EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016R1927

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1927 van de Commissie van 4 november 2016 betreffende templates voor monitoringplannen, emissieverslagen en conformiteitsdocumenten uit hoofde van Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer (Voor de EER relevante tekst )

C/2016/6948

OJ L 299, 5.11.2016, p. 1–21 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2016/1927/oj

5.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 299/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1927 VAN DE COMMISSIE

van 4 november 2016

betreffende templates voor monitoringplannen, emissieverslagen en conformiteitsdocumenten uit hoofde van Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG (1), en met name artikel 6, lid 5, artikel 12, lid 2, en artikel 17, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 6, leden 1 en 3, van Verordening (EU) 2015/757 moeten maatschappijen bij de verificateurs een monitoringplan indienen dat bestaat uit volledige en transparante documentatie over de monitoringmethode voor elk schip dat onder de werkingssfeer van die verordening valt.

(2)

Om ervoor te zorgen dat die monitoringplannen gestandaardiseerde informatie bevatten voor een geharmoniseerde uitvoering van de monitoring- en rapportageverplichtingen, moeten templates worden vastgesteld, met inbegrip van technische regels voor de eenvormige toepassing ervan.

(3)

Het monitoringplan moet ten minste de elementen bevatten die zijn vastgesteld in artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) 2015/757. In het monitoringplan moeten ook de eenheden voor het bepalen van de „vervoerde vracht” worden gebruikt, die in Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1928 van de Commissie (2) gespecificeerd zijn. Omdat ropaxschepen twee verschillende vervoersdiensten verlenen, moet bij dergelijke schepen onderscheid worden gemaakt tussen het brandstofverbruik en de CO2-emissies voor enerzijds vracht en anderzijds passagiers. Zo kunnen de gemiddelde operationele indicatoren voor energie-efficiëntie beter worden bepaald.

(4)

Onverminderd artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) 2015/757 en overeenkomstig de laatste alinea van artikel 10 van die verordening moet het monitoringplan voorzien in de mogelijkheid het brandstofverbruik en de CO2-emissies te monitoren en te rapporteren op basis van andere vrijwillige criteria. Zo kan een beter inzicht worden verkregen in de gemiddelde gerapporteerde energie-efficiëntie. Dit geldt met name voor de gedifferentieerde monitoring van het brandstofverbruik voor de verwarming van de vracht en voor dynamische positionering, evenals voor de gedifferentieerde monitoring van reizen met lading en door ijs.

(5)

Om het voor maatschappijen met verscheidene schepen gemakkelijker te maken monitoringplannen op te stellen, moeten maatschappijen kunnen aangeven welke procedures van het monitoringplan voor alle schepen onder hun verantwoordelijkheid relevant zijn.

(6)

Als maatschappijen als onderdeel van het monitoringplan uit hoofde van artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) 2015/757 informatie over bepaalde elementen en procedures verstrekken, moeten ze ook kunnen verwijzen naar procedures of systemen die ze doeltreffend hebben toegepast als onderdeel van hun bestaande beheerssystemen (bijvoorbeeld de International Safety Management Code (ISM-code) (3) of het Ship Energy Efficiency Management Plan (SEEMP) (4)), of naar systemen en controles die ressorteren onder geharmoniseerde normen voor kwaliteits-, milieu- of energiebeheer (bijvoorbeeld EN ISO 9001: 2015, EN ISO 14001: 2015 of EN ISO 50001: 2011).

(7)

Om de monitoring te vergemakkelijken moet het mogelijk zijn gebruik te maken van standaardwaarden voor de mate van onzekerheid in verband met de monitoring van de brandstof.

(8)

Om de volledige conformiteitscyclus (met inbegrip van monitoring, rapportage en verificatie) te vergemakkelijken, moet informatie over het beheer — en met name over adequaat gegevensbeheer en adequate controles — als nuttige informatie worden beschouwd. Met behulp van een specifiek deel van het monitoringtemplate moeten maatschappijen de nodige beheersonderdelen kunnen structureren.

(9)

Er moeten specificaties worden vastgesteld voor een elektronisch template voor emissieverslagen. Zo kan worden gewaarborgd dat geverifieerde emissieverslagen elektronisch worden ingediend met volledige en gestandaardiseerde geaggregeerde jaarlijkse informatie die voor iedereen toegankelijk kan worden gemaakt en de Commissie in staat stelt de uit hoofde van artikel 21 van Verordening (EU) 2015/757 vereiste verslagen op te stellen.

(10)

Het emissieverslag moet ten minste de in artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2015/757 bedoelde informatie bevatten, met inbegrip van de resultaten van de jaarlijkse monitoring. Het moet ook mogelijk zijn extra informatie te verstrekken met het oog op een beter inzicht in de op vrijwillige basis gerapporteerde gemiddelde operationele indicatoren voor energie-efficiëntie. Dit betreft met name de elementen voor de vrijwillige monitoring van het brandstofverbruik en de CO2-emissies, gedifferentieerd op basis van in het monitoringplan gespecificeerde criteria.

