EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32020R0459

Verordening (EU) 2020/459 van het Europees Parlement en de Raad van 30 maart 2020 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad betreffende de toewijzing van slots op communautaire luchthavens (Voor de EER relevante tekst)

PE/4/2020/REV/1

OJ L 99, 31.3.2020, p. 1–4 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/459/oj

31.3.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 99/1


VERORDENING (EU) 2020/459 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 30 maart 2020

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad betreffende de toewijzing van slots op communautaire luchthavens

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Na raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De uitbraak van COVID-19 heeft geleid tot een sterke terugval van het luchtverkeer door een sterke daling van de vraag en rechtstreekse maatregelen van de lidstaten en derde landen om de uitbraak in te dammen. De ernstige gevolgen daarvan voor luchtvaartmaatschappijen werden in januari 2020 reeds zichtbaar voor verkeer van en naar de Volksrepubliek China en de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China, zijn sinds 1 maart 2020 alomtegenwoordig en zullen waarschijnlijk een gevolgen hebben voor twee dienstregelingsperiodes, namelijk het winterseizoen 2019/2020 en het zomerseizoen 2020.

(2)

Op die omstandigheden hebben luchtvaartmaatschappijen geen invloed en de daaruit voortvloeiende vrijwillige of verplichte annulering van luchtdiensten door luchtvaartmaatschappijen is een noodzakelijk of gerechtvaardigd antwoord op die omstandigheden. Met name vrijwillige annuleringen beschermen de financiële gezondheid van luchtvaartmaatschappijen en vermijden de negatieve gevolgen voor het milieu van lege of nagenoeg lege vluchten die enkel worden uitgevoerd om de onderliggende luchthavenslots te behouden.

(3)

Cijfers gepubliceerd door Eurocontrol — die de netwerkbeheerder is voor de luchtverkeersnetdiensten van het gemeenschappelijke Europese luchtruim — wijzen op een daling van het luchtverkeer met ongeveer 10 % tijdens de eerste helft van maart 2020 ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De luchtvaartmaatschappijen rapporteren een sterke terugval van boekingen voor de toekomst en annuleren als gevolg van de uitbraak talrijke vluchten in de winterdienstregeling 2019-2020 en de zomerdienstregeling 2020.

(4)

Uit hoofde van artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad (2), gelezen in samenhang met artikel 10, lid 2, daarvan, kan een luchtvaartmaatschappij die op een gecoördineerde luchthaven minder dan 80 % van de haar toegewezen reeks slots heeft geëxploiteerd haar verworven rechten op die slots verliezen.

(5)

Krachtens artikel 10, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 95/93 mogen slotcoördinatoren voor de berekening van de verworven rechten de niet-benutting van luchthavenslots buiten beschouwing laten voor periodes waarin de luchtvaartmaatschappij de geplande luchtdiensten niet kon uitvoeren vanwege bijvoorbeeld de sluiting van luchthavens. Dat artikel heeft echter geen betrekking op situaties zoals de uitbraak van COVID-19. Verordening (EEG) nr. 95/93 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

In het licht van bekende boekingen voor de toekomst en epidemiologische voorspellingen kan op dit moment redelijkerwijs worden aangenomen dat er in de periode tussen 1 maart 2020 en op zijn vroegst 24 oktober 2020 een aanzienlijk aantal vluchten zal worden geannuleerd vanwege de uitbraak van COVID-19. De niet-benutting van voor die periode toegewezen slots mag er niet toe leiden dat luchtvaartmaatschappijen de verworven rechten verliezen die zij anders zouden genieten. Daarom moet voor het overeenkomstige volgende seizoen worden vastgesteld onder welke voorwaarden niet-geëxploiteerde slots moeten worden beschouwd als slots die wel zijn benut.

(7)

Slots op gecoördineerde luchthavens zijn een waardevolle economische hulpbron. Ondanks de algemene terugval van het luchtverkeer dient de annulering van luchtdiensten echter geen belemmering te vormen voor het gebruik van luchthavenslots door andere luchtvaartmaatschappijen die ze op tijdelijke basis zouden willen gebruiken, zonder dat zulke slots zouden bijdragen tot de opbouw van verworven rechten. Daarom moeten slots die niet worden gebruikt door de luchtvaartmaatschappij waaraan zij zijn toegewezen, onverwijld worden teruggegeven aan de coördinator.

