Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32019R1155

Verordening (EU) 2019/1155 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 810/2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode)

PE/29/2019/REV/1

OJ L 188, 12.7.2019, p. 25–54 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1155/oj

12.7.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 188/25


VERORDENING (EU) 2019/1155 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 20 juni 2019

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 810/2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, onder a),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het gemeenschappelijk beleid van de Unie inzake visa is een integrerend onderdeel van de totstandbrenging van een ruimte zonder binnengrenzen. Het visumbeleid moet een essentieel instrument voor het faciliteren van toerisme en zakelijke transacties blijven en moet tegelijkertijd veiligheidsrisico's en het risico van irreguliere migratie naar de Unie tegengaan. Het gemeenschappelijk visumbeleid moet bijdragen tot meer groei en in overeenstemming zijn met ander Uniebeleid, zoals op het gebied van externe betrekkingen, handel, onderwijs, cultuur en toerisme.

(2)

De Unie moet haar visumbeleid inzetten in het kader van haar samenwerking met derde landen en met het oog op een betere balans tussen aandachtspunten op het gebied van migratie en veiligheid, economische overwegingen en de buitenlandse betrekkingen in het algemeen.

(3)

In Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad (3) worden de procedures en voorwaarden vastgesteld voor de afgifte van visa voor een voorgenomen verblijf op het grondgebied van de lidstaten van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen.

(4)

Het is aan de consulaten en, in afwijking daarvan, aan de centrale autoriteiten, om visumaanvragen te onderzoeken en erover te beslissen. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de consulaten en de centrale autoriteiten over voldoende kennis van de plaatselijke omstandigheden beschikken om de integriteit van de visumprocedures te waarborgen.

(5)

De aanvraagprocedure moet zo eenvoudig mogelijk zijn voor de aanvragers. Het moet duidelijk zijn welke lidstaat bevoegd is een aanvraag te onderzoeken, met name als de aanvrager voornemens is meerdere lidstaten te bezoeken. Indien mogelijk moeten de lidstaten aanvragers de mogelijkheid bieden hun aanvraagformulieren elektronisch in te vullen en in te dienen. Indien de bevoegde lidstaat elektronische handtekeningen erkent, moet het voor aanvragers ook mogelijk zijn het aanvraagformulier elektronisch te ondertekenen. Er moeten termijnen worden vastgesteld voor de verschillende stappen van de procedure, met name zodat reizigers hun reis beter kunnen plannen en tijden van grote drukte in de consulaten kunnen vermijden.

(6)

De lidstaten mogen er niet toe worden verplicht de mogelijkheid rechtstreeks een aanvraag bij het consulaat in te dienen, te handhaven in plaatsen waar zij een externe dienstverlener hebben ingeschakeld om namens hen aanvragen in ontvangst te nemen — onverminderd de verplichtingen die voor de lidstaten voortvloeien uit Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad (4), met name artikel 5, lid 2.

(7)

De visumleges moeten waarborgen dat voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om de kosten te dekken voor de behandeling van visumaanvragen, onder meer voor passende structuren en voldoende personeel om de kwaliteit en integriteit van het onderzoek van visumaanvragen te waarborgen, en dat de termijnen worden nageleefd. Het bedrag van de visumleges moet om de drie jaar opnieuw worden bezien op basis van objectieve beoordelingscriteria.

(8)

Visumplichtige onderdanen van derde landen moeten een visum kunnen aanvragen in hun woonplaats, zelfs indien de bevoegde lidstaat daar geen consulaat voor het in ontvangst nemen van aanvragen heeft en in dat derde land niet door een andere lidstaat wordt vertegenwoordigd. Daartoe moeten de lidstaten ernaar streven om samen te werken met externe dienstverleners, die een vergoeding voor dienstverleningskosten moeten kunnen vragen. Die vergoeding mag in beginsel niet hoger zijn dan het bedrag van de visumleges. Indien dat bedrag niet voldoende is om een volledige dienstverlening te verstrekken, moet de externe dienstverlener echter een hoger bedrag aan dienstverleningskosten kunnen aanrekenen, dat niet meer bedraagt dan het in deze verordening vastgestelde plafond.

(9)

De vertegenwoordigingsregelingen moeten worden gestroomlijnd en versoepeld, en hindernissen voor dergelijke regelingen tussen de lidstaten moeten worden vermeden. De vertegenwoordigende lidstaat moet verantwoordelijk zijn voor de hele visumprocedure, zonder dat de vertegenwoordigde lidstaat hier een rol in speelt.

(10)

Indien het ambtsgebied van het consulaat van de vertegenwoordigende lidstaat meer landen dan enkel het gastland omvat, moet de vertegenwoordigingsregeling ook voor die derde landen kunnen gelden.

(11)

Om de administratieve belasting in de consulaten te verminderen en het reizen voor frequente en regelmatige reizigers te faciliteren, moeten, op basis van objectief vastgestelde gemeenschappelijke criteria, aan aanvragers die gedurende de volledige geldigheidsduur van het afgegeven visum aan de inreisvoorwaarden voldoen, meervoudige inreisvisa met een lange geldigheidsduur worden afgegeven die niet beperkt zijn tot een specifiek reisdoel of een specifieke categorie aanvragers. In dat verband moeten de lidstaten echter bijzondere aandacht besteden aan personen die om beroepsredenen reizen, zoals zakenmensen, zeevarenden, kunstenaars en sporters. Wanneer er redelijke gronden zijn om meervoudige inreisvisa met een kortere geldigheidsduur af te geven, moet dat mogelijk zijn.

(12)

Gezien de verschillen in plaatselijke omstandigheden, met name wat de risico's op het gebied van migratie en veiligheid betreft, en gezien de betrekkingen die de Unie onderhoudt met specifieke landen, moeten de consulaten op de verschillende locaties beoordelen of het nodig is de regels voor de afgifte van meervoudige inreisvisa aan te passen om een gunstigere dan wel een restrictievere toepassing mogelijk te maken. Wat de toepassing van een gunstigere benadering bij de afgifte van meervoudige inreisvisa met een lange geldigheidsduur betreft, moet met name rekening worden gehouden met het bestaan van handelsovereenkomsten voor de mobiliteit van zakenmensen. Op basis van die beoordeling moet de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen regels vaststellen over de voorwaarden voor het afgeven van dergelijke visa, die in elk ambtsgebied moeten worden toegepast.

(13)

Indien een bepaald derde land geen medewerking verleent bij de overname van eigen onderdanen die zijn aangehouden in een irreguliere situatie, of niet doeltreffend meewerkt bij het terugkeerproces, moet zijn medewerking op het gebied van de overname van irreguliere migranten worden gestimuleerd door sommige bepalingen van Verordening (EG) nr. 810/2009 restrictief en tijdelijk toe te passen op basis van een transparant en op objectieve criteria gestoeld mechanisme. De Commissie moet de medewerking van derde landen op het gebied van overname regelmatig en ten minste eenmaal per jaar beoordelen en kennisgevingen van de lidstaten met betrekking tot de samenwerking met een derde land op het gebied van de overname van irreguliere migranten onderzoeken. Voordat de Commissie besluit dat een derde land niet voldoende medewerking verleent en dat er maatregelen nodig zijn, moet zij zich rekenschap geven van de algehele medewerking van dat derde land op het gebied van migratie, met name wat betreft grensbeheer, het voorkomen en bestrijden van migrantensmokkel en het voorkomen van doorreis van irreguliere migranten via zijn grondgebied. Indien de Commissie besluit dat het derde land onvoldoende medewerking verleent of er door een gewone meerderheid van lidstaten van in kennis wordt gesteld dat een derde land niet voldoende medewerking verleent, moet zij bij de Raad een voorstel tot vaststelling van een uitvoeringsbesluit indienen en zich tegelijk blijven inspannen om de samenwerking met het betrokken derde land te verbeteren. Daarnaast moet de Commissie, indien zij, na beoordeling op basis van toepasselijke en objectieve gegevens, oordeelt dat een derde land voldoende met de lidstaten aan de overname van irreguliere migranten meewerkt, bij de Raad een voorstel kunnen indienen voor de vaststelling van een uitvoeringsbesluit tot versoepeling van een of meer visumvereisten voor aanvragers of categorieën aanvragers die onderdanen van dat derde land zijn en op het grondgebied van dat derde land een visum aanvragen.

(14)

Om voldoende rekening te houden met alle relevante factoren en mogelijke gevolgen van de toepassing van de maatregelen ter verbetering van de medewerking van een derde land op het gebied van overname, is het gezien de bijzonder gevoelige politieke aard van dergelijke maatregelen en de horizontale gevolgen ervan voor de lidstaten en de Unie zelf, met name voor hun externe betrekkingen en voor het algehele functioneren van het Schengengebied, nodig om uitvoeringsbevoegdheden over te dragen aan de Raad, op basis van een voorstel van de Commissie. Bij het overdragen van dergelijke uitvoeringsbevoegdheden aan de Raad, wordt, mede gezien de versoepelingsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen, voldoende rekening gehouden met de mogelijk politiek gevoelige aard van de toepassing van de maatregelen ter verbetering van de medewerking van een derde land op het gebied van overname.

(15)

Aanvragers aan wie een visum is geweigerd, moeten het recht hebben in beroep te gaan. In de kennisgeving van de weigering moet gedetailleerde informatie worden opgenomen over de weigeringsgronden en over de procedures om beroep tegen afwijzende beslissingen aan te tekenen. Gedurende beroepsprocedures moet aan de aanvragers toegang worden verleend tot alle voor hun zaak relevante informatie, in overeenstemming met het nationale recht.

(16)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de rechten en beginselen in acht die met name in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd. Met name beoogt de verordening de eerbiediging van het recht op de bescherming van persoonsgegevens, het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven, de rechten van het kind, en de bescherming van kwetsbare personen te waarborgen.

(17)

Plaatselijke Schengensamenwerking is van wezenlijk belang voor de geharmoniseerde toepassing van het gemeenschappelijk visumbeleid en voor een goede beoordeling van risico's op het gebied van migratie en veiligheid. In het kader van die samenwerking moeten de lidstaten de operationele toepassing van specifieke bepalingen beoordelen in het licht van de plaatselijke omstandigheden en migratierisico's. De delegaties van de Unie moeten zorgen voor de coördinatie van de samenwerking en uitwisseling tussen de consulaten op de verschillende locaties.

(18)

De lidstaten moeten nauwgezet en regelmatig toezicht houden op de activiteiten van de externe dienstverleners, om ervoor te zorgen dat de bepalingen van het rechtsinstrument waarin hun taken zijn vastgelegd, in acht worden genomen. De lidstaten moeten jaarlijks verslag uitbrengen aan de Commissie over de samenwerking met externe dienstverleners en het toezicht op die dienstverleners. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de hele procedure voor de behandeling van aanvragen en de samenwerking met de externe dienstverleners wordt gecontroleerd door uitgezonden medewerkers.

