Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017R0392

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/392 van de Commissie van 11 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake de vergunnings-, toezichts- en operationele vereisten voor centrale effectenbewaarinstellingen (Voor de EER relevante tekst. )

C/2016/7159

OJ L 65, 10.3.2017, p. 48–115 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2017/392/oj

10.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 65/48


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/392 VAN DE COMMISSIE

van 11 november 2016

tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake de vergunnings-, toezichts- en operationele vereisten voor centrale effectenbewaarinstellingen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (1), en met name artikel 12, lid 3, artikel 17, lid 9, artikel 22, lid 10, artikel 25, lid 12, artikel 55, lid 7, artikel 18, lid 4, artikel 26, lid 8, artikel 29, lid 3, artikel 37, lid 4, artikel 45, lid 7, artikel 46, lid 6, artikel 33, lid 5, artikel 48, lid 10, artikel 49, lid 5, artikel 52, lid 3, en artikel 53, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De bepalingen van deze verordening houden nauw met elkaar verband, aangezien zij allemaal betrekking hebben op de toezichtsvereisten die op centrale effectenbewaarinstellingen (Central Securities Depositories — CSD's) van toepassing zijn. Om de samenhang te waarborgen tussen deze bepalingen, die op hetzelfde moment in werking moeten treden, en om de personen op wie deze bepalingen van toepassing zijn, een integraal beeld van en een vlotte toegang tot deze bepalingen te bieden, is het wenselijk om alle uit hoofde van Verordening (EU) nr. 909/2014 vast te stellen technische reguleringsnormen betreffende toezichtsvereisten in één enkele verordening samen te brengen.

(2)

Gezien het mondiale karakter van financiële markten en gezien de toezeggingen die de Unie op dit gebied heeft gedaan, moeten de beginselen voor financiële marktinfrastructuren (Principles for Financial Markets Infrastructures), die in april 2012 door het Comité voor Betalings- en Vereveningssystemen (Committee on Payment and Settlement Systems) en de Internationale Organisatie van Effectentoezichthouders (International Organization of Securities Commissions) (CPSS-IOSCO-beginselen) zijn uitgevaardigd, in acht worden genomen.

(3)

Om de consequente toepassing van de regels betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Unie te garanderen, moeten bepaalde technische termen duidelijk worden gedefinieerd.

(4)

Het is van belang ervoor te zorgen dat de vergunningverlening aan en het toezicht op een CSD op passende wijze geschiedt. Daarom moet er een lijst worden opgesteld van de relevante autoriteiten die de belangrijkste Unievaluta's uitgeven waarin afwikkeling plaatsvindt, en die derhalve bij het proces van vergunningverlening aan en toezicht op CSD's moeten worden betrokken. Deze lijst moet worden gebaseerd op het aandeel van de door deze autoriteiten uitgegeven valuta's in de totale waarde van de afwikkelingsopdrachten tegen betaling die jaarlijks door een CSD worden afgewikkeld, alsook op het relatieve aandeel van de afwikkelingsopdrachten tegen betaling die door een CSD in een bepaalde Unievaluta worden afgewikkeld, in de totale waarde van de afwikkelingsopdrachten tegen betaling die door alle CSD's in de Unie in die valuta worden afgewikkeld.

(5)

Om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen een grondige beoordeling uit te voeren, moet een CSD die een vergunning aanvraagt, informatie verstrekken over de structuur van haar interne controles en de onafhankelijkheid van haar bestuursorganen, zodat de bevoegde autoriteit kan nagaan of de corporate-governancestructuur de onafhankelijkheid van de CSD waarborgt en of die structuur en de rapportagelijnen, alsook de mechanismen voor het beheer van mogelijke belangenconflicten toereikend zijn.

(6)

Opdat de bevoegde autoriteit de goede reputatie en de ervaring en vaardigheden van de directie en de leden van het leidinggevend orgaan van de CSD kan beoordelen, moet een aanvragende CSD alle relevante informatie verschaffen om die beoordeling te kunnen uitvoeren.

(7)

Informatie over de bijkantoren en dochterondernemingen van de CSD is noodzakelijk om de bevoegde autoriteit in staat te stellen een duidelijk inzicht te verwerven in de organisatiestructuur van de CSD en tevens elk potentieel risico in te schatten dat de activiteiten van deze bijkantoren en dochterondernemingen voor de CSD vormen.

(8)

Een CSD die een vergunning aanvraagt, moet de bevoegde autoriteit alle relevante informatie verschaffen om aan te tonen dat zij over de noodzakelijke financiële middelen en over adequate bedrijfscontinuïteitsregelingen beschikt om haar functies doorlopend uit te voeren.

(9)

Niet alleen informatie over de kernactiviteiten, maar ook informatie over de nevendiensten die de CSD die de vergunning aanvraagt voornemens is te verlenen, is voor de bevoegde autoriteit van belang, zodat deze een volledig overzicht heeft van de diensten die de aanvragende CSD verleent.

(10)

Om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteit de continuïteit en ordelijke werking van de technologische systemen van een aanvragende CSD kan beoordelen, moet de betrokken CSD de bevoegde autoriteit beschrijvingen verschaffen van de technologische systemen in kwestie en van de wijze waarop deze worden beheerd, ook als deze systemen zijn uitbesteed.

(11)

Informatie over de vergoedingen die de CSD voor de kerndiensten in rekening brengt, is eveneens van belang en moet daarom in de vergunningsaanvraag van een CSD worden opgenomen, zodat de bevoegde autoriteiten kunnen verifiëren of deze vergoedingen evenredig en niet-discriminerend zijn en niet met de kosten van andere diensten worden gebundeld.

(12)

Om te garanderen dat de rechten van beleggers worden beschermd en dat er op passende wijze met collisie wordt omgegaan, moet de CSD, bij de beoordeling van de maatregelen die zij van plan is te nemen om haar gebruikers in staat te stellen het in artikel 49, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde nationale recht na te leven, in voorkomend geval, zowel met uitgevende instellingen als met deelnemers rekening houden in overeenstemming met hun respectieve nationale recht.

(13)

Om eerlijke toegang op niet-discriminerende basis tot de notariële dienst, de centrale dienst voor het aanhouden van effectenrekeningen en de effectenafwikkelingsdienst binnen de financiële markt te garanderen, hebben uitgevende instellingen, andere CSD's en andere marktinfrastructuren overeenkomstig Verordening (EU) nr. 909/2014 toegang tot een CSD. Een aanvragende CSD moet de bevoegde autoriteit bijgevolg informatie verschaffen over haar toegangsbeleid en -procedures.

(14)

Om haar taken op het gebied van vergunningverlening doeltreffend te kunnen uitvoeren, moet de bevoegde autoriteit alle informatie ontvangen van CSD's die een vergunning aanvragen en van verbonden derde partijen, met inbegrip van derde partijen aan wie aanvragende CSD's operationele functies en activiteiten hebben uitbesteed.

(15)

Om de algemene transparantie te garanderen van de bestuursregels van een CSD die een vergunning aanvraagt, moet de aanvragende CSD de bevoegde autoriteit documenten overleggen die bevestigen dat zij de nodig regelingen heeft getroffen om op niet-discriminerende basis een onafhankelijk gebruikerscomité op te zetten voor elk effectenafwikkelingssysteem dat zij exploiteert.

(16)

Om de ordelijke werking van kerninfrastructuurdiensten binnen de financiële markt te garanderen, moet een CSD die een vergunning aanvraagt de bevoegde autoriteit alle nodige informatie verstrekken om aan te tonen dat zij over toereikende gedragslijnen en procedures beschikt die ervoor zorgen dat het systeem voor het bewaren van vastleggingen betrouwbaar is en dat de mechanismen voor het verlenen van CSD-diensten betrouwbaar zijn. Deze gedragslijnen en procedures omvatten in het bijzonder maatregelen om mislukte afwikkelingsoperaties te voorkomen en aan te pakken, alsook regels betreffende de integriteit van de uitgifte, de bescherming van effecten van deelnemers en van hun cliënten, het definitieve karakter van de afwikkeling, wanbetaling van deelnemers en de overboeking van de activa van deelnemers en cliënten in geval van een intrekking van een vergunning.

(17)

De risicobeheermodellen die met de door een aanvragende CSD verleende diensten verband houden, moeten zeker in de vergunningsaanvraag worden opgenomen, zodat de bevoegde autoriteit de betrouwbaarheid en integriteit van de gevolgde procedures kan evalueren en marktdeelnemers kan helpen een geïnformeerde keuze te maken.

(18)

Om de veiligheid te verifiëren van de koppelingsregelingen van de CSD die een vergunning aanvraagt, de regels te beoordelen die in de gekoppelde systemen worden toegepast, en de risico's te evalueren die aan dergelijke koppelingen verbonden zijn, moet de bevoegde autoriteit van de aanvragende CSD alle dienstige informatie ontvangen om deze analyse uit te voeren, samen met een beoordeling van de koppelingsregelingen door de CSD.

(19)

Bij de goedkeuring van een deelneming van een CSD in het kapitaal van een andere entiteit moet de bevoegde autoriteit van de CSD rekening houden met de criteria die garanderen dat de deelneming het risicoprofiel van de CSD niet aanzienlijk verhoogt. Om de veiligheid en continuïteit van haar diensten te garanderen, mag een CSD geen onbeperkte financiële verplichtingen aangaan als gevolg van haar deelneming in het kapitaal van rechtspersonen die zich niet met het verlenen van de in Verordening (EU) nr. 909/2014 beschreven diensten bezighouden. Een CSD moet de risico's die uit een deelneming in het kapitaal van een andere entiteit voortvloeien, volledig met kapitaal afdekken.

(20)

Om te voorkomen dat een CSD afhankelijk is van andere aandeelhouders van de entiteiten waarin zij een deelneming bezit, ook wat het risicobeheerbeleid betreft, moet zij volledige zeggenschap over deze entiteiten hebben. Dit vereiste zal het ook gemakkelijker maken voor bevoegde en relevante autoriteiten om hun toezichts- en controlefuncties uit te oefenen doordat de relevante informatie vlot toegankelijk is.

(21)

Een CSD moet duidelijke strategische beweegredenen hebben voor deelnemingen, welke verder gaan dan alleen maar het maken van winst, en tevens rekening houden met de belangen van zowel de instellingen die binnen de CSD effecten uitgeven als van hun deelnemers en hun cliënten.

(22)

Om de risico's die aan haar deelneming in het kapitaal van een andere rechtspersoon verbonden zijn, op passende wijze te kwantificeren en te beschrijven, moet een CSD onafhankelijke risicoanalyses verstrekken die door een interne of externe auditeur zijn goedgekeurd en die op de uit die deelneming voortvloeiende financiële risico's en verplichtingen van de CSD betrekking hebben.

(23)

De ervaring die tijdens de financiële crisis is opgedaan, heeft geleerd dat autoriteiten zich moeten concentreren op continu toezicht in plaats van op toezicht achteraf. Daarom moet er bij elke toetsing en evaluatie uit hoofde van Verordening (EU) nr. 909/2014 voor worden gezorgd dat de bevoegde autoriteit voortdurend voldoende toegang heeft tot informatie. Om de reikwijdte van de voor elke toetsing en evaluatie te verstrekken informatie te bepalen, moet het bepaalde in deze verordening aansluiten op de vereisten waaraan CSD's uit hoofde van Verordening (EU) nr. 909/2014 moeten voldoen om een vergunning te verkrijgen. Het betreft onder meer informatie over wezenlijke wijzigingen in gegevens die reeds tijdens de vergunningsprocedure zijn ingediend, informatie over periodieke gebeurtenissen en statistische gegevens.

(24)

Om een doeltreffende bilaterale en multilaterale uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten te bevorderen, moeten de resultaten van de toetsing en evaluatie door een bepaalde autoriteit van de activiteiten van een CSD met andere bevoegde autoriteiten worden gedeeld wanneer het waarschijnlijk is dat deze informatie hun taken zal vergemakkelijken, zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de vereisten met betrekking tot de vertrouwelijkheid en bescherming van gegevens, en in aanvulling op de samenwerkingsregelingen waarin Verordening (EU) nr. 909/2014 voorziet. Er moet een aanvullende uitwisseling van informatie worden georganiseerd tussen bevoegde autoriteiten en relevante autoriteiten of autoriteiten die voor markten voor financiële instrumenten verantwoordelijk zijn, teneinde de bevindingen van de bevoegde autoriteit in het kader van het toetsings- en evaluatieproces te delen.

(25)

Gezien de mogelijke lasten die het verzamelen en verwerken van een grote hoeveelheid informatie over het bedrijf van een CSD met zich meebrengt en teneinde overlappingen te voorkomen, hoeven ten behoeve van de toetsing en evaluatie alleen de dienstige, gewijzigde documenten te worden overgelegd. Deze documenten moeten op zodanige wijze worden verstrekt dat de bevoegde autoriteit alle relevante wijzigingen kan vaststellen die sinds de verlening van de vergunning of sinds de laatste toetsing en evaluatie in de regelingen, strategieën, processen en mechanismen van de CSD zijn aangebracht.

(26)

Een andere categorie informatie die nuttig is voor de uitvoering van de toetsing en evaluatie door de bevoegde autoriteit, heeft betrekking op gebeurtenissen die een periodiek karakter hebben en die met het bedrijf van de CSD en de verlening van haar diensten verband houden.

(27)

Om een uitgebreide risico-evaluatie voor een CSD te kunnen uitvoeren, moet de bevoegde autoriteit om statistische gegevens over de reikwijdte van de zakelijke activiteiten van de CSD kunnen verzoeken teneinde aan de hand daarvan de risico's te evalueren die aan het bedrijf van de CSD verbonden zijn en die de vlotte werking van effectenmarkten in het gedrang kunnen brengen. Daarnaast kan de bevoegde autoriteit met behulp van statistische gegevens de omvang en het belang van effectentransacties en -afwikkelingen op de financiële markten monitoren en het actuele en potentiële effect van een bepaalde CSD op de effectenmarkt als geheel beoordelen.

(28)

Om de risico's te kunnen monitoren en evalueren waaraan de CSD is of kan zijn blootgesteld en die zij voor de vlotte werking van effectenmarkten inhoudt, moet de bevoegde autoriteit om aanvullende informatie over de risico's en activiteiten van een CSD kunnen verzoeken. Daarom moet de bevoegde autoriteit, op eigen initiatief of naar aanleiding van een verzoek van een andere autoriteit, kunnen bepalen welke informatie zij voor elke toetsing en evaluatie van de activiteiten van een CSD noodzakelijk acht en tevens om deze informatie kunnen verzoeken.

(29)

Het is van belang te voorkomen dat CSD's van derde landen die voornemens zijn overeenkomstig Verordening (EU) nr. 909/2014 diensten te verlenen, de ordelijke werking van de markten van de Unie verstoren.

(30)

De doorlopende beoordeling van de volledige naleving door een CSD van een derde land van de prudentiële vereisten van het betrokken derde land is de taak van de bevoegde autoriteit van dat derde land. De informatie die een aanvragende CSD aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority, ESMA) moet verstrekken, mag niet tot doel hebben de beoordeling door de bevoegde autoriteit van het derde land te herhalen, maar moet waarborgen dat de aanvrager in dat derde land aan effectief toezicht en effectieve handhaving is onderworpen, zodat een hoog niveau van bescherming van beleggers is gegarandeerd.

(31)

Om de ESMA in staat te stellen de erkenningsaanvraag volledig te beoordelen, moet de door de aanvrager verstrekte informatie worden aangevuld met de nodige informatie om de effectiviteit van het doorlopende toezicht, de handhavingsbevoegdheden en het optreden van de bevoegde autoriteit van het derde land te kunnen toetsen. Die informatie moet worden verstrekt in het kader van een overeenkomstig Verordening (EU) nr. 909/2014 ingestelde samenwerkingsregeling. De samenwerkingsregeling moet ervoor zorgen dat de ESMA tijdig wordt geïnformeerd over alle toezichts- of handhavingsmaatregelen die zijn genomen ten aanzien van de CSD van het derde land die om erkenning verzoekt, alsook over alle wijzigingen in de voorwaarden waaronder aan de betrokken CSD vergunning is verleend, en over elke relevante bijwerking van de informatie die de CSD oorspronkelijk in het kader van de erkenningsprocedure heeft verstrekt.

(32)

Om te garanderen dat de rechten van beleggers worden beschermd en dat er op passende wijze met collisie wordt omgegaan, moet een CSD van een derde land, bij de beoordeling van de maatregelen die zij van plan is te nemen om haar gebruikers in staat te stellen het in artikel 49, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde nationale recht na te leven, in voorkomend geval zowel met uitgevende instellingen als met deelnemers rekening houden in overeenstemming met hun respectieve nationale recht als bedoeld in artikel 49, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014.

(33)

Om een deugdelijk risicobeheerkader op te zetten, moet een CSD zich een geïntegreerd en alomvattend beeld van alle relevante risico's vormen. Daarin moet ook rekening worden gehouden met de door de CSD gedragen risico's van alle andere entiteiten en met de risico's die de CSD inhoudt voor derde partijen, zoals onder meer gebruikers en — voor zover mogelijk — cliënten, alsook voor gekoppelde CSD's, centrale tegenpartijen, handelsplatformen, betaalsystemen, afwikkelingsbanken, liquiditeitsverschaffers en beleggers.

(34)

Teneinde te garanderen dat CSD's over voldoende personele middelen beschikken om al hun verplichtingen na te komen en teneinde ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten de juiste contactpersonen hebben binnen de CSD's waarop zij toezicht houden, moeten CSD's beschikken over speciale sleutelmedewerkers die verantwoording moeten afleggen voor de CSD en voor hun eigen individuele prestaties, met name op het niveau van de directie en van het leidinggevend orgaan.

(35)

Om ervoor te zorgen de activiteiten van de CSD voldoende worden gecontroleerd, moeten de verrichtingen van de CSD, de risicobeheerprocessen en de compliance- en internecontrolemechanismen regelmatig aan onafhankelijke audits worden onderworpen. Om de onafhankelijkheid van de audits te garanderen, hoeft er niet per definitie een externe auditeur bij te worden betrokken, mits de CSD aan de bevoegde autoriteit kan aantonen dat de onafhankelijkheid van haar interne auditeur voldoende is gewaarborgd. Om de onafhankelijkheid van haar interneauditfunctie te verzekeren, moet de CSD ook een auditcomité oprichten.

(36)

Een CSD moet een risicocomité oprichten om ervoor te zorgen dat het leidinggevend orgaan van de CSD op het hoogst mogelijke technische niveau wordt geadviseerd over de algemene actuele en toekomstige risicotolerantie en -strategie. Om de onafhankelijk van het uitvoerend bestuur van de CSD en een hoog niveau van bekwaamheid te garanderen, moet het risicocomité uit een meerderheid van niet bij het dagelijks bestuur betrokken leden bestaan en worden voorgezeten door een persoon met passende ervaring op het gebied van risicobeheer.

(37)

Bij het beoordelen van potentiële belangenconflicten, moet een CSD niet alleen onderzoek doen naar de leden van het leidinggevend orgaan, de directie en het personeel van de CSD, maar ook naar alle personen die een directe of indirecte band met deze personen of met de CSD hebben, ongeacht of het natuurlijke dan wel rechtspersonen betreft.

(38)

Een CSD moet zowel over een hoofd Risicobeheer, een hoofd Compliance en een hoofd Technologie, als over een risicobeheerfunctie, een technologiefunctie, een compliancefunctie, een internecontrolefunctie en een interneauditfunctie beschikken. Een CSD moet hoe dan ook in staat zijn de interne structuur van deze functies op haar behoeften af te stemmen. Het hoofd Risicobeheer, het hoofd Compliance en het hoofd Technologie mogen niet dezelfde persoon zijn, aangezien deze functies gewoonlijk door personen met een verschillende academische en professionele achtergrond worden vervuld. In dit opzicht sluiten de bepalingen van deze verordening nauw aan op het systeem dat bij Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (2) voor andere marktinfrastructuren is vastgesteld.

(39)

De door een CSD bewaarde vastleggingen moeten gestructureerd zijn en de bij het toezicht op CSD's betrokken bevoegde autoriteiten in staat stellen probleemloos toegang te krijgen tot de opgeslagen gegevens. Een CSD moet ervoor zorgen dat de vastleggingen die zij bewaart, met inbegrip van de volledige boekhouding van de effecten die zij aanhoudt, correct en actueel zijn, zodat deze een betrouwbare gegevensbron voor toezichtsdoeleinden vormen.

(40)

Om de uit hoofde van verschillende voorschriften vereiste rapportage en vastlegging van consistente informatie te vergemakkelijken, moeten de door CSD's bewaarde vastleggingen betrekking hebben op elke individuele dienst die de CSD overeenkomstig Verordening (EU) nr. 909/2014 verleent, en ten minste alle bijzonderheden bevatten die op grond van de in de genoemde verordening vervatte regels inzake afwikkelingsdiscipline moeten worden gerapporteerd.

(41)

De bescherming van de rechten van uitgevende instellingen en beleggers is van essentieel belang voor de ordelijke werking van een effectenmarkt. Een CSD moet derhalve passende regels, procedures en controles toepassen om onrechtmatige uitgiften van nieuwe of intrekkingen van bestaande effecten te voorkomen. Ook moet de CSD ten minste dagelijks overgaan tot reconciliatie van de effectenrekeningen die zij aanhoudt.

(42)

Een CSD moet solide boekhoudpraktijken toepassen en audits uitvoeren om de juistheid van haar vastleggingen van effecten te verifiëren en de toereikendheid te controleren van de maatregelen die zij heeft genomen om de integriteit van effectenuitgiften te garanderen.

(43)

Om de integriteit van een uitgifte doeltreffend te garanderen, moeten de reconciliatiemaatregelen waarin Verordening (EU) nr. 909/2014 voorziet, voor alle CSD's gelden, ongeacht of zij met betrekking tot een effectenuitgifte al dan niet de in de genoemde verordening bedoelde notariële dienst of centrale dienst voor het aanhouden van effectenrekeningen verlenen.

(44)

Wat de andere entiteiten betreft die bij het reconciliatieproces zijn betrokken, moeten er naargelang van de rol van deze entiteiten, verschillende scenario's worden onderscheiden. De reconciliatiemaatregelen moeten de specifieke rollen van deze entiteiten weerspiegelen. Bij het registratormodel houdt de registrator gegevens bij over effecten die ook in een CSD worden vastgelegd. Bij het overdrachtagentmodel is de fondsbeheerder of overdrachtagent verantwoordelijk voor een rekening waarop een deel van een bij een CSD vastgelegde effectenuitgifte wordt aangehouden. Bij het model van de gemeenschappelijke bewaarinstelling gebruiken CSD's een gemeenschappelijke bewaarinstelling om een interoperabele koppeling in te stellen en is deze gemeenschappelijke bewaarinstelling verantwoordelijk voor de algehele integriteit van de effectenuitgiften die voor het eerst zijn vastgelegd of centraal worden aangehouden door de CSD's die een interoperabele koppeling hebben ingesteld.

(45)

Met het oog op het beperken van operationele risico's, d.w.z. risico's die worden veroorzaakt door tekortkomingen in informatiesystemen, interne processen en het functioneren van het personeel, of storingen die worden veroorzaakt door externe gebeurtenissen die leiden tot de vermindering, verslechtering of stopzetting van de dienstverlening door een CSD, moeten CSD's alle risico's onderkennen en hun ontwikkeling monitoren, ongeacht de bron van deze risico's (bv. gebruikers, leveranciers van diensten aan CSD's en andere marktinfrastructuren, waaronder andere CSD's). Operationele risico's moeten worden beheerd op basis van een goed gedocumenteerd en solide kader met duidelijk toegewezen rollen en verantwoordelijkheden. Dat kader moet operationele doelstellingen, monitoringfuncties en beoordelingsmechanismen omvatten en moet in het risicobeheersysteem van de CSD geïntegreerd zijn. In deze context moet het hoofd Risicobeheer verantwoordelijk zijn voor het kader voor het beheer van operationeel risico. CSD's moeten hun risico intern beheren. Wanneer interne controles ontoereikend zijn of wanneer het elimineren van bepaalde risico's geen redelijkerwijs haalbare optie is, moet een CSD in staat zijn deze risico's financieel af te dekken door middel van een verzekering.

(46)

CSD's mogen geen beleggingen doen die hun risicoprofiel negatief kunnen beïnvloeden. CSD's mogen alleen derivatencontracten afsluiten indien dat nodig is om een risico af te dekken dat niet op een andere manier kan worden beperkt. Het afdekken mag alleen plaatsvinden onder strikte voorwaarden die garanderen dat derivaten niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan voor het afdekken van de risico's of om winst te maken.

(47)

De activa van CSD's moeten veilig worden aangehouden, gemakkelijk toegankelijk zijn en snel te gelde kunnen worden gemaakt. Een CSD moet er daarom voor zorgen dat haar gedragslijnen en procedures voor snelle toegang tot de eigen activa op ten minste de aard, omvang, kwaliteit, looptijd en locatie van de activa zijn gebaseerd. Een CSD moet er ook voor zorgen dat het uitbesteden van bewarings- of beleggingsfuncties aan een derde partij niet ten koste gaat van vlotte toegang tot haar activa.

(48)

Met het oog op het beheer van haar liquiditeitsbehoeften moet een CSD onmiddellijke toegang hebben tot haar liquide middelen en tevens in staat zijn zich tot alle onder haar eigen naam aangehouden effecten toegang te verschaffen op dezelfde dag waarop de beslissing wordt genomen om de activa te gelde te maken.

(49)

Om de activa van een CSD in hogere mate tegen wanbetaling van de intermediair te beschermen, moet een CSD die via een CSD-koppeling toegang heeft tot een andere CSD, deze activa op een gescheiden rekening bij de gekoppelde CSD aanhouden. Deze scheiding moet garanderen dat de activa van een CSD apart worden gehouden van die van andere entiteiten en op afdoende wijze worden beschermd. De totstandbrenging van koppelingen met CSD's van derde landen moet echter worden toegestaan, ook als er geen individuele gescheiden rekeningen beschikbaar zijn bij de CSD van het derde land, op voorwaarde dat de activa van de verzoekende CSD hoe dan ook op toereikende wijze worden beschermd, de bevoegde autoriteiten op de hoogte worden gebracht van de risico's die met de onbeschikbaarheid van individueel gescheiden rekeningen verband houden, en deze risico's op adequate wijze worden beperkt.

(50)

Om te garanderen dat een CSD haar financiële middelen in zeer liquide instrumenten met een minimaal markt- en kredietrisico belegt, en om ervoor te zorgen dat deze beleggingen snel te gelde kunnen worden gemaakt met een minimaal effect op de prijs, moet de CSD haar portefeuille diversifiëren en passende concentratielimieten vaststellen met betrekking tot de uitgevende instellingen van de instrumenten waarin zij haar middelen belegt.

(51)

Om de veiligheid en doelmatigheid van de koppelingsregeling tussen CSD's te garanderen, moet een CSD alle potentiële bronnen van risico die uit de koppelingsregelingen voortvloeien, onderkennen, monitoren en beheren. Een CSD-koppeling moet in alle jurisdicties een sterke rechtsgrondslag hebben, die de opzet van de CSD ondersteunt en toereikende bescherming biedt aan de CSD's die bij de koppeling zijn betrokken. Gekoppelde CSD's moeten de krediet- en liquiditeitsrisico's die door de andere CSD's worden veroorzaakt, meten, monitoren en beheren.

(52)

Een verzoekende CSD die van een indirecte CSD-koppeling of van een intermediair gebruikmaakt om een CSD-koppeling te exploiteren met een CSD die het verzoek ontvangt, moet de aanvullende risico's (waaronder bewarings-, krediet-, juridische en operationele risico's) die uit het beroep op een intermediair voortvloeien, meten, monitoren en beheren teneinde de veiligheid en doelmatigheid van de koppelingsregeling te garanderen.

(53)

Om de integriteit van de uitgifte te garanderen wanneer effecten via CSD-koppelingen bij verschillende CSD's worden aangehouden, moeten de CSD's specifieke reconciliatiemaatregelen toepassen en hun acties onderling coördineren.

