EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32015D0778

Besluit (GBVB) 2015/778 van de Raad van 18 mei 2015 inzake een militaire operatie van de Europese Unie in het zuidelijke deel van het centrale Middellandse Zeegebied (EUNAVFOR MED)

OJ L 122, 19.5.2015, p. 31–35 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 30/03/2020; opgeheven door 32020D0471 . Latest consolidated version: 01/10/2019

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2015/778/oj

19.5.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 122/31


BESLUIT (GBVB) 2015/778 VAN DE RAAD

van 18 mei 2015

inzake een militaire operatie van de Europese Unie in het zuidelijke deel van het centrale Middellandse Zeegebied (EUNAVFOR MED)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 42, lid 4, en artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 20 april 2015 heeft de Raad herhaald vastbesloten te zijn op te treden om menselijke tragedies die voortvloeien uit de mensensmokkel via het Middellandse Zeegebied, te voorkomen.

(2)

Op 23 april 2015 heeft de Europese Raad zijn verontwaardiging uitgesproken over de situatie in het Middellandse Zeegebied; hij benadrukte dat de Unie alles in het werk zal stellen om te voorkomen dat nog meer mensen het leven laten op zee en om de dieper liggende oorzaken van de huidige humanitaire noodsituatie aan te pakken, zulks in samenwerking met de landen van herkomst en doorreis; daarbij moet in de eerste plaats worden voorkomen dat er nog meer dodelijke slachtoffers vallen. De Europese Raad verklaarde zich vastberaden de aanwezigheid van de Unie op zee op te voeren, illegale migratiestromen te voorkomen en de interne solidariteit en verantwoordelijkheid te versterken.

(3)

De Europese Raad van 23 april 2015 heeft zich tevens vastbesloten verklaard de smokkelaars overeenkomstig het internationaal recht te bestrijden door systematisch te trachten vaartuigen te identificeren, er beslag op te leggen en te vernietigen voordat ze door de smokkelaars worden gebruikt. Te dien einde verzocht hij de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor binnenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV) van start te gaan met de voorbereidingen voor een mogelijke operatie in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB).

(4)

Op 11 mei 2015 heeft de HV de VN-Veiligheidsraad ingelicht over de migrantencrisis in het Middellandse Zeegebied en over de lopende voorbereidingen voor een mogelijke maritieme operatie van de Unie in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de Unie. In dat verband benadrukte zij dat de Unie daarbij moet worden gesteund door de VN-Veiligheidsraad.

(5)

Op 18 mei 2015 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan het crisisbeheersingsconcept voor een GVDB-operatie met het oog op het ontwrichten van het bedrijfsmodel van smokkelaars in het zuidelijke deel van het centrale Middellandse Zeegebied.

(6)

De GVDB-operatie van de Unie zal worden uitgevoerd in overeenstemming met het internationaal recht, in het bijzonder met de relevante bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties van 1982 inzake het recht van de zee (UNCLOS), de protocollen van 2000 tegen de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht (Protocol tegen de smokkel van migranten) en inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, het Internationaal Verdrag van 1974 voor de beveiliging van mensenlevens op zee (SOLAS), het Internationaal Verdrag van 1979 inzake opsporing en redding op zee (SAR) het Verdrag van 1976 inzake de bescherming van het mariene milieu en de kustgebieden van de Middellandse Zee (Verdrag van Barcelona), het Verdrag van Genève van 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het beginsel van „non-refoulement” en het internationaal recht inzake de mensenrechten.

Het UNCLOS-, het SOLAS- en het SAR-verdrag omvatten de verplichting om hulp te verlenen aan personen op zee die in nood verkeren, en om de overlevenden naar een veilige plaats te brengen. De vaartuigen die aan EUNAVFOR MED worden toegewezen, zullen dan ook gereed en toegerust zijn om de desbetreffende taken uit te voeren onder de coördinatie van het bevoegde reddingscoördinatiecentrum.

(7)

In volle zee kunnen staten vaartuigen die van migrantensmokkel worden verdacht, overeenkomstig het desbetreffende nationaal en internationaal recht verbieden, indien de vlaggenstaat toestemming heeft om aan boord van het vaartuig te gaan en het te doorzoeken, of indien het vaartuig geen nationaliteit heeft, en kunnen zij passende maatregelen tegen de vaartuigen, de personen en de vracht nemen.

(8)

Er kunnen ook maatregelen worden genomen in de territoriale of de binnenwateren, op het grondgebied of in het luchtruim van een staat, tegen vaartuigen die van betrokkenheid bij mensensmokkel of mensenhandel worden verdacht, zulks met de toestemming van die staat of uit hoofde van een resolutie van de VN-Veiligheidsraad, of beide.