(19)

Er moeten flexibele voorschriften worden vastgesteld zodat de lidstaten hun middelen optimaal kunnen delen en de consulaire vertegenwoordiging kunnen verbeteren. De samenwerking tussen de lidstaten (Schengenvisumcentra) kan elke vorm aannemen, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, met als doel de geografische consulaire vertegenwoordiging te verbeteren, de kosten van de lidstaten te verlagen, de zichtbaarheid van de Unie te vergroten en de dienstverlening aan de aanvragers te verbeteren.

(20)

Elektronische systemen voor het aanvragen zijn een belangrijk instrument ter versoepeling van aanvraagprocedures. Opdat aanvragen online kunnen worden ingediend en zo in de behoeften van aanvragers kan worden voorzien en meer bezoekers aan het Schengengebied kunnen worden aangetrokken, moet in de toekomst een gemeenschappelijke oplossing voor digitalisering worden ontwikkeld die ten volle gebruikmaakt van de recente juridische en technologische ontwikkelingen. De eenvoudige en gestroomlijnde procedurele garanties moeten worden versterkt en overal op dezelfde manier toegepast. Daarnaast kan, indien mogelijk, voor interviews gebruik worden gemaakt van moderne, digitale hulpmiddelen en middelen voor communicatie op afstand, zoals audio- of video-oproepen via internet. De grondrechten van de aanvragers moeten tijdens het proces worden gewaarborgd.

(21)

Opdat het in deze verordening vastgestelde bedrag van de visumleges kan worden herzien, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) handelingen vast te stellen tot wijziging van deze verordening wat het bedrag van de visumleges betreft. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (5). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen.

(22)

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 810/2009 te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (6).

(23)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het VWEU gehechte Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening; deze is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van het bovengenoemde protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad heeft beslist over deze verordening of het deze in zijn nationale wetgeving zal omzetten.

(24)

Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad (7); het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening, en deze is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(25)

Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad (8); Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening, en deze is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(26)

Wat IJsland en Noorwegen betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (9), die vallen binnen het gebied bedoeld in artikel 1, punt B, van Besluit 1999/437/EG van de Raad (10).

(27)

Wat Zwitserland betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (11), die vallen binnen het gebied bedoeld in artikel 1, punt B, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad (12).

(28)

Wat Liechtenstein betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (13), die vallen binnen het gebied bedoeld in artikel 1, punt B, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad (14).

(29)

Wat Cyprus betreft, vormt deze verordening een rechtsbesluit dat op het Schengenacquis voortbouwt of op een andere wijze daaraan is gerelateerd in de zin van artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003.

(30)

Wat Bulgarije en Roemenië betreft, vormt deze verordening een rechtsbesluit dat op het Schengenacquis voortbouwt of op een andere wijze daaraan is gerelateerd in de zin van artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005.

(31)

Wat Kroatië betreft, vormt deze verordening een rechtsbesluit dat op het Schengenacquis voortbouwt of op een andere wijze daaraan is gerelateerd in de zin van artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2011.

(32)

Verordening (EG) nr. 810/2009 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 810/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   In deze verordening worden de procedures en voorwaarden vastgesteld voor de afgifte van visa voor een voorgenomen verblijf op het grondgebied van de lidstaten van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen.”;

b)

het volgende lid wordt toegevoegd:

“4.   Bij de toepassing van deze verordening handelen de lidstaten met volledige inachtneming van het Unierecht, waaronder het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. In overeenstemming met de algemene beginselen van het Unierecht worden beslissingen over aanvragen die overeenkomstig deze verordening worden genomen, op individuele basis genomen.”;

2)

artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 2, a), wordt vervangen door:

“a)

een voorgenomen verblijf op het grondgebied van de lidstaten van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, of”;

b)

punt 7 wordt vervangen door:

“7.   “erkend reisdocument”: een reisdocument dat krachtens Besluit nr. 1105/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad (*1) door een of meer lidstaten wordt erkend voor het overschrijden van de buitengrenzen en het aanbrengen van visa;

(*1)  Besluit nr. 1105/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de lijst van reisdocumenten waarmee de houder de buitengrenzen kan overschrijden en waarin een visum kan worden aangebracht en betreffende de invoering van een mechanisme voor het opstellen van deze lijst (PB L 287 van 4.11.2011, blz. 9).”;"

c)

de volgende punten worden toegevoegd:

“12.   “zeevarende”: een persoon die in enige hoedanigheid werkzaam is, is gecontracteerd of werkzaamheden verricht aan boord van een schip in de zeevaart of een schip dat internationale binnenwateren bevaart;

13.   “elektronische handtekening”: een elektronische handtekening zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 10, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad (*2).

(*2)  Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73).”;"

3)

in artikel 3, lid 5, worden de punten b) en c) vervangen door:

“b)

onderdanen van derde landen die in het bezit zijn van een geldige verblijfstitel die is afgegeven door een lidstaat die niet deelneemt aan de vaststelling van deze verordening of door een lidstaat die de bepalingen van het Schengenacquis nog niet volledig toepast, of onderdanen van derde landen die in het bezit zijn van een geldige verblijfstitel zoals vermeld op de lijst in bijlage V, die is afgegeven door Andorra, Canada, Japan, San Marino of de Verenigde Staten van Amerika en de onvoorwaardelijke overname van de houder garandeert, of die in het bezit zijn van een geldige verblijfstitel voor een of meer van de landen en gebieden overzee van het Koninkrijk der Nederlanden (Aruba, Curaçao, Sint-Maarten, Bonaire, Sint-Eustatius en Saba);

c)

onderdanen van derde landen die in het bezit zijn van een geldig visum voor een lidstaat die niet deelneemt aan de vaststelling van deze verordening, of voor een lidstaat die de bepalingen van het Schengenacquis nog niet volledig toepast, of voor een land dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of voor Canada, Japan of de Verenigde Staten van Amerika, of houders van een geldig visum voor een of meer van de landen en gebieden overzee van het Koninkrijk der Nederlanden (Aruba, Curaçao, Sint-Maarten, Bonaire, Sint-Eustatius en Saba), wanneer zij reizen naar het land van afgifte of naar een ander derde land, of wanneer zij op terugreis zijn van het land van afgifte, na gebruik van het visum;”;

4)

in artikel 4 wordt het volgende lid ingevoegd:

“1 bis.   In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten besluiten dat centrale autoriteiten aanvragen behandelen en erover beslissen. De lidstaten zorgen ervoor dat die autoriteiten beschikken over voldoende kennis van de plaatselijke omstandigheden van het land waar de aanvraag is ingediend, om de risico's op het gebied van migratie en veiligheid te kunnen beoordelen, evenals over voldoende kennis van de taal, om documenten te kunnen analyseren, en dat indien nodig een beroep wordt gedaan op de consulaten om aanvullende onderzoeken en interviews te voeren.”;

5)

artikel 5, lid 1, punt b), wordt vervangen door:

“b)

indien het bezoek meer dan één bestemming omvat of indien binnen een periode van twee maanden verschillende afzonderlijke bezoeken worden gebracht, de lidstaat op het grondgebied waarvan de hoofdbestemming van het bezoek of de bezoeken — wat de duur van het verblijf, gerekend in dagen, of het doel ervan betreft — is gelegen, of”;

6)

artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Een lidstaat kan ermee instemmen een andere lidstaat die op grond van artikel 5 bevoegd is, te vertegenwoordigen voor het onderzoeken van en beslissen over aanvragen namens die lidstaat. Een lidstaat mag ook een andere lidstaat in beperkte mate vertegenwoordigen voor uitsluitend het in ontvangst nemen van aanvragen en de afname van biometrische kenmerken.”;

b)

lid 2 wordt geschrapt;

c)

de leden 3 en 4 worden vervangen door:

“3.   Indien de vertegenwoordiging beperkt is overeenkomstig de tweede zin van lid 1, worden bij het in ontvangst nemen en het doorzenden van gegevens aan de vertegenwoordigde lidstaat de toepasselijke gegevensbeschermings- en veiligheidsvoorschriften in acht genomen.

4.   De vertegenwoordigende lidstaat en de vertegenwoordigde lidstaat sluiten een bilaterale regeling. In die regeling:

a)

worden, indien van tijdelijke vertegenwoordiging sprake is, de termijn en de procedures voor beëindiging van de vertegenwoordiging bepaald;

b)

kunnen, in het bijzonder wanneer de vertegenwoordigde lidstaat een consulaat in het betrokken derde land heeft, bepalingen worden vastgesteld betreffende de mogelijke beschikbaarstelling van ruimte, medewerkers en financiële middelen door de vertegenwoordigde lidstaat;”;

d)

de leden 7 en 8 worden vervangen door:

“7.   De vertegenwoordigde lidstaat stelt de Commissie in kennis van de vertegenwoordigingsregelingen of van de beëindiging daarvan, uiterlijk 20 kalenderdagen voordat deze regelingen van kracht worden of worden beëindigd, behalve in geval van overmacht.

8.   Op hetzelfde tijdstip dat de in lid 7 bedoelde kennisgeving wordt verricht, stelt het consulaat van de vertegenwoordigende lidstaat zowel de consulaten van andere lidstaten als de delegatie van de Unie binnen het betrokken ambtsgebied in kennis van de vertegenwoordigingsregelingen of van de beëindiging daarvan.”;

e)

de volgende leden worden toegevoegd:

“10.   Indien een lidstaat niet aanwezig is of vertegenwoordigd wordt in het derde land waar de aanvrager de aanvraag moet indienen, tracht die lidstaat in dat derde land met een externe dienstverlener samen te werken, in overeenstemming met artikel 43.

11.   Indien een consulaat van een lidstaat op een bepaalde locatie te maken krijgt met langdurige technische overmacht zorgt die lidstaat ervoor dat op de betrokken locatie de vertegenwoordiging voor alle of bepaalde categorieën aanvragers tijdelijk wordt waargenomen door een andere lidstaat.”;

7)

artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Aanvragen worden ten hoogste zes maanden — en voor zeevarenden in de uitvoering van hun taken ten hoogste negen maanden — en, in de regel, ten minste 15 kalenderdagen vóór het begin van het voorgenomen bezoek ingediend. In gemotiveerde spoedeisende gevallen kunnen het consulaat of de centrale autoriteiten aanvragers toestaan hun aanvraag later dan 15 kalenderdagen vóór het begin van het voorgenomen bezoek in te dienen.”;

b)

lid 4 wordt vervangen door:

“4.   Aanvragen kunnen onverminderd artikel 13 worden ingediend door:

a)

de aanvrager;

b)

een erkende commerciële bemiddelaar;

c)

een vereniging of instelling op beroeps-, cultuur-, sport- of onderwijsgebied, namens haar leden.”;

c)

het volgende lid wordt toegevoegd:

“5.   Van een aanvrager wordt niet verlangd dat hij op meer dan één locatie persoonlijk verschijnt om zijn aanvraag in te dienen.”;

8)

artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Bij het indienen van de aanvraag verschijnt de aanvrager persoonlijk voor het verzamelen van zijn vingerafdrukken, overeenkomstig artikel 13, leden 2 en 3, en artikel 13, lid 7, punt b). Onverminderd de eerste zin van dit lid en artikel 45 mogen aanvragers hun aanvragen elektronisch indienen, indien mogelijk.”;

b)

lid 2 wordt geschrapt;

9)

artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de eerste zin vervangen door:

“1.   Iedere aanvrager dient een manueel of elektronisch ingevuld aanvraagformulier als omschreven in bijlage I in. Het aanvraagformulier kan handmatig of elektronisch worden ondertekend, mits elektronische handtekeningen worden erkend door de lidstaat die bevoegd is voor het onderzoeken van en het nemen van een beslissing over de aanvraag.”;

b)

de volgende leden worden ingevoegd:

“1 bis.   Indien de aanvrager het aanvraagformulier elektronisch ondertekent, moet de elektronische handtekening voldoen aan de vereisten voor gekwalificeerde elektronische handtekeningen van artikel 3, punt 12, van Verordening (EU) nr. 910/2014.

