EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016O0038

Richtsnoer (EU) 2016/1994 van de Europese Centrale Bank van 4 november 2016 betreffende de benadering voor de erkenning van institutionele protectiestelsels voor prudentiële doeleinden door nationale bevoegde autoriteiten krachtens Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (ECB/2016/38)

OJ L 306, 15.11.2016, p. 37–42 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/guideline/2016/1994/oj

15.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 306/37


RICHTSNOER (EU) 2016/1994 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 4 november 2016

betreffende de benadering voor de erkenning van institutionele protectiestelsels voor prudentiële doeleinden door nationale bevoegde autoriteiten krachtens Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (ECB/2016/38)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (1), met name artikel 6, lid 1 en artikel 6, lid 5, onder a),

Gezien Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (2), met name artikel 113, lid 7,

Overwegende:

(1)

Een institutioneel protectiestelsel (IPS) wordt in artikel 113, lid 7 van Verordening (EU) nr. 575/2013 omschreven als een contractuele of wettelijke aansprakelijkheidsregeling waardoor de lidinstellingen beschermd worden en die waarborgt dat zij over de vereiste liquiditeit en solventie beschikken om, waar nodig, faillissement te voorkomen. Luidens die bepaling kunnen bevoegde autoriteiten, behoudens bepaalde in Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgelegde voorwaarden, ontheffing verlenen van aangewezen prudentiële vereisten of voor IPS-leden bepaalde afwijkingen toestaan.

(2)

De Europese Centrale Bank (ECB) is verantwoordelijk voor de beoordeling van verzoeken die als belangrijk ingedeelde instellingen hebben ingediend, zulks in haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit voor het prudentieel toezicht binnen het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (GTM) op kredietinstellingen die als belangrijk zijn ingedeeld.

(3)

De voorwaarden voor de beoordeling van IPS-en voor prudentiële doeleinden zijn vastgelegd in artikel 113, lid 7 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Die verordening biedt enige manoeuvreerruimte aan bevoegde autoriteiten bij de uitwerking van de toezichtbeoordeling die moet vaststellen of aan de voorwaarden is voldaan. Om coherentie, effectiviteit en transparantie te waarborgen heeft de ECB een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de „Gids van de ECB inzake de keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte die het Unierecht biedt” betreffende de benadering voor de erkenning van institutionele protectiestelsels (IPS) voor prudentiële doeleinden (3), welke gids aangeeft hoe de ECB de naleving van de bovengenoemde voorwaarden door IPS-en en hun leden zal beoordelen.

(4)

De ECB is verantwoordelijk voor de effectieve en consistente werking van het GTM en als deel van haar oversighttaken moet zij de consistentie van toezichtresultaten waarborgen. Binnen dit kader stelt de ECB richtsnoeren vast voor de nationale bevoegde autoriteiten (NBA's) overeenkomstig welke toezichttaken moeten worden uitgevoerd en toezichtbesluiten moeten worden vastgesteld ten overstaan van minder belangrijke instellingen.

(5)

Aangezien belangrijke en minder belangrijke instellingen IPS-lid kunnen zijn, is het zaak de consistente behandeling van hun leden in het hele GTM te waarborgen om consistentie van door de ECB en de NBA's genomen besluiten te bevorderen. Voor IPS-en waarvan belangrijke en minder belangrijke kredietinstellingen lid zijn, is het bijzonder belangrijk dat zowel de ECB, die verantwoordelijk is voor het prudentieel toezicht op belangrijke instellingen, en de NBA's, die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op minder belangrijke instellingen, dezelfde specificaties hanteren voor de geschiktheidsbeoordeling. Het gebruik van dezelfde specificaties door NBA's is ook gewettigd bij de beoordeling van IPS-en die uitsluitend bestaan uit minder belangrijke instellingen, aangezien de samenstelling van de IPS-en, en de indeling van hun leden als belangrijk of minder belangrijk, in de loop van de tijd kan veranderen,

HEEFT HET VOLGENDE RICHTSNOER VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Toepassingsgebied

Dit richtsnoer stelt de specificaties vast voor de beoordeling van naleving door IPS-en, en hun leden, van de in artikel 113, lid 7 van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde vereisten, om vast te stellen of toestemming zoals bedoeld in dat artikel aan individuele instellingen verleend kan worden. NBA's passen de specificaties toe ten overstaan van minder belangrijke instellingen.

