Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016L0681

Richtlijn (EU) 2016/681 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 over het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit

OJ L 119, 4.5.2016, p. 132–149 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2016/681/oj

4.5.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 119/132


RICHTLIJN (EU) 2016/681 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 27 april 2016

over het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 82, lid 1, onder d), en artikel 87, lid 2, onder a),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 6 november 2007 keurde de Commissie een voorstel goed voor een kaderbesluit van de Raad over het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voor rechtshandhavingsdoeleinden. Door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 is het voorstel van de Commissie, dat op dat moment nog niet door de Raad was goedgekeurd, evenwel achterhaald.

(2)

In „Het programma van Stockholm — Een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger” (3) wordt de Commissie opgeroepen een maatregel betreffende het gebruik van PNR-gegevens met het oog op het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terrorisme en ernstige criminaliteit voor te stellen.

(3)

In haar mededeling van 21 september 2010 over de algemene aanpak van de doorgifte van passagiersgegevens (Passenger Name Record — PNR) aan derde landen heeft de Commissie een aantal kernelementen van een Uniebeleid op dit gebied uiteengezet.

(4)

Richtlijn 2004/82/EG van de Raad (4) regelt de verstrekking vooraf van passagiersgegevens (advance passenger information data — API-gegevens) door luchtvaartmaatschappijen aan de bevoegde nationale instanties, ter verbetering van de grenscontroles en ter bestrijding van illegale immigratie.

(5)

Doelstellingen van deze richtlijn zijn onder meer de veiligheid te waarborgen, het leven en de veiligheid van personen te beschermen, en een wettelijk kader te scheppen voor de bescherming van PNR-gegevens bij de verwerking door bevoegde autoriteiten.

(6)

Een doeltreffend gebruik van PNR-gegevens, onder meer door PNR-gegevens te vergelijken met diverse databanken van gezochte personen en voorwerpen, is noodzakelijk om terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit te voorkomen, op te sporen, te onderzoeken en te vervolgen en zo de interne veiligheid te bevorderen, databanken om bewijsmateriaal te verzamelen en in voorkomend geval medeplichtigen van criminelen op te sporen en criminele netwerken op te rollen.

(7)

Dankzij de analyse van PNR-gegevens kunnen personen worden geïdentificeerd die, voordat een dergelijke analyse werd verricht, niet van terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit verdacht werden, en naar wie de bevoegde instanties nader onderzoek moeten verrichten. Door PNR-gegevens te gebruiken kan het gevaar van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit vanuit een andere invalshoek worden aangepakt dan bij de verwerking van andere categorieën persoonsgegevens het geval is. Om echter ervoor te zorgen dat de verwerking van PNR-gegevens beperkt blijft tot het noodzakelijke, dient de vaststelling en toepassing van beoordelingscriteria te worden beperkt tot terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit waarvoor het gebruik van dergelijke criteria relevant is. Bovendien moeten de beoordelingscriteria zo worden opgesteld dat het systeem zo weinig mogelijk onschuldige personen aanduidt.

(8)

Luchtvaartmaatschappijen verzamelen en verwerken PNR-gegevens van hun passagiers reeds voor hun eigen commerciële doeleinden. Deze richtlijn mag niet voorschrijven dat de luchtvaartmaatschappijen ertoe worden verplicht aanvullende gegevens bij passagiers te verzamelen of deze te bewaren, en evenmin dat passagiers ertoe worden verplicht nog meer gegevens aan de luchtvaartmaatschappijen te verstrekken dan thans het geval is.

(9)

Sommige luchtvaartmaatschappijen bewaren de API-gegevens die zij verzamelen als onderdeel van de PNR-gegevens, andere niet. Het gecombineerde gebruik van PNR- en API-gegevens biedt meerwaarde doordat het de lidstaten helpt bij de identiteitscontrole van personen, waardoor uit het oogpunt van rechtshandhaving dat resultaat aan waarde wint, en het risico wordt beperkt dat onschuldige personen het voorwerp uitmaken van controle en onderzoek. Daarom moet er beslist voor worden gezorgd dat luchtvaartmaatschappijen die API-gegevens verzamelen, deze doorgeven, ongeacht of zij API-gegevens bewaren door middel van andere technische middelen dan voor PNR-gegevens.

(10)

Om terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit te voorkomen, op te sporen, te onderzoeken en te vervolgen is het is van essentieel belang dat alle lidstaten voorschriften vaststellen waarbij luchtvaartmaatschappijen die vluchten van of naar derde landen uitvoeren worden verplicht PNR-gegevens, met inbegrip van API-gegevens, die zij verzamelen, door te geven. De lidstaten moeten ook de mogelijkheid hebben deze verplichting uit te breiden naar luchtvaartmaatschappijen die vluchten binnen de Unie uitvoeren. Deze voorschriften laten Richtlijn 2004/82/EG onverlet.

(11)

De verwerking van persoonsgegevens moet evenredig zijn aan de specifieke veiligheidsdoelen die met deze richtlijn worden nagestreefd.

(12)

In deze richtlijn moet het begrip terroristische misdrijven worden gedefinieerd zoals in Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad (5). De definitie van ernstige criminaliteit dient de categorieën misdrijven die zijn vermeld in bijlage II bij deze richtlijn te omvatten.

(13)

De PNR-gegevens dienen te worden doorgegeven aan één enkele aangewezen passagiersinformatie-eenheid („PIE”) in de betrokken lidstaat, ter wille van de duidelijkheid en omdat dit minder kosten meebrengt voor de luchtvaartmaatschappijen. De PIE kan in een lidstaat op verschillende plaatsen gevestigd zijn, en ook mogen lidstaten gezamenlijk één PIE oprichten. De lidstaten moeten de informatie via geëigende informatie-uitwisselingsnetwerken met elkaar delen om informatie-uitwisseling en interoperabiliteit te faciliteren.

(14)

De kosten voor het gebruiken, bewaren en uitwisselen van PNR-gegevens dienen gedragen te worden door de lidstaten.

(15)

Een lijst van de PNR-gegevens die door een PIE worden verkregen, dient zo te worden opgesteld dat wordt tegemoetgekomen aan de legitieme behoeften van de overheid in verband met het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit, en dat aldus de interne veiligheid van de EU wordt bevorderd, en dient anderzijds de bescherming van de grondrechten, en met name het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en op bescherming van persoonsgegevens, te waarborgen. Daartoe moeten hoge normen worden toegepast in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het „Handvest”), het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens („Verdrag nr. 108”) en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden („EVRM”). Dergelijke lijst mag niet uitgaan van ras of etnische oorsprong, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, politieke of andere opvattingen, vakbondslidmaatschap, gezondheid, seksleven of seksuele geaardheid. De PNR-gegevens dienen uitsluitend details over de reserveringen en de reisroutes van de passagier te bevatten die de bevoegde instanties in staat stellen te bepalen welke vliegtuigpassagiers een risico voor de interne veiligheid vormen.

(16)

Er zijn momenteel twee mogelijke methoden voor gegevensdoorgifte beschikbaar: de „pull-methode”, waarbij de bevoegde instanties van de lidstaat die de PNR-gegevens opvraagt, toegang krijgen tot het reserveringssysteem van de luchtvaartmaatschappij en uit het systeem een kopie van de benodigde PNR-gegevens kunnen halen („pull”), en de „push-methode”, waarbij de luchtvaartmaatschappijen de benodigde PNR-gegevens aan de verzoekende instantie doorgeven („push”) en de luchtvaartmaatschappijen dus controle behouden over de gegevens die worden verstrekt. De algemene opvatting is dat de „push-methode” een hogere mate van gegevensbescherming biedt, en deze methode dient dan ook voor alle luchtvaartmaatschappijen verplicht te worden gesteld.

