Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017D0899

Besluit (EU) 2017/899 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende het gebruik van de 470-790 MHz-frequentieband in de Unie

OJ L 138, 25.5.2017, p. 131–137 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/899/oj

25.5.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 138/131


BESLUIT (EU) 2017/899 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 17 mei 2017

betreffende het gebruik van de 470-790 MHz-frequentieband in de Unie

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In het meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid dat bij Besluit nr. 243/2012/EU (3) is vastgesteld, hebben het Europees Parlement en de Raad zich tot doel gesteld om uiterlijk in 2015 ten minste 1 200 MHz geschikt spectrum voor draadloze breedbanddiensten voor elektronische communicatie in de Unie aan te wijzen, om de toekomstige ontwikkeling van innovatieve omroepdiensten te steunen door te zorgen voor voldoende spectrum voor de levering van dergelijke diensten via satelliet- en terrestrische verbindingen, mits de behoefte daaraan naar behoren wordt gestaafd, en om te zorgen voor voldoende spectrum voor programmaproductie en speciale evenementen („programme making and special events”, „PMSE”).

(2)

In haar mededeling van 6 mei 2015 met als titel „Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa” wees de Commissie op het belang van de 694-790 MHz-frequentieband („700 MHz-frequentieband”) voor het waarborgen van de levering van breedbanddiensten in landelijke gebieden, teneinde toegang en connectiviteit te waarborgen, en benadrukte zij de noodzaak van het gecoördineerd vrijmaken van die frequentieband, waarbij rekening moet worden gehouden met de specifieke behoeften inzake de distributie van omroepdiensten. Het verkleinen van de digitale kloof, zowel op het punt van dekking als dat van kennis, is een belangrijk aspect dat prioritair moet worden aangepakt, zonder dat nieuwe kloven ontstaan wanneer gebruikers nieuwe technologieën omarmen.

(3)

Doeltreffend spectrumbeheer is een voorwaarde voor de industriële omschakeling naar 5G, hetgeen de Unie een centrale rol zou geven op het gebied van innovatie en een gunstige omgeving zou scheppen voor de ontwikkeling van elektronischecommunicatienetwerken en -diensten, en dus voor een optimale benutting van het groeipotentieel van de digitale economie. De economie van de Unie zal in toenemende mate draaien om de digitale maatschappij, die volledige netwerkdekking nodig heeft om diensten te kunnen ontwikkelen in verband met het internet der dingen, e-handel en Europese clouddiensten en om in heel de Unie volledig profijt te kunnen trekken uit „Industrie 4.0”.

(4)

Met de 700 MHz-frequentieband kan er een wereldwijd geharmoniseerd en gecoördineerd spectrum voor draadloze breedband tot stand worden gebracht dat schaalvoordelen oplevert. Dankzij die bandbreedte moeten nieuwe, innovatieve digitale diensten kunnen worden ontwikkeld in stedelijke en in landelijke of afgelegen gebieden op terreinen als e-gezondheid (e-Health) en mobiele gezondheidszorg (mHealth) met behulp van mobiele telefoons, patiëntenbewakingsapparatuur en andere draadloze apparaten, alsook slimme energienetten.

(5)

In zijn resolutie van 19 januari 2016 getiteld „Naar een akte voor een digitale interne markt” herinnerde het Europees Parlement de lidstaten aan hun verbintenis te streven naar volledige dekking met snelheden van ten minste 30 Mb/s tegen 2020, benadrukte het dat radiospectrum een cruciaal hulpmiddel is voor de interne markt voor draadloze breedbandcommunicatie en voor omroepen, en essentieel is voor het toekomstige concurrentievermogen van de Unie en riep het op prioriteit te geven aan een pro-competitief kader voor spectrumtoewijzing en een doeltreffend spectrumbeheer.

(6)

Spectrum is een publiek goed. In de 470-790 MHz-frequentieband is het van groot belang voor de kostenefficiënte uitrol van draadloze netwerken met universele dekking binnens- en buitenshuis. Dat spectrum wordt momenteel in de hele Unie gebruikt voor digitale terrestrische televisie („DTT”) en draadloze audio-PMSE. Het is dan ook een essentieel vereiste voor de toegang tot en verspreiding van culturele inhoud en informatie en ideeën. Hierdoor wordt, parallel met nieuwe distributievormen, steun verleend aan de ontwikkeling van de mediasector en van de creatieve, de culturele en de onderzoekssector, die daar in hoge mate afhankelijk van zijn voor de draadloze levering van inhoud aan eindgebruikers.

