EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32018O0016

Richtsnoer (EU) 2018/876 van de Europese Centrale Bank van 1 juni 2018 betreffende het gegevensregister inzake instellingen en verbonden ondernemingen (ECB/2018/16)

OJ L 154, 18.6.2018, p. 3–21 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 02/10/2019

ELI: http://data.europa.eu/eli/guideline/2018/876/oj

18.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 154/3


RICHTSNOER (EU) 2018/876 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 1 juni 2018

betreffende het gegevensregister inzake instellingen en verbonden ondernemingen (ECB/2018/16)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 127, leden 2 en 5,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikelen 5.1, 12.1 en 14.3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Centrale Bank (ECB) onderhoudt het gegevensregister inzake instellingen en verbonden ondernemingen (RIAD). RIAD is het gedeelde gegevensbestand voor referentiegegevens betreffende juridische en overige statistische institutionele eenheden, waarvan de verzameling bedrijfsprocessen in het hele Eurosysteem ondersteunt, alsook de uitvoering van de taken van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) en het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (GTM). RIAD faciliteert de integratie van verschillende gegevensbestanden, met name door gemeenschappelijke identificatiecodes ter beschikking te stellen. In combinatie met gegevens uit andere databanken zoals de gecentraliseerde effectendatabase (CSDB), de Securities Holdings Statistics Database van het ESCB (SHSDB) en de gemeenschappelijke gedetailleerde analytische kredietdatabase (AnaCredit) ondersteunen RIAD-gegevens analyses en studies die de vaststelling van monetairbeleidbeslissingen ondersteunen, alsook de vroegere opsporing van systeemrisico's en het uitvoeren van macroprudentieel beleid en microprudentieel toezicht. RIAD-gegevens worden ook gebruikt voor de voorbereiding van de officiële lijsten van monetaire financiële instellingen, beleggingsfondsen, lege financiële instellingen die securitisatietransacties verrichten, voor betalingsstatistieken relevante instellingen en verzekeringsinstellingen. De registratie van referentiegegevens voor entiteiten wordt in RIAD verwerkt en geregistreerd onder toepassing van de bestaande procedures.

(2)

RIAD omvat een brede reeks van attributen betreffende afzonderlijke entiteiten en relaties tussen die entiteiten die de afleiding van groepstructuren mogelijk maken. Deze structuren, waaronder de „nauwe banden”, kunnen een uiteenlopende samenstelling hebben voor accountingdoeleinden of doeleinden van prudentiële consolidatie. Deze gegevensprocessen en daarmee samenhangende analyses ondersteunen onderpand- en risicobeheer, financiële stabiliteit en microprudentieel toezicht.

(3)

Iedere nationale centrale bank (NCB) levert thans input aan RIAD, en updates ervan, overeenkomstig meerdere ECB-rechtshandelingen zoals Richtsnoer ECB/2014/15 (1), Verordening (EU) nr. 1333/2014 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/48) (2) en Verordening (EU) 2016/867 van de Europese Centrale Bank (ECB/2016/13) (3). Het ESCB maakt tevens gebruik van balansgegevens die binnen het kader van monetaire en financiële statistieken van de ECB in verband met haar wederpartijen werden gerapporteerd zoals bedoeld in artikel 2, punt 11, van Richtsnoer (EU) 2015/510 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/60) (4). In de toekomst zal van NCB's tevens vereist worden dat zij ten aanzien van niet-financiële vennootschappen en andere entiteiten hun input aan RIAD leveren, en updates ervan, met name ter ondersteuning van AnaCredit. Dit richtsnoer beoogt een betere coördinatie te verwezenlijken van de verantwoordelijkheden van elke NCB, en elke betrokken werkeenheid van een NCB, om referentiegegevens te verstrekken, te updaten en te valideren. De NCB's monitoren en verzekeren de kwaliteit van alle overeenkomstig het Public Commitment on European Statistics by the ESCB and the ECB Statistics Quality Framework and quality assurance procedures (5) verstrekte gegevens.

(4)

Dit richtsnoer beoogt een betere coördinatie te verwezenlijken van de verantwoordelijkheden van elke NCB, en elke betrokken werkeenheid van een NCB, om referentiegegevens te verstrekken, te updaten en te valideren.

(5)

De vertrouwelijkheid van statistische gegevens die werden verzameld uit hoofde van in dit richtsnoer genoemde rechtshandelingen moet worden gewaarborgd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad (6). Op niet uit hoofde van het juridische kader van het ESCB voor statistieken verzamelde referentiegegevens zullen de vertrouwelijkheidsbepalingen van het contract met de betrokken gegevens verstrekkende entiteit van toepassing zijn.

(6)

Accurate, tijdige en alomvattende referentiegegevens betreffende entiteiten en de relaties tussen hen zijn noodzakelijk voor de uitvoering van de ESCB- en GTM-taken. Derhalve is het noodzakelijk het globale beheer van RIAD te versterken en de vereisten te consolideren aangaande gegevensverzameling, kwaliteitbeheer en verspreiding uit hoofde van dit richtsnoer aangaande ESCB-taken, welke vereisten zijn gericht tot NCB's van eurogebiedlidstaten, alsook, inzake GTM-taken, uit hoofde van een afzonderlijk tot de nationale bevoegde autoriteiten gericht richtsnoer.

(7)

De thans uit hoofde van Richtsnoer ECB/2014/15 gerapporteerde referentiegegevens moeten worden gerapporteerd uit hoofde van dit richtsnoer. In de toekomst zullen de uit hoofde van Richtsnoer (EU) 2017/2335 van de Europese Centrale Bank (ECB/2017/38) (7) en andere ECB-richtsnoeren gerapporteerde referentiegegevens, voor zover noodzakelijk geacht, uit hoofde van dit richtsnoer gerapporteerd worden.

(8)

De Euro Unsecured Overnight Interest Rate, die luidens het Besluit van de Raad van bestuur van 20 september 2017 voor 2020 tot stand zou komen, zal tevens gebaseerd zijn op gerapporteerde LEI's waarin referentiegegevens uit RIAD zijn opgenomen. Gezien het zeer kritieke karakter en het belang van deze aanstaande nieuwe rentevoet en de voorgenomen bekendmaking van aanvullende gegevens die relevant zijn voor Verordening (EU) nr. 1333/2014 (ECB/2014/48) stellen bevoegde NCB's alles in het werk om de kwaliteit en de betrouwbaarheid van die gegevens te verzekeren.

(9)

In het belang van een nauwe en effectieve samenwerking in het ESCB voor het beheer van RIAD, moet dit richtsnoer worden aangevuld door een aanbeveling om de NCB's van de niet-eurogebiedlidstaten ertoe uit te nodigen actief bij te dragen aan de gegevensrapportage en -validatie in RIAD en wederzijds gegevens te delen betreffende hun binnenlandse entiteiten en toegang te hebben tot eurogebiedgegevensbestanden.

(10)

Voorts, vanwege de complementariteit tussen het ESCB en het GTM inzake de verwerking en het updaten van groepstructuurgegevens moeten de betreffende vereisten aangaande ESCB-taken in dit richtsnoer worden vastgelegd en de betreffende vereisten aangaande GTM-taken moeten worden vastgelegd in het toekomstige tot het GTM gerichte richtsnoer.

(11)

Persoonsgegevens in RIAD moeten overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 45/2001 (8) en (EU) 2016/679 (9) van het Europees Parlement en de Raad worden verwerkt.

