Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32019R0945

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945 van de Commissie van 12 maart 2019 inzake onbemande luchtvaartuigsystemen en uit derde landen afkomstige exploitanten van onbemande luchtvaartuigsystemen

C/2019/1821

OJ L 152, 11.6.2019, p. 1–40 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/945/oj

11.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/945 VAN DE COMMISSIE

van 12 maart 2019

inzake onbemande luchtvaartuigsystemen en uit derde landen afkomstige exploitanten van onbemande luchtvaartuigsystemen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (1), en met name de artikelen 58 en 61,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De onbemande luchtvaartuigsystemen (UAS) die in gebruik het minste risico opleveren en die tot de categorie van "open" vluchtuitvoeringen behoren, mogen niet worden onderworpen aan klassieke procedures inzake naleving van de luchtvaartregelgeving. Voor die UAS moet gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om communautaire harmonisatiewetgeving vast te stellen, zoals vermeld in artikel 56, lid 6, van Verordening (EU) 2018/1139. Het is dan ook nodig eisen vast te stellen om de risico's te beheersen die gepaard gaan met de vluchtuitvoeringen met dergelijke UAS, volledig rekening houdende met andere toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie.

(2)

Die eisen moeten de essentiële voorschriften van artikel 55 van Verordening (EU) 2018/1139 omvatten, met name wat betreft de specifieke kenmerken en functies die nodig zijn om de uit vluchtuitvoeringen met die UAS voortvloeiende risico's op het gebied van veiligheid van de vlucht, privacy en bescherming van persoonsgegevens, beveiliging en milieu te beheersen.

(3)

Wanneer fabrikanten een UAS op de markt brengen met de bedoeling dit beschikbaar te stellen voor vluchtuitvoeringen in de categorie "open" en er derhalve een etiket met de identificatie van de klasse op aanbrengen, moeten zij erop toezien dat het UAS voldoet aan de eisen van die klasse.

(4)

Aangezien modelluchtvaartuigen die nu reeds op de markt worden aangeboden een goed veiligheidsniveau halen, is het passend UAS-klasse C4 te creëren; exploitanten van luchtvaartuigen uit deze klasse mogen niet aan buitensporige technische eisen worden onderworpen.

(5)

Deze verordening moet ook gelden voor UAS die beschouwd worden als speelgoed in de zin van Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad (2). Dergelijke UAS moeten uiteraard ook voldoen aan Richtlijn 2009/48/EG. Wanneer in het kader van de onderhavige verordening aanvullende veiligheidseisen worden vastgesteld, moet rekening worden gehouden met de eis tot naleving van die richtlijn.

(6)

UAS die geen speelgoed zijn in de zin van Richtlijn 2009/48/EG moeten voldoen aan de relevante essentiële gezondheids- en veiligheidsvoorschriften van Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad (3), als deze richtlijn van toepassing is op die UAS, en voor zover die gezondheids- en veiligheidseisen niet intrinsiek verband houden met de veiligheid van de vlucht met het UAS. Wanneer die gezondheids- en veiligheidseisen intrinsiek verband houden met de veiligheid van de vlucht, is alleen de onderhavige verordening van toepassing.

(7)

Richtlijn 2014/30/EU (4) en Richtlijn 2014/53/EU (5) van het Europees Parlement en de Raad mogen niet van toepassing zijn op onbemande luchtvaartuigen die worden gecertificeerd overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1139 en die uitsluitend bestemd zijn voor gebruik in de lucht en op frequenties die door het radioreglement van de Internationale Telecommunicatie-unie zijn toegewezen voor beschermd luchtvaartgebruik.

(8)

Richtlijn 2014/53/EU is van toepassing op onbemande luchtvaartuigen die niet worden gecertificeerd en die niet bestemd zijn om uitsluitend te worden gebruikt op frequenties die door het radioreglement van de Internationale Telecommunicatie-unie zijn toegewezen voor beschermd luchtvaartgebruik, als die luchtvaartuigen doelbewust elektromagnetische golven uitzenden en/of ontvangen ten behoeve van radiocommunicatie en/of radiodeterminatie op frequenties van minder dan 3 000 GHz.

(9)

Richtlijn 2014/30/EU is van toepassing op onbemande luchtvaartuigen die niet worden gecertificeerd en die niet bestemd zijn om uitsluitend te worden gebruikt op frequenties die door het radioreglement van de Internationale Telecommunicatie-unie zijn toegewezen voor beschermd luchtvaartgebruik, als die onbemande luchtvaartuigen niet onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2014/53/EU vallen.

(10)

Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) bevat gemeenschappelijke beginselen en horizontale bepalingen die van toepassing zijn op het verhandelen van producten die onder relevante sectorale wetgeving vallen. Om de samenhang met andere sectorale productwetgeving te garanderen, moeten de bepalingen inzake het verhandelen van UAS die bestemd zijn voor gebruik in de categorie "open", in overeenstemming worden gebracht met het bij Besluit 768/2008/EG vastgestelde kader.

(11)

Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad (7) is van toepassing op veiligheidsrisico's van UAS, voor zover de regels van de wetgeving van de Unie met betrekking tot de veiligheid van de desbetreffende producten geen specifieke bepalingen met dezelfde doelstelling bevatten.

(12)

Deze verordening is van toepassing op alle leveringsvormen, met inbegrip van verkoop op afstand.

(13)

De lidstaten moeten alle nodige maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd alleen op de markt worden aangeboden en in bedrijf worden gesteld indien zij bij normaal gebruik geen risico vertonen voor de gezondheid en voor de veiligheid van personen, huisdieren of eigendommen.

(14)

Om de burgers een hoog niveau van milieubescherming te bieden, is het noodzakelijk om de geluidsemissies zo veel mogelijk te beperken. Beperkingen van het geluidvermogensniveau van UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, kunnen opnieuw worden geëvalueerd aan het einde van de in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 van de Commissie (8) vastgestelde overgangsperiodes.

(15)

Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de conformiteit van de producten in de context van de groeiende e-commerce. Daartoe moeten de lidstaten worden aangemoedigd om samen te werken met de bevoegde autoriteiten in derde landen en om samenwerking tot stand te brengen tussen markttoezichtautoriteiten en douaneautoriteiten. Markttoezichtautoriteiten moeten, indien mogelijk, gebruikmaken van de "meldings- en actieprocedures" en samenwerking totstandbrengen met hun nationale autoriteiten die bevoegd zijn voor de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad (9). Om een snelle reactie mogelijk te maken, moeten zij nauwe contacten leggen met belangrijke tussenpersonen die hostingdiensten verlenen voor producten die online worden verkocht.

(16)

Om te zorgen voor een hoog niveau van bescherming van algemene belangen, zoals de volksgezondheid, en om eerlijke concurrentie op de markt van de Unie te garanderen, moeten de marktdeelnemers, al naargelang hun rol in de toeleverings- en distributieketen, ervoor verantwoordelijk zijn dat UAS die bestemd zijn om te worden geëxploiteerd in de categorie "open" voldoen aan de in deze verordening vastgestelde eisen. Er moet dan ook worden gezorgd voor een duidelijke en evenredige verdeling van de verplichtingen overeenkomstig de rol van iedere marktdeelnemer in de toeleverings- en distributieketen.

(17)

Om de communicatie tussen marktdeelnemers, nationale markttoezichtautoriteiten en consumenten te vergemakkelijken, moeten marktdeelnemers die voor exploitatie in de categorie "open" bestemde UAS leveren of verdelen, naast hun postadres ook een website vermelden.

(18)

De fabrikant, die op de hoogte is van de details van het ontwerp- en productieproces, is het best geplaatst om de conformiteitsbeoordelingsprocedure uit te voeren van UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd. De verplichting voor de conformiteitsbeoordeling moet daarom uitsluitend op de fabrikant blijven rusten.

(19)

Deze verordening moet van toepassing zijn op alle UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd en die nieuw zijn op de markt van de Unie, zowel nieuwe UAS die zijn vervaardigd door een in de Unie gevestigde fabrikant als nieuwe of tweedehands UAS die zijn ingevoerd uit een derde land.

(20)

Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat UAS uit derde landen die de markt van de Unie binnenkomen, voldoen aan de eisen van deze verordening als zij bestemd zijn om te worden geëxploiteerd in de categorie "open". Het is met name noodzakelijk ervoor te zorgen dat de fabrikanten passende conformiteitsbeoordelingsprocedures toepassen. Daarom moet worden bepaald dat importeurs erop toezien dat de UAS die zij in de handel brengen aan de eisen van deze verordening voldoen en dat zij geen UAS in de handel brengen die niet aan deze eisen voldoen of een risico inhouden. Er moet eveneens worden bepaald dat importeurs erop moeten toezien dat de conformiteitsbeoordelingsprocedures hebben plaatsgevonden en dat de CE-markering en de door de fabrikanten opgestelde technische documentatie ter inspectie beschikbaar zijn voor de bevoegde nationale autoriteiten.

(21)

De distributeur die een UAS in de handel brengt dat bestemd is om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, moet de nodige zorgvuldigheid betrachten om ervoor te zorgen dat de wijze waarop hij met het product omgaat geen negatieve invloed heeft op de conformiteit van het product. Van zowel importeurs als distributeurs wordt verwacht dat zij bij het in de handel brengen of op de markt aanbieden van producten de nodige zorgvuldigheid betrachten in verband met de toepasselijke eisen.

(22)

Bij het in de handel brengen van UAS die bestemd zijn om te worden geëxploiteerd in de categorie "open", moet elke importeur zijn naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het adres waarop hij kan worden gecontacteerd op het UAS vermelden. Wanneer dit door de grootte van het UAS niet mogelijk is, moet worden voorzien in uitzonderingen hierop. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de importeur de verpakking zou moeten openen om zijn naam en adres op het UAS te vermelden.

(23)

Wanneer een marktdeelnemer een UAS dat bestemd is om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd onder zijn eigen naam of handelsmerk in de handel brengt of zodanig wijzigt dat de conformiteit met de toepasselijke eisen in het gedrang kan komen, moet hij als fabrikant worden beschouwd en voldoen aan de verplichtingen van de fabrikant.

(24)

Omdat distributeurs en importeurs dicht bij de markt staan, moeten zij worden betrokken bij de markttoezichttaken van de bevoegde nationale autoriteiten en moeten zij bereid zijn actief medewerking te verlenen door die autoriteiten alle nodige informatie te verstrekken over de UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd.

(25)

Het markttoezicht wordt eenvoudiger en doeltreffender wanneer wordt gewaarborgd dat een UAS dat bestemd is om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd in de hele toeleveringsketen traceerbaar is. Een efficiënt traceringssysteem verlicht de taak van de markttoezichtautoriteiten wanneer zij marktdeelnemers moeten opsporen die non-conforme UAS op de markt hebben aangeboden.

(26)

Deze verordening moet beperkt blijven tot het formuleren van de essentiële voorschriften. Om gemakkelijker te kunnen beoordelen of UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd in overeenstemming zijn met die voorschriften, moet worden voorzien in een vermoeden van conformiteit voor producten die voldoen aan geharmoniseerde normen die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad (10) zijn vastgesteld om die eisen in gedetailleerde technische specificaties om te zetten.

(27)

De essentiële voorschriften die van toepassing zijn op UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, moeten zo nauwkeurig worden geformuleerd dat zij tot wettelijk bindende verplichtingen leiden. Zij moeten zodanig worden geformuleerd dat de conformiteit met de essentiële voorschriften ook kan worden beoordeeld bij het ontbreken van geharmoniseerde normen of ingeval de fabrikant ervoor kiest deze niet toe te passen.

(28)

Verordening (EU) nr. 1025/2012 voorziet in een procedure voor bezwaren tegen geharmoniseerde normen die niet volledig voldoen aan de in deze verordening opgenomen harmonisatiewetgeving die van toepassing is op UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd. Deze procedure moet in voorkomend geval van toepassing zijn op normen waarvan de referentie is bekendgemaakt in het Publicatieblad, waardoor het vermoeden van conformiteit met de in deze verordening vastgestelde eisen tot stand kwam.

(29)

Er moet worden gezorgd voor conformiteitsbeoordelingsprocedures waarmee de marktdeelnemers kunnen aantonen en de bevoegde instanties kunnen waarborgen dat op de markt aangeboden UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, aan de essentiële eisen voldoen. Besluit nr. 768/2008/EG stelt modules voor conformiteitsbeoordelingsprocedures vast, gaande van de minst strikte tot de meest strikte procedure, afhankelijk van de hoogte van het risico en het vereiste veiligheidsniveau. Om voor coherentie tussen de sectoren te zorgen en ad-hocvarianten van conformiteitsbeoordelingsprocedures te voorkomen, moeten conformiteitsbeoordelingsprocedures uit die modules worden gekozen.

(30)

Markttoezichtautoriteiten en UAS-exploitanten moeten gemakkelijk toegang hebben tot de EU-conformiteitsverklaring. Om deze eis na te leven, moeten fabrikanten ervoor zorgen dat elk UAS dat bestemd is om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, vergezeld gaat van een kopie van de EU-conformiteitsverklaring of de website waarop toegang kan worden verkregen tot de EU-conformiteitsverklaring.

(31)

Om effectieve toegang tot informatie voor markttoezichtdoeleinden te waarborgen, moet de informatie die vereist is voor de identificatie van alle handelingen van de Unie die van toepassing zijn op UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, in één EU-conformiteitsverklaring beschikbaar zijn. Om de administratieve lasten voor marktdeelnemers te verkleinen, moet het mogelijk zijn dat die EU-conformiteitsverklaring bestaat uit een dossier met afzonderlijke relevante conformiteitsverklaringen.

(32)

De CE-markering, waarmee de conformiteit van een product wordt aangegeven, is de zichtbare uitkomst van een conformiteitsbeoordelingsproces in ruime zin. De algemene beginselen voor de CE-markering zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad (11). In de onderhavige verordening moeten regels worden vastgesteld voor het aanbrengen van de CE-markering op UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd.

(33)

Voor sommige onder deze verordening vallende klassen van UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, is de tussenkomst van conformiteitsbeoordelingsinstanties vereist. De lidstaten moeten de Commissie in kennis stellen van deze klassen.

(34)

Er moet worden op toegezien dat de conformiteitsbeoordelingsinstanties van UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, in de hele Unie een uniform hoog prestatieniveau hebben, en dat al deze instanties hun functies op hetzelfde niveau en onder eerlijke concurrentievoorwaarden uitoefenen. Daarom moeten bindende voorschriften worden vastgesteld voor conformiteitsbeoordelingsinstanties die aangemeld willen worden met het oog op het verlenen van conformiteitsbeoordelingsdiensten.

(35)

Wanneer een conformiteitsbeoordelingsinstantie aantoont dat UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, voldoen aan de in de geharmoniseerde normen vastgelegde criteria, moet zij worden geacht te voldoen aan de overeenkomstige eisen van deze verordening.

(36)

Om een samenhangend kwaliteitsniveau van de conformiteitsbeoordeling te kunnen waarborgen, moeten ook eisen worden vastgesteld voor de aanmeldende autoriteiten en andere instanties die bij de beoordeling en aanmelding van en bij het toezicht op aangemelde instanties zijn betrokken.

(37)

In Verordening (EG) nr. 765/2008 zijn regels vastgesteld inzake de accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties, alsook een kader voor het markttoezicht op producten en voor de controle van producten uit derde landen, en zijn de algemene beginselen inzake CE-markering uiteengezet. Het in deze verordening beschreven systeem moet worden aangevuld met het accreditatiesysteem van Verordening (EG) nr. 765/2008.

(38)

Accreditatie die, zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 765/2008, op transparante wijze is georganiseerd en het nodige vertrouwen in conformiteitscertificaten waarborgt, moet door de nationale overheidsinstanties in de hele Unie worden gebruikt als middel waarmee de technische bekwaamheid van de conformiteitsbeoordelingsinstanties kan worden aangetoond.

(39)

Conformiteitsbeoordelingsinstanties besteden veelal een deel van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit of maken gebruik van een dochteronderneming. Om het beschermingsniveau te kunnen garanderen dat nodig is voor UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd en die in de Unie in de handel worden gebracht, is het essentieel dat onderaannemers en dochterondernemingen bij de uitvoering van conformiteitsbeoordelingstaken aan dezelfde eisen voldoen als aangemelde instanties. Daarom is het belangrijk dat de beoordeling van de bekwaamheid en de prestaties van instanties die worden aangemeld en het toezicht op reeds aangemelde instanties ook betrekking heeft op de activiteiten van onderaannemers en dochterondernemingen.

(40)

De aanmeldingsprocedure moet efficiënter en transparanter worden, en met name worden aangepast aan nieuwe technologie, zodat de aanmelding online kan worden verricht.

(41)

Omdat aangemelde instanties hun diensten in de gehele Unie kunnen aanbieden, moeten de andere lidstaten en de Commissie in staat worden gesteld bezwaren in te brengen tegen een aangemelde instantie. Daarom is het belangrijk te voorzien in een termijn binnen dewelke twijfels of bedenkingen omtrent de bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties kunnen worden weggenomen, alvorens zij als aangemelde instantie gaan functioneren.

