EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32018D1544

Besluit (GBVB) 2018/1544 van de Raad van 15 oktober 2018 betreffende beperkende maatregelen tegen de proliferatie en het gebruik van chemische wapens

ST/11936/2018/INIT

OJ L 259, 16.10.2018, p. 25–30 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 15/10/2020

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2018/1544/oj

16.10.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 259/25


BESLUIT (GBVB) 2018/1544 VAN DE RAAD

van 15 oktober 2018

betreffende beperkende maatregelen tegen de proliferatie en het gebruik van chemische wapens

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Unie steunt de internationale verdragen en regelingen inzake ontwapening, non-proliferatie en wapenbeheersing.

(2)

De Unie ondersteunt de doeltreffende uitvoering en universalisering van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens (hierna „CWC”), en onderstreept haar steun voor en het belang van de Organisatie voor het verbod van chemische wapens (OPCW) en haar technisch secretariaat. De Unie veroordeelt met klem de proliferatie en het gebruik van chemische wapens, waar ook, door wie ook, in welke omstandigheden ook. Ter ondersteuning van het in het CWC opgenomen verbod van het gebruik van chemische wapens, dat een ernstige bedreiging vormt voor de internationale veiligheid, acht de Unie het noodzakelijk specifieke maatregelen te nemen tegen degenen die deze wapens gebruiken, of bijdragen tot de ontwikkeling of het gebruik ervan. De Unie is vastbesloten bij te dragen tot het identificeren en het ter verantwoording roepen van natuurlijke personen, entiteiten, groepen of regeringen die verantwoordelijk zijn voor het gebruik van chemische wapens, alsook van eenieder die dergelijke activiteiten faciliteert of aanmoedigt. Even belangrijk is het om de fasen die aan het gebruik voorafgaan, te weten de ontwikkeling, productie, aanschaf, overdracht en opslag van chemische wapens, aan te pakken.

(3)

In dit verband heeft de Unie haar steun uitgesproken voor het besluit over het aanpakken van de dreiging die uitgaat van het gebruik van chemische wapens, dat door de Conferentie van de staten die partij zijn bij het CWC op 27 juni 2018 is aangenomen.

(4)

De Unie en haar lidstaten bieden ondersteuning voor internationale initiatieven die erop gericht zijn de dreiging van chemische wapens aan te pakken, zoals de Australiëgroep, die door het coördineren en het harmoniseren van de nationale maatregelen voor uitvoercontrole helpt de doelstellingen in het kader van het CWC en het Verdrag inzake biologische en toxinewapens te verwezenlijken, of zoals het „veiligheidsinitiatief tegen proliferatie” en het Internationaal Partnerschap tegen de straffeloosheid van het gebruik van chemische wapens. De Unie en haar lidstaten ondersteunen tevens de uitvoering van VNVR-resoluties ter zake, met name Resolutie 1540 (2004), 2118 (2013), 2209 (2015), 2235 (2015) en 2325 (2016).

(5)

Op 22 maart 2018 concludeerde de Europese Raad dat het gebruik van chemische wapens, inclusief het gebruik van een giftige chemische stof als wapen, ongeacht de omstandigheden, volkomen onaanvaardbaar is, systematisch en streng moet worden veroordeeld en een bedreiging voor de veiligheid van ons allen vormt. Op 28 juni 2018 drong de Europese Raad erop aan om zo spoedig mogelijk een nieuwe EU-regeling van beperkende maatregelen ter bestrijding van het gebruik en de verspreiding van chemische wapens aan te nemen.

(6)

Dit besluit draagt bij tot de inspanningen van de Unie om de proliferatie en het gebruik van chemische wapens tegen te gaan. Het toepassingsgebied en de definitie van chemische wapens als bedoeld in dit besluit moeten dezelfde zijn als die in het CWC.

(7)

Om uitvoering te geven aan bepaalde maatregelen, is een bijkomend optreden van de Unie vereist,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Onder „chemische wapens” wordt verstaan: chemische wapens als gedefinieerd in artikel II van het CWC.

Artikel 2

1.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied te beletten van:

a)

natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor, financiële, technische of materiële steun verlenen voor, of anderszins betrokken zijn bij:

i)

de aanmaak, de aanschaf, het bezit, de ontwikkeling, het vervoer, de opslag of de overdracht van chemische wapens;

ii)

het gebruik van chemische wapens;

iii)

alle voorbereidingen voor het gebruik van chemische wapens;

b)

natuurlijke personen die een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam bijstaan, aansporen of ertoe brengen om deel te nemen aan enige activiteit als bedoeld in punt a) van dit lid en daardoor het risico veroorzaken dat dergelijke activiteiten worden uitgevoerd of tot dat risico bijdragen; en

c)

de met de onder a) en b) vermelde natuurlijke personen geassocieerde natuurlijke personen,

die op de lijst in de bijlage zijn vermeld.

