Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016L0774

Richtlijn (EU) 2016/774 van de Commissie van 18 mei 2016 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende autowrakken (Voor de EER relevante tekst)

C/2016/2850

OJ L 128, 19.5.2016, p. 4–9 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2016/774/oj

19.5.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 128/4


RICHTLIJN (EU) 2016/774 VAN DE COMMISSIE

van 18 mei 2016

tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende autowrakken

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken (1), en met name artikel 4, lid 2, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 4, lid 2, onder a), van Richtlijn 2000/53/EG verbiedt het gebruik van lood, kwik, cadmium of zeswaardig chroom in materialen en onderdelen van voertuigen die na 1 juli 2003 in de handel worden gebracht.

(2)

Bijlage II bij Richtlijn 2000/53/EG bevat een lijst van materialen en onderdelen van voertuigen die van het bij artikel 4, lid 2, onder a), van die richtlijn vastgestelde verbod zijn vrijgesteld. De in bijlage II, punt 8, onder e) tot en met h), en j), en punt 10, onder d), opgenomen vrijstellingen moeten in 2014 opnieuw worden bekeken.

(3)

Uit een beoordeling van de technische en wetenschappelijke vooruitgang is gebleken dat het gebruik van lood in de onder punt 8, onder h) en j), en punt 10, onder d), vallende toepassingen niet langer moet worden vrijgesteld omdat het gebruik van lood bij deze toepassingen kan worden vermeden.

(4)

Uit de beoordeling van de technische en wetenschappelijke vooruitgang is ook gebleken dat het gebruik van lood in de onder punt 8, onder e), f) en g), vallende toepassingen onvermijdelijk blijft aangezien er nog geen vervangingsmiddelen beschikbaar zijn. Aangezien er informatie bestaat over mogelijke toekomstige loodvervangingsmiddelen voor deze toepassingen, is het echter passend om een evaluatiedatum vast te stellen waarop kan worden bepaald of het gebruik van lood bij deze toepassingen kan worden stopgezet.

(5)

De maatregelen in deze richtlijn zijn in overeenstemming met het advies van het comité dat is opgericht bij artikel 39 van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (2),

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Richtlijn 2000/53/EG wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

1.   De lidstaten stellen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast om aan deze richtlijn te voldoen en maken deze uiterlijk zes maanden na de bekendmaking van deze richtlijn in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 18 mei 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 269 van 21.10.2000, blz. 34.

(2)  PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3.


BIJLAGE

„BIJLAGE II

Van de toepassing van artikel 4, lid 2, onder a), vrijgestelde materialen en onderdelen

Materialen en onderdelen

Werkingssfeer en einde van de geldigheidsduur van de vrijstelling

Te merken of herkenbaar te maken overeenkomstig artikel 4, lid 2, onder b), iv)

Lood als legeringselement

1. a)

Staal voor verwerkingsdoeleinden en discontinu thermisch verzinkte stalen onderdelen met een loodgehalte van niet meer dan 0,35 gewichtsprocent

 

 

1. b)

Continu verzinkt plaatstaal dat niet meer dan 0,35 gewichtsprocent lood bevat

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 januari 2016 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

 

2. a)

Aluminium voor verwerkingsdoeleinden dat niet meer dan 2 gewichtsprocent lood bevat

Als reserveonderdelen voor voertuigen die vóór 1 juli 2005 in de handel zijn gebracht

 

2. b)

Aluminium dat niet meer dan 1,5 gewichtsprocent lood bevat

Als reserveonderdelen voor voertuigen die vóór 1 juli 2008 in de handel zijn gebracht

 

2. c)

Aluminium dat niet meer dan 0,4 gewichtsprocent lood bevat

 (1)

 

3.