(11)

Er moeten technische regels worden vastgesteld voor een elektronisch template voor conformiteitsdocumenten. Zo kan gestandaardiseerde en gemakkelijk verwerkbare informatie worden opgenomen in de conformiteitsdocumenten die de verificateurs krachtens artikel 17, lid 4, van Verordening (EU) 2015/757 versturen om de Commissie en de autoriteiten van de vlaggenstaat onverwijld over de afgifte van een conformiteitsdocument te informeren.

(12)

Maatschappijen en geaccrediteerde verificateurs moeten over Thetis MRV — een specifiek door het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid ontwikkeld en beheerd informatiesysteem van de Unie — kunnen beschikken, zodat ze naar behoren geverifieerde emissieverslagen en daarmee verband houdende conformiteitsdocumenten elektronisch bij de Commissie en de vlaggenstaten kunnen indienen. Thetis MRV moet flexibel zijn met het oog op een eventueel wereldwijd systeem voor de monitoring, de rapportage en de verificatie van broeikasgasemissies.

(13)

De Commissie heeft de betrokken partijen geraadpleegd over de beste praktijken met betrekking tot de kwesties die in deze verordening aan bod komen. De raadpleging is uitgevoerd door de in het kader van het Europees Forum voor duurzame scheepvaart opgerichte „Shipping MRV experts” subgroups.

(14)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 26 van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad opgerichte Comité klimaatverandering (5),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden templates en technische regels vastgesteld voor het indienen van monitoringplannen, emissieverslagen en conformiteitsdocumenten overeenkomstig Verordening (EU) 2015/757.

Artikel 2

Template voor het monitoringplan

1.   De maatschappijen stellen het in artikel 6 van Verordening (EU) 2015/757 bedoelde monitoringplan op met behulp van een template dat met het model in bijlage I overeenkomt.

2.   De maatschappijen mogen het monitoringplan opsplitsen in een specifiek deel over de maatschappij en een specifiek deel over het schip, mits alle elementen van bijlage I aan bod komen.

De informatie in het specifieke deel over de maatschappij, dat onder meer de tabellen B.2, B.5, D, E en F.1 van bijlage I kan bevatten, is van toepassing op alle schepen waarvoor de maatschappij overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) 2015/757 een monitoringplan moet indienen.

Artikel 3

Elektronisch template voor het emissieverslag

1.   Met het oog op de indiening van het emissieverslag uit hoofde van artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2015/757 gebruiken de maatschappijen de elektronische versie van het template in Thetis MRV, het door het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid beheerd geautomatiseerd informatiesysteem van de Unie (hierna „Thetis MRV”).

2.   De in lid 1 bedoelde elektronische versie van het template voor het emissieverslag bevat de in bijlage II vermelde informatie.

Artikel 4

Elektronisch template voor het conformiteitsdocument

1.   Met het oog op de afgifte van een conformiteitsdocument uit hoofde van artikel 17, lid 4, van Verordening (EU) 2015/757 verstrekt de verificateur relevante gegevens met behulp van de elektronische versie van het template in Thetis MRV.

2.   De in lid 1 bedoelde elektronische versie van het template voor het conformiteitsdocument bevat de in bijlage III vermelde informatie.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 november 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 123 van 19.5.2015, blz. 55.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1928 van de Commissie van 4 november 2016 betreffende de bepaling van de vervoerde vracht voor andere categorieën schepen dan passagiersschepen, roroschepen en containerschepen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer (zie bladzijde 22 van dit Publicatieblad)

(3)  Goedgekeurd door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) bij Resolutie A.741(18) van de Vergadering.

(4)  Marpol-verdrag, bijlage VI, voorschrift 22.

(5)  Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de Unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van Beschikking nr. 280/2004/EG (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 13).


BIJLAGE I

Template voor monitoringplannen

Part A   Revisiestaat

Versie nr.

Referentiedatum

Status op de referentiedatum (1)

Verwijzing naar de hoofdstukken met wijzigingen, evenals een bondige toelichting van de wijzigingen

 

 

 

 

Part B   Basisgegevens

Table B.1.   Identificatie van het schip

Naam van het schip

 

IMO-identificatienummer

 

Haven van registratie

 

Thuishaven (indien niet identiek met de haven van registratie)

 

Naam van de reder

 

Uniek IMO-identificatienummer van de maatschappij en de geregistreerde reder

 

Soort schip (2)

 

Doodgewicht (in metrische tonnen)

 

Brutotonnage

 

Classificatiebureau (vrijwillig)

 

IJsklasse (vrijwillig) (3)

 

Vlaggenstaat (vrijwillig)

 

Nadere informatie over de kenmerken van het schip (vrijwillig)

 


Table B.2.   Informatie over de maatschappij

Naam van de maatschappij

 

Adresregel 1

 

Adresregel 2

 

Stad

 

Deelstaat/Provincie/Regio

 

Postcode

 

Land

 

Contactpersoon

 

Telefoonnummer

 

E-mailadres

 


Table B.3.   Emissiebronnen en gebruikte soorten brandstof

Referentienummer van de emissiebron

Emissiebron (naam, soort)

Technische beschrijving van de emissiebron

(performantie/vermogen, specifiek stookolieverbruik, installatiejaar, identificatienummer als er verscheidene identieke emissiebronnen zijn enz.)