2.   Lid 1 verplicht een lidstaat niet zijn eigen onderdanen de toegang tot zijn grondgebied te weigeren.

3.   Lid 1 laat de gevallen onverlet waarin een lidstaat uit hoofde van het internationaal recht gebonden is, en wel:

a)

als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie;

b)

als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties;

c)

krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent, of

d)

krachtens het Concordaat (Verdrag van Lateranen) van 1929 dat tussen de Heilige Stoel (Staat Vaticaanstad) en Italië werd gesloten.

4.   Lid 3 wordt geacht ook van toepassing te zijn op gevallen waarin een lidstaat als gastland van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) optreedt.

5.   De Raad wordt naar behoren geïnformeerd over alle gevallen waarin een lidstaat krachtens lid 3 of lid 4 een vrijstelling verleent.

6.   De lidstaten kunnen vrijstellingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die plaatsvinden op grond van dringende humanitaire noden of met het oog op het bijwonen van intergouvernementele vergaderingen, vergaderingen geïnitieerd door de Unie, vergaderingen waarvoor de Unie als gastheer optreedt, of vergaderingen waarvoor een lidstaat als fungerende voorzitter van de OVSE als gastheer optreedt, wanneer daar een politieke dialoog wordt gevoerd die de beleidsdoelstellingen van beperkende maatregelen, zoals de uitvoering van de wettelijke verboden tegen chemische wapens en de ontwapening op het vlak van chemische wapens, rechtstreeks bevordert. De lidstaten kunnen ook vrijstellingen van de op grond van lid 1 opgelegde maatregelen verlenen wanneer de toegang of doorgang noodzakelijk is voor de afwikkeling van een gerechtelijke procedure.

7.   Een lidstaat die de in lid 6 bedoelde vrijstellingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De vrijstelling wordt geacht te zijn toegestaan, tenzij door één of meer leden van de Raad binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde vrijstelling, schriftelijk bezwaar wordt gemaakt. Indien één of meer leden van de Raad bezwaar maken, kan de Raad met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten de voorgestelde vrijstelling te verlenen.

8.   Wanneer een lidstaat krachtens de leden 3, 4, 6 of 7 machtiging verleent tot binnenkomst op of doorreis via zijn grondgebied van de in de bijlage vermelde personen, geldt deze machtiging alleen voor het doel waarvoor zij is verleend en alleen voor de daarbij betrokken personen.

Artikel 3

1.   Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn van of onder zeggenschap staan van:

a)

natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen, die verantwoordelijk zijn voor, financiële, technische of materiële steun verlenen voor, of anderszins betrokken zijn bij:

i)

de aanmaak, de aanschaf, het bezit, de ontwikkeling, het vervoer, de opslag of de overdracht van chemische wapens;

ii)

het gebruik van chemische wapens;

iii)

alle voorbereidingen voor het gebruik van chemische wapens;

b)

natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen, die een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam, op enige wijze, bijstaan, aansporen of ertoe brengen om deel te nemen aan enige activiteit als bedoeld in punt a) van dit lid en daardoor het risico veroorzaken dat dergelijke activiteiten worden uitgevoerd of tot dat risico bijdragen; en

c)

natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die geassocieerd zijn met de onder de punten a) en b) vallende natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten en lichamen,

die in de bijlage zijn vermeld, worden bevroren.

2.   Er worden geen tegoeden of economische middelen op directe of indirecte wijze ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van de in de bijlage genoemde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

3.   In afwijking van de leden 1 en 2 kan de bevoegde autoriteit van een lidstaat, onder voorwaarden die zij passend acht, toestemming geven voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij heeft vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:

a)

noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in de bijlage genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen, en de leden van het gezin van die natuurlijke personen die van hen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies of nutsvoorzieningen;

b)

uitsluitend bestemd zijn voor het betalen van redelijke honoraria en het vergoeden van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten;

c)

uitsluitend bestemd zijn voor het betalen van honoraria of kosten voor het routinematig houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen;

d)

noodzakelijk zijn voor het betalen van buitengewone lasten, mits de bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie ten minste twee weken voordat zij de toestemming verleent, in kennis stelt van de redenen waarom zij meent dat specifieke toestemming moet worden verleend, of

e)

gestort zullen worden op of betaald zullen worden van een rekening van een diplomatieke of consulaire missie of een internationale organisatie die immuniteit geniet op grond van het internationaal recht, voor zover die betalingen bestemd zijn voor de officiële doelen van de diplomatieke of consulaire missie of de internationale organisatie.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend.

