Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32018R0671

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/671 van de Commissie van 2 mei 2018 tot onderwerping van de invoer van elektrische fietsen van oorsprong uit de Volksrepubliek China aan registratie

C/2018/2543

OJ L 113, 3.5.2018, p. 4–9 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2018/671/oj

3.5.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 113/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/671 VAN DE COMMISSIE

van 2 mei 2018

tot onderwerping van de invoer van elektrische fietsen van oorsprong uit de Volksrepubliek China aan registratie

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) („de antidumpingbasisverordening”), en met name artikel 14, lid 5,

Gezien Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (2) („de antisubsidiebasisverordening”), en met name artikel 24, lid 5,

Na kennisgeving aan de lidstaten,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 20 oktober 2017 heeft de Europese Commissie („de Commissie”) door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie  (3) („het bericht van inleiding AD”) de inleiding bekendgemaakt van een antidumpingprocedure („de antidumpingprocedure”) betreffende de invoer in de Unie van elektrische fietsen van oorsprong uit de Volksrepubliek China („de VRC”); zij deed dit naar aanleiding van een klacht die op 8 september 2017 door de European Bicycle Manufacturers Association („de klager” of „EBMA”) was ingediend namens producenten die meer dan 25 % van de totale productie in de Unie van elektrische fietsen voor hun rekening nemen.

(2)

Op 21 december 2017 heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie  (4) („het bericht van inleiding AS”) de inleiding bekendgemaakt van een antisubsidieprocedure („de antisubsidieprocedure”) betreffende de invoer in de Unie van elektrische fietsen van oorsprong uit de VRC; zij deed dit naar aanleiding van een klacht die op 8 november 2017 door de klager was ingediend namens producenten die meer dan 25 % van de totale productie in de Unie van elektrische fietsen voor hun rekening nemen.

1.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

(3)

Voor beide procedures betreft het product waarvan de invoer aan registratie wordt onderworpen („het betrokken product”) rijwielen met trapondersteuning, met een elektrische hulpmotor, van oorsprong uit de VRC, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 8711 60 10 en ex 8711 60 90 (Taric-code 8711609010). Deze GN- en Taric-codes worden slechts ter informatie vermeld.

2.   VERZOEK

(4)

De klager gaf in de klacht aan dat hij van plan was om registratie te verzoeken. De klager heeft op 31 januari 2018 registratieverzoeken ingediend op grond van artikel 14, lid 5, van de antidumpingbasisverordening en artikel 24, lid 5, van de antisubsidiebasisverordening. Hierin verzoekt hij de invoer van het betrokken product aan registratie te onderwerpen, zodat vervolgens met ingang van de datum van registratie op die ingevoerde producten maatregelen kunnen worden toegepast, mits aan alle voorwaarden van de basisverordeningen is voldaan.

3.   GRONDEN VOOR REGISTRATIE

(5)

Volgens artikel 14, lid 5, van de antidumpingbasisverordening en artikel 24, lid 5, van de antisubsidiebasisverordening kan de Commissie de douaneautoriteiten opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer te registreren, zodat later met ingang van de datum van registratie op de betrokken producten maatregelen kunnen worden toegepast, mits aan alle voorwaarden van de basisverordeningen is voldaan. Tot registratie van de invoer kan worden overgegaan naar aanleiding van een door de bedrijfstak van de Unie ingediend verzoek dat voldoende bewijsmateriaal bevat om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen.

(6)

Volgens de klager is registratie gerechtvaardigd omdat het betrokken product met dumping en subsidiëring wordt ingevoerd. De bedrijfstak van de Unie wordt aanzienlijke schade toegebracht door een versnelling van de laaggeprijsde invoer, die de corrigerende werking van eventuele definitieve rechten zal ondermijnen doordat zij de mogelijkheid biedt om voorafgaand aan het verkoopseizoen van 2018 voorraden aan te leggen.

(7)

De Commissie heeft het verzoek getoetst aan artikel 10, lid 4, van de antidumpingbasisverordening en artikel 16, lid 4, van de antisubsidiebasisverordening.