(7)

Toewijzing van de 700 MHz-frequentieband moet worden gestructureerd op een manier die mededinging bevordert en moet zodanig geschieden dat bestaande mededinging niet wordt verstoord.

(8)

Voor regio 1, waarvan de Unie deel uitmaakt, is in het door de Wereldradio-communicatieconferentie van 2015 aangenomen radioreglement van de Internationale Telecommunicatie-unie bepaald dat de 700 MHz-frequentieband op co-primaire basis wordt toegewezen aan omroep- en mobiele diensten (met uitzondering van mobiele diensten voor de luchtvaart). De 470-694 MHz-frequentieband („sub-700 MHz-frequentieband”) blijft op primaire basis exclusief toegewezen aan omroepdiensten en op secundaire basis aan draadloos gebruik voor audio-PMSE.

(9)

Door het snel groeiende draadloze-breedbandverkeer en het toenemende economische, industriële en sociale belang van de digitale economie is het noodzakelijk de capaciteit van draadloze netwerken uit te breiden. Spectrum in de 700 MHz-frequentieband biedt zowel extra capaciteit als universele dekking, met name voor de in economisch opzicht problematische landelijke, bergachtige en insulaire gebieden zowel als andere afgelegen gebieden, die vooraf zijn bepaald als nationale prioritaire gebieden, ook langs belangrijke transportroutes over land, en voor gebruik binnenshuis en voor de communicatie met een breed bereik van machine tot machine. In dat kader moet er met samenhangende, gecoördineerde maatregelen voor hoogwaardige terrestrische draadloze dekking in de hele Unie, waarbij wordt uitgegaan van de beste nationale praktijken wat betreft de machtigingsverplichtingen voor exploitanten, naar worden gestreefd het in het meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid vastgelegde doel te verwezenlijken, namelijk dat alle burgers in de hele Unie tegen 2020 zowel binnens- als buitenshuis toegang hebben tot de hoogste breedbandsnelheden van ten minste 30 Mb/s, en moet er een ambitieuze visie voor een gigabitmaatschappij in de Unie worden gerealiseerd. Dergelijke maatregelen zullen innovatieve digitale diensten bevorderen en zorgen voor socio-economische voordelen op lange termijn.

(10)

5G zal een grote impact hebben, niet alleen op de digitale sector, maar ook op economieën in hun geheel. Zeker gezien de trage uitrol van 4G en de daarmee verbonden diensten, zal de succesvolle lancering van 5G in de Unie essentieel zijn voor de economische ontwikkeling en voor het concurrentievermogen en de productiviteit van de economie van de Unie. Daarom moet de Unie het voortouw nemen door te zorgen voor genoeg spectrum voor een succesvolle start en uitbouw van 5G. Voorts moeten de lidstaten, wanneer zij toestemming geven voor het gebruik van de 700 MHz-frequentieband, van de gelegenheid gebruik kunnen maken om ervoor te zorgen dat mobile virtual network operators de mogelijkheid hebben hun geografische dekking te vergroten. Wanneer een lidstaat daarom verzoekt, dient de Commissie waar mogelijk de optie van gezamenlijk georganiseerde veilingen te faciliteren, en aldus bij te dragen aan pan-Europese structuren.

