Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016R0068

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/68 van de Commissie van 21 januari 2016 betreffende gemeenschappelijke procedures en specificaties die nodig zijn voor de onderlinge verbinding van elektronische registers van bestuurderskaarten

OJ L 15, 22.1.2016, p. 51–68 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2016/68/oj

22.1.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 15/51


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/68 VAN DE COMMISSIE

van 21 januari 2016

betreffende gemeenschappelijke procedures en specificaties die nodig zijn voor de onderlinge verbinding van elektronische registers van bestuurderskaarten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer (1), en met name artikel 31, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens Verordening (EU) nr. 165/2014 moeten de lidstaten elektronisch gegevens uitwisselen om de uniciteit van de afgegeven bestuurderskaarten te verzekeren.

(2)

Om de uitwisseling van elektronische gegevens van bestuurderskaarten door de lidstaten te vergemakkelijken, heeft de Commissie het TACHOnet-meldingssysteem opgezet, waarmee lidstaten onderling gegevens kunnen opvragen over de afgifte en de status van bestuurderskaarten.

(3)

Volgens Verordening (EU) nr. 165/2014 moeten de nationale elektronische registers van bestuurderskaarten in de hele Unie met elkaar verbonden zijn door TACHOnet of een compatibel systeem. In geval van een compatibel systeem moeten de lidstaten echter elektronische gegevens kunnen uitwisselen via het TACHOnet-meldingssysteem.

(4)

Daarom moeten verplichte gemeenschappelijke procedures en specificaties voor TACHOnet worden bepaald, onder meer het formaat van de uitgewisselde gegevens, de technische procedures voor elektronische raadpleging van de nationale elektronische registers, toegangsprocedures en beveiligingsmechanismen.

(5)

De maatregelen van deze verordening zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 42, lid 3, van Verordening (EU) nr. 165/2014 bedoelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden de vereisten vastgesteld voor de verplichte aansluiting van nationale elektronische registers van bestuurderskaarten op het TACHOnet-meldingssysteem als bedoeld in artikel 31 van Verordening (EU) nr. 165/2014.

Artikel 2

Definities

Behalve de definities die in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 165/2014 zijn opgenomen, zijn de volgende definities van toepassing:

a)   „asynchrone interface”: een proces waarbij een bericht als antwoord op een verzoek wordt verstuurd via een nieuwe HTTP-verbinding;

b)   „algemene zoekopdracht”: een vraag van een lidstaat die gericht is tot alle andere lidstaten;

c)   „autoriteit die de kaarten afgeeft”: de instantie van een lidstaat die bevoegd is voor de afgifte en het beheer van tachograafkaarten;

d)   „centraal knooppunt”: het informatiesysteem waarmee TACHOnet-berichten tussen de lidstaten kunnen worden verstuurd;

e)   „nationaal systeem”: het informatiesysteem dat door elke lidstaat is opgezet voor het versturen, verwerken en beantwoorden van TACHOnet-berichten;

f)   „synchrone interface”: een proces waarbij een bericht als antwoord op een verzoek wordt verstuurd via dezelfde HTTP-verbinding langs welke het verzoek is verstuurd;

g)   „verzoekende lidstaat”: de lidstaat die een vraag of mededeling verstuurt, welke vervolgens wordt verzonden naar de geschikte antwoordende lidstaat of lidstaten;

h)   „antwoordende lidstaat”: de lidstaat waaraan de vraag of mededeling via TACHOnet is gericht;

i)   „gerichte zoekopdracht”: een vraag van een lidstaat die gericht is tot een bepaalde lidstaat;

j)   „tachograafkaart”: een bestuurderskaart of een werkplaatskaart in de zin van artikel 2, onder f) en k), van Verordening (EU) nr. 165/2014.

Artikel 3

Verplichte aansluiting op TACHOnet

De lidstaten sluiten hun nationale elektronische registers als bedoeld in artikel 31, lid 1, van Verordening (EU) nr. 165/2014 aan op het TACHOnet-meldingssysteem.

Artikel 4

Technische specificaties

Het TACHOnet-meldingssysteem voldoet aan de technische specificaties die zijn opgenomen in de bijlagen I tot en met VII.

Artikel 5

Gebruik van TACHOnet

De lidstaten volgen de procedures die zijn vastgesteld in bijlage VIII.

