de Unie. De hoeveelheden en eindbestemmingen komen overeen met de invoerstatistieken volgens de databank overeenkomstig artikel 14, lid 6, met Italië als hoofdbestemming. De uitvoer uit de VRC naar Thailand in die jaren laat vergelijkbare hoeveelheden zien.

(66)

De snelle stijging van de uitvoer uit Thailand naar de Unie vanaf 2013 en de daling van de uitvoer uit de VRC naar de Unie, moeten worden beoordeeld in het licht van het in de overwegingen 64 en 65 genoemde bewijsmateriaal. Al deze elementen nopen tot de conclusie dat er sprake was van overlading, waarvoor geen andere economische reden bestond dan het ontwijken van de geldende maatregelen. De afwezigheid van daadwerkelijke productie in Thailand, zoals bevestigd door de vertegenwoordiging van Thailand bij de Unie, en het feit dat de uitvoer bijna uitsluitend naar de Unie ging, leiden tot de conclusie dat alle uit Thailand naar de Unie uitgevoerde hoeveelheden niet daadwerkelijk aldaar waren geproduceerd, maar dat het ging om overlading van zendingen van oorsprong uit de VRC.

(67)

Verder is uit onderzoek dat de Commissie tussen 2016 en 2019 in nauwe samenwerking met de douaneautoriteiten van Duitsland, Italië en Spanje heeft uitgevoerd, gebleken dat in die periode zendingen wolfraamelektroden van oorsprong uit de VRC in Thailand werden overgeladen voor verder vervoer naar de Unie. Naar aanleiding hiervan is al een procedure tot navordering van antidumpingrechten ingeleid.

2.6.   Ondermijning van de corrigerende werking van het antidumpingrecht

(68)

Voor de beoordeling van de vraag of de invoer uit India, Laos en Thailand, gezien de prijzen en/of de hoeveelheden, de corrigerende werking van de bestaande maatregelen heeft ondermijnd, is gebruikgemaakt van de uitvoerprijzen en -hoeveelheden zoals geregistreerd in de databank overeenkomstig artikel 14, lid 6. De Commissie heeft de gemiddelde geen schadeveroorzakende prijs zoals vastgesteld bij het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, vergeleken met de gewogen gemiddelde cif-uitvoerprijzen, met de nodige correcties voor conventionele douanerechten en kosten na inklaring.

2.6.1.   India

(69)

Aangezien de verkoopprijs per eenheid voor de invoer uit India, zoals vastgesteld volgens de in overweging 68 beschreven methode, gedurende de verslagperiode aanzienlijk hoger was dan bovengenoemde gemiddelde geen schadeveroorzakende prijs, heeft de Commissie geconcludeerd dat het bij de Indiase uitvoerprijzen niet om schadeveroorzakende prijzen ging.

(70)

Bij het onderzoek is vastgesteld dat de uitvoer uit India naar de Unie minder dan 2 % van de totale invoer van wolfraamelektroden in de Unie vertegenwoordigde en 1,5 % van het verbruik in de Unie, volgens ramingen uit het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. Zoals uiteengezet in de overwegingen 42, 46 en 47, heeft de Commissie niet kunnen vaststellen of zich een verandering in de structuur van het handelsverkeer heeft voorgedaan en evenmin of deze uitvoer uit India als overlading dan wel als echte uitvoer moet worden aangemerkt.

(71)

In het licht van het bovenstaande kan de Commissie niet concluderen dat de bestaande maatregelen door de uitvoer van het onderzochte product uit India worden ondermijnd.

2.6.2.   Laos

(72)

Zoals uiteengezet in overweging 21, is de Commissie op basis van een vergelijking van de in het aanvraagformulier voor vrijstelling door de onderneming uit Laos verstrekte informatie en de informatie die in de databank overeenkomstig artikel 14, lid 6, is geregistreerd, tot de conclusie gekomen dat de van deze onderneming ingevoerde hoeveelheden goed waren voor de totale invoer van wolfraamelektroden uit Laos in de Unie in de verslagperiode.

(73)

Een prijsvergelijking volgens de methode beschreven in overweging 68 laat zien dat er in het geval van de invoer uit Laos sprake is van prijsbederf.

(74)

Bij het onderzoek is vastgesteld dat de hoeveelheden die werden uitgevoerd en die de bestaande maatregelen bleken te ontwijken, aanzienlijk waren en meer dan 6 % van het verbruik in de Unie vertegenwoordigden.