(Potentieel) gebruikte soorten brandstof (4)

 

 

 

 


Table B.4.   Emissiefactoren

Soort brandstof

IMO-emissiefactoren

(in tonnen CO2/ton brandstof)

Zware stookolie (referentie: ISO 8217 klassen RME tot en met RMK)

3,114

Lichte stookolie (referentie: ISO 8217 klassen RMA tot en met RMD)

3,151

Diesel/gasolie (referentie: ISO 8217 klassen DMX tot en met DMB)

3.206

Vloeibaar petroleumgas (propaan)

3,000

Vloeibaar petroleumgas (butaan)

3,030

Vloeibaar aardgas

2,750

Methanol

1,375

Ethanol

1,913

Andere brandstoffen met een non-standardemissiefactor

 

 

 

Bij non-standardemissiefactoren:

Non-standardbrandstof

Emissiefactor

Methoden ter bepaling van de emissiefactor (methode voor het nemen van een steekproef, analysemethoden en een beschrijving van de — eventueel — ingeschakelde laboratoria)

 

 

 


Table B.5.   Procedures, systemen en verantwoordelijken voor het updaten van de lijst van emissiebronnen

Benaming van de procedure

Beheer van de volledigheid van de lijst van emissiebronnen

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 

Part C   Gegevens over de activiteiten

Table C.1.   Voorwaarden voor de vrijstelling uit hoofde van artikel 9, lid 2

Vraag

Vak ter bevestiging

Wat is het minimumaantal geplande reizen per verslagperiode dat volgens het schema van het schip onder het toepassingsgebied van de MRV-verordening van de EU valt?

 

Zijn er geplande reizen per verslagperiode die volgens het schema van het schip niet onder het toepassingsgebied van de MRV-verordening van de EU vallen (5)?

 

Is aan de voorwaarden van artikel 9, lid 2, voldaan (6)?

 

Zo ja, bent u voornemens gebruik te maken van de afwijking met betrekking tot de monitoring van de hoeveelheid verbruikte brandstof per reis? (7)

 

Table C.2.   Monitoring van het brandstofverbruik

C.2.1.   Gebruikte methoden om het brandstofverbruik van elke emissiebron te bepalen:

Emissiebron (8)

Gekozen methoden voor het brandstofverbruik (9)

 

 


C.2.2.   Procedures om de gebunkerde brandstof en de brandstof in de tanks te bepalen:

Benaming van de procedure

De gebunkerde brandstof en de brandstof in de tanks bepalen

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


C.2.3.   Regelmatige kruiscontroles tussen de bunkerhoeveelheid volgens de BLN's en de bunkerhoeveelheid volgens de metingen aan boord:

Benaming van de procedure

Regelmatige kruiscontroles tussen de bunkerhoeveelheid volgens de BLN's en de bunkerhoeveelheid volgens de metingen aan boord

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 


C.2.4.   Beschrijving van de meetinstrumenten:

Meetapparatuur

(naam)

Gemeten items (bijvoorbeeld emissiebronnen en tanks)

Technische beschrijving

(specificatie, leeftijd, onderhoudsintervallen)

 

 

 


C.2.5.   Procedures om de meetinformatie te registreren, op te roepen, te versturen en op te slaan:

Benaming van de procedure

Meetinformatie registreren, oproepen, versturen en opslaan

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


C.2.6.   Methode om de dichtheid te bepalen:

Soort brandstof/tank

Methode om de werkelijke dichtheid van de gebunkerde brandstof te bepalen (10)

Methode om de werkelijke dichtheid van de brandstof in tanks te bepalen (11)

 

 

 


C.2.7.   De mate van onzekerheid met betrekking tot de monitoring van de brandstof:

Monitoringmethode (12)

Gekozen benadering (13)

Waarde

 

 

 


C.2.8.   Procedures om de kwaliteitsborging van de meetapparatuur te waarborgen:

Benaming van de procedure

De kwaliteitsborging van de meetapparatuur waarborgen

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


C.2.9.   Methode om het brandstofverbruik voor respectievelijk het vrachtvervoer en het passagiersvervoer te bepalen (alleen voor ropaxschepen):