(42)

Uit concurrentieoogpunt is het cruciaal dat de aangemelde instanties bij de toepassing van de conformiteitsbeoordelingsprocedures geen onnodige administratieve lasten voor marktdeelnemers creëren. Bij de technische uitvoering van de conformiteitsbeoordelingsprocedures moet om dezelfde reden worden gezorgd voor consistentie, zodat de marktdeelnemers gelijk worden behandeld. Dit kan het best worden bereikt door passende coördinatie en samenwerking tussen aangemelde instanties.

(43)

Belanghebbenden moeten het recht hebben beroep aan te tekenen tegen het resultaat van een conformiteitsbeoordeling door een aangemelde instantie. Het is belangrijk erop toe te zien dat er een beroepsprocedure tegen besluiten van aangemelde instanties beschikbaar is.

(44)

De fabrikanten moeten alle passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, alleen in de handel mogen worden gebracht als ze de gezondheid of veiligheid van personen niet in gevaar brengen wanneer ze naar behoren worden opgeslagen en worden gebruikt waarvoor ze zijn bestemd of onder omstandigheden die redelijkerwijs kunnen worden voorzien. UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, mogen slechts als niet in overeenstemming met de essentiële eisen van deze verordening worden beschouwd als zij gebruikt worden in omstandigheden die redelijkerwijs te voorzien zijn, d.w.z. wanneer dat gebruik het gevolg zou kunnen zijn van rechtmatig en gemakkelijk voorspelbaar menselijk gedrag.

(45)

Om rechtszekerheid te waarborgen, moet worden verduidelijkt dat de bepalingen van Verordening (EG) nr. 765/2008 inzake markttoezicht in de Unie en controle van producten die de markt van de Unie binnenkomen, met inbegrip van de bepalingen betreffende de uitwisseling van informatie via het systeem voor snelle uitwisseling van informatie (RAPEX), van toepassing zijn op UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd. Deze verordening mag de lidstaten niet beletten te kiezen welke autoriteiten bevoegd zijn voor de uitvoering van die taken. Om een vlotte overgang met betrekking tot de tenuitvoerlegging van deze verordening te garanderen, moet worden voorzien in passende overgangsmaatregelen.

(46)

UAS die in gebruik het grootste risico opleveren, moeten aan certificering worden onderworpen. In deze verordening moeten derhalve de voorwaarden worden vastgesteld waaronder het ontwerp, de productie en het onderhoud van UAS moeten worden onderworpen aan certificering. Omdat die voorwaarden verband houden met een hoger risico op schade aan derden bij ongevallen, moeten UAS die ontworpen zijn voor personenvervoer of voor het vervoer van gevaarlijke goederen en UAS waarvan een van de afmetingen groter is dan 3 m en die ontworpen zijn voor vluchten boven bijeenkomsten van mensen, worden onderworpen aan certificering. Ook UAS die gebruikt worden in de categorie "specifieke" vluchtuitvoeringen, zoals gedefinieerd in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, moeten aan certificering worden onderworpen als de bevoegde autoriteiten, op basis van een risicobeoordeling, een exploitatievergunning hebben afgegeven waarin vermeld is dat het exploitatierisico niet voldoende kan worden beperkt zonder certificering van het UAS.

(47)

In de handel gebrachte UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd en waarop een etiket met de vermelding van de klasse is aangebracht, moeten voldoen aan de certificeringsvereisten voor UAS die worden geëxploiteerd in de categorie "specifiek" of "gecertificeerd", al naargelang van toepassing, als zij buiten de categorie "open" worden gebruikt.

(48)

UAS-exploitanten die hun hoofdvestiging of vestiging hebben in een derde land of verblijven in een derde land en vluchtuitvoeringen met UAS verrichten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim, moeten onder deze verordening vallen.

(49)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn gebaseerd op advies nr. 01/2018 (12) van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA), overeenkomstig artikel 65 van Verordening (EU) 2018/1139,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Onderwerp

1.   In deze verordening worden de eisen vastgesteld voor het ontwerp en de vervaardiging van onbemande luchtvaartuigsystemen (UAS) die bestemd zijn om te worden geëxploiteerd volgens de regels en voorwaarden die zijn vastgesteld Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, en van add-ons voor identificatie op afstand. In deze verordening wordt ook bepaald van welke types UAS het ontwerp, de productie en het onderhoud aan certificering worden onderworpen.

2.   Deze verordening bevat ook regels voor het op de markt aanbieden van UAS die bestemd zijn voor gebruik in de categorie "open" en van add-ons voor identificatie op afstand, en voor het vrije verkeer daarvan in de Unie.

3.   In deze verordening worden ook regels vastgesteld voor UAS-exploitanten uit derde landen, wanneer zij met een UAS een vluchtuitvoering overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 verrichten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Hoofdstuk II van deze verordening is van toepassing op de volgende producten:

a)

UAS die bestemd zijn om te worden geëxploiteerd volgens de regels en voorwaarden die van toepassing zijn op de categorie "open" van UAS-vluchtuitvoeringen, overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, behalve door particulieren gebouwde UAS, en waarop een etiket met de identificatie van de klasse is aangebracht, zoals uiteengezet in delen 1 tot en met 5 van de bijlage bij deze verordening, waarop is aangegeven tot welke van de vijf in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 vermelde UAS-klassen het UAS behoort;

b)

add-ons voor identificatie op afstand, zoals uiteengezet in deel 6 van de bijlage bij deze verordening.

2.   Hoofdstuk III van deze verordening is van toepassing op UAS die worden geëxploiteerd volgens de regels en voorwaarden die van toepassing zijn op de categorieën UAS-vluchtuitvoeringen "gecertificeerd" en "specifiek", overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947.

3.   Hoofdstuk IV van deze verordening is van toepassing op UAS-exploitanten die hun hoofdvestiging of vestiging hebben in een derde land of die in een derde land verblijven, als in de Unie vluchten worden uitgevoerd met de UAS.

4.   Deze verordening is niet van toepassing op UAS die uitsluitend bestemd zijn om binnen te worden gebruikt.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)   "onbemand luchtvaartuig (UA)": elk luchtvaartuig waarmee vluchten worden uitgevoerd of dat is ontworpen om vluchten autonoom of op afstand bestuurd uit te voeren zonder piloot aan boord;

2)   "apparatuur om onbemande luchtvaartuigen op afstand te besturen": alle instrumenten, uitrusting, mechanismen, apparaten, toebehoren, software of accessoires die nodig zijn voor veilige vluchtuitvoeringen met een UA, die geen onderdelen zijn en die niet aan boord van dat UA worden meegenomen;

3)   "onbemand luchtvaartuigsysteem" (UAS): een onbemand luchtvaartuig en de apparatuur om het op afstand te besturen;

4)   "exploitant van onbemande luchtvaartuigsystemen" ("UAS-exploitant"): een natuurlijke persoon of rechtspersoon die vluchten uitvoert met of voornemens is vluchten uit te voeren met een of meer UAS;

5)   "categorie" open"": een categorie UAS-vluchtuitvoeringen die gedefinieerd is in artikel 4 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947;

6)   "categorie" specifiek"": een categorie UAS-vluchtuitvoeringen die gedefinieerd is in artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947;

7)   "categorie" gecertificeerd"": een categorie UAS-vluchtuitvoeringen die gedefinieerd is in artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947;

8)   "harmonisatiewetgeving van de Unie": alle wetgeving van de Unie waarbij de voorwaarden voor het in de handel brengen van producten worden geharmoniseerd;

9)   "accreditatie": accreditatie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 10, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

10)   "conformiteitsbeoordeling": het proces waarbij wordt aangetoond of een product voldoet aan de vastgestelde eisen;

11)   "conformiteitsbeoordelingsinstantie": een instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals onder meer ijken, testen, certificeren en inspecteren;

12)   "CE-markering": een markering waarmee de fabrikant aangeeft dat het product in overeenstemming is met alle toepasselijke eisen van de harmonisatiewetgeving van de Unie die in het aanbrengen ervan voorziet;

13)   "fabrikant": een natuurlijke of rechtspersoon die een product vervaardigt, laat ontwerpen of laat vervaardigen, en het onder zijn naam of merk verhandelt;

14)   "gemachtigde": een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door de fabrikant is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen;

15)   "importeur": een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een product uit een derde land in de Unie in de handel brengt;

16)   "distributeur": een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, verschillend van de fabrikant of de importeur, die een product op de markt aanbiedt;

17)   "marktdeelnemers": de fabrikant, de gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant, de importeur en de distributeur van het UAS;

18)   "op de markt aanbieden": het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, leveren van een product met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Unie;

19)   "in de handel brengen": een product voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden;

20)   "geharmoniseerde norm": een geharmoniseerde norm zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1025/2012;

21)   "technische specificatie": een document waarin de technische voorschriften zijn uiteengezet waaraan een product, een proces of een dienst moet voldoen;

22)   "door een particulier gebouwd UAS": een UAS dat voor eigen gebruik door de bouwer is geassembleerd of vervaardigd, uitgezonderd UAS die zijn vervaardigd uit een reeks onderdelen die als een bouwpakket door de fabrikant in de handel worden gebracht;

23)   "markttoezichtautoriteit": een autoriteit van een lidstaat die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van markttoezicht op het eigen grondgebied;

24)   "terugroepen": een maatregel waarmee wordt beoogd dat een product dat al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld, wordt teruggebracht;

25)   "uit de handel nemen": een maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat een product dat zich in de toeleveringsketen bevindt, op de markt wordt aangeboden;

26)   "gemeenschappelijk Europees luchtruim": het luchtruim boven het grondgebied waarop de Verdragen van toepassing zijn, alsmede elk ander deel van het luchtruim waarin de lidstaten Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de Raad (13) toepassen in overeenstemming met artikel 1, lid 3, van die verordening;

27)   "piloot op afstand": een natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor het veilig uitvoeren van de vlucht van een UA door de vluchtbesturing ervan te bedienen, hetzij manueel of, indien het UA automatisch vliegt, door toezicht te houden op de koers ervan en in staat te zijn op elk moment in te grijpen en de koers te wijzigen;

28)   "maximale startmassa" (MTOM): de door de fabrikant of de bouwer gedefinieerde maximale massa van het UA, met inbegrip van de lading en de brandstof, waarbij vluchtuitvoeringen met het UA kunnen worden verricht;

29)   "lading": alle instrumenten, mechanismen, uitrusting, onderdelen, apparaten, toebehoren of accessoires, met inbegrip van communicatieapparatuur, die in het luchtvaartuig zijn geïnstalleerd of op het luchtvaartuig zijn bevestigd en die niet gebruikt worden voor of bestemd zijn om gebruikt te worden voor de vluchtuitvoering met of besturing van het luchtvaartuig, en die geen onderdeel vormen van een casco, motor of propeller;

30)   "follow-me-modus": een vluchtuitvoeringsmodus van een UAS waarbij het onbemande luchtvaartuig constant de piloot op afstand volgt binnen een vooraf bepaalde straal;

31)   "directe identificatie op afstand": een systeem dat zorgt voor de lokale uitzending van informatie over een geëxploiteerd UA, met inbegrip van de markering van het UA, zodat die informatie kan worden verkregen zonder fysieke toegang tot het UA;

32)   "geobewustzijn": een functie die, gebaseerd op de door de lidstaten verstrekte gegevens, een potentiële inbreuk op luchtruimbeperkingen detecteert en de piloten op afstand waarschuwt zodat zij onmiddellijk effectieve maatregelen kunnen nemen om die inbreuk te vermijden;

33)   "geluidvermogensniveau LWA ": het A-gewogen geluidvermogensniveau in dB in verhouding tot 1 pW, zoals gedefinieerd in EN ISO 3744:2010;

34)   "gemeten geluidvermogensniveau": het geluidvermogensniveau dat is bepaald aan de hand van metingen die worden verricht overeenkomstig deel 13 van de bijlage; de gemeten waarden kunnen worden bepaald op basis van één UA dat representatief is voor het type apparatuur of op basis van het gemiddelde van een aantal UA;

35)   "gewaarborgd geluidvermogensniveau": het geluidvermogensniveau dat is bepaald overeenkomstig de voorschriften van deel 13 van de bijlage, met inbegrip van de onzekerheden ten gevolge van variaties in de productie en de meetmethoden, en waarvan de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde vertegenwoordiger verzekert dat het, volgens de gebruikte en in de technische documentatie genoemde technische instrumenten, niet overschreden wordt;

36)   "stilhangen in de lucht": op dezelfde geografische positie in de lucht blijven;

37)   "bijeenkomsten van mensen": bijeenkomsten waar de mensen zo dicht op elkaar staan dat het niet mogelijk is uit de weg te gaan.

HOOFDSTUK II

UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd en add-ons voor identificatie op afstand

DEEL 1

Productvoorschriften

Artikel 4

Voorschriften

1.   De in artikel 2, lid 1, vermelde producten moeten voldoen aan de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage.

2.   UAS die geen speelgoed zijn in de zin van Richtlijn 2009/48/EG moeten voldoen aan de relevante gezondheids- en veiligheidseisen van Richtlijn 2006/42/EG, maar alleen met betrekking tot andere risico's dan die welke verband houden met de veiligheid van de vlucht van het UA.

3.   De software van producten die al op de markt zijn aangeboden, mag alleen worden geüpdatet als dat geen gevolgen heeft voor de conformiteit van het product.

Artikel 5

Op de markt aanbieden en vrij verkeer van producten

1.   Producten worden alleen op de markt aangeboden als ze voldoen aan de eisen van dit hoofdstuk en geen gevaar vormen voor de gezondheid of veiligheid van personen, dieren of eigendommen.

2.   De lidstaten mogen het op de markt aanbieden van producten die voldoen aan dit hoofdstuk niet verbieden, beperken of verhinderen op grond van aspecten die door dit hoofdstuk worden geregeld.

DEEL 2

Verplichtingen van marktdeelnemers

Artikel 6

Verplichtingen van fabrikanten

1.   Wanneer fabrikanten hun producten in de Unie in de handel brengen, waarborgen zij dat deze zijn ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage.

2.   Fabrikanten stellen de in artikel 17 bedoelde technische documentatie op en voeren de in artikel 13 bedoelde relevante conformiteitsbeoordelingsprocedure uit of laten deze uitvoeren.

Wanneer met die conformiteitsbeoordelingsprocedure is aangetoond dat het product aan de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage voldoet, stellen de fabrikanten een EU-conformiteitsverklaring op en brengen zij de CE-markering aan.

3.   Fabrikanten bewaren de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring gedurende tien jaar nadat het product in de handel is gebracht.

4.   Fabrikanten zorgen ervoor dat zij beschikken over procedures om te waarborgen dat hun serieproductie in overeenstemming blijft met dit hoofdstuk. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in het ontwerp, de kenmerken of de software van het product en met veranderingen in de geharmoniseerde normen of technische specificaties waarnaar in de conformiteitsverklaring van het product wordt verwezen.

Indien dit passend wordt geacht, rekening houdend met de risico's van een product, voeren fabrikanten met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten steekproeven uit op de verhandelde producten, onderzoeken zij klachten, non-conforme producten en teruggeroepen producten en houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dergelijk toezicht.

5.   Fabrikanten van UAS zien erop toe dat op het UA een type is aangebracht in de zin van Besluit 768/2008/EG en een uniek serienummer dat het mogelijk maakt het UAS te identificeren, voor zover van toepassing in overeenstemming met delen 2, 3 en 4 van de bijlage. Fabrikanten van add-ons voor identificatie op afstand zien erop toe dat een type en een uniek serienummer zijn aangebracht op de add-ons voor identificatie op afstand, zodat deze kunnen worden geïdentificeerd en in overeenstemming zijn met de eisen van deel 6 van de bijlage. In beide gevallen zien de fabrikanten erop toe dat ook een uniek serienummer wordt aangebracht op de EU-conformiteitsverklaring of op de vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 14.

6.   Fabrikanten vermelden op het product hun naam, hun geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam, hun website en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen, of wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een begeleidend document. Het adres vermeldt één plaats waar contact kan worden opgenomen met de fabrikant. De contactgegevens worden vermeld in een taal die eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk kunnen begrijpen.

7.   Fabrikanten zien erop toe dat het product vergezeld gaat van de bij de delen 1 tot en met 6 van de bijlage vereiste handleiding en de inlichtingennota, in een door de betrokken lidstaat bepaalde taal die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen. Die handleiding en inlichtingennota, evenals eventuele etikettering, moeten duidelijk, begrijpelijk en leesbaar zijn.

8.   Fabrikanten zorgen ervoor dat elk product vergezeld gaat van een kopie van de EU-conformiteitsverklaring of een vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring. Als een vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring wordt verstrekt, bevat deze het juiste internetadres waar de volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring te vinden is.

9.   Fabrikanten die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat door hen in de handel gebrachte producten niet in overeenstemming zijn met dit hoofdstuk, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om de producten in overeenstemming te brengen of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Als het product een risico vertoont, brengen de fabrikanten de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten waar zij het product op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen en de resultaten daarvan uitvoerig beschrijven.

10.   Op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit verstrekken fabrikanten aan deze autoriteit op papier of in elektronische vorm alle informatie en documentatie die nodig is om de conformiteit van het product met dit hoofdstuk aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle maatregelen die worden genomen om de risico's van het door hen in de handel gebrachte product weg te nemen.