(75)

De Commissie concludeert dat, gezien de hoeveelheden en de prijzen, de bestaande maatregelen worden ondermijnd door de invoer uit Laos waarop dit onderzoek betrekking heeft.

(76)

Na de mededeling van feiten en overwegingen heeft een niet-verbonden importeur in de Unie aangevoerd dat het hem niet duidelijk is hoe de corrigerende werking van het recht wordt ondermijnd in de zin van artikel 13, lid 2, onder c), van de basisverordening, aangezien de invoer uit Laos in de loop der jaren is teruggelopen. Het feit dat de invoer is teruggelopen en de redenen voor deze schommelingen (zie de overwegingen 34 en 35) hebben evenwel geen invloed op de bevindingen van de Commissie. Zoals uiteengezet in de overwegingen 48 tot en met 63 en in dit punt, houden de door de onderneming uitgevoerde voltooiingswerkzaamheden ontwijking in, en de uitvoer van deze onderneming naar de EU in de verslagperiode waarbij sprake is van ontwijking, maakte meer dan 6 % van het verbruik in de Unie uit en vond plaats tegen schadeveroorzakende prijzen. De Commissie heeft het argument dan ook afgewezen.

2.6.3.   Thailand

(77)

Een prijsvergelijking volgens de methode beschreven in overweging 68 laat zien dat er in het geval van de invoer uit Thailand sprake is van prijsbederf.

(78)

Bij het onderzoek is vastgesteld dat de hoeveelheden die werden uitgevoerd en die de bestaande maatregelen bleken te ontwijken, aanzienlijk waren en een marktaandeel van 12 % in de Unie vertegenwoordigden.

(79)

De Commissie concludeert dat, gezien de hoeveelheden en de prijzen, de bestaande maatregelen worden ondermijnd door de invoer uit Thailand waarop dit onderzoek betrekking heeft.

2.7.   Bewijs van dumping

(80)

Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of er bewijs is van dumping ten aanzien van de normale waarde zoals die bij het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is vastgesteld voor het soortgelijke product.

2.7.1.   India

(81)

Voor het vaststellen van de normale waarde heeft de Commissie gebruikgemaakt van de gegevens van het laatste onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen heeft geleid, namelijk de normale waarde af fabriek die is vastgesteld in punt 3.3.4.5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1267 van de Commissie.

(82)

Voor het vaststellen van de prijzen bij uitvoer uit India heeft de Commissie gebruikgemaakt van de gemiddelde uitvoerprijs van wolfraamelektroden in de verslagperiode, zoals geregistreerd in de databank overeenkomstig artikel 14, lid 6. Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening is de gewogen gemiddelde normale waarde die bij het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is vastgesteld, vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijzen in de verslagperiode van dit onderzoek, zoals geregistreerd in de databank overeenkomstig artikel 14, lid 6 (13).

(83)

De gemiddelde prijzen bij uitvoer naar de Unie in de verslagperiode lagen ver boven de normale waarde zoals die bij het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is vastgesteld.

(84)

Op basis van bovenstaande analyse concludeert de Commissie dat er ten aanzien van de invoer uit India geen bewijs van dumping is.

2.7.2.   Laos

(85)

De Commissie heeft dezelfde methode waarbij de normale waarde wordt vastgesteld op basis van de gegevens van het laatste onderzoek en de databank overeenkomstig artikel 14, lid 6, gebruikt om de prijzen bij uitvoer uit Laos vast te stellen.

(86)

De gemiddelde prijzen bij uitvoer van wolfraamelektroden uit Laos naar de Unie in de verslagperiode, zoals geregistreerd in de databank overeenkomstig artikel 14, lid 6, en bevestigd door de onderneming in Laos, waren lager dan de normale waarde die bij het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is vastgesteld, waardoor er sprake is van dumping.

2.7.3.   Thailand

(87)

De Commissie heeft dezelfde methode waarbij de normale waarde wordt vastgesteld op basis van de gegevens van het laatste onderzoek en de databank overeenkomstig artikel 14, lid 6, gebruikt om de prijzen bij uitvoer uit Thailand vast te stellen.

(88)

De gemiddelde prijzen bij uitvoer uit Thailand naar de Unie in de verslagperiode, zoals geregistreerd in de databank overeenkomstig artikel 14, lid 6, lagen ver beneden de normale waarde die bij het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is vastgesteld, waardoor er sprake is van aanzienlijke dumping.

