EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32020R0599

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/599 van de Commissie van 30 april 2020 waarbij toestemming wordt verleend voor overeenkomsten en besluiten betreffende productieplanning in de sector melk en zuivelproducten

C/2020/2887

OJ L 140, 4.5.2020, p. 37–39 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/599/oj

4.5.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 140/37


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/599 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2020

waarbij toestemming wordt verleend voor overeenkomsten en besluiten betreffende productieplanning in de sector melk en zuivelproducten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 222,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De huidige Covid-19-pandemie en de strenge verplaatsingsbeperkingen die voor personen in de lidstaten zijn ingevoerd, hebben voor de sector melk en zuivelproducten tot economische ontwrichting geleid, waardoor de landbouwers financiële moeilijkheden en liquiditeitsproblemen ondervinden.

(2)

Door de verspreiding van de ziekte en de ingevoerde maatregelen zijn minder arbeidskrachten beschikbaar, waardoor met name de fasen van productie, inzameling en verwerking van melk in het gedrang komen. Dit creëert extra moeilijkheden voor de sector, aangezien de verwerkende industrie alternatieve oplossingen moet vinden om de rauwe melk, die blijft geproduceerd worden, in te zamelen terwijl er problemen zijn in de fabrieken.

(3)

De verplichte sluiting van winkels, markten, restaurants en andere horecagelegenheden heeft ook de horeca en de cateringbedrijven stilgelegd, met aanzienlijke veranderingen in de vraagpatronen voor melk en zuivelproducten als gevolg. De consumentenvraag is verschoven naar basisproducten, ten nadele van gespecialiseerde melkproducten. De consumptie in de horeca- en cateringsector is traditioneel goed voor ongeveer 10 tot 20 % – naargelang van het product – van de productie van melk en zuivelproducten in de Unie. Bijgevolg is de vraag van de horeca- en cateringsector naar bepaalde melk- en zuivelproducten gedaald. Zo is bijvoorbeeld meer dan de helft van de productie van mozzarellakaas van de Unie bestemd voor de cateringsector. De stijging van de consumptie van bepaalde zuivelproducten in de detailhandel weegt niet op tegen de daling van de vraag in de horeca- en cateringsector.

(4)

Bovendien zeggen kopers van melk en zuivelproducten in de Unie en op de wereldmarkt contracten op en stellen ze de sluiting van nieuwe contracten uit in afwachting van verdere prijsdalingen. Ook wordt de uitvoer van melk en zuivelproducten getroffen door logistieke problemen, aangezien de uitbraak van de Covid-19-pandemie in China heeft geleid tot aanzienlijke havencongestie in dat land en elders. De stijging van het aantal geannuleerde afvaarten zal waarschijnlijk minstens tot juni 2020 aanhouden, waardoor minder containers beschikbaar zijn, prijzen aanzienlijk de hoogte ingaan en exporteurs worden geconfronteerd met uitgestelde zendingen. De uitvoer naar derde landen vertegenwoordigt ongeveer 15 % van de totale productie van melk en zuivelproducten (in volume) in de Unie.

(5)

Daarom wordt een deel van de opgehaalde rauwe melk verwerkt tot bulkproducten met een lange houdbaarheid die minder arbeidsintensief zijn, zoals mageremelkpoeder en boter, in grotere hoeveelheden dan de reguliere vraag op de markt. Veel productielocaties in de Unie beschikken echter niet over de capaciteit om melk tot verschillende producten te verwerken en moeten doorgaan met het produceren van zuivelproducten waarvoor de vraag sterk is gedaald.

(6)

Dit gebrek aan evenwicht tussen vraag en aanbod leidt tot een economische ontwrichting van de sector melk en zuivelproducten. Door die disbalans zijn de groothandelsprijzen voor melk en zuivelproducten aanzienlijk gedaald, met name sinds begin maart 2020: met 19 % voor mageremelkpoeder en met 14 % voor boter. De prijzen van mageremelkpoeder en boter, de producten waarin de overtollige rauwe melk wordt verwerkt wanneer de melkproductie de vraag overstijgt, zijn de eerste die sterk zijn gedaald. Op basis van de prijzen van mageremelkpoeder en boter wordt geschat dat de groothandelsprijs voor rauwe-melkequivalent tussen begin februari en de eerste week van april met 24 % is gedaald. De prijsdaling van dit voorjaar is uitzonderlijk omdat de veranderingen in de vraag als gevolg van de verplaatsingsbeperkende maatregelen samenvallen met de seizoensgebonden piek in de melkproductie. Verwacht wordt dat de prijzen voor melk en zuivelproducten verder zullen dalen naarmate het volume van de melkproductie zal stijgen in het voorjaar en de zomer, i.e. het hoogseizoen voor de productie in de sector melk en zuivelproducten.