Artikel 7

Gemachtigde vertegenwoordigers

1.   Een fabrikant kan via een schriftelijk mandaat een gemachtigde vertegenwoordiger aanstellen.

De verplichtingen uit hoofde van artikel 6, lid 1, en de verplichting om de in artikel 6, lid 2, bedoelde technische documentatie op te stellen, maken geen deel uit van het mandaat van de gemachtigde vertegenwoordiger.

2.   Een gemachtigde vertegenwoordiger voert de taken uit die gespecificeerd zijn in het mandaat dat hij of zij van de fabrikant heeft ontvangen. Het mandaat laat de gemachtigde vertegenwoordiger toe ten minste de volgende taken te verrichten:

a)

hij houdt de EU-conformiteitsverklaring en de technische documentatie gedurende tien jaar nadat het product in de EU in de handel is gebracht, ter beschikking van de nationale markttoezichtautoriteiten;

b)

op een met redenen omkleed verzoek van een markttoezichtautoriteit of grenscontroleautoriteit verstrekt hij die autoriteit alle informatie en documenten die nodig zijn om de conformiteit van het product aan te tonen;

c)

op verzoek van de markttoezichtautoriteiten of grenscontroleautoriteiten werkt hij met hen samen om de niet-conformiteit van onder het mandaat van de gemachtigde vertegenwoordiger vallende producten of het daardoor veroorzaakte veiligheidsrisico weg te nemen.

Artikel 8

Verplichtingen van importeurs

1.   Importeurs bieden alleen producten die voldoen aan de eisen van dit hoofdstuk aan op de markt van de Unie.

2.   Alvorens een product aan te bieden op de markt van de Unie zorgen importeurs ervoor dat:

a)

de fabrikant de passende in artikel 13 vermelde conformiteitsbeoordelingsprocedure heeft uitgevoerd;

b)

de fabrikant de in artikel 17 vermelde technische documentatie heeft opgesteld;

c)

de CE-markering en, indien vereist, het etiket met de UA-klasse en de vermelding van het geluidvermogensniveau op het product zijn aangebracht;

d)

het product vergezeld gaat van de in artikel 6, leden 7 en 8, bedoelde documenten;

e)

de fabrikant voldaan heeft aan de in artikel 6, leden 5 en 6, vermelde eisen.

Wanneer een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een product niet voldoet aan de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage, mag hij het product niet in de handel brengen voordat het conform is gemaakt. Wanneer het product een risico inhoudt voor de gezondheid en veiligheid van consumenten en derden, stelt de importeur de fabrikant en de bevoegde nationale autoriteiten daar bovendien van in kennis.

3.   Importeurs vermelden op het product hun naam, hun geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam, hun website en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen, of wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij het product gevoegd document. De contactgegevens worden vermeld in een taal die eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk kunnen begrijpen.

4.   Fabrikanten zien erop toe dat het product vergezeld gaat van de bij de delen 1 tot en met 6 van de bijlage vereiste handleiding en de inlichtingennota, in een door de betrokken lidstaat bepaalde taal die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen. Die handleiding en inlichtingennota, evenals eventuele etikettering, moeten duidelijk, begrijpelijk en leesbaar zijn.

5.   Gedurende de periode dat zij voor het product verantwoordelijk zijn, zorgen importeurs voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden dat de conformiteit van het product met de eisen van artikel 4 niet in het gedrang komt.

6.   Indien dit passend wordt geacht, rekening houdend met de risico's van een product, voeren importeurs met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van eindgebruikers en derden, steekproeven uit op de producten die op de markt worden aangeboden, onderzoeken zij klachten, non-conforme producten en teruggeroepen producten en houden daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dit toezicht.

7.   Importeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebracht product niet in overeenstemming is met de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om het product in overeenstemming te brengen, of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen importeurs, indien het product een risico vertoont, de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten waar zij het product op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.

8.   Importeurs houden gedurende tien jaar nadat het product in de handel is gebracht een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten en zorgen ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan die autoriteiten kan worden verstrekt.

9.   Importeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het product aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle maatregelen die worden genomen om de risico's van het door hen in de handel gebrachte product weg te nemen.

Artikel 9

Verplichtingen van distributeurs

1.   Distributeurs die in de Unie een product op de markt aanbieden, betrachten de nodige zorgvuldigheid met betrekking tot de eisen van dit hoofdstuk.

2.   Alvorens een product op de markt aan te bieden, controleren distributeurs of dat product voorzien is van de CE-markering en, voor zover van toepassing, het etiket waarop de UA-klasse en het geluidvermogensniveau zijn vermeld, of het vergezeld gaat van de in artikel 6, leden 7 en 8, vermelde documenten en of de fabrikant en de importeur voldoen aan de eisen van artikel 6, leden 5 en 6, en artikel 8, lid 3.

Distributeurs zien erop toe dat het product vergezeld gaat van de bij de delen 1 tot en met 6 van de bijlage vereiste handleiding en de inlichtingennota, in een door de betrokken lidstaat bepaalde taal die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen. Die handleiding en inlichtingennota, evenals eventuele etikettering, moeten duidelijk, begrijpelijk en leesbaar zijn.

Wanneer een distributeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een product niet voldoet aan de eisen van artikel 4, mag hij het product niet op de markt aanbieden voordat het conform is gemaakt. Wanneer het product een risico vertoont, brengt de distributeur de fabrikant of de importeur hiervan bovendien op de hoogte, evenals de bevoegde markttoezichtautoriteiten.

3.   Gedurende de periode dat zij voor een product verantwoordelijk zijn, zorgen distributeurs voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden dat de conformiteit van het product met de eisen van artikel 4 niet in het gedrang komt.

4.   Distributeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen op de markt aangeboden product niet in overeenstemming is met de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie, zien erop toe dat de nodige corrigerende maatregelen worden genomen om het product in overeenstemming te brengen, of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen distributeurs, indien het product een risico vertoont, de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten waar zij het product op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.

5.   Distributeurs verstrekken, ingevolge een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde nationale autoriteit, aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het product aan te tonen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle maatregelen die worden genomen om de risico's van het door hen op de markt aangeboden product weg te nemen.

Artikel 10

Gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs

Een importeur of distributeur wordt beschouwd als fabrikant voor de toepassing van dit hoofdstuk en is onderworpen aan de verplichtingen van de fabrikant overeenkomstig artikel 6, wanneer hij een product onder zijn naam of merknaam in de handel brengt of een al in de handel gebracht product zodanig wijzigt dat de naleving van dit hoofdstuk in het gedrang kan komen.

Artikel 11

Identificatie van marktdeelnemers

1.   Marktdeelnemers delen, op verzoek, aan de markttoezichtautoriteiten mee:

a)

welke marktdeelnemers een product aan hen hebben geleverd;

b)

aan welke marktdeelnemers zij een product hebben geleverd.

2.   Marktdeelnemers verstrekken de in lid 1 bedoelde informatie:

a)

tot tien jaar nadat het product aan hen is geleverd;

b)

tot tien jaar nadat zij het product hebben geleverd.

DEEL 3

Conformiteit van het product

Artikel 12

Vermoeden van conformiteit

Producten die in overeenstemming zijn met in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte geharmoniseerde normen of delen daarvan, worden geacht te voldoen aan de eisen die door die normen of delen daarvan worden bestreken, zoals beschreven in delen 1 tot en met 6 van de bijlage.

Artikel 13

Conformiteitsbeoordelingsprocedures

1.   Om te bepalen of een product voldoet aan de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage voert de fabrikant een conformiteitsbeoordeling van het product uit aan de hand van een van de onderstaande procedures. In die conformiteitsbeoordeling wordt rekening gehouden met alle beoogde en voorzienbare bedrijfsomstandigheden.

2.   De conformiteitsbeoordeling kan aan de hand van een van de volgende procedures worden uitgevoerd:

a)

interne controle, zoals uiteengezet in deel 7 van de bijlage, om te beoordelen of een product voldoet aan de eisen van deel 1, 5 of 6 van de bijlage, voor zover de fabrikant voor alle eisen waarvoor geharmoniseerde normen zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, gebruik heeft gemaakt van die normen;

b)

EU-typeonderzoek, gevolgd door conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole, zoals omschreven in deel 8 van de bijlage;

c)

conformiteit op basis van volledige kwaliteitsbeoordeling, zoals uiteengezet in deel 9 van de bijlage, behalve voor conformiteitsbeoordelingen van speelgoed in de zin van Richtlijn 2009/48/EG.

Artikel 14

EU-conformiteitsverklaring

1.   De in artikel 6, lid 8, bedoelde EU-conformiteitsverklaring bevestigt dat de overeenstemming van het product met de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage is aangetoond; voor UAS is ook de klasse vermeld in de EU-conformiteitsverklaring.

2.   De EU-conformiteitsverklaring heeft de structuur van het model in deel 11 van de bijlage, bevat de daarin vermelde elementen en wordt voortdurend bijgewerkt. Ze wordt vertaald in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar het product in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden.

3.   De vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 6, lid 8, bevat de in deel 12 van de bijlage vermelde elementen en wordt voortdurend bijgewerkt. Zij wordt vertaald in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar het product in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is beschikbaar op het internetadres dat vermeld is in de vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring, in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar het product in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden.

4.   Als voor een product uit hoofde van meer dan één handeling van de Unie een EU-conformiteitsverklaring vereist is, wordt één EU-conformiteitsverklaring met betrekking tot al die handelingen van de Unie opgesteld. In die verklaring wordt aangegeven om welke handelingen van de Unie het gaat, met vermelding van de publicatiereferenties ervan.

5.   Door de EU-conformiteitsverklaring op te stellen, neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid op zich voor de conformiteit van het product met de eisen van dit hoofdstuk.

Artikel 15

Algemene beginselen van de CE-markering

De CE-markering is onderworpen aan de algemene beginselen die vermeld zijn in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008.

Artikel 16

Regels en voorwaarden voor het aanbrengen van de CE-markering, het identificatienummer van de aangemelde instantie, het etiket met de vermelding van de UA-klasse en de vermelding van het geluidvermogensniveau

1.   De CE-markering wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op het product of op het gegevensplaatje dat op het product is bevestigd. Wanneer dat niet mogelijk of niet gewaarborgd is wegens de grootte van het product, wordt zij op de verpakking aangebracht.

2.   Het etiket met de vermelding van de UA-klasse wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op het UA en op de verpakking, en is minstens 5 mm hoog. Op producten mogen geen merktekens, tekens of opschriften worden aangebracht die derden kunnen misleiden omtrent de betekenis of de vorm van het etiket met de vermelding van de klasse.

3.   De vermelding van het in deel 14 van de bijlage bedoelde geluidvermogensniveau wordt, voor zover van toepassing, zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op het UA, tenzij dit niet mogelijk is of niet gerechtvaardigd is gezien de grootte van het product, en op de verpakking.

4.   De CE-markering en, voor zover van toepassing, de vermelding van het geluidvermogensniveau en het etiket met de vermelding van de UA-klasse worden aangebracht alvorens het product in de handel wordt gebracht.

5.   De CE-markering wordt gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde instantie wanneer de in deel 9 van de bijlage beschreven conformiteitsbeoordelingsprocedure wordt toegepast.

Het identificatienummer van de aangemelde instantie wordt aangebracht door de aangemelde instantie zelf of, volgens haar instructies, door de fabrikant of zijn gemachtigde.

6.   De lidstaten bouwen voort op bestaande mechanismen om te zorgen voor een juiste toepassing van de voorschriften inzake de CE-markering en nemen passende maatregelen tegen oneigenlijk gebruik van deze markering.

Artikel 17

Technische documentatie

1.   De technische documentatie omvat alle relevante gegevens en bijzonderheden over de middelen die de fabrikant gebruikt om ervoor te zorgen dat het product aan de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage voldoet. Zij bevat minstens de in deel 10 van de bijlage vermelde elementen.

2.   De technische documentatie wordt opgesteld vóór het product in de handel wordt gebracht en wordt voortdurend geactualiseerd.

3.   De technische documentatie en de correspondentie in verband met een EU-typebeoordelingsprocedure of de beoordeling van het kwaliteitssysteem van de fabrikant wordt opgesteld in een officiële taal van de lidstaat waar de aangemelde instantie is gevestigd of in een door die instantie aanvaarde taal.

4.   Als de technische documentatie niet voldoet aan lid 1, 2 of 3 van dit artikel, mag de markttoezichtautoriteit de fabrikant of importeur vragen om binnen een bepaalde termijn, op kosten van de fabrikant of de importeur, een test te laten uitvoeren door een instantie die aanvaardbaar is voor de markttoezichtautoriteit, teneinde na te gaan of het product voldoet aan de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage die op het product van toepassing is.

DEEL 4

Aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties

Artikel 18

Aanmelding

De instanties die bevoegd zijn om conformiteitsbeoordelingstaken van derden uit hoofde van dit hoofdstuk te verrichten, worden door de lidstaten bij de Commissie en de andere lidstaten aangemeld.

Artikel 19

Aanmeldende autoriteiten

1.   De lidstaten wijzen een aanmeldende autoriteit aan die verantwoordelijk is voor de opstelling en uitvoering van de nodige procedures voor de beoordeling en aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties en het toezicht op de aangemelde instanties, met inbegrip van de naleving van artikel 24.

2.   De lidstaten kunnen de beoordeling en het toezicht, als bedoeld in lid 1, laten uitvoeren door een nationale accreditatie-instantie in de zin van Verordening (EG) nr. 765/2008.

3.   Wanneer de aanmeldende autoriteit de beoordeling, de aanmelding of het toezicht, zoals bedoeld in lid 1, delegeert of op een andere wijze toevertrouwt aan een instantie die geen overheidsinstantie is, is deze instantie een rechtspersoon en voldoet zij mutatis mutandis aan de eisen die zijn vastgesteld in artikel 20. Bovendien treft deze instantie maatregelen om de aansprakelijkheid voor haar activiteiten te dekken.

4.   De aanmeldende autoriteit is volledig aansprakelijk voor de taken die de in lid 3 vermelde instantie verricht.

Artikel 20

Eisen voor aanmeldende autoriteiten

1.   Een aanmeldende autoriteit:

a)

wordt zodanig opgericht dat zich geen belangenconflicten met conformiteitsbeoordelingsinstanties voordoen;

b)

waarborgt door haar organisatie en werkwijze de objectiviteit en onpartijdigheid van haar activiteiten;

c)

is zodanig georganiseerd dat elke beslissing in verband met de aanmelding van een conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt genomen door bekwame personen die de beoordeling niet zelf hebben verricht;

d)

verricht geen activiteiten die worden uitgevoerd door conformiteitsbeoordelingsinstanties en verleent geen adviesdiensten op commerciële basis of in concurrentie, en biedt evenmin aan dergelijke activiteiten te verrichten of dergelijke adviezen te verlenen;

e)

waarborgt dat de verkregen informatie vertrouwelijk wordt behandeld;

f)

beschikt over een voldoende aantal bekwame personeelsleden om haar taken naar behoren uit te voeren.

Artikel 21

Verplichting tot het verstrekken van informatie over aanmeldende autoriteiten

1.   De lidstaten brengen de Commissie op de hoogte van hun procedures voor de beoordeling en aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties en voor het toezicht op aangemelde instanties, en van alle wijzigingen daarvan.

2.   De Commissie maakt deze informatie openbaar.

Artikel 22

Eisen betreffende aangemelde instanties

1.   Om te kunnen worden aangemeld, moeten conformiteitsbeoordelingsinstanties voldoen aan de eisen van leden 2 tot en met 11.

2.   Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is naar nationaal recht van een lidstaat opgericht en heeft rechtspersoonlijkheid.

3.   Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is een derde partij die onafhankelijk is van de door haar beoordeelde organisatie.

Een instantie die lid is van een organisatie van ondernemers en/of van een vakorganisatie die ondernemingen vertegenwoordigt die betrokken zijn bij het ontwerp, de vervaardiging, de levering, de montage, het gebruik of het onderhoud van het door haar beoordeelde product, kan als een dergelijke instantie worden beschouwd op voorwaarde dat wordt aangetoond dat zij onafhankelijk is en geen belangenconflicten heeft.

4.   Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet de ontwerper, fabrikant, leverancier, installateur, koper, eigenaar, gebruiker of onderhouder van het door hen beoordeelde product, noch de vertegenwoordiger van een van deze partijen. Dit vormt echter geen beletsel voor het gebruik van het beoordeelde product voor activiteiten van de conformiteitsbeoordelingsinstantie of voor persoonlijke doeleinden.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, mogen niet rechtstreeks of als vertegenwoordiger van de betrokken partijen zijn betrokken bij het ontwerpen, vervaardigen of bouwen, verhandelen, installeren, gebruiken of onderhouden van dat product. Zij oefenen geen activiteiten uit die hun onafhankelijk oordeel of hun integriteit met betrekking tot de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten waarvoor zij zijn aangemeld, in het gedrang kunnen brengen. Dit geldt met name voor adviesdiensten.

Conformiteitsbeoordelingsinstanties zorgen ervoor dat de activiteiten van hun dochterondernemingen of onderaannemers geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit of onpartijdigheid van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten.