(8)

Wat het gedeelte van het verzoek over dumping betreft, is zij nagegaan of de importeurs, gezien de omvang van de dumping en de vermeende of vastgestelde schade, van de dumping op de hoogte waren of hadden moeten zijn. Daarnaast heeft zij onderzocht of er sprake was van een aanzienlijke toename van de invoer die, gezien het tijdstip waarop en de omvang waarin deze plaatsvond en andere omstandigheden, de corrigerende werking van het toe te passen definitieve antidumpingrecht naar alle waarschijnlijkheid ernstig zal ondermijnen.

(9)

Wat het gedeelte van het verzoek over subsidies betreft, is de Commissie nagegaan of er kritieke omstandigheden bestaan waarin het betrokken gesubsidieerde product moeilijk te herstellen schade veroorzaakt doordat het, met steun van tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies, in een betrekkelijk kort tijdvak massaal wordt ingevoerd, en of het, om herhaling van dergelijke schade te voorkomen, nodig wordt geacht met terugwerkende kracht compenserende rechten op de invoer van deze producten in te stellen.

3.1.   Kennis van dumping bij importeurs, omvang van dumping en vermeende schade

(10)

Wat de dumping betreft, beschikt de Commissie in dit stadium over voldoende bewijsmateriaal waaruit blijkt dat het betrokken product met dumping uit de VRC wordt ingevoerd. De klager heeft met name bewijsmateriaal verstrekt over de normale waarde op basis van de binnenlandse prijzen en de keuze van Zwitserland overeenkomstig artikel 2, lid 7, van de antidumpingbasisverordening.

(11)

Het bewijs van dumping is gebaseerd op een vergelijking van de aldus vastgestelde normale waarde met de prijs (af fabriek) van het betrokken product bij uitvoer naar de Unie. Algemeen genomen en gezien de hoogte van de vermeende dumpingmarges, die uiteenlopen van 193 % tot 430 %, wijst het bewijsmateriaal er in dit stadium in voldoende mate op dat de producenten-exporteurs zich schuldig maken aan dumping.

(12)

Die gegevens waren te vinden in het bericht van inleiding van deze procedure, dat op 20 oktober 2017 is bekendgemaakt.

(13)

Giant, een met een producent-exporteur verbonden importeur, voerde aan dat de opening van een antidumpingonderzoek niet voldoende was om te concluderen dat importeurs van de dumping op de hoogte waren.

(14)

Door de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie is het bericht van inleiding een openbaar document dat voor alle importeurs toegankelijk is. Bovendien hebben importeurs, als belanghebbenden bij het onderzoek, toegang tot de niet-vertrouwelijke versie van de klacht. Daarom is de Commissie van oordeel dat de importeurs ten laatste op dat tijdstip van de beweerde dumpingpraktijken, de omvang daarvan en de vermeende schade op de hoogte waren of hadden moeten zijn.

(15)

Dezelfde belanghebbende voerde aan dat van een importeur niet kan worden verwacht dat hij op de hoogte is van de toepassing van artikel 2, lid 7, van de antidumpingbasisverordening, en nog minder dat hij de normale waarde anticipeert in vergelijking waarmee de Chinese uitvoerprijzen naar de Unie zouden moeten worden beoordeeld.

(16)

De Commissie merkte op dat de toepassing van artikel 2, lid 7, van de antidumpingbasisverordening in de klacht was vermeld en verwees hier ook in het bericht van inleiding naar.

(17)

De klacht bevatte tevens voldoende bewijsmateriaal voor de vermeende schade, met een marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie dat scherp daalde van 42,5 % in 2014 tot 28,6 % in de voor de klacht gebruikte periode, een lage en verder afnemende winstgevendheid van 3,4 % van de omzet in 2014 tot 2,1 % in de voor de klacht gebruikte periode, en berekeningen van het prijsbederf die varieerden van 153 % tot 206 %.

(18)

De Commissie concludeerde dus dat wat het gedeelte van het verzoek over dumping betreft aan het eerste criterium voor registratie was voldaan.