(12)

Het is noodzakelijk een procedure op te zetten om doelmatig technische wijzigingen in de bijlagen bij dit richtsnoer door te voeren, mits dergelijke wijzigingen het onderliggende conceptuele kader niet veranderen en geen effect hebben op de rapportagelast,

HEEFT DIT RICHTSNOER VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp en doel

1.   Dit richtsnoer stelt de verplichtingen vast van de NCB's aangaande de rapportage van referentiegegevens aan RIAD, en het onderhoud en gegevenskwaliteitbeheer ervan, alsook aangaande bepaalde verplichtingen van de ECB met betrekking tot gegevensonderhoudregelingen.

2.   RIAD is het gedeelde gegevensbestand van het ESCB van referentiegegevens inzake afzonderlijke entiteiten en de relaties tussen hen. RIAD faciliteert de integratie van de CSDB, de SHSDB en (met ingang van wanneer de gegevensrapportageverplichtingen van rapportageplichtigen uit hoofde van Verordening (EU) 2016/867 (ECB/2016/13) van toepassing wordt) AnaCredit, alsook de gegevensbestanden van monetaire financiële instellingen, beleggingsfondsen, lege financiële instellingen die securitisatietransacties verrichten, voor betalingsstatistieken relevante instellingen en verzekeringsinstellingen, zoals bepaald krachtens de respectieve ECB-rechtshandelingen betreffende de statistische rapportagevereisten van deze entiteiten. Het RIAD zal aldus het ESCB in staat stellen onder meer geconsolideerde bankblootstellingen en de schuldenlast van kredietnemers op geconsolideerde basis af te leiden.

Artikel 2

Definities

Binnen het kader van dit richtsnoer zijn de volgende definities van toepassing:

1.   „entiteit” betekent het volgende: i) een juridische eenheid; ii) een bijkantoor van een juridische eenheid; iii) een instelling voor collectieve belegging, en iv) institutionele eenheden die niet onder i), ii) of iii) vallen;

2.   „juridische eenheid”: een rechtspersoon waarvan het bestaan bij wet erkend is, zulks los van de natuurlijke personen of instellingen die daar eigenaar of lid van zijn, en een natuurlijke persoon die zelfstandig een economische bedrijvigheid uitoefent;

3.   „rechtspersoon”: heeft dezelfde betekenis als juridische entiteit zoals bedoeld in artikel 1, punt 5, van Verordening (EU) 2016/867 (ECB/2016/13);

4.   „bijkantoor”: een onderneming die een juridisch afhankelijk onderdeel is van een juridische eenheid met rechtspersoonlijkheid;

5.   „hoofdkwartier”: een entiteit die zeggenschap uitoefent over een of meer niet-ingezeten entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid;

6.   „instelling voor collectieve belegging” of „ICBE”: heeft dezelfde betekenis als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (10);

7.   „institutionele eenheid”: heeft dezelfde betekenis als bedoeld in punten 2.12 en 2.13 van bijlage A bij Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad (11);

8.   „onderneming”: heeft dezelfde betekenis als bedoeld in afdeling III A van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 696/93 van de Raad (12);

9.   „ondernemingsgroep”: heeft dezelfde betekenis als in afdeling III C van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 696/93;

10.   „bankgroep”: een groep van financiële entiteiten die optreden als één economische entiteit middels gezamenlijke zeggenschap door een vergunninghoudende kredietinstelling of financiële holding overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 en waarop boekhoudkundige consolidatie van toepassing is overeenkomstig International Financial Reporting Standard (IFRS) 10 (13);

11.   „zeggenschap”: heeft dezelfde betekenis als in artikel 4, lid 1, punt 37, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

12.   „referentiegegevens”: stamgegevens die een afzonderlijke entiteit omschrijven en haar relaties met andere in RIAD geregistreerde entiteiten;

13.   „RIAD-code”: de unieke identificatiecode die de bevoegde NCB heeft gecreëerd, of de ECB, om een in RIAD geregistreerde entiteit te identificeren;

14.   „tijdelijke RIAD-code”: een identificatiecode met een vooraf vastgelegd van de RIAD-code afwijkend formaat, welke tijdelijke code NCB's of de ECB aan een nieuwe entiteit toewijzen bij de registratie in RIAD tot de RIAD-code wordt toegewezen;

15.   „bevoegde NCB”: de NCB die verantwoordelijk is voor het beheer in RIAD van in haar lidstaat ingezeten entiteiten;

16.   „nationale bevoegde autoriteit”: heeft dezelfde betekenis als in artikel 2, punt 2, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad (14);

17.   „samenstellingsregel”: de rangorde voor elk afzonderlijk attribuut die een NCB toepast voor conflicterende gegevensbronnen;

18.   „RIAD-hub”: een met RIAD samenhangend centrum van werkzaamheden binnen het ESCB dat wordt gebruikt voor de doeleinden van artikel 3 van dit richtsnoer;

19.   „ingezeten entiteit”: een entiteit die ingezeten is zoals bedoeld in artikel 1, punt 4, van Verordening (EG) nr. 2533/98;

20.   „werkdag”: enige dag met uitzondering van een zaterdag, een zondag of een feestdag in de ECB of de betrokken lidstaat;

21.   „identificatiecode voor juridische entiteiten” of „LEI”: een aan de rechtspersoon overeenkomstig de ISO 17442 standaard (15) toegewezen alfanumerieke referentiecode;

22.   „monetaire financiële instelling” of „MFI”: heeft dezelfde betekenis als in artikel 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1071/2013 van de Europese Centrale Bank (ECB/2013/33) (16);

23.   „beleggingsfonds” of „BF”: heeft dezelfde betekenis als in artikel 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 1073/2013 van de Europese Centrale Bank (ECB/2013/38) (17);

24.   „lege financiële instelling” of „LFI”: heeft dezelfde betekenis als in artikel 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 1075/2013 van de Europese Centrale Bank (ECB/2013/40) (18);

25.   „voor betalingsstatistieken relevante instellingen” of „PSRI”: betalingsdienstaanbieders zoals bedoeld in artikel 4 van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad (19), en betalingssysteemexploitanten die worden gedefinieerd als rechtspersonen die juridisch verantwoordelijk zijn voor de exploitatie van een betalingssysteem;

26.   „verzekeringsinstelling” of „VI”: heeft dezelfde betekenis als in artikel 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 1374/2014 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/50) (20);

27.   „attribuut”: de te rapporteren attributen voor de in bijlagen I en II bij dit richtsnoer uiteengezette gegevensbestanden.

HOOFDSTUK II

ALGEMENE BEPALINGEN BETREFFENDE RIAD EN BETREFFENDE DE REGISTRATIE, HET ONDERHOUD, DE HERZIENING EN TRANSMISSIE VAN REFERENTIEGEGEVENS VOOR ENTITEITEN

Artikel 3

Opzetten van RIAD-hubs

1.   Elke NCB zet een lokale RIAD-hub op, die lokale expertisecentra, lokale kenniswerkplaatsen en alle technische werkzaamheden omvat die verband houden met referentiegegevens voor entiteiten en hun groepstructuren.

2.   De lokale RIAD-hubs voeren de volgende taken uit: a) treden in hun respectieve lidstaat op als enig contactpunt voor alle referentiegegevenskwesties die verband houden met Riad; b) coördineren activiteiten met andere nationale bevoegde autoriteiten op nationaal niveau, met de centrale RIAD-hub en met andere hubs in het ESCB, middels een redelijke inspanning opdat nauwkeurigheid, tijdigheid en referentiegegevensconsistentie betreffende alle in RIAD geregistreerde ingezeten entiteiten gewaarborgd wordt, en c) middels een redelijke inspanning het consistente gebruik van identificatiecodes voor entiteiten in andere gegevensbanken waarborgen om de verschillende gegevensbestanden te kunnen koppelen en synchroniseren.

