Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32015R0002

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2 van de Commissie van 30 september 2014 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen voor de presentatie van de informatie die ratingbureaus aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten ter beschikking stellen Voor de EER relevante tekst

OJ L 2, 6.1.2015, p. 24–56 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2015/2/oj

6.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 2/24


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2015/2 VAN DE COMMISSIE

van 30 september 2014

tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen voor de presentatie van de informatie die ratingbureaus aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten ter beschikking stellen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (1), en met name artikel 21, lid 4, derde alinea, en artikel 21, lid 4 bis, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 11 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1060/2009 moet een geregistreerd of gecertificeerd ratingbureau bij de afgifte van een rating of een ratingoutlook ratinginformatie bij de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA, European Securities and Markets Authority) indienen. Dit vereiste geldt niet voor ratings die uitsluitend tegen een vergoeding voor beleggers worden opgesteld en aan hen worden medegedeeld. De ESMA moet de door de ratingbureaus ingediende ratinginformatie bekendmaken op een openbare website, het Europees ratingplatform (ERP). Daarom moeten er regels worden vastgesteld betreffende de inhoud en de presentatie van de informatie die ratingbureaus aan de ESMA ter beschikking moeten stellen voor bekendmaking op het ERP.

(2)

Daarnaast moeten ratingbureaus overeenkomstig artikel 11, lid 2, en artikel 21, lid 4, onder e), van Verordening (EG) nr. 1060/2009 informatie over hun historische prestatiegegevens beschikbaar stellen aan de ESMA met het oog op het doorlopend toezicht. De inhoud en presentatie van die informatie zijn vastgesteld in respectievelijk Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 448/2012 van de Commissie (2) en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 446/2012 (3) van de Commissie. Om de gegevensverwerking door de ESMA efficiënter te laten verlopen en de gegevensrapportage voor geregistreerde en gecertificeerde ratingbureaus te vereenvoudigen, moeten er geïntegreerde rapportagevereisten worden vastgesteld voor alle gegevens die geregistreerde en gecertificeerde ratingbureaus aan de ESMA moeten mededelen. Daarom zijn in deze verordening regels vastgelegd betreffende de gegevens die ten behoeve van het ERP moeten worden medegedeeld, de historische prestatiegegevens die in de door de ESMA opgezette centrale databank beschikbaar moeten worden gesteld, en de informatie die de ratingbureaus periodiek aan de ESMA moeten verstrekken ten behoeve van het doorlopend toezicht op ratingbureaus. Bijgevolg worden bij deze verordening Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 448/2012 en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 446/2012 ingetrokken. De ESMA dient alle door de ratingbureaus medegedeelde gegevens ten behoeve van het ERP, de centrale databank en het doorlopend toezicht op ratingbureaus in één ESMA-databank op te nemen.

(3)

Om te kunnen garanderen dat het ERP actuele informatie over ratingacties verstrekt welke niet uitsluitend tegen vergoeding aan beleggers wordt bekendgemaakt, moeten de te rapporteren gegevens worden beschreven, met inbegrip van de rating en de ratingoutlook van het beoordeelde instrument of de beoordeelde entiteit, de persberichten waarvan de ratingacties vergezeld gaan, de verslagen waarvan ratingacties met betrekking tot nationale overheden vergezeld gaan, het type ratingactie en de datum en het uur van bekendmaking. Vooral persberichten verstrekken informatie over de belangrijkste elementen die aan de ratingbeslissing ten grondslag liggen. Het ERP verschaft ratinggebruikers een centraal toegangspunt tot actuele ratinggegevens en verlaagt de informatiekosten door een globaal overzicht te verschaffen van de verschillende ratings die voor elke beoordeelde entiteit of elk beoordeeld instrument zijn afgegeven.

(4)

Om een globaal overzicht te garanderen van alle ratings die door de verschillende ratingbureaus aan dezelfde beoordeelde entiteit of hetzelfde beoordeelde instrument zijn toegekend, moeten ratingbureaus bij het doorgeven van ratinggegevens aan de ESMA gemeenschappelijke identificatiecodes voor de beoordeelde entiteit en het beoordeelde instrument gebruiken. Voor de mondiale unieke identificatie van beoordeelde entiteiten, uitgevende instellingen, initiators en ratingbureaus mag uitsluitend worden gebruikgemaakt van de methode die op de mondiale identificatiecode van juridische identiteiten (LEI, Legal Entity Identifier) is gebaseerd.

(5)

Om ervoor te zorgen dat de op het ERP bekendgemaakte informatie actueel is, moet de ratinginformatie dagelijks worden verzameld en medegedeeld om één dagelijkse bijwerking van het ERP buiten de werkuren van de Unie mogelijk te maken.

(6)

Om de ESMA de gelegenheid te bieden meteen te reageren wanneer Verordening (EG) nr. 1060/2009 (mogelijk) niet wordt nageleefd, moet de door de geregistreerde en gecertificeerde ratingbureaus doorgegeven ratinginformatie de ESMA in staat stellen om nauwgezet toezicht uit te oefenen op het gedrag en de activiteiten van ratingbureaus. De ratinggegevens moeten daarom maandelijks aan de ESMA worden doorgegeven. Ter wille van de evenredigheid behoeven ratingbureaus die minder dan vijftig werknemers in dienst hebben en die niet tot een groep behoren, hun ratinggegevens evenwel slechts om de twee maanden in te dienen. De ESMA moet van die ratingbureaus toch nog kunnen verlangen dat zij maandelijks rapporteren afhankelijk van het aantal en het type ratings die zij afgeven, met inbegrip van de complexiteit van de kredietanalyse, de relevantie van de beoordeelde instrumenten of uitgevende instellingen, en de vraag of de ratings bruikbaar zijn voor regelgevingsdoeleinden.

(7)

Om dubbele gegevensrapportage te voorkomen, dient de ESMA voor haar doorlopend toezicht de gegevens te gebruiken die reeds ten behoeve van het ERP zijn doorgegeven. Voor de doeleinden van het doorlopend toezicht moet van ratingbureaus ook worden verlangd dat zij informatie doorgeven met betrekking tot de ratings en ratingoutlooks die niet met het oog op de bekendmaking ervan op het ERP zijn medegedeeld.

(8)

De ESMA dient de gegevens die met het oog op de bekendmaking ervan op het ERP en voor de doeleinden van haar doorlopend toezicht zijn verstrekt, te gebruiken om informatie te verzamelen over de historische prestatiegegevens die zij in overeenstemming met artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1060/2009 in de centrale databank beschikbaar moet stellen. Om de vergelijkbaarheid verder te bevorderen en de samenhang te garanderen met de gegevens die in overeenstemming met Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 448/2012 zijn verstrekt, moet van pas gecertificeerde ratingbureaus worden verlangd dat zij gegevens indienen die ten minste betrekking hebben op een periode van tien jaar vóór hun certificering of op de periode sinds de aanvang van hun activiteiten. Gecertificeerde ratingbureaus mogen niet gehouden zijn tot de gehele of gedeeltelijke rapportage van deze gegevens wanneer zij kunnen aantonen dat dit onevenredig zou zijn in het licht van hun omvang en complexiteit.

(9)

Ratingbureaus die van een groep deel uitmaken, moeten hun ratinggegevens afzonderlijk aan de ESMA kunnen doorgeven, dan wel een van de bureaus binnen de groep kunnen machtigen om deze gegevens in hun naam in te dienen. Gezien de sterk geïntegreerde organisatie van ratingbureaus op het niveau van de Unie en om de inzichtelijkheid van de statistieken te bevorderen, worden ratingbureaus ertoe aangemoedigd om de gegevens op globale basis voor de groep als geheel te rapporteren.

(10)

Voor de doeleinden van het doorlopend toezicht van de ESMA en de bekendmaking van de historische prestatieverslagen van de ratingbureaus mogen de ratingbureaus ook op vrijwillige basis ratings aan de ESMA doorgeven die zijn bekendgemaakt door in derde landen gevestigde ratingbureaus die tot dezelfde groep ratingbureaus behoren, maar die niet zijn bekrachtigd in overeenstemming met artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1060/2009.

(11)

Wanneer ratingbureaus gegevens rapporteren, moeten zij de afgegeven ratings en ratingoutlooks in verschillende categorieën classificeren: volgens ratingtype en onderliggende categorieën, zoals sector, industrie of activaklasse, of volgens het type uitgevende instelling en uitgifte. Bij de vaststelling van deze categorieën wordt uitgegaan van de reeds door de ESMA opgedane ervaring met de verzameling van ratinggegevens en van de noodzaak om toezicht op ratinggegevens uit te oefenen.

(12)

Om te voorzien in de rapportage van ratings voor nieuwe financiële instrumenten die ten gevolge van financiële innovaties kunnen ontstaan, dient er een categorie te worden opgenomen voor de rapportage van „overige financiële instrumenten”. Bovendien moeten ook de categorieën ratings van ondernemingen en ratings van gestructureerde financieringen een subcategorie „overige” hebben waarin alle nieuwe soorten uitgiften van ondernemingen of gestructureerde financieringen kunnen worden ondergebracht die niet in de bestaande categorieën kunnen worden ingedeeld.