Om de geldigheid, status en uniciteit van bestuurderskaarten doeltreffend te kunnen controleren, geven de lidstaten toegang tot het TACHOnet-meldingssysteem aan de nationale autoriteit die de kaarten afgeeft en aan de controleambtenaren die de taken uitvoeren als bedoeld in artikel 38 van Verordening (EU) nr. 165/2014.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf 2 maart 2018.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 januari 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 60 van 28.2.2014, blz. 1.


BIJLAGE I

Algemene aspecten van het TACHOnet-meldingssysteem

1.   Architectuur

Het TACHOnet-meldingssysteem bestaat uit de volgende onderdelen:

1.1.

Een centraal knooppunt, waarin een vraag van de verzoekende lidstaat wordt ontvangen, gevalideerd en verwerkt door die naar de antwoordende lidstaten door te sturen. In het centrale knooppunt worden de reacties van de antwoordende lidstaten afgewacht, worden alle antwoorden geconsolideerd en wordt het geconsolideerde antwoord naar de verzoekende lidstaat gestuurd.

Alle TACHOnet-berichten worden via het centrale knooppunt verzonden.

1.2.

De nationale systemen van de lidstaten, die worden uitgerust met een interface waarmee vragen naar het centrale knooppunt kunnen worden verzonden en de antwoorden daarop kunnen worden ontvangen. Voor het uitwisselen van berichten met het centrale knooppunt kunnen de nationale systemen propriëtaire of commerciële software gebruiken.

2.   Beheer

2.1.   Het centrale knooppunt wordt beheerd door de Commissie, die verantwoordelijk is voor de technische exploitatie en het onderhoud ervan.

2.2.   In het centrale knooppunt worden de gegevens niet langer dan zes maanden bewaard, behalve de in bijlage VII genoemde logbestanden en statistische gegevens.

2.3.   De persoonsgegevens in het centrale knooppunt zijn niet toegankelijk, behalve voor gemachtigd personeel van de Commissie en als dat noodzakelijk is voor controle, onderhoud en het oplossen van problemen.

2.4.   De lidstaten zijn verantwoordelijk voor:

2.4.1.

Het opzetten en het beheer van het nationale systeem, met inbegrip van de interface met de centrale hub.

2.4.2.

De installatie en het onderhoud van het nationale systeem, zowel hardware als propriëtaire of commerciële software.

2.4.3.

De goede interoperabiliteit tussen het nationale systeem en het centrale knooppunt, met inbegrip van het beheer van foutmeldingen van het centrale knooppunt.

2.4.4.

Alle maatregelen die moeten worden genomen om de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de gegevens te garanderen.

2.4.5.

De werking van het nationale systeem overeenkomstig de dienstverleningsniveaus in bijlage VI.

2.5.   MOVEHUB-portaalsite

De Commissie voorziet in een webtoepassing met beveiligde toegang, die de „MOVEHUB-portaalsite” wordt genoemd en waarop minstens de volgende diensten worden aangeboden:

a)

statistieken over de beschikbaarheid van de lidstaten;

b)

onderhoudsmeldingen van het centrale knooppunt en de nationale systemen van de lidstaten;

c)

samengevoegde verslagen;

d)

contactbeheer;

e)

XSD-schema's.

2.6.   Contactbeheer

2.6.1.   Via de contactbeheerfunctie kan elke lidstaat de contactgegevens van zijn beleidsmedewerkers en zijn zakelijke, operationele en technische gebruikers beheren, waarbij de bevoegde autoriteit van de lidstaat verantwoordelijk is voor het onderhoud van haar eigen contacten. Zij kan de contactgegevens van andere lidstaten bekijken maar niet wijzigen.

2.6.2.   TACHOnet gebruikt de in punt 2.6.1 bedoelde contactgegevens om contactgegevens in te voeren in de antwoordberichten.


BIJLAGE II

Functies van het TACHOnet-meldingssysteem

1.   Het TACHOnet-meldingssysteem heeft de volgende functies:

1.1.

Check Issued Cards (CIC) (controle van afgegeven kaarten): de verzoekende lidstaat kan een CIC-verzoek naar één of alle antwoordende lidstaten sturen om na te gaan of een aanvrager van een kaart reeds een door de antwoordende lidstaten afgegeven bestuurderskaart bezit. De antwoordende lidstaten beantwoorden het verzoek door een CIC-antwoord te sturen.