(11)

Het delen van spectrum binnen een gemeenschappelijke frequentieband door bidirectioneel gebruik van draadloze breedband voor uitgestrekt gebruik (uplink en downlink) enerzijds en unidirectionele televisieomroepdiensten of draadloos gebruik door audio-PMSE anderzijds is vanuit technisch oogpunt problematisch wanneer de bereikgebieden van beide elkaar overlappen of dicht bij elkaar liggen. Dit betekent dat het vrijmaken van de 700 MHz-frequentieband voor bidirectionele terrestrische draadloze breedbanddiensten voor elektronische communicatie ertoe zou leiden dat gebruikers van DTT en draadloze audio-PMSE een deel van hun spectrumcapaciteit verliezen. De sectoren DTT en PMSE hebben derhalve behoefte aan voorspelbaarheid van de regelgeving op lange termijn wat betreft de beschikbaarheid van voldoende spectrum, zodat zij de duurzame levering en ontwikkeling van hun diensten, met name van gratis televisie, kunnen waarborgen en tegelijkertijd een gunstig investeringsklimaat kunnen scheppen zodat wordt voldaan aan de doelstellingen van het uniaal en nationaal audiovisueel beleid, zoals sociale samenhang, pluralisme in de media en culturele verscheidenheid. Het is mogelijk dat maatregelen op uniaal en nationaal niveau nodig zullen zijn om aanvullende spectrumcapaciteit voor draadloos gebruik door audio-PMSE buiten de 470-790 MHz-frequentieband te waarborgen.

(12)

In zijn verslag aan de Commissie heeft Pascal Lamy, de voorzitter van de groep op hoog niveau betreffende het toekomstige gebruik van de 470-790 MHz-frequentieband, aanbevolen de UHF-band („470-790 MHz”)tegen 2020 (+/- twee jaar) beschikbaar te stellen voor draadloze breedband. Door een dergelijke beschikbaarstelling zou mede de nagestreefde voorspelbaarheid van de regelgeving op lange termijn voor DTT kunnen worden verwezenlijkt door tot 2030 de sub-700 MHz-frequentieband beschikbaar te stellen, waarbij deze regeling evenwel in 2025 zou moeten worden beoordeeld.

(13)

In haar advies van 19 februari 2015 betreffende een langetermijnstrategie voor het toekomstig gebruik van de UHF-band („470-790 MHz”)in de Europese Unie heeft de Beleidsgroep Radiospectrum aanbevolen een gecoördineerde aanpak voor de hele Unie vast te stellen om tegen eind 2020 de 700 MHz-frequentieband beschikbaar te stellen voor doeltreffend gebruik voor draadloze breedbanddiensten voor elektronische communicatie en opgemerkt dat de lidstaten om gegronde redenen kunnen besluiten de beschikbaarstelling van de band met ten hoogste twee jaar uit te stellen. Daarnaast moet ervoor gezorgd worden dat de beschikbaarheid van de sub-700 MHz-frequentieband voor de levering van omroepdiensten op lange termijn tot 2030 wordt gewaarborgd.

(14)

Sommige lidstaten zijn al begonnen met een nationaal proces om het gebruik van de 700 MHz-frequentieband voor bidirectionele terrestrische draadloze breedbanddiensten voor elektronische communicatie toe te staan of hebben dit proces reeds voltooid. Een gecoördineerde aanpak is nodig voor het toekomstig gebruik van de 700 MHz-frequentieband, die ook moet zorgen voor voorspelbaarheid van de regelgeving, evenwicht moet brengen tussen de diversiteit van de lidstaten en de doelstellingen van de digitale eengemaakte markt, en het Europese leiderschap op het vlak van de ontwikkeling van internationale technologie moet bevorderen. In dat kader moeten de lidstaten worden verplicht om de 700 MHz-frequentieband tijdig vrij te maken, in overeenstemming met het uniale en het nationale recht.

(15)

De lidstaten moeten het toestaan van het gebruik van de 700 MHz-frequentieband voor terrestrische systemen die draadloze breedbanddiensten voor elektronische communicatie kunnen bieden, om gegronde redenen kunnen uitstellen tot maximaal twee jaar na de voor de hele Unie geldende gemeenschappelijke termijn, zijnde het jaar 2020. De redenen voor een dergelijk uitstel dienen beperkt te zijn tot onopgeloste grensoverschrijdende coördinatiekwesties die resulteren in schadelijke interferenties, de noodzaak te zorgen voor de technische migratie van een groot deel van de bevolking naar geavanceerde omroepstandaarden, en de complexiteit daarvan, de overgangskosten voor zover hoger dan de verwachte opbrengsten van de licentieveiling, en overmacht. De lidstaten dienen alle maatregelen te treffen die nodig zijn om schadelijke interferentie in de betroffen lidstaten tot een minimum te beperken. Ingeval lidstaten het toestaan van het gebruik van de 700 MHz-frequentieband uitstellen, dienen zij de andere lidstaten en de Commissie daarvan in kennis te stellen en de gegronde redenen daarvoor in hun nationale stappenplan te vermelden. Die lidstaten en alle lidstaten getroffen door de vertraging, dienen samen te werken om het proces rond het vrijmaken van de 700 MHz-frequentieband te coördineren en informatie over die coördinatie op te nemen in hun nationale stappenplan.