(13)

Om de ESMA in staat te stellen het ERP op te zetten en om de ratingbureaus voldoende tijd te gunnen om hun interne systemen aan de nieuwe rapportagevereisten aan te passen, moeten de ratingbureaus een eerste verslag indienen tegen 1 januari 2016. Om de vergelijkbaarheid en continuïteit te garanderen van de gegevens die uit hoofde van deze verordening worden gerapporteerd, moet het eerste verslag gegevens bevatten over alle ratings die vóór 21 juni 2015 zijn afgegeven en niet zijn ingetrokken. Daarnaast moet het eerste verslag gegevens bevatten over ratings en ratingoutlooks die tussen 21 juni 2015 en 1 januari 2016 door de ratingbureaus zijn afgegeven. Het eerste verslag moet dezelfde soort gegevens bevatten als de ratinggegevens die daarna dagelijks moeten worden ingediend.

(14)

De in te dienen gegevens moeten in een standaardformaat worden verzameld, zodat de ESMA deze automatisch in haar interne systemen kan opnemen en verwerken. Gezien de technische vooruitgang is het mogelijk dat een aantal technische rapportage-instructies betreffende de doorzending of het formaat van de door de ratingbureaus in te dienen bestanden door de ESMA moet worden geactualiseerd en medegedeeld door middel van specifieke berichten of richtsnoeren.

(15)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die door de ESMA aan de Commissie zijn voorgelegd in overeenstemming met artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (4).

(16)

De ESMA heeft een openbare raadpleging gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, de mogelijke kosten en baten van deze normen geanalyseerd, en de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 opgerichte Stakeholdergroep effecten en markten geraadpleegd.

(17)

Om aan artikel 2, lid 3, van Verordening (EU) nr. 462/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) te voldoen, moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van 21 juni 2015,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Te rapporteren gegevens

1.   Ratingbureaus rapporteren gegevens over al hun afgegeven of bekrachtigde ratings of ratingoutlooks in overeenstemming met de artikelen 8, 9 en 11. Ratingbureaus rapporteren alle ratings en ratingoutlooks die zijn afgegeven op het niveau van de beoordeelde entiteit en, in voorkomend geval, over alle uitgiften van schuldinstrumenten van die entiteit.

2.   Ratingbureaus garanderen de juistheid, volledigheid en beschikbaarheid van de aan de ESMA gerapporteerde gegevens en zorgen ervoor dat de rapportage verloopt in overeenstemming met de artikelen 8, 9 en 11 met behulp van passende systemen die op grond van de door de ESMA verstrekte technische instructies zijn ontwikkeld.

3.   Ratingbureaus stellen de ESMA onmiddellijk in kennis van uitzonderlijke omstandigheden die rapportage in overeenstemming met deze verordening tijdelijk kunnen verhinderen of vertragen.

4.   Bij groepen ratingbureaus kunnen de leden van een groep één van hen machtigen om in hun naam de krachtens deze verordening vereiste gegevens in te dienen. Elk ratingbureau in wiens naam een dergelijke rapportage wordt verricht, wordt in de aan de ESMA verstrekte gegevens geïdentificeerd.

5.   Voor de toepassing van artikel 11, lid 2, en artikel 21, lid 4, onder e), van Verordening (EG) nr. 1060/2009 mag een ratingbureau dat in naam van een groep rapporteert, gegevens mededelen over ratings en ratingoutlooks die door in derde landen gevestigde, tot dezelfde groep behorende ratingbureaus zijn afgegeven en die niet bekrachtigd zijn. Wanneer een ratingbureau dergelijke gegevens niet rapporteert, moet het in zijn verslag met kwalitatieve gegevens, en met name in de velden 9 en 10 van tabel 1 van deel 1 van bijlage I bij deze verordening, uitleggen waarom.

6.   Overeenkomstig artikel 10, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1060/2009 geven ratingbureaus voor elke gerapporteerde rating of ratingoutlook die ongevraagd of op verzoek is afgegeven aan of de rating of ratingoutlook ongevraagd is afgegeven met deelname van de beoordeelde instelling of een gelieerde derde partij, dan wel ongevraagd is afgegeven zonder deelname van de beoordeelde instelling of een gelieerde derde partij, dan wel op verzoek is afgegeven.

Artikel 2

Rapportage van wanbetalingen en intrekkingen

1.   Een ratingbureau rapporteert een wanbetaling met betrekking tot een rating in de velden 6 en 13 van tabel 2 van deel 2 van bijlage I wanneer er zich een van de volgende gebeurtenissen heeft voorgedaan:

a)

de rating geeft aan dat er zich volgens de door het ratingbureau gehanteerde definitie van wanbetaling een wanbetaling heeft voorgedaan;

b)

de rating is ingetrokken wegens insolventie van de beoordeelde of wegens een schuldherschikking;

c)

alle andere gevallen waarin het ratingbureau van oordeel is dat er voor een beoordeelde entiteit of een beoordeeld instrument van wanbetaling, een ernstige verslechtering of een gelijkwaardige situatie sprake is.

2.   Wanneer een medegedeelde rating wordt ingetrokken, wordt de reden daarvoor vermeld in veld 11 van tabel 2 van deel 2 van bijlage I.

Artikel 3

Ratingtypen

Bij de rapportage van ratings of ratingoutlooks classificeren ratingbureaus deze op basis van de volgende ratingtypen:

a)

ratings van ondernemingen;

b)

ratings van gestructureerde financieringen;

c)

ratings van overheden en overheidsfinancieringen;

d)

ratings van andere financiële instrumenten.

Artikel 4

Ratings van ondernemingen

1.   Bij de rapportage van ratings van ondernemingen classificeren ratingbureaus deze op basis van de volgende bedrijfstakken:

a)

financiële instellingen, waaronder banken, makelaars en handelaars;

b)

verzekeringen;

c)

alle andere bedrijfsentiteiten of uitgevende instellingen dan die welke onder a) en b) vallen.

2.   Ratingbureaus classificeren de uitgiften van ondernemingen op basis van de volgende typen uitgiften:

a)

obligaties;

b)

gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) die voldoen aan de in artikel 129, leden 1, 2, 3, 6 en 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (7) vermelde vereisten om in aanmerking te komen;

c)

andersoortige gedekte obligaties, waarvoor het ratingbureau specifieke methodologieën, modellen of kernhypothesen heeft gehanteerd voor de afgifte van de rating en die niet onder b) zijn opgenomen;

d)

andersoortige uitgiften van ondernemingen die niet onder a), b) en c) zijn opgenomen.

3.   De landencode van een beoordeelde entiteit of haar uitgiften in veld 10 van tabel 1 van deel 2, van bijlage I is de code van het land waar de entiteit gevestigd is.

Artikel 5

Ratings van gestructureerde financieringen

1.   Ratings van gestructureerde financieringen houden verband met een financieel instrument dat of andere activa die het gevolg zijn van een securitisatietransactie of -regeling als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 61, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

2.   Bij de rapportage van ratings van gestructureerde financieringen classificeren ratingbureaus deze op basis van de volgende activaklassen:

a)

door activa gedekte effecten, waaronder autoleningen, bootleningen, vliegtuigleningen, studieleningen, consumentenleningen, leningen aan kleine en middelgrote ondernemingen, zorgleningen, leningen voor mobiele huizen, filmleningen, renovatieleningen, leases van uitrusting, creditcardvorderingen, zekerheidsrechten ten gunste van de belastingdienst, oninbare leningen, camperleningen, leases aan personen, leases aan bedrijven en handelsvorderingen;

b)

door woninghypotheken gedekte effecten, waaronder door eersterangshypotheken gedekte effecten, niet door eersterangshypotheken gedekte effecten en leningen op de overwaarde van woningen;

c)

door bedrijfshypotheken gedekte effecten, waaronder leningen voor detailhandelsruimten of kantoorruimten, ziekenhuisleningen, leningen aan zorgtehuizen, leningen voor opslagruimten, hotelleningen, leningen voor verpleegfaciliteiten, industriële leningen en leningen voor meergezinswoningen;

d)

schuldobligaties met onderpand (CDO’s, collateralised debt obligations), waaronder collateralised loan obligations, door krediet gedekte obligaties, collateralised synthetic obligations, CDO’s met één tranche, kredietfondsobligaties, CDO’s van door activa gedekte effecten, en CDO’s van CDO’s;

e)

door activa gedekt commercial papier;

f)

overige gestructureerde financieringsinstrumenten die niet onder a) tot en met e) vallen, met inbegrip van gestructureerde gedekte obligaties, gestructureerde beleggingsvehikels, aan verzekeringen gekoppelde effecten en derivatenbedrijven.

3.   In voorkomend geval geeft een ratingbureau in veld 34 van tabel 1 van deel 2 van bijlage I ook aan tot welke specifieke subactivaklasse elk beoordeeld instrument behoort.

4.   De landencode van een gestructureerd financieringsinstrument wordt vermeld in veld 10 van tabel 1 van deel 2 van bijlage I en is de code van het land waar de meerderheid van de onderliggende activa zich bevindt. Wanneer het niet mogelijk is om uit te maken in welk land de meerderheid van de onderliggende activa zich bevindt, wordt het beoordeelde instrument in de categorie „internationaal” geclassificeerd.