1.2.

Check Card Status (CCS) (controle van de kaartstatus): de verzoekende lidstaat kan de antwoordende lidstaat om bijzonderheden vragen over een kaart die door die laatste is afgegeven door een CCS-verzoek te sturen. De antwoordende lidstaat beantwoordt het verzoek door een CCS-antwoord te sturen.

1.3.

Modify Card Status (MCS) (wijzig kaartstatus): de verzoekende lidstaat kan de antwoordende lidstaat via een MCS-verzoek op de hoogte brengen van een wijziging van de status van een kaart die door antwoordende lidstaat is afgegeven. De antwoordende lidstaat antwoordt met een MCS-bevestiging.

1.4.

Issued Card Driving Licence (ICDL) (kaart afgegeven voor een rijbewijs): de verzoekende lidstaat kan de antwoordende lidstaat via een ICDL-verzoek ervan op hoogte brengen dat de eerste een kaart heeft afgegeven voor een rijbewijs dat is afgegeven door de laatste. De antwoordende lidstaat antwoordt met een ICDL-antwoord.

2.   TACHOnet bevat ook andere soorten berichten die geschikt worden geacht voor het efficiënt functioneren, bijvoorbeeld foutmeldingen.

3.   Nationale systemen herkennen de kaartstatussen die zijn vermeld in het aanhangsel bij deze bijlage wanneer gebruik wordt gemaakt van een van de functies die zijn beschreven in punt 1. De lidstaten zijn echter niet verplicht om een administratieve procedure in te voeren waarbij alle vermelde statussen worden gebruikt.

4.   Als een lidstaat een antwoord of bericht ontvangt waarin een status wordt vermeld die niet in zijn administratieve procedure wordt gebruikt, wordt de status van het ontvangen bericht door het nationale systeem omgezet in de overeenkomstige waarde van de administratieve procedure. Als de status van het bericht wordt vermeld in het aanhangsel van deze bijlage, mag de antwoordende lidstaat het bericht niet afwijzen.

5.   De kaartstatus in het aanhangsel van deze bijlage mag niet worden gebruikt om na te gaan of een bestuurderskaart geldig is voor het besturen van voertuigen. Als een lidstaat via de CCS-functie informatie opvraagt uit het register van de lidstaat die de kaart heeft afgegeven, moet het antwoord het specifieke veld „geldig voor het besturen van een voertuig” bevatten. De nationale administratieve procedures moeten zo zijn opgesteld dat CCS-antwoorden de toepasselijke waarde „geldig voor het besturen van een voertuig” bevatten.

Aanhangsel

Kaartstatussen

Kaartstatus

Definitie

Toepassing

De autoriteit die de kaarten afgeeft (card issuing authority, CIA) heeft een verzoek ontvangen om een bestuurderskaart af te geven. Die informatie is geregistreerd en opgeslagen in de gegevensbank met de gegenereerde zoeksleutels.

Goedgekeurd

De CIA heeft de aanvraag voor de tachograafkaart goedgekeurd.

Afgewezen

De CIA heeft de aanvraag verworpen.

Op naam

De tachograafkaart is gepersonaliseerd.

Verzonden

De nationale autoriteit heeft de bestuurderskaart naar de bestuurder of het afgevende agentschap gestuurd.

Overhandigd

De nationale autoriteit heeft de bestuurderskaart overhandigd aan de bestuurder.

In beslag genomen

De bevoegde autoriteit heeft de bestuurderskaart van de bestuurder afgenomen.

Geschorst

De bestuurderskaart is tijdelijk van de bestuurder afgenomen.

Ingetrokken

De CIA heeft besloten de bestuurderskaart in te trekken. De kaart is definitief ongeldig gemaakt.

Ingeleverd

De tachograafkaart is naar de CIA teruggestuurd met de verklaring dat ze niet langer nodig is.

Verloren

De tachograafkaart is als verloren aangegeven bij de CIA.

Gestolen

De tachograafkaart is als gestolen aangegeven bij de CIA. Een gestolen kaart wordt als verloren beschouwd.