3.   MAATREGELEN

(89)

Op basis van deze bevindingen concludeert de Commissie dat het antidumpingrecht dat is ingesteld op wolfraamelektroden van oorsprong uit de VRC, via Laos en Thailand wordt ontweken.

(90)

Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de basisverordening moeten de geldende antidumpingmaatregelen derhalve worden uitgebreid tot de invoer van hetzelfde product verzonden vanuit Laos en Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Laos en Thailand.

(91)

De uit te breiden maatregel dient de maatregel te zijn die bij artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1267 van de Commissie is vastgesteld voor “alle andere ondernemingen”, namelijk een definitief antidumpingrecht van 63,5 %, van toepassing op de cif-nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring.

(92)

Overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening moeten uitgebreide maatregelen worden toegepast op goederen waarvan de invoer in de Unie overeenkomstig de openingsverordening is geregistreerd. Daarom moeten rechten worden geheven op vanuit Laos en Thailand verzonden wolfraamelektroden waarvan de invoer is geregistreerd.

4.   BEËINDIGING VAN HET ONDERZOEK TEN AANZIEN VAN INDIA

(93)

Gezien de bevindingen betreffende India moet het huidige onderzoek naar mogelijke ontwijking van de geldende maatregelen door de invoer van wolfraamelektroden verzonden vanuit India worden beëindigd en moet de bij de openingsverordening ingestelde registratie van de invoer van wolfraamelektroden verzonden vanuit India worden opgeheven.

(94)

Aan de voorwaarden van artikel 13, lid 1, van de basisverordening voor vaststelling van het bestaan van ontwijking is niet voldaan en de geldende maatregelen betreffende de invoer van het betrokken product van oorsprong uit de VRC dienen niet te worden uitgebreid tot de invoer van hetzelfde product verzonden vanuit India, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India.

5.   VERZOEK OM VRIJSTELLING

(95)

De onderneming in Laos die overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening verzoekt om vrijstelling van eventuele uitgebreide maatregelen, heeft een aanvraagformulier voor vrijstelling ingevuld.

(96)

Zoals uiteengezet in de overwegingen 21 tot en met 24, heeft de onderneming verzuimd om in het aanvraagformulier voor vrijstelling de noodzakelijke informatie te verstrekken en heeft de Commissie de verstrekte informatie om die reden buiten beschouwing gelaten. Op basis van de beschikbare gegevens heeft de Commissie geconcludeerd dat de onderneming betrokken is bij ontwijkingspraktijken. Derhalve kan op grond van artikel 13, lid 4, van de basisverordening aan deze onderneming geen vrijstelling worden verleend.

(97)

Zoals uiteengezet in overweging 23, heeft de Commissie besloten om af te zien van controlebezoeken bij de onderneming die om vrijstelling heeft verzocht.

(98)

Overeenkomstig de mededeling over de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 voor antidumping- en antisubsidieonderzoeken kan de Commissie, zodra de gebieden waar de onderzochte producenten-exporteurs zijn gevestigd niet langer als onveilige reisbestemmingen worden aangemerkt, op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening ambtshalve een nieuw onderzoek openen.

6.   MEDEDELING VAN FEITEN EN OVERWEGINGEN

(99)

Op 25 juni 2020 heeft de Commissie aan alle belanghebbenden de belangrijkste feiten en overwegingen meegedeeld die tot voornoemde conclusies hebben geleid, en heeft zij de belanghebbenden verzocht om opmerkingen in te dienen. Zij heeft opmerkingen ontvangen van één niet-verbonden importeur in de Unie, van de onderneming in Laos en van de vertegenwoordiging van de Democratische Volksrepubliek Laos bij de Unie. Met de mondelinge en schriftelijke opmerkingen van de belanghebbenden is in voorkomend geval rekening gehouden.

(100)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Het bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1267 ingestelde definitieve antidumpingrecht op wolfraamelektroden van oorsprong uit de Volksrepubliek China wordt uitgebreid tot laselektroden van wolfraam, met inbegrip van wolfraamstaven en -stiften voor laselektroden, met ten minste 94 gewichtspercenten wolfraam, andere dan enkel door sinteren verkregen, al dan niet op lengte gesneden, verzonden vanuit Laos en Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Laos en Thailand, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8101 99 10 en ex 8515 90 80 (Taric-codes 8101991011, 8101991012, 8515908011 en 8515908012).