3.   De ECB zet een centrale RIAD-hub op die de volgende taken zal uitvoeren: a) de werkzaamheden van de lokale RIAD-hubs coördineren; b) uit hoofde van dit richtsnoer wijzigingen voorstellen van het governancekader voor RIAD waar het Comité statistieken over beraadslaagt; c) gegevenskwaliteit verifiëren, en d) referentiegegevens van in derde landen ingezeten entiteiten beheren.

Artikel 4

Registratie van referentiegegevens in RIAD

1.   NCB's treffen alle mogelijke maatregelen om alle betrokken entiteiten nauwkeurig in RIAD te registreren en verwijzen consistent naar deze entiteiten middels de aan hen toegewezen RIAD-code.

2.   NCB's onderhouden door de ECB aan de NCB's ter beschikking te stellen referentiegegevens betreffende in hun lidstaat ingezeten entiteiten en waarborgen voor zover mogelijk hun nauwkeurige registratie in RIAD overeenkomstig de voorgeschreven tijdstippen. De referentiegegevens voor een entiteit omvatten met name haar naam, de identificatiecode voor juridische entiteiten of enige andere relevante identificatiecode, de institutionele sector en het land van ingezetenschap, alsook de overige in de bijlagen I en II bedoelde verplichte referentiegegevensattributen.

3.   De ECB levert een redelijke inspanning voor het referentiegegevensbeheer voor in derde landen ingezeten entiteiten. De ECB kan ten aanzien van enige gebieden buiten de Unie direct met bepaalde NCB's bilaterale regelingen overeenkomen, bv. vanwege zakelijke deskundigheid en talenkennis.

4.   De bevoegde NCB's gebruiken alle hun op nationaal niveau beschikbare gegevens om voor zover mogelijk te verzekeren dat de referentiegegevens aangaande alle relevante in RIAD geregistreerde ingezeten entiteiten compleet, nauwkeurig en geüpdatet zijn. Met het oog daarop kunnen NCB's alle door hen opportuun geachte beschikbare gegevensbronnen gebruiken, mits die gegevens kunnen worden gebruikt voor het doel en zoals uiteengezet in Verordening (EG) nr. 2533/98, en indien toepasselijk, behoudens de waarborging van vertrouwelijkheid overeenkomstig artikel 8 van die verordening.

5.   RIAD maakt verwerking mogelijk van uit een of meer bronnen afkomstige gegevens betreffende entiteiten en relevante afzonderlijke attributen. Ingeval van twee of meer conflicterende bronnen rangschikt een samenstellingsregel de betreffende gegevensbronnen. De bevoegde NCB aanvaardt deze standaardsamenstellingsregel of bepaalt de rangorde van de betreffende gegevensbronnen zelf. Indien een bevoegde NCB een afwijkende rangorde vaststelt, registreert zij deze in RIAD en de ECB keurt deze nieuwe rangorde goed. Voor elk attribuut kan de bevoegde NCB een andere samenstellingsregel opstellen die zij in de loop der tijd kan wijzigen, indien zij dat passend acht. NCB's kunnen trachten overeenstemming met de ECB te bereiken middels de centrale RIAD-hub inzake enige indelingskwesties die de ECB of de NCB's potentieel controversieel achten, met name aangaande de MFI-sector.

6.   Behoudens de vereisten van Verordening (EG) nr. 45/2001, krachtens welke verordening persoonsgegevens in RIAD worden verwerkt, schrappen NCB's geen in RIAD geregistreerde entiteiten om te waarborgen dat een bestand betreffende de entiteit en haar levenscyclus bestaat. De ECB voert een procedure in om feitelijke onjuistheden te corrigeren en stelt die procedure ter beschikking van de NCB's.

7.   Bevoegde NCB's worden niet verantwoordelijk geacht voor gegevensmisbruik door een andere centrale bank van het ESCB.

Artikel 5

Toewijzing en beheer van de RIAD-code en identificatiecodes

1.   De bevoegde NCB's wijzen een RIAD-code toe aan elke ingezeten entiteit bij de eerste registratie van die entiteit in RIAD. Een NCB of de ECB kunnen een tijdelijke RIAD-code toewijzen voor niet-ingezeten nog niet in RIAD geïdentificeerde entiteiten. De RIAD-code en de tijdelijke RIAD-code hebben het vereiste formaat dat de ECB aan de NCB's ter beschikking stelt.

2.   NCB's verzekeren dat elke door hen toegewezen RIAD-code exclusief is, zodat de RIAD-code niet op meer dan één entiteit betrekking heeft, en de RIAD-code blijft onveranderd. Entiteiten worden met de RIAD-code uniek geïdentificeerd in RIAD om een soepele gegevensuitwisseling en communicatiesystemen tussen RIAD en het ESCB en tussen RIAD en het GTM te waarborgen.

3.   In het geval van met een tijdelijke RIAD-code geregistreerde entiteiten, stelt de bevoegde NCB mogelijke duplicatiecodes vast en wijst een RIAD-code toe, zulks uiterlijk op de laatste werkdag van de tweede maand volgende op de datum van ontvangst van de door RIAD automatisch gegenereerde lijst van mogelijke duplicaten.

4.   De ECB wijst de RIAD-code toe en verwerkt de noodzakelijke referentiegegevens voor internationale organisaties in RIAD.

5.   In RIAD geregistreerde entiteiten kunnen meerdere identificatiecodes of „aliassen” hebben. Bij de rapportage van een attribuut registreren NCB's het codetype (of de beschrijving ervan, indien toegestaan, wanneer het codetype niet is opgenomen in de vooraf vastgestelde lijst van codetypes in RIAD) en de overeenkomstige code. NCB's waarborgen tevens dat die gegevens in het vereiste door de ECB aan de NCB's beschikbaar te stellen formaat aan RIAD worden gerapporteerd.

Artikel 6

Registratie in RIAD van demografische ontwikkelingen, sectormutaties en bedrijfshandelingen

1.   De bevoegde NCB's leveren redelijke inspanningen om alle demografische ontwikkelingen te registreren die verband houden met entiteiten waarvan de referentiegegevens in RIAD zijn geregistreerd. Deze ontwikkelingen omvatten:

a)

oprichtingsdatum van een entiteit;

b)

sluitingsdatum van een entiteit;

c)

datum waarop een entiteit haar werkzaamheden stopzet.

2.   De bevoegde NCB's leveren redelijke inspanningen om de creatie van attributen, of updates in verband daarmee, te rapporteren vergezeld van het overeenstemmende geldigheidsbereik van waarden.

3.   De bevoegde NCB's rapporteren updates in verband met een sectorherindeling van een entiteit overeenkomstig bijlage I zodra zij kennis verkrijgen van de wijziging, of dagelijks indien de wijziging een MFI-herindeling betreft, of een voorheen niet-MFI een MFI wordt of een MFI een niet-MFI wordt.

De bevoegde NCB's verstrekken de ECB een schriftelijke toelichting betreffende enige vertraging tussen het plaatsvinden van een MFI-herindeling en haar registratie in RIAD.

4.   De bevoegde NCB's leveren redelijke inspanningen om alle bedrijfshandelingen te rapporteren die de status van een entiteit, of haar sluiting, betreffen zoals oprichting of wijziging (bv. wanneer een entiteit haar werkzaamheden stopzet).

