EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32020D0188

Besluit (EU) 2020/188 van de Europese Centrale Bank van 3 februari 2020 inzake een programma voor de aankoop van door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen op secundaire markten (ECB/2020/9)

OJ L 39, 12.2.2020, p. 12–18 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/188/oj

12.2.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 39/12


BESLUIT (EU) 2020/188 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 3 februari 2020

inzake een programma voor de aankoop van door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen op secundaire markten (ECB/2020/9)

(herschikking)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 127, lid 2, het eerste streepje,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 12.1, tweede alinea, in samenhang met artikel 3.1, eerste streepje, en artikel 18.1,

Overwegende:

(1)

Besluit (EU) 2015/774 van de Europese Centrale Bank (ECB/2015/10) (1) is verscheidene malen aanzienlijk gewijzigd (2). Aangezien verdere wijzigingen noodzakelijk zijn, dient dit Besluit omwille van de juridische duidelijkheid herschikt te worden.

(2)

Besluit (EU) 2015/774 (ECB/2015/10) voerde een programma in voor de aankoop van door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen op secundaire markten (secondary markets public sector asset purchase programme — PSPP). Naast het derde programma voor de aankoop van gedekte obligaties, het aankoopprogramma voor effecten op onderpand van activa en het aankoopprogramma bedrijfssector, maakt het PSPP deel uit van het uitgebreide programma voor de aankoop van schuldbewijzen (asset purchase programme — APP) van de Europese Centrale Bank (ECB). Het APP beoogt de doorwerking van het monetaire beleid te verbeteren, de kredietverstrekking aan de economie van het eurogebied te vergemakkelijken, minder strenge leningcondities voor huishoudens en ondernemingen te bewerkstelligen en een aanhoudende convergentie van het inflatieniveau van net onder maar dicht bij 2 % op middellange termijn te ondersteunen overeenkomstig het hoofddoel van de ECB om prijsstabiliteit te handhaven.

(3)

Op 13 december 2018 heeft de Raad van bestuur besloten dat bepaalde APP-parameters per 1 januari 2019 aangepast moesten worden om de APP-doelstellingen te verwezenlijken. Meer specifiek heeft de Raad van bestuur besloten om in het kader van het APP gedane netto activa-aankopen op 31 december 2018 te beëindigen. De Raad van bestuur bevestigde zijn voornemen om de herinvestering van hoofdsomaflossingen van uit hoofde van het APP gekochte effecten die de vervaldatum hebben bereikt voort te zetten voorbij de datum waarop de Raad van bestuur begint de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in elk geval zo lang als nodig is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

(4)

De Raad van bestuur heeft eveneens besloten dat de toerekening van de cumulatieve netto-aankopen van verhandelbare schuldbewijzen, uitgegeven door in aanmerking komende centrale, regionale of lokale overheden en in het kader van het PSPP in alle in aanmerking komende rechtsgebieden erkende agentschappen op voorraadbasis moet worden voortgezet door de respectieve inschrijvingen van nationale centrale banken op het kapitaal van de ECB, zoals bedoeld in artikel 29 van de Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken (hierna de “ESCB-statuten genoemd”) en van de Europese Centrale Bank.

(5)

De Raad van bestuur heeft op 12 september 2019 besloten om de netto-aankopen uit hoofde van het APP met ingang van 1 november 2019 te hervatten en verwacht dat deze aankopen uitgevoerd zullen worden zo lang als noodzakelijk is om de accommoderende invloed van de beleidstarieven te versterken en beëindigd zullen worden kort voordat de Raad van bestuur begint met de verhoging van de basisrentetarieven van de ECB. De Raad van bestuur heeft ook besloten om de hoofdsomaflossingen van uit hoofde van het APP gekochte effecten die de vervaldatum hebben bereikt volledig te blijven herinvesteren, en wel voor geruime tijd na de datum waarop de Raad van bestuur begint de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven. In het licht van een aanhoudende vertraging van de economie in het eurogebied, aanhoudende neerwaartse risico’s voor de groeivooruitzichten en het nog altijd achterblijven van de inflatievooruitzichten ten opzichte van de inflatiedoelstelling op middellange termijn, kwam de Raad van bestuur tot de conclusie dat een uitvoerige beleidsreactie gerechtvaardigd was om de inflatie naar een duurzame convergentiekoers richting de door de Raad van bestuur vastgestelde inflatiedoelstelling op middellange termijn te bewegen. De hervatting van de netto-activa-aankopen is een evenredige maatregel, aangezien deze een groter effect heeft op de langetermijntarieven dan op het rentebeleid en de relevante financieringskosten van bedrijven en huishoudens verlicht.

