Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017D0864

Besluit (EU) 2017/864 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 over het Europees Jaar van het cultureel erfgoed (2018)

OJ L 131, 20.5.2017, p. 1–9 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/864/oj

20.5.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 131/1


BESLUIT (EU) 2017/864 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 17 mei 2017

over het Europees Jaar van het cultureel erfgoed (2018)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 167,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De idealen, beginselen en waarden die zijn verankerd in „het culturele erfgoed van Europa, vormen voor Europa een gedeelde bron van herdenking, begrip, identiteit, dialoog, cohesie en creativiteit”. Cultureel erfgoed speelt een rol in de Europese Unie, en in de preambule van het Verdrag van de Europese Unie (VEU) staat te lezen dat de ondertekenende partijen worden „geïnspireerd door de culturele, religieuze en humanistische tradities van Europa”.

(2)

Artikel 3, lid 3, VEU bepaalt dat de Unie haar rijke verscheidenheid van cultuur en taal eerbiedigt en toeziet op de instandhouding en de ontwikkeling van het culturele erfgoed van Europa.

(3)

Artikel 167 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) draagt de Unie op bij te dragen tot de ontplooiing van de culturen van de lidstaten onder eerbiediging van de nationale en regionale verscheidenheid van die culturen, maar tegelijk ook de nadruk leggend op het gemeenschappelijk cultureel erfgoed. Het optreden van de Unie moet erop gericht zijn de samenwerking tussen de lidstaten aan te moedigen en zo nodig hun activiteiten te ondersteunen en aan te vullen, onder meer op het gebied van de verbetering van de kennis en verbreiding van de cultuur en de geschiedenis van de Europese volkeren en op het gebied van de instandhouding en bescherming van het cultureel erfgoed van Europees belang.

(4)

Zoals onderstreept door de Commissie in haar mededeling van 22 juli 2014, getiteld „Naar een geïntegreerde aanpak van cultureel erfgoed voor Europa”, moet cultureel erfgoed worden beschouwd als een gedeelde rijkdom en een gemeenschappelijk goed dat moet worden bewaard voor de toekomstige generaties. Daarom is het een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle belanghebbenden om zorg te dragen voor cultureel erfgoed.

(5)

Vanuit cultureel, ecologisch, sociaal en economisch standpunt heeft cultureel erfgoed een grote waarde voor de Europese samenleving. Daarom vormt het duurzaam beheer ervan een strategische keuze voor de 21e eeuw, zoals benadrukt door de Raad in zijn conclusies van 21 mei 2014 (3). De bijdrage van cultureel erfgoed in termen van toegevoegde waarde, vaardigheden en banen, en levenskwaliteit wordt onderschat.

(6)

Cultureel erfgoed staat centraal op de Europese agenda voor cultuur (4) en draagt bij aan de doelstellingen daarvan, namelijk de bevordering van de culturele verscheidenheid en de interculturele dialoog, de bevordering van cultuur als katalysator voor creativiteit en de bevordering van cultuur als cruciale component van de internationale betrekkingen van de Unie. Het is tevens één van de vier prioriteiten voor Europese samenwerking inzake cultuur voor de periode 2015-2018, zoals vastgesteld in het huidige werkplan voor cultuur, dat op 25 november 2014 door de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, is goedgekeurd (5).

(7)

In zijn conclusies van 21 mei 2014 gaf de Raad aan dat cultureel erfgoed een breed spectrum omvat van „rijkdommen die uit het verleden zijn geërfd, in alle vormen en aspecten — materieel, immaterieel en digitaal (van oorsprong digitaal en gedigitaliseerd), waaronder monumenten, opgravingen, landschappen, vaardigheden, gebruiken, kennis en uitingen van menselijke creativiteit, alsmede collecties die worden bewaard en beheerd door openbare en particuliere instellingen zoals musea, bibliotheken en archieven”. Cultureel erfgoed omvat ook het cinematografische erfgoed.

