EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016D0007

Besluit (EU) 2016/661 van de Europese Centrale Bank van 15 april 2016 betreffende het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2016 (ECB/2016/7)

OJ L 114, 28.4.2016, p. 14–16 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2016/661/oj

28.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 114/14


BESLUIT (EU) 2016/661 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 15 april 2016

betreffende het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2016 (ECB/2016/7)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (1), met name artikel 30,

Gezien Verordening (EU) nr. 1163/2014 van de Europese Centrale Bank van 22 oktober 2014 betreffende een vergoeding voor toezicht (ECB/2014/41) (2), met name artikel 3, lid 1, en artikel 9, lid 2,

Overwegende:

(1)

Het totale bedrag van de krachtens artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) aan te rekenen jaarlijkse vergoedingen voor toezicht moet de uitgaven van de Europese Centrale Bank (ECB) in verband met haar toezichttaken in de betrokken vergoedingsperiode dekken, maar gaat deze uitgaven niet te boven. Deze uitgaven betreffen primair kosten die rechtstreeks verband houden met de ECB-toezichttaken, zoals direct toezicht op belangrijke entiteiten, oversight op het toezicht op minder belangrijke entiteiten en het uitvoeren van horizontale taken en gespecialiseerde diensten. Deze uitgaven omvatten tevens kosten die indirect verband houden met de ECB-toezichttaken, bijv. door de ondersteunende diensten van de ECB verleende diensten, waaronder gebouwen, personeelsbeheer en informatietechnologiediensten.

(2)

Ter berekening van de door iedere belangrijke onder toezicht staande entiteit en belangrijke onder toezicht staande groep en minder belangrijke onder toezicht staande entiteit en minder belangrijke onder toezicht staande groep verschuldigde jaarlijkse vergoeding voor toezicht, moeten de totale kosten opgesplitst worden op basis van de uitgaven die zijn toegerekend aan de betreffende functies die het directe toezicht uitoefenen op belangrijke onder toezicht staande entiteiten en belangrijke onder toezicht staande groepen en het indirecte toezicht op minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten en minder belangrijke onder toezicht staande groepen.

(3)

Het totale bedrag van de jaarlijkse vergoedingen voor toezicht voor 2016 moet worden berekend als de som van: a) de geraamde jaarlijkse kosten van toezichttaken voor 2016, op basis van de voor 2016 goedgekeurde ECB-begroting, rekening houdend met ontwikkelingen in de geraamde jaarlijkse ECB-kosten die bekend waren toen dit besluit werd vastgesteld, en b) het overschot of tekort van 2015.

(4)

Het overschot of tekort wordt vastgesteld door de werkelijke jaarlijkse toezichtkosten van 2015, zoals bedoeld in de ECB-jaarrekening voor 2015 (3), in mindering te brengen op de geraamde jaarlijkse voor 2015 aangerekende kosten, zoals vastgelegd in bijlage I bij Besluit (EU) 2015/727 van de Europese Centrale Bank (ECB/2015/17) (4).

(5)

Overeenkomstig artikel 5, lid 3 van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) moet met vorige vergoedingsperiodes verband houdende niet-inbare vergoedingsbedragen, ontvangen rentebetalingen en bepaalde overeenkomstig artikel 7, lid 3 van die verordening overige ontvangen of terugbetaalde bedragen eveneens rekening gehouden worden bij het vaststellen van de geraamde jaarlijkse toezichtkosten voor 2016,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

Binnen het kader van dit besluit zijn de definities in Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/17) (5) en Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) van toepassing.

Artikel 2

Totaalbedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2016

1.   Het totaalbedrag van de jaarlijkse toezichtvergoeding voor 2016 bedraagt 404 536 022 EUR, waarvan de berekening in de bijlage is vastgelegd.

2.   Elke categorie van onder toezicht staande entiteiten en onder toezicht staande groepen betaalt het volgende totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding:

a)

belangrijke onder toezicht staande entiteiten en belangrijke onder toezicht staande groepen: 357 520 301 EUR;

b)

minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten en minder belangrijke onder toezicht staande groepen: 47 015 721 EUR.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Frankfurt am Main, 15 april 2016.

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63.

(2)  PB L 311 van 31.10.2014, blz. 23.

(3)  Gepubliceerd op de ECB-website www.ecb.europa.eu in februari 2016.

(4)  Besluit (EU) 2015/727 van de Europese Centrale Bank van 10 april 2015 betreffende het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor de eerste vergoedingsperiode en voor 2015 (ECB/2015/17) (PB L 115 van 6.5.2015, blz. 36).

(5)  Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank van 16 april 2014 tot vaststelling van een kader voor samenwerking binnen het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme tussen de Europese Centrale Bank en nationale bevoegde autoriteiten en met nationale aangewezen autoriteiten (GTM-kaderverordening) (ECB/2014/17) (PB L 141 van 14.5.2014, blz. 1).


BIJLAGE

Berekening van het totaalbedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2016

(EUR)

Geraamde jaarlijkse kosten voor 2016

423 241 789

Salarissen en voordelen

193 557 286

Huur en onderhoud gebouwen

52 972 412

Overige bedrijfskosten

176 712 091

Overschot/tekort voor 2015

– 18 926 078

Bedragen waarmee overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) rekening moet worden gehouden

220 311

Met vorige vergoedingsperiodes verband houdende niet-inbare vergoedingsbedragen

0

Overeenkomstig artikel 14 van de bovengenoemde verordening ontvangen rentebetalingen

– 49 054

Overeenkomstig artikel 7, lid 3, van de bovengenoemde verordening ontvangen of terugbetaalde bedragen

269 365

TOTAAL

404 536 022


Top