(6)

Het PSPP, als onderdeel van de programma’s voor de aankoop van schuldbewijzen die samen het APP vormen, is een evenredige maatregel om met verwachte prijsontwikkelingen verband houdende risico’s te matigen, aangezien deze programma’s minder strenge monetaire en financiële voorwaarden zullen bewerkstelligen, waaronder de leningsvoorwaarden voor niet-financiële vennootschappen en huishoudens in het eurogebied. Hierdoor worden de geaggregeerde consumptie en investeringsuitgaven in het eurogebied ondersteund en wordt er uiteindelijk bijgedragen tot een terugkeer van de inflatiepercentages naar een niveau van net onder, maar dicht bij, 2 % op de middellange termijn. In een klimaat waarin de basisrentetarieven van de ECB zich dicht tegen de ondergrens bevinden, is het noodzakelijk om in de monetairbeleidsmaatregelen van het Eurosysteem programma’s voor de aankoop van schuldbewijzen op te nemen, aangezien dit instrumenten zijn die potentieel een sterke doorwerking naar de reële economie bewerkstelligen.

(7)

Het PSPP omvat een aantal waarborgen om te verzekeren dat de voorgenomen aankopen evenredig zullen zijn aan zijn doelstellingen en in het programmaontwerp genoegzaam rekening is gehouden met de daarmee samenhangende financiële risico’s, die middels risicobeheer beperkt zullen worden. Voor een goede werking van de markten voor beleenbare verhandelbare schuldbewijzen, en om obstructie van ordelijke schuldherstructurering te vermijden, zullen drempels gelden voor de aankopen van die schuldbewijzen door centrale banken van het Eurosysteem.

(8)

Het PSPP voldoet geheel aan de Verdragsverplichtingen van de centrale banken van het Eurosysteem, waaronder het verbod op monetaire financiering, en schaadt de werking van het Eurosysteem overeenkomstig het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging niet.

(9)

Om de effectiviteit van het PSPP te verzekeren, verduidelijkt het Eurosysteem bij deze dat het dezelfde behandeling (pari passu) accepteert als particuliere beleggers bij de aankoop van verhandelbare schuldbewijzen door het Eurosysteem uit hoofde van het PSPP, zulks overeenkomstig de voorwaarden van die instrumenten.

(10)

Het PSPP wordt op een gedecentraliseerde wijze geïmplementeerd, daarbij genoegzaam rekening houdend met overwegingen inzake marktprijsvorming en marktwerking, en wordt door ECB gecoördineerd, onder waarborging van het gemeenschappelijke monetaire beleid van het Eurosysteem.

(11)

Op 26 maart 2019 heeft de Raad van bestuur besloten de momenteel in het monetairbeleidskader van het Eurosysteem gebruikte begrippen voor agentschappen verder te harmoniseren en de criteria voor de erkenning van agentschappen in het onderpandkader af te stemmen op die van agentschappen die in aanmerking komen voor het PSPP,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Instelling en toepassingsgebied van het PSPP

Het Eurosysteem stelt bij deze het PSPP in, uit hoofde waarvan de centrale banken van het Eurosysteem op de secundaire markten in aanmerking komende beleenbare verhandelbare schuldbewijzen, zoals gedefinieerd in artikel 3, aankopen van in aanmerking komende wederpartijen, zoals gedefinieerd in artikel 7, zulks onder specifieke voorwaarden.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van dit besluit gelden de volgende definities:

1)

“centrale bank van het Eurosysteem”: de ECB en de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben (hierna de “NCB’s” genoemd);

2)

“erkend agentschap”: een entiteit die het Eurosysteem als dusdanig heeft ingedeeld;

3)

“internationale organisatie”: een entiteit zoals bedoeld in artikel 118 van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3) en die het Eurosysteem voor de toepassing van het PSPP als dusdanig heeft ingedeeld;