(16)

Het gebruik van de 700 MHz-frequentieband door andere toepassingen in derde landen in overeenstemming met internationale overeenkomsten of in gedeelten van nationaal grondgebied waarover de autoriteiten van de lidstaten geen daadwerkelijke controle hebben, kan in sommige lidstaten een beperking vormen voor het gebruik van de 700 MHz-frequentieband voor terrestrische draadloze breedbanddiensten voor elektronische communicatie. Hierdoor zouden die lidstaten niet kunnen voldoen aan het gemeenschappelijke, op Unieniveau vastgestelde tijdschema. De betrokken lidstaten dienen alle nodige maatregelen te treffen om de duur en het geografische bereik van die beperkingen tot een minimum te beperken en daarbij zo nodig overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Besluit nr. 243/2012/EU om bijstand door de Unie te verzoeken. Zij moeten tevens de Commissie overeenkomstig artikel 6, lid 2, en artikel 7 van Besluit nr. 676/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad (4), in kennis stellen van dergelijke beperkingen en de informatie moet overeenkomstig artikel 5 van Besluit nr. 676/2002/EG worden gepubliceerd.

(17)

Dit besluit mag geen afbreuk doen aan de maatregelen die in overeenstemming met het Unierecht op nationaal niveau worden genomen ter verwezenlijking van doelstellingen van algemeen belang met betrekking tot het recht van de lidstaten om hun radiospectrum voor doeleinden van openbare orde, openbare veiligheid en defensie te organiseren en te gebruiken.

(18)

Op het gebruik van de 700 MHz-frequentieband voor terrestrische draadloze breedband-diensten voor elektronische communicatie dient zo spoedig mogelijk een flexibele machtigingsregeling van toepassing te zijn. Houders van gebruiksrechten betreffende spectrum dienen daarbij te beschikken over de mogelijkheid tot overdracht en verhuur van hun bestaande rechten in het kader van de toepassing van de artikelen 9, 9 bis en 9 ter van Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad (5), rekening houdend met de verplichting uit hoofde van artikel 5 van Besluit nr. 243/2012/EU om daadwerkelijke mededinging te bevorderen en verstoring van de mededinging op de interne markt voor elektronische communicatiediensten te voorkomen. Bij hun beoordelingen inzake licentieverlening voor spectrum, moeten de lidstaten rekening houden met de looptijd van licenties, het bedrijfsplan van de exploitanten en de bijdrage daarvan aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Digitale Agenda, en de bevordering van innovatieve digitale diensten en socio-economische voordelen op lange termijn.

(19)

Het is van belang dat de DTT-regelgeving op de lange termijn voorspelbaar blijft wat betreft de toegang tot de sub-700 MHz-frequentieband, daarbij rekening houdend met de resultaten van de Wereldradiocommunicatieconferentie van 2015. Overeenkomstig de artikelen 9 en 9 bis van Richtlijn 2002/21/EG dienen de lidstaten voor zover mogelijk een flexibele aanpak te hanteren en moeten zij in staat zijn de invoering van alternatieve toepassingen, zoals terrestrische draadloze breedbanddiensten voor elektronische communicatie in de sub-700 MHz-frequentieband, toe te staan in overeenstemming met de nationale behoeften wat betreft de distributie van omroepdiensten, onder meer voor innovatieve, op gebruikers gerichte initiatieven. Die alternatieve toepassingen moeten ononderbroken toegang tot spectrum voor omroepdiensten als primaire gebruiker garanderen, op basis van de nationale vraag. Daartoe moeten de lidstaten de samenwerking tussen omroeporganisaties, omroepexploitanten en mobiele exploitanten bevorderen om de convergentie van audiovisuele en internetplatforms en gedeeld spectrumgebruik te faciliteren. Indien de lidstaten gebruik binnen de sub-700 MHz-frequentieband toestaan voor terrestrische draadloze breedbanddiensten voor elektronische communicatie, dienen zij ervoor te zorgen dat dit geen schadelijke interferentie veroorzaakt met digitale terrestrische omroep in aangrenzende lidstaten, zoals bepaald in de op de Regionale radiocommunicatieconferentie van 2006 gesloten overeenkomst.