3.2.   Aanzienlijke toename van invoer

(19)

Op basis van gegevens van Eurostat kan geen volledige analyse worden gemaakt van de ontwikkeling van de invoer van elektrische fietsen in de Unie. Dit komt doordat het onderzoektijdvak in oktober 2016 begint, terwijl naar schatting 99 % van de invoer van elektrische fietsen tot januari 2017 werd ingedeeld onder een GN-code die betrekking had op andere producten.

(20)

In deze context heeft de klager gedetailleerde cijfers verstrekt die gebaseerd zijn op Chinese douanegegevens over de uitvoer van januari 2014 tot en met februari 2018. Op basis van de opmerkingen van belanghebbenden en een combinatie van statistieken was de Commissie van oordeel dat er een vertraging van twee maanden zit tussen de uitvoer uit de VRC en de invoer in de Unie.

(21)

In haar analyse was de Commissie derhalve van mening dat de Chinese douanegegevens over de uitvoer voldoende voorlopig bewijsmateriaal vormden voor de invoer in de Unie, rekening houdend met een vertraging van twee maanden voor de verzending. Om de omvang van de invoer tijdens het onderzoektijdvak te bepalen (d.w.z. van 1 oktober 2016 tot en met 30 september 2017) heeft de Commissie dus gebruikgemaakt van de Chinese uitvoergegevens tussen augustus 2016 en juli 2017.

(22)

Het uitvoervolume uit de VRC naar de Unie nam van november 2017 tot en met februari 2018 met 82 % toe in vergelijking met de periode van november 2016 tot en met februari 2017. Bovendien lag het gemiddelde maandelijkse uitvoervolume uit de VRC naar de Unie in de periode van november 2017 tot en met februari 2018 64 % hoger dan het gemiddelde maandelijkse invoervolume in de Unie tijdens het onderzoektijdvak. Volgens de Commissie bleek uit deze cijfers dat de invoer aanzienlijk was toegenomen.

(23)

Een aantal niet-verbonden importeurs en Giant voerden aan dat de ruwe gegevens over de uitvoer uit China, waarop de klager zich baseerde om zijn verzoek tot registratie te onderbouwen, in het niet-vertrouwelijke dossier moeten worden vermeld om de mate van betrouwbaarheid van de bron en van de verstrekte gegevens te kunnen bepalen. De importeurs voeren aan dat de gebruikte codes niet werden vermeld en dat er ook andere producten onder zouden kunnen vallen.

(24)

De klager heeft aan de Commissie de gedetailleerde statistieken verstrekt waarmee hij zijn verzoek onderbouwde. De bekendmaking van deze gegevens zou inbreuk maken op auteursrechten. In de niet-vertrouwelijke versie van het verzoek zijn door de klager echter de geaggregeerde uitvoercijfers per maand en per jaar verstrekt. De klager gaf eveneens aan dat de bron de Chinese douane was, vermeldde de gebruikte codes en lichtte toe met welke methode hij andere producten dan het betrokken product had uitgesloten. De bron was dus bekend en tegen betaling openbaar toegankelijk. Bovendien werden deze gegevens in grote lijnen bevestigd door de Eurostat-gegevens die voor de periode beschikbaar zijn. Geen enkele andere belanghebbende heeft alternatieve gegevens of een alternatieve methode voorgesteld. In die omstandigheden, en gezien de mate van openbaarheid van de geaggregeerde gegevens en de methode in het niet-vertrouwelijke dossier, is de Commissie van mening dat de oorspronkelijke gegevens voor de belanghebbenden niet noodzakelijk zijn om hun rechten van verdediging uit te oefenen. Daarom moest dit argument worden afgewezen.

(25)

Een aantal niet-verbonden importeurs voerde verder aan dat het aanleggen van voorraden niet mogelijk was vanwege de lange aanlooptijd tussen ontwerp en levering. In dit verband was de Commissie van mening dat de aanlooptijd tussen het ontwerpen van een elektrische fiets en de daadwerkelijke levering geen belemmering vormde om voorraden van een reeds ontworpen elektrische fiets aan te leggen, vooral gezien de in de klacht verstrekte informatie met betrekking tot de reservecapaciteit in de VRC. Bovendien boden de beschikbare statistische gegevens steun voor de stelling dat er sprake was van een aanzienlijke toename van de invoer. Daarom werd het argument afgewezen.