De bevoegde NCB's rapporteren overeenkomstig de in hoofdstuk VI bedoelde termijn de volgende bedrijfshandelingen ten aanzien van in bijlage I in RIAD opgesomde entiteiten, zodra zij kennis van die bedrijfshandelingen verkrijgen:

a)

fusies door de oprichting van een nieuwe vennootschap zoals bedoeld in artikel 90 van Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad (21);

b)

fusies door overneming zoals bedoeld in artikel 89 van Richtlijn (EU) 2017/1132;

c)

splitsing door overneming zoals bedoeld in artikel 136 van Richtlijn (EU) 2017/1132;

d)

splitsing door de oprichting van nieuwe vennootschappen zoals bedoeld in artikel 155 van Richtlijn (EU) 2017/1132;

e)

afstoting van een dochteronderneming.

Artikel 7

Onderhoud- en herzieningsbeleid

NCB's leveren een redelijke inspanning om te waarborgen dat alle attributen worden onderhouden en steeds worden geüpdatet. Onderhoud omvat tijdige en effectieve herzieningen van de attributen.

Artikel 8

Transmissiestandaarden

1.   Het proces voor de uploading van gegevens in RIAD wordt omschreven in de gegevensuitwisselingsspecificaties waartoe NCB's toegang hebben. NCB's uploaden gegevens hetzij via de standaard ESCB-faciliteit of via online updates.

2.   Voorafgaande aan de transmissie van de gegevens naar RIAD voeren NCB's geldigheidscontroles uit om te waarborgen dat de betreffende gegevens voldoen aan de gegevensuitwisselingsspecificaties. NCB's passen een adequate reeks van controles toe om operationele afwijkingen tot een minimum te beperken en de nauwkeurigheid en consistentie van de in RIAD geregistreerde gegevens te waarborgen.

3.   Indien NCB's vanwege een technisch mankement geen toegang tot RIAD kunnen krijgen, gebruiken zij de noodfaciliteit die daarvoor voorzien is of versturen de gegevens per e-mail naar het volgende adres: RIAD-Support@ecb.europa.eu. De NCB's waarborgen de vertrouwelijkheid van de per e-mail verstuurde gegevens overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2533/98.

4.   Bij de versturing van gegevens kunnen NCB's hun nationale tekenset gebruiken mits ze het Romeinse alfabet gebruiken. NCB's gebruiken Unicode (UTF-8) om alle speciale tekensets correct weer te geven bij het ontvangen van informatie van de ECB via RIAD.

Artikel 9

Kennisgeving van verwerking en foutmeldingen

Wanneer nieuwe gegevens in RIAD geregistreerd worden, worden automatisch controles gegenereerd om de kwaliteit van de verstrekte gegevens te controleren op basis van overeengekomen standaarden en geldigheidsregels. De ECB verstrekt de NCB's een geautomatiseerde backflow waaronder:

a)

een ontvangstbevestiging met summiere informatie inzake de updates die succesvol zijn verwerkt en geïmplementeerd in het betrokken gegevensbestand, en/of

b)

een foutmelding met gedetailleerde informatie inzake de updates en geldigheidscontroles die negatief waren.

Na ontvangst van een foutmelding verzendt de NCB de gecorrigeerde informatie onmiddellijk.

HOOFDSTUK III

VERTROUWELIJKHEID

Artikel 10

Vertrouwelijkheid van waarden van attributen

1.   Overeenkomstig de vertrouwelijksheidsregeling van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2533/98 worden vertrouwelijke referentiegegevens niet bekendgemaakt. Statistische gegevens uit bronnen die voor het publiek beschikbaar zijn overeenkomstig nationale wetgeving worden niet als vertrouwelijk beschouwd en de in RIAD geregistreerde gegevens worden normaliter door de rechtspersonen bekendgemaakt waarop de informatie betrekking heeft. Op niet uit hoofde van het juridische kader van het ESCB voor statistieken verzamelde referentiegegevens zullen de vertrouwelijkheidsbepalingen van het contract met de betrokken gegevens verstrekkende entiteit van toepassing zijn.

2.   NCB's vermelden de vertrouwelijkheidsstatus van elke waarde van attributen die een entiteit beschrijven door de selectie van een van de vooraf gedefinieerde waarden:

a)   „F”: vrij, d.w.z. niet-vertrouwelijk en kan bekendgemaakt worden;

b)   „N”: waarden van attributen mogen uitsluitend bekendgemaakt worden voor gebruik door het ESCB en instellingen waarvoor een memorandum van overeenstemming in voege is, d.w.z. niet voor extern gebruik, of

c)   „C”: vertrouwelijke statistische gegevens.

3.   Bij de verwerking van verstrekte gegevens beschermt de ECB de vertrouwelijkheid naar behoren, en maakt derhalve de als „C” of „N” gemarkeerde gegevens niet bekend. Met betrekking tot kwantitatieve maatregelen die gemarkeerd zijn als „C” of „N”, kan de ECB echter een reeks grootteklassen bekendmaken of distribueren.

4.   De LEI heeft altijd de waarde „F”.

5.   Voor entiteiten met een LEI hebben de volgende attributen altijd de waarde „F”:

a)

naam,

b)

adres.

6.   Voor in bijlage I genoemde entiteiten hebben de volgende attributen altijd de waarde „F”:

a)

naam,

b)

institutionele sector.

HOOFDSTUK IV

GEGEVENSKWALITEITBEHEER

Artikel 11

Gegevenskwaliteit en synchronisatie

1.   Onverminderd de ECB-verificatierechten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2533/98 en Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) houden de NCB's toezicht op en staan ze in voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van aan de ECB beschikbaar gestelde gegevens, zulks overeenkomstig de beginselen die van toepassing zijn op statistiekenbeheer en het op de ECB-website bekendgemaakte kwaliteitgarantiekader.

2.   Met het oog op de voorgenomen integratie van gegevensbestanden waarborgen NCB's dat referentiegegevens adequaat, volledig en consistent zijn. Met name leveren NCB's redelijke inspanningen om de synchronisatie van in verschillende gegevensbestanden gebruikte referentiegegevens te waarborgen.

3.   Indien opvattingen over bijvoorbeeld de identificatie of indeling van entiteiten of andere gegevenskwaliteitbeheer betreffende kwesties uiteenlopen, neemt de ECB na raadpleging van het ESCB-Comité statistieken een besluit.

4.   Binnen een jaar na vaststelling van dit richtsnoer voert het ESCB-Comité statistieken procedures in betreffende gegevenskwaliteitwaarborging, waaronder een RIAD-kwaliteitrapport. Het ESCB-Comité statistieken herziet de procedures elke drie jaar.

HOOFDSTUK V

SAMENWERKING MET AUTORITEITEN, MET UITZONDERING VAN NCB'S

Artikel 12

Samenwerking met autoriteiten, met uitzondering van NCB's

1.   Indien bronnen van alle in hoofdstukken II, VI en VII beschreven gegevens, of een deel daarvan, binnen de bevoegdheid vallen van andere nationale autoriteiten dan de NCB's, trachten de NCB's met die autoriteiten permanente samenwerkingsregelingen overeen te komen ter verzekering van een gegevenstransmissie die voldoet aan de ECB-standaards, met name met betrekking tot gegevenskwaliteit en vertrouwelijkheidsstatus en de in dit richtsnoer uiteengezette vereisten, tenzij hetzelfde resultaat reeds werd bereikt op basis van de vigerende nationale wetgeving. Indien toepasselijk kunnen die regelingen memoranda van overeenstemming zijn met nationale statistische instellingen, nationale bevoegde autoriteiten of andere nationale autoriteiten.