Koperlegeringen die niet meer dan 4 gewichtsprocent lood bevatten

 (1)

 

4. a)

Lagerschalen en -zuigers

Als reserveonderdelen voor voertuigen die vóór 1 juli 2008 in de handel zijn gebracht

 

4. b)

Lagerschalen en -zuigers in motoren, transmissies en aircocompressoren

Als reserveonderdelen voor voertuigen die vóór 1 juli 2011 in de handel zijn gebracht

 

Lood en loodverbindingen in onderdelen

5.

Batterijen

 (1)

X

6.

Trillingsdempers

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 januari 2016 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

X

7. a)

Vulkaniseermiddelen en stabilisatoren voor elastomeren in remslangen, brandstofslangen, luchtventilatieslangen, elastomeer/metaalonderdelen in de chassistoepassingen en motorophangingen

Als reserveonderdelen voor voertuigen die vóór 1 juli 2005 in de handel zijn gebracht

 

7. b)

Vulkaniseermiddelen en stabilisatoren voor elastomeren in remslangen, brandstofslangen, luchtventilatieslangen, elastomeer/metaalonderdelen in de chassistoepassingen en motorophangingen die niet meer dan 0,5 gewichtsprocent lood bevatten

Als reserveonderdelen voor voertuigen die vóór 1 juli 2006 in de handel zijn gebracht

 

7. c)

Bindmiddelen voor elastomeren die in aandrijftoepassingen worden gebruikt, met een loodgehalte van niet meer dan 0,5 gewichtsprocent

Als reserveonderdelen voor voertuigen die vóór 1 juli 2009 in de handel zijn gebracht

 

8. a)

Lood in soldeer om elektrische en elektronische onderdelen aan elektronische printplaten te bevestigen en lood in de afwerking van de uiteinden van andere onderdelen dan elektrolytische aluminiumcondensatoren, in pinnen van onderdelen en in elektronische printplaten

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 januari 2016 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

X (3)

8. b)

Lood in soldeer in elektrische toepassingen, behalve soldeer op elektronische printplaten of op glas

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 januari 2011 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

X (3)

8. c)

Lood in de afwerking van de uiteinden van elektrolytische aluminiumcondensatoren

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 januari 2013 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

X (3)

8. d)

Lood in soldeer op glas in luchtmassameters

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 januari 2015 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

X (3)

8. e)

Lood in soldeer met een hoog smeltpunt (d.w.z. loodlegeringen met ten minste 85 gewichtsprocent lood)

 (2)

X (3)

8. f) a)

Lood in flexibele penconnectorsystemen

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 januari 2017 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

X (3)

8. f) b)

Lood in andere flexibele penconnectorsystemen dan het pasvlak van kabelboomconnectoren

 (2)

X (3)

8. g)

Lood in soldeer voor de totstandbrenging van een haalbare elektrische verbinding tussen een halfgeleider-die en een drager in „flip chip”-behuizingen voor geïntegreerde schakelingen

 (2)

X (3)

8. h)

Lood in soldeer om warmteverspreiders te bevestigen aan het koelingslichaam in krachtige halfgeleiders met een chipgrootte van minstens 1 cm2 projectieoppervlak en een nominale spanningsdichtheid van minstens 1 A per mm2 siliciumchipoppervlak

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 januari 2016 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

X (3)

8. i)

Lood in soldeer in elektrische toepassingen op glas, met uitzondering van soldeer op gelamineerd glas

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 januari 2016 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

X (3)

8. j)

Lood in soldeer op gelamineerd glas

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 januari 2020 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

X (3)

9.

Klepzittingen

Als reserveonderdelen voor motortypes die vóór 1 juli 2003 zijn ontwikkeld

 

10. a)

Elektrische en elektronische onderdelen die lood in glas of keramiek, in een glas- of composiet met keramische matrix, in een glaskeramisch materiaal of een composiet met glaskeramische matrix bevatten.

Deze vrijstelling heeft geen betrekking op het gebruik van lood in:

glas in lampen en glazuur van bougies,

de in punt 10, onder b), c) en d), genoemde diëlektrische keramische materialen en onderdelen.