Naam van de methode

Het brandstofverbruik voor respectievelijk het vrachtvervoer en het passagiersvervoer bepalen

Toegepaste allocatiemethode volgens EN 16258 (14)

 

Beschrijving van de methode om de massa van vracht en passagiers te bepalen, inclusief het mogelijk gebruik van standaardwaarden voor het gewicht van vrachteenheden/laanmeters (indien de methode op basis van de massa wordt gebruikt)

 

Beschrijving van de methode om de voor vracht en passagiers bestemde dekoppervlakte te bepalen, rekening houdend met onder meer hangende dekken en met personenauto's op vrachtdekken (indien de methode op basis van de oppervlakte wordt gebruikt)

 

Brandstofverbruik (in %) voor respectievelijk vracht- en passagiersvervoer (alleen indien de methode op basis van de oppervlakte wordt gebruikt)

 

Naam van de voor deze methode verantwoordelijke persoon of functie

 

Formules en gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


C.2.10.   Procedures om het brandstofverbruik tijdens reizen met lading te bepalen en te registreren (vrijwillige monitoring):

Benaming van de procedure

Het brandstofverbruik tijdens reizen met lading bepalen en registreren

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Formules en gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


C.2.11.   Procedures om het brandstofverbruik voor het verwarmen van de vracht te bepalen en te registreren (vrijwillige monitoring voor chemicaliëntankers):

Benaming van de procedure

Het brandstofverbruik voor het verwarmen van de vracht bepalen en registreren

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Formules en gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


C.2.12.   Procedures om het brandstofverbruik voor dynamisch positioneren te bepalen en te registreren (vrijwillige monitoring voor olietankers en „andere soorten schepen”):

Benaming van de procedure

Het brandstofverbruik voor dynamisch positioneren bepalen en registreren

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Formules en gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 

Table C.3.   Lijst van reizen

Benaming van de procedure

De volledigheid van reizen registreren en waarborgen

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU (met inbegrip van de registratie van reizen, de monitoring van reizen enz.) voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


Table C.4.   Afgelegde afstand

Benaming van de procedure

De afstand per reis registreren en bepalen

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU (met inbegrip van de registratie en het beheer van informatie over de afstanden) voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 

Procedures om de afgelegde afstand bij reizen door ijs te bepalen en te registreren (vrijwillige monitoring):

Benaming van de procedure

De afgelegde afstand bij reizen door ijs bepalen en registreren

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU (met inbegrip van de registratie en het beheer van informatie over de afstanden en de winterse omstandigheden) voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Formules en gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


Table C.5.   De hoeveelheid vervoerde vracht & het aantal passagiers

Benaming van de procedure

De hoeveelheid vervoerde vracht en/of het aantal passagiers registreren en bepalen

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU (met inbegrip van de registratie en de bepaling van de hoeveelheid vervoerde vracht en/of het aantal passagiers en — indien van toepassing — het gebruik van standaardwaarden voor de massa van de vrachteenheden) voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Vrachteenheid/passagiers (15)

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Formules en gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 

Procedures om de gemiddelde dichtheid van de vervoerde vracht te bepalen en te registreren (vrijwillige monitoring voor chemicaliëntankers, bulkschepen en combinatieschepen):

Benaming van de procedure

De gemiddelde dichtheid van de vervoerde vracht bepalen en registreren

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU (met inbegrip van de registratie en het beheer van informatie over de dichtheid van de vracht) voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Formules en gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


Table C.6.   Op zee doorgebrachte tijd

Benaming van de procedure

De op zee doorgebrachte tijd vanaf het verlaten van de haven van vertrek tot het aanleggen in de haven van aankomst bepalen en registreren

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU (met inbegrip van de registratie en het beheer van informatie over vertrek en aankomst in de havens) voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Formules en gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 

Procedures om de op zee doorgebrachte tijd bij reizen door ijs te bepalen en te registreren (vrijwillige monitoring):

Benaming van de procedure

De op zee doorgebrachte tijd bij reizen door ijs bepalen en registreren

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU (met inbegrip van de registratie en het beheer van informatie over vertrek en aankomst in de havens en de winterse omstandigheden) voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Formules en gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 

Part D   Informatielacunes

Table D.1.   Methoden om het brandstofverbruik te ramen

Naam van de methode

Methode om het brandstofverbruik te ramen

Back-upmethode (16)

 

Gebruikte formules

 

Beschrijving van de methode om het brandstofverbruik te ramen

 

Naam van de voor deze methode verantwoordelijke persoon of functie

 

Gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


Table D.2.   Methoden om informatielacunes met betrekking tot de afgelegde afstand te dichten

Naam van de methode

Methode om informatielacunes met betrekking tot de afgelegde afstand te dichten

Gebruikte formules

 

