EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32019R2148

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2148 van de Commissie van 13 december 2019 betreffende specifieke regels voor de vrijgave van planten, plantaardige producten en andere materialen uit quarantainestations en gesloten faciliteiten overeenkomstig Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad

C/2019/8889

OJ L 325, 16.12.2019, p. 156–158 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/2148/oj

16.12.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 325/156


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/2148 VAN DE COMMISSIE

van 13 december 2019

betreffende specifieke regels voor de vrijgave van planten, plantaardige producten en andere materialen uit quarantainestations en gesloten faciliteiten overeenkomstig Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (1), en met name artikel 64, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 64 van Verordening (EU) 2016/2031 zijn algemene regels vastgesteld voor de vrijgave van planten, plantaardige producten en andere materialen uit quarantainestations en gesloten faciliteiten, en wordt aan de Commissie de bevoegdheid verleend om hieromtrent specifieke regels vast te stellen.

(2)

Overeenkomstig die verordening kunnen planten, plantaardige producten of andere materialen die zijn onderworpen aan maatregelen die zijn vastgesteld krachtens artikel 30, lid 1, of in een lijst zijn opgenomen krachtens artikel 40, leden 2 en 3, artikel 41, leden 2 en 3, artikel 42, leden 2 en 3, artikel 48, lid 1, artikel 49, lid 1, artikel 53, leden 2 en 3, en artikel 54, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2016/2031 (het “gespecificeerd materiaal”), in de Unie een fytosanitair risico inhouden. In deze uitvoeringsverordening moeten derhalve voorschriften worden vastgesteld voor de veilige vrijgave van het gespecificeerde materiaal uit quarantainestations en gesloten faciliteiten.

(3)

Er moet voor worden gezorgd dat het gespecificeerde materiaal enkel uit de quarantainestations en gesloten faciliteiten mag worden vrijgegeven indien het zonder onderbreking in de erkende quarantainestations of gesloten faciliteiten is gehouden overeenkomstig de voorschriften van de artikelen 61 en 62 van Verordening (EU) 2016/2031 en het vrij is bevonden van EU-quarantaineorganismen, beschermdgebiedquarantaineorganismen en plaagorganismen waarvoor de krachtens artikel 30, lid 1, van die verordening vastgestelde maatregelen gelden. Tevens moet worden bepaald dat daartoe de passende methoden in de zin van artikel 34 van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (2) zijn toegepast om een zo doeltreffend mogelijke uitvoering van dit voorschrift te waarborgen.

(4)

Aangezien Verordening (EU) 2016/2031 van toepassing is met ingang van 14 december 2019, en om een consistente toepassing van alle regels inzake plaagorganismen bij planten te verzekeren, moet deze verordening vanaf dezelfde datum van toepassing zijn. Dit besluit moet derhalve in werking treden op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

Bij deze verordening worden specifieke regels voor de vrijgave van het gespecificeerde materiaal uit quarantainestations en gesloten faciliteiten vastgesteld.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)

“gespecificeerd materiaal”: de planten, plantaardige producten of andere materialen die zijn onderworpen aan maatregelen die zijn vastgesteld krachtens artikel 30, lid 1, of in een lijst zijn opgenomen krachtens artikel 40, leden 2 en 3, artikel 41, leden 2 en 3, artikel 42, leden 2 en 3, artikel 48, lid 1, artikel 49, lid 1, artikel 53, leden 2 en 3, en artikel 54, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2016/2031;

b)

“gespecificeerde plaagorganismen”: plaagorganismen waarvan bekend is dat het gespecificeerde materiaal ervoor vatbaar is en die tot een van de volgende categorieën behoren:

i)

EU-quarantaineorganismen die krachtens artikel 5 van Verordening (EU) 2016/2031 in een lijst zijn opgenomen;

ii)

plaagorganismen die aan krachtens artikel 30, lid 1, van die verordening vastgestelde maatregelen zijn onderworpen;

iii)

beschermdgebiedquarantaineorganismen die krachtens artikel 32, lid 3, van die verordening in een lijst zijn opgenomen;

c)

“methoden”: alle methoden in de zin van artikel 34 van Verordening (EU) 2017/625.

Artikel 3

Voorschriften voor de vrijgave van het gespecificeerde materiaal

Het gespecificeerde materiaal mag alleen worden vrijgegeven uit door de lidstaten overeenkomstig artikel 60 van Verordening (EU) 2016/2031 aangewezen quarantainestations en gesloten faciliteiten mits het:

a)

enkel in de erkende quarantainestations of gesloten faciliteiten overeenkomstig de voorschriften van de artikelen 61 en 62 van Verordening (EU) 2016/2031 is gehouden, en

b)

overeenkomstig artikel 4 van deze verordening vrij is bevonden van bepaalde plaagorganismen.

Artikel 4

Methoden voor de opsporing van gespecificeerde plaagorganismen op het gespecificeerde materiaal

1.   Het gespecificeerde materiaal moet visueel worden geïnspecteerd en, voor zover van toepassing op de biologische eigenschappen van het materiaal en de plaagorganismen, bemonsterd en getest met behulp van passende methoden om de aanwezigheid van gespecificeerde plaagorganismen op te sporen. Die inspectie, bemonstering en tests worden op de daarvoor geschikte tijdstippen uitgevoerd en duren zolang als nodig is om die plaagorganismen op te sporen.

2.   In aanvulling op de voorschriften van lid 1 worden voor opplant bestemde planten gedurende de volledige tijd die nodig is gezien de biologische eigenschappen van de planten onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteiten gehouden, onder voorwaarden die het mogelijk maken de aanwezigheid van de gespecificeerde plaagorganismen of van eventuele latente of asymptomatische besmettingen met dergelijke plaagorganismen op te sporen, en met behulp van de daartoe passende methoden.

Artikel 5

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 14 december 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 december 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4.

(2)  Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1).


Top