(8)

Cultureel erfgoed is in de loop der eeuwen gevormd door de interactie tussen cultuuruitingen van de verschillende beschavingen die Europa hebben bevolkt. Een Europees Jaar van het cultureel erfgoed dat hieraan is gewijd, zal het inzicht dat de bescherming en bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen van belang zijn, aanmoedigen en verder ontwikkelen. Een manier om dit inzicht te verwezenlijken is via voorlichtings- en bewustmakingsprogramma's voor het grote publiek, overeenkomstig de verplichtingen die zijn uiteengezet in het Unesco-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen van 2005, waarbij de Unie en de lidstaten partij zijn.

(9)

Overeenkomstig artikel 30 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap, waarbij de Unie en de meeste lidstaten partij zijn, erkennen de verdragspartijen het recht van personen met een handicap om op voet van gelijkheid met anderen aan het culturele leven deel te nemen, en dat zij alle passende maatregelen moeten nemen om te waarborgen dat personen met een handicap onder meer toegang hebben tot plaatsen voor culturele uitvoeringen of diensten, zoals theaters, musea, bioscopen, bibliotheken en dienstverlening op het gebied van toerisme, en zo veel mogelijk toegang tot monumenten en plaatsen van nationaal cultureel belang.

(10)

De Europese toegankelijkheidsprijs „Acces City Award” heeft aangetoond dat het haalbaar is en een goede praktijk is om het cultureel erfgoed van steden toegankelijk te maken, op een zodanige manier dat de aard en waarden ervan worden gerespecteerd, voor personen met een handicap, ouderen en personen met beperkte mobiliteit of andere vormen van tijdelijke beperkingen.

(11)

Cultureel erfgoed vervult een belangrijke rol voor de cohesie van een gemeenschap nu de culturele diversiteit in de Europese samenlevingen toeneemt. Locaties waaraan het Europese erfgoedlabel is toegekend, hebben een sterke Europese dimensie omdat zij zijn uitgekozen op grond van hun rol in de Europese geschiedenis. Samen met de Europese culturele hoofdsteden versterken die locaties het gevoel deel uit te maken van een gezamenlijke Europese ruimte. Daarom moet worden gestreefd naar complementariteit met het Europees Jaar van het cultureel erfgoed. Nieuwe participatieve en interculturele benaderingen voor erfgoedbeleid en voorlichtingsinitiatieven die aan alle vormen van cultureel erfgoed een gelijke waarde toekennen, hebben het potentieel om het vertrouwen, de wederzijdse erkenning en de sociale cohesie te vergroten, wat ook blijkt uit de internationale samenwerking in het kader van de Raad van Europa.

(12)

De rol van het cultureel erfgoed wordt ook bevestigd in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN („Agenda 2030”), waarin wereldburgerschap, culturele diversiteit en interculturele dialoog als overkoepelende beginselen voor duurzame ontwikkeling worden aangeduid. Verder wordt in de Agenda 2030 erkend dat alle culturen en beschavingen kunnen bijdragen tot en cruciale wegbereiders zijn voor duurzame ontwikkeling. Cultuur wordt expliciet genoemd in verschillende doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling van de Agenda 2030, en in het bijzonder in doelstelling 11 (steden en erfgoed), alsook in doelstelling 4 (onderwijs), en — met betrekking tot toerisme — in doelstelling 8 (duurzame groei) en doelstelling 12 (consumptiepatronen).

(13)

De toegenomen internationale erkenning van de behoefte om mensen en menselijke waarden centraal te plaatsen in een ruimer en interdisciplinair concept van cultureel erfgoed, versterkt de noodzaak om de bredere toegang tot cultureel erfgoed te bevorderen, onder meer in het licht van de positieve effecten ervan op de levenskwaliteit. Die bredere toegang kan worden verwezenlijkt door verschillende doelgroepen te bereiken en door de toegankelijkheid van plaatsen, gebouwen, producten en diensten te verbeteren, rekening houdend met de specifieke behoeften en gevolgen van demografische veranderingen.

(14)

De verantwoordelijkheid voor beleidsinitiatieven inzake onderhoud, restauratie, behoud, hergebruik, toegankelijkheid en promotie van cultureel erfgoed en diensten die verband houden met cultureel erfgoed ligt hoofdzakelijk op nationaal, regionaal of lokaal niveau. Niettemin heeft cultureel erfgoed een duidelijke Europese dimensie, die naast het cultuurbeleid wordt aangepakt op Uniebeleidsterreinen zoals onderwijs, landbouw en plattelandsontwikkeling, regionale ontwikkeling, sociale cohesie, maritieme zaken, milieu, toerisme, de digitale agenda, onderzoek en innovatie, en communicatie.

