EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32015O0012

Richtsnoer (EU) 2015/856 van de Europese Centrale Bank van 12 maart 2015 houdende vaststelling van de beginselen van een Ethisch Kader voor het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (ECB/2015/12)

OJ L 135, 2.6.2015, p. 29–34 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/guideline/2015/856/oj

2.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 135/29


RICHTSNOER (EU) 2015/856 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 12 maart 2015

houdende vaststelling van de beginselen van een Ethisch Kader voor het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (ECB/2015/12)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (1) (hierna de „GTM-Verordening”), met name artikel 6, lid 1 in samenhang met artikel 6, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Centrale Bank (ECB) hecht het hoogste belang aan een corporate-governance-benadering die verantwoordingsplicht, transparantie en de hoogste ethische standaards tot de kern van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (GTM) rekent. Het naleven van deze beginselen is doorslaggevend voor de geloofwaardigheid van het GTM en essentieel om het vertrouwen van de Europese burgers te verzekeren.

(2)

Gezien deze achtergrond wordt het noodzakelijk geacht een Ethisch Kader voor het GTM in te voeren houdende ethische standaarden die, indien nageleefd, de geloofwaardigheid en reputatie van het GTM waarborgen, alsook het publieke vertrouwen in de integriteit en onpartijdigheid van de leden van organen en personeelsleden van de ECB en de nationale bevoegde autoriteiten (NBA's) van de lidstaten die deelnemen aan het GTM (hierna het „Ethisch Kader voor het GTM” genoemd). Het Ethisch Kader voor het GTM moet bestaan uit dit richtsnoer dat de beginselen vastlegt, een reeks van beste praktijken over de implementatiewijze van deze beginselen, en interne voorschriften en praktijken die de ECB en iedere NBA vaststellen.

(3)

Minimumnormen inzake het voorkomen van misbruik van voorwetenschap moeten de preventie van dat misbruik door leden van organen van de ECB of de NBA's, of hun personeelsleden, aanscherpen en uit financiële privétransacties voortvloeiende potentiële belangenconflicten uitsluiten. Te dien einde moet het Ethisch Kader voor het GTM de belangrijkste concepten duidelijk definiëren, alsook de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende betrokken organen. Bovendien moet het Ethisch Kader voor het GTM naast het algemene verbod op misbruik van voorwetenschap aanvullende beperkingen formuleren voor personen die toegang hebben tot voorwetenschap. Het Ethisch Kader voor het GTM moet tevens de vereisten vastleggen voor nalevingsmonitoring en de rapportage van gevallen van niet-naleving.

(4)

Het Ethisch Kader voor het GTM moet tevens minimumnormen omvatten aangaande het vermijden van belangenconflicten en het aanvaarden van geschenken en gastvrijheid.

(5)

Het Ethisch Kader voor het GTM moet van toepassing zijn op de uitvoering van de toezichttaken. Het is wenselijk dat de ECB en de NBA's equivalente normen toepassen op personeelsleden of externe agenten die andere taken uitvoeren.

(6)

De bepalingen van dit richtsnoer laten toepasselijke nationale wetgeving onverlet. Indien een NBA vanwege toepasselijke nationale wetgeving een bepaling van dit richtsnoer niet kan implementeren, moet zij de ECB daarvan in kennis stellen. Bovendien moet de betrokken NBA haar ter beschikking staande redelijke maatregelen overwegen om het obstakel uit hoofde van nationaal recht te ondervangen.

(7)

De bepalingen van dit richtsnoer laten de bepalingen van de Gedragscode voor de leden van de Raad van bestuur (2) en de Gedragscode voor de leden van de raad van toezicht onverlet (3).

(8)

Aangezien het Ethisch Kader voor het GTM is beperkt tot de uitvoering van toezichttaken heeft de Raad van bestuur een equivalent ethisch kader aangenomen voor de uitvoering van Eurosysteemtaken door de ECB en de nationale centrale banken (4),

HEEFT HET VOLGENDE RICHTSNOER VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Definities

In dit richtsnoer wordt verstaan onder:

1.   „nationale bevoegde autoriteit” (NBA): een bevoegde nationale autoriteit zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 2 van de GTM-verordening; Deze definitie doet geen afbreuk aan nationaalrechtelijke bepalingen waarbij bepaalde toezichthoudende taken zijn toegewezen aan een nationale centrale bank (NCB) die niet is aangemerkt als een NBA. Enige verwijzing naar een NBA in dit richtsnoer geldt in dit geval als toepasselijk op de NCB met betrekking tot de aan die NCB toegewezen taken op basis van nationaal recht;

2.   „voorwetenschap”: marktgevoelige informatie die verband houdt met uitvoering van aan de ECB opgedragen toezichttaken, welke informatie niet bekend is gemaakt noch toegankelijk is voor het publiek;