(54)

CSD's moeten eerlijke en open toegang tot hun diensten bieden, met inachtneming van de risico's voor de financiële stabiliteit en de ordelijke werking van de markten. Zij moeten de risico's beheersen die door hun deelnemers en andere gebruikers worden veroorzaakt door risicogerelateerde criteria voor de verlening van hun diensten vast te stellen. CSD's moeten ervoor zorgen dat hun gebruikers, zoals deelnemers, andere CSD's, centrale tegenpartijen (CTP's), handelsplatformen of uitgevende instellingen, die toegang krijgen tot hun diensten, aan de criteria voldoen en de vereiste operationele capaciteit, financiële middelen, wettelijke bevoegdheden en deskundigheid op het gebied van risicobeheer hebben om te voorkomen dat er risico's voor CSD's en andere gebruikers ontstaan.

(55)

Om de veiligheid en doelmatigheid van haar effectenafwikkelingssysteem te garanderen, moet een CSD constant toezicht houden op de naleving van de toegangsvereisten en over welomschreven en openbaargemaakte procedures beschikken om de schorsing en het ordelijke vertrek te garanderen van verzoekende partijen die niet, of niet meer, aan de toegangscriteria voldoen.

(56)

Om een vergunning te verkrijgen om bancaire nevendiensten te verlenen, moet een CSD een aanvraag bij de bevoegde autoriteit indienen waarin alle nodige elementen zijn opgenomen om te garanderen dat de verlening van bancaire nevendiensten de vlotte verlening van kerndiensten van de CSD niet in het gedrang brengt. Entiteiten die al een vergunning hebben om als CSD te fungeren, hoeven elementen die zij reeds in de kader van de procedure van Verordening (EU) nr. 909/2014 voor het aanvragen van een vergunning als CSD hebben ingediend, niet opnieuw in te dienen.

(57)

Teneinde de rechtszekerheid en een consistente toepassing van de wetgeving te garanderen, moeten bepaalde, op de afwikkelingsdisciplinemaatregelen betrekking hebbende vereisten van deze verordening vanaf de datum van inwerkingtreding van die maatregelen van toepassing zijn.

(58)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de ESMA aan de Commissie heeft voorgelegd.

(59)

Bij het opstellen van de technische normen die in deze verordening zijn opgenomen, heeft de ESMA nauw samengewerkt met de leden van het Europees Stelsel van centrale banken en met de Europese Bankautoriteit.

(60)

De ESMA heeft openbare raadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, heeft de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd en heeft de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad opgerichte Stakeholdergroep effecten en markten om advies verzocht (3),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)   „toetsingsperiode”: de beschouwde periode die begint op de dag na het aflopen van de vorige toetsings- en evaluatieperiode;

b)   „afwikkelingsopdracht”: een overboekingsopdracht in de zin van artikel 2, onder i), van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad (4);

c)   „afwikkelingsbeperking”: het blokkeren, reserveren of oormerken van effecten zodat deze niet beschikbaar zijn voor afwikkeling, dan wel het blokkeren of reserveren van gelden zodat deze niet beschikbaar zijn voor afwikkeling;

d)   „beursverhandeld fonds” (exchange-traded fund, ETF): een fonds in de zin van artikel 4, lid 1, punt 46, van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (5);

e)   „emittent-CSD”: een CSD die de in afdeling A, punten 1 of 2, van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde kerndiensten verleent met betrekking tot een effectenuitgifte;

f)   „belegger-CSD”: een CSD die in verband met een effectenuitgifte ofwel deelneemt aan het effectenafwikkelingssysteem dat door een andere CSD wordt geëxploiteerd, ofwel gebruikmaakt van een derde partij of intermediair die deelneemt aan het effectenafwikkelingssysteem dat door een andere CSD wordt geëxploiteerd;

g)   „duurzame drager”: elk hulpmiddel dat het mogelijk maakt informatie op zodanige wijze op te slaan dat deze achteraf gedurende een voor het doel van de informatie toereikende periode kan worden geraadpleegd en waarmee de opgeslagen informatie ongewijzigd kan worden gereproduceerd.

HOOFDSTUK II

BEPALING VAN DE BELANGRIJKSTE VALUTA'S EN PRAKTISCHE REGELINGEN VOOR DE RAADPLEGING VAN DE RELEVANTE BEVOEGDE AUTORITEITEN

(Artikel 12, lid 1, onder b) en c), van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Artikel 2

Bepaling van de belangrijkste valuta's

1.   De belangrijkste valuta's in de zin van artikel 12, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 909/2014 worden bepaald aan de hand van één van de volgende berekeningen:

a)

het relatieve aandeel van elke Unievaluta in de totale waarde van de afwikkeling door een CSD van afwikkelingsopdrachten tegen betaling, berekend over een periode van één jaar, op voorwaarde dat elk individueel aandeel groter is dan 1 %;

b)

het relatieve aandeel van de afwikkelingsopdrachten tegen betaling die door een CSD in een bepaalde Unievaluta worden afgewikkeld, in de totale waarde van afwikkelingsopdrachten tegen betaling die door alle CSD's in de Unie in die valuta worden afgewikkeld, berekend over een periode van één jaar, op voorwaarde dat elk individueel aandeel groter is dan 10 %.

2.   De in lid 1 genoemde berekeningen worden jaarlijks uitgevoerd door de bevoegde autoriteit van elke CSD.

Artikel 3

Praktische regelingen voor het overleg van de relevante autoriteiten als bedoeld in artikel 12, lid 1, onder b) en c), van Verordening (EU) nr. 909/2014

1.   Ingeval één van de belangrijkste valuta's, zoals bepaald overeenkomstig artikel 2 van deze verordening, door meer dan één centrale bank wordt uitgegeven, wijzen deze centrale banken één enkele vertegenwoordiger aan als de relevante autoriteit voor die valuta als bedoeld in artikel 12, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 909/2014.

2.   Ingeval de geldzijde van effectentransacties overeenkomstig artikel 40, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 wordt afgewikkeld via rekeningen die zijn geopend bij verschillende centrale banken die dezelfde valuta uitgeven, wijzen deze centrale banken één enkele vertegenwoordiger aan als relevante autoriteit als bedoeld in artikel 12, lid 1, onder c), van genoemde verordening.

HOOFDSTUK III

VERGUNNINGVERLENING AAN CSD'S

(Artikel 17 van Verordening (EU) nr. 909/2014)

AFDELING 1

Algemene informatie over aanvragende CSD's

Artikel 4

Identificatie en rechtsvorm van aanvragende CSD's

1.   In een vergunningsaanvraag worden de identiteit van de aanvragende CSD en de activiteiten en diensten die deze CSD voornemens is uit te voeren, duidelijk vermeld.

2.   De vergunningsaanvraag bevat de volgende informatie:

a)

de contactgegevens van de persoon die voor de aanvraag verantwoordelijk is;

b)

de contactgegevens van de persoon (personen) die bij de aanvragende CSD voor de compliance- en internecontrolefunctie verantwoordelijk is (zijn);

c)

de handelsnaam van de aanvragende CSD, de identificatiecode van de rechtspersoon (LEI) en het wettelijke adres in de Unie;

d)

de akte van oprichting en statuten of andere oprichtings- en statutaire documenten van de aanvragende CSD;

e)

een uittreksel uit het toepasselijke handelsregister, dan wel een ander officieel bewijsstuk van het wettelijke adres en van de zakelijke activiteit van de aanvragende CSD, dat geldig is op de datum van de aanvraag;

f)

de identificatie van de effectenafwikkelingssystemen die de aanvragende CSD exploiteert of voornemens is te exploiteren;

g)

een kopie van het besluit van het leidinggevend orgaan met betrekking tot de aanvraag en de notulen van de vergadering waarop het leidinggevend orgaan het aanvraagdossier en de indiening ervan heeft goedgekeurd;

h)

een schema met de eigendomsverbanden tussen de moederonderneming, de dochterondernemingen en alle andere verbonden entiteiten of bijkantoren, met vermelding van hun volledige handelsnaam, rechtsvorm, wettelijke adres en fiscale identificatienummer of handelsregisternummer;

i)

een beschrijving van de zakelijke activiteiten van de dochterondernemingen van de aanvragende CSD en andere rechtspersonen waarin de aanvragende CSD een deelneming heeft, met vermelding van informatie over de omvang van deze deelneming;

j)

een lijst met:

i)

de naam van alle personen of entiteiten die rechtstreeks of middellijk ten minste 5 % van het kapitaal of de stemrechten van de aanvragende CSD bezitten;

ii)

de naam van alle personen of entiteiten die als gevolg van hun deelneming in het kapitaal van de aanvragende CSD invloed van betekenis op het bestuur van de aanvragende CSD zouden kunnen uitoefenen;

k)

een lijst met:

i)

de naam van alle entiteiten waarin de aanvragende CSD ten minste 5 % van het kapitaal of de stemrechten bezit;

ii)

de naam van alle entiteiten waarin de aanvragende CSD invloed van betekenis uitoefent op het bestuur;

l)

een lijst van de in afdeling A van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde kerndiensten die de CSD verleent of voornemens is te verlenen;

m)

een lijst van de uitdrukkelijk in afdeling B van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde nevendiensten die de CSD verleent of voornemens is te verlenen;

n)

een lijst van eventuele andere toegestane, maar niet uitdrukkelijk in afdeling B van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde nevendiensten die de CSD verleent of voornemens is te verlenen;

o)

een lijst van de onder Richtlijn 2014/65/EU vallende beleggingsdiensten als bedoeld onder n);

p)

een lijst van diensten en activiteiten die de aanvragende CSD uitbesteedt of voornemens is uit te besteden aan een derde partij in overeenstemming met artikel 30 van Verordening (EU) nr. 909/2014;

q)

de valuta of valuta's die de aanvragende CSD verwerkt of voornemens is te verwerken in verband met diensten die de aanvragende CSD verleent, ongeacht of de afwikkeling van de geldzijde via een centralebankrekening, een rekening van de CSD of een rekening bij een aangewezen kredietinstelling plaatsvindt;

r)

informatie over aanhangige en afgesloten gerechtelijke, administratieve, arbitrage- of andere juridische procedures waarbij de aanvragende CSD partij is en die tot financiële of andere kosten voor de CSD kunnen leiden.

3.   Indien de aanvragende CSD voornemens is kerndiensten te verlenen of overeenkomstig artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014 een bijkantoor op te zetten, bevat de vergunningsaanvraag ook de volgende informatie:

a)

de lidstaat of lidstaten waar de aanvragende CSD voornemens is activiteiten uit te oefenen;

b)

een operationeel programma waarin met name wordt vermeld welke diensten de aanvragende CSD verleent of voornemens is te verlenen in de lidstaat van ontvangst;

c)

de valuta of valuta's die de aanvragende CSD verwerkt of voornemens is te verwerken in de lidstaat van ontvangst;

d)

indien diensten worden verleend of het voornemen bestaat diensten te verlenen via een bijkantoor, de organisatiestructuur van het bijkantoor en de namen van de personen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur ervan;

e)

in voorkomend geval, een beoordeling van de maatregelen die de aanvragende CSD van plan is te nemen om haar gebruikers in staat te stellen het in artikel 49, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde nationale recht na te leven.

Artikel 5

Algemene informatie over gedragslijnen en procedures

1.   Een vergunningsaanvraag bevat de volgende informatie over de in dit hoofdstuk bedoelde gedragslijnen en procedures van de aanvragende CSD:

a)

de functie van de personen die voor de goedkeuring en uitvoering van de gedragslijnen en procedures verantwoordelijk zijn;

b)

een beschrijving van de maatregelen voor het implementeren van de gedragslijnen en procedures en voor het monitoren van de naleving ervan.

2.   Een vergunningsaanvraag bevat een beschrijving van de procedures die overeenkomstig artikel 65, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014 door de aanvragende CSD zijn ingevoerd.

Artikel 6

Informatie over de diensten en activiteiten van de CSD

De aanvragende CSD neemt de volgende informatie op in de vergunningsaanvraag:

a)

een gedetailleerde beschrijving van de in artikel 4, lid 2, onder l) tot en met p), bedoelde diensten;

b)

de procedures die bij het verlenen van de onder a) bedoelde diensten worden toegepast.

Artikel 7

Informatie over groepen

1.   Indien de aanvragende CSD deel uitmaakt van een groep ondernemingen waarvan ook andere CSD's of in artikel 54, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde kredietinstellingen deel uitmaken, bevat de vergunningsaanvraag de volgende informatie:

a)

de in artikel 26, lid 7, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde gedragslijnen en procedures;

b)

informatie over de samenstelling van de directie, het leidinggevend orgaan en de aandeelhoudersstructuur van de moederonderneming en van de andere ondernemingen in de groep;

c)

de diensten en sleutelfiguren die niet tot de directie behoren en die de aanvragende CSD deelt met andere ondernemingen binnen de groep.

2.   Indien de aanvragende CSD een moederonderneming heeft, bevat de vergunningsaanvraag de volgende informatie:

a)

het wettelijke adres van de moederonderneming van de aanvragende CSD;

b)

indien de moederonderneming een vergunninghoudende of geregistreerde entiteit is die op grond van wetgeving van de Unie of van derde landen onder toezicht staat, het nummer van de vergunning of registratie in kwestie en de naam van de autoriteit (autoriteiten) die voor het toezicht op de moederonderneming bevoegd is (zijn).

3.   Indien de aanvragende CSD overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 909/2014 diensten of activiteiten aan een onderneming binnen de groep heeft uitbesteed, wordt bij de aanvraag een samenvatting en een kopie van de uitbestedingsovereenkomst gevoegd.

AFDELING 2

Financiële middelen voor het verlenen van diensten door de aanvragende CSD

Artikel 8

Financiële verslagen, bedrijfsplan en herstelplan

1.   Een vergunningsaanvraag bevat de volgende financiële en zakelijke informatie om de bevoegde autoriteit in staat te stellen de naleving van de artikelen 44, 46 en 47 van Verordening (EU) nr. 909/2014 door de aanvragende CSD te beoordelen:

a)

financiële verslagen, met inbegrip van een volledige jaarrekening van de voorgaande drie jaren en het verslag van de wettelijke controle van de enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekening in de zin van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) van de voorgaande drie jaren;

b)

indien de aanvragende CSD door een externe auditeur wordt gecontroleerd, de naam en het nationale registratienummer van de externe auditeur;

c)

een bedrijfsplan, met inbegrip van een financiële planning en een geschat budget, waarin verschillende zakelijke scenario's worden onderzocht over een referentieperiode van ten minste drie jaar voor de diensten die door de aanvragende CSD worden verleend;

d)

eventuele plannen voor het opzetten van dochterondernemingen en bijkantoren en de locatie daarvan;

e)

een beschrijving van de zakelijke activiteiten die de aanvragende CSD voornemens is uit te voeren, met inbegrip van de zakelijke activiteiten van eventuele dochterondernemingen of bijkantoren van de aanvragende CSD.

2.   Indien de in lid 1, onder a), bedoelde historische financiële informatie niet beschikbaar is, bevat een vergunningsaanvraag de volgende informatie over de aanvragende CSD:

a)

het bewijs dat er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn voor de zes maanden na het verlenen van de vergunning;

b)

een tussentijds financieel verslag;

c)

overzichten van de financiële positie van de aanvragende CSD, met inbegrip van een balans, een resultatenrekening, een overzicht van de mutaties in het eigen vermogen en in de kasstromen, alsook een samenvatting van de grondslagen voor de financiële verslaggeving en andere relevante toelichtingen;

d)

gecontroleerde jaarrekeningen van een eventuele moederonderneming over de drie boekjaren voorafgaand aan de datum van de aanvraag.

3.   De aanvraag bevat een beschrijving van een in artikel 22, lid 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoeld adequaat herstelplan teneinde de continuïteit van de kritieke activiteiten van de aanvragende CSD te waarborgen, met onder meer:

a)

een samenvatting waarin een overzicht wordt gegeven van het plan en van de uitvoering ervan;

b)

de vermelding van de kritieke activiteiten van de aanvragende CSD, de stressscenario's en de gebeurtenissen die het herstel initiëren, alsook een beschrijving van de herstelinstrumenten waarvan de aanvragende CSD zal gebruikmaken;

c)

een beoordeling van de eventuele effecten van het herstelplan op de belanghebbenden die waarschijnlijk door de uitvoering van het plan zullen worden beïnvloed;

d)

een beoordeling van de juridische afdwingbaarheid van het herstelplan, waarbij rekening wordt gehouden met eventuele juridische beperkingen die worden opgelegd door de wetgeving van de Unie, van de lidstaten of van derde landen.

AFDELING 3

Organisatorische vereisten

Artikel 9

Organisatieschema

Een vergunningsaanvraag bevat een organisatieschema waarin de organisatiestructuur van de aanvragende CSD wordt beschreven. Het schema bevat de volgende informatie:

a)

de identiteit en taken van de personen die verantwoordelijk zijn voor de volgende posities:

i)

de directie;

ii)

managers die verantwoordelijk zijn voor de in artikel 47, lid 3, bedoelde operationele functies;

iii)

managers die verantwoordelijk zijn voor de activiteiten van eventuele bijkantoren van de aanvragende CSD;

iv)

andere belangrijke functies die een rol spelen bij de activiteiten van de aanvragende CSD;

b)

het aantal personeelsleden in elk bedrijfsonderdeel en in elke operationele eenheid.

Artikel 10

Gedragslijnen en procedures voor het personeel

Een vergunningsaanvraag bevat de volgende informatie over de gedragslijnen en procedures van de aanvragende CSD met betrekking tot haar personeel:

a)

een beschrijving van het beloningsbeleid, met inbegrip van informatie over de vaste en variabele elementen van de beloning van de directie, de leden van het leidinggevend orgaan en het personeel van de risicobeheer-, compliance-, internecontrole-, interneaudit- en technologiefuncties van de aanvragende CSD;

b)

de maatregelen die de aanvragende CSD heeft genomen om het risico van een te grote afhankelijkheid van de verantwoordelijkheden van een individuele persoon te limiteren.

Artikel 11

Instrumenten voor het monitoren van risico en bestuursregelingen

1.   Een vergunningsaanvraag bevat de volgende informatie over de door de aanvragende CSD gehanteerde bestuursregelingen en instrumenten om risico te monitoren:

a)

een beschrijving van de bestuursregelingen die de aanvragende CSD overeenkomstig artikel 47, lid 2, heeft vastgesteld;

b)

de overeenkomstig artikel 47, lid 1, vastgestelde gedragslijnen, procedures en systemen;

c)

een beschrijving van de samenstelling, rollen en verantwoordelijkheden van de leden van het leidinggevend orgaan en de directie en van de overeenkomstig artikel 48 opgerichte comités.

2.   De in lid 1 bedoelde informatie bevat een beschrijving van de procedures voor de selectie, de benoeming, de prestatiebeoordeling en het ontslag van leden van de directie en het leidinggevend orgaan.

3.   De aanvragende CSD geeft een beschrijving van haar procedure om haar bestuursregelingen en haar operationele regels openbaar te maken.

4.   Indien de aanvragende CSD zich houdt aan een erkende gedragscode op het gebied van corporate governance, wordt deze code in de aanvraag genoemd, wordt er een kopie van die code bij de aanvraag gevoegd en wordt uitgelegd waarom de aanvragende CSD in sommige situaties van de code afwijkt.

Artikel 12

Compliance-, internecontrole- en interneauditfuncties

1.   Een vergunningsaanvraag bevat een beschrijving van de procedures van de aanvragende CSD voor de interne melding van in artikel 26, lid 5, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde inbreuken.

2.   Een vergunningsaanvraag bevat onder meer de volgende informatie over de in artikel 51 bedoelde gedragslijnen en procedures van de aanvragende CSD voor interne audits:

a)

een beschrijving van de instrumenten voor het monitoren en evalueren van de deugdelijkheid en doeltreffendheid van de interneauditsystemen van de aanvragende CSD;

b)

een beschrijving van de instrumenten van de aanvragende CSD voor het controleren en beveiligen van haar systemen voor informatieverwerking;

c)

een beschrijving van de ontwikkeling en toepassing van de interneauditmethodologie van de aanvragende CSD;

d)

een werkplan van de interneauditfunctie voor de drie jaar na de datum van de aanvraag;

e)

een beschrijving van de rollen en kwalificaties van alle personen die voor de in artikel 47, lid 3, onder d), bedoelde interneauditfunctie verantwoordelijk zijn onder het toezicht van het in artikel 48, lid 1, onder b), bedoelde auditcomité.

3.   Een vergunningsaanvraag bevat de volgende informatie over de in artikel 47, lid 3, onder c), bedoelde compliance- en internecontrolefunctie van de aanvragende CSD:

a)

een beschrijving van de rollen en kwalificaties van de voor de compliance- en internecontrolefunctie verantwoordelijke personen en van alle andere bij compliancetoetsingen betrokken personeelsleden, met vermelding van de wijze waarop de onafhankelijkheid van de compliance- en internecontrolefunctie van de rest van de bedrijfsonderdelen wordt gegarandeerd;

b)

de gedragslijnen en procedures voor de compliance- en internecontrolefunctie, met inbegrip van een beschrijving van de rol die het leidinggevend orgaan en de directie spelen op het gebied van compliance;

c)

indien dit beschikbaar is, het meest recente interne verslag dat is opgesteld door de voor de compliance- en internecontrolefunctie verantwoordelijke personen, dan wel door andere personeelsleden die binnen de aanvragende CSD bij compliancetoetsingen zijn betrokken.

Artikel 13

Directie, leidinggevend orgaan en aandeelhouders

1.   Een vergunningsaanvraag bevat de volgende informatie over ieder lid van de directie en ieder lid van het leidinggevend orgaan van de aanvragende CSD opdat de bevoegde autoriteit kan beoordelen of de aanvragende CSD voldoet aan de vereisten van artikel 27, leden 1 en 4, van Verordening (EU) nr. 909/2014:

a)

een kopie van een curriculum vitae waarin de ervaring en kennis van ieder lid worden beschreven;

b)

nadere bijzonderheden over eventuele strafrechtelijke en bestuursrechtelijke sancties die aan een lid zijn opgelegd in verband met het verlenen van financiële of datadiensten of in verband met fraude of verduistering van fondsen, via een passend officieel attest indien dit in de betrokken lidstaat verkrijgbaar is;

c)

een eigen verklaring van betrouwbaarheid in verband met het verlenen van financiële of datadiensten, waarin alle leden van de directie en het leidinggevend orgaan verklaren of:

i)

zij zijn veroordeeld voor een strafbaar feit of een bestuursrechtelijk vergrijp in verband met het verlenen van financiële of datadiensten of in verband met fraude of verduistering van fondsen;

ii)

zij het voorwerp hebben uitgemaakt van een negatieve uitspraak in het kader van een door een toezichthoudende autoriteit of overheidsinstanties of -diensten ingeleide procedure van disciplinaire aard of onderworpen zijn aan een dergelijke procedure die nog niet is afgesloten;

iii)

zij het voorwerp hebben uitgemaakt van een bewezenverklaring in het kader van burgerlijke rechtsvorderingen in verband met het verlenen van financiële of datadiensten, dan wel voor fraude bij het bestuur van een bedrijf;

iv)

zij deel hebben uitgemaakt van het leidinggevend orgaan of de directie van een onderneming waarvan de registratie of vergunning door een toezichthoudende autoriteit is ingetrokken, indien zij ten minste één jaar voor de datum van intrekking van de registratie of vergunning aan deze onderneming waren verbonden;

v)

hun het recht is ontzegd om enige activiteit uit te oefenen waarvoor de registratie of de verlening van een vergunning door een toezichthoudende autoriteit is vereist;

vi)

zij deel hebben uitgemaakt van het leidinggevend orgaan of de directie van een onderneming waartegen een insolventieprocedure is ingeleid, en dat ten minste één jaar voordat deze procedure werd ingeleid;

vii)

zij deel hebben uitgemaakt van het leidinggevend orgaan of de directie van een onderneming waaraan een toezichthoudende autoriteit een sanctie heeft opgelegd, indien zij ten tijde van het opleggen van deze sanctie ten minste één jaar aan de onderneming waren verbonden;

viii)

zij anderszins door een overheidsorgaan, toezichthoudende instantie of beroepsorganisatie zijn beboet of geschorst, uit hun functie zijn ontheven, dan wel een andere sanctie opgelegd hebben gekregen in verband met het verlenen van financiële of datadiensten;

ix)

zij hun bevoegdheid hebben verloren om als directeur of in een andere leidinggevende functie op te treden, dan wel zijn ontslagen als werknemer of uit een andere functie bij een onderneming als gevolg van ernstige fouten of onregelmatigheden.

Wat het bepaalde onder c), i), van dit lid betreft, wordt geen eigen verklaring verlangd indien overeenkomstig het bepaalde onder b) van dit lid een officieel attest wordt overgelegd.

2.   De vergunningsaanvraag bevat de volgende informatie over het leidinggevend orgaan van de aanvragende CSD:

a)

het bewijs van de inachtneming van artikel 27, lid 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014;

b)

een beschrijving van de rollen en verantwoordelijkheden van de leden van het leidinggevend orgaan;

c)

het streefcijfer voor de vertegenwoordiging van het ondervertegenwoordigde geslacht in het leidinggevend orgaan, het desbetreffende beleid voor het behalen van dat streefcijfer en de methode die de aanvragende CSD gebruikt om het streefcijfer, het beleid en de uitvoering ervan openbaar te maken.

3.   De vergunningsaanvraag bevat de volgende informatie over de eigendomsstructuur en aandeelhouders van de aanvragende CSD:

a)

een beschrijving van de in artikel 4, lid 2, onder i), bedoelde eigendomsstructuur van de aanvragende CSD, met inbegrip van een beschrijving van de identiteit en de omvang van de belangen van eventuele entiteiten die zich in een positie bevinden waarin zij zeggenschap over de activiteiten van de aanvragende CSD kunnen uitoefenen;

b)

een lijst van aandeelhouders en personen die zich in een positie bevinden waarin zij rechtstreeks of middellijk zeggenschap over het bestuur van de aanvragende CSD kunnen uitoefenen.

Artikel 14

Beheer van belangenconflicten

1.   Een vergunningsaanvraag bevat de volgende informatie over de gedragslijnen en procedures die overeenkomstig artikel 50 door de aanvragende CSD zijn ingevoerd om potentiële belangenconflicten te detecteren en beheren:

a)

een beschrijving van de gedragslijnen en procedures voor het detecteren en beheren van potentiële belangenconflicten en het op de hoogte brengen van de bevoegde autoriteit van deze potentiële belangenconflicten en van de gevolgde procedure om ervoor te zorgen dat het personeel van de aanvragende CSD van deze gedragslijnen en procedures op de hoogte is;

b)

een beschrijving van de controles en maatregelen die zijn ingevoerd om ervoor te zorgen dat aan de onder a) bedoelde vereisten inzake het beheer van belangenconflicten wordt voldaan;

c)

een beschrijving van de volgende elementen:

i)

de rollen en verantwoordelijkheden van sleutelpersoneel, met name wanneer zij ook in andere entiteiten verantwoordelijkheden dragen;

ii)

regelingen om te garanderen dat personen die een permanent belangenconflict hebben, van het besluitvormingsproces worden uitgesloten en geen relevante informatie ontvangen over de kwesties die door dit permanente belangenconflict worden beïnvloed;

iii)

een ten tijde van de aanvraag actueel register van bestaande belangenconflicten en een beschrijving van de wijze waarop deze belangenconflicten worden beheerd.

2.   Indien de aanvragende CSD deel uitmaakt van een groep, bevat het in lid 1, onder c), iii), bedoelde register een beschrijving van de aan andere ondernemingen binnen de groep toe te schrijven belangenconflicten die verband houden met diensten die door de aanvragende CSD worden verleend, en een beschrijving van de regelingen die zijn ingevoerd om deze belangenconflicten te beheren.

Artikel 15

Vertrouwelijkheid

1.   Een vergunningsaanvraag bevat de gedragslijnen en procedures die de aanvragende CSD heeft ingevoerd om het onrechtmatige gebruik of de onrechtmatige openbaarmaking van vertrouwelijke informatie te voorkomen. Vertrouwelijke informatie omvat het volgende:

a)

informatie over de deelnemers, cliënten, uitgevende instellingen of andere gebruikers van de diensten van de aanvragende CSD;

b)

andere informatie die als gevolg van haar zakelijke activiteiten in het bezit is van de aanvragende CSD en die niet voor commerciële doeleinden mag worden gebruikt.