1 ter.   De inhoud van de elektronische versie van het aanvraagformulier, indien van toepassing, voldoet aan het bepaalde in bijlage I.”;

c)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   Het formulier is ten minste in de volgende talen beschikbaar:

a)

de officiële taal of talen van de lidstaat waarvoor een visum wordt aangevraagd of van de vertegenwoordigende lidstaat; en

b)

de officiële taal of talen van het gastland.

Naast de onder a) bedoelde taal of talen kan het formulier ook beschikbaar worden gesteld in een of meer andere officiële taal of talen van de instellingen van de Unie.”;

d)

lid 4 wordt vervangen door:

“4.   Indien de officiële taal of talen van het gastland niet in het formulier zijn opgenomen, wordt afzonderlijk een vertaling ervan in die taal of talen aan de aanvragers verstrekt.”;

10)

artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de leden 3, 4 en 5 worden vervangen door:

“3.   Een niet-limitatieve lijst van bewijsstukken die van de aanvrager kunnen worden verlangd om te verifiëren of aan de voorwaarden van de leden 1 en 2 is voldaan, is opgenomen in bijlage II.

4.   De lidstaten kunnen van de aanvragers verlangen dat zij een bewijs van garantstelling of van particuliere logiesverstrekking, of van beide overleggen door het invullen van een formulier dat door de lidstaat is opgesteld. Dit formulier bevat met name de volgende informatie:

a)

of het bedoeld is als bewijs van garantstelling of van particuliere logiesverstrekking, of van beide;

b)

of de garantsteller of uitnodigende persoon een particulier, een onderneming of een organisatie is;

c)

de identiteit en contactgegevens van de garantsteller of uitnodigende persoon;

d)

de identiteitsgegevens (voornaam en achternaam, geboortedatum, geboorteplaats en nationaliteit) van de aanvrager(s);

e)

het verblijfadres;

f)

de duur en het doel van het verblijf;

g)

eventuele verwantschap met de garantsteller of uitnodigende persoon;

h)

de op grond van artikel 37, lid 1, van de VIS-verordening te verstrekken informatie.

Het formulier wordt in de officiële taal of talen van de lidstaat opgesteld en daarnaast in ten minste één andere officiële taal van de instellingen van de Unie. Een model van het formulier wordt aan de Commissie toegestuurd.

5.   De toepassing van de in lid 1 gestelde voorwaarden wordt in het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking door de consulaten beoordeeld, teneinde rekening te houden met plaatselijke omstandigheden en met risico's op het gebied van migratie en veiligheid.”;

b)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“5 bis.   Wanneer dat nodig is om rekening te houden met de in artikel 48 bedoelde plaatselijke omstandigheden, stelt de Commissie middels uitvoeringshandelingen een geharmoniseerde lijst van bewijsstukken vast die in elk ambtsgebied moet worden gebruikt. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”;

c)

lid 6 wordt vervangen door:

“6.   Er kan vrijstelling worden verleend van de eisen in lid 1 van dit artikel voor aanvragers die bij het consulaat of de centrale autoriteiten bekendstaan om hun integriteit en betrouwbaarheid, en met name voor het rechtmatige gebruik van eerdere visa, indien er geen twijfel over bestaat dat zij voldoen aan de eisen van artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad (*3) wanneer zij de buitengrenzen van de lidstaten overschrijden.”.

(*3)  Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1)”;"

11)

in artikel 15, lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

“2.   Aanvragers van een meervoudig inreisvisum tonen aan dat zij in het bezit zijn van een toereikende en geldige medische reisverzekering voor de duur van hun eerste voorgenomen bezoek.”;

12)

artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de leden 1 en 2 worden vervangen door:

“1.   Aanvragers voldoen een bedrag van 80 EUR aan visumleges.

2.   Voor kinderen van zes tot en met elf jaar bedragen de visumleges 40 EUR.”;

b)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“2 bis.   Wanneer een uitvoeringsbesluit door de Raad wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 25 bis, lid 5, punt b), wordt een bedrag van 120 EUR of 160 EUR aan visumleges voldaan. Deze bepaling is niet van toepassing op kinderen tot en met 11 jaar.”;

c)

lid 3 wordt geschrapt;

d)

lid 4, punt c), wordt vervangen door:

“c)

onderzoekers, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 2, van Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad (*4), die reizen om wetenschappelijk onderzoek te verrichten of om deel te nemen aan een wetenschappelijk seminar of een wetenschappelijke conferentie;

(*4)  Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (PB L 132 van 21.5.2016, blz. 21).”;"

e)

lid 5 wordt vervangen door:

“5.   Van betaling van visumleges kunnen worden vrijgesteld:

a)

kinderen van 6 tot en met 17 jaar;

b)

houders van diplomatieke en dienstpaspoorten;

c)

deelnemers tot en met 25 jaar aan door non-profitorganisaties georganiseerde studiebijeenkomsten, conferenties, sportieve, culturele of educatieve evenementen.”;

f)

lid 6 wordt vervangen door:

“6.   In individuele gevallen kan het te betalen bedrag aan visumleges worden kwijtgescholden of verminderd wanneer daarmee culturele of sportieve belangen, belangen op het gebied van buitenlands beleid, ontwikkelingsbeleid en andere vitale openbare belangen of humanitaire redenen of internationale verplichtingen gediend zijn.”;

g)

in lid 7 wordt de tweede alinea vervangen door:

“Indien de visumleges in een andere munt dan de euro worden geheven, wordt het bedrag ervan vastgesteld en regelmatig opnieuw bezien aan de hand van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde referentiewisselkoers. Het geheven bedrag mag worden afgerond en in het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking wordt ervoor gezorgd dat gelijke leges worden geheven.”;

h)

het volgende lid wordt toegevoegd:

“9.   De Commissie beoordeelt om de drie jaar of het in de leden 1, 2 en 2 bis, van dit artikel opgenomen bedrag van de visumleges moet worden herzien, en houdt daarbij rekening met objectieve criteria, zoals de door Eurostat gepubliceerde inflatie voor de Unie als geheel en het gewogen gemiddelde van de salarissen van de ambtenaren van de lidstaten. Op basis van die beoordelingen stelt de Commissie, in voorkomend geval, overeenkomstig artikel 51 bis gedelegeerde handelingen vast tot wijziging van deze verordening wat het bedrag van de visumleges betreft.”;

13)

artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de eerste zin vervangen door:

“1.   De in artikel 43 bedoelde externe dienstverleners kunnen dienstverleningskosten aanrekenen.”;

b)

lid 3 wordt geschrapt;

c)

de volgende leden worden ingevoegd:

“4 bis.   In afwijking van lid 4 bedragen de dienstverleningskosten in derde landen waar de bevoegde lidstaat geen consulaat heeft om aanvragen in ontvangst te nemen en die lidstaat niet door een andere lidstaat wordt vertegenwoordigd, in beginsel niet meer dan 80 EUR.

4 ter.   In uitzonderlijke gevallen waarin het in lid 4 bis vermelde bedrag niet voldoende is om een volledige dienstverlening te verstrekken, kunnen hogere dienstverleningskosten worden gevraagd, voor een bedrag van ten hoogste 120 EUR. In een dergelijk geval stelt de betrokken lidstaat uiterlijk drie maanden voordat die regeling van kracht wordt, de Commissie in kennis van zijn voornemen hogere dienstverleningskosten op te leggen. In de kennisgeving wordt het niveau van de dienstverleningskosten gemotiveerd, met name aan de hand van een gedetailleerd overzicht van de kosten op basis waarvan een hoger bedrag is vastgesteld”;

d)

lid 5 wordt vervangen door:

“5.   De betrokken lidstaat kan alle aanvragers de mogelijkheid blijven bieden rechtstreeks een aanvraag in te dienen bij zijn consulaat of bij een consulaat van een lidstaat waarmee een vertegenwoordigingsregeling is overeengekomen overeenkomstig artikel 8.”;

14)

artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt het inleidende gedeelte vervangen door:

“1.   Het bevoegde consulaat of de centrale autoriteiten van de bevoegde lidstaat gaan na of:”;

b)

in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

“2.   Indien het bevoegde consulaat of de centrale autoriteiten van de bevoegde lidstaat vaststellen dat aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan, is de aanvraag ontvankelijk en zullen het consulaat of de centrale autoriteiten:

de procedures van artikel 8 van de VIS-verordening volgen, en

de aanvraag nader onderzoeken.”;

c)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   Indien het bevoegde consulaat of de centrale autoriteiten van de bevoegde lidstaten vaststellen dat niet aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan, is de aanvraag onontvankelijk en zullen het consulaat of de centrale autoriteiten onverwijld:

het aanvraagformulier en alle door de aanvrager verstrekte documenten teruggeven;

de verzamelde biometrische gegevens vernietigen;

de visumleges terugbetalen, en

de aanvraag niet onderzoeken.”;

d)

lid 4 wordt vervangen door:

“4.   In afwijking van lid 3 kan een aanvraag die niet aan de eisen van lid 1 voldoet, op humanitaire gronden of vanwege het nationale belang, of gelet op internationale verplichtingen, ontvankelijk worden geacht.”;

15)

artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 3 wordt als volgt gewijzigd:

i)

het inleidend gedeelte wordt vervangen door:

“3.   Wanneer het consulaat of de centrale autoriteiten controleren of de aanvrager aan de inreisvoorwaarden voldoet, gaan het consulaat of de centrale autoriteiten na:”;

ii)

punt e) wordt vervangen door:

“e)

of de aanvrager in het bezit is van een toereikende en geldige medische reisverzekering, in voorkomend geval, voor de duur van het voorgenomen verblijf of, indien een meervoudig inreisvisum wordt aangevraagd, voor de duur van het eerste voorgenomen bezoek.”;

b)

lid 4 wordt vervangen door:

“4.   Het consulaat of de centrale autoriteiten controleren, voor zover van toepassing, de lengte van de vorige en de voorgenomen verblijven, om na te gaan of de aanvrager de maximaal toegestane verblijfsduur op het grondgebied van de lidstaten niet heeft overschreden, ongeacht mogelijke toegestane verblijven op grond van een nationaal visum voor verblijf van lange duur of een verblijfsvergunning.”;

c)

in lid 6 wordt het inleidend gedeelte vervangen door:

“6.   Bij het onderzoeken van een aanvraag voor een luchthaventransitvisum gaan het consulaat of de centrale autoriteiten met name na:”;

d)

lid 8 wordt vervangen door:

“8.   Bij het onderzoeken van een aanvraag kunnen het consulaat of de centrale autoriteiten in gerechtvaardigde gevallen een onderhoud hebben met de aanvrager en hem om aanvullende documenten verzoeken.”;

16)

artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de leden 1 tot en met 3 worden vervangen door:

“1.   Een lidstaat kan, wegens een bedreiging van de openbare orde, de binnenlandse veiligheid, de internationale betrekkingen of de volksgezondheid, van de centrale autoriteiten van andere lidstaten verlangen dat deze zijn centrale autoriteiten raadplegen bij het onderzoeken van aanvragen van onderdanen van bepaalde derde landen of specifieke categorieën onderdanen van die landen. Deze raadpleging geldt niet voor aanvragen voor luchthaventransitvisa.