(20)

De lidstaten dienen coherente nationale stappenplannen vast te stellen om het gebruik van de 700 MHz-frequentieband voor terrestrische draadloze breedbanddiensten voor elektronische communicatie te vergemakkelijken, waarbij moet worden gezorgd voor continuïteit voor de televisieomroepdiensten die geen gebruik meer maken van deze band. Zodra dergelijke nationale stappenplannen zijn vastgesteld, dienen de lidstaten deze op transparante wijze in de hele Unie bekend te maken. De nationale stappenplannen dienen het volgende te omvatten: activiteiten en tijdschema's voor de nieuwe frequentie-indeling, technische ontwikkelingen op het gebied van netwerkapparatuur en apparatuur voor eindgebruikers, co-existentie van radio- en niet-radioapparatuur, bestaande en nieuwe machtigingsregelingen, mechanismen ter voorkoming van schadelijke interferentie voor spectrumgebruikers op aangrenzende frequentiebanden en informatie over de mogelijkheid van compensatie van eventuele migratiekosten, teneinde onder andere kosten voor de eindgebruikers of omroeporganisaties te voorkomen. Indien een lidstaat van plan is DTT voort te zetten, dient in de nationale stappenplannen de optie te worden overwogen de modernisering van omroepapparatuur en de toepassing van meer spectrumefficiënte technologieën, zoals geavanceerde videoformaten (bijv. HEVC) of signaaltransmissietechnologieën (bijv. DVB-T2), te faciliteren.

(21)

Het toepassingsgebied van en het mechanisme in verband met de mogelijke compensatie, in het bijzonder aan eindgebruikers, voor de voltooiing van de overgang wat betreft het spectrumgebruik, moeten worden geanalyseerd in overeenstemming met de toepasselijke nationale bepalingen op grond van artikel 14 van Richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) en moeten stroken met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, teneinde bijvoorbeeld de overgang wat betreft het spectrumgebruik naar spectrumefficiëntere technologieën te vergemakkelijken. De Commissie moet een lidstaat op zijn verzoek kunnen adviseren om de overgang wat betreft het spectrumgebruik te vergemakkelijken.

(22)

De Commissie dient, in samenwerking met de lidstaten, verslag uit te brengen bij het Europees Parlement en de Raad over de ontwikkelingen van het gebruik van de sub-700 MHz-frequentieband, teneinde een efficiënt spectrumgebruik, conform het toepasselijke Unierecht, te waarborgen. De Commissie dient rekening te houden met de sociale, economische, culturele en internationale aspecten die van invloed zijn op de sub-700 MHz-frequentieband, met nieuwe technologische ontwikkelingen en veranderingen in consumentengedrag, en met de connectiviteitsvereisten met het oog op de bevordering van groei en innovatie in de Unie.

(23)

Aangezien de doelstelling van dit besluit, namelijk te zorgen voor een gecoördineerde aanpak inzake het spectrumgebruik van de 470-790 MHz-frequentieband in de Unie in overeenstemming met gemeenschappelijke doelstellingen, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar vanwege de omvang en de effecten ervan beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat dit besluit niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Uiterlijk op 30 juni 2020 staan de lidstaten het gebruik van de 694-790 MHz-frequentieband („700 MHz-frequentieband”) voor terrestrische systemen die in staat zijn tot levering van draadloze breedbanddiensten voor elektronische communicatie alleen toe indien wordt voldaan aan de door de Commissie in overeenstemming met artikel 4 van Beschikking nr. 676/2002/EG vastgestelde geharmoniseerde technische voorwaarden.