Beschrijving van de methode om informatielacunes te dichten

 

Naam van de voor deze methode verantwoordelijke persoon of functie

 

Gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


Table D.3.   Methoden om informatielacunes met betrekking tot de vervoerde vracht te dichten

Naam van de methode

Methode om informatielacunes met betrekking tot de vervoerde vracht te dichten

Gebruikte formules

 

Beschrijving van de methode om informatielacunes te dichten

 

Naam van de voor deze methode verantwoordelijke persoon of functie

 

Gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


Table D.4.   Methoden om informatielacunes met betrekking tot de op zee doorgebrachte tijd te dichten

Naam van de methode

Methode om informatielacunes met betrekking tot de op zee doorgebrachte tijd te dichten

Gebruikte formules

 

Beschrijving van de methode om informatielacunes te dichten

 

Naam van de voor deze methode verantwoordelijke persoon of functie

 

Gegevensbronnen

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 

Part E   Beheer

Table E.1.   Regelmatige controle van de geschiktheid van het monitoringplan

Benaming van de procedure

Regelmatige controle van de geschiktheid van het monitoringplan

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


Table E.2.   Controles: Kwaliteitsborging en betrouwbaarheid van de informatietechnologie

Benaming van de procedure

Beheer van de informatietechnologie (bijvoorbeeld toegangscontroles, back-up, recuperatie van gegevens en beveiliging)

Referentie naar procedure

 

Korte beschrijving van de procedure

 

Naam van de voor het beheer van de informatie verantwoordelijke persoon of functie

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte systeem (indien van toepassing)

 

Lijst van relevante bestaande beheerssystemen

 


Table E.3.   Controles: Interne controles en validering van de voor de MRV-procedures van de EU relevante gegevens

Benaming van de procedure

Interne controles en validering van de voor de MRV-procedures van de EU relevante gegevens

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


Table E.4.   Controles: Correcties en corrigerende maatregelen

Benaming van de procedure

Correcties en corrigerende maatregelen

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


Table E.5.   Controles: Uitbestede activiteiten (indien van toepassing)

Benaming van de procedure

Uitbestede activiteiten

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 


Table E.6.   Controles: Documentatie

Benaming van de procedure

Documentatie

Verwijzing naar de bestaande procedure

 

Versie van de bestaande procedure

 

Beschrijving van de MRV-procedures van de EU voor zover deze niet buiten het MP bestaan

 

Naam van de voor deze procedure verantwoordelijke persoon of functie

 

Plaats waar de documenten worden bewaard

 

Naam van het gebruikte IT-systeem (indien van toepassing).

 

Part F   Nadere informatie

Table F.1.   Lijst van definities en afkortingen

Afkorting, acroniem, definitie

Toelichting

 

 

Table F.2.

Aanvullende informatie

(1)  Selecteer een van de volgende categorieën: „ontwerpversie”, „bij de verificateur ingediende definitieve versie”, „beoordeeld”, „gewijzigd maar een nieuwe beoordeling is niet nodig”.

(2)  Selecteer een van de volgende categorieën: „passagiersschip”, „roroschip”, „containerschip”, „olietanker”, „chemicaliëntanker”, „tanker voor vloeibaar gas”, „gastanker”, „bulkschip”, „schip voor het vervoer van algemene vracht”, „koelschip”, „schip voor het vervoer van voertuigen”, „combinatieschip”, „ropaxschip”, „container/rorovrachtschip”, „een ander soort schip”.

(3)  Kies een van de polaire klassen PC1 — PC7 of een van de Fins-Zweedse ijsklassen (IC, IB, IA of IA Super).

(4)  Selecteer een van de volgende categorieën: „zware stookolie”, „lichte stookolie”, „diesel/gasolie”, „vloeibaar petroleumgas (propaan)”, „vloeibaar petroleumgas (butaan)”, „vloeibaar aardgas”, „methanol”, „ethanol”, „andere brandstof met een non-standardemissiefactor”

(5)  Antwoord met „ja” of „neen”.

(6)  Antwoord met „ja” of „neen”.

(7)  Antwoord met „ja”, „neen” of „niet van toepassing”.

(8)  Selecteer een van de volgende categorieën: „alle bronnen”, „hoofdmotoren”, „hulpmotoren”, „gasturbines”, „boilers” of „generatoren van inerte gassen”.

(9)  Selecteer een of meer van de volgende categorieën: „methode A: BLN en periodieke inventarisaties van de brandstoftanks”, „methode B: monitoring van de bunkerbrandstoftanks aan boord”, „methode C: stroommeters voor de toepasselijke verbrandingsprocessen” of „methode D: directe CO2-emissiemetingen”.

(10)  Selecteer een van de volgende categorieën: „meetapparatuur aan boord”, „brandstofleverancier” of „laboratoriumtest”.