 

X (4) (voor andere onderdelen dan piëzo-onderdelen in motoren)

10. b)

Lood in op PZT gebaseerde diëlektrische keramische materialen in condensatoren die onderdeel zijn van geïntegreerde schakelingen of discrete halfgeleiders

 

 

10. c)

Lood in diëlektrische keramische materialen in condensatoren voor een nominale spanning van minder dan 125 V wisselstroom of 250 V gelijkstroom

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 januari 2016 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

 

10. d)

Lood in diëlektrische keramische materialen in condensatoren die de temperatuurgebonden afwijkingen van sensoren in ultrasone sonarinstallaties compenseren

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 januari 2017 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

 

11.

Pyrotechnische ontstekers

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 juli 2006 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

 

12.

Loodhoudende thermo-elektrische materialen in elektrische toepassingen in de automobielsector om de CO2-emissies te verminderen door de terugwinning van uitlaatgaswarmte

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 januari 2019 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

X

Zeswaardig chroom

13. a)

Corrosiewerende beschermlagen

Als reserveonderdelen voor voertuigen die vóór 1 juli 2007 in de handel zijn gebracht

 

13. b)

Corrosiewerende beschermlagen van schroefmoerverbindingen voor chassistoepassingen

Als reserveonderdelen voor voertuigen die vóór 1 juli 2008 in de handel zijn gebracht

 

14.

Als anticorrosiemiddel in het koolstofstalen koelsysteem in absorptiekoelkasten in kampeerauto's tot 0,75 gewichtsprocent in de koeloplossing, behalve wanneer het gebruik van andere koeltechnologieën haalbaar is (d.w.z. op de markt verkrijgbaar voor toepassing in kampeerauto's) en niet leidt tot negatieve effecten op het gebied van milieu, gezondheid en/of consumentenveiligheid

 

X

Kwik

15. a)

Ontladingslampen voor koplampen

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 juli 2012 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

X

15. b)

Fluorescentiebuizen voor instrumentenpanelen

Voertuigen met typegoedkeuring van vóór 1 juli 2012 en reserveonderdelen voor deze voertuigen

X

Cadmium

16.

Batterijen voor elektrische voertuigen

Als reserveonderdelen voor voertuigen die vóór 31 december 2008 in de handel zijn gebracht

 

Opmerkingen:

Een maximale concentratie van 0,1 gewichtsprocent lood, zeswaardig chroom en kwik in homogeen materiaal en 0,01 gewichtsprocent cadmium in homogeen materiaal wordt toegestaan.

Het hergebruik van onderdelen van voertuigen die op de datum van het verstrijken van een vrijstelling al in de handel waren, wordt zonder beperking toegestaan aangezien dit niet onder artikel 4, lid 2, onder a), valt.

Na 1 juli 2003 in de handel gebrachte reserveonderdelen die worden gebruikt voor voertuigen die vóór 1 juli 2003 in de handel werden gebracht, zijn vrijgesteld van het bepaalde in artikel 4, lid 2, onder a) (*).


(1)  Deze vrijstelling wordt opnieuw bekeken in 2015.

(2)  Deze vrijstelling wordt opnieuw bekeken in 2019.

(3)  Demontage als in combinatie met in punt 10, onder a), genoemde toepassingen een gemiddelde drempelwaarde van 60 g per voertuig wordt overschreden. Bij de toepassing van deze bepaling worden elektronische apparaten die niet door de fabrikant op de productielijn worden geïnstalleerd, niet meegerekend.

(4)  Demontage als in combinatie met in punt 8, onder a) tot en met j), genoemde toepassingen een gemiddelde drempelwaarde van 60 g per voertuig wordt overschreden. Bij de toepassing van deze bepaling worden elektronische apparaten die niet door de fabrikant op de productielijn worden geïnstalleerd, niet meegerekend.

(*)  Deze bepaling is niet van toepassing op wielbalansgewichten, koolborstels voor elektrische motoren en remvoeringen.”


Top