(9)

Een staat kan passende maatregelen nemen tegen op zijn grondgebied aanwezige personen die het van mensensmokkel- of mensenhandel verdenkt, met het oog op hun eventuele aanhouding en vervolging overeenkomstig het internationaal recht en zijn nationaal recht.

(10)

Het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) dient onder de verantwoordelijkheid van de Raad en de HV de politieke controle over de crisisbeheersingsoperatie van de Unie uit te oefenen en er strategische leiding aan te geven, en daarover de passende besluiten te nemen conform artikel 38, derde alinea, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU).

(11)

Uit hoofde van artikel 41, lid 2, VEU en overeenkomstig Besluit (GBVB) 2015/528 (1) van de Raad dienen de operationele uitgaven die voortvloeien uit dit besluit, dat gevolgen heeft op militair of defensiegebied, door de lidstaten te worden gedragen.

(12)

Overeenkomstig artikel 5 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de uitwerking en uitvoering van besluiten en acties van de Unie die gevolgen hebben op defensiegebied. Denemarken neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit, dat bijgevolg niet bindend is voor noch van toepassing is op Denemarken, en het neemt niet deel aan de financiering van deze operatie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Opdracht

1.   De Unie voert een militaire crisisbeheersingsoperatie uit die bijdraagt tot de ontwrichting van het bedrijfsmodel van netwerken voor mensensmokkel en -handel in het zuidelijke deel van het centrale Middellandse Zeegebied (EUNAVFOR MED), door systematisch te trachten vaartuigen en middelen die worden gebruikt door smokkelaars of handelaars, te identificeren, in beslag te nemen of te vernietigen overeenkomstig het toepasselijke internationale recht, met inbegrip van het UNCLOS en elke resolutie van de VN-Veiligheidsraad.

2.   Voor de start van EUNAVFOR MED wordt het inzetgebied gedefinieerd in de desbetreffende planningsdocumenten, die door de Raad moeten worden goedgekeurd.

Artikel 2

Mandaat

1.   EUNAVFOR MED verloopt in overeenstemming met de politieke, strategische en politiek-militaire doelstellingen in het crisisbeheersingsconcept dat op 18 mei 2015 door de Raad is goedgekeurd.

2.   EUNAVFOR MED verloopt in opeenvolgende fasen, overeenkomstig het internationaal recht. EUNAVFOR MED oefent de volgende taken uit:

a)

in de eerste fase, het ondersteunen van de opsporing en de monitoring van de migratienetwerken via het verzamelen van informatie en het patrouilleren in volle zee overeenkomstig het internationaal recht;

b)

in de tweede fase,

i)

het aan boord gaan, doorzoeken, in beslag nemen en afleiden van vaartuigen in volle zee die ervan worden verdacht voor mensensmokkel of -handel te worden gebruikt, onder de voorwaarden als vastgesteld in het toepasselijke internationale recht, met inbegrip van het UNCLOS en het protocol tegen de smokkel van migranten;

ii)

overeenkomstig elke toepasselijke resolutie van de VN-Veiligheidsraad of toestemming van de betrokken kuststaat, het aan boord gaan, doorzoeken, in beslag nemen en afleiden in volle zee of in de binnenwateren van die staat, van vaartuigen die ervan worden verdacht voor mensensmokkel of -handel te worden gebruikt, onder de voorwaarden als vastgesteld in die resolutie of toestemming;

c)

in de derde fase, overeenkomstig elke toepasselijke resolutie van de VN-Veiligheidsraad of toestemming van de betrokken kuststaat, het nemen van alle noodzakelijke maatregelen tegen een vaartuig en de desbetreffende middelen die ervan worden verdacht voor mensensmokkel of -handel te worden gebruikt, met inbegrip van het vernietigen of buiten gebruik stellen ervan, op het grondgebied van die staat, onder de voorwaarden als vastgesteld in die resolutie of toestemming.

3.   De Raad beoordeelt of de voorwaarden voor het afsluiten van de eerste fase vervuld zijn, rekening houdend met elke toepasselijke resolutie van de VN-Veiligheidsraad en met de toestemming van de betrokken kuststaten.