(11)  Selecteer een van de volgende categorieën: „meetapparatuur”, „brandstofleverancier” of „laboratoriumtest”.

(12)  Selecteer een of meer van de volgende categorieën: „methode A: BLN en periodieke inventarisaties van de brandstoftanks”, „methode B: monitoring van de bunkerbrandstoftanks aan boord”, „methode C: stroommeters voor de toepasselijke verbrandingsprocessen” of „methode D: directe CO2-emissiemetingen”.

(13)  Selecteer een van de volgende categorieën: „standaardwaarde” of „specifieke schatting per schip”.

(14)  Kies „methode op basis van de massa” of „methode op basis van de oppervlakte”.

(15)  Voor passagiersschepen moet de „vrachteenheid/passagiers” worden gespecificeerd als „passagiers”.

Voor roroschepen, containerschepen, olietankers, chemicaliëntankers, gastankers, bulkcarriers, koelschepen en combinatieschepen moet de „vrachteenheid/passagiers” worden gespecificeerd als „tonnen”.

Voor tankers voor vloeibaar aardgas en container/rorovrachtschepen moet de „vrachteenheid/passagiers” worden gespecificeerd als „kubieke meters”.

Voor schepen voor het vervoer van algemene vracht moet de „vrachteenheid/passagiers” worden gespecificeerd door een van de volgende categorieën te selecteren: „tonnen vervoerd doodgewicht”, „tonnen vervoerd doodgewicht en tonnen”.

Voor schepen voor het vervoer van voertuigen moet de „vrachteenheid/passagiers” worden gespecificeerd door een van de volgende categorieën te selecteren: „tonnen”, „tonnen en tonnen vervoerd doodgewicht”.

Voor ropaxschepen moet de „vrachteenheid/passagiers” worden gespecificeerd als „tonnen” en als „passagiers”.

Voor andere soorten schepen moet de „vrachteenheid/passagiers” worden gespecificeerd door een van de volgende categorieën te selecteren: „tonnen”, „tonnen vervoerd doodgewicht”.

(16)  Selecteer een van de volgende categorieën: „methode A: BLN en periodieke inventarisaties van de brandstoftanks”, „methode B: monitoring van de bunkerbrandstoftanks aan boord”, „methode C: stroommeters voor de toepasselijke verbrandingsprocessen”, „methode D: directe CO2-emissiemetingen” of „niet van toepassing”. De geselecteerde categorie moet verschillen van de onder „Gekozen methoden voor het brandstofverbruik” geselecteerde categorie in tabel C.2. (Monitoring van het brandstofverbruik — Gebruikte methoden om het brandstofverbruik van elke emissiebron te bepalen).


BIJLAGE II

Template voor emissieverslagen

Deel A   Gegevens ter identificatie van het schip en de maatschappij

1.

Naam van het schip

2.

IMO-identificatienummer

3.

a)

Haven van registratie OF

b)

Thuishaven

4.

Soort schip [drop-downmenu: „passagiersschip”, „roroschip”, „containerschip”, „olietanker”, „chemicaliëntanker”, „tanker voor vloeibaar gas”, „gastanker”, „bulkschip”, „schip voor het vervoer van algemene vracht”, „koelschip”, „schip voor het vervoer van voertuigen”, „combinatieschip”, „ropaxschip”, „container/rorovrachtschip”, „een ander soort schip”]

5.

IJsklasse van het schip (facultatief — alleen indien vermeld in het monitoringplan) [drop-downmenu: „polaire klasse PC1 — PC7, Fins-Zweedse ijsklasse IC, IB, IA of IA Super”]

6.

Technische efficiëntie van het schip

a)

Energy Efficiency Design Index (EEDI) — indien vereist door Marpol, bijlage VI, hoofdstuk 4, voorschriften 19 en 20 — uitgedrukt in grammen CO2/ton-zeemijl OF

b)

Estimated Index Value (EVI), berekend overeenkomstig IMO-resolutie MEPC.215 (63) en uitgedrukt in grammen CO2/ton-zeemijl

7.

Naam van de reder

8.

Adres van de reder en hoofdvestiging: Adresregel 1, adresregel 2, stad, deelstaat/provincie/regio, postcode, land

9.

Naam van de maatschappij (indien verschillend van de reder);

10.

Adres van de maatschappij (indien verschillend van de reder) en hoofdvestiging: Adresregel 1, adresregel 2, stad, deelstaat/provincie/regio, postcode, land

11.

Contactpersoon

a)

Naam: titel, voornaam, naam, functie

b)

Adres: Adresregel 1, adresregel 2, stad, deelstaat/provincie/regio, postcode, land

c)

Telefoon

d)

E-mail:

Deel B   Verificatie

1.

Naam van de verificateur

2.

Adres van de verificateur en hoofdvestiging: Adresregel 1, adresregel 2, stad, deelstaat/provincie/regio, postcode, land

3.

