Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017H0809(03)

Aanbeveling van de Raad van 11 juli 2017 over het nationale hervormingsprogramma 2017 van Tsjechië en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2017 van Tsjechië

OJ C 261, 9.8.2017, p. 12–15 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

9.8.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 261/12


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 11 juli 2017

over het nationale hervormingsprogramma 2017 van Tsjechië en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2017 van Tsjechië

(2017/C 261/03)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 9, lid 2,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 16 november 2016 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees Semester 2017 voor coördinatie van het economisch beleid. De prioriteiten van de jaarlijkse groeianalyse zijn op 9-10 maart 2017 door de Europese Raad bekrachtigd. Op 16 november 2016 heeft de Commissie op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad (2) het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin zij Tsjechië niet heeft genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(2)

Op 22 februari 2017 is het landverslag 2017 voor Tsjechië gepubliceerd. Daarin werd de vooruitgang beoordeeld die Tsjechië bij de tenuitvoerlegging van de op 12 juli 2016 door de Raad vastgestelde landspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt, alsmede het gevolg dat is gegeven aan de landspecifieke aanbevelingen die in eerdere jaren werden goedgekeurd, en de vooruitgang die Tsjechië in de richting van zijn nationale Europa 2020-doelstellingen heeft geboekt. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat Tsjechië niet met macro-economische onevenwichtigheden wordt geconfronteerd.

(3)

Tsjechië heeft op 25 april 2017 zijn nationale hervormingsprogramma 2017 en op 28 april 2017 zijn convergentieprogramma 2017 ingediend. Teneinde met de onderlinge verbanden tussen beide programma’s rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(4)

De relevante landspecifieke aanbevelingen zijn meegenomen in de programmering van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) voor de periode 2014-2020. Op grond van artikel 23 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3) kan de Commissie een lidstaat verzoeken zijn partnerschapsovereenkomst en de betrokken programma’s te evalueren en wijzigingen voor te stellen, wanneer dit nodig is om de uitvoering van betrokken aanbevelingen van de Raad te ondersteunen. De Commissie heeft nadere gegevens verstrekt over de wijze waarop zij gebruik zal maken van die bepaling in richtsnoeren over de toepassing van de maatregelen die de doeltreffendheid van de ESI-fondsen koppelen aan gezond economisch bestuur.

(5)

Tsjechië valt momenteel onder het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact. In haar convergentieprogramma 2017 gaat de regering voor de periode 2016-2020 in nominale termen uit van een begrotingsoverschot. Tsjechië zal gedurende de gehele programmaperiode met een marge aan de begrotingsdoelstelling op middellange termijn — een structureel tekort van 1,0 % van het bbp — blijven voldoen. Volgens het convergentieprogramma 2017 zal de overheidsschuldquote naar verwachting geleidelijk afnemen tot 32,7 % in 2020. Het macro-economische scenario dat aan die begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is plausibel. De risico’s voor het behalen van de begrotingsdoelstellingen zijn over het geheel genomen in evenwicht, maar de aanzienlijke inkrimping van de overheidsinvesteringen in 2016 — die samenhing met het begin van een nieuwe cyclus voor fondsen van de Unie — kan leiden tot een groter dan verwacht herstel van de overheidsinvesteringen in 2017. Volgens de voorjaarsprognoses 2017 van de Commissie zal het structurele saldo in 2017 naar verwachting dalen tot ongeveer 0 % van het bbp in 2017 en -0,2 % van het bbp in 2018, en zo boven de begrotingsdoelstelling op middellange termijn blijven. In het algemeen is de Raad van oordeel dat Tsjechië in 2017 en 2018 naar verwachting aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen.

(6)

Op lange termijn blijft Tsjechië een gemiddeld budgettair houdbaarheidsrisico lopen. Dat houdt vooral verband met de verwachte gevolgen van de leeftijdsgebonden overheidsuitgaven, in het bijzonder in de gezondheidszorg en voor de pensioenen. De verwachte stijging van de uitgaven op lange termijn op het gebied van de gezondheidszorg is een punt van zorg, zowel wat betreft het bestuur als de kosteneffectiviteit van de gezondheidszorg, die vooral uitgaat van duurdere ziekenhuiszorg. Een aantal maatregelen zijn momenteel in verschillende stadia van uitvoering, maar er zijn nog geen concrete resultaten. Recentelijk aangenomen of geplande maatregelen om het pensioenstelsel te wijzigen kunnen, indien uitgevoerd, de overheidsfinanciën op lange termijn verslechteren. Ten eerste heeft het parlement wetgeving aangenomen op grond waarvan de regering het mechanisme voor de indexering van de pensioenen flexibeler kan aanpassen. Het parlement bespreekt ook voorstellen om de wettelijke pensioenleeftijd op hoogstens 65 jaar vast te stellen en om een mechanisme voor regelmatige evaluatie van de pensioengerechtigde leeftijd in te stellen. Ook andere wijzigingen, zoals een gullere formule voor de indexering van de pensioenen en gedifferentieerde socialezekerheidstarieven naargelang van het aantal kinderen, worden momenteel besproken.