Artikel 6

Ratings van overheden en overheidsfinancieringen

1.   Bij de rapportage van ratings van overheden en overheidsfinancieringen en van supranationale organisaties en de door hen uitgegeven schuldinstrumenten classificeren ratingbureaus deze in een van de volgende sectoren:

a)

staten, wanneer de beoordeelde entiteit een staat of de uitgevende instelling van het beoordeelde schuldinstrument of de beoordeelde financiële verplichting, de beoordeelde obligatie of een ander beoordeeld financieel instrument een staat is, of een special purpose vehicle van een staat, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, onder v), i) en ii), van Verordening (EG) nr. 1060/2009, en wanneer de rating verwijst naar een staat;

b)

regionale of lokale overheden, wanneer de beoordeelde entiteit een regionale of lokale overheid is of de uitgevende instelling van het beoordeelde schuldinstrument of de beoordeelde financiële verplichting, de beoordeelde obligatie of een ander beoordeeld financieel instrument een regionale of lokale overheid is, of een special purpose vehicle van een regionale of lokale overheid, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, onder v), i) en ii), van Verordening (EG) nr. 1060/2009, en wanneer de rating verwijst naar een regionale of lokale overheid;

c)

internationale financiële instellingen in de zin van artikel 3, lid 1, onder v), iii), van Verordening (EG) nr. 1060/2009;

d)

supranationale organisaties, zoals de instellingen die niet onder c) zijn opgenomen en die zijn opgericht door, eigendom zijn van en onder de zeggenschap staan van meer dan één soevereine regering die aandeelhouder is, met inbegrip van de organisaties bedoeld in afdeling U van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad (8);

e)

overheidsentiteiten, met inbegrip van die bedoeld in de afdelingen O, P en Q van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1893/2006.

2.   Wanneer in het geval van de in lid 1, onder c) en d), bedoelde internationale financiële instellingen of supranationale organisaties geen welbepaald land als het land van uitgifte kan worden aangewezen, wordt de beoordeelde uitgevende instelling in veld 10 van tabel 1 van deel 2 van bijlage I in de categorie „internationaal” ingedeeld.

Artikel 7

Overige financiële instrumenten

Ratings of ratingoutlooks die voor een financieel instrument als omschreven in artikel 3, lid 1, onder k), van Verordening (EG) nr. 1060/2009 zijn afgegeven en die noch in de categorie uitgiften van ondernemingen als bedoeld in artikel 4, lid 2, van deze verordening, noch in de categorie gestructureerde financieringen als bedoeld in artikel 5 van deze verordening, noch in de categorie uitgiften van overheden en overheidsentiteiten als bedoeld in artikel 6 van deze verordening kunnen worden ingedeeld, worden in de categorie „overige financiële instrumenten” gerapporteerd.

Artikel 8

Rapportage met het oog op bekendmaking op het ERP

1.   Overeenkomstig artikel 11 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1060/2009 rapporteren ratingbureaus informatie over alle ratings en ratingoutlooks telkens als zij een rating of ratingoutlook afgeven of bekrachtigen die niet uitsluitend tegen een vergoeding aan beleggers wordt bekendgemaakt.

2.   De in lid 1 bedoelde ratings en ratingoutlooks die tussen 20:00:00 uur Midden-Europese Tijd (MET) (9) op de ene dag en 19:59:59 MET op de volgende dag worden afgegeven, worden doorgegeven tot 21:59:59 MET op de volgende dag.

3.   Voor elke rating of ratingoutlook die in overeenstemming met lid 1 wordt gerapporteerd, worden de bijbehorende persberichten waarvan sprake in bijlage I, afdeling D, deel I, punt 5, van Verordening (EG) nr. 1060/2009 tegelijkertijd gerapporteerd. Wanneer het betrokken persbericht voor het eerst wordt uitgebracht en ingediend in een andere taal dan het Engels, is het ook toegestaan een Engelse versie ervan in te dienen waar en wanneer deze beschikbaar komt.

4.   Voor de in artikel 6, lid 1, onder a), b) en c), bedoelde ratings wordt het in bijlage I, afdeling D, deel III, punt 1, van Verordening (EG) nr. 1060/2009 bedoelde begeleidende onderzoeksrapport overgelegd. Wanneer dat onderzoeksrapport voor het eerst wordt uitgebracht en ingediend in een andere taal dan het Engels, is het ook toegestaan een Engelse versie ervan in te dienen waar en wanneer deze beschikbaar komt.

Artikel 9

Rapportage met het oog op het toezicht van de ESMA

1.   Artikel 21, lid 4, onder e), van Verordening (EG) nr. 1060/2009 schrijft voor dat ratingbureaus gegevens moeten rapporteren over alle afgegeven en bekrachtigde ratings en ratingoutlooks, dan wel in een derde land afgegeven en niet bekrachtigde ratings en ratingoutlooks als bedoeld in artikel 1, lid 5, met inbegrip van informatie over alle entiteiten of schuldinstrumenten die hun met het oog op een initiële beoordeling of een voorlopige rating zijn voorgelegd, zoals bedoeld in bijlage I, afdeling D, deel I, punt 6, van Verordening (EG) nr. 1060/2009.

2.   Voor ratings en ratingoutlooks waarop artikel 8 niet van toepassing is, rapporteren ratingbureaus maandelijks ratinggegevens die op de voorafgaande kalendermaand betrekking hebben.

3.   Een ratingbureau dat minder dan vijftig werknemers in dienst heeft en dat niet tot een groep ratingbureaus behoort, mag de in lid 2 bedoelde ratinggegevens om de twee maanden indienen, tenzij de ESMA maandelijkse rapportage vereist gezien de aard, de complexiteit en het gamma van de af te geven ratings. Die ratinggegevens hebben betrekking op de twee voorafgaande kalendermaanden.

4.   De in lid 2 bedoelde ratinggegevens worden uiterlijk vijftien dagen na het einde van de periode waarop de rapportage betrekking heeft, bij de ESMA ingediend. Wanneer de vijftiende dag van de maand in het land waar het ratingbureau is gevestigd of, ingeval een ratingbureau in overeenstemming met artikel 1, lid 4, in naam van een groep rapporteert, in het land van het rapporterende ratingbureau op een feestdag valt, is de uiterste termijn de volgende werkdag.

5.   Wanneer er tijdens de voorafgaande kalendermaand geen ratings of ratingoutlooks als bedoeld in lid 1 zijn afgegeven, is het ratingbureau niet verplicht om gegevens in te dienen.

Artikel 10

Rapportage over historische prestaties

De afgegeven of bekrachtigde ratings of de in een derde land afgegeven en niet bekrachtigde ratings als bedoeld in artikel 1, lid 5, worden door de ESMA gebruikt om de historische prestatiegegevens beschikbaar te maken in overeenstemming met artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1060/2009 en bijlage I, afdeling E, deel II, punt 1, van genoemde verordening.

Artikel 11

Eerste rapportage

1.   Ratingbureaus die vóór 21 juni 2015 geregistreerd of gecertificeerd zijn, stellen een eerste verslag op dat uiterlijk op 1 januari 2016 bij de ESMA wordt ingediend en dat alle volgende informatie bevat:

a)

informatie over alle in de artikelen 8 en 9 bedoelde ratings en ratingoutlooks die vóór 21 juni 2015 zijn afgegeven en niet zijn ingetrokken;

b)

in de artikelen 8 en 9 bedoelde ratings en ratingoutlooks die tussen 21 juni 2015 en 31 december 2015 zijn afgegeven en niet zijn ingetrokken.

2.   Ratingbureaus die tussen 21 juni 2015 en 31 december 2015 zijn geregistreerd of gecertificeerd, voegen zich vanaf 1 januari 2016 naar deze verordening. In overeenstemming met de artikelen 8 en 9 rapporteren ze in hun eerste verslag alle ratings en ratingoutlooks die vanaf de registratie- of certificeringsdatum zijn afgegeven.

3.   Ratingbureaus die na 1 januari 2016 geregistreerd of gecertificeerd zijn, voegen zich uiterlijk drie maanden na de registratie- of certificeringsdatum naar deze verordening. In overeenstemming met de artikelen 8 en 9 rapporteren ze in hun eerste verslag alle ratings en ratingoutlooks die vanaf de registratie- of certificeringsdatum zijn afgegeven.

4.   Naast het in de leden 2 en 3 bedoelde eerste verslag stelt een ratingbureau dat na 21 juni 2015 is gecertificeerd, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1060/2009 en bijlage I, afdeling E, deel II, punt 1, van genoemde verordening ook informatie ter beschikking over zijn historische prestatiegegevens over ten minste tien jaar vóór de certificeringsdatum of, wanneer het minder dan tien jaar vóór de certificeringsdatum met zijn ratingactiviteiten is gestart, over de periode sinds het met zijn ratingactiviteiten is gestart. Gecertificeerde ratingbureaus zijn niet gehouden tot de gehele of gedeeltelijke rapportage van deze gegevens wanneer zij kunnen aantonen dat dit onevenredig zou zijn in het licht van hun omvang en complexiteit.

Artikel 12

Gegevensstructuur

1.   Ratingbureaus verstrekken de ESMA verslagen met kwalitatieve gegevens in het in de tabellen van deel 1 van bijlage I vastgestelde formaat, samen met hun eerste verslag met ratinggegevens in overeenstemming met artikel 11. Wijzigingen in deze verslagen met kwalitatieve gegevens worden onmiddellijk in de vorm van een actualisering aan het systeem van de ESMA gemeld, voordat de ratinggegevens die door die wijzigingen worden beïnvloed bij de ESMA worden ingediend. Wanneer een ratingbureau overeenkomstig artikel 1, lid 4, rapporteert in naam van een groep, mag één stel verslagen met kwalitatieve gegevens bij de ESMA worden ingediend.

2.   Ratingbureaus verstrekken de in de artikelen 8, 9 en 11 bedoelde verslagen met ratinggegevens in het formaat dat in de tabellen in deel 2 van bijlage I is vastgelegd.