2.   Het bij lid 1 van dit artikel uitgebreide recht wordt geïnd op ingevoerde producten verzonden vanuit Laos en Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Laos en Thailand, die overeenkomstig artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2171 alsmede artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1036 worden geregistreerd.

3.   Het bedrag van de antidumpingrechten die met terugwerkende kracht worden geïnd, is het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van het antidumpingrecht van 63,5 % dat voor “alle andere ondernemingen” geldt.

4.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Het onderzoek naar de mogelijke ontwijking van de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1267 ingestelde antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van laselektroden van wolfraam van oorsprong uit de Volksrepubliek China, door invoer verzonden uit India, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India, dat is geopend bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2171 van de Commissie tot opening van dit onderzoek en tot registratie van deze invoer, wordt beëindigd.

Artikel 3

De douaneautoriteiten wordt opgedragen de bij artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2171 ingestelde registratie van de invoer te beëindigen.

Artikel 4

1.   Verzoeken om vrijstelling van het bij artikel 1 uitgebreide recht moeten schriftelijk worden ingediend in een van de officiële talen van de Europese Unie en zijn ondertekend door een persoon die gemachtigd is om de entiteit die om de vrijstelling verzoekt, te vertegenwoordigen. Het verzoek moet aan het onderstaande adres worden gestuurd:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat H

Kamer CHAR 04/39

1049 Brussel

België

2.   Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1036 kan de Commissie de invoer van ondernemingen die de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1267 ingestelde antidumpingmaatregelen niet ontwijken, bij besluit vrijstellen van het bij artikel 1 uitgebreide recht.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 september 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  Verordening (EG) nr. 260/2007 van de Raad van 9 maart 2007 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en definitieve inning van het voorlopige recht op de invoer van wolfraamelektroden uit de Volksrepubliek China (PB L 72 van 13.3.2007, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 508/2013 van de Raad van 29 mei 2013 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde wolfraamelektroden van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (PB L 150 van 4.6.2013, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1267 van de Commissie van 26 juli 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op wolfraamelektroden van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 (PB L 200 van 29.7.2019, blz. 4).

(5)  PB L 200 van 29.7.2019, blz. 4, overwegingen 28 en 103.

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2171 van de Commissie van 17 december 2019 tot opening van een onderzoek naar de mogelijke ontwijking van de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1267 ingestelde antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van wolfraamelektroden van oorsprong uit de Volksrepubliek China, door de invoer van uit India, Laos en Thailand verzonden wolfraamelektroden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India, Laos en Thailand, en tot registratie van deze invoer (PB L 329 van 19.12.2019, blz. 86).

(7)  Aangezien alle invoer uit Laos in de Unie afkomstig was van de enige Laotiaanse producent/exporteur, zoals uiteengezet in overweging 21, kunnen de exacte totale hoeveelheden van de uitvoer uit Laos naar de Unie om redenen van vertrouwelijkheid niet worden bekendgemaakt.

(8)  Voor 2006, het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de maatregelen werden ingesteld, zijn geen gegevens beschikbaar. De Commissie heeft op basis van de gegevens van de invoer uit de VRC in de jaren 2001-2005, zoals die beschikbaar zijn uit het vorige onderzoek, derhalve een trend berekend en die vervolgens geëxtrapoleerd naar 2006 (aan de hand van een lineaire trendlijn), met het vermelde cijfer als resultaat.

(9)  Comext en Surveillance 2 vermelden voor dit jaar geen invoer uit India.

(10)  Idem voor Laos.

(11)  Idem voor Thailand.

(12)  Aangegeven onder de achtcijferige codes 81019910 en 85159000, de codes van de Chinese douanenomenclatuur die het meest overeenkomen met de Taric-codes voor het onderzochte product.

(13)  Bij de vergelijkingen die in het kader van dit onderzoek zijn gemaakt, is het cif-niveau zoals vermeld in de databank overeenkomstig artikel 14, lid 6, niet gecorrigeerd tot het niveau af fabriek. Vanwege de hoge prijs van wolfraamelektroden zou deze correctie onbeduidend zijn geweest (bij het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen werd voor invoer uit de VRC een correctie vastgesteld in de orde van grootte van nul tot één EUR per kg) en de vergelijkingen die zijn gemaakt voor het vaststellen van bewijs van dumping, niet wezenlijk hebben beïnvloed.


Top