De lidstaten kunnen echter om één of meer van de in de bijlage bij dit besluit genoemde gegronde redenen het toestaan van het gebruik van de 700 MHz-frequentieband met ten hoogste twee jaar uitstellen. In een dergelijk geval van uitstel stelt de betrokken lidstaat de andere lidstaten en de Commissie daarvan in kennis en vermeldt hij die gegronde redenen in het overeenkomstig artikel 5 van dit besluit vastgestelde nationale stappenplan. Indien nodig maken de lidstaten gebruik van het machtigingsproces of passen zij de relevante bestaande rechten op gebruik van spectrum aan overeenkomstig Richtlijn 2002/20/EG, om ervoor te zorgen dat een dergelijk gebruik kan plaatsvinden.

Een lidstaat die het toestaan van het gebruik van de 700 MHz-frequentieband uitstelt overeenkomstig de tweede alinea en de lidstaten getroffen door dit uitstel, werken met elkaar samen om het proces rond het vrijmaken van die 700 MHz-frequentieband voor draadloze breedbanddiensten voor elektronische communicatie te coördineren, en nemen informatie over die coördinatie op in de overeenkomstig artikel 5 vastgestelde nationale stappenplannen.

2.   Teneinde het gebruik van de 700 MHz-frequentieband overeenkomstig lid 1 toe te staan, sluiten de lidstaten uiterlijk 31 december 2017 alle nodige grensoverschrijdende frequentiecoördinatieovereenkomsten binnen de Unie.

3.   De lidstaten zijn niet gebonden aan de verplichtingen die zijn neergelegd in de artikelen 1 en 2 in geografische gebieden waar nog geen frequentiecoördinatie met derde landen heeft plaatsgevonden, mits de lidstaten al het mogelijke doen om de duur en het geografische bereik van dergelijke ontbrekende coördinatie zo veel mogelijk te beperken en zij jaarlijks verslag van de resultaten aan de Commissie uitbrengen totdat de bestaande coördinatieproblemen zijn opgelost.

De eerste alinea is van toepassing op de problemen inzake spectrumcoördinatie in de Republiek Cyprus die voortvloeien uit het feit dat de regering van Cyprus ervan wordt weerhouden daadwerkelijk controle uit te oefenen in een gedeelte van haar grondgebied.

4.   Dit besluit doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om hun radiospectrum te organiseren en te gebruiken voor doeleinden van openbare orde, openbare veiligheid en defensie.

Artikel 2

Bij het verlenen van rechten inzake het gebruik van spectrum voor terrestrische systemen die draadloze breedbanddiensten voor elektronische communicatie kunnen bieden in de 700 MHz-frequentieband, staan de lidstaten toe dat die rechten worden overgedragen of verhuurd volgens open en transparante procedures overeenkomstig het toepasselijke Unierecht.

Artikel 3

1.   Indien de lidstaten het gebruik van de 700 MHz-frequentieband toestaan of bestaande rechten inzake het gebruik ervan wijzigen, houden zij terdege rekening met de noodzaak om de snelheids- en kwaliteitsdoelstellingen van artikel 6, lid 1, van Besluit nr. 243/2012/EU te halen, met inbegrip, waar nodig, van dekking in vooraf bepaalde nationale prioritaire gebieden, zoals langs belangrijke transportroutes over land, opdat draadloze toepassingen en Europees leiderschap in nieuwe digitale diensten effectief kunnen bijdragen aan de economische groei van de Unie. Dergelijke maatregelen kunnen voorwaarden omvatten waarmee het delen van netwerkinfrastructuur of spectrum in overeenstemming met het Unierecht wordt vergemakkelijkt of aangemoedigd.

2.   Bij de toepassing van lid 1 beoordelen de lidstaten, de noodzaak om voorwaarden vast te stellen in verband met de gebruiksrechten voor frequenties binnen de 700 MHz-frequentieband en, indien nodig, overleggen ze daaromtrent met de belanghebbenden.