4)

“multilaterale ontwikkelingsbank”: een entiteit zoals bedoeld in artikel 117, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en die het Eurosysteem binnen het PSPP-kader als dusdanig heeft ingedeeld;

5)

“positief toetsingsresultaat”: de laatste van de volgende twee besluiten: het besluit van de Raad van bewind van het Europees Stabiliteitsmechanisme, en indien het Internationaal Monetair Fonds het financiële bijstandsprogramma medefinanciert, het besluit van College van bewindvoerders van het Internationaal Monetair Fonds ter goedkeuring van de volgende uitbetaling uit hoofde van dat programma, indien beide besluiten vereist zijn voor de hervatting van aankopen uit hoofde van het PSPP;

6)

“bestand”: de som van de boekwaarde, op het moment van aankoop, van alle aankopen van verhandelbare schuldbewijzen, rekening houdend met de aflossingen van de vervallende hoofdsom die zich hebben voorgedaan;

7)

“netto-aankopen”: aankopen in een bepaalde maand van in aanmerking komende verhandelbare schuldbewijzen, na aftrek van bedragen van de terugbetaling van uit hoofde van het APP gekochte effecten die in die maand de vervaldatum hebben bereikt;

8)

“cumulatieve netto-aankopen”: de som van de netto-aankopen sinds het begin van het desbetreffende aankoopprogramma.

Lijsten van de entiteiten waarnaar verwezen wordt in punten 2 tot en met 4 worden gepubliceerd op de ECB-website.

Artikel 3

Beleenbaarheidscriteria voor verhandelbare schuldbewijzen

1.   Behoudens de in dit artikel neerlegde vereisten komen in euro luidende verhandelbare schuldbewijzen die zijn uitgegeven door centrale, regionale of lokale overheden van een lidstaat die de euro als munt heeft of door erkende in het eurogebied gevestigde agentschappen, in het eurogebied gevestigde internationale organisaties en in het eurogebied gevestigde multilaterale ontwikkelingsbanken in aanmerking voor aankopen door de centrale banken uit hoofde van het PSPP.

2.   Om in aanmerking te komen voor aankoop uit hoofde van het PSPP, moeten verhandelbare schuldbewijzen voldoen aan de beleenbaarheidscriteria voor verhandelbare activa voor krediettransacties van het Eurosysteem krachtens deel vier van Richtsnoer (EU) 2015/510 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/60) (4) en aan de volgende vereisten:

a)

de emittent of garant van de verhandelbare schuldbewijzen heeft een kredietkwaliteitsbeoordeling van ten minste kredietkwaliteitscategorie 3 in de geharmoniseerde ratingschaal van het Eurosysteem, zulks in de vorm van ten minste één publieke rating van een externe kredietbeoordelingsinstelling (EKBI) die binnen het kredietbeoordelingskader van het Eurosysteem is aanvaard;

b)

indien meerdere EKBI-emittentenratings of EKBI-garantratings beschikbaar zijn, is de “first-best”-regel van toepassing, d.w.z. de beste beschikbare EKBI-emittentenrating of EKBI-garantrating is van toepassing. Indien op basis van een EKBI-garantrating wordt vastgesteld dat aan de kredietkwaliteitsvereisten is voldaan, voldoet de waarborg aan de kenmerken van een aanvaardbare waarborg zoals bedoeld in artikel 87 en artikel 113 tot en met 115 van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60);

c)

bij gebreke van een EKBI-emittentenrating en een EKBI-garantrating heeft een verhandelbaar schuldbewijs ten minste één EKBI-emissierating van ten minste kredietkwaliteitscategorie 3 in de geharmoniseerde ratingschaal van het Eurosysteem;

d)

indien de kredietbeoordeling van een aanvaarde EKBI niet voldoet aan ten minste kredietkwaliteitscategorie 3 in de geharmoniseerde ratingschaal van het Eurosysteem, zijn verhandelbare schuldbewijzen slechts beleenbaar indien zij zijn uitgegeven door, dan wel volledig gegarandeerd worden door centrale overheden van eurogebiedlidstaten uit hoofde van een financieel bijstandsprogramma en voor deze verhandelbare schuldbewijzen de toepassing van de kredietkwaliteitsdrempel van het Eurosysteem is opgeschort door de Raad van bestuur krachtens artikel 8 van Richtsnoer ECB/2014/31 (5);

e)

indien een lopend financieel bijstandsprogramma wordt getoetst, wordt de beleenbaarheid voor PSPP-aankopen opgeschort en slechts hervat bij een positief toetsingsresultaat.