2.   Een vergunningsaanvraag bevat de volgende informatie over de toegang van het personeel tot informatie waarover de aanvragende CSD beschikt:

a)

de interne procedures die betrekking hebben op toelatingen voor het verkrijgen van toegang tot informatie en die ervoor zorgen dat de gegevenstoegang beveiligd is;

b)

een beschrijving van alle beperkingen op het gebruik van gegevens om vertrouwelijkheidsredenen.

Artikel 16

Gebruikerscomité

Een vergunningsaanvraag bevat de volgende informatie over elk gebruikerscomité:

a)

het mandaat van het gebruikerscomité;

b)

de bestuursregelingen van het gebruikerscomité;

c)

de operationele procedures van het gebruikerscomité;

d)

de toelatingscriteria en het verkiezingsmechanisme voor leden van het gebruikerscomité;

e)

een lijst van voorgestelde leden van het gebruikerscomité en een omschrijving van de belangen die zij vertegenwoordigen.

Artikel 17

Bewaren van vastleggingen

1.   Een vergunningsaanvraag bevat een beschrijving van de door de aanvragende CSD vastgestelde en gehandhaafde systemen, gedragslijnen en procedures voor het bewaren van vastleggingen in overeenstemming met hoofdstuk VIII van deze verordening.

2.   Indien een aanvragende CSD vóór de datum van toepassing van artikel 54 een vergunningsaanvraag indient, bevat de vergunningsaanvraag de volgende informatie:

a)

een analyse van de mate waarin de bestaande systemen, gedragslijnen en procedures voor het bewaren van vaststellingen van de aanvragende CSD aan de vereisten van artikel 54 voldoen;

b)

een uitvoeringsplan waarin wordt aangegeven hoe de aanvragende CSD aan de vereisten van artikel 54 zal voldoen op de datum dat dit artikel in werking treedt.

AFDELING 4

Regels inzake bedrijfsvoering

Artikel 18

Doelstellingen

Een vergunningsaanvraag bevat een beschrijving van de doelstellingen van de aanvragende CSD als bedoeld in artikel 32, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014.

Artikel 19

Afhandeling van klachten

Een vergunningsaanvraag bevat de door de aanvragende CSD vastgestelde procedures voor de afhandeling van klachten.

Artikel 20

Vereisten voor deelname

Een vergunningsaanvraag bevat alle nodige informatie over de deelname aan effectenafwikkelingssystemen die overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) nr. 909/2014 en de artikelen 88, 89 en 90 van deze verordening door de aanvragende CSD worden geëxploiteerd. Deze informatie bevat de volgende gegevens:

a)

de deelnamecriteria die eerlijke en open toegang mogelijk maken voor alle rechtspersonen die deelnemer willen worden aan de effectenafwikkelingssystemen die door de aanvragende CSD worden geëxploiteerd;

b)

de procedures voor het opleggen van disciplinaire maatregelen aan bestaande deelnemers die niet aan de deelnamecriteria voldoen.

Artikel 21

Transparantie

1.   Een vergunningsaanvraag bevat de documenten en informatie over het prijsbeleid van de aanvragende CSD met betrekking tot de in artikel 34 van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde diensten. Deze informatie bevat met name de prijzen en vergoedingen voor alle door de aanvragende CSD verleende kerndiensten en alle bestaande kortingen en terugbetalingen, alsook de voorwaarden om van die reducties te profiteren.

2.   De aanvragende CSD verschaft de bevoegde autoriteit een beschrijving van de methoden die worden gebruikt voor de openbaarmaking van de relevante informatie als bedoeld in artikel 34, leden 1, 2, 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 909/2014.

3.   Een vergunningsaanvraag bevat informatie opdat de bevoegde autoriteit kan beoordelen hoe de aanvragende CSD voornemens is te voldoen aan de vereisten van artikel 34, leden 6 en 7, van Verordening (EU) nr. 909/2014 om de kosten en opbrengsten afzonderlijk te verantwoorden.

Artikel 22

Procedures voor communicatie met deelnemers en andere marktinfrastructuren

Een vergunningsaanvraag bevat de relevante informatie over het gebruik door de aanvragende CSD van internationale open communicatieprocedures en -normen voor berichtenverkeer en van referentiegegevens in haar procedures voor communicatie met deelnemers en andere marktinfrastructuren.

AFDELING 5

Vereisten voor CSD-diensten

Artikel 23

Giralisering

Een vergunningsaanvraag bevat informatie over de procedures voor girale vastlegging die garanderen dat de aanvragende CSD aan artikel 3 van Verordening (EU) nr. 909/2014 voldoet.

Artikel 24

Voorgenomen afwikkelingsdata en maatregelen om mislukte afwikkelingsoperaties te voorkomen en aan te pakken

1.   Een vergunningsaanvraag bevat de volgende informatie over de aanvragende CSD:

a)

de procedures en maatregelen ter voorkoming van mislukte afwikkelingsoperaties in overeenstemming met artikel 6 van Verordening (EU) nr. 909/2014;

b)

de maatregelen voor het aanpakken van mislukte afwikkelingsoperaties in overeenstemming met artikel 7 van Verordening (EU) nr. 909/2014.

2.   Indien een aanvragende CSD een vergunning aanvraagt voordat de artikelen 6 en 7 van Verordening (EU) nr. 909/2014 overeenkomstig artikel 76, leden 4 en 5, van genoemde verordening in werking treden, bevat de vergunningsaanvraag een uitvoeringsplan waarin in detail wordt beschreven hoe de aanvragende CSD aan de vereisten van de artikelen 6 en 7 van Verordening (EU) nr. 909/2014 zal voldoen.

De in artikel 69, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde instellingen nemen in het in de eerste alinea bedoelde uitvoeringsplan een analyse op van de mate waarin hun bestaande regels, procedures, mechanismen en maatregelen aan de vereisten van de artikelen 6 en 7 van Verordening (EU) nr. 909/2014 voldoen.

Artikel 25

Integriteit van de uitgifte

Een vergunningsaanvraag bevat informatie over de regels en procedures van de aanvragende CSD voor het waarborgen van de integriteit van effectenuitgiften als bedoeld in artikel 37 van Verordening (EU) nr. 909/2014 en hoofdstuk IX van deze verordening.

Artikel 26

Bescherming van effecten van deelnemers en hun cliënten

Een vergunningsaanvraag bevat de volgende informatie over de maatregelen die overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EU) nr. 909/2014 zijn genomen om de effecten van de deelnemers van de aanvragende CSD en van hun cliënten te beschermen:

a)

de regels en procedures om de aan de bewaring van effecten verbonden risico's te beperken en te beheren;

b)

een gedetailleerde beschrijving van de verschillende scheidingsniveaus die door de aanvragende CSD worden geboden, een beschrijving van de aan elk niveau verbonden kosten, de commerciële voorwaarden waaronder zij worden aangeboden, de belangrijkste juridische implicaties ervan en het toepasselijke insolventierecht;

c)

de gedragslijnen en procedures voor het verkrijgen van de in artikel 38, lid 7, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde toestemmingen.

Artikel 27

Definitieve karakter van de afwikkeling

Een vergunningsaanvraag bevat informatie over de regels inzake het definitieve karakter van de afwikkeling die overeenkomstig artikel 39 van Verordening (EU) nr. 909/2014 door de aanvragende CSD zijn ingevoerd.

Artikel 28

Afwikkeling van de geldzijde

1.   Een vergunningsaanvraag bevat de procedures voor de afwikkeling van de betalingen in contanten voor elk door de aanvragende CSD geëxploiteerd effectenafwikkelingssysteem in overeenstemming met artikel 40 van Verordening (EU) nr. 909/2014.

2.   De aanvragende CSD geeft aan of de afwikkeling van de betalingen in contanten is uitgevoerd in overeenstemming met artikel 40, leden 1 of 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014.

Indien de CSD voornemens is de afwikkeling van betalingen in contanten uit te voeren in overeenstemming met artikel 40, lid 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014, legt de aanvragende CSD uit waarom afwikkeling in overeenstemming met artikel 40, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 niet praktisch en mogelijk is.

Artikel 29

Regels en procedures bij wanbetaling van een deelnemer

Een vergunningsaanvraag bevat de regels en procedures die de aanvragende CSD heeft ingevoerd om de wanbetaling van een deelnemer te beheren.

Artikel 30

Overboeking van de activa van deelnemers en cliënten in geval van intrekking van de vergunning

Een vergunningsaanvraag bevat informatie over de procedures die de aanvragende CSD heeft ingevoerd om de tijdige en ordelijke afwikkeling en overboeking te waarborgen van de activa van cliënten en deelnemers naar een andere CSD in geval van intrekking van de vergunning van de CSD.

AFDELING 6

Prudentiële vereisten

Artikel 31

Juridische risico's

1.   Een vergunningsaanvraag bevat alle informatie die de bevoegde autoriteit nodig heeft om te kunnen beoordelen of de regels, procedures en contracten van de aanvragende CSD duidelijk, begrijpelijk en in alle betrokken jurisdicties, afdwingbaar zijn in overeenstemming met artikel 43, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014.

2.   Indien de aanvragende CSD voornemens is haar bedrijf in verschillende jurisdicties uit te oefenen, verschaft de aanvragende CSD de bevoegde autoriteit informatie over de maatregelen die in alle jurisdicties zijn getroffen voor het onderkennen en beperken van de risico's die uit potentiële collisie voortvloeien in overeenstemming met artikel 43, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014. In die informatie worden alle juridische beoordelingen opgenomen waarop die maatregelen zijn gebaseerd.

Artikel 32

Algemene zakelijke risico's

1.   De aanvragende CSD verstrekt de bevoegde autoriteit een beschrijving van de risicobeheer- en risicocontrolesystemen en van de IT-instrumenten die zij hanteert om zakelijke risico's te beheersen in overeenstemming met artikel 44 van Verordening (EU) nr. 909/2014.

2.   Indien de aanvragende CSD een risicobeoordeling van een derde partij heeft gekregen, verstrekt zij die beoordeling aan de bevoegde autoriteit, vergezeld van alle relevante informatie ter onderbouwing van deze risicobeoordeling.

Artikel 33

Operationele risico's

1.   Een vergunningsaanvraag bevat informatie die aantoont dat de aanvragende CSD voldoet aan de vereisten voor de beheersing van operationele risico's in overeenstemming met artikel 45 van Verordening (EU) nr. 909/2014 en hoofdstuk X van deze verordening.

2.   Een vergunningsaanvraag bevat ook de volgende informatie over de in artikel 4, lid 2, onder p), van deze verordening bedoelde lijst van diensten:

a)

een kopie van de uitbestedingsovereenkomsten;

b)

de gevolgde methoden om toezicht te houden op het niveau van de dienstverlening van de uitbestede diensten en activiteiten.

Artikel 34

Beleggingsbeleid

Een vergunningsaanvraag bevat bewijsstukken die aantonen dat:

a)

de aanvragende CSD haar financiële activa aanhoudt in overeenstemming met artikel 46, leden 1, 2 en 5, van Verordening (EU) nr. 909/2014 en hoofdstuk XI van deze verordening;

b)

de beleggingen van de aanvragende CSD in overeenstemming zijn met artikel 46, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014 en hoofdstuk XI van deze verordening.

Artikel 35

Kapitaalvereisten

Een vergunningsaanvraag bevat de volgende informatie over de kapitaalvereisten:

a)

informatie die aantoont dat het kapitaal van de aanvragende CSD, inclusief de ingehouden winst en de reserves, voldoet aan de vereisten van artikel 47 van Verordening (EU) nr. 909/2014;

b)

het plan als bedoeld in artikel 47, lid 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014 en eventuele actualiseringen van dat plan, alsook het bewijs dat het plan door het leidinggevend orgaan of door een ter zake bevoegd comité van het leidinggevend orgaan van de aanvragende CSD is goedgekeurd.

AFDELING 7

Artikel 36

CSD-koppelingen

Indien de aanvragende CSD CSD-koppelingen heeft ingesteld of voornemens is in te stellen, bevat de vergunningsaanvraag de volgende informatie:

a)

een beschrijving van de CSD-koppelingen, samen met een beoordeling door de aanvragende CSD van alle potentiële bronnen van risico's die uit dergelijke koppelingsregelingen voortvloeien;

b)

de verwachte of daadwerkelijke afwikkelingsvolumes en waarden van de afwikkelingen die via de CSD-koppelingen worden uitgevoerd;

c)

de procedures voor het identificeren, beoordelen, monitoren en beheren van alle potentiële bronnen van risico die voor de aanvragende CSD zelf en voor haar deelnemers uit de koppelingsregeling voortvloeien, en de passende maatregelen die zijn genomen om deze risico's te beperken;

d)

een beoordeling van de toepasselijkheid van insolventiewetten die op de exploitatie van een CSD-koppeling van toepassing zijn en de gevolgen van deze wetten voor de aanvragende CSD;

e)

andere relevante informatie waarom de bevoegde autoriteit verzoekt om te kunnen beoordelen of CSD-koppelingen voldoen aan de vereisten van artikel 48 van Verordening (EU) nr. 909/2014 en hoofdstuk XII van deze verordening.

AFDELING 8

Toegang tot CSD's

Artikel 37

Toegangsregels

Een vergunningsaanvraag bevat een beschrijving van de te volgen procedures bij de volgende verzoeken om toegang:

a)

van rechtspersonen die deelnemers willen worden in overeenstemming met artikel 33 van Verordening (EU) nr. 909/2014 en hoofdstuk XIII van deze verordening;

b)

van uitgevende instellingen in overeenstemming met artikel 49 van Verordening (EU) nr. 909/2014 en hoofdstuk XIII van deze verordening;

c)

van andere CSD's in overeenstemming met artikel 52 van Verordening (EU) nr. 909/2014 en hoofdstuk XIII van deze verordening;

d)

van andere marktinfrastructuren in overeenstemming met artikel 53 van Verordening (EU) nr. 909/2014 en hoofdstuk XIII van deze verordening.

AFDELING 9

Aanvullende informatie

Artikel 38

Verzoek om aanvullende informatie

De bevoegde autoriteit kan de aanvragende CSD om alle aanvullende informatie verzoeken die nodig is om te kunnen beoordelen of de aanvragende CSD op het moment van de vergunningverlening aan de vereisten van Verordening (EU) nr. 909/2014 voldoet.

HOOFDSTUK IV

DEELNEMINGEN VAN CSD'S IN BEPAALDE ENTITEITEN

(Artikel 18, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Artikel 39

Criteria voor deelnemingen van een CSD

Bij het goedkeuren van een deelneming van een CSD in een rechtspersoon die zich niet bezighoudt met het verlenen van de in de afdelingen A en B van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde diensten, houdt de bevoegde autoriteit rekening met de volgende criteria:

a)

de mate waarin de CSD als gevolg van die deelneming financiële verplichtingen aangaat;

b)

of de CSD voldoende financiële middelen aanhoudt die aan de criteria van artikel 46 van Verordening (EU) nr. 909/2014 voldoen, met het oog op het afdekken van de risico's die het gevolg zijn van:

i)

de garanties die de CSD aan die rechtspersoon heeft verleend;

ii)

alle voorwaardelijke verplichtingen die de CSD ten gunste van die rechtspersoon is aangegaan;

iii)

alle verliesdelingsovereenkomsten of herstelmechanismen van die rechtspersoon;

c)

of de rechtspersoon waarin de CSD een deelneming heeft, diensten verleent die complementair zijn met de door de CSD verleende kerndiensten als bedoeld in artikel 18, lid 4, van Verordening (EU) nr. 909/2014, bijvoorbeeld in het geval van:

i)

een CTP die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012 een vergunning heeft gekregen of is erkend, dan wel

ii)

een handelsplatform in de zin van artikel 2, lid 1, punt 42, van Verordening (EU) nr. 909/2014;

d)

of de deelneming van de CSD resulteert in zeggenschap door de CSD over de rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 21, van Verordening (EU) nr. 909/2014;

e)

de analyse van de CSD van de risico's die uit die deelneming voortvloeien, zoals onder meer een analyse die door een interne of externe auditeur is goedgekeurd, waarin wordt aangetoond dat alle risico's die uit de deelneming voortvloeien, afdoende worden beheerst. De bevoegde autoriteiten houden met name rekening met de volgende aspecten van de analyse van de CSD:

i)

de strategische rechtvaardiging van de deelneming, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van de gebruikers van de CSD, zoals uitgevende instellingen, deelnemers en hun cliënten;

ii)

de financiële risico's en verplichtingen die uit een deelneming van de CSD voortvloeien.

HOOFDSTUK V

TOETSING EN EVALUATIE

(Artikel 22 van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Artikel 40

Aan de bevoegde autoriteit te verstrekken informatie

1.   Voor de toepassing van dit hoofdstuk, omvat een „toetsingsperiode” als omschreven in artikel 1, onder a), de periode tussen de eerste vergunningverlening aan een CSD in overeenstemming met artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 en de eerste toetsing en evaluatie als bedoeld in artikel 22, lid 1, van genoemde verordening.

2.   Ten behoeve van de toetsing en evaluatie als bedoeld in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 verschaft een CSD de bevoegde autoriteit de volgende informatie:

a)

de in de artikelen 41 en 42 beschreven informatie;

b)

een verslag over de activiteiten van de CSD en over de in artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde wezenlijke veranderingen die tijdens de toetsingsperiode zijn aangebracht, alsook alle documenten die hiermee verband houden;

c)

alle door de bevoegde autoriteit verlangde aanvullende informatie die noodzakelijk is om te kunnen beoordelen of de CSD en haar activiteiten tijdens de toetsingsperiode aan het bepaalde in Verordening (EU) nr. 909/2014 voldeden.

3.   Het in lid 2, onder b), bedoelde verslag bevat een verklaring van de CSD inzake de algehele naleving van de bepalingen van Verordening (EU) nr. 909/2014 tijdens de toetsingsperiode.

Artikel 41

Periodieke informatie die relevant is voor de toetsingen

Voor elke toetsingsperiode verstrekt de CSD de bevoegde autoriteit de volgende informatie:

a)

de volledige, meest recentelijk gecontroleerde jaarrekening van de CSD, met inbegrip van de op groepsniveau geconsolideerde jaarrekening;

b)

een samenvatting van de meest recente tussentijdse financiële overzichten van de CSD;

c)

alle besluiten van het leidinggevend orgaan waarbij het advies van het gebruikerscomité is gevolgd, alsook alle besluiten waarbij het leidinggevend orgaan heeft besloten het advies van het gebruikerscomité naast zich neer te leggen;

d)

informatie over alle aanhangige civiele, administratieve of andere gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures waarbij de CSD partij is, en met name die welke op fiscale en insolventiekwesties betrekking hebben en waarmee financiële of reputatiekosten voor de CSD gemoeid kunnen zijn;

e)

informatie over alle civiele, administratieve of andere gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures waarbij een lid van het leidinggevend orgaan of van de directie partij is en die een negatief effect op de CSD kunnen hebben;

f)

alle definitieve uitspraken in de onder d) en e) bedoelde procedures;

g)

een kopie van de resultaten van stresstests met betrekking tot de bedrijfscontinuïteit of van soortgelijke exercities die tijdens de toetsingsperiode hebben plaatsgevonden;

h)

een verslag over de operationele incidenten die zich tijdens de toetsingsperiode hebben voorgedaan en die de vlotte verlening van kerndiensten hebben beïnvloed, alsook de maatregelen die zijn genomen om deze incidenten aan te pakken en de resultaten die deze maatregelen hebben opgeleverd;

i)

een verslag over de prestaties van het effectenafwikkelingssysteem, met inbegrip van een beoordeling van de beschikbaarheid van het systeem tijdens de toetsingsperiode, dagelijks gemeten als het percentage van de tijd dat het systeem operationeel was en conform de overeengekomen parameters functioneerde;

j)

een samenvatting van de door de CSD uitgevoerde soorten handmatige ingrepen;

k)

informatie over het identificeren van de kritieke activiteiten van de CSD, alle wezenlijke wijzigingen in het herstelplan, de resultaten van stressscenario's, de gebeurtenissen die herstel initiëren en de herstelinstrumenten van de CSD;

l)

informatie over eventuele formele klachten die tijdens de toetsingsperiode door de CSD zijn ontvangen, met inbegrip van informatie over de volgende elementen:

i)

de aard van de klacht;

ii)

de manier waarop de klacht is afgehandeld, met inbegrip van de uitkomst van de klacht;

iii)

de datum waarop de behandeling van de klacht werd afgerond;

m)

informatie over alle gevallen waarin de CSD een bestaande of potentiële deelnemer, uitgevende instelling, andere CSD of andere marktinfrastructuur de toegang tot haar diensten heeft geweigerd in overeenstemming met artikel 33, lid 3, artikel 49, lid 3, artikel 52, lid 2, en artikel 53, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014;

n)

een verslag over veranderingen die op door de CSD ingestelde CSD-koppelingen van invloed zijn, met inbegrip van veranderingen in de mechanismen en procedures die voor afwikkeling in deze CSD-koppelingen worden gehanteerd;

o)

informatie over alle gevallen van gedetecteerde belangenconflicten die tijdens de toetsingsperiode zijn ontstaan, met inbegrip van een beschrijving van de manier waarop hiermee is omgegaan;

p)

informatie over interne controles en audits die de CSD tijdens de toetsingsperiode heeft uitgevoerd;

q)

informatie over alle vastgestelde inbreuken op Verordening (EU) nr. 909/2014, met inbegrip van de inbreuken die zijn vastgesteld via het meldingskanaal als bedoeld in artikel 26, lid 5, van Verordening (EU) nr. 909/2014;

r)

gedetailleerde informatie over door de CSD genomen disciplinaire maatregelen, met inbegrip van eventuele gevallen van schorsing van deelnemers in overeenstemming met artikel 7, lid 9, van Verordening (EU) nr. 909/2014, met opgave van de schorsingsperiode en van de reden voor de schorsing;

s)

de algemene zakelijke strategie van de CSD voor een periode van ten minste drie jaar na de laatste toetsing en evaluatie, en een gedetailleerd bedrijfsplan voor de door de CSD verleende diensten dat betrekking heeft op een periode van ten minste één jaar na de laatste toetsing en evaluatie.

Artikel 42

Voor elke toetsing en evaluatie te verstrekken statistische gegevens

1.   De CSD verschaft de bevoegde autoriteit de volgende statistische gegevens voor elke toetsingsperiode:

a)

een lijst van deelnemers aan elk effectenafwikkelingssysteem dat door de CSD wordt geëxploiteerd, met vermelding van hun land van oprichting;

b)

een lijst van uitgevende instellingen en een lijst van effectenuitgiften die zijn vastgelegd in effectenrekeningen die al dan niet centraal worden aangehouden in elk effectenafwikkelingssysteem dat door de CSD wordt geëxploiteerd, met vermelding van het land van oprichting van de uitgevende instellingen en van de identiteit van de uitgevende instellingen waaraan de CSD de in afdeling A, punten 1 en 2, van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde diensten verleent;

c)

de totale marktwaarde en nominale waarde van de effecten die zijn vastgelegd in effectenrekeningen die al dan niet centraal worden aangehouden in elk effectenafwikkelingssysteem dat door de CSD wordt geëxploiteerd;

d)

de nominale en marktwaarde van de onder c) bedoelde effecten, ingedeeld in categorieën op basis van:

i)

de volgende soorten financiële instrumenten:

effecten als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 44, onder a), van Richtlijn 2014/65/EU;

overheidsschuld als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 61, van Richtlijn 2014/65/EU;

effecten als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 44, onder b), van Richtlijn 2014/65/EU, m.u.v. overheidsschuld als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 61, van Richtlijn 2014/65/EU;

effecten als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 44, onder c), van Richtlijn 2014/65/EU;

beursverhandelde fondsen (ETF's) als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 46, van Richtlijn 2014/65/EU;

rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging, m.u.v. ETF's;

geldmarktinstrumenten, m.u.v. overheidsschuld als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 61, van Richtlijn 2014/65/EU;

emissierechten;

overige financiële instrumenten;

ii)

het land van oprichting van de deelnemer;

iii)

het land van oprichting van de uitgevende instelling;

e)

de nominale en marktwaarde van de effecten die voor het eerst zijn vastgelegd in elk effectenafwikkelingssysteem dat door de CSD wordt geëxploiteerd;

f)

de nominale en marktwaarde van de onder e) bedoelde effecten, ingedeeld in categorieën op basis van:

i)

de onder d), i), genoemde soorten financiële instrumenten;

ii)

het land van oprichting van de deelnemer;

iii)

het land van oprichting van de uitgevende instelling;

g)

het totale aantal en de waarde van de afwikkelingsopdrachten tegen betaling en het totale aantal en de waarde van de afwikkelingsopdrachten zonder betaling die in elk effectenafwikkelingssysteem dat door de CSD wordt geëxploiteerd, zijn afgewikkeld;

h)

het totale aantal en de waarde van de afwikkelingsopdrachten, ingedeeld in categorieën op basis van:

i)

de onder d), i), genoemde soorten financiële instrumenten;

ii)

het land van oprichting van de deelnemer;

iii)

het land van oprichting van de uitgevende instelling;

iv)

de afwikkelingsvaluta;

v)

de volgende soorten afwikkelingsopdrachten:

afwikkelingsopdrachten zonder betaling (free of payment, FOP), die bestaan uit afwikkelingsopdrachten voor levering zonder betaling (deliver free of payment, DFP) en voor ontvangst zonder betaling (receive free of payment, RFP);

afwikkelingsopdrachten voor levering tegen betaling (delivery versus payment, DVP) en voor ontvangst tegen betaling (receive versus payment, RVP);

afwikkelingsopdrachten voor levering met betaling (delivery with payment, DWP) en voor ontvangst met betaling (receive with payment, RWP);

afwikkelingsopdrachten met betaling zonder levering (payment free of delivery, PFOD).

vi)

afwikkelingsopdrachten tegen betaling, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen opdrachten waarbij de geldzijde wordt afgewikkeld in overeenstemming met artikel 40, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 en opdrachten waarbij de geldzijde wordt afgewikkeld in overeenstemming met artikel 40, lid 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014;

i)

het aantal en de waarde van buy-intransacties als bedoeld in artikel 7, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014;

j)

het aantal en de waarde van geldboetes als bedoeld in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014;

k)

de totale waarde van uitleningen en leningen van effecten die door de CSD worden verwerkt en waarbij de CSD fungeert als agent of als principaal voor elk van de onder d), i), genoemde soorten financiële instrumenten;

l)

de totale waarde van de via elke CSD-koppeling afgewikkelde afwikkelingsopdrachten, met vermelding van het feit of de CSD de verzoekende CSD is, dan wel de CSD die het verzoek ontvangt;

m)

de waarde van de door de CSD ontvangen of gegeven garanties en toezeggingen in verband met uitleningen en leningen van effecten;

n)

de waarde van kasverrichtingen rond buitenlandse valuta en overdraagbare effecten die verband houden met het langetermijnbeheer voor de deelnemers, met inbegrip van de categorieën instellingen waarvoor de CSD het langetermijnbeheer uitvoert;

o)

het aantal reconciliatieprocessen waarbij het bestaan van onrechtmatige uitgiften van nieuwe of intrekkingen van bestaande effecten als bedoeld in artikel 65, lid 2, werd aangetoond, indien deze processen verband houden met effectenuitgiften die zijn vastgelegd in effectenrekeningen die al dan niet centraal door de CSD worden aangehouden;

p)

het gemiddelde, de mediaan en de modus van de tijd die het verhelpen van de overeenkomstig artikel 65, lid 2, vastgestelde fout in beslag heeft genomen.

De in de eerste alinea, onder g), h) en l), bedoelde waarden worden als volgt berekend:

a)

bij afwikkelingsopdrachten tegen betaling, het afwikkelingsbedrag van de geldzijde;

b)

bij FOP-afwikkelingsopdrachten, de marktwaarde van de financiële instrumenten of, indien deze niet voorhanden is, de nominale waarde van de financiële instrumenten.