(17)

De Commissie steunt de richtsnoeren inzake PNR-gegevens van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO). Deze richtsnoeren dienen dan ook de grondslag te zijn bij het vaststellen van de ondersteunde dataformaten voor de doorgifte van PNR-gegevens door luchtvaartmaatschappijen aan de lidstaten. Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de invoering van ondersteunde dataformaten en van relevante protocollen voor de doorgifte van gegevens van luchtvaartmaatschappijen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (6).

(18)

De lidstaten dienen alle nodige maatregelen te nemen om luchtvaartmaatschappijen in staat te stellen hun uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen na te komen. Ten aanzien van luchtvaartmaatschappijen die niet voldoen aan hun verplichtingen inzake de doorgifte van PNR-gegevens dienen de lidstaten te voorzien in doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties, met inbegrip van geldboetes.

(19)

Iedere lidstaat dient zelf de mogelijke dreigingen op het gebied van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit te beoordelen.

(20)

Gelet op het recht op bescherming van persoonsgegevens en het discriminatieverbod mag een beslissing die voor de betrokkene nadelige rechtsgevolgen of andere ingrijpende gevolgen heeft, niet uitsluitend berusten op automatisch verwerkte PNR-gegevens. Gelet op de artikelen 8 en 21 van het Handvest mag een dergelijke beslissing bovendien geen enkele vorm van discriminatie inhouden, zoals op grond van geslacht, ras, huidskleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere opvattingen, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. De Commissie moet deze beginselen ook in aanmerking nemen wanneer zij de toepassing van deze richtlijn evalueert.

(21)

Het verwerkingsresultaat van PNR-gegevens mag in geen geval door de lidstaten worden aangewend als reden om hun internationale verplichtingen uit hoofde van het Verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen als gewijzigd bij het protocol van 31 januari 1967 te omzeilen, noch mag het worden gebruikt om asielzoekers die hun recht op internationale bescherming willen uitoefenen, de toegang tot veilige en doeltreffende legale wegen naar het grondgebied van de Unie te ontzeggen.

(22)

Gelet op de in recente relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie uiteengezette beginselen moet bij de toepassing van deze richtlijn worden gezorgd voor volledige eerbiediging van de grondrechten, het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het evenredigheidsbeginsel. Tevens moet erop worden toegezien dat de maatregelen werkelijk noodzakelijk en proportioneel zijn met het oog op het door de Unie erkende algemeen belang en noodzakelijk zijn om de rechten en vrijheden van anderen bij de bestrijding van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit te beschermen. De toepassing van deze richtlijn moet naar behoren worden gemotiveerd en er moet worden voorzien in de nodige waarborgen om de rechtmatigheid van de opslag, analyse, doorgifte of het gebruik van de PNR-gegevens te garanderen.

(23)

De lidstaten dienen de PNR-gegevens die zij ontvangen met elkaar en met Europol uit te wisselen, indien dat nodig wordt geacht voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit. De PIE's dienen het verwerkingsresultaat van PNR-gegevens in voorkomend geval onverwijld voor nader onderzoek aan de PIE's van andere lidstaten door te zenden. De bepalingen van deze richtlijn mogen geen afbreuk doen aan andere instrumenten van de Unie betreffende informatie-uitwisseling tussen politiële en andere rechtshandhavingsinstanties en justitiële autoriteiten, zoals Besluit 2009/371/JBZ van de Raad (7) en Kaderbesluit 2006/960/JBZ van de Raad (8). Voor deze uitwisseling van PNR-gegevens dienen de voorschriften inzake justitiële en politiële samenwerking te gelden en deze uitwisseling mag het hoge niveau van bescherming van het privéleven en van persoonsgegevens dat wordt voorgeschreven door het Handvest, Verdrag nr. 108 en het EVRM niet ondermijnen.

(24)

Er moet worden gezorgd voor een veilige uitwisseling tussen de lidstaten van informatie aangaande PNR-gegevens door gebruik te maken van de bestaande kanalen voor samenwerking tussen de bevoegde instanties van de lidstaten, en met name met Europol via de applicatie voor veilige informatie-uitwisseling (Secure Information Exchange Network Application — SIENA) van Europol.

(25)

De bewaartermijn voor PNR-gegevens dient zo lang te zijn als noodzakelijk is voor en evenredig te zijn aan de doelstellingen, namelijk het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit. Gezien de aard van de gegevens en het gebruik ervan dienen de PNR-gegevens lang genoeg te worden bewaard om er een analyse mee te kunnen uitvoeren en ze bij onderzoek te kunnen gebruiken. Ter voorkoming van onevenredig gebruik dienen de gegevens na de initiële bewaartermijn door afscherming van gegevenselementen te worden gedepersonaliseerd. Om te zorgen voor het hoogste niveau van gegevensbescherming, dient toegang tot de volledige PNR-gegevens, waarmee de betrokkene rechtstreeks kan worden geïdentificeerd, uitsluitend onder zeer strikte en restrictieve voorwaarden te worden toegestaan na die initiële bewaartermijn.

(26)

Het bewaren door de bevoegde instantie van specifieke PNR-gegevens die haar zijn doorgegeven en in het kader van strafrechtelijk onderzoek of strafvervolging worden gebruikt, dient te worden geregeld bij het nationale recht, ongeacht de in deze richtlijn vastgestelde gegevensbewaartermijnen.

(27)

Voor de verwerking van PNR-gegevens in elke lidstaat door de PIE en de bevoegde instanties dient een nationaalrechtelijke norm voor persoonsgegevensbescherming te gelden die in overeenstemming is met Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (9), en de specifieke gegevensbeschermingsvoorschriften van deze richtlijn. Verwijzingen naar Kaderbesluit 2008/977/JHA dienen te worden gelezen als verwijzingen naar de momenteel geldende wetgeving en naar mogelijke toekomstige vervangende wetgeving daarvoor.

(28)

Gelet op het recht op de bescherming van persoonsgegevens, dienen de rechten van de betrokkenen wat betreft de verwerking van hun PNR-gegevens, zoals het recht op toegang, rectificatie en wissen, het recht van beperking, het recht op schadevergoeding en het recht op het aanwenden van rechtsmiddelen, in lijn te zijn met Kaderbesluit 2008/977/JBZ, en met het hoge niveau van bescherming dat geboden wordt door het Handvest en het EVRM.

(29)

Aangezien passagiers het recht hebben te worden geïnformeerd over de verwerking van hun persoonsgegevens, dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat passagiers juiste, gemakkelijk toegankelijke en begrijpelijke informatie wordt verstrekt over de verzameling van PNR-gegevens, de doorgifte daarvan aan de PIE en over hun rechten als betrokkene.

(30)

Deze richtlijn laat het Unierecht en het nationale recht inzake het beginsel van de toegang van het publiek tot officiële documenten onverlet.

(31)

Doorgifte van PNR-gegevens door een lidstaat aan een derde land dient uitsluitend per geval te worden toegestaan, met volledige inachtneming van de door de lidstaten overeenkomstig Kaderbesluit 2008/977/JBZ vastgestelde bepalingen. Om de bescherming van persoonsgegevens te waarborgen, dient een dergelijke doorgifte onderworpen te zijn aan aanvullende voorwaarden betreffende het doel van de doorgifte. Deze doorgifte dient ook onderworpen te zijn aan de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid en het hoge niveau van bescherming dat wordt geboden door het Handvest en door het EVRM.

(32)

De nationale toezichthoudende autoriteit die is opgericht krachtens Kaderbesluit 2008/977/JBZ dient er tevens mee te worden belast advies te geven over en toezicht te houden op de toepassing van de bepalingen die door de lidstaten in overeenstemming met deze richtlijn worden vastgesteld.

(33)

Deze richtlijn laat onverlet dat de lidstaten krachtens hun nationaal recht een systeem kunnen opzetten voor het verzamelen en verwerken van PNR-gegevens van marktdeelnemers die geen luchtvaartmaatschappij zijn, zoals reisbureaus en touroperators die diensten in verband met reizen aanbieden, met inbegrip van het boeken van vluchten, waarvoor zij PNR-gegevens verzamelen en verwerken, of van andere vervoerders dan de in deze richtlijn bepaalde, mits dit nationale recht in overeenstemming is met het recht van de Unie.