5.   Conformiteitsbeoordelingsinstanties en hun personeel voeren de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied en zijn vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten kunnen beïnvloeden, met name door personen of groepen die belang hebben bij de resultaten van deze activiteiten.

6.   Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is in staat alle conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten die krachtens deel 8 of 9 van de bijlage aan haar zijn toegewezen en waarvoor zij is aangemeld, ongeacht of deze taken door de conformiteitsbeoordelingsinstantie zelf of namens haar en onder haar verantwoordelijkheid worden verricht.

De conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt te allen tijde, voor elke conformiteitsbeoordelingsprocedure en voor elke soort of categorie producten waarvoor zij is aangemeld, over:

a)

het nodige personeel met technische kennis en voldoende relevante ervaring om de conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten;

b)

de nodige beschrijvingen van de procedures voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling, waarbij de transparantie en de mogelijkheid tot reproductie van deze procedures worden gewaarborgd; zij beschikt over een gepast beleid en geschikte procedures om een onderscheid te maken tussen taken die zij als aangemelde instantie verricht en andere activiteiten;

c)

de nodige procedures voor de uitoefening van haar activiteiten, waarbij rekening wordt gehouden met de omvang van een onderneming, de sector waarin zij actief is, haar structuur, de relatieve complexiteit van het product in kwestie en het feit of het om massa- of serieproductie gaat.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt over de middelen die nodig zijn om de technische en administratieve taken in verband met de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten op passende wijze uit te voeren en heeft toegang tot alle vereiste apparatuur en faciliteiten.

7.   Het voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordelingstaken verantwoordelijke personeel beschikt over:

a)

een gedegen technische en beroepsopleiding die alle relevante conformiteitsbeoordelingsactiviteiten omvat waarvoor de conformiteitsbeoordelingsinstantie is aangemeld;

b)

gedegen kennis van de eisen inzake de beoordelingen die het verricht en voldoende bevoegdheden om deze beoordelingen uit te voeren;

c)

voldoende kennis over en inzicht in de eisen, de toepasselijke geharmoniseerde normen en de toepasselijke bepalingen van de harmonisatiewetgeving van de Unie;

d)

de bekwaamheid om certificaten van EU-typeonderzoek of goedkeuringen, dossiers en rapporten over kwaliteitssystemen op te stellen waaruit blijkt dat de beoordelingen zijn verricht.

8.   De onpartijdigheid van de conformiteitsbeoordelingsinstanties, hun hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, moet worden gewaarborgd.

De beloning van de hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken van een conformiteitsbeoordelingsinstantie verricht, hangt niet af van het aantal uitgevoerde beoordelingen of van de resultaten daarvan.

9.   Conformiteitsbeoordelingsinstanties sluiten een aansprakelijkheidsverzekering af, tenzij de wettelijke aansprakelijkheid op basis van het nationale recht door de lidstaat wordt gedekt of de lidstaat zelf rechtstreeks verantwoordelijk is voor de conformiteitsbeoordeling.

10.   Personeelsleden van een conformiteitsbeoordelingsinstantie zijn gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan zij kennisnemen bij de uitoefening van hun taken uit hoofde van delen 8 en 9 van de bijlage of de bepalingen van nationaal recht die daaraan uitvoering geven, behalve ten opzichte van de bevoegde instanties van de lidstaat waarin de werkzaamheden plaatsvinden. Eigendomsrechten worden beschermd.

11.   Conformiteitsbeoordelingsinstanties nemen deel aan, of zorgen ervoor dat hun personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht op de hoogte is van de desbetreffende normalisatieactiviteiten, de regelgevingsactiviteiten op het gebied van UAS en frequentieplanning, en de activiteiten van de coördinatiegroep van aangemelde instanties die is opgericht uit hoofde van de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Unie, en hanteren de door die groep genomen administratieve beslissingen en opgestelde documenten als algemene richtsnoeren.

Artikel 23

Vermoeden van conformiteit van aangemelde instanties

Wanneer een conformiteitsbeoordelingsinstantie aantoont dat zij voldoet aan de criteria in de ter zake doende geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, wordt zij geacht aan de eisen van artikel 22 te voldoen, op voorwaarde dat de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen deze eisen bestrijken.

Artikel 24

Dochterondernemingen van en uitbesteding door aangemelde instanties

1.   Wanneer de aangemelde instantie specifieke taken in verband met de conformiteitsbeoordeling uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren, waarborgt zij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de eisen van artikel 22 voldoet, en brengt zij de aanmeldende autoriteit hiervan op de hoogte.

2.   Aangemelde instanties nemen de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de taken die worden verricht door onderaannemers of ondergeschikte instanties, ongeacht waar deze zijn gevestigd.

3.   Activiteiten mogen uitsluitend met instemming van de klant worden uitbesteed of door een dochteronderneming worden uitgevoerd.

4.   Aangemelde instanties houden alle relevante documenten over de beoordeling van de kwalificaties van de onderaannemer of de dochterondernemer en over de door de onderaannemer of dochterondernemer uit hoofde van delen 8 en 9 uitgevoerde werkzaamheden ter beschikking van de aanmeldende autoriteit.

Artikel 25

Verzoek om aanmelding

1.   Een conformiteitsbeoordelingsinstantie dient een verzoek om aanmelding in bij de aanmeldende autoriteit van de lidstaat waar zij gevestigd is.

2.   Het verzoek om aanmelding gaat vergezeld van een beschrijving van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, de conformiteitsbeoordelingsmodule(s) en het product waarvoor de instantie verklaart bekwaam te zijn en van een accreditatiecertificaat dat is afgegeven door een nationale accreditatie-instantie, waarin wordt verklaard dat de conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de eisen in artikel 22.

Artikel 26

Aanmeldingsprocedure

1.   Aanmeldende autoriteiten mogen uitsluitend conformiteitsbeoordelingsinstanties aanmelden die aan de eisen in artikel 22 hebben voldaan.

2.   Zij verrichten de aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties bij de Commissie en de andere lidstaten door middel van het door de Commissie ontwikkelde en beheerde elektronische aanmeldingssysteem.

3.   Bij de aanmelding worden de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, de conformiteitsbeoordelingsmodule(s), het product en het relevante accreditatiecertificaat uitvoerig beschreven.

4.   De betrokken instantie mag de activiteiten van een aangemelde instantie alleen verrichten als de Commissie en de andere lidstaten binnen twee weken na een aanmelding geen bezwaren hebben ingediend.

5.   Alleen een dergelijke instantie wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk als aangemelde instantie beschouwd.

6.   De aanmeldende autoriteit stelt de Commissie en de andere lidstaten in kennis van alle latere wijzigingen die van belang zijn voor de aanmelding.

Artikel 27

Identificatienummers en lijsten van aangemelde instanties

1.   De Commissie kent aangemelde instanties een identificatienummer toe.

2.   Zij kent per instantie slechts één nummer toe, ook als de instantie uit hoofde van diverse handelingen van de Unie is aangemeld.

3.   De Commissie maakt de lijst van uit hoofde van deze verordening aangemelde instanties openbaar, onder vermelding van de aan hen toegekende identificatienummers en de activiteiten waarvoor zij zijn aangemeld.

De Commissie zorgt voor de bijwerking van de lijst.

Artikel 28

Wijzigingen van aanmeldingen

1.   Wanneer een aanmeldende autoriteit heeft geconstateerd of vernomen dat een aangemelde instantie niet meer aan de eisen in artikel 22 voldoet of zijn verplichtingen niet nakomt, wordt de aanmelding door de aanmeldende autoriteit beperkt, geschorst of ingetrokken, naargelang van het geval, afhankelijk van de ernst van de niet-naleving van die eisen of verplichtingen. Zij brengt de Commissie en de andere lidstaten daar onmiddellijk van op de hoogte.

2.   Wanneer de aanmelding wordt beperkt, geschorst of ingetrokken, of de aangemelde instantie haar activiteiten heeft gestaakt, doet de aanmeldende lidstaat het nodige om ervoor te zorgen dat de dossiers van die instantie hetzij door een andere aangemelde instantie worden behandeld, hetzij aan de verantwoordelijke aanmeldende autoriteiten en markttoezichtautoriteiten op hun verzoek ter beschikking worden gesteld.

Artikel 29

Betwisting van de bekwaamheid van aangemelde instanties

1.   De Commissie onderzoekt alle gevallen waarin zij twijfelt of in kennis wordt gesteld van twijfels over de bekwaamheid van een aangemelde instantie of over de vraag of een aangemelde instantie nog aan de eisen voldoet en haar verantwoordelijkheden nakomt.

2.   De aanmeldende lidstaat verstrekt de Commissie op verzoek alle informatie over de grondslag van de aanmelding of het op peil houden van de bekwaamheid van de betrokken aangemelde instantie.

3.   De Commissie ziet erop toe dat alle gevoelige informatie die zij in de loop van haar onderzoeken ontvangt, vertrouwelijk wordt behandeld.

4.   Wanneer de Commissie vaststelt dat een aangemelde instantie niet of niet meer aan de aanmeldingseisen voldoet, brengt zij de aanmeldende lidstaat daarvan op de hoogte en verzoekt zij deze lidstaat de nodige corrigerende maatregelen te nemen, en zo nodig de aanmelding in te trekken.

Artikel 30

Operationele verplichtingen van aangemelde instanties

1.   Aangemelde instanties voeren conformiteitsbeoordelingen uit volgens de conformiteitsbeoordelingsprocedures van delen 8 en 9 van de bijlage.

2.   De conformiteitsbeoordelingen worden op evenredige wijze uitgevoerd, waarbij onnodige belasting van de marktdeelnemers wordt voorkomen. Conformiteitsbeoordelingsinstanties houden bij de uitoefening van hun activiteiten rekening met de omvang van een onderneming, de sector waarin zij actief is, haar structuur, de mate van complexiteit van het product in kwestie en de vraag of het om massa- of serieproductie gaat.

Hierbij eerbiedigen zij hoe dan ook de striktheid en het beschermingsniveau die nodig zijn opdat het UA of UAS voldoet aan dit hoofdstuk.

3.   Wanneer een aangemelde instantie vaststelt dat een fabrikant niet heeft voldaan aan de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage of aan de overeenkomstige geharmoniseerde normen of andere technische specificaties, verlangt zij van de fabrikant dat hij passende corrigerende maatregelen neemt en verleent zij geen certificaat van EU-typeonderzoek of een kwaliteitssysteemgoedkeuring.

4.   Wanneer een aangemelde instantie bij het toezicht op de conformiteit na verlening van een certificaat van EU-typeonderzoek of een kwaliteitssysteemgoedkeuring vaststelt dat een product niet meer conform is, verlangt zij van de fabrikant dat hij passende corrigerende maatregelen neemt; zo nodig schorst zij het certificaat van EU-typeonderzoek of de kwaliteitssysteemgoedkeuring of trekt zij deze in.

5.   Wanneer geen corrigerende maatregelen worden genomen of de genomen maatregelen niet het vereiste effect hebben, worden de certificaten van EU-typeonderzoek of de goedkeuringen van het kwaliteitssysteem door de aangemelde instantie naargelang het geval beperkt, geschorst of ingetrokken.

Artikel 31

Beroep tegen besluiten van aangemelde instanties

De aangemelde instanties voorzien in een transparante en toegankelijke procedure om beroep aan te tekenen tegen hun besluiten.

Artikel 32

Informatieverplichting van aangemelde instanties

1.   Aangemelde instanties brengen de aanmeldende autoriteit op de hoogte van:

a)

elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van een certificaat van EU-typeonderzoek of een goedkeuring van het kwaliteitssysteem overeenkomstig de voorschriften van delen 8 en 9 van de bijlage;

b)

omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van of de voorwaarden voor de aanmelding;

c)

verzoeken om informatie over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die zij van markttoezichtautoriteiten ontvangen;

d)

op verzoek, de binnen de werkingssfeer van hun aanmelding verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en andere activiteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en uitbesteding.

2.   Aangemelde instanties verstrekken, overeenkomstig de voorschriften van delen 8 en 9 van de bijlage, de andere uit hoofde van dit hoofdstuk aangemelde instanties die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor dezelfde categorieën UA of UAS verrichten, relevante informatie over negatieve conformiteitsbeoordelingsresultaten, en op verzoek ook over positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten.

3.   Aangemelde instanties komen de in de delen 8 en 9 van de bijlage vermelde informatieverplichtingen na.

Artikel 33

Uitwisseling van ervaringen

De Commissie voorziet in de organisatie van de uitwisseling van ervaringen tussen de nationale autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het aanmeldingsbeleid.

Artikel 34

Coördinatie van aangemelde instanties

1.   De Commissie zorgt voor passende coördinatie en samenwerking tussen instanties die zijn aangemeld uit hoofde van dit hoofdstuk, in de vorm van een sectorale groep van aangemelde instanties.

2.   De aangemelde instanties nemen rechtstreeks of via aangestelde vertegenwoordigers deel aan de werkzaamheden van die groep.

DEEL 5

Markttoezicht in de Unie, controle van producten die de markt van de Unie binnenkomen en vrijwaringsprocedure van de Unie

Artikel 35

Markttoezicht op en controle van producten die de markt van de Unie binnenkomen

1.   De lidstaten zorgen voor de organisatie en uitvoering van het toezicht op de producten die in de Unie in de handel worden gebracht, overeenkomstig artikel 15, lid 3, en de artikelen 16 tot en met 26 van Verordening (EG) nr. 765/2008.

2.   De lidstaten zorgen voor de organisatie en uitvoering van de controle van de producten die in de Unie in de handel worden gebracht, overeenkomstig artikel 15, lid 5, en de artikelen 27, 28 en 29 van Verordening (EG) nr. 765/2008.

3.   De lidstaten zien erop toe dat hun markttoezicht- en grensbewakingsautoriteiten samenwerken met de bij artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 aangewezen bevoegde autoriteiten met betrekking tot veiligheidskwesties en stellen passende mechanismen voor hun onderlinge communicatie en coördinatie vast, waarbij zij optimaal gebruikmaken van de informatie in het in Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad (14) bedoelde systeem voor de melding van voorvallen en de in de artikelen 22 en 23 van Verordening (EG) nr. 765/2008 bedoelde informatiesystemen.

Artikel 36

Procedure voor producten die op nationaal niveau een risico opleveren

1.   Wanneer de markttoezichtautoriteiten van een lidstaat maatregelen hebben genomen krachtens artikel 20 van Verordening (EG) nr. 765/2008 of voldoende redenen hebben om aan te nemen dat een product een risico vormt voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor andere onder dit hoofdstuk vallende aspecten van de bescherming van algemene belangen, voeren zij een beoordeling van het product uit in het licht van alle in dit hoofdstuk vastgestelde eisen. De desbetreffende marktdeelnemers werken hiertoe op elke vereiste wijze samen met de markttoezichtautoriteiten.

Wanneer de markttoezichtautoriteiten bij de in de eerste alinea bedoelde beoordeling vaststellen dat het product niet aan de eisen van dit hoofdstuk voldoet, vragen zij de betrokken marktdeelnemer onverwijld om passende corrigerende maatregelen te nemen om het product met deze eisen in overeenstemming te brengen of binnen een door hen vast te stellen redelijke termijn, die evenredig is met de aard van het risico, uit de handel te nemen of terug te roepen.

De markttoezichtautoriteiten brengen de desbetreffende aangemelde instantie hiervan op de hoogte.

Artikel 21 van Verordening (EG) nr. 765/2008 is van toepassing op de in de tweede alinea van dit lid genoemde maatregelen.

2.   Wanneer de markttoezichtautoriteiten van mening zijn dat de non-conformiteit niet beperkt blijft tot hun nationale grondgebied, brengen zij de Commissie en de andere lidstaten op de hoogte van de resultaten van de beoordeling en van de maatregelen die zij de marktdeelnemer hebben opgelegd.

3.   De marktdeelnemer zorgt ervoor dat alle passende corrigerende maatregelen worden toegepast op alle betrokken producten die hij in de Unie op de markt heeft aangeboden.

4.   Wanneer de desbetreffende marktdeelnemer niet binnen de in lid 1, tweede alinea, bedoelde termijn doeltreffende corrigerende maatregelen neemt, nemen de markttoezichtautoriteiten alle passende voorlopige maatregelen om het op hun nationale markt aanbieden van het product te verbieden of te beperken, dan wel het product in de betrokken lidstaat uit de handel te nemen of terug te roepen.

De markttoezichtautoriteiten brengen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld van deze maatregelen op de hoogte.

5.   De in lid 4 bedoelde informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het non-conforme product te identificeren en om de oorsprong van het product, de aard van de beweerde non-conformiteit en van het risico, en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen, evenals de argumenten die worden aangevoerd door de desbetreffende marktdeelnemer. De markttoezichtautoriteiten vermelden met name of de non-conformiteit een van de volgende redenen heeft:

a)

het product voldoet niet aan de eisen van artikel 4;

b)

de in artikel 12 bedoelde geharmoniseerde normen vertonen tekortkomingen.

6.   De andere lidstaten dan die welke de procedure krachtens dit artikel in gang heeft gezet, brengen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld op de hoogte van door hen genomen maatregelen en van aanvullende informatie over de niet-conformiteit van het product waarover zij beschikken, en van hun bezwaren indien zij het niet eens zijn met de genomen nationale maatregel.