2.   De in lid 1 bedoelde marktwaarde wordt op de laatste dag van de toetsingsperiode als volgt berekend:

a)

voor de in artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad (7) genoemde financiële instrumenten die tot de handel op een handelsplatform in de Unie zijn toegelaten, is de marktwaarde de slotkoers op de qua liquiditeit meest relevante markt als bedoeld in artikel 4, lid 6, onder b), van genoemde verordening;

b)

voor andere dan onder a) bedoelde financiële instrumenten die tot de handel op een handelsplatform in de Unie zijn toegelaten, is de marktwaarde de slotkoers van het handelsplatform in de Unie met de hoogste omzet;

c)

voor andere dan onder a) en b) bedoelde financiële instrumenten wordt de marktwaarde bepaald op basis van een prijs die is berekend volgens een vooraf bepaalde methode die is gebaseerd op met marktgegevens samenhangende criteria, zoals op handelsplatformen of bij beleggingsondernemingen beschikbare marktprijzen.

3.   De CSD verschaft de in lid 1 bedoelde waarde in de valuta waarin de effecten luiden of worden afgewikkeld, dan wel in de valuta waarin het krediet wordt verstrekt. De bevoegde autoriteit kan de CSD verzoeken deze waarde in de valuta van de lidstaat van herkomst van de CSD of in euro te verstrekken.

4.   Ten behoeve van de statistische rapportage door een CSD kan de bevoegde autoriteit algoritmes of beginselen voor gegevensaggregatie vaststellen.

Artikel 43

Andere informatie

In de documenten die overeenkomstig artikel 41 door de CSD aan de bevoegde autoriteit worden verstrekt, wordt het volgende aangegeven:

a)

of een document voor het eerst wordt verstrekt, dan wel reeds eerder is verstrekt maar tijdens de toetsingsperiode is bijgewerkt;

b)

het door de CSD toegewezen unieke referentienummer van het document;

c)

de titel van het document;

d)

het hoofdstuk, de afdeling of de bladzijde van het document waarin tijdens de toetsingsperiode wijzigingen zijn aangebracht en alle aanvullende uitleg in verband met de wijzigingen die tijdens de toetsingsperiode zijn aangebracht.

Artikel 44

Aan de in artikel 22, lid 7, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde autoriteiten te verstrekken informatie

Voor elke toetsingsperiode verstrekt de bevoegde autoriteit de volgende informatie aan de in artikel 22, lid 7, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde autoriteiten:

a)

een verslag over de evaluatie door de bevoegde autoriteit van de risico's waaraan de CSD is of kan zijn blootgesteld of die zij met zich meebrengt voor de vlotte werking van de effectenmarkten;

b)

alle beoogde of definitieve verhelpende maatregelen of boeten die naar aanleiding van de toetsing en evaluatie aan de CSD worden opgelegd.

Indien van toepassing, bevat het onder a) bedoelde verslag de resultaten van de analyse door de bevoegde autoriteit van de naleving door de CSD van de vereisten van artikel 24, lid 2, en de door de CSD ingediende relevante documenten en informatie als bedoeld in artikel 24, lid 2.

Artikel 45

Uitwisseling van informatie tussen de in artikel 22, lid 8, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde bevoegde autoriteiten

1.   Tijdens de toetsing en evaluatie zendt de bevoegde autoriteit alle door de CSD verstrekte relevante informatie over personeelsleden, sleutelfiguren, functies, diensten of systemen die deze CSD deelt met andere CSD's waarmee zij de in artikel 17, lid 6, onder a), b) en c), van Verordening (EU) nr. 909/2014 beschreven soorten relaties onderhoudt, binnen 10 werkdagen na ontvangst van deze informatie naar de in artikel 22, lid 8, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde bevoegde autoriteiten.

2.   Na de toetsing en evaluatie zendt de bevoegde autoriteit de volgende informatie naar de in artikel 22, lid 8, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde bevoegde autoriteiten:

a)

een verslag over de evaluatie door de bevoegde autoriteit van de risico's waaraan de CSD is of kan zijn blootgesteld of die zij met zich meebrengt voor de vlotte werking van de effectenmarkten;

b)

alle beoogde of definitieve verhelpende maatregelen of boeten die naar aanleiding van de toetsing en evaluatie aan de CSD worden opgelegd.

HOOFDSTUK VI

ERKENNING VAN EEN IN EEN DERDE LAND GEVESTIGDE CSD

(Artikel 25, lid 6, van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Artikel 46

Inhoud van de aanvraag

1.   Een erkenningsaanvraag bevat de in bijlage I beschreven informatie.

2.   Een erkenningsaanvraag:

a)

wordt ingediend op een duurzame drager;

b)

wordt zowel op papier als langs elektronische weg ingediend, waarbij voor de elektronische versie wordt gebruikgemaakt van open formaten die gemakkelijk kunnen worden gelezen;

c)

wordt ingediend in een taal die in internationale financiële kringen pleegt te worden gebruikt, met inbegrip van vertalingen naar deze taal indien de oorspronkelijke documenten niet zijn opgesteld in de taal die in internationale financiële kringen pleegt te worden gebruikt;

d)

bevat een uniek referentienummer voor elk bijgevoegd document.

3.   De aanvragende CSD verschaft bewijsmateriaal ter staving van de in bijlage I beschreven informatie.

HOOFDSTUK VII

INSTRUMENTEN VOOR HET MONITOREN VAN RISICO'S

(Artikel 26, leden 1 tot en met 7, van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Artikel 47

Instrumenten voor het monitoren van risico's van CSD's

1.   In het kader van haar bestuursregelingen stelt een CSD gedocumenteerde gedragslijnen, procedures en systemen vast voor het onderkennen, meten, monitoren, beheren en rapporteren van de risico's waaraan de CSD mogelijk is blootgesteld en die de CSD vormt voor andere entiteiten, zoals haar deelnemers en hun cliënten, alsook gekoppelde CSD's, CTP's, handelsplatformen, betalingssystemen, afwikkelingsbanken, liquiditeitsverschaffers en beleggers.

De CSD geeft de in de eerste alinea bedoelde gedragslijnen, procedures en systemen zodanig vorm dat ervoor wordt gezorgd dat gebruikers en, in voorkomend geval, hun cliënten de risico's die zij voor de CSD vormen, op passende wijze beheren en aanpakken.

2.   Voor de toepassing van lid 1 hebben de bestuursregelingen van de CSD onder meer betrekking op het volgende:

a)

de samenstelling, rol, verantwoordelijkheden en de procedures met betrekking tot de benoeming, prestatiebeoordeling en verantwoordingsplicht van het leidinggevend orgaan en van zijn comités voor risicomonitoring;

b)

de structuur, rol, verantwoordelijkheden en de procedures voor de benoeming en prestatiebeoordeling van de directie;

c)

de rapportagelijnen tussen de directie en het leidinggevend orgaan.

De in de eerste alinea bedoelde bestuursregelingen worden duidelijk toegelicht en goed gedocumenteerd.

3.   Een CSD bepaalt en preciseert de taken van de volgende functies:

a)

een risicobeheerfunctie;

b)

een technologiefunctie;

c)

een compliance- en internecontrolefunctie;

d)

een interneauditfunctie.

Voor elke functie wordt een goed gedocumenteerde beschrijving gegeven van haar taken, de benodigde autoriteit, middelen, deskundigheid en toegang tot alle voor de uitvoering van deze taken dienstige informatie.

Elke functie functioneert onafhankelijk van de andere functies van de CSD.

Artikel 48

Comités voor risicomonitoring

1.   Een CSD richt de volgende comités op:

a)

een risicocomité verantwoordelijk voor het adviseren van het leidinggevend orgaan over de algehele huidige en toekomstige risicotolerantie en -strategie van de CSD;

b)

een auditcomité verantwoordelijk voor het adviseren van het leidinggevend orgaan over het functioneren van de interneauditfunctie van de CSD, waarop het tevens toezicht houdt;

c)

een beloningscomité verantwoordelijk voor het adviseren van het leidinggevend orgaan over het beloningsbeleid van de CSD, waarop het tevens toezicht houdt.

2.   Elk comité wordt voorgezeten door een persoon die beschikt over passende ervaring op het bevoegdheidsgebied van het betrokken comité en die onafhankelijk is van de bij het dagelijks bestuur van de CSD betrokken leden van het leidinggevend orgaan.

De meerderheid van de leden van elke comité is niet bij het dagelijks bestuur betrokken.

De CSD stelt voor elk comité een mandaat en procedures vast die duidelijk en openbaar zijn en zorgt ervoor dat de comités waar nodig toegang hebben tot advies van externe deskundigen.

Artikel 49

Verantwoordelijkheden van het sleutelpersoneel met betrekking tot de risico's

1.   Een CSD heeft adequaat personeel om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen. Een CSD deelt haar personeel niet met andere groepsentiteiten, tenzij onder de voorwaarden van een schriftelijke uitbestedingsregeling in overeenstemming met artikel 30 van Verordening (EU) nr. 909/2014.

2.   Het leidinggevend orgaan heeft ten minste de volgende verantwoordelijkheden:

a)

vaststellen van goed gedocumenteerde gedragslijnen, procedures en processen die het leidinggevend orgaan, de directie en de comités in acht moeten nemen;

b)

formuleren van duidelijke doelstellingen en strategieën voor de CSD;

c)

uitoefenen van effectief toezicht op de directie;

d)

vaststellen van adequate gedragslijnen voor de beloning;

e)

garanderen van toezicht op de risicobeheerfunctie en nemen van de beslissingen die met risicobeheer te maken hebben;

f)

garanderen van de onafhankelijkheid van en zorgen voor toereikende middelen voor de in artikel 47, lid 3, bedoelde functies;

g)

uitoefenen van toezicht op uitbestedingsregelingen;

h)

monitoren en garanderen van de inachtneming van alle relevante regelgevings- en toezichtsvereisten;

i)

afleggen van verantwoording aan aandeelhouders of andere eigenaren, werknemers, gebruikers en andere relevante belanghebbenden;

j)

goedkeuren van de planning en evalueren van interne audits;

k)

regelmatig evalueren en bijwerken van de bestuursregelingen van de CSD.

Indien het leidinggevend orgaan of zijn leden taken delegeren, blijven zij verantwoordelijk voor de besluiten die op de vlotte dienstverlening door de CSD van invloed kunnen zijn.

De eindverantwoordelijkheid voor het beheer van de risico's van de CSD blijft bij het leidinggevend orgaan berusten. Het leidinggevend orgaan definieert, bepaalt en documenteert een passend niveau van risicotolerantie en risicodragend vermogen voor de CSD en voor alle diensten die de CSD verleent. Het leidinggevend orgaan en de directie zorgen ervoor dat de gedragslijnen, procedures en controles van de CSD in overeenstemming zijn met de risicotolerantie en het risicodragend vermogen van de CSD en dat deze gedragslijnen, procedures en controles ingaan op de wijze waarop de CSD risico's onderkent, rapporteert, monitort en beheert.

3.   De directie heeft ten minste de volgende verantwoordelijkheden:

a)

garanderen dat de activiteiten van de CSD aansluiten op de door het leidinggevend orgaan bepaalde doelstellingen en strategie van de CSD;

b)

ontwikkelen en vaststellen van risicobeheer-, technologie-, compliance en internecontroleprocedures die de doelstellingen van de CSD ondersteunen;

c)

regelmatig toetsen en testen van risicobeheer-, technologie-, compliance- en internecontroleprocedures;

d)

ervoor zorgen dat er voldoende middelen worden ingezet voor risicobeheer, technologie, compliance en interne controle en voor interne audits.

4.   Een CSD stelt duidelijk afgebakende, consistente en goed gedocumenteerde verantwoordelijkheden vast. Een CSD beschikt over duidelijke en rechtstreekse rapportagelijnen tussen de leden van haar leidinggevend orgaan en de directie om ervoor te zorgen dat de directie verantwoording verschuldigd is voor haar prestaties. De rapportagelijnen voor de risicobeheer-, compliance-, internecontrole- en interneauditfuncties zijn duidelijk en gescheiden van die voor de operationele functies van de CSD.

5.   Een CSD heeft een hoofd Risicobeheer die zorg draagt voor de implementatie van het risicobeheerkader, met inbegrip van de gedragslijnen en procedures die door het leidinggevend orgaan zijn vastgesteld.

6.   Een CSD heeft een hoofd Technologie die zorg draagt voor de implementatie van het technologiekader, met inbegrip van de gedragslijnen en procedures die door het leidinggevend orgaan zijn vastgesteld.

7.   Een CSD heeft een hoofd Compliance die zorg draagt voor de implementatie van het compliance- en internecontrolekader, met inbegrip van de gedragslijnen en procedures die door het leidinggevend orgaan zijn vastgesteld.

8.   Een CSD zorgt ervoor dat de functies van hoofd Risicobeheer, hoofd Compliance en hoofd Technologie worden bekleed door verschillende personen, die medewerkers zijn van de CSD of van een entiteit die deel uitmaakt van dezelfde groep als de CSD. Voor elk van deze functies is één persoon verantwoordelijk.

9.   De CSD stelt procedures vast om te waarborgen dat het hoofd Risicobeheer, het hoofd Technologie en het hoofd Compliance rechtstreeks toegang hebben tot het leidinggevend orgaan.

10.   Personen die als hoofd Risicobeheer, hoofd Compliance of hoofd Technologie zijn aangesteld, kunnen andere taken binnen de CSD uitvoeren, mits er in de bestuursregelingen specifieke procedures zijn vastgelegd om alle belangenconflicten die uit deze taken kunnen voortvloeien, te detecteren en te beheren.

Artikel 50

Belangenconflicten

1.   Een CSD voert een gedragslijn in met betrekking tot belangenconflicten die worden veroorzaakt door of van invloed zijn op de CSD of haar activiteiten, ook wat haar uitbestedingsregelingen betreft.

2.   Indien een CSD deel uitmaakt van een groep ondernemingen, wordt er in haar organisatorische en administratieve regelingen rekening gehouden met alle omstandigheden waarvan de CSD zich bewust is of zou moeten zijn en die kunnen leiden tot belangenconflicten die ontstaan als gevolg van de structuur en zakelijke activiteiten van andere ondernemingen van dezelfde groep.

3.   Indien een CSD de functies van hoofd Risicobeheer, hoofd Compliance, hoofd Technologie of interne audit met andere groepsentiteiten deelt, garanderen de bestuursregelingen dat er op passende wijze wordt omgegaan met de belangenconflicten op groepsniveau die hiermee samenhangen.

4.   De in artikel 26, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde organisatorische en administratieve regelingen bevatten een beschrijving van de omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot een belangenconflict dat een wezenlijk risico met zich brengt dat de belangen van één of meer gebruikers van de CSD of hun cliënten worden geschaad, alsook van de procedures die moeten worden gevolgd en de maatregelen die moeten worden getroffen om deze belangenconflicten te beheren.

5.   Bij de beschrijving van de in lid 4 bedoelde omstandigheden wordt rekening gehouden met het feit of een lid van het leidinggevend orgaan, de directie of het personeel van de CSD, dan wel een persoon die directe of indirecte banden heeft met deze personen of de CSD:

a)

een persoonlijk belang heeft in het gebruik van de diensten, materialen en apparatuur van de CSD voor een andere commerciële activiteit;

b)

een persoonlijk of financieel belang heeft in een andere entiteit die overeenkomsten sluit met de CSD;

c)

een deelneming of persoonlijk belang heeft in een andere entiteit die diensten verleent die de CSD gebruikt, met inbegrip van entiteiten waaraan de CSD diensten of activiteiten uitbesteedt;

d)

een persoonlijk belang heeft in een entiteit die de diensten van de CSD gebruikt;

e)

banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die invloed uitoefent op de activiteiten van een entiteit die de diensten verleent die door de CSD worden gebruikt of die gebruikmaakt van de diensten die door de CSD worden verleend;

f)

lid is van het leidinggevend orgaan of een ander orgaan of comité van een entiteit die de diensten verleent die door de CSD worden gebruikt of die gebruikmaakt van de diensten die door de CSD worden verleend.

Voor de toepassing van dit lid wordt onder „directe of indirecte band” verstaan de echtgenoot/echtgenote of wettelijke partner, eerstegraads of tweedegraads familieleden in rechtstreekse opgaande of neergaande lijn en hun echtgenoten of wettelijke partners, broers en zussen en hun echtgenoten of wettelijke partners en alle personen die hetzelfde woonadres of dezelfde gebruikelijke verblijfplaats hebben als de medewerkers, managers of leden van het leidinggevend orgaan.

6.   Een CSD neemt alle redelijke maatregelen om te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van de in haar systemen opgeslagen informatie en dat die informatie voor andere bedrijfsactiviteiten wordt gebruikt. Een natuurlijke persoon die toegang heeft tot de informatie die in een CSD is vastgelegd of een rechtspersoon die tot dezelfde groep als de CSD behoort, gebruikt de informatie die in die CSD is vastgelegd niet voor commerciële doeleinden zonder hiervoor eerst de schriftelijke toestemming te hebben gekregen van de persoon op wie de informatie betrekking heeft.

Artikel 51

Auditmethoden

1.   De interneauditfunctie van de CSD heeft de volgende verantwoordelijkheden:

a)

vaststellen, uitvoeren en bijhouden van een integraal auditplan om de geschiktheid en doeltreffendheid van de systemen, risicobeheerprocessen, interne controlemechanismen, gedragslijnen voor beloning, bestuursregelingen, activiteiten en verrichtingen, met inbegrip van uitbestede activiteiten, van de CSD te onderzoeken en te evalueren;

b)

ten minste eenmaal per jaar evalueren van het auditplan en verslag daarover uitbrengen aan de bevoegde autoriteit;

c)

uitvoeren van een uitgebreide, risicogebaseerde audit;

d)

doen van aanbevelingen op basis van het resultaat van de overeenkomstig punt a) uitgevoerde werkzaamheden en nagaan of die aanbevelingen zijn nageleefd;

e)

melden van interne auditkwesties aan het leidinggevend orgaan;

f)

onafhankelijk van de directie fungeren en direct rapporteren aan het leidinggevend orgaan;

g)

ervoor zorgen dat speciale audits op korte termijn kunnen worden uitgevoerd naar aanleiding van specifieke gebeurtenissen.

2.   Indien de CSD tot een groep behoort, kan de interneauditfunctie op groepsniveau worden uitgevoerd, mits aan de volgende vereisten wordt voldaan:

a)

de functie is gescheiden en onafhankelijk van de andere functies en activiteiten van de groep;

b)

de functie rapporteert rechtstreeks aan het leidinggevend orgaan van de CSD;

c)

de regeling met betrekking tot de uitvoering van de interneauditfunctie vormt geen beletsel voor de uitoefening van de toezicht- en de controlefunctie, ook niet voor toegang ter plaatse om alle relevante informatie te verkrijgen die nodig is om die functies te vervullen.

3.   De CSD evalueert de interneauditfunctie.

Met het oog op de evaluatie van de interneauditfunctie worden de resultaten van de interneauditactiviteiten continu gemonitord en worden er periodieke beoordelingen uitgevoerd door middel van zelfbeoordelingen door het auditcomité, dan wel door andere personen binnen de CSD of de groep die voldoende kennis bezitten van auditpraktijken.

Er wordt ten minste om de vijf jaar een externe evaluatie van de interneauditfunctie uitgevoerd door een gekwalificeerde en onafhankelijke beoordelaar van buiten de CSD en haar groepsstructuur.

4.   De activiteiten, risicobeheerprocessen, internecontrolemechanismen en de vastleggingen van een CSD worden regelmatig aan interne of externe audits onderworpen.

De regelmaat waarmee audits worden uitgevoerd, wordt bepaald op basis van een gedocumenteerde risicobeoordeling. De in de eerste alinea bedoelde audits worden ten minste om de twee jaar uitgevoerd.

5.   De CSD stelt elk jaar een jaarrekening op, die wordt gecontroleerd door wettelijke auditeurs of auditkantoren die overeenkomstig Richtlijn 2006/43/EG zijn goedgekeurd.

Artikel 52

Delen van auditbevindingen met het gebruikerscomité

1.   In de volgende gevallen deelt een CSD auditbevindingen met het gebruikerscomité:

a)

indien de bevindingen verband houden met de criteria voor het toelaten van uitgevende instellingen of gebruikers tot hun respectieve effectenafwikkelingssystemen die door de CSD's worden geëxploiteerd;

b)

indien de bevindingen verband houden met enigerlei ander aspect van het mandaat van het gebruikerscomité;

c)

indien de bevindingen van invloed kunnen zijn op het niveau van de dienstverlening van een CSD, zoals onder meer het waarborgen van de bedrijfscontinuïteit.

2.   Leden van het gebruikerscomité ontvangen geen informatie waardoor zij eventueel een concurrentievoordeel krijgen.

HOOFDSTUK VIII

BEWAREN VAN VASTLEGGINGEN

(Artikel 29, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Artikel 53

Algemene vereisten

1.   Een CSD houdt te allen tijde volledige en nauwkeurige vastleggingen bij van al haar activiteiten die in deze verordening worden vermeld, ook wanneer er zich verstorende gebeurtenissen voordoen waardoor het bedrijfscontinuïteitsbeleid en het noodherstelplan in werking treden. Deze vastleggingen zijn gemakkelijk toegankelijk.

2.   Voor elke individuele dienst die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 909/2014 door de CSD wordt verleend, worden afzonderlijke vastleggingen bewaard.

3.   Een CSD bewaart de vastleggingen op een duurzame drager waarop de informatie aan de in artikel 29, lid 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde autoriteiten kan worden verstrekt. Het systeem voor het bewaren van vastleggingen garandeert dat aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

elke hoofdfase van de verwerking van vastleggingen door de CSD kan worden gereconstrueerd;

b)

de oorspronkelijke inhoud van een vastlegging vóór correcties of andere wijzigingen kan worden vastgelegd, getraceerd en opgehaald;

c)

er zijn maatregelen getroffen om onrechtmatige wijziging van vastleggingen te voorkomen;

d)

er zijn maatregelen getroffen om de veiligheid en vertrouwelijkheid van de vastgelegde gegevens te garanderen;

e)

het systeem voor het bewaren van vastleggingen omvat een mechanisme voor het opsporen en corrigeren van fouten;

f)

het systeem voor het bewaren van vastleggingen maakt tijdig herstel van de vastleggingen mogelijk in geval van een systeemstoring.

Artikel 54

(Stroom)vastleggingen van transacties/afwikkelingsopdrachten

1.   Een CSD bewaart vastleggingen van alle door haar verwerkte transacties, afwikkelingsopdrachten en met afwikkelingsbeperkingen verband houdende opdrachten en zorgt ervoor dat deze vastleggingen alle nodige informatie bevatten om deze transacties en opdrachten nauwkeurig te kunnen identificeren.

2.   Al naargelang de afwikkelingsopdracht of afwikkelingsbeperkingen alleen op effecten, alleen op contanten of zowel op effecten als contanten betrekking heeft/hebben, legt een CSD onmiddellijk na ontvangst van de desbetreffende informatie voor elke ontvangen afwikkelingsopdracht en met afwikkelingsbeperkingen verband houdende opdrachten de volgende gegevens vast en werkt deze bij:

a)

soort afwikkelingsopdracht als bedoeld in artikel 42, lid 1, onder h), v);

b)

soort transactie, waarbij de volgende soorten worden onderscheiden:

i)

aankoop of verkoop van effecten;

ii)

transacties i.v.m. zekerhedenbeheer;

iii)

uitleningen/leningen van effecten;

iv)

retrocessietransacties;

v)

andere;

c)

unieke opdrachtreferentie van de deelnemer;

d)

transactiedatum;

e)

voorgenomen afwikkelingsdatum;

f)

tijdstempel van de afwikkeling;

g)

tijdstempel met het tijdstip waarop de afwikkelingsopdracht in het effectenafwikkelingssysteem is ingevoerd;

h)

tijdstempel met het tijdstip van onherroepelijkheid van de afwikkelingsopdracht;

i)

tijdstempel van de matching in geval van gematchte afwikkelingsopdrachten;

j)

identificatiecode van de effectenrekening;

k)

identificatiecode van de kasrekening;

l)

identificatiecode van de afwikkelingsbank;

m)

identificatiecode van de deelnemer die de opdracht geeft;

n)

identificatiecode van de tegenpartij van de deelnemer die de opdracht geeft;

o)

identificatiecode van de cliënt van de deelnemer die de opdracht geeft, indien bekend bij de CSD;

p)

identificatiecode van de cliënt van de tegenpartij van de deelnemer die de opdracht geeft, indien bekend bij de CSD;

q)

identificatiecode van de effecten;

r)

afwikkelingsvaluta;

s)

bedrag van de afwikkeling in contanten;

t)

hoeveelheid of nominaal bedrag van de effecten;

u)

status van de afwikkelingsopdracht, met inbegrip van:

i)

nog niet afgewikkelde opdrachten die nog op de voorgenomen afwikkelingsdatum kunnen worden afgewikkeld;

ii)

mislukte afwikkelingsopdrachten die niet meer op de voorgenomen afwikkelingsdatum kunnen worden afgewikkeld;

iii)

volledig afgewikkelde afwikkelingsopdrachten;

iv)

gedeeltelijk afgewikkelde afwikkelingsopdrachten, met vermelding van het afgewikkelde gedeelte en het ontbrekende gedeelte van ofwel financiële instrumenten, ofwel contanten;

v)

geannuleerde afwikkelingsopdrachten, met vermelding of deze door het systeem of door de deelnemer zijn geannuleerd.

Voor elk van de in de eerste alinea genoemde categorieën afwikkelingsopdrachten wordt de volgende informatie vastgelegd:

a)

of een opdracht wel of niet gematcht is;

b)

of een opdracht gedeeltelijk kan worden afgewikkeld;

c)

of een opdracht in de wacht staat;

d)

in voorkomend geval, de redenen waarom de opdracht nog niet is afgewikkeld of is mislukt

e)

handelslocatie;

f)

indien van toepassing, afwikkelingslocatie.

Indien er overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014 een buy-inproces is gestart, nadere bijzonderheden over:

i)

de eindresultaten van het buy-inproces, uiterlijk op de laatste werkdag van de uitstelperiode, met vermelding van het aantal en de waarde van de financiële instrumenten indien de buy-in gedeeltelijk of volledig is geslaagd;

ii)

de betaling van een contante vergoeding, met vermelding van het bedrag van de contante vergoeding, indien de buy-in niet mogelijk is, mislukt is of gedeeltelijk is geslaagd;

iii)

de annulering van de oorspronkelijke afwikkelingsopdracht;

iv)

voor elke mislukte afwikkelingsoperatie, de bedragen van de in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde geldboetes.

Artikel 55

(Stand)vastleggingen van posities

1.   Een CSD bewaart vastleggingen van de posities met betrekking tot alle effectenrekeningen die zij aanhoudt. Er worden gescheiden vastleggingen bewaard voor alle rekeningen die overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EU) nr. 909/2014 worden aangehouden.

2.   Een CSD houdt vastleggingen bij van de volgende informatie:

a)

identificatiecode van elke uitgevende instelling waaraan de CSD de in afdeling A, punten 1 of 2, van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde kerndiensten verleent;

b)

identificatiecode van elke effectenuitgifte waarvoor de CSD de in afdeling A, punten 1 of 2, van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde kerndiensten verleent, het recht waaronder de door de CSD vastgelegde effecten vallen, en het land van oprichting van de uitgevende instellingen van elke effectenuitgifte;

c)

identificatiecode van elke effectenuitgifte die is vastgelegd in effectenrekeningen die niet centraal door de CSD worden aangehouden, het recht waaronder de door de CSD vastgelegde effecten vallen, en het land van oprichting van de uitgevende instellingen van elke effectenuitgifte;

d)

identificatiecode van de emittent-CSD of van de relevante entiteit van een derde land die vergelijkbare functies uitvoert voor een emittent-CSD voor elke onder c) bedoelde effectenuitgifte;

e)

identificatiecodes van de effectenrekeningen van de uitgevende instelling, in het geval van emittent-CSD's;

f)

identificatiecodes van de kasrekeningen van de uitgevende instelling, in het geval van emittent-CSD's;

g)

identificatiecodes van de door elke uitgevende instelling gebruikte afwikkelingsbanken, in het geval van emittent-CSD's;

h)

identificatiecodes van de deelnemers;

i)

land van oprichting van de deelnemers;

j)

identificatiecodes van de effectenrekeningen van de deelnemers;

k)

identificatiecodes van de kasrekeningen van de deelnemers;

l)

identificatiecodes van de door elke deelnemer gebruikte afwikkelingsbanken;

m)

land van oprichting van de door elke deelnemer gebruikte afwikkelingsbanken.

