EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017D0017

Besluit (EU) 2017/937 van de Europese Centrale Bank van 23 mei 2017 tot benoeming van hoofden van arbeidseenheden voor de vaststelling van gedelegeerde besluiten inzake de significantie van onder toezicht staande entiteiten (ECB/2017/17)

OJ L 141, 1.6.2017, p. 28–29 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 30/09/2020; opgeheven door 32020D1332

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/937/oj

1.6.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 141/28


BESLUIT (EU) 2017/937 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 23 mei 2017

tot benoeming van hoofden van arbeidseenheden voor de vaststelling van gedelegeerde besluiten inzake de significantie van onder toezicht staande entiteiten (ECB/2017/17)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 11.6,

Gezien Besluit (EU) 2017/933 van de Europese Centrale Bank van 16 november 2016 betreffende een algemeen kader voor de delegatie van besluitvormingsbevoegdheden voor met toezichttaken verband houdende rechtsinstrumenten (ECB/2016/40) (1), en met name artikelen 4 en 5,

Gezien Besluit (EU) 2017/934 van de Europese Centrale Bank van 16 november 2016 betreffende de delegatie van besluiten inzake de significantie van onder toezicht staande entiteiten (ECB/2016/41) (2), en met name artikel 2,

Gezien Besluit ECB/2004/2 van 19 februari 2004 houdende goedkeuring van het reglement van orde van de Europese Centrale Bank (3), en met name artikel 10,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om het aanzienlijk aantal besluiten te kunnen adresseren dat de Europese Centrale Bank (ECB) moet vaststellen voor de vervulling van haar toezichttaken, is een procedure opgezet voor de vaststelling van specifieke gedelegeerde besluiten.

(2)

Een delegatiebesluit is van toepassing vanaf de vaststelling van een directiebesluit waarbij een of meerdere hoofden van arbeidseenheden worden benoemd om besluiten te nemen op basis van een delegatiebesluit.

(3)

De directie houdt bij de benoeming van hoofden van arbeidseenheden rekening met het belang van het delegatiebesluit en het aantal geadresseerden waaraan gedelegeerde besluiten gestuurd moeten worden.

(4)

De voorzitter van de Raad van toezicht werd geraadpleegd betreffende de hoofden van arbeidseenheden waaraan de bevoegdheid moet worden gedelegeerd tot het vaststellen van besluiten inzake de significantie van onder toezicht staande entiteiten,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Gedelegeerde besluiten die een onder toezicht staande entiteit als belangrijk aanmerken, of die een entiteit niet langer als belangrijk aanmerken, binnen een belangrijke onder toezicht staande groep, of gedelegeerde besluiten die de naam van een belangrijke onder toezicht staande entiteit wijzigen

Gedelegeerde besluiten krachtens artikel 3, lid 1, 2 of 4, van Besluit (EU) 2017/934 (ECB/2016/41) worden vastgesteld door een van de volgende hoofden van arbeidseenheden:

a)

de directeur-generaal van het directoraat-generaal Microprudentieel Toezicht I, indien het directoraat-generaal Microprudentieel Toezicht I toezicht uitoefent op de betrokken onder toezicht staande entiteit of groep;

b)

de directeur-generaal van het directoraat-generaal Microprudentieel Toezicht II, indien het directoraat-generaal Microprudentieel Toezicht II toezicht uitoefent op de betrokken onder toezicht staande entiteit of groep, of

c)

bij ontstentenis van een directeur-generaal, hun plaatsvervangend directeur-generaal.

Artikel 2

Gedelegeerde besluiten die een belangrijke onder toezicht staande entiteit, of een belangrijke onder toezicht staande groep, niet langer als belangrijk aanmerken

Gedelegeerde besluiten krachtens artikel 3, lid 3, van Besluit (EU) 2017/934 (ECB/2016/41) worden vastgesteld door de directeur-generaal van het directoraat-generaal Microprudentieel Toezicht III of, bij ontstentenis van de directeur-generaal, door de plaatsvervangend directeur-generaal, en een van de volgende hoofden van arbeidseenheden:

a)

de directeur-generaal van het directoraat-generaal Microprudentieel Toezicht I, indien het directoraat-generaal Microprudentieel Toezicht I toezicht uitoefent op de betrokken onder toezicht staande entiteit of groep;

b)

de directeur-generaal van het directoraat-generaal Microprudentieel Toezicht II, indien het directoraat-generaal Microprudentieel Toezicht II toezicht uitoefent op de betrokken onder toezicht staande entiteit of groep, of

c)

bij ontstentenis van een directeur-generaal, hun plaatsvervangend directeur-generaal.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Frankfurt am Main, 23 mei 2017.

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  Zie bladzijde 14 van dit Publicatieblad.

(2)  Zie bladzijde 18 van dit Publicatieblad.

(3)  PB L 80 van 18.3.2004, blz. 33.


Top