3.   „marktgevoelige informatie”: precieze informatie die, indien bekendgemaakt, waarschijnlijk een significant effect heeft op activaprijzen of prijzen op de financiële markten;

4.   „insider”: een lid van een orgaan of een personeelslid dat vaker dan incidenteel toegang tot voorwetenschap heeft;

5.   „personeelslid”: een persoon met een arbeidsverhouding met de ECB of een NBA, behalve zij die slechts taken uitoefenen die geen verband houden met toezichttakenuitvoering uit hoofde van de GTM-Verordening;

6.   „lid van organen”: leden van de besluitvormende organen en andere interne organen van de ECB of de NBA's, met uitzondering van personeelsleden;

7.   „financiële vennootschap”: heeft de betekenis als in hoofdstuk 2, paragraaf 2.55 van Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5);

8.   „belangenconflict”: een situatie waarin leden van organen of personeelsleden persoonlijke belangen hebben die de onpartijdige en objectieve uitvoering van hun werkzaamheden kunnen beïnvloeden of lijken te beïnvloeden;

9.   „persoonlijke belangen”: enig voordeel/potentieel voordeel van financiële of niet-financiële aard voor de leden van organen of personeelsleden, hun gezinsleden en hun andere familieleden of voor hun kring van vrienden en naaste kennissen;

10.   „voordeel”: een geschenk, gastvrijheid of ander voordeel van financiële of niet-financiële aard, die de financiële, juridische of persoonlijke situatie van de ontvanger objectief gezien verbetert en waarop de ontvanger anderszins geen recht heeft.

Artikel 2

Werkingssfeer

1.   Dit richtsnoer is van toepassing op de ECB en de NBA's bij de uitvoering van aan de ECB opgedragen toezichttaken. Dienaangaande zijn door de ECB en de NBA's ter uitvoering van de bepalingen van dit richtsnoer vastgestelde interne voorschriften van toepassing op de leden van hun organen en hun personeelsleden.

2.   Voor zover juridisch haalbaar beogen de ECB en de NBA's de in de implementatie van de bepalingen van dit richtsnoer vastgelegde verplichtingen eveneens van toepassing te verklaren op personen die betrokken zijn bij de uitvoering van toezichttaken, maar geen personeelsleden zijn.

3.   De bepalingen van dit richtsnoer laten de toepassing door de ECB en de NBA's van stringentere ethische voorschriften op leden van hun organen en personeelsleden onverlet.

Artikel 3

Rollen en verantwoordelijkheden

1.   Gezien haar verantwoordelijkheid voor het vaststellen van de corporate en ethische cultuur op GTM-niveau stelt de Raad van bestuur in dit richtsnoer de beginselen van het Ethisch Kader voor het GTM vast en legt beste praktijken vast inzake de tenuitvoerlegging van deze beginselen.

2.   Het Auditcomité, het Interne Auditcomité en het Comité Organisatorische Ontwikkeling worden betrokken bij de toepassing en de monitoring van het Ethisch Kader voor het GTM, zulks overeenkomstig hun respectieve mandaten.

3.   De ECB en de NBA's specificeren de rollen en verantwoordelijkheden van de organen, eenheden en personeelsleden die zijn betrokken bij de lokale tenuitvoerlegging, toepassing en monitoring van het Ethisch Kader voor het GTM.

Artikel 4

Communicatie en bewustwording

1.   De ECB en de NBA's formuleren duidelijke en transparante interne voorschriften tot uitvoering van dit richtsnoer, communiceren die aan de leden van hun organen en hun personeelsleden en verzekeren dat deze makkelijk toegankelijk zijn.

2.   De ECB en de NBA's nemen passende maatregelen opdat de leden van hun organen en hun personeelsleden zich bewust worden van hun verplichtingen uit hoofde van het Ethisch Kader voor het GTM, en deze begrijpen.

Artikel 5

Nalevingsmonitoring

1.   De ECB en de NBA's monitoren naleving van de voorschriften tot uitvoering van dit richtsnoer. Het monitoren omvat, al naar gelang, het uitvoeren van regelmatige en/of ad-hocnalevingscontroles. De ECB en de NBA's zetten adequate procedures op om onverwijld te kunnen reageren op gevallen van niet-naleving en die te kunnen adresseren.

2.   Nalevingsmonitoring laat interne voorschriften aangaande interne onderzoeken onverlet, wanneer een lid van een orgaan of een personeelslid verdacht wordt van schending van de voorschriften tot uitvoering van dit richtsnoer.

