EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32019H0794

Aanbeveling van de Commissie (EU) 2019/794 van 15 mei 2019 betreffende een gecoördineerd controleplan ter vaststelling van de prevalentie van bepaalde stoffen die migreren uit materialen en voorwerpen die zijn bestemd om met levensmiddelen in contact te komen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 3519) (Voor de EER relevante tekst.)

C/2019/3519

OJ L 129, 17.5.2019, p. 37–42 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2019/794/oj

17.5.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 129/37


AANBEVELING VAN DE COMMISSIE (EU) 2019/794

van 15 mei 2019

betreffende een gecoördineerd controleplan ter vaststelling van de prevalentie van bepaalde stoffen die migreren uit materialen en voorwerpen die zijn bestemd om met levensmiddelen in contact te komen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 3519)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292,

Gezien Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (1), en met name artikel 53,

Na raadpleging van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 53 van Verordening (EG) nr. 882/2004 gemachtigd om indien nodig op ad-hocbasis georganiseerde gecoördineerde controleplannen aan te bevelen, om de prevalentie van risico's bij diervoeders, levensmiddelen en dieren vast te stellen.

(2)

Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad (2) bevat algemene eisen inzake de veiligheid van materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen ("materialen die met levensmiddelen in contact komen"), met name wat betreft de afgifte van de bestanddelen van materialen die met levensmiddelen in contact komen. Bovendien zijn overeenkomstig artikel 5, lid 1, van die verordening specifieke maatregelen vastgesteld voor groepen van materialen die met levensmiddelen in contact komen. Met name is er, voor kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen, in Verordening (EU) nr. 10/2011 van de Commissie (3) een lijst van toegelaten stoffen opgesteld. Sommige van deze toegelaten stoffen zijn ook onderworpen aan beperkingen, waaronder specifieke migratielimieten (SML) die hun migratie in of op levensmiddelen beperken.

(3)

Uit informatie van het systeem voor snelle waarschuwingen voor levensmiddelen en diervoeders (Rapid Alert System for Food and Feed, of "RASFF") die op grond van artikel 50 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad (4) is gerapporteerd, blijkt dat verschillende gevallen van niet-naleving zijn geconstateerd met betrekking tot de migratie van bepaalde stoffen uit materialen die met levensmiddelen in contact komen. Momenteel is er echter onvoldoende informatie om de prevalentie van deze stoffen in levensmiddelen die migreren uit materialen die met levensmiddelen in contact komen, voldoende goed vast te stellen.

(4)

Primaire aromatische aminen ("PAA's") zijn een familie van verbindingen, waarvan sommige kankerverwekkend zijn en andere daarvan worden verdacht. Voor zover PAA's voorkomen in materialen die met levensmiddelen in contact komen, kunnen zij afkomstig zijn uit toegelaten stoffen, onzuiverheden of afbraakproducten, of het gevolg zijn van het gebruik van azokleurstoffen. In bijlage II bij Verordening (EU) nr. 10/2011 wordt bepaald dat dergelijke PAA's niet uit kunststofmaterialen en -voorwerpen naar levensmiddelen of levensmiddelsimulanten mogen migreren. De werkzaamheden van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Europese Commissie hebben ook uitgewezen dat PAA's op gekleurde papieren servetten voorkomen, in voor monitoring relevante concentraties.

(5)

Formaldehyde (FCM-nr. 98) is een stof die op het niveau van de Unie is toegelaten voor gebruik bij de vervaardiging van kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen. Voor deze stof geldt echter een SML van 15 mg/kg (uitgedrukt als totaal aan formaldehyde en hexamethyleentetramine).

(6)

In Verordening (EU) Nr. 284/2011 van de Commissie (5) zijn voor de invoer van keukengerei van polyamide- of melaminekunststof van oorsprong of verzonden uit de Volksrepubliek China en Hongkong specifieke voorwaarden en gedetailleerde procedures vastgesteld, waaronder verplichte controles, door de lidstaten, van 10 % van de zendingen. De verordening werd ingevoerd vanwege het grote aantal gevallen niet-naleving als gevolg van de afgifte van hoge concentraties van PAA's door materialen van polyamidekunststof die met levensmiddelen in contact komen en van formaldehyde door materialen van melaminekunststof die met levensmiddelen in contact komen.