Artikel 13

Rapportageprocedures

1.   Ratingbureaus dienen de in artikel 12 bedoelde verslagen met kwalitatieve gegevens en verslagen met ratinggegevens in volgens de door de ESMA verstrekte technische instructies en met behulp van het rapportagesysteem van de ESMA.

2.   De ratingbureaus slaan de aan de ESMA verzonden en door haar ontvangen bestanden in elektronische vorm op gedurende ten minste vijf jaar. Deze bestanden worden op verzoek ter beschikking gesteld aan de ESMA.

3.   Ingeval een ratingbureau feitelijke fouten in de gerapporteerde gegevens opmerkt, gaat het onverwijld over tot correctie van de gegevens in kwestie volgens de door de ESMA verstrekte technische instructies.

Artikel 14

Intrekking en overgangsbepalingen

1.   De volgende verordeningen worden met ingang van 1 januari 2016 ingetrokken:

a)

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 446/2012;

b)

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 448/2012.

2.   Verwijzingen naar de in lid 1 vermelde verordeningen worden gelezen als verwijzingen naar deze verordening en geïnterpreteerd in overeenstemming met de concordantietabel in bijlage II.

3.   Gegevens die vóór 1 januari 2016 overeenkomstig de in lid 1 vermelde verordeningen bij de ESMA zijn ingediend, worden geacht ingediend te zijn overeenkomstig deze verordening en worden verder door de ESMA gebruikt conform artikel 11, lid 2, en artikel 21, lid 4, onder e), van Verordening (EG) nr. 1060/2009 en bijlage I, afdeling E, deel II, punt 1, van genoemde verordening.

Artikel 15

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 21 juni 2015.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 september 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 302 van 17.11.2009, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 448/2012 van de Commissie van 21 maart 2012 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor de presentatie van de informatie die ratingbureaus ter beschikking moeten stellen in een centrale databank die door de Europese Autoriteit voor effecten en markten is opgezet (PB L 140 van 30.5.2012, blz. 17).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 446/2012 van de Commissie van 21 maart 2012 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen over de inhoud en het formaat van de periodieke verslagen betreffende de ratinggegevens die door ratingbureaus aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten moeten worden voorgelegd (PB L 140 van 30.5.2012, blz. 2).

(4)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

(5)  Verordening (EU) nr. 462/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus (PB L 146 van 31.5.2013, blz. 1).

(6)  Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).

(7)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(8)  Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden (PB L 393 van 30.12.2006, blz. 1).

(9)  MET houdt rekening met de overgang naar de Midden-Europese zomertijd.


BIJLAGE I

DEEL 1

LIJST VAN VELDEN VOOR HET BESTAND MET KWALITATIEVE GEGEVENS

Tabel 1

Identificatie en beschrijving van de methodologie van het ratingbureau

Deze tabel bevat de elementen om het rapporterende ratingbureau te kunnen identificeren, met inbegrip van zijn juridische identificatie, methodologie en gehanteerde gedragslijnen.

Deze tabel telt één lijn per rapporterend ratingbureau.


Nr.

Veldnaam

Beschrijving

Type

Norm

Toepassingsgebied

1

CRA identifier

Code die wordt gebruikt om het rapporterende ratingbureau te identificeren. Wordt door de ESMA toegekend bij de registratie of certificering.

Verplicht

 

Technisch

2

Reporting CRA Global Legal Entity Identifier (LEI)

LEI-code van het ratingbureau dat het bestand verzendt.

Verplicht

ISO 17442

Openbaar

3

CRA name

Naam die wordt gebruikt om het ratingbureau te identificeren. Deze naam stemt overeen met de naam die het ratingbureau in het registratieproces en in alle andere toezichtprocedures binnen de ESMA gebruikt. Indien één lid van een groep ratingbureaus namens de hele groep rapporteert, betreft het de naam die naar de groep ratingbureaus verwijst.

Verplicht

 

Openbaar

4

CRA Description

Beknopte beschrijving van het ratingbureau.

Verplicht

 

Openbaar

5

CRA Methodology

Beschrijving van de ratingmethodologie van het ratingbureau. Het ratingbureau heeft de mogelijkheid de unieke kenmerken van zijn ratingmethodologie te beschrijven.

Verplicht

 

Openbaar

6

Link to CRA website methodology page

De link naar de webpagina van het ratingbureau die alle informatie met betrekking tot de methodologieën en de beschrijvingen van modellen en belangrijke aan ratings ten grondslag liggende aannamen bevat.

Verplicht

Geldige webpaginareferentie.

Openbaar

7

Solicited and unsolicited ratings policies

Beschrijving van de gedragslijnen van het ratingbureau ten aanzien van gevraagde en ongevraagde ratings met en zonder deelname. Indien er meer dan één gedragslijn bestaat, wordt aangegeven voor welke ratingtypen elke gedragslijn geldt.

Verplicht

 

Openbaar

8

Subsidiary ratings policy

Beschrijving van de gevolgde gedragslijn ten aanzien van de rapportage van de rating van dochterondernemingen.

Verplicht

Toepasselijk voor ratingbureaus die ratings van onder-nemingen afgeven.

 

Openbaar

9

Geographical reporting scope

Indien een ratingbureau deel uitmaakt van een groep, vermeldt het of het alle door de groep afgegeven ratings rapporteert (mondiale reikwijdte) of niet (alleen de EU en bekrachtigde ratings). Als er geen sprake is van mondiale reikwijdte, legt het ratingbureau uit waarom dat niet het geval is. Voor alle andere ratingbureaus wordt hier „mondiaal” („Y”) ingevuld.

Verplicht

„Y” — Ja

„N” — Neen

Openbaar

10

Reason for non-global scope

De reden waarom een ratingbureau dat deel uitmaakt van een groep, niet alle ratings van de groep rapporteert.

Verplicht

Toepasselijk als „Geographical reporting scope” = „N”

 

Openbaar

11

Definition of default

Beschrijft de door het ratingbureau gehanteerde definitie van wanbetaling.

Verplicht

 

Openbaar

12

Website link

Link naar de homepage van de openbare website van een ratingbureau.

Verplicht

Geldige webpaginareferentie.

Openbaar


Tabel 2

Lijst van typen ratings van uitgevende instellingen

Deze tabel wordt ingevuld als het ratingbureau ratings van uitgevende instellingen afgeeft. De tabel telt één lijn voor elk type rating die het ratingbureau op het niveau van de uitgevende instelling afgeeft.


Nr.

Veldnaam

Beschrijving

Type

Norm

Toepas-singsgebied

1

Issuer rating type identifier

Unieke identificatiecode voor elk type rating van uitgevende instellingen waarop een beoordeelde entiteit kan worden beoordeeld.

Verplicht

Toepasselijk als het ratingbureau ratings van uitgevende instellingen afgeeft.

 

Technisch

2

Issuer rating type name

Naam van de categorie ratings van uitgevende instellingen.

Verplicht

 

Technisch

3

Issuer rating type description

Beschrijving van de beoordeelde schuldklasse.

Verplicht

 

Technisch

4

Issuer rating type standard

Hier worden de volgende typen ratings van uitgevende instellingen onderscheiden: de hoofd-/globale rating van uitgevende instellingen, het schuldratingtype (de verschillende categorieën worden beschreven in bijlage I, deel 2, tabel 2) en alle overige schuldratings van uitgevende instellingen.

Verplicht

„IR” — Hoofdrating van de uitgevende instelling

„DT” — Schuldrating

„OT” — Overige

Technisch


Tabel 3

Lijst van schuldklassen

Deze tabel wordt ingevuld als het ratingbureau schuldklassen of schulduitgiften/-instrumenten (zoals senior ongedekte schulden, achtergestelde ongedekte schulden en junior achtergestelde ongedekte schulden) beoordeelt. De tabel telt één lijn voor elk type schuld.


Nr.

Veldnaam

Beschrijving

Type

Norm

Toepassingsgebied

1

Rated debt classification identifier

Unieke identificatiecode voor elke schuldklasse die wordt gebruikt om de schuldklassen of schulduitgiften van uitgevende ondernemingen en overheden te classificeren.

Verplicht

Toepasselijk als het ratingbureau schuldklassen van ondernemingen of overheden beoordeelt

 

Technisch

2

Rated debt classification name

Naam van de beoordeelde schuldklasse.

Verplicht

 

Technisch

3

Rated debt classification description

Beschrijving van de beoordeelde schuldklasse.

Verplicht

 

Technisch

4

Seniority

Duidt de rangorde van de schuldklasse van de beoordeelde uitgevende instelling of uitgifte aan.

Facultatief.

„SEU” — wanneer de beoordeelde uitgevende instelling of uitgifte tot de klasse senior ongedekte schulden behoort

„SEO” — wanneer de beoordeelde uitgevende instelling of uitgifte tot een andere senior schuldklasse dan SEU behoort

„SB” — wanneer de beoordeelde uitgevende instelling of uitgifte tot een klasse achtergestelde schulden behoort

Technisch


Tabel 4

Lijst van uitgifte-/programmatypen

Deze tabel wordt ingevuld als het ratingbureau schulduitgiften/financiële instrumenten beoordeelt. Het ratingbureau vermeldt alle uitgiftetypen of programma’s voor schulduitgifte (zoals note, medium-term note, obligaties en commercial paper). De tabel telt één lijn voor elk dergelijk programma of uitgiftetype.