(34)

Deze richtlijn laat bestaande Unieregels betreffende de uitvoering van grenscontroles, evenals Unieregels betreffende binnenkomst in en vertrek van het grondgebied van de Unie, onverlet.

(35)

Als gevolg van de juridische en technische verschillen tussen de nationale bepalingen inzake de verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van PNR-gegevens, hebben de luchtvaartmaatschappijen te maken met verschillende eisen ten aanzien van de te verstrekken soorten informatie, evenals met verschillende voorwaarden waaronder deze informatie aan de bevoegde nationale instanties moet worden verstrekt. Die verschillen kunnen een belemmering zijn voor de effectieve samenwerking tussen de bevoegde nationale instanties voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit. Het is derhalve noodzakelijk op het niveau van de Unie een gemeenschappelijk rechtskader vast te stellen voor de doorgifte en de verwerking van PNR-gegevens.

(36)

Deze richtlijn is in overeenstemming met de grondrechten en beginselen uit het Handvest, in het bijzonder het recht op bescherming van persoonsgegevens, het recht op eerbiediging van het privéleven en het recht op non-discriminatie, zoals deze worden beschermd door de artikelen 7, 8 en 21 ervan; zij dient dan ook dienovereenkomstig te worden uitgevoerd. Deze richtlijn is verenigbaar met de beginselen inzake gegevensbescherming en de bepalingen ervan zijn in overeenstemming met Kaderbesluit 2008/977/JBZ. Om voorts te voldoen aan het evenredigheidsbeginsel voorziet deze richtlijn op bepaalde punten in strengere gegevensbeschermingsregels dan Kaderbesluit 2008/977/JBZ.

(37)

Het toepassingsgebied van deze richtlijn is zo beperkt mogelijk, aangezien zij bepaalt dat de PNR-gegevens in de PIE's niet langer dan vijf jaar mogen worden bewaard, waarna zij moeten worden gewist; dat gegevens na een initiële termijn van zes maanden door afscherming van gegevenselementen dienen te worden gedepersonaliseerd; en dat het verboden is gevoelige gegevens te verzamelen en gebruiken. Om efficiëntie en een hoog niveau van gegevensbescherming te waarborgen, dienen de lidstaten een onafhankelijke, nationale toezichthoudende autoriteit, alsmede in het bijzonder een functionaris voor gegevensbescherming, te belasten met het adviseren over en het toezicht op de wijze van verwerking van PNR-gegevens. Iedere verwerking van PNR-gegevens dient te worden geregistreerd of gedocumenteerd, zodat de rechtmatigheid ervan kan worden gecontroleerd, interne controle kan worden uitgeoefend en de integriteit van de gegevens en een beveiligde verwerking kunnen worden gewaarborgd. De lidstaten moeten er ook zorg voor dragen dat passagiers duidelijk en nauwkeurig worden geïnformeerd over het verzamelen van PNR-gegevens en over hun rechten.

(38)

Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk de doorgifte door luchtvaartmaatschappijen van PNR-gegevens en de verwerking daarvan voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar beter kunnen worden verwezenlijkt op het niveau van de Unie, kan de Unie maatregelen nemen, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in dat artikel 5 neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(39)

Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hebben deze lidstaten kennis gegeven van hun wens deel te nemen aan de vaststelling en toepassing van deze richtlijn.

(40)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn en is het hierdoor niet gebonden, noch onderworpen aan de toepassing ervan.

(41)

Overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (10) is de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op 25 maart 2011 heeft hij een advies uitgebracht,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   Bij deze richtlijn worden voorschriften vastgesteld inzake:

a)

de doorgifte door luchtvaartmaatschappijen van persoonsgegevens van passagiers (Passenger Name Record — PNR) van vluchten naar of vanuit derde landen,

b)

de verwerking van de onder a) bedoelde gegevens, met inbegrip van het verzamelen, gebruiken, bewaren en onderling uitwisselen daarvan door lidstaten.

2.   Overeenkomstig deze richtlijn verzamelde PNR-gegevens mogen uitsluitend worden verwerkt om terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit te voorkomen, op te sporen, te onderzoeken en te vervolgen overeenkomstig artikel 6, lid 2, onder a), b) en c).

Artikel 2

Toepassing van deze richtlijn op vluchten binnen de EU

1.   Indien een lidstaat het besluit neemt deze richtlijn toe te passen op vluchten binnen de EU, brengt hij dit schriftelijk ter kennis van de Commissie. Een lidstaat kan een dergelijke kennisgeving te allen tijde doen of intrekken. De Commissie maakt deze kennisgeving en een eventuele intrekking ervan bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Wanneer een in lid 1 bedoelde kennisgeving is gedaan, zijn alle bepalingen van deze richtlijn van toepassing op vluchten binnen de EU alsof het om vluchten naar of vanuit derde landen gaat, en op de PNR-gegevens van vluchten binnen de EU alsof het om PNR-gegevens gaat van vluchten naar of vanuit derde landen.

3.   Een lidstaat kan besluiten de bepalingen van deze richtlijn uitsluitend op geselecteerde vluchten binnen de EU toe te passen. De lidstaat duidt daarbij aan welke vluchten hij met het oog op het nastreven van de doelstellingen van deze richtlijn noodzakelijk acht. De lidstaat kan te allen tijde besluiten de geselecteerde vluchten binnen de EU te wijzigen.

Artikel 3

Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

1.

„luchtvaartmaatschappij”, een luchtvervoersonderneming met een geldige exploitatievergunning of een equivalent daarvan voor het luchtvervoer van passagiers;

2.

„vlucht naar of vanuit derde landen”, iedere geregelde of niet-geregelde vlucht door een luchtvaartmaatschappij die, volgens plan, vanuit een derde land zal aankomen op het grondgebied van een lidstaat of zal vertrekken vanaf het grondgebied van een lidstaat en volgens plan zal aankomen op het grondgebied van een derde land; in beide gevallen zijn hieronder begrepen de vluchten met tussenlandingen op het grondgebied van lidstaten of derde landen;

3.

„vlucht binnen de EU”, iedere geregelde of niet-geregelde vlucht door een luchtvaartmaatschappij die vanaf het grondgebied van een lidstaat volgens plan zal aankomen op het grondgebied van een of meer andere lidstaten, zonder tussenlandingen op het grondgebied van een derde land;

4.

„passagier”, iedere persoon, met inbegrip van de transferpassagiers en transitpassagiers en met uitsluiting van de bemanningsleden, die met toestemming van de luchtvaartmaatschappij in een luchtvaartuig wordt vervoerd of zal worden vervoerd, en waarbij die toestemming blijkt uit de vermelding van die persoon op de passagierslijst;

5.

„Passenger Name Record” of „PNR”, een bestand met de reisgegevens van iedere passagier, dat informatie bevat die de boekende en de deelnemende luchtvaartmaatschappijen nodig hebben om reserveringen te kunnen verwerken en controleren bij elke reis die door of namens iemand wordt geboekt; dit bestand kan zich bevinden in een reserveringssysteem, een vertrekcontrolesysteem dat wordt gebruikt bij het inchecken van passagiers op vluchten, of een soortgelijk systeem dat dezelfde functies vervult;

6.

„reserveringssysteem”, het interne systeem van de luchtvaartmaatschappij, waarin PNR-gegevens worden verzameld voor het verwerken van reserveringen;

7.

„push-methode”: de methode waarbij de luchtvaartmaatschappij in bijlage I opgesomde PNR-gegevens doorgeeft aan de databank van de instantie die om de gegevens verzoekt;

8.