3.   Om in aanmerking te komen voor aankopen uit hoofde van het PSPP hebben de in leden 1 en 2 bedoelde schuldbewijzen ten tijde van hun aankoop door de betrokken centrale bank van het Eurosysteem een minimumrestlooptijd van één jaar en een maximumrestlooptijd van dertig jaar. Om een soepele uitvoering te faciliteren, zijn verhandelbare schuldinstrumenten met een restlooptijd van 30 jaar en 364 dagen beleenbaar uit hoofde van het PSPP. Nationale centrale banken kunnen tevens vervangende aankopen van door internationale organisaties en multilaterale ontwikkelingsbanken uitgegeven verhandelbare schuldbewijzen doen indien de beoogde aankoopbedragen van door centrale, regionale of lokale overheden en erkende agentschappen uitgegeven verhandelbare schuldbewijzen niet kunnen worden bereikt.

4.   Aankopen van nominale verhandelbare schuldinstrumenten met een negatief rendement tot het einde van de looptijd (of het slechtst mogelijke rendement) gelijk aan of boven de depositorente zijn toegestaan. Aankopen van nominale verhandelbare schuldinstrumenten met een negatief rendement tot het einde van de looptijd (of het slechtst mogelijke rendement) onder de depositorente zijn toegestaan, indien noodzakelijk.

Artikel 4

Beperkingen van de uitvoering van aankopen

1.   Om de marktprijsvorming voor beleenbare effecten mogelijk te maken, mogen geen aankopen gedaan worden van recentelijk uitgegeven effecten of effecten uit vroegere emissies (“tapped security”) en verhandelbare schuldinstrumenten met een restlooptijd die eindigt kort voor of na de looptijd van de uit te geven verhandelbare schuldinstrumenten, zulks gedurende een door de Raad van bestuur vast te stellen periode (“black-out periode”). Voor syndicaten moet de betreffende black-out periode in acht worden genomen op basis van de beste inspanningen zodra openbare informatie over de voorwaarden van de uitgifte beschikbaar komt.

2.   Voor schuldbewijzen die centrale overheden van eurogebiedlidstaten uit hoofde van een financieel bijstandsprogramma hebben uitgegeven of gegarandeerd, wordt de aankoopperiode uit hoofde van het PSPP na een verkregen positief toetsingsresultaat voor elke programmatoetsing normaal gesproken beperkt tot twee maanden, tenzij er sprake is van buitengewone omstandigheden die een vroegere aankoopschorsing, dan wel een voortzetting van aankopen na die periode en tot het begin van de volgende toetsing rechtvaardigen.

Artikel 5

Aankooplimieten

1.   Behoudens het bepaalde in artikel 3 is per internationaal effectenidentificatienummer (ISIN) een effectenemissielimiet van toepassing op uit hoofde van het PSPP verhandelbare schuldbewijzen die voldoen aan de in artikel 3 neergelegde criteria, zulks na consolidatie van alle portfolio’s van centrale banken van het Eurosysteem aangehouden effecten. De effectenemissielimiet bedraagt:

a)

50 % per ISIN voor door in aanmerking komende internationale organisaties en multilaterale ontwikkelingsbanken uitgegeven beleenbare verhandelbare schuldbewijzen;

b)

33 % per ISIN voor overige beleenbare verhandelbare schuldbewijzen, uitgezonderd 25 % per ISIN voor beleenbare verhandelbare schuldbewijzen met een collectieve actieclausule (collective action clause — CAC), die verschilt van het door het Economisch en Financieel Comité opgestelde eurogebiedmodel-CAC en geïmplementeerd wordt door de lidstaten overeenkomstig artikel 12, lid 3, van het Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme, die tot 33 % wordt verhoogd indien bij een case-by-case-verificatie wordt vastgesteld dat het aanhouden van 33 % per ISIN van die effecten er niet toe leidt dat centrale banken van het Eurosysteem een blokkerend minderheidsbelang bereiken ingeval van ordentelijke schuldsaneringen.