(15)

2018 is symbolisch en historisch van belang voor Europa en het Europees cultureel erfgoed, aangezien dit jaar een aantal belangrijke gebeurtenissen markeert, zoals de 100e verjaardag van het einde van de Eerste Wereldoorlog en van de onafhankelijkheid van diverse lidstaten, alsook de 400e verjaardag van het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog. Het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed kan dan ook kansen bieden voor een beter begrip van het heden door een diepgaander en gedeeld begrip van het verleden.

(16)

Om het potentieel van cultureel erfgoed voor Europese samenlevingen en economieën ten volle te benutten, zijn er voor de instandhouding, de ontwikkeling en het beheer van cultureel erfgoed een doeltreffend participatief beheer (d.w.z. op diverse niveaus en voor diverse belanghebbenden) en betere sectoroverschrijdende samenwerking nodig, zoals de Raad heeft aangegeven in zijn conclusies van 25 november 2014 (6). Bij dat beheer en die samenwerking moeten alle belanghebbenden worden betrokken, waaronder overheidsinstanties, de culturele-erfgoedsector, particulieren en organisaties uit het maatschappelijk middenveld, zoals ngo's en organisaties uit de vrijwilligerssector.

(17)

Voorts heeft de Raad de Commissie in zijn conclusies van 25 november 2014 verzocht om te overwegen een voorstel voor een „Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed” te presenteren.

(18)

In zijn resolutie van 8 september 2015 heeft het Europees Parlement aanbevolen een Europees Jaar van het cultureel erfgoed aan te wijzen, bij voorkeur 2018.

(19)

In zijn advies van donderdag 16 april 2015 (7) heeft het Comité van de Regio's de oproep van de Raad om aandacht te besteden aan een „Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed” verwelkomd en hierbij de nadruk gelegd op de bijdrage ervan aan de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen in de pan-Europese context.

(20)

Het uitroepen van een Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed is een doeltreffende manier om het publieke bewustzijn te vergroten, informatie over goede praktijken te verspreiden, een beleidsdebat, onderzoek en innovatie te bevorderen en de vergaring en analyse te verbeteren van kwalitatief bewijsmateriaal en kwantitatieve gegevens, waaronder statistieken, over de sociale en economische impact van cultureel erfgoed. Door een omgeving te creëren waarin die doelstellingen tegelijkertijd op Unie-, nationaal, regionaal en lokaal niveau worden bevorderd, kunnen meer synergie en een beter gebruik van hulpbronnen worden bereikt. In dat verband dient de Commissie tijdig informatie te verstrekken aan en nauw samen te werken met het Europees Parlement, de Raad en de lidstaten, het Comité van de Regio's en de organen en verenigingen die op Unieniveau actief zijn op het gebied van cultureel erfgoed. De lidstaten worden tevens aangemoedigd onderling samen te werken om te waarborgen dat activiteiten voor het Europees Jaar van het cultureel erfgoed een Europese dimensie hebben.

(21)

Cultureel erfgoed is ook een actieterrein voor verschillende programma's inzake externe betrekkingen, hoofdzakelijk, maar niet uitsluitend, in het Midden-Oosten. De bevordering van de waarde van cultureel erfgoed is ook een antwoord op de opzettelijke vernietiging van cultuurschatten in conflictgebieden, zoals benadrukt in de Gezamenlijke Mededeling van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie van 8 juni 2016, getiteld „Naar een EU-strategie voor internationale culturele betrekkingen”. Het is van belang om te zorgen voor complementariteit tussen het Europees Jaar van het cultureel erfgoed en alle initiatieven voor externe betrekkingen die binnen passende kaders worden ontwikkeld. Maatregelen om in het kader van relevante instrumenten voor externe betrekkingen cultureel erfgoed te beschermen en te bevorderen, moeten onder meer het wederzijdse belang weerspiegelen dat gekoppeld is aan de uitwisseling van ervaringen en waarden met derde landen. Het Europees Jaar van het cultureel erfgoed moet wederzijdse kennis, respect en begrip van de respectieve culturen bevorderen.