„terroristische misdrijven”, de in de artikelen 1 tot en met 4 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ bedoelde, volgens nationaal recht strafbare feiten;

9.

„ernstige criminaliteit”, de in bijlage II bedoelde strafbare feiten, waarop in het nationale recht van een lidstaat een vrijheidsbenemende straf of een tot detentie strekkende maatregel met een maximumduur van ten minste drie jaar staat;

10.

„depersonaliseren door afscherming van gegevenselementen”, het voor een gebruiker onzichtbaar maken van die gegevenselementen waaruit de identiteit van de betrokkenen rechtstreeks zou kunnen worden afgeleid.

HOOFDSTUK II

Taken van de lidstaten

Artikel 4

Passagiersinformatie-eenheid

1.   Elke lidstaat richt een instantie op of wijst een bestaande instantie aan die bevoegd is terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit te voorkomen, op te sporen, te onderzoeken of te vervolgen, of wijst een afdeling van een dergelijke instantie aan, om op te treden als zijn passagiersinformatie-eenheid („PIE”).

2.   De PIE heeft tot taak:

a)

de PNR-gegevens van de luchtvaartmaatschappijen te verzamelen, op te slaan en te verwerken, en die gegevens of het resultaat van de verwerking ervan aan de in artikel 7 bedoelde bevoegde instanties door te geven;

b)

zowel de PNR-gegevens als het resultaat van de verwerking ervan met de PIE's van andere lidstaten en met Europol uit te wisselen, overeenkomstig de artikelen 9 en 10.

3.   Het personeel van een PIE kan uit bevoegde instanties worden gedetacheerd. De lidstaten verschaffen de PIE's toereikende middelen om hun taken te vervullen.

4.   Twee of meer lidstaten (de deelnemende lidstaten) kunnen gezamenlijk een nieuwe instantie oprichten of een bestaande instantie aanwijzen als hun PIE. Deze PIE geldt als de nationale PIE van alle daarin deelnemende lidstaten en wordt in een ervan gevestigd. De deelnemende lidstaten maken gezamenlijk nadere afspraken over de werkwijze van de PIE en nemen daarbij de voorschriften van deze richtlijn in acht.

5.   Iedere lidstaat stelt binnen één maand na de oprichting van zijn PIE de Commissie hiervan in kennis en kan deze kennisgeving op elk moment wijzigen. De Commissie maakt de kennisgeving, alsmede alle wijzigingen ervan, bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 5

Functionaris voor gegevensbescherming binnen de PIE

1.   De PIE benoemt een functionaris voor gegevensbescherming die belast is met het toezicht op de verwerking van PNR-gegevens en met de uitvoering van desbetreffende waarborgen.

2.   De lidstaten bieden de functionarissen voor gegevensbescherming de middelen die zij nodig hebben om de in dit artikel genoemde taken effectief en onafhankelijk uit te voeren.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat een betrokkene het recht heeft zich te wenden tot de functionaris voor gegevensbescherming, die fungeert als enig aanspreekpunt, voor alle aangelegenheden in verband met de verwerking van de PNR-gegevens van die betrokkene.

Artikel 6

Verwerking van PNR-gegevens

1.   De door de luchtvaartmaatschappij doorgegeven PNR-gegevens worden door de PIE van de betrokken lidstaat verzameld overeenkomstig artikel 8. Indien de door de luchtvaartmaatschappij doorgegeven PNR-gegevens andere dan de in bijlage I vermelde PNR-gegevens bevatten, worden zij door de PIE onmiddellijk na ontvangst definitief gewist.

2.   De PIE verwerkt de PNR-gegevens uitsluitend voor de volgende doeleinden:

a)

het beoordelen van de passagiers vóór hun geplande aankomst in of gepland vertrek uit de lidstaat, om te bepalen welke personen moeten worden onderworpen aan een nader onderzoek door de in artikel 7 bedoelde bevoegde instanties, en, in voorkomend geval, door Europol overeenkomstig artikel 10, omdat zij betrokken zouden kunnen zijn bij een terroristisch misdrijf of bij ernstige criminaliteit;

b)

het per geval inwilligen van een op afdoende gronden gebaseerd, gemotiveerd verzoek van de bevoegde instanties om in bepaalde gevallen PNR-gegevens te verstrekken en te verwerken voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit, en de resultaten van deze verwerking aan die instanties of, in voorkomend geval, aan Europol mee te delen; en

c)

het analyseren van PNR-gegevens voor het bijstellen van bestaande of het formuleren van nieuwe criteria die moeten worden gebruikt bij de beoordelingen die worden verricht op grond van lid 3, onder b), om te bepalen welke personen betrokken zouden kunnen zijn bij een terroristisch misdrijf of bij ernstige criminaliteit.

3.   Bij de verrichting van de in lid 2, onder a), bedoelde beoordeling kan de PIE:

a)

de PNR-gegevens vergelijken met databanken die relevant zijn voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit, met name databanken in verband met gezochte of gesignaleerde personen of voorwerpen, in overeenstemming met de op zulke databanken van toepassing zijnde Unie-, internationale en nationale voorschriften; of

b)

de PNR-gegevens verwerken overeenkomstig vooraf bepaalde criteria.

4.   Het beoordelen van passagiers vóór hun geplande aankomst in of gepland vertrek uit de lidstaat op grond van lid 3, onder b), volgens vooraf bepaalde criteria wordt op niet-discriminerende wijze verricht. Deze vooraf bepaalde criteria moeten doelgericht, evenredig en specifiek zijn. De lidstaten zorgen ervoor dat deze criteria door de PIE worden vastgesteld en regelmatig worden getoetst, in samenwerking met de in artikel 7 bedoelde bevoegde instanties. Deze criteria mogen onder geen beding gebaseerd zijn op ras, etnische afstamming, religieuze, levensbeschouwelijke of politieke overtuiging, vakbondslidmaatschap, gezondheid, seksleven of seksuele geaardheid van de betrokkene.

5.   De lidstaten zorgen ervoor dat elke positieve overeenkomst die voortvloeit uit het automatisch verwerkingsproces van de PNR-gegevens dat wordt uitgevoerd op grond van lid 2, onder a), per geval wordt gecontroleerd op een niet-geautomatiseerde wijze om te bepalen of de in artikel 7 bedoelde bevoegde instantie maatregelen moet treffen overeenkomstig het nationale recht.

6.   De PNR-gegevens van de overeenkomstig lid 2, onder a), aangemerkte personen of het verwerkingsresultaat van die gegevens worden door de PIE van een lidstaat voor nader onderzoek aan de in artikel 7 bedoelde bevoegde instanties van diezelfde lidstaat doorgezonden. Tot die doorgifte kan alleen per geval worden besloten en, in geval van geautomatiseerde verwerking van PNR-gegevens, na een afzonderlijke niet-geautomatiseerde controle.

7.   De lidstaten zorgen ervoor dat de functionaris voor gegevensbescherming toegang heeft tot alle gegevens die door de PIE worden verwerkt. Indien de functionaris voor gegevensbescherming oordeelt dat een verwerking van gegevens niet rechtmatig was, kan hij de zaak naar de nationale toezichthoudende autoriteit verwijzen.

8.   Het opslaan, verwerken en analyseren van PNR-gegevens door de PIE geschiedt uitsluitend op een beveiligde locatie of beveiligde locaties op het grondgebied van de lidstaten.

9.   Het resultaat van de in lid 2, onder a), van dit artikel bedoelde beoordeling laat onverlet het in Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad (11) neergelegde recht van personen die het Unierecht van vrij verkeer genieten, om het grondgebied van de betrokken lidstaat te betreden. Bovendien moeten de gevolgen van die beoordeling, indien verricht met betrekking tot vluchten binnen de EU tussen lidstaten waarop Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad (12) van toepassing is, in overeenstemming zijn met die verordening.

