EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32019D0031

Besluit (EU) 2019/1743 van de Europese Centrale Bank van 15 oktober 2019 betreffende de rentevergoeding op deposito’s, saldi en aangehouden extra reserves (herschikking) (ECB/2019/31)

OJ L 267, 21.10.2019, p. 12–14 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 21/10/2019

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2019/1743/oj

21.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 267/12


BESLUIT (EU) 2019/1743VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 15 oktober 2019

betreffende de rentevergoeding op deposito’s, saldi en aangehouden extra reserves (herschikking) (ECB/2019/31)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 127, lid 2, het eerste streepje,

Gelet op de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name op artikel 3.1, eerste streepje, en de artikelen 17 tot en met 19,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit ECB/2014/23 (1) is aanzienlijk gewijzigd (2). Aangezien nadere wijzigingen noodzakelijk zijn, dient dit besluit ter wille van de duidelijkheid herschikt te worden.

(2)

De Raad van bestuur kan de rentevergoeding op het geheel of een deel van over de door de instellingen aangehouden reserves aanpassen. Op 12 september 2019 heeft de Raad van bestuur besloten om een tweeledig systeem voor de rentevergoeding op de extra aangehouden reserves in te voeren, waarbij een deel van de aangehouden overtollige liquide middelen van instellingen, d.w.z. aangehouden reserves boven de vereiste reserves, wordt vrijgesteld van een negatieve rentevergoeding tegen het tarief dat van toepassing is op de depositofaciliteit. In het bijzonder heeft de Raad van bestuur besloten om een veelvoud van de vereiste reserves van instellingen uit te zonderen. De Raad van bestuur heeft besloten om de oorspronkelijke vermenigvuldigingsfactor “m” van de vereiste reserves van instellingen die wordt gebruikt voor het berekenen van het vrijgestelde gedeelte van de aangehouden extra reserves van instellingen, op zes vast te stellen voor alle in aanmerking komende instellingen en het initiële rentetarief dat van toepassing is op de vrijgestelde aangehouden extra reserves, op nul procent te bepalen. Deze vermenigvuldigingsfactor “m” en de op vrijgestelde aangehouden extra reserves toepasselijke rentetarief kunnen door de Raad van bestuur mettertijd worden gewijzigd.

(3)

Het besluit om een tweeledig systeem voor rentevergoeding op aangehouden extra reserves in te voeren, beoogt de transmissie van het monetair beleid via de banken te ondersteunen, waarbij de positieve bijdrage van negatieve rentetarieven aan het accomoderend monetair beleid en aan de voortgezette en duurzame convergentie van de inflatie in de richting van de doelstelling van de ECB worden behouden. Het tweeledige systeem zorgt er aldus voor dat de kosten van negatieve rentevoeten voor instellingen geen belemmering vormen voor een soepele en hoofdzakelijk bancaire transmissie van het monetaire beleid in de gehele eurozone,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Rentevergoeding op aangehouden extra reserves

1.   Aangehouden reserves van instellingen die onderworpen zijn aan artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1745/2003 van de Europese Centrale Bank (ECB/2003/9) (3), welke de krachtens Verordening (EG) nr. 2531/98 (4) van de Raad en Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9) vereiste reserves overschrijden (hierna de “extra reserves” genoemd), worden vergoed tegen een rentetarief van 0 % of, indien deze lager is, tegen de rente op de depositofaciliteit.

2.   Een deel van de door de instelling aangehouden extra reserves op een reserverekening als bedoeld in de artikelen 1 en 6 van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9) tot een veelvoud van de vereiste reserves wordt vrijgesteld van de in lid 1 opgenomen vergoedingsregel. De vermenigvuldigingsfactor “m” die wordt gebruikt voor de berekening van de vergoeding en het rentetarief dat van toepassing is op de vrijgestelde aangehouden extra reserves worden door de Raad van bestuur vastgesteld en vervolgens op de ECB-website gepubliceerd. Elke aanpassing van de vermenigvuldigingsfactor “m” en/of het rentetarief dat van toepassing is op de vrijgestelde aangehouden extra reserves geldt vanaf de reserveperiode volgend op de aankondiging van het besluit van de Raad van bestuur, tenzij anders is bepaald. De vrijgestelde aangehouden extra reserves worden vastgesteld op basis van de gemiddelde werkdagsaldi die gedurende de reserveperiode worden aangehouden op de reserverekening van de instelling zoals gedefinieerd in de artikelen 1 en 6 van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/09). Aangehouden bedragen in depositofaciliteit van het Eurosysteem worden niet als extra reserves beschouwd.