2.   Indien een NCB tijdens deze samenwerking niet kan voldoen aan de in hoofdstukken II, VI en VII vermelde vereisten omdat de nationale autoriteit de benodigde gegevens of informatie niet aan de NCB ter beschikking heeft gesteld, overleggen de ECB en de NCB met de bevoegde nationale autoriteit om te verzekeren dat de gegevens overeenkomstig de toepasselijke kwaliteitsstandaarden en tijdig ter beschikking worden gesteld.

3.   Indien andere nationale autoriteiten dan de NCB's de bron zijn van als vertrouwelijk bestempelde statistische gegevens, gebruikt de ECB die gegevens overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2533/98.

HOOFDSTUK VI

SPECIFIEKE BEPALINGEN INZAKE DE REGISTRATIE VAN REFERENTIEGEGEVENS VOOR ENTITEITEN

Artikel 13

Bekendmaking van lijst van entiteiten

De ECB maakt lijsten van entiteiten bekend:

a)

voor zover en zoals toegestaan door de betrokken in dit hoofdstuk genoemde statistische regelgeving, en

b)

overeenkomstig de institutionele sectorindeling zoals bedoeld in bijlage A bij Verordening (EU) nr. 549/2013.

Artikel 14

Registratie van referentiegegevens voor MFI's

1.   Om de in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) bedoelde lijst van MFI's te kunnen opstellen en te onderhouden, registreren NCB's de in delen 1 en 2 van bijlage I bij dit richtsnoer vastgelegde attributen in RIAD overeenkomstig de voorgeschreven tijdstippen.

2.   Een NCB registreert in RIAD dat een instelling op de lijst van MFI's wordt beperkt in haar financiële-intermediatiewerkzaamheden, bijvoorbeeld bij het accepteren van deposito's of het toekennen van leningen, in het bijzonder voorafgaande aan haar liquidatie en/of verwijdering uit de MFI-sector.

3.   De ECB kan periodiek nadere gegevens opvragen bij de betreffende NCB, die de betrokken NCB onverwijld moet verstrekken, opdat de ECB kan monitoren of RIAD-gegevens stroken met de betreffende nationale indelingen van MFI's.

4.   Indien een MFI een bijkantoor is, wordt haar relatie met haar niet-ingezeten hoofdkwartier in RIAD geregistreerd. Wanneer een MFI daarentegen een hoofdkwartier is, worden haar relaties met haar in andere eurogebiedlidstaten ingezeten bijkantoren in RIAD geregistreerd.

5.   Indien mogelijk registreren NCB's in RIAD updates van voor MFI's in delen 1 en 2 van bijlage I gespecificeerde attributen, zodra er veranderingen zijn in de MFI-sector of in de attributen van bestaande MFI's. Indien dat niet mogelijk is, verstrekken NCB's de ECB een schriftelijke toelichting betreffende de vertraging tussen het moment van verandering en de registratie ervan in RIAD.

Artikel 15

Registratie van referentiegegevens voor BF's

1.   Om de in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1073/2013 (ECB/2013/38) bedoelde lijst van BF's te kunnen opstellen en te onderhouden, registreren de NCB's in RIAD de in delen 1 en 2 van bijlage I bij dit richtsnoer vastgelegde attributen volgens de voorgeschreven tijdstippen.

2.   Relaties tussen BF's en beheermaatschappijen, en tussen een subfonds en een paraplufonds worden in RIAD geregistreerd, al naargelang.

3.   NCB's rapporteren updates van voor BF's in delen 1 en 2 van bijlage I vastgelegde attributen, met name wanneer een BF toetreedt tot de BF-populatie, dan wel deze verlaat, en registreren deze updates in RIAD op zijn minst op kwartaalbasis, zulks binnen twee maanden na het kwartaalultimo. Het attribuut intrinsieke waarde wordt voor alle BF's evenwel op jaarbasis geüpdatet, zulks binnen twee maanden na de referentiedatum na het jaarultimo.

Artikel 16

Registratie van referentiegegevens voor LFI's

1.   Om de in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1075/2013 (ECB/2013/40) bedoelde lijst van LFI's te kunnen opstellen en te onderhouden, registreren NCB's de in delen 1 en 2 van bijlage I vastgelegde attributen in RIAD volgens de voorgeschreven tijdstippen.

2.   Relaties tussen LFI's en beheermaatschappijen, en initiatoren worden in RIAD geregistreerd, al naargelang.

3.   NCB's rapporteren updates van voor LFI's in delen 1 en 2 van bijlage I vastgelegde attributen, met name wanneer een LFI toetreedt tot de LFI-populatie, dan wel deze verlaat, en registreren deze updates in RIAD op zijn minst op kwartaalbasis, zulks binnen 14 dagen na het kwartaalultimo.

Artikel 17

Registratie van referentiegegevens voor PSRI's

Om de in artikel 5, lid 2 van Verordening (EU) nr. 1409/2013 van de Europese Centrale Bank (ECB/2013/43) (22) bedoelde lijst van PSRI's te kunnen opstellen en te onderhouden, registreren NCB's de in deel 1 van bijlage I bij dit richtsnoer vastgelegde attributen in RIAD volgens de voorgeschreven tijdstippen. NCB's rapporteren updates van deze attributen, met name wanneer een PSRI toetreedt tot de PSRI-populatie, dan wel deze verlaat, en registreren deze updates in RIAD per jaarultimo, zulks binnen drie maanden het jaarultimo.

Artikel 18

Registratie van referentiegegevens voor VI's

1.   Om de in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1374/2014 (ECB/2014/50) bedoelde lijst van VI's te kunnen opstellen en te onderhouden, registreren NCB's de in delen 1 en 2 van bijlage I bij dit richtsnoer vastgelegde attributen in RIAD volgens de voorgeschreven tijdstippen. NCB's rapporteren updates van deze attributen, met name wanneer een VI toetreedt tot de VI-populatie, dan wel deze verlaat, en registreren deze updates in RIAD minstens op kwartaalbasis, zulks binnen twee maanden na elk kwartaalultimo.

2.   Indien een VI een bijkantoor is, worden haar relaties met haar niet-ingezeten hoofdkwartier in RIAD geregistreerd. Wanneer een VI daarentegen een hoofdkwartier is, worden haar relaties met haar in andere eurogebiedlidstaten ingezeten bijkantoren in RIAD geregistreerd.

Artikel 19

Regelmatige bekendmaking van gegevensbestanden

1.   Elke werkdag om uiterlijk 18.00 uur CET stelt de ECB een kopie van het MFI-gegevensbestand beschikbaar op de ECB-website.

2.   Uiterlijk om 18.00 uur CET op de vierde werkdag volgende op de uiterste termijn voor de transmissie van updates stelt de ECB een kopie van het BF-gegevensbestand beschikbaar op de ECB-website.

3.   Uiterlijk om 18.00 uur CET op de tweede werkdag volgende op de uiterste termijn voor de transmissie van updates stelt de ECB een kopie van het LFI-gegevensbestand beschikbaar op de ECB-website.

4.   Uiterlijk om 18.00 uur CET op de laatste werkdag van de maand volgende op de maand van de uiterste termijn voor de transmissie van updates stelt de ECB een kopie van het PSRI-gegevensbestand beschikbaar op de ECB-website.

5.   Uiterlijk om 18.00 uur CET op de vierde werkdag volgende op de maand van de uiterste termijn voor de transmissie van updates stelt de ECB een kopie van het VI-gegevensbestand beschikbaar op de ECB-website.