Artikel 7

Bevoegde instanties

1.   Elke lidstaat stelt een lijst op van de instanties die bevoegd zijn de PIE om PNR-gegevens of het verwerkingsresultaat van die gegevens te verzoeken of PNR-gegevens of het verwerkingsresultaat van die gegevens te ontvangen, teneinde deze informatie nader te onderzoeken of de nodige maatregelen te treffen voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit.

2.   De in lid 1 bedoelde instanties zijn instanties die bevoegd zijn om terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit te voorkomen, op te sporen, te onderzoeken of te vervolgen.

3.   Voor de toepassing van artikel 9, lid 3, stelt elke lidstaat de Commissie uiterlijk op 25 mei 2017 in kennis van de lijst van zijn bevoegde instanties, welke kennisgeving hij te allen tijde kan wijzigen. De Commissie maakt de kennisgeving en alle wijzigingen ervan bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

4.   De PNR-gegevens en het verwerkingsresultaat van die gegevens die van de PIE zijn ontvangen, mogen door de bevoegde instanties van de lidstaten uitsluitend met als specifieke doelstellingen het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit verder worden verwerkt.

5.   Lid 4 laat, indien in het kader van handhavingsmaatregelen die naar aanleiding van de verwerking worden getroffen, andere strafbare feiten of aanwijzingen daarvoor aan het licht komen, de nationale justitiële en rechtshandhavingsbevoegdheden onverlet.

6.   De bevoegde instanties nemen geen besluiten, uitsluitend op grond van de geautomatiseerde verwerking van de PNR-gegevens, die voor de betrokkene nadelige juridische of andere ingrijpende gevolgen hebben. Deze besluiten mogen niet gebaseerd zijn op de raciale of etnische afkomst, de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, de politieke opvattingen, het lidmaatschap van een vakvereniging, de gezondheid, het seksleven of de seksuele geaardheid van de betrokkene.

Artikel 8

Verplichtingen van luchtvaartmaatschappijen betreffende de doorgifte van gegevens

1.   De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat luchtvaartmaatschappijen, door middel van de „push”-methode, de in bijlage I vermelde PNR-gegevens, voor zover zij deze gegevens in het kader van hun normale bedrijfsvoering reeds hebben verzameld, versturen naar de databank van de PIE van de lidstaat waar de vlucht zal aankomen en/of vertrekken. Bij een internationale vlucht die een code-sharingvlucht van twee of meer luchtvaartmaatschappijen is, rust de verplichting om de PNR-gegevens van alle passagiers door te geven op de maatschappij die de vlucht uitvoert. Omvat een vlucht naar of vanuit derde landen een of meer tussenlandingen op luchthavens van de lidstaten, dan geven de luchtvaartmaatschappijen de PNR-gegevens van alle passagiers door aan de PIE's van de betrokken lidstaten. Dit geldt eveneens in het geval van een vlucht binnen de EU met een of meer tussenlandingen op luchthavens van verschillende lidstaten, maar dan uitsluitend met betrekking tot lidstaten die PNR-gegevens van vluchten binnen de EU verzamelen.

2.   In het geval dat de luchtvaartmaatschappijen API-gegevens (advance passenger information) in de zin van punt 18 van bijlage I hebben verzameld, maar deze gegevens niet bewaren door middel van dezelfde technische middelen als voor andere PNR-gegevens, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de luchtvaartmaatschappijen deze gegevens tevens doorgeven, door middel van de „push”-methode, aan de PIE van de in lid 1 bedoelde lidstaten. In geval van een dergelijke doorgifte zijn alle bepalingen van deze richtlijn op die API-gegevens van toepassing.

3.   De PNR-gegevens worden door de luchtvaartmaatschappijen langs elektronische weg verstrekt, waarbij zij gebruikmaken van de gemeenschappelijke protocollen en de ondersteunde dataformaten die volgens de onderzoeksprocedure bedoeld in artikel 17, lid 2, worden vastgesteld, of, in geval van technische storing, van andere passende middelen die een passend niveau van gegevensbeveiliging garanderen:

a)

24 tot 48 uur vóór de geplande vertrektijd van de vlucht; en

b)

onmiddellijk na de beëindiging van het inchecken, dat wil zeggen wanneer de passagiers aan boord zijn gegaan van het vliegtuig dat klaar staat voor vertrek en er geen passagiers meer aan of van boord kunnen gaan.

4.   De lidstaten staan de luchtvaartmaatschappijen toe om de in lid 3, onder b), bedoelde doorgifte te beperken tot wijzigingen van de in dat lid, onder a), bedoelde doorgiften.

5.   Indien toegang tot PNR-gegevens noodzakelijk is om te kunnen reageren op een specifieke en concrete dreiging die verband houdt met terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit, worden door de luchtvaartmaatschappijen, per geval, en op verzoek van een PIE volgens het nationale recht, PNR-gegevens verstrekt op andere dan de in lid 3 vermelde tijdstippen.

Artikel 9

Informatie-uitwisseling tussen de lidstaten

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat, met betrekking tot personen die overeenkomstig artikel 6, lid 2, door een PIE zijn aangemerkt, die eenheid alle relevante en noodzakelijke PNR-gegevens of het verwerkingsresultaat van die gegevens overdraagt aan de overeenkomstige PIE's van de andere lidstaten. De PIE's van de ontvangende lidstaten geven in overeenstemming met artikel 6, lid 6, de ontvangen informatie door aan hun bevoegde instanties.

2.   De PIE van een lidstaat heeft het recht om, in voorkomend geval, bij de PIE van een andere lidstaat te verzoeken om de PNR-gegevens die deze in haar databank bewaart en die nog niet overeenkomstig artikel 12, lid 2, door middel van afscherming van gegevenselementen zijn gedepersonaliseerd, alsmede ook, indien nodig, het verwerkingsresultaat van die gegevens, als de verwerking reeds overeenkomstig artikel 6, lid 2, onder a), is uitgevoerd. Dit verzoek moet behoorlijk worden gemotiveerd. Zij kan worden gebaseerd op elk gegevenselement of op een combinatie daarvan, naargelang de verzoekende PIE zulks in een bepaald geval nodig acht voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit. De PIE's verstrekken de informatie waarom werd verzocht zo spoedig mogelijk. Indien de gegevens waarom werd verzocht overeenkomstig artikel 12, lid 2, door afscherming van gegevenselementen zijn gedepersonaliseerd, worden de volledige PNR-gegevens door de PIE slechts verstrekt indien redelijkerwijs wordt aangenomen dat dit nodig is voor de toepassing bedoeld in artikel 6, lid 2, onder b), en mits zij daartoe van een in artikel 12, lid 3, onder b), bedoelde instantie de toestemming heeft gekregen.

3.   De bevoegde instanties van een lidstaat kunnen, uitsluitend in noodgevallen en volgens de voorwaarden bepaald in lid 2, rechtstreeks de PIE van een andere lidstaat verzoeken om de PNR-gegevens die deze in haar databank bewaart. De verzoeken van de bevoegde instanties worden gemotiveerd. Van het verzoek wordt steeds een exemplaar aan de PIE van de verzoekende lidstaat toegestuurd. In alle overige gevallen doen de bevoegde instanties hun verzoek via de PIE van hun eigen lidstaat.

4.   In uitzonderlijke gevallen, waarin toegang tot PNR-gegevens noodzakelijk is om te kunnen reageren op een specifieke en concrete dreiging in verband met terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit, heeft de PIE van een lidstaat het recht om de PIE van een andere lidstaat te verzoeken in overeenstemming met artikel 8, lid 5, PNR-gegevens op te vragen, en deze aan de verzoekende PIE te verstrekken.

5.   Uitwisseling van informatie op grond van dit artikel kan via bestaande kanalen voor samenwerking tussen de bevoegde instanties van lidstaten plaatsvinden. Verzoeken om en uitwisseling van informatie geschieden in de taal die voor het gekozen kanaal gebruikelijk is. Wanneer de lidstaten de in artikel 4, lid 5, bedoelde kennisgeving doen, verstrekken zij de Commissie ook nadere gegevens over de contactpunten waaraan in noodgevallen verzoeken kunnen worden toegezonden. De Commissie deelt deze nadere gegevens mee aan de lidstaten.

