Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32015R1970

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1970 van de Commissie van 8 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad met specifieke bepalingen inzake de rapportage over onregelmatigheden aangaande het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

OJ L 293, 10.11.2015, p. 1–5 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2015/1970/oj

10.11.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 293/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2015/1970 VAN DE COMMISSIE

van 8 juli 2015

tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad met specifieke bepalingen inzake de rapportage over onregelmatigheden aangaande het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (1), en met name artikel 122, lid 2, vijfde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Met deze verordening wordt beoogd te bepalen over welke onregelmatigheden de lidstaten aan de Commissie dienen te rapporteren. Om de Commissie in staat te stellen haar taken op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Unie te vervullen, en meer bepaald om de Commissie in staat te stellen een risicoanalyse uit te voeren, dient tevens te worden bepaald welke gegevens moeten worden verstrekt.

(2)

De financiële belangen van de Unie moeten op dezelfde wijze worden beschermd, ongeacht het fonds dat wordt gebruikt voor de verwezenlijking van de doelstellingen waarvoor het is opgericht. Te dien einde is bij Verordening (EU) nr. 1303/2013 en bij de Verordeningen (EU) nr. 1306/2013 (2), (EU) nr. 223/2014 (3) en (EU) nr. 514/2014 (4) van het Europees Parlement en de Raad de Commissie de bevoegdheid verleend om voorschriften vast te stellen inzake de rapportage over onregelmatigheden. Om te waarborgen dat dezelfde voorschriften gelden voor alle fondsen die onder die verordeningen vallen, moet de onderhavige verordening dezelfde bepalingen bevatten als de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2015/1971 (5), (EU) 2015/1972 (6) en (EU) 2015/1973 (7).

(3)

Om ervoor te zorgen dat de rapportagevoorschriften in alle lidstaten coherent worden toegepast, moet een definitie worden gegeven van de term „vermoeden van fraude”, met inachtneming van de definitie van fraude die is vastgesteld in de op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie opgestelde overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (8), en van de term „eerste administratieve of gerechtelijke vaststelling”.

(4)

In de Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) nr. 223/2014 is bepaald onder welke drempel onregelmatigheden niet bij de Commissie moeten worden gemeld en welke gevallen niet hoeven te worden gemeld. Om de bepalingen te vereenvoudigen en op elkaar af te stemmen en om een evenwicht te bereiken tussen de administratieve lasten voor de lidstaten en het gemeenschappelijk belang bij de verstrekking van nauwkeurige gegevens voor analytische doeleinden in het kader van de fraudebestrijding door de Unie, is het noodzakelijk dezelfde rapportagedrempel en dezelfde afwijkingen toe te passen voor de rapportage over onregelmatigheden krachtens de Verordeningen (EU) nr. 1306/2013 en (EU) nr. 514/2014.

(5)

Bepaald moet worden welke lidstaat onregelmatigheden dient te melden met betrekking tot de doelstelling „Europese territoriale samenwerking” in het kader van Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad (9).

(6)

Met het oog op een consistente rapportage dient te worden vastgesteld wanneer een eerste verslag over onregelmatigheden moet worden uitgebracht en welke gegevens in dat eerste verslag moeten worden verstrekt.

(7)

Om ervoor te zorgen dat de aan de Commissie verstrekte gegevens juist zijn, is een voortgangsverslag vereist. Daarom moeten de lidstaten de Commissie bijgewerkte informatie over significante vooruitgang in de met het eerste verslag verband houdende administratieve en gerechtelijke procedures verschaffen.

(8)

In het licht van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (10) en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (11) moeten de Commissie en de lidstaten, met betrekking tot de op grond van de onderhavige verordening verstrekte gegevens, ongeoorloofde mededeling van of toegang tot persoonsgegevens voorkomen. Daarnaast moet in deze verordening nader worden aangegeven voor welke doeleinden de Commissie en de lidstaten deze gegevens kunnen verwerken.

(9)

Omdat voor de betrokken fondsen reeds betalingen zijn verricht en onregelmatigheden zich kunnen hebben voorgedaan, moet deze verordening onmiddellijk van toepassing zijn. Deze verordening moet derhalve in werking treden op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp

Bij deze verordening wordt bepaald over welke onregelmatigheden moet worden gerapporteerd en welke gegevens de lidstaten de Commissie in dat verband moeten verstrekken.