Defect

De tachograafkaart is als defect aangegeven bij de CIA.

Verlopen

De geldigheidsperiode van de tachograafkaart is verstreken.

Vervangen

De tachograafkaart, die als verloren, gestolen of defect is opgegeven, is vervangen door een nieuwe kaart. De gegevens op de nieuwe kaart zijn dezelfde, behalve de vervangingsindex van het kaartnummer, die met één is vermeerderd.

Verlengd

De tachograafkaart is verlengd omdat de administratieve gegevens zijn veranderd of de geldigheidsduur is verstreken. Het nummer van de nieuwe kaart is hetzelfde, behalve de vervangingsindex van het kaartnummer, die met één is vermeerderd.

Wordt gewisseld

De CIA die een bestuurderskaart heeft afgegeven, heeft een bericht ontvangen dat de procedure voor de inwisseling van die kaart voor een bestuurderskaart die is afgegeven door de CIA van een andere lidstaat, is begonnen.

Gewisseld

De CIA die een bestuurderskaart heeft afgegeven, heeft een bericht ontvangen dat de procedure voor de inwisseling van die kaart voor een bestuurderskaart die is afgegeven door de CIA van een andere lidstaat, is afgelopen.


BIJLAGE III

Bepalingen voor berichten van het TACHOnet-meldingssysteem

1.   Algemene technische vereisten

1.1.   Het centrale knooppunt beschikt over zowel synchrone als asynchrone interfaces voor de uitwisseling van berichten. De lidstaten kunnen kiezen voor de technologie die het best communiceert met hun eigen toepassingen.

1.2.   Alle berichten die tussen het centrale knooppunt en de nationale systemen worden uitgewisseld, moeten in UTF-8 worden opgesteld.

1.3.   De nationale systemen moeten berichten met Griekse of Cyrillische lettertekens kunnen ontvangen en verwerken.

2.   XML-structuur van berichten en XML-schemadefinitie (XSD)

2.1.   De algemene structuur van XML-berichten beantwoordt aan het formaat dat is vastgesteld door de XSD-schema's van het centrale knooppunt.

2.2.   Het centrale knooppunt en de nationale systemen sturen en ontvangen berichten die voldoen aan het XSD-schema voor berichten.

2.3.   De nationale systemen kunnen alle berichten verzenden, ontvangen en verwerken die overeenstemmen met een van de in bijlage I genoemde functies.

2.4.   De XML-berichten bevatten minstens de minimumeisen van het aanhangsel van deze bijlage.

Aanhangsel

Minimumeisen voor de inhoud van XML-berichten

Gemeenschappelijke header

Verplicht

Version (versie)

De officiële versie van de XML-specificaties wordt bepaald door de namespace die is gedefinieerd in de XSD van het bericht en in het attribuut version in de header van een XML-bericht. Het versienummer („n.m”) wordt gedefinieerd als een vaste waarde in elke release van het XML-schemadefinitiebestand (XSD).

Ja

Test Identifier (identificatiecode van de test)

Facultatieve identificatiecode voor tests. De initiator van de test voert de identificatiecode in; iedereen die deelneemt aan de workflow deelnemen stuurt dezelfde identificatiecode door/terug. Tijdens de productie wordt de identificatiecode genegeerd en niet gebruikt.

Neen

Technical Identifier (technische identificatiecode)

Een UUID die elk afzonderlijk bericht op een unieke wijze identificeert. De afzender genereert een UUID en voert dat attribuut in. Die gegevens worden niet gebruikt in zakelijke omstandigheden.

Ja

Workflow Identifier (identificatiecode workflow)

De workflow-identificatiecode is een UUID en wordt gegenereerd door de verzoekende lidstaat. Vervolgens wordt die identificatiecode in alle berichten gebruikt om de workflow te correleren.

Ja

Sent at (verzonden op)

De datum en tijd (UTC) waarop het bericht is verzonden.

Ja

Timeout (onderbreking)

Een facultatief datum- en tijdattribuut (UTC). Het knooppunt bepaalt die waarde alleen voor doorgestuurde vragen. Daardoor wordt de antwoordende lidstaat verwittigd van het tijdstip waarop het verzoek verloopt. Die waarde is niet vereist in MS2TCN_<x>_Req en alle antwoordberichten. De waarde is facultatief, zodat dezelfde headerdefinitie kan worden gebruikt voor alle soorten berichten, ongeacht of het attribuut timeoutValue is vereist.