Artikel 2

Definities

Binnen het kader van dit richtsnoer zijn de in Verordening EU) nr. 575/2013, Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (4), Verordening (EU) nr. 1024/2013 en Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/17) (5) vastgelegde definities van toepassing.

HOOFDSTUK II

SPECIFICATIES VOOR DE BEOORDELING KRACHTENS ARTIKEL 113, LID 7 VAN VERORDENING (EU) Nr. 575/2013

Artikel 3

Artikel 113, lid 7, onder a) in samenhang met artikel 113, lid 6, onder a) en d) van Verordening EU) nr. 575/2013: beoordeling van prudentiële status en wettelijke woonplaats

Overeenkomstig artikel 113, lid 7, onder a) in samenhang met 113, lid 6, onder a) en d) van Verordening (EU) nr. 575/2013 gaan de NBA's bij de beoordeling van de prudentiële status en de wettelijke woonplaats het volgende na:

a)

is de tegenpartij een instelling, een financiële instelling, of een nevendiensten verrichtende onderneming waarop prudentiële vereisten van toepassing zijn;

b)

is de om toestemming verzoekende tegenpartij gevestigd in dezelfde lidstaat.

Artikel 4

Artikel 113, lid 7, onder a) in samenhang met artikel 113, lid 6, onder e) van Verordening EU) nr. 575/2013: onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva door de tegenpartij aan de leden

Wanneer beoordeeld wordt of er een wezenlijke, feitelijke of juridische belemmering is, aanwezig of te voorzien, die een onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva door de tegenpartij uit hoofde van artikel 113, lid 7, onder a) in samenhang met artikel 113, lid 6, onder e) van Verordening EU) nr. 575/2013 kan verhinderen, gaan de NBA's het volgende na:

a)

kunnen de deelnemings- of juridische structuur van de leden de overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva belemmeren;

b)

waarborgt de formele besluitvormingsprocedure met betrekking tot de overdracht van eigen vermogen tussen leden onmiddellijke overdracht;

c)

bevatten de statuten van de leden van het IPS, eventuele overeenkomsten tussen aandeelhouders, of andere bekende overeenkomsten, bepalingen die de overdracht van eigen vermogen of de terugbetaling van passiva door de tegenpartij zouden kunnen belemmeren;

d)

is er eerder geen sprake geweest van ernstige problemen met het management of van corporategovernancekwesties in verband met de leden die een negatief effect zouden kunnen hebben op de onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of de terugbetaling van passiva;

e)

zijn derden (6) in staat over de onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of de terugbetaling van passiva controle uit te oefenen of deze te voorkomen;

f)

zijn er aanwijzingen uit het verleden ten aanzien van stromen van fondsen tussen leden die aantonen dat fondsen onmiddellijk overgedragen kunnen worden of passiva terugbetaald kunnen worden.

De intermediaire crisisbeheerrol en -verantwoordelijkheid van het IPS om fondsen te verschaffen als steun aan in problemen verkerende leden, wordt hierbij van essentieel belang geacht.

Artikel 5

Artikel 113, lid 7, onder b) van Verordening EU) nr. 575/2013: een IPS is in staat de steun te verlenen die noodzakelijk is in het kader van zijn verbintenis