Nr.

Veldnaam

Beschrijving

Type

Norm

Toepassingsgebied

1

Issue/program type identifier

Unieke identificatiecode voor elke uitgifte/elk programma die wordt gebruikt om de uitgifteratings te classificeren.

Verplicht

Toepasselijk als het ratingbureau uitgiften van ondernemin-gen of overheden beoordeelt.

 

Technisch

2

Issue/program type name

Naam van de uitgifte/het programma.

Verplicht

 

Technisch

3

Issue/program type description

Beschrijving van het uitgifte-/programmatype.

Verplicht

 

Technisch


Tabel 5

Lijst van hoofdanalisten

Deze tabel bevat alle hoofdanalisten die in de Unie werkzaam zijn. Indien een hoofdanalist gedurende verschillende perioden als hoofdanalist heeft gewerkt (niet onafgebroken), dan wordt deze hoofdanalist verschillende keren in de tabel opgenomen: eenmaal voor elke periode waarin hij als hoofdanalist was aangesteld. De start- en einddatum van de aanstellingsperioden van één en dezelfde hoofdanalist mogen elkaar niet overlappen. De tabel telt één lijn per hoofdanalist en per aanstellingsperiode.


Nr.

Veldnaam

Beschrijving

Type

Norm

Toepassings-gebied

1

Lead analyst internal identifier

Interne unieke identificatiegegevens van het personeelslid dat door het ratingbureau als analist is aangesteld.

Verplicht

 

Alleen toezicht

2

Lead analyst name

Volledige naam van de hoofdanalist.

Verplicht

 

Alleen toezicht

3

Lead analyst start date

Datum waarop het personeelslid als hoofdanalist is beginnen te werken.

Verplicht

Datumformaat volgens ISO 8601 (jjjj-mm-dd)

Alleen toezicht

4

Lead analyst end date

Datum waarop het personeelslid is gestopt met werken als hoofdanalist. Indien het personeelslid momenteel nog altijd als hoofdanalist werkt, wordt de datum als volgt vermeld: 9999-01-01.

Verplicht

Datumformaat volgens ISO 8601 (jjjj-mm-dd) of 9999-01-01

Alleen toezicht


Tabel 6

Ratingschaal

Deze tabel bevat de beschrijving van alle ratingschalen die de ratingbureaus gebruiken om de ratings af te geven die overeenkomstig deze verordening moeten worden gerapporteerd. Voor elke ratingschaal vullen ratingbureaus één lijn in. Voor elke gerapporteerde ratingschaal kan informatie over een of meer ratingcategorieën worden verstrekt in de subtabel „Categorieën” en over een of meer gradaties in de subtabel „Gradaties”.


Nr.

Veldnaam

Beschrijving

Type

Norm

Toepassings-gebied

1

Rating scale identifier

Hiermee wordt een specifieke ratingschaal van het ratingbureau op unieke wijze geïdentificeerd.

Verplicht

 

Technisch

2

Rating scale validity start date

Datum waarop de geldigheid van de ratingschaal ingaat.

Verplicht

Datumformaat volgens ISO 8601 (jjjj-mm-dd)

Openbaar

3

Rating scale validity end date

Laatste datum waarop een ratingschaal geldig is. Bij ratingschalen die momenteel nog geldig zijn, wordt de datum als volgt vermeld: 9999-01-01.

Verplicht

Datumformaat volgens ISO 8601 (jjjj-mm-dd) of 9999-01-01

Openbaar

4

Description of the rating scale

Beschrijving van het type ratings dat in de schaal is opgenomen, in voorkomend geval met vermelding van de geografische reikwijdte.

Verplicht

 

Openbaar

5

Time horizon

Geeft de toepasselijkheid van de ratingschaal aan op basis van de tijdshorizon.

Verplicht

„L” — indien de ratingschaal op langetermijnratings van toepassing is

„S” — indien de ratingschaal op kortetermijnratings van toepassing is

Openbaar

6

Rating type

Geeft de toepasselijkheid van de ratingschaal aan op basis van het ratingtype.

Verplicht

„C” — indien de ratingschaal op ratings van ondernemingen van toepassing is

„S” — indien de ratingschaal op ratings van overheden en overheids-financieringen van toepassing is

„T” — indien de ratingschaal op ratings van gestructureerde financieringen van toepassing is

„O” — indien de ratingschaal op andere financiële instrumenten van toepassing is

Openbaar

7

Rating scale scope

Geeft aan of de ratingschaal wordt gebruikt om voorlopige ratings, definitieve ratings of beide af te geven.

Verplicht

„PR” — de ratingschaal wordt uitsluitend gebruikt om voorlopige ratings af te geven

„FR” — de ratingschaal wordt uitsluitend gebruikt om definitieve ratings af te geven

„BT” — de ratingschaal wordt gebruikt om voorlopige en definitieve ratings af te geven

Openbaar

8

Rating scale used for CEREP

Geeft aan of de ESMA de rating voor statistiekberekeningen van de centrale databank (CEREP, central repository) zal gebruiken.

Per periode mag slechts één ratingschaal per combinatie van ratingtype en tijdshorizon worden gebruikt.

Verplicht

„Y” — Ja

„N” — Neen

Technisch

9

Categorieën

Rating category value

Rangorde van de ratingcategorie in de ratingschaal (waarbij 1 overeenkomt met de categorie met de hoogste kredietwaardigheid).

Verplicht

Het rangtelwoord is een geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 20. De ratingcategoriewaarden worden op volgorde vermeld. Voor elke rating bestaat er ten minste één ratingcategorie.

Openbaar

10

Rating category label

Identificeert een specifieke ratingcategorie in de ratingschaal.

Verplicht

 

Openbaar

11

Rating category description

Definitie van de ratingcategorie in de ratingschaal.

Verplicht

 

Openbaar

12

Gradaties

Notch value

Rangorde van de gradatie in de ratingschaal (waarbij 1 overeenkomt met de gradatie met de hoogste kredietwaardigheid).

Verplicht

De gradatiewaarde is een geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. De waarden worden op volgorde vermeld. Voor elke rating bestaat er ten minste één ratinggradatie.

Openbaar

13

Notch label

Identificeert een specifieke gradatie binnen de ratingschaal. Gradaties zorgen voor een grotere mate van detail in de ratingcategorie.

Verplicht

 

Openbaar

14

Notch description

Beschrijving van de gradatie in de ratingschaal.

Verplicht

 

Openbaar

DEEL 2

LIJST VAN VELDEN VOOR HET BESTAND MET RATINGGEGEVENS

Tabel 1

Gegevens die de beoordeelde entiteit/het beoordeelde instrument beschrijven

Deze tabel identificeert en beschrijft alle ratings die het ratingbureau afgeeft en die in het kader van deze verordening moeten worden gerapporteerd. Deze tabel telt één lijn per rating die moet worden gerapporteerd. In voorkomend geval kunnen per ratinglijn een of meer „initiators” worden ingevuld.


Nr.

Veldnaam

Beschrijving

Type

Norm

Toepassings-gebied

1

CRA identifier

Code die wordt gebruikt om het rapporterende ratingbureau te identificeren. Wordt door de ESMA toegekend bij registratie of certificering.

Verplicht

 

Technisch

2

Reporting CRA LEI

LEI-code van het ratingbureau dat het bestand verzendt.

Verplicht

ISO 17442

Openbaar

3

Responsible CRA LEI

LEI-code van het ratingbureau dat voor de rating verantwoordelijk is, inzonderheid in geval van:

een in de Unie afgegeven rating, het geregistreerde ratingbureau dat de rating heeft afgegeven,

een bekrachtigde rating, het geregistreerde ratingbureau dat de rating heeft bekrachtigd,

een door een gecertificeerd ratingbureau afgegeven rating, het gecertificeerde ratingbureau,

een rating die in een derde land is afgegeven, maar niet door een geregistreerd ratingbureau is bekrachtigd, het ratingbureau van het derde land dat de rating heeft afgegeven.

Verplicht

ISO 17442

Openbaar

4

Issuer CRA LEI

LEI-code van het ratingbureau dat de rating heeft afgegeven, inzonderheid in geval van:

een in de Unie afgegeven rating, het geregistreerde ratingbureau,

een bekrachtigde rating, het ratingbureau van het derde land dat de bekrachtigde rating heeft afgegeven,

een door een gecertificeerd ratingbureau afgegeven rating, de gecertificeerde entiteit,

een rating die in een derde land is afgegeven, maar niet door een geregistreerd ratingbureau is bekrachtigd, het ratingbureau van het derde land dat de rating heeft afgegeven.

Verplicht

ISO 17442

Openbaar

5

Rating identifier

Unieke identificatiecode van de rating. Deze blijft ongewijzigd in de tijd. De identificatiecode van de rating moet uniek zijn in alle verslagen die aan de ESMA worden toegezonden.

Verplicht

 

Technisch

6

Rating type

Geeft aan of het om een rating van een onderneming, van een overheid of overheidsfinancieringen, van een gestructureerde financiering of van een ander financieel instrument gaat. Deze blijft ongewijzigd in de tijd.

Verplicht

„C” — wanneer het om een rating van een onderneming gaat

„S” — wanneer het om een rating van een overheid gaat

„T” — wanneer het om een rating van gestructureerde financieringen gaat

„O” — wanneer het om een rating van andere financiële instrumenten gaat

Openbaar

7

Other rating type

Beschrijft het soort beoordeeld financieel instrument dat onder ratingtype „O” is vermeld.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „O”.