HOOFDSTUK VII

RELEVANTE REFERENTIEGEGEVENS BETREFFENDE ENTITEITEN VOOR NIET-BEKENDGEMAAKTE GEGEVENSBESTANDEN EN GROEPEN

Artikel 20

Relevante referentiegegevens betreffende entiteiten voor niet-bekendgemaakte gegevensbestanden

Naast de voor de bekendgemaakte lijsten van entiteiten benodigde gegevens, gebruiken aanvullende niet-bekendgemaakte gegevensbestanden ook referentiegegevens betreffende entiteiten. Bijlage II biedt een overzicht van voor deze gegevensbestanden relevante attributen. Artikelen 21 tot en met 28 zetten de voorwaarden uiteen voor de rapportage van in bijlage II bedoelde attributen. NCB's verzekeren met name de volledigheid en consistentie van de referentiegegevens in verschillende gegevensbestanden.

Artikel 21

Statistieken betreffende afzonderlijke balansposten („iBSI”) en rentevoetenstatistieken van afzonderlijke MFI's („iMIR”)

Bevoegde NCB's zorgen voor een correcte registratie in RIAD van gegevens over de lijst van eurogebiedkredietinstellingen waarvoor NCB's overeenkomstig Richtsnoer ECB/2014/15 iBSI- of iMIR-gegevens aan de ECB moeten rapporteren. De ECB stelt de NCB's in kennis van de samenstelling van de lijst. NCB's wijzigen de in RIAD geregistreerde gegevens indien het lidmaatschap van de lijst verandert.

Artikel 22

Voor Verordening (EU) nr. 1333/2014 (ECB/2014/48) relevante referentiegegevens

Bevoegde NCB's zorgen voor registratie in RIAD van referentiegegevens voor entiteiten die worden geïdentificeerd middels LEI's die relevant zijn voor Verordening (EU) nr. 1333/2014 (ECB/2014/48). De NCB's waarborgen registratie van ontbrekende referentiegegevens binnen tien werkdagen na kennisgeving door de ECB van gegevens die relevant zijn voor Verordening (EU) nr. 1333/2014 (ECB/2014/48). Voor de verwerking van LEI's voor gegevens die relevant zijn voor Verordening (EU) nr. 1333/2014 (ECB/2014/48), informeert de ECB wekelijks. Zodra bevoegde NCB's kennis verkrijgen van veranderingen van een of meer attributen, updaten zij de wederpartijreferentiegegevens nader die relevant zijn voor Verordening (EU) nr. 1333/2014 (ECB/2014/48) voor entiteiten die in RIAD zijn geregistreerd.

Artikel 23

Voor onderpandbeheer relevante referentiegegevens

Bevoegde NCB's waarborgen de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de referentiegegevens voor entiteiten die relevant zijn voor onderpandbeheerdoeleinden en registreren in RIAD alle attributen die in bijlage II worden genoemd en relevant zijn voor die entiteiten, opdat de bevoegde NCB's naar behoren kunnen nagaan of monetairbeleidwederpartijen de voorschriften naleven betreffende nauwe banden die uiteengezet worden in titel VIII van deel vier in Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60).

Artikel 24

Voor het kasmiddelenbeheersysteem (TMS) relevante referentiegegevens

Bevoegde NCB's leveren alle redelijke inspanningen voor registraties in RIAD voor alle in bijlage II genoemde attributen inzake entiteiten die relevant zijn voor TMS. De ECB is verantwoordelijk voor de toewijzing van de TMS-identificatiecode aan voor TMS relevante entiteiten.

Artikel 25

Voor SHSDB relevante referentiegegevens

Bevoegde NCB's registreren in RIAD alle attributen die worden genoemd in bijlage II voor tegenpartijen die relevant zijn voor de SHSDB, zulks overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1384 van de Europese Centrale Bank (ECB/2016/22) (23) en Richtsnoer ECB/2013/7 (24). NCB's waarborgen dat die entiteiten aan het SHSDB gekoppeld zijn via een gemeenschappelijke stabiele entiteit-identificatiecode welke die entiteiten in alle sectoren bestrijkt.

Artikel 26

Voor CSDB relevante referentiegegevens

NCB's leveren alle redelijke inspanningen voor registratie in RIAD van alle in bijlage II genoemde attributen voor in hun land ingezeten emittenten van effecten die zijn geregistreerd in CSDB, zulks overeenkomstig Richtsnoer ECB/2012/21 (25). NCB's waarborgen dat die entiteiten aan het CSDB gekoppeld zijn via een gemeenschappelijke stabiele entiteit-identificatiecode welke die entiteiten in alle sectoren bestrijkt.

Artikel 27

Voor AnaCredit relevante referentiegegevens

NCB's waarborgen de registratie in RIAD van de referentiegegevens voor wederpartijen die relevant zijn voor AnaCredit overeenkomstig Verordening (EU) 2016/867 (ECB/2016/13) en Richtsnoer (EU) 2017/2335 (ECB/2017/38). Bijlage II biedt een overzicht van de relevante attributen die overeenkomstig die verordening en dat richtsnoer zijn vereist, waaronder de unieke identificatie van alle ingezeten wederpartijen in RIAD.

Artikel 28

Registratie van referentiegegevens voor groepen

1.   NCB's waarborgen de registratie van relatiereferentiegegevens die vereist zijn voor de rapportage voor de SHSDB overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1384 (ECB/2016/22), voor AnaCredit overeenkomstig Verordening (EU) 2016/867 (ECB/2016/13) en voor de beoordeling van nauwe banden overeenkomstig Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60). Deze informatie betreffende relatiereferentiegegevens maken de dynamische samenstelling van groepstructuren door het systeem mogelijk.

2.   NCB's rapporteren statische gegevens inzake bankgroepen op het niveau van de juridische eenheden, waaronder buiten het eurogebied gevestigde entiteiten (de directe moederonderneming of directe dochteronderneming) die onderdeel zijn van de bankgroep.

3.   NCB's kunnen aan de ECB gegevens over entiteiten rapporteren waarover geen zeggenschap wordt uitgeoefend.

4.   NCB's kunnen de groepgegevens completeren door de registratie van andere types groepleden en afhankelijke entiteiten en leveren een redelijke inspanning om de gegevens up-to-date te houden.

5.   Zijn de gegevens inzake van een groepstructuur deel uitmakende entiteiten conflicterend, dan houden de bevoegde NCB's rekening met de richtsnoeren van de NCB van het land waarin het groephoofd ingezeten is.

HOOFDSTUK VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 29

Vereenvoudigde wijzigingsprocedure

De ECB-directie kan technische wijzigingen in de bijlagen bij dit richtsnoer doorvoeren, mits dergelijke wijzigingen het onderliggende conceptuele kader niet veranderen en geen effect hebben op de rapportagelast van informatieplichtigen in de lidstaten. De directie stelt de Raad van bestuur onverwijld in kennis van dergelijke wijzigingen.

Artikel 30

Inwerkingtreding

Dit richtsnoer treedt op de dag van kennisgeving aan de NCB's van de eurogebiedlidstaten in werking.

Artikel 31

Geadresseerden

Dit richtsnoer is gericht tot de NCB's van de eurogebiedlidstaten.

Gedaan te Frankfurt am Main, 1 juni 2018.

Namens de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  Richtsnoer ECB/2014/15 van 4 april 2014 betreffende monetaire en financiële statistieken (PB L 340 van 26.11.2014, blz. 1).

(2)  Verordening (EU) nr. 1333/2014 van de Europese Centrale Bank van 26 november 2014 houdende geldmarktstatistieken (ECB/2014/48) (PB L 359 van 16.12.2014, blz. 97).

(3)  Verordening (EU) 2016/867 van de Europese Centrale Bank van 18 mei 2016 betreffende de verzameling van gedetailleerde kredietgegevens en kredietrisicogegevens (ECB/2016/13) (PB L 144 van 1.6.2016, blz. 44).