2.   De geraadpleegde centrale autoriteiten geven zo spoedig mogelijk uitsluitsel, maar niet later dan zeven kalenderdagen na raadpleging. Indien binnen deze termijn geen antwoord wordt ontvangen, betekent dit dat zij geen bezwaar hebben tegen de afgifte van het visum.

3.   In principe uiterlijk 25 kalenderdagen voordat zij de verplichting tot voorafgaande raadpleging invoeren of afschaffen, stellen de lidstaten de Commissie in kennis van hun voornemen hiertoe. Die informatie wordt ook verstrekt in het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking in het betrokken ambtsgebied.”;

b)

lid 5 wordt geschrapt;

17)

artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

“2.   Deze termijn kan in individuele gevallen worden verlengd tot ten hoogste 45 kalenderdagen, met name wanneer nader onderzoek van de aanvraag noodzakelijk is.”;

b)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“2 bis.   In gemotiveerde spoedeisende gevallen wordt onverwijld over aanvragen beslist.”;

c)

lid 3 wordt geschrapt;

d)

lid 4 wordt als volgt gewijzigd:

i)

het volgende punt wordt ingevoegd:

“b bis)

een luchthaventransitvisum af te geven overeenkomstig artikel 26, of”;

ii)

punt c) wordt vervangen door:

“c)

een visum weigeren overeenkomstig artikel 32.”;

iii)

punt d) wordt geschrapt;

18)

artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de derde alinea wordt geschrapt;

ii)

de vierde alinea wordt vervangen door:

“Onverminderd artikel 12, punt a), omvat de geldigheidsduur van een visum voor één binnenkomst een extra “marge” van 15 kalenderdagen.”;

b)

lid 2 wordt vervangen door:

“2.   Mits de aanvrager aan de inreisvoorwaarden van artikel 6, lid 1, punten a), c), d) en e), van Verordening (EU) 2016/399 voldoet, worden meervoudige inreisvisa met een lange geldigheidsduur afgegeven voor de volgende periodes, tenzij het visum langer geldig zou zijn dan het reisdocument:

a)

voor een geldigheidsduur van één jaar, mits de aanvrager in de voorgaande twee jaar drie visa heeft gekregen en rechtmatig heeft gebruikt;

b)

voor een geldigheidsduur van twee jaar, mits de aanvrager in de voorgaande twee jaar een eerder afgegeven meervoudig inreisvisum met een geldigheidsduur van één jaar heeft gekregen en rechtmatig heeft gebruikt;

c)

voor een geldigheidsduur van vijf jaar, mits de aanvrager in de voorgaande drie jaar een eerder afgegeven meervoudig inreisvisum met een geldigheidsduur van twee jaar heeft gekregen en rechtmatig heeft gebruikt.

Overeenkomstig artikel 25, lid 1, afgegeven luchthaventransitvisa en visa met territoriaal beperkte geldigheid worden niet in aanmerking genomen voor de afgifte van meervoudige inreisvisa.”;

c)

de volgende leden worden ingevoegd:

“2 bis.   In afwijking van lid 2 kan de geldigheidsduur van het afgegeven visum in individuele gevallen worden verkort, wanneer er redelijke twijfel bestaat dat voor de gehele periode aan de inreisvoorwaarden zal worden voldaan.

2 ter.   In afwijking van lid 2 beoordelen de consulaten in het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking of de in lid 2 vastgestelde regels inzake de afgifte van meervoudige inreisvisa moeten worden aangepast om rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden en met risico's op het gebied van migratie en veiligheid, met als doel gunstigere of restrictievere regels vast te stellen overeenkomstig lid 2 quinquies.

2 quater.   Onverminderd lid 2 kan een meervoudig inreisvisum met een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar worden afgegeven aan aanvragers die de noodzaak aantonen of hun voornemen motiveren om veelvuldig of regelmatig te reizen, mits zij hun integriteit en betrouwbaarheid aantonen, waaronder met name het rechtmatige gebruik van eerder afgegeven visa, hun economische situatie in het land van herkomst en hun werkelijke voornemen om het grondgebied van de lidstaten te verlaten vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van het aangevraagde visum.

2 quinquies.   Wanneer zulks nodig is op basis van de in lid 2 ter van dit artikel bedoelde beoordeling, stelt de Commissie middels uitvoeringshandelingen de regels betreffende de in lid 2 van dit artikel vastgestelde voorwaarden voor de afgifte van meervoudige inreisvisa vast die in elk ambtsgebied moeten worden toegepast om rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden, de risico's op het gebied van migratie en veiligheid en de algemene betrekkingen van de Unie met het derde land in kwestie. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”;

19)

het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 25 bis

Samenwerking op het gebied van overname

1.   Afhankelijk van de mate waarin een derde land de lidstaten medewerking verleent op het gebied van de overname van irreguliere migranten, hetgeen aan de hand van relevante en objectieve criteria wordt beoordeeld, zijn artikel 14, lid 6, artikel 16, lid 1 en artikel 16, lid 5, punt b), artikel 23, lid 1, en artikel 24, leden 2 en 2 quater, niet van toepassing op aanvragers of categorieën aanvragers die onderdaan zijn van een derde land dat overeenkomstig dit artikel wordt beschouwd als een land dat onvoldoende medewerking verleent.

2.   De door een derde land verleende medewerking op het gebied van overname wordt regelmatig, ten minste eens per jaar, door de Commissie beoordeeld aan de hand van, met name, de volgende indicatoren:

a)

het aantal terugkeerbesluiten dat is uitgevaardigd ten aanzien van personen die illegaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven en uit het betrokken derde land afkomstig zijn;

b)

het aantal gevallen van daadwerkelijke gedwongen terugkeer van personen ten aanzien van wie een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, uitgedrukt als een percentage van het aantal terugkeerbesluiten dat ten aanzien van onderdanen van het betrokken derde land is uitgevaardigd, met inbegrip van, in voorkomend geval, het aantal onderdanen van derde landen dat krachtens op Unie- of bilateraal niveau gesloten overnameovereenkomsten via het grondgebied van het betrokken derde land is doorgereisd;

c)

het aantal door het betrokken derde land aanvaarde overnameverzoeken per lidstaat, uitgedrukt als een percentage van het totale aantal door dat land ontvangen overnameverzoeken;

d)

het niveau van de praktische medewerking wat betreft de terugkeer in de verschillende fasen van de terugkeerprocedure, zoals:

i)

bijstand bij het identificeren van personen die illegaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven en bij de tijdige afgifte van reisdocumenten;

ii)

aanvaarding van het Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of laissez-passer;

iii)

aanvaarding van de overname van personen die krachtens de geldende wetgeving naar hun land moeten worden teruggezonden;

iv)

aanvaarding van terugkeervluchten en -operaties.

Een dergelijke beoordeling wordt gebaseerd op betrouwbare, door de lidstaten en door de instellingen, organen, instanties en agentschappen van de Unie verstrekte gegevens. De Commissie doet regelmatig, ten minste eenmaal per jaar, verslag van haar beoordeling aan de Raad.

3.   Een lidstaat kan op grond van de in lid 2 opgenomen indicatoren de Commissie in kennis stellen van aanzienlijke en aanhoudende praktische problemen bij de samenwerking met een derde land op het gebied van de overname van irreguliere migranten. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad onmiddellijk in kennis van de kennisgeving.

4.   Krachtens lid 3 verrichte kennisgevingen worden binnen één maand door de Commissie onderzocht. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van de resultaten van dit onderzoek.

5.   Wanneer de Commissie op basis van de in de leden 2 en 4 bedoelde analyse, en rekening houdend met de stappen die zij heeft ondernomen om het betrokken derde land op het gebied van overname beter te doen meewerken, en met de algemene betrekkingen van de Unie met dat derde land, ook inzake migratie, tot de conclusie komt dat een land onvoldoende medewerking verleent en er bijgevolg maatregelen moeten worden getroffen, of wanneer binnen twaalf maanden een gewone meerderheid van lidstaten de Commissie overeenkomstig lid 3 in kennis heeft gesteld, dient de Commissie, terwijl zij inspanningen blijft leveren om de samenwerking met het betrokken derde land te verbeteren, bij de Raad een voorstel in tot vaststelling van:

a)

een uitvoeringsbesluit tot tijdelijke opschorting van de toepassing van een of meer van artikel 14, lid 6, artikel 16, lid 5, punt b), artikel 23, lid 1, of artikel 24, leden 2 en 2 quater, voor alle onderdanen van het betrokken derde land of voor bepaalde categorieën van hen;

b)

een uitvoeringsbesluit tot geleidelijke toepassing van een van de in artikel 16, lid 2 bis, vastgestelde bedragen aan visumleges voor alle onderdanen van het betrokken derde land of voor bepaalde categorieën van hen, mits na een beoordeling door de Commissie de overeenkomstig het uitvoeringsbesluit toegepaste maatregelen bedoeld in punt a) van dit lid als ondoeltreffend worden beschouwd.

6.   Aan de hand van de in lid 2 opgenomen indicatoren beoordeelt de Commissie voortdurend of de door het betrokken derde land verleende medewerking op het gebied van de overname van irreguliere migranten aanzienlijk en duurzaam is verbeterd en brengt zij daarover verslag uit, en zij kan, mede in het licht van de algemene betrekkingen van de Unie met dat derde land, bij de Raad een voorstel indienen tot intrekking of wijziging van het in lid 5 bedoelde uitvoeringsbesluit.

7.   Uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de in lid 5 bedoelde uitvoeringsbesluiten brengt de Commissie verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de vorderingen in de door het betrokken derde land verleende medewerking op het gebied van overname.