Bij de beoordeling uit hoofde van artikel 113, lid 7, onder b) van Verordening EU) nr. 575/2013 of er regelingen van kracht zijn die waarborgen dat een IPS in staat is uit fondsen waarover het vrijelijk kan beschikken, de steun te verlenen die noodzakelijk is in het kader van zijn verbintenis, gaan NBA's het volgende na:

a)

omvatten de regelingen een breed scala van maatregelen, processen en mechanismen die samen het kader vormen waarbinnen het IPS opereert. Dit kader dient een reeks mogelijke maatregelen te omvatten, variërend van minder indringende maatregelen tot ingrijpender maatregelen die evenredig zijn aan de risicogevoeligheid van de begunstigde instelling en de ernst van de financiële beperkingen van die instelling, met inbegrip van directe kapitaal- en liquiditeitssteun. Aan de steun kunnen voorwaarden verbonden zijn, bijvoorbeeld de tenuitvoerlegging van bepaalde herstel- en herstructureringsmaatregelen door de instelling;

b)

de governancestructuur van het IPS en het besluitvormingsproces ten aanzien van steunmaatregelen maken tijdige steunverlening mogelijk;

c)

een duidelijke verplichting bestaat tot het verlenen van steun wanneer ondanks eerdere risicobewaking en vroegtijdige-interventiemaatregelen een lid insolvent of illiquide is, of waarschijnlijk zal worden, en tevens moet ervoor gezorgd worden dat zijn leden de regelgevingsvereisten ten aanzien van eigen vermogen en liquiditeit naleven;

d)

het IPS voert regelmatig stresstests uit om mogelijke kapitaal- en liquiditeitssteunmaatregelen te kwantificeren;

e)

het risico-incasseringsvermogen van het IPS (dat bestaat uit volgestorte fondsen, mogelijke bijdragen achteraf en vergelijkbare verplichtingen) volstaat om mogelijke ten aanzien van zijn leden genomen steunmaatregelen te dekken;

f)

een ex-antefonds is opgezet om ervoor te zorgen dat het IPS vrijelijk beschikbare fondsen voor steunmaatregelen heeft, en

i)

bijdragen aan dat fonds volgen een duidelijk omschreven kader;

ii)

de fondsen worden uitsluitend belegd in liquide en veilige activa die op elk moment te gelde kunnen worden gemaakt en waarvan de waarde niet afhankelijk is van de solventie- en liquiditeitspositie van de leden en hun dochterondernemingen;

iii)

bij de bepaling van het minimumstreefbedrag van het ex-antefonds wordt rekening gehouden met de stresstestresultaten van het IPS;

iv)

er is een adequate ondergrens/een adequaat minimaal bedrag voor het ex-antefonds om de directe beschikbaarheid van de fondsen te waarborgen.

IPS-en kunnen worden erkend als depositogarantiestelsels uit hoofde van Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad (7), en het kan, krachtens de in de respectieve nationale recht uiteengezette voorwaarden, aan hen worden toegestaan de beschikbare financiële middelen te gebruiken voor alternatieve maatregelen teneinde het faillissement van een kredietinstelling te voorkomen. In dat geval zullen de NBA's de beschikbare financiële middelen in overweging nemen wanneer zij de beschikbaarheid van fondsen voor het verstrekken van steun beoordelen, en zij zullen daarbij rekening houden met de verschillende doeleinden van een IPS dat ernaar streeft zijn leden te beschermen en tevens nemen zij depositogarantiestelsels in overweging, waarvan de belangrijkste taak is depositohouders te beschermen tegen de consequenties van de insolventie van een kredietinstelling.

Artikel 6

Artikel 113, lid 7, onder c) van Verordening (EU) nr. 575/2013: IPS-stelsels voor het toezicht op en de classificatie van risico's

Artikel 113, lid 7, onder c) van Verordening (EU) nr. 575/2013 bepaalt dat een IPS moet beschikken over geschikte en in uniforme regels voorgeschreven systemen voor het toezicht op en de classificatie van risico's, die een compleet overzicht bieden van de risicosituaties van de individuele leden en van het IPS als geheel, met dienovereenkomstige mogelijkheden tot ingrijpen; en dat met behulp van deze systemen overeenkomstig artikel 178, lid 1 van dezelfde verordening blootstellingen ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan, op passende wijze worden bewaakt. Bij het beoordelen van de naleving van deze voorwaarde gaan NBA's het volgende na:

a)

zijn de IPS-leden verplicht het belangrijkste IPS-beheerorgaan regelmatig te voorzien van actuele informatie over hun risicosituatie, waaronder informatie over hun eigen vermogen en eigenvermogenvereisten;