(26)

Een aantal niet-verbonden importeurs en Giant ontkenden dat de toename van de Chinese uitvoer als bewijs kon gelden voor een verdere aanzienlijke toename van de invoer, en voerden aan dat de toename het seizoensgebonden karakter van de verkoop van elektrische fietsen weerspiegelde. De Commissie was van oordeel dat een vergelijking op jaarbasis niet door seizoensgebonden effecten werd beïnvloed, en toonde met bewijsmateriaal aan dat het invoervolume na de inleiding van de zaak met 82 % was toegenomen. Daarom werd het argument afgewezen.

(27)

Giant ontkende dat de toename van de invoer aanzienlijk was en beweerde dat de toename lager was dan of gelijke tred hield met de algemene groei van de vraag naar elektrische fietsen in de Unie. Giant citeerde uit publicaties van de Confederatie van de Europese fietsindustrie („CONEBI”), die deze groei raamde op 22,2 % in 2016 in vergelijking met 2015, en van EBMA, de klager, die de groei voor 2017 ten opzichte van 2016 raamde op 23 %. Volgens Giant was oktober 2017 het moment waarop de toename van de invoer echt begon. Giant berekende op basis van Eurostat-invoergegevens dat de invoer van elektrische fietsen tussen oktober 2017 en januari 2018 met 8,7 % was toegenomen.

(28)

De Commissie merkt op dat Giant aangaf dat de termijn voor verzending tussen de uitvoer uit de VRC en de invoer in de Unie „ten minste één of twee maanden” bedroeg. Dit betekent dat de invoer in oktober 2017 overeenkwam met de uitvoer uit China in augustus 2017, vóór de opening van het onderzoek. Bovendien lag het gemiddelde maandelijkse uitvoervolume uit de VRC naar de Unie tijdens de periode van augustus 2017 tot en met februari 2018 36 % hoger dan het gemiddelde maandelijkse invoervolume in de Unie tijdens het onderzoektijdvak. Bij dit groeicijfer wordt de zeer aanzienlijke toename van de invoer die al had plaatsgevonden tijdens het onderzoektijdvak niet meegerekend, en toch ligt het ruim boven de groeicijfers voor de marktvraag in de Unie in 2016 en 2017.

(29)

Daarom concludeerde de Commissie dat voor het gedeelte van het verzoek over dumping eveneens aan het tweede criterium voor registratie was voldaan.

3.3.   Ondermijning van de corrigerende werking van het recht

(30)

De Commissie beschikt over voldoende aanwijzingen waaruit blijkt dat door een verdere stijging van de invoer uit de VRC bij verder dalende prijzen bijkomende schade zou worden veroorzaakt.

(31)

Zoals vastgesteld in de overwegingen 19 tot en met 29 is er voldoende bewijs voor een aanzienlijke toename van de invoer van het betrokken product.

(32)

Bovendien is er bewijs voor een dalende tendens bij de invoerprijzen van het betrokken product. De gemiddelde prijs in euro van de invoer uit de VRC in de Unie lag in de periode van november 2017 tot en met februari 2018 8 % lager dan in de periode van november 2016 tot en met februari 2017, en 7 % lager dan in het onderzoektijdvak.

(33)

Bijkomende omstandigheden laten zien dat een aanzienlijke verdere toename van de invoer de corrigerende werking van de toe te passen rechten waarschijnlijk ernstig zal ondermijnen. Zo is het redelijk om aan te nemen dat de invoer van het betrokken product nog vóór de vaststelling van eventuele voorlopige maatregelen verder zou toenemen, aangezien die vaststelling uiterlijk rond 20 juli zou plaatsvinden, wat zou samenvallen met het einde van het verkoopseizoen voor elektrische fietsen in 2018.