7.   Als binnen drie maanden na ontvangst van de in lid 5 bedoelde informatie door een lidstaat of de Commissie geen bezwaar tegen een voorlopige maatregel van een lidstaat is ingediend, wordt die maatregel geacht gerechtvaardigd te zijn.

8.   De lidstaten zorgen ervoor dat ten aanzien van het betrokken product onmiddellijk passende beperkende maatregelen worden genomen, bijvoorbeeld uit de handel nemen.

Artikel 37

Vrijwaringsprocedure van de Unie

1.   Wanneer, na voltooiing van de procedure in artikel 36, leden 3 en 4, bezwaren tegen een maatregel van een lidstaat worden ingebracht of de Commissie van mening is dat de nationale maatregel in strijd is met de wetgeving van de Unie, treedt de Commissie onverwijld in overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en evalueert zij de nationale maatregel. Aan de hand van die evaluatie besluit de Commissie of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is.

De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en brengt de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) daarvan onmiddellijk op de hoogte.

2.   Indien de nationale maatregel gerechtvaardigd wordt geacht, nemen alle lidstaten de nodige maatregelen om het non-conforme product uit de handel te nemen of terug te roepen, en stellen zij de Commissie daarvan in kennis. Indien de nationale maatregel niet gerechtvaardigd wordt geacht, trekt de betrokken lidstaat die maatregel in.

3.   Indien de nationale maatregel gerechtvaardigd wordt geacht en de non-conformiteit van het product wordt toegeschreven aan tekortkomingen in de geharmoniseerde normen bedoeld in artikel 36, lid 5, onder b), van deze verordening, past de Commissie de procedure van artikel 11 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 toe.

Artikel 38

Conforme producten die toch een risico inhouden

1.   Wanneer een lidstaat na een evaluatie overeenkomstig artikel 36, lid 1, te hebben verricht, vaststelt dat het product dat conform is met dit hoofdstuk toch een risico voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor andere onder dit hoofdstuk vallende aspecten van de bescherming van algemene belangen meebrengt, verlangt deze lidstaat van de desbetreffende marktdeelnemer dat hij alle passende maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat het product dat risico niet meer meebrengt wanneer het in de handel wordt gebracht, of dat het product binnen een door de lidstaat vast te stellen redelijke termijn, die evenredig is met de aard van het risico, uit de handel wordt genomen of wordt teruggeroepen.

2.   De marktdeelnemer zorgt ervoor dat de door hem genomen corrigerende maatregelen worden toegepast op alle betrokken producten die hij in de Unie op de markt heeft aangeboden.

3.   De lidstaat brengt de Commissie en de andere lidstaten daarvan onmiddellijk op de hoogte. Die informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het product te identificeren en om de oorsprong en de toeleveringsketen van het product, de aard van het risico en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen.

4.   De Commissie treedt onverwijld in overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en beoordeelt de nationale maatregelen die zijn genomen. Aan de hand van die beoordeling beslist de Commissie of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is, en stelt zij zo nodig passende maatregelen voor.

5.   De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en brengt de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) daarvan onmiddellijk op de hoogte.

Artikel 39

Formele niet-conformiteit

1.   Onverminderd artikel 36 verlangt een lidstaat van de betrokken marktdeelnemer dat deze een einde maakt aan de non-conformiteit wanneer hij een van de volgende feiten vaststelt met betrekking tot producten die onder dit hoofdstuk vallen:

a)

de CE-markering is in strijd met artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008 of met artikel 15 of 16 van de onderhavige verordening aangebracht;

b)

de CE-markering of het type is niet aangebracht;

c)

het identificatienummer van de aangemelde instantie, wanneer de in deel 9 van de bijlage beschreven conformiteitsbeoordelingsprocedure wordt toegepast, is niet of niet volgens de voorschriften van artikel 16 aangebracht;

d)

het etiket met de vermelding van de UA-klasse is niet aangebracht;

e)

de vermelding van het geluidvermogensniveau, indien vereist, is niet aangebracht;

f)

het serienummer is niet aangebracht of heeft niet het correcte formaat;

g)

de handleiding of de inlichtingennota is niet beschikbaar;

h)

de EU-conformiteitsverklaring ontbreekt of is niet opgesteld;

i)

de EU-conformiteitsverklaring is niet correct opgesteld;

j)

de technische documentatie is niet beschikbaar of onvolledig;

k)

de naam, de geregistreerde handelsnaam of het geregistreerd handelsmerk, de website of het postadres van de fabrikant of de importeur ontbreekt.

2.   Wanneer de in lid 1 bedoelde niet-conformiteit voortduurt, neemt de betrokken lidstaat alle passende maatregelen om het op de markt aanbieden van het product te beperken of te verbieden, of om het product uit de handel te nemen of terug te roepen.

HOOFDSTUK III

UAS die worden geëxploiteerd in de categorieën "gecertificeerd" en "specifiek"

Artikel 40

Voorschriften voor UAS die worden geëxploiteerd in de categorieën "gecertificeerd" en "specifiek"

1.   Het ontwerp, de productie en het onderhoud van UAS moeten worden gecertificeerd als het UAS voldoet aan een van de volgende voorwaarden:

a)

het heeft een kenmerkende afmeting van 3 meter of meer en is ontworpen om boven bijeenkomsten van mensen te vliegen;

b)

het is ontworpen voor personenvervoer;

c)

het is ontworpen voor het vervoer van gevaarlijke goederen en moet voldoende robuust zijn om bij ongevallen het risico voor derden te beperken;

d)

het wordt gebruikt in de categorie "specifieke" vluchtuitvoeringen, zoals gedefinieerd in artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, en in de exploitatievergunning die de bevoegde autoriteit op basis van een risicobeoordeling als bedoeld in artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 heeft afgegeven, is vermeld dat het exploitatierisico niet voldoende kan worden beperkt zonder certificering van de UAS.

2.   Een aan certificering onderworpen UAS moet voldoen aan de toepasselijke voorschriften van de Verordeningen (EU) nr. 748/2012 (15), (EU) 2015/640 (16) en (EU) nr. 1321/2014 (17) van de Commissie.

3.   Tenzij het overeenkomstig lid 1 moet worden gecertificeerd, moet een UAS dat gebruikt wordt in de categorie "specifiek" over de technische mogelijkheden beschikken die zijn uiteengezet in de door de bevoegde autoriteit afgegeven exploitatievergunning, in het standaardscenario dat is gedefinieerd in aanhangsel 1 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 of in het in deel C van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 gedefinieerde certificaat van exploitant van lichte UAS (Light UAS Operator Certificate, LUC).

HOOFDSTUK IV

UAS-exploitanten uit derde landen

Artikel 41

UAS-exploitanten uit derde landen

1.   UAS-exploitanten die hun hoofdvestiging of vestiging in een derde land hebben of in een derde land verblijven, moeten voldoen aan Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 met het oog op UAS-vluchtuitvoeringen in het gemeenschappelijk Europees luchtruim.

2.   De bevoegde autoriteit voor de UAS-exploitant uit een derde land is de bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat waar de UAS-exploitant voornemens is vluchten uit te voeren.

3.   Bij wijze van uitzondering op lid 1 kan een bekwaamheidscertificaat van de piloot op afstand of een certificaat van de UAS-exploitant overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, of een gelijkwaardig document, door de bevoegde autoriteit worden erkend met het oog op vluchtuitvoeringen in, naar en uit de Unie, voor zover:

a)

het derde land om die erkenning heeft gevraagd;

b)

het bekwaamheidscertificaat van de piloot op afstand of het certificaat van de UAS-exploitant geldige documenten van de staat van afgifte zijn; en

c)

de Commissie, na overleg met het EASA, heeft vastgesteld dat de eisen op basis waarvan die certificaten zijn afgegeven, hetzelfde veiligheidsniveau waarborgen als deze verordening.

HOOFDSTUK V

Slotbepalingen

Artikel 42

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 maart 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed (PB L 170 van 30.6.2009, blz. 1).

(3)  Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 24).

(4)  Richtlijn 2014/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 79).

(5)  Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62).

(6)  Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82).

(7)  Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (PB L 11 van 15.1.2002, blz. 4).

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (zie bladzijde 45 van dit Publicatieblad).

(9)  Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt ("Richtlijn inzake elektronische handel") (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1).

(10)  Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).

(11)  Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).

(12)  EASA-advies 01/2018 "Introduction of a regulatory framework for the operation of unmanned aircraft systems in the "open" and "specific" categories" (RMT.0230), beschikbaar op https://www.easa.europa.eu/document-library/opinions.

(13)  Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (PB L 96 van 31.3.2004, blz. 20).

(14)  Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie (PB L 122 van 24.4.2014, blz. 18).

(15)  Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie van 3 augustus 2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties (PB L 224 van 21.8.2012, blz. 1).

(16)  Verordening (EU) 2015/640 van de Commissie van 23 april 2015 betreffende aanvullende luchtwaardigheidsspecificaties voor een bepaald soort vluchtuitvoering en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 965/2012 (PB L 106 van 24.4.2015, blz. 18).

(17)  Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PB L 362 van 17.12.2014, blz. 1).


BIJLAGE

DEEL 1

Eisen voor onbemande luchtvaartuigsystemen van klasse C0

Met betrekking tot UAS van klasse C0 wordt het volgende etiket aangebracht op het UA:

Image 1

UAS van klasse C0 moeten voldoen aan de volgende voorschriften:

1)

de maximumstartmassa (MTOM) bedraagt minder dan 250 g, lading inbegrepen;

2)

de maximumsnelheid in horizontale vlucht bedraagt 19 m/s;

3)

de maximumhoogte boven het opstijgpunt is beperkt tot 120 m;

4)

ze moeten — wat de stabiliteit, manoeuvreerbaarheid en datalinkprestaties betreft — veilig kunnen worden bestuurd door de piloot op afstand, volgens de instructies van de fabrikant, voor zover nodig in alle verwachte vluchtuitvoeringsomstandigheden, daaronder begrepen het uitvallen van een of, voor zover van toepassing, meerdere systemen;

5)

ze moeten zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat het risico op verwonding van mensen tijdens de vluchtuitvoering tot een minimum wordt beperkt; scherpe randen moeten worden vermeden, tenzij dit technisch onvermijdelijk is ingevolge praktijken van goed ontwerp en goede fabricage. Als ze zijn uitgerust met propellers, moeten ze zodanig zijn ontworpen dat eventuele verwondingen door de bladen van de propellers beperkt blijven;

6)

ze zijn elektrisch aangedreven, op een nominale spanning van hoogstens 24 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de toegankelijke delen staan onder een spanning van hoogstens 24 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de inwendige spanning mag niet meer dan 24 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom bedragen, tenzij gewaarborgd wordt dat de gegenereerde combinatie van spanning en stroom geen enkel risico of geen enkele schadelijke elektrische schok oplevert, zelfs niet wanneer het UAS beschadigd is;

7)

als het UA is uitgerust met een follow-me-modus en als deze functie is ingeschakeld, moet het binnen een bereik van 50 m rond de piloot op afstand blijven en moet de piloot op afstand de besturing van het UA weer kunnen overnemen;

8)

de UAS moeten op de markt worden gebracht met een handleiding waarin het volgende is vermeld:

a)

de kenmerken van het UA, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

de klasse van het UA;

de massa van het UA (met een beschrijving van de referentieconfiguratie) en de maximale startmassa (MTOM);

de algemene kenmerken van toegestane ladingen, wat massa, afmetingen, interfaces met het UA en eventuele andere beperkingen betreft;

de apparatuur en software om het UA van op afstand te besturen;

en een beschrijving van het gedrag van het UA in het geval de gegevenslink wordt verbroken;

b)

duidelijke vluchtuitvoeringsinstructies;

c)

de vluchtuitvoeringsbeperkingen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot meteorologische omstandigheden en dag/nacht-vluchtuitvoeringen); en

d)

een passende beschrijving van alle risico's die verbonden zijn met UAS-vluchtuitvoeringen, aangepast aan de leeftijd van de gebruiker.

9)

Bij het UAS moet een inlichtingennota van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) worden gevoegd, waarin de toepasselijke beperkingen en verplichtingen zijn vermeld, overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947.

10)

De punten 4, 5 en 6 zijn niet van toepassing op UAS die speelgoed zijn in de zin van Richtlijn 2009/48/EG betreffende de veiligheid van speelgoed.

DEEL 2

Eisen voor onbemande luchtvaartuigsystemen van klasse C1

Met betrekking tot UAS van klasse C1 wordt het volgende etiket aangebracht op het UA:

Image 2

UAS van klasse C1 moeten voldoen aan de volgende voorschriften:

1)

de materialen waaruit ze zijn vervaardigd en hun prestaties en fysieke kenmerken zijn zodanig dat, in het geval van een botsing tegen eindsnelheid met een menselijk hoofd, minder dan 80 J aan energie wordt overgedragen op het menselijk hoofd; bij wijze van alternatief op dit voorschrift, moeten ze een MTOM van minder dan 900 g hebben, lading inbegrepen;

2)

de maximumsnelheid in horizontale vlucht bedraagt 19 m/s;

3)

de maximale hoogte die ze kunnen bereiken boven het opstijgpunt is beperkt tot 120 m, of ze moeten zijn uitgerust met een systeem dat de hoogte boven de grond of boven het opstijgpunt beperkt tot 120 m of tot een waarde die kan worden geselecteerd door de piloot op afstand. Als de waarde kan worden geselecteerd, moet tijdens de vlucht duidelijke informatie over de hoogte van het UA boven de grond of boven het opstijgpunt worden verstrekt aan de piloot op afstand;

4)

ze moeten — wat de stabiliteit, manoeuvreerbaarheid en datalinkprestaties betreft — veilig kunnen worden bestuurd door de piloot op afstand, volgens de instructies van de fabrikant, voor zover nodig in alle verwachte vluchtuitvoeringsomstandigheden, daaronder begrepen het uitvallen van een of, voor zover van toepassing, meerdere systemen;

5)

ze moeten over de nodige mechanische sterkte beschikken, met inbegrip van alle nodige veiligheidsfactoren en, voor zover passend, over de nodige stabiliteit om te kunnen weerstaan aan elke belasting waaraan ze tijdens het gebruik worden onderworpen, zonder breuken of vervormingen die de veiligheid van de vlucht in het gedrang kunnen brengen;

6)

ze moeten zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat het risico op verwonding van mensen tijdens de vluchtuitvoering tot een minimum wordt beperkt; scherpe randen moeten worden vermeden, tenzij dit technisch onvermijdelijk is ingevolge praktijken van goed ontwerp en goede fabricage. Als ze zijn uitgerust met propellers, moeten ze zodanig zijn ontworpen dat eventuele verwondingen door de bladen van de propellers beperkt blijven;

7)

als de gegevenslink verbroken wordt, moet het UA over een betrouwbare methode beschikken om de gegevenslink te herstellen of om de vlucht op zodanige wijze te beëindigen dat de gevolgen voor derden in de lucht of op de grond beperkt blijven;

8)

tenzij het een UA met vaste vleugels betreft, mag zijn gewaarborgde A-gewogen geluidvermogensniveau (LWA ), bepaald overeenkomstig deel 13, niet hoger zijn dan de in deel 15 bepaalde niveaus;

9)

tenzij het een UA met vaste vleugels betreft, moet de vermelding van het A-gewogen geluidvermogensniveau op het UA en/of de verpakking zijn aangebracht, overeenkomstig deel 14;

10)

ze moeten elektrisch zijn aangedreven, op een nominale spanning van hoogstens 24 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de toegankelijke delen staan onder een spanning van hoogstens 24 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de inwendige spanning mag niet meer dan 24 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom bedragen, tenzij gewaarborgd wordt dat de gegenereerde combinatie van spanning en stroom geen enkel risico of geen enkele schadelijke elektrische schok oplevert, zelfs niet wanneer het UAS beschadigd is;

11)

ze moeten een uniek fysiek serienummer hebben dat beantwoordt aan norm ANSI/CTA-2063 Small Unmanned Aerial Systems Serial Numbers;

12)

ze moeten voorzien zijn van een directe identificatie op afstand die:

a)

maakt het mogelijk het registratienummer van de UAS-exploitant te uploaden overeenkomstig artikel 14 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 en uitsluitend volgens het proces van het registratiesysteem;

b)

er tijdens de volledige duur van de vlucht in realtime voor zorgt dat het UA rechtstreeks en periodiek de onderstaande gegevens uitzendt via een open en gedocumenteerd verzendingsprotocol, op zodanige wijze dat ze rechtstreeks kunnen worden ontvangen door bestaande mobiele apparaten binnen het zendbereik:

i

het registratienummer van de UAS-exploitant;

ii

het unieke fysieke serienummer van het UA volgens norm ANSI/CTA-2063;

iii

de geografische positie van het UA en zijn hoogte boven de grond of boven het opstijgpunt;

iv

het traject, met de klok mee gemeten vanaf het geografische noorden, en de grondsnelheid van het UA; en

v

de geografische positie van de piloot op afstand of, als deze niet beschikbaar is, het opstijgpunt;

c)

ervoor zorgt dat de gebruiker de onder b), punten ii, iii, iv en v, vermelde gegevens niet kan wijzigen.