3.   Aan het einde van elke werkdag legt een CSD voor elke positie de volgende gedetailleerde gegevens vast, voor zover deze relevant zijn voor de positie:

a)

identificatiecodes van deelnemers en andere rekeninghouders;

b)

soort effectenrekeningen, al naargelang een effectenrekening toebehoort aan een deelnemer („eigen rekening van een deelnemer”), aan één van zijn cliënten („scheiding individuele cliënt”) of aan verschillende van zijn cliënten („omnibus-scheiding van cliënten”);

c)

voor elke effectenidentificatiecode (ISIN), eindedagsaldi van de effectenrekeningen, met inbegrip van het aantal effecten;

d)

voor elke onder c) bedoelde effectenrekening en ISIN-code, het aantal effecten waarop afwikkelingsbeperkingen van toepassing zijn, het soort beperking en de identiteit van de begunstigde van de beperkingen, aan het einde van de dag.

4.   Een CSD bewaart vastleggingen van mislukte afwikkelingsoperaties en van de maatregelen die zij en haar deelnemers overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van Verordening (EU) nr. 909/2014 hebben getroffen om mislukte afwikkelingsoperaties te voorkomen en aan te pakken.

Artikel 56

Vastleggingen van nevendiensten

1.   Een CSD bewaart de in bijlage II bij deze verordening genoemde soorten vastleggingen voor alle nevendiensten die de CSD overeenkomstig de afdelingen B en C van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 verleent, met inbegrip van de eindedagsaldi van de kasrekeningen die de CSD of de aangewezen kredietinstelling voor elke valuta beschikbaar stelt.

2.   Indien een CSD andere nevendiensten verleent dan die welke uitdrukkelijk in de afdelingen B of C van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 worden genoemd, bewaart zij toereikende vastleggingen van deze diensten.

Artikel 57

Bedrijfsbescheiden

1.   Een CSD houdt toereikende en ordelijke vastleggingen bij van activiteiten die met haar bedrijfsvoering en interne organisatie verband houden.

2.   De in lid 1 bedoelde vastleggingen weerspiegelen alle wezenlijke wijzigingen in de documenten in het bezit van de CSD en bevatten de volgende informatie:

a)

de organisatieschema's van het leidinggevend orgaan, de directie, relevante comités, operationele eenheden en alle andere eenheden en onderdelen van de CSD;

b)

de identiteit van de aandeelhouders, ongeacht of het natuurlijke of rechtspersonen betreft, die rechtstreeks of middellijk zeggenschap uitoefenen over het bestuur van de CSD of die deelnemingen hebben in het kapitaal van de CSD en de waarde van deze deelnemingen;

c)

deelnemingen van de CSD in het kapitaal van andere rechtspersonen;

d)

de documenten waaruit de gedragslijnen, procedures en processen blijken die verplicht zijn uit hoofde van de organisatorische vereisten van de CSD, en die verband houden met de diensten die door de CSD worden verleend;

e)

de notulen van de vergaderingen van het leidinggevend orgaan en van vergaderingen van comités van de directie en van andere comités;

f)

de notulen van de vergaderingen van de gebruikerscomités;

g)

de eventuele notulen van raadplegingsgroepen van deelnemers en cliënten;

h)

verslagen van interne en externe audits, risicobeheerverslagen en verslagen over interne controles en compliance, met inbegrip van de reacties van de directie op die verslagen;

i)

alle uitbestedingsovereenkomsten;

j)

bedrijfscontinuïteitsbeleid en noodherstelplan;

k)

vastleggingen die alle activa, verplichtingen en kapitaalrekeningen van de CSD weergeven;

l)

vastleggingen die alle kosten en opbrengsten weergeven, met inbegrip van de kosten en opbrengsten die overeenkomstig artikel 34, lid 6, van Verordening (EU) nr. 909/2014 afzonderlijk worden verantwoord;

m)

ontvangen formele klachten, met informatie over de naam en het adres van de klager, de datum van ontvangst van de klacht, de naam van alle in de klacht genoemde personen, een beschrijving van de aard en inhoud van de klacht en de datum waarop de klacht opgelost was;

n)

vastleggingen van eventuele onderbrekingen van diensten of storingen, met inbegrip van een gedetailleerd verslag over het tijdstip en de effecten van de onderbreking of storing en de genomen herstelmaatregelen;

o)

vastleggingen van de resultaten van de backtests en stresstests die zijn uitgevoerd door de CSD's die bancaire nevendiensten verlenen;

p)

schriftelijke communicatie met de bevoegde autoriteit, de ESMA en de relevante autoriteiten;

q)

overeenkomstig de relevante bepalingen inzake organisatorische vereisten ontvangen juridische adviezen in overeenstemming met hoofdstuk VII van deze verordening;

r)

documentatie over koppelingsregelingen in overeenstemming met hoofdstuk XII van deze verordening;

s)

tarieven en vergoedingen die voor de verschillende diensten in rekening worden gebracht, met inbegrip van eventuele kortingen of terugbetalingen.

Artikel 58

Aanvullende vastleggingen

Een CSD houdt de aanvullende vastleggingen bij waarom de bevoegde autoriteit verzoekt opdat zij toezicht kan houden op de naleving door de CSD van Verordening (EU) nr. 909/2014.

HOOFDSTUK IX

RECONCILIATIEMAATREGELEN

(Artikel 37, lid 4, van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Artikel 59

Algemene reconciliatiemaatregelen

1.   Een CSD voert reconciliatiemaatregelen als bedoeld in artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 uit voor alle effectenuitgiften die zijn vastgelegd in effectenrekeningen die al dan niet centraal door de CSD worden aangehouden.

Voor elke effectenuitgifte en elke effectenrekening die al dan niet centraal door de CSD wordt aangehouden, vergelijkt de CSD het vorige eindedagssaldo met alle afwikkelingen die in de loop van de dag zijn verwerkt en het actuele eindedagssaldo.

Een CSD voert een dubbele boekhouding, waarbij er voor elke creditering op een effectenrekening die al dan niet centraal door de CSD wordt aangehouden, sprake is van een overeenkomstige debitering op een andere effectenrekening die door dezelfde CSD wordt aangehouden.

2.   De in artikel 26, lid 6, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde audits garanderen dat de vastleggingen van een CSD met betrekking tot effectenuitgiften correct zijn en dat haar in artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde reconciliatiemaatregelen en in artikel 37, lid 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde maatregelen met betrekking tot de samenwerking en informatie-uitwisseling met derde partijen in verband met de reconciliatie adequaat zijn.

3.   Indien het reconciliatieproces betrekking heeft op effecten die aan immobilisatie onderhevig zijn, voorziet een CSD in adequate maatregelen om de fysieke effecten te beschermen tegen diefstal, fraude en vernietiging. Deze maatregelen omvatten ten minste het gebruik van kluizen waarvan het ontwerp en de locatie garanderen dat de inhoud in hoge mate is beschermd tegen overstromingen, aardbevingen, brand en andere rampen.

4.   De kluizen worden ten minste één keer per jaar onderworpen aan een audit als bedoeld in artikel 26, lid 6, van Verordening (EU) nr. 909/2014, waarbij er ook fysieke inspecties plaatsvinden. De CSD deelt de resultaten van deze auditcontroles met de bevoegde autoriteit.

Artikel 60

Reconciliatiemaatregelen voor beheersdaden („corporate actions”)

1.   Een CSD bepaalt de rechten op de opbrengsten van een op aandelen betrekking hebbende beheersdaad waardoor het saldo van door de CSD aangehouden effectenrekeningen verandert, pas nadat de in de artikelen 59, 61, 62 en 63 beschreven reconciliatiemaatregelen zijn afgerond.

2.   Wanneer een beheersdaad is verwerkt, zorgt een CSD ervoor dat alle effectenrekeningen die al dan niet centraal door de CSD worden aangehouden, worden bijgewerkt.

Artikel 61

Reconciliatiemaatregelen bij het registratormodel

Indien overeenkomstig artikel 37, lid 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014 voor een bepaalde effectenuitgifte een registrator, uitgifteagent of andere vergelijkbare entiteit bij het reconciliatieproces is betrokken en deze vastleggingen bijhoudt van effecten die ook in de CSD worden vastgelegd, omvatten de door de CSD en die entiteit te nemen maatregelen om de integriteit van de uitgifte te garanderen onder andere een dagelijkse reconciliatie van het totale saldo van de door de CSD aangehouden effectenrekeningen met de overeenkomstige vastleggingen van de door die entiteit aangehouden effecten. De CSD en die entiteit voeren ook de volgende handelingen uit:

a)

indien de effecten op een bepaalde werkdag zijn overgedragen, een reconciliatie aan het einde van de dag van het saldo van elke door de CSD aangehouden effectenrekening met het saldo van de overeenkomstige vastlegging van de door die entiteit aangehouden effecten;

b)

ten minste eens om de twee weken, een volledige reconciliatie van alle saldi van een effectenuitgifte met alle saldi van de overeenkomstige vastlegging van de door die entiteit aangehouden effecten.

Artikel 62

Reconciliatiemaatregelen bij het overdrachtagentmodel

Indien een fondsbeheerder, overdrachtagent of andere vergelijkbare entiteit verantwoordelijk is voor het reconciliatieproces voor een rekening waarop een deel wordt aangehouden van een effectenuitgifte die in een CSD is vastgelegd, omvatten de door de CSD en die entiteit te nemen maatregelen om de integriteit van dat deel van de uitgifte te garanderen onder andere een dagelijkse reconciliatie van het totale saldo van de door de CSD aangehouden effectenrekeningen met de vastleggingen door de entiteit van de door de CSD aangehouden effecten, met inbegrip van de geaggregeerde begin- en eindsaldi.

Indien de CSD haar rekeningen in het register van die entiteit aanhoudt via een derde partij die geen CSD is, eist de CSD van de derde partij dat deze partij die entiteit op de hoogte brengt van het feit dat zij namens de CSD handelt, en dat deze partij in gelijkwaardige maatregelen met betrekking tot de samenwerking en informatie-uitwisseling met die entiteit voorziet om te garanderen dat aan de vereisten van dit artikel wordt voldaan.

Artikel 63

Reconciliatiemaatregelen bij het model van de gemeenschappelijke bewaarinstelling

Indien CSD's die een interoperabele koppeling hebben ingesteld, een gemeenschappelijke bewaarinstelling of vergelijkbare entiteit gebruiken, voert elke CSD dagelijks een reconciliatie uit van het totale saldo voor elke effectenuitgifte die is vastgelegd in de door haar aangehouden effectenrekeningen die geen voor andere CSD's in de interoperabele koppeling aangehouden effectenrekeningen zijn, met de overeenkomstige vastleggingen van effecten die in de gemeenschappelijk bewaarinstelling of bij de andere vergelijkbare entiteit voor die CSD worden aangehouden.

Indien een gemeenschappelijke bewaarinstelling of andere vergelijkbare entiteit verantwoordelijk is voor de algehele integriteit van een bepaalde effectenuitgifte, vergelijkt de gemeenschappelijke bewaarinstelling of andere vergelijkbare entiteit dagelijks het totale saldo per effectenuitgifte met de saldi in de effectenrekeningen die zij voor elke CSD aanhoudt.

Indien het reconciliatieproces betrekking heeft op effecten die aan immobilisatie onderhevig zijn, zorgen de CSD's ervoor dat de gemeenschappelijke bewaarinstelling of de andere entiteit aan de vereisten van artikel 59, lid 3, voldoet.

Artikel 64

Aanvullende maatregelen indien er andere entiteiten bij het reconciliatieproces zijn betrokken

1.   Een CSD gaat ten minste jaarlijks over tot een evaluatie van haar maatregelen met betrekking tot de samenwerking en informatie-uitwisseling met andere entiteiten als bedoeld in de artikelen 61, 62 en 63. Deze evaluatie kan tegelijkertijd worden uitgevoerd met een evaluatie van de CSD-koppelingsregelingen. Indien de bevoegde autoriteit dit verlangt, neemt de CSD andere samenwerkings- en informatie-uitwisselingsmaatregelen in aanvulling op de maatregelen die in deze verordening worden beschreven.

2.   Indien een CSD koppelingen instelt, voldoen zij aan de aanvullende vereisten van artikel 86.

3.   Een CSD verplicht haar deelnemers om hun vastleggingen dagelijks te reconciliëren met de van de betrokken CSD ontvangen informatie.

4.   Voor de toepassing van lid 3, verstrekt de CSD de deelnemers dagelijks de volgende informatie voor elke effectenrekening en voor elke effectenuitgifte:

a)

het geaggregeerde saldo van een effectenrekening aan het begin van de desbetreffende werkdag;

b)

de individuele overboeking van effecten binnen of vanaf een effectenrekening tijdens de desbetreffende werkdag;

c)

het geaggregeerde saldo van een effectenrekening aan het einde van de desbetreffende werkdag.

De CSD verstrekt de in de eerste alinea bedoelde informatie op verzoek van andere houders van al dan niet centraal door de CSD aangehouden effectenrekeningen indien deze informatie noodzakelijk is voor de reconciliatie van de vastleggingen van deze houders met de vastleggingen van de CSD.

5.   Een CSD zorgt ervoor dat haar deelnemers, andere houders van rekeningen in de CSD en de rekeningbeheerders haar op haar verzoek de informatie verstrekken die zij noodzakelijk acht om de integriteit van de uitgifte te garanderen, en met name om eventuele reconciliatieproblemen op te lossen.

Voor de toepassing van dit lid wordt onder „rekeningbeheerder” het volgende verstaan: een entiteit die door een CSD is aangesteld voor het giraal vastleggen van effecten in door haar aangehouden effectenrekeningen.

Artikel 65

Problemen in verband met reconciliatie

1.   Een CSD analyseert eventuele verschillen en inconsistenties die in het reconciliatieproces naar voren komen en spant zich in om deze op te lossen vóór het begin van de afwikkeling op de volgende werkdag.

2.   Indien tijdens het reconciliatieproces blijkt dat er onrechtmatige uitgiften van nieuwe of intrekkingen van bestaande effecten hebben plaatsgevonden, en de CSD er niet in slaagt dit probleem vóór het einde van de volgende werkdag op te lossen, schort de CSD de afwikkeling van de effectenuitgifte op totdat het probleem van onrechtmatige uitgiften van nieuwe of intrekkingen van bestaande effecten is opgelost.

3.   Ingeval de afwikkeling wordt opgeschort, informeert de CSD onverwijld haar deelnemers, bevoegde autoriteit, relevante autoriteiten en alle andere in de artikelen 61, 62 en 63 bedoelde entiteiten die bij het reconciliatieproces zijn betrokken.

4.   De CSD neemt onverwijld alle maatregelen die noodzakelijk zijn om het probleem van onrechtmatige uitgiften van nieuwe of intrekkingen van bestaande effecten op te lossen en informeert haar bevoegde autoriteit en relevante autoriteiten over de genomen maatregelen.

5.   De CSD brengt onverwijld haar deelnemers, bevoegde autoriteit, relevante autoriteiten en alle andere in de artikelen 61, 62 en 63 bedoelde entiteiten die bij het reconciliatieproces zijn betrokken op de hoogte wanneer het probleem van onrechtmatige uitgiften van nieuwe of intrekkingen van bestaande effecten is opgelost.

6.   Indien de afwikkeling van een effectenuitgifte wordt opgeschort, zijn de in artikel 7 van Verordening (EU) nr. 909/2014 neergelegde afwikkelingsdisciplinemaatregelen gedurende de periode van opschorting niet op die effectenuitgifte van toepassing.

7.   De CSD hervat de afwikkeling zodra het probleem van onrechtmatige uitgiften van nieuwe of intrekkingen van bestaande effecten is opgelost.

8.   Indien het aantal in lid 2 bedoelde onrechtmatige uitgiften van nieuwe of intrekkingen van bestaande effecten hoger ligt dan vijf per maand, zendt de CSD de bevoegde autoriteit en de relevante autoriteiten binnen een maand een voorstel voor een plan met maatregelen om vergelijkbare voorvallen tot een minimum te beperken. De CSD werkt het plan bij en brengt maandelijks aan de bevoegde autoriteit en de relevante autoriteiten verslag uit over de uitvoering ervan, totdat het aantal in lid 2 bedoelde voorvallen tot minder dan vijf per maand is gedaald.

HOOFDSTUK X

OPERATIONELE RISICO'S

(Artikel 45, leden 1 tot en met 6, van Verordening (EU) nr. 909/2014)

AFDELING 1

Onderkennen van operationele risico's

Artikel 66

Algemene operationele risico's en beoordeling ervan

1.   De in artikel 45, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde operationele risico's omvatten de risico's die door tekortkomingen in informatiesystemen, interne processen en het functioneren van het personeel worden veroorzaakt, dan wel de storingen die door externe gebeurtenissen worden veroorzaakt en die tot de vermindering, verslechtering of onderbreking van de dienstverlening door een CSD leiden.

2.   Een CSD signaleert constant alle potentiële zwakke punten in haar activiteiten en beoordeelt voortdurend het veranderende karakter van de operationele risico's waarmee zij wordt geconfronteerd, zoals onder meer pandemieën en cyberaanvallen.

Artikel 67

Mogelijk door de belangrijkste deelnemers veroorzaakte operationele risico's

1.   Een CSD identificeert constant de belangrijkste deelnemers aan het door haar geëxploiteerde effectenafwikkelingssysteem aan de hand van de volgende factoren:

a)

hun transactievolumes en -waarden;

b)

mogelijk op de CSD van invloed zijnde materiële onderlinge afhankelijkheid tussen haar deelnemers en de cliënten van haar deelnemers, indien deze cliënten bij de CSD bekend zijn;

c)

potentiële effect daarvan op andere deelnemers en op het effectenafwikkelingssysteem van de CSD als geheel ingeval er zich een operationeel probleem voordoet dat de vlotte dienstverlening door de CSD in het gedrang brengt.

Voor de toepassing van de eerste alinea, onder b), identificeert de CSD ook:

i)

de cliënten van deelnemers die verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijk deel van de door de CSD verwerkte transacties;

ii)

de cliënten van deelnemers van wie de transacties, op basis van hun volume en waarde, aanzienlijk zijn ten opzichte van de risicobeheercapaciteit van de betrokken deelnemers.

2.   Een CSD controleert constant de lijst van de belangrijkste deelnemers en werkt deze voortdurend bij.

3.   Een CSD hanteert duidelijke en transparante criteria, methodologieën en normen om te waarborgen dat de belangrijkste deelnemers aan de operationele vereisten voldoen.

4.   Een CSD identificeert, monitort en beheert constant de operationele risico's die door haar belangrijkste deelnemers worden veroorzaakt.

Voor de toepassing van de eerste alinea, voorziet het in artikel 70 bedoelde systeem voor het beheer van operationeel risico ook in regels en procedures om alle relevante informatie over de cliënten van de deelnemers te verzamelen. Ook neemt de CSD in de overeenkomsten met haar deelnemers alle bepalingen op die noodzakelijk zijn om het verzamelen van die informatie te vergemakkelijken.

Artikel 68

Mogelijk door leveranciers van kritieke voorzieningen en diensten veroorzaakte operationele risico's

1.   Een CSD identificeert leveranciers van kritieke voorzieningen en diensten die een risico kunnen vormen voor de activiteiten van de CSD omdat deze van hen afhankelijk is.

2.   Een CSD neemt passende maatregelen om de in lid 1 bedoelde afhankelijkheid te beheren door middel van adequate contractuele en organisatorische regelingen, alsook door middel van specifieke bepalingen in haar bedrijfscontinuïteitsbeleid en noodherstelplan, voordat een relatie met die leveranciers in werking treedt.

3.   Een CSD zorgt ervoor dat alle overeenkomstig lid 1 geïdentificeerde leveranciers er door middel van contractuele regelingen toe worden verplicht de CSD om voorafgaande goedkeuring te verzoeken voordat onderdelen van de aan de CSD geleverde diensten verder kunnen worden uitbesteed.

Indien de dienstverlener zijn diensten overeenkomstig de eerste alinea uitbesteedt, garandeert de CSD dat het niveau van de dienstverlening en haar veerkracht niet worden aangetast en dat de CSD volledige toegang blijft houden tot de informatie die nodig is om de uitbestede diensten te verlenen.

4.   Een CSD stelt duidelijke communicatielijnen vast met de in lid 1 bedoelde leveranciers om de uitwisseling van informatie, zowel onder normale als onder uitzonderlijke omstandigheden, te vergemakkelijken.

5.   Een CSD stelt haar bevoegde autoriteit in kennis van een eventuele afhankelijkheid van bepaalde voorzieningen en van in lid 1 bedoelde leveranciers en neemt maatregelen om ervoor te zorgen dat autoriteiten ofwel rechtstreeks van de voorzieningen of de leveranciers, ofwel via de CSD, informatie kunnen verkrijgen over de prestaties van deze leveranciers.

Artikel 69

Mogelijk door andere CSD's of marktinfrastructuren veroorzaakte risico's

1.   Een CSD zorgt ervoor dat haar systemen en communicatieregelingen met andere CSD's of marktinfrastructuren betrouwbaar en beveiligd zijn en zodanig zijn opgezet dat operationele risico's tot een minimum worden beperkt.

2.   In alle overeenkomsten die een CSD met een andere CSD of marktinfrastructuur aangaat, wordt bepaald dat:

a)

de andere CSD of financiële-marktinfrastructuur de CSD op de hoogte zal brengen van eventuele kritieke dienstverleners waarop de andere CSD of marktinfrastructuur vertrouwt;

b)

de bestuursregelingen en managementprocessen van de andere CSD of andere marktinfrastructuur, met inbegrip van de risicobeheerregelingen en de voorwaarden voor toegang op niet-discriminerende basis, geen afbreuk mogen doen aan de vlotte dienstverlening door de CSD.

AFDELING 2

Methoden voor het testen, aanpakken en tot een minimum beperken van operationele risico's

Artikel 70

Systeem en kader voor het beheer van operationeel risico

1.   Als onderdeel van de in artikel 47 bedoelde gedragslijnen, procedures en systemen beschikt de CSD over een goed gedocumenteerd kader voor het beheer van operationele risico's met welomschreven taken en verantwoordelijkheden. Een CSD beschikt over passende IT-systemen, gedragslijnen, procedures en controles om haar operationele risico te onderkennen, te meten, te monitoren, te rapporteren en te beperken.

2.   Het leidinggevend orgaan en de directie van een CSD bepalen, implementeren en monitoren het in lid 1 bedoelde kader voor het beheren van operationele risico's, signaleren alle punten waarop de CSD aan operationeel risico is blootgesteld en houden relevante gegevens over operationeel risico bij, met inbegrip van eventuele gevallen waarin materiële gegevens verloren zijn gegaan.

3.   Een CSD bepaalt en documenteert duidelijke doelstellingen met betrekking tot de operationele betrouwbaarheid, met inbegrip van operationele prestatiedoelstellingen en toegezegde doelstellingen inzake het niveau van dienstverlening voor haar diensten en effectenafwikkelingssystemen. Een CSD heeft gedragslijnen en procedures ingevoerd om deze doelstellingen te bereiken.

4.   Een CSD zorgt ervoor dat haar in lid 3 bedoelde operationele prestatiedoelstellingen en toegezegde doelstellingen inzake het niveau van dienstverlening zowel kwalitatieve als kwantitatieve maatstaven voor de meting van de operationele prestaties omvatten.

5.   Een CSD monitort en beoordeelt regelmatig of haar vastgestelde doelstellingen en toegezegde doelstellingen inzake het niveau van de dienstverlening worden verwezenlijkt.

6.   Een CSD beschikt over regels en procedures die waarborgen dat de prestaties van haar beveiligingssystemen regelmatig worden gerapporteerd aan de directie, de leden van het leidinggevend orgaan, relevante comités van het leidinggevend orgaan, gebruikerscomités en de bevoegde autoriteit.

7.   Een CSD gaat op gezette tijden over tot een evaluatie van haar operationele doelstellingen om deze af te stemmen op nieuwe technologische en zakelijke ontwikkelingen.

8.   Het kader voor het beheer van operationeel risico van een CSD omvat procedures voor het beheer van veranderingen en van projecten teneinde het operationeel risico te beperken dat uit veranderingen in de activiteiten, gedragslijnen, procedures en controles van de CSD voortvloeit.

9.   Het kader voor het beheer van operationeel risico van een CSD bevat een alomvattend kader voor fysieke en informatiebeveiliging om de risico's te beheren waarmee de CSD wordt geconfronteerd als gevolg van aanvallen, met inbegrip van cyberaanvallen, indringingen en natuurrampen. Dat alomvattende kader stelt de CSD in staat de informatie waarover zij beschikt te beschermen tegen onrechtmatige toegang of openbaarmaking, de nauwkeurigheid en integriteit van de gegevens te garanderen en ervoor te zorgen dat de door de CSD verleende diensten beschikbaar blijven.

10.   Een CSD voert passende procedures in op het gebied van personeelszaken om gekwalificeerd personeel in dienst te nemen, op te leiden en in dienst te houden en tegelijkertijd de effecten van personeelsverloop of een overdreven afhankelijkheid van sleutelpersoneel te beperken.

Artikel 71

Integratie en naleving van het systeem voor het beheer van operationeel en bedrijfsrisico

1.   Een CSD zorgt ervoor dat haar systeem voor het beheer van operationeel risico deel uitmaakt van haar dagelijkse risicobeheerproces en dat de resultaten ervan worden meegenomen bij het bepalen, monitoren en beheersen van het operationele risicoprofiel van de CSD.

2.   Een CSD beschikt over mechanismen om regelmatig aan de directie te rapporteren over blootstellingen aan operationeel risico en verliezen als gevolg van operationele risico's, alsook over procedures voor het nemen van passende herstelmaatregelen om dergelijke blootstellingen en verliezen te beperken.

3.   Een CSD beschikt over procedures om te garanderen dat het systeem voor het beheer van operationeel risico wordt nageleefd, met inbegrip van interne regels met betrekking tot het aanpakken van tekortkomingen bij de toepassing van dat systeem.

4.   Een CSD beschikt over alomvattende en goed gedocumenteerde procedures voor het vastleggen, monitoren en oplossen van alle operationele incidenten, met inbegrip van:

a)

een systeem voor het classificeren van incidenten, waarbij rekening wordt gehouden met de gevolgen ervan voor de vlotte dienstverlening door de CSD;

b)

een systeem voor het rapporteren van materiële operationele incidenten aan de directie, het leidinggevend orgaan en de bevoegde autoriteit;

c)

een incidentevaluatie achteraf bij materiële onderbrekingen van de activiteiten van de CSD om vast te stellen welke de oorzaken zijn en aan te geven welke verbeteringen nodig zijn in de activiteiten of in het bedrijfscontinuïteitsbeleid en noodherstelplan, met inbegrip van de gedragslijnen en plannen van de gebruikers van de CSD. Het resultaat van die evaluatie wordt onverwijld medegedeeld aan de bevoegde autoriteit en de relevante autoriteiten.

Artikel 72

Operationele risicobeheerfunctie

Als onderdeel van de risicobeheerfunctie beheert de operationele risicobeheerfunctie van een CSD het operationele risico van de CSD. Zij draagt in het bijzonder zorg voor:

a)

het ontwikkelen van strategieën, gedragslijnen en procedures voor het onderkennen, meten, monitoren en rapporteren van operationele risico's;

b)

het ontwikkelen van procedures voor het beheersen en beheren van operationele risico's, onder meer door het aanbrengen van alle nodige aanpassingen in het systeem voor het beheer van operationele risico's;

c)

het garanderen dat de onder a) en b) bedoelde strategieën, gedragslijnen en procedures op passende wijze worden geïmplementeerd.