3.   Verschuldigde of verdiende rente op vrijgestelde en niet-vrijgestelde aangehouden extra reserves wordt in mindering gebracht door debitering van de reserverekeningen van de betrokken instelling of, naargelang het geval, wordt betaald op de tweede NCB-werkdag na het einde van de reserveperiode waarover rente wordt berekend.

4.   Indien instellingen via een bemiddelende instelling vereiste reserves aanhouden overeenkomstig artikel 10 of 11 van Verordening (EG) nr. 1745/2003 van de Europese Centrale Bank (ECB/2003/9), wordt de vergoeding berekend zoals beschreven in dit lid. De vermenigvuldigingsfactor “m” die wordt gebruikt voor de berekening van de vergoeding, wordt toegepast op de samengevoegde vereiste reserves die door de betrokken bemiddelende instelling worden aangehouden namens haarzelf en van alle instellingen waarvoor zij de vereiste reserves aanhoudt overeenkomstig artikel 10 of 11 van Verordening (EG) nr. 1745/2003. Het op de aangehouden extra reserves toepasselijke rentetarief is alleen van toepassing op de aangehouden extra reserves die op de reserverekeningen als gedefinieerd in de artikelen 1 en 6 van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9) van de bemiddelende instelling worden aangehouden.

Artikel 2

Rentevergoeding op bepaalde bij de ECB aangehouden deposito’s

Rekeningen die bij de ECB worden aangehouden overeenkomstig Besluit ECB/2003/14 (5), Besluit ECB/2010/31 (6) en Besluit ECB/2010/17 (7), blijven worden vergoed overeenkomstig de rente op de depositofaciliteit. Indien op die rekeningen evenwel deposito’s moeten worden aangehouden vóór de datum waarop een betaling gedaan moet worden overeenkomstig de op de betrokken faciliteit toepasselijke wettelijke of contractuele regels, is de rentevergoeding op die deposito’s gedurende deze voorafgaande periode 0 procent of, indien deze hoger is, de rente op de depositofaciliteit.

Artikel 3

Intrekking

1.   Besluit ECB/2014/23 wordt hierbij ingetrokken.

2.   Verwijzingen naar het ingetrokken besluit gelden als verwijzingen naar dit besluit en worden gelezen overeenkomstig de concordantietabel in bijlage II.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Dit besluit is van toepassing met ingang van de zevende reserveperiode van 2019 die ingaat op 30 oktober 2019.

Gedaan te Frankfurt am Main, 15 oktober 2019.

Voor de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  Besluit ECB/2014/23 van 5 juni 2014 betreffende de rentevergoeding op deposito’s, saldi en aangehouden extra reserves (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 115).

(2)  Zie bijlage I.

(3)  Verordening (EG) nr. 1745/2003 van de Europese Centrale Bank van 12 september 2003 inzake de toepassing van reserveverplichtingen (ECB/2003/9) (PB L 250 van 2.10.2003, blz. 10).

(4)  Verordening (EG) nr. 2531/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot de toepassing van reserveverplichtingen door de Europese Centrale Bank (PB L 318 van 27.11.1998, blz. 1).

(5)  Besluit ECB/2010/31 van 20 december 2010 betreffende de opening van rekeningen voor het verwerken van betalingen in verband met de EFSF-leningen aan lidstaten die de euro als munt hebben (PB L 10 van 14.1.2011, blz. 7).

(6)  Besluit ECB/2003/14 van 7 november 2003 het beheer van de opgenomen en verstrekte leningen van de Europese Gemeenschap uit hoofde van het mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn (PB L 297 van 15.11.2003, blz. 35).

(7)  Besluit ECB/2010/17 van 14 oktober 2010 betreffende het beheer van door de Unie opgenomen en verstrekte leningen in het kader van het Europees financieel stabilisatiemechanisme (PB L 275 van 20.10.2010, blz. 10).


BIJLAGE I

Ingetrokken beschikking en de wijziging ervan

Besluit ECB/2014/23

PB L 168 van 7.6.2014, blz. 115.

Richtsnoer (EU) 2015/509 van de Europese Centrale Bank (ECB/2015/9)

PB L 91 van 2.4.2015, blz. 1.


BIJLAGE II

Concordantietabel

Besluit ECB/2014/23

Dit besluit

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 1

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 6

Artikel 4

Bijlage I

Bijlage II


Top