13)

ze moeten zijn uitgerust met een geobewustzijnsysteem dat:

a)

is uitgerust met een interface voor het opladen en actualiseren van gegevens met informatie over door de geografische zones opgelegde luchtruimbeperkingen met betrekking tot de positie en altitude van het UA, zoals gedefinieerd in artikel 15 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, waarbij er wordt op toegezien dat het proces van opladen of actualiseren van de gegevens geen nadelige gevolgen heeft voor de integriteit en geldigheid van de gegevens;

b)

een waarschuwingssignaal geeft aan de piloot op afstand wanneer een potentiële inbreuk op luchtruimbeperkingen wordt gedetecteerd; en

c)

de piloot op afstand informatie verstrekt over de status van het UA, en een waarschuwingssignaal geeft wanneer de plaatsbepalings- of navigatiesystemen de goede werking van het geobewustzijnsysteem niet kunnen garanderen;

14)

als het UA over een functie beschikt die de toegang tot bepaalde delen of volumes van het luchtruim beperkt, dan moet deze functie vlot samenwerken met het besturingssysteem van het UA, zonder de veiligheid van de vlucht nadelig te beïnvloeden; bovendien moet de piloot op afstand duidelijke informatie krijgen wanneer deze functie verhindert dat het UA toegang krijgt tot deze delen of volumes van het luchtruim;

15)

ze moeten de piloot op afstand een duidelijke waarschuwing geven als de batterij van het UA of het besturingsstation leeg raakt, zodat hij voldoende tijd heeft om het UA veilig aan de grond te zetten.

16)

ze moeten zijn uitgerust met lichten met het oog op:

a)

de bestuurbaarheid van het UA,

b)

de waarneembaarheid van het UA tijdens de nacht; het ontwerp van de lichten moet een persoon op de grond in staat stellen het UA te onderscheiden van een bemand luchtvaartuig;

17)

als het UA is uitgerust met een follow-me-modus en als deze functie is ingeschakeld, moet het binnen een bereik van 50 m rond de piloot op afstand blijven en moet de piloot op afstand de besturing van het UA weer kunnen overnemen;

18)

de UAS moeten op de markt worden gebracht met een handleiding waarin het volgende is vermeld:

a)

de kenmerken van het UA, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

de klasse van het UA;

de massa van het UA (met een beschrijving van de referentieconfiguratie) en de maximale startmassa (MTOM);

de algemene kenmerken van toegestane ladingen, wat massa, afmetingen, interfaces met het UA en eventuele andere beperkingen betreft;

de apparatuur en software om het UA van op afstand te besturen;

de referentie van het verzendingsprotocol dat gebruikt wordt voor het uitzenden van de directe identificatie op afstand;

het geluidvermogensniveau;

en een beschrijving van het gedrag van het UA in het geval de gegevenslink wordt verbroken;

b)

duidelijke vluchtuitvoeringsinstructies;

c)

de procedure voor het uploaden van luchtruimbeperkingen;

d)

de onderhoudsinstructies;

e)

de procedures voor het oplossen van problemen;

f)

de vluchtuitvoeringsbeperkingen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot meteorologische omstandigheden en dag/nacht-vluchtuitvoeringen); en

g)

een passende beschrijving van alle risico's in verband met vluchtuitvoeringen met UAS;

19)

een door het EASA gepubliceerde inlichtingennota met de passende beperkingen en verplichtingen uit hoofde van de EU-wetgeving.

DEEL 3

Eisen voor onbemande luchtvaartuigsystemen van klasse C2

Met betrekking tot UAS van klasse C2 wordt het volgende etiket aangebracht op het UA:

Image 3

UAS van klasse C2 moeten voldoen aan de volgende voorschriften:

1)

een maximumstartmassa (MTOM) van minder dan 4 kg, lading inbegrepen;

2)

de maximale hoogte die ze kunnen bereiken boven het opstijgpunt is beperkt tot 120 m, of ze moeten zijn uitgerust met een systeem dat de hoogte boven de grond of boven het opstijgpunt beperkt tot 120 m of tot een waarde die kan worden geselecteerd door de piloot op afstand. Als de waarde kan worden geselecteerd, moet tijdens de vlucht duidelijke informatie over de hoogte van het UA boven de grond of boven het opstijgpunt worden verstrekt aan de piloot op afstand;

3)

ze moeten — wat de stabiliteit, manoeuvreerbaarheid en datalinkprestaties betreft — veilig kunnen worden bestuurd door een piloot op afstand die over de nodige bekwaamheid beschikt als gedefinieerd in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, volgens de instructies van de fabrikant, voor zover nodig in alle verwachte vluchtuitvoeringsomstandigheden, daaronder begrepen het uitvallen van een of, voor zover van toepassing, meerdere systemen;

4)

ze moeten over de nodige mechanische sterkte beschikken, met inbegrip van alle nodige veiligheidsfactoren en, voor zover passend, over de nodige stabiliteit om te kunnen weerstaan aan elke belasting waaraan ze tijdens het gebruik worden onderworpen, zonder breuken of vervormingen die de veiligheid van de vlucht in het gedrang kunnen brengen;

5)

in het geval van een verankerd UA, moet de treklengte van de kabel minder dan 50 m bedragen en moet hij een mechanische sterkte hebben die niet kleiner is dan:

a)

voor luchtvaartuigen zwaarder dan lucht: 10 keer de maximummassa van het luchtvaartuig;

b)

voor luchtvaartuigen lichter dan lucht: 4 keer de kracht die wordt uitgeoefend door de combinatie van de maximale statische stuwkracht en de aerodynamische kracht van de maximaal toegestane windsnelheid tijdens de vlucht;

6)

ze moeten zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat het risico op verwonding van mensen tijdens de vluchtuitvoering tot een minimum wordt beperkt; scherpe randen moeten worden vermeden, tenzij dit technisch onvermijdelijk is ingevolge praktijken van goed ontwerp en goede fabricage. Als ze zijn uitgerust met propellers, moeten ze zodanig zijn ontworpen dat eventuele verwondingen door de bladen van de propellers beperkt blijven;

7)

tenzij het UA verankerd is, moet het, als de gegevenslink verbroken wordt, over een betrouwbare methode beschikken om de gegevenslink te herstellen of om de vlucht op zodanige wijze te beëindigen dat de gevolgen voor derden in de lucht of op de grond beperkt blijven;

8)

tenzij het UA verankerd is, moet het zijn uitgerust met een gegevenslink die de besturings- en controlefuncties beschermt tegen toegang door onbevoegden;

9)

tenzij het een UA met vaste vleugels betreft, moet het UA zijn uitgerust met een lagesnelheidsmodus die door de piloot op afstand kan worden geselecteerd en die de maximale kruissnelheid beperkt tot hoogstens 3 m/s.

10)

tenzij het een UA met vaste vleugels betreft, mag zijn gewaarborgde A-gewogen geluidvermogensniveau (LWA ), bepaald overeenkomstig deel 13, niet hoger zijn dan de in deel 15 bepaalde niveaus;

11)

tenzij het een UA met vaste vleugels betreft, moet de vermelding van het A-gewogen geluidvermogensniveau op het UA en/of de verpakking zijn aangebracht, overeenkomstig deel 14;

12)

ze moeten elektrisch zijn aangedreven, op een nominale spanning van hoogstens 48 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de toegankelijke delen staan onder een spanning van hoogstens 48 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de inwendige spanning mag niet meer dan 48 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom bedragen, tenzij gewaarborgd wordt dat de gegenereerde combinatie van spanning en stroom geen enkel risico of geen enkele schadelijke elektrische schok oplevert, zelfs niet wanneer het UAS beschadigd is;

13)

ze moeten een uniek fysiek serienummer hebben dat beantwoordt aan norm ANSI/CTA-2063 Small Unmanned Aerial Systems Serial Numbers;

14)

tenzij ze verankerd zijn, moeten ze beschikken over een directe identificatie op afstand die:

a)

maakt het mogelijk het registratienummer van de UAS-exploitant te uploaden overeenkomstig artikel 14 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 en uitsluitend volgens het proces van het registratiesysteem;

b)

er tijdens de volledige duur van de vlucht in realtime voor zorgt dat het UA rechtstreeks en periodiek de onderstaande gegevens uitzendt via een open en gedocumenteerd verzendingsprotocol, op zodanige wijze dat ze rechtstreeks kunnen worden ontvangen door bestaande mobiele apparaten binnen het zendbereik:

i

het registratienummer van de UAS-exploitant;

ii

het unieke fysieke serienummer van het UA volgens norm ANSI/CTA-2063;

iii

de geografische positie van het UA en zijn hoogte boven de grond of boven het opstijgpunt;

iv

het traject, met de klok mee gemeten vanaf het geografische noorden, en de grondsnelheid van het UA; en

v

de geografische positie van de piloot op afstand;

c)

ervoor zorgt dat de gebruiker de onder b), punten ii, iii, iv en v, vermelde gegevens niet kan wijzigen.

15)

ze moeten zijn uitgerust met een geobewustzijnsfunctie die:

a)

is uitgerust met een interface voor het opladen en actualiseren van gegevens met informatie over door de geografische zones opgelegde luchtruimbeperkingen met betrekking tot de positie en altitude van het UA, zoals gedefinieerd in artikel 15 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, waarbij er wordt op toegezien dat het proces van opladen of actualiseren van die gegevens geen nadelige gevolgen heeft voor de integriteit en geldigheid van de gegevens;

b)

een waarschuwingssignaal geeft aan de piloot op afstand wanneer een potentiële inbreuk op luchtruimbeperkingen wordt gedetecteerd; en

c)

de piloot op afstand informatie verstrekt over de status van het UA, en een waarschuwingssignaal geeft wanneer de plaatsbepalings- of navigatiesystemen de goede werking van het geobewustzijnsysteem niet kunnen garanderen;

16)

als het UA over een functie beschikt die de toegang tot bepaalde delen of volumes van het luchtruim beperkt, dan moet deze functie vlot samenwerken met het besturingssysteem van het UA, zonder de veiligheid van de vlucht nadelig te beïnvloeden; bovendien krijgt de piloot op afstand duidelijke informatie wanneer deze functie verhindert dat het UA toegang krijgt tot deze delen of volumes van het luchtruim;

17)

ze moeten de piloot op afstand een duidelijke waarschuwing geven als de batterij van het UA of het besturingsstation leeg raakt, zodat hij voldoende tijd heeft om het UA veilig aan de grond te zetten;

18)

ze moeten zijn uitgerust met lichten met het oog op:

1)

de bestuurbaarheid van het UA;

2)

de waarneembaarheid van het UA tijdens de nacht; het ontwerp van de lichten moet een persoon op de grond in staat stellen het UA te onderscheiden van bemande luchtvaartuigen;

19)

de UAS moeten op de markt worden gebracht met een handleiding waarin het volgende is vermeld:

a)

de kenmerken van het UA, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

de klasse van het UA;

de massa van het UA (met een beschrijving van de referentieconfiguratie) en de maximale startmassa (MTOM);

de algemene kenmerken van toegestane ladingen, wat massa, afmetingen, interfaces met het UA en eventuele andere beperkingen betreft;

de apparatuur en software om het UA van op afstand te besturen;

de referentie van het verzendingsprotocol dat gebruikt wordt voor het uitzenden van de directe identificatie op afstand;

het geluidvermogensniveau;

en een beschrijving van het gedrag van het UA in het geval de gegevenslink wordt verbroken;

b)

duidelijke vluchtuitvoeringsinstructies;

c)

de procedure voor het uploaden van luchtruimbeperkingen;

d)

de onderhoudsinstructies;

e)

de procedures voor het oplossen van problemen;

f)

de vluchtuitvoeringsbeperkingen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot meteorologische omstandigheden en dag/nacht-vluchtuitvoeringen); en

g)

een passende beschrijving van alle risico's in verband met vluchtuitvoeringen met UAS;

20)

een door het EASA gepubliceerde inlichtingennota met de passende beperkingen en verplichtingen uit hoofde van de EU-wetgeving.

DEEL 4

Eisen voor onbemande luchtvaartuigsystemen van klasse C3

Met betrekking tot UAS van klasse C3 wordt het volgende etiket aangebracht op het UA:

Image 4

UAS van klasse C3 moeten voldoen aan de volgende voorschriften:

1)

een MTOM van minder dan 25 kg, lading inbegrepen, en een kenmerkende afmeting van minder dan 3 m;

2)

de maximale hoogte die ze kunnen bereiken boven het opstijgpunt is beperkt tot 120 m, of ze moeten zijn uitgerust met een systeem dat de hoogte boven de grond of boven het opstijgpunt beperkt tot 120 m of tot een waarde die kan worden geselecteerd door de piloot op afstand. Als de waarde kan worden geselecteerd, moet tijdens de vlucht duidelijke informatie over de hoogte van het UA boven de grond of boven het opstijgpunt worden verstrekt aan de piloot op afstand;

3)

ze moeten — wat de stabiliteit, manoeuvreerbaarheid en datalinkprestaties betreft — veilig kunnen worden bestuurd door een piloot die over de nodige bekwaamheid beschikt als gedefinieerd in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, volgens de instructies van de fabrikant, voor zover nodig in alle verwachte vluchtuitvoeringsomstandigheden, daaronder begrepen het uitvallen van een of, voor zover van toepassing, meerdere systemen;

4)

in het geval van een verankerd UA, moet de treklengte van de kabel minder dan 50 m bedragen en moet hij een mechanische sterkte hebben die niet kleiner is dan:

a)

voor luchtvaartuigen zwaarder dan lucht: 10 keer de maximummassa van het luchtvaartuig;

b)

voor luchtvaartuigen lichter dan lucht: 4 keer de kracht die wordt uitgeoefend door de combinatie van de maximale statische stuwkracht en de aerodynamische kracht van de maximaal toegestane windsnelheid tijdens de vlucht;

5)

tenzij het UA verankerd is, moet het, als de gegevenslink verbroken wordt, over een betrouwbare methode beschikken om de gegevenslink te herstellen of om de vlucht op zodanige wijze te beëindigen dat de gevolgen voor derden in de lucht of op de grond beperkt blijven;

6)

tenzij het een UA met vaste vleugels betreft, moet de vermelding van het A-gewogen geluidvermogensniveau (LWA ), zoals bepaald overeenkomstig deel 13, op het UA en/of de verpakking zijn aangebracht, overeenkomstig deel 14;

7)

ze moeten elektrisch zijn aangedreven, op een nominale spanning van hoogstens 48 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de toegankelijke delen staan onder een spanning van hoogstens 48 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de inwendige spanning mag niet meer dan 48 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom bedragen, tenzij gewaarborgd wordt dat de gegenereerde combinatie van spanning en stroom geen enkel risico of geen enkele schadelijke elektrische schok oplevert, zelfs niet wanneer het UAS beschadigd is;

8)

ze moeten een uniek fysiek serienummer hebben dat beantwoordt aan norm ANSI/CTA-2063 Small Unmanned Aerial Systems Serial Numbers;

9)

tenzij ze verankerd zijn, moeten ze beschikken over een directe identificatie op afstand die:

a)

maakt het mogelijk het registratienummer van de UAS-exploitant te uploaden overeenkomstig artikel 14 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 en uitsluitend volgens het proces van het registratiesysteem;

b)

er tijdens de volledige duur van de vlucht in realtime voor zorgt dat het UA rechtstreeks en periodiek de onderstaande gegevens uitzendt via een open en gedocumenteerd verzendingsprotocol, op zodanige wijze dat ze rechtstreeks kunnen worden ontvangen door bestaande mobiele apparaten binnen het zendbereik:

i

het registratienummer van de UAS-exploitant;

ii

het unieke fysieke serienummer van het UA volgens norm ANSI/CTA-2063;

iii

de geografische positie van het UA en zijn hoogte boven de grond of boven het opstijgpunt;

iv

het traject, met de klok mee gemeten vanaf het geografische noorden, en de grondsnelheid van het UA; en

v

de geografische positie van de piloot op afstand;

c)

ervoor zorgt dat de gebruiker de onder b), punten ii, iii, iv en v, vermelde gegevens niet kan wijzigen.