4.   EUNAVFOR MED kan overeenkomstig het toepasselijke recht met betrekking tot personen aan boord van aan EUNAVFOR MED deelnemende schepen persoonsgegevens verzamelen betreffende kenmerken die nuttig kunnen zijn voor hun identificatie, met inbegrip van vingerafdrukken, alsmede de volgende bijzonderheden, met uitsluiting van andere persoonsgegevens: naam, meisjesnaam, voornamen, aliassen of gebruikte namen; geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, geslacht; woonplaats, beroep en verblijfplaats; rijbewijzen, identificatiedocumenten en paspoortgegevens. EUNAVFOR MED kan dergelijke gegevens en gegevens in verband met de door die personen gebruikte vaartuigen en middelen toezenden aan de betrokken wetshandhavingsinstanties van de lidstaten en/of de bevoegde organen van de Unie.

Artikel 3

Benoeming van de operationeel commandant van de EU

Divisieadmiraal Enrico Credendino wordt benoemd tot operationeel commandant van EUNAVFOR MED.

Artikel 4

Aanwijzing van het operationeel hoofdkwartier van de EU

Het operationeel hoofdkwartier van EUNAVFOR MED wordt gevestigd in Rome, Italië.

Artikel 5

Planning en aanvang van de operatie

Het besluit over de aanvang van EUNAVFOR MED wordt door de Raad vastgesteld op aanbeveling van de operationeel commandant van EUNAVFOR MED na goedkeuring van het operatieplan en van de inzetregels, die nodig zijn voor de uitvoering van het mandaat.

Artikel 6

Politieke controle en strategische leiding

1.   Het PVC oefent, onder de verantwoordelijkheid van de Raad en de HV, de politieke controle op en de strategische leiding van EUNAVFOR MED uit. De Raad machtigt het PVC om de noodzakelijke besluiten te nemen overeenkomstig artikel 38 VEU. Onder deze machtiging vallen de bevoegdheden om de planningsdocumenten, waaronder het operatieplan, de commandostructuur en de inzetregels, te wijzigen. Zij omvat voorts de bevoegdheden om besluiten te nemen over de benoeming van de operationeel commandant van de EU en de commandant van de troepen van de EU. De beslissingsbevoegdheden met betrekking tot de doelstellingen en de beëindiging van de militaire operatie van de EU blijven bij de Raad berusten. Onder voorbehoud van artikel 2, lid 3, van dit besluit, besluit het PVC wanneer er naar een volgende fase van de operatie kan worden overgestapt.

2.   Het PVC brengt op gezette tijden verslag uit aan de Raad.

3.   De voorzitter van het Militair Comité van de EU (EUMC) brengt op gezette tijden verslag uit aan het PVC over het verloop van EUNAVFOR MED. Het PVC kan, naar gelang van het geval, de operationeel commandant van de EU of de commandant van de troepen van de EU op zijn vergaderingen uitnodigen.

Artikel 7

Militaire leiding

1.   Het EUMC controleert of EUNAVFOR MED onder verantwoordelijkheid van de operationeel commandant van de EU correct wordt uitgevoerd.

2.   De operationeel commandant van de EU brengt op gezette tijden verslag uit aan het EUMC. Het PVC kan, naar gelang van het geval, de operationeel commandant van de EU of de commandant van de troepen van de EU op zijn vergaderingen uitnodigen.

3.   De voorzitter van het EUMC treedt op als eerste contactpunt met de operationeel commandant van de EU.

Artikel 8

Samenhang van het optreden van de Unie en coördinatie

1.   De HV draagt zorg voor de uitvoering van dit besluit en zorgt er tevens voor dat het consistent is met het externe optreden van de Unie als geheel, met inbegrip van de ontwikkelingsprogramma's en de humanitaire bijstand van de Unie.

2.   De HV, bijgestaan door de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), treedt op als eerste contactpunt met de Verenigde Naties, de autoriteiten van de landen in de regio en andere internationale en bilaterale actoren, met inbegrip van de NAVO en de Afrikaanse Unie.

3.   EUNAVFOR MED werkt samen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, zet een coördinatiemechanisme op en sluit in voorkomend geval regelingen met andere agentschappen en organen van de Unie, met name Frontex, Europol, Eurojust, het Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken en de betrokken GVDB-missies.

Artikel 9

Deelname door derde staten

1.   Onverminderd de beslissingsautonomie van de Unie en haar ene institutionele kader, en overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren van de Europese Raad, mogen derde staten worden uitgenodigd aan de operatie deel te nemen.

2.   Hierbij machtigt de Raad het PVC om derde staten uit te nodigen bijdragen te leveren en, op aanbeveling van de operationeel commandant van de EU en van het EUMC, de passende besluiten betreffende de aanvaarding van de voorgestelde bijdragen te nemen.