8.   Indien de Commissie, op basis van de in lid 2 bedoelde analyse en rekening houdend met de algemene betrekkingen van de Unie met het betrokken derde land, met name op het gebied van overname, tot de conclusie komt dat dat derde land voldoende met de lidstaten aan de overname van irreguliere migranten meewerkt, kan zij bij de Raad een voorstel indienen tot vaststelling van een uitvoeringsbesluit waarbij ten aanzien van aanvragers of categorieën aanvragers die onderdanen van dat derde land zijn en op het grondgebied van dat derde land een visum aanvragen, een of meer van de volgende maatregelen worden vastgesteld:

a)

vermindering van de in artikel 16, lid 1, vermelde visumleges tot 60 EUR;

b)

vermindering van de in artikel 23, lid 1, vermelde termijn waarbinnen over een aanvraag moet worden beslist, tot 10 dagen;

c)

verlenging van de geldigheidsduur van in artikel 24, lid 2, bedoelde meervoudige inreisvisa.;

Dat uitvoeringsbesluit is van toepassing gedurende ten hoogste één jaar. Het kan zo nodig worden verlengd.”

20)

artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de leden 1 en 2 worden vervangen door:

“1.   De voorschriften voor het invullen van de visumsticker worden door de Commissie middels uitvoeringshandelingen vastgesteld. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2.   De lidstaten kunnen nationale vermeldingen aanbrengen in het voor opmerkingen bestemde gedeelte van de visumsticker. Die vermeldingen mogen niet dezelfde zijn als de verplichte gegevens die overeenkomstig de in lid 1 bedoelde procedure zijn vastgesteld.”;

b)

lid 4 wordt vervangen door:

“4.   Visumstickers voor visa voor één binnenkomst mogen uitsluitend in het geval van technische overmacht met de hand worden ingevuld. Op een met de hand ingevulde visumsticker mogen geen wijzigingen worden aangebracht.”;

21)

artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   De visumsticker wordt in het reisdocument aangebracht.”;

b)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“1 bis.   De gedetailleerde voorschriften voor het aanbrengen van de visumsticker worden door de Commissie middels uitvoeringshandelingen vastgesteld. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”;

22)

artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de leden 1 en 2 worden vervangen door:

“1.   Behoudens voor luchthaventransitvisa kan een lidstaat verlangen dat zijn centrale autoriteiten in kennis worden gesteld van visa die door andere lidstaten worden afgegeven aan onderdanen van bepaalde derde landen of specifieke categorieën onderdanen van die landen.

2.   Uiterlijk 25 kalenderdagen voordat de lidstaten de verplichting tot het verstrekken van deze informatie invoeren of afschaffen, stellen zij de Commissie in kennis van hun voornemen hiertoe. Die informatie wordt ook verstrekt in het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking in het betrokken ambtsgebied.”;

b)

lid 4 wordt geschrapt;

23)

artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1, punt a), wordt het volgende punt ingevoegd:

“ii bis)

het doel en de omstandigheden van de voorgenomen luchthaventransit niet heeft aangetoond;”;

b)

lid 2 wordt vervangen door:

“2.   De afwijzende beslissing en de redenen voor de afwijzing van de aanvraag worden aan de aanvrager kenbaar gemaakt door middel van het standaardformulier van bijlage VI, in de taal van de lidstaat die de definitieve beslissing over de aanvraag heeft genomen en een andere officiële taal van de instellingen van de Unie.”;

c)

lid 4 wordt geschrapt;

24)

artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt geschrapt;

b)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“2 bis.   De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen werkinstructies vast voor de wijze waarop aan de grenzen visa aan zeevarenden moeten worden afgegeven. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”;

25)

in artikel 37 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

“2.   Met betrekking tot de opslag en de behandeling van visumstickers worden passende veiligheidsmaatregelen getroffen om fraude of verlies te voorkomen. Elk consulaat houdt een inventaris bij van zijn voorraad visumstickers en registreert hoe elke visumsticker is gebruikt. Elk aanzienlijk verlies van blanco visumstickers wordt aan de Commissie gemeld.

3.   De consulaten of centrale autoriteiten archiveren de aanvragen op papier of in elektronisch formaat. Elk individueel dossier bevat de informatie die noodzakelijk is om de voorgeschiedenis van de beslissing over de aanvraag zo nodig te kunnen reconstrueren.

Individuele aanvraagdossiers worden ten minste één jaar bewaard, te rekenen vanaf de datum van de beslissing over de aanvraag als bedoeld in artikel 23, lid 1, of, indien dat later is, tot het einde van een eventuele beroepsprocedure. Individuele elektronische aanvraagdossiers, indien die er zijn, worden gedurende de geldigheid van de afgegeven visa bewaard.”.

26)

artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

“Middelen voor de behandeling van aanvragen en het toezicht op de visumprocedures”;

b)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   De lidstaten zetten in consulaten een voldoende aantal geschikte medewerkers in voor de behandeling van aanvragen, en wel zodanig dat een dienstverlening aan het publiek van een aanvaardbare en geharmoniseerde kwaliteit wordt gegarandeerd.”;

c)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“1 bis.   De lidstaten zorgen ervoor dat de hele visumprocedure in consulaten, met inbegrip van het indienen en het behandelen van aanvragen, het printen van visumstickers en de praktische samenwerking met externe dienstverleners wordt gecontroleerd door uitgezonden medewerkers, om de integriteit van alle fasen van de procedure te waarborgen.”;

d)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   De centrale autoriteiten van de lidstaten leiden zowel uitgezonden medewerkers als lokale medewerkers op passende wijze op en voorzien hun van volledige, nauwkeurige en geactualiseerde informatie over het toepasselijke Unie- en nationale recht.”;

e)

de volgende leden worden ingevoegd:

“3 bis.   Indien lidstaten hun centrale autoriteiten over aanvragen laten beslissen, als bedoeld in artikel 4, lid 1 bis, voorzien de lidstaten in specifieke opleiding om ervoor te zorgen dat medewerkers bij die centrale autoriteiten beschikken over voldoende en geactualiseerde landspecifieke kennis van plaatselijke sociaal-economische omstandigheden evenals over volledige, nauwkeurige en geactualiseerde informatie over het toepasselijke Unie- en nationale recht.

3 ter.   De lidstaten zorgen er ook voor dat de consulaten over een voldoende aantal passend opgeleide medewerkers beschikken om de centrale autoriteiten te assisteren bij het onderzoeken van en beslissen over aanvragen, met name door aan vergaderingen in het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking deel te nemen, informatie met de consulaten en lokale autoriteiten uit te wisselen, ter plaatse relevante informatie over migratierisico's en frauduleuze praktijken te verzamelen, en interviews en aanvullende onderzoeken te verrichten.”;

f)

het volgende lid wordt toegevoegd:

“5.   De lidstaten zorgen voor de invoering van een procedure die aanvragers toelaat klachten in te dienen met betrekking tot:

a)

het gedrag van de medewerkers in de consulaten en, in voorkomend geval, van de externe dienstverleners; of

b)

de aanvraagprocedure.

De consulaten of centrale autoriteiten houden een register bij van de klachten en van het gevolg dat daaraan wordt gegeven.

Lidstaten maken de informatie over de in dit lid opgenomen procedure openbaar.”;

27)

in artikel 39 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

“2.   Bij de uitoefening van hun ambt respecteren medewerkers van consulaten en centrale autoriteiten de menselijke waardigheid volledig. Elke maatregel staat in verhouding tot de daarmee nagestreefde doeleinden.

3.   Bij de uitvoering van hun taken onthouden medewerkers van consulaten en centrale autoriteiten zich van discriminatie op grond van geslacht, afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid.”;

28)

artikel 40 wordt vervangen door:

“Artikel 40

Consulaire organisatie en samenwerking

1.   De organisatie van de aanvraagprocedures valt onder de bevoegdheid van de respectieve lidstaten.

2.   De lidstaten:

a)

voorzien hun consulaten en hun autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de afgifte van visa aan de grenzen, van de voor de verzameling van biometrische kenmerken vereiste benodigdheden, en voorzien de kantoren van hun honorair consuls van de daartoe vereiste benodigdheden indien zij van hun diensten gebruikmaken om biometrische kenmerken te verzamelen overeenkomstig artikel 42;

b)

werken samen met een of meer andere lidstaten in het kader van een vertegenwoordigingsregeling of een andere vorm van consulaire samenwerking.

3.   Een lidstaat mag ook met een externe dienstverlener samenwerken, overeenkomstig artikel 43.

4.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de consulaire organisatie en samenwerking in elke consulaire vestiging.

5.   Ingeval de samenwerking met andere lidstaten wordt beëindigd, streven de lidstaten ernaar de continuïteit van de volledige dienstverlening te waarborgen.”;

29)

artikel 41 wordt geschrapt;

30)

artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 3 wordt geschrapt;

b)

lid 5 wordt vervangen door:

“5.   Externe dienstverleners hebben in geen geval toegang tot het VIS. De toegang tot het VIS is uitsluitend voorbehouden aan naar behoren gemachtigde medewerkers van consulaten of van centrale autoriteiten.”;

c)

lid 6 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt a) wordt vervangen door:

“a)

het verstrekken van algemene informatie over de visumvereisten, overeenkomstig artikel 47, lid 1, punten a), b) en c), en de visumaanvraagformulieren;”;

ii)

punt c) wordt vervangen door:

“c)

het verzamelen van gegevens en van aanvragen (met inbegrip van de biometrische kenmerken) en het doorzenden van de aanvraag aan het consulaat of de centrale autoriteiten;”;

iii)

de punten e) en f) worden vervangen door:

“e)

het beheren van afspraken met de aanvrager, indien van toepassing, op het consulaat of bij de externe dienstverlener;

f)

het verzamelen van de reisdocumenten, waaronder, indien van toepassing, een kennisgeving van weigering, van het consulaat of de centrale autoriteiten, en de terugzending daarvan aan de aanvrager.”;

d)

lid 7 wordt vervangen door:

“7.   Bij de keuze van een externe dienstverlener beoordeelt de betrokken lidstaat de betrouwbaarheid en de solvabiliteit van de organisatie of de onderneming, en ziet hij erop toe dat zich geen belangenconflicten voordoen. In het kader van dit onderzoek worden, naargelang het geval, de noodzakelijke vergunningen, de inschrijving in het handelsregister, de statuten en de contracten met banken gecontroleerd.”;

e)

lid 9 wordt vervangen door:

“9.   De lidstaten zijn verantwoordelijk voor het naleven van de regels voor de bescherming van persoonsgegevens en zien erop toe dat de externe dienstverlener is onderworpen aan toezicht van de toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming overeenkomstig artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (*5).