(34)

Een dergelijke verdere stijging van de invoer na de inleiding van de zaak zal dus waarschijnlijk, in het licht van het tijdsverloop en de omvang ervan en andere omstandigheden (zoals de overcapaciteit in de VRC en het prijsbeleid van de Chinese producenten-exporteurs), de corrigerende werking van eventuele definitieve rechten ernstig ondermijnen, tenzij die rechten met terugwerkende kracht zouden worden toegepast.

(35)

Daarom concludeerde de Commissie dat voor het gedeelte van het verzoek over dumping eveneens aan het derde criterium voor registratie was voldaan.

3.4.   Moeilijk te herstellen schade, veroorzaakt door de massale invoer van een gesubsidieerd product in een betrekkelijk kort tijdvak

(36)

Wat de subsidiëring betreft, beschikt de Commissie over voldoende bewijsmateriaal waaruit blijkt dat het betrokken product met subsidiëring uit de VRC wordt ingevoerd. De vermeende subsidies bestaan onder meer uit i) rechtstreekse overdracht van middelen en passiva, zoals subsidies, preferentiële leningen, gerichte kredieten bij staatsbanken en particuliere banken en exportkredieten, exportgaranties en exportverzekeringen; ii) inkomsten waarvan de overheid afstand doet of die de overheid niet int, bijvoorbeeld in de vorm van vermindering en vrijstelling van vennootschapsbelasting, kortingen op invoerrechten, korting op bronbelasting en btw-vrijstelling of -aftrek; en iii) verstrekking door de overheid van uitgangsmaterialen en grond en energie voor een ontoereikende prijs. Dergelijk bewijsmateriaal was opgenomen in de openbare versie van de klacht en in het memorandum over voldoende bewijsmateriaal.

(37)

Volgens de klacht gaat het bij bovengenoemde regelingen om subsidies, omdat ze een financiële bijdrage van de overheid van de VRC of andere regionale overheden (waaronder overheidsinstanties) inhouden waardoor de producenten-exporteurs van het betrokken product een voordeel genieten. De subsidies zouden afhankelijk zijn van exportprestaties en/of het gebruik van binnenlandse in plaats van ingevoerde goederen en/of beperkt zijn tot bepaalde sectoren en/of soorten ondernemingen en/of locaties, en derhalve specifiek zijn en tot compenserende maatregelen aanleiding geven.

(38)

Daarom blijkt uit het in dit stadium beschikbare bewijsmateriaal dat het betrokken product met tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies wordt uitgevoerd.

(39)

Daarnaast beschikt de Commissie over voldoende bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade lijdt door de dumping- en subsidiepraktijken van de producenten-exporteurs. Het bewijsmateriaal uit de klacht en de latere stukken in verband met de verzoeken om registratie met betrekking tot het invoervolume laat zien dat de invoer tussen 2014 en het onderzoektijdvak en ook in de afgelopen maanden enorm gestegen is, zowel in absolute cijfers als wat het marktaandeel betreft. Uit het beschikbare bewijsmateriaal blijkt met name dat de Chinese producenten-exporteurs hun uitvoer van het betrokken product naar de Unie meer dan verdriedubbeld hebben, van 219 000 tot 703 000 eenheden (+ 484 000 eenheden), wat heeft geleid tot een sterke toename van het marktaandeel van 19,2 % tot 33 %. Bovendien zette diezelfde trend zich tussen november 2017 en februari 2018 voort, zoals vermeld in overweging 22. In het algemeen blijkt uit het bewijsmateriaal dat de massale toename in de invoer van elektrische fietsen uit de VRC tot aanzienlijke negatieve gevolgen voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie leidt, waaronder lagere niveaus van winstgevendheid. Het bewijsmateriaal betreffende de in artikel 3, lid 5, van de antidumpingbasisverordening en artikel 8, lid 4, van de antisubsidiebasisverordening genoemde schadefactoren bestaat uit gegevens uit de klachten en de latere stukken met betrekking tot de registratie.