Artikel 6

Rapportage van gevallen van niet-naleving en follow-up

1.   De ECB en de NBA's stellen interne rapportageprocedures vast voor gevallen van niet-naleving van de voorschriften tot uitvoering van dit richtsnoer, waaronder klokkenluidersvoorschriften, zulks overeenkomstig de toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

2.   De ECB en de NBA's stellen maatregelen vast om de passende bescherming van personen te verzekeren die gevallen van niet-naleving rapporteren.

3.   De ECB en de NBA's verzekeren dat gevallen van niet-naleving worden opgevolgd, waaronder, al naar gelang het geval, de oplegging van evenredige disciplinaire maatregelen overeenkomstig de toepasselijke disciplinaire voorschriften en procedures.

4.   De ECB en de NBA's rapporteren onverwijld elk belangrijk incident inzake niet-naleving van voorschriften tot uitvoering van dit richtsnoer via het Comité Organisatorische Ontwikkeling en de raad van toezicht aan de Raad van bestuur, zulks overeenkomstig de toepasselijke interne procedures. In urgente gevallen kunnen ECB of een NBA een belangrijk incident aangaande niet-naleving direct aan de Raad van bestuur rapporteren. In ieder geval informeren de ECB en de NBA's het Auditcomité tegelijkertijd.

HOOFDSTUK II

VOORSCHRIFTEN TOT PREVENTIE VAN MISBRUIK VAN VOORWETENSCHAP

Artikel 7

Algemeen verbod tot misbruik van voorwetenschap

1.   De ECB en de NBA's verzekeren dat het leden van hun organen en hun personeelsleden verboden wordt voorwetenschap te misbruiken.

2.   Het verbod tot misbruik van voorwetenschap bestrijkt minimaal: a) het gebruik van voorwetenschap voor privétransacties voor eigen rekening of voor rekening van derden; b) het openbaren van voorwetenschap aan enige andere persoon, tenzij die openbaarmaking wordt gedaan binnen het kader van de uitvoering van beroepsactiviteiten op „need-to-know”-basis; en c) het gebruik van voorwetenschap om het aangaan van financiële privétransacties aan andere personen aan te bevelen, of hen daartoe aan te zetten.

Artikel 8

Specifieke beperkingen voor insiders

1.   De ECB en de NBA's verzekeren dat toegang tot voorwetenschap is beperkt tot leden van organen en personeelsleden die voor de uitvoering van hun taken deze informatie benodigen.

2.   De ECB en de NBA's verzekeren dat voor alle insiders specifieke beperkingen gelden met betrekking tot kritische financiële privétransacties. Een financiële privétransactie wordt kritisch geacht indien deze nauw verband houdt met de uitvoering van toezichttaken, of geacht wordt daarmee nauw verband te houden. De ECB en de NBA's nemen in hun interne voorschriften een lijst van dergelijke kritische transacties op, met name omvattende:

a)

transacties in aandelen en obligaties die in de Unie gevestigde financiële vennootschappen hebben uitgegeven;

b)

kortetermijnhandel, d.w.z. de aankoop en daaropvolgende verkoop of de verkoop en daaropvolgende aankoop van hetzelfde financiële instrument binnen een specifieke referentieperiode;

c)

derivatentransacties in verband met financiële instrumenten genoemd onder a) en collectieve-beleggingsprogramma's met als belangrijkste oogmerk de belegging in dergelijke financiële instrumenten.

3.   De ECB en de NBA's stellen interne voorschriften vast die specifieke beperkingen stipuleren voor insiders, zulks rekening houdend met effectiviteits-, efficiëntie- en evenredigheidsoverwegingen. Die specifieke beperkingen omvatten een van de volgende factoren, of een combinatie daarvan:

a)

het verbod op specifieke financiële transacties;

b)

een voorafgaande toestemming voor specifieke financiële transacties;

c)

een ex-ante en ex-post rapportage voor specifieke financiële transacties, en/of

d)

embargoperiodes voor specifieke financiële transacties.

4.   De ECB en de NBA's kunnen deze specifieke beperkingen van toepassing verklaren op personeelsleden die geen insiders zijn.

5.   De ECB en de NBA's verzekeren dat hun lijsten van kritische financiële privétransacties op korte termijn aangepast kunnen worden om besluiten van de Raad van bestuur weer te geven.

6.   De ECB en de NBA's specificeren in hun interne voorschriften de voorwaarden en waarborgen krachtens welke leden van organen en personeelsleden zijn vrijgesteld van de specifieke beperkingen uit hoofde van dit artikel, indien zij uit hoofde van een schriftelijke activabeheerovereenkomst het beheer van hun financiële privétransacties toevertrouwen aan een onafhankelijke derde.

HOOFDSTUK III

ONAFHANKELIJKHEID EN VERMIJDEN VAN BELANGENCONFLICTEN

Artikel 9

Belangenconflicten

1.   De ECB en de NBA's hebben een regeling ingesteld om te vermijden dat een kandidaatpersoneelslid een belangenconflict heeft dat voortvloeit uit eerdere beroepswerkzaamheden of uit persoonlijke relaties.