(*5)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).”;"

f)

lid 11 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in de eerste alinea worden de punten a) en b) vervangen door:

“a)

de algemene informatie over de criteria, voorwaarden en procedures voor het aanvragen van een visum, zoals vermeld in artikel 47, lid 1, punten a) tot en met c), en de inhoud van de aanvraagformulieren die de externe dienstverlener aan de aanvragers verstrekt;

b)

alle nodige technische en organisatorische veiligheidsmaatregelen om persoonsgegevens te beveiligen tegen onopzettelijke of onrechtmatige vernietiging, onopzettelijk verlies, vervalsing, niet-toegelaten verspreiding of toegang, met name wanneer de samenwerking mede inhoudt dat dossiers en gegevens aan het consulaat of de centrale autoriteiten van de betrokken lidstaat/lidstaten worden doorgezonden, en tegen enige andere vorm van onrechtmatige verwerking van de persoonsgegevens;”;

ii)

de tweede alinea wordt vervangen door:

“De consulaten of de centrale autoriteiten van de betrokken lidstaat/lidstaten voeren daartoe regelmatig en ten minste om de negen maanden steekproefsgewijze controles uit in het gebouw van de externe dienstverlener. De lidstaten kunnen afspraken maken over het delen van de lasten van dit regelmatige toezicht.”;

g)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“11 bis.   De lidstaten brengen jaarlijks uiterlijk op 1 februari verslag uit aan de Commissie over hun samenwerking met en toezicht (als bedoeld in bijlage X, punt C) op de externe dienstverleners die zij in de wereld hebben ingeschakeld.”;

31)

artikel 44 wordt vervangen door:

“Artikel 44

Versleuteling en beveiligde doorgifte van gegevens

1.   In het geval van samenwerking tussen lidstaten, van samenwerking met een externe dienstverlener of van beroep op een honorair consul ziet de betrokken lidstaat erop toe dat de gegevens volledig versleuteld worden, ongeacht of deze elektronisch dan wel fysiek op een elektronische gegevensdrager worden doorgegeven.

2.   In het geval dat derde landen de versleutelde gegevens verbieden die elektronisch worden doorgegeven, staat de betrokken lidstaat niet toe dat gegevens langs elektronische weg worden doorgegeven.

In dat geval zorgt de betrokken lidstaat ervoor dat de elektronische gegevens volledig worden versleuteld en fysiek op een elektronische gegevensdrager worden doorgegeven door een consulair ambtenaar van een lidstaat of, indien voor deze doorgifte buitensporige of onredelijke maatregelen moeten worden genomen, op een andere veilige en beveiligde manier, bijvoorbeeld door in het betrokken derde land gebruik te maken van erkende dienstverleners die ervaring hebben met het vervoer van gevoelige documenten en gegevens.

3.   In alle gevallen wordt het niveau van beveiliging van de doorgifte aangepast aan de graad van gevoeligheid van de gegevens.”;

32)

artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   Op erkende commerciële bemiddelaars wordt regelmatig toezicht uitgeoefend door middel van steekproefsgewijze controles, die onder meer bestaan uit persoonlijke of telefonische gesprekken met aanvragers, controles van reizen en accommodaties en, waar dit nodig wordt geacht, controle van de documenten betreffende een groepsgewijze terugreis.”;

b)

in lid 5 wordt de tweede alinea vervangen door:

“Elk consulaat en de centrale autoriteiten zorgen ervoor dat het publiek wordt geïnformeerd over de lijst van erkende commerciële bemiddelaars waarmee ze samenwerken, indien van toepassing.”;

33)

artikel 47, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a)

de volgende punten worden ingevoegd:

“a bis)

de criteria op grond waarvan een aanvraag als ontvankelijk wordt beschouwd, zoals vastgesteld in artikel 19, lid 1;

a ter)

dat biometrische gegevens in beginsel om de 59 maanden moeten worden verzameld, met ingang van de datum waarop deze voor het eerst zijn verzameld;”;

b)

punt c) wordt vervangen door:

“c)

de plaats waar de aanvraag kan worden ingediend (bevoegd consulaat of externe dienstverlener);”;

c)

het volgende punt wordt toegevoegd:

“j)

informatie over de in artikel 38, lid 5, vastgestelde klachtenprocedure.”;

34)

artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Om te waarborgen dat het gemeenschappelijk visumbeleid op een geharmoniseerde wijze en met inachtneming van de plaatselijke omstandigheden wordt toegepast, werken de consulaten en de delegaties van de Unie binnen elk ambtsgebied samen.

Daartoe verstrekt de Commissie overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Besluit 2010/427/EU van de Raad (*6) instructies aan de delegaties van de Unie inzake de uitvoering van de in dit artikel bedoelde coördinatietaken.

Wanneer centrale autoriteiten als bedoeld in artikel 4, lid 1 bis, in het betrokken ambtsgebied aanvragen onderzoeken en erover beslissen, zorgen de lidstaten ervoor dat die centrale autoriteiten actief betrokken worden bij de plaatselijke Schengensamenwerking. De medewerkers die bijdragen aan de plaatselijke Schengensamenwerking worden naar behoren opgeleid en betrokken bij de behandeling van aanvragen in het betrokken ambtsgebied.”;

(*6)  Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese Dienst voor extern optreden (PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30).”;"

b)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“1 bis.   De lidstaten en de Commissie werken met name samen om:

a)

een geharmoniseerde lijst op te stellen van bewijsstukken die door aanvragers moeten worden verstrekt, rekening houdend met artikel 14;

b)

de plaatselijke uitvoering van artikel 24, lid 2, inzake de afgifte van meervoudige inreisvisa, voor te bereiden;

c)

te zorgen voor een gemeenschappelijke vertaling van het aanvraagformulier, indien van toepassing;

d)

de lijst van door het gastland afgegeven reisdocumenten op te stellen en regelmatig te actualiseren;

e)

een gemeenschappelijk informatieblad op te stellen waarop de in artikel 47, lid 1, bedoelde informatie wordt vermeld;

f)

in voorkomend geval toezicht te houden op de toepassing van artikel 25 bis, leden 5 en 6.”;

c)

lid 2 wordt geschrapt;

d)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   In het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking wisselen de lidstaten de volgende informatie uit:

a)

kwartaalstatistieken over aangevraagde, afgegeven en geweigerde eenvormige visa, visa met territoriaal beperkte geldigheid en luchthaventransitvisa;

b)

informatie in verband met de beoordeling van risico's op het gebied van migratie en veiligheid, met name over:

i)

de sociaal-economische structuur van het gastland;

ii)

plaatselijke informatiebronnen, mede op het gebied van sociale zekerheid, ziektekostenverzekering, fiscale registers, en in- en uitreisregistraties;

iii)

het gebruik van valse, nagemaakte of vervalste documenten;

iv)

routes voor irreguliere immigratie;

v)

tendensen op het gebied van frauduleus gedrag;

vi)

tendensen op het gebied van weigeringen;

c)

informatie over de samenwerking met externe dienstverleners en met vervoersondernemingen;

d)

informatie over verzekeringsmaatschappijen die een adequate medische reisverzekering aanbieden, inclusief verificatie van het soort dekking en het eventuele eigen risico.”;

e)

in lid 5 wordt de tweede alinea geschrapt;

f)

het volgende lid wordt toegevoegd:

“7.   Binnen elk ambtsgebied wordt uiterlijk op 31 december van elk jaar een jaarverslag opgesteld. Op basis van die verslagen stelt de Commissie een jaarverslag over de stand van de plaatselijke Schengensamenwerking op dat aan het Europees Parlement en aan de Raad wordt toegezonden.”;

35)

artikel 50 wordt geschrapt;

36)

artikel 51 wordt vervangen door:

“Artikel 51

Instructies voor de praktische toepassing van deze verordening

De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen instructies vast betreffende de praktische toepassing van de bepalingen van deze verordening. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.”;

37)

het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 51 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 16, lid 9, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 1 augustus 2019. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 16, lid 9, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (*7).

5.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.   Een overeenkomstig artikel 16, lid 9, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

(*7)  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.”;"

38)

artikel 52 wordt vervangen door:

“Artikel 52

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité, hierna het “visumcomité” genoemd. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (*8).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Indien het comité geen advies uitbrengt, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.”.

(*8)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).”;"

39)

bijlage I wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij deze verordening;

40)

bijlage V wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening;

41)

bijlage VI wordt vervangen door de tekst in bijlage III bij deze verordening;

42)

de bijlagen VII, VIII en IX worden geschrapt;

43)

bijlage X wordt vervangen door de tekst in bijlage IV bij deze verordening.

Artikel 2

Controle en evaluatie

1.   Uiterlijk 2 augustus 2022 verricht de Commissie een evaluatie van de toepassing van Verordening (EG) nr. 810/2009, zoals gewijzigd bij onderhavige verordening. Daarin worden de bereikte resultaten getoetst aan de doelstellingen en wordt nagegaan hoe Verordening (EG) nr. 810/2009, zoals gewijzigd bij onderhavige verordening, is toegepast.

2.   De Commissie legt de in lid 1 bedoelde evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad. Zo nodig dient de Commissie op basis van de evaluatie passende voorstellen in.

3.   Uiterlijk 2 mei 2020, verstrekken de lidstaten aan de Commissie relevante beschikbare gegevens over het gebruik van de in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 810/2009 bedoelde medische reisverzekering door visumhouders gedurende hun verblijf op het grondgebied van de lidstaten, alsmede over kosten die door de nationale autoriteiten of verstrekkers van medische zorg voor visumhouders zijn gemaakt. Op grond van die gegevens stelt de Commissie, uiterlijk 2 november 2020 een verslag op dat aan het Europees Parlement en de Raad moet worden toegezonden.

Artikel 3

Inwerkingtreding

1.   Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Zij is van toepassing met ingang van 2 februari 2020.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel, 20 juni 2019.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

A. TAJANI

Voor de Raad

De voorzitter

G. CIAMBA


(1)  PB C 440 van 6.12.2018, blz. 142.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 17 april 2019 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 6 juni 2019.

(3)  Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) (PB L 243 van 15.9.2009, blz. 1).

(4)  Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77).

(5)  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(6)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(7)  Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43).

(8)  Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).

(9)  PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

(10)  Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31).

(11)  PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.

(12)  Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1).

(13)  PB L 160 van 18.6.2011, blz. 21.

(14)  Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19).


BIJLAGE I

“BIJLAGE I

Geharmoniseerd aanvraagformulier

AANVRAAG SCHENGENVISUM

Dit aanvraagformulier is gratis

Image 1  (1)

Familieleden van EU-, EER- of CH-burgers hoeven de velden 21, 22, 30, 31 en 32 (met een *) niet in te vullen.

De velden 1-3 moeten worden ingevuld overeenkomstig de gegevens in het reisdocument.

1.

Achternaam (familienaam):

DOOR DE DIENST IN TE VULLEN VAK

Datum indiening:

Nummer van de aanvraag:

2.

Achternaam bij de geboorte (vroegere familienaam):

3.

Voornaam/voornamen:

4.

Geboortedatum (dag-maand-jaar):

5.

Geboorteplaats:

6.

Geboorteland:

7.

Huidige nationaliteit:

Nationaliteit bij geboorte, indien anders:

Andere nationaliteiten:

Plaats indiening aanvraag

ambassade/consulaat

dienstverlener

commerciële bemiddelaar

8.

Geslacht:

☐ man ☐ vrouw

9.

Burgerlijke staat:

☐ alleenstaand ☐ gehuwd ☐ geregistreerd partnerschap ☐ gescheiden levend ☐ gescheiden ☐ weduwe/weduwnaar ☐ overige (gelieve te specificeren):

grens (naam):

andere:

10.