(7)

De wet inzake budgettaire verantwoordelijkheid die het parlement in januari 2017 heeft goedgekeurd, heeft tot doel de voornaamste tekortkomingen van het Tsjechische begrotingskader aan te pakken. Onlangs werd dat namelijk als een van de zwakste in de Unie beoordeeld. Er moet echter nog een onafhankelijke begrotingsraad worden benoemd die toezicht zal houden op de uitvoering van de regels. Voorts zal de toepassing van de nieuwe maatregelen van cruciaal belang zijn om het begrotingskader efficiënter en stabieler te maken.

(8)

Tsjechië staat voor uitdagingen wat betreft het tegengaan van corruptie en inefficiëntie bij overheidsopdrachten. Er zijn weliswaar een aantal maatregelen van het anticorruptieprogramma van de regering uitgevoerd en andere hervormingen zijn aan de gang, maar in de praktijk wordt corruptie niet systematisch vervolgd. Over het algemeen is er bij overheidsopdrachten in Tsjechië nog steeds onvoldoende concurrentie, wat blijkt uit het grote aantal procedures met maar één inschrijving en onderhandse gunningen, in het bijzonder in de IT-sector. Inefficiënties in de opleidingsondersteuning en een gebrek aan grotere aankoopstructuren en kenniscentra staan aan professionalisering in de weg en maken het moeilijker om een goede prijs-kwaliteitverhouding bij overheidsopdrachten te bereiken. Het feit dat kwaliteit maar in zeer beperkte mate als gunningscriterium wordt gebruikt, is ook symptomatisch in dit verband. Bij de overstap naar elektronische aanbestedingen zijn er nog grote problemen. Zo moet het nationaal elektronisch instrument NEN, het platform voor elektronische aanbestedingen dat in handen is van de overheid, worden verbeterd en moeten de voorwaarden voor het voortgezette gebruik van particuliere platforms die reeds actief zijn op de Tsjechische markt voor elektronische aanbestedingen, worden verduidelijkt.

(9)

Het ondernemingsklimaat in Tsjechië gaat gebukt onder een grote regeldruk en talrijke administratieve belemmeringen, met name vergunningsprocedures en belastingregeling. In september 2016 heeft de regering een wijziging voorgesteld van de bouwwet en daarmee samenhangende wetgeving, met als doel de procedure voor het verlenen van bouwvergunningen te versnellen en te stroomlijnen door de milieueffectbeoordeling erin te integreren. De wijziging is momenteel in behandeling in het parlement. De kosten voor de naleving van de belastingwetgeving voor bedrijven blijven boven het gemiddelde van de Unie. Ook de frequente wijzigingen van de belastingwet behoren tot de tekortkomingen. Het aanpakken van fiscale overtredingen blijft een prioriteit voor de Tsjechische autoriteiten, maar er wordt geen grote aandacht besteed aan vereenvoudiging. Een nog in te dienen wet op de inkomstenbelasting heeft als doel de belastingwet te vereenvoudigen, maar er is nog geen ontwerp beschikbaar.

(10)

Het gebruik van e-overheidsdiensten in Tsjechië behoort tot de laagste van de Unie, maar neemt sinds 2015 toe. De Tsjechische autoriteiten hebben stappen gezet om de beschikbaarheid van e-overheidsdiensten te verbeteren, maar veel van de maatregelen zijn nog niet afgerond en sommige individuele maatregelen zijn nog niet opgestart. De verantwoordelijkheid voor de uitrol van diensten is verspreid over verschillende ministeries en belanghebbenden ervaren dat de sectoroverschrijdende samenwerking beperkt is.

(11)

De O&O-intensiteit is de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen, maar dit gaat niet gepaard met overeenkomstige verbeteringen in de kwaliteit van de O&O-resultaten. Er wordt gewerkt aan hervormingen van het bestuur van het O&O-systeem, maar die zijn nog niet volledig uitgevoerd. De regering heeft in februari 2017 een nieuwe evaluatiemethode (Metodika 17+) goedgekeurd die bedoeld is om de mechanismen voor de toewijzing van financiële middelen voor fundamenteel en toegepast onderzoek te versterken. Momenteel wordt een reeks maatregelen genomen om de banden tussen de academische wereld en het bedrijfsleven te versterken, voortbouwend op het structurerende effect van de nationale innovatieplatforms.