(7)

Uit een recente analyse van de overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 284/2011 ingediende gegevens over de controles die op het punt van invoer in de Europese Unie zijn uitgevoerd, blijkt dat de non-conformiteit van deze producten is afgenomen. Uit de RASFF-gegevens, die zijn gebaseerd op de resultaten van analyse van op de markt genomen monsters, blijkt echter dat sommige van deze producten nog steeds niet conform zijn. Daarnaast is gebleken dat de oorsprong van dergelijke producten niet beperkt is tot China en Hongkong. Het is derhalve passend om, naast de controles op grond van Verordening (EU) nr. 284/2011, ook de niveaus van PAA en formaldehyde te controleren.

(8)

Voor de stof melamine (FCM-nr. 239), die eveneens mag worden gebruikt voor de vervaardiging van kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen, geldt een SML van 2,5 mg/kg. Naast formaldehyde is er ook migratie gemeld van melamine uit keukengerei van melaminekunststof. Het is daarom passend om dezelfde monsters te controleren op melaminemigratieniveaus.

(9)

Fenol (FCM-nr. 241) mag als monomeer worden gebruikt voor de vervaardiging van kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen, en mag ook worden gebruikt voor de vervaardiging van andere soorten materialen die met levensmiddelen in contact komen, waaronder epoxyharsen die in vernissen en coatings worden gebruikt. Bij Verordening (EU) 2015/174 van de Commissie (6) is, op basis van een herbeoordeling door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA), een SML vastgesteld van 3 mg/kg voor kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen. In haar advies heeft de EFSA de toelaatbare dagelijkse inname (TDI) verlaagd van 1,5 mg/kg lichaamsgewicht tot 0,5 mg/kg lichaamsgewicht, waarbij wordt opgemerkt dat er naast materialen die met levensmiddelen in contact komen, vele bronnen van blootstelling aan fenol zijn, wat kan bijdragen tot blootstellingsniveaus op of boven de TDI. Het is derhalve passend de niveaus van fenol te controleren in het licht van mogelijke overschrijdingen van de TDI.

(10)

De stof 2,2-bis(4-hydroxyfenyl)propaan (FCM-nr. 151), algemeen bekend als bisfenol A ("BPA") mag als monomeer worden gebruikt voor de vervaardiging van kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen, maar mag ook worden gebruikt voor de vervaardiging van andere materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen, waaronder epoxyharsen die in vernissen en coatings worden gebruikt. Onlangs is bij Verordening (EU) 2018/213 van de Commissie (7) een nieuwe SML van 0,05 mg/kg vastgesteld voor kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen, die bovendien van toepassing is op vernissen en coatings, op basis van een herbeoordeling door de EFSA, die een tijdelijke toelaatbare dagelijkse inname (tTDI) heeft vastgesteld die lager is dan de voorgaande TDI. Daarom moet worden gecontroleerd of deze materialen die met levensmiddelen in contact komen qua migratie van BPA voldoen aan deze nieuwe SML.

(11)

Naast BPA kunnen andere bisfenolen worden gebruikt in of migreren uit materialen die met levensmiddelen in contact komen. Met name wordt 4,4′-dihydroxydifenylsulfon, algemeen bekend als bisfenol S ("BPS", FCM-nr. 154), gebruikt als monomeer voor de vervaardiging van polyethersulfonkunststof, waarvan het gebruik in de Unie is toegelaten voor de productie van kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen, met een SML van 0,05 mg/kg. Er is geen recente informatie beschikbaar over de mogelijke migratie naar voedsel, en de informatie over het mogelijke gebruik ervan of over de migratie uit gevernist of gecoat materiaal dat met levensmiddelen in contact komt, is onvolledig. Het is daarom passend om erop toe te zien dat de materialen waaruit BPS zou kunnen migreren, te controleren op de prevalentie van BPS-migratie naar levensmiddelen.