Artikel 10

Voorwaarden voor toegang van Europol tot PNR-gegevens

1.   Binnen de grenzen van zijn bevoegdheden en met het oog op de uitvoering van zijn taken heeft Europol het recht de PIE's van de lidstaten om PNR-gegevens en het verwerkingsresultaat van die gegevens te verzoeken.

2.   Europol kan per geval, via de nationale Europol-eenheid, bij de PIE van een lidstaat langs elektronische weg een met redenen omkleed verzoek om doorgifte van specifieke PNR-gegevens of het verwerkingsresultaat van die gegevensindienen. Europol kan een dergelijk verzoek indienen wanneer dat strikt noodzakelijk is ter ondersteuning of versterking van het optreden van de lidstaten, gericht op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van een specifiek terroristisch misdrijf of ernstige criminaliteit, mits een dergelijk misdrijf of die vorm van criminaliteit onder de bevoegdheid van Europol valt krachtens Besluit 2009/371/JBZ. In dat verzoek worden gegronde redenen aangevoerd op basis waarvan Europol van oordeel is dat de doorgifte van PNR-gegevens of van het verwerkingsresultaat van PNR-gegevens aanzienlijk zal bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van het misdrijf in kwestie.

3.   Europol stelt de functionaris voor gegevensbescherming, die is aangesteld overeenkomstig artikel 28 van Besluit 2009/371/JBZ, in kennis van elke informatie-uitwisseling uit hoofde van het onderhavige artikel.

4.   Informatie-uitwisseling krachtens dit artikel geschiedt via SIENA en in overeenstemming met Besluit 2009/371/JBZ. Voor het verzoek om en de uitwisseling van informatie wordt de taal gebruikt die in het kader van SIENA gebruikelijk is.

Artikel 11

Doorgifte van gegevens aan derde landen

1.   Doorgifte door een lidstaat aan een derde land van PNR-gegevens en van het verwerkingsresultaat van die gegevens die de PIE in overeenstemming met artikel 12 heeft opgeslagen, is uitsluitend toegestaan per geval, en mits:

a)

aan de voorwaarden van artikel 13 van Kaderbesluit 2008/977/JBZ is voldaan;

b)

de doorgifte noodzakelijk is voor de in artikel 1, lid 2, van deze richtlijn bedoelde doeleinden;

c)

het derde land ermee instemt de gegevens alleen aan een ander derde land door te geven als dit strikt noodzakelijk is voor de in artikel 1, lid 2, van deze richtlijn bedoelde doeleinden en als die lidstaat hier uitdrukkelijk toestemming voor geeft; en

d)

aan dezelfde voorwaarden als die in artikel 9, lid 2, is voldaan.

2.   Niettegenstaande artikel 13, lid 2, van Kaderbesluit 2008/977/JBZ, wordt de doorgifte van PNR-gegevens zonder voorafgaande toestemming van de lidstaat van welke de gegevens werden verkregen toegestaan in buitengewone omstandigheden en alleen indien:

a)

deze doorgiften van essentieel belang zijn om te kunnen reageren op een specifiek en daadwerkelijk gevaar in verband met terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit in een lidstaat of een derde land, en

b)

de voorafgaande toestemming niet tijdig kan worden verkregen.

De voor het verlenen van toestemming bevoegde autoriteit wordt onverwijld geïnformeerd en de doorgifte wordt naar behoren geregistreerd en onderworpen aan een controle achteraf.

3.   De lidstaten geven uitsluitend PNR-gegevens door aan de bevoegde autoriteiten van derde landen onder voorwaarden die aan deze richtlijn voldoen en na te hebben vastgesteld dat het gebruik dat de ontvanger van de PNR-gegevens wenst te maken, aan die voorwaarden en waarborgen voldoet.

4.   De functionaris voor gegevensbescherming van de PIE van de lidstaat die de PNR-gegevens heeft doorgegeven, wordt op de hoogte gebracht telkens wanneer de lidstaat PNR-gegevens krachtens dit artikel doorgeeft.

Artikel 12

Bewaartermijn van de gegevens en anonomisering

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de door de luchtvaartmaatschappijen aan de PIE verstrekte PNR-gegevens bij die PIE in een databank worden bewaard gedurende een termijn van vijf jaar nadat de gegevens zijn doorgegeven aan de PIE van de lidstaat waar de vlucht aankomt of vertrekt.

2.   Wanneer een termijn van zes maanden is verstreken nadat de PNR-gegevens overeenkomstig lid 1 zijn doorgegeven, worden de PNR-gegevens gedepersonaliseerd door afscherming van de volgende gegevenselementen waaruit de identiteit van de passagier op wie de PNR-gegevens betrekking hebben, rechtstreeks zou kunnen worden afgeleid:

a)

naam/namen, waaronder de namen van andere passagiers in het PNR en het aantal reizigers in het PNR dat samen reist;

b)

adres en contactgegevens;

c)

alle betalingsinformatie, met inbegrip van het factuuradres, voor zover daarin informatie is vervat waaruit de identiteit van de passagier op wie het PNR betrekking heeft of van andere personen rechtstreeks zou kunnen worden afgeleid;

d)

informatie betreffende reizigers die gebruikmaken van een loyaliteitsprogramma voor frequent reizen;

e)

algemene opmerkingen, voor zover deze informatie bevatten waaruit rechtstreeks de identiteit zou kunnen worden afgeleid van de passagier op wie het PNR betrekking heeft; en

f)

verzamelde API-gegevens.

3.   Wanneer de in lid 2 bedoelde termijn van zes maanden is verstreken, wordt mededeling van de volledige PNR-gegevens uitsluitend toegestaan als:

a)

er redelijkerwijze wordt aangenomen dat zulks noodzakelijk is voor de in artikel 6, lid 2, onder b), bedoelde doeleinden en

b)

goedgekeurd door:

i)

een gerechtelijke instantie, of

ii)

een andere nationale instantie die volgens het nationale recht bevoegd is om na te gaan of aan de voorwaarden voor mededeling is voldaan, onder voorbehoud van kennisgeving aan, en controle achteraf door, de functionaris voor gegevensbescherming van de PIE.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat de PNR-gegevens na het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn definitief worden gewist. Deze verplichting geldt niet indien bepaalde PNR-gegevens zijn doorgegeven aan een bevoegde instantie en worden gebruikt in het kader van een specifieke zaak met het oog op het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit; in dat geval beheerst het nationale recht het bewaren van de gegevens door de bevoegde instantie.

5.   De PIE bewaart het resultaat van de in artikel 6, lid 2, onder a), bedoelde verwerking niet langer dan noodzakelijk is om een overeenstemming te kunnen melden aan de bevoegde instanties en, overeenkomstig artikel 9, lid 1, aan de PIE's van andere lidstaten. Indien het resultaat van geautomatiseerde verwerking na een afzonderlijke niet-geautomatiseerde controle als bedoeld in artikel 6, lid 5, negatief blijkt te zijn, kan dit niettemin worden opgeslagen om „valse” overeenkomsten in de toekomst te voorkomen, voor zover de onderliggende gegevens niet op grond van lid 4 van dit artikel worden gewist.

Artikel 13

Bescherming van persoonsgegevens

1.   Iedere lidstaat zorgt ervoor dat iedere passagier ten aanzien van elke verwerking van persoonsgegevens krachtens deze richtlijn hetzelfde recht heeft inzake bescherming van hun persoonsgegevens, alsook het recht op toegang, rectificatie en wissen, het recht van beperking, het recht op schadevergoeding en het recht op het aanwenden van rechtsmiddelen, als zijn vastgelegd in nationaal recht en Unierecht en in de bepalingen ter uitvoering van de artikelen 17, 18, 19 en 20 van Kaderbesluit 2008/977/JBZ. Deze artikelen zijn derhalve van toepassing.