(7)

Gezien de bovenvermelde omstandigheden wordt deze situatie beschouwd als een periode van ernstig verstoord marktevenwicht.

(8)

Om de sector melk en zuivelproducten te helpen bij het vinden van een evenwicht in deze periode van ernstig verstoord marktevenwicht, is het passend landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties toe te staan overeenkomsten te sluiten en besluiten vast te stellen. Dergelijke overeenkomsten en besluiten zouden een collectieve inspanning van de marktdeelnemers kunnen omvatten om de productie van rauwe melk te plannen in overeenstemming met de veranderende vraagpatronen.

(9)

Overeenkomsten of besluiten betreffende de productieplanning moeten tijdelijk worden toegestaan voor een periode van zes maanden die samenvalt met het voorjaar en de zomer, het hoogseizoen voor de productie in de sector melk en zuivelproducten, en zouden zo de grootst mogelijke impact moeten hebben.

(10)

Aangezien de ernstige marktverstoring zich voordoet sinds begin april 2020, moet de periode van zes maanden ingaan op 1 april 2020.

(11)

Overeenkomstig artikel 222, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 mag de machtiging worden verleend als de goede werking van de interne markt er niet door wordt ondermijnd en de overeenkomsten en besluiten uitsluitend tot doel hebben de sector te stabiliseren. Deze specifieke voorwaarden sluiten overeenkomsten en besluiten uit die direct of indirect leiden tot compartimentering van de markten, tot discriminatie op basis van nationaliteit of tot prijszetting. Indien de overeenkomsten en besluiten niet of niet meer aan deze voorwaarden voldoen, is artikel 101, lid 1, van het Verdrag van toepassing op deze overeenkomsten en besluiten.

(12)

De machtiging die bij deze verordening wordt verleend, moet het grondgebied van de Unie bestrijken, aangezien het ernstig verstoorde marktevenwicht zich in de hele Unie voordoet.

(13)

Om de lidstaten in staat te stellen te beoordelen of de overeenkomsten en besluiten de goede werking van de interne markt niet ondermijnen en uitsluitend tot doel hebben de sector melk en zuivelproducten te stabiliseren, dient aan de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de mededingingsautoriteiten, van de lidstaat met het hoogste aandeel in het geraamde volume van de melkproductie waarop die overeenkomsten of besluiten betrekking hebben, informatie te worden verstrekt over de gesloten overeenkomsten en de vastgestelde besluiten en over het desbetreffende productievolume en de looptijd ervan.

(14)

Aangezien het marktevenwicht ernstig verstoord is en de seizoenspiek in aantocht is, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan.

(15)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onverminderd artikel 152, lid 1 bis, artikel 209, lid 1, en artikel 210, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 worden landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties in de sector melk en zuivelproducten hierbij gemachtigd om tijdens een periode van zes maanden die ingaat op 1 april 2020, overeenkomsten te sluiten en gezamenlijke besluiten vast te stellen betreffende de planning van het volume rauwe melk dat zal worden geproduceerd.

Artikel 2

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in artikel 1 bedoelde overeenkomsten en besluiten de goede werking van de interne markt niet ondermijnen en uitsluitend tot doel hebben de sector melk en zuivelproducten te stabiliseren.

Artikel 3

Het geografische toepassingsgebied van deze machtiging is het grondgebied van de Unie.

Artikel 4

1.   Zodra de in artikel 1 bedoelde overeenkomsten of besluiten zijn gesloten of vastgesteld, stellen de betrokken landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties de bevoegde autoriteiten van de lidstaat die het hoogste aandeel heeft in het geraamde volume van de melkproductie waarop deze overeenkomsten of besluiten betrekking hebben, in kennis van deze overeenkomsten of besluiten, met opgave van de volgende gegevens:

a)

een raming van het betrokken productievolume;

b)

de verwachte uitvoeringsperiode.

2.   Uiterlijk 25 dagen na het verstrijken van de in artikel 1 bedoelde periode van zes maanden stellen de betrokken landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties de in lid 1 van dit artikel bedoelde bevoegde autoriteiten in kennis van het productievolume waarop de overeenkomsten of besluiten daadwerkelijk betrekking hebben.

3.   Overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie (2) stellen de lidstaten de Commissie in kennis van het volgende:

a)

uiterlijk vijf dagen na het verstrijken van elke periode van één maand, de overeenkomsten en besluiten die hun overeenkomstig lid 1 in die periode zijn meegedeeld;

b)

uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de in artikel 1 bedoelde periode van zes maanden, een overzicht van de in die periode uitgevoerde overeenkomsten en besluiten.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie van 20 april 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten en tot wijziging en intrekking van diverse verordeningen van de Commissie (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 113).


Top