(12)

Ftalaatesters ("ftalaten") zijn een groep stoffen die op grote schaal worden gebruikt als weekmakers en technische hulpstoffen. Vijf ftalaten zijn toegelaten voor gebruik in kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen, waaronder dibutylftalaat ("DBP", FCM-nr. 157), butylbenzyl-ftalaat ("bbp", FCM-nr. 159), bis(2-ethylhexyl)ftalaat ("DEHP", FCM-nr. 283), diisononylftalaat ("DINP", FCM-nr. 728) en diisodecylftalaat (DIDP, FCM-nr. 729). Voor deze ftalaten geldt, samen met een aantal andere stoffen, een groepsbeperking SML(T) van 60 mg/kg. Individuele SML's zijn ook van toepassing op DBP, bbp en DEHP, terwijl voor DINP en DIDP een groepsbeperking van 9 mg/kg geldt. De concentratie van deze vijf ftalaten is ook beperkt in kinderverzorgingsartikelen voor voedingsdoeleinden, zoals bepaald in bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (8). Naast de resultaten van het RASFF, die wijzen op niet-naleving van de SML's, worden ook ftalaten die niet zijn toegelaten voor gebruik in kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen, gevonden in kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen, en kunnen zij naar levensmiddelen migreren. Het is derhalve passend de niveaus van ftalaten te controleren in het licht van mogelijke niet-naleving.

(13)

Naast ftalaten worden ook andere niet-ftalaatstoffen gebruikt in materialen die met levensmiddelen in contact komen, als weekmakers. Geëpoxideerde sojaolie ("ESBO", FCM-nr. 532) en 1,2-cyclohexaandicarboxylaat diisononylester ("DINCH", FCM-nr. 775) en tereftaalzuur, bis(2-ethylhexyl)ester ("DEHTP" of "DOTP", FCM-nr. 798) zijn toegelaten voor gebruik bij de vervaardiging van kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen en maken deel uit van de groep waarvoor een SML(T) van 60 mg/kg geldt. Daarnaast zijn afzonderlijke SML's van 60 mg/kg van toepassing op zowel DEHTP als ESBO, behalve in het geval van pvc-pakkingen die worden gebruikt voor het afdichten van glazen recipiënten die voeding voor zuigelingen en peuters bevatten; daar geldt voor ESBO een SML van 30 mg/kg. Bij eerdere werkzaamheden van de lidstaten en Zwitserland is niet-naleving geconstateerd wat betreft de migratie van ESBO uit deksels van glazen potten. Aangezien er ook een indicatie is dat DINCH en DEHTP kunnen worden gebruikt ter vervanging van ftalaten en er weinig of geen informatie beschikbaar is over hun migratie naar levensmiddelen, is het passend om de prevalentie van de migratie van deze stoffen naar levensmiddelen te controleren.

(14)

Per- en polyfluoralkylverbindingen ("PFAS") zijn een groep verbindingen die perfluoroctaanzuur ("PFOA") en perfluoroctaansulfonaat ("PFOS") bevatten. Vanwege hun amfifiele eigenschappen worden deze gefluoreerde verbindingen gebruikt bij de productie van water- en vetafstotende coatings, zoals die welke worden gebruikt op levensmiddelenverpakkingsmaterialen op basis van papier en karton. Uit sommige lidstaten komen aanwijzingen van mogelijke redenen voor bezorgdheid over de concentraties van deze stoffen in verpakkingsmaterialen op basis van in gecoat papier en karton. Daarnaast geldt vanaf 4 juli 2020 een beperking op PFOA bij de productie en het in de handel brengen van voorwerpen, met inbegrip van materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen, zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2017/1000 van de Commissie (9). Daarom moet de prevalentie van deze stoffen in materialen die met levensmiddelen in contact komen, nader worden onderzocht.