b)

zijn overeenkomstige geschikte gegevensstromen en IT-systemen in voege;

c)

stelt het belangrijkste IPS-beheerorgaan uniforme standaarden en methodologieën vast voor het door de leden toe te passen risicobeheerkader;

d)

is er ten behoeve van het toezicht op en de classificatie van risico's door het IPS een gemeenschappelijke definitie van risico's, wordt toezicht gehouden op dezelfde risicocategorieën voor alle leden, en worden hetzelfde betrouwbaarheidsniveau en dezelfde tijdshorizon voor de kwantificering van risico's gebruikt;

e)

delen de IPS-systemen voor het toezicht op en de classificatie van risico's de leden in op grond van hun risicosituatie, d.w.z. heeft het IPS verschillende categorieën vastgesteld waarin zijn leden moeten worden ingedeeld om vroegtijdig ingrijpen mogelijk te maken;

f)

kan het IPS de risicosituatie van zijn leden beïnvloeden door het uitvaardigen van bv. instructies en aanbevelingen voor zijn leden, bijvoorbeeld om bepaalde activiteiten te beperken of om vermindering van bepaalde risico's te eisen.

Artikel 7

Artikel 113, lid 7, onder d) van Verordening (EU) nr. 575/2013: Eigen risico-onderzoek door IPS

Bij de beoordeling of het IPS zijn eigen risico-onderzoek overeenkomstig artikel 113, lid 7, onder d) van Verordening (EU) nr. 575/2013 uitvoert, waarvan de resultaten aan de individuele leden worden medegedeeld, gaan de NBA's het volgende na:

a)

beoordeelt het IPS op gezette tijden de risico's en kwetsbaarheden van de sector waartoe zijn leden behoren;

b)

worden de resultaten van de risicotoetsing samengevat in een verslag of een ander document en verspreid onder de desbetreffende besluitvormende organen van het IPS en/of de leden kort nadat ze zijn afgerond;

c)

worden leden door het IPS op de hoogte gesteld van hun risicoclassificatie, zoals vereist in Artikel 113, lid 7, onder c).

Artikel 8

Artikel 113, lid 7, onder e) van Verordening (EU) nr. 575/2013: Geconsolideerd of geaggregeerd IPS-verslag

Artikel 113, lid 7, onder e) van Verordening (EU) nr. 575/2013 bepaalt dat het IPS eenmaal per jaar een geconsolideerd verslag formuleert en publiceert met de balans, de resultatenrekening, het verslag over de situatie en het risicoverslag van het institutioneel protectiestelsel als geheel, dan wel een verslag met de geaggregeerde balans, de geaggregeerde resultatenrekening, het verslag over de situatie en het risicoverslag van het institutioneel protectiestelsel als geheel. Bij het beoordelen van de naleving van deze voorwaarde gaan NBA's het volgende na:

a)

wordt het geconsolideerde of geaggregeerde verslag door een onafhankelijke externe accountant gecontroleerd op basis van het desbetreffende financiëleverslaggevingskader of, indien van toepassing, de aggregatiemethode;

b)

is de externe accountant verplicht een accountantsverklaring af te geven;

c)

vallen alle IPS-leden en dochterondernemingen, intermediaire structuren zoals holdings en de entiteit die het IPS zelf beheert (indien deze een juridische entiteit is) binnen de werkingssfeer van de consolidatie/aggregatie;

d)

kan de aggregratiemethode waarborgen dat alle intragroepblootstellingen worden geëlimineerd wanneer het IPS een verslag opstelt met een geaggregeerde balans en een geaggregeerde resultatenrekening.

Artikel 9

Artikel 113, lid 7, onder f) van Verordening (EU) nr. 575/2013: voorafgaande kennisgeving van lidmaatschapbeëindiging

De NBA's verifiëren of de contractuele of wettelijke bepalingen IPS-leden verplichten tenminste 24 maanden van tevoren kenbaar te maken, dat zij voornemens zijn het stelsel te beëindigen.