Artikel 73

Audits en tests

1.   Het kader en de systemen voor het beheer van operationeel risico van een CSD worden aan audits onderworpen. De regelmaat van die audits wordt bepaald aan de hand van een gedocumenteerde risicobeoordeling en deze audits worden ten minste om de twee jaar uitgevoerd.

2.   De in het vorige lid bedoelde audits betreffen zowel de activiteiten van de interne bedrijfsonderdelen van de CSD als die van de operationele risicobeheerfunctie.

3.   Een CSD evalueert regelmatig het systeem voor het beheer van operationeel risico en past dit indien nodig aan.

4.   Een CSD test en evalueert periodiek de operationele regelingen, gedragslijnen en procedures met gebruikers. Deze tests en evaluaties worden ook uitgevoerd wanneer er zich wezenlijke veranderingen voordoen in het effectenafwikkelingssysteem dat door de CSD wordt geëxploiteerd, dan wel na operationele incidenten die de vlotte dienstverlening door de CSD in het gedrang brengen.

5.   Een CSD zorgt ervoor dat gegevensstromen en processen die met het systeem voor het beheer van operationeel risico samenhangen, onverwijld toegankelijk zijn voor de auditeurs.

Artikel 74

Beperking van operationeel risico door middel van verzekeringen

Een CSD mag alleen verzekeringen afsluiten om de in dit hoofdstuk bedoelde operationele risico's te beperken, indien de operationele risico's met de in dit hoofdstuk bedoelde maatregelen niet volledig kunnen worden beperkt.

AFDELING 3

IT-systemen

Artikel 75

IT-instrumenten

1.   Een CSD zorgt ervoor dat haar informatietechnologiesystemen (IT-systemen) goed zijn gedocumenteerd en zodanig zijn ontworpen dat zij tegemoet komen aan de operationele behoeften van de CSD en de operationele risico's waarmee de CSD wordt geconfronteerd.

De IT-systemen van een CSD:

a)

zijn veerkrachtig, ook bij gespannen marktomstandigheden;

b)

hebben voldoende capaciteit om aanvullende informatie te verwerken als gevolg van toenemende afwikkelingsvolumes;

c)

verwezenlijken de doelstellingen inzake het niveau van de dienstverlening van de CSD.

2.   De systemen van een CSD hebben voldoende capaciteit om alle transacties vóór het einde van de dag te verwerken, zelfs als er grote storingen plaatsvinden.

Een CSD beschikt over procedures om te garanderen dat haar IT-systemen voldoende capaciteit hebben, ook als er een nieuwe technologie wordt ingevoerd.

3.   Een CSD baseert haar IT-systemen op internationaal erkende technische normen en in de bedrijfstak gebruikelijke goede praktijken.

4.   De IT-systemen van een CSD garanderen dat alle gegevens die de CSD in haar bezit heeft, zijn beschermd tegen verlies, uitlekken, onrechtmatige toegang, slecht beheer, ontoereikende bewaring van vastleggingen en andere verwerkingsrisico's.

5.   In het kader voor informatiebeveiliging van een CSD wordt een beschrijving gegeven van de mechanismen die de CSD heeft ingevoerd om cyberaanvallen te detecteren en te voorkomen. In het kader wordt ook het plan van de CSD toegelicht dat bij een cyberaanval in werking treedt.

6.   De CSD onderwerpt haar IT-systemen aan strenge tests door gespannen omstandigheden na te bootsen voordat deze systemen voor het eerst worden gebruikt, nadat er wezenlijke veranderingen in de systemen zijn aangebracht en nadat er zich een grote operationele storing heeft voorgedaan. Een CSD betrekt in voorkomend geval de volgende groepen bij het ontwerpen en uitvoeren van deze tests:

a)

gebruikers;

b)

leveranciers van kritieke voorzieningen en diensten;

c)

andere CSD's;

d)

andere marktinfrastructuren;

e)

alle andere instellingen waarmee de CSD volgens het bedrijfscontinuïteitsbeleid een relatie van onderlinge afhankelijkheid heeft.

7.   Het kader voor informatiebeveiliging omvat:

a)

toegangscontroles tot het systeem;

b)

toereikende beveiligingen tegen indringingen en misbruik van gegevens;

c)

specifieke instrumenten om de authenticiteit en integriteit van gegevens te beschermen, met inbegrip van versleutelingstechnieken;

d)

betrouwbare netwerken en procedures voor de nauwkeurige en snelle transmissie van gegevens zonder grote verstoringen; en

e)

auditsporen.

8.   De CSD heeft regelingen getroffen voor de selectie en vervanging van externe IT-dienstverleners en voor de tijdige toegang van de CSD tot alle nodige informatie, en beschikt tevens over passende controle- en monitoringinstrumenten.

9.   De CSD zorgt ervoor dat de IT-systemen en het kader voor informatiebeveiliging die op de kerndiensten van de CSD betrekking hebben, ten minste jaarlijks worden geëvalueerd en aan auditbeoordelingen worden onderworpen. De resultaten van de beoordelingen worden gerapporteerd aan het leidinggevend orgaan van de CSD en aan de bevoegde autoriteit.

AFDELING 4

Bedrijfscontinuïteit

Artikel 76

Strategie en beleid

1.   Een CSD beschikt over een bedrijfscontinuïteitsbeleid en noodherstelplan die:

a)

door het leidinggevend orgaan zijn goedgekeurd;

b)

worden onderworpen aan auditbeoordelingen waarover aan het leidinggevend orgaan wordt gerapporteerd.

2.   Een CSD zorgt ervoor dat in het bedrijfscontinuïteitsbeleid:

a)

alle kritieke activiteiten en IT-systemen worden geïdentificeerd en een minimaal niveau van dienstverlening wordt vastgesteld dat voor deze activiteiten in stand moet worden gehouden;

b)

de strategie en doelstellingen van de CSD zijn opgenomen om de continuïteit van de onder a) bedoelde activiteiten en systemen te garanderen;

c)

rekening wordt gehouden met eventuele koppelingen en een relatie van onderlinge afhankelijkheid met ten minste:

i)

de gebruikers;

ii)

de leveranciers van kritieke voorzieningen en diensten;

iii)

andere CSD's;

iv)

andere marktinfrastructuren;

d)

de regelingen worden gedefinieerd en gedocumenteerd die moeten worden toegepast indien de bedrijfscontinuïteit in het gedrang komt of er sprake is van een ernstige verstoring van de activiteiten van de CSD, teneinde een minimumniveau van dienstverlening voor de kritieke functies van de CSD te garanderen;

e)

wordt aangegeven hoe lang de aanvaardbare maximumperiode is gedurende welke kritieke functies en IT-systemen buiten gebruik mogen zijn.

3.   Een CSD neemt alle redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat een afwikkeling aan het einde van de werkdag is voltooid, zelfs als er sprake is van een storing, en dat alle posities van de gebruikers op het moment van de storing tijdig en met zekerheid worden bepaald.

Artikel 77

Bedrijfsimpactanalyse

1.   Een CSD voert een bedrijfsimpactanalyse uit om:

a)

een lijst op te stellen van alle processen en activiteiten die aan de levering van de door haar verleende diensten bijdragen;

b)

alle onderdelen van haar IT-systeem te identificeren en te inventariseren die de onder a) bedoelde processen en activiteiten ondersteunen, en hetzelfde te doen voor hun respectieve onderlinge afhankelijkheden;

c)

voor alle onder a) bedoelde processen en activiteiten de kwalitatieve en kwantitatieve effecten te bepalen en te documenteren van een noodherstelscenario, en na te gaan hoe de effecten bij een storing in de loop van de tijd veranderen;

d)

het minimumniveau van dienstverlening te bepalen en te documenteren dat uit het oogpunt van de gebruikers van de CSD als aanvaardbaar en toereikend wordt beschouwd;

e)

de minimaal vereiste personele middelen en vaardigheden, werkruimte en IT-middelen te bepalen en te documenteren die nodig zijn om elke kritieke functie op het minimaal aanvaardbare niveau uit te voeren.

2.   Een CSD voert een risicoanalyse uit om na te gaan hoe verschillende scenario's op de continuïteit van haar kritieke activiteiten van invloed zijn.

3.   Een CSD zorgt ervoor dat haar bedrijfsimpactanalyse en risicoanalyse aan alle volgende vereisten voldoet:

a)

zij worden actueel gehouden;

b)

zij worden ten minste eenmaal per jaar en na een materieel incident of na significante operationele veranderingen geëvalueerd;

c)

zij houden rekening met alle relevante ontwikkelingen, met inbegrip van markt- en IT-ontwikkelingen.

Artikel 78

Noodherstel

1.   Een CSD heeft regelingen getroffen om de continuïteit van haar kritieke activiteiten te garanderen bij rampscenario's, zoals onder meer natuurrampen, pandemieën, fysieke aanvallen, indringingen, terroristische aanslagen en cyberaanvallen. Deze regelingen garanderen:

a)

de beschikbaarheid van toereikende personele middelen;

b)

de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen;

c)

de failover, het herstel en het hervatten van de activiteiten op een secundaire verwerkingslocatie.

2.   In het noodherstelplan van de CSD is een doelstelling voor de hersteltijd voor kritieke activiteiten opgenomen en wordt de meest geschikte herstelstrategie voor elke kritieke activiteit bepaald. De doelstelling voor de hersteltijd voor elke kritieke activiteit mag niet langer zijn dan twee uur. De CSD zorgt ervoor dat de back-upsystemen onmiddellijk in werking treden, tenzij dit de integriteit van de effectenuitgiften of de vertrouwelijkheid van de gegevens in het bezit van de CSD in het gedrang zou brengen. Een CSD zorgt ervoor dat zij twee uur na een storing haar kritieke activiteiten kan hervatten. Bij het bepalen van de doelstelling voor de hersteltijd voor elke activiteit houdt de CSD rekening met het potentiële algehele effect op de marktefficiëntie. Deze regelingen garanderen ten minste dat de overeengekomen niveaus van dienstverlening ook bij extreme scenario's worden verwezenlijkt.

3.   Een CSD onderhoudt ten minste één secundaire verwerkingslocatie met voldoende geschikte middelen, capaciteit, functionaliteiten en medewerkers om tegemoet te komen aan de operationele behoeften van de CSD en de risico's waarmee de CSD wordt geconfronteerd en om de continuïteit van de kritieke activiteiten te garanderen als de primaire bedrijfslocatie niet beschikbaar is.

De secundaire verwerkingslocatie:

a)

voorziet in het niveau van dienstverlening dat nodig is om te garanderen dat de CSD haar kritieke activiteiten binnen de na te streven hersteltijd uitvoert;

b)

bevindt zich op een zodanige geografische afstand van de primaire verwerkingslocatie dat de secundaire verwerkingslocatie een ander risicoprofiel heeft en niet wordt beïnvloed door de gebeurtenis waardoor de primaire verwerkingslocatie wordt getroffen;

c)

is onmiddellijk toegankelijk voor het personeel van de CSD, zodat de continuïteit van haar kritieke activiteiten kan worden gewaarborgd ingeval de primaire verwerkingslocatie niet beschikbaar is.

4.   Een CSD ontwikkelt en onderhoudt gedetailleerde procedures en plannen voor:

a)

het detecteren, registreren en rapporteren van alle gebeurtenissen die de activiteiten van de CSD verstoren;

b)

responsmaatregelen bij operationele incidenten en in noodsituaties;

c)

de evaluatie van schade, en passende plannen voor de inwerkingtreding van de onder b) bedoelde responsmaatregelen;

d)

crisisbeheer en communicatie, met inbegrip van geschikte contactpunten, om ervoor te zorgen dat er aan relevante belanghebbenden en aan de bevoegde autoriteit betrouwbare en actuele informatie wordt doorgegeven;

e)

de activering van en overgang naar alternatieve operationele en bedrijfslocaties;

f)

IT-herstel, met inbegrip van de activering van de secundaire IT-verwerkingslocatie en failover.

Artikel 79

Tests en bewaking

Een CSD bewaakt haar bedrijfscontinuïteitsbeleid en noodherstelplan en test deze ten minste eenmaal per jaar. De CSD test haar bedrijfscontinuïteitsbeleid en noodherstelplan ook na wezenlijke wijzigingen in de systemen of verwante activiteiten om te garanderen dat de systemen en activiteiten de doelstellingen van de CSD halen. De CSD plant en documenteert deze tests, die onder meer het volgende omvatten:

a)

scenario's van grootschalige rampen;

b)

omschakelingen tussen de primaire en secundaire verwerkingslocatie;

c)

in voorkomend geval, de deelname van:

i)

gebruikers van de CSD;

ii)

leveranciers van kritieke voorzieningen en diensten;

iii)

andere CSD's;

iv)

andere marktinfrastructuren;

v)

alle andere instellingen waarmee de CSD volgens het bedrijfscontinuïteitsbeleid een relatie van onderlinge afhankelijkheid heeft.

Artikel 80

Onderhoud

1.   Een CSD evalueert en actualiseert regelmatig haar bedrijfscontinuïteitsbeleid en noodherstelplan. In deze evaluatie wordt ingegaan op alle kritieke activiteiten van een CSD en op de voor deze activiteiten meest geschikte herstelstrategie.

2.   Bij het actualiseren van het bedrijfscontinuïteitsbeleid en noodherstelplan houdt de CSD rekening met de uitkomst van de tests en aanbevelingen van de auditbeoordelingen en van de bevoegde autoriteiten.

3.   Een CSD evalueert haar bedrijfscontinuïteitsbeleid en noodherstelplan na elke significante verstoring van haar activiteiten. In die evaluatie worden de oorzaken van de verstoring vastgesteld, alsook eventuele verbeteringen die in de activiteiten, het bedrijfscontinuïteitsbeleid en het noodherstelplan van de CSD moeten worden aangebracht.

HOOFDSTUK XI

BELEGGINGSBELEID

(Artikel 46, leden 2, 3 en 5, van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Artikel 81

Zeer liquide instrumenten met een minimaal markt- en kredietrisico

1.   Schuldinstrumenten die aan de volgende voorwaarden voldoen, worden beschouwd als financiële instrumenten die zeer liquide zijn en die een minimaal markt- en kredietrisico inhouden:

a)

zij zijn uitgegeven of worden gegarandeerd door:

i)

een overheid;

ii)

een centrale bank;

iii)

een in artikel 117 van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (8) genoemde multilaterale ontwikkelingsbank;

iv)

de Europese faciliteit voor financiële stabiliteit of het Europees stabiliteitsmechanisme;

b)

de CSD kan tegenover de bevoegde autoriteit aan de hand van een eigen interne beoordeling aantonen dat de financiële instrumenten een laag krediet- en marktrisico inhouden;

c)

zij luiden in één van de volgende valuta's:

i)

een valuta waarin transacties worden afgewikkeld binnen het effectenafwikkelingssysteem dat door de CSD wordt geëxploiteerd;

ii)

elke andere valuta waarvan de CSD het risico kan beheren;

d)

zij zijn vrij verhandelbaar en er rust geen regelgevende beperking of vordering van een derde partij op die hun liquidatie verhinderen;

e)

zij hebben een actieve liquide verkoop- of repomarkt, met een diverse groep kopers en verkopers, ook in stressomstandigheden, en de CSD heeft daar betrouwbare toegang toe;

f)

er worden regelmatig betrouwbare prijsgegevens over deze instrumenten openbaargemaakt.

Voor de toepassing van punt b) maakt de CSD bij de uitvoering van de beoordeling gebruik van een vastgestelde, objectieve methodologie waarbij niet uitsluitend wordt vertrouwd op extern advies en waarbij rekening wordt gehouden met het risico dat uit de vestiging van de uitgevende instelling in een bepaald land voortvloeit.

2.   In afwijking van lid 1 worden derivatencontracten beschouwd als zeer liquide financiële instrumenten die een minimaal krediet- of marktrisico inhouden, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

zij worden gesloten voor het afdekken van het valutarisico dat voortvloeit uit afwikkelingen in meer dan één valuta in het effectenafwikkelingssysteem dat door de CSD wordt geëxploiteerd, dan wel van renterisico dat op de activa van de CSD van invloed kan zijn; in beide gevallen voldoen zij aan de voorwaarden van de overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (9) vastgestelde internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS) om als afdekkingscontract te worden aangemerkt;

b)

er worden regelmatig betrouwbare prijsgegevens over die derivatencontracten bekendgemaakt;

c)

zij worden gesloten voor de specifieke termijn die nodig is om het valuta- of renterisico te beperken waaraan de CSD is blootgesteld.

Artikel 82

Passende termijn voor toegang tot activa

1.   Een CSD heeft onmiddellijke en onvoorwaardelijke toegang tot liquide middelen.

2.   Een CSD heeft toegang tot financiële instrumenten op dezelfde werkdag waarop wordt besloten om de financiële instrumenten te gelde te maken.

3.   Voor de toepassing van de leden 1 en 2 voert de CSD procedures in die garanderen dat de CSD binnen de daarin vastgestelde termijnen toegang heeft tot liquide middelen en financiële instrumenten. De CSD stelt de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 909/2014 van elke wijziging in die procedures in kennis en de wijziging in kwestie wordt door de bevoegde autoriteit gevalideerd voordat zij wordt geïmplementeerd.

Artikel 83

Concentratielimieten voor individuele entiteiten

1.   Voor de toepassing van artikel 46, lid 5, van Verordening (EU) nr. 909/2014 houdt een CSD haar financiële activa aan bij gediversifieerde vergunninghoudende kredietinstellingen of vergunninghoudende CSD's teneinde binnen aanvaardbare concentratielimieten te blijven.

2.   Voor de toepassing van artikel 46, lid 5, van Verordening (EU) nr. 909/2014 worden de aanvaardbare concentratielimieten op basis van het volgende bepaald:

a)

de geografische spreiding van de entiteiten waarbij de CSD haar financiële activa aanhoudt;

b)

de mogelijke onderlinge afhankelijkheden tussen de entiteit die de financiële activa aanhoudt of de entiteiten van haar groep en de CSD;

c)

het niveau van het kredietrisico van de entiteit die de financiële activa aanhoudt.

HOOFDSTUK XII

CSD-KOPPELINGEN

(Artikel 48, leden 3, 5, 6 en 7, van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Artikel 84

Voorwaarden voor een adequate bescherming van gekoppelde CSD's en hun deelnemers

1.   Een CSD-koppeling wordt ingesteld en onderhouden onder de volgende voorwaarden:

a)

de verzoekende CSD voldoet aan de deelnemingsregels van de CSD die het verzoek ontvangt;

b)

de verzoekende CSD doet onderzoek naar de financiële soliditeit, bestuursregelingen, verwerkingscapaciteit en operationele betrouwbaarheid van de CSD die het verzoek ontvangt, en naar de eventuele mate waarin deze CSD van een externe leverancier van kritieke diensten afhankelijk is;

c)

de verzoekende CSD neemt alle nodige maatregelen om de risico's te monitoren en te beheren die bij de onder b) bedoelde analyse zijn onderkend;

d)

de verzoekende CSD stelt de juridische en operationele voorwaarden van de koppelingsregeling beschikbaar aan haar deelnemers, zodat zij de risico's kunnen beoordelen en beheren die hiermee zijn gemoeid;

e)

voordat er een CSD-koppeling met een CSD van een derde land wordt ingesteld, voert de verzoekende CSD een evaluatie uit van de lokale wetgeving die van toepassing is op de CSD die het verzoek ontvangt;

f)

de gekoppelde CSD's garanderen de vertrouwelijkheid van de informatie over de exploitatie van de koppeling. Het vermogen om deze vertrouwelijkheid te garanderen, wordt aangetoond aan de hand van de door de CSD's verstrekte informatie, met inbegrip van eventuele relevante juridische adviezen of regelingen;

g)

de gekoppelde CSD's bereiken overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EU) nr. 909/2014 overeenstemming over afgestemde normen en procedures met betrekking tot operationele kwesties en communicatie;

h)

voordat de koppeling in werking treedt, gaan de verzoekende CSD en de CSD die het verzoek ontvangt, over tot het volgende:

i)

zij voeren end-to-endtests uit;

ii)

zij stellen een noodplan op dat een onderdeel van de bedrijfscontinuïteitsplannen van de respectieve CSD's vormt, waarin de situaties worden gesignaleerd waarin de effectenafwikkelingssystemen van beide CSD's slecht of niet functioneren, en waarin de geplande herstelmaatregelen zijn opgenomen ingeval deze situaties zich daadwerkelijk voordoen;

i)

alle koppelingsregelingen worden ten minste jaarlijks geëvalueerd door de verzoekende CSD en de CSD die het verzoek ontvangt, waarbij rekening wordt gehouden met alle relevante ontwikkelingen, met inbegrip van markt- en IT-ontwikkelingen, alsook met alle ontwikkelingen in de onder e) bedoelde lokale wetgeving;

j)

in geval van CSD-koppelingen die niet in DVP-afwikkeling voorzien, worden in het kader van de onder i) bedoelde jaarlijkse evaluatie ook alle ontwikkelingen geëvalueerd die DVP-afwikkeling mogelijk zouden kunnen maken.

Voor de toepassing van punt e) zorgt de CSD er tijdens de uitvoering van de evaluatie voor dat de effecten die worden aangehouden in het effectenafwikkelingssysteem dat wordt geëxploiteerd door de CSD die het verzoek ontvangt, een niveau van bescherming genieten dat vergelijkbaar is met het niveau dat wordt gegarandeerd door de regels die van toepassing zijn op het effectenafwikkelingssysteem dat door de verzoekende CSD wordt geëxploiteerd. De verzoekende CSD verlangt van de CSD van het derde land een juridische beoordeling waarin op de volgende kwesties wordt ingegaan:

i)

het recht van de verzoekende CSD op de effecten, met inbegrip van de toepasselijk wetgeving betreffende eigendomsrechtelijke aspecten, de aard van de rechten van de verzoekende CSD op de effecten en de mogelijkheid om de effecten te bezwaren;

ii)

de gevolgen voor de verzoekende CSD van insolventieprocedures die worden ingeleid tegen de CSD van het derde land die het verzoek ontvangt, wat de scheidingsvereisten, het definitieve karakter van de afwikkeling, de procedures en de termijnen om de effecten op te eisen in het relevante derde land betreft.

2.   Naast de in lid 1 genoemde voorwaarden gelden de volgende voorwaarden voor het instellen en onderhouden van een CSD-koppeling die in DVP-afwikkeling voorziet:

a)

de verzoekende CSD beoordeelt en beperkt de aanvullende risico's die uit de afwikkeling van de geldzijde voortvloeien;

b)

een CSD die niet overeenkomstig artikel 54 van Verordening (EU) nr. 909/2014 een vergunning heeft verkregen om bancaire nevendiensten te verlenen en die namens haar deelnemers bij de afwikkeling van de geldzijde is betrokken, ontvangt geen krediet en maakt voor via de koppeling te verwerken DVP-afwikkelingen gebruik van voorfinancieringsmechanismen die door haar deelnemers worden gedekt;

c)

een CSD die voor de afwikkeling van de geldzijde op een intermediair een beroep doet, zorgt ervoor dat de intermediair deze afwikkeling doelmatig uitvoert. De CSD evalueert jaarlijks de regelingen met die intermediair.

3.   Naast de in de leden 1 en 2 genoemde voorwaarden gelden de volgende voorwaarden voor het instellen en onderhouden van interoperabele koppelingen:

a)

de gekoppelde CSD's bereiken overeenstemming over gelijkwaardige normen betreffende de reconciliatie, de openingstijden voor het verwerken van de afwikkeling en van de beheersdaden, en de sluitingstijden;

b)

de gekoppelde CSD's stellen gelijkwaardige procedures en mechanismen vast voor het doorgeven van afwikkelingsopdrachten, zodat afwikkelingsopdrachten naar behoren, veilig en van begin tot einde automatisch kunnen worden verwerkt;

c)

indien een interoperabele koppeling DVP-afwikkeling mogelijk maakt, geven de gekoppelde CSD's de resultaten van de afwikkeling ten minste dagelijks en onverwijld weer in hun boeken;

d)

de gekoppelde CSD's bereiken overeenstemming over gelijkwaardige risicobeheermodellen;

e)

de gekoppelde CSD's bereiken overeenstemming over gelijkwaardige regels en procedures voor noodgevallen en over gelijkwaardige regels en procedures voor wanbetaling als bedoeld in artikel 41 van Verordening (EU) nr. 909/2014.

Artikel 85

Monitoring en beheer van aanvullende risico's die voortvloeien uit het gebruik van indirecte koppelingen of van intermediairs om CSD-koppelingen te exploiteren

1.   Indien een verzoekende CSD van een indirecte koppeling of intermediair gebruikmaakt om een CSD-koppeling te exploiteren, voldoet zij niet alleen aan de vereisten van artikel 84, maar zorgt zij er daarnaast ook voor dat:

a)

de intermediair tot één van de volgende categorieën behoort:

i)

een kredietinstelling, als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, die aan de volgende vereisten voldoet:

zij houdt zich aan het bepaalde in artikel 38, leden 5 en 6, van Verordening (EU) nr. 909/2014 of aan scheidings- en openbaarmakingsvereisten die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 38, leden 5 en 6, van Verordening (EU) nr. 909/2014 zijn neergelegd, indien de koppeling met een CSD van een derde land is ingesteld;

zij garandeert een vlotte toegang door de verzoekende CSD tot haar effecten indien dat nodig is;

zij heeft een laag kredietrisico, wat wordt vastgesteld op basis van een interne beoordeling door de verzoekende CSD aan de hand van een welomschreven en objectieve methodologie waarbij niet uitsluitend op extern advies wordt vertrouwd;

ii)

een financiële instelling van een derde land die aan de volgende vereisten voldoet:

zij is onderworpen en houdt zich aan prudentiële regels die ten minste gelijkwaardig zijn aan de regels die in Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn neergelegd;

zij beschikt over solide boekhoudpraktijken, bewaringsprocedures en interne controles;

zij houdt zich aan het bepaalde in artikel 38, leden 5 en 6, van Verordening (EU) nr. 909/2014 of aan scheidings- en openbaarmakingsvereisten die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in artikel 38, leden 5 en 6, van Verordening (EU) nr. 909/2014 zijn neergelegd, indien de koppeling met een CSD van een derde land is ingesteld;

zij garandeert een vlotte toegang door de verzoekende CSD tot haar effecten indien dat nodig is;

zij heeft een laag kredietrisico, wat wordt vastgesteld op basis van een interne beoordeling door de verzoekende CSD aan de hand van een welomschreven en objectieve methodologie waarbij niet uitsluitend op extern advies wordt vertrouwd;

b)

de intermediair voldoet aan de regels en vereisten van de verzoekende CSD, en dit wordt aangetoond aan de hand van door de betrokken intermediair verstrekte informatie, met inbegrip van eventuele relevante juridische adviezen of regelingen;

c)

de intermediair garandeert de vertrouwelijkheid van de informatie over de exploitatie van de CSD-koppeling, en dit wordt aangetoond aan de hand van door de betrokken intermediair verstrekte informatie, met inbegrip van eventuele relevante juridische adviezen of regelingen;

d)

de intermediair beschikt over de operationele capaciteit en systemen om:

i)

de diensten uit te voeren die aan de verzoekende CSD worden verleend;

ii)

de CSD tijdig alle informatie te doen toekomen die relevant is voor de diensten die in het kader van de CSD-koppeling worden verleend;

iii)

zich te houden aan de vereiste reconciliatiemaatregelen in overeenstemming met artikel 86 en hoofdstuk IX;

e)

de intermediair zich houdt en voldoet aan de gedragslijnen en procedures voor risicobeheer van de verzoekende CSD en voldoende deskundigheid bezit op het gebied van risicobeheer;

f)

de intermediair maatregelen heeft ingevoerd, met inbegrip van gedragslijnen op het gebied van bedrijfscontinuïteit en daarmee samenhangende bedrijfscontinuïteits- en noodherstelplannen, om de continuïteit van zijn diensten, de tijdige hervatting van zijn activiteiten en de naleving van zijn verplichtingen te garanderen bij gebeurtenissen waarbij er een aanzienlijk risico bestaat dat er zich een verstoring van zijn activiteiten voordoet;

g)

de intermediair voldoende financiële middelen aanhoudt om aan zijn verplichtingen jegens de verzoekende CSD te voldoen en om eventuele verliezen te dekken waarvoor hij aansprakelijk kan worden gesteld;

h)

er bij de CSD die het verzoek ontvangt, een individueel gescheiden rekening wordt gebruikt voor de activiteiten van de CSD-koppeling;

i)

er wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 84, lid 1, onder e);

j)

de verzoekende CSD op de hoogte wordt gebracht van de continuïteitsregelingen tussen de intermediair en de CSD die het verzoek ontvangt;

k)

de opbrengsten van de afwikkeling meteen naar de verzoekende CSD worden overgeboekt.