4.   In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een scheidsrechterlijke beslissing die is gegeven vóór de datum waarop de natuurlijke persoon of rechtspersoon, de entiteit of het lichaam bedoeld in lid 1, op de lijst in de bijlage is geplaatst, dan wel van een vóór of na die datum in de Unie gegeven rechterlijke of administratieve beslissing of in de betrokken lidstaat uitvoerbare rechterlijke beslissing;

b)

de tegoeden of economische middelen zullen uitsluitend worden aangewend om te voldoen aan vorderingen die bij de dergelijke beslissing zijn gewaarborgd of geldig zijn verklaard, binnen de grenzen gesteld door de toepasselijke wet- en regelgeving inzake de rechten van de houders van die vorderingen;

c)

de beslissing komt niet ten goede aan een op de lijst in de bijlage geplaatste natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam, en

d)

de erkenning van de beslissing is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend.

5.   Lid 1 belet niet dat een op de lijst in de bijlage geplaatste natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam, betalingen doet die verschuldigd zijn uit hoofde van een contract dat is gesloten vóór de datum waarop die natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam op de lijst werd geplaatst, mits de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat de betaling niet rechtstreeks of onrechtstreeks wordt ontvangen door een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam bedoeld in lid 1.

6.   Lid 2 is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:

a)

rente of andere inkomsten op die rekeningen;

b)

betalingen die verschuldigd zijn overeenkomstig contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen op deze rekeningen van toepassing werden, of

c)

betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van een gerechtelijke, administratieve of scheidsrechterlijke beslissing die in de Unie is gegeven of in de betrokken lidstaat uitvoerbaar is,

mits deze rente, andere inkomsten en betalingen onderworpen blijven aan de in lid 1 bedoelde maatregelen.

Artikel 4

1.   De Raad stelt op voorstel van een lidstaat of van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid met eenparigheid van stemmen de lijst in de bijlage vast en past deze aan.

2.   De Raad stelt de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam in kennis van het in lid 1 bedoelde besluit, met inbegrip van de redenen voor plaatsing op de lijst, hetzij rechtstreeks, indien het adres bekend is, hetzij middels de bekendmaking van een kennisgeving, zodat die persoon, die entiteit of dat lichaam daarover opmerkingen kan indienen.

3.   Indien er opmerkingen worden ingediend of substantieel nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, toetst de Raad het in lid 1 bedoelde besluit en brengt hij de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, de betrokken entiteit of het betrokken lichaam daarvan op de hoogte.

Artikel 5

1.   In de bijlage worden de redenen voor opneming van de in de artikelen 2 en 3 bedoelde natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen vermeld.

2.   De bijlage bevat ook de informatie, indien beschikbaar, die nodig is voor het identificeren van de betrokken natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit namen, inclusief aliassen, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, paspoort- en identiteitskaartnummers, geslacht, adres (indien bekend) en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen, kan dergelijke informatie bestaan uit namen, plaats en datum van registerinschrijving, registratienummer en plaats van vestiging.

Artikel 6

Vorderingen in verband met de afbreuk die, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, aan de uitvoering van contracten of andere overeenkomsten is gedaan door de uit hoofde van dit besluit ingestelde maatregelen, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, zoals een vordering tot schuldvergelijking of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, worden niet toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:

a)

in de bijlage opgenomen natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen;

b)

een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, handelend voor rekening of ten behoeve van een van de onder a) bedoelde personen, entiteiten of lichamen.

Artikel 7

Teneinde de in dit besluit opgenomen maatregelen zo veel mogelijk effect te doen sorteren, moedigt de Unie derde landen aan soortgelijke beperkende maatregelen als de in dit besluit genoemde te treffen.

Artikel 8

Dit besluit is van toepassing tot en met 16 oktober 2019. Dit besluit wordt voortdurend geëvalueerd. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd indien de Raad van oordeel is dat de doelstellingen ervan niet zijn verwezenlijkt.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Luxemburg, 15 oktober 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

F. MOGHERINI


BIJLAGE

LIJST VAN NATUURLIJKE PERSONEN EN RECHTSPERSONEN, ENTITEITEN EN LICHAMEN ALS BEDOELD IN DE ARTIKELEN 2 EN 3


Top