10)

ze moeten zijn uitgerust met een geobewustzijnsfunctie die:

a)

is uitgerust met een interface voor het opladen en actualiseren van gegevens met informatie over door de geografische zones opgelegde luchtruimbeperkingen met betrekking tot de positie en altitude van het UA, zoals gedefinieerd in artikel 15 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, waarbij er wordt op toegezien dat het proces van opladen of actualiseren van die gegevens geen nadelige gevolgen heeft voor de integriteit en geldigheid van de gegevens;

b)

een waarschuwingssignaal geeft aan de piloot op afstand wanneer een potentiële inbreuk op luchtruimbeperkingen wordt gedetecteerd; en

c)

de piloot op afstand informatie verstrekt over de status van het UA, en een waarschuwingssignaal geeft wanneer de plaatsbepalings- of navigatiesystemen de goede werking van het geobewustzijnsysteem niet kunnen garanderen;

11)

als het UA over een functie beschikt die de toegang tot bepaalde delen of volumes van het luchtruim beperkt, dan moet deze functie vlot samenwerken met het besturingssysteem van het UA, zonder de veiligheid van de vlucht nadelig te beïnvloeden; bovendien krijgt de piloot op afstand duidelijke informatie wanneer deze functie verhindert dat het UA toegang krijgt tot deze delen of volumes van het luchtruim;

12)

tenzij het UA verankerd is, moet het zijn uitgerust met een gegevenslink die de besturings- en controlefuncties beschermt tegen toegang door onbevoegden;

13)

ze moeten de piloot op afstand een duidelijke waarschuwing geven als de batterij van het UA of het besturingsstation leeg raakt, zodat hij voldoende tijd heeft om het UA veilig aan de grond te zetten;

14)

ze moeten zijn uitgerust met lichten met het oog op:

1)

de bestuurbaarheid van het UA;

2)

de waarneembaarheid van het UA tijdens de nacht; het ontwerp van de lichten moet een persoon op de grond in staat stellen het UA te onderscheiden van een bemand luchtvaartuig;

15)

de UAS moeten op de markt worden gebracht met een handleiding waarin het volgende is vermeld:

a)

de kenmerken van het UA, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

de klasse van het UA;

de massa van het UA (met een beschrijving van de referentieconfiguratie) en de maximale startmassa (MTOM);

de algemene kenmerken van toegestane ladingen, wat massa, afmetingen, interfaces met het UA en eventuele andere beperkingen betreft;

de apparatuur en software om het UA van op afstand te besturen;

de referentie van het verzendingsprotocol dat gebruikt wordt voor het uitzenden van de directe identificatie op afstand;

het geluidvermogensniveau;

en een beschrijving van het gedrag van het UA in het geval de gegevenslink wordt verbroken;

b)

duidelijke vluchtuitvoeringsinstructies;

c)

de procedure voor het uploaden van luchtruimbeperkingen;

d)

de onderhoudsinstructies;

e)

de procedures voor het oplossen van problemen;

f)

de vluchtuitvoeringsbeperkingen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot meteorologische omstandigheden en dag/nacht-vluchtuitvoeringen); en

g)

een passende beschrijving van alle risico's in verband met vluchtuitvoeringen met UAS;

16)

een door het EASA gepubliceerde inlichtingennota met de passende beperkingen en verplichtingen uit hoofde van de EU-wetgeving.

DEEL 5

Eisen voor onbemande luchtvaartuigsystemen van klasse C4

Met betrekking tot UAS van klasse C4 wordt het volgende etiket zichtbaar op het UA aangebracht:

Image 5

UAS van klasse C4 moeten voldoen aan de volgende voorschriften:

1)

een maximumstartmassa (MTOM) van minder dan 25 kg, lading inbegrepen;

2)

ze moeten veilig kunnen worden gecontroleerd en bestuurd door de piloot op afstand, volgens de instructies van de fabrikant, voor zover nodig in alle verwachte vluchtuitvoeringsomstandigheden, daaronder begrepen het uitvallen van een of, voor zover van toepassing, meerdere systemen;

3)

ze mogen niet over automatische besturingsmodi beschikken, behalve modi die bijdragen tot de stabiliteit tijdens de vlucht en die geen direct effect hebben op het traject, en modi die bijstand verlenen wanneer de link wordt verbroken, voor zover een vooraf bepaalde vaste positie van de besturingselementen beschikbaar is in het geval de link wordt verbroken;

4)

de UAS moeten op de markt worden gebracht met een handleiding waarin het volgende is vermeld:

a)

de kenmerken van het UA, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

de klasse van het UA;

de massa van het UA (met een beschrijving van de referentieconfiguratie) en de maximale startmassa (MTOM);

de algemene kenmerken van toegestane ladingen, wat massa, afmetingen, interfaces met het UA en eventuele andere beperkingen betreft;

de apparatuur en software om het UA van op afstand te besturen;

en een beschrijving van het gedrag van het UA in het geval de gegevenslink wordt verbroken;

b)

duidelijke vluchtuitvoeringsinstructies;

c)

de onderhoudsinstructies;

d)

de procedures voor het oplossen van problemen;

e)

de vluchtuitvoeringsbeperkingen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot meteorologische omstandigheden en dag/nacht-vluchtuitvoeringen); en

f)

een passende beschrijving van alle risico's in verband met vluchtuitvoeringen met UAS;

5)

een door het EASA gepubliceerde inlichtingennota met de passende beperkingen en verplichtingen uit hoofde van de EU-wetgeving.

DEEL 6

Eisen voor een directe add-on voor identificatie op afstand

Een directe add-on voor identificatie op afstand:

1)

maakt het mogelijk het registratienummer van de UAS-exploitant te uploaden overeenkomstig artikel 14 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 en uitsluitend volgens het proces van het registratiesysteem;

2)

heeft een fysiek serienummer dat beantwoordt aan norm ANSI/CTA-2063 Small Unmanned Aerial Systems Serial Numbers en dat op leesbare wijze is aangebracht op de add-on en de verpakking of in de handleiding;

3)

er tijdens de volledige duur van de vlucht in realtime voor zorgt dat het UA rechtstreeks en periodiek de onderstaande gegevens uitzendt via een open en gedocumenteerd verzendingsprotocol, op zodanige wijze dat ze rechtstreeks kunnen worden ontvangen door bestaande mobiele apparaten binnen het zendbereik:

i

het registratienummer van de UAS-exploitant;

ii

het unieke fysieke serienummer van de add-on volgens norm ANSI/CTA-2063;

iii

de geografische positie van het UA en zijn hoogte boven de grond of boven het opstijgpunt;

iv

het traject, met de klok mee gemeten vanaf het geografische noorden, en de grondsnelheid van het UA; en

v

de geografische positie van de piloot op afstand of, als deze niet beschikbaar is, het opstijgpunt;

4)

zorgt ervoor dat de gebruiker de in lid 3, punten ii, iii, iv en v, vermelde gegevens niet kan wijzigen.

5)

wordt op de markt gebracht met een gebruikershandleiding waarin het verzendingsprotocol vermeld is dat gebruikt wordt voor de uitzending van de directe identificatie op afstand, en dat de instructie bevat om:

a)

de module op het UA te installeren;

b)

het registratienummer van de UAS-exploitant te uploaden.

DEEL 7

Conformiteitsbeoordelingsmodule A — Interne productiecontrole

1.   Met "interne productiecontrole" wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de punten 2, 3 en 4 van dit deel nakomt en op eigen verantwoordelijkheid garandeert en verklaart dat de betrokken producten voldoen aan de eisen van deel 1, 5 of 6 die op hem van toepassing zijn.

2.   Technische documentatie

De fabrikant stelt de technische documentatie op overeenkomstig artikel 17 van deze verordening.

3.   Fabricage

De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces en het toezicht daarop waarborgt dat het vervaardigde product conform is met de in punt 2 van dit deel bedoelde technische documentatie en met de in deel 1, 5 of 6 uiteengezette eisen die er op van toepassing zijn.

4.   CE-markering en EU-conformiteitsverklaring

1)

Overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van deze verordening brengt de fabrikant de CE-markering en, voor zover van toepassing, het etiket met de vermelding van de UA-klasse aan op elk individueel product dat voldoet aan de toepasselijke eisen van deel 1, 5 of 6.

2)

De fabrikant stelt voor elk productmodel een EU-conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring, samen met de technische documentatie, tot tien jaar na het in de handel brengen van het product ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de EU-conformiteitsverklaring wordt het product waarvoor de verklaring is opgesteld duidelijk geïdentificeerd.

Een kopie van de EU-conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

5.   Gemachtigde vertegenwoordiger

De in punt 4 vermelde verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid worden vervuld door een gemachtigde vertegenwoordiger, op voorwaarde dat dit in het mandaat gespecificeerd is.

DEEL 8

Conformiteitsbeoordelingsmodules B en C — EU-typeonderzoek en conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole, zoals bepaald in bijlage II bij Besluit nr. 768/2008/EG

Wanneer naar dit deel wordt verwezen, verloopt de conformiteitsbeoordelingsprocedure volgens de hierna beschreven modules B (EU-typeonderzoek) en C (conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole) van dit deel.

Module B

EU-typeonderzoek

1.   Met EU-typeonderzoek wordt dat gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin de aangemelde instantie het technisch ontwerp van het product onderzoekt, controleert of het aan de essentiële eisen in delen 1 tot en met 6 voldoet, en een verklaring hierover verstrekt.

2.   Het EU-typeonderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van een beoordeling van de geschiktheid van het technisch ontwerp van het product, via onderzoek van de technische documentatie en het bewijsmateriaal als bedoeld in punt 3, plus onderzoek van voor de betrokken productie representatieve monsters van een of meer kritieke onderdelen van het product (combinatie van productietype en ontwerptype).

3.   De fabrikant dient een aanvraag voor het EU-typeonderzoek in bij een aangemelde instantie van zijn keuze.

De aanvraag omvat:

1)

de naam en het adres van de fabrikant en, indien de aanvraag wordt ingediend door zijn gemachtigde vertegenwoordiger, ook diens naam en adres;

2)

een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag bij een andere aangemelde instantie is ingediend;

3)

de technische documentatie. Aan de hand van de technische documentatie moet kunnen worden beoordeeld of het product aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoet; zij omvat een passende risicoanalyse en -beoordeling. Voor zover van toepassing bevat de technische documentatie de in artikel 17 van deze verordening uiteengezette elementen;

4)

de monsters die representatief zijn voor de geplande productie. De aangemelde instantie kan meer monsters verlangen als dit voor het testprogramma nodig is;

5)

het bewijsmateriaal voor de geschiktheid van het technische ontwerp. Hierin worden de gevolgde documenten vermeld, in het bijzonder wanneer de desbetreffende geharmoniseerde normen en/of technische specificaties niet of niet volledig zijn toegepast. Zo nodig worden ook de resultaten vermeld van tests die overeenkomstig andere relevante technische specificaties door een geschikt laboratorium van de fabrikant of namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid door een ander laboratorium zijn verricht.

4.   De aangemelde instantie verricht de volgende handelingen:

 

Voor het product:

1)

zij onderzoekt de technische documentatie en het bewijsmateriaal om de geschiktheid van het technische ontwerp van het product te beoordelen.

 

Voor het monster/de monsters:

2)

zij controleert of het monster (de monsters) overeenkomstig de technische documentatie is (zijn) vervaardigd en stelt vast welke elementen overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de relevante geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn ontworpen, alsook welke elementen zijn ontworpen zonder toepassing van de relevante bepalingen van die normen;

3)

zij verricht de nodige onderzoeken en tests, of laat die verrichten om, ingeval de fabrikant heeft gekozen voor de oplossingen uit de relevante geharmoniseerde normen en/of technische specificaties, te controleren of deze op de juiste wijze zijn toegepast;

4)

zij verricht de nodige onderzoeken en tests, of laat die verrichten om, ingeval de oplossingen uit de relevante geharmoniseerde normen en/of technische specificaties niet zijn toegepast, te controleren of de door de fabrikant gekozen oplossingen aan de desbetreffende essentiële eisen van het wetgevingsinstrument voldoen;

5)

zij stelt in overleg met de fabrikant de plaats vast waar de onderzoeken en tests zullen worden uitgevoerd.

5.   De aangemelde instantie stelt een evaluatieverslag op over de overeenkomstig punt 4 verrichte activiteiten en de resultaten daarvan. Onverminderd haar verplichtingen als bedoeld in punt 8 maakt de aangemelde instantie de inhoud van dit verslag uitsluitend met instemming van de fabrikant geheel of gedeeltelijk openbaar.

6.   Indien het type voldoet aan de eisen van deze verordening, verstrekt de aangemelde instantie de fabrikant een certificaat van EU-typeonderzoek. Dit certificaat bevat de naam en het adres van de fabrikant, de conclusies van het onderzoek, de relevante aspecten van de eisen waarop het onderzoek betrekking heeft, de eventuele voorwaarden voor de geldigheid van het certificaat en de gegevens die nodig zijn voor de identificatie van het goedgekeurde type. Het certificaat kan vergezeld gaan van een of meer bijlagen.

Het EU-certificaat en de bijlagen bevatten alle informatie die nodig is om de conformiteit van de gefabriceerde producten met het onderzochte type te kunnen toetsen en controles tijdens het gebruik te kunnen verrichten.

Wanneer het type niet aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoet, weigert de aangemelde instantie een certificaat van EU-typeonderzoek te verstrekken en brengt zij de aanvrager hiervan op de hoogte met vermelding van de precieze redenen voor de weigering.

7.   De aangemelde instantie zorgt ervoor dat ze op de hoogte blijft van elke verandering in de algemeen erkende stand van de techniek; indien het goedgekeurde type vanwege deze ontwikkeling mogelijk niet meer aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoet, beoordeelt zij of nader onderzoek nodig is. Als dit het geval is, stelt de aangemelde instantie de fabrikant daarvan in kennis.

De fabrikant brengt de aangemelde instantie die de technische documentatie betreffende het certificaat van EU-typeonderzoek bewaart op de hoogte van alle wijzigingen van het goedgekeurde type die van invloed kunnen zijn op de conformiteit van het product met de essentiële eisen van deze verordening of de voorwaarden voor de geldigheid van het certificaat. Dergelijke wijzigingen vereisen een aanvullende goedkeuring die bij het oorspronkelijke certificaat van EU-typeonderzoek wordt gevoegd.

8.   Elke aangemelde instantie brengt de autoriteit die haar heeft aangemeld op de hoogte van de door haar verstrekte of ingetrokken certificaten van EU-typeonderzoek en/of aanvullingen daarop en verstrekt deze autoriteit op gezette tijden of op verzoek een lijst van geweigerde, geschorste of anderszins beperkte certificaten en/of aanvullingen daarop.

Elke aangemelde instantie brengt de andere aangemelde instanties op de hoogte van de door haar geweigerde, ingetrokken, geschorste of anderszins beperkte certificaten van EU-typeonderzoek en aanvullingen daarop alsmede, op verzoek, van de door haar verstrekte certificaten en aanvullingen daarop.

De Commissie, de lidstaten en de andere aangemelde instanties kunnen op verzoek een kopie van de certificaten van EU-typeonderzoek en aanvullingen daarop ontvangen. De Commissie en de lidstaten kunnen op gemotiveerd verzoek een kopie van de technische documentatie en de resultaten van het door de aangemelde instantie verrichte onderzoek ontvangen.

De aangemelde instantie bewaart een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek, de bijlagen en aanvullingen, alsook het technisch dossier, met inbegrip van de door de fabrikant verstrekte documentatie, gedurende tien jaar nadat het product is beoordeeld of tot het einde van de geldigheidsduur van het certificaat.

9.   De fabrikant houdt tot tien jaar na het in de handel brengen van het product een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek, de bijlagen en aanvullingen, samen met de technische documentatie, ter beschikking van de nationale autoriteiten.

10.   De gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant kan de in punt 3 bedoelde aanvraag indienen en de in de punten 7 en 9 vermelde verplichtingen vervullen, op voorwaarde dat deze in het mandaat zijn gespecificeerd.

Module C

Conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole

1.   Met "conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole" wordt dat gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin de fabrikant de verplichtingen in de punten 2 en 3 nakomt en garandeert en verklaart dat de betrokken producten overeenstemmen met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en voldoen aan de toepasselijke eisen van deze verordening.

2.   Fabricage

De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces en het toezicht daarop waarborgt dat de vervaardigde producten conform zijn met het goedgekeurde type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en met de toepasselijke eisen van delen 1 tot en met 6.

3.   CE-markering en EU-conformiteitsverklaring

1)

De fabrikant brengt de CE-markering en, voor zover relevant, het etiket met de vermelding van de UA-klasse, overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van deze verordening aan op elk product dat in overeenstemming is met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en met de toepasselijke eisen van delen 1 tot en met 6.

2)

De fabrikant stelt voor elk producttype een EU-conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring tot tien jaar nadat het product in de handel is gebracht ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de EU-conformiteitsverklaring wordt het producttype duidelijk geïdentificeerd.

Een kopie van de EU-conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

4.   Gemachtigde vertegenwoordiger

De in punt 3 vermelde verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid worden vervuld door een gemachtigde vertegenwoordiger, op voorwaarde dat dit in het mandaat gespecificeerd is.

DEEL 9

Conformiteitsbeoordelingsmodule H — Conformiteit op basis van volledige kwaliteitsborging, zoals bepaald in bijlage II bij Besluit nr. 768/2008/EG

1.   Met conformiteit op basis van volledige kwaliteitsborging wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de punten 2 en 5 nakomt en op eigen verantwoordelijkheid garandeert en verklaart dat het betrokken product voldoet aan de toepasselijke eisen van delen 1 tot en met 6.

2.   Fabricage

De fabrikant past op het ontwerp, de fabricage, de eindcontrole en de beproeving van de betrokken producten een goedgekeurd kwaliteitssysteem als bedoeld in punt 3 toe, waarop overeenkomstig punt 4 toezicht wordt uitgeoefend.

3.   Kwaliteitssysteem

1)

De fabrikant dient voor de betrokken producten bij een aangemelde instantie van zijn keuze een aanvraag tot beoordeling van zijn kwaliteitssysteem in.