Voor de toepassing van punt a), i), eerste streepje, punt a), ii), tweede streepje, en punt h) zorgt de CSD ervoor dat zij op elk moment toegang heeft tot de effecten die op de individueel gescheiden rekening worden aangehouden. Indien er bij de CSD die het verzoek ontvangt, echter geen individuele gescheiden rekening beschikbaar is voor de activiteiten van een met een CSD van een derde land ingestelde CSD-koppeling stelt de verzoekende CSD haar bevoegde autoriteit in kennis van de redenen waarom er geen individueel gescheiden rekeningen beschikbaar zijn en van de bijzonderheden in verband met de risico's die uit de onbeschikbaarheid van individueel gescheiden rekeningen voortvloeien. De verzoekende CSD zorgt er hoe dan ook voor dat haar bij een CSD van een derde land aangehouden activa adequaat worden beschermd.

2.   Indien een verzoekende CSD van een intermediair gebruikmaakt om een CSD-koppeling te exploiteren en die intermediair de effectenrekeningen van de verzoekende CSD in de boeken van de CSD die het verzoek ontvangt, namens de verzoekende CSD beheert, voldoet de verzoekende CSD niet alleen aan de vereisten van lid 1, maar zorgt zij er ook voor dat:

a)

de intermediair geen rechten heeft op de aangehouden effecten;

b)

de rekening in de boeken van de CSD die het verzoek ontvangt, op naam van de verzoekende CSD is geopend en dat de aansprakelijkheid en verplichtingen wat de registratie, overboeking en bewaring van de effecten betreft, alleen tussen beide CSD's afdwingbaar zijn;

c)

de verzoekende CSD onmiddellijk toegang kan krijgen tot de effecten die worden aangehouden bij de CSD die het verzoek ontvangt, ook als er van intermediair wordt veranderd of de intermediair failliet gaat.

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde verzoekende CSD's voeren jaarlijks een grondig onderzoek uit om te garanderen dat aan de in genoemde leden neergelegde voorwaarden is voldaan.

Artikel 86

Reconciliatieprocedures voor gekoppelde CSD's

1.   De in artikel 48, lid 6, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde reconciliatieprocedures omvatten de volgende maatregelen:

a)

de CSD die het verzoek ontvangt, verstrekt de verzoekende CSD dagelijkse informatie-overzichten waarin het volgende wordt gespecificeerd, per effectenrekening en per effectenuitgifte:

i)

het geaggregeerde openingssaldo;

ii)

de individuele bewegingen gedurende de dag;

iii)

het geaggregeerde eindsaldo;

b)

de verzoekende CSD vergelijkt elke dag het openingssaldo en het eindsaldo die haar worden medegedeeld door de CSD die het verzoek ontvangt of de intermediair, met de vastleggingen die door de verzoekende CSD zelf worden bijgehouden.

Bij een indirecte koppeling, worden de in de eerste alinea, onder a), bedoelde dagelijkse overzichten via de in artikel 85, lid 1, onder a), bedoelde intermediair doorgegeven.

2.   Indien een CSD de afwikkeling van een effectenuitgifte overeenkomstig artikel 65, lid 2, opschort, schorten alle CSD's die deelnemers zijn van, dan wel een directe koppeling, met inbegrip van een interoperabele koppeling, hebben met die CSD, de afwikkeling van de betrokken effectenuitgifte op.

Indien intermediairs bij de exploitatie van CSD-koppelingen zijn betrokken, treffen deze intermediairs passende contractuele regelingen met de CSD's in kwestie om te garanderen dat de eerste alinea wordt nageleefd.

3.   Bij een beheersdaad die de saldi verlaagt van de effectenrekeningen die door een belegger-CSD bij een andere CSD worden aangehouden, worden de afwikkelingsopdrachten van de desbetreffende effectenuitgiften pas door de belegger-CSD verwerkt nadat de andere CSD de beheersdaad volledig heeft verwerkt.

Bij een beheersdaad die de saldi verlaagt van de effectenrekeningen die door een belegger-CSD bij een andere CSD worden aangehouden, verwerkt de belegger-CSD de beheersdaad pas in de door haar aangehouden effectenrekeningen nadat de andere CSD de beheersdaad volledig heeft verwerkt.

Een emittent-CSD garandeert de tijdige overdracht van alle informatie inzake de verwerking van beheersdaden voor een specifieke effectenuitgifte aan al haar deelnemers, met inbegrip van belegger-CSD's. De belegger-CSD's verstrekken de informatie op hun beurt aan hun deelnemers. Hierbij wordt alle informatie verstrekt die belegger-CSD's nodig hebben om de uitkomsten van deze beheersdaden correct weer te geven in de effectenrekeningen die zij aanhouden.

Artikel 87

DVP-afwikkeling via CSD-koppelingen

Afwikkeling op basis van levering tegen betaling (delivery versus payment — DVP) wordt als praktisch en haalbaar beschouwd indien:

a)

er op de markt vraag is naar DVP-afwikkeling, wat kan worden aangetoond aan de hand van een verzoek van een gebruikerscomité van één van de gekoppelde CSD's;

b)

de gekoppelde CSD's, op regiebasis, voor het verrichten van een DVP-afwikkeling een redelijke commerciële vergoeding in rekening kunnen brengen, tenzij de gekoppelde CSD's anders zijn overeengekomen;

c)

er sprake is van veilige en efficiënte toegang tot contanten in de valuta's die de CSD die het verzoek ontvangt, voor de afwikkeling van effectentransacties van de verzoekende CSD en haar deelnemers gebruikt.

HOOFDSTUK XIII

TOEGANG TOT EEN CSD

(Artikel 33, lid 5, artikel 49, lid 5, artikel 52, lid 3, en artikel 53, lid 4, van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Artikel 88

Ontvangende en verzoekende partijen

1.   Voor de toepassing van dit hoofdstuk is een ontvangende partij één van de volgende entiteiten:

a)

een CSD die het verzoekt ontvangt, als omschreven in artikel 2, lid 1, punt 5, van Verordening (EU) nr. 909/2014, ten aanzien van artikel 89, leden 1, 4, 9, 13 en 14, en artikel 90 van deze verordening;

b)

een CSD die overeenkomstig artikel 33, lid 2, artikel 49, lid 2, en artikel 53, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 van een deelnemer, een uitgevende instelling, een centrale tegenpartij (CTP) of een handelsplatform een verzoek om toegang tot haar diensten ontvangt, ten aanzien van artikel 89, leden 1, 2, 3, 5 tot en met 8 en 10 tot en met 14, en artikel 90 van deze verordening;

c)

een CTP die overeenkomstig artikel 53, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 van een CSD een verzoek om toegang tot haar transactiestromen ontvangt, ten aanzien van artikel 90 van deze verordening;

d)

een handelsplatform dat overeenkomstig artikel 53, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 van een CSD een verzoek om toegang tot haar transactiestromen ontvangt, ten aanzien van artikel 90 van deze verordening.

2.   Voor de toepassing van dit hoofdstuk is een verzoekende partij één van de volgende entiteiten:

a)

een verzoekende CSD als omschreven in artikel 2, lid 1, punt 6, van Verordening (EU) nr. 909/2014, ten aanzien van artikel 89, leden 1, 4, 9 en 13, en artikel 90 van deze verordening;

b)

een deelnemer, een uitgevende instelling, een CTP of een handelsplatform die/dat overeenkomstig artikel 33, lid 2, artikel 49, lid 2, en artikel 53, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 verzoekt om toegang tot het effectenafwikkelingssysteem dat door een CSD wordt geëxploiteerd of tot andere diensten die door een CSD worden verleend, ten aanzien van artikel 89, leden 1, 2, 3, 5 tot en met 8 en 10 tot en met 14, en artikel 90 van deze verordening;

c)

een CSD die overeenkomstig artikel 53, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 om toegang tot de transactiestromen van een CTP verzoekt, ten aanzien van artikel 90 van deze verordening;

d)

een CSD die overeenkomstig artikel 53, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 om toegang tot de transactiestromen van een handelsplatform verzoekt, ten aanzien van artikel 90 van deze verordening.

AFDELING 1

Criteria die een weigering van toegang rechtvaardigen

(Artikel 33, lid 3, artikel 49, lid 3, artikel 52, lid 2, en artikel 53, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Artikel 89

Risico's waarmee CSD's en bevoegde autoriteiten rekening moeten houden

1.   Indien een CSD overeenkomstig artikel 33, lid 3, artikel 49, lid 3, artikel 52, lid 2, of artikel 53, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014 een uitgebreide risicobeoordeling uitvoert naar aanleiding van een verzoek om toegang van een verzoekende deelnemer, een uitgevende instelling, een verzoekende CSD, een CTP of een handelsplatform, alsook indien een bevoegde autoriteit de redenen evalueert waarom de CSD weigert diensten te verlenen, houden beide rekening met de volgende risico's die uit toegang tot de diensten van de CSD voortvloeien:

a)

juridische risico's;

b)

financiële risico's;

c)

operationele risico's.

2.   Bij het beoordelen van de juridische risico's naar aanleiding van een verzoek om toegang van een verzoekende deelnemer, houden een CSD en haar bevoegde autoriteit rekening met de volgende criteria:

a)

de verzoekende deelnemer is niet in staat te voldoen aan de juridische vereisten voor deelneming aan het effectenafwikkelingssysteem dat door de CSD wordt geëxploiteerd of verschaft de CSD niet de informatie die zij nodig heeft om te kunnen beoordelen of de deelnemer daaraan voldoet, met inbegrip van eventueel noodzakelijke juridische adviezen of juridische regelingen;

b)

de verzoekende deelnemer kan op grond van de in de lidstaat van herkomst van de CSD toepasselijke voorschriften de vertrouwelijkheid van de via het effectenafwikkelingssysteem verstrekte informatie niet garanderen, of verschaft de CSD niet de informatie die zij nodig heeft om te kunnen beoordelen of de deelnemer in staat is aan deze voorschriften inzake vertrouwelijkheid te voldoen, met inbegrip van eventueel noodzakelijke juridische adviezen of juridische regelingen;

c)

indien een verzoekende deelnemer in een derde land is gevestigd, één van beide volgende criteria:

i)

de verzoekende deelnemer is niet onderworpen aan een toezicht- en regelgevingskader dat vergelijkbaar is met het toezicht- en regelgevingskader dat op de verzoekende deelnemer van toepassing zou zijn indien deze in de Unie was gevestigd:

ii)

de in artikel 39 van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde regels van de CSD betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling zijn niet afdwingbaar in de jurisdictie van de verzoekende deelnemer.

3.   Bij het beoordelen van de juridische risico's naar aanleiding van een verzoek van een uitgevende instelling om haar effecten in de CSD vast te leggen in overeenstemming met artikel 49, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014, houden de CSD en haar bevoegde autoriteit rekening met de volgende criteria:

a)

de uitgevende instelling is niet in staat aan de juridische vereisten voor de verlening van diensten door de CSD te voldoen;

b)

de uitgevende instelling kan niet garanderen dat de effecten op zodanige wijze zijn uitgegeven dat de CSD de integriteit van de uitgifte kan waarborgen in overeenstemming met artikel 37 van Verordening (EU) nr. 909/2014.

4.   Bij het beoordelen van de juridische risico's naar aanleiding van een verzoek om toegang van een verzoekende CSD houden de CSD die het verzoek ontvangt en haar bevoegde autoriteit rekening met de in lid 2, onder a), b) en c), beschreven criteria.

5.   Bij het beoordelen van de juridische risico's naar aanleiding van een verzoek om toegang van een CTP houden een CSD en haar bevoegde autoriteit rekening met de in lid 2, onder a), b) en c), beschreven criteria.

6.   Bij het beoordelen van de juridische risico's naar aanleiding van een verzoek om toegang van een handelsplatform, houden een CSD en haar bevoegde autoriteit rekening met de volgende criteria:

a)

de in lid 2, onder b), beschreven criteria;

b)

indien een handelsplatform in een derde land is gevestigd en het verzoekende handelsplatform niet aan een toezicht- en regelgevingskader is onderworpen dat vergelijkbaar is met het in de Unie op een handelsplatform toepasselijke toezicht- en regelgevingskader;

7.   Bij het beoordelen van de financiële risico's naar aanleiding van een verzoek om toegang van een verzoekende deelnemer houden een CSD en haar bevoegde autoriteit rekening met het feit of de verzoekende deelnemer over voldoende financiële middelen beschikt om aan zijn contractuele verplichtingen jegens de CSD te voldoen.

8.   Bij het beoordelen van de financiële risico's naar aanleiding van een verzoek van een uitgevende instelling om haar effecten in de CSD vast te leggen in overeenstemming met artikel 49, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014, houden een CSD en haar bevoegde autoriteit rekening met het in lid 7 beschreven criterium.

9.   Bij het beoordelen van de financiële risico's naar aanleiding van een verzoek om toegang van een verzoekende CSD houden de CSD die het verzoek ontvangt en haar bevoegde autoriteit rekening met het in lid 7 beschreven criterium.

10.   Bij het beoordelen van de financiële risico's naar aanleiding van een verzoek om toegang van een CTP of handelsplatform houden een CSD en haar bevoegde autoriteit rekening met het in lid 7 beschreven criterium.

11.   Bij het beoordelen van de operationele risico's naar aanleiding van een verzoek om toegang van een verzoekende deelnemer houden een CSD en haar bevoegde autoriteit rekening met de volgende criteria:

a)

de verzoekende deelnemer beschikt niet over de operationele capaciteit om aan de CSD deel te nemen;

b)

de verzoekende deelnemer voldoet niet aan de risicobeheerregels van de CSD die het verzoek ontvangt, of ontbeert de nodige deskundigheid in dat opzicht;

c)

de verzoekende deelnemer heeft geen gedragslijnen voor bedrijfscontinuïteit of noodherstelplannen ingevoerd;

d)

voor het verlenen van toegang moet de CSD die het verzoek ontvangt, aanzienlijke wijzigingen in haar activiteiten aanbrengen welke negatieve gevolgen hebben voor de risicobeheerprocedures en de vlotte werking in het gedrang brengen van het effectenafwikkelingssysteem dat wordt geëxploiteerd door de CSD die het verzoek ontvangt, bijvoorbeeld doordat er voortdurende handmatige verwerking door de CSD vereist zou zijn.

12.   Bij het beoordelen van de operationele risico's naar aanleiding van een verzoek van een uitgevende instelling om haar effecten in de CSD vast te leggen in overeenstemming met artikel 49, lid 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014, houden een CSD en haar bevoegde autoriteit rekening met de volgende criteria:

a)

het in lid 11, onder d), beschreven criterium;

b)

het door de CSD geëxploiteerde effectenafwikkelingssysteem kan de valuta's waarom de uitgevende instelling verzoekt, niet verwerken.

13.   Bij het beoordelen van de operationele risico's naar aanleiding van een verzoek om toegang van een verzoekende CSD of een CTP houden de CSD die het verzoek ontvangt en haar bevoegde autoriteit rekening met de in lid 11 beschreven criteria.

14.   Bij het beoordelen van de operationele risico's naar aanleiding van een verzoek om toegang van een handelsplatform houden de CSD die het verzoek ontvangt en haar bevoegde autoriteit ten minste rekening met de in lid 11, onder d), beschreven criteria.

AFDELING 2

Procedure voor het weigeren van toegang

(Artikel 33, lid 3, artikel 49, lid 4, artikel 52, lid 2, en artikel 53, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Artikel 90

Procedure

1.   Bij een weigering om toegang te verlenen, heeft de verzoekende partij overeenkomstig artikel 33, lid 3, artikel 49, lid 4, artikel 52, lid 2, of artikel 53, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014 het recht om binnen een maand na ontvangst van de weigering een klacht in te dienen bij de bevoegde autoriteit van de CSD die het verzoek ontvangt, de ontvangende CTP of het ontvangende handelsplatform die/dat het verzoek om toegang heeft geweigerd.

2.   De in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit kan de verzoekende en ontvangende partijen om aanvullende informatie verzoeken met betrekking tot de weigering van de toegang.

De antwoorden op het in de eerste alinea bedoelde verzoek om informatie worden uiterlijk twee weken na de datum van ontvangst van dat verzoek aan de bevoegde autoriteit toegezonden.

Overeenkomstig artikel 53, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014 zendt de bevoegde autoriteit van de ontvangende partij de in lid 1 bedoelde klacht binnen twee werkdagen na de datum van ontvangst van de klacht naar de in artikel 12, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde relevante autoriteit van de lidstaat van de vestigingsplaats van de ontvangende partij.

3.   De in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit raadpleegt binnen twee maanden na de datum van ontvangst van de klacht, in voorkomend geval, de volgende autoriteiten over haar eerste beoordeling van de klacht:

a)

de bevoegde autoriteit van de vestigingsplaats van de verzoekende deelnemer in overeenstemming met artikel 33, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014;

b)

de bevoegde autoriteit van de vestigingsplaats van de verzoekende uitgevende instelling in overeenstemming met artikel 49, lid 4, van Verordening (EU) nr. 909/2014;

c)

de bevoegde autoriteit van de verzoekende CSD en de in artikel 12, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde relevante autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op het door de verzoekende CSD geëxploiteerde effectenafwikkelingssysteem in overeenstemming met artikel 52, lid 2, en artikel 53, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014;

d)

de bevoegde autoriteit van de verzoekende CTP of het verzoekende handelsplatform in overeenstemming met artikel 53, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014 en de in artikel 12, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde relevante autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de effectenafwikkelingssystemen in de lidstaat waar de verzoekende CTP en het verzoekende handelsplatform zijn gevestigd in overeenstemming met artikel 53, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014.

4.   De in lid 3, onder a) tot en met d), bedoelde autoriteiten reageren binnen een maand na de datum van ontvangst op het in lid 3 bedoelde raadplegingsverzoek. Indien een in lid 3, onder a) tot en met d), bedoelde autoriteit binnen die termijn geen advies uitbrengt, wordt zij geacht een positief advies te hebben uitgebracht over de in lid 3 bedoelde beoordeling van de bevoegde autoriteit.

5.   De in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit brengt de in lid 3, onder a) tot en met d), bedoelde autoriteiten binnen twee weken na de in lid 4 genoemde termijn op de hoogte van haar uiteindelijke beoordeling van de klacht.

6.   Indien één van de in lid 3, onder a) tot en met d), bedoelde autoriteiten het oneens is met de beoordeling die door de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit wordt verstrekt, mag zij de zaak binnen twee weken na de datum waarop de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit overeenkomstig lid 5 de informatie over haar uiteindelijke beoordeling van de klacht heeft verschaft, naar de ESMA verwijzen.

7.   Indien de zaak niet naar de ESMA is verwezen, zendt de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit binnen twee werkdagen na de in lid 6 genoemde termijn een met redenen omkleed antwoord naar de verzoekende partij.

De in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit stelt ook de ontvangende partij en de in lid 3, onder a) tot en met d), bedoelde autoriteiten binnen twee werkdagen na de datum waarop zij haar met redenen omklede antwoord aan de verzoekende partij heeft toegezonden, in kennis van het in de eerste alinea van dit lid bedoelde met redenen omklede antwoord.

8.   Indien de zaak overeenkomstig lid 6 naar de ESMA wordt verwezen, stelt de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit de verzoekende partij en de ontvangende partij hiervan in kennis binnen twee werkdagen na de datum waarop de zaak naar de ESMA is verwezen.

9.   Indien de weigering door de ontvangende partij om de verzoekende partij toegang te verlenen volgens de in de leden 1 tot en met 7 beschreven procedure ongerechtvaardigd wordt bevonden, beveelt de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit de ontvangende partij binnen twee weken na de in lid 7 genoemde termijn die verzoekende partij toegang te verlenen, en wel binnen drie maanden na de datum waarop dit bevel in werking treedt.

De in de eerste alinea bedoelde termijn wordt tot acht maanden verlengd in geval van op maat gemaakte koppelingen waarvoor een aanzienlijk IT-instrumentarium moet worden ontwikkeld, tenzij de verzoekende CSD en de CSD die het verzoek ontvangt, anders overeenkomen.

In dit bevel worden de redenen genoemd waarom de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit tot de conclusie is gekomen dat de weigering van toegang door de ontvangende partij ongerechtvaardigd was.

Het bevel wordt binnen twee werkdagen na de datum waarop het in werking treedt, aan de ESMA, de in lid 3, onder a) tot en met d), bedoelde autoriteiten, de verzoekende partij en de ontvangende partij toegezonden.

10.   De in de leden 1 tot en met 9 beschreven procedure is ook van toepassing wanneer de ontvangende partij voornemens is de toegang in te trekken van een verzoekende partij waaraan zij reeds haar diensten verleent.

HOOFDSTUK XIV

VERGUNNING OM BANCAIRE NEVENDIENSTEN TE VERLENEN

(Artikel 55, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Artikel 91

CSD's die zelf bancaire nevendiensten aanbieden

Een aanvraag voor een in artikel 54, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunning bevat de volgende informatie:

a)

een kopie van het besluit van het leidinggevend orgaan van de aanvragende CSD om een vergunning aan te vragen en de notulen van de vergadering waarop het leidinggevend orgaan de inhoud van het aanvraagdossier en de indiening ervan heeft goedgekeurd;

b)

de contactgegevens van de persoon die voor de vergunningsaanvraag verantwoordelijk is indien dit niet de persoon is die de in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunningsaanvraag indient;

c)

het bewijs van het bestaan van een in artikel 54, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunning;

d)

het bewijs dat de aanvragende CSD voldoet aan de prudentiële vereisten van artikel 59, leden 1, 3 en 4, van Verordening (EU) nr. 909/2014 en aan de toezichtsvereisten van artikel 60 van genoemde verordening;

e)

bewijsmateriaal, onder meer in de vorm van relevante documenten als de statuten, jaarrekeningen, auditverslagen en verslagen van risicocomités, waaruit blijkt dat de aanvragende CSD het bepaalde in artikel 54, lid 3, onder d), van Verordening (EU) nr. 909/2014 in acht neemt;

f)

nadere bijzonderheden over het in artikel 54, lid 3, onder f), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde herstelplan;

g)

een operationeel programma dat aan de volgende voorwaarden voldoet:

i)

het bevat een lijst van de in afdeling C van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde bancaire nevendiensten die de CSD voornemens is te verlenen;

ii)

het bevat een toelichting van de wijze waarop de in afdeling C van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde bancaire nevendiensten rechtstreeks verband houden met een in de afdelingen A en B van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde kern- of nevendienst voor de verlening waarvan de CSD een vergunning heeft;

iii)

het volgt de indeling van de lijst van de in afdeling C van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde bancaire nevendiensten;

h)

bewijsmateriaal ter staving van de redenen waarom betalingen in contanten van het effectenafwikkelingssysteem van de CSD niet worden afgewikkeld via rekeningen bij een centrale bank die de valuta uitgeeft van het land waar de afwikkeling plaatsvindt;

i)

gedetailleerde informatie over de regelingen die garanderen dat het verrichten van de bancaire nevendiensten waarvan de verlening is gepland, niet van invloed is op de vlotte verlening van de in afdeling A van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde kerndiensten van de CSD, met vermelding van:

i)

het IT-platform dat voor de afwikkeling van de geldzijde van effectentransacties wordt gebruikt, met inbegrip van een overzicht van de IT-organisatie en een analyse van de daaraan verbonden risico's en hoe deze worden beperkt;

ii)

de werking en de juridische regelingen van het DVP-proces, en met name de procedures die worden gevolgd om het kredietrisico aan te pakken dat aan de afwikkeling van de geldzijde van effectentransacties verbonden is;

iii)

de selectie, de monitoring, de juridisch documentatie en het beheer van interconnecties met andere derde partijen die bij het proces van geldoverboekingen zijn betrokken, en met name de relevante overeenkomsten met derde partijen die bij het proces van geldoverboekingen zijn betrokken;

iv)

de gedetailleerde analyse in het herstelplan van de aanvragende CSD van eventuele effecten van de verlening van bancaire nevendiensten op de verlening van de kerndiensten van de CSD;

v)

de openbaarmaking van mogelijke belangenconflicten in de bestuursregelingen die het resultaat zijn van de verlening van bancaire nevendiensten, en de maatregelen die zijn getroffen om deze aan te pakken.

Artikel 92

CSD's die bancaire nevendiensten aanbieden via een aangewezen kredietinstelling

Een aanvraag voor een in artikel 54, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunning bevat de volgende informatie:

a)

een kopie van het besluit van het leidinggevend orgaan van de aanvragende CSD om een vergunning aan te vragen en de notulen van de vergadering waarop het leidinggevend orgaan de inhoud van het aanvraagdossier en de indiening ervan heeft goedgekeurd;

b)

de contactgegevens van de persoon die voor de vergunningsaanvraag verantwoordelijk is indien dit niet de persoon is die de in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunningsaanvraag indient;

c)

de handelsnaam van de kredietinstelling die overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 909/2014 zal worden aangewezen, haar rechtsvorm en haar wettelijke adres in de Unie;

d)

het bewijs dat de onder c) bedoelde kredietinstelling een in artikel 54, lid 4, onder a), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunning heeft verkregen;

e)

de statuten en andere relevante statutaire documentatie van de aangewezen kredietinstelling;

f)

de eigendomsstructuur van de aangewezen kredietinstelling, met inbegrip van de identiteit van de aandeelhouders ervan;

g)

de identificatie van eventuele gemeenschappelijke aandeelhouders van de aanvragende CSD en de aangewezen kredietinstelling en eventuele onderlinge deelnemingen tussen de aanvragende CSD en de aangewezen kredietinstelling;

h)

het bewijs dat de aangewezen kredietinstelling voldoet aan de prudentiële vereisten van artikel 59, leden 1, 3 en 4, van Verordening (EU) nr. 909/2014 en aan de toezichtsvereisten van artikel 60 van genoemde verordening;

i)

bewijsmateriaal, met inbegrip van een akte van oprichting, jaarrekeningen, auditverslagen, verslagen van risicocomités of andere documenten, waaruit blijkt dat de aangewezen kredietinstelling het bepaalde in artikel 54, lid 4, onder e), van Verordening (EU) nr. 909/2014 in acht neemt;

j)

nadere bijzonderheden over het in artikel 54, lid 4, onder g), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde herstelplan;

k)

een operationeel programma dat aan de volgende voorwaarden voldoet:

i)

het bevat een lijst van de in afdeling C van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde bancaire nevendiensten die de aangewezen kredietinstelling voornemens is te verlenen;

ii)

het bevat een toelichting van de wijze waarop de in afdeling C van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde bancaire nevendiensten rechtstreeks verband houden met een in de afdelingen A en B van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde kern- of nevendienst voor de verlening waarvan de aanvragende CSD een vergunning heeft;

iii)

het volgt de indeling van de lijst van de in afdeling C van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde bancaire nevendiensten;

l)

bewijsmateriaal ter staving van de redenen waarom betalingen in contanten van het effectenafwikkelingssysteem van de CSD niet worden afgewikkeld via rekeningen bij een centrale bank die de valuta uitgeeft van het land waar de afwikkeling plaatsvindt;

m)

gedetailleerde informatie over de volgende aspecten van de relatie tussen de CSD en de aangewezen kredietinstelling:

i)

het IT-platform dat voor de afwikkeling van de geldzijde van effectentransacties wordt gebruikt, met inbegrip van een overzicht van de IT-organisatie en een analyse van de daaraan verbonden risico's en hoe deze worden beperkt;

ii)

de toepasselijke regels en procedures die de inachtneming garanderen van de in artikel 39 van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vereisten betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling;

iii)

de werking en de juridische regelingen van het DVP-proces, en met name de procedures die worden gevolgd om het kredietrisico aan te pakken dat aan de geldzijde van een effectentransactie verbonden is;

iv)

de selectie, de monitoring en het beheer van interconnecties met andere derde partijen die bij het proces van geldoverboekingen zijn betrokken, en met name de relevante overeenkomsten met derde partijen die bij het proces van geldoverboekingen zijn betrokken;

v)

de overeenkomst inzake het niveau van dienstverlening waarin de bijzonderheden zijn vastgelegd betreffende de functies die door de CSD aan de aangewezen kredietinstelling of door de aangewezen kredietinstelling aan de CSD zullen worden uitbesteed, alsook alle bewijsstukken die aantonen dat de voor uitbesteding geldende vereisten van artikel 30 van Verordening (EU) nr. 909/2014 in acht zijn genomen;

vi)

de gedetailleerde analyse in het herstelplan van de aanvragende CSD van eventuele effecten van de verlening van bancaire nevendiensten op de verlening van de kerndiensten van de CSD;

vii)

de openbaarmaking van mogelijke belangenconflicten in de bestuursregelingen die het resultaat zijn van de verlening van bancaire nevendiensten, en de maatregelen die zijn getroffen om deze aan te pakken;

viii)

het bewijs dat de kredietinstelling over het nodige contractuele en operationele vermogen beschikt om meteen toegang te krijgen tot de zekerheden in de vorm van effecten in de CSD, alsook om intradagkrediet en, naargelang van het geval, kortetermijnkrediet te verstrekken.