2.   De ECB en de NBA's stellen interne voorschriften vast die van leden van hun organen en hun personeelsleden vergen dat zij gedurende hun tewerkstelling situaties vermijden die aanleiding kunnen geven tot belangenconflicten en dat zij deze situaties rapporteren. De ECB en de NBA's verzekeren dat voor gerapporteerde belangenconflicten passende maatregelen beschikbaar zijn om een dergelijk conflict te vermijden, waaronder ontheffing van taken voor die betrokken aangelegenheid.

3.   De ECB en de NBA's hebben een regeling ingesteld om mogelijke belangenconflicten te beoordelen en te vermijden die voortvloeien uit beroepswerkzaamheden die leden van hun organen, en hun seniorpersoneelsleden, die direct naar directieniveau rapporteren, na afloop van het dienstverband uitoefenen.

4.   De ECB en de NBA's hebben, indien toepasselijk, een regeling ingesteld om mogelijke belangenconflicten te beoordelen en te vermijden die voortvloeien uit door hun personeelsleden gedurende onbetaald verlof uitgeoefende beroepswerkzaamheden.

HOOFDSTUK IV

VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE DE AANVAARDING VAN GESCHENKEN EN GASTVRIJHEID

Artikel 10

Verbod op het ontvangen van voordelen

1.   De ECB en de NBA's stellen interne voorschriften vast die het leden van hun organen en hun personeelsleden verbieden een belofte te verlangen, te ontvangen of te aanvaarden, in verband met het voor zichzelf of enige persoon ontvangen van een voordeel dat samenhangt met de uitvoering van hun officiële taken.

2.   De ECB en de NBA's kunnen in hun interne voorschriften vrijstellingen vastleggen van het in lid 1 vastgelegde verbod, zulks aangaande door centrale banken, instellingen, organen of agentschappen van de Unie, internationale organisaties, overheidsagentschappen aangeboden voordelen, en aangaande voordelen van een gebruikelijke of te verwaarlozen waarde, aangeboden door de particuliere sector, mits in het laatste geval deze voordelen noch frequent zijn noch uit dezelfde bron stammen. De ECB en de NBA's verzekeren dat deze vrijstellingen de onafhankelijkheid of onpartijdigheid van de leden van hun organen en hun personeelsleden noch beïnvloeden noch geacht kunnen worden deze te beïnvloedden.

3.   In afwijking van lid 2 worden geen vrijstellingen verleend voor voordelen die kredietinstellingen aanbieden aan ECB- of NBA-personeelsleden gedurende on-siteinspecties of audits, met uitzondering van gastvrijheid van een te verwaarlozen waarde, aangeboden gedurende werkgerelateerde vergaderingen.

HOOFDSTUK V

SLOTBEPALINGEN

Artikel 11

Inwerkingtreding en implementatie

1.   Dit richtsnoer wordt van kracht op de dag van notificatie aan de NBA's.

2.   De ECB en de NBA's nemen de voor voldoening aan dit richtsnoer noodzakelijke maatregelen die zij met ingang van vrijdag 18 maart 2016 toepassen. NBA's stellen de ECB in kennis van obstakels voor de tenuitvoerlegging van dit richtsnoer en doen de ECB uiterlijk 18 januari 2016 teksten en middelen toekomen die verband houden met die maatregelen.

Artikel 12

Rapportage en toetsingen

1.   De NBA's rapporteren jaarlijks de implementatie van dit richtsnoer.

2.   De Raad van bestuur toetst dit richtsnoer minstens om de 3 jaar.

Artikel 13

Geadresseerden

Dit richtsnoer is gericht tot de ECB en de NBA's.

Gedaan te Frankfurt am Main, 12 maart 2015.

Namens de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63.

(2)  Gedragscode van de Europese Centrale Bank voor de leden van de Raad van bestuur (PB C 123 van 24.5.2002, blz. 9).

(3)  Gedragscode voor de leden van de raad van toezicht van de Europese Centrale Bank (PB C 93 van 20.3.2015, blz. 2).

(4)  Richtsnoer (EU) 2015/855 van de Europese Centrale Bank van 12 maart 2015 houdende vaststelling van een Ethisch Kader voor het Eurosysteem en tot intrekking van Richtsnoer ECB/2002/6 betreffende door de Europese Centrale Bank en nationale centrale banken in acht te nemen minimumnormen bij het verrichten van monetaire beleidstransacties en valutamarktoperaties met de externe reserves van de ECB en bij het beheren van de externe reserves van de ECB (ECB/2015/11) (Zie bladzijde 23 van dit Publicatieblad).

(5)  Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (PB L 174 van 26.6.2013, blz. 1).


Top