(15)

Metalen en legeringen worden gebruikt in materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in contact te komen, met inbegrip van keukengerei, tafelgerei, en apparatuur voor de verwerking van levensmiddelen. Op het niveau van de Unie zijn een aantal SML's vastgesteld voor metalen die migreren uit kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen; informatie van het RASFF heeft echter een aantal gevallen van niet-naleving voor metalen keukengerei en tafelgerei aan het licht gebracht, gebaseerd op risicobeoordelingen of nationale wetgeving. Aangezien de gevaren van bepaalde metalen zoals lood en cadmium duidelijk zijn gedefinieerd, is het passend om controles uit te voeren op de migratie van metalen naar levensmiddelen en om het inzicht in de prevalentie van de migratie van metalen, met name van ingevoerde materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen, alsook traditionele en ambachtelijke producten, te verbeteren.

(16)

Om de algehele inertie en veiligheid van kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen te waarborgen, wordt een totale migratielimiet vastgesteld om de afgifte van niet-vluchtige bestanddelen naar levensmiddelen te beperken, met inbegrip van deeltjes zoals microvezels. Aangezien conventionele materialen en voorwerpen van kunststof onder druk staan om te worden vervangen als gevolg van milieubezwaren, worden additieven die zijn afgeleid van natuurlijke bronnen gebruikt als vulstoffen in combinatie met kunststof om de gevolgen voor het milieu te beperken. Om te controleren of goede fabricagepraktijken zijn toegepast en of deze materialen en voorwerpen van kunststof die met levensmiddelen in contact komen, voldoende inert zijn, is het passend de totale migratie te controleren.

(17)

Om te zorgen voor een uniforme toepassing van deze aanbeveling en om te komen tot betrouwbare en vergelijkbare resultaten van de controles, moet het referentielaboratorium van de Europese Unie (EU-RL) voor materialen die met levensmiddelen in contact komen de lidstaten waar nodig bijstaan bij de uitvoering van deze aanbeveling.

(18)

Om de beschikbare informatie over de prevalentie van stoffen die migreren uit materialen die met levensmiddelen in contact komen, te maximaliseren, moeten de lidstaten ook worden aangemoedigd om relevante gegevens te verstrekken die recentelijk zijn gegenereerd, vóór de toepassing van deze aanbeveling. Om ervoor te zorgen dat deze resultaten betrouwbaar zijn en consistent zijn met de resultaten die in het kader van dit controleprogramma worden gegenereerd, zouden alleen de resultaten moeten worden gerapporteerd die zijn gegenereerd volgens de relevante regels voor de bemonstering en analyse van materialen die met levensmiddelen in contact komen en overeenkomstig de wetgeving inzake officiële controles.

(19)

Het voornaamste doel van deze aanbeveling is de prevalentie van stoffen die naar levensmiddelen migreren uit materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen, of de prevalentie van stoffen in materialen of voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen, vast te stellen; het is niet de bedoeling bij te dragen tot het begrip van blootstellingsniveaus. Daarom moeten de gegevens in een gemeenschappelijk formaat worden ingediend om ervoor te zorgen dat deze op consistente wijze worden gecoördineerd en samengesteld.

(20)

In voorkomend geval dienen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten handhavingsmaatregelen overeenkomstig de toepasselijke wetgeving en procedures te overwegen.

(21)

De informatie over de prevalentie van deze stoffen die tot stand komt als gevolg van deze aanbeveling moet worden gebruikt om te bepalen of eventuele toekomstige maatregelen noodzakelijk zijn, met name om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en de belangen van de consumenten te waarborgen. Dergelijke toekomstige maatregelen kunnen aanvullende controlemaatregelen omvatten voor stoffen uit kunststofmaterialen waarvoor specifieke EU-maatregelen zijn vastgesteld. Bovendien kunnen de resultaten bijdragen tot de informatie op basis waarvan toekomstige prioriteiten worden overwogen in het kader van de evaluatie van de wetgeving inzake materialen die met levensmiddelen in contact komen, met name voor materialen waarvoor geen specifieke EU-maatregelen bestaan.

(22)

De uitvoering van dergelijke gecoördineerde controleplannen laat andere officiële controles onverlet die de lidstaten uitvoeren in het kader van hun nationale controleprogramma's, zoals voorzien in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 882/2004,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

1.