De aanvraag omvat:

a)

de naam en het adres van de fabrikant en, indien de aanvraag wordt ingediend door zijn gemachtigde vertegenwoordiger, ook diens naam en adres;

b)

de technische documentatie voor elk voor fabricage bestemd type of product, met inbegrip van de in deel 10 uiteengezette elementen, voor zover van toepassing;

c)

de documentatie over het kwaliteitssysteem;

d)

een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag bij een andere aangemelde instantie is ingediend.

2)

Het kwaliteitssysteem waarborgt dat het product conform is met de eisen van deze verordening.

Alle door de fabrikant vastgestelde gegevens, eisen en bepalingen moeten systematisch en geordend bijeen worden gebracht in een document met schriftelijk vastgelegde beleidsmaatregelen, procedures en aanwijzingen. Aan de hand van de documentatie van het kwaliteitssysteem moeten de kwaliteitsprogramma's, plannen, handboeken en dossiers eenduidig kunnen worden geïnterpreteerd.

De documentatie van het kwaliteitssysteem bevat met name een passende beschrijving van:

a)

de kwaliteitsdoelstellingen en de structuur van de organisatie, de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het management met betrekking tot het ontwerp en de kwaliteit van de producten;

b)

de technische ontwerpspecificaties, met inbegrip van normen, die worden toegepast en, indien de relevante geharmoniseerde normen niet volledig worden toegepast, de middelen waarmee wordt gewaarborgd dat aan de eisen van deze verordening wordt voldaan;

c)

technieken, processen en systematische acties voor ontwerpcontrole en ontwerpverificatie die zullen worden gebruikt bij het ontwerpen van producten die tot het betreffende producttype behoren;

d)

de daarbij gebruikte fabricage-, kwaliteitsbeheersings- en kwaliteitsborgingstechnieken en -procédés, alsmede de in dat verband systematisch toe te passen maatregelen;

e)

de onderzoeken en tests die vóór, tijdens of na de fabricage worden verricht en de frequentie waarmee dat zal gebeuren;

f)

de kwaliteitsrapporten, zoals inspectieverslagen, beproevingsgegevens, ijkgegevens, rapporten betreffende de kwalificatie van het betrokken personeel enz.;

g)

de middelen om toezicht te houden op het bereiken van de vereiste ontwerp- en productkwaliteit en de doeltreffende werking van het kwaliteitssysteem.

3)

De aangemelde instantie beoordeelt het kwaliteitssysteem om te controleren of het aan de in punt 3, onder 2, bedoelde eisen voldoet.

Zij veronderstelt dat aan deze eisen wordt voldaan voor elementen van het kwaliteitssysteem die voldoen aan de desbetreffende specificaties van de relevante geharmoniseerde norm.

Het auditteam moet ervaring hebben met kwaliteitsmanagementsystemen; bovendien moet ten minste één lid van het team ervaring hebben met beoordelingen van het betrokken productgebied en de betrokken producttechnologie en op de hoogte zijn van de toepasselijke eisen van deze verordening. De audit omvat een inspectiebezoek aan de gebouwen en terreinen van de fabrikant. Het auditteam evalueert de in punt 3, onder 1), punt (b), bedoelde technische documentatie om te controleren of de fabrikant in staat is de toepasselijke eisen van deze verordening te identificeren en het vereiste onderzoek kan verrichten om te waarborgen dat het product aan deze eisen voldoet.

De fabrikant of zijn gemachtigde vertegenwoordiger wordt van de beslissing in kennis gesteld.

In deze kennisgeving zijn de conclusies van de audit opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing.

4)

De fabrikant verbindt zich ertoe de verplichtingen die voortvloeien uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem na te komen en te zorgen dat het passend en doeltreffend blijft.

De fabrikant brengt de aangemelde instantie die het kwaliteitssysteem heeft goedgekeurd op de hoogte van elke voorgenomen wijziging van het kwaliteitssysteem.

5)

De aangemelde instantie beoordeelt de voorgestelde wijzigingen en beslist of het gewijzigde kwaliteitssysteem nog steeds voldoet aan de in punt 3, onder 2, bedoelde eisen, dan wel of een nieuwe beoordeling noodzakelijk is.

De aangemelde instantie stelt de fabrikant in kennis van haar beslissing. In deze kennisgeving zijn de conclusies van het onderzoek opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing.

4.   Toezicht onder verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie

1)

Het toezicht heeft tot doel te controleren of de fabrikant voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem.

2)

De fabrikant verleent de aangemelde instantie voor beoordelingsdoeleinden toegang tot de ontwerp-, fabricage-, inspectie-, test- en opslagruimten en verstrekt haar alle nodige informatie, met name:

a)

de documentatie over het kwaliteitssysteem;

b)

de kwaliteitsdossiers als bedoeld in het deel van het kwaliteitssysteem dat betrekking heeft op het ontwerp, zoals resultaten van analyses, berekeningen, tests enz.;

c)

de kwaliteitsdossiers als bedoeld in het deel van het kwaliteitssysteem dat betrekking heeft op de fabricage, zoals controleverslagen, test- en ijkgegevens, rapporten betreffende de kwalificatie van het personeel enz.

3)

De aangemelde instantie verricht periodieke audits om te controleren of de fabrikant het kwaliteitssysteem onderhoudt en toepast en verstrekt de fabrikant een auditverslag.

4)

De aangemelde instantie kan bovendien onaangekondigde bezoeken aan de fabrikant brengen. Bij die bezoeken kan de aangemelde instantie zo nodig tests van het UA of UAS verrichten of laten verrichten om te controleren of het kwaliteitssysteem goed functioneert. Zij verstrekt de fabrikant een verslag van het bezoek en, indien tests zijn verricht, een testrapport.

5.   CE-markering en EU-conformiteitsverklaring

1)

De fabrikant brengt de CE-markering en, voor zover relevant, het etiket met de vermelding van de UAS-klasse, overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van deze verordening, en, onder verantwoordelijkheid van de in punt 3, onder 1), bedoelde aangemelde instantie, het identificatienummer van die instantie aan op elk product dat voldoet aan de toepasselijke eisen van deze verordening.

2)

De fabrikant stelt voor elk producttype een EU-conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring tot tien jaar nadat het product in de handel is gebracht ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de EU-conformiteitsverklaring wordt vermeld voor welk producttype ze is opgesteld.

Een kopie van de EU-conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

6.   De fabrikant houdt gedurende een periode van tien jaar nadat het product in de handel is gebracht de volgende gegevens ter beschikking van de nationale autoriteiten:

1)

de in punt 3, onder 1), bedoelde technische documentatie;

2)

de in punt 3, onder 1), bedoelde documentatie over het kwaliteitssysteem;

3)

de in punt 3, onder 5), bedoelde wijziging, zoals deze is goedgekeurd;

4)

de in punt 3, onder 5), en punt 4, onder 3) en 4), bedoelde beslissingen en verslagen van de aangemelde instantie.

7.   Elke aangemelde instantie brengt de autoriteit die haar heeft aangemeld op de hoogte van de verleende en ingetrokken goedkeuringen voor kwaliteitssystemen en verstrekt deze autoriteit op gezette tijden of op verzoek een lijst van de goedkeuringen voor kwaliteitssystemen die zij heeft geweigerd, geschorst of anderszins beperkt.

Elke aangemelde instantie brengt de andere aangemelde instanties op de hoogte van de door haar geweigerde, geschorste of ingetrokken goedkeuringen voor kwaliteitssystemen en, op verzoek, van de door haar verleende goedkeuringen voor kwaliteitssystemen.

8.   Gemachtigde vertegenwoordiger

De in punt 3, onder 1) en 5), en de punten 5 en 6 vermelde verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid worden vervuld door een gemachtigde vertegenwoordiger, op voorwaarde dat dit in het mandaat gespecificeerd is.

DEEL 10

Inhoud van de technische documentatie

De fabrikant stelt de technische documentatie op. Aan de hand van de technische documentatie moet kunnen worden beoordeeld of het product aan de toepasselijke eisen voldoet.

De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen:

1.

een algemene beschrijving van het product, met inbegrip van:

a)

foto's of illustraties die de uitwendige kenmerken, de markeringen en de inwendige structuur ervan weergeven;

b)

de versies van alle software of firmware die gebruikt is voor de naleving van de eisen van deze verordening;

c)

de gebruikershandleiding en installatie-instructies;

2.

de ontwerp- en fabricagetekeningen, alsmede schema's van componenten, subassemblages, circuits en andere relevante soortgelijke gegevens;

3.

de beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van die tekeningen en schema's en van de werking van het product;

4.

een lijst van de geheel of gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, en indien de geharmoniseerde normen niet zijn toegepast, een beschrijving van de aangebrachte oplossingen om aan de essentiële eisen van artikel 4 te voldoen, inclusief een lijst van andere relevante technische specificaties die zijn toegepast. Bij gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen wordt in de technische documentatie gespecificeerd welke delen zijn toegepast;

5.

een kopie van de EU-conformiteitsverklaring;

6.

indien de conformiteitsbeoordelingsmodule van deel 8 is toegepast, een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek en de bijlagen daarbij, zoals afgegeven door de betrokken aangemelde instantie;

7.

de resultaten van uitgevoerde ontwerpberekeningen en onderzoeken, alsmede andere relevante soortgelijke gegevens;

8.

testrapporten;

9.

kopieën van de documenten die de fabrikant aan de aangemelde instantie heeft verstrekt, indien gebruik is gemaakt van de diensten van een dergelijke instantie;

10.

het bewijsmateriaal voor de geschiktheid van het technische ontwerp. Hierin worden de gevolgde documenten vermeld, in het bijzonder wanneer de desbetreffende geharmoniseerde normen en/of technische specificaties niet volledig zijn toegepast. Zo nodig worden ook de resultaten vermeld van tests die door een geschikt laboratorium van de fabrikant of namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid door een ander laboratorium zijn verricht;

11.

de adressen van de plaatsen van fabricage en opslag.

DEEL 11

EU-conformiteitsverklaring

1.   Het product (type, partij en serienummer).

2.   De naam en het adres van de fabrikant of zijn gemachtigde vertegenwoordiger:

3.   Deze conformiteitsverklaring wordt afgegeven onder volledige verantwoordelijkheid van de fabrikant.

4.   Voorwerp van de verklaring [beschrijving aan de hand waarvan het product kan worden getraceerd; wanneer dit nodig is voor de identificatie van de producten, mag een voldoende duidelijke afbeelding in kleur worden bijgevoegd].

5.   Het hierboven beschreven voorwerp van de verklaring is van klasse … [vermeld voor UAS het klassenummer zoals gedefinieerd in delen 1 tot en met 5 van deze bijlage].

6.   Het gewaarborgd geluidvermogensniveau voor deze UAS-apparatuur is … dB(A) [alleen voor UAS van klassen 1, 2 en 3 zonder vaste vleugels]

7.   Het hierboven beschreven voorwerp van de verklaring is in overeenstemming met de relevante harmonisatiewetgeving van de Unie:

[vermeld de referentie van deze verordening en de bijlage die relevant is voor de klasse van het product];

of andere harmonisatiewetgeving van de Unie, indien van toepassing.

8.   Vermelding van de toegepaste relevante geharmoniseerde normen of van de andere technische specificaties waarop de conformiteitsverklaring betrekking heeft. Bij de opgave van de referenties moeten het identificatienummer en de versie en, in voorkomend geval, de datum van afgifte worden vermeld.

9.   Indien van toepassing, heeft de aangemelde instantie … [naam, nummer] … [beschrijving van de werkzaamheden] uitgevoerd en het certificaat van EU-typeonderzoek afgegeven.

10.   Indien van toepassing, een beschrijving van toebehoren en componenten, met inbegrip van software, die het mogelijk maken de bedoelde vluchten, overeenkomstig de EU-conformiteitsverklaring, uit te voeren met het onbemande luchtvaartuig of onbemande luchtvaartuigsysteem.

11.   Aanvullende informatie:

Ondertekend voor en namens: …

[plaats en datum van afgifte]:

[naam, functie] [handtekening]:

DEEL 12

Vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring

De in artikel 14, lid 3, bedoelde vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring wordt als volgt opgesteld:

[Naam van de fabrikant] verklaart hierbij dat het UAS [identificatie van het UAS: type of serienummer] van klasse… … is [vermeld het klassenummer van het product zoals gedefinieerd in delen 1 tot en met 5 van deze bijlage] en een gewaarborgd geluidvermogensniveau van …. dB(A) heeft [alleen voor UAS van klassen 1, 2 en 3 zonder vaste vleugels]

en in overeenstemming is met verordeningen… [vermeld alle verordeningen waaraan het product voldoet].

De volledige EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op de volgende website: [website]

DEEL 13

Geluidsmetingsnorm

In dit deel worden de methoden voor het meten van geluidsemissies in de lucht vastgesteld, welke zullen worden gebruikt voor het bepalen van de A-gewogen geluidvermogensniveaus van UA's van klassen 1, 2 en 3.

Dit omvat de basisnorm voor geluidsemissie en een gedetailleerde norm voor het meten van het geluidsdrukniveau op een meetoppervlak waarop zich ook de geluidsbron bevindt en voor het berekenen van het door de bron geproduceerde geluidvermogensniveau.

1.   BASISNORM VOOR GELUIDSEMISSIE

Voor het bepalen van het A-gewogen geluidvermogensniveau LWA van het UA wordt de basisnorm voor geluidsemissie EN ISO 3744:2010 aangevuld met:

2.   VOORWAARDEN VOOR INSTALLATIE EN MONTAGE

Testzone:

Het UA hangt stil in de lucht boven een weerkaatsend (akoestisch hard) vlak. Het UA bevindt zich op voldoende afstand van weerkaatsende muren, plafonds of voorwerpen, zodat op het meetoppervlak voldaan is aan de eisen van bijlage A van EN ISO 3744:2010.

Montage van de geluidsbron:

Het UA hangt op een hoogte van 0,5 m stil boven het weerkaatsend oppervlak. De configuratie van het UA (propellers, toebehoren, instelling) wordt de configuratie van het UA dat op de markt wordt gebracht.

Meetoppervlak en microfoonopstelling:

Het UA wordt volledig omsloten door een meetoppervlak in de vorm van een halve bol, zoals bepaald in punt 7.2.3 van EN ISO 3744:2010.

Het aantal en de plaats van de microfoons is gedefinieerd in bijlage F van EN ISO 3744:2010.

Het beginpunt van het meetoppervlak is punt O, dat zich recht onder het UA op het grondoppervlak bevindt.

3.   VLUCHTUITVOERINGSOMSTANDIGHEDEN TIJDENS DE TEST

Voor het uitvoeren van de geluidstests vliegt het UA in een stabiele laterale en verticale positie, 0,5 m boven het beginpunt van de halve bol (punt O), met de batterij volledig geladen.

Als het UA op de markt wordt gebracht met toebehoren die er kunnen worden op aangebracht, dan wordt het zowel met als zonder deze toebehoren getest, in alle mogelijke UA-configuraties.

4.   BEREKENING VAN HET TIJDSGEMIDDELDE VAN HET GELUIDSDRUKNIVEAU OP HET OPPERVLAK

Het A-gewogen geluidsdrukniveau op het oppervlak, uitgedrukt als tijdsgemiddelde, wordt minstens drie keer bepaald voor elke UA-configuratie. Indien ten minste twee van de aldus bepaalde waarden onderling niet meer dan 1 dB verschillen, zijn verdere metingen niet nodig; is dit verschil groter, dan worden de metingen voortgezet tot twee waarden met een onderling verschil van niet meer dan 1 dB zijn verkregen. Het voor de berekening van het geluidvermogensniveau te gebruiken A-gewogen geluidsdrukniveau aan het oppervlak is het rekenkundige gemiddelde van de twee hoogste waarden die onderling niet minder dan 1 dB verschillen.

5.   TE RAPPORTEREN INFORMATIE

Het verslag moet alle technische gegevens bevatten die nodig zijn ter specificatie van de geluidsbron, de gebruikte geluidsmetingsnorm en de akoestische gegevens.

Het A-gewogen geluidvermogensniveau dat moet worden gerapporteerd, is de hoogste waarde van de verschillende geteste UA-configuraties, afgerond tot op het dichtstbijzijnde gehele getal (onder 0,5: gebruik het laagste getal; gelijk aan of boven 0,5: gebruik het hoogste getal).

DEEL 14

Aanduiding van het gewaarborgde geluidvermogensniveau

De aanduiding van het gewaarborgde geluidvermogensniveau bestaat uit het getal dat het gewaarborgde geluidvermogensniveau aangeeft in dB, het teken LWA en een pictogram in de volgende vorm:

Image 6

Indien de aanduiding wordt verkleind wegens de grootte van de apparatuur, moeten de verhoudingen overeenkomen met die van de bovenstaande tekening. De verticale afmeting van de aanduiding mag, indien mogelijk, echter niet kleiner zijn dan 20 mm.

DEEL 15

Maximaal geluidvermogensniveau per UA-klasse (met inbegrip van overgangsperioden).

UA-klasse

MTOM m in gram

Maximaal geluidvermogensniveau LWA in dB

vanaf de inwerkingtreding

vanaf 2 jaar na de inwerkingtreding

vanaf 4 jaar na de inwerkingtreding

C1

250 ≤ m < 900

85

83

81

C2

900 ≤ m < 4 000

Formula

Formula

Formula

Waarbij "lg" het basis 10-logaritme is.


Top