2.   Iedere lidstaat zorgt ervoor dat de bepalingen die ter uitvoering van de artikelen 21 en 22 van Kaderbesluit 2008/977/JBZ betreffende de vertrouwelijkheid van de verwerking en de beveiliging van gegevens in het nationale recht zijn vastgesteld, ook van toepassing zijn op elke verwerking van persoonsgegevens krachtens deze richtlijn.

3.   Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de toepasselijkheid van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (13) op de verwerking van persoonsgegevens door luchtvaartmaatschappijen, en met name hun verplichtingen om passende technische en organisatorische maatregelen te treffen met het oog op de bescherming van de veiligheid en vertrouwelijkheid van persoonsgegevens.

4.   De lidstaten verbieden dat uit de verwerking van PNR-gegevens ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, vakbondslidmaatschap, gezondheid of seksuele geaardheid van de betrokkene blijkt. Indien de PIE PNR-gegevens ontvangt waaruit dergelijke informatie blijkt, worden deze onmiddellijk gewist.

5.   De lidstaten zorgen ervoor dat de PIE documentatie bijhoudt inzake alle verwerkingssystemen en -procedures die onder haar verantwoordelijkheid vallen. Deze documentatie omvat ten minste:

a)

de naam en contactgegevens van de organisatie en het personeel van de PIE belast met de verwerking van PNR-gegevens en de verschillende niveaus van toegangsbevoegdheid;

b)

de verzoeken van bevoegde instanties en PIE's van andere lidstaten;

c)

alle verzoeken om PNR-gegevens van en doorgiften van PNR-gegevens aan een derde land.

De PIE stelt op verzoek alle documentatie ter beschikking aan de nationale toezichthoudende autoriteit.

6.   De lidstaten zorgen ervoor dat de PIE registraties bijhoudt van ten minste de volgende verwerkingsactiviteiten: verzamelen, raadplegen, meedelen en wissen. De registraties inzake raadpleging en mededeling bevatten met name informatie over het doel, de datum en het tijdstip van raadpleging of mededeling, en voor zover mogelijk, de identiteit van de persoon die de PNR-gegevens heeft geraadpleegd of medegedeeld, en de identiteit van de ontvangers van die gegevens. De registraties worden uitsluitend gebruikt voor verificatie, voor interne controle, voor het waarborgen van de integriteit en beveiliging van de gegevens, of voor controle in het kader van toezicht. De PIE stelt op verzoek alle registraties ter beschikking van de nationale toezichthoudende autoriteit.

Die registraties worden 5 jaar bewaard.

7.   De lidstaten zorgen ervoor dat hun PIE passende technische en organisatorische maatregelen en procedures ten uitvoer legt om een hoog veiligheidsniveau te waarborgen dat passend is voor de risico's die de verwerking en de aard van de PNR-gegevens met zich brengen.

8.   De lidstaten zorgen ervoor dat van inbreuken in verband met persoonsgegevens die naar verwachting een groot risico voor de bescherming van de persoonsgegevens met zich brengen of die de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene in ongunstige zin aantasten, door de PIE onverwijld kennis wordt gegeven aan de betrokkene en aan de nationale toezichthouder.

Artikel 14

Sancties

De lidstaten stellen de regels vast inzake de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen, en treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zij worden toegepast.

De lidstaten stellen met name regels vast inzake sancties, met inbegrip van geldboetes, tegen luchtvaartmaatschappijen die gegevens niet doorgeven overeenkomstig artikel 8 of ze niet in het vereiste formaat doorgeven.

De sancties waarin wordt voorzien zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

Artikel 15

Nationale toezichthoudende autoriteit

1.   Elke lidstaat bepaalt dat de in artikel 25 van Kaderbesluit 2008/977/JBZ bedoelde nationale toezichthoudende autoriteit ook is belast met advisering en toezicht met betrekking tot de toepassing op zijn grondgebied van de krachtens deze richtlijn door de lidstaten vastgestelde bepalingen. Artikel 25 van Kaderbesluit 2008/977/JBZ is van toepassing.

2.   Deze nationale toezichthoudende autoriteiten verrichten activiteiten uit hoofde van lid 1 met het oog op de bescherming van de grondrechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens.

3.   Elke nationale toezichthoudende autoriteit:

a)

behandelt klachten die door betrokkenen zijn ingediend, onderzoekt de zaak en informeert hen binnen een redelijke termijn over de voortgang en het resultaat van de behandeling van hun klachten;

b)

controleert de rechtmatigheid van de gegevensverwerking, verricht onderzoek, inspecties en controles in het kader van toezicht overeenkomstig nationaal recht, hetzij op eigen initiatief, hetzij op basis van een klacht als bedoeld onder a).

4.   Elke nationale toezichthoudende autoriteit adviseert op verzoek elke betrokkene over de uitoefening van zijn rechten uit hoofde van krachtens deze richtlijn vastgestelde bepalingen.

HOOFDSTUK III

Uitvoeringsmaatregelen

Artikel 16

Gemeenschappelijke protocollen en ondersteunde dataformaten

1.   Elke doorgifte van PNR-gegevens door luchtvaartmaatschappijen aan PIE's die plaatsvindt in het kader van de toepassing van deze richtlijn geschiedt langs elektronische weg, waarbij voldoende waarborgen worden geboden met betrekking tot de technische veiligheidsmaatregelen en organisatorische maatregelen inzake de uit te voeren verwerking. Bij een technische storing kunnen de PNR-gegevens op een andere passende wijze worden doorgegeven, mits hetzelfde beveiligingsniveau behouden blijft en het Unierecht op het gebied van gegevensbescherming volledig wordt geëerbiedigd.

2.   Met ingang van één jaar na de datum waarop de Commissie, overeenkomstig lid 3, voor de eerste keer gemeenschappelijke protocollen en ondersteunde dataformaten heeft vastgesteld, wordt iedere doorgifte van PNR-gegevens door een luchtvaartmaatschappij aan de PIE die plaatsvindt in het kader van de toepassing van deze richtlijn langs elektronische weg uitgevoerd, met behulp van veilige methoden die in overeenstemming zijn met deze gemeenschappelijke protocollen. Deze protocollen gelden voor alle doorgiften, teneinde de beveiliging van de PNR-gegevens tijdens de doorgifte te waarborgen. De PNR-gegevens worden doorgegeven in een ondersteund dataformaat, teneinde ervoor te zorgen dat de gegevens voor alle betrokken partijen leesbaar zijn. Alle luchtvaartmaatschappijen zijn verplicht het gemeenschappelijk protocol en het dataformaat die zij bij de doorgifte voornemens zijn te gebruiken, uit te kiezen en de PIE daarvan in kennis te stellen.

3.   De lijst van gemeenschappelijke protocollen en ondersteunde dataformaten wordt door middel van uitvoeringshandelingen door de Commissie opgesteld en indien nodig aangepast. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

4.   Zolang de gemeenschappelijke protocollen en ondersteunde dataformaten bedoeld in de leden 2 en 3, niet beschikbaar zijn, is lid 1 van toepassing.

5.   Binnen een jaar na de datum van vaststelling van de gemeenschappelijke protocollen en ondersteunde dataformaten bedoeld in lid 2, zorgt iedere lidstaat ervoor dat de technische maatregelen worden genomen die nodig zijn om de gemeenschappelijke protocollen en ondersteunde dataformaten te kunnen gebruiken.

Artikel 17

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dit is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Indien het comité geen advies heeft uitgebracht, stelt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet vast, en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

HOOFDSTUK IV

Slotbepalingen

Artikel 18

Omzetting

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om aan deze richtlijn te voldoen uiterlijk op 25 mei 2018. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt daarin naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 19

Evaluatie

1.   Op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie, waaronder de in artikel 20, lid 2, bedoelde statistische gegevens, evalueert de Commissie uiterlijk op 25 mei 2020 alle elementen van deze richtlijn en dient zij bij het Europees Parlement en bij de Raad een verslag in en licht zij dit toe.