 

Alleen toezicht

8

Rated object

Geeft aan of de rating betrekking heeft op een entiteit/een uitgevende instelling van schuldinstrumenten of een schulduitgifte van een beoordeelde entiteit/een financieel instrument.

Verplicht

„ISR” — de rating heeft betrekking op een entiteit of een uitgevende instelling van schuldinstrumenten

„INT” — de rating heeft betrekking op een schulduitgifte/financieel instrument

Openbaar

9

Time horizon

Duidt aan of het een langtermijn- of kortetermijnrating betreft. Deze blijft ongewijzigd in de tijd.

Verplicht

„L” — wanneer het een langetermijnrating betreft,

„S” — wanneer het een kortetermijnrating betreft.

Openbaar

10

Country

Landencode van de beoordeelde entiteit/het beoordeelde instrument.

Verplicht

ISO 3166-1

Om de categorie „internationaal” aan te duiden, wordt de code „ZZ” gebruikt.

Openbaar

11

Currency

Geeft aan of de rating in nationale of vreemde valuta wordt uitgedrukt.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „C” of „S”

„LC” — voor een rating in nationale valuta,

„FC” — voor een rating in vreemde valuta.

Openbaar

12

Legal entity/issuer LEI

LEI-code van de rechtspersoon/uitgevende instelling. Deze blijft ongewijzigd in de tijd.

Verplicht

Alleen toepasselijk als de beoordeelde entiteit voor een LEI-code in aanmerking komt.

ISO 17442

Openbaar

13

Legal entity/issuer national fiscal code

Unieke nationale fiscale code van de beoordeelde entiteit. Deze blijft ongewijzigd in de tijd.

Facultatief.

Wanneer van toepassing.

 

Openbaar

14

Legal entity/issuer Value Added Tax (VAT) code

Uniek nationaal btw-nummer van de beoordeelde entiteit. Dit blijft ongewijzigd in de tijd.

Facultatief.

Wanneer van toepassing.

 

Openbaar

15

Legal entity/issuer Bank Identifier Code (BIC) code

Unieke BIC-code van de beoordeelde entiteit. Deze blijft ongewijzigd in de tijd.

Facultatief.

Alleen van toepassing voor entiteiten die financiële instellingen vertegen-woordigen („Industry” = „FI” of „IN”).

ISO 9362

Openbaar

16

Legal entity/issuer internal identifier

Unieke interne identificatiecode van de uitgevende instelling. Deze blijft ongewijzigd in de tijd.

Verplicht

 

Alleen toezicht

17

Legal entity/issuer name

Bevat een passende, begrijpelijke verwijzing naar de wettelijke benaming van de juridische entiteit/uitgevende instelling.

Verplicht

 

Openbaar

18

Parent legal entity/Issuer LEI

LEI-code van de moederonderneming. Alleen in te vullen als de beoordeelde uitgevende instelling een dochteronderneming van een andere beoordeelde entiteit is. Deze blijft ongewijzigd in de tijd.

Verplicht

Toepasselijk als de beoordeelde entiteit/uitgevende instelling een dochteronder-neming van een andere beoordeelde entiteit is.

ISO 17442

Openbaar

19

Parent legal entity/issuer internal identifier

Unieke interne identificatiecode van de moederonderneming/uitgevende instelling. Deze blijft ongewijzigd in de tijd.

Verplicht

Toepasselijk als de beoordeelde entiteit een dochteronder-neming van een andere beoordeelde entiteit is.

 

Alleen toezicht

20

Sub-sovereign Nomenclature of Territorial Units for Statistics (NUTS) code

Identificatiecode van de stad/regio van de beoordeelde gemeente/lagere overheid.

Verplicht

Alleen toepasselijk als „Country” een EU-lid is en „Rating type” = „S” en „Sector” = „SM”

Eurostat-nomenclatuur: NUTS 1 tot en met 3

Openbaar

21

ISIN

International Securities Identifying Number (ISIN) van het beoordeelde instrument. Deze blijft ongewijzigd in de tijd.

Verplicht

Toepasselijk als „Rated object” = „INT” en als aan de beoordeelde instrumenten een ISIN-code is toegewezen.

ISO 6166

Openbaar

22

Instrument unique identifier

Een combinatie van instrumentkenmerken die het instrument op unieke wijze identificeert.

Facultatief.

ESMA-norm

Alleen toezicht

23

Instrument internal identifier

Unieke code ter identificatie van het financiële instrument dat wordt beoordeeld. Deze blijft ongewijzigd in de tijd.

Verplicht

Toepasselijk als „Rated object” = „INT”.

 

Alleen toezicht

24

Issue/program type

Geeft het uitgifte-/programmatype van de rating aan.

Facultatief.

Toepasselijk als „Rating type” = „C” of „S” en „Rated object” = „INT”.

Geldige „Issue/program type identifier”, eerder ingevuld bij „Issue/program type list”.

Openbaar

25

Issuer rating type

Geeft het ratingtype van de uitgevende instelling aan.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „C” en „Rated object” = „ISR”.

Geldige „Issuer rating type identifier”, eerder ingevuld bij „Issuer rating type list”.

Openbaar

26

Debt category

Geeft de schuldklasse voor de beoordeelde uitgiften of schuldinstrumenten aan.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „C” of „S” en „Rated object” = „ISR” en „Issuer rating type” = „DT” of „Rated object” = „INT”.

Geldige „Rated debt classification identifier”, eerder ingevuld bij „Debt categories list”.

Openbaar

27

Issuance Date

Geeft de uitgiftedatum van het beoordeelde instrument of de beoordeelde schulduitgifte aan. Deze blijft ongewijzigd in de tijd.

Verplicht

Toepasselijk als „Rated object” = „INT”.

Datumformaat volgens ISO 8601: (jjjj-mm-dd)

Alleen toezicht

28

Maturity Date

Geeft de vervaldatum van het beoordeelde instrument of de beoordeelde schulduitgifte aan.

Verplicht

Toepasselijk als „Rated object” = „INT”.

Indien zonder vervaldatum: 9999-01-01.

Datumformaat volgens ISO 8601: (jjjj-mm-dd) of 9999-01-01

Alleen toezicht

29

Outstanding issue volume

De omvang van de uitstaande uitgifte bij de eerste afgifte van de rating. Het bedrag wordt gerapporteerd in de valuta van de uitgifte die is vermeld in „Outstanding issue volume currency code”.

Verplicht

Toepasselijk als „Rated object” = „INT”.

 

Alleen toezicht

30

Outstanding issue volume currency code

De code van de valuta van de beoordeelde uitgifte.

Verplicht

Toepasselijk als „Rated object” = „INT”.

ISO 4217

Alleen toezicht

31

Industry

Classificatie van de beoordeelde entiteit of schulduitgiften die onder het ratingtype „corporate” zijn gerapporteerd, in financiële, verzekerings- en niet-financiële ondernemingen.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „C”.

„FI” — voor een rating van een financiële instelling, met inbegrip van banken, makelaars en handelaren,

„IN” — voor een rating van een verzekerings-onderneming,

„CO” — voor een rating van een onderneming die niet als een „FI” of „IN” wordt beschouwd.

Openbaar

32

Sector

Specificeert subcategorieën voor ratings van overheden en overheidsfinancieringen.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „S”.

„SV” — voor een overheidsrating

„SM” — voor een rating van een regionale of lokale overheid

„IF” — voor een rating van een internationale financiële instelling,

„SO” — voor een rating van een supranationale organisatie die niet als „IF” wordt beschouwd,

„PE” — voor een rating van een overheidsentiteit.

Openbaar

33

Asset class

Definieert de belangrijkste activaklassen voor ratings van gestructureerde financieringen.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „T”.

„ABS” — voor een rating van een door activa gedekt effect

„RMBS” — voor een rating van een door woninghypotheken gedekt effect

„CMBS” — voor een rating van een door bedrijfshypotheken gedekt effect

„CDO” — voor een rating van een „collateralised debt obligation”

„ABCP” — voor een rating van door activa gedekt commercial paper

„OTH” — in alle andere gevallen

Openbaar

34

Sub-asset

Definieert de subactivaklassen voor ratings van gestructureerde financieringen.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „T”.

„CCS” — bij ABS: door creditcard-vorderingen gedekte effecten

„ALB” — bij ABS: door autoleningen gedekte effecten

„CNS” — bij ABS: door consumenten-leningen gedekte effecten

„SME” — bij ABS: door leningen aan kleine en middelgrote ondernemingen gedekte effecten

„LES” — bij ABS: door leases aan particulieren of ondernemingen gedekte effecten

„HEL” — bij RMBS: leningen op de overwaarde van een woning

„PRR” — bij RMBS: eersterangs RMBS „NPR” — bij RMBS: niet-eersterangs RMBS

„CFH” — bij CDO: een kasstroom en hybride CDO’s/CLO’s

„SDO” — bij CDO: synthetische CDO’s/CLO’s

„MVO” — bij CDO: CDO’s tegen marktwaarde

„SIV” — bij OTH: gestructureerde beleggingsvehikels

„ILS” — bij OTH: aan verzekeringen gekoppelde effecten

„DPC” — bij OTH: derivatenbedrijven

„SCB” — bij OTH: gestructureerde gedekte obligaties

„OTH” — in alle andere gevallen.

Openbaar

35

Other sub-asset class

Geeft de andere categorie van activa- of subactivaklassen aan.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating-type” = „T” en „Sub-asset” = „OTH”.