Artikel 10

Artikel 113, lid 7, onder g) van Verordening (EU) nr. 575/2013: afschaffing van het meervoudige gebruik van elementen die in aanmerking komen voor de berekening van het eigen vermogen

Artikel 113, lid 7, onder g) van Verordening (EU) nr. 575/2013 bepaalt dat het meervoudige gebruik van elementen die in aanmerking komen voor de berekening van het eigen vermogen („multiple gearing”), alsook het op enigerlei wijze ongepast creëren van eigen vermogen tussen IPS-leden, wordt afgeschaft. Bij het beoordelen van de naleving van dit vereiste gaan NBA's volgende na:

a)

kan de externe accountant die verantwoordelijk is voor de controle van het geconsolideerde of geaggregeerde financiële verslag bevestigen dat deze praktijken zijn afgeschaft;

b)

hebben transacties door de IPS-leden geleid tot ongepaste creëren van eigen vermogen op individueel niveau, subgeconsolideerd niveau of geconsolideerd niveau.

Artikel 11

Artikel 113, lid 7, onder h) van Verordening (EU) nr. 575/2013: breed lidmaatschap

Bij het beoordelen van de naleving van de in artikel 113, lid 7, onder h) van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgelegde voorwaarde, namelijk dat het IPS is gebaseerd op breed lidmaatschap van kredietinstellingen met een voornamelijk homogeen bedrijfsprofiel, gaan NBA's het volgende na:

a)

heeft het IPS voldoende leden (onder de instellingen die potentieel in aanmerking komen voor lidmaatschap) om steunmaatregelen te dekken die het zou moeten uitvoeren;

b)

het bedrijfsmodel, de bedrijfsstrategie, de omvang, de klanten, de regionale gerichtheid, de producten, de financieringsstructuur, wezenlijke risicocategorieën, verkoopsamenwerkings- en dienstverleningsovereenkomsten, van de leden met andere IPS-leden enz.;

c)

maken de verschillende bedrijfsprofielen van de leden het toezicht mogelijk op en de classificatie van hun risicosituaties op grond van de in uniforme regels voorgeschreven stelsels die binnen het IPS overeenkomstig artikel 113, lid 7, onder c) van Verordening (EU) nr. 575/2013 van kracht zijn;

d)

IPS-sectoren vaak zijn gebaseerd op samenwerking, hetgeen betekent dat centrale instellingen en andere gespecialiseerde instellingen in het IPS-netwerk producten en diensten aanbieden aan andere IPS-leden. Bij het beoordelen van de homogeniteit van bedrijfsprofielen moet de NBA nagaan in hoeverre de bedrijfsactiviteiten van de leden verband houden met het netwerk (aan lokale banken aangeboden producten en diensten, diensten aan gemeenschappelijke klanten, kapitaalmarktactiviteiten enz.).

HOOFDSTUK III

SLOTBEPALINGEN

Artikel 12

Inwerkingtreding en uitvoering

1.   Dit richtsnoer wordt van kracht op de dag van notificatie aan de NBA's.

2.   De NBA's voldoen met ingang van 2 december 2016 aan dit richtsnoer.

Artikel 13

Geadresseerden

Dit richtsnoer is gericht tot de NBA's.

Gedaan te Frankfurt am Main,4 november 2016.

Namens de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63.

(2)  PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1.

(3)  Dit hoofdstuk van de Gids werd in in juli 2016 vastgesteld. De geconsolideerde versie van de „Gids van de ECB inzake de keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte die het Unierecht biedt” is beschikbaar op de ECB-website bankentoezicht: www.bankingsupervision.europa.eu

(4)  Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).

(5)  Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank van 16 april 2014 tot vaststelling van een kader voor samenwerking binnen het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme tussen de Europese Centrale Bank en nationale bevoegde autoriteiten en met nationale aangewezen autoriteiten (GTM-kaderverordening) (ECB/2014/17) (PB L 141 van 14.5.2014, blz. 1).

(6)  Onder derden worden alle partijen verstaan met uitzondering van de moederonderneming, een dochteronderneming, een lid van een besluitvormend orgaan of een aandeelhouder van een lid.

(7)  Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de depositogarantiestelsels (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 149).


Top