3.   De nadere regelingen wat betreft de deelname door derde staten worden vastgelegd in overeenkomsten die overeenkomstig artikel 37 VEU en volgens de procedure van artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) worden gesloten. Wanneer de Unie en een derde staat een overeenkomst hebben gesloten tot vaststelling van een kader voor de deelname van deze derde staat aan crisisbeheersingsmissies van de Unie, zijn de bepalingen van die overeenkomst van toepassing in het kader van EUNAVFOR MED.

4.   Derde staten die belangrijke militaire bijdragen aan EUNAVFOR MED leveren, hebben bij de dagelijkse aansturing van de operatie dezelfde rechten en verplichtingen als deelnemende lidstaten.

5.   De Raad machtigt hierbij het PVC de passende besluiten te nemen betreffende de instelling van een Comité van contribuanten, indien derde staten aanzienlijke militaire bijdragen leveren.

Artikel 10

Status van het personeel onder leiding van de Unie

De status van de eenheden en het personeel onder leiding van de Unie wordt in voorkomend geval gedefinieerd overeenkomstig het internationaal recht.

Artikel 11

Financiële regeling

1.   De gemeenschappelijke kosten van de militaire operatie van de EU worden beheerd overeenkomstig Besluit (GBVB) 2015/528.

2.   Het financiële referentiebedrag voor de gemeenschappelijke kosten van EUNAVFOR MED bedraagt 11,82 miljoen EUR. Het in artikel 25, lid 1, van Besluit (GBVB) 2015/528 bedoelde percentage van het referentiebedrag bedraagt 70 % aan vastleggingskredieten en 40 % aan betalingskredieten.

Artikel 12

Vrijgeven van informatie

1.   De HV is gemachtigd de gerubriceerde gegevens van de EU die ten behoeve van de operatie zijn opgesteld aan de bij dit besluit betrokken derde staten vrij te geven, indien dit passend is en in overeenstemming met de behoeften van EUNAVFOR MED, overeenkomstig Besluit 2013/488/EU van de Raad (2), en wel als volgt:

a)

tot het niveau waarin is voorzien in de toepasselijke tussen de Unie en de betrokken derde staat gesloten overeenkomst voor de beveiliging van informatie, of

b)

in andere gevallen, tot het niveau CONFIDENTIEL UE/EU CONFIDENTIAL.

2.   De HV is tevens gemachtigd, naar gelang van de operationele behoeften van EUNAVFOR MED, gerubriceerde gegevens van de EU tot op het niveau RESTREINT UE/EU RESTRICTED die ten behoeve van EUNAVFOR MED zijn opgesteld, overeenkomstig Besluit 2013/488/EU vrij te geven aan de VN. Daartoe worden regelingen tussen de HV en de bevoegde autoriteiten van de Verenigde Naties opgesteld.

3.   De HV is bevoegd niet-gerubriceerde documenten van de EU betreffende de beraadslagingen van de Raad over de operatie die onder de geheimhoudingsplicht van artikel 6, lid 1, van het reglement van orde van de Raad (3) vallen, vrij te geven aan de bij dit besluit betrokken derde staten.

4.   De HV kan die bevoegdheden, alsook de bevoegdheid om de in dit artikel genoemde regelingen te sluiten, delegeren aan EDEO-ambtenaren, aan de operationeel commandant van de EU of aan de commandant van de troepen van de EU, overeenkomstig afdeling VII van bijlage VI bij Besluit 2013/488/EU.

Artikel 13

Inwerkingtreding en beëindiging

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

EUNAVFOR MED verstrijkt binnen twaalf maanden nadat zij haar volledig operationeel vermogen (Full Operational Capability, FOC) heeft bereikt.

Het besluit wordt ingetrokken op de datum van de sluiting van het operationeel hoofdkwartier van de EU overeenkomstig de plannen die zijn goedgekeurd voor de beëindiging van EUNAVFOR MED, onverminderd de in Besluit (GBVB) 2015/528 vastgestelde procedures voor de controle en het afleggen van rekening en verantwoording van EUNAVFOR MED.

Gedaan te Brussel, 18 mei 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

F. MOGHERINI


(1)  Besluit (GBVB) 2015/528 van de Raad van 27 maart 2015 tot instelling van een mechanisme voor het beheer van de financiering van de gemeenschappelijke kosten van de operaties van de Europese Unie die gevolgen hebben op militair of defensiegebied (Athena) en tot intrekking van Besluit 2011/871/GBVB (PB L 84 van 28.3.2015, blz. 39).

(2)  Besluit 2013/488/EU van de Raad van 23 september 2013 betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 274 van 15.10.2013, blz. 1).

(3)  Besluit 2009/937/EU van de Raad van 1 december 2009 houdende vaststelling van zijn reglement van orde (PB L 325 van 11.12.2009, blz. 35).


Top