Artikel 2

Definities

De definities van Verordening (EU) nr. 1303/2013 zijn van toepassing. Voorts wordt voor de toepassing van de onderhavige verordening verstaan onder:

a)   „vermoeden van fraude”: een onregelmatigheid die aanleiding geeft tot het inleiden van een administratieve of gerechtelijke procedure in de lidstaat om na te gaan of er sprake is van een opzettelijke handeling, in het bijzonder van fraude in de zin van artikel 1, lid 1, onder a), van de op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie opgestelde overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen;

b)   „eerste administratieve of gerechtelijke vaststelling”: de eerste schriftelijke beoordeling door een bevoegde administratieve of gerechtelijke autoriteit waarin op basis van specifieke feiten wordt geconcludeerd dat een onregelmatigheid is begaan, onverminderd de mogelijkheid dat deze conclusie naderhand, in het licht van de ontwikkelingen in de administratieve of de gerechtelijke procedure, moet worden herzien of ingetrokken.

Artikel 3

Eerste verslag

1.   De lidstaten brengen bij de Commissie verslag uit over onregelmatigheden die:

a)

betrekking hebben op een bedrag van meer dan 10 000 EUR aan steun uit de fondsen;

b)

het voorwerp hebben uitgemaakt van een eerste administratieve of gerechtelijke vaststelling.

2.   In het eerste verslag verstrekken de lidstaten de volgende gegevens:

a)

het fonds, de doelstelling, in voorkomend geval de categorie van de regio, de naam en de CCI-code (code commun d'identification) van het betrokken operationele programma, de betrokken prioriteit of de betrokken concrete actie;

b)

de identiteit van de betrokken natuurlijke personen en/of rechtspersonen of andere lichamen die bij het begaan van de onregelmatigheid zijn betrokken, en hun rol, behalve indien deze gegevens, gezien de aard van de desbetreffende onregelmatigheid, voor de bestrijding van onregelmatigheden niet van belang zijn;

c)

de regio of het gebied waar de concrete actie is uitgevoerd, aangeduid met ter zake relevante informatie, zoals het NUTS-niveau;

d)

de bepaling of de bepalingen waarop inbreuk werd gemaakt;

e)

de datum waarop de eerste gegevens werden verkregen, die tot het vermoeden hebben geleid dat een onregelmatigheid werd begaan, en de bron van die gegevens;

f)

de bij het begaan van de onregelmatigheid toegepaste praktijken;

g)

in voorkomend geval, of de praktijk aanleiding geeft tot een vermoeden van fraude;

h)

de wijze waarop de onregelmatigheid werd ontdekt;

i)

in voorkomend geval, de betrokken lidstaten en de betrokken derde landen;

j)

de periode waarin of de datum waarop de onregelmatigheid werd begaan;

k)

de datum van de eerste administratieve of gerechtelijke vaststelling van de onregelmatigheid;

l)

het totale bedrag van de uitgaven van de betrokken concrete actie, uitgesplitst naar bijdrage van de Unie, nationale bijdrage en particuliere bijdrage;

m)

het met de onregelmatigheid gemoeide bedrag, uitgesplitst naar bijdrage van de Unie en nationale bijdrage;

n)

wanneer er een vermoeden van fraude is en de overheidsbijdrage niet aan de begunstigde is betaald, het bedrag dat ten onrechte zou zijn betaald als de onregelmatigheid niet was geconstateerd, uitgesplitst naar bijdrage van de Unie en nationale bijdrage;

o)

de aard van de onrechtmatige uitgave;

p)

de opschorting van de betalingen, voor zover van toepassing, en de mogelijkheid de betaalde bedragen terug te vorderen.

3.   In afwijking van lid 1 brengen de lidstaten bij de Commissie geen verslag uit over de in artikel 122, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde onregelmatigheden.

In alle andere gevallen, met name die welke voorafgaan aan een faillissement of in gevallen waarin een vermoeden van fraude bestaat, wordt wel verslag uitgebracht bij de Commissie over de ontdekte onregelmatigheden en de desbetreffende preventieve en corrigerende maatregelen.