(22)

Kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten moeten nauw worden betrokken bij de maatregelen in het kader van het Europees Jaar van het cultureel erfgoed. Er moet waar nodig ook worden gestreefd naar betrokkenheid van de landen die vallen binnen het toepassingsgebied van het Europees nabuurschapsbeleid en andere partnerlanden. Dergelijke betrokkenheid kan worden nagestreefd via de relevante kaders voor samenwerking en dialoog, met name in de context van de dialoog tussen het maatschappelijk middenveld van de Unie en van die landen.

(23)

De instandhouding, het behoud en de ontwikkeling van het cultureel erfgoed van Europa vallen binnen de doelstellingen van bestaande programma's van de Unie. Daarom kan een Europees Jaar van het cultureel erfgoed worden uitgevoerd door gebruik te maken van die programma's overeenkomstig hun bestaande bepalingen en mechanismen voor het vaststellen van financieringsprioriteiten op jaar- of meerjarenbasis. Programma's en beleidsinitiatieven in domeinen zoals cultuur, onderwijs, landbouw en plattelandsontwikkeling, regionale ontwikkeling, sociale cohesie, maritieme zaken, milieu, toerisme, de strategie voor een digitale eengemaakte markt, onderzoek en innovatie, en communicatie, dragen direct en indirect bij tot de bescherming, de ontwikkeling, het innovatief hergebruik en de bevordering van het cultureel erfgoed van Europa, en kunnen het Europees Jaar van het cultureel erfgoed overeenkomstig hun respectieve rechtskaders ondersteunen. Nationale bijdragen ter aanvulling van cofinanciering op Unieniveau, onder meer door middel van flexibele financieringsmechanismen zoals publiek-private partnerschappen of crowdfunding, kunnen worden overwogen ter ondersteuning van de doelstellingen van het Europees Jaar van het cultureel erfgoed.

(24)

De financiële belangen van de Unie moeten worden beschermd met evenredige maatregelen in de hele uitgavencyclus, onder meer op het gebied van preventie, opsporing en onderzoek van onregelmatigheden, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen, en waar nodig met administratieve en financiële sancties.

(25)

In dit besluit worden de financiële middelen voor de gehele looptijd van het Europees Jaar van het cultureel erfgoed vastgelegd, die voor het Europees Parlement en de Raad in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (8).

(26)

Daar de doelstellingen van dit besluit, namelijk de mensen aan te sporen het cultureel erfgoed van Europa te delen en te waarderen, bewuster om te gaan met hun gemeenschappelijke geschiedenis en waarden, en zich meer onderdeel te voelen van een gemeenschappelijke Europese culturele ruimte, gelet op de behoefte aan transnationale uitwisseling van informatie en verspreiding van goede praktijken in de hele Unie niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt maar beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat dit besluit niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

1.   Het jaar 2018 wordt uitgeroepen tot het „Europees Jaar van het cultureel erfgoed” („het Europees Jaar”).

2.   Het doel van het Europees Jaar is de mensen aan te sporen het cultureel erfgoed van Europa als een gedeelde rijkdom te delen en te waarderen, bewuster om te gaan met hun gemeenschappelijke geschiedenis en waarden en zich meer onderdeel te voelen van een gemeenschappelijke Europese culturele ruimte.

Artikel 2

Doelstellingen

1.   De algemene doelstellingen van het Europees Jaar worden het stimuleren en ondersteunen van de inspanningen van de Unie, de lidstaten en de regionale en lokale autoriteiten, in samenwerking met de culturele-erfgoedsector en het maatschappelijk middenveld in ruime zin, om het cultureel erfgoed van Europa te beschermen, te bewaren, te hergebruiken, te ontwikkelen, te benutten en te propageren. Het Europees Jaar zal in het bijzonder:

a)

bijdragen aan het benadrukken van de spilfunctie die het cultureel erfgoed van Europa heeft in culturele diversiteit en interculturele dialoog. Met volledige inachtneming van de bevoegdheden van de lidstaten, moet worden gezocht naar de beste manieren om de instandhouding en bescherming van het cultureel erfgoed van Europa te garanderen en om ervoor te zorgen dat een breder en diverser publiek ervan kan genieten, onder meer via maatregelen voor publieksontwikkeling en via erfgoedvoorlichting, waarbij sociale inclusie en integratie worden bevorderd;