Persoon die het ouderlijk gezag uitoefent (voor minderjarigen)/voogd (achternaam, voornaam, adres, indien dat verschilt van dat van de aanvrager), telefoonnummer, e-mailadres en nationaliteit:

Behandeld door:

11.

Nationaal identiteitsnummer, indien van toepassing:

Bewijsstukken:

reisdocumenten

middelen van bestaan

uitnodiging

12.

Type reisdocument:

☐ gewoon paspoort ☐ diplomatiek paspoort ☐ dienstpaspoort ☐ officieel paspoort ☐ speciaal paspoort

☐ ander reisdocument (gelieve te specificeren):

13.

Nummer reisdocument:

14.

Datum van afgifte:

15.

Geldig tot:

16.

Afgegeven door (land):

medische reisverzekering

vervoermiddel

andere:

Besluit inzake het visum:

geweigerd

afgegeven:

A

C

VTBG

geldig:

van:

tot:

17.

Persoonsgegevens van het gezinslid dat een EU-, EER- of CH-burger is, indien van toepassing

Achternaam (Familienaam):

Voornaam/voornamen:

Geboortedatum (dag-maand-jaar):

Nationaliteit:

Nummer reisdocument of identiteitskaart:

18.

Familieband met een EU-, EER- of CH-burger, indien van toepassing:

☐ echtgeno(o)t(e) ☐ kind ☐ kleinkind ☐ afhankelijke verwant in opgaande lijn

☐ geregistreerd partnerschap ☐ andere:

19.

Thuisadres en e-mailadres van aanvrager:

Telefoonnummer(s):

20.

Verblijf in een ander land dan het land van de huidige nationaliteit:

☐ Neen

☐ Ja. Verblijfsvergunning of soortgelijk document … nr. … geldig tot …

*21.

Huidig beroep:

Aantal binnenkomsten:

☐ 1 ☐ 2 ☐ Meerdere

Aantal dagen:

*22.

Werkgever en adres en telefoonnummer van de werkgever. Voor studenten, naam en adres van de onderwijsinstelling:

23.

Doel(en) van de reis:

☐ toerisme ☐ zaken ☐ bezoek aan familie of vrienden.☐ cultuur ☐ sport ☐ officieel ☐ medische redenen ☐ studie ☐ luchthaventransit ☐ overige (gelieve te specificeren):

24.

Aanvullende informatie over het doel van het verblijf:

25.

Lidstaat waar de hoofdbestemming van de reis ligt (en andere lidstaten van bestemming, indien van toepassing):

26.

Lidstaat van eerste binnenkomst:

27.

Aantal verlangde binnenkomsten:

☐ één binnenkomst ☐ twee binnenkomsten ☐ meerdere binnenkomsten

Voorgenomen datum van aankomst van het eerste voorgenomen verblijf in het Schengengebied:

Voorgenomen datum van vertrek uit het Schengengebied na afloop van het eerste voorgenomen verblijf:

28.

Vingerafdrukken al eerder afgenomen voor de aanvraag van een Schengenvisum: ☐ Neen ☐ Ja.

Datum, indien bekend … Nummer visumsticker, indien bekend …

29.

Eventuele inreisvergunning voor het land dat het einddoel van de reis is:

afgegeven door … geldig van … tot …

*30.

Naam en voornaam van de uitnodigende persoon/personen in de lidstaat/lidstaten. Indien niet van toepassing: naam van hotel(s) of tijdelijk(e) onderkomen(s) in de lidstaat/lidstaten:

Adres en e-mailadres van uitnodigende persoon of personen/hotel(s)/tijdelijk(e) onderkomen(s):

Telefoonnummer:

*31.

Naam en adres van uitnodigend bedrijf/uitnodigende organisatie:

Naam/voornaam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van contactpersoon bij bedrijf/organisatie:

Telefoonnummer van bedrijf/organisatie:

*32.

Reiskosten en kosten van levensonderhoud worden tijdens het verblijf van de aanvrager gedragen:

door de aanvrager zelf

Middelen van bestaan

contant geld

travellercheques

kredietkaarten

vooruitbetaalde huisvesting

vooruitbetaald vervoer

overige (gelieve te specificeren):

door een garantsteller (uitnodigende persoon, bedrijf, organisatie), gelieve te specificeren:

….☐ bedoeld in veld 30 of 31

….☐ overige (gelieve te specificeren)

Middelen van bestaan

contant geld

huisvesting ter beschikking gesteld

alle kosten tijdens het verblijf zijn gedekt

vooruitbetaald vervoer

overige (gelieve te specificeren):

 

Ik neem er kennis van dat de visumleges niet worden terugbetaald indien het visum wordt geweigerd.

 

Van toepassing indien een meervoudig inreisvisum wordt aangevraagd:

Het is mij bekend dat ik bij mijn eerste bezoek en alle volgende bezoeken aan het grondgebied van de lidstaten moet beschikken over een toereikende medische reisverzekering.

 

Ik verklaar kennis te hebben genomen van het onderstaande en daarmee in te stemmen: Met het oog op het onderzoek van mijn aanvraag moeten de in dit aanvraagformulier verlangde gegevens worden verzameld, moet er een foto van mij worden gemaakt en moeten in voorkomende gevallen mijn vingerafdrukken worden genomen. Al mijn persoonsgegevens die op het aanvraagformulier worden vermeld, alsmede mijn vingerafdrukken en de foto die van mij is gemaakt, zullen worden verstrekt aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en door die autoriteiten worden verwerkt met het oog op een beslissing over mijn aanvraag.

Deze gegevens en de gegevens betreffende de beslissing die over mijn aanvraag wordt genomen of een beslissing om een afgegeven visum nietig te verklaren, in te trekken of te verlengen, worden ingevoerd in het Visuminformatiesysteem (VIS) en daar gedurende maximaal vijf jaar opgeslagen. Tijdens die periode zijn zij toegankelijk voor de visumautoriteiten en de autoriteiten die bevoegd zijn tot het uitvoeren van visumcontroles aan de buitengrenzen en binnen de lidstaten, en voor immigratie- en asielautoriteiten in de lidstaten, zodat deze kunnen toetsen of is voldaan aan de voorwaarden voor legale binnenkomst en legaal verblijf op het grondgebied van de lidstaten, kunnen vaststellen welke personen niet of niet langer aan deze voorwaarden voldoen, een asielaanvraag kunnen onderzoeken en kunnen vaststellen wie belast is met dit onderzoek. Onder bepaalde voorwaarden zijn de gegevens ook beschikbaar voor de aangewezen autoriteiten van de lidstaten en voor Europol, met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten. De autoriteit van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de verwerking van de gegevens is: [(…)].

Het is mij bekend dat ik het recht heb om van een lidstaat te verlangen dat mij wordt meegedeeld welke gegevens over mij in het VIS zijn opgeslagen en welke lidstaat deze gegevens naar het VIS heeft verzonden, en dat ik het recht heb te verlangen dat onjuiste gegevens over mij worden gecorrigeerd en dat onrechtmatig verwerkte gegevens over mij worden vernietigd. Op mijn uitdrukkelijk verzoek zal de autoriteit die mijn aanvraag onderzoekt, mij in kennis stellen van de wijze waarop ik mijn recht tot controle van mijn persoonsgegevens kan uitoefenen en deze gegevens kan doen verbeteren of verwijderen, met inbegrip van de daarmee verband houdende maatregelen krachtens de nationale wetgeving van de betrokken lidstaat. Bij de nationale toezichthoudende autoriteit van die lidstaat [contactgegevens: …] kan een verzoek worden ingediend met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens.

Ik verklaar dat alle door mij verstrekte persoonsgegevens naar mijn beste weten juist en volledig zijn. Het is mij bekend dat onjuiste verklaringen er in alle gevallen toe leiden dat mijn aanvraag wordt afgewezen of dat een reeds afgegeven visum nietig wordt verklaard en dat bovendien vervolging tegen mij kan worden ingesteld op grond van de wetgeving van de lidstaat die de aanvraag behandelt.

Ik verklaar het grondgebied van de lidstaat vóór het verstrijken van de geldigheid van het eventueel afgegeven visum te zullen verlaten. Mij is meegedeeld dat het bezit van een visum slechts een van de vereisten is voor binnenkomst op het Europese grondgebied van de lidstaten. Het bezit van een visum op zich houdt niet automatisch in dat ik gerechtigd ben tot schadevergoeding indien ik niet voldoe aan de toepasselijke bepalingen van artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) 2016/399 (Schengengrenscode) en mij op grond daarvan de toegang wordt geweigerd. Bij binnenkomst op het Europese grondgebied van de lidstaten zal opnieuw worden gecontroleerd of aan de vereisten is voldaan.

 

Plaats en datum:

Handtekening:

(handtekening van de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent/voogd, indien van toepassing):

”.

(1)  Voor Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland is geen logo vereist.


BIJLAGE II

“BIJLAGE V

LIJST VAN VERBLIJFSTITELS DIE DE HOUDER MACHTIGEN TOT DOORREIS VIA DE LUCHTHAVENS VAN LIDSTATEN ZONDER DAT EEN LUCHTHAVENTRANSITVISUM IS VEREIST

ANDORRA:

autorització temporal (tijdelijke immigratievergunning — groen),

autorització temporal per a treballadors d'empreses estrangeres (tijdelijke immigratievergunning voor werknemers van buitenlandse ondernemingen — groen),

autorització residència i treball (verblijfs- en werkvergunning — groen),

autorització residència i treball del personal d'ensenyament (verblijfs- en werkvergunning voor onderwijzend personeel — groen),

autorització temporal per estudis o per recerca (tijdelijke immigratievergunning voor studies of onderzoek — groen),

autorització temporal en pràctiques formatives (tijdelijke immigratievergunning voor stages en opleiding — groen),

autorització residència (verblijfsvergunning — groen),

CANADA:

permanent Resident (PR) Card (permanente verblijfsvergunning),

permanent Resident Travel Document (PRTD) (reisdocument voor permanent ingezetene),

JAPAN:

residence card (verblijfsvergunning).

SAN MARINO:

permesso di soggiorno ordinario (gewone verblijfsvergunning, één jaar geldig, verlengbaar op vervaldatum),

bijzondere verblijfsvergunningen voor de volgende situaties (één jaar geldig, verlengbaar op vervaldatum): het volgen van universitair onderwijs, sport, gezondheidszorg, religieuze motieven, verplegend personeel dat in openbare ziekenhuizen werkt, diplomatieke functies, samenwonen, vergunning voor minderjarigen, humanitaire motieven, vergunning ouderbezoek,

vergunningen voor seizoenswerk en tijdelijk werk (elf maanden geldig, verlengbaar op vervaldatum),

identiteitskaart voor personen die een officiële woonplaats (“residenza”) in San Marino hebben (vijf jaar geldig),

VERENIGDE STATEN:

geldig, niet verstreken immigrant visa (immigrantenvisum); mag in de haven van binnenkomst worden geviseerd voor één jaar als tijdelijk bewijs van verblijf, in afwachting van de opmaak van de I-551 card,

geldig, niet-verstreken Form I-551 (Permanent Resident Card — permanente verblijfstitel). Kan geldig zijn voor een periode van twee tot tien jaar — afhankelijk van de categorie van toelating. Wanneer de titel geen vervaldatum bevat, is de titel geldig voor reizen,

geldig, niet-verstreken Form I-327 (Re-entry Permit — vergunning voor hernieuwde binnenkomst),

geldig, niet-verstreken Form I-571 (Refugee Travel Document — vluchtelingenreisdocument, geviseerd met “Permanent Resident Alien” (permanent ingezeten vreemdeling)).