Artikel 93

Specifieke vereisten

1.   Indien de CSD vraagt om meer dan één kredietinstelling te mogen aanwijzen voor het verlenen van bancaire nevendiensten, bevat haar aanvraag de volgende informatie:

a)

de in artikel 91 beschreven informatie voor elk van de aangewezen kredietinstellingen;

b)

een beschrijving van de rol van elke aangewezen kredietinstelling en de onderlinge relaties tussen deze instellingen.

2.   Indien de aanvraag voor een in artikel 54, lid 2, onder a) of b), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunning wordt ingediend nadat de in artikel 17 van genoemde verordening bedoelde vergunning is verkregen, identificeert de aanvragende CSD alle in artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde wezenlijke wijzigingen en stelt zij de bevoegde autoriteit daarvan in kennis, tenzij zij deze informatie reeds heeft verstrekt tijdens het in artikel 22 van genoemde verordening bedoelde toetsings- en evaluatieproces.

Artikel 94

Standaardformulieren en modellen voor de vergunningsaanvraag

1.   Een aanvragende CSD dient een aanvraag in voor het verkrijgen van de in artikel 54, lid 2, onder a) en b), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunning in de in bijlage III bij deze verordening aangegeven vorm.

2.   Een aanvragende CSD dient de in lid 1 bedoelde aanvraag in op een duurzame drager.

3.   Een aanvragende CSD verschaft een uniek referentienummer voor elk document dat zij in het kader van de in lid 1 bedoelde aanvraag indient.

4.   Een aanvragende CSD zorgt ervoor dat in de informatie die in de in lid 1 bedoelde aanvraag is vervat, duidelijk wordt aangegeven met welk specifiek vereiste van dit hoofdstuk die informatie verband houdt en in welk document die informatie wordt verstrekt.

5.   Een aanvragende CSD bezorgt haar bevoegde autoriteit een lijst van alle documenten die in het kader van de in lid 1 bedoelde aanvraag worden ingediend, met vermelding van de respectieve referentienummers.

6.   Alle informatie wordt ingediend in de door de bevoegde autoriteit aangegeven taal. De bevoegde autoriteit kan de CSD verzoeken dezelfde informatie in te dienen in een taal die in internationale financiële kringen pleegt te worden gebruikt.

HOOFDSTUK XV

SLOTBEPALINGEN

Artikel 95

Overgangsbepalingen

1.   De in artikel 17, lid 2, van deze verordening bedoelde informatie wordt uiterlijk zes maanden vóór de in artikel 96, lid 2, bedoelde datum aan de bevoegde autoriteit verstrekt.

2.   De in artikel 24, lid 2, van deze verordening bedoelde informatie wordt uiterlijk zes maanden vóór de in artikel 96, lid 2, bedoelde datum aan de bevoegde autoriteit verstrekt.

3.   De in artikel 41, onder j) en r), en in artikel 42, lid 1, onder d), f), h), i) en j), van deze verordening bedoelde informatie wordt vanaf de in artikel 96, lid 2, bedoelde datum verstrekt.

Artikel 96

Inwerkingtreding en toepassing

1.   Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Artikel 54 is van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding van de gedelegeerde handelingen die de Commissie op grond van artikel 6, lid 5, en artikel 7, lid 15, van Verordening (EU) nr. 909/2014 vaststelt, al naargelang welke datum later valt.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 11 november 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

(4)  Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45).

(5)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

(6)  Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen en tot wijziging van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87).

(7)  Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84).

(8)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(9)  Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1).


BIJLAGE I

In de erkenningsaanvraag van CSD's van derde landen op te nemen informatie

(Artikel 25, lid 12, van Verordening (EU) nr. 909/2014)

ALGEMENE INFORMATIE

Gegevens

Vrije tekst

Datum van de aanvraag

 

Handelsnaam van de rechtspersoon

 

Wettelijk adres

 

Naam van de persoon die voor de aanvraag verantwoordelijk is

 

Contactgegevens van de persoon die voor de aanvraag verantwoordelijk is

 

Naam van de andere perso(o)n(en) die voor de naleving van Verordening (EU) nr. 909/2014 door de CSD van het derde land verantwoordelijk is (zijn)

 

Contactgegevens van de perso(o)n(en) die voor de naleving van Verordening (EU) nr. 909/2014 door de CSD van het derde land verantwoordelijk is (zijn)

 

Identiteit van de aandeelhouders of vennoten die deelnemingen in het kapitaal van de CSD van het derde land bezitten

 

Beschrijving van de groepsstructuur, met vermelding van enigerlei dochter- en moederonderneming van de CSD van het derde land

 

Lijst van de lidstaten waarin de CSD van het derde land voornemens is diensten te verlenen

 

Informatie over de in afdeling A van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde kerndiensten die de CSD van het derde land voornemens is in de Unie te verlenen, per lidstaat

 

Informatie over de in afdeling B van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde nevendiensten die de CSD van het derde land voornemens is te verlenen in de Unie, per lidstaat

 

Informatie over eventuele andere toegestane, maar niet uitdrukkelijk in afdeling B van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde diensten die de CSD van het derde land voornemens is te verlenen in de Unie, per lidstaat

 

De valuta of valuta's die de CSD verwerkt of voornemens is te verwerken

 

Statistische gegevens over de diensten die de CSD van het derde land voornemens is te verlenen in de Unie, per lidstaat

 

Beoordeling van de maatregelen die de CSD van het derde land van plan is te nemen om haar gebruikers in staat te stellen specifieke nationale wetten na te leven van de lidsta(a)t(en) waar de CSD van het derde land voornemens is haar diensten te verlenen

 

Indien de CSD van het derde land voornemens is de in afdeling A, punten 1 en 2, van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde kerndiensten te verlenen, een beschrijving van de maatregelen die de CSD van het derde land van plan is te nemen om haar gebruikers in staat te stellen het in artikel 25, lid 4, onder d), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde toepasselijke nationale recht na te leven van de lidstaat waar de CSD van het derde land voornemens is diensten te verlenen

 

Regels en procedures die de afwikkeling van transacties in financiële instrumenten op de voorgenomen afwikkelingsdatum vergemakkelijken

 

De financiële middelen van de CSD van het derde land, in welke vorm en volgens welke methoden zij worden aangehouden en welke regelingen zijn getroffen om deze middelen veilig te stellen

 

Bewijs dat de regels en procedures van de CSD van het derde land volledig in overeenstemming zijn met de vereisten die van toepassing zijn in het derde land waar de CSD is gevestigd, inclusief de regels voor prudentiële en organisatorische aspecten en aspecten betreffende bedrijfscontinuïteit, noodherstel en bedrijfsvoering

 

Bijzonderheden van eventuele uitbestedingsovereenkomsten

 

Regels inzake het definitieve karakter van overboekingen van gelden en effecten

 

Informatie over de deelname aan het effectenafwikkelingssysteem dat door de CSD van het derde land wordt geëxploiteerd, met inbegrip van de deelnamecriteria en de procedures voor de schorsing en het ordelijke vertrek van deelnemers die niet langer aan de criteria voldoen

 

Regels en procedures om de integriteit van de effectenuitgiften te garanderen

 

Informatie over mechanismen die zijn ingesteld om de bescherming van de effecten van deelnemers en hun cliënten te garanderen

 

Informatie over koppelingen met CSD 's van derde landen en met andere marktinfrastructuren en over de wijze waarop de daaraan verbonden risico's worden bewaakt en beheerd

 

Informatie over regels en procedures bij wanbetaling van een deelnemer

 

Herstelplan

 

Beleggingsbeleid van de CSD van het derde land

 

Informatie over procedures die de tijdige en ordelijke afwikkeling en overboeking van de activa van cliënten en deelnemers naar een andere CSD garanderen ingeval een CSD in gebreke blijft

 

Informatie over alle aanhangige gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures, met inbegrip van, administratieve, civiele of arbitrageprocedures, die tot aanzienlijke financiële en andere kosten voor de CSD van het derde land kunnen leiden

Informatie over alle definitieve uitspraken die uit de bovenbedoelde procedures voortvloeien

 

Informatie over de behandeling van belangenconflicten door de CSD van het derde land

 

Overeenkomstig artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) nr. 909/2014 op de ESMA-website te publiceren informatie wat artikel 25 van genoemde verordening betreft

 


BIJLAGE II

Vastleggingen van de nevendiensten van de CSD

(Artikel 29 van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Nr.

Nevendiensten in de zin van Verordening (EU) nr. 909/2014

Soorten vastleggingen

A.   Niet-bancaire nevendiensten van de CSD die geen krediet- of liquiditeitsrisico inhouden

1

Organiseren van een effectenuitleenmechanisme als agent voor deelnemers aan een effectenafwikkelingssysteem

a)

Vermelding van leverende/ontvangende partijen;

b)

nadere bijzonderheden over elke uitlening/lening van effecten, met inbegrip van het volume en de waarde van de effecten en de ISIN-code;

c)

doel van elke uitlening/lening van effecten;

d)

soorten zekerheden;

e)

waardering van de zekerheden.

2

Verlenen van diensten voor zekerhedenbeheer als agent voor deelnemers aan een effectenafwikkelingssysteem

a)

Vermelding van leverende/ontvangende partijen;

b)

nadere bijzonderheden over elke verrichting, met inbegrip van het volume en de waarde van de effecten en de ISIN-code;

c)

soorten zekerheden;

d)

doel van het gebruik van de zekerheden;

e)

waardering van de zekerheden.

3

Afwikkelingsmatching, instructierouting, transactiebevestiging, transactieverificatie

a)

Vermelding van de entiteiten waaraan de CSD dergelijke diensten verleent;

b)

soorten verrichtingen;

c)

nadere bijzonderheden over elke verrichting, met inbegrip van het volume en de waarde van de effecten en de ISIN-code.

4

Diensten in verband met aandeelhoudersregisters

a)

Vermelding van de entiteiten waaraan de CSD dergelijke diensten verleent;

b)

soorten diensten;

c)

nadere bijzonderheden over elke verrichting, met inbegrip van het volume en de waarde van de effecten en de ISIN-code.

5

Het ondersteunen van de verwerking van beheersdaden („corporate actions”), met inbegrip van fiscale diensten, informatiediensten en diensten in verband met algemene vergaderingen

a)

Vermelding van de entiteiten waaraan de CSD dergelijke diensten verleent;

b)

soorten diensten;

c)

nadere bijzonderheden over elke verrichting, met inbegrip van het volume en de waarde van de effecten/gelden, de begunstigden van de verrichting en de ISIN-code.

6

Diensten in verband met nieuwe uitgiften, met inbegrip van de toewijzing en het beheer van ISIN-codes en soortgelijke codes

a)

Vermelding van de entiteiten waaraan de CSD dergelijke diensten verleent;

b)

soorten diensten;

c)

nadere bijzonderheden over elke verrichting, met inbegrip van de ISIN-code.

7

Instructierouting en -verwerking, innen en verwerken van vergoedingen en daarmee verband houdende rapportage

a)

Vermelding van de entiteiten waaraan de CSD dergelijke diensten verleent;

b)

soorten diensten;

c)

nadere bijzonderheden over elke verrichting, met inbegrip van het volume en de waarde van de effecten/gelden, de begunstigden van de verrichting, de ISIN-code en het doel van de verrichting.

8

Het instellen van CSD-koppelingen, het aanbieden, aanhouden of exploiteren van effectenrekeningen in verband met de afwikkelingsdienst, andere nevendiensten

a)

Nadere bijzonderheden over de CSD-koppelingen, met vermelding van de CSD's;

b)

soorten diensten.

9

Verlenen van algemene diensten voor zekerhedenbeheer als agent

a)

Vermelding van leverende/ontvangende partijen;

b)

nadere bijzonderheden over elke verrichting, met inbegrip van het volume en de waarde van de effecten, de ISIN-code;

c)

soorten zekerheden;

d)

doel van het gebruik van de zekerheden;

e)

waardering van de zekerheden.

10

Rapportage uit hoofde van de regelgeving

a)

Vermelding van de entiteiten waarvoor de CSD de rapportage uitvoert;

b)

soorten diensten;

c)

nadere bijzonderheden over de verstrekte gegevens, met inbegrip van de rechtsgrondslag en het doel.

11

Verstrekken van informatie, gegevens en statistieken aan markt/censusbureaus of andere gouvernementele of intergouvernementele entiteiten

a)

Vermelding van de entiteiten waaraan de CSD dergelijke diensten verleent;

b)

soorten diensten;

c)

nadere bijzonderheden over de verstrekte gegevens, met inbegrip van de rechtsgrondslag en het doel.

12

Verlenen van IT-diensten

a)

Vermelding van de entiteiten waaraan de CSD de diensten verleent;

b)

soorten diensten;

c)

nadere bijzonderheden over IT-diensten.

B.   Bancaire diensten van de CSD die rechtstreeks verband houden met de in de afdelingen A en B van Verordening (EU) nr. 909/2014 vermelde kern- of nevendiensten

13

Verstrekken van kasrekeningen aan en het aanvaarden van deposito's van deelnemers aan een effectenafwikkelingssysteem en houders van effectenrekeningen, in de zin van punt 1 van bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (1)

a)

Vermelding van de entiteiten waaraan de CSD dergelijke diensten verleent;

b)

nadere bijzonderheden over kasrekeningen;

c)

valuta;

d)

depositobedragen.

14

Verstrekken van geldkrediet tot uiterlijk de volgende werkdag, voorfinanciering van beheersdaden („corporate actions”) en uitlenen van effecten aan houders van effectenrekeningen, in de zin van punt 2 van bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EU

a)

Vermelding van de entiteiten waaraan de CSD dergelijke diensten verleent;

b)

soorten diensten;

c)

nadere bijzonderheden over elke verrichting, met inbegrip van het volume en de waarde van de effecten/gelden, de ISIN-code;

d)

soorten zekerheden;

e)

waardering van de zekerheden;

f)

doel van de verrichtingen;

g)

informatie over eventuele incidenten met betrekking tot dergelijke diensten en verhelpende maatregelen, inclusief follow-up.

15

Betalingsdiensten rond de verwerking van geld- en valutatransacties, in de zin van punt 4 van bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EU

a)

Vermelding van de entiteiten waaraan de CSD dergelijke diensten verleent;

b)

soorten diensten;

c)

nadere bijzonderheden over elke verrichting, met inbegrip van het volume van de gelden en het doel van de verrichting.

16

Garanties en vastleggingen in verband met uitlening en lening van effecten, in de zin van punt 6 van bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EU

a)

Vermelding van de entiteiten waaraan de CSD dergelijke diensten verleent;

b)

soorten diensten;

c)

nadere bijzonderheden over elke verrichting, met inbegrip van het volume en de waarde van de effecten/gelden en het doel van de verrichting.

17

Kasverrichtingen rond buitenlandse valuta en overdraagbare effecten die verband houden met het langetermijnbeheer voor de deelnemers in de zin van punt 7, b) en e), van bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EU

a)

Vermelding van de entiteiten waaraan de CSD dergelijke diensten verleent;

b)

soorten diensten;

c)

nadere bijzonderheden over elke verrichting, met inbegrip van het volume en de waarde van de effecten/gelden en het doel van de verrichting.


(1)  Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).


BIJLAGE III

Modellen voor aanvragen door een CSD om een kredietinstelling aan te wijzen of bancaire nevendiensten te verlenen

(Artikel 55 van Verordening (EU) nr. 909/2014)

Model 1

Wanneer een CSD overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 909/2014 een aanvraag indient om bancaire nevendiensten te verlenen, wordt de volgende informatie verstrekt:

Reikwijdte van de te verstrekken informatie

Uniek referentienummer van het document

Titel van het document

Hoofdstuk, afdeling of bladzijde van het document waar de informatie wordt verstrekt

(1)

handelsnaam, rechtsvorm en wettelijk adres in de Unie van de aanvragende CSD

 

 

 

(2)

een kopie van het besluit van het leidinggevend orgaan van de aanvragende CSD om een vergunning aan te vragen en de notulen van de vergadering waarop het leidinggevend orgaan de inhoud van het aanvraagdossier en de indiening ervan heeft goedgekeurd

 

 

 

(3)

contactgegevens van de persoon die voor de vergunningsaanvraag verantwoordelijk is indien dit niet de persoon is die de in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunningsaanvraag heeft ingediend

 

 

 

(4)

het bewijs van het bestaan van een in artikel 54, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunning

 

 

 

(5)

het bewijs dat de aanvragende CSD voldoet aan de prudentiële vereisten van artikel 59, leden 1, 3 en 4, van Verordening (EU) nr. 909/2014 en aan de toezichtsvereisten van artikel 60 van genoemde verordening

 

 

 

(6)

het bewijs dat de aanvragende CSD voldoet aan het bepaalde in artikel 54, lid 3, onder d), van Verordening (EU) nr. 909/2014

 

 

 

(7)

nadere bijzonderheden over het in artikel 54, lid 3, onder f), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde herstelplan

 

 

 

(8)

een operationeel programma dat aan de volgende voorwaarden voldoet:

 

 

 

a)

het bevat een lijst van de in afdeling C van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde bancaire nevendiensten die de CSD voornemens is te verlenen

 

 

 

b)

het bevat een toelichting van de wijze waarop de in afdeling C van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde bancaire nevendiensten rechtstreeks verband houden met een in de afdelingen A en B van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde kern- of nevendienst voor de verlening waarvan de CSD een vergunning heeft

 

 

 

c)

het volgt de indeling van de lijst van de in afdeling C van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde bancaire nevendiensten

 

 

 

(9)

bewijsmateriaal ter staving van de redenen waarom betalingen in contanten van het effectenafwikkelingssysteem van de CSD niet worden afgewikkeld via rekeningen bij een centrale bank die de valuta uitgeeft van het land waar de afwikkeling plaatsvindt

 

 

 

(10)

gedetailleerde informatie over de regelingen die garanderen dat het verrichten van de bancaire nevendiensten waarvan de verlening is gepland, niet van invloed is op de vlotte verlening van de in afdeling A van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde kerndiensten van de CSD, met vermelding van:

 

 

 

a)

het IT-platform dat voor de afwikkeling van de geldzijde van effectentransacties wordt gebruikt, met inbegrip van een overzicht van de IT-organisatie en een analyse van de daaraan verbonden risico's en hoe deze worden beperkt

 

 

 

b)

de werking en de juridische regelingen van het DVP-proces, en met name de procedures die worden gevolgd om het kredietrisico aan te pakken dat aan de geldzijde van effectentransacties verbonden is

 

 

 

c)

de selectie, de monitoring, de juridische documentatie en het beheer van interconnecties met andere derde partijen die bij het proces van geldoverboekingen zijn betrokken, en met name de relevante overeenkomsten met derde partijen die bij het proces van geldoverboekingen zijn betrokken

 

 

 

d)

de gedetailleerde analyse in het herstelplan van de aanvragende CSD van eventuele effecten van de verlening van bancaire nevendiensten op de verlening van de kerndiensten van de CSD

 

 

 

e)

de openbaarmaking van mogelijke belangenconflicten in de bestuursregelingen die het resultaat zijn van de verlening van bancaire nevendiensten, en de maatregelen die zijn getroffen om deze aan te pakken

 

 

 

(11)

in voorkomend geval, vermelding van alle wezenlijke wijzigingen in de documentatie die is ingediend voor het verkrijgen van de in artikel 17, lid 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunning, in dezelfde tabelopmaak, indien deze bijgewerkte documentatie nog niet is verstrekt in het kader van de in artikel 22 van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde toetsing en evaluatie

 

 

 

Indien de aanvraag van de in artikel 54, lid 2 onder a), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunning tegelijkertijd wordt ingediend met de in artikel 17 van genoemde verordening bedoelde vergunningsaanvraag, verstrekt de aanvragende CSD de volgende informatie naast de informatie die uit hoofde van artikel 17 van Verordening (EU) nr. 909/2014 en deze verordening is vereist:

1

Naam van de persoon die voor de aanvraag verantwoordelijk is, indien dit niet de persoon is die de in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunningsaanvraag indient

2

Contactgegevens van de persoon die voor de vergunningsaanvraag verantwoordelijk is indien dit niet de persoon is die de in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunningsaanvraag indient

3

Datum van ontvangst van de in artikel 54, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunning

Model 2

Wanneer een CSD overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 909/2014 een aanvraag indient voor het aanwijzen van een afzonderlijke kredietinstelling om bancaire nevendiensten te verlenen, wordt de volgende informatie verstrekt:

Reikwijdte van de te verstrekken informatie

Uniek referentienummer van het document

Titel van het document

Hoofdstuk, afdeling of bladzijde van het document waar de informatie wordt verstrekt

(1)

handelsnaam, rechtsvorm en wettelijk adres in de Unie van de aanvragende CSD

 

 

 

(2)

een kopie van het besluit van het leidinggevend orgaan van de aanvragende CSD om een vergunning aan te vragen en de notulen van de vergadering waarop het leidinggevend orgaan de inhoud van het aanvraagdossier en de indiening ervan heeft goedgekeurd

 

 

 

(3)

contactgegevens van de persoon die voor de vergunningsaanvraag verantwoordelijk is indien dit niet de persoon is die de in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunningsaanvraag heeft ingediend

 

 

 

(4)

de handelsnaam van de kredietinstelling die overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 909/2014 zal worden aangewezen, haar rechtsvorm en haar wettelijke adres in de Unie

 

 

 

(5)

het bewijs dat de in punt 4) bedoelde kredietinstelling een in artikel 54, lid 4, onder a), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunning heeft verkregen

 

 

 

(6)

de statuten en andere relevante statutaire documentatie van de aangewezen kredietinstelling

 

 

 

(7)

de eigendomsstructuur van de aangewezen kredietinstelling, met inbegrip van de identiteit van de aandeelhouders

 

 

 

(8)

de identificatie van eventuele gemeenschappelijke aandeelhouders van de aanvragende CSD en de aangewezen kredietinstelling en eventuele onderlinge deelnemingen van de aanvragende CSD en de aangewezen kredietinstelling

 

 

 

(9)

het bewijs dat de aangewezen kredietinstelling voldoet aan de prudentiële vereisten van artikel 59, leden 1, 3 en 4, van Verordening (EU) nr. 909/2014 en aan de toezichtsvereisten van artikel 60 van genoemde verordening

 

 

 

(10)

bewijsmateriaal, met inbegrip van een akte van oprichting, jaarrekeningen, auditverslagen, verslagen van risicocomités of andere documenten, waaruit blijkt dat de aangewezen kredietinstelling het bepaald in artikel 54, lid 4, onder e), van Verordening (EU) nr. 909/2014 in acht neemt

 

 

 

(11)

nadere bijzonderheden over het in artikel 54, lid 4, onder g), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde herstelplan

 

 

 

(12)

een operationeel programma dat aan de volgende voorwaarden voldoet:

 

 

 

a)

het bevat een lijst van de in afdeling C van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde bancaire nevendiensten die de aangewezen kredietinstelling voornemens is te verlenen

 

 

 

b)

het bevat een toelichting van de wijze waarop de in afdeling C van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde bancaire nevendiensten rechtstreeks verband houden met een in de afdelingen A en B van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde kern- of nevendienst voor de verlening waarvan de aanvragende CSD een vergunning heeft

 

 

 

c)

het volgt de indeling van de lijst van de in afdeling C van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 genoemde bancaire nevendiensten

 

 

 

(13)

bewijsmateriaal ter staving van de redenen waarom betalingen in contanten van het effectenafwikkelingssysteem van de CSD niet worden afgewikkeld via rekeningen bij een centrale bank die de valuta uitgeeft van het land waar de afwikkeling plaatsvindt

 

 

 

(14)

gedetailleerde informatie over de structurele organisatie van de relatie tussen de CSD en de aangewezen kredietinstelling, met inbegrip van met name de volgende informatie:

 

 

 

a)

het IT-platform dat voor de afwikkeling van de geldzijde van effectentransacties wordt gebruikt, met inbegrip van een overzicht van de IT-organisatie en een analyse van de daaraan verbonden risico's en hoe deze worden beperkt

 

 

 

b)

de toepasselijke regels en procedures die de inachtneming garanderen van de in artikel 39 van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vereisten betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling

 

 

 

c)

de werking en de juridische regelingen van het DVP-proces, en met name de procedures die worden gevolgd om het kredietrisico aan te pakken dat aan de geldzijde van effectentransactie verbonden is

 

 

 

d)

de selectie, de monitoring en het beheer van interconnecties met andere derde partijen die bij het proces van geldoverboekingen zijn betrokken, en met name de relevante overeenkomsten met derde partijen die bij het proces van geldoverboekingen zijn betrokken

 

 

 

e)

de overeenkomst inzake het niveau van dienstverlening waarin de bijzonderheden zijn vastgelegd betreffende de functies die door de CSD aan de aangewezen kredietinstelling zullen worden uitbesteed, alsook alle bewijsstukken die aantonen dat de voor uitbesteding geldende vereisten van artikel 30 van Verordening (EU) nr. 909/2014 in acht zijn genomen

 

 

 

f)

de gedetailleerde analyse in het herstelplan van de aanvragende CSD van eventuele effecten van de verlening van bancaire nevendiensten op de verlening van de kerndiensten van de CSD

 

 

 

g)

de openbaarmaking van mogelijke belangenconflicten in de bestuursregelingen die het resultaat zijn van de verlening van bancaire nevendiensten, en de maatregelen die zijn getroffen om deze aan te pakken

 

 

 

h)

het bewijs dat de kredietinstelling over het nodige contractuele en operationele vermogen beschikt om meteen toegang te krijgen tot de zekerheden in de vorm van effecten in de CSD, alsook om intradagkrediet en, naargelang van het geval, kortetermijnkrediet te verstrekken

 

 

 

(15)

in voorkomend geval, vermelding van alle wijzigingen in de documentatie die is ingediend voor het verkrijgen van de in artikel 17, lid 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunning, in dezelfde tabelopmaak, indien deze bijgewerkte documentatie nog niet is verstrekt in het kader van de in artikel 22 van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde toetsing en evaluatie

 

 

 

Indien de aanvraag van de in artikel 54, lid 2 onder b), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunning tegelijkertijd wordt ingediend met de in artikel 17 van genoemde verordening bedoelde vergunningsaanvraag, verstrekt de aanvragende CSD de volgende informatie naast de informatie die uit hoofde van artikel 17 van Verordening (EU) nr. 909/2014 en deze verordening is vereist:

1

Handelsnaam van de entiteit die is aangewezen om bancaire nevendiensten te verlenen

2

Wettelijk adres

3

Naam van de persoon die voor de aanvraag verantwoordelijk is

4

Contactgegevens van de persoon die voor de aanvraag verantwoordelijk is

5

Vermelding van eventuele moederondernemingen van de aangewezen kredietinstelling(en)

6

Bevoegde autoriteit van de aangewezen kredietinstelling(en)

7

Datum van ontvangst van de in artikel 54, lid 4, onder a), van Verordening (EU) nr. 909/2014 bedoelde vergunning


Top