b)

de bijdrage van het cultureel erfgoed van Europa aan de samenleving en de economie vergroten, via het directe en indirecte economische potentieel van het Europees Jaar, hetgeen de capaciteit omvat om de culturele en creatieve sectoren, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, te onderbouwen, aan te zetten tot creativiteit en innovatie, duurzame ontwikkeling en duurzaam toerisme te bevorderen, de sociale cohesie te verbeteren en werkgelegenheid op lange termijn te creëren;

c)

bijdragen aan de bevordering van cultureel erfgoed als belangrijk element in de betrekkingen tussen de Unie en derde landen, waarbij wordt voortgebouwd op de interesse en behoeften in partnerlanden, en op de deskundigheid van Europa inzake cultureel erfgoed.

2.   De specifieke doelstellingen van het Europees Jaar zijn:

a)

het stimuleren van benaderingen van cultureel erfgoed die mensgericht, inclusief, toekomstgericht, meer geïntegreerd, duurzaam en sectoroverschrijdend zijn;

b)

het propageren van innovatieve modellen voor participatieve governance en participatief beheer van cultureel erfgoed, waarbij alle belanghebbenden worden betrokken, waaronder overheidsinstanties, de culturele-erfgoedsector, particuliere actoren en organisaties uit het maatschappelijk middenveld;

c)

het bevorderen van debat, onderzoek en de uitwisseling van goede praktijken inzake de kwaliteit van de bescherming, instandhouding, het innovatieve hergebruik en de ontwikkeling van cultureel erfgoed, en inzake hedendaagse ingrepen in de historische omgeving;

d)

werken aan oplossingen die cultureel erfgoed voor iedereen toegankelijk maken, onder meer langs digitale weg, door het wegnemen van sociale, culturele en fysieke belemmeringen, waarbij rekening wordt gehouden met mensen met bijzondere behoeften;

e)

de positieve bijdrage van cultureel erfgoed aan de samenleving en de economie belichten en versterken via onderzoek en innovatie, onder meer door het versterken van de kennisbasis voor een dergelijke bijdrage op Unieniveau;

f)

stimuleren van synergieën tussen cultureel erfgoed en milieubeleid door de integratie van het culturele erfgoed in het ecologische, architecturale en planologische beleid, en door de bevordering van energie-efficiëntie;

g)

het aanmoedigen van regionale en lokale ontwikkelingsstrategieën om het potentieel van cultureel erfgoed aan te boren, onder meer via het bevorderen van duurzaam toerisme;

h)

het ondersteunen van de ontwikkeling van specifieke vaardigheden en het verbeteren van kennisbeheer en -overdracht in de culturele-erfgoedsector, rekening houdend met de gevolgen van de digitale omwenteling;

i)

het bevorderen van cultureel erfgoed als een bron van inspiratie voor eigentijdse creatie en innovatie, en het onderstrepen van het potentieel voor kruisbestuiving en meer interactie tussen de culturele-erfgoedsectoren andere culturele en creatieve sectoren;

j)

het vergroten van het bewustzijn omtrent het belang van het cultureel erfgoed van Europa via voorlichting en levenslang leren, in het bijzonder door zich te richten op kinderen, jongeren en ouderen, plaatselijke gemeenschappen en moeilijk bereikbare groepen;

k)

het onderstrepen van het potentieel van samenwerking in aangelegenheden inzake cultureel erfgoed om sterkere banden te ontwikkelen binnen de Unie en met derde landen, en om de interculturele dialoog, verzoeningsprocessen na conflicten en conflictpreventie te bevorderen;

l)

het bevorderen van onderzoek en innovatie inzake cultureel erfgoed, het vergemakkelijken van de toepassing en het gebruik van onderzoeksresultaten door alle belanghebbenden, in het bijzonder door overheidsinstanties en de particuliere sector, en het vergemakkelijken van de verspreiding van onderzoeksresultaten onder een ruimer publiek;

m)

het aanmoedigen van synergieën tussen de Unie en de lidstaten, met inbegrip van het versterken van initiatieven om de illegale handel in cultuurgoederen te voorkomen, en

n)

het benadrukken van wezenlijke gebeurtenissen in 2018 die een symbolisch belang hebben voor de geschiedenis en het cultureel erfgoed van Europa.