Neen

From (van)

ISO 3166-1 Alpha-2-code van de lidstaat die het bericht verzendt of „EU”.

Ja

To (aan)

ISO 3166-1 Alpha-2-code van de lidstaat die het bericht ontvangt of „EU”.

Ja


Check Issued Cards-verzoek

Verplicht

Family name

Familienaam van de bestuurder zoals vermeld op de kaart.

Ja

First name

Voornaam van de bestuurder zoals vermeld op de kaart (een ontbrekende voornaam wijst niet op een zoekopdracht met joker).

Neen

Date of Birth

Geboortedatum van de bestuurder zoals vermeld op de kaart.

Ja

Driving Licence Number

Nummer van het rijbewijs van de bestuurder.

Neen

Driving Licence Issuing Country

Het land dat het rijbewijs van de bestuurder heeft afgegeven.

Neen


Check Issued Card-antwoord

Verplicht

Status Code

De statuscode van de zoekopdracht (bv. gevonden, niet gevonden, fout enz.).

Ja

Status Message

Een verklarende statusbeschrijving (indien nodig).

Neen

Found driver details (gegevens van de gevonden bestuurder)

Ja

Family Name

De familienaam van de gevonden bestuurders.

Ja

First Name

De voornaam/voornamen van de gevonden bestuurders.

Neen

Date of Birth

De geboortedatum van de gevonden bestuurders.

Ja

Place of Birth

De geboorteplaats van de gevonden bestuurders.

Neen

Driver Card Number

Het nummer van de bestuurderskaart van de gevonden bestuurder.

Ja

Driver Card Status

De kaartstatus van de gevonden bestuurder.

Ja

Driver Card Issuing Authority

De naam van de autoriteit die de kaart van de gevonden bestuurder heeft afgegeven.

Ja

Driver Card Start of Validity Date

De datum waarop de geldigheidsduur van de kaart van de gevonden bestuurder begint.

Ja

Driver Card Expiry Date

De vervaldatum van de kaart van de gevonden bestuurder.

Ja

Driver Card Status Modified Date

De datum waarop de kaart van de gevonden bestuurder het laatst is gewijzigd.

Ja

Search Mechanism (zoekmechanisme)

Werd de kaart gevonden door een NYSIIS-zoekopdracht of een gewone zoekopdracht?

Ja

Temporary Card

De gevonden kaart is een tijdelijke kaart.

Neen

Driving Licence Number

Nummer van het rijbewijs van de gevonden bestuurder.

Ja

Driving Licence Issuing Country

Het land dat het rijbewijs van de gevonden bestuurder heeft afgegeven.

Ja

Driving Licence Status

De status van het rijbewijs van de gevonden bestuurder.

Neen

Driving Licence Issuing Date

Datum waarop het rijbewijs van de gevonden bestuurder is afgegeven.

Neen

Driving Licence Expiry Date

De vervaldatum van het rijbewijs van de gevonden bestuurder.

Neen


Check Card Status-verzoek

Verplicht

Driver Card Number

Het nummer van de kaart waarover gegevens worden opgevraagd.

Ja


Check Card Status-verzoek

Verplicht

Status Code

De statuscode van het verzoek om gegevens (bv. gevonden, niet gevonden, fout enz.).

Ja

Status Message

Een verklarende statusbeschrijving (indien nodig).

Neen

Card Status

De status van de gevraagde kaart.

Ja

Card Issuing Authority

De naam van de autoriteit die de gevraagde kaart heeft afgegeven.

Ja

Card Start of Validity Date

De datum waarop de geldigheidsduur van de gevraagde kaart begint.

Ja

Card Expiry Date

De vervaldatum van de gevraagde kaart.

Ja

Card Status Modified Date

De datum waarop de gevraagde kaart het laatst is gewijzigd.

Ja

Valid for Driving

De gevonden kaart is (niet) geldig voor het besturen van een voertuig.

Ja

Temporary Card

De gevonden kaart is een tijdelijke kaart.

Neen

Workshop Card (werkplaatskaart)

Workshop Name

De naam van de werkplaats waaraan de kaart is afgegeven.