De lidstaten voeren het gecoördineerde controleplan voor materialen en voorwerpen die bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen uit zoals aangegeven in de bijlage bij deze aanbeveling. Daarbij respecteren zij het in de bijlage aanbevolen minimale totale aantal monsters zo veel mogelijk.

2.

De lidstaten dienen verslag uit te brengen over de resultaten van de overeenkomstig de bijlage uitgevoerde officiële controles.

3.

De lidstaten dienen ook de resultaten te rapporteren van eerdere controles die in de vijf jaar voorafgaand aan 1 januari 2019 zijn uitgevoerd, voor zover zij relevant zijn voor de stoffen in of die migreren uit de onder deze aanbeveling vallende materialen en voorwerpen die bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen en zijn uitgevoerd overeenkomstig de relevante wetgeving inzake materialen en voorwerpen die bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen en inzake officiële controles. De resultaten worden gerapporteerd overeenkomstig de bijlage.

4.

In geval van niet-naleving overwegen de lidstaten verdere handhavingsmaatregelen overeenkomstig artikel 54 van Verordening (EG) nr. 882/2004. Onverminderd andere rapportagevereisten hoeven dergelijke handhavingsmaatregelen niet aan de Commissie te worden gerapporteerd in het kader van deze aanbeveling.

5.

Deze aanbeveling is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 15 mei 2019.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4).

(3)  Verordening (EU) nr. 10/2011 van de Commissie van 14 januari 2011 betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen (PB L 12 van 15.1.2011, blz. 1).

(4)  Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) nr. 284/2011 van de Commissie van 22 maart 2011 tot vaststelling van specifieke voorwaarden en gedetailleerde procedures voor de invoer van keukengerei van polyamide- of melaminekunststof van oorsprong of verzonden uit de Volksrepubliek China en de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China (PB L 77 van 23.3.2011, blz. 25).

(6)  Verordening (EU) 2015/174 van de Commissie van 5 februari 2015 tot wijziging en rectificatie van Verordening (EU) nr. 10/2011 betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen (PB L 30 van 6.2.2015, blz. 2).

(7)  Verordening (EU) 2018/213 van de Commissie van 12 februari 2018 betreffende het gebruik van bisfenol A in vernissen en coatings bestemd om met levensmiddelen in contact te komen, en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 10/2011 wat betreft het gebruik van die stof in materialen van kunststof die met levensmiddelen in contact komen (PB L 41 van 14.2.2018, blz. 6).

(8)  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

(9)  Verordening (EU) 2017/1000 van de Commissie van 13 juni 2017 tot wijziging van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach) wat betreft perfluoroctaanzuur (PFOA), zouten daarvan en aanverwante stoffen (PB L 150 van 14.6.2017, blz. 14).


BIJLAGE

ACTIES EN TOEPASSINGSGEBIED VAN HET GECOÖRDINEERDE CONTROLEPLAN

1.   Doelstelling

Het algemene doel van dit controleplan is de prevalentie van stoffen die naar levensmiddelen migreren uit materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen of de aanwezigheid van stoffen in materialen of voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen, vast te stellen. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten dienen in verband daarmee officiële controles uit te voeren om de prevalentie op de markt van de Europese Unie vast te stellen van:

de migratie van bepaalde stoffen uit materialen die met levensmiddelen in contact komen;

bepaalde stoffen in materialen die met levensmiddelen in contact komen;

de algehele migratie uit kunststofmaterialen die met levensmiddelen in contact komen.

2.   Beschrijving van de steekproeven en methodologie

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de soorten materialen die met levensmiddelen in contact komen die moeten worden bemonsterd, samen met de stoffen waarvoor de migratie uit die materialen die met levensmiddelen in contact komen, moet worden geanalyseerd, behalve wanneer het gaat om gefluoreerde verbindingen waarvan de hoeveelheid in het materiaal moet worden geanalyseerd.