(12)

De onderwijsresultaten zijn over het algemeen goed, maar de basisvaardigheden zijn verslechterd. De prestaties worden sterk beïnvloed door de sociaaleconomische achtergrond van de leerlingen. De zwakke onderwijsresultaten van achterstandsgroepen, in het bijzonder de Romagemeenschap, zijn een duidelijke reden tot bezorgdheid. Aangenomen wordt dat een zeer groot deel van de Romakinderen de school vroegtijdig verlaat. Er zijn talrijke wetgevende en bestuursrechtelijke maatregelen genomen om inclusief onderwijs te bevorderen en momenteel wordt met de uitvoering daarvan begonnen. Naar verwachting zullen die maatregelen de kloof in opleidingsniveau en onderwijsprestaties tussen Roma- en niet-Romakinderen helpen verkleinen. In maart 2016 heeft het parlement amendementen op de onderwijswet aangenomen die het verplichte onderwijs tot het laatste jaar van het voorschoolse onderwijs uitbreiden en jonge kinderen recht geven op een plaats in een kleuterschool. Toch vormen ongelijkheden in het onderwijssysteem een belemmering voor het verbeteren van de kwaliteit van het menselijk kapitaal en ook voor de arbeidsmarktresultaten in het latere leven. Omdat er steeds meer eisen worden gesteld aan leerkrachten en het lerarenkorps vergrijst, blijft de aantrekkelijkheid van het beroep van leerkracht een uitdaging. Dit is deels te wijten aan de relatief lage lonen, ook al zijn die de voorbije jaren gestegen. De regering heeft uiteindelijk, na herhaaldelijk uitstel, een nieuwe loopbaanstructuur voor leerkrachten en pedagogisch personeel opgezet om het beroep aantrekkelijker te maken. Met aanzienlijke steun uit fondsen van de Unie worden permanente beroepsopleidingsmogelijkheden voor leerkrachten ontwikkeld, in het bijzonder beroepsontwikkelingsactiviteiten op het gebied van onderwijs voor gemengde groepen en inclusief onderwijs. De hervorming van het hoger onderwijs werd in januari 2016 door het parlement goedgekeurd en de resultaten ervan moeten worden gevolgd. Er is ook een hervorming van het systeem voor de financiering van instellingen voor hoger onderwijs gepland.

(13)

De werkloosheid in Tsjechië blijft dalen. Door de verkrappende arbeidsmarkt wordt het moeilijker voor werkgevers om werknemers aan te werven. Er is nog ruimte om de tekorten op te vangen door ondervertegenwoordigde groepen te mobiliseren, zoals vrouwen met jonge kinderen, laaggeschoolde werknemers en leden van de Romagemeenschap. Door de dienstverlenings- en activeringscapaciteit van de openbare diensten voor arbeidsvoorziening te vergroten en tegelijkertijd een passend en doelgericht actief arbeidsmarktbeleid te voeren en geïndividualiseerde diensten te bieden, kan een impuls worden gegeven aan de participatie van nog niet aangesproken groepen. De arbeidsmarktparticipatie van vrouwen met jonge kinderen wordt gehinderd door een aanhoudend gebrek aan betaalbare en hoogwaardige kinderopvang, vooral voor kinderen tot drie jaar, door lang ouderschapsverlof, door een beperkt gebruik van flexibele werktijdregelingen door beide ouders en door het lage percentage vaders die ouderschapsverlof opnemen. De afgelopen jaren zijn er enkele maatregelen genomen om deze kwesties aan te pakken. De arbeidsmarktresultaten van laaggeschoolde werknemers zijn echter beduidend slechter dan die van alle andere groepen. Het parlement bespreekt momenteel het wetgevingskader voor sociale huisvesting, waarmee naar verwachting nationale normen en doelgroepen zullen worden bepaald.

(14)

In de context van het Europees Semester 2017 heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Tsjechië verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landverslag 2017. Voorts heeft de Commissie zowel het convergentieprogramma 2017 als het nationale hervormingsprogramma 2017 doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Tsjechië zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Tsjechië, maar is zij ook nagegaan of de Unieregels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op Unieniveau in toekomstige nationale besluiten.

(15)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het convergentieprogramma 2017 onderzocht en is hij van oordeel (4) dat Tsjechië naar verwachting aan het stabiliteits- en groeipact zal voldoen,

BEVEELT AAN dat Tsjechië in 2017 en 2018 de volgende actie onderneemt:

1.

De houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn garanderen in het licht van de vergrijzing. De efficiëntie van de overheidsuitgaven vergroten, met name door corruptie en inefficiënte praktijken bij overheidsopdrachten tegen te gaan.

2.

Belemmeringen voor de groei wegnemen, met name door de procedures voor het verlenen van bouwvergunningen te stroomlijnen en de administratieve rompslomp voor bedrijven verder te verminderen, door belangrijke e-overheidsdiensten uit te rollen, door de kwaliteit van O&O te verbeteren en door de werkgelegenheid voor ondervertegenwoordigde groepen te bevorderen.

Gedaan te Brussel, 11 juli 2017.

Voor de Raad

De voorzitter

T. TÕNISTE


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25).

(3)  Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).

(4)  Op grond van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.


Top