Ja

Workshop Address

Het adres van de werkplaats waaraan de kaart is afgegeven.

Ja

Family Name

De familienaam van de persoon aan wie de kaart is afgegeven.

Neen

First Name

De voornaam van de persoon aan wie de kaart is afgegeven.

Neen

Date of Birth

De geboortedatum van de persoon aan wie de kaart is afgegeven.

Neen

Card Holder Details (gegevens van de kaarthouder)

Family Name

De familienaam van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven.

Ja

First Name

De voornaam van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven.

Neen

Date of Birth

De geboortedatum van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven.

Ja

Place of Birth

De geboorteplaats van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven.

Neen

Driving Licence Number

Het nummer van het rijbewijs van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven.

Ja

Driving Licence Issuing Country

Het land dat het rijbewijsnummer heeft toegekend aan de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven.

Ja

Driving Licence Status

De status van het rijbewijs van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven.

Neen

Driving Licence Issuing Date

De datum van afgifte van het rijbewijs van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven.

Neen

Driving Licence Expiry Date

De vervaldatum van het rijbewijs van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven.

Neen


Modify Card Status-verzoek

Verplicht

Driver Card Number

Het nummer van de kaart waarvan de status is veranderd.

Ja

New Driver Card Status

De status waarin de kaart is gewijzigd.

Ja

Modification Reason

De (vrije tekst) reden voor de veranderde kaartstatus.

Neen

Driver Card Status Modified Date

De datum en tijd waarop de kaartstatus is gewijzigd.

Ja

Declared by (verklaard door)

Authority

De naam van de autoriteit die de kaartstatus heeft gewijzigd.

Ja

Family Name

De familienaam van de persoon die de kaartstatus heeft gewijzigd.

Neen

First Name

De voornaam van de persoon die de kaartstatus heeft gewijzigd.

Neen

Phone

Het telefoonnummer van de persoon die de kaartstatus heeft gewijzigd.

Neen

Email

Het e-mailadres van de persoon die de kaartstatus heeft gewijzigd.

Neen


Modify Card Status-bevestiging

Verplicht

Status Code

De statuscode van de bevestiging (ok, niet gevonden, fout enz.).

Ja

Acknowledgement type

Het soort bevestiging: verzoek of antwoord

Ja

Status Message

Een verklarende statusbeschrijving (indien nodig).

Neen


Modify Card Status-antwoord

Verplicht

Status Code

De statuscode van de registerupdate (ok, niet ok, fout enz.).

Ja

Status Message

Een verklarende statusbeschrijving (indien nodig).

Neen


Issued Card Driving Licence-verzoek

Verplicht

Driver Card Number

Het nummer van de afgegeven bestuurderskaart.

Ja

Driving Licence Number

Het nummer van het buitenlandse rijbewijs dat werd gebruikt voor het aanvragen van de bestuurderskaart.

Ja


Issued Card Driving Licence-antwoord

Verplicht

Status Code

De statuscode van de registerupdate (ok, niet ok, fout enz.).

Ja

Status Message

Een verklarende statusbeschrijving (indien nodig).

Neen

Family Name

De familienaam van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven.

Ja

First Name

De voornaam van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven.

Neen

Date of Birth

De geboortedatum van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven.

Ja


BIJLAGE IV

Transliteratie- en NYSIIS-diensten (New York State Identification and Intelligence system)

1.   Het NYSIIS-algoritme van het centrale knooppunt wordt gebruikt om de namen van alle bestuurders in het nationale register te coderen.

2.   Als een kaart via de CIC-functie wordt gezocht, worden de NYSIIS-sleutels als voornaamste zoekmechanisme gebruikt.

3.   Daarnaast kunnen de lidstaten een algoritme op maat gebruiken om aanvullende resultaten te versturen.

4.   In de zoekresultaten wordt aangegeven welk zoekmechanisme (NYSIIS of op maat) is gebruikt om een record te vinden.

5.   Als een lidstaat ervoor kiest ICDL-berichten op te slaan, worden de in het bericht vervatte NYSIIS-sleutels geregistreerd als onderdeel van de ICDL-gegevens.