2.   Op alle voor aankoop uit hoofde van het PSPP in aanmerking komende verhandelbare schuldbewijzen die de in artikel 3 bedoelde restlooptijden hebben, is na consolidatie van aangehouden effecten in alle portfolio’s van centrale banken van het Eurosysteem een geaggregeerde limiet van toepassing van:

a)

50 % van de uitstaande effecten van een emittent die een in aanmerking komende internationale organisatie of een multilaterale ontwikkelingsbank is, dan wel

b)

33 % van de uitstaande effecten van een emittent, met uitzondering van emittenten die een in aanmerking komende internationale organisatie of een multilaterale ontwikkelingsbank zijn.

3.   Aangaande de in artikel 3, lid 2, onder d), bedoelde schuldbewijzen zijn verschillende effectenemittentlimieten en effectenemissielimieten van toepassing. De Raad van bestuur zal deze limieten met inachtneming van overwegingen van risicobeheer en marktwerking vaststellen.

Artikel 6

Portfolioallocatie

1.   De boekwaarde van netto-aankopen gedurende het kalenderjaar wordt als volgt toebedeeld:

a)

10 % aan door in aanmerking komende internationale organisaties en multilaterale ontwikkelingsbanken uitgegeven beleenbare verhandelbare schuldbewijzen;

b)

90 % aan de verhandelbare schuldbewijzen die door in aanmerking komende centrale, regionale of lokale overheden en erkende agentschappen worden uitgegeven.

2.   De boekwaarde van netto-aankopen van verhandelbare schuldbewijzen gedurende het kalenderjaar wordt tussen de centrale banken van het Eurosysteem als volgt toebedeeld:

a)

10 % aan de ECB;

b)

90 % aan de NCB’s.

3.   Hoofdsomaflossingen van verhandelbare schuldbewijzen van centrale, regionale of lokale overheden en erkende agentschappen die de vervaldatum hebben bereikt zullen geherinvesteerd worden door het aankopen van in aanmerking komende verhandelbare schuldbewijzen uitgegeven door centrale, regionale of lokale overheden en erkende agentschappen. De herinvestering van hoofdsomaflossingen zal gespreid over het jaar plaatsvinden om de markt niet te verstoren. Hoofdsomaflossingen van door internationale organisaties en multilaterale ontwikkelingsbanken uitgegeven verhandelbare schuldbewijzen die de vervaldatum hebben bereikt, zullen geherinvesteerd worden door het aankopen van in aanmerking komende verhandelbare schuldbewijzen die uitgegeven worden door internationale organisaties en multilaterale ontwikkelingsbanken.

4.   De toebedeling van de cumulatieve netto-aankopen van verhandelbare schuldbewijzen die zijn uitgegeven door in aanmerking komende centrale, regionale of lokale overheden en agentschappen die in alle in aanmerking komende rechtsgebieden zijn erkend, blijft, op voorraadbasis, gebaseerd op de in artikel 29 van de ESCB-statuten bedoelde inschrijving van de respectieve NCB’s op het kapitaal van de ECB.

5.   Centrale banken van het Eurosysteem passen een specialisatieschema toe voor de toebedeling van uit hoofde van het PSPP aan te kopen verhandelbare schuldbewijzen. De Raad van bestuur staat ad-hocafwijkingen toe van het specialisatieschema indien objectieve overwegingen de realisering van het voornoemde schema beletten of anderszins afwijkingen wenselijk maken, zulks om de globale monetairbeleidsdoelstellingen van het PSPP te verwezenlijken. Iedere NCB koopt met name beleenbare effecten van emittenten uit haar eigen rechtsgebied. Alle NCB’s kunnen door in aanmerking komende internationale organisaties en multilaterale ontwikkelingsbanken uitgegeven effecten aankopen. De ECB koopt door centrale overheden en erkende agentschappen uitgegeven effecten uit alle rechtsgebieden aan.

6.   Aankopen van schuldbewijzen uitgegeven door in aanmerking komende internationale organisaties, multilaterale ontwikkelingsbanken en regionale en lokale overheden worden uitsluitend door NCB’s gedaan.