Artikel 4

De lidstaten zorgen ten minste tot 2030 voor de beschikbaarheid van de 470-694 MHz-frequentieband („sub-700 MHz-freqentieband”) voor de terrestrische levering van omroepdiensten, met inbegrip van gratis televisie, en voor gebruik door draadloze audio-PMSE, waarbij wordt uitgegaan van de nationale behoeften en rekening wordt gehouden met het beginsel technologische neutraliteit. De lidstaten zorgen ervoor dat enig ander gebruik van de sub-700 MHz-frequentieband op hun grondgebied verenigbaar is met de nationale omroepbehoeften in de desbetreffende lidstaat en niet leidt tot schadelijke interferentie met de terrestrische levering van omroepdiensten in een aangrenzende lidstaat, en geen bescherming vordert tegen die levering. Een dergelijk gebruik doet geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten, zoals grensoverschrijdende frequentiecoördinatieovereenkomsten.

Artikel 5

1.   Zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 30 juni 2018 stellen de lidstaten hun nationale plan en tijdschema vast („nationaal stappenplan”), met gedetailleerde maatregelen om te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van de artikelen 1 en 4 en maken zij deze bekend. De lidstaten stellen hun nationale stappenplannen op na overleg met alle belanghebbenden.

2.   Om ervoor te zorgen dat het gebruik van de 700 MHz-frequentieband in overeenstemming is met artikel 1, lid 1, nemen de lidstaten in hun nationale stappenplannen, indien passend, informatie op over de maatregelen, inclusief steunmaatregelen, die zijn gericht op het beperken van de impact van het uit te voeren overgangsproces op de burgers en op het gebruik van draadloze audio-PMSE en op het vergemakkelijken van de tijdige beschikbaarheid van interoperabele apparatuur en ontvangers op het gebied van televisieomroepnetwerken in de interne markt.

Artikel 6

De lidstaten kunnen, in voorkomend geval en overeenkomstig het Unierecht, ervoor zorgen dat de rechtstreekse kosten, in het bijzonder voor eindgebruikers, van de migratie of hertoewijzing van spectrumgebruik passend, snel en transparant worden gecompenseerd teneinde onder meer de overstap op spectrumefficiëntere technologieën te vergemakkelijken.

Op verzoek van de betrokken lidstaat, kan de Commissie advies verlenen over een dergelijke compensatie, teneinde de overgang wat spectrumgebruik betreft te vergemakkelijken.

Artikel 7

In samenwerking met de lidstaten brengt de Commissie verslag uit bij het Europees Parlement en de Raad over de ontwikkelingen van het gebruik van de sub-700 MHz-frequentieband, teneinde een efficiënt spectrumgebruik, conform het toepasselijke Unierecht, te waarborgen. De Commissie houdt rekening met de sociale, economische, culturele en internationale aspecten die van invloed zijn op die sub-700 MHz-frequentieband overeenkomstig de artikelen 1 en 4, en met nieuwe technologische ontwikkelingen en veranderingen in consumentengedrag, alsook met de vereisten inzake connectiviteit met het oog op de bevordering van groei en innovatie in de Unie.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 9

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 17 mei 2017.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

A. TAJANI

Voor de Raad

De voorzitter

C. ABELA


(1)  PB C 303 van 19.8.2016, blz. 127.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 15 maart 2017 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 25 april 2017.

(3)  Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid (PB L 81 van 21.3.2012, blz. 7).

(4)  Besluit nr. 676/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een regelgevingskader voor het radiospectrumbeleid in de Europese Gemeenschap (Radiospectrumbeschikking) (PB L 108 van 24.4.2002, blz. 1).

(5)  Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn) (PB L 108 van 24.4.2002, blz. 33).

(6)  Richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (machtigingsrichtlijn) (PB L 108 van 24.4.2002, blz. 21).


BIJLAGE

Gegronde redenen om het toestaan van het gebruik van de 700 MHz-frequentieband voor terrestrische systemen die draadloze breedbanddiensten voor elektronische communicatie tot na 30 juni 2020 uit te stellen (artikel 1, lid 1):

1.

onopgeloste grensoverschrijdende coördinatieproblemen met schadelijke interferenties als gevolg;

2.

de noodzaak te zorgen voor de technische migratie van een groot deel van de bevolking naar geavanceerde omroepstandaarden, en de complexiteit daarvan;

3.

de overgangskosten voor zover die hoger zijn dan de verwachte opbrengsten van de licentieveiling;

4.

overmacht.


Top