Artikel 3

Inhoud van de maatregelen

1.   De maatregelen die moeten worden genomen om de in artikel 2 uiteengezette doelstellingen te verwezenlijken, omvatten de volgende activiteiten op Unie-, nationaal, regionaal of lokaal niveau die verband houden met de doelstellingen van het Europees Jaar:

a)

initiatieven en evenementen om een debat te bevorderen, het bewustzijn omtrent het belang en de waarde van cultureel erfgoed te vergroten, en de betrokkenheid van burgers en belanghebbenden te bevorderen;

b)

informatie, tentoonstellingen, voorlichtings- en bewustmakingscampagnes om waarden zoals diversiteit en interculturele dialoog uit te dragen door gebruik te maken van zaken uit het rijke culturele erfgoed van Europa die dit aantonen, en om de bijdrage van het grote publiek aan de bescherming en het beheer van cultureel erfgoed en meer algemeen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het Europees Jaar te stimuleren;

c)

het delen van ervaringen en goede praktijken van nationale, regionale en lokale instanties en andere organisaties, en het verspreiden van informatie over cultureel erfgoed, waaronder via Europeana;

d)

het verrichten van studies en onderzoeks- en innovatieactiviteiten en het verspreiden van de resultaten ervan op Europese of nationale schaal, en

e)

het aanprijzen van projecten en netwerken die te maken hebben met het Europees Jaar, onder meer via de media en sociale netwerken.

2.   De Commissie en de lidstaten kunnen ook, respectievelijk op het niveau van de Unie en op nationaal niveau, andere activiteiten aanduiden dan die welke zijn genoemd in lid 1, op voorwaarde dat die bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het Europees Jaar, zoals beschreven in artikel 2.

3.   De instellingen en organen van de Unie, alsook de lidstaten, kunnen, respectievelijk op het niveau van de Unie en op nationaal niveau, verwijzen naar het logo van het Europees Jaar en het gebruiken voor het propageren van activiteiten als bedoeld in de leden 1 en 2.

Artikel 4

Coördinatie op het niveau van de lidstaten

De organisatie van de deelname aan het Europees Jaar op nationaal niveau is een zaak van de lidstaten. Daartoe benoemen de lidstaten nationale coördinatoren. De nationale coördinatoren zorgen voor de coördinatie van relevante activiteiten op nationaal niveau.

Artikel 5

Coördinatie op Unieniveau

1.   De Commissie belegt geregeld vergaderingen van de nationale coördinatoren om het verloop van het Europees Jaar te coördineren. Die vergaderingen vormen tevens een gelegenheid om informatie over de tenuitvoerlegging van het Europees Jaar op nationaal en op Unieniveau uit te wisselen; vertegenwoordigers van het Europees Parlement kunnen deze vergaderingen bijwonen als waarnemers.

2.   De coördinatie van het Europees Jaar op Unieniveau omvat een transversale benadering teneinde synergieën tot stand te brengen tussen de diverse programma's en initiatieven van de Unie voor de financiering van projecten op het gebied van cultureel erfgoed.

3.   De Commissie belegt regelmatig vergaderingen met belanghebbenden en vertegenwoordigers van organisaties of organen die actief zijn op het vlak van cultureel erfgoed, waaronder bestaande transnationale culturele netwerken en relevante ngo's, alsmede jongerenorganisaties, om zich te laten bijstaan bij de tenuitvoerlegging van het Europees Jaar op Unieniveau.

Artikel 6

Internationale samenwerking

De Commissie werkt voor de tenuitvoerlegging van het Europees Jaar samen met relevante internationale organisaties, in het bijzonder met de Raad van Europa en Unesco, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de deelname van de Unie zichtbaar wordt gemaakt.

Artikel 7

Bescherming van de financiële belangen van Unie

1.   De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de tenuitvoerlegging van uit hoofde van dit besluit gefinancierde acties de financiële belangen van de Unie worden beschermd door de toepassing van preventieve maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door de uitvoering van doeltreffende controles en verificaties en, indien onregelmatigheden worden vastgesteld, door de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door het opleggen van doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve en financiële sancties.