4.   Over onregelmatigheden met betrekking tot operationele programma's in het kader van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking” wordt gerapporteerd door de lidstaat in dewelke de uitgave bij de uitvoering van de concrete actie door de begunstigde wordt betaald. De lidstaten stellen de managementautoriteit, de certificeringsautoriteit voor het programma en de auditautoriteit in kennis van de onregelmatigheden.

5.   Indien de nationale bepalingen voorzien in geheimhouding van het onderzoek, kunnen de gegevens slechts met toestemming van de bevoegde rechterlijke of andere instantie in overeenstemming met de nationale voorschriften worden medegedeeld.

Artikel 4

Voortgangsverslag

1.   Wanneer sommige van de in artikel 3, lid 2, bedoelde gegevens, met name die betreffende de bij het begaan van de onregelmatigheid toegepaste praktijken en de wijze waarop de onregelmatigheid werd ontdekt, niet beschikbaar zijn of moeten worden gecorrigeerd, verstrekken de lidstaten de Commissie de ontbrekende, respectievelijk de correcte gegevens in voortgangsverslagen over onregelmatigheden.

2.   De lidstaten houden de Commissie op de hoogte van de inleiding, voltooiing of staking van procedures voor het opleggen van administratieve maatregelen en administratieve of strafrechtelijke sancties voor de gerapporteerde onregelmatigheden, alsmede van de uitkomst van deze procedures. Met betrekking tot de onregelmatigheden waarvoor sancties zijn opgelegd, delen de lidstaten ook mede:

a)

of de sancties administratief of strafrechtelijk zijn;

b)

of de sancties het resultaat zijn van een inbreuk op het Unierecht of het nationale recht, met vermelding van nadere gegevens over de sancties;

c)

of er fraude is vastgesteld.

3.   Op schriftelijk verzoek van de Commissie verstrekt de lidstaat gegevens over een specifieke onregelmatigheid of groep van onregelmatigheden.

Artikel 5

Gebruik en be- of verwerking van de gegevens

1.   De Commissie kan alle door de lidstaten overeenkomstig deze verordening verstrekte gegevens gebruiken voor het verrichten van risicoanalyses met behulp van informatietechnologie, het opstellen van verslagen en het ontwikkelen van systemen om de risico's effectiever te identificeren.

2.   De uit hoofde van deze verordening verstrekte gegevens vallen onder de geheimhoudingsplicht en worden beschermd zoals deze zouden worden beschermd door de nationale wetgeving van de lidstaat die de gegevens heeft verstrekt, alsmede door de bepalingen die van toepassing zijn op de instellingen van de Unie. De lidstaten en de Commissie doen al het nodige om ervoor te zorgen dat de gegevens vertrouwelijk blijven.

3.   De in lid 2 bedoelde gegevens mogen in het bijzonder niet worden medegedeeld aan andere personen dan die welke in de lidstaten of binnen de instellingen van de Unie uit hoofde van hun functie daartoe toegang hebben, tenzij de lidstaat die de gegevens heeft verstrekt, daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven.

4.   De in lid 2 bedoelde gegevens mogen niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, tenzij de autoriteiten die de gegevens hebben verstrekt, daartoe uitdrukkelijk toestemming hebben gegeven.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 juli 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.

(2)  Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).

(3)  Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (PB L 72 van 12.3.2014, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 112).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1971 van de Commissie van 8 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad met specifieke bepalingen inzake de rapportage over onregelmatigheden aangaande het Europees Landbouwgarantiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1848/2006 van de Commissie (zie bladzijde 6 van dit Publicatieblad).

(6)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1972 van de Commissie van 8 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad met specifieke bepalingen inzake de rapportage over onregelmatigheden aangaande het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (zie bladzijde 11 van dit Publicatieblad).

(7)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1973 van de Commissie van 8 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad met specifieke bepalingen inzake de rapportage over onregelmatigheden aangaande het Fonds voor asiel, migratie en integratie en aangaande het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing (zie bladzijde 15 van dit Publicatieblad).

(8)  PB C 316 van 27.11.1995, blz. 49.

(9)  Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking” (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 259).

(10)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

(11)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).


Top