”.

BIJLAGE III

“BIJLAGE VI

Image 2  (1)

STANDAARDFORMULIER VOOR KENNISGEVING VAN DE MOTIVERING VAN HET WEIGEREN, NIETIG VERKLAREN OF INTREKKEN VAN EEN VISUM

WEIGERING/NIETIGVERKLARING/INTREKKING VAN EEN VISUM

Geachte mevrouw/heer …,

De/Het … ambassade/consulaat-generaal/consulaat/[andere bevoegde autoriteit] in … [namens (naam van de vertegenwoordigde lidstaat)];

[Andere bevoegde autoriteit] van …;

De autoriteit(en) die verantwoordelijk is/zijn voor de personencontrole te …

heeft/hebben

uw aanvraag onderzocht;

uw visum onderzocht, nummer: …, afgegeven: … [dag/maand/jaar].

Het visum is geweigerd

Het visum is nietig verklaard

Het visum is ingetrokken

Dit besluit is gebaseerd op de volgende reden(en):

1.

er is een vals/vervalst/nagemaakt reisdocument overgelegd

2.

het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf zijn onvoldoende aangetoond

3.

u heeft niet aangetoond over voldoende middelen van bestaan te beschikken, zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor de terugreis naar het land van herkomst of verblijf, of voor doorreis naar een derde land waar u met zekerheid zal worden toegelaten

4.

u heeft niet aangetoond in de mogelijkheid te verkeren op rechtmatige wijze voldoende middelen van bestaan te verkrijgen, zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor de terugreis naar het land van herkomst of verblijf, of voor doorreis naar een derde land waar u met zekerheid zal worden toegelaten

5.

u heeft in de lopende periode van 180 dagen reeds 90 dagen op het grondgebied van de lidstaten verbleven op grond van een eenvormig visum of een visum met territoriaal beperkte geldigheid

6.

u bent door … (naam lidstaat) in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd met het oog op weigering van toegang

7.

u wordt door één of meer lidstaten beschouwd als een bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid

8.

u wordt door één of meer lidstaten beschouwd als een gevaar voor de volksgezondheid als omschreven in artikel 2, punt 21, van Verordening (EU) 2016/399 (Schengengrenscode)

9.

u wordt door één of meer lidstaten beschouwd als een bedreiging voor de internationale betrekkingen van die lidstaat/lidstaten

10.

de informatie die is verstrekt met betrekking tot het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf is niet betrouwbaar

11.

er bestaat redelijke twijfel over de betrouwbaarheid van de verklaringen met betrekking tot … (gelieve te specificeren)

12.

er bestaat redelijke twijfel over de betrouwbaarheid en de echtheid van de overgelegde bewijsstukken of over de geloofwaardigheid van de inhoud ervan

13.

er bestaat redelijke twijfel over uw voornemen het grondgebied van de lidstaten vóór het verstrijken van het visum te verlaten

14.

er is niet voldoende aangetoond dat u niet in de gelegenheid bent geweest om op voorhand een visum aan te vragen, hetgeen een visumaanvraag aan de grens zou rechtvaardigen

15.

het doel en de omstandigheden van de voorgenomen luchthaventransit zijn onvoldoende aangetoond

16.

u heeft niet aangetoond dat u in het bezit bent van een toereikende en geldige medische reisverzekering

17.

de houder van het visum heeft om intrekking van het visum verzocht (2).

Aanvullende opmerkingen:

U kunt beroep instellen tegen het besluit tot weigering/nietigverklaring/intrekking van een visum.

De regeling inzake beroep tegen besluiten tot weigering/nietigverklaring/intrekking van een visum is te vinden in: (verwijzing naar het nationale recht):

Bevoegde autoriteit waarbij beroep kan worden ingesteld (contactgegevens):

Informatie over de procedure die u moet volgen, is te vinden bij (contactgegevens):

Een beroepsprocedure moet worden ingeleid binnen (indicatie van de termijn):

Datum en stempel van ambassade/consulaat-generaal/consulaat/instanties die verantwoordelijk zijn voor de personencontrole/andere bevoegde instanties:

Handtekening van de betrokkene (3): ….

”.

(1)  Voor Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland is geen logo vereist.

(2)  Tegen de intrekking van een visum om deze reden is geen beroep mogelijk.

(3)  Indien vereist door het nationale recht.


BIJLAGE IV

“BIJLAGE X

LIJST VAN MINIMUMEISEN DIE MOETEN WORDEN OPGENOMEN IN HET RECHTSINSTRUMENT INDIEN MET EXTERNE DIENSTVERLENERS WORDT SAMENGEWERKT

A.

In het rechtsinstrument zijn de volgende elementen vastgelegd:

a)

de taken van de externe dienstverlener, als bedoeld in artikel 43, lid 6, van deze verordening;

b)

de locaties waar de externe dienstverlener moet werken, en het consulaat waarmee het aanvraagcentrum samenwerkt;

c)

de diensten die vallen onder de verplichte dienstverleningskosten;

d)

de instructie dat de externe dienstverlener duidelijk aan het publiek moet melden dat voor optionele diensten andere vergoedingen gelden.

B.

Bij het verrichten van zijn activiteiten neemt de externe dienstverlener de volgende punten in acht met betrekking tot de gegevensbescherming:

a)

hij voorkomt te allen tijde het niet-toegelaten lezen, kopiëren, wijzigen of schrappen van gegevens, in het bijzonder bij het doorzenden aan het consulaat van de lidstaat/lidstaten die bevoegd is/zijn voor de behandeling van een aanvraag;

b)

volgens de instructies van de betrokken lidstaat/lidstaten zendt hij de gegevens door:

in versleutelde vorm wanneer de doorgifte elektronisch plaatsvindt, of

beveiligd wanneer de doorgifte fysiek plaatsvindt;

c)

hij zendt de gegevens zo snel mogelijk door:

in het geval van fysieke doorgifte, ten minste eenmaal per week;

in het geval van elektronisch doorgegeven versleutelde gegevens, ten laatste aan het einde van de dag waarop de gegevens zijn verzameld;

d)

hij zorgt voor passende middelen om individuele aanvraagdossiers van en naar het consulaat te traceren;

e)

hij vernietigt de gegevens uiterlijk zeven dagen nadat ze zijn doorgezonden en zorgt ervoor dat alleen de naam en de contactgegevens van de aanvrager — voor het regelen van afspraken — en het paspoortnummer worden bewaard totdat het paspoort aan de aanvrager wordt terugbezorgd en dat deze gegevens uiterlijk vijf dagen later worden vernietigd;

f)

hij zorgt voor de technische en organisatorische veiligheidsmaatregelen om persoonsgegevens te beveiligen tegen onopzettelijke of onrechtmatige vernietiging, onopzettelijk verlies, vervalsing, niet-toegelaten verspreiding of toegang, met name wanneer de samenwerking doorzending van dossiers en gegevens aan het consulaat van de betrokken lidstaat/lidstaten omvat, en tegen enige andere vorm van onrechtmatige verwerking van de persoonsgegevens;

g)

hij verwerkt de gegevens alleen in het kader van de verwerking van de persoonsgegevens van aanvragers namens de betrokken lidstaat/lidstaten;

h)

hij hanteert gegevensbeschermingsnormen die ten minste gelijkwaardig zijn aan de normen van Verordening (EU) 2016/679;

i)

hij verstrekt de aanvragers de krachtens artikel 37 van de VIS-verordening voorgeschreven informatie.

C.

Bij het verrichten van zijn activiteiten neemt de externe dienstverlener de volgende punten in acht met betrekking tot het gedrag van het personeel:

a)

hij zorgt voor een passende opleiding van het personeel;

b)

hij zorgt ervoor dat zijn personeelsleden bij de uitvoering van hun taken:

aanvragers beleefd bejegenen;

de menselijke waardigheid en de integriteit van de aanvragers eerbiedigen en niemand discrimineren op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, en

de geheimhoudingsvoorschriften in acht nemen, ook nadat de personeelsleden hun betrekking hebben verlaten of nadat het rechtsinstrument is opgeschort of beëindigd;

c)

hij zorgt ervoor dat de identiteit van de personeelsleden die voor de externe dienstverlener werken te allen tijde kan worden vastgesteld;

d)

hij toont aan dat de personeelsleden een blanco strafregister en de vereiste deskundigheid hebben.

D.

Bij de verificatie van de verrichting van zijn activiteiten neemt de externe dienstverlener de volgende punten in acht:

a)

hij verleent de bevoegde personeelsleden van de betrokken lidstaat/lidstaten te allen tijde, zonder voorafgaande aankondiging toegang tot zijn gebouwen en terreinen, met name voor inspectiedoeleinden;

b)

hij zorgt ervoor dat zijn afsprakensysteem op afstand toegankelijk is voor inspectiedoeleinden;

c)

hij zorgt ervoor dat controlemethoden worden gebruikt (bv. proefaanvragers, webcam);

d)

hij zorgt ervoor dat de voor gegevensbescherming bevoegde autoriteit van de lidstaat toegang heeft tot bewijs dat de gegevensbescherming in acht wordt genomen, onder meer in de vorm van verslaglegging, externe audits en regelmatige steekproefsgewijze controles;

e)

hij brengt onverwijld schriftelijk verslag uit aan de betrokken lidstaat/lidstaten over eventuele inbreuken op de veiligheid of eventuele klachten van aanvragers over misbruik van gegevens of toegang zonder toestemming, en pleegt overleg met de betrokken lidstaat/lidstaten teneinde een oplossing te vinden en onverwijld uitleg te verstrekken aan de aanvragers die een klacht hebben ingediend.

E.

Met betrekking tot de algemene eisen neemt de externe dienstverlener de volgende punten in acht:

a)

hij handelt volgens de instructies van de lidstaat/lidstaten die bevoegd is/zijn voor de behandeling van de aanvraag;

b)

hij neemt passende anticorruptiemaatregelen (bv. adequate bezoldiging van personeel, samenwerking bij de selectie van bij de taak betrokken medewerkers, toepassing van de “tweepersoonsregel”, rouleringsbeginsel);

c)

hij neemt de bepalingen van het rechtsinstrument volledig in acht; het rechtsinstrument bevat een schorsings- of beëindigingsclausule in geval van inbreuk op de vastgestelde regels, alsook een herzieningsclausule om ervoor te zorgen dat het rechtsinstrument de beste praktijk weerspiegelt.

”.

Top