(4)  Richtsnoer (EU) 2015/510 van de Europese Centrale Bank van 19 december 2014 betreffende de tenuitvoerlegging van het monetairbeleidskader van het Eurosysteem (richtsnoer algemene documentatie) (ECB/2014/60) (PB L 91 van 2.4.2015, blz. 3).

(5)  Beide op de ECB-website bekendgemaakt.

(6)  Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank (PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8).

(7)  Richtsnoer (EU) 2017/2335 van de Europese Centrale Bank van 23 november 2017 betreffende de procedures voor de verzameling van gedetailleerde kredietgegevens en kredietrisicogegevens (ECB/2017/38) (PB L 333 van 15.12.2017, blz. 66).

(8)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

(9)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(10)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(11)  Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (PB L 174 van 26.6.2013, blz. 1).

(12)  Verordening (EEG) nr. 696/93 van de Raad van 15 maart 1993 inzake de statistische eenheden voor waarneming en analyse van het productiestelsel in de Gemeenschap (PB L 76 van 30.3.1993, blz. 1).

(13)  International Financial Reporting Standard (IFRS) 10 Consolidated Financial Statements, The IFRS Foundation.

(14)  Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).

(15)  Beschikbaar op de website van de International Organisation for Standardisation's (ISO) onder www.iso.org

(16)  Verordening (EU) nr. 1071/2013 van de Europese Centrale Bank van 24 september 2013 met betrekking tot de balans van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/2013/33) (PB L 297 van 7.11.2013, blz. 1).

(17)  Verordening (EU) nr. 1073/2013 van de Europese Centrale Bank van 18 oktober 2013 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van beleggingsfondsen (ECB/2013/38) (PB L 297 van 7.11.2013, blz. 73).

(18)  Verordening (EU) nr. 1075/2013 van de Europese Centrale Bank van 18 oktober 2013 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van lege financiële instellingen die securitisatietransacties verrichten (ECB/2013/40) (PB L 297 van 7.11.2013, blz. 107).

(19)  Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt tot wijziging van de Richtlijnen betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35).

(20)  Verordening (EU) nr. 1374/2014 van de Europese Centrale Bank van 28 november 2014 betreffende statistische rapportagevereisten voor verzekeringsinstellingen (ECB/2014/50) (PB L 366 van 20.12.2014, blz. 36).

(21)  Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht (PB L 169 van 30.6.2017, blz. 46).

(22)  Verordening (EU) nr. 1409/2013 van de Europese Centrale Bank van 28 november 2013 betreffende betalingsstatistieken (ECB/2013/43) (PB L 352 van 24.12.2013, blz. 18).

(23)  Verordening (EU) 2016/1384 van de Europese Centrale Bank van 2 augustus 2016 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1011/2012 (ECB/2012/24) betreffende statistieken inzake aangehouden effecten (ECB/2016/22) (PB L 222 van 17.8.2016, blz. 24).

(24)  Richtsnoer ECB/2013/7 van 22 maart 2013 betreffende statistieken inzake aangehouden effecten (PB L 125 van 7.5.2013, blz. 17).

(25)  Richtsnoer ECB/2012/21 van 26 september 2012 inzake het beheerskader betreffende de kwaliteit van gegevens voor de gecentraliseerde effectendatabase (PB L 307 van 7.11.2012, blz. 89).


BIJLAGE I

GEGEVENSREGISTER INZAKE INSTELLINGEN EN VERBONDEN ONDERNEMINGEN (RIAD) — LIJSTEN VOOR BEKENDMAKING

DEEL 1

Attributen die gerapporteerd moeten worden voor gegevensbestanden die worden onderhouden voor bekendmaking

Naam attribuut (1)

Relevant in het kader van de lijst van

MFI's

BF's

LFI's

PSRI's (1)

VI's

Type

Updatefrequentie

Type

Updatefrequentie

Type

Updatefrequentie

Type

Updatefrequentie

Type

Updatefrequentie

 

Identificatiecodes (Identifiers)

RIAD-code (RIAD-code)

M

d

M

Q

M

q

M

a

M

q

Nationale identificatiecode (National identifier) (indien beschikbaar)

M

d

O

Q

M

q

M

a

M

q

EGR-code (EGR code)

O

d

 

 

O

q

 

 

 

 

LEI (LEI) (indien beschikbaar)

M

d

M

Q

M

q

M

a

M

q

Bankidentificatiecode (Bank identifier code) (BIC)

O

d

 

 

 

 

 

 

 

 

ISIN's (ISINs) (indien beschikbaar)

O

m

M

Q

M

q

 

 

O

q

Naam (Name)

M

d

M

Q

M

q

M

a

M

q

Land van ingezetenschap (Country of residence)

M

d

M

Q

M

q

M

a

M

q

Adres (Address) (***)

M

d

O

Q

O

q

M

a

M

q

Rechtsvorm (Legal form) (***)

M

d

O

Q

O

q

O

a

O

q

Markering (Flag Listed)

M

d

M

Q

M

q

O

a

M

q

Toezichttype (Type of supervision)

M

d

M

Q

M

q

M

a

M

q

Rapportagevereisten (Type of supervision)

M

d

M

q

M

q

M

a

M

q

Soort bankvergunning (Type of banking licence)

M

d

 

 

 

 

O

a

 

 

Juridische structuur (Legal set-up)

 

 

M

q

 

 

 

 

 

 

Markering ICBE-naleving (Flag UCITS compliance)

 

 

M

q

 

 

 

 

 

 

Markering subfonds(Flag Sub-fund)

 

 

M

q

 

 

 

 

 

 

Transfertype (Type of transfer)

 

 

 

 

M

q

 

 

 

 

Type beleggingsfonds (Type of Investment Funds)

 

 

M

q

 

 

 

 

 

 

Beleggingsbeleid voor BF's (Investment policy for IFs)

 

 

M

q

 

 

 

 

 

 

Markering betalingdienstverlener (Payment service provider) (PSP)

 

 

 

 

 

 

M

a

 

 

Markering betalingssysteemexploitant (Flag Payment service provider) (PSO)

 

 

 

 

 

 

M

a

 

 

Markering kleine PSP (Flag small PSP)

 

 

 

 

 

 

M

a

 

 

Markering verleende PSP-vrijstelling (Flag PSP derogation granted)

 

 

 

 

 

 

M

a

 

 

Type PSP-vergunning (Type of PSP license)

 

 

 

 

 

 

M

a

 

 

PSP geografische reikwijdte (PSP geographical scope)

 

 

 

 

 

 

M

a

 

 

 

Institutionele sector (Institutional sector)

M

d

M

q

M

q

M

a

M

q

Institutionele sector details (Institutional sector details)

M

d

M

q

M

q

M

a

M

q

Institutionele sector zeggenschap (Institutional sector control)

M

d

M

q

M

q

M

a

M

q

NACE-code (NACE code)

M

d

M

q

M

q

O

a

M

q

Geografische locatie (Geographic location) (NUTS) (***)

M

d

O

q

O

q

M

a

M

q

Werkgelegenheid nationaal (Employment domestic) (1)

O

a

O

a

O

a

O

a

O

a

Balanstotaal (ECB-verordening) nationaal (Balance sheet total (ECB Regulation) domestic) (1)

M

a

 

 

 

 

 

 

O (2)

a

Nettoactiva nationaal (Net assets domestic) (1)

O

a

M

a

 

 

 

 

 

 

Bruto geboekte premies nationaal (Gross premiums written domestic) (1)

 

 

 

 

 

 

 

 

M

a

Totale werkgelegenheid (Total employment) (2)