5.1.   Als een lidstaat de ICDL-gegevens zoekt, gebruikt hij de NYSIIS-sleutels van de naam van de aanvrager.


BIJLAGE V

Veiligheidsvoorschriften

1.   Voor de uitwisseling van berichten tussen het centrale knooppunt en de nationale systemen wordt HTTPS gebruikt.

2.   De nationale systemen gebruiken de door de Commissie verstrekte PKI-certificaten voor de veilige verzending van berichten tussen het nationale systeem en het centrale knooppunt.

3.   De nationale systemen gebruiken ten minste certificaten met het hash-algoritme SHA-2 (SHA-256) voor de handtekening en een publieke sleutel met een lengte van 2 048 bits.


BIJLAGE VI

Dienstverleningsniveaus

1.   Nationale systemen voldoen aan de volgende minimale dienstverleningsniveaus:

1.1.   Zij zijn 24 uur per dag en zeven dagen per week beschikbaar.

1.2.   Hun beschikbaarheid wordt gecontroleerd door een hartslagbericht vanuit het centrale knooppunt.

1.3.   De beschikbaarheidsgraad bedraagt 98 %, overeenkomstig de volgende tabel (de cijfers zijn afgerond op de dichtstbijzijnde geschikte eenheid):

Een beschikbaarheid van

betekent een onbeschikbaarheid van

Dagelijks

Maandelijks

Jaarlijks

98 %

0,5 uur

15 uur

7,5 dag

De lidstaten worden aangespoord om zich aan de dagelijkse beschikbaarheidsgraad te houden, hoewel wordt erkend dat voor bepaalde noodzakelijke activiteiten, zoals onderhoud van het systeem, een wachttijd van meer dan 30 minuten nodig is. De maandelijkse en jaarlijkse beschikbaarheidsgraden zijn echter bindend.

1.4.   Zij beantwoorden ten minste 98 % van de verzoeken die in een kalendermaand worden doorgestuurd.

1.5.   Zij beantwoorden verzoeken binnen 10 seconden.

1.6.   De algemene vraag-time-out (de tijd dat een verzoeker op een antwoord wacht) bedraagt niet meer dan 20 seconden.

1.7.   Zij kunnen zes vragen per seconde behandelen.

1.8.   De nationale systemen mogen niet meer dan twee vragen per seconde naar het TACHOnet-knooppunt sturen.

1.9.   Elk nationaal systeem moet eventuele technische problemen in het centrale knooppunt of de nationale systemen van andere lidstaten kunnen opvangen. Daaronder vallen onder meer maar niet uitsluitend:

a)

verbroken verbinding met het centrale knooppunt;

b)

geen antwoord op een verzoek;

c)

ontvangst van verzoeken na een bericht-time-out;

d)

ontvangst van ongevraagde berichten;

e)

ontvangst van ongeldige berichten.

2.   Het centrale knooppunt:

2.1.   heeft een bereikbaarheidsgraad van 98 %;

2.2.   brengt nationale systemen op de hoogte van fouten via een antwoordbericht of een speciale foutmelding. De nationale systemen ontvangen op hun beurt specifieke foutmeldingen en beschikken over een escalatieworkflow om alle nodige maatregelen te treffen om de gemelde fout te corrigeren.

3.   Onderhoud

Indien technisch mogelijk brengen de lidstaten de andere lidstaten en de Commissie ten minste één week vóór de start van dat onderhoud via de webtoepassing op de hoogte van een routine-onderhoud.


BIJLAGE VII

Logbestanden en statistieken van de door het centrale knooppunt verzamelde gegevens

1.   Om de privacy te garanderen zijn de gegevens die gebruikt worden voor statistische doeleinden anoniem. Gegevens voor het identificeren van een specifieke kaart, bestuurder of rijbewijs zijn niet beschikbaar voor statistische doeleinden.

2.   Via logbestanden worden alle transacties gevolgd met het oog op toezicht en het verwijderen van bugs, en om statistieken over deze transacties te kunnen opstellen.

3.   Persoonsgegevens worden niet langer dan zes maanden in de logbestanden bijgehouden. Statistische gegevens worden voor onbepaalde tijd bewaard.

4.   De statistische gegevens voor de rapportage bevatten:

a)

de verzoekende lidstaat;

b)

de antwoordende lidstaat;

c)

het soort bericht;

d)

de statuscode van het bericht;

e)

de datum en tijd van de berichten;

f)

de responstijd.