Accreditatienummer:

4.

Verklaring van de verificateur

Deel C   Informatie over de toegepaste monitoringmethode en de bijbehorende mate van onzekerheid

1.

Emissiebron [drop-downmenu: „alle bronnen”, „hoofdmotoren”, „hulpmotoren”, „gasturbines”, „boilers”, „generatoren van inerte gassen”]

2.

Toegepaste monitoringmethode(n) (per emissiebron) [drop-downmenu: „methode A: BLN en periodieke inventarisaties van de brandstoftanks”, „methode B: monitoring van de bunkerbrandstoftanks aan boord”, „methode C: stroommeters voor de toepasselijke verbrandingsprocessen”, „methode D: directe CO2-emissiemetingen”]

3.

Bijbehorende mate van onzekerheid, uitgedrukt als % (per toegepaste monitoringmethode)

Deel D   Resultaten van de jaarlijkse monitoring van de parameters overeenkomstig artikel 10

BRANDSTOFVERBRUIK EN CO2-EMISSIES

1.

Totale hoeveelheid verbruikte brandstof en emissiefactor voor elke soort verbruikte brandstof:

a)

Soort brandstof [drop-downmenu: „zware stookolie”, „lichte stookolie”, „diesel/gasolie”, „vloeibaar petroleumgas (propaan)”, „vloeibaar petroleumgas (butaan)”, „vloeibaar aardgas”, „methanol”, „ethanol”, „andere brandstof met een non-standardemissiefactor”]

b)

Emissiefactor, uitgedrukt in tonnen CO2 per ton brandstof

c)

Totaal brandstofverbruik, uitgedrukt in tonnen brandstof

2.

Totale hoeveelheid CO2-emissies die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, uitgedrukt in tonnen CO2

3.

Totale hoeveelheid CO2-emissies van alle reizen tussen havens die onder de jurisdictie van een lidstaat vallen, uitgedrukt in tonnen CO2

4.

Totale hoeveelheid CO2-emissies van alle reizen vanuit havens die onder de jurisdictie van een lidstaat vallen, uitgedrukt in tonnen CO2

5.

Totale hoeveelheid CO2-emissies van alle reizen naar havens die onder de jurisdictie van een lidstaat vallen, uitgedrukt in tonnen CO2

6.

CO2-emissies van schepen voor anker in havens die onder de jurisdictie van een lidstaat vallen, uitgedrukt in tonnen CO2

7.

Totaal brandstofverbruik en totale hoeveelheid CO2-emissies voor personenvervoer (voor ropaxschepen), uitgedrukt in tonnen brandstof en in tonnen CO2

8.

Totaal brandstofverbruik en totale hoeveelheid CO2-emissies voor vrachtvervoer (voor ropaxschepen), uitgedrukt in tonnen brandstof en in tonnen CO2

9.

Totaal brandstofverbruik en totale hoeveelheid CO2-emissies tijdens reizen met lading (vrijwillig), uitgedrukt in tonnen brandstof en in tonnen CO2

10.

Totaal brandstofverbruik voor de verwarming van de vracht (voor chemicaliëntankers) (vrijwillig), uitgedrukt in tonnen brandstof

11.

Totaal brandstofverbruik voor dynamische positionering (voor chemicaliëntankers) (vrijwillig), uitgedrukt in tonnen brandstof

AFGELEGDE AFSTAND, OP ZEE DOORGEBRACHTE TIJD EN TRANSPORTACTIVITEITEN

1.

Totale afgelegde afstand, uitgedrukt in zeemijlen

2.

Totale afgelegde afstand door ijs (vrijwillig), uitgedrukt in zeemijlen

3.

Totale op zee doorgebrachte tijd, uitgedrukt in uren

4.

Totale op zee doorgebrachte tijd waarbij het schip door ijs is gevaren (vrijwillig), uitgedrukt in uren

5.

Totale transportactiviteiten, uitgedrukt in

 

passagiers-zeemijlen (voor passagiersschepen)

 

tonnen-zeemijlen (voor roroschepen, containerschepen, olietankers, chemicaliëntankers, gastankers, bulkschepen, koelschepen, schepen voor het vervoer van voertuigen en combinatieschepen)

 

kubieke meters-zeemijlen (voor tankers voor vloeibaar gas en container/rorovrachtschepen)

 

doodgewicht-vervoerde tonnen-zeemijlen (voor schepen voor het vervoer van algemene vracht)

 

passagiers-zeemijlen EN tonnen-zeemijlen (voor ropaxschepen)

 

tonnen-zeemijlen OF doodgewicht-vervoerde tonnen-zeemijlen (voor andere soorten schepen)

6.