2.   De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om op basis van documenten en op basis van controles en verificaties ter plaatse audits uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van dit besluit middelen van de Unie hebben ontvangen.

3.   Overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 (9) van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 (10) van de Raad, kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) onderzoeken, waaronder controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er in verband met een subsidieovereenkomst of een subsidiebesluit of een uit hoofde van dit besluit gefinancierd contract sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad.

4.   Onverminderd de leden 1, 2 en 3, bevatten de samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en met internationale organisaties, contracten en subsidieovereenkomsten en -besluiten die voorvloeien uit de toepassing van dit besluit, bepalingen die de Commissie, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid geven dergelijke audits en onderzoeken binnen hun respectieve bevoegdheden te verrichten.

Artikel 8

Financiering

Cofinanciering op Unieniveau van activiteiten ter tenuitvoerlegging van het Europees Jaar zal overeenkomstig de toepasselijke regels voor bestaande programma's, zoals het programma Creatief Europa, verlopen, en binnen het kader van de bestaande mogelijkheden voor het op jaar- of meerjarenbasis vaststellen van prioriteiten. Indien passend, kunnen andere programma's en beleidsinitiatieven eveneens, binnen hun bestaande wettelijke en financiële bepalingen, het Europees Jaar ondersteunen.

Artikel 9

Begroting

De financiële middelen voor de uitvoering van dit besluit voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2018 bedragen 8 miljoen EUR.

De jaarlijkse kredieten worden door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurd binnen de grenzen van het meerjarig financieel kader.

Artikel 10

Monitoring en evaluatie

De Commissie dient uiterlijk op 31 december 2019 een verslag in bij het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de tenuitvoerlegging, de resultaten en de algehele beoordeling van de in dit besluit bedoelde initiatieven. Het verslag bevat ook ideeën voor verdere gezamenlijke inspanningen op het gebied van cultureel erfgoed.

Artikel 11

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Straatsburg, 17 mei 2017.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

A. TAJANI

Voor de Raad

De voorzitter

C. ABELA


(1)  PB C 88 van 21.3.2017, blz. 7.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 27 april 2017 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van11 mei 2017.

(3)  Conclusies van de Raad van 21 mei 2014 over cultureel erfgoed als strategische hulpbron voor een duurzaam Europa (PB C 183 van 14.6.2014, blz. 36).

(4)  Resolutie van de Raad van 16 november 2007 over een Europese agenda voor cultuur (PB C 287 van 29.11.2007, blz. 1).

(5)  Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over een werkplan voor cultuur (2015-2018) (PB C 463 van 23.12.2014, blz. 4).

(6)  Conclusies van de Raad over participatief beheer van cultureel erfgoed (PB C 463 van 23.12.2014, blz. 1).

(7)  Advies van het Comité van de Regio's — Naar een geïntegreerde aanpak van cultureel erfgoed voor Europa (PB C 195 van 12.6.2015, blz. 22).

(8)  PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(9)  Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

(10)  Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).


GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Overeenkomstig artikel 9 van het besluit bedragen de financiële middelen voor de tenuitvoerlegging van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed (2018) 8 miljoen EUR. Ter financiering van de voorbereiding van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed wordt een bedrag van 1 miljoen EUR uit de bestaande middelen van de begroting voor 2017 gebruikt. In de begroting voor 2018 wordt 7 miljoen EUR gereserveerd voor het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed en zichtbaar gemaakt in een begrotingslijn. Van dat bedrag is 3 miljoen EUR afkomstig uit de middelen die thans zijn voorzien voor het programma Creatief Europa, en 4 miljoen EUR wordt gehaald uit andere bestaande middelen en geherprioriteerd, zonder dat de beschikbare marges worden benut en zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de begrotingsautoriteit.

VERKLARING VAN DE COMMISSIE

De Commissie neemt ter kennis dat de medewetgevers overeengekomen zijn om in artikel 9 van het besluit van het Europees Parlement en de Raad over een Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed (2018) financiële middelen vast te leggen ter waarde van 8 miljoen EUR. De Commissie herinnert eraan dat het overeenkomstig artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie uitsluitend voorbehouden is aan de begrotingsautoriteit om het bedrag aan kredieten in de jaarlijkse begroting goed te keuren.


Top