2.   Bij deze evaluatie besteedt de Commissie bijzondere aandacht aan:

a)

de naleving van de geldende normen voor de bescherming van persoonsgegevens,

b)

de noodzakelijkheid en evenredigheid van het verzamelen en het verwerken van PNR-gegevens voor elk van de in deze richtlijn genoemde doelen,

c)

de lengte van de bewaartermijn,

d)

de doeltreffendheid van de gegevensuitwisseling tussen de lidstaten, en

e)

de kwaliteit van de beoordelingen, onder meer met betrekking tot de krachtens artikel 20 verzamelde statistische gegevens.

3.   Het in lid 1 bedoelde verslag bevat ook een evaluatie van de noodzakelijkheid, evenredigheid en doeltreffendheid van het in het toepassingsgebied van deze richtlijn opnemen van het verplicht verzamelen en doorgeven van PNR-gegevens inzake alle of een aantal uitgekozen vluchten binnen de EU. De Commissie houdt rekening met de ervaring die in de lidstaten is opgedaan, en met name in de lidstaten die deze richtlijn toepassen op vluchten binnen de EU overeenkomstig artikel 2. In het verslag wordt ook aandacht besteed aan de noodzaak om marktdeelnemers die geen luchtvaartmaatschappij zijn, zoals reisbureaus en touroperators die diensten in verband met reizen aanbieden, met inbegrip van het boeken van vluchten, in het toepassingsgebied van deze richtlijn op te nemen.

4.   De Commissie stelt, indien nodig in het licht van de op grond van dit artikel gevoerde evaluatie, een wetgevingsvoorstel op voor het Europees Parlement en voor de Raad met het oog op de wijziging van deze richtlijn.

Artikel 20

Statistische gegevens

1.   De lidstaten verstrekken de Commissie jaarlijks statistische informatie over de aan de PIE's verstrekte PNR-gegevens. Deze statistieken bevatten geen persoonsgegevens.

2.   De statistieken omvatten ten minste:

a)

het totale aantal passagiers van wie PNR-gegevens zijn verzameld en uitgewisseld;

b)

het aantal voor nader onderzoek aangemerkte passagiers.

Artikel 21

Verhouding tot andere instrumenten

1.   De lidstaten mogen onderling de bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen betreffende de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde instanties die op 24 mei 2016 van kracht zijn, blijven toepassen voor zover deze overeenkomsten of regelingen verenigbaar zijn met deze richtlijn.

2.   Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de toepasselijkheid van Richtlijn 95/46/EG op de verwerking van persoonsgegevens door luchtvaartmaatschappijen.

3.   Deze richtlijn laat bestaande verplichtingen en verbintenissen van lidstaten of de Unie op grond van bilaterale of multilaterale overeenkomsten met derde landen, onverlet.

Artikel 22

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel, 27 april 2016.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

J.A. HENNIS-PLASSCHAERT


(1)  PB C 218 van 23.7.2011, blz. 107.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 14 april 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 21 april 2016.

(3)  PB C 115 van 4.5.2010, blz. 1.

(4)  Richtlijn 2004/82/EG van de Raad van 29 april 2004 betreffende de verplichting voor vervoerders om passagiersgegevens door te geven (PB L 261 van 6.8.2004, blz. 24).

(5)  Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding (PB L 164 van 22.6.2002, blz. 3).

(6)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(7)  Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese politiedienst (Europol) (PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37).

(8)  Kaderbesluit 2006/960/JBZ van de Raad van 18 december 2006 betreffende de vereenvoudiging van de uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen de rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 386 van 29.12.2006, blz. 89).

(9)  Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad van 27 november 2008 over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken (PB L 350 van 30.12.2008, blz. 60).

(10)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

(11)  Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77).

(12)  Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (PB L 105 van 13.4.2006, blz. 1).

(13)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).


BIJLAGE I

PNR-gegevens verzameld door luchtvaartmaatschappijen

1.

PNR-bestandslocatie

2.

Datum van reservering/afgifte van het biljet

3.

Geplande reisdatum (-data)

4.

Naam/namen

5.

Adres en contactgegevens (telefoonnummer, e-mailadres)

6.

Alle betalingsinformatie, met inbegrip van het factuuradres

7.

Volledige reisroute voor dit specifieke PNR

8.

Informatie betreffende reizigers die gebruikmaken van een loyaliteitsprogramma voor frequent reizen

9.

Reisbureau/reisagent

10.

Reisstatus van de passagier, met inbegrip van bevestigingen, check-in-status en „no-show” of „go-show”-informatie

11.

Opgesplitste/opgedeelde PNR-informatie

12.

Algemene opmerkingen (met inbegrip van alle beschikbare informatie over niet-begeleide minderjarigen jonger dan 18 jaar, zoals naam en geslacht van de minderjarige, leeftijd, talen die de minderjarige spreekt, naam en contactgegevens van de persoon die de minderjarige begeleidt naar het vertrek en de aard van de relatie van deze persoon met de minderjarige, naam en contactgegevens van de persoon die de minderjarige afhaalt bij aankomst en de aard van de relatie van deze persoon met de minderjarige, functionaris voor vertrek en aankomst)

13.

Informatie uit de biljetuitgifte („ticketing field”-informatie), waaronder het biljetnummer, de uitgiftedatum van het reisbiljet, biljetten voor enkele reizen en geautomatiseerde prijsnotering van reisbiljetten

14.

Zitplaatsinformatie, waaronder het zitplaatsnummer

15.

Informatie over gemeenschappelijke vluchtnummers

16.

Alle bagage-informatie

17.

Aantal en namen van de andere reizigers in het PNR

18.

Alle verzamelde API-gegevens (Advance Passenger Information) (onder meer soort, nummer, land van afgifte en geldigheidsdatum van een identiteitsdocument, nationaliteit, familienaam, voornaam, geslacht, geboortedatum, luchtvaartmaatschappij, vluchtnummer, datum van vertrek, datum van aankomst, luchthaven van vertrek, luchthaven van aankomst, tijdstip van vertrek, tijdstip van aankomst)

19.

Alle vroegere wijzigingen in de onder de punten 1 tot en met 18 genoemde PNR-gegevens.


BIJLAGE II

Lijst van de in artikel 3, punt 9, bedoelde strafbare feiten

1.

deelneming aan een criminele organisatie,

2.

mensenhandel,

3.

seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie,

4.

illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen,

5.

illegale handel in wapens, munitie en explosieven,

6.

corruptie,

7.

fraude, met inbegrip van fraude ten nadele van de financiële belangen van de Unie,

8.

witwassen van opbrengsten van criminaliteit en valsemunterij, met inbegrip van namaak van de euro,

9.

computercriminaliteit/cybercriminaliteit,

10.

milieumisdrijven, met inbegrip van de illegale handel in bedreigde diersoorten en de illegale handel in bedreigde planten- en boomsoorten,

11.

hulp bij illegale binnenkomst en illegaal verblijf,

12.

moord, zware mishandeling,

13.

illegale handel in menselijke organen en weefsels,

14.

ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling,

15.

georganiseerde en gewapende diefstal,

16.

illegale handel in cultuurgoederen, waaronder antiquiteiten en kunstvoorwerpen,

17.

namaak van producten en productpiraterij,

18.

vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten,

19.

illegale handel in hormonale stoffen en andere groeibevorderaars,

20.

illegale handel in nucleaire of radioactieve stoffen,

21.

verkrachting,

22.

misdrijven die onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen,

23.

kaping van vliegtuigen/schepen,

24.

sabotage,

25.

handel in gestolen voertuigen,

26.

industriële spionage.


Top