(40)

Bovendien heeft de Commissie in dit stadium beoordeeld of de geleden schade moeilijk te herstellen is. Als Chinese leveranciers eenmaal geïntegreerd zijn in de toeleveringsketens van de afnemers van de bedrijfstak van de Unie, zouden deze laatste wel eens niet geneigd kunnen zijn om van leverancier te veranderen ten gunste van producenten in de Unie. En zelfs al zou de Commissie in de toekomst eventueel compenserende maatregelen zonder terugwerkende kracht instellen, dan is de kans klein dat de afnemers van de bedrijfstak van de Unie hogere prijzen van de bedrijfstak van de Unie zullen aanvaarden. Een dergelijke dreiging van permanent verlies van marktaandeel of lagere inkomsten vormt een schade die moeilijk te herstellen is.

3.5.   Voorkoming van herhaling van schade

(41)

Om herhaling van dergelijke schade te voorkomen, heeft de Commissie het ten slotte op basis van de in overweging 39 vermelde gegevens en om de in overweging 40 genoemde overwegingen nodig geoordeeld de mogelijke instelling van maatregelen met terugwerkende kracht voor te bereiden door registratie verplicht stellen.

4.   PROCEDURE

(42)

Derhalve heeft de Commissie geconcludeerd dat er voldoende bewijsmateriaal is om de registratie van de invoer van het betrokken product overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de antidumpingbasisverordening en artikel 24, lid 5, van de antisubsidiebasisverordening te rechtvaardigen.

(43)

Alle belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en bewijsmateriaal in te dienen. Bovendien kan de Commissie belanghebbenden horen die hierom schriftelijk verzoeken en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen.

5.   REGISTRATIE

(44)

Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de antidumpingbasisverordening en artikel 24, lid 5, van de antisubsidiebasisverordening moet de invoer van het betrokken product worden geregistreerd zodat, indien de onderzoeken leiden tot de instelling van antidumpingrechten en/of compenserende rechten, deze rechten overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen met terugwerkende kracht op de geregistreerde invoer kunnen worden geheven indien aan de vereiste voorwaarden is voldaan.

(45)

Eventuele toekomstige rechten zullen voortvloeien uit de bevindingen van het antidumpingonderzoek respectievelijk het antisubsidieonderzoek.

(46)

Volgens de beweringen in de klacht waarin om de opening van een antidumpingonderzoek wordt verzocht, wordt de gemiddelde dumpingmarge voor het betrokken product op 193 tot 430 % en de gemiddelde schademarge op 189 % geraamd. De hoogte van de mogelijke toekomstige rechten wordt vastgesteld op het niveau van de op basis van de klacht geraamde schademarge, te weten 189 % ad valorem op de cif-waarde bij invoer van het betrokken product.

(47)

In dit stadium van het onderzoek is het nog niet mogelijk de omvang van de subsidiëring te ramen. Volgens de beweringen in de klacht waarin om de opening van een antisubsidieonderzoek wordt verzocht, wordt de schademarge voor het betrokken product op 189 % geraamd. De hoogte van de mogelijke toekomstige rechten wordt vastgesteld op het niveau van de op basis van de klacht geraamde schademarge, te weten 189 % ad valorem op de cif-waarde bij invoer van het betrokken product.

6.   VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS

(48)

Persoonsgegevens die in het kader van deze registratie worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (5),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1036 en artikel 24, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1037 wordt de douaneautoriteiten opgedragen passende maatregelen te nemen om de invoer in de Unie te registreren van elektrische rijwielen met trapondersteuning, met een elektrische hulpmotor, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 8711 60 10 en ex 8711 60 90 (Taric-code 8711609010), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

2.   De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.

3.   Alle belanghebbenden wordt verzocht uiterlijk 21 dagen na de bekendmaking van deze verordening hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken, bewijsmateriaal in te dienen of te verzoeken te worden gehoord.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 mei 2018

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  PB L 176 van 30.6.2016, blz. 55.

(3)  PB C 353 van 20.10.2017, blz. 19.

(4)  PB C 440 van 21.12.2017, blz. 22.

(5)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.


Top