Tweede parameter voor de totale transportactiviteiten (vrijwillig), uitgedrukt in

 

tonnen-zeemijlen (voor schepen voor het vervoer van algemene vracht)

 

doodgewicht-vervoerde tonnen-zeemijlen (voor schepen voor het vervoer van voertuigen)

7.

Gemiddelde dichtheid van de tijdens de verslagperiode vervoerde vracht (voor chemicaliëntankers, bulkschepen en combinatieschepen, vrijwillig), uitgedrukt in tonnen per kubieke meter

ENERGIE-EFFICIËNTIE

1.

Gemiddelde energie-efficiëntie

a)

Brandstofverbruik per afstand, uitgedrukt in kilogrammen per zeemijl

b)

Brandstofverbruik per transportactiviteit, uitgedrukt in grammen per passagier-zeemijl, grammen per ton-zeemijl, grammen per kubieke meter-zeemijl, grammen per doodgewicht-vervoerde tonnen-zeemijl of grammen per passagier-zeemijl EN grammen per ton-zeemijl (afhankelijk van de categorie schepen)

c)

CO2-emissies per afstand, uitgedrukt in kilogrammen CO2 per zeemijl

d)

CO2-emissies per transportactiviteit, uitgedrukt in grammen CO2 per passagier-zeemijl, grammen CO2 per ton-zeemijl, grammen CO2 per kubieke meter-zeemijl, grammen CO2 per doodgewicht-vervoerde tonnen-zeemijl of grammen CO2 per passagier-zeemijl EN grammen CO2 per ton-zeemijl (afhankelijk van de categorie schepen)

2.

Tweede parameter voor de gemiddelde energie-efficiëntie per transportactiviteit (vrijwillig), uitgedrukt in

 

grammen per ton-zeemijl en grammen CO2 per ton-zeemijl (voor schepen voor het vervoer van algemene vracht)

 

grammen per doodgewicht-vervoerde tonnen-zeemijl en grammen CO2 per doodgewicht-vervoerde tonnen-zeemijl (voor schepen voor het vervoer van voertuigen)

3.

Gedifferentieerde gemiddelde energie-efficiëntie (brandstofverbruik en CO2-emissies) van reizen met lading (vrijwillig), uitgedrukt in

 

kilogrammen per zeemijl

 

grammen per ton-zeemijl, grammen per kubieke meter-zeemijl, grammen per doodgewicht-vervoerde tonnen-zeemijl of grammen per passagier-zeemijl (afhankelijk van de categorie schepen)

 

kilogrammen CO2 per zeemijl

 

grammen CO2 per ton-zeemijl, grammen CO2 per kubieke meter-zeemijl, grammen CO2 per doodgewicht-vervoerde tonnen-zeemijl of grammen CO2 per passagier-zeemijl (afhankelijk van de categorie schepen)

4.

Aanvullende informatie om de gerapporteerde gemiddelde operationele indicatoren voor de energie-efficiëntie van het schip beter te begrijpen (vrijwillig)


BIJLAGE III

Template voor conformiteitsdocumenten

Ik verklaar dat het emissieverslag van het schip „NAAM” voor de verslagperiode „JAAR N-1” voldoet aan de vereisten van Verordening (EU) 2015/757.

Dit conformiteitsdocument is afgegeven op „DAG/MAAND/JAAR N”

Dit conformiteitsdocument houdt verband met emissieverslag nr. „NUMMER”en is geldig tot en met 30 JUNI „JAAR N + 1”

I)   Gegevens over het schip

1.

Naam van het schip

2.

IMO-identificatienummer

3.

a)

Haven van registratie OF

b)

Thuishaven

4.

Soort schip [drop-downmenu: „passagiersschip”, „roroschip”, „containerschip”, „olietanker”, „chemicaliëntanker”, „tanker voor vloeibaar gas”, „gastanker”, „bulkschip”, „schip voor het vervoer van algemene vracht”, „koelschip”, „schip voor het vervoer van voertuigen”, „combinatieschip”, „ropaxschip”, „container/rorovrachtschip”, „een ander soort schip”]

5.

Vlaggenstaat/Vlag waaronder het schip vaart

6.

Brutotonnage

II)   Gegevens over de reder

1.

Naam van de reder

2.

Adres van de reder en hoofdvestiging: Adresregel 1, adresregel 2, stad, deelstaat/provincie/regio, postcode, land

III)   Gegevens over de maatschappij die aan de verplichtingen van Verordening (EU) 2015/757 voldoet (vrijwillig)

1.

Naam van de maatschappij

2.

Adres van de maatschappij en hoofdvestiging: Adresregel 1, adresregel 2, stad, deelstaat/provincie/regio, postcode, land

IV)   Verificateur

1.

Accreditatienummer

2.

Naam van de verificateur

3.

Adres van de maatschappij en hoofdvestiging: Adresregel 1, adresregel 2, stad, deelstaat/provincie/regio, postcode, land


Top