BIJLAGE VIII

Gebruik van het TACHOnet-meldingssysteem

1.   Afgifte van bestuurderskaarten

1.1.   Als de aanvrager van een bestuurderskaart houder is van een rijbewijs dat is afgegeven in een andere lidstaat dan de lidstaat waarin de kaart wordt aangevraagd, voert de lidstaat waarin de kaart wordt aangevraagd een algemene Check Issued Card-zoekopdracht uit.

1.2.   Lidstaten die een bestuurderskaart afgeven aan een bestuurder die houder is van een in een andere lidstaat afgegeven rijbewijs, brengen deze lidstaat daarvan onmiddellijk op de hoogte via de Issued Card Driving Licence-functie.

1.3.   Als de aanvrager van een bestuurderskaart houder is van een rijbewijs dat is afgegeven in de lidstaat waarin de kaart wordt aangevraagd en als daarvoor eerder al een ICDL-bericht is geregistreerd in het nationale register, vraagt die lidstaat om een gerichte CIC- of Check Card Status-zoekopdracht bij de lidstaat die het ICDL-bericht heeft gestuurd.

1.4.   Elk ICDL-bericht wordt geregistreerd in het nationale register van de lidstaat die het bericht ontvangt.

1.5.   De lidstaten voeren een algemene CIC-zoekopdracht uit voor ten minste 30 % van de aanvragen die worden ingediend door bestuurders die houder zijn van een in die lidstaat afgegeven rijbewijs.

1.6.   De lidstaten kunnen ervoor kiezen de ICDL-functie niet te gebruiken als bedoeld in de punten 1.3 tot en met 1.5. In dat geval voeren zij een algemene CIC-zoekopdracht uit voor iedere ontvangen aanvraag.

1.7.   De lidstaten stellen de Commissie er uiterlijk op de datum van toepassing van deze verordening van in kennis of zij de ICDL-berichten in hun nationale registers registreren, dan wel de procedure in punt 1.6 toepassen.

1.8.   Lidstaten die gedurende ten hoogste vijf jaar vóór de datum van toepassing van deze verordening geen ICDL-berichten hebben geregistreerd in hun nationale registers als bedoeld in punt 1.4, voeren voor alle aanvragen een algemene CIC-zoekopdracht uit, behalve voor rijbewijzen waarvoor een ICDL-bericht is geregistreerd, in welk geval punt 1.3 van toepassing is.

1.9.   De verplichting van punt 1.8 geldt voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de registratie van ICDL-berichten daadwerkelijk is ingevoerd in het nationaal register van elke lidstaat.

2.   Ingetrokken, geschorste of gestolen bestuurderskaarten

2.1.   Wanneer overeenkomstig artikel 26, lid 7, en artikel 29, lid 2, van Verordening (EU) nr. 165/2014 een bestuurderskaart is ingetrokken, geschorst of opgegeven als gestolen in een andere lidstaat dan de lidstaat van afgifte:

a)

controleert de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde lidstaat de feitelijke status van de kaart door de lidstaat van afgifte een CCS-verzoek te sturen. Als het kaartnummer onbekend is, wordt vóór het bovengenoemde CCS-verzoek een CIC-verzoek gestuurd;

b)

stuurt de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde lidstaat een MCS-bericht aan de lidstaat van afgifte via het TACHOnet-meldingssysteem.

3.   Omwisseling van bestuurderskaarten

3.1.   Als de houder van een bestuurderskaart de omwisseling van de bestuurderskaart aanvraagt in een andere lidstaat dan de lidstaat van afgifte, controleert de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde lidstaat de feitelijke status van de kaart door de laatstgenoemde lidstaat een CCS-verzoek te sturen.

3.2.   Zodra de status van de bestuurderskaart is gecontroleerd en zij geldig is voor omwisseling, stuurt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de aanvraag is ingediend een MCS-verzoek naar de lidstaat van afgifte via het TACHOnet-meldingssysteem.

3.3.   Lidstaten die een bestuurderskaart verlengen of omwisselen van een bestuurder die houder is van een in een andere lidstaat afgegeven rijbewijs, brengen die lidstaat daarvan onmiddellijk op de hoogte via de ICDL-functie.


Top