Artikel 7

In aanmerking komende wederpartijen

Als PSPP-wederpartijen komen in aanmerking:

a)

entiteiten die voldoen aan de beleenbaarheidscriteria voor deelname aan monetairbeleidstransacties van het Eurosysteem krachtens artikel 55 van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60), en

b)

enige andere wederpartij die centrale banken van het Eurosysteem gebruiken voor de belegging van hun in euro luidende beleggingsportfolio’s.

Artikel 8

Transparantie

1.   Het Eurosysteem publiceert wekelijks in de toelichting bij zijn geconsolideerde weekstaat de geaggregeerde boekwaarde van de uit hoofde van het PSPP aangehouden effecten.

2.   Het Eurosysteem publiceert maandelijks i) de maandelijkse netto-aankopen en cumulatieve netto-aankopen en ii) het gewogen gemiddelde van de restlooptijd van de door het Eurosysteem aangehouden PSPP-effecten per emittentingezetenschap, daarbij een onderscheid makend tussen internationale organisaties en multilaterale ontwikkelingsbanken en andere emittenten.

3.   De boekwaarde van uit hoofde van het PSPP aangehouden effecten wordt wekelijks op de ECB-website gepubliceerd onder de afdeling “open market operations”.

Artikel 9

Effectenuitleen

Het Eurosysteem stelt uit hoofde van het PSPP aangekochte effecten beschikbaar voor effectenuitleen om de effectiviteit van het PSPP te verzekeren.

Artikel 10

Intrekking

1.   Besluit (EU) 2015/774 (ECB/2015/10) wordt ingetrokken.

2.   Verwijzingen naar het ingetrokken Besluit gelden als verwijzingen naar dit besluit.

Artikel 11

Slotbepaling

Dit besluit treedt in werking op de vierde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Frankfurt am Main, 3 februari 2020.

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)  Besluit (EU) 2015/774 van de Europese Centrale Bank van 4 maart 2015 inzake een overheidsprogramma voor aankoop van activa op secundaire markten (ECB/2015/10) (PB L 121 van 14.5.2015, blz. 20).

(2)  Zie bijlage.

(3)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(4)  Richtsnoer (EU) 2015/510 van de Europese Centrale Bank van 19 december 2014 betreffende de tenuitvoerlegging van het monetairbeleidskader van het Eurosysteem (ECB/2014/60) (PB L 91 van 2.4.2015, blz. 3).

(5)  Richtsnoer ECB/2014/31 van 9 juli 2014 inzake aanvullende tijdelijke maatregelen betreffende herfinancieringstransacties van het Eurosysteem en de beleenbaarheid van onderpand en tot wijziging van Richtsnoer ECB/2007/9 (PB L 240 13.8.2014 van, blz. 28).


BIJLAGE

Ingetrokken besluit

met een lijst van de opeenvolgende wijzigingen ervan

Besluit (EU) 2015/774 van de Europese Centrale Bank van 4 maart 2015 inzake een overheidsprogramma voor aankoop van activa op secundaire markten (ECB/2015/10) (PB L 121 van 14.5.2015, blz. 20)

Besluit (EU) 2015/2101 van de Europese Centrale Bank van 5 november 2015 houdende wijziging van Besluit (EU) 2015/774 inzake een overheidsprogramma voor aankoop van activa op secundaire markten (ECB/2015/33) (PB L 303 van 20.11.2015, blz. 106)

Besluit (EU) 2015/2464 van de Europese Centrale Bank van 16 december 2015 houdende wijziging van Besluit (EU) 2015/774 inzake een overheidsprogramma voor aankoop van activa op secundaire markten (ECB/2015/48) (PB L 344 van 30.12.2015, blz. 1)

Besluit (EU) 2016/702 van de Europese Centrale Bank van 18 april 2016 houdende wijziging van Besluit (EU) 2015/774 inzake een overheidsprogramma voor aankoop van activa op secundaire markten (ECB/2016/8) (PB L 121 van 11.5.2016, blz. 24)

Besluit (EU) 2017/100 van de Europese Centrale Bank van 11 januari 2017 houdende wijziging van Besluit (EU) 2015/774 inzake een overheidsprogramma voor aankoop van activa op secundaire markten (ECB/2017/1) (PB L 16 van 20.1.2017, blz. 51)


Top