 

Alleen toezicht

36

Corporate issues classifications

Classificatie van gedekte obligaties.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „C” en „Rated object” = „INT”.

„BND” — obligaties

„CBR” — in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad bedoelde gedekte obligaties die voldoen aan de vereisten van artikel 129 van Verordening (EU) nr. 575/2013

„OCB” — andere soorten gedekte obligaties waarvoor het ratingbureau specifieke methodologieën, modellen en belangrijke aan rating ten grondslag liggende aannamen voor gedekte obligaties heeft gebruikt om de rating af te geven en die niet in artikel 5, lid 2, onder b), van deze verordening zijn opgenomen

„OTH” — andere soorten uitgiften van ondernemingen die niet in artikel 5, lid 2, onder a), b) en c), van deze verordening zijn opgenomen

Openbaar

37

Other corporate issues

Beschrijft het soort uitgifte dat in de categorie „OTH” van de uitgiften van ondernemingen is gerapporteerd.

Verplicht

Toepasselijk als „Corporate issues classifications” = „OTH”.

 

Alleen toezicht

38

Tranche class

Klasse van de tranche.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „T”.

 

Openbaar

39

Series No/Program Id

Als de uitgifte deel uitmaakt van een reeks van meerdere uitgiften in het kader van hetzelfde programma, wordt het specifieke serienummer van de uitgifte vermeld. Indien dit voorhanden is, kan het ProgramID worden toegevoegd ter aanvulling van het veld „Program/Deal/Issuance Name”.

Facultatief.

Toepasselijk als „Rating type” = „T” of „Rating type” = „C” en „Rated object” = „INT”.

 

Openbaar

40

Program/Deal/Issuance Name

Geeft de naam van het programma/de deal/de uitgifte aan die in de uitgiftedocumenten voor het grote publiek wordt gebruikt.

Facultatief.

Toepasselijk als „Rated ob-ject” = „INT”.

 

Openbaar

41

Initiators

Originator internal identifier

Unieke interne code die het ratingbureau aan de initiator heeft toegekend.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „T”.

Bij meerdere initiators die niet apart kunnen worden geïdentifi-ceerd, wordt „MULTIPLE” ingevuld.

 

Alleen toezicht

42

Originator LEI

LEI-code van de initiator.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „T” en „Originator Internal Identifier” ≠ „MULTIPLE”.

ISO 17442

Alleen toezicht

43

Originator BIC code

Unieke BIC-code van de initiator.

Facultatief.

Toepasselijk als „Rating type” = „T” en „Originator Internal Identifier” ≠ „MULTIPLE”.

ISO 9362

Alleen toezicht

44

Originator name

Bevat een passende, begrijpelijke verwijzing naar de wettelijke benaming van de initiator (of de moederonderneming van de uitgevende instelling).

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „T” en „Originator Internal Identifier” ≠ „MULTIPLE”.

 

Alleen toezicht

45

Preceding preliminary rating

Geeft voor alle nieuwe ratings aan of het ratingbureau voorafgaand aan de definitieve rating een voorlopige rating of een initiële beoordeling heeft afgegeven.

Verplicht

Toepasselijk als „Action type” = „NEW” in tabel 2 van deel 2

„Y” — Ja

„N” — Neen

Alleen toezicht

46

Preceding preliminary rating identifier

Bevat de ratingidentificatiecode van de eerder afgegeven voorlopige rating of initiële beoordeling. De identificatiecode van de eerder afgegeven voorlopige rating komt overeen met een eerder gerapporteerde ratingidentificatiecode van een voorlopige rating.

Verplicht

Toepasselijk als „Preceding preliminary rating” = „Y”

 

Alleen toezicht

47

Complexity indicator

Geeft de aan een rating van een gestructureerde financiering toegekende graad van complexiteit aan, rekening houdend met factoren zoals het aantal initiators, tegenpartijen en landen, de noodzaak om nieuwe methodologieën of nieuwe innovatieve kenmerken te ontwikkelen, kredietverbeteringen, onderliggende documentatie, complexe zekerheden, verschillende of nieuwe jurisdicties en/of het bestaan van derivatenbedrijven, naast andere factoren die het ratingbureau relevant kan achten bij de beoordeling van de complexiteit van een ratingdienst.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „T”.

„S” — standaardcomplexiteit

„C” — extra complexiteit

Alleen toezicht

48

Structured finance transaction type

Geeft aan of het instrument naar een geïsoleerde transactie of een Master Trust verwijst.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „T”.

„S” — geïsoleerde transactie

„M” — Master-Trust-transactie

Alleen toezicht

49

Type of rating for ERP

Geeft de ratings aan die binnen het toepassingsgebied van het ERP vallen, op basis van de vereisten van artikel 11 bis van Verordening (EG) nr. 1060/2009.

Verplicht

„NXI” — de rating wordt niet uitsluitend tegen een vergoeding opgesteld voor en medegedeeld aan beleggers

„EXI” — de rating wordt uitsluitend tegen een vergoeding opgesteld voor en meegedeeld aan beleggers

Technisch

50

Relevant for CEREP statistics calculation

Geeft aan of de rating voor statistiekberekeningen van de CEREP zal worden gebruikt.

Verplicht

„Y” — Ja

„N” — Neen

Technisch


Tabel 2

Gegevens over individuele ratingacties

Deze tabel bevat alle ratingacties met betrekking tot de in tabel 1 gerapporteerde ratings. Als de persberichten of onderzoeksverslagen over overheidsratings in meerdere talen worden uitgebracht, kunnen voor dezelfde ratingactie meerdere versies van de persberichten of de onderzoeksverslagen van overheidsratings worden vermeld.


Nr.

Veldnaam

Beschrijving

Type

Norm

Toepassings-gebied

1

Rating Action identifier

Unieke identificatiecode van de ratingactie. Deze code is uniek voor elke gerapporteerde rating.

Verplicht

 

Technisch

2

Rating identifier

Unieke identificatiecode van de rating.

Verplicht

Moet gelijk zijn aan een geldige ratingidentificatie-code zoals vermeld in tabel 1 van deel 2

Technisch

3

Action validity date and time

Datum en uur van geldigheid van de actie. Deze vallen samen met de gecoördineerde universele tijd (UTC) van publicatie van de actie of verspreiding per abonnement.

Verplicht

Datum- en tijdformaat volgens ISO 8601: jjjj-mm-dd (uu:mm:ss)

Openbaar

4

Action communication date and time

Datum en uur waarop de actie aan de beoordeelde entiteit wordt medegedeeld.

Deze worden uitgedrukt in de gecoördineerde universele tijd (UTC). Alleen te vermelden bij in de Unie afgegeven ratings.

Verplicht

Toepasselijk als „Location of the rating issuance” = „I”.

Datum- en tijdformaat volgens ISO 8601: jjjj-mm-dd (uu:mm:ss)

Alleen toezicht

5

Action decision date

Geeft aan op welke datum tot de actie is besloten.

Het gaat om de datum van de voorlopige goedkeuring (bv. door het ratingcomité) van de actie wanneer deze vervolgens aan de beoordeelde entiteit wordt medegedeeld vóór de definitieve goedkeuring.

Alleen te vermelden bij in de Unie afgegeven ratings.

Verplicht

Toepasselijk als „Location of the rating issuance” = „I”.

Datumformaat volgens ISO 8601: (jjjj-mm-dd)

Alleen toezicht

6

Action type

Geeft aan welke actie door het ratingbureau wordt ondernomen met betrekking tot een specifieke rating.

Verplicht

„OR” — bij een geldende rating (alleen bij de eerste rapportage)

„PR” — bij een voorlopige rating

„NW” — wanneer de rating voor de eerste maal wordt afgegeven

„UP” — wanneer de rating wordt geüpgraded

„DG” — wanneer de rating wordt gedowngraded

„AF” — wanneer de rating wordt bevestigd

„DF” — wanneer aan een beoordeelde uitgevende instelling of een beoordeeld instrument de wanbetalingstatus wordt toegekend of wanneer deze status wordt opgeheven en de wanbetaling niet aan een andere ratingactie is gekoppeld

„SP” — wanneer de rating is opgeschort

„WD” — wanneer de rating wordt ingetrokken

„OT” — wanneer aan de rating de „outlook/trend”-status wordt toegekend of wanneer deze status wordt opgeheven,

„WR” — wanneer aan de rating de „watch”- of „review”-status wordt toegekend of wanneer deze status wordt opgeheven

Openbaar

7

Outlook/Watch/Default status

Wanneer aan de rating een „outlook”-/„watch”-/„suspension”-/wanbetalingstatus wordt toegekend of wanneer deze status behouden blijft of wordt opgeheven.

Verplicht

Toepasselijk als „Action type” = „OT”,”WR”, „DF”, „SP” of „OR”.

„P” — status wordt toegekend

„M” — status blijft behouden

„R” — status wordt opgeheven

Openbaar

8

Outlook

Geeft het vooruitzicht/de trend aan die door het ratingbureau aan een rating wordt toegekend op basis van zijn toepasselijk beleid.

Verplicht

Toepasselijk als „Action type” = „OT” en „OR”.

„POS” — bij een positief vooruitzicht

„NEG” — bij een negatief vooruitzicht

„EVO” — bij een evoluerend of zich ontwikkelend vooruitzicht

„STA” — bij een stabiel vooruitzicht

Openbaar

9

Watch/Review

Geeft aan of het ratingbureau aan een rating de „watch”- of „review”-status toekent op basis van zijn toepasselijk beleid.