(8)

De verdere ontwikkeling van COVID-19 en de verdere gevolgen ervan voor de luchtvaartmaatschappijen zijn moeilijk te voorspellen. De Commissie moet de gevolgen van COVID-19 voor de luchtvaartsector voortdurend analyseren en de Unie moet in staat zijn de periode waarin de door deze verordening beoogde maatregelen van toepassing zijn, onverwijld te verlengen indien de ongunstige omstandigheden aanhouden.

(9)

Daar de doelstelling van deze verordening, met name om niet-geëxploiteerde slots vanwege de uitbraak van COVID-19 te beschouwen als slots die wel zijn benut, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

(10)

Teneinde de bij deze verordening vastgestelde maatregelen indien nodig en gerechtvaardigd te verlengen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen tot verlenging van de periode waarin de door deze verordening beoogde maatregelen van toepassing zijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (3). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(11)

Gezien de urgentie die voortvloeit uit de uitzonderlijke omstandigheden ten gevolge van de uitbraak van COVID-19, werd het nodig geacht een uitzondering te maken op de periode van acht weken als bedoeld in artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

(12)

Deze verordening moet met spoed in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 95/93 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 10 bis wordt vervangen door:

Artikel 10 bis

1.   Voor de toepassing van artikel 8, lid 2, en artikel 10, lid 2, beschouwen de coördinatoren slots die zijn toegewezen voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 24 oktober 2020 als geëxploiteerd door de luchtvaartmaatschappij waaraan zij oorspronkelijk waren toegewezen.

2.   Voor de toepassing van artikel 8, lid 2, en artikel 10, lid 2, beschouwen de coördinatoren slots die zijn toegewezen voor de periode van 23 januari 2020 tot en met 29 februari 2020 ten aanzien van luchtdiensten tussen luchthavens in de Unie en luchthavens in hetzij de Volksrepubliek China, hetzij de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China als geëxploiteerd door de luchtvaartmaatschappij waaraan zij oorspronkelijk waren toegewezen.

3.   Met betrekking tot slots met een datum later dan 8 april 2020, is lid 1 alleen van toepassing als de relevante ongebruikte slots ter beschikking van de coördinator zijn gesteld voor hertoewijzing aan andere luchtvaartmaatschappijen.

4.   Wanneer de Commissie op basis van cijfers gepubliceerd door Eurocontrol — die de netwerkbeheerder is van de luchtverkeersnetdiensten van het gemeenschappelijke Europese luchtruim — vaststelt dat de terugval van het luchtverkeer in vergelijking met de overeenkomstige periode van het voorgaande jaar aanhoudt en waarschijnlijk zal aanhouden, en op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke gegevens tevens vaststelt dat deze situatie het gevolg is van de uitbraak van COVID-19, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast om de in lid 1 vermelde termijn dienovereenkomstig te wijzigen.

5.   De Commissie monitort de situatie voortdurend aan de hand van de in lid 4 bepaalde criteria. Op basis van de informatie waarover zij beschikt, dient de Commissie uiterlijk op 15 september 2020 een samenvattend verslag in bij het Europees Parlement en de Raad. Indien nodig stelt de Commissie zo spoedig mogelijk de in lid 4 bedoelde gedelegeerde handeling vast.

6.   Indien door langer durende gevolgen van de uitbraak van COVID-19 op de luchtvaartsector in de Unie een dringende noodzaak ontstaat, is de in artikel 12 ter vastgelegde procedure van toepassing op krachtens dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.”.

2)

De volgende artikelen worden ingevoegd:

“Artikel 12 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 10 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend tot en met 2 april 2021.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 10 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.   Een overeenkomstig artikel 10 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 12 ter

Spoedprocedure

1.   Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.   Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 12 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 maart 2020.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

D.M. SASSOLI

Voor de Raad

De voorzitter

G. GRLIĆ RADMAN


(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 26 maart 2020 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 30 maart 2020.

(2)  Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van “slots” op communautaire luchthavens (PB L 14 van 22.1.1993, blz. 1).

(3)  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.


Top