O

a

O

a

O

a

O

a

O

a

Balanstotaal (Total balance sheet) (2)

M

a

O

a

O

a

 

 

O (2)

a

Bruto geboekte premies (Gross premiums written) (2)

 

 

 

 

 

 

 

 

M

a

 

Oprichtingsdatum (Birth date)

O

d

O

q

O

q

O

a

O

q

Sluitingsdatum (Closure date)

M

d

M

q

M

q

M

a

M

q

Markering „niet-actief” (Flag „IsInactive”)

M

d

M

q

M

q

M

a

M

q

Markering „in liquidatie” (Flag „Is under liquidation”)

M

d

O

q

M

q

M

a

M

q

Vereiste wederpartijen (Required counterparties)

Initiator van LFI (Originator of FVC)

 

 

 

 

M

q

 

 

 

 

Beheermaatschappij (indien toepasselijk) (Management company)

(as applicable)

 

 

M

q

M

q

 

 

 

 

Hoofdkwartier (Headquarters)

M

d

 

 

 

 

 

 

M

q

Relevantie: M (verplicht), O (optioneel), blank (niet van toepassing)

Frequentie: a (jaarlijks), q (driemaandelijks), m (maandelijks) d (dagelijks/zodra een verandering plaatsvindt).

Tijdkader: voor jaarlijkse gegevens is (indien niet elders gespecificeerd) een maand volgende op de referentiedatum.

DEEL 2

Type relaties tussen entiteiten

 

Type

Updatefrequentie

1.   

Relaties binnen een onderneming

Relatie tussen een juridische eenheid/eenheden en een onderneming

O

2.   

Relaties binnen onderneminggroepen

Zeggenschaprelatie tussen juridische eenheden

M (c)

q

Eigendomrelatie (zonder zeggenschap) tussen juridische eenheden

O

q

3.   

Overige relaties

Verband tussen een initiator en zijn LFI

M

q

Verband tussen een beheermaatschappij en zijn LFI/BF (f)  (***)

M

q

Verband tussen een niet-ingezeten bijkantoor en zijn ingezeten hoofdkwartier

M

q (d)

Verband tussen een ingezeten bijkantoor en zijn niet-ingezeten hoofdkwartier

M

q

Verband tussen een subfonds en een paraplufonds (***)

M

q

Verband tussen een entiteit en haar uiteindelijke moederonderneming (e)  (***)

M

m


(1)  

(+)

Met uitzondering van niet-ingezeten bijkantoren (of hoofdkwartier).

(2)  

(++)

Met inbegrip van niet-ingezeten bijkantoren (indien toepasselijk).

(***)  Al naargelang.

(1)  Gelieve op te merken dat de lijst van voor betalingsstatistieken relevante instellingen (PSRI's) en de lijst van MFI's elkaar kunnen overlappen.

(2)  Dit moet op zijn minst worden gerapporteerd voor een van de variabelen afhankelijk van het gegevensverzamelingsysteem.

(c)  Alleen voor „bankgroepen” met hoofdkwartier in het eurogebied en voor wederpartijen zoals overwogen door Verordening (EU) 2016/867 (ECB/2016/13); voor het overige optioneel.

(d)  Minstens per kwartaal, afhankelijk van de sector.

(e)  Alleen indien de entiteit relevant is voor AnaCredit.

(f)  Met uitzondering van zelf-bestuurde entiteiten.

(***)  Al naargelang.


BIJLAGE II

GEGEVENSREGISTER INZAKE INSTELLINGEN EN VERBONDEN ONDERNEMINGEN (RIAD) — LIJSTEN VOOR NIET-BEKENDMAKING

Te rapporteren attributen voor gegevensbestanden volgens hun respectieve in hoofdstuk VII van dit richtsnoer bedoelde juridische kader

Attribuutnaam

Afzonderlijke BSI- en MIR-statistieken (iBSI-iMIR)

Verordening (EU) nr. 1333/2014 (ECB/2014/48)

Voor onderpandbeheer relevante entiteiten

Kasbeheersysteem (TMS)

Database statistieken aangehouden effecten (SHSDB) (1)

Gecentraliseerde effectendatabase (CSDB)

Gemeenschappelijk Gedetailleerd Analytische kredietdatabase (AnaCredit) (2)

Entiteit-identificatiecodes (Entity Identifiers)

RIAD-code (RIAD code)

x

x

x

x

x

x

x

LEI (LEI) (*1)

 

x

x

 

x

x

x

Nationale identificatiecodes (National identifiers) (*1)

 

 

x

 

x

x

x

Overige identificatiecodes (Other Identifiers)

 

 

x

x

x

x

x

Instrumentenidentificatiecodes (Instrument Identifiers)

ISIN (ISIN)

 

 

 

 

x

x

 

Naam (Name)

x

x

x

x

x

x

x

Land van ingezetenschap (Country of residence)

x

x

x

x

x

x

x

Adres (Address)

 

 

 

 

 

 

x

Rechtsvorm (Legal form)

 

 

 

 

 

 

x

Institutionele sector (Institutional sector)

x

x

x

x

x

x

x

Institutionele sector details (Institutional sector details)

x

x

x

x

x

x

x

Institutionele sector zeggenschap (Institutional sector control)

x

x

x

x

x

x

x

Onderpand groep (Collateral group)

 

 

x

 

 

 

 

NACE-code (NACE code)

 

 

 

 

x

x

x

Geografische locatie (Geographic location) (NUTS)

 

 

 

 

 

 

x

Markering CTP (Flag CCP)

 

x

 

 

 

 

 

Rapportagevereisten (Reporting requirements)

 

 

 

 

 

 

x

Kader voor financiële verslaggeving (Accounting Framework)

 

 

 

 

 

 

x

Totale werkgelegenheid (Total employment)

 

 

 

 

 

 

x

Balanstotaal (Total balance sheet)

 

 

 

 

 

 

x

Omvang onderneming (Enterprise size)

 

 

 

 

 

 

x

Jaaromzet (Annual turnover)

 

 

 

 

 

 

x

Status van de gerechtelijke procedure (Status of legal proceedings)

 

 

 

 

 

 

x

 

Oprichtingsdatum (Birth date)

x

x

x

x

x

x

x

Sluitingsdatum (Closure date)

x

x

x

x

x

x

x

Markering „niet-actief” (Flag „IsInactive”)

x

x

x

x

x

x

 

 

Relaties (Relationships)

Eigendomrelatie (Ownership relation)

 

 

x

 

 

 

 

Bijkantoorrelatie (Branch relation)

 

 

x

 

 

 

 

Verband (Link)

Met hoofdkwartier (to headquarter)

 

 

 

 

x

 

x

Met directe zeggenschap uitoefenende moederonderneming (to direct controlling parent)

 

 

 

 

x

 

x

Met uiteindelijk zeggenschap uitoefenende moederonderneming (to ultimate controlling parent)

 

 

 

 

x

 

x

Met beheermaatschappij (to ultimate controlling parent)

 

 

 

 

 

 

x


(1)  De lijst van verplichte attributen voor de relevante SHSDB rol van wederpartijen wordt in de respectieve rechtshandelingen uiteengezet.

(2)  De lijst van verplichte attributen voor een specifieke AnaCredit-wederpartij is afhankelijk van haar rol (kredietnemer, garant enz.), ingezetenschap (binnen/buiten de rapporterende lidstaat), en van de datum waarop de lening werd verstrekt zoals bedoeld in de respectieve rechtshandelingen.

(*1)  „LEI” of, indien niet-beschikbaar, „nationale identificatiecodes” moeten als verplichte attributen worden verstrekt.


Top