Verplicht

Toepasselijk als „Action type” = „WR” en „OR”.

„POW” — bij een positieve watch/review

„NEW” — bij een negatieve watch/review

„EVW” — bij een evoluerende of zich ontwikkelende watch/review

„UNW” — bij een watch/review die een onzekere richting uitgaat

Openbaar

10

Watch/Review determinant

Geeft aan om welke reden een rating de „watch”- of „review-” status krijgt. Alleen te vermelden bij in de Unie afgegeven ratings.

Verplicht

Toepasselijk als „Action type” = „WR” en „OR” en „Location of the rating issuance” = „I”.

„1” — wanneer de „watch”- of „review-” status te wijten is aan veranderingen in methodologieën, modellen of belangrijke aannamen die aan ratings ten grondslag liggen

„2” — wanneer de „watch”- of „review-” status te wijten is aan economische, financiële of kredietredenen

„3” — wanneer de „watch”- of „review-” status te wijten is aan andere redenen (bv. vertrek van analisten, bestaan van belangenconflicten)

Openbaar

11

Withdrawal reason

Geeft aan om welke reden een rating is ingetrokken.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „WD”.

„1” — in geval van incorrecte of onvoldoende informatie over de uitgevende instelling/uitgifte

„2” — in geval van insolventie van de beoordeelde entiteit of schuld-herschikking

„3” — in geval van reorganisatie van de beoordeelde entiteit (met inbegrip van de fusie of overname van de beoordeelde entiteit)

„4” — in geval van het einde van de looptijd van de schuld-verplichting, of ingeval de schuld wordt afgelost, opgeëist, voorgefinancierd, kwijtgescholden

„5” — in geval van automatische ongeldigheid van de rating wegens het bedrijfsmodel van een ratingbureau (zoals verval van ratings die geldig zijn voor een vooraf bepaalde periode)

„6” — in geval van intrekking van de rating om andere redenen

„7” — ingeval de rating wordt beïnvloed door één van de punten vermeld in bijlage I, afdeling B, punt 3, van Verordening (EG) nr. 1060/2009

„8” — op verzoek van de klant

Openbaar

12

Other withdrawal reason

Wanneer de rating om een andere dan de hierboven vermelde redenen is ingetrokken, gelieve de reden te vermelden.

Verplicht

Toepasselijk als „Withdrawal reason” = 6.

 

Alleen toezicht

13

Default flag

Wanneer aan de beoordeelde entiteit of het financiële instrument de wanbetalingstatus wordt toegekend of wanneer deze status wordt opgeheven ten gevolge van een andere ratingactie (bv. upgrade, downgrade).

Verplicht

Toepasselijk als „Action type” = „AF”,”DG”, „UP” of „OR”.

„Y” — Ja

„N” — Neen

Openbaar

14

Suspension reason

Reden van de opschorting.

Verplicht

Toepasselij

 

k als „Action type” = „SP”

15

Rating scale identifier

Geeft aan welke ratingschaal voor de ratingactie is gebruikt.

Verplicht

Toepasselijk als „Action type” = „NW” of „UP” of „AF” of „DG” of „PR” of „OR”.

Geldige „Rating scale identifier”, eerder ingevuld in de tabel „Rating scale”.

Openbaar

16

Rating value

Gradatiewaarde die het ratingbureau toekent als gevolg van de ratingactie.

Verplicht

Toepasselijk als „Action type” = „NW” of „UP” of „AF” of „DG” of „PR” of „OR”.

Geldige „Notch value”, eerder ingevuld in de tabel „Rating scale”.

Openbaar

17

Location of the rating issuance

Geeft aan op welke plaats de ratings zijn afgegeven: ratings die door een geregistreerd ratingbureau in de Unie zijn afgegeven, ratings die zijn afgegeven door een ratingbureau uit een derde land dat tot dezelfde groep ratingbureaus behoort en die in de Unie zijn bekrachtigd, ratings die zijn afgegeven door gecertificeerde ratingbureaus of ratings die zijn afgegeven door een ratingbureau uit een derde land dat tot dezelfde groep ratingbureaus behoort, maar die niet in de Unie zijn bekrachtigd.

Verplicht

„I” — afgegeven in de Unie

„E” — bekrachtigd

„T” — afgegeven in een derde land door een gecertificeerd ratingbureau

„O” — andere (niet-bekrachtigd)

„N” — niet beschikbaar (alleen geldig vóór 1 januari 2011).

Openbaar

18

Lead analyst identifier

Unieke identificatiecode van de hoofdanalist die voor de rating verantwoordelijk is. Alleen te vermelden bij in de Unie afgegeven ratings.

Verplicht

Toepasselijk als „Location of the rating issuance” = „I”.

Geldige „Lead analyst internal identifier”, eerder ingevuld in de „Lead analysts list”.

Alleen toezicht

19

Country of the lead analyst

Geeft het land aan van het kantoor waar de hoofdanalist die voor de rating verantwoordelijk is, op het tijdstip van afgifte van de rating werkte.

Verplicht

Toepasselijk als „Location of the rating issuance” = „I”.

ISO 3166-1

Alleen toezicht

20

Solicitation status

Geeft aan of de rating van de beoordeelde entiteit/het beoordeelde instrument gevraagd dan wel ongevraagd is.

Verplicht

„S” — in geval van een gevraagde rating,

„U” — in geval van een ongevraagde rating zonder deelname,

„P” — in geval van een ongevraagde rating met deelname.

Openbaar

21

Persbericht

Press release

Geeft aan of de ratingactie van een persbericht vergezeld ging.

Verplicht

Toepasselijk als „Type of rating for ERP” = „NXI”.

„Y” — Ja

„N” — Neen

Openbaar

22

Press release language

Geeft aan in welke taal het persbericht is uitgebracht.

Verplicht

Toepasselijk als „Press release” = „Y”.

ISO 639-1

Openbaar

23

Press release file name

Geeft de bestandsnaam aan waaronder het persbericht is gerapporteerd.

Verplicht

Toepasselijk als „Press release” = „Y”.

ESMA-norm

Openbaar

24

Link to press release

Ingeval de ratingactie van hetzelfde persbericht vergezeld gaat als een andere ratingactie, wordt de „Action identifier” vermeld van de actie waarvoor het gemeenschappelijke persbericht het eerst is ingediend.

Verplicht

Toepasselijk als pers-berichten op meer dan één ratingactie betrekking hebben.

Geldige „Action identifier”

Technisch

25

Onderzoeksverslag

Research report

Geeft aan of de ratingactie van een onderzoeksverslag vergezeld ging. Alleen toepasselijk voor overheidsratings in de volgende sectoren: „SV”, „SM” of „IF”.

Verplicht

Toepasselijk als „Rating type” = „S” en „Sector” = „SV” of „SM” of „IF”.

„Y” — Ja

„N” — Neen

Openbaar

26

Research report language

Geeft aan in welke taal het onderzoeksverslag is uitgebracht.

Verplicht

Toepasselijk als „Sovereign Research Report” = „Y”.

ISO 639-1

Openbaar

27

Research report file name

Geeft de bestandsnaam aan waaronder het onderzoeksverslag is gerapporteerd.

Verplicht

Toepasselijk als „Sovereign Research Report” = „Y”.

ESMA-norm

Openbaar

28

Link to research report

Ingeval de ratingactie van hetzelfde onderzoeksverslag vergezeld gaat als een andere ratingactie, wordt de „Action identifier” vermeld van de actie waarvoor het gemeenschappelijke onderzoeksverslag het eerst is ingediend.

Facultatief.

Geldige „Action identifier”

Technisch


BIJLAGE II

Concordantietabel

Deze verordening

Verordening (EU) nr. 446/2012

Verordening (EU) nr. 448/2012

Artikel 1, lid 1

 

Artikel 3, lid 1

Artikel 1, lid 2

Artikel 2, lid 1

Artikel 2, lid 2

Artikel 1, lid 3

Artikel 2, lid 6

 

Artikel 1, lid 4

Artikel 2, lid 2

Artikel 2, lid 3

Artikel 1, lid 5

 

Artikel 3, lid 3

Artikel 1, lid 6

 

Artikel 3, lid 2

Artikel 2, lid 1

 

Artikel 8, lid 2

Artikel 2, lid 2

 

Artikel 8, lid 3

Artikel 3

Artikel 4, lid 1

Artikel 3, lid 5

Artikel 4

Artikel 4, lid 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 4, lid 2

Artikel 5

Artikel 6

 

Artikel 6

Artikel 7

 

 

Artikel 8

 

 

Artikel 9, lid 1

Artikel 3, lid 2

 

Artikel 9, lid 2

Artikel 2, lid 3

 

Artikel 9, lid 3

Artikel 2, lid 4

 

Artikel 9, lid 4

Artikel 2, lid 5

 

Artikel 9, lid 5

Artikel 3, lid 3

 

Artikel 10

 

 

Artikel 11, leden 1, 2 en 3

 

 

Artikel 11, lid 4

 

Artikel 3, lid 4

Artikel 12

Artikel 3, leden 1 en 4

Artikel 2, lid 1, artikel 7 en artikel 8, lid 1

Artikel 13

Artikel 5

Artikel 9, artikel 10, artikel 11, artikel 12 en artikel 13

Artikel 14

 

 

Artikel 15

Artikel 6

Artikel 14


Top