Het punt waar de materialen die met levensmiddelen in contact komen uit derde landen ingevoerd worden, moet deel uitmaken van de steekproef, hoewel de lidstaten rekening moeten houden met controles die reeds overeenkomstig Verordening (EU) nr. 284/2011 worden uitgevoerd. Om ervoor te zorgen dat de steekproef van een bepaalde partij of zending voldoende groot is en om eventuele vervolgmaatregelen te vergemakkelijken, moeten de lidstaten ook marktcontroles uitvoeren, met inbegrip van bemonstering op groothandel- en distributiepunten.

Voor de analyse van de monsters moeten de overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 882/2004 daarvoor aangewezen laboratoria worden gebruikt; die laboratoria worden overeenkomstig artikel 33, lid 2, onder e), van die verordening door nationale referentielaboratoria ondersteund. Het EU-RL moet deze aanbeveling ondersteunen overeenkomstig artikel 94, lid 2, onder a), van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (1), indien dat door nationale referentielaboratoria wordt vereist.

Indien het niet praktisch is om de migratie aan de hand van een levensmiddel of levensmiddelsimulant vast te stellen, moet de prevalentie in het materiaal worden bepaald en moet de maximale migratie naar het levensmiddel via berekening of modellering geschat worden.

Te testen stoffen

Te bemonsteren materialen die met levensmiddelen in contact komen

Primaire aromatische aminen (PAA)

Keuken- en tafelgerei van kunststof en gedrukte materialen die met levensmiddelen in contact komen, met inbegrip van papier en karton

Formaldehyde en melamine

Tafel- en keukengerei van kunststof, met inbegrip van niet-conventioneel keukengerei en tafelgerei van kunststof, zoals herbruikbare koffiekopjes gemaakt van kunststof met additieven die zijn afgeleid van natuurlijke bronnen zoals bamboe

Fenol

Keukengerei en tafelgerei van kunststof; materiaal waarop vernis of een coating is aangebracht; bedrukt verpakkingsmateriaal van kunststof en papier en karton

Bisfenolen, waaronder BPA en BPS

Kunststoffen van polycarbonaat (BPA) en van polyethersulfon (BPS); metalen verpakkingen met coating (bv. blikken en deksels)

Ftalaten en niet-ftalaatweekmakers

Materialen en voorwerpen van kunststof, met name die welke zijn vervaardigd met behulp van polyvinylchloride (pvc), zoals thermisch gevormde platen, flexibele verpakkingen en buizen; sluitingen en deksels

Gefluoreerde verbindingen

Materialen en voorwerpen op basis van papier en karton, met inbegrip van die welke worden gebruikt om fastfood, afhaal- en bakkerijproducten te verpakken alsmede microgolfzakjes voor popcorn

Metalen

Keukengerei en tafelgerei van keramiek, email, glas en metaal, met inbegrip van ambachtelijke en traditioneel geproduceerde materialen en voorwerpen

Totale migratie

Niet-conventioneel keukengerei en tafelgerei van kunststof, zoals herbruikbare koffiekopjes gemaakt van kunststof met additieven die zijn afgeleid van natuurlijke bronnen zoals bamboe

3.   Aantal monsters

In de onderstaande tabel staat het indicatief aanbevolen totaalaantal monsters dat in het kader van dit gecoördineerde controleplan door de deelnemende lidstaten moet worden getest.

Lidstaat

Aanbevolen minimum totaalaantal monsters

België, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Italië, Verenigd Koninkrijk

100

Tsjechië, Cyprus, Hongarije, Nederland, Polen, Roemenië

75

Denemarken, Ierland, Griekenland, Kroatië, Litouwen, Oostenrijk, Portugal, Zweden

50

Bulgarije, Estland, Letland, Luxemburg, Malta, Slovenië, Slowakije, Finland

25

4.   Termijn voor de controles

De controles moeten plaatsvinden van 1 juni 2019 tot en met 31 december 2019.

5.   Verslaglegging

De resultaten moeten uiterlijk op 29 februari 2020 en met gebruikmaking van een gemeenschappelijk verslagleggingmodel